ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 WHW) 2002-2003 BACHELOROPLEIDING CIVIELE TECHNIEK TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT



Vergelijkbare documenten
UITVOERINGSREGELING BACHELOROPLEIDING CIVIELE TECHNIEK TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

ONDERWIJS- EN TENTAMENREGELING (OET) (ex artikel 7.13 WHW) Interfacultair Onderwijs TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

Onderwijs- en examenregeling (OER)

UITVOERINGSREGELING BACHELOROPLEIDING CIVIELE TECHNIEK TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 WHW) BACHELOROPLEIDING INDUSTRIEEL ONTWERPEN TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 WHW) BACHELOROPLEIDING TECHNISCHE NATUURKUNDE TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (artikel 7.13 WHW)

BESLUIT: de volgende onderwijs- en examenregeling voor de opleiding Toegepaste Wiskunde vast te stellen:

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING

UITVOERINGSREGELING BACHELOROPLEIDING TECHNISCHE AARDWETENSCHAPPEN TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

3TU.ONDERWIJS ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 WHW) 3TU MASTEROPLEIDING EMBEDDED SYSTEMS (ES)

Onderwijs- en Examenregeling LS&T/SMS&TI (Bacheloropleiding)

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING TECHNISCHE INFORMATICA

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 WHW) BACHELOROPLEIDING MARITIEME TECHNIEK TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 WHW) BACHELOROPLEIDINGEN

[60738] Onderwijs- en examenregeling Masteropleiding Islam in de moderne wereld. Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Onderwijs- en examenregeling (OER) (art W.H.W.) Technische Universiteit Delft Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 Whw) BACHELOROPLEIDINGEN WERKTUIGBOUWKUNDE & MARITIEME TECHNIEK TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 WHW) BACHELOROPLEIDING MARITIEME TECHNIEK TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

Onderwijs- en Examenregeling 2012/2013

Onderwijs- en Examenregeling van de Masteropleidingen. Life Science & Technology. NanoScience

gelet op: de artikelen 7.13, 9.15, 9.18 en 9.38 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Onderwijs- en Examenregeling 2010/2011

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 WHW) BACHELOROPLEIDING CIVIELE TECHNIEK TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

ONDERWIJS EN EXAMENREGELING (OER) BACHELOROPLEIDINGEN WERKTUIGBOUWKUNDE & MARITIEME TECHNIEK TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 WHW) BACHELOROPLEIDING TECHNISCHE AARDWETENSCHAPPEN TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

Onderwijs- en Examenregeling LS&T en MST (Bacheloropleiding)

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen. Onderwijs- en examenregeling. Deel 1 - Bacheloropleiding

Onderwijs- en examenregeling Masteropleiding Spaanse taal en cultuur. Paragraaf 1 Algemene bepalingen

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de Masteropleiding. Taal- en spraakpathologie

Onderwijs- en Examenregeling MST en LS&T (Bacheloropleiding)

UITVOERINGSREGELING BACHELOROPLEIDING CIVIELE TECHNIEK TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

Onderwijs- en examenregeling Masteropleiding Dramaturgie. Paragraaf 1 Algemene bepalingen. art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Arabische Taal en Cultuur

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Literatuurwetenschap

Onderwijs- en examenregeling Masteropleiding Medische Psychologie. Faculteit Sociale Wetenschappen. Universiteit van Tilburg

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de Masteropleiding. Arabische, Nieuwperzische en Turkse Talen en Culturen

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de Masteropleiding. Kunstgeschiedenis

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen. Onderwijs- en examenregeling. Bacheloropleiding

Universiteit van Amsterdam FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA

Onderwijs- en examenregeling (OER) Inhoud:

BESLUIT: de volgende regels en richtlijnen voor de bacheloropleiding Toegepaste Wiskunde vast te stellen:

Onderwijs- en examenregeling Masteropleiding Italiaanse taal en cultuur. Paragraaf 1 Algemene bepalingen

ONDERWIJS- EN TENTAMENREGELING (OTR) (ex artikel 7.13 Whw) Interfacultair Onderwijs TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

Onderwijs- en examenregeling Masteropleiding American Studies. Paragraaf 1 Algemene bepalingen. art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling

Onderwijs- en examenregeling Masteropleiding Journalistiek. Paragraaf 1 Algemene bepalingen. art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Taal- en Spraaktechnologie (Language and Speech Technology)

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Duitslandstudies. studierichtingen:

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Kunstgeschiedenis

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Bedrijfscommunicatie. studierichtingen: Bedrijfscommunicatie, Cultuur & Organisaties (BCO)

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Algemene Cultuurwetenschappen

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Taalwetenschap (Linguistics)

Vastgesteld door de decaan van de faculteit Wiskunde&Informatica op 28 augustus 2003

Studiejaar Model Onderwijs- en examenregeling (Bachelor)

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de Masteropleiding. Taal- en spraakpathologie

REGELS EN RICHTLIJNEN BACHELOROPLEIDING

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen. Onderwijs- en examenregeling. Masteropleiding

REGELS EN RICHTLIJNEN VOOR DE TENTAMENS EN EXAMENS IN DE OPLEIDING LIFE SCIENCE & TECHNOLOGY

Onderwijs- en examenregeling

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Geschiedenis

3TU.ONDERWIJS ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING

Onderwijs en Examenregeling LS&T / NanoScience (Masteropleiding)

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de bacheloropleiding. Arabische Taal en Cultuur

Onderwijs- en Examenregeling van de opleiding Informatica aan de Universiteit Utrecht

1 Onderwijs- en Examenregeling Bacheloropleiding Informatica, 2007/2008

BIJLAGE E ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING MASTER IK

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 en 7.59 WHW) Bacheloropleidingen UT

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de onderzoeksmaster. Letterkunde en Literatuurwetenschap

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Taal- en spraakpathologie

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de Masteropleiding. Romaanse Talen en Culturen. studierichtingen: Franse Taal en Cultuur. Spaanse Taal en Cultuur

UITVOERINGSREGELING BACHELOROPLEIDING CIVIELE TECHNIEK TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

Onderwijs- en Examenregeling 2009/2010

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de onderzoeksmaster. Letterkunde en Literatuurwetenschap

UITVOERINGSREGELING BACHELOROPLEIDING CIVIELE TECHNIEK TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

Faculteit der Letteren. Onderwijs- en examenregeling voor de bacheloropleiding Geschiedenis

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Algemene Cultuurwetenschappen

Onderwijs en Examenregeling NanoScience (Masteropleiding)

Onderwijs- en examenregeling Masteropleiding Nederlandse taal en cultuur. Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Onderwijs- en examenregeling Masteropleiding Cultureel Erfgoed. Paragraaf 1 Algemene bepalingen. art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Nederlandse Taal en cultuur

Onderwijs- en examenregeling masteropleiding psychologie

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Nederlandse Taal en cultuur

Interfacultair Onderwijs TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

REGELS EN RICHTLIJNEN VAN DE EXAMENCOMMISSIE VAN DE BACHELOROPLEIDING MOLECULAR SCIENCE & TECHNOLOGY

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de onderzoeksmaster. Historische Wetenschappen

[60715] Onderwijs- en examenregeling Masteropleiding Kunstbeleid en -management. Paragraaf 1 Algemene bepalingen

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Geschiedenis

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Romaanse Talen en Culturen. studierichtingen: Franse Taal en Cultuur. Spaanse Taal en Cultuur

Onderwijs- en Examenregeling LST en MST (Bacheloropleidingen)

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 WHW) BACHELOROPLEIDING WERKTUIGBOUWKUNDE TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

Onderwijs- en examenregeling bacheloropleiding HBO-Rechten

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de masteropleiding. Romaanse Talen en Culturen. studierichtingen: Franse Taal en Cultuur. Spaanse Taal en Cultuur

Faculty of Science, Leiden University. and. Faculty of Applied Sciences, Delft University of Technology

Onderwijs- en Examenregeling LST en MST (Bacheloropleidingen)

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de Bacheloropleiding. Arabische, Nieuwperzische en Turkse Talen en Culturen

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. van de Masteropleiding. Engelse Taal en Cultuur

7.3 Regels en Richtlijnen van de Examencommissie Lerarenopleiding voor:

Onderwijs- en examenregeling

Transcriptie:

