Beheerplan Bloemendaalsebos



Vergelijkbare documenten
De bomen op golfclub Grevelingenhout, overzicht per hole. Geïnventariseerd door Nienke Mulders in 2016, in opdracht van de golfclub.

BEPLANTINGSPLAN LANDGOED NIEUW HOLTHUIZEN

Wat gaat er gebeuren in het Oosterpark?

Wat is essentaksterfte?

Plant Goed aanbevelingslijst

Beheerplan Nimmerdor en Oud Leusden

BOMEN VOOR KOEIEN VERSLAG

Wat gaat er gebeuren in de Wevershoek?

bosplantsoen Dunnen van

3.3 Zonering: natuurlijk en functioneel groen

Soorten te gebruiken in houtkanten

Wat is essentaksterfte?

Werkplan bosbeheer AWD : werkblok 1

Landschapselementen; hoe zien ze eruit? 2017

Bijlage 1 Groene kaart

STICHTING BEHEER LANDGOED DE KALENBERG

Workshop bosbeheer. Beheerteamdag 2017

Wat hebben bijen nodig?

Bijlage 1 Uitgangspunten van geïntegreerd bosbeheer

STICHTING BEHEER LANDGOED DE KALENBERG

Erfverbeteringsplan. Fam. Hamming Beerzerweg 28 INHOUD. 1) Aanleiding 2) Situatie 3) Foto collage verbeterpunten

Landschappelijk Inpassingsplan

Stedebouwkundig plan Bosstraat 50 te Dichteren (Doetinchem). Voorstel voor de beplanting rondom de locatie.

Planten in bossen: beheer en biodiversiteit

Bijlage 1 Kenmerken 11 Landschapseenheden en Kernen

Notitie. Erfbeplantingsplan Heikantseweg 4, Wehl. 1. Inleiding. 2. Uitgangspunten inrichtingsplan

Wat hebben bijen nodig?

Uitgebreid bosbeheerplan voor het provinciaal domein Puyenbroeck. openbare consultatie

Quick-scan van enkele bosterreinen in de Gemeente Uden De waarde van begroeiingen met bomen en struiken

Natuurmanagement basis Biotoop Bos dag 1

Wat gaan we doen? Biodiversiteit dankzij Kwaliteitshout. Oerboslandschap op zandgronden. Uitlogen bruine bosgrond

Landschappelijke inpassing en tegenprestatie paardenhouderij A.Vullers Boekhorstweg 3, 6105 AD Mariahoop- PNR 6105AD

ir. L. de Graaf, Landschapsarchitect bnt / 14 januari 2016 / definitief Functieverandering Kootwijkerdijk 12, Kootwijkerbroek Beplantingsplan

de (on?)zin van het werken met streekeigen plantgoed

Buitenplaats De Dennehoek

Compensatieplan. natuurcompensatie. parkeren De Heimolen. juli 2015

Behaag...Natuurlijkactie 2013.

1nvexo. Interreg Vlaanderen Nederland. minder invasieve planten en dieren. Europese Unie Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling

Inventarisatie boom- en struiksoorten Echobos

Loof-en naaldbomen. Naam :

Extra Nieuwsbrief W.H. Vliegenbos

Gemeente De Bilt Afdeling Beheer Openbare Ruimte T.a.v. de heer M. Bloeming Postbus AL BILTHOVEN

Landschappelijke inpassing Karreveld Karreveld 10, Roggel - PNR 6089NC /031213

Beatrixpark visie, beheer- en onderhoudsplan

BESTUIVERS IN HET LANDSCHAP

OMVORMING EN BEHEER GROENELEMENTEN ERFINRICHTING BROEKSTRAAT 25 KLARENBEEK

Landschappelijke inpassing Hoogstraat Hoogstraat , Uden - PNR 5406TH

Heidekamp BV Uitbreiding Heidekamp Mitigatieplan

Bijlagen. 6 Bijlagen

Praktijkvoorbeelden van bosbeheer in Vlaanderen en Nederland FOTO LEO GOUDZWAARD

Visie onderhoud Bospark De IJzeren Man

Addendum Natuurtoets Natuurbeschermingswet. Aanpassing fietspad Rozendijk; kruising Bakkenweg Westerslag

Beknopte toelichting op het voorlopig ontwerp nieuwbouw recreatiewoningen op Landal Miggelenberg - mei 2013

Notitie beoordeling houtwal

Definitief Landschapsplan in het kader van Bouw woning

Beplantingsplan. Woning Eendenkooiweg ong. Melderslo. A.I.W.M. Christiaens

Cursus herkennen bomen en struiken. i.o.v.

