. DLV Plant / Boomteelt Postbus 100 2770 AC Boskoop Italiëlaan 6 2391 PT Hazerswoude Dorp Opdrachtgever Bayer CropScience Energieweg 1 3641 RT Mijdrecht Belchim Crop Protection Neringstraat 15 B-1840 Londerzeel (B) Nufarm B.V. Postbus 204 3190 AE Hoogvliet Uitvoering DLV Plant / Onderzoek boomteelt Ing. Jeroen van der Meij T 0172 21 28 27 F 0172 21 04 07 M 06 51 33 53 80 E j.vandermeij@dlvplant.nl www.dlvplant.nl Datum Juli 2014 Projectnummer - Versie Dit document is auteursrechtelijk beschermd. Niets uit deze uitgave mag derhalve worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van DLV Plant. De merkrechten op de benaming DLV komen toe aan DLV Plant B.V.. Alle rechten dienaangaande worden voorbehouden. DLV Plant B.V. is niet aansprakelijk voor schade bij toepassing of gebruik van gegevens uit deze uitgave.
Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Achtergronden... 3 1.2 Probleemstelling... 3 1.1 Doelstelling... 3 2 Materiaal en methoden... 4 2.1 Proefopzet... 4 2.1.1 Omschrijving en proeffactoren... 4 2.1.2 Gewas en teelt... 4 2.1.3 Behandelingen & dosering... 4 2.1.1 Behandelingsdata en omstandigheden... 5 2.1.2 Individueel proefveld / afmetingen:... 6 2.1.3 Herhalingen / proefveldinrichting... 6 2.2 Waarnemingen... 7 Meetprotocol / Effectiviteit... 7 3 Resultaten... 8 3.1 Klimaat... 8 3.2 Voorspelling / realisatie QMS Boomteelt... 8 3.3 Aantasting... 8 3.3.1 Frequentie... 8 3.3.2 Intensiteit... 9 3.4 Fytotox en gewasstand... 10 4 Discussie... 11 5 Conclusie en aanbevelingen... 12 Bijlage 1: QMS Boomteelt.... 13 Bijlage 2: Statistiek... 14 Ruwe data... 14 Gemiddelden... 18 ANOVA... 19 Least significant difference 16 mei... 19 Least significant difference 10 juni... 20 2
1 Inleiding 1.1 Achtergronden Nufarm, Bayer Crop Science en Belchim Crop Protection ontwikkelen hoogwaardige gewasbeschermingsmiddellen voor onder meer de sierteelt. Om de kwekers van boomkwekerijproducten meer bekend te maken met de producten die onder meer tegen beukenbladluis ingezet kunnen worden, nemen de partijen in 2014 gezamenlijk deel aan een onderzoek. De proef wordt uitgevoerd op de proeflocatie van DLV Plant. 1.2 Probleemstelling De beukenbladluis (Phyllaphis fagi) komt uitsluitend voor op beuk (Fagus). De luizen zijn blauwwit met een witte, wollige wasafscheiding en ongeveer 2 tot ruim 3 mm groot. De Beukenbladluis is vaak te herkennen aan witte wasvlokken onder aan het blad. Als een kolonie te dicht bevolkt is, ontstaat er een gevleugelde generatie. Deze generatie zoekt andere beuken op, waardoor de aantasting zich verspreidt. De eieren worden in september afgezet in de buurt van een bladoksel, zijn blauwachtig tot zwart en met het blote oog niet duidelijk zichtbaar. De eieren komen begin april uit, voordat er blad aan de beuk zit. De larven van de beukenbladluis zijn geel-/groen en vleugelloos. De larven verplaatsen zich naar de knoppen van de beuk. Daar gaan ze tussen de schubben van de ontluikende bladeren zitten. De larven zuigen zich vast aan het blad, dat nog niet ontvouwen is. De schubben van de ontvouwende bladeren zorgen voor beschutting. Hierdoor zijn de larven nauwelijks te raken door bestrijdingsmiddelen en goed beschermd tegen natuurlijke vijanden. Over het algemeen ontstaat in de buitenteelten in het begin van het groeiseizoen snel schade door bladluizen. De schadedrempel ligt laag. Op dit tijdstip zijn nog weinig of geen natuurlijke vijanden aanwezig. Daarom is veelal een bestrijding nodig. Figuur 1: Aantasting van beukenbladluis. De wasachtige afscheiding bedekt de onderzijde van het blad en bied de luis en larven bescherming. 1.1 Doelstelling Onderzoek naar een effectieve bestrijding van beukenbladluis en de keuze voor het juiste spuitmoment met behulp van het QMS voorspellingsmodel van DLV Plant. 3
2 Materiaal en methoden 2.1 Proefopzet De deelnemende partijen hebben een behandelingsstrategie geadviseerd die uit meerdere bespuitingen bestaat. De spuitmomenten en frequentie van de bespuitingen zijn afhankelijk van de aard van het middel, de gewasontwikkeling en de ontwikkeling van de beukenbladluis. Eén anonieme producent neemt deel aan de proef met een experimenteel middel. Dit product wordt onder code genoemd en wordt in dit verslag niet verder besproken. 2.1.1 Omschrijving en proeffactoren De proeffactoren zijn onderstaand weergegeven. Proeffactor Aantal niveaus Beschrijving Gewas 1 Fagus sylvatica Behandelingen, dosering & codering 5 1 Onbehandeld 2 Teppeki (2x) 3 Movento (2x) 4 VBC ultra (1x), Movento (1x) 5 CODE (1x) Herhalingen 4 Tabel 2.1: Proeffactoren met aantal niveaus en beschrijving. 2.1.2 Gewas en teelt Gewas / cultivar : Fagus sylvatica Maat : 7 jarige struiken > 1m, < 1,2 m plantdatum : mei 2007 Teelt / ondergrond / omgeving : Vollegrond, snoei in april 2014 2.1.3 Behandelingen & dosering Belchim heeft het product Teppeki aangedragen die met een interval van 21 dagen gespoten word op het moment dat het blad van de Fagus 50% ontluikt is. Dit gewasstadia geldt ook voor de strategie van Bayer, welke Movento aangedragen heeft. De interval van de bespuiting is iets korter met 14 dagen. Nufarm heeft het product VBC Ultra die vroeg in het seizoen ingezet dient te worden. De VBC Ultra is gespoten, ruim voordat de knoppen van de Fagus uitkwamen. De behandeling hoeft niet herhaald te worden. Nufarm heeft aangegeven dat de bespuiting van VBC opgevolgd kan worden met één bespuiting Movento. Alle bespuitingen zijn uitgevoerd met een spuitvolume van 1000l / ha. 4
Object behandeling actieve stof actieve stof (g/l of %) concentratie in proef Aantal toepassingen Interval 1 Onbehandeld - - 2 Teppeki flonicamid 50 % 14 gr / 100l 2 21 dagen + Silwet Gold 20 ml / 3 Movento spirotetramat 150 gr / l 50 ml / 2 14 dagen 4 VBC Ultra kaliumoctanoat 20% 6 l / 94l of 1 60 l / ha Movento spirotetramat 150 gr / l 50 ml / 100l 1 5 CODE - - 6 l / 94l of 60 l / ha Tabel 2.2: Behandelingsstrategie met middelen, werkzame stof dosering. 1 2.1.1Behandelingsdata en omstandigheden Datum 11 maart 1 mei 15 mei 22 mei Tijd 14:00 14:00 15:00 15:00 Object / middel 2. Teppeki 4. VBC Ultra 3. Movento 5. CODE 4. Movento 3. Movento 2. Teppeki Temperatuur 11,9 RV (%) 80 WR / WS NNO / 2,5 m/sec Bewolkings % 50% 80% 40% 20% Tabel 2.3: Behandelingen per datum en omstandigheden. Figuur 2: Gewasstadium op 11 maart. Figuur 3: Gewasstadium op 1 mei. Figuur 4: Gewasstadium op 22 mei. 5
2.1.2 Individueel proefveld / afmetingen: 2 meter 0,5 mtr. Netto proefveld (-) Aantal planten: 3 x 4 = 12 Afmetingen: 0,75 X 1 meter. Oppervlak 0,75 m² Tabel 2.4: Proefveldafmeting individueel proefveldje. 2.1.3 Herhalingen / proefveldinrichting In totaal 20*4=80 planten Figuur 5: Proefveldinrichting. 6
2.2 Waarnemingen Meetprotocol / Effectiviteit Er zijn per proefveld 32 uitlopers at random geselecteerd waarbij de mate van aantasting is vastgesteld met onderstaande klassenindeling: 0: Geen aantasting Geen enkele bladluis of groeiachterstand waarneembaar. 1: Licht aangetast. Gewas loopt goed uit, maar met aantasting van enkele luizen. 2: Matig aangetast. Gewas loopt goed uit, maar wel volop luis op onderzijde blad. 3: Zwaar aangetast. Bladen ontluiken slecht als gevolg van wasvlokken en vele luizen. 4: Extreem aangetast Bladen en knoppen lopen slecht uit door vele luizen. X 0 1 2 3 4 Tabel 2.5: Klassenindeling van de aantasting. 7
3 Resultaten 3.1 Klimaat 3.2 Voorspelling / realisatie QMS Boomteelt De beukenbladluis is aangetroffen in de eerste week van april. Grafiek 1: QMS boomteelt, realisatie beukenbladluis in Boskoop. 3.3 Aantasting 3.3.1 Frequentie In totaal zijn per object, per waarnemingsronde 4*32= 128 groeitoppen beoordeeld. Bij het onbehandelde object was op het hoogtepunt van de aantasting op 10 juni, bijna 50% van de groeitoppen aangetast door beukenbladluis. Gemiddeld over alle objecten genomen was 20% van alle bladen licht aangetast en werd er een enkel zwaar aangetast blad aangetroffen. Bij de eerste waarnemingsronde op 1 mei werd veelvuldig het lieveheersbeestje aangetroffen, een natuurlijke vijand van de beukenbladluis. Figuur 6: Lieveheersbeestje op zoek naar een prooi. 8
Grafiek 2: Aantal aangetaste groeitoppen per object en waarnemingsdatum. In totaal zijn per object en waarnemingsdatum 128 groeitoppen beoordeeld. Figuur 7: Op 1 mei was gemiddeld genomen van alle objecten, bijna 20% van de bladen licht aangetast door beukenbladluis. Figuur 8: Slechts een half procent van alle waarnemingen op 1 mei was zwaar aangetast door beukenbladluis. 3.3.2 Intensiteit De mate van aantasting (intensiteit) is weergegeven in grafiek 2. Op 1 mei, ruim 7 weken na de bespuiting met VBC is er ten opzichte van het onbehandelde object een klein verschil in aantasting vastgesteld. De overige objecten variëren op 1 mei in mate van aantasting, maar niet significant. Op 16 mei, ruim 2 weken na de eerste behandelingen met Teppeki en Movento, is bij alle objecten de aantastingsintensiteit lager dan bij het onbehandelde object. Het object die met Teppeki is behandeld heeft de laagte aantasting. 9