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING (OER) (ex artikel 7.13 WHW) 2002-2003 BACHELOROPLEIDING CIVIELE TECHNIEK TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

INHOUDSOPGAVE PARAGRAAF 1 - ALGEMEEN...4 Artikel 1 - Toepassingsgebied van de regeling...4 Artikel 2 - Begripsbepalingen...4 Artikel 3 - Doel van de opleiding...5 Artikel 4 - Eindtermen van de opleiding...5 Artikel 5 - Toelating tot de opleiding...6 Artikel 6 - Voltijdse dan wel deeltijdse inrichting van de opleiding...6 Artikel 7 - Examens van de opleiding...6 Artikel 8 - Taal...6 PARAGRAAF 2 - DE PROPEDEUSE...7 Artikel 9 - Samenstelling...7 PARAGRAAF 3 - BACHELORFASE...7 Artikel 10 - Samenstelling...7 PARAGRAAF 4 - TENTAMENS...7 Artikel 11 - Aantal, tijdvakken en frequentie tentamens...7 Artikel 12 - Volgorde tentamens...7 Artikel 13 - Geldigheidsduur tentamens...7 Artikel 14 - Vorm van de tentamens en de wijze van toetsen...8 Artikel 15 - Mondelinge tentamens...8 Artikel 16 - Vaststelling en bekendmaking van de uitslag...8 Artikel 17 - Het inzagerecht...9 Artikel 18 - De nabespreking van tentamens...9 PARAGRAAF 6 - VRIJSTELLING VAN TENTAMENS...9 Artikel 19 - Vrijstelling van een tentamen, practicum of oefening...9 PARAGRAAF 7 - EXAMENS...10 Artikel 20 - Tijdvakken en frequentie examens...10 PARAGRAAF 8 - STUDIEBEGELEIDING EN STUDIEADVIES...10 Artikel 21 - Propedeuse-advies...10 Artikel 22 - Studievoortgangsrapport...10 PARAGRAAF 9 - AFWIJKEN, STRIJDIGHEID, WIJZIGING EN INVOERING...10 Artikel 23 - Afwijken van de regeling...10 Artikel 24 - Strijdigheid met de regeling...11 Artikel 25 - Wijziging regeling...11 Artikel 26 - Overgangsregeling...11 Artikel 27 - Bekendmaking...11 Artikel 28 - Inwerkingtreding...11 UITVOERINGSREGELING BACHELOROPLEIDING CIVIELE TECHNIEK...12 HOOFDSTUK 1 - PROPEDEUTISCHE FASE...12 Artikel 1 - Samenstelling...12 Artikel 2 - Practica en/of oefeningen...12 Artikel 3 - Vorm van de tentamens...12 Artikel 4 - Frequentie, tijdvakken en volgtijdelijkheid tentamens...13 Artikel 5 - Instellingspakket...13 ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 2

HOOFDSTUK 2 - BACHELORFASE...14 Artikel 6 - Samenstelling...14 Artikel 7 - Practica en/of oefeningen...15 Artikel 8 - Eindwerk...16 Artikel 9 - Afwijken van het examenprogramma...16 Artikel 10 - Toegang tot onderdelen van de bachelorfase...16 Artikel 11 - Vorm van de tentamens...16 Artikel 12 - Frequentie, tijdvakken en volgtijdelijkheid tentamens...16 Artikel 13 - Instellingspakket...17 HOOFDSTUK 3 - VERKORTE HBO-OPLEIDING...18 Artikel 14 - Verkorte hbo-opleiding...18 HOOFDSTUK 4 - OVERGANGSREGELINGEN...18 Artikel 15 - Overgangsregeling eerste drie cursusjaren vijfjarig curriculum - bacheloropleiding...18 Artikel 16 - Overgangsregeling hbo-programma - bacheloropleiding...20 BIJLAGE A BIJLAGE B ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 3

Paragraaf 1 - Algemeen Artikel 1 - Toepassingsgebied van de regeling 1. Deze regeling is van toepassing op het onderwijs en de examens van de bacheloropleiding civiele techniek, hierna te noemen de opleiding. 2. De opleiding wordt verzorgd onder verantwoordelijkheid van de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen van de Technische Universiteit Delft, hierna te noemen de faculteit. 3. Voor de opleiding is een uitvoeringsregeling van kracht die onderdeel uitmaakt van deze regeling. Artikel 2 - Begripsbepalingen De in deze regeling voorkomende begrippen hebben, indien die begrippen ook voorkomen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), de betekenis die deze wet eraan geeft. In deze regeling wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, afgekort tot WHW, Staatsblad 593 en zoals sindsdien gewijzigd, b. bacheloropleiding: de bacheloropleiding bedoeld in artikel 7.3a lid 1 onder a van de wet, c. student: hij of zij die als student of extraneus is ingeschreven aan de Technische Universiteit Delft voor het volgen van het onderwijs en/of het afleggen van de tentamens en de examens van de opleiding, d. propedeuse: de propedeutische fase van de opleiding bedoeld in artikel 7.8 van de wet, e. bachelorfase: het gedeelte van de opleiding dat volgt op de propedeutische fase, f. practicum: een praktische oefening als bedoeld in artikel 7.13 lid 2 onder d van de wet, in een van de volgende vormen: het maken van een scriptie, het maken van een werkstuk of een proefontwerp, het uitvoeren van een ontwerp- of onderzoekopdracht, het verrichten van een literatuurstudie, het verrichten van een stage, het deelnemen aan veldwerk of een excursie, het uitvoeren van proeven en experimenten, of het deelnemen aan een andere onderwijsactiviteit, die gericht is op het bereiken van bepaalde vaardigheden. g. onderdeel een onderwijseenheid van de opleiding als bedoeld in artikel 7.3 leden 2 en 3 van de wet, h. examencommissie: de examencommissie van de opleiding ingesteld overeenkomstig artikel 7.12 van de wet, i. examinator: degene die conform artikel 7.12 lid 3 van de wet door de examencommissie wordt aangewezen ten behoeve van het afnemen van tentamens, j. tentamen: een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de student met betrekking tot een bepaald onderdeel, alsmede de beoordeling van dat onderzoek door tenminste één daartoe door de examencommissie aangewezen examinator, ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 4

k. examen: toetsing, waarbij door de examencommissie overeenkomstig artikel 7.10 van de wet wordt vastgesteld of alle tentamens van de tot de propedeuse respectievelijk tot de bachelorfase behorende onderdelen met goed gevolg zijn afgelegd, l. uitvoeringsregeling: de uitvoeringsregeling behorende bij de onderwijs- en examenregeling en geldend voor een specifieke opleiding, m. EC: European credit, studiepunt conform het European Credit Transfer System (ECTS), n. werkdag: maandag tot en met vrijdag met uitzondering van de erkende feestdagen, o. papieren patroon: de gids voor de opleiding die specifieke informatie met betrekking tot de onderdelen bevat. Artikel 3 - Doel van de opleiding Met de opleiding wordt beoogd: a. studenten op te leiden tot bachelor of science in de civiele techniek, waarbij de eindtermen zoals beschreven in artikel 4 bereikt dienen te worden. b. toelating tot alle varianten van de op de opleiding aansluitende masteropleiding civiele techniek: - mechanica, materialen en constructies - bouwtechniek en bouwproces - waterbouwkunde en geotechniek - watermanagement - infrastructuur. c. toelating tot de interfacultaire mastervariant offshore technologie. Artikel 4 - Eindtermen van de opleiding Studenten met een bachelordiploma zullen: 1. in staat zijn om de binnen hun vakgebied aanvaarde analyse- en onderzoekstechnieken juist toe te passen. 2. in staat zijn om kritisch de waarde van argumenten, aannames, abstracte begrippen en gegevens te bepalen, om beoordelingen te maken en bij te dragen tot oplossingen van complexe problemen. 3. inhoudelijk begrip hebben van onderzoek in hun vakgebied in complexe en onvoorspelbare contexten en in staat zijn om bepaalde aspecten van hedendaags onderzoek te beschrijven en er commentaar op te geven. 4. in staat zijn om de methodes en technieken die ze hebben geleerd, toe te passen om hun kennis en begrip te oefenen, te verstevigen, uit te bouwen en toe te passen, en om teamprojecten op te starten en uit te voeren, bij voorkeur in een multidisciplinaire omgeving. 5. in staat zijn informatie, ideeën, problemen en oplossingen over te dragen op zowel een publiek van vakgenoten als een lekenpubliek, bij voorkeur in een internationale omgeving. 6. zich bewust zijn van mogelijke ethische, sociale, omgevings, esthetische en economische gevolgen van het uitoefenen van hun vak. 7. de leercapaciteiten hebben die nodig zijn als verder beroeps- of universitair onderwijs gewenst is. 8. waardering hebben voor de onzekerheid, ambiguïteit en beperkingen van kennis. ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 5

