PROTOCOL OPSTELLEN PROGRAMMA VAN EISEN



Vergelijkbare documenten
Programma van Eisen. Protocol 4001

CHECKLIST. vooronderzoek. Omdat ook voor archeologische opgravingen een PvE verplicht is, is

Specialistisch Onderzoek

Protocol Programma van Eisen. Terms of Reference

CHECKLIST. en Wetenschap aan instellingen die hebben aangetoond bekwaam te zijn tot het doen van

Programma van Eisen. Protocol Terms of Reference

CHECKLIST. 1. Het IVO-verkennend (voorzover booronderzoek) dient te zijn uitgevoerd door een instelling die beschikt over een opgravingsvergunning

Programma van Eisen Waterbodems

CHECKLIST. Beoordeling standaard rapport IVO-waarderend

Archeologische Begeleiding

Bijlage 5a. De AMZ-cyclus op land

Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat het besluit neemt of de vergunning verleent.

0 Archeologische begeleiding (AB) Opsteller Naam, adres, telefoon, datum paraaf Auteur

Gemeente Haarlem. Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport

Plan van Aanpak. Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek. gemeente Nieuwkoop

Certificering op basis van de nieuwe Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Esther Wieringa

Archeologische MonumentenZorg

DEEL 5 RICHTLIJNEN VOOR ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK UITGEVOERD DOOR DERDEN IN HET KADER VAN DE ARCHEOLOGISCHE MONUMENTENZORG BINNEN DE GEMEENTEN KATWIJK.

Brede Afspraak Archeologie

Archeologisch bureauonderzoek & inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Sportlaan, Heerjansdam, Gemeente Zwijndrecht, B&G rapport 899

Richtlijn uitvoering archeologisch onderzoek gemeente Utrechtse Heuvelrug september 2013, versie 1.0

KWALITEITSNORM NEDERLANDSE ARCHEOLOGIE 2005

Beulakerweg 127 te Giethoorn, gem. Steenwijkerland (Ov.)

Protocol 4002 Bureauonderzoek

Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 3 juli 2014 Status definitief

Transect-rapport 608. N348 Raalte-Ommen, Fase 1 en 2. Gemeente Raalte/Ommen (Ov.) Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek (IVO; karterende fase)

Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 6 april 2011 Status Definitief

Modelvoorschriften archeologie in de omgevingsvergunning

Bureauonderzoek Archeologie

Sjabloon Programma van Eisen Proefsleuven Zuid Nederland (met optie tot doorstart naar opgraving) KNA 3.3. Een korte toelichting

BIJLAGE IIwb EISEN AAN ACTOREN KNA WATERBODEMS

Advies Archeologische Monumentenzorg 2010-nr. 92

Toelichting Archeologieverordening Almere 2016

30 sept OU

HANDREIKING. Hoe stel ik eisen aan archeologisch vooronderzoek? Een praktische handreiking voor overheid en initiatiefnemer

Specialistisch onderzoek

RICHTLIJNEN VOOR HET UITVOEREN VAN ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN NIET-GRAVEND INVENTARISEREND VELDONDERZOEK IN DE GEMEENTEN:

Implementatiedocument nr. 4: Standaardrichtlijnen archeologisch onderzoek en bijhorende rapportage(s).

Programma van Eisen AK PUTTEN T (0341) E mstruijs@putten.nl. Naam, adres, telefoon, datum paraaf. Regio Noord-Veluwe

Plan van Aanpak ten behoeve van het verkennend inventariserend booronderzoek tussen de Vennenweg en N362 te Farmsum, gemeente Delfzijl (GR)

Verkenning N345 Voorst Notitie Archeologie

WIJZIGINGSBLAD BRL 4000 en KNA vastgesteld door het CCvD Archeologie

Plan van Aanpak. Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek. Honderdland Ontwikkelingscombinatie cv Honderdland, fase2

8 QUICKSCAN 2017 ARCHEOLOGIE KLAVER Gemeente Horst aan de Maas

RICHTLIJNEN VOOR HET UITVOEREN VAN ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN NIET- GRAVEND INVENTARISEREND VELDONDERZOEK IN DE GEMEENTEN:

Kamerstraat te Hechtel (gem. Hechtel- Eksel) Programma van Maatregelen

Selectiebesluit archeologie Breda, Molengracht JEKA

Archeologie Deventer Briefrapport 27. November Controleboringen Cellarius - De Hullu (project 494)

Programma van maatregelen: Londerzeel - Bloemstraat

Inventariserend Veldonderzoek (landbodems)

WIJZIGINGSBLAD BRL 4000 en KNA vastgesteld door het CCvD Archeologie

Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht (gemeente Zuidplas). Notitie TML554

Handreiking Archeologie, Aardkundige waarden en Cultuurhistorie voor Waterbeheerders Baggernet 9 november 2010

PLAN VAN AANPAK ARCHEOLOGISCH INVENTARISEREND ONDERZOEK H023 OOST, HAARLEM

Inventariserend Veldonderzoek (waterbodems)

Plangebied kapschuur aan de Holte 17 te Onstwedde

Programma van maatregelen: Ekeren Bredestraat 57


Archeologienota:!De!verkaveling!aan!de!Struikheidestraat!te! Muizen!(gemeente!Mechelen)!

Archeologische Beleid

Werkwijzer servicepunt archeologie

RAAP-NOTITIE Plangebied Burloseweg Gemeente Winterswijk Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek

Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven)

Richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de gemeente Utrecht Versie d.d. 1 oktober 2014

Archeologisch booronderzoek voor het plangebied Utrechtseweg 82 te Zeist. K oen Hebinck

Transcriptie:

PROTOCOL OPSTELLEN PROGRAMMA VAN EISEN Inleiding Het Programma van Eisen (PvE) is een van de hoekstenen van de Kwaliteitsnorm Nederlands Archeologie (KNA). In het PvE wordt vastgelegd waaraan een inventariserend veldonderzoek (IVO) of opgraving moet voldoen. Het opstellen van eisen waaraan een PvE moet voldoen heeft als doel de kwaliteit van de inhoudelijk vraagstelling te borgen. Een PvE kan daarnaast eisen stellen aan de onderzoeksmethode die het meest geschikt is om deze vraagstelling te beantwoorden. Daarmee speelt het PvE een belangrijke rol in het archeologische werkproces om te komen tot een hoogwaardige vormgeving van de archeologische kennisvorming en de archeologische monumentenzorg. Het Programma van Eisen is het instrument dat de voorwaarden en eisen inhoudt ten aanzien van uit te voeren archeologisch onderzoek. In het PvE kan de bevoegde overheid eisen stellen. Het PvE bestaat uit zowel de wetenschappelijke eisen als eisen aan toestemming, vergunning, informatie en wijzigingen. Het PvE wordt opgesteld conform het als leidraad beschikbaar gestelde PvE voor Inventariserend Veldonderzoek-Proefsleuven en Opgraven 1. Het opstellen van een PvE volgens deze leidraad garandeert volledigheid van het document. Dit model dient ook gehanteerd te worden door de bevoegde overheid die zelfstandig, door een eigen senior KNA-archeoloog, een PvE opstelt. Naast de minimum eisen conform de KNA, kunnen in het PvE ook aanvullende, specifieke eisen gesteld worden. Het PvE borgt daarnaast de inzet van specialistisch onderzoek. Op basis van het PvE wordt een Plan van Aanpak opgesteld. Hierin worden, naast de eisen en voorwaarden uit het PvE, de eisen en voorwaarden van de opdrachtgever opgenomen. Ter verkrijging van goedkeuring wordt een PvE ter toetsing voorgelegd, primair aan een bevoegde overheid. Een PvA vereist de goedkeuring van de opdrachtgever. Na goedkeuring dient het PvE tevens als handvat om de opdracht uit te zetten.het PvE wordt voor derden ontsloten door levering van het PvE aan het e-depot. Samenvattend: het PvE formuleert de inhoudelijke vraagstelling (WAT er moet worden onderzocht). Het geeft daarnaast aanwijzingen voor praktische uitvoering (HOE het moet worden onderzocht) of stelt aanvullende eisen aan degenen die het onderzoek uitvoeren Wat is een Programma van Eisen? Een PvE bevat publiekrechtelijke aanwijzingen en is voorgeschreven in de vergunningvoorschriften. In de opgravingsvergunning (ex art. 39 Monumentenwet 1988) wordt gesteld dat een PvE een voorwaarde is om een opgraving te mogen verrichten. Hieronder valt ook een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (inventariserend veldonderzoek-proefsleuven). De opdrachtgever van het archeologisch onderzoek is verantwoordelijk. Onderzoeksopdrachten worden op basis van het PvE aanbesteed. Als definitie van een PvE geldt aldus: Het PvE geeft de probleem- en doelstelling van de te verrichten werkzaamheden van de vindplaats en formuleert de daaruit af te leiden eisen met betrekking tot het uit te voeren werk. Geldigheid Een PvE is aan veroudering onderhevig. Een goedgekeurd PvE kan na een jaar door de betreffende bevoegde overheid ingetrokken worden, op basis van voortschrijdend inzicht. 1 Zie website SIKB voor deze leidraad (www.sikb.nl). PAGINA 1 VAN 12

Proces Er zijn twee soorten PvE s, één voor IVO-Proefsleuven en één voor Opgraven. De in dit protocol opgenomen processtappen sluiten aan op dit model. Wanneer sprake is van een Archeologische Begeleiding, moet aan de hand van het doel ervan een keuze gemaakt worden tussen het PvE voor IVO-Proefsleuven en het PvE voor Opgraven. De eventuele beperkingen aan het proces moeten vervolgens in het betreffende PvE worden aangegeven en gemotiveerd. Het proces Programma van Eisen voor zowel IVO-Proefsleuven als Opgraven bestaat uit één proces met zeven processtappen. Bij de eerste stap wordt gecontroleerd wat het archeologisch beleid is van de betreffende overheid en van welke besluitvorming sprake is. Vervolgens wordt in een tweede stap geïnventariseerd welke basisinformatie uit voorafgaand onderzoek voorliggen, zoals de resultaten van een bureauonderzoek of een IVO-Overig. Bij de derde stap wordt de inhoudelijke vraagstelling geformuleerd en worden methoden en technieken voor het onderzoek gemotiveerd. De vierde stap in het proces betreft het bepalen van randvoorwaarden en eventuele eisen van de bevoegde overheid. Vervolgens wordt in de vijfde stap vastgelegd hoe moet worden omgegaan met wijzigingen tijdens de uitvoering van het onderzoek t.o.v. het vastgestelde PvE. In de zesde stap wordt de tekst geschreven en worden de relevante bijlagen en tekeningen toegevoegd. Tenslotte wordt in de zevende en laatste stap het PvE ter toetsing aan de bevoegde overheid voorgelegd en wordt het PvE in het e-depot geplaatst. PAGINA 2 VAN 12

Protocol Programma van Eisen Actoren 1. Senior KNA-archeoloog PAGINA 3 VAN 12

Deelproces 1: Opstellen PvE no activiteit procedure/beschrijving actor spec 1.1 Toepassen overheidsbeleid Controleren wat het beleid van de overheid is en van welke besluitvorming sprake is. 1.2 Kennisnemen van voorliggende gegevens Inventariseren basisinformatie uit voorafgaand onderzoek (bureauonderzoek IVO-Overig methoden IVOproefsleuven) PS01 1.3 Formuleren inhoudelijke vraagstelling Motiveren methoden en technieken 1.4 Bepalen randvoorwaarden en/of aanvullende eisen 1.5 Bepalen voorschriften bij wijziging t.o.v. PvE 1.6 Schrijven document Formuleren van de inhoudelijke vraagstelling (WAT moet gebeuren). Het toetsen van een gespecificeerde archeologische verwachting (bureauonderzoek). Motiveren van de te hanteren onderzoeksmethodiek en het gebruik van leidraden. Het formuleren van extra eisen en voorwaarden van de bevoegde overheid die de eisen van de KNA te boven gaan. Hieronder vallen onder andere de eisen van het betreffende depot aan aanlevering van documentatie en vondstmateriaal. Vastleggen hoe moet worden omgegaan met wijzigingen tijdens de uitvoering t.o.v. het vastgestelde PvE Schrijven van de tekst inclusief de relevante bijlagen en tekeningen. Hier wordt de leidraad PvE van de SIKB 2 gevolgd. Senior KNAarcheoloog PS02 Leidraden PS03 PS04 BRL 2.5 Leidraad PvE OK CONTROLE Lid 1.1 tm 1.6 worden gecontroleerd door een Senior KNAarcheoloog. Dit is een interne autorisatie. Bij goedkeuring zet hij/zij een handtekening/paraaf op het PvE. VERBETEREN 1.7 PvE ter toetsing voorleggen STOP Het opgestelde PvE wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde overheid en geplaatst in het e-depot. Einde proces 2 Zie de website SIKB: www.sikb.nl PAGINA 4 VAN 12

SPECIFICATIES PROGRAMMA VAN EISEN spec omschrijving PS01 Kennisnemen van voorliggende gegevens PS02 Formuleren inhoudelijke vraagstelling. Motiveren methoden en technieken PS03 Bepalen randvoorwaarden en aanvullende eisen PS04 Bepalen voorschriften bij wijziging t.o.v. PvE PS05 Opstellen PvE PS06 Opstellen PvE voor binnenstedelijk onderzoek (wordt ingevuld in KNA 3.2). PAGINA 5 VAN 12

PS01 Kennisnemen van voorliggende gegevens Toelichting Er wordt geïnventariseerd welke voorliggende gegevens er aanwezig zijn. Is er een bureauonderzoek en of inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (proefsleuven/overige methoden)? Dan heeft het voortraject geresulteerd in een verwachtingsmodel dan wel een rapport waarin de resultaten van het IVO zijn beschreven. Daarnaast zullen administratieve gegevens aanwezig zijn. Daarbij dient het doel van het onderzoek vermeld te worden. Ook de reden voor het onderzoek kan worden beschreven door middel van het vaststellen van de beoogde ingreep (aard en omvang), de planologische achtergrond, de verwachte mate van verstoring en de eventuele mogelijkheid of onmogelijkheid voor behoud in situ van (gedeeltes van) het onderzoeksgebied. Bij het raadplegen van de bronnen moet er op gelet worden dat ook fysisch-geografische en historisch-geografische aspecten, alsmede resultaten van ander specialistisch onderzoek in het voorafgaande bureauonderzoek of inventariserend veldonderzoek zijn meegenomen. Bij de archeologische verwachtingen moet worden aangegeven, naast periode, complextype en archeologische indicatoren, waarop de archeologische verwachting gebaseerd is. Ook de diepteligging van de (verschillende) vondstlagen moet worden aangegeven, indien beschikbaar. Verder kan er gezocht worden naar literatuur aangaande het onderzoeksgebied. Indien er sprake is van een opgraving zal de periode en het complextype bekend zijn. Kwaliteitseisen onderwerp Gegevens die worden verzameld (indien van toepassing): kwaliteitseis(en) - Administratieve gegevens onderzoeksgebied; - Kaartje met de begrenzing van het plangebied; - Verwachtingsmodel bureauonderzoek; - Beoogde ingreep (aard en omvang) - Resultaten verkennend inventariserend veldonderzoek; - Resultaten inventariserend veldonderzoek - proefsleuven; - Literatuur aangaande het onderzoeksgebied; - De periode (bij Opgraven); - Het complextype (bij Opgraven). - Het selectiebesluit (bij opgraven) PAGINA 6 VAN 12

PS02 Formuleren inhoudelijke vraagstelling; motiveren methoden en technieken Toelichting Om te kunnen komen tot de juiste vraagstelling en praktische uitwerking is het aan te raden in een vroegtijdig stadium de NOAA alsmede eventueel aanwezige provinciale of gemeentelijke onderzoeksagenda s en specialisten te raadplegen. Indien relevant stellen specialisten vraagstellingen op en formuleren de praktische uitwerking voor hun vakgebieden. Deze worden opgenomen in het PvE. Met deze input wordt de inhoudelijke vraagstelling (WAT moet worden onderzocht) geformuleerd. Daarnaast kunnen specifieke vragen worden gesteld waarop via het onderzoek antwoord moet worden gegeven. De onderzoeksvragen moeten passen bij de fase in het proces van Archeologische Monumentenzorg en in overeenstemming zijn met het onderzoekspotentieel en de omvang van het onderzoeksgebied. Onderzoeksvragen kunnen beter niet zodanig geformuleerd zijn dat ze met een eenvoudig ja of nee beantwoord kunnen worden. De antwoorden op onderzoeksvragen dienen altijd onderbouwd te zijn. Vraagstelling IVO-Proefsleuven De vraagstelling van het IVO-Proefsleuven betreft altijd het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting. Omdat in het onderzoeksgebied verschillende vondstcomplexen en/of vindplaatsen aanwezig kunnen zijn, kan hier aangegeven worden of het veldonderzoek zich richt op het opsporen van alles, of dat een selectie gemaakt wordt. Daarnaast dienen vragen te worden opgenomen die het mogelijk maken de vindplaats te waarderen conform de KNA bijlage Waarderen van vindplaatsen en de leidraad Standaard Archeologische Monitoring (voor het bepalen van de fysieke kwaliteit). Vraagstelling Opgraven De vraagstelling voor een opgraving betreft de vragen waarop het onderzoek antwoord kan geven. De relatie met NOAA of regionale onderzoeksagenda s moet worden aangegeven of de mogelijke synergie met een ander onderzoek. De vraagstelling richt zich eveneens op de volgende aspecten: bodemkunde, fysische geografie, archeozoölogie, paleobotanie, fysische antropologie of het 14 C- en dendrodateringsonderzoek. De gekozen onderzoeksmethode en technieken om tot beantwoording van de vraagstelling te komen, dienen gemotiveerd te worden. Er ligt namelijk een fundamentele selectie besloten in de genoemde keuze en de goedkeuring daarvan door de bevoegde overheid. Daarbij zullen de resultaten van eventueel vooronderzoek op een expliciete en logische wijze gebruikt worden en dient de onderzoeksmethode afdoende beschreven te zijn. Vraagstelling Specialistisch Onderzoek Er worden aanwijzingen gegeven betreffende kwantiteit en kwaliteit van specialistisch onderzoek in het veld om de kwaliteit van dit onderzoek gedurende de uitwerkings- en rapportagefase te optimaliseren (SP02). Methoden & Technieken Bij het schrijven van een PvE voor onderzoek van vindplaatsen uit de late prehistorie of (proto-) historische periode valt het aan te bevelen het gebruik van de metaaldetector voor te schrijven. PAGINA 7 VAN 12

Voor het PvA van IVO-Overig Methoden kan het type boor (edelman, guts, megaboor, zuigboor, etc.) aangegeven worden alsmede de diameter ervan. Ook de diepte van de boringen alsmede het grid en het daaruit volgende aantal boringen is een eis die voorgeschreven kan worden. Beschikbare leidraden daarbij zijn Inventariserend Veldonderzoek deel Karterend booronderzoek en ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving). Hierdoor wordt in het PvA aandacht gegeven aan de mate van betrouwbaarheid waar het onderzoek aan moet voldoen. Indien er gebruik gemaakt wordt van andere methodes zoals kartering, geofysische methoden, remote sensing, etc. zal ook dat gemotiveerd worden. Voor de verzamelwijze van archeologische indicatoren wordt aangegeven of dit met de hand of de schop gebeurt of met de zeef, waarbij voor de laatste methode wordt aangegeven of er nat of droog gezeefd dient te worden en welke maaswijdte de zeef dient te hebben. Indien het deel uitmaakt van het onderzoek wordt een bemonsteringsstrategie voorgeschreven voor botanische, archeozoölogische, micromorfologische, daterings of chemische monsters. Overige bepalingen Bij een IVO-Proefsleuven wordt aangegeven hoeveel procent van het oppervlak, dat onderzocht moet worden, nodig is voor proefsleuven om tot een gefundeerde uitspraak te komen. Aan te bevelen is het proefsleufonderzoek bij verwacht nederzettingsonderzoek 5% van het te onderzoeken oppervlak te laten bedragen, bij een te verwachten grafveld niet meer dan 10% (zie het verwachtingsmodel van het bureauonderzoek). Daarnaast zal bepaald worden het aantal en de afmetingen van de onderzoeksputten evenals het te verwachten aantal vlakken (aandacht voor de stratigrafie). Er wordt gemotiveerd aangegeven waar de onderzoekssleuven dienen te worden aangelegd in verband met de archeologische verwachting dan wel de landschappelijke context en welke profielen worden bestudeerd. Ook de verzamelwijze van het vondstmateriaal, zowel archeologisch als paleo-ecologisch, en het monsterprogramma kan worden beschreven. Vooral het aangeven van de hoeveelheid en de soort van de monsters is belangrijk. De omvang van het veldonderzoek wordt bepaald, dat wil zeggen: alle vondstcomplexen en/of vindplaatsen of een selectie daarvan. Kwaliteitseisen onderwerp Raadplegen bronnen / partijen Onderzoeksvragen bevatten tenminste: Aanvullende aspecten vraagstelling uit: kwaliteitseis(en) - NOAA - Regionale onderzoeksagenda - specialisten - de aard - de datering - de omvang - de kwaliteit - de locatie (horizontaal en verticaal) van de archeologische resten - de bodemkundige gaafheid - de bodemopbouw en de bodemgeografie - een kartering van het paleo-landschap - de inpassing van het onderzoek in een groter onderzoekskader (NOAA) - bodemkunde - fysische geografie - archeozoölogie - paleobotanie - fysische antropologie - dateringsonderzoek - aardewerkonderzoek, metaal, natuur- en vuursteen, glas, leer (opsomming is niet limitatief) PAGINA 8 VAN 12

Onderzoeksvragen PvE Opgraven: Bouwstenen Methoden & technieken Beperkingen - de mogelijke synergie met een ander onderzoek. - motivatie van de in het veld vast te leggen bouwstenen (zie hoofdstuk bouwstenen) - motivatie van de tijdens het onderzoek toe te passen methoden en technieken - indien sprake is van beperkingen aan het onderzoek, moeten deze worden aangeduid en gemotiveerd. PAGINA 9 VAN 12

PS03 Bepalen randvoorwaarden en aanvullende eisen Toelichting In het PvE kunnen bepalingen ten aanzien van kwaliteitsbewaking (personeel, kwaliteit, inzet amateur-archeologen) worden opgenomen, zie tevens de beoordelingsrichtlijn paragraaf 3. Ook de omvang van het opgravingsteam en de bemensing ervan kan hier worden gegeven alsmede welke specialismen en specialisten kunnen bijdragen tot het beoogde resultaat. Vastgelegd kan verder worden van welke beperkingen er sprake is en hoe deze verantwoord kunnen worden. Bepaald kan worden wie toezicht houdt op de werkzaamheden en wie daarvoor verantwoordelijk is. Daarnaast kan de procedure beschreven worden voor het werkoverleg, de evaluatiemomenten en de procedure voor onvoorziene zaken. Kwaliteitseisen onderwerp Eisen depot kwaliteitseis(en) - In het PvE moeten altijd de vigerende deponeringseisen worden opgenomen. Het betreft de eisen inzake documentatie en vondstmateriaal van het depot waaraan zal worden geleverd. PAGINA 10 VAN 12

PS04 Bepalen voorschriften bij wijziging ten opzichte van PvE Toelichting Er wordt vastgelegd hoe moet worden omgegaan met wijzigingen tijdens de uitvoering t.o.v. het vastgestelde PvE. Zie tevens voor omgaan met wijzigingen de beoordelingsrichtlijn paragraaf 2.5. Kwaliteitseisen Minimaal zal vastgelegd worden hoe omgegaan moet worden met wijzigingen tijdens de uitvoering t.o.v. het vastgestelde PvE. Alle wijzigingen worden aantoonbaar geregistreerd. Indien het gaat om belangrijke wijzigingen (zie lijst hieronder), zullen deze te allen tijde aantoonbaar voorgelegd worden aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Belangrijke wijzigingen zijn: Afwijkingen van de archeologische verwachting Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode Wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden. Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten PAGINA 11 VAN 12

PS05 Schrijven PvE Toelichting Het schrijven van het PvE, inclusief de relevante bijlagen en tekeningen wordt uitgevoerd volgens de specificaties (PS01-PS04). Als aanbevolen kaartmateriaal kunnen worden genoemd: topografische kaartuitsnede met locatie van het onderzoeksgebied, een uitsnede uit de bodem- en geomorfologische kaart, een uitsnede uit de IKAW, een puttenkaart, alle sporenkaart van het inventariserend onderzoek-proefsleuven (opgraven). Er wordt aanbevolen gebruik te maken van de gestandaardiseerde leidraden. Kwaliteitseisen onderwerp Bijlagen kwaliteitseis(en) te denken valt aan: - topografische kaartuitsnede met locatie van het onderzoeksgebied, - uitsnede uit de bodem- en geomorfologische kaart, - uitsnede uit de IKAW, - boorpuntenkaart van het voorgaande IVO (bij IVO-Proefsleuven), - puttenkaart (voor IVO-Proefsleuven en Opgraven), - alle sporenkaart van het IVO-Proefsleuven (voor Opgraven). - Kaart begrenzing plangebied/onderzoeksgebied PAGINA 12 VAN 12