Op 10 juni is weer een waarnemingsronde uitgevoerd. Op deze datum is te zien dat de 2 e behandeling met Movento en Teppeki effect heeft gehad. Bij Teppeki was op 16 mei de aantasting al relatief laag, dus dat is nauwelijks verbeterd. Bij Movento heeft de 2 e bespuiting het aantastingniveau met 50% verminderd. Figuur 9: Op 16 mei was gemiddeld tussen alle objecten 17% van de bladen licht aangetast. Figuur 10: Op 16 mei is ruim 3% van de bladen zwaar aangetast met beukenbladluis. Tabel 3.1: Intensiteit van de aantasting (0=geen, 1=licht aangetast). 3.4 Fytotox en gewasstand Er zijn geen schadelijke effecten van de gewasbespuitingen met Teppeki, Movento, VBC Ultra waargenomen. De gewasstand van de Fagus was goed aan het eind van de proef. 10
4 Discussie De invloed van de VBC bespuiting lijkt beperkt, afgaande op de waarneming van 1 mei. Het verschil is immers niet significant.! Het lagere aantastingsniveau op 1 mei bij het object Teppeki verstoort ook het beeld, omdat de aantasting daar ook lager is. In feite zijn alle objecten, behalve de VBC- Ultra onbehandeld op 1 mei. Het is opvallen dat de aantasting van de luis op 16 mei ook weer lager is als object Movento-Movento vergeleken wordt met VBC Ultra-Movento; Op dat moment kan er geen effect van Movento geweest zijn, want die is de dag daarvoor gespoten. Dit is dus een effect van de VBC. Het verschil is niet significant. De eerste bespuiting met Movento lijkt niet het gewenste effect te hebben, omdat twee weken na de 1 e behandeling het aantastingsniveau is toegenomen. De oorzaak is mogelijk toch het te vroeg inzetten van het product. De beuken stonden voor minimal 50% in blad wat niet voldoende lijkt voor een optimale opname en werking. De 2 e bespuiting met Movento sorteert een groot effect, wat goed te zien is aan de waarneming op tien juni als object Movento-Movento vergeleken wordt met VBC Ultra-Movento;. Het inzetten van 2x Teppeki heeft het beste resultaat opgeleverd. Voor de 1 e bespuiting op 1 mei was de aantasting al lager dan de andere onbehandelde objecten, wat mogelijk een gunstig effect heeft op de ontwikkeling van de populatie en de bestrijding. Resultaat 2011 Het resultaat van deze proef is vergelijkbaar met die van 2011. De tweede bespuiting met een (contact) middel blijft noodzakelijk. Ook als er al een VBC Ultra bespuiting uitgevoerd is. 11
5 Conclusie en aanbevelingen Vergeleken met het onbehandelde object, zijn alle ingezette strategieën die Teppeki, VBC Ultra of Movento bevatten zeer efficiënt tegen beukenbladluis. Ongeacht het product is het voor een goede onderdrukking van beukenbladluis noodzakelijk meerdere malen een insecticide in te zetten. Eénmaal is niet voldoende. In deze proef is het effect van de bespuiting met VBC Ultra niet van grote invloed op het onderdrukken van de aantasting met beukenbladluis. De niet significante verschillen geven wel aanleiding om verder te bekijken welke toegevoegde waarde VBC Ultra heeft, als het product wellicht op een eerder of later tijdstip in het voorjaar wordt toegepast. Het QMS boomteelt voorspellingsmodel voor beukenbladluis kan voor het inzetten van VBC Ultra beslissingsondersteunend zijn. De 2 e bespuiting met Movento op 15 mei is effectiever dan de bespuiting van 1 mei, zoals in dit onderzoek uitgevoerd. Het inzetten van Movento voordat het gewas volledig (100%) is uitgelopen verminderd het effect aanzienlijk. In het vroege voorjaar als niet alle Fagus is uitgelopen, is Movento niet de beste keuze en wordt een alternatief product aangeraden. Als het gewas volledig in blad staat kan juist wel Movento ingezet worden. Er is geen verschil in efficiëntie tussen de objecten Movento en Teppeki. Echter, met de resultaten van 2011 in ogenschouw is het aannemelijk dat het inzetten van Teppeki tegen beukenbladluis de voorkeur heeft. De toegevoegde waarde van het QMS boomteelt model is bij de producten Teppeki en Movento marginaal. Het is niet heel relevant wanneer de bladluis exact verschijnt, maar juist het gewasstadium voor een efficiënte behandeling. Het van nature zeer ongelijk uitlopen van Fagus maakt het inzetten van het juiste product niet eenvoudige. Er moet een schadedrempel geaccepteerd worden om dat de eerste en laatste beuken op een perceel twee weken kunnen verschillen in tijdstip van uitlopen van de knoppen. Indien wordt gewacht met de eerste bespuiting tot alle beuken in blad staan, is bij de eerste uitgelopen beuk kans op aanzienlijke schade veroorzaakt door de beukenbladluis. 12
Bijlage 1: QMS Boomteelt. Met QMS Boomteelt is het mogelijk diverse teeltvragen specifiek voor uw bedrijf te beantwoorden. Weerstations op de kwekerij meten de klimaatomstandigheden in het gewas. Door de metingen te combineren met onderzoek en praktijkgegevens heeft DLV Plant waarschuwingsmodellen ontwikkeld voor een groot aantal ziekten en plagen. Waarschuwingsmodellen De waarschuwingsmodellen voorspellen op basis van klimaatmetingen in het gewas wanneer bepaalde plagen actief worden. Ook geven de modellen een beeld van de infectiedruk van schimmelziekten als echte meeldauw, valse meeldauw, Cylindrocladium, etc. Door de modellen van QMS te raadplegen op uw computer weet u tijdig wanneer moet worden ingegrepen. Voor meer informatie zie: http://www.dlvplant.nl/nl/content/boomteelt-qms.html 13
Bijlage 2: Statistiek Ruwe data Assesment Date Frequency Percent Valid Percent Cumulative Percent 01.5.14 Valid 0 491 76,7 76,7 76,7 1 127 19,8 19,8 96,6 2 18 2,8 2,8 99,4 3 4,6,6 100,0 Total 640 100,0 100,0 16.5.14 Valid 0 461 72,0 72,0 72,0 1 111 17,3 17,3 89,4 2 46 7,2 7,2 96,6 3 22 3,4 3,4 100,0 Total 640 100,0 100,0 10.6.14 Valid 0 453 70,8 70,8 70,8 1 103 16,1 16,1 86,9 2 58 9,1 9,1 95,9 3 22 3,4 3,4 99,4 4 4,6,6 100,0 Total 640 100,0 100,0 14
Assesment Date Treatment Frequency Percent Valid Percent Cumulative Percent 01.5.14 1 Valid 0 91 71,1 71,1 71,1 1 34 26,6 26,6 97,7 2 2 1,6 1,6 99,2 3 1,8,8 100,0 2 Valid 0 103 80,5 80,5 80,5 1 20 15,6 15,6 96,1 2 4 3,1 3,1 99,2 3 1,8,8 100,0 3 Valid 0 95 74,2 74,2 74,2 1 28 21,9 21,9 96,1 2 3 2,3 2,3 98,4 3 2 1,6 1,6 100,0 4 Valid 0 108 84,4 84,4 84,4 1 16 12,5 12,5 96,9 2 4 3,1 3,1 100,0 5 Valid 0 94 73,4 73,4 73,4 1 29 22,7 22,7 96,1 2 5 3,9 3,9 100,0 15
16.5.14 1 Valid 0 71 55,5 55,5 55,5 1 26 20,3 20,3 75,8 2 20 15,6 15,6 91,4 3 11 8,6 8,6 100,0 2 Valid 0 112 87,5 87,5 87,5 1 12 9,4 9,4 96,9 2 4 3,1 3,1 100,0 3 Valid 0 92 71,9 71,9 71,9 1 26 20,3 20,3 92,2 2 6 4,7 4,7 96,9 3 4 3,1 3,1 100,0 4 Valid 0 98 76,6 76,6 76,6 1 25 19,5 19,5 96,1 2 3 2,3 2,3 98,4 3 2 1,6 1,6 100,0 5 Valid 0 88 68,8 68,8 68,8 1 22 17,2 17,2 85,9 2 13 10,2 10,2 96,1 3 5 3,9 3,9 100,0 16
10.6.14 1 Valid 0 68 53,1 53,1 53,1 1 32 25,0 25,0 78,1 2 14 10,9 10,9 89,1 3 14 10,9 10,9 100,0 2 Valid 0 115 89,8 89,8 89,8 1 11 8,6 8,6 98,4 2 2 1,6 1,6 100,0 3 Valid 0 113 88,3 88,3 88,3 1 9 7,0 7,0 95,3 2 4 3,1 3,1 98,4 3 1,8,8 99,2 4 1,8,8 100,0 4 Valid 0 87 68,0 68,0 68,0 1 26 20,3 20,3 88,3 2 14 10,9 10,9 99,2 4 1,8,8 100,0 5 Valid 0 70 54,7 54,7 54,7 1 25 19,5 19,5 74,2 2 24 18,8 18,8 93,0 3 7 5,5 5,5 98,4 4 2 1,6 1,6 100,0 17
Gemiddelden Descriptive Statistics Date Treatment N Minimum Maximum Mean Std. Deviation 01.5.14 1 Assesment 128 0 3,32,546 2 Assesment 128 0 3,24,543 3 Assesment 128 0 3,31,599 4 Assesment 128 0 2,19,465 5 Assesment 128 0 2,30,541 16.5.14 1 Assesment 128 0 3,77 1,006 2 Assesment 128 0 2,16,443 3 Assesment 128 0 3,39,723 4 Assesment 128 0 3,29,591 5 Assesment 128 0 3,49,832 10.6.14 1 Assesment 128 0 3,80 1,022 2 Assesment 128 0 2,12,368 3 Assesment 128 0 4,19,599 4 Assesment 128 0 4,45,751 5 Assesment 128 0 4,80 1,030 18
ANOVA Assesment ANOVA Date Sum of Squares df Mean Square F Sig. 01.5.14 Between Groups 1,672 4,418 1,431,222 Within Groups 185,477 635,292 Total 187,148 639 16.5.14 Between Groups 27,866 4 6,966 12,565,000 Within Groups 352,070 635,554 Total 379,936 639 10.6.14 Between Groups 53,538 4 13,384 21,147,000 Within Groups 401,898 635,633 Total 455,436 639 Least significant difference 16 mei 16.5.14 1 2,617 *,093,000,43,80 3,383 *,093,000,20,57 4,484 *,093,000,30,67 5,281 *,093,003,10,46 2 1 -,617 *,093,000 -,80 -,43 3 -,234 *,093,012 -,42 -,05 4 -,133,093,154 -,32,05 5 -,336 *,093,000 -,52 -,15 3 1 -,383 *,093,000 -,57 -,20 2,234 *,093,012,05,42 4,102,093,276 -,08,28 5 -,102,093,276 -,28,08 4 1 -,484 *,093,000 -,67 -,30 2,133,093,154 -,05,32 3 -,102,093,276 -,28,08 5 -,203 *,093,029 -,39 -,02 5 1 -,281 *,093,003 -,46 -,10 2,336 *,093,000,15,52 3,102,093,276 -,08,28 4,203 *,093,029,02,39 19
Least significant difference 10 juni 10.6.14 1 2,680 *,099,000,48,87 3,609 *,099,000,41,80 4,344 *,099,001,15,54 5,000,099 1,000 -,20,20 2 1 -,680 *,099,000 -,87 -,48 3 -,070,099,480 -,27,12 4 -,336 *,099,001 -,53 -,14 5 -,680 *,099,000 -,87 -,48 3 1 -,609 *,099,000 -,80 -,41 2,070,099,480 -,12,27 4 -,266 *,099,008 -,46 -,07 5 -,609 *,099,000 -,80 -,41 4 1 -,344 *,099,001 -,54 -,15 2,336 *,099,001,14,53 3,266 *,099,008,07,46 5 -,344 *,099,001 -,54 -,15 5 1,000,099 1,000 -,20,20 2,680 *,099,000,48,87 3,609 *,099,000,41,80 4,344 *,099,001,15,54 *. The mean difference is significant at the 0.05 level. 20