STICHTING BEHEER LANDGOED DE KALENBERG

Bos/Bosplaats Perceelsnummer LH1 Bestandsnummer

Beheerplan Luntersche Buurtbosch Een samenwerking tussen de gemeente Ede en de Stichting Luntersche Buurtbosch

reijrink heijmans Landschappelijke inpassing Fam. Duis, Bladel LAND S CHAPS I N R I C H T I N G

Ecologische analyse en visie

Een kluwen van bostypes, bosindelingen. Ecopedia wijst de weg.

BELEIDSREGELS RANDBEPLANTING BUITENGEBIED ZEEWOLDE

De rol van de beuk in de bosontwikkeling

Verplaatsing houtsingel

LEVEN MET BOMEN. Dirk Criel

Bijlage 3. Groenbeheerplan

Landschapsplan in het kader van

Landschappelijke inpassing Ruimte voor Ruimteplan A. Vastenburg Bommerigerweg 21, 6281 BR Mechelen - PNR 6281BR

BOMEN JEUGD SNOEI WEL NIET

1 Beplantingen Onderhoud van beplantingen Snoeigereedschappen Samenvatting 22

Landschappelijke inpassing. Guttersdijk (ongenummerd), Bredevoort

Visuele inspectie voormalige stortplaatsen in de gemeente Apeldoorn

Erfinrichtingsplan Oostermeenweg 4 Lievelde

MINICAMPING LEEUWE PLAN VOOR LANDSCHAPPELIJKE INPASSING. eigenaar: fam. A. Leeuwe Zuidwelleweg SG NOORDWELLE. plan datum: 20 juli 2010

Informatiebijeenkomst. Nieuwe inrichting Van Hardenbroeklaan. 9 juli 2018

aan Rijkswaterstaat G. Koot (Gerard) B. Westeneng (Bernard) mw. M. Posthumus (Marijke) K.Abrahamse (Kees) M. Ruis (Martin)

SUBSIDIERING VAN DE AANPLANTING VAN LIJNVORMIGE ELEMENTEN

Beoordeling bomen kerktuin Nassaustraat te Axel

Bosgroep IJzer en Leie. Bosgroep Ijzer en Leie 1

De Uithof, Den Haag. Moutainbike trail - afstand 4,8 km Inventarisatie natuurwaarde punt 1 t/m 13 maart 2015

Vegetatie-ontwikkeling in bossen op rijke bodem. Patrick Hommel en Rein de Waal Alterra; Wageningen-UR

Bosbeheerplan Krijtenberg

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 4:11a van de Algemene plaatselijke verordening Ede 2012;

Transcriptie:

Bosbeheerplan Bloemendaalsebos Februari 2011 Inleiding Bestaande kwaliteit Uitgangspunten bosbeheer Het beheer Beheermethodiek Noten Bijlagen Inleiding Dit bosbeheerplan is gemaakt door Dik Vonk in samenwerking met Simon Klingen en is een uitwerking van het Herstelplan Bloemendaalsebos door Judith van Genderen uit 2007. In dat Herstelplan is een uitvoerige beschrijving van het bos te vinden: de ontstaansgeschiedenis, de cultuurhistorie, flora 1 en fauna 2 en het recreatief gebruik. Bij de gemeente bestaat nu de wens om de aanpak van het bosbeheer voor de toekomst concreet te maken. Dit compacte Bosbeheerplan moet daarin voorzien. Recent zijn door de Bosparkenklankbordgroep (als onderdelen van dit beheerplan) een plan voor de padenstructuur en één voor de lanen van het bos vastgesteld (zie bijlagen). Bestaande kwaliteit Het Bloemendaalsebos is een fraai en ecologisch rijk bos. Ondank de geringe omvang en de intensieve betreding door bezoekers, vaak met honden, vinden we er een veelheid aan planten- en diersoorten. De variatie aan bomen en struiken, de afwisseling van dichte en meer open delen en de kalkrijke zandbodem zijn de verklaring voor de grote biodiversiteit. Het bos heeft de afgelopen tijd wat van zijn allure verloren. Een wildgroei aan paden maakt de structuur van het parkbos minder sprekend. Tegelijk was er een wildgroei aan struiken en opslag in het bos waardoor visueel en ecologisch de variatie afnam. Er is lange tijd in het bos niet gedund, er is sprake van een dunningsachterstand. De instandhouding van de struktuur en de variatie van het bos vraagt om gericht beheer. De potenties van de aanwezige bomen en de bijzondere vegetatie zijn groot, het bos kan met relatief eenvoudige ingrepen weer de allure van een monumentaal parkbos krijgen. Zonder beheer ontstaat echter een dicht bos waarin bovendien de esdoorn steeds meer gaat domineren en zo voor vervlakking zorgt. Sturing in de boomsoorten en in de bosstructuur (de ruimtelijke opbouw) is gewenst voor zowel de beleving van de bezoekers als voor het op peil houden van de biologische rijkdom. 1

Uitgangspunten bosbeheer het behoud van het landgoedkarakter met een afwisseling in bostypen, het accentueren van opvallende elementen zoals lanen, boomgroepen en markante bomen, bij de selectie ten behoeve van de dunning in de bosvakken voorrang aan inheemse boom- en struiksoorten, maar exoten behouden in landschappelijke situaties (zoals de groep acacia s). bij dunningen boomsoorten die in een perceel weinig voorkomen in beginsel bevoordelen, uit ecologisch oogmerk handhaven van een aandeel dode bomen en liggend dood hout, het tijdig wegnemen van voor wandelaars gevaarlijke bomen. Het beheer Uitgaande van de bestaande situatie en om de verschillen in de bossferen te accentueren zijn vier deelgebieden onderscheiden: de beukenzone, de eikenzone, de gemengde zone en Het Rijperbos. Voor ieder deel is het na te streven beheer beschreven. De beukenzone Het gaat om het deel langs de Koepellaan, globaal de vakken 1 t/m 15; de beuken hebben hier de overhand en geven dit deel een specifiek karakter. Het is een relatief donker, van boven gesloten bos met weinig ondergroei, alleen wat hulst. Men spreekt wel van onderdoorkijkbos. Hier de beuk handhaven als hoofdboomsoort. De dunning richten op het ontwikkelen van stevige, monumentale beuken. Op bestaande open plekken kan door natuurlijke verjonging of door aanplant weer opnieuw beuk komen. In de verjonging zal bij uitzaai van esdoorn de beuk gericht geholpen moeten worden. Ter afwisseling kan hier en daar wat haagbeuk, hazelaar en in de grotere gaten zoete kers worden geplant. In de rand langs de Zomerzorgerlaan en de Koepellaan staan naast de beuken onder andere ook wat stevige eiken. Hier de eiken en andere soorten door middel van dunning vrijstellen. Onder de eiken (eiken laten meer licht door) zijn er kansen voor ondergroei. Eventueel wat struiken aanplanten, waardoor enige afscherming van de weg ontstaat. Te denken valt aan lijsterbes, meidoorn, Gelderse roos, egelantier, gele en rode kornoelje (liever geen krent, die staat al veel bij het pannenkoekenhuis). Langs de Koepellaan op enkele plekken de sneeuwbes 3 en esdoornzaailingen vervangen door genoemde struiken. 2

