Security (Beveiliging) Gebruikershandleiding
|
|
|
- Hugo Vink
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Security (Beveiliging) Gebruikershandleiding
2 Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten en diensten staan vermeld in de expliciete garantievoorwaarden bij de betreffende producten en diensten. Aan de informatie in deze handleiding kunnen geen aanvullende rechten worden ontleend. HP aanvaardt geen aansprakelijkheid voor technische fouten, drukfouten of weglatingen in deze publicatie. Kennisgeving over het product In deze handleiding worden de voorzieningen beschreven die op de meeste modellen beschikbaar zijn. Mogelijk zijn niet alle voorzieningen op uw computer beschikbaar. Eerste editie, juni 2009 Artikelnummer:
3 Inhoudsopgave 1 Computer beveiligen 2 Wachtwoorden gebruiken Wachtwoorden instellen in het besturingssysteem... 3 Wachtwoorden instellen in Computer Setup... 4 Instelwachtwoord... 5 Instelwachtwoord beheren... 6 Instelwachtwoord invoeren... 7 Opstartwachtwoord... 8 Opstartwachtwoord beheren... 9 Opstartwachtwoord invoeren Opstartwachtwoord verplicht stellen bij opnieuw opstarten DriveLock gebruiken in Computer Setup DriveLock-wachtwoord instellen DriveLock-wachtwoord invoeren DriveLock-wachtwoord wijzigen DriveLock-beveiliging verwijderen Beveiligingsfuncties van Computer Setup gebruiken Systeemapparaten beveiligen Strenge beveiliging gebruiken in Computer Setup Strenge beveiliging instellen Strenge beveiliging verwijderen Systeeminformatie weergeven in Computer Setup Antivirussoftware gebruiken 5 Firewallsoftware gebruiken 6 Automatische online updates instellen 7 Beveiligingskabel aanbrengen Index iii
4 iv
5 1 Computer beveiligen OPMERKING: Van beveiligingsfuncties moet op de eerste plaats een ontmoedigingseffect uitgaan. Dergelijke maatregelen kunnen echter niet altijd voorkomen dat een product verkeerd wordt gebruikt of gestolen. De beveiligingsfuncties van uw computer beschermen uw computer, persoonlijke informatie en gegevens tegen diverse gevaren. De manier waarop u de computer gebruikt, bepaalt welke beveiligingsfuncties u nodig heeft. Het besturingssysteem kent diverse beveiligingsvoorzieningen. De aanvullende beveiligingsvoorzieningen zijn opgenomen in de volgende tabel. De meeste van deze aanvullende voorzieningen kunnen worden ingesteld met het hulpprogramma Computer Setup (Computerinstellingen). Ter beveiliging tegen Onbevoegd gebruik van de computer Ongeoorloofde toegang tot Computer Setup (f10) Ongeoorloofde toegang tot de inhoud van een vaste schijf Onbevoegd herstel wachtwoorden Computer Setup (f10) Onbevoegd opstarten vanaf een optische-schijfeenheid, diskettestation of interne netwerkadapter Deze beveiligingsfunctie gebruiken Verificatie bij opstarten met wachtwoord of smartcard Wachtwoord instellen in Computer Setup* DriveLock-wachtwoord in Computer Setup* Voorziening voor strenge beveiliging in Computer Setup* Functie voor opstartopties in Computer Setup* Ongeoorloofde toegang tot gegevens Firewallsoftware Updates van het besturingssysteem Ongeoorloofde toegang tot de instellingen van Computer Setup en andere identificatiegegevens van het systeem Onbevoegd meenemen van de computer Wachtwoord instellen in Computer Setup* Bevestigingspunt van een beveiligingsslot (in combinatie met een optionele beveiligingskabel) *Computer Setup is een hulpprogramma dat u opent door op f10 te drukken wanneer de computer wordt ingeschakeld of opnieuw opgestart. In Computer Setup navigeert u met het toetsenbord van uw computer door de opties om deze te selecteren. 1
6 2 Wachtwoorden gebruiken De meeste beveiligingsfuncties maken gebruik van een wachtwoord. Noteer een wachtwoord nadat u het hebt ingesteld en bewaar het op een veilige plaats uit de buurt van de computer. Op wachtwoorden zijn onderstaande overwegingen van toepassing: De wachtwoorden voor de instellingen, het opstarten en DriveLock worden in Computer Setup ingesteld en door de BIOS van het systeem beheerd. Het wachtwoord voor geïntegreerde beveiliging kan worden ingeschakeld in Computer Setup ter bescherming van het BIOS-wachtwoord. Het wachtwoord voor geïntegreerde beveiliging wordt gebruikt in combinatie met de optionele geïntegreerde beveiligingschip. Wachtwoorden voor het besturingssysteem kunnen uitsluitend worden ingesteld in het besturingssysteem. Als u het wachtwoord voor de instellingen van Computer Setup vergeet, kunt u geen toegang tot dit programma krijgen. Als u in Computer Setup de functie voor strenge beveiliging hebt ingeschakeld en het wachtwoord voor de instellingen of het opstarten vergeet, heeft niemand meer toegang tot de computer en kan deze niet meer worden gebruikt. Bel met de technische ondersteuning of met uw geautoriseerde serviceprovider voor aanvullende informatie. Als u zowel uw opstartwachtwoord als het instelwachtwoord van Computer Setup vergeet, kunt u de computer niet meer inschakelen, opnieuw opstarten en niet meer activeren vanuit de hibernationstand. Bel met de technische ondersteuning of met uw geautoriseerde serviceprovider voor aanvullende informatie. Als u zowel het gebruikerswachtwoord als het hoofdwachtwoord voor DriveLock vergeet, is de vaste schijf die met die wachtwoorden is beveiligd permanent vergrendeld en kan deze niet meer worden gebruikt. U kunt hetzelfde wachtwoord gebruiken voor een voorziening van Computer Setup en een beveiligingsvoorziening van het besturingssysteem. U kunt hetzelfde wachtwoord gebruiken voor meerdere voorzieningen van Computer Setup. Gebruik de volgende tips voor het maken en opslaan van wachtwoorden: Volg, bij het maken van wachtwoorden, de vereisten die zijn ingesteld door het programma. Noteer uw wachtwoorden en bewaar deze op een veilige plaats uit de buurt van de computer. Bewaar de wachtwoorden niet in een bestand op de computer. In de volgende tabellen worden veelgebruikte wachtwoorden voor het besturingssysteem en Computer Setup beschreven in combinatie met de bijbehorende functies. 2 Hoofdstuk 2 Wachtwoorden gebruiken
7 Wachtwoorden instellen in het besturingssysteem Wachtwoorden voor het besturingssysteem Hoofdwachtwoord Gebruikerswachtwoord Functie Beveiligt de toegang tot een account op het hoofdniveau van het besturingssysteem. Beveiligt de toegang tot een gebruikersaccount van het besturingssysteem. Wachtwoorden instellen in het besturingssysteem 3
8 Wachtwoorden instellen in Computer Setup Wachtwoorden Computer Setup Instelwachtwoord Opstartwachtwoord DriveLock-hoofdwachtwoord DriveLock-gebruikerswachtwoord Functie Beveiligt de toegang tot Computer Setup. Beveiligt de toegang tot de inhoud van de computer wanneer deze aan staat, opnieuw wordt opgestart of wanneer de hibernationstand wordt beëindigd. Beveiligt de toegang tot de interne vaste schijf die wordt beschermd door DriveLock. Het wordt tevens gebruikt om de DriveLock beveiliging te verwijderen. Dit wachtwoord wordt ingesteld onder DriveLock wachtwoorden tijdens het inschakelproces. Beveiligt de toegang tot de interne vaste schijf die wordt beschermd door DriveLock en wordt ingesteld onder DriveLock wachtwoorden tijdens het inschakelproces. 4 Hoofdstuk 2 Wachtwoorden gebruiken
9 Instelwachtwoord Met het instelwachtwoord van Computer Setup beveiligt u de configuratie-instellingen en de systeemidentificatiegegevens in Computer Setup. Wanneer dit wachtwoord is ingesteld, moet u dit wachtwoord elke keer opgeven als u Computer Setup opent en hier instellingen wijzigt. Het instelwachtwoord heeft de volgende kenmerken: Het is niet hetzelfde als een hoofdwachtwoord voor het besturingssysteem. Beide wachtwoorden kunnen wel identiek zijn. Het wordt niet weergegeven als het wordt ingesteld, opgegeven, gewijzigd of verwijderd. Het moet met dezelfde toetsen worden opgegeven als waarmee het wachtwoord is ingesteld. Als u bijvoorbeeld een wachtwoord instelt met de cijfertoetsen boven aan het toetsenbord, wordt het niet herkend wanneer u het vervolgens probeert op te geven met de cijfertoetsen van het geïntegreerde numerieke toetsenblok. Het kan uit een willekeurige combinatie van maximaal 32 letters en cijfers bestaan. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters. Instelwachtwoord 5
10 Instelwachtwoord beheren Het instelwachtwoord kan worden ingesteld, gewijzigd en verwijderd in Computer Setup. U kunt dit wachtwoord als volgt beheren, instellen, wijzigen of verwijderen: 1. Open Computer Setup door de computer aan te zetten of opnieuw op te starten en vervolgens op f10 te drukken terwijl het bericht "F10 = ROM Based Setup" (F10 = ROM-hulpprogramma instellingen) linksonder op het scherm verschijnt. 2. Selecteer met de pijltoetsen Security (Beveiliging) > Setup Password (Instelwachtwoord) en druk op enter. U kunt een instelwachtwoord instellen door het wachtwoord te typen in de velden New Password (Nieuw wachtwoord) en Confirm New Password (Nieuw wachtwoord bevestigen) en vervolgens op f10 te drukken. U kunt een instelwachtwoord wijzigen door het huidige wachtwoord te typen in het veld Old Password (Oud wachtwoord), het nieuwe wachtwoord te typen in de velden New Password (Nieuw wachtwoord) en Confirm New Password (Nieuw wachtwoord bevestigen) en op f10 te drukken. U kunt een instelwachtwoord verwijderen door het huidige wachtwoord te typen in het veld Old Password (Oud wachtwoord) en vervolgens op f10 te drukken. 3. Als u uw voorkeuren wilt opslaan selecteert u met de pijltoetsen File (Bestand) > Save Changes And Exit (Wijzigigen opslaan en afsluiten). Volg daarna de instructies op het scherm. De voorkeursinstellingen zijn van kracht zodra de computer opnieuw is opgestart. 6 Hoofdstuk 2 Wachtwoorden gebruiken
11 Instelwachtwoord invoeren Als u bij Setup Password (Instelwachtwoord) wordt gevraagd het instelwachtwoord in te voeren, typt u uw instelwachtwoord (met dezelfde soort toetsen als waarmee u het wachtwoord heeft ingesteld) en drukt u op enter. Als u drie keer het verkeerde instelwachtwoord heeft ingevoerd, dient u de computer opnieuw op te starten en het opnieuw te proberen. Instelwachtwoord 7
12 Opstartwachtwoord Met het opstartwachtwoord van Computer Setup voorkomt u dat de computer wordt gebruikt door onbevoegden. Wanneer dit wachtwoord is ingesteld, moet u dit wachtwoord elke keer opgeven als u de computer aanzet. Een opstartwachtwoord heeft de volgende kenmerken: Het wordt niet weergegeven als het wordt ingesteld, opgegeven, gewijzigd of verwijderd. Het moet met dezelfde toetsen worden opgegeven als waarmee het wachtwoord is ingesteld. Als u bijvoorbeeld een opstartwachtwoord instelt met de cijfertoetsen boven aan het toetsenbord, wordt het niet herkend wanneer u het vervolgens probeert op te geven met de cijfertoetsen van het geïntegreerde numerieke toetsenblok. Het kan uit een willekeurige combinatie van maximaal 32 letters en cijfers bestaan. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters. 8 Hoofdstuk 2 Wachtwoorden gebruiken
13 Opstartwachtwoord beheren Het opstartwachtwoord kan worden ingesteld, gewijzigd en verwijderd in Computer Setup. U kunt dit wachtwoord als volgt beheren, instellen, wijzigen of verwijderen: 1. Open Computer Setup door de computer aan te zetten of opnieuw op te starten en vervolgens op f10 te drukken terwijl het bericht "F10 = ROM Based Setup" (F10 = ROM-hulpprogramma instellingen) linksonder op het scherm verschijnt. 2. Selecteer met de pijltoetsen Security (Beveiliging) > Startup Password (Opstartwachtwoord) en druk op enter. U kunt een opstartwachtwoord instellen door uw wachtwoord te typen in de velden New Password (Nieuw wachtwoord) en Confirm New Password (Nieuw wachtwoord bevestigen) en vervolgens op f10 te drukken. U kunt een opstartwachtwoord wijzigen door het huidige wachtwoord te typen in het veld Old Password (Oud wachtwoord), het nieuwe wachtwoord te typen in de velden New Password (Nieuw wachtwoord) en Confirm New Password (Nieuw wachtwoord bevestigen) en op f10 te drukken. U kunt een opstartwachtwoord verwijderen door het huidige wachtwoord te typen in het veld Old Password (Oud wachtwoord) en vervolgens op f10 te drukken. 3. Als u uw voorkeuren wilt opslaan selecteert u met de pijltoetsen File (Bestand) > Save Changes And Exit (Wijzigigen opslaan en afsluiten). Volg daarna de instructies op het scherm. De voorkeursinstellingen zijn van kracht zodra de computer opnieuw is opgestart. Opstartwachtwoord 9
14 Opstartwachtwoord invoeren Als u wordt gevraagd het opstartwachtwoord in te voeren, typt u uw opstartwachtwoord (met dezelfde soort toetsen als waarmee u het wachtwoord hebt ingesteld) en drukt u op enter. Als u drie keer het verkeerde wachtwoord hebt ingevoerd, moet u de computer uitschakelen, weer aanzetten en het opnieuw proberen. 10 Hoofdstuk 2 Wachtwoorden gebruiken
15 Opstartwachtwoord verplicht stellen bij opnieuw opstarten U kunt niet alleen om een opstartwachtwoord laten vragen wanneer de computer wordt aangezet, u kunt ook verplicht stellen dat een opstartwachtwoord wordt ingevoerd telkens wanneer de computer opnieuw wordt opgestart. U kunt deze functie als volgt in- en uitschakelen in Computer Setup: 1. Open Computer Setup door de computer aan te zetten of opnieuw op te starten en vervolgens op f10 te drukken terwijl terwijl het bericht "F10 = ROM Based Setup" (F10 = ROM-hulpprogramma instellingen) linksonder op het scherm verschijnt. 2. Selecteer met de pijltoetsen Security (Beveiliging) > Password Options (Wachtwoordopties) en druk op enter. 3. Selecteer Enable (Inschakelen) of Disable (Uitschakelen) in het veld Password Required on Restart (Wachtwoord vereist bij opnieuw starten) met de pijltoetsen en druk daarna op f Als u uw voorkeuren wilt opslaan selecteert u met de pijltoetsen File (Bestand) > Save Changes And Exit (Wijzigigen opslaan en afsluiten). Volg daarna de instructies op het scherm. Opstartwachtwoord 11
16 DriveLock gebruiken in Computer Setup VOORZICHTIG: Noteer het gebruikerswachtwoord en het hoofdwachtwoord voor DriveLock zorgvuldig en bewaar dit uit de buurt van uw computer om te voorkomen dat de met DriveLock beschermde vaste schijf permanent onbruikbaar wordt. Als u beide DriveLock-wachtwoorden vergeet, is de vaste schijf permanent vergrendeld en kan deze niet meer worden gebruikt. Met DriveLock voorkomt u onbevoegde toegang tot de inhoud van een vaste schijf. DriveLock kan alleen worden toegepast op de interne vaste schijf of schijven van de computer. Als DriveLock-beveiliging op een schijf wordt toegepast, moet een wachtwoord worden ingevoerd om toegang tot deze schijf te krijgen. De schijf moet in de computer zelf zijn ondergebracht, en niet in een optioneel dockingapparaat of externe MultiBay, anders heeft het DriveLock-wachtwoord geen effect. Om DriveLock-beveiliging toe te passen op een interne vaste schijf, moeten in Computer Setup een gebruikerswachtwoord en een hoofdwachtwoord worden ingesteld. Op DriveLock-beveiliging zijn de volgende overwegingen van toepassing: Nadat DriveLock beveiliging kan toegepast op een vaste schijf, is deze alleen nog maar worden gebruikt wanneer eerst het gebruikers- of hoofdwachtwoord wordt ingevoerd. Het gebruikerswachtwoord is voor de dagelijkse gebruiker van de beveiligde vaste schijf. Het hoofdwachtwoord is voor de systeembeheerder of gebruiker. Het gebruikerswachtwoord en het hoofdwachtwoord mogen hetzelfde zijn. U kunt een gebruikers- of hoofdwachtwoord uitsluitend verwijderen door de DriveLock-beveiliging van de vaste schijf te verwijderen. DriveLock-beveiliging kan alleen met het hoofdwachtwoord van een schijf worden verwijderd. OPMERKING: Als het opstartwachtwoord en het DriveLock-gebruikerswachtwoord hetzelfde zijn, hoeft u alleen een opstartwachtwoord in te voeren, in plaats van zowel het opstartwachtwoord als het DriveLock-gebruikerswachtwoord. 12 Hoofdstuk 2 Wachtwoorden gebruiken
17 DriveLock-wachtwoord instellen U opent als volgt de DriveLock instellingen in Computer Setup: 1. Open Computer Setup door de computer aan te zetten of opnieuw op te starten en vervolgens op f10 te drukken terwijl terwijl het bericht "F10 = ROM Based Setup" (F10 = ROM-hulpprogramma instellingen) linksonder op het scherm verschijnt. 2. Selecteer met de pijltoetsen Security (Beveiliging) > DriveLock Passwords (DriveLock wachtwoorden) en druk op enter. 3. Selecteer de locatie van de vaste schijf die u wilt beveiligen en druk op f Selecteer met de pijltoetsen Enable (Inschakelen) in het veld Protection (Bescherming) en druk vervolgens op f Lees de waarschuwing. Druk op f10 om verder te gaan. 6. Typ het gebruikerswachtwoord in de velden New Password (Nieuw wachtwoord) en Confirm New Password (Nieuw wachtwoord bevestigen) en druk op f Typ het hoofdwachtwoord in de velden New Password (Nieuw wachtwoord) en Confirm New Password (Nieuw wachtwoord bevestigen) en druk op f Teneinde de DriveLock-beveiliging op de geselecteerde schijf te bevestigen, typt u in het bevestigingsveld DriveLock en drukt u vervolgens op f Om de DriveLock-instellingen af te sluiten, selecteert u met de pijltoetsen Esc. 10. Als u uw voorkeuren wilt opslaan selecteert u met de pijltoetsen File (Bestand) > Save Changes And Exit (Wijzigigen opslaan en afsluiten). Volg daarna de instructies op het scherm. De voorkeursinstellingen zijn van kracht zodra de computer opnieuw is opgestart. DriveLock gebruiken in Computer Setup 13
18 DriveLock-wachtwoord invoeren Zorg ervoor dat de vaste schijf in de computer zelf is ondergebracht (niet in een optioneel dockingapparaat of externe MultiBay). Wanneer u wordt gevraagd een DriveLock wachtwoord op te geven, typt u het gebruikerswachtwoord of het hoofdwachtwoord (met hetzelfde type toetsen als waarmee u het wachtwoord heeft ingesteld). Druk daarna op enter. Als u twee keer het verkeerde wachtwoord heeft ingevoerd, moet u de computer uitschakelen en het opnieuw proberen. 14 Hoofdstuk 2 Wachtwoorden gebruiken
19 DriveLock-wachtwoord wijzigen U opent als volgt de DriveLock instellingen in Computer Setup: 1. Open Computer Setup door de computer aan te zetten of opnieuw op te starten en vervolgens op f10 te drukken terwijl terwijl het bericht "F10 = ROM Based Setup" (F10 = ROM-hulpprogramma instellingen) linksonder op het scherm verschijnt. 2. Selecteer met de pijltoetsen Security (Beveiliging) > DriveLock Passwords (DriveLock wachtwoorden) en druk op enter. 3. Selecteer de locatie van de interne vaste schijf met de pijltoetsen en druk vervolgens op f Selecteer met de pijltoetsen het veld voor het wachtwoord dat u wilt wijzigen. Typ het huidige wachtwoord in het veld Old Password (Oud wachtwoord), typ vervolgens het nieuwe wachtwoord in de velden New Password (Nieuw wachtwoord) en Confirm New Password (Nieuw wachtwoord bevestigen). Druk vervolgens op f Als u uw voorkeuren wilt opslaan selecteert u met de pijltoetsen File (Bestand) > Save Changes And Exit (Wijzigigen opslaan en afsluiten). Volg daarna de instructies op het scherm. De voorkeursinstellingen zijn van kracht zodra de computer opnieuw is opgestart. DriveLock gebruiken in Computer Setup 15
20 DriveLock-beveiliging verwijderen U opent als volgt de DriveLock instellingen in Computer Setup: 1. Open Computer Setup door de computer aan te zetten of opnieuw op te starten en vervolgens op f10 te drukken terwijl terwijl het bericht "F10 = ROM Based Setup" (F10 = ROM-hulpprogramma instellingen) linksonder op het scherm verschijnt. 2. Selecteer met de pijltoetsen Security (Beveiliging) > DriveLock Passwords (DriveLock wachtwoorden) en druk op enter. 3. Selecteer de locatie van de interne vaste schijf met de pijltoetsen en druk vervolgens op f Selecteer met de pijltoetsen Disable (Uitschakelen) in het veld Protection (Bescherming) en druk vervolgens op f Typ het hoofdwachtwoord in het veld Old Password (Oud wachtwoord). Druk vervolgens op f Als u uw voorkeuren wilt opslaan selecteert u met de pijltoetsen File (Bestand) > Save Changes And Exit (Wijzigigen opslaan en afsluiten). Volg daarna de instructies op het scherm. De voorkeursinstellingen zijn van kracht zodra de computer opnieuw is opgestart. 16 Hoofdstuk 2 Wachtwoorden gebruiken
21 3 Beveiligingsfuncties van Computer Setup gebruiken Systeemapparaten beveiligen Vanuit de menu's Boot Options (Opstartopties) en Port Options (Poortopties) in Computer Setup kunt u apparaten in het systeem aan- en uitzetten. U kunt als volgt systeemapparaten uit- en weer inschakelen in Computer Setup: 1. Open Computer Setup door de computer aan te zetten of opnieuw op te starten en vervolgens op f10 te drukken terwijl terwijl het bericht "F10 = ROM Based Setup" (F10 = ROM-hulpprogramma instellingen) linksonder op het scherm verschijnt. 2. Selecteer met de pijltoetsen System Configuration (Systeemconfiguratie) > Boot Options (Opstartopties) of System Configuration (Systeemconfiguratie) > Poortopties. Druk daarna op enter en selecteer met de pijltoetsen de gewenste opties. 3. Druk op f10 om uw voorkeuren te bevestigen. 4. Als u uw voorkeuren wilt opslaan selecteert u met de pijltoetsen File (Bestand) > Save Changes And Exit (Wijzigigen opslaan en afsluiten). Volg daarna de instructies op het scherm. De voorkeursinstellingen zijn van kracht zodra de computer opnieuw is opgestart. Systeemapparaten beveiligen 17
22 Strenge beveiliging gebruiken in Computer Setup VOORZICHTIG: Noteer het door u ingestelde instelwachtwoord, opstartwachtwoord of de pincode van de smartcard en bewaar deze informatie uit de buurt van uw computer om te voorkomen dat deze permanent onbruikbaar wordt. Zonder deze wachtwoorden of de pincode kan de computer niet worden ontgrendeld. De strenge beveiligingsfunctie verbetert de opstartbeveiliging door de gebruiker te verplichten zich aan te melden met het door u ingestelde instelwachtwoord, opstartwachtwoord of de pincode van de smartcard voordat hij of zij toegang krijgt tot het systeem. 18 Hoofdstuk 3 Beveiligingsfuncties van Computer Setup gebruiken
23 Strenge beveiliging instellen U kunt als volgt strenge beveiliging inschakelen in Computer Setup: 1. Open Computer Setup door de computer aan te zetten of opnieuw op te starten en vervolgens op f10 te drukken terwijl terwijl het bericht "F10 = ROM Based Setup" (F10 = ROM-hulpprogramma instellingen) linksonder op het scherm verschijnt. 2. Selecteer met de pijltoetsen Security (Beveiliging) > Password Options (Wachtwoordopties) en druk op enter. 3. Gebruik de pijltoetsen om Enable (Inschakelen) te selecteren in het veld Stringent Security (Strenge beveiliging). 4. Lees de waarschuwing. Druk op f10 om verder te gaan. 5. Om de functie iedere keer dat de computer wordt aangezet te gebruiken, drukt u op f Als u uw voorkeuren wilt opslaan selecteert u met de pijltoetsen File (Bestand) > Save Changes And Exit (Wijzigigen opslaan en afsluiten). Volg daarna de instructies op het scherm. De voorkeursinstellingen zijn van kracht zodra de computer opnieuw is opgestart. Strenge beveiliging gebruiken in Computer Setup 19
24 Strenge beveiliging verwijderen U kunt als volgt strenge beveiliging verwijderen in Computer Setup: 1. Open Computer Setup door de computer aan te zetten of opnieuw op te starten en vervolgens op f10 te drukken terwijl terwijl het bericht "F10 = ROM Based Setup" (F10 = ROM-hulpprogramma instellingen) linksonder op het scherm verschijnt. 2. Selecteer met de pijltoetsen Security (Beveiliging) > Password Options (Wachtwoordopties) en druk op enter. 3. Selecteer met de pijltoetsen Disable (Uitschakelen) in het veld Stringent Security (Strenge beveiliging) en druk vervolgens op f Als u uw voorkeuren wilt opslaan selecteert u met de pijltoetsen File (Bestand) > Save Changes And Exit (Wijzigigen opslaan en afsluiten). Volg daarna de instructies op het scherm. De voorkeursinstellingen zijn van kracht zodra de computer opnieuw is opgestart. 20 Hoofdstuk 3 Beveiligingsfuncties van Computer Setup gebruiken
25 Systeeminformatie weergeven in Computer Setup De functie voor systeeminformatie in Computer Setup verschaft twee soorten gegevens over het systeem: identificatiegegevens van het computermodel; specificaties van de processor, de grootte van de cache en het geheugen, en het systeem-rom. U geeft deze algemene systeeminformatie als volgt weer: 1. Open Computer Setup door de computer aan te zetten of opnieuw op te starten en vervolgens op f10 te drukken terwijl terwijl het bericht "F10 = ROM Based Setup" (F10 = ROM-hulpprogramma instellingen) linksonder op het scherm verschijnt. 2. Selecteer met de pijltoetsen File (Bestand) > System Information (Systeeminformatie) en druk op enter. OPMERKING: Als u wilt voorkomen dat onbevoegden toegang hebben tot deze gegevens, moet u een instelwachtwoord instellen in Computer Setup. Systeeminformatie weergeven in Computer Setup 21
26 4 Antivirussoftware gebruiken Als u de computer gebruikt om toegang te krijgen tot , een netwerk of internet, stelt u de computer bloot aan computervirussen. Computervirussen kunnen het besturingssysteem, toepassingen en programma s onklaar maken of de werking hiervan verstoren. Met antivirussoftware kunnen de meeste virussen worden opgespoord en vernietigd. In de meeste gevallen kan ook schade die door virussen is aangericht, worden hersteld. Het is noodzakelijk om antivirussoftware regelmatig bij te werken, zodat deze ook bescherming biedt tegen nieuw ontdekte virussen. Voor meer informatie over antivirussoftware en computervirussen typt u virus in het vak Search (Zoeken) van Help and Support (Help en ondersteuning). 22 Hoofdstuk 4 Antivirussoftware gebruiken
27 5 Firewallsoftware gebruiken Wanneer u de computer gebruikt voor toegang tot , een netwerk of internet, kunnen onbevoegden informatie verkrijgen over u, de computer en uw persoonlijke bestanden. Bescherm uw privacy met de firewallsoftware die vooraf op de computer is geïnstalleerd: Selecteer Computer > Control Center (Besturingscentrum) > YaST > Security and Users (Beveiliging en gebruikers) > Firewall. Firewall-voorzieningen omvatten onder andere logboek- en rapportagefunctionaliteit, en automatische alarmfuncties om het inkomende en uitgaande verkeer te bewaken. Raadpleeg de documentatie bij de firewall of neem contact op met de fabrikant van de firewall voor meer informatie. OPMERKING: In bepaalde situaties kan een firewall toegang tot spelletjes op internet blokkeren, het delen van printers of bestanden in een netwerk tegenhouden of toegestane bijlagen bij berichten blokkeren. U kunt dit probleem tijdelijk oplossen door de firewall uit te schakelen, de gewenste taak uit te voeren en de firewall weer in te schakelen. Configureer de firewall opnieuw als u het probleem volledig wilt oplossen. 23
28 6 Automatische online updates instellen OPMERKING: ontvangen. Er moet een netwerkverbinding zijn om automatische online updates te kunnen U stelt automatische online updates als volgt in: 1. Selecteer Computer > Control Center (Besturingscentrum) > YaST > Security and Users (Beveiliging en gebruikers) > Automatic Online Update (Automatische online update). 2. Schakel het selectievakje Enable Automatic Update (Automatische update inschakelen) in. 3. Selecteer de gewenste optie voor de automatische online update. 24 Hoofdstuk 6 Automatische online updates instellen
29 7 Beveiligingskabel aanbrengen OPMERKING: Van de beveiligingskabel moet op de eerste plaats een ontmoedigend effect uitgaan. Deze voorziening kan echter niet voorkomen dat de computer verkeerd wordt gebruikt of wordt gestolen. 1. Leg de beveiligingskabel om een stevig verankerd voorwerp heen. 2. Steek de sleutel (1) in het kabelslot (2). 3. Steek het kabelslot in het slot voor de beveiligingskabel op de computer (3) en vergrendel het kabelslot met de sleutel. 25
30 Index A Antivirussoftware 22 Apparaatbeveiliging 17 Automatische updates, software 24 B Beveiliging, computer beveiligen 1 Beveiligingskabel 25 C Computer Setup apparaatbeveiliging 17 DriveLock-wachtwoord 12 instelwachtwoord 5 opstartwachtwoord 8 strenge beveiliging 18 S Software antivirus 22 automatische updates 24 firewall 23 Strenge beveiliging 18 W Wachtwoorden DriveLock 12 gebruiker 3 hoofd- 3 instellingen 5 opstart 8 D DriveLock-wachtwoord beschrijving 12 instellen 13 invoeren 14 verwijderen 16 wijzigen 15 F Firewallsoftware 23 G Gebruikerswachtwoord 3 H Hoofdwachtwoord 3 K Kabel, beveiliging Index
31
Beveiliging. Handleiding
Beveiliging Handleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie in deze documentatie
Beveiliging Handleiding
Beveiliging Handleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie in deze documentatie
Beveiliging. Gebruikershandleiding
Beveiliging Gebruikershandleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Microsoft en Windows zijn in de Verenigde Staten gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation. De informatie
Computer Setup (Computerinstellingen) Handleiding
Computer Setup (Computerinstellingen) Handleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze
Computer Setup. Artikelnummer van document: 383705-331. Mei 2005
Computer Setup Artikelnummer van document: 383705-331 Mei 2005 Inhoudsopgave Computer Setup Index Computer Setup openen........................ 2 Standaardinstellingen van Computer Setup......... 3 Menu
MultiBoot Handleiding
MultiBoot Handleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten en diensten
Setupprogramma Gebruikershandleiding
Setupprogramma Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze documentatie
Setupprogramma. Gebruikershandleiding
Setupprogramma Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze documentatie
MultiBoot. Handleiding
MultiBoot Handleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP-producten en - diensten
Computer Setup Handleiding
Computer Setup Handleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie in deze documentatie
Beveiliging. Handleiding
Beveiliging Handleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP-producten en - diensten
Beveiliging. Gebruikershandleiding
Beveiliging Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze documentatie
Setupprogramma Gebruikershandleiding
Setupprogramma Gebruikershandleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze documentatie
Externe apparatuur Gebruikershandleiding
Externe apparatuur Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP-producten
MultiBoot Handleiding
MultiBoot Handleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP-producten en -diensten
MultiBoot Handleiding
MultiBoot Handleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP-producten en -diensten
Externe apparatuur. Gebruikershandleiding
Externe apparatuur Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie
Software-updates Handleiding
Software-updates Handleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie in deze documentatie
Software-updates Gebruikershandleiding
Software-updates Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze documentatie
Software-updates Gebruikershandleiding
Software-updates Gebruikershandleiding Copyright 2008, 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie
Externe apparatuur. Handleiding
Externe apparatuur Handleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Microsoft en Windows zijn in de Verenigde Staten gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation. De informatie
Computer Setup. Handleiding
Computer Setup Handleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. Bluetooth is een handelsmerk van de desbetreffende
Software-updates Handleiding
Software-updates Handleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows en Windows Vista zijn in de Verenigde Staten gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation. De informatie
Externe apparaten Gebruikershandleiding
Externe apparaten Gebruikershandleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP
Geheugenmodules. Artikelnummer van document: In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u geheugen in de computer kunt vervangen en upgraden.
Geheugenmodules Artikelnummer van document: 393521-332 December 2005 In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u geheugen in de computer kunt vervangen en upgraden. Inhoudsopgave 1 Geheugenmodules toevoegen
Backup en herstel Handleiding
Backup en herstel Handleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie in deze documentatie
Cursorbesturing en toetsenbord Gebruikershandleiding
Cursorbesturing en toetsenbord Gebruikershandleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties
Backup en herstel Handleiding
Backup en herstel Handleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows en Windows Vista zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde
Externe apparatuur Gebruikershandleiding
Externe apparatuur Gebruikershandleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP
Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION DV9870EA
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP PAVILION DV9870EA. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP PAVILION DV9870EA in de gebruikershandleiding
HP Media Remote Control (afstandsbediening, alleen bepaalde modellen) Gebruikershandleiding
HP Media Remote Control (afstandsbediening, alleen bepaalde modellen) Gebruikershandleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows en Windows Vista zijn in de Verenigde Staten
Back-up en herstel Gebruikershandleiding
Back-up en herstel Gebruikershandleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie
Back-up en herstel Gebruikershandleiding
Back-up en herstel Gebruikershandleiding Copyright 2007-2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie
Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION DV6500 CTO
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP PAVILION DV6500 CTO. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP PAVILION DV6500 CTO in de gebruikershandleiding
Back-up en herstel Handleiding
Back-up en herstel Handleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie in deze documentatie
Computer Setup Gebruikershandleiding
Computer Setup Gebruikershandleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Bluetooth is een handelsmerk van de desbetreffende eigenaar en wordt door Hewlett-Packard Company onder licentie
HP Mobile Remote Control (alleen bepaalde modellen) Gebruikershandleiding
HP Mobile Remote Control (alleen bepaalde modellen) Gebruikershandleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows en Windows Vista zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken
Externemediakaarten Gebruikershandleiding
Externemediakaarten Gebruikershandleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Java is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Sun Microsystems, Inc. SD Logo is een handelsmerk
Geheugenmodules Gebruikershandleiding
Geheugenmodules Gebruikershandleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten
HP Mobile Remote Control (alleen bepaalde modellen) Gebruikershandleiding
HP Mobile Remote Control (alleen bepaalde modellen) Gebruikershandleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows en Windows Vista zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken
Externe-mediakaarten. Gebruikershandleiding
Externe-mediakaarten Gebruikershandleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Het SD-logo is een handelsmerk van de desbetreffende eigenaar. De informatie in deze documentatie kan
Software-updates, backup en herstel van software
Software-updates, backup en herstel van software Gebruikershandleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Microsoft en Windows zijn in de Verenigde Staten gedeponeerde handelsmerken
Computerinstellingen Handleiding
Computerinstellingen Handleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Bluetooth is een handelsmerk van de desbetreffende eigenaar en wordt door Hewlett-Packard Company onder licentie
Software-updates, backup en herstel van software
Software-updates, backup en herstel van software Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S.
Geheugenmodules. Gebruikershandleiding
Geheugenmodules Gebruikershandleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten
Externe-mediakaarten
Externe-mediakaarten Artikelnummer van document: 419665-331 Januari 2007 In deze handleiding wordt het gebruik van externe-mediakaarten met de computer beschreven. Inhoudsopgave 1 Kaarten voor het digitale-mediaslot
Mediakaarten Gebruikershandleiding
Mediakaarten Gebruikershandleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Het SD-logo is een handelsmerk van de desbetreffende eigenaar. De informatie in deze documentatie kan zonder
Backup en herstel Handleiding
Backup en herstel Handleiding Copyright 2007, 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie in deze
Geheugenmodules. Gebruikershandleiding
Geheugenmodules Gebruikershandleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP-producten
Backup en herstel. Handleiding
Backup en herstel Handleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie in deze documentatie
SETUP VAN DE BIOS EN BEVEILIGINGSFUNCTIES
H O O F D S T U K T W E E SETUP VAN DE BIOS EN BEVEILIGINGSFUNCTIES In dit hoofdstuk zult u leren hoe u naar het setup-menu van de BIOS gaat en hoe u verscheidene hardware besturingsinstellingen kunt aanpassen.
Geheugenmodules Gebruikershandleiding
Geheugenmodules Gebruikershandleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten
Geheugenmodules Gebruikershandleiding
Geheugenmodules Gebruikershandleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten
Touchpad en toetsenbord
Touchpad en toetsenbord Artikelnummer van document: 410773-331 April 2006 In deze handleiding wordt de werking van het touchpad en 4het toetsenbord van de computer beschreven. Inhoudsopgave 1 Touchpad
