HOOFDSTUK II. ORGANISATIE EN WERKING 200. Het beheer van het tijdelijke van de katholieke eredienst op lokaal vlak gebeurt voortaan op twee niveaus: per parochie is er een kerkfabriek met een kerkraad, en per gemeente moet er bovendien een centraal kerkbestuur opgericht worden wanneer er vier of meer parochies zijn. KERKFABRIEK EN KERKRAAD CENTRAAL BESTUUR DRIEJAARLIJKSE VERNIEUWING TUSSENTIJDSE VERKIEZING KATHEDRALE KERKFABRIEKEN 1. KERKFABRIEK EN KERKRAAD Aantal kerkfabrieken 201. Per erkende parochie is er één kerkfabriek die bestuurd wordt door een kerkraad (art. 3, eerste lid). Opdracht van de kerkfabriek 202. De kerkfabriek is belast met de zorg voor de materiële voorwaarden die de uitoefening van de eredienst en het behoud van de waardigheid ervan mogelijk maken. Deze taak omvat het onderhoud en de bewaring van de kerk of kerken van de parochie en het beheer van de goederen en de gelden die eigendom zijn van de kerkfabriek of die bestemd zijn voor de uitoefening van de eredienst in de parochie (art. 4). Statuut van de kerkfabriek 203. De kerkfabriek is een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid (art. 3, tweede lid). Zetel van de kerkfabriek 204. De zetel van de kerkfabriek wordt bepaald door de kerkraad (art. 3, derde lid). De diocesane richtlijn is dat de zetel van de kerkfabriek de pastorie is, of een door de diocesane overheid aanvaarde plaats. Samenstelling van de kerkraad 205. De kerkraad van de kerkfabriek bestaat altijd uit vijf verkozen (of in geval van eerste installatie: aangestelde) leden, en één lid van rechtswege, nl. de door de bisschop aangestelde verantwoordelijke van de parochie of zijn vervanger (art. 5, eerste lid). De door de bisschop aangestelde verantwoordelijke van de parochie of zijn vervanger kan de pastoor zijn of een andere persoon die door de bisschop wordt aangesteld. Deze persoon wordt hierna genoemd de pastoor of zijn vervanger. Voorwaarden om lid van een kerkraad te zijn 206. Om als lid van de kerkraad te worden verkozen (of bij een eerste installatie te worden aangesteld) moet men aan volgende voorwaarden voldoen:
1 Rooms-katholiek zijn (art. 9, 1 ); 2 Op het ogenblik van de verkiezing of de aanstelling de volle leeftijd van 18 jaar hebben bereikt (art. 9, 2 ) ; 3 Gedomicilieerd zijn in de gemeente of een van de gemeenten van de gebiedsomschrijving van de parochie (art. 9, 3 ); 4 Zich kandidaat gesteld hebben om lid te zijn van de kerkfabriek (art. 7). Aan de eerste drie voorwaarden moet men blijven beantwoorden gedurende het gehele mandaat. Aangestelde of verkozen leden die bijvoorbeeld aan de domicilievereiste niet meer voldoen, dienen ontslag te nemen en vervangen te worden (zie nr. 214). 207. Daarenboven kunnen een aantal personen geen deel uitmaken van de kerkraad (art. 16), nl.: 1 Echtgenoten, bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad van leden van de kerkraad; 2 Personeelsleden van de kerkfabriek. 208. Tenslotte gelden voor elk lid van een kerkraad een aantal verbodsbepalingen (art. 20), nl.: 1 Deel te nemen aan de bespreking van en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft en waarbij hij persoonlijk of als vertegenwoordiger is betrokken, of waarbij zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Dit verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten en om de individuele rechtspositie van personeelsleden. Voor de toepassing van dit artikel wordt de wettelijke samenwoning met aanverwantschap gelijkgesteld; 2 Als advocaat of notaris tegen betaling te werken voor de kerkfabriek; 3 Als advocaat of notaris te werken in geschillen ten behoeve van de tegenpartij van de kerkfabriek; 4 Rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan een overeenkomst, opdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, verkoop of aankoop voor de kerkfabriek. Dit verbod is tevens van toepassing op de handelsvennootschappen waarin het lid van de kerkraad vennoot, zaakvoerder, beheerder of lasthebber is. Eerste aanstelling van de leden van een kerkraad 209. Na de inwerkingtreding