Voorts dienen de studenten met een bachelordiploma te beschikken over de volgende vaardigheden: 1. systematisch begrip van de belangrijkste aspecten van het vakgebied, 2. basiskennis van methodes gebruikt in het vakgebied en technische vaardigheid, 3. enige scholing in de theoretische kennis en onderzoeksmethodes en in het ontwikkelen van modellen, 4. basiskennis van hun vakgebied en van de samenhang tussen de specifieke onderwerpen binnen het vakgebied, 5. speciale ziens- en denkwijze verwacht binnen een bepaald onderwerp, 6. bewustzijn van samenhang met andere vakgebieden. Artikel 5 - Toelating tot de opleiding Voor toelating tot de opleiding dient de student te voldoen aan de in hoofdstuk 2 van het Studentenstatuut beschreven voorwaarden Artikel 6 - Voltijdse dan wel deeltijdse inrichting van de opleiding De opleiding wordt uitsluitend voltijds verzorgd. Artikel 7 - Examens van de opleiding 1. In de opleiding kunnen de volgende examens worden afgelegd: a. het propedeutisch examen b. het bachelorexamen 2. Het propedeutisch examen heeft een studielast van 42 studiepunten (60 EC s). 3. Het bachelorexamen heeft met inbegrip van de propedeutische fase een studielast van 126 studiepunten (180 EC s). Het bachelorexamen wordt afgerond met een integrerend eindwerk dat nader is omschreven in de uitvoeringsregeling behorend bij deze onderwijs- en examenregeling. Uit dit eindwerk blijkt dat de student de bij de bacheloropleiding opgedane kennis en vaardigheden beheerst en kan toepassen. 4. Alvorens het bachelorexamen af te leggen is het propedeutisch examen afgelegd of is daarvan vrijstelling verkregen. Artikel 8 - Taal 1. Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan de decaan in overleg met de kamer civiele techniek van de studentenraad toestemming geven om het onderwijs in het Engels te geven: - wanneer het onderwijs betreft dat in het kader van een gastcollege door een Engelstalige docent wordt gegeven, - indien de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs dan wel de herkomst van de studenten daartoe noodzaakt. ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 6

3. Indien een student verzoekt een of meer onderdelen van een examen in een andere taal dan het Nederlands te mogen afleggen, is het bepaalde daarover in de Regels en richtlijnen van de examencommissie op dat verzoek van toepassing. Paragraaf 2 - De propedeuse Artikel 9 - Samenstelling Het studieprogramma van de propedeuse en daarbij behorende overgangsregelingen zijn vastgelegd in de uitvoeringsregeling. Paragraaf 3 - Bachelorfase Artikel 10 - Samenstelling Het studieprogramma van de bachelorfase en daarbij behorende overgangsregelingen zijn vastgelegd in de uitvoeringsregeling. Paragraaf 4 - Tentamens Artikel 11 - Aantal, tijdvakken en frequentie tentamens 1. Tot het afleggen van de tentamens van de opleiding wordt tenminste twee keer per jaar de gelegenheid gegeven: - de eerste keer aansluitend op de onderwijsperiode waarin het onderdeel werd aangeboden, - de tweede en eventueel derde keer na afloop van het eerste of tweede semester of in de herkansingsperiode in de maand augustus. 2. In de uitvoeringsregeling wordt de frequentie van de tentamens vastgelegd. Van de gelegenheid tot het afleggen van schriftelijke tentamens wordt jaarlijks een rooster gemaakt dat voor het begin van het studiejaar wordt gepubliceerd. 3. Indien ten aanzien van een tentamen niet is aangegeven hoeveel keer per studiejaar het kan worden afgelegd omdat het gaat over een onderdeel dat niet door de opleiding zelf wordt verzorgd, is het daaromtrent bepaalde in de onderwijs- en examenregeling van de desbetreffende andere opleiding van toepassing. De examencommissie kan hierover een afwijkende beslissing nemen. 4. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt tot het afleggen van het tentamen van een onderdeel waarvan het onderwijs in een bepaald studiejaar niet wordt gegeven, in dat jaar tenminste eenmaal de gelegenheid gegeven. 5. De examencommissie kan in bijzondere gevallen toestaan dat wordt afgeweken van het aantal malen dat tentamens kunnen worden afgelegd. Artikel 12 - Volgorde tentamens In de uitvoeringsregeling wordt de volgorde bepaald waarin de tentamens, de practica en/of de oefeningen moeten worden afgelegd. Artikel 13 - Geldigheidsduur tentamens 1. De geldigheidsduur van een tentamenresultaat is ten hoogst 10 jaar. 2. De examencommissie kan ten gunste van de student van het bepaalde in lid 1 afwijken. ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 7

Artikel 14 - Vorm van de tentamens en de wijze van toetsen 1. De tentamens die behoren tot het propedeutisch examen en het bachelorexamen worden afgelegd op de wijze zoals in de uitvoeringsregeling wordt beschreven. 2. Indien ten aanzien van een tentamen niet is aangegeven op welke wijze het wordt afgenomen omdat dat tentamen betrekking heeft op een onderdeel dat niet door de opleiding zelf wordt verzorgd, dan is het daaromtrent bepaalde in de onderwijs- en examenregeling van de desbetreffende andere opleiding van toepassing. 3. De examencommissie kan ten gunste van de student van het bepaalde in de leden 1 en 2 afwijken. 4. Aan een lichamelijk of zintuiglijk gehandicapte student wordt op zijn verzoek de gelegenheid geboden de tentamens, de practica en/of de oefeningen op een zoveel mogelijk aan zijn individuele handicap aangepaste wijze af te leggen. De hiertoe te verlenen faciliteiten bestaan uit een op de individuele situatie afgestemde vorm of duur van de tentamens en/of het ter beschikking stellen van praktische hulpmiddelen. 5. Het in het vorige lid bedoelde verzoek wordt door de student bij de examencommissie ingediend. Het verzoek dient vergezeld te gaan van een medische verklaring die niet ouder is dan 1 jaar. Indien er sprake is van dyslexie dient het verzoek vergezeld te gaan van een verklaring van een algemeen erkend testbureau inzake dyslexie. 6. De vorm waarin de tentamens worden afgenomen, wordt vermeld in de papieren patroon voor het desbetreffende studiejaar. Artikel 15 - Mondelinge tentamens 1. Mondeling wordt niet meer dan één student tegelijk getentamineerd, tenzij de examinator anders heeft bepaald. 2. Bij het afnemen van een mondeling examen is een tweede examinator aanwezig, tenzij de examencommissie anders heeft bepaald. 3. Het mondeling afnemen van een tentamen is openbaar, tenzij de examencommissie in een bijzonder geval anders heeft bepaald dan wel de student tegen de openbaarheid bezwaar heeft gemaakt. 4. De examinator moet voor aanvang van een mondeling tentamen controleren of de student als zodanig is ingeschreven. Artikel 16 - Vaststelling en bekendmaking van de uitslag 1. De examinator stelt terstond na het afnemen van een mondeling tentamen de uitslag vast en reikt de student daarvan een schriftelijke verklaring uit. 2. De examinator stelt de uitslag van een schriftelijk tentamen zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 12 werkdagen na afloop van de zitting vast. De examinator verschaft de onderwijsadministratie van de opleiding de nodige gegevens. De onderwijsadministratie zorgt voor registratie en publicatie van de uitslag binnen 15 werkdagen na afloop van de zitting met in achtneming van de privacy van de student. 3. Ten aanzien van een op andere wijze dan mondeling of schriftelijk af te leggen tentamen bepaalt de examencommissie tevoren op welke wijze en binnen welke termijn de student in kennis wordt gesteld van de uitslag. ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 8