De eikenzone Tussen Brederodelaan en Zomerzorgerlaan, globaal de vakken 16 t/m 36. In het bomenbestand spelen naast esdoorn, kastanje en beuk vooral de zomereiken een belangrijke rol; in veel bospercelen is ondergroei voorhanden. De aanwezige eiken moeten hier het raamwerk van het bos gaan vormen. Dunningsgewijs de schaduwboomsoorten esdoorn, kastanje en beuk geleidelijk wegnemen ten gunste van eik. Waar ruimte is of ontstaat door het terugdringen van esdoorn, aanplant van es, zoete kers of boswilg. Aan de randen van de percelen valt een groepsgewijze aanplant van bloeiende soorten struiken als kornoelje, vogelkers en meidoorn te overwegen. Waar blijvend veel licht is kan ook Gelderse roos, egelantier en kornoelje een kans krijgen. De iep is door iepziekte grotendeels verdwenen. De es is hiervoor een goede vervanger. De es is een snelle groeier en de kroon laat veel licht door en past zo te midden van de eiken. Bijzondere bomen zoals de veldesdoorn (Spaanse aak) ruimte geven zodat ze kunnen uitgroeien tot markante bomen. In markante bomen de klimop 4 sparen. In de struiklaag gewone meidoorn bevorderen als min of meer vrijstaande exemplaren op de lichtste plekjes. In het bos ten noorden van de Graslaan zijn veel iepen door ziekte verdwenen en er staan veel grote esdoorns. Het is raadzaam een deel van de esdoorns weg te nemen en ruimte te maken voor een nieuwe aanplant, voor een nieuw bosvak. Plaatselijk dient zich natuurlijke verjonging van es aan. Op plekken waar dat niet gebeurt, aanplanten met groepen eik van elk minimaal 600 m2. Om dit nieuwe bosperceel zijn eigen karakter te geven, struikaanplant in de randen beperken tot kardinaalsmuts en Gelderse roos. De nog aanwezige iep, ook de opslag, zo veel mogelijk laten uitgroeien als mengsoort. Een deel van de beuken langs de Graslaan verkeert in de aftakelingsfase. Het is niet te voorspellen, wanneer de laan echt aan vervanging toe is. Het is aan te bevelen om, in verband met het landgoedkarakter van het gebied, te zijner tijd de laan in zijn geheel te vervangen. De gemengde zone Dit deel van het bos (vak 37 t/m 48 + vak 69) heeft een opener kronendak dan de rest van het bos en heeft een goed ontwikkelde struiklaag. De recreatieve voorzieningen zijn daardoor wat afgeschermd, ze liggen min of meer besloten. De struiklaag en de lage boomlaag beperken enigszins het geluid van het verkeer op de Mollaan. Naast de zomereik als hoofdsoort komt hier relatief veel es en iep voor met vogelkers, meidoorn en kardinaalsmuts als struiken. Om de gewenste variatie van soorten in stand te houden is er slechts beperkt ruimte voor uitgroei van beuk. Op plekken met voldoende ruimte kan zomereik worden herplant. 3

Het Rijperbos Vak 49 t/m 68. Een groot deel van het Rijperbos, vooral langs de Mollaan, bestaat uit oude bomen, voornamelijk beuk, met hier en daar linde en eik. Door het dichte kronendak is er weinig ondergroei en zijn er veel sluippaden ontstaan. In het Rijperbos is een open vallei met erlangs een rij oude linden. In het hele Rijperbos staan verspreid halfwas linden, die sinds 1945 zijn aangeplant. Mogelijk zijn zij bedoeld als schaduwverdragende verjonging in het bos. Ten zuiden van de linden staan halfwas eiken gemengd met gewone esdoorn. In Het Rijperbos richt het beheer zich op de instandhouding en verdere ontwikkeling van een gemengd, monumentaal bomenbestand. Een dunning van het bos is ook hier nodig. Tegelijk is het terugdringen van de veelheid aan bospaden gewenst. Licht op de bodem is voorwaarde om struiken te laten groeien en zo de wandelpaden te reguleren. Het dunningsgewijs wegnemen van esdoorn zal daarbij helpen. De bruine beuken in de vallei blijven gehandhaafd, maar als ze op termijn uitvallen, lijkt het niet verstandig ze te vervangen. Waar ze voorhanden zijn, hier de eik als toekomstboom te kiezen en dunningsgewijs de ruimte geven. Waar voldoende licht is een struiklaag aanbrengen. Stronkopslag van afgezette esdoorn kan als zodanig functioneren. Linden 5 in bosverband zijn niet gebruikelijk, meer als laanboom of als solitair. Linden zijn ecologisch van belang vooral voor insecten en als drachtboom voor honingbijen. Een bos met veel linden komt in Nederland niet veel voor. Het is raadzaam deze bomen als mengsoort naast de eiken te handhaven. Beheermethodiek Het is aan te bevelen bij de dunning de toekomstbomenmethode toe te passen. Bij de toekomstbomendunning worden, voorafgaand aan het blessen, de bomen geselecteerd die voor de toekomst behouden moeten blijven. Het kiezen van deze toekomstbomen is een effectief hulpmiddel bij het blessen. Het principe is eenvoudig: de bomen die voorbestemd zijn voor het eindbeeld krijgen extra groeiruimte. De blesser dient zich daartoe wel een beeld te vormen van het op langere termijn gewenste bos. De voor het toekomstige bos gewenste bomen worden geselecteerd en tijdelijk met een touwtje gemerkt. De keuze van de toekomstbomen hangt nauw samen met het beheerdoel van het betreffende bos. Zeker in geval van een menging van boomsoorten is de keuze niet te maken zonder een beeld van de na te streven bossamenstelling van de vier onderscheiden deelgebieden. NB: Het werken met toekomstbomen, en daarmee een positieve benadering naar het toekomstige bos, kan bijdrage aan de communicatie over de zaagwerkzaamheden. Ook de keuze van de toekomstbomen is in overleg te maken. In intensief gebruikte bossen elders in het land zijn daarmee goede ervaringen opgedaan. 4

Noten 5

1 indruk van de flora. Bomen: zomereik, beuk, gewone esdoorn, linde, iep, es, Noorse esdoorn, populier, acacia, paardenkastanje, tamme kastanje, veldesdoorn, haagbeuk, boswilg en zoete kers. Struiken: meidoorn, lijsterbes, gewone vogelkers, sneeuwbes, vuilboom, kardinaalsmuts, struikkamperfoelie, hulst, Gelderse roos, sporkehout, egelantierroos en klimop. Hogere planten: bosanemoon, vingerhelmbloem, hondsdraf, dovenetelsoorten, bosandoorn, klis, bosandoorn, en een verscheidenheid aan andere voorjaarsbloeiers (stinseplanten) als voorjaarszonnebloem en longkruid; meer algemene bosrandplanten zoals fluitenkruid, braamsoorten, duizendblad, dagkoekoeksbloem, look zonder look, Robertskruid, hondsdraf, nagelkruid, dovenetelsoorten, gewone berenklauw en koninginnenkruid. 2 indruk van de fauna: eekhoorn, vleermuizen, boomkruiper, boomklever, roodborst, winterkoning, heggenmus en tjiftjaf; verschillende vlindersoorten en een veelheid aan insecten. 3 De sneeuwbes als uitheemse soort in de kruidlaag is voorlopig nodig als nectarbron in de zomer, zolang er weinig lichte randen zijn met in de zomer bloeiende planten zoals koninginnenkruid, gewone berenklauw, klis, bosandoorn. 4 Klimop verrijkt het bos ecologisch en visueel. Zolang de klimop niet tot in de uiteinde van de takken van de eiken komt, heeft de boom er geen last van, de klimmer gebruikt de boom alleen als steun. Het is belangrijk in een deel van de bomen bloeiende klimop op boomstammen intact te laten. 5 De laatste tijd wordt door bosecologen grote waarde aan de linden toegeschreven omdat deze bomen de spaarzame kalk in de bosbodem naar boven halen (vooral van belang op zure bodems) en zo voor waardevolle vegetatie zorgen. NB In het bos is het niet gewenst om mezensoorten te bevoordelen door het plaatsen van nestkastjes. Holten in oude bomen en groepjes braam en struiken met ondergroei leveren voldoende nestgelegenheid voor een normale vogelstand met, behalve mezen, andere soorten als boomkruiper, boomklever, roodborst, winterkoning, heggenmus en tjiftjaf. In een structuurrijk bos zijn veel soorten zingende vogels. Daar is geen reden voor een kunstmatig groot aantal mezen.