Visplan IJssel Plus, versie 2012



Vergelijkbare documenten
Visplan naam water. Eventueel een ondertitel. Illustratie. Eventueel het logo van de VBC

Rapport Hengelvangstregistraties Volkerak-Zoommeer en kanalen

Combinatie van Beroepsvissers

Rapport. Visplan Veluwe Randmeren

Uitzetten en onttrekken van aal en schubvis

Visserij op het Volkerak-Zoommeer. Samenwerking sport- en beroepsvisserij Emiel Derks

Visplan IJssel Plus, versie 2012

Plan van Aanpak. Opstellen Visplan VBC Rijnland

Visplan Het Bufferbekken

Visplan Waal, Bijlandskanaal en Maas-Waalkanaal

Visrechten Water Verhuurder Huurder Visrecht Ringvaart HHS van Schieland WJ den Boer volledig Ringvaart Hennipsloot

Eddy Lammens, RWS WVL

Bufferbekken te Oostelijke Schelderijnweg 5, Rilland (Bij Kreekraksluizen)

Visplan ZuiderZeeland

Rapport Hengelvangstregistratie 2016 SNOEKBAARS. met registratie van bijvangsten. SNOEK en BAARS

De visstand in vaarten en kanalen

Visrechten van de eigenaar in het Reeuwijkse Plassengebied

Visplan Pannerdensch Kanaal, zuidelijke IJssel, Neder Rijn en Lek - versie 2

Visplan Antwerps Kanaalpand

VISPLAN VOLKERAK/ZOOMMEER

CONVENANT VOOR DE VISSTANDBEHEERCOMMISSIE (VBC) VOOR HET BEHEERGEBIED VAN HET WATERSCHAP RIJN EN IJSSEL

Rapport Hengelvangst registratie 2013 SNOEKBAARS. met registratie van bijvangsten. SNOEK en BAARS

VBC Friese Boezem. Visplan Friese Boezem 2013

VBC Schieland en de Krimpenerwaard. Visplan Schieland en de Krimpenerwaard Deel 1 Algemene uitwerking

Visplan Pannerdensch Kanaal, zuidelijke IJssel, Neder Rijn en Lek. Versie 2, 2012.

Onderzoek naar de visdichtheid in de Twentekanalen m.b.v. sonar

Visplan Benedenrivieren en Haringvliet

Visplan Waal, Bijlandskanaal en Maas-Waalkanaal

MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

OPFRISAVONDEN. Controleurs Sportvisserij en Boa s. Sportvisserij Nederland, Bilthoven. 14 februari 2012

Basiscursus Viswaterbeheer. Bert Zoetemeyer Gerwin Gerlach Sportvisserij Nederland

Overeenkomst tot oprichting van een visstandbeheercommissie voor het beheergebied van Hoogheemraadschap van Rijnland (VBC Rijnland)

Rapport Hengelvangst registratie 2012 SNOEKBAARS. met registratie van bijvangsten. SNOEK en BAARS

Een visie op de sportvisserij, de visstand en het visserijbeheer op de grote rivieren

VISSTANDSONDERZOEK OP DE LEIEMEANDER TE WEVELGEM, West-Vlaanderen Burg 2B B-8000 Brugge. Duboislaan 14 B-1560 Hoeilaart-Groenendaal

Handhaving Sportvisserij Zuid West Nederland presentatie op 28 april 2014 KNVvN. Philip Oprel Anjo Hoogendoorn BOA Sportvisserij Zuid West Nederland

Rapport Hengelvangst registratie 2011 SNOEKBAARS. Volkerak Zoommeer Bathse Spuikanaal Schelde-Rijnkanaal

Visplan recreatieplas Wylerbergmeer

Hoogheemraadschap van Delfland. Integrale nota Vis. Nota van beantwoording en wijziging

Visplan. Zuidelijke Randmeren. Sportvisserij MidWest Nederland HSV Hoop op Geluk Nijkerk Visserijbedrijf J. Wormsbecher Visserijbedrijf G.

Visplan R&IJ. Stand van zaken. Door Frank Bosman Hengelsport Federatie Midden Nederland

Visplan VBC Vallei & Eem. Deel 1, algemene uitwerking

Vertroebeling en (verarming van) de visstand in het Julianakanaal. Jasper Arntz 6 juni 2013

VISRECHTEN-UITGIFTEBELEID VOOR DE BEROEPS- EN SPORTVISSERIJ OP DE STAATSBINNENWATEREN

Sportvisserij op het Twentekanaal

Rapport Hengelvangstregistratie 2009 SNOEKBAARS. Volkerak Zoommeer Bathse Spuikanaal Schelde-Rijnkanaal

Rapport Monitoring Bijvangst Krabbenvisserij IJsselmeer

Beleid Visserijbeheer

Zowel sport- als beroepsvissers hebben belang bij een goede snoekbaarsstand. visionair nr. 8 - juni 2008

Rapport Visserijkundig Onderzoek. Park Transwijk, Nijeveldsingel & singels Egginklaan (Utrecht)

Visplan VBC Rijnland. Deel 1, algemene uitwerking , VBC Rijnland

Visplan Twentekanalen

Waterboekje

VBC Friese Boezem. Visplan Friese Boezem 2017

Viswater De Steeg te Grubbenvorst

NATIONALE AAL MANAGEMENTSPLANNEN BINNEN DE EU

Visplan De Stichtse Rijnlanden

Visplan VBC Vallei & Eem

Bijlage XXXIV. Lijst van de milieu-inbreuken, ter uitvoering van artikel , 1, f), en , derde lid, van het decreet

VBC Aa en Maas. Visplan Aa en Maas. & Brabantse kanalen

Uitzetten (en onttrekken) in Noord-Brabant

Inhoud. evenwicht bestaan tussen de beschikbare hoeveelheden vis in de natuur en wat vissers kunnen vangen.

Onderwerp: Voorlopige resultaten doortrekmetingen vislift H&Z polder Datum: Kenmerk: /not02 Status: Definitief Opsteller: J.

Europese meerval (Silurus glanis) in de Westeinderplassen

Visplan Eiland van Maurik

Vismonitoring Grote Kreek Ouwerkerk. Terugvangproef bot en tarbot 2018

Visplan Schieland en de Krimpenerwaard

Biomassaschatting van de pelagische visstand in een haven van de Antwerpse Linkerscheldeoever

Visuitzettingen (karper) als beheermaatregel (Odi et amo) J. Quak Vissennetwerk 27 september 2012

Juridische aspecten aan visserij op exotische zoetwaterkreeften

Visstandbemonstering Randmeren- Oost In opdracht van Rijkswaterstaat Directie IJsselmeergebied

Snoekbaars en ecologisch herstel

Visplan IJsselmeer en Markermeer

Federatie Groningen Drenthe

Met DNA visstand monitoren op de grote rivieren

Rapportnummer: /rap02 Status rapport: Definitief Datum rapport:

CONCEPT 16 februari VBC Aa en Maas. Visplan Aa en Maas. & Brabantse kanalen

Inventarisatie beschermde vissoorten Vreeland

Inleiding bij convenant VBC Grensmaas

Uitzet zonder ontzetting

Waterboekje Dit waterboekje geeft geen enkel recht. De houder dient een voor dat jaar geldige VISpas in bezit te hebben.

DE BAKENS VERZETTEN Toekomstvisie Beroepsbinnenvisserij augustus 2011 Combinatie van Beroepsvissers

Vismonitoring Hollandse IJssel 2003

Transcriptie:

VBC IJssel Plus Visplan IJssel Plus, versie 2012 Deel 2, IJsseldelta (Vossemeer, Ketelmeer en Zwarte Meer)

Statuspagina Titel Visplan IJssel Plus, versie 2012; Deel 2, IJsseldelta (Vossemeer, Ketelmeer, Zwarte Meer) Samenstelling VBC IJssel Plus Almelosestraat 1 8102 HA RAALTE Telefoon 0572-363370 E-mail info@sportvisserijoostnederland.nl Homepage http://ijsselplus.visstandbeheercommissie.nl Auteur(s) R.A.A. van Aalderen E-mailadres aalderen@sportvisserijnederland.nl Aantal pagina s 50 Trefwoorden visplan, ketelmeer, vossemeer, zwarte meer Versie Definitief Datum 26 november 2012 Bibliografische referentie: VBC IJssel Plus, 2012. Visplan IJssel Plus, versie 2012; Deel 2, IJsseldelta (Vossemeer, Ketelmeer, Zwarte Meer). Opgesteld met ondersteuning van Sportvisserij Nederland, Bilthoven. Vastgesteld tijdens de VBC-vergadering van 3 september 2012 De voorzitter Naam: Handtekening: De secretaris Naam: Handtekening: Voor akkoord getekend door de visrechthebbenden onder de condities zoals vermeld op de volgende pagina.

Handtekeningenblad Ondergetekende verklaart hierbij akkoord te zijn met dit Visplan en verklaart dat de informatie die door of namens hem is aangeleverd ten behoeve van het visplan naar beste weten tot stand is gekomen. Voor wat betreft hoofdstuk 3 (huidige situatie) stemt ondergetekende niet in met eventuele foutieve informatie die door andere partijen is ingebracht. Voor wat betreft hoofdstuk 4 (streefbeelden en maatregelen) gaat de ondergetekende alleen akkoord met de streefbeelden en maatregelen die betrekking hebben op de eigen visrechten en visserijactiviteiten. De ondergetekende gaat niet per definitie akkoord met de in hoofdstuk 4 van dit Visplan genoemde streefbeelden en maatregelen van andere visrechthebbenden. Visserijbedrijf A. Hoekman en Zn BV (GM29) Naam: Handtekening: Visserijbedrijf Hoekman-Bekendam (GM18) Naam: Handtekening: Visserijbedrijf W. Timmerman en Zn (GM57) Naam: Handtekening: Sportvisserij Oost Nederland Naam: Handtekening:

Inhoudsopgave 1 Inleiding... 7 1.1 Status en looptijd visplan... 8 1.2 Werkwijze... 8 1.3 Werkwijze... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 1.4 Doelstellingen... 8 1.5 Leeswijzer... 9 2 Huidige situatie gebied en beleid... 11 2.1 Gebiedsbeschrijving en begrenzing... 11 2.2 Beleid en beheer visstand, visserij en watersystemen... 13 3 Huidige situatie visserij, visserijbeheer en visstand... 17 3.1 Visrechten en visserijgebruik... 17 3.2 Visstand en viswatertype... 19 3.3 Visuitzettingen... 21 3.4 Visonttrekking... 21 3.5 Vismortaliteit... 23 3.6 Visserijkundig onderzoek, monitoring en vangstregistratie... 23 3.7 Regelgeving... 24 3.8 Controle en handhaving... 24 3.9 Bereikbaarheid en bevisbaarheid... 25 4 Gewenste situatie en streefbeelden... 27 4.1 Visrechten en visserijgebruik... 27 4.2 Visstand en viswatertype... 27 4.3 Visuitzettingen... 29 4.4 Visonttrekking... 29 4.5 Vismortaliteit... 30 4.6 Visserijkundig onderzoek, monitoring en vangstregistratie... 30 4.7 Regelgeving... 31 4.8 Controle, handhaving en sanctionering... 32 4.9 Bereikbaarheid en bevisbaarheid... 32 5 Uitvoeringsprogramma en toetsing... 33 6 Diversen en overige zaken... 34 6.1 Communicatie... 34 6.2 Monitoring en evaluatie... 34 7 Bijlagen... 35

- Inleiding - 1 Inleiding Het voorliggende visplan is, met ondersteuning van Sportvisserij Nederland, opgesteld door de visrechthebbenden van het Vossemeer, Ketelmeer en Zwarte Meer, die samenwerken in de VBC IJssel Plus. Het visplan beschrijft het huidige en voorgenomen visserijbeheer en de daarop afgestemde visserij door de sport- en beroepsvisserij in het VBCbeheergebied. Dit visplan is een aanvulling op het Visplan IJssel Plus, deel 1. Op een aantal plaatsen wordt verwezen naar dit visplan. Voor dit visplan zijn de volgende zaken kaderstellend en/of richtinggevend: de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De IJssel is een waterlichaam, de KRW-doelstellingen hiervoor zijn uitgewerkt door Rijkswaterstaat en opgenomen in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2010-2015. De doelstellingen zijn gebaseerd op de default-maatlatten (Pot, 2005) en het Beheerprogramma voor de Rijkswateren 2010 2015. Beleid Binnenvisserij Ministerie van EL&I (VBC s, Visplannen - brief minister van EL&I, november 2009-, Regeling Grote vistuigen, voorwaarden c.q. aanwijzing bij huurovereenkomsten voor het visrecht); Nationaal Aalbeheerplan (Ministerie van EL&I, 2009); Het Convenant VBC IJssel Plus (2005) In dit visplan wordt eerst de huidige situatie beschreven. Vervolgens zijn de wensen van sport- en beroepsvisserij als streefbeeld geformuleerd. Ten behoeve van de realisatie van de streefbeelden zijn voorgenomen beheermaatregelen vastgelegd. De concrete afspraken over de visserij zijn vastgelegd in het Visserijreglement IJsseldeltameren dat onderdeel is van dit visplan (zie Bijlage IV). De VBC IJssel Plus is van mening dat dit visplan een degelijke aanzet vormt voor een toekomstig duurzaam visserijbeheer waarin voor alle partijen duidelijke afspraken staan over de uitvoering van de visserij. Dit visplan is opgesteld in overleg tussen de visrechthebbende partijen van het Vossemeer, Ketelmeer en Zwarte Meer, die samenwerken binnen de VBC IJssel Plus. De partijen verbinden zich aan dit visplan door het te ondertekenen. Indien een partij zich niet houdt aan de afspraken in dit visplan kan dat aanleiding zijn dat de andere partijen de samenwerking opzeggen en dit rapporteren aan het Ministerie van EL&I. 7 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - 1.1 Status en looptijd visplan Het visplan heeft een looptijd van drie jaar. Tussentijds wordt het visplan jaarlijks geëvalueerd en indien nodig, na schriftelijke instemming van betrokkenen, bijgesteld. Het visplan dient bij iedere wijziging opnieuw te worden vastgesteld en te worden goedgekeurd door het Ministerie van EL&I, na een positief advies van Rijkswaterstaat. 1.2 Werkwijze Bij het schrijven van het visplan is gebruik gemaakt van het landelijke sjabloon visplan opgesteld door Sportvisserij Nederland en de Combinatie van Beroepsvissers. Waar van toepassing is gebruik gemaakt van landelijk opgestelde richtlijnen of instructies (o.a. Vissen met Verstand). Voor dit visplan is als eerste stap informatie verzameld over de visstand, de visserij en de streefbeelden voor visstand en visserij. Vervolgens zijn maatregelen geformuleerd om de streefbeelden te realiseren. De maatregelen zijn door Rijkswaterstaat als waterbeheerder getoetst op strijdigheid met de KRW-doelen. Na de beoordeling is het visplan ter goedkeuring voorgelegd aan het ministerie van EL&I. In de toekomst zal actualisatie van het visplan plaatsvinden. Het visplan heeft daarmee het karakter van een groeidocument. 1.3 Doelstellingen Het Visplan IJssel Plus heeft conform het VBC-convenant een aantal doelstellingen die voortvloeien uit het Rijksbeleid. Concreet wordt ingegaan op de actuele situatie en de gewenste mogelijkheden voor de sport- en beroepsvisserij. De VBC bepaalt in samenspraak op welke wijze de visstand benut kan worden. Doelstellingen visplan: Het gezamenlijk vormgeven en uitvoeren van een planmatig, doelmatig en duurzaam visstandbeheer en visserijbeheer, op basis van gezamenlijk vastgestelde uitgangspunten, doelstellingen en uitvoeringsprogramma voor het visstandbeheer en de visserij. Het bijdragen aan het realiseren en in stand houden van een duurzame visstand. Het versterken van de samenwerking in het visstandbeheer en de visserij door het betrekken van en afstemmen met beleids- en beheerdoelstellingen van deelnemende belanghebbenden. Een transparante regelgeving in de visserij. Het verkrijgen van inzage in de huidige en voorgenomen bevissing als onderdeel van een duurzaam visserijbeheer. 2012 VBC IJssel Plus 8

- Inleiding - 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van het gebied en het beleid dat betrekking heeft op visstandbeheer en visserij beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de huidige situatie van de sport- en beroepsvisserij, het visserijbeheer en de visstand beschreven. Onder andere een overzicht van visrechten, visuitzetting en visonttrekkingen komen aan de orde. De gewenste situatie, streefbeelden en maatregelen voor de visstand en visserij worden in hoofdstuk 4 beschreven. In hoofdstuk vijf worden de voorgenomen maatregelen getoetst. En tot slot is in hoofdstuk 6 een uitvoeringsprogramma opgenomen, om de maatregelen ook daadwerkelijk te realiseren. Het Visplan wordt besloten met bijlagen. 9 VBC IJssel Plus

- Huidige situatie gebied en beleid - 2 Huidige situatie gebied en beleid 2.1 Gebiedsbeschrijving en begrenzing Dit visplan is opgesteld voor het Ketelmeer, het Vossemeer en het Zwarte Meer. Het totale oppervlak van dit plangebied (zie Figuur 2.1) bedraagt ongeveer 5400 ha en bestaat voornamelijk uit ondiepe wateren die gevoed worden met voedselrijk water uit de IJssel hetgeen de visstand en de visproductie ten goede komt. Voor de IJssel, Zwarte Water, Overijsselse Vecht en het Meppelerdiep is separaat een visplan (deel 1) opgesteld. Vanwege de samenhang tussen de genoemde wateren zijn zoveel mogelijk dezelfde uitgangspunten gehanteerd. Figuur 2.1 Overzichtskaart plangebied Topografische ondergrond: Topografische Dienst, Emmen Zwarte Meer Het Zwarte Meer is een ondiep meer. Het meer heeft met uitzondering van de vaargeulen overal een diepte van minder dan een meter. Een markant element in het landschap is het Vogeleiland in het oosten van het gebied. Afhankelijk van de rivieraanvoer heeft het water een verblijftijd van enkele dagen tot ongeveer een maand. Het oppervlak van het Zwarte Meer is ongeveer 1800 hectare (1500 ha van de Staat en 300 ha van Staatsbosbeheer). Het Zwarte Meer wordt in de winter gevoed door het Zwarte Water (Vecht) met een gemiddelde winter afvoer van 95 m3/s. In de zomer bij een geringere afvoer is een groot deel van het water afkomstig uit het Ketelmeer (IJssel). Het Zwarte Meer wordt ook gevoed met water via de Kadoelersluis en met water dat uit de polders van oude landzijde wordt 11 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - uitgeslagen. De waterkwaliteit van het Zwarte Meer wordt in de zomer sterk beïnvloed door de kwaliteit van Rijn- en IJsselwater. Het fosfaat en stikstof gehalte ligt meer dan twee maal zo hoog als de MTR-norm. Het Zwarte Meer is in de winter te karakteriseren als een rivier en in de zomer als een meer. Door sterke op- en afwaaiing, als gevolg van de ligging van het meer ten opzichte van de overheersende windrichting en de open verbinding met Ketelmeer en IJsselmeer, is er veel variatie in het waterpeil. Door de peildynamiek is een relatief groot oppervlak waterriet in stand gebleven. Deze moerasgordel ligt aan de zuidzijde. In de zomer groeien er op de ondiepten grote hoeveelheden van het Waternetje (Hydrodiction reticulatum), een groenalg. Dit heeft waarschijnlijk een positief effect op de helderheid van het water, maar is minder interessant voor herbivore watervogels. Tussen de waterplanten leven flinke aantallen van de Kleine modderkruiper, en ook de Grote modderkruiper en de Rivierdonderpad komen in het meer voor (bron: www.synbiosys.alterra.nl). Ketelmeer Het Ketelmeer kreeg zijn huidige vorm met het sluiten van de dijken rondom Oostelijk Flevoland in 1956. Het Ketelmeer fungeert door de vorm en de ligging als verlengstuk van de IJssel. Het water heeft een verblijftijd van slechts enkele dagen en het ecosysteem laat een aantal duidelijke rivierkenmerken zien. Doordat het meer relatief diep is en zich versmalt in westelijke richting, fungeert het als bezinkbekken voor slib uit de IJssel. Door de hoge graad van verontreinigingen van dit slib (in de jaren 1960 en 1970) is vooral de bodemfauna sterk verarmd. Dit verontreinigde slib wordt momenteel verwijderd en opgeslagen in het slibdepot IJsseloog, dat in het midden van het meer is aangelegd. Door variaties in afvoer van de IJssel en door op- en afwaaiing is de peildynamiek in het gebied relatief groot. Daardoor, en ook door het snijden en afvoeren dan wel het periodiek branden van Riet, wordt de verlanding van de oevervegetatie vertraagd en zijn er relatief grote oppervlakten waterriet (bron: www.synbiosys.alterra.nl/). Het oppervlak van het Ketelmeer bedraagt ongeveer 3270 hectare. De bodem van het westelijk deel van het Ketelmeer is bedekt met een laag vervuild slib van zo n 25 centimeter dik. Rijkswaterstaat zal in 2010 starten met de sanering van dit deel van het Ketelmeer, de werkzaamheden zullen in 2013 worden afgerond (bron: www.rijkswaterstaat.nl). Vossemeer Het Vossemeer kreeg zijn huidige vorm met het sluiten van de dijken rondom Oostelijk Flevoland in 1956. Het Vossemeer is min of meer een voortzetting van het Drontermeer, met aan de ene kant de harde, basalten polderdijk en de vaargeul, en aan de andere kant zeer ondiepe wateren langs de oude landzijde. Het oppervlak van het Vossemeer bedraagt ongeveer 330 hectare. Het water heeft een verblijftijd van enkele maanden. In 1997 is er een omvangrijke natuurontwikkeling gerealiseerd in de ondiepe delen van het gebied, in de vorm van een mozaïek van honderden kleine kleiheuvels en ringdijken. Door variaties in afvoer van de IJssel en door op- en afwaaiing is de peildynamiek in het 2012 VBC IJssel Plus 12

- Huidige situatie gebied en beleid - gebied relatief groot. Daardoor, en ook door het snijden en afvoeren dan wel het periodiek branden van Riet, wordt de verlanding van de oevervegetatie vertraagd en zijn er relatief grote oppervlakten waterriet. 2.2 Beleid en beheer visstand, visserij en watersystemen 2.2.1 Binnenvisserijbeleid Het kader voor de visserij op de binnenwateren is de Visserijwet van 1963. Hierin zijn de bevoegdheden van de visrechthebbenden beschreven. Het Ministerie van EL&I heeft het binnenvisserijbeleid beschreven in een brief aan de Tweede Kamer (november 2009). De voor dit visplan relevante beleidspunten zijn: De visserij moet passen bij de doelen die de waterbeheerder stelt op grond van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De visrechthebbenden dienen daarom in VBC-verband afspraken te maken over de visserij en deze vast te leggen in het visplan. De waterbeheerder dient het visplan te toetsen op basis van de vastgestelde KRW-doelen voor de visstand. De bestaande stroperijbestrijding, in regionale stroperijteams in de kerngebieden waar de stroperij zich concentreert, wordt voortgezet. Daarnaast wordt een wetsvoorstel voorbereid om visstroperij als misdrijf strafbaar te stellen in de Wet op de economische delicten (WED). De lijst met vissoorten waarop de Visserijwet van toepassing is, wordt in 2010 uitgebreid zodat een aantal veel voorkomende en beviste soorten als roofblei en een aantal soorten rivierkreeft onder de werking van de Visserijwet komen te vallen. Verder worden een aantal Reglementen geactualiseerd. Hierbij zullen de gesloten tijden en minimummaten voor een aantal vissoorten aan de recente bestandsontwikkelingen worden aangepast, en zal het huidige vergunningstelsels voor nachtvisserij en voor electrovisserij worden vervangen. 2.2.2 Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) Doel van de KRW is om de waterlichamen in de betreffende stroomgebieden in 2015 in een goede ecologische en chemische toestand te krijgen en/of te houden. Er is hierbij uitstel mogelijk van 2 x 6 jaar, dus de eindtermijn is 2027. Om in 2015 de waterlichamen in een goede staat te krijgen of te houden zijn maatregelenpakketten samengesteld. Deze zijn op landelijk niveau besproken en per stroomgebied zijn er voor de Rijkswateren door Rijkswaterstaat keuzes gemaakt in de voorgestelde maatregelen. Het voorkeursalternatief bestaat voornamelijk uit inrichtingsmaatregelen; maatregelen voor verbetering van de chemische kwaliteit moeten veelal landelijk of Europees niveau worden genomen (bijvoorbeeld voor het stikstofbeleid). KRW-doelen Deze wateren hebben zowel kenmerken van meren als van rivieren. Het type water heeft in KRW jargon de kenmerken van type M14 (ondiepe 13 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - gebufferde plassen). Het Ketelmeer heeft echter ook enkele kenmerken van type R7 (langzaam stromende rivier/nevengeul op zand/klei). Omdat de meren kunstmatig zijn, kan er volgens de systematiek van de KRW geen goede ecologisch toestand worden bereikt. De goede ecologische toestand wordt namelijk alleen behaald als een water zodanig wordt hersteld dat het weer overeenkomt met de natuurlijke (niet door mensen beïnvloedde) situatie. In de KRW-systematiek worden dergelijke wateren aangeduid als kunstmatig en is het doel om zo dicht mogelijk bij het goede ecologische potentieel te komen. Om te toetsen of dit zo is, is er een maatlat voor kunstmatige of sterk verandere wateren samengesteld, deze maatlat houdt rekening met bepaalde onomkeerbare niet natuurlijke kenmerken van de meren. De maatlat is overgenomen uit de laatste versie van het rapport van de default-mep/gep s (Pot, 2005). Voor een uitgebreide beschrijving van de maatlatten wordt hiernaar doorverwezen. Maatlat vis voor het type M14 Matig grote ondiepe laagveenplassen Deelmaatlat Weging MEP-GEP Matig Ontoereikend Slecht Aandeel brasem (%) 0,3 8-31 31-54 54-77 77-100 Aandeel baars + blankvoorn in 0,2 43-32 32-22 22-11 11-0 % van alle eurytopen Aandeel plantminnende vis (%) 0,1 9-7 7-5 5-2 2 0 Aandeel zuurstoftoleranten (%) 0,1 1-0,8 0,8-0,5 0,5-0,3 0,3 0 Aantal soorten 0,3 21-17 17-14 14-11 11 8 Score 1-0,6 0,6-0,4 0,4-0,2 0,2 0 Echter, door de invloed van de IJssel op deze wateren ligt het nutriëntengehalte van de wateren boven die passend bij type M14 en dit zal zeker zijn weerslag vinden in de samenstelling van de vispopulatie (meer opschuiven van blankvoorn - snoek naar brasem - snoekbaars. De huidige score en de doelstelling voor de meren is weergegeven in Bijlage II. Daarnaast voert Rijkswaterstaat de voor de KRW verplichte monitoring uit. Deze monitoring is gekoppeld aan het al bestaande MWTLprogramma 1. Ook hier is de visstand een van de te monitoren parameters. 2.2.3 Natura 2000 Natura 2000 is het samenhangende Europees ecologisch netwerk bestaande uit de gebieden aangewezen onder de Habitatrichtlijn. Dit netwerk moet de betrokken natuurlijke habitattypen en habitats van soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding behouden of in voorkomend geval herstellen. Natura 2000 bestrijkt ook de onder de Vogelrichtlijn aangewezen gebieden. 1 MWTL: Monitoring van de Waterstaatkundige Toestand des Lands. Een landelijk monitoringsprogramma op de grotere wateren. Visstand is daar een onderdeel van. De vismonitoring is onderverdeeld in passieve vistuigen (door beroepsvissers) en actieve monitoring dmv de kor (sleepnet) en het elektrovisapparaat (door IMARES). 2012 VBC IJssel Plus 14

- Huidige situatie gebied en beleid - Het werkgebied van dit visplan omvat de volgende N2000 gebieden: 74: Zwarte meer (voorheen VR gedeeltelijk HR gebied) 75: Ketelmeer en Vossemeer (voorheen VR en gedeeltelijk VR en HR gebied) Na aanwijzing van deze gebieden en vaststellen van doelen zal het bevoegd gezag een beheerplan op moeten gaan stellen voor deze gebieden. De beheerplannen bepalen of bepaalde activiteiten uitgevoerd kunnen blijven worden of alleen middels speciale vergunning. Een visplan kan door het bevoegd gezag onderdeel gemaakt worden van een beheerplan. Daarvoor moeten de VBC-partijen wel een gezamenlijk visplan kunnen overleggen. 2.2.4 Europese aalverordening en Nederlands aalbeheerplan In 2009 is het Nederlands aalbeheerplan goedgekeurd door de Europese Commissie. Het plan zet in op een herstel van de Europese aalstand met behoud van een gereguleerde aalvisserij. Concreet houdt dit in dat sportvissers alle gevangen aal direct in hetzelfde water terug moeten zetten (deze regel is door Sportvisserij Nederland al per 1 januari 2009 ingevoerd) en dat de beroepsvissers vanaf 2010 niet meer op aal mogen vissen in de maanden september, oktober en november. In 2012 zal het effect van deze maatregel worden geëvalueerd. 2.2.5 Verbod aalvisserij Voor het Ketelmeer geldt vanwege de dioxineverontreinigingen in aal en wolhandkrab een verbod voor het gebruik van de volgende vistuigen: aaldogger; aalfuik; aalhoekwant; aalkistje; aalzegen; ankerkuil; electrovisapparaat, visfuik en de peur. Daarnaast geldt er een verbod voor het in bezit hebben van aal en wolhandkrab. Het verbod is opgenomen in artikel 54c van de Visserijwet en artikel 28b van de Uitvoeringsregeling Visserij. 15 VBC IJssel Plus

- Huidige situatie visserij, visserijbeheer en visstand - 3 Huidige situatie visserij, visserijbeheer en visstand 3.1 Visrechten en visserijgebruik 3.1.1 Beroepsvisserij Zwarte Meer Op het Zwarte Meer geeft de Staat vijf schriftelijke toestemmingen uit voor de visserij met alle geoorloofde vistuigen aan vier beroepsvissers. Het gaat om de volgende toestemmingen / beroepsvissers: Timmerman 2 toestemmingen Bekendam 2 toestemmingen Hoekman 1 toestemming De afgegeven toestemmingen op het Zwarte Meer staan visserij toe met alle geoorloofde vistuigen. Op het gedeelte van het water in beheer bij Natuurmonumenten is een huurovereenkomst voor het volledig visrecht uitgegeven aan beroepsvisser Timmerman. Door de beroepsvisserij is het Zwarte Meer verdeeld in vakken waarin schiet- en hokfuiken gezet mogen worden. Elk vak behoort aan één beroepsvisser toe: aan het vak waar de fuiken staan is te zien wie de eigenaar van de fuiken is. De zegenvisserij is een gemene weide visserij die uitgeoefend mag worden van 1 juni tot 1 april (dat wil zeggen: gedurende het hele jaar minus de gesloten tijd). De electrovisserij mag in het gebied alleen uitgeoefend worden door Bekendam (GM 18) op het Ramsdiep vanaf begin Leidam tot aan de monding van de Schokkerhaven. In dit gedeelte wordt niet met schietfuiken gevist. Timmerman mag elektrisch vissen in het gebied dat beheerd wordt door Natuurmonumenten. Ketelmeer / Vossemeer Op het Vossemeer is sprake van gesplitst visrecht waarbij het aalrecht ligt bij de beroepsvisserij en het schubvisrecht bij de hengelsport. Voor het Ketelmeer zijn alleen de schubvisrechten uitgegeven. Op het Ketelmeer/Vossemeer vissen twee beroepsvissers, te weten Bekendam en Hoekman. Op het Vossemeer mogen zij vissen met alle geoorloofde aalvistuigen m.u.v. de electrovisserij. Daarnaast wordt aan deze vissers jaarlijks een zegenvergunning afgegeven door de schubvisvisrechthebbende, Sportvisserij Oost-Nederland. Die verstrekt tevens een schriftelijke toestemming voor de spieringvisserij, indien de 17 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - spieringvisserij op het IJsselmeer wordt toegestaan. De toestemming voor de spieringvisserij wordt alleen gegeven wanneer de bestandsomvang voldoende groot is. Krabben worden bijgevangen in hokfuiken op het Vossemeer. De plaatsen waar de hokfuiken mogen staan, zijn op kaart vastgelegd door Rijkswaterstaat (zie Bijlage VI, kaart 1) Ringen in de fuiken zijn veelal 14,5 mm (i.p.v. de 13 mm wettelijke eis). Verder vist Bekendam met drie-kelers, dit zijn hokfuiken met slechts drie kelen, die ongeveer 48% minder bijvangst hebben, Hoekman vist met traditionele hokfuiken. Regulering beroepsvisserij De visserij wordt gereguleerd op basis van de vangstinspanning. In het visserijreglement (Bijlage IV) is een bovengrens voor de visserijinspanning vastgelegd. 3.1.2 Sportvisserij Sportvisserij Oost-Nederland huurt het schubvis-visrecht op het Ketelmeer en Vossemeer van de Staat. De federatie heeft beide meren ingebracht in de landelijke lijst van viswateren behorend bij de VISpas. Iedere houder van een VISpas is daardoor gerechtigd om op deze meren te vissen met één of twee hengels. De sportvisserij heeft geen visrechten op het Zwarte Meer. Daar vindt momenteel geen sportvisserij plaats. Tot aan 2006 mocht er op grond van de vrije hengel wel gevist worden met één hengel. Vismethoden Voor de sportvisserij bieden het Ketelmeer en Vossemeer de ruimte aan vele vistechnieken (vaste stok, feederhengel, werphengel, of vliegenhengel). De visserij vindt plaats vanuit bootjes of vanaf de oever. De sportvissers in dit gebied zijn als volgt te typeren: Witvis-vissers: vissen vooral op het goede bestand aan blankvoorn, brasem en kolblei en winde. Dit type vist met vaste hengel of feederhengel, vanaf de oever. Vliegvissers: vissen vooral op het goede bestand aan blankvoorn en winde. Dit type vist wadend langs de oever in het Vossemeer en langs de oostzijde van het Ketelmeer. Karpervissers: gespecialiseerde vissers die uitsluitend op karper vissen, vissen ook regelmatig s nachts. Visserij vindt plaats vanaf de oever. Roofvis-vissers: gespecialiseerde vissers op baars, snoekbaars, snoek en roofblei. Visserij vindt plaats vanuit kleine bootjes of vanaf de oever. Peurvissers: (nacht)visserij op paling. Hier is een speciale schriftelijke toestemming voor nodig, deze groep vissers is sterk afgenomen. De peur is in de periode september t/m november een verboden vistuig. Peurvisserij vindt zowel plaats vanuit bootjes als vanaf de kant. Alleen op het Zwarte Meer vindt de peurvisserij plaats. Beroepsvisser 2012 VBC IJssel Plus 18

- Huidige situatie visserij, visserijbeheer en visstand - Timmerman geeft hiervoor toestemmingen af aan individuele sportvissers. De toestemming bevat geen restricties met betrekking tot het meenemen van paling. Het aas wordt over het algemeen dicht bij de bodem aangeboden, dit geldt niet of in mindere mate voor vliegvissers en de visserij met kunstaas. In het voorjaar tijdens de paaitrek (vooral in april) trekken grote scholen blankvoorns, brasems en winde de rivier op. Tijdens deze perioden wordt er veel gevist. Door de toenemende specialisatie van sportvissers zijn bepaalde vissen door sportvissers meer geliefd dan andere. Karper en snoekbaars worden gericht bevist. Visserij intensiteit Er worden ongeveer 10 viswedstrijden per jaar gehouden op het Ketelmeer. Gemiddeld nemen 100 personen deel aan de wedstrijden. De gemiddelde duur van een wedstrijd is 5 uur. Geschat wordt dat het jaarlijks aantal vissessies door sportvissers op de IJssel en het Ketelmeer op circa 72.000 ligt (Aalderen en Verspui, in prep), ongeveer 16% van de vissessies vindt plaats vanuit een boot. Voor een uitgebreide beschrijving van de sportvisserij wordt verwezen naar het Visplan deel 1. De visserijintensiteit op het Vossemeer is gering en is niet onderzocht. Op het Zwarte Meer vindt geen sportvisserij plaats. Lokvoer Gebruik van lokvoer zal in het plangebied niet leiden tot eutrofieringsproblemen vanwege de grote omvang en de stroming van het water. 3.2 Visstand en viswatertype De visstanden in het Zwarte Meer en Vossemeer zijn erg gelijkend en zijn vooral gekenmerkt door een lage visbiomassa van minder dan 50 kg/ha. In het Ketelmeer ligt de visbiomassa net boven de 100 kg/ha, het bestand wordt daar sterk gedomineerd door brasem. Indien de brasem buiten beschouwing wordt gelaten lijken de visbestanden sterk op elkaar, met de kanttekening dat op het Ketelmeer relatief veel winde en minder karper wordt aangetroffen. Zwarte Meer Door de beroepsvissers wordt aangegeven dat er in het Zwarte Meer sprake is van een redelijk dichte visstand. In de zomer komt er veel flap voor waardoor de fuikenvisserij in die periode niet lonend is (ze lopen vol met flap en vangen niet meer). In het gebied zijn visstandbemonsteringen uitgevoerd in 2004 en 2008. Het laatste onderzoek werd echter onder zeer slechte omstandigheden (hinder van het weer en waterplanten) uitgevoerd en volgens de beroepsvissers zijn de toen behaalde resultaten daarom geen afspiegeling van de werkelijke visstand. 19 VBC IJssel Plus

Kg/ha - Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - Ketelmeer Het Ketelmeer heeft het dichtste visbestand van de drie meren. Dit meer dient in het voorjaar zowel als paaiplaats en als paairoute van witvis vanaf het IJsselmeer naar de oevers van meren en de IJssel. Vossemeer Het Vossemeer heeft de minst dichte visstand. Figuur 3.1 120 100 80 60 40 20 0 Kuilvangsten 2004-2008 Zwarte Meer Ketelmeer Vossemeer Marmergrondel Houting Alver Roofblei Kleine modderkruiper Hybride Spiering Zeelt Kolblei Giebel Winde Snoek Bot* Karper Baars Aal Blankvoorn Snoekbaars Pos Brasem Bestandschatting op basis van de kuilbemonstering in kg/ha gemiddeld over de jaren 2004-2008. 2012 VBC IJssel Plus 20

Kg/ha - Huidige situatie visserij, visserijbeheer en visstand - Kuilvangsten 2004-2008 Figuur 3.2 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 Zwarte Meer Ketelmeer Vossemeer Marmergrondel Houting Alver Roofblei Kleine modderkruiper Hybride Spiering Zeelt Kolblei Giebel Winde Snoek Bot* Karper Baars Aal Blankvoorn Snoekbaars Bestandschatting op basis van de kuilbemonstering in kg/ha gemiddeld over de jaren 2004-2008, de brasem is in de grafiek weggelaten. Pos 3.3 Visuitzettingen Door de beroepsvisserij is in 2010 ongeveer 10 kilogram glasaal in het Ketelmeer en Vossemeer uitgezet. Door de sportvisserij is er de afgelopen jaren geen vis uitgezet. 3.4 Visonttrekking 3.4.1 Sportvisserij De onttrekking van vis door sportvissers is beperkt tot snoekbaars. Overige vis wordt nauwelijks onttrokken. Sinds 2009 geldt er een meeneemverbod van paling voor sportvissers, bovendien is onttrekking van aal op het Ketelmeer sinds 1 april 2011 verboden, vanwege een algeheel verbod op het in bezit hebben van aal in de nabijheid van het Ketelmeer. Voor snoekbaars geldt er een meeneemlimiet van 2 stuks per visdag. Veel snoekbaarsvissers maken hier geen gebruik van. Uit het sportvisserijonderzoek voor de IJssel (Aalderen en Verspui, in prep.) blijkt dat 8,7% van de geënquêteerde sportvissers langs de IJssel (soms) wel eens snoekbaars meeneemt van de IJssel. Op basis van de teruggestuurde vangstlogboeken en het landelijke onttrekkingspercentage van 10,2% van de gevangen snoekbaars, wordt geschat dat de jaarlijkse onttrekking van snoekbaars op de gehele IJssel en het Ketelmeer 21 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - ongeveer 2.700 stuks bedraagt, dit komt neer op een onttrekking van 0,96 stuks per hectare per jaar. 3.4.2 Beroepsvisserij De vangstgegevens van Hoekman, Bekendam en Timmerman over 2011 zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel: De onttrekking door de beroepsvisserij in 2011 in kilogrammen. Vissoort Timmerman Hoekman Bekendam Zwarte meer, Ketel- en Zwarte Meer Ketel-, Vosse- en Zwarte water, IJssel Vossemeer Zwarte Meer Aal 7966 871 3892 2604 Snoekbaars 2744 1368 134 306 Baars 615 Blankvoorn 7082 1400 13 Brasem/kolblei 76.054 107.272 35187 Wolhandkrab 1144 Snoek 2338 Karper 1044 Overig 1820 Totaal 100.807 kg 110.911 kg 4.026 38.110 Ketelmeer/Vossemeer De vangstgegevens van beide beroepsvissers Hoekman en Bekendam over 2006, 2007 en 2008 staan in onderstaande tabel. Een overzicht van de vangsten staat in Bijlage III. Tabel: De jaarlijkse onttrekking uit het Ketelmeer/Vossemeer (3.600 ha) door de beroepsvisserij in de periode 2007-2009: 2007 2008 2009 Gemiddeld (kg) Gemiddeld (kg/ha) Paling: 40.434 28.443 24.489 *) 31.122 8,65 Snoekbaars: 4.337 5.871 3.834 4.681 1,30 Baars: 2.612 2.174 2.623 2.470 0,69 Blankvoorn: 9.425 6.990 39.237 18.551 5,15 Brasem: 81.237 93.917 105.177 93.444 25,96 Spiering 179 186 10.930 3.765 1,05 Wolhandkrab 3009 2725 1077 2.270 0,63 Totaal (kg) 143.240 142.314 189.376 156.303 Totaal 39,79 39,53 52,60 43,42 (kg/ha) *) In oktober en november is er niet op paling gevist in 2009. 2012 VBC IJssel Plus 22

- Huidige situatie visserij, visserijbeheer en visstand - 3.5 Vismortaliteit Gegevens over de stroperij zijn (per definitie) onbekend. Om hierover zinnige uitspraken te doen zal eerst het contact met opsporingsinstanties geïntensiveerd moeten worden. Er zullen afspraken gemaakt moeten worden over de terugkoppeling van stroperij- en controlegegevens. Uiteraard is iedereen het meest gebaat bij een efficiënte bestrijding van de stroperij zodat de stroperijonttrekking geschat kan worden op (vrijwel) nul. Predatie door visetende vogels is ook een factor van betekenis voor wat betreft de regulatie van het visbestand. De belangrijkste vispredator is de aalscholver. Uit de watervogeltellingen 2005/2006 kan een ruwe schatting gemaakt worden van de jaarlijkse visonttrekking door aalscholvers. Aalscholvers eten per dag gemiddeld 350 gram vis. Het gemiddelde aantal aalscholvers vermenigvuldigd met de dagconsumptie en het aantal dagen per jaar geeft de jaarlijkse visonttrekking. In de onderstaande tabel is per meer de visonttrekking weergegeven. Meer Seizoens gemiddelde* Jaarlijkse vis onttrekking (kg) Onttrekking in kg per ha Ketelmeer en Vossemeer 870 111.143 30,9 Zwarte Meer 330 42.158 23,9 *Seizoensgemiddelde is het gemiddelde van de maanden juli t/m juni (Ministerie van EL&I, 2010). In totaal wordt jaarlijks ongeveer 70 kg/ha vis (inclusief onttrekking door beroepsvisserij) aan het Ketelmeer en Vossemeer onttrokken. In vergelijking met de geschatte visbiomassa van rond de 100 kg/ha, is dit een aanzienlijke onttrekking van vis. Mogelijke verklaringen voor deze relatief hoge onttrekking zijn dat het visbestand is onderschat, het aalscholverbestand is overschat, de aalscholvers ook elders fourageren en dat er vis wordt onttrokken die van buiten het gebied komt (bijvoorbeeld schieraal, blankvoorn, brasem en spiering). 3.6 Visserijkundig onderzoek, monitoring en vangstregistratie 3.6.1 Rijkswaterstaat De meren zijn opgenomen in het MWTL-programma. Dit betekent dat de meren eens in de vier jaar actief worden bemonsterd. Passieve bemonstering via fuiken vindt niet plaats. 3.6.2 Sportvisserij Individuele sportvissers kunnen hun vangst per vissessie via www.vangstenregistratie.nl of www.mijnvismaat.nl registreren. Op deze manier wordt waardevolle informatie verzameld en kunnen trends worden waargenomen. In het systeem zijn nog te weinig vissessies gerapporteerd 23 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - om uitspraken te kunnen doen over de vangsten of de visstand. 3.6.3 Beroepsvisserij De beroepsvissers zijn sinds 1 januari 2010 verplicht om een vangstregistratie van paling bij te houden. Daarnaast zijn ze op grond van het visserijreglement (Bijlage IV) verplicht om de vangsten van schubvis bij te houden. 3.7 Regelgeving 3.7.1 Sportvisserij Het Ketelmeer en Vossemeer zijn opgenomen in de landelijke lijst van viswateren behorend bij de VISpas. De bijbehorende regelgeving is hieronder vermeld: Er mogen maximaal 2 hengels worden gebruikt, voorzien van alle wettelijk toegestane aassoorten. Ten aanzien van het meenemen van vis gelden er beperkingen, er mogen maximaal 15 vissen groter dan 15 cm per visdag worden behouden en meegenomen, bovendien geldt: een algeheel meeneemverbod van karper. een meeneemlimiet per visdag van één forel, één snoek en twee snoekbaarzen. Meerdere gevangen exemplaren van deze vissoorten dienen onmiddellijk te worden teruggezet in hetzelfde water waarin zij gevangen zijn. voor het vissen in wedstrijdverband dient men altijd in het bezit te zijn van een wedstrijdvergunning. dat uitsluitend gevist mag worden tussen 1 uur voor zonsopkomst en 1 uur na zonsondergang, indien men in bezit is van een nachtvispas is het wel toegestaan het gehele jaar in deze periode te vissen. voor aal geldt een landelijk meeneemverbod. Sportvisserij Oost-Nederland verstrekt voor het gehele beheergebied op aanvraag een derde hengelvergunning, waarmee men met maximaal drie hengels mag vissen. 3.7.2 Beroepsvisserij De regelgeving voor de beroepsvisserij is, binnen de wettelijke kaders (Visserijwet en Aalverordening) vastgelegd in het visserijreglement (Bijlage IV) de schriftelijke toestemmingen voor het Zwarte Meer en de aalverordening. 3.8 Controle en handhaving 3.8.1 BOA s Bij de Sportvisserij Oost-Nederland zijn 10 BOA s in dienst. De BOA s werken samen met Groennetwerk Veluwe en met Wildbeheereenheden. De BOA s registreren hun bevindingen in het BOA Registratie Systeem (BRS). In visplan deel 1 staat een uitgebreide beschrijving van de controleresultaten in 2011. 3.8.2 Politie 2012 VBC IJssel Plus 24

- Huidige situatie visserij, visserijbeheer en visstand - De AID en KLPD controleren ook. Met deze organisaties is geen contact en derhalve niet bekend wat de controle-inspaning is. 3.9 Bereikbaarheid en bevisbaarheid 3.9.1 Sportvisserij In het kader van het op te stellen beheerplan voor de Natura2000 gebieden Vossemeer, Ketelmeer en Zwarte Meer is een inventarisatie uitgevoerd van het bestaande sportvisserijgebruik van de meren. Deze inventarisatie is bij Rijkswaterstaat bekend. Daarnaast is ten behoeve van het project Nationaal Landschap IJsseldelta een inventarisatie gemaakt met gewenste en nog te realiseren sportvisserijvoorzieningen. Hieruit kwam naar voren dat met name langs de noordoever van het Ketelmeer en langs het gehele Zwarte Meer de bereikbaarheid en de toegankelijkheid sterk verbeterd kan worden. Een groot deel van de sportvissers vist vanaf de oever. Een belangrijke voorwaarde om aan de oever te komen is een fysieke mogelijkheid in de vorm van bijvoorbeeld een weg of pad naar de oever, maar ook de juridische mogelijkheid in de vorm van een looprecht van de eigenaar van de grond. De juridische mogelijkheid langs het Zwarte Meer is problematisch omdat de meeste oevergronden in bezit zijn van particulieren of zijn aangewezen als beschermd natuurmonument. Langs het Ketelmeer is de situatie beduidend beter omdat de meeste dijklichamen openbaar terrein zijn. Langs het Vossemeer is alleen de westoever juridisch ontsloten. In het Ketelmeer wordt regelmatig slib van de bodem verwijderd. Zowel de activiteit zelf als de watertroebeling die het veroorzaakt kunnen de visserij belemmeren. 25 VBC IJssel Plus

- Gewenste situatie en streefbeelden - 4 Gewenste situatie en streefbeelden Door het uitblijven van de goedkeuring van het visplan door het ministerie van EL&I heeft de VBC IJssel Plus de maatregelen in het vorige visplan niet opgepakt. Een aantal maatregelen zijn deels door de partijen afzonderlijk wel uitgevoerd. 4.1 Visrechten en visserijgebruik Streefbeeld sportvisserij: Zelfde als in deel 1 Streefbeeld beroepsvisserij: In gebieden waar beroepsvissers geen schubvisrechten hebben wil men graag recht hebben op behoud bijvangst van de palingvisserij en het gericht vissen op schubvis voor zover dat kan binnen de gestelde kaders van benuttingsruimte en streefbeeld Maatregelen 1. Het Zwarte Meer zal bij wijze van proef en indien EL&I een machtiging hiertoe verleent worden opgenomen in de VISpas, de sportvisserij zal verder niet worden aangepast. 2. De beroepsvisserij en de sportvisserij worden conform het Visserijreglement IJsseldelta Meren (Bijlage IV) uitgevoerd. 3. De rechten voor de sportvisserij in de drie meren wordt bij wijze van proef gelijkgetrokken, dat wil zeggen dat de sportvisserij een machtiging zal aanvragen om te vissen met twee hengels op het Zwarte Meer. De machtiging zal in eerste instantie voor één jaar worden verstrekt en pas worden verlengd als er vervolgens overeenstemming komt over het gezamenlijk visserijgebruik van het Zwarte Meer. De beroepsvisserij (met uitzondering van Timmerman) zal over de proef positief adviseren aan het Ministerie van EL&I. 4. De visserij-inspanning van de beroepsvissers is gelimiteerd in het Visserijregelement (Bijlage IV) 5. In de toekomst zullen afspraken gemaakt worden over het gezamenlijk visserijgebruik van het Zwarte Meer. 4.2 Visstand en viswatertype 4.2.1 Sportvisserij Streefbeeld: Zelfde als in deel 1 en Het visserijbeheer moet worden afgestemd op de sportvisserijbelangen. Daarbij moet het volgende principe worden gehanteerd: 27 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - 1. beheer gericht op vergroten vangkansen 2. beheer gericht op goede vangkansen van grote exemplaren 3. beheer gericht op variatie in soorten Een belangrijke parameter om het visserijbeheer te toetsen is de hengelvangst per uur. In paragraaf 3.6.2 van visplan deel 1 zijn hiervoor per vissoort cijfers gegeven. Benutting mag niet leiden tot een wezenlijke afname van het aantal vangsten per uur. De effecten van de visserij op de visstand zijn moeilijk vast te stellen vanwege de omvang van het watersysteem en vanwege het open karakter. Overbevissing moet worden voorkomen, zodat belangrijke visbestanden niet instorten. Het handhaven van witvis-, snoekbaarsen karperbestanden is belangrijk voor een aantrekkelijke sportvisserij. Door een afname van nutriëntengehalten, aalscholverpredatie en overbevissing op het IJsselmeer neemt de visdichtheid af. Er zijn signalen dat met name het bestand brasem en blankvoorn afneemt. Wat dit betekent voor het Ketelmeer is op dit moment niet duidelijk. Voor de sportvisserij is een goede witvisstand van groot belang, omdat het grootste deel van de sportvissers op deze soorten vist en omdat deze soorten voor de wedstrijdvisserij van belang zijn. Het streven is om meer inzicht te krijgen in de relatie tussen visserij-inspanning, vangst aan blankvoorn en brasem en de visstand. Belangrijke sportvisserijlocaties worden door beroepsvissers ontzien. De planning van viswedstrijden wordt aan de beroepsvissers kenbaar gemaakt. De beroepsvissers zullen een week voor de wedstrijd de wedstrijdlocatie ontzien. Maatregelen Zelfde als in deel 1 4.2.2 Beroepsvisserij Streefbeeld: De beroepsvisserij streeft naar een optimalisatie van de winst per bedrijf. De winst bestaat uit het verschil tussen inkomsten en kosten. De inkomsten bestaan uit: 1. Verkoop vis 2. Uitgifte machtigingen aan HS-verenigingen 3. Uitgifte individuele schriftelijke toestemmingen aan sportvissers 4. Verhuren voor visstandmonitoringen 5. Verhuren voor afvissingen 6. Organisatie (sport)visarrangementen De kosten bestaan uit: 1. Loonkosten/tijd beroepsvisser 2. Materiaal kosten (boot, netten) 3. Organisatiekosten 4. Gasolie Het is voor beroepsvissers van groot belang dat de vangst per éénheid van visserij-inspanning niet te laag wordt. Rationeel gezien kiest de beroepsvisserij dan ook voor een visstand in overeenstemming met C (zie figuur hieronder voor snoekbaars maar geldt ook voor andere vis). Niet een maximale DOP in kilogrammen per hectare maar een DOP 2012 VBC IJssel Plus 28

- Gewenste situatie en streefbeelden - waarbij de winst wordt geoptimaliseerd. Is het ook van belang dat inkomsten verbreed worden met aan de visserij gerelateerd werk, zoals sportvisarrangementen, monitoring, wolhandkrab, controle, werk voor RWS. Het kan interessant zijn dit verder uit te werken om inzicht te krijgen in mogelijke opbrengsten. Sportvisserij kan daarin meedenken. Uit: Vissen met Verstand (OVB, 2002) Maatregelen Geen 4.3 Visuitzettingen Zie Visplan deel 1. 4.4 Visonttrekking Streefbeeld sportvisserij: Zelfde als in deel 1 en Een goed visbestand in het Ketelmeer is van belang voor de sportvisserij (vooral voor wedstrijden, recreatievissers en snoekbaarsvissers), dat vergt duurzame visserij. Ten aanzien van met name de blankvoornstand, roept de verhoogde blankvoornonttrekking in 2009 ten opzichte van die in voorgaande jaren de vraag op hoe deze visserij zich verder gaat ontwikkelen. Gezien de hoge onttrekking ten opzichte van de visstand (zie paragraaf 3.4), moet terughoudend worden omgegaan met uitbreiding van de visserij. Het onttrekken van wolhandkrab en rivierkreeft is positief omdat deze soorten niet inheems zijn en mogelijk schade toebrengen aan het ecosysteem. Beroepsvissers oogsten geen karper en snoek, omdat deze vissen door sportvissers individueel worden herkend. 29 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - Streefbeeld beroepsvisserij: Behoud brasem, kolblei, snoekbaars, blankvoorn en wolhandkrab in fuiken. Behoud met de zegen gevangen snoekbaars. Maatregelen 6. De onttrekking door de beroepsvisserij is gereguleerd via het beperken van de visserij-inspanning (zie Bijlage IV). 7. Alleen voor de beroepsmatige onttrekking van snoekbaars op het Vossemeer/Ketelmeer geldt een quotum. Het quotum voor de beroepsvisserij op het Vossemeer/Ketelmeer is 7.000 kilo, te verdelen over twee beroepsvissers. 8. Op basis van de gemiddelde vangsten over de afgelopen 3 jaar, wordt aangenomen dat de jaarlijkse onttrekking door beroepsvissers op het niveau ligt zoals in paragraaf 3.4.2 is omschreven. 9. Via het visserijreglement (Bijlage IV) zijn regels gesteld aan de onttrekking. 4.5 Vismortaliteit Zelfde als in Visplan deel 1. 4.6 Visserijkundig onderzoek, monitoring en vangstregistratie Streefbeeld sportvisserij: Zelfde als in Visplan deel 1 Streefbeeld beroepsvisserij: Zelfde als in Visplan deel 1 Maatregelen 10. In de passieve monitoring die door de beroepsvissers in opdracht van Rijkswaterstaat wordt uitgevoerd, worden de vangsten van baars, blankvoorn, brasem en snoekbaars niet geregistreerd. Deze soorten zijn voor de monitoring van de effecten van de visserij op de visstand zeer belangrijk. De passieve monitoring middels de fuiken wordt op eigen initiatief van de beroepsvissers uitgebreid met een monitoring van de bijvangsten aan snoekbaars van 42-50 cm, 51-60 cm 61-80 cm en boven de 80cm. Ook de aantallen baars tussen 10 en 20 cm en boven de 20 cm, blankvoorn tussen 10 en 20 cm en van meer dan 20 cm en brasem minder dan 1 kg, van 1 tot 2 kg en boven de 2 kg worden in de vangstregistratie meegenomen. Deze monitoring geeft dan een indruk van de trends in bestandsomvang van verschillende vissoorten. 11. De beroepsvissers zullen een logboek van de vangsten bijhouden. Daarop worden vangstlocatie, -inspanning en hoeveelheid per vissoort bijgehouden. Indien relevant wordt per lengteklasse 2012 VBC IJssel Plus 30

- Gewenste situatie en streefbeelden - geregistreerd. Het vangstregistratieformulier/logboek is opgenomen in Bijlage V. 12. De logboeken worden tweemaal per jaar en op verzoek aan de secretaris van de VBC gezonden. De VBC behandelt deze gegevens vertrouwelijk. 4.7 Regelgeving Streefbeeld sportvisserij: Zelfde als in Visplan deel 1 Streefbeeld beroepsvisserij: Eenduidige regelgeving voor alle beroepsvissers. Maatregelen De regelgeving is vastgelegd in het Reglement IJsseldelta Meren (Bijlage IV). Een aantal punten uit dit reglement die aangepast zijn ten opzichte van het vorige reglement zijn: 13. Verhogen minimummaat snoekbaars naar 46 centimeter voor beroepsvissers. 14. Jaarlijks zal de beroepsvisserij niet meer dan 7.000 kilo snoekbaars onttrekken aan het Ketelmeer/Vossemeer (3.500 kg per visser in dit geval). 15. Aalvisserij met maximaal 600 eenheden op het Vossemeer en Zwarte Meer gezamenlijk per beroepsvisser 16. Aalvisserij met maximaal 150 eenheden op het Zwarte Meer per vergunning. 17. Bijvangst in aalvistuigen van brasem, kolblei, snoekbaars, blankvoorn, baars, bot, wolhandkrab en rivierkreeft mag worden behouden met inachtneming van het Reglement (Bijlage IV) 18. In de periode van 1 november tot 1 april mag met de zegen worden gevist, in totaal mogen in deze periode per visser 150 zegentrekken worden uitgevoerd, waarvan maximaal 50 per visser op het Zwarte Meer. 19. Ten behoeve van de zegenvisserij op brasem, kolblei, blankvoorn en snoekbaars wordt door Sportvisserij Oost Nederland een schriftelijke toestemming verleend aan de beroepsvissers op het Ketelmeer en Vossemeer. Deze toestemming eindigt indien het aantal zegentrekken is uitgevoerd. Snoekbaars uit de zegenvisserij moet worden teruggezet wanneer het quotum snoekbaars is vol gevist. 20. De met de zegen gevangen brasem, kolblei, blankvoorn en snoekbaars mag worden behouden. 21. Voor iedere lossing van vis door beroepsvissers zal de betreffende beroepsvisser de door de VBC aan te wijzen contactpersoon telefonisch of per SMS informeren. 22. Indien er een verbod op het gebruik van aaltuigen komt in het najaar zal gedurende die periode met aangepaste fuiken op krabben (en bijvangst zolang het niet om paling gaat) gevist mogen worden met maximaal 50 (hok)fuiken per aalvisser. 31 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - 4.8 Controle, handhaving en sanctionering Streefbeeld sportvisserij: Zelfde als in Visplan deel 1 en Meer zicht op onttrekking door beroepsvissers die vissen op basis van een schriftelijke toestemming van de sportvisserij. Maatregelen 23. Zelfde als in Visplan deel 1 en 24. In het reglement (Bijlage IV) zijn de afspraken over controle, handhaving en sanctionering beschreven. Samengevat houden die het volgende in: o VBC voert controles uit tijdens aanlanding van vis door beroepsvissers. o VBC voert onaangekondigde controles uit tijdens zegen- en fuikenvisserij. o Geconstateerde overtredingen worden aan de VBC voorgelegd, die - na hoor en wederhoor te hebben toegepast een sanctie oplegt. 4.9 Bereikbaarheid en bevisbaarheid 4.9.1 Sportvisserij Streefbeeld: Zelfde als in Visplan deel 1 en De wens bestaat om het Zwarte Meer beter te ontsluiten Aanleg meer trailerhellingen Maatregelen 25. Zelfde als in Visplan deel 1 en 26. Door Sportvisserij Oost Nederland zal een machtiging voor de sportvisserij worden aangevraagd voor het Zwarte Meer. 27. In overleg met beheerders mogelijkheid voor nieuwe trailerhellingen onderzoeken. 2012 VBC IJssel Plus 32

- Uitvoeringsprogramma en toetsing - 5 Uitvoeringsprogramma en toetsing Binnen de VBC zijn de maatregelen en streefbeelden zoveel mogelijk onderling afgestemd, wat heeft geleid tot gezamenlijke afspraken over de visserij (Bijlage IV). De maatregelen en het reglement zijn door de VBC nog niet getoetst aan de KRW-doelen. Het uitvoeringsprogramma moet nog worden vastgesteld. 33 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - 6 Diversen en overige zaken 6.1 Communicatie Visplan zal gecommuniceerd worden naar alle visrechthebbenden via een informatiebijeenkomst en het toesturen. Daarnaast zal het visplan na een besluit daartoe door de VBC - op de website www.visstandbeheercommissie.nl worden geplaatst. 6.2 Monitoring en evaluatie Op basis van het visplan zal er een jaaragenda worden vastgesteld. Jaarlijks zullen de beschikbare monitorings- en registratiegegevens worden besproken. Op basis van de bespreking van de monitorings- en registratiegegevens kan het visplan eventueel worden bijgesteld. 2012 VBC IJssel Plus 34

- Bijlagen - 7 Bijlagen Bijlage I Literatuur/gebruikte informatie... 36 Bijlage II Huidige toestand en doelstellingen voor ecologie en chemie.. 37 Bijlage III Visserij inspanning en onttrekking door de beroepsvisserij... 39 Bijlage IV Visserijreglement IJsseldelta Meren... 40 Bijlage V Vangstregistratieformulier (logboek) beroepsvissers... 45 Bijlage VI Kaarten... 46 Kaart 1, grote fuiken Vossemeer en Ketelmeer... 47 Voor details zie de digitale kaart... 47 Kaart 2, verdeling Zwarte Meer... 48 35 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - Bijlage I Literatuur/gebruikte informatie Aalderen, R. van en R. Verspui, in prep. Inventarisatie sportvisserijgebruik IJssel, IJsselmeer en Amsterdam-Rijnkanaal. Sportvisserij Nederland, Bilthoven. KSN regio Zwolle, 2005. Het IJssel Spiegelkarperproject, Evaluatie 2000-2004. Karperstudiegroep Nederland, regio Zwolle. Kiwa Water Research & EGG, 2007. Knelpunten- en kansenanalyse Natura 2000-gebieden. Kiwa Water Research, Nieuwegein / EGG, Groningen. Ministerie van EL&I, 2009. Kamerbrief betreffende beleidsvoornemens binnenvisserij en verankering VBC s en visplannen, d.d. 13 november 2009. Ministerie van LNV, Den Haag. Ministerie van EL&I, 2010. Bekendmaking aanwijzingsbesluiten Natura 2000 voor 18 gebieden. Staatscourant, jaargang 2010, nummer 2212. Pot, R., (red.) 2005. Default-MEP/GEP s voor sterk veranderde en kunstmatige wateren, concept versie 8. STOWA, Utrecht. RWS Waterdienst, 2009. Brondocument Waterlichaam IJssel; Doelen en maatregelen rijkswateren. Ministerie van VenW, Rijkswaterstaat. STOWA, 2002. Handboek Visstandbemonstering. Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer. Rapport 2002/07. STOWA, Utrecht. Zoetemeyer, R.B., & B.J. Lucas, 2007. Basisboek visstandbeheer. Sportvisserij Nederland, Bilthoven. Websites: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase www.visstandbeheercommissie.nl 2012 VBC IJssel Plus 36

- Bijlagen - Bijlage II Huidige toestand en doelstellingen voor ecologie en chemie Zwarte Meer 37 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - Ketelmeer en Vossemeer Bron: RWS Waterdienst, 2009. 2012 VBC IJssel Plus 38

- Bijlagen - Bijlage III Visserij inspanning en onttrekking door de beroepsvisserij 39 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - Bijlage IV Visserijreglement IJsseldelta Meren Algemeen De beroepsvisserij in de IJsseldelta meren (Ketelmeer, Vossemeer en Zwartemeer) vist op paling en schubvis. Voorheen was de omvang van de beroepsvisserij beperkt door opgelegde quota waarbij maxima werden gesteld aan de hoeveelheid te ontrekken vis. Sinds 2011 is deze visserij voornamelijk gereguleerd door middel van een beheerste inzet van vistuig wat betreft de uitvoering en aantallen in het water. Onderstaande regels betreffen de volgende zaken: - uitvoering van de zegenvisserij op schubvis - uitvoering van de palingvisserij en de daarbij behorende regeling op het gebied van de bijvangsten - de monitoring en registratie van vangsten en onttrekking van vis behorende bij deze visserijen. Naast deze specifieke regeling die getroffen worden in dit (VBC-)gebied middels dit Visserijreglement, dient de visserij zich uiteraard te houden aan de nationale en de EUwetgeving, zoals de Visserijwet en de Aalverordening. Het reglement voor de sportvisserij in de IJsseldelta meren wordt beschreven in de VISpas en is opgenomen onder paragraaf B. Reglement Sportvisserij A. Beroepsvisserij 1. Zegenvisserij 1.1 Seizoen Met de zegen mag worden gevist in de periode van 1 november tot 1 april op het Ketelmeer en Vossemeer. Op het Zwartemeer loopt het zegenseizoen van 1 juni tot 1 april. 1.2 Afmeting en gebruik zegen 1.3 Maximum aantal trekken 1.4 Schriftelijke toestemming Ketel- en Vossemeer a. De lengte van de zegen gemeten over de bovenpees mag maximaal 600 meter bedragen. b. De hoogte van de zegen mag niet meer dan 10 meter bedragen. c. Het is niet toegestaan om tijdens de zegenvisserij een keernet te gebruiken. Het totaal aantal uit te voeren trekken per visser (schriftelijke toestemming) is gebonden aan een maximum per jaar. Hoekman mag hoogstens 150 trekken per jaar uitvoeren, waarvan hoogstens 50 trekken (1 vergunning) op het Zwartemeer. Bekendam mag hoogstens 200 trekken per jaar uitvoeren, waarvan hoogstens 100 (2 vergunningen) op het Zwarte Meer en hoogstens 150 op het Ketelmeer. Timmerman mag hoogstens 100 trekken op het Zwarte Meer uitvoeren (2 vergunningen). Op grond van de huurovereenkomst voor het schubvisrecht tussen Sportvisserij Oost Nederland en EL&I, is de sportvisserij verplicht om ten behoeve van de zegenvisserij jaarlijks een schriftelijke toestemming conform de afspraken in het visplan te verlenen aan de beroepsvissers S.M. Hoekman en E. Bekendam op het Ketelmeer en Vossemeer. Deze toestemming eindigt indien het maximaal aantal zegentrekken (zo als 2012 VBC IJssel Plus 40

- Bijlagen - genoemd onder 1.3) is uitgevoerd. Bij overdracht gelden de condities zoals vastgesteld in het voorliggende visplan. 1.5 Behoud schubvis De met de zegen gevangen brasem, kolblei, blankvoorn en snoekbaars mag worden behouden. Daarbij dient het quotum voor snoekbaars in acht te worden genomen (zie 1.7). Op het Zwartemeer mogen alle wettelijke toegestane soorten worden behouden. 1.6 Minimummaat snoekbaars 1.7 Quotum snoekbaars per visser De minimummaat van snoekbaars is 46 centimeter voor beroepsvissers vanaf 1 januari 2011. Na 2011 wordt door de beroepsvisserij dezelfde minimummaat gehanteerd als de sportvisserij. De jaarlijkse onttrekking van snoekbaars aan het Ketelmeer en Vossemeer door de beroepsvisserij mag niet meer dan 7.000 kilo bedragen (3.500 kg per visser in dit geval). 1.8 Terugzetten vis Na elke zegentrek op het Ketelmeer en Vossemeer dient de vangst te worden gesorteerd volgens de best beschikbare methode. Het sorteren is gericht op het behouden van brasem, blankvoorn en kolblei en snoekbaars en het zo snel mogelijk levend terugzetten in hetzelfde water van de overige, meegevangen vissoorten. 2. Visserij met aalvistuigen (alleen van toepassing op het Zwarte Meer en Vossemeer) 2.1 Seizoen Op het Vossemeer en Zwarte Meer mag gedurende het gehele jaar mag op paling worden gevist. 2.2 Eenheden visserijinspanning 2.3 Maximale inspanning per meer Voor de aalvisserij wordt de inspanning berekend in eenheden waarbij per eenheid van tuig de volgende eenheden worden gerekend: a. Hokfuik is 5 eenheden. b. Stel schietfuiken is 2 eenheden. c. Kistje is 1 eenheid. d. Elektrovisserij is toegestaan in de Ramsgeul, over de lengte van de Leidam tot de monding van de Schokkerhaven. (Door de toegenomen scheepvaart is het gebruik van schietfuiken hier niet meer mogelijk.) e. Hoekwant (hier zijn geen eenheden aan verbonden). De beroepsvisserij op het Vossemeer mag per vergunning maximaal 600 eenheden inzetten. Op het Zwarte Meer mag per vergunning met maximaal 150 eenheden (Timmerman en Bekendam hebben twee vergunningen) gevist worden. Vissers die op beide meren mogen vissen, mogen in alle wateren nooit meer dan 600 eenheden te water hebben. (Dat wil dus zeggen dat wanneer Hoekman en Bekendam 150 eenheden te water hebben in het Zwarte Meer ze in het Vossemeer niet meer dan 450 eenheden mogen gebruiken.) 2.4 Bijvangstregeling Op het Vossemeer mag de onbedoelde bijvangst in aalvistuigen van brasem, kolblei, blankvoorn, snoekbaars, baars, spiering, bot, wolhandkrab en rivierkreeft worden behouden. Voor snoekbaars geldt daarbij het quotum zoals in artikel 1.7 is aangegeven, voor spiering geldt het bepaalde in artikel 2.6. 41 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - 2.5 Wolhandkrab regeling Indien er een verbod op het gebruik van aaltuigen komt in het najaar zal gedurende die periode met aangepaste fuiken op krabben (en bijvangst zolang het niet om paling gaat) gevist mogen worden met maximaal 50 (hok)fuiken per aalvisser. 2.6 Spieringvisserij De spieringvisserij met fuiken zal, in jaren dat de visserij wordt toegestaan, worden uitgevoerd in overeenstemming met de regelgeving die in die periode ook geldig is voor de spieringvisserij op het IJsselmeer. 3. Monitoring en controle 3.1 Melden van Voorafgaand aan de aanlanding van vis, wordt dit telefonisch of zegenvisserij via SMS gemeld aan een onafhankelijk contactpersoon. Deze contactpersoon wordt aangesteld door de VRC (vangstregistratie commissie van de VBC) en met instemming van beide partijen. Zolang de VRC nog niet is ingesteld, zal er in onderling overleg een contactpersoon worden aangewezen. 3.2 Registratie vangsten en visserijinspanning 3.3 Controle op vangst De hoeveelheid aangelande vis (in kilo s) en de vangstinspanning (ook nul-vangsten) dienen wekelijks schriftelijk en op gestandaardiseerde wijze te worden vastgelegd in een logboek dat aan boord is (zie Bijlage 1). Op het Ketelmeer en Vossemeer wordt ook de niet aangelande gevangen vis geregistreerd, deze registratie wordt apart vermeld in het logboek. De gegevens uit het logboek worden gerapporteerd aan de VRC door gebruikmaking van het voorgeschreven formulier (logboek). De data van de zegenvisserij worden na ieder seizoen eind april aangeleverd. De jaarlijkse palingvangsten worden in februari aangeleverd. Tussentijdse aanlevering van data is in overleg ook mogelijk. De VBC zal de onafhankelijke contact persoon (zie 3.1) en een aantal BOA s machtigen om na legitimatie aan boord te komen om al dan niet aangekondigd de vangsten te controleren zonder daarbij de visser op onredelijke wijze te hinderen in zijn werkzaamheden. 3.4 Plaats aanlanding De met de zegen gevangen, te behouden vis dient op vaste locaties te worden aangeland, tenzij in overleg met de federatie een andere locatie wordt afgesproken. Dit zijn: a. Schokkerhaven b. Genemuiden c. Haven Urk d. Eventuele andere locatie, alleen in overleg met de onafhankelijke contactpersoon (zie 3.1). 3.5 Melden aanlanding 3.6 Controle op aanlanding vis Voor iedere lossing van vis door beroepsvissers zal de betreffende beroepsvisser de onafhankelijke contactpersoon (zie 3.1) telefonisch of per SMS informeren. De daarvoor door de VRC aangewezen onafhankelijke personen kunnen tijdens het vissen, in overleg met de beroepsvissers, het logboek aan boord inkijken voor controle van de hoeveelheid vis die is aangeland. De daarvoor bevoegde instanties kunnen ten allen tijde controles aan boord uitvoeren. 2012 VBC IJssel Plus 42

- Bijlagen - 3.7 Melding zegentrekken 3.8 Melding snoekbaars vangst 3.9 Evaluatie en bijstelling Wanneer de visser het gestelde maximum aantal zegentrekken voor 80% heeft bereikt dient hij de VBC daarvan per ommegaande op de hoogte te brengen. Wanneer een visser een van de gestelde quota van snoekbaars (zie 1.7) voor 80% heeft volgevist dan dient hij daarvan de VBC per ommegaande van op de hoogte te stellen. Voor het Ketelmeer en Vossemeer zal jaarlijks op basis van visstandbemonsteringen en vangstregistraties de visserijinspanning en het quotum worden geëvalueerd en zo nodig in onderling overleg worden bijgesteld: - De maximale vangst-inspanning met de zegen kan jaarlijks worden bijgesteld met maximaal 5% indien de gemiddelde vangst per zegentrek lager is dan 370 kg of hoger is dan 1090 kg. - Het snoekbaarsquotum kan jaarlijks met maximaal 10% worden bijgesteld, afhankelijk van de trends in samenstelling van het snoekbaarsbestand, de totale vangst, de vangst per visserij-inspanning en de resultaten van de vierjaarlijkse monitoring. B. Reglement Sportvisserij 1. Beperking visonttrekking 2. Registratie sportvisserij 3. Gebruik sportvisserij a. Het is verboden de volgende vissoorten in bezit te hebben: snoek of karper. Genoemde vissoorten dienen na vangst direct in hetzelfde water te worden teruggezet. b. Het is verboden per visdag meer dan 2 snoekbaarzen en 10 baarzen in bezit te hebben. a. Er is een organisatie voor het bijhouden van hengelvangstregistratie. De verzamelde gegevens zullen eenmaal per jaar tijdens de VBC-vergadering besproken worden. b. Met een aantal organisatoren van viswedstrijden zijn bij wijze van proef afspraken gemaakt over het bijhouden van vangstregistratie tijdens wedstrijden. Eenmaal per jaar zullen deze gegevens besproken worden tijdens een VBCvergadering. a. De beroepsvissers (m.u.v. Timmerman) stemmen bij wijze van proef in met de verlening van een machtiging voor één jaar voor de sportvisserij op het Zwarte Meer aan de federatie door EL&I. De machtiging zal alleen worden verlengd als er vervolgens overeenstemming komt over het gezamenlijk visserij gebruik van het Zwarte Meer. b. Het gebruik van de randmeren door sportvissers wordt geïnventariseerd en op kaart vastgelegd. c. De sportvisserij evalueert de minimummaat voor snoekbaars en zal voor het gehele IJsselmeergebied dezelfde maat gaan hanteren (inclusief Zwarte Meer, Ketelmeer en Vossemeer) 43 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - C. Sancties 1. Uitgangspunt Overtredingen van de bepalingen in dit visplan zullen gesanctioneerd worden. Uitgangspunt daarbij zal zijn dat sancties wederzijds zijn en er gewogen (evenredige) sancties aan zowel beroepsvisserij als sportvisserij opgelegd worden. 2. Melden overtredingen Bij overtreding van de afspraken uit dit visplan of bij overtreding van de voorwaarden uit de schriftelijke toestemming, wordt de houder van de schriftelijke toestemming geacht zonder toestemming te vissen. Overtredingen waarvoor een proces-verbaal wordt uitgeschreven worden gemeld bij de VBC. 3. Eerste overtreding Bij een eerste overtreding wordt een waarschuwing gegeven aan de overtreder. 4. Tweede overtreding Bij een tweede overtreding binnen 4 jaar kan, na hoor en wederhoor in VBC verband, een visverbod opgelegd worden van ten hoogste één maand. 5. Derde overtreding Bij een derde overtreding binnen 4 jaar kan, na hoor en wederhoor, in VBC verband besloten worden tot een visverbod van maximaal 6 maanden. 6. Vierde overtreding Bij een herhaalde, geregistreerde overtredingen op basis van een proces-verbaal en na advies van de VBC is de verlener van de schriftelijke toestemming gerechtigd tot een definitieve en onherroepbare intrekking van de schriftelijke toestemming. De rechten van de weggevallen visser zullen dan worden overgenomen door een andere beroepsvisser na advies van de VBC. 2012 VBC IJssel Plus 44

< 50 cm > 50 cm < 50 cm > 50 cm 42-50 cm 51-60 cm 61-80 cm > 80 cm 10-20 CM > 20 CM 10-20 CM > 20 CM < 1 KG > 1 KG > 2 KG weeknummer Rood Rood Schier Schier BAARS IN KG BAARS IN KG BLANKVOORN IN KG BLANKVOORN IN KG KARPER (ST.) SNOEK (ST.) KOLBLEI (ST.) WINDE (ST.) ZEELT (ST.) MEERVAL (ST.) SPIERING (KG) WOLHANDKRAB (KG) SCHIETFUIKEN (stel) HOKFUIKEN ELEKTRISCH (km.) ZEGEN (aantal trekken) anders, nl... - Bijlagen - Bijlage V Vangstregistratieformulier (logboek) beroepsvissers Naam/visserijbedrijf: Viswater: Ketelmeer/Vossemeer PALING IN KG SNOEKBAARS IN KG BRASEM IN KG VANGSTMETHODE 1 2 3 45 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - Bijlage VI Kaarten 1) Kaart grote fuiken Vossemeer en Ketelmeer 2) Kaart verdeling Zwarte Meer 2012 VBC IJssel Plus 46

- Bijlagen - Kaart 1, grote fuiken Vossemeer De fuikenplaatsen op het Ketelmeer worden niet gebruikt in verband met het verbod op de aalvisserij op het Ketelmeer. Voor details zie de digitale kaart 47 VBC IJssel Plus

- Visplan IJssel Plus, deel 2 IJsseldelta - Kaart 2, verdeling Zwarte Meer 2012 VBC IJssel Plus 48