4. Op een schriftelijke verklaring omtrent de uitslag van een tentamen wordt de student gewezen op het inzagerecht als bedoeld in artikel 17 alsmede op de beroepsmogelijkheid bij het College van Beroep voor de examens. Artikel 17 - Het inzagerecht 1. Gedurende tenminste 20 werkdagen na de bekendmaking van de uitslag van een schriftelijk tentamen krijgt de student op zijn verzoek inzage in zijn beoordeelde werk. 2. Gedurende de termijn genoemd in lid 1 kan elke belangstellende kennisnemen van de vragen en opdrachten van het desbetreffende tentamen alsmede van de normen aan de hand waarvan de beoordeling heeft plaatsgevonden. 3. De examencommissie kan bepalen dat de in de leden 1 en 2 bedoelde inzage of kennisneming geschiedt op een van tevoren vastgestelde plaats en op tenminste twee van tevoren vastgestelde tijdstippen. Indien de student aantoont buiten zijn schuld verhinderd te zijn of te zijn geweest op een aldus vastgestelde plaats en tijdstip te verschijnen, wordt hem een andere mogelijkheid geboden, zo mogelijk binnen de in lid 1 genoemde termijn. Plaats en tijdstippen als bedoeld in de eerste volzin worden vermeld op de tentamenuitslaglijst. Artikel 18 - De nabespreking van tentamens 1. Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de uitslag van een mondeling tentamen vindt op verzoek van de student dan wel op initiatief van de examinator een nabespreking plaats tussen de examinator en de student. Alsdan wordt de gegeven beoordeling gemotiveerd. 2. Gedurende een termijn van 20 werkdagen na de bekendmaking van de uitslag kan de student die een schriftelijk tentamen heeft afgelegd, aan de desbetreffende examinator om een nabespreking verzoeken. De nabespreking geschiedt binnen een redelijke termijn op een door de examinator te bepalen plaats en tijdstip. 3. Indien door of vanwege de examencommissie een collectieve nabespreking wordt georganiseerd, kan de student een verzoek als bedoeld in het vorige lid pas indienen, wanneer hij bij de collectieve bespreking aanwezig is geweest en het desbetreffende verzoek motiveert, of wanneer hij buiten zijn schuld verhinderd is geweest bij de collectieve bespreking aanwezig te zijn. 4. Het bepaalde in lid 3 is van overeenkomstige toepassing, indien de examencommissie danwel de examinator de student gelegenheid biedt om zijn uitwerkingen te vergelijken met modelantwoorden. 5. De examencommissie kan toestaan dat van het bepaalde in de leden 2 en 3 wordt afgeweken. Paragraaf 6 - Vrijstelling van tentamens Artikel 19 - Vrijstelling van een tentamen, practicum of oefening De examencommissie kan na advies van de desbetreffende examinator te hebben ingewonnen, vrijstelling verlenen van een tentamen of examen, practicum of oefening op grond van: a. een eerder met goed gevolg afgelegd tentamen of examen, practicum of oefening in het hoger onderwijs binnen Nederland of daarbuiten dat wat inhoud en studielast betreft overeenkomt met het onderdeel waarvoor vrijstelling wordt verzocht, of b. kennis en/of vaardigheden die buiten het hoger onderwijs zijn opgedaan. ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 9

Paragraaf 7 - Examens Artikel 20 - Tijdvakken en frequentie examens 1. Tot het afleggen van het propedeutisch examen en het bachelorexamen wordt driemaal per jaar de gelegenheid gegeven. De data van de zittingen van de examencommissie worden voor het begin van het studiejaar gepubliceerd. 2. De student kan zich voor het examen aanmelden zodra hij heeft voldaan aan de opleidingseisen en de bewijzen van de door hem behaalde onderdelen bij de onderwijsadministratie van de opleiding heeft overgelegd. Paragraaf 8 - Studiebegeleiding en studieadvies Artikel 21 - Propedeuse-advies 1. Aan iedere student wordt aan het eind van het eerste semester in de propedeutische fase door de examencommissie een voorlopig advies uitgebracht over de voorzetting van zijn studie binnen of buiten de opleiding. 2. Aan iedere student wordt uiterlijk aan het eind van zijn eerste jaar van inschrijving voor de propedeuse door de examencommissie een advies uitgebracht over de voortzetting van zijn studie binnen of buiten de opleiding. 3. De decaan draagt zorg voor studiebegeleiding van de studenten die voor de opleiding zijn ingeschreven, mede ten behoeve van hun oriëntatie op mogelijke studiewegen binnen of buiten de opleiding. Artikel 22 - Studievoortgangsrapport 1. Aan iedere student wordt tenminste twee keer per jaar schriftelijk bericht gezonden omtrent zijn studievoortgang in de afgelopen periode. 2. Bij het opstellen van het bericht genoemd in lid 1 wordt uitgegaan van de richtlijnen vastgesteld door het College van Bestuur. 3. Het bepaalde in artikel 21 lid 3 is van overeenkomstige toepassing. Paragraaf 9 - Afwijken, strijdigheid, wijziging en invoering Artikel 23 - Afwijken van de regeling 1. De examencommissie kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in deze regeling en in de daarbij behorende uitvoeringsregeling. 2. Een verzoek hiertoe dient schriftelijk aan de examencommissie te worden gedaan. 3. De examencommissie neemt bij haar besluitvorming onderstaande criteria in acht: a. het behoud van kwaliteits- en selectie-eisen van het tentamen of examen, b. doelmatigheidseisen, onder meer tot uitdrukking komend in een streven om - tijdverlies voor de student die goede voortgang met de studie maakt, bij de voorbereiding van een tentamen of examen zoveel mogelijk te beperken, - de student te bewegen zijn studie af te breken met zo min mogelijk verlies van inschrijvingstijd indien het voltooien van de studie binnen de toegestane duur van inschrijving onwaarschijnlijk is geworden, c. beschermen tegen zichzelf van de student die een te grote studielast op zich wil nemen, ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 10

d. mildheid ten opzichte van de student die door omstandigheden buiten zijn schuld studievertraging heeft opgelopen. Artikel 24 - Strijdigheid met de regeling Indien een papieren patroon en/of overige regelingen die het studieprogramma en/of het examenprogramma raken, in strijd zijn met deze regeling of de daarbij behorende uitvoeringsregeling gaat het bepaalde in deze regeling met inbegrip van de uitvoeringsregeling voor. Artikel 25 - Wijziging regeling 1. Wijzigingen van deze regeling worden door de decaan bij afzonderlijk besluit vastgesteld. 2. Geen wijzigingen vinden plaats die van toepassing zijn op het lopende studiejaar, tenzij de belangen van de studenten hierdoor redelijkerwijze niet worden geschaad. 3. Wijzigingen kunnen niet ten nadele van de student van invloed zijn op enige beslissing die krachtens deze regeling door de examencommissie ten aanzien van een student is genomen. Artikel 26 - Overgangsregeling 1. Indien de samenstelling van het studieprogramma inhoudelijk wijziging ondergaat danwel indien deze regeling wordt gewijzigd, wordt door de decaan een overgangsregeling vastgesteld die wordt opgenomen in de uitvoeringsregeling. 2. In deze overgangsregeling worden in ieder geval opgenomen: a. een regeling omtrent vrijstellingen die verkregen kunnen worden op grond van reeds behaalde tentamens, b. het aantal malen dat alsnog tentamen in de onderdelen van het oude programma kan worden afgelegd, c. de geldigheidsduur van de overgangsregeling. Artikel 27 - Bekendmaking 1. De decaan zorgt voor een passende bekendmaking van deze regeling en de daarbij behorende uitvoeringsregeling alsmede van de wijziging ervan. 2. De onderwijs- en examenregeling en de daarbij behorende uitvoeringsregeling worden in ieder geval geplaatst op de website van de opleiding: www.doos.citg.tudelft.nl. Wijzigingen ervan worden tevens in het CT-nieuws gepubliceerd. Artikel 28 - Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 september 2002. ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 11

Uitvoeringsregeling bacheloropleiding civiele techniek Hoofdstuk 1 - Propedeutische fase Artikel 1 - Samenstelling 1. De studielast van de propedeuse is 42 studiepunten. 2. De propedeutische fase geeft inzicht in de inhoud van de opleiding en is zodanig ingericht dat zij de mogelijkheid biedt tot verwijzing en selectie aan het einde van deze fase. 3. De propedeutische fase bestaat uit de onderdelen van het eerste cursusjaar en omvat de volgende onderdelen met de daarbij vermelde studielast: code onderdeel sp EC s CT1021 dynamica 3 4,3 CT1031 constructiemechanica 1 3 4,3 CT1041 constructiemechanica 2 3 4,3 CT1051 constructieleer 1 (A, B en C) 3 4,3 CT1060 ontwerpproject 1 4 5,7 CT1090 modelvorming 2 2,9 CT1101 inleiding civiele techniek 2 2,9 CT1102 ruimtelijke ordening, bestuurskunde, recht 3 4,3 CT1111 technisch tekenen 2 2,9 CT1121 duurzame ontwikkeling 2 2,9 CT1130 geo-informatie 2 2,9 CT1210 organisatie van het bouwen 2 2,9 CT1310 hydrologie 3 4,3 WI1316CT analyse 4 5,7 WI1317CT lineaire algebra 4 5,7 Artikel 2 - Practica en/of oefeningen 1. Het onderwijs in de onderdelen wordt gegeven in de vorm van colleges en/of practica en/of oefeningen. 2. Practica en/of oefeningen moeten zijn voltooid voordat aan het tentamen mag worden deelgenomen, tenzij in de papieren patroon bij het betreffende onderdeel anders is vermeld. Artikel 3 - Vorm van de tentamens De tentamens van de propedeuseonderdelen worden schriftelijk afgelegd met uitzondering van de volgende tentamens die op de daarbij aangegeven wijze worden afgelegd: CT1060 ontwerpproject 1: werken in groepen met individuele schriftelijke vastlegging en individuele mondelinge presentatie. CT1111 technisch tekenen: oefeningen ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 12

Artikel 4 - Frequentie, tijdvakken en volgtijdelijkheid tentamens 1. De tentamens in de onderdelen kunnen als volgt worden afgelegd: code onderwijsperiode 1 onderwijsperiode 2 onderwijsperiode 3 onderwijsperiode 4 augustus CT1121 T h h CT1031 T h h CT1051, 1A T h h CT1051, 1B T h CT1051, 1C o CT1101 T h h CT1111 o WI1316CT T h CT1021 T h CT1130 T h CT1060 d d WI1317CT T h CT1041 T h CT1210 T h CT1102 T h CT1090 T h CT1310 T T T h T = tentamen h = 1 e herkansing h = 2 e herkansing d = deeltentamen: een opdracht, evaluatie of toets o = oefening 2. Aan practica en/of oefeningen kan conform de hiertoe opgestelde roosters worden deelgenomen. 3. De eindbeoordeling van ontwerpproject 1 (CT1060) vindt eenmaal per studiejaar plaats. Artikel 5 - Instellingspakket 1. De volgende onderdelen worden als instellingspakket aangeboden: WI1316CT analyse WI1317CT lineaire algebra CT1021 dynamica CT1031 constructiemechanica 1 CT1041 constructiemechanica 2 2. Voor onderdelen die als instellingspakket in een andere opleiding met een resultaat 5 zijn afgerond, geldt dat zij in het studieprogramma kunnen worden opgenomen alsof zij in de opleiding zelf zijn afgerond. zak-slaagregeling propedeutisch examen (Regels en richtlijnen van de examencommissie artikel...) 1. De student is voor het propedeutisch examen geslaagd wanneer is voldaan aan de volgende eisen: - de student was gerechtigd de onderdelen af te leggen, - de cijferlijst is compleet, hetgeen wil zeggen dat voor ieder onderdeel een cijfer, een v (voldoende) of een vr (vrijstelling) is vastgesteld, ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 13

- voor onderdelen met een totale omvang van ten hoogste vijf studiepunten, het ontwerpproject 1 (CT1060) uitgezonderd, mag het cijfer 5 voorkomen, - het onderdeel ontwerpproject 1 (CT1060) moet met een voldoende ( 6) zijn afgerond, - er mogen geen cijfers lager dan 5 voorkomen. 2. Voor de student moet duidelijk zijn hoe de uitslag van het examen tot stand is gekomen. 3. In bijzondere gevallen kan de examencommissie toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde in lid 1. Zonodig stelt zij daartoe aanvullende eisen vast. Hoofdstuk 2 - Bachelorfase Artikel 6 - Samenstelling 1. De studielast van het bachelorexamen is met inbegrip van de propedeutische fase 126 studiepunten. 2. De bachelorfase bestaat uit de onderdelen van het tweede en derde cursusjaar en omvat de volgende onderdelen met de daarbij vermelde studielast: tweede cursusjaar code onderdeel sp EC s CT2022 dynamica van systemen 2 2,9 CT2031 constructiemechanica 3 3 4,3 CT2051 constructieleer 2 (A en B) 5 7,2 CT2060 ontwerpproject 2 4 5,7 CT2071 ruimtelijke vervoersplanning 3 4,3 CT2081 informatica voor civiele techniek 3 4,3 CT2090 grondmechanica 4 5,7 CT2100 vloeistofmechanica 4 5,7 CT2121 materiaalkunde + experiment 3 4,3 CT2320 inleiding waterbouwkunde 3 4,3 CT2330 funderingstechniek 2 2,9 WI2253CT differentiaalvergelijkingen voor civiele techniek 3 4,3 WI3097CT numerieke wiskunde 3 4,3 derde cursusjaar code onderdeel sp EC s CT3011 inleiding watermanagement 3 4,3 CT3041 weg- en spoorwegontwerp 4 5,7 CT3051 constructieleer 3 (A en B) 4 5,7 CT3053 bouwcyclus 1 1,4 CT3060 ontwerpproject 3 4 5,7 CT3071 ontwerpen van gebouwen 4 5,7 WI3102CT kansrekening/statistiek 2 2,9 WI3103CT risicoanalyse 2 2,9 A-pakket onderdelen B-lijst CT3000 eindwerk 6 8,6 3. Een A-pakket wordt gekozen uit de volgende combinaties van vakken: code A-pakket sp EC s mechanica, materialen en constructies CT3109 constructiemechanica 4 3 4,3 construeren (keuze: staalconstr. 2 of betonconstr. 2) 3 4,3 bouwtechniek en bouwproces CT3211 constructies van gebouwen 3 4,3 CT3221 bouwfysica en bouwtechniek 3 4,3 ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 14

waterbouwkunde en geotechniek CT3310 stroming in waterlopen 4 5,7 CT3320 grondwatermechanica en -stroming 3 4,3 watermanagement CT3410 waterbeheersing 3 4,3 CT3420 civiele gezondheidstechniek 3 4,3 infrastructuur CT3711 oef. geom. en constr. ontw. van wegen en spoorwegen 3 4,3 CT3721 ontwerp stedelijke infrastructuur 3 4,3 4. De student dient onderdelen met een totale omvang van tenminste zes studiepunten te kiezen uit de A-pakketonderdelen die nog niet zijn gekozen, of uit onderstaande B-lijst. De student die overeenkomstig het bepaalde in lid 3 het A-pakket waterbouwkunde en geotechniek heeft gekozen dient onderdelen met een totale omvang van tenminste vijf studiepunten te kiezen uit de A-pakketonderdelen die nog niet zijn gekozen, of uit onderstaande B-lijst. code B-onderdelen sp EC s CT3110 elastostatica van slanke structuren 3 4,3 CT3111 bouwweek 1 1,4 CT3121 staalconstructies 2 3 4,3 CT3150 betonconstructies 2 3 4,3 CT3212 functie, gebouw en constructie 3 4,3 CT3330 constructieve waterbouwkunde 3 4,3 CT3340 rivierwaterbouwkunde 3 4,3 CT3751 stadsontwikkeling, verkeerssystemen en netwerken 3 4,3 CT3910 wiskundige modellen en simulatie 3 4,3 CT3920 grafische gegevensverwerking / CAD 3 4,3 CT3930 ruimtelijke gegevensverwerking / GIS 3 4,3 CT3980 uitvoering civieltechnische werken 3 4,3 CT4010 economie 3 4,3 CT4030 onderzoekmethodologie 2 2,9 TB9422 logistical management; a business perspective 2 2,9 WM0211TU professioneel presenteren voor technisch commercieel ingenieurs 2 2,9 WM0212TU professioneel rapporteren voor technisch commercieel ingenieurs 2 2,9 WM0213TU wetenschapsjournalistiek 2 2,9 WM0401TU geschiedenis van de techniek 2 2,9 WM0720TU ondernemingsrecht 2 2,9 WM0729TU computer en recht 2 2,9 WM0771TU technisch milieurecht 2 2,9 WM0801TU inleiding veiligheidskunde 2 2,9 WM0908TU techniek en toekomst 2 2,9 WM1101TU upper-intermediate English 2 2,9 WM1102TU written English for technologists 2 2,9 WM1103TU Frans voor gevorderden 2 2,9 WM1104TU Frans voor vergevorderden 2 2,9 WM1106TU Italiaans voor beginners 3 4,3 WM1108TU basiscursus Spaans 3 4,3 Artikel 7 - Practica en/of oefeningen 1. Het onderwijs in de onderdelen wordt gegeven in de vorm van colleges en/of practica en/of oefeningen. ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 15

2. Practica en/of oefeningen moeten zijn voltooid voordat aan het tentamen mag worden deelgenomen, tenzij in de papieren patroon bij het betreffende onderdeel anders is vermeld. Artikel 8 - Eindwerk De bachelorfase wordt afgerond met een individueel eindwerk waaruit blijkt dat de student de in de opleiding opgedane kennis en vaardigheden beheerst en kan toepassen. Het eindwerk bestaat uit een integrerende opdracht die zes studiepunten omvat. Artikel 9 - Afwijken van het examenprogramma De examencommissie kan afwijkingen van het examenprogramma toestaan. Artikel 10 - Toegang tot onderdelen van de bachelorfase 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 7.30 WHW mag pas aan de tentamens en/of practica en/of oefeningen die tot het derde cursusjaar behoren, worden deelgenomen wanneer het propedeutisch examen met goed gevolg is afgelegd. [NB: Lid 1 was bij het ter perse gaan van deze bundel nog niet vastgesteld.] 2. Aan het ontwerpproject 2, CT2060, mag pas worden deelgenomen als de student het ontwerpproject 1, CT1060, met een resultaat 6 heeft afgerond. 3. Aan het ontwerpproject 3, CT3060, mag pas worden deelgenomen als de student met inachtneming van het bepaalde in lid 1 het ontwerpproject 2, CT2060, met een resultaat 6 heeft afgerond. 4. Aan het eindwerk mag pas worden begonnen als de student met inachtneming van het bepaalde in lid 1 onderdelen met een totale omvang van 69 studiepunten uit het tweede en derde studiejaar heeft afgerond, waaronder het ontwerpproject 3. In afwijking hierop mag de student die nominaal studeert, met het eindwerk beginnen wanneer hij met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid onderdelen met een totale omvang van 60 studiepunten heeft afgerond, waaronder het ontwerpproject 3. [NB: De eerste volzin van lid 4 was bij het ter perse gaan van deze bundel nog niet vastgesteld.] 5. Voor de toepassing van dit artikel geldt dat de resultaten die van belang zijn om te beoordelen of mag worden deelgenomen respectievelijk begonnen, tenminste 10 werkdagen voor aanvang van het desbetreffende tentamen of onderdeel bij de onderwijsadministratie van de opleiding bekend moeten zijn. Artikel 11 - Vorm van de tentamens De tentamens van de onderdelen van de bachelorfase worden afgelegd op de wijze die in de papieren patroon bij het desbetreffende onderdeel is beschreven. Artikel 12 - Frequentie, tijdvakken en volgtijdelijkheid tentamens 1. De tentamens in de onderdelen van het tweede en derde cursusjaar kunnen als volgt worden afgelegd: Code onderwijsperiode 1 onderwijsperiode 2 onderwijsperiode 3 onderwijsperiode 4 augustus WI2253CT T h h CT2121 o CT2100 T h ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 16

CT2090 T h CT2071 T h h WI3097CT T h h CT2081 T h CT2051, 2A T h CT2051, 2B T h CT2031 T h CT2330 T h CT2022 T h CT2320 T T h CT2060 d code onderwijsperiode 1 onderwijsperiode 2 onderwijsperiode 3 onderwijsperiode 4 augustus WI3102CT T h h CT3051, 3A T h h CT3051, 3B T h CT3041 T h h CT3011 T h h WI3103CT T h CT3071 T h CT3060 d CT3109 T h CT3121 T h CT3150 T h CT3211 T h CT3221 T h CT3310 T h CT3320 T h CT3410 T h CT3420 T h CT3711 T h CT3721 T h T = tentamen h = 1 e herkansing h = 2 e herkansing d = deeltentamen: een opdracht, evaluatie of toets o = oefening 2. Aan practica en/of oefeningen kan conform de hiertoe opgestelde roosters worden deelgenomen. 3. De eindbeoordeling van ontwerpproject 2 (CT2060) en ontwerpproject 3 (CT3060) vindt eenmaal per studiejaar plaats. Artikel 13 - Instellingspakket 1. De volgende onderdelen worden als instellingspakket aangeboden: WI3097CT numerieke wiskunde WI3102CT kansrekening/statistiek. 2. Het bepaalde in artikel 5 lid 2 is van overeenkomstige toepassing. ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 17

zak-slaagregeling bachelorexamen (Regels en richtlijnen van de examencommissie artikel...) 1. De student is voor het bachelorexamen geslaagd wanneer is voldaan aan de volgende eisen: - de student heeft het propedeutisch examen behaald of daarvoor vrijstelling gekregen, - de student was gerechtigd de onderdelen af te leggen, - de cijferlijst is compleet, hetgeen wil zeggen dat voor ieder onderdeel een cijfer, een v (voldoende) of een vr (vrijstelling) is vastgesteld, - voor onderdelen die niet tot de propedeutische fase van het bachelorexamen behoren, met een totale omvang van ten hoogste acht studiepunten, ontwerpproject 2 (CT2060), ontwerpproject 3 (CT3060) en het eindwerk (CT3000) uitgezonderd, mag het cijfer 5 voorkomen, - de onderdelen ontwerpproject 2 (CT2060), ontwerpproject 3 (CT3060) en eindwerk (CT3000) moeten met een voldoende ( 6) zijn afgerond, - er mogen geen cijfers lager dan 5 voorkomen. 2. Voor de student moet duidelijk zijn hoe de uitslag van het examen tot stand is gekomen. 3. In bijzondere gevallen kan de examencommissie toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde in lid 1. Zonodig stelt zij daartoe aanvullende eisen vast. Hoofdstuk 3 - Verkorte hbo-opleiding Artikel 14 - Verkorte hbo-opleiding 1. Aan studenten die in het bezit zijn van een diploma waaruit blijkt dat zij met goed gevolg het afsluitend examen van de bacheloropleiding civiele techniek aan een instelling voor hoger beroepsonderwijs in Nederland hebben afgelegd, worden vrijstellingen verleend voor onderdelen genoemd in de artikelen 1 en 6 met een totale omvang van tenminste 82 studiepunten. 2. De nog af te leggen onderdelen in de propedeuse zijn: code onderdeel sp EC s CT1021 dynamica 1 3 4,3 CT1090 modelvorming 2 2,9 WI1265HCT analyse, hbo 8 11,4 WI2254HCT differentiaalvergelijking en lineaire algebra, hbo 4 5,7 3. De nog af te leggen onderdelen in de bachelorfase zijn: code onderdeel sp EC s CT1120H materiaalkunde, hbo 2 2,9 CT2022 dynamica van systemen 2 2,9 CT2031 constructiemechanica 3 3 4,3 CT2090 grondmechanica 4 5,7 CT2100 vloeistofmechanica 4 5,7 WI3097CT numerieke wiskunde 3 4,3 WI3102CT kansrekening/statistiek 2 2,9 A-pakket, bestaande uit twee onderdelen. Hoofdstuk 4 - Overgangsregelingen Artikel 15 - Overgangsregeling eerste drie cursusjaren vijfjarig curriculum - bacheloropleiding 1. De overgangsregeling geldt voor alle studenten die aan hun opleiding civiele techniek zijn begonnen vóór 1 september 2002 met uitzondering van die studenten die het 4-jarige studieprogramma volgen zoals dat vóór 1 september 1995 gold, en die studenten die het verkorte hbo-programma volgen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de onderwijs- en examenregeling 2001-2002. ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 18

2. Er gaan geen studiepunten verloren. 3. Iedereen studeert volgens de zak-slaagregelingen zoals die zijn neergelegd in de artikelen 32, 38 en 38a van de onderwijs- en examenregeling 2001-2002. In de bij deze regeling behorende bijlage A is in een equivalentielijst een overzicht van de onderdelen van het 5-jarig curriculum opgenomen met de daarmee corresponderende onderdelen uit het bachelorprogramma. Waar het onderdeel uit het 5-jarig curriculum niet meer bestaat, dient men in plaats daarvan het ermee corresponderende onderdeel uit het bachelorprogramma af te leggen of deel te nemen aan een van de herkansingstentamens van het onderdeel uit het 5-jarig curriculum zolang deze nog worden afgenomen. Propedeuse: 4. Wanneer een student het onderdeel infrastructuurplanning in het 5-jarig curriculum niet met goed gevolg heeft afgelegd, dient hij in plaats daarvan naar keuze het onderdeel duurzame technologie of geo-informatie te doen. Heeft hij het onderdeel tekenen in het 5-jarig curriculum niet gedaan, dan dient hij daarvoor in de plaats de onderdelen tekenen en naar keuze duurzame technologie of geo-informatie te doen. 5. Alleen wanneer een student het onderdeel infrastructuurplanning in het 5-jarig curriculum niet met goed gevolg heeft afgelegd, behaalt hij het propedeutisch examen met 41 in plaats van 42 studiepunten. 6. De zak-slaagregeling voor het propedeutisch examen zoals deze is neergelegd in artikel 32 van de onderwijs- en examenregeling 2001-2002, is van toepassing. 7. Deze regeling is van kracht tot en met 31 augustus 2004. Wanneer een student op die datum het propedeutisch examen niet volgens voornoemde regels heeft behaald, wordt hij door de examencommissie overgeplaatst naar de zak-slaagregeling zoals die geldt voor het propedeutisch examen van de bacheloropleiding en moet hij aan de eisen die voor dat examen zijn gesteld, voldoen. I1 BSc 8. De zak-slaagregeling voor het ingenieursexamen eerste gedeelte zoals deze is neergelegd in de artikelen 38 en 38a van de onderwijs- en examenregeling 2001-2002, is van toepassing met dien verstande dat een zesde cluster wordt toegevoegd dat de onderdelen bevat die tot de tweede helft van het derde cursusjaar van het 5-jarig curriculum behoren. In afwijking van hetgeen in voornoemde artikelen in lid 2 onder het vierde aandachtspunt is bepaald, geldt dat in 5 van de 6 clusters het cijfer 5 ten hoogste één keer mag voorkomen, mits gecompenseerd in datzelfde cluster met tenminste een 7, zodat wordt voldaan aan de eis dat het rekenkundig gemiddelde van de cijfers per cluster tenminste 6,0 is; vrijstellingen en v worden bij de bepaling van het rekenkundig gemiddelde niet in aanmerking genomen. 9. De student die overeenkomstig voornoemde regels het propedeutisch examen met goed gevolg heeft afgelegd en 84 studiepunten van het tweede en derde cursusjaar heeft behaald, komt in aanmerking voor het bachelordiploma. Na 1 september 2002 wordt geen getuigschrift ingenieursexamen eerste gedeelte meer uitgereikt. 10. Deze regeling is van kracht tot en met 31 augustus 2006. Wanneer een student op die datum het bachelordiploma niet overeenkomstig voornoemde regels heeft behaald, wordt hij door de examencommissie overgeplaatst naar de zak-slaagregeling zoals die geldt voor het bachelorexamen en moet hij aan de eisen die voor dat examen zijn gesteld, voldoen. De termijn tot en met 31 augustus 2006 kan met ten hoogste 1 jaar worden verlengd voor die studenten die op 1 september 2001 aan de opleiding civiele techniek zijn begonnen en die bestuursfuncties verrichten of hebben verricht of topsport op internationaal niveau bedrijven waarvoor garantiemaanden zijn toegekend zoals bedoeld in de Regeling Financiële Ondersteuning Studenten (RFOS), en waarop de student daadwerkelijk aanspraak kan maken. ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 19

Artikel 16 - Overgangsregeling hbo-programma - bacheloropleiding 1. De overgangsregeling hbo-programma geldt voor alle studenten die vóór 1 september 2002 aan hun opleiding civiele techniek in het verkorte hbo-programma zijn begonnen. 2. Op 1 september 2002 wordt het hbo-basisprogramma, genoemd in de artikelen 52, 53 en 54 van de onderwijs- en examenregeling 2001-2002 tezamen met de vereisten uit het hbo-eindprogramma overeenkomend met de vereisten uit de tweede helft van het derde cursusjaar van de opleiding civiele techniek, genoemd in de artikelen 58 lid 1 a, b en c en 59 lid 1 a en b van de onderwijs- en examenregeling 2001-2002, vervangen door het volgende programma: code onderdeel sp EC s propedeuse CT1021 dynamica 1 3 4,3 CT1090 modelvorming 2 2,9 WI1265HCT analyse, hbo 8 11,4 WI2254HCT differentiaalvergelijking en lineaire algebra, hbo 4 5,7 bachelorfase CT1120H materiaalkunde, hbo 2 2,9 CT2022 dynamica van systemen 2 2,9 CT2031 constructiemechanica 3 3 4,3 CT2090 grondmechanica 4 5,7 CT2100 vloeistofmechanica 4 5,7 WI3097CT numerieke wiskunde 3 4,3 WI3102CT kansrekening/statistiek 2 2,9 A-pakket, bestaande uit twee onderdelen 3. In de bij deze regeling behorende bijlage B is in een equivalentielijst een overzicht van bovenstaande onderdelen opgenomen met de daarmee corresponderende onderdelen uit het verkorte hboprogramma als bedoeld in hoofdstuk 5 van de onderwijs- en examenregeling 2001-2002. 4. Zak-slaagregeling: 1. De student is voor het propedeutisch examen geslaagd wanneer is voldaan aan de volgende eisen: - de student was gerechtigd de onderdelen af te leggen, - de cijferlijst is compleet, hetgeen wil zeggen dat voor ieder onderdeel genoemd onder propedeutische fase of het daarmee overeenkomstig de equivalentielijst corresponderende onderdeel een cijfer, een v (voldoende) of een vr (vrijstelling) is vastgesteld, - het cijfer 5 mag ten hoogste twee maal voorkomen, met dien verstande dat het rekenkundig gemiddelde van de cijfers voor alle onderdelen van de propedeutische fase tenminste 6,0 is; v en vrijstellingen worden hierbij niet in aanmerking genomen, - er mogen geen cijfers lager dan 5,0 voorkomen 2. De student is voor het bachelorexamen geslaagd wanneer is voldaan aan de volgende eisen: - de student heeft het propedeutisch examen behaald of daarvoor vrijstelling gekregen, - de student was gerechtigd de onderdelen af te leggen, - de cijferlijst is compleet, hetgeen wil zeggen dat voor ieder onderdeel genoemd onder bachelorfase of het daarmee overeenkomstig de equivalentielijst corresponderende onderdeel een cijfer, een v (voldoende) of een vr (vrijstelling) is vastgesteld, - het cijfer 5 mag ten hoogste twee maal voorkomen, met dien verstande dat het rekenkundig gemiddelde van de cijfers voor alle onderdelen van de bachelorfase tenminste 6,0 is; v en vrijstellingen worden hierbij niet in aanmerking genomen, - er mogen geen cijfers lager dan 5,0 voorkomen. 3. Voor de student moet duidelijk zijn hoe de uitslag van het examen tot stand is gekomen. 4. In bijzondere gevallen kan de examencommissie afwijken of toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde in de leden 1 en 2. Zonodig stelt zij daartoe aanvullende eisen vast. ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 20

5. Onderdelen die niet in het in lid 2 genoemde studieprogramma zijn opgenomen, maar wel deel uitmaakten van het verkorte hbo-programma zoals dat vóór 1 september 2002 in plaats van de eerste drie cursusjaren van de opleiding van kracht was, kunnen als keuzevak in de masteropleiding civiele techniek worden opgenomen. 6. Na 1 september 2002 wordt geen ingenieursdiploma eerste gedeelte meer uitgereikt. ONDERWIJS- & EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING 21-10-2002 21

BIJLAGE A BIJLAGE A onderdelen uit 5-jarig curriculum Propedeuse code onderdeel sp CT1060 project 1 4 CT1070 infrastructuurplanning 3 CT1080 inleiding ct-informatica 3 CT1100 inleiding ct 2 CT1110 tekenen 4 CT1030 mech. v. constr. 1a 3 CT1040 mech. v. constr. 1b 3 CT1050 alg. constructieleer 1 3 CT1120 materiaalkunde + exp. 4 CT1021 alg. mechanica 3 CT1090 modelvorming 2 WI1044CT techn. wiskunde 1 4 WI109CT techn. wiskunde 2 4 IR 1e gedeelte code onderdeel sp CT2050 alg. constructieleer 4 CT2120 funct. constr. ontwerpen 4 CT3050 beton 1 2 CT3030 funderingstechniek 2 CT2020 alg. mechanica 2 3 CT2030 mech. v. constr. 2a 3 CT2040 mech. v. constr. 2b 3 CT2100 vloeistofmechanica 4 WI2031CT techn. wiskunde 3 6 WI3008CT techn. wiskunde 4 4 CT2090 grondmechanica 4 CT3010 hydrologie 3 CT3020 inl. waterbouwkunde 3 CT2060 project 2 4 CT2070 ruimt.ord./best./recht 3 CT2080 civielt.comp.toepass. 2 CT2110 organisatie van het bouwen 2 CT3040 verkeer 3 CT3070 ruimtelijke inrichting 2 IR code onderdeel sp CT3060 indiv. ontwerpopdracht 4 domeinvak domeinvak 4 domeinvak domeinvak 3 afstudeervak afstudeervak 3 afstudeervak afstudeervak 3 keuzevak keuzevak 3 keuzevak keuzevak 3 onderdelen uit bachelorprogramma code onderdeel sp CT1060 ontwerpproject 1 4 CT1121/CT1130 duurz. ontw. of geo-informatie 2 CT2081 informatica voor ct 3 CT1101 inleiding ct 2 CT1111+1130/1121 techn.tek. + geoinf. of duurz. ontw. 2+2 CT1031 constructiemechanica 1 3 CT1041 constructiemechanica 2 3 CT1051 constructieleer 1 3 CT2121+CT3053 materiaalk. + exp. + bouwcyclus 3+1 CT1021 dynamica 3 CT1090 modelvorming 2 WI1316CT analyse 4 WI1317CT lineaire algebra 4 code onderdeel sp CT2051 constructieleer 2a + 2b 3+2 CT3051 constructieleer 3a 2 CT2051 constructieleer 2b 2 CT2330 funderingstechniek 2 CT2022 dynamica van systemen 2 CT2031 constructiemechanica 3 3 CT3109 constructiemechanica 4 3 CT2100 vloeistofmechanica 4 WI2253CT+WI3097CT diff.vergel. + num. wiskunde 3+3 WI3102CT+WI3103CT kansrek./statistiek + risicoanal. 2+2 CT2090 grondmechanica 4 CT1310 hydrologie 3 CT2320 inl. waterbouwkunde 3 CT2060 ontwerpproject 2 4 CT1102 ruimt.ord./best./recht 3 CT2081 informatica voor ct 3 CT1210 organisatie van het bouwen 2 CT3041 weg- en spoorwegontwerp 4 CT2071 ruimtelijke vervoersplanning 3 code onderdeel sp CT3000 BSc eindwerk 6 zie tekst onderaan de tabel zie tekst onderaan de tabel zie tekst onderaan de tabel zie tekst onderaan de tabel zie tekst onderaan de tabel zie tekst onderaan de tabel 21-10-2002

BIJLAGE A BIJLAGE A Het totale aantal studiepunten dat in het 2e en 3e cursusjaar tezamen moet worden behaald, is 84. Om tot 84 studie-punten te komen vult de student zijn studieprogramma aan met vakken die uit onderstaande gros(keuze)- lijst worden gekozen. Hierbij geldt: a: dat eerst 1 A-pakket als bedoeld in de Uitvoeringsregeling artikel 6 lid 3 dient te worden gekozen. Wanneer minder dan zes studiepunten nodig zijn om het aantal van 84 studiepunten vol te maken of wanneer de student het MMC A-pakket kiest, dan volstaat het kiezen van 1 A-pakketonderdeel. b: dat wanneer aan het onder a gestelde is voldaan of wanneer minder dan drie studiepunten nodig zijn om het aantal van 84 studiepunten vol te maken, een keuze uit alle overige vakken op de gros(keuze)lijst, inclusief de overige A-pakketonderdelen, wordt gemaakt. GROS(KEUZE)LIJST: Uit de A-pakketten: sp Mechanica, materialen en constructies construeren (keuze uit: staalconstr. 2 of betonconstr. 2) 3 Bouwtechniek en bouwproces CT3211 constructies van gebouwen 3 CT3221 bouwfysica en bouwtechniek 3 Waterbouwkunde en geotechniek CT3310 stroming in waterlopen 4 CT3320 grondwatermechanica en -stroming 3 Watermanagement CT3410 waterbeheersing 3 CT3420 civiele gezondheidstechniek 3 Infrastructuur CT3711 ontwerp en constructie van wegen spoorwegen 3 CT3721 ontwerp en constructie van stedelijke infrastructuur 3 Overige onderdelen: CT3071 ontwerpen van gebouwen 4 CT3011 inleiding watermanagement 3 CT4010 economie 3 WM0312CT filosofie, ethiek en technology assessment voor ct 3 CT4030 onderzoekmethodologie 2 CT3051 constructieleer 3b 2 CT3110 elastostatica van slanke structuren 3 CT3130 elastische platen 3 CT3150 betonconstructies 2 3 CT3220 bouwfysica 1 3 CT3330 constructieve waterbouwkunde 3 CT3340 rivierwaterbouwkunde 3 CT3710 verkeer, wegen en spoorwegen 4 CT3720 infrastructurele voorzieningen 3 CT3740 plan- en projectevaluatie 3 CT3750 vervoersystemen en verkeersnetwerken 3 CT3910 wiskundige modellen en simulatie 3 CT3920 grafische gegevensverwerking / CAD 3 CT3930 ruimtelijke gegevensverwerking / GIS 3 CT3980 uitvoering civieltechnische werken 3 21-10-2002

BIJLAGE B BIJLAGE B onderdelen uit bachelorprogramma code onderdeel sp CT1021 dynamica 1 3 CT1090 modelvorming 2 CT1120H materiaalkunde, hbo 2 CT2022 dynamica van systemen 2 CT2031 constructiemechanica 3 3 CT2090 grondmechanica 4 CT2100 vloeistofmechanica 4 WI1265HCT analyse, hbo. deel 1 2 WI1265HCT analyse, hbo. deel 2 2 WI1265HCT analyse, hbo. deel 3 2 WI1265HCT analyse, hbo. deel 4 2 WI2254HCT diff.vgl. en lineaire algebra, hbo 4 WI3097CT numerieke wiskunde 3 WI3102CT kansrekening/statistiek 2 onderdelen uit oud hbo-programma code onderdeel sp CT1020 algemene mechanica 1 3 CT1090 modelvorming 2 CT112H materiaalkunde (zonder exp.) 2 CT202H algemene mechanica 2 3 CT2030 mech. van constructies 2a 3 CT2090 grondmechanica 4 CT210H vloeistofmechanica 4 WI1265HCT analyse, hbo. deel 1 2 WI1265HCT analyse, hbo. deel 2 2 WI1265HCT analyse, hbo. deel 3 2 WI1265HCT analyse, hbo. deel 4 2 WI1093HCT diff.vgl. en lineaire algebra, hbo 3 WI2026HCT numerieke wiskunde, hbo 3 WI3008HCT (deel stat. en kansr.) 2