van het nieuwe decreet op de kerkfabrieken (op 1 maart 2005), evenals bij de installatie van een nieuw opgerichte kerkfabriek, dienen de leden van de kerkraad voor de eerste maal te worden aangesteld. De pastoor zal daartoe vooraf bekendmaken dat er een oproep is tot kandidaten voor de kerkraad, en het resultaat van deze oproep bekendmaken in de parochie (art. 7 1). In de praktijk zal de oproep tot kandidaten best gebeuren door een bekendmaking in het parochieblad en een berichtgeving in het kerkgebouw. Voor de bekendmaking van de personen die zich kandidaat hebben gesteld, volstaat een berichtgeving in het kerkgebouw. Onder deze kandidaten worden de leden van de kerkraad aangesteld door de bisschop, op voordracht van de pastoor (art. 5, tweede lid). Vernieuwing van de kerkraad en verkiezing van de leden 210. Na de installatie wordt de kerkraad om de drie jaar gedeeltelijk vernieuwd (art. 6) in de loop van de maand april (zie voor meer details ook 3 van dit hoofdstuk).
Bij de eerste vernieuwing na drie jaar gebeurt dit door het uittreden van drie leden (grote helft) die door het lot worden aangewezen. De twee overige leden (kleine helft) treden uit na verloop van zes jaar. De uittredende leden zijn opnieuw verkiesbaar (art. 8, tweede lid). 211. Zoals bij een eerste aanstelling (art. 7 1), zal de pastoor of zijn vervanger ook bij gedeeltelijke hernieuwing van de kerkraad vooraf de vacatures bekendmaken (door publicatie in het parochieblad en berichtgeving in het kerkgebouw) en een oproep tot kandidaten organiseren binnen de parochie, en het resultaat daarvan eveneens bekendmaken binnen de parochie (door berichtgeving in het kerkgebouw).tegen de kandidaten kan bezwaar worden ingediend bij de kerkraad binnen de 15 dagen na de dag van de bekendmaking. De kerkraad doet uitspraak over het bezwaar binnen vijftien dagen na het indienen van het bezwaar. De beslissing van de kerkraad wordt binnen drie dagen na de uitspraak met een aangetekende brief ter kennis gebracht van de bezwaarindiener. Hoewel het decreet het niet voorziet, is het nochtans aangewezen dat de betrokkene tegen wie het bezwaar werd ingediend op de hoogte wordt gesteld. Tegen de beslissing van de kerkraad kan door de bezwaarindiener binnen acht dagen na de kennisgeving van de beslissing beroep worden ingesteld bij de bisschop. De bisschop geeft vóór de verkiezing met een aangetekende brief kennis van de uitspraak aan de bezwaarindiener en aan de kerkraad (art. 7 3). Tijdschema voor vernieuwing en verkiezing 212. Omdat de vernieuwing van de kerkraad tijdig (nl. in de loop van de maand april) dient te gebeuren, zal men, in acht genomen de verplichte bekendmakingen en de voormelde mogelijkheden tot bezwaar, rekening moeten houden met een bepaalde kalender. In de praktijk komt dit neer op het volgende scenario. 1. Oproep tot kandidaten Uiterlijk tegen 15 januari dient de bekendmaking te gebeuren van de vacatures en de oproep tot kandidaten. Deze bekendmaking gebeurt door het uithangen gedurende 14 dagen in het kerkgebouw, en door publicatie in de plaatselijke editie van het parochieblad (Kerk en Leven). 2. Bekendmaking van de kandidaten Uiterlijk tegen 1 februari worden de resultaten bekendgemaakt van de oproep tot kandidaten. De bekendmaking gebeurt door het uithangen gedurende 14 dagen in het kerkgebouw. 3. Procedure van bezwaar Gedurende 15 dagen volgend op de dag waarop de resultaten van de oproep tot kandidaten werd bekendgemaakt, kan bezwaar worden ingediend bij de kerkraad tegen de personen die zich hebben kandidaat gesteld. Binnen de 15 dagen na het indienen van het bezwaar, doet de kerkraad uitspraak. Binnen de 3 dagen na haar uitspraak, brengt de kerkraad haar beslissing per aangetekend schrijven ter kennis van de bezwaarindiener. Binnen de 8 dagen na het ter kennis brengen van de beslissing van de kerkraad kan de bezwaarindiener beroep aantekenen bij de bisschop.uiterlijk tegen 1 april geeft de bisschop per aangetekend schrijven kennis van zijn uitspraak aan de bezwaarindiener en de kerkraad.
4. Verkiezingen zelf In de loop van de maand april gaat de kerkraad over tot verkiezingen. 213. De verkiezing van de leden van de kerkraad (art. 7 2) gebeurt door de overblijvende leden (resp. grote of kleine helft van de verkozen leden samen met het lid van rechtswege). Van deze overblijvende leden moet meer dan de helft aanwezig zijn (art. 19 zie hierna nr. 223). De verkiezing gebeurt bij geheime stemming en bij meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Onthoudingen of blanco stemmen worden niet beschouwd als een geldig uitgebrachte stem en tellen dus niet mee voor het berekenen van de meerderheid. In geval van staking van stemmen wordt er opnieuw gestemd op een van de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald. Is er ook bij de herstemming een staking van stemmen, dan wordt het lid bij lottrekking aangewezen. Vervanging van de leden van de kerkraad 214. Wanneer het mandaat van een lid van de kerkraad voortijdig eindigt (bvb. ingeval van overlijden, vrijwillig ontslag, het niet meer voldoen aan de domicilieverplichting), dient een vervanger te worden verkozen. Voor de vervanging van een lid van de kerkraad dient dezelfde procedure (oproep tot kandidaten, bekendmaking enz.) overgedaan te worden als voor de driejaarlijkse verkiezing van leden van een kerkraad (zie nr. 211-213). De vervanging dient te gebeuren binnen de twee maanden nadat de vacature is ontstaan. De verkozen vervanger zet het oorspronkelijk mandaat van het lid dat hij vervangt verder voor de resterende termijn (art. 8, eerste lid). Als de vervanging niet binnen de twee maanden is geschied, wordt op voordracht van de pastoor door de bisschop ambtshalve een vervanger aangesteld (art. 8, derde lid). Voorzitter, secretaris en penningmeester van de kerkraad 215. Bij een eerste aanstelling of bij elke driejaarlijkse vernieuwing van de raad, verkiest de kerkraad onder haar aangestelde of verkozen leden, bij geheime en afzonderlijke stemming, een voorzitter, een secretaris en een penningmeester (art. 12, eerste lid). Vermits verkiezingen van een voorzitter, secretaris of penningmeester, beraadslagingen van de kerkraad zijn, is vooreerst de aanwezigheid van de meerderheid van de zittinghebbende leden vereist (art. 19 - zie hierna nr. 223).Vervolgens dienen deze verkiezingen te gebeuren met volstrekte meerderheid van stemmen (art. 12, eerste lid in fine). Onder volstrekte meerderheid van stemmen dient verstaan te worden: meer dan de helft van de geldig uitgebrachte stemmen. Onthoudingen of blanco stemmen worden niet beschouwd als een geldig uitgebrachte stem en tellen dus niet mee voor het berekenen van de vereiste meerderheid. Wanneer er voor het vacante mandaat slechts één kandidaat is, verloopt de stemming in één stembeurt. Als er voor een mandaat verschillende kandidaten zijn en na de stemming geen kandidaat de vereiste meerderheid heeft verkregen, dan wordt er opnieuw gestemd op een van de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald. Is er ook bij de herstemming staking van stemmen, dan is het jongste lid in leeftijd verkozen (art. 12, derde lid). De mandaten van voorzitter, secretaris en penningmeester kunnen niet gecumuleerd worden (art. 12, tweede lid) en kunnen ook niet waargenomen worden door de pastoor of zijn vervanger.
216. De voorzitter roept de kerkraad bijeen (art. 18) en zit de vergadering voor. Voorzitter en secretaris treden ook in een aantal gevallen samen op (zie hierna onder nr. 228). Is de voorzitter verhinderd, dan wordt hij vervangen door het oudste lid in leeftijd van de verkozen (of aangestelde) leden van de kerkraad (art. 15, vierde lid). Dit mag echter niet ertoe leiden dat de voorzitter, in geval van verhindering, zou vervangen worden door de secretaris of de penningmeester, vermits de mandaten van voorzitter, secretaris of penningmeester niet mogen gecumuleerd worden (art. 12, tweede lid). 217. De secretaris is belast met het opmaken van de notulen van de vergaderingen van de kerkraad (zie hierna onder nr. 225), en met het bewaren van het archief (art. 13). Is de secretaris verhinderd, dan wordt hij vervangen door het jongste lid in leeftijd van de verkozen (of aangestelde) leden van de kerkraad (art. 15, vierde lid). Dit mag echter niet ertoe leiden dat de secretaris, in geval van verhindering, zou vervangen worden door de voorzitter of de penningmeester, vermits de mandaten van voorzitter, secretaris of penningmeester niet mogen gecumuleerd worden (art. 12, tweede lid). 218. De penningmeester is belast met volgende taken (art. 14): 1 het innen van de gelden die toekomen aan de kerkfabriek en het betalen van de uitgaven; 2 het bijhouden van de boekhouding; 3 het opmaken van een ontwerp van meerjarenplan; 4 het opmaken van een ontwerp van het jaarlijkse budget; 5 het opmaken van de jaarrekening en de eindafrekening. Over de concrete taakinvulling van de penningmeester, zie hierna onder hoofdstuk III. Ereleden van de kerkraad 219. Aan aftredende leden van de kerkraad die hun mandaat minstens tien jaar in dezelfde kerkfabriek hebben uitgeoefend, kan de kerkraad de eretitel van hun mandaat verlenen (art. 11). Vergaderingen van de kerkraad 220. De kerkraad vergadert zo dikwijls als dit nodig is, en ten minste eenmaal per kwartaal (art. 17). 221. De vergaderingen van de kerkraad zijn niet openbaar (art. 21). 222. De kerkraad wordt bijeengeroepen (art. 18) door de voorzitter met vermelding van plaats, dag, tijdstip en agenda. De voorzitter roept de kerkraad op per brief of per elektronische drager ten minste acht kalenderdagen voor de dag van de vergadering. Elk lid kan punten aan de agenda toevoegen tot ten minste twee kalenderdagen voor de dag van de vergadering. 223. De kerkraad kan slechts geldig beraadslagen als de meerderheid van de zittinghebbende leden aanwezig is. De raad kan echter, als hij een eerste maal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden is opgekomen, na een tweede oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en beslissen over de onderwerpen die voor de tweede
maal op de agenda voorkomen (art. 19). 224. De besluiten worden bij volstrekte meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen (art. 22). 225. Van de vergadering worden door de secretaris of degene die hem vervangt, notulen opgesteld waarin in chronologische volgorde alle besproken onderwerpen worden vermeld, evenals het gevolg dat eraan gegeven werd (art. 23, eerste lid). De notulen bevatten een weergave van de agenda en van de genomen beslissingen evenals van de belangrijkste motieven die eraan ten grondslag liggen. Belangrijke overwegingen en nuttige opmerkingen dienen er eveneens in opgenomen te worden. 226. Een afschrift van de notulen van de vergaderingen van de kerkraad wordt binnen een termijn van twintig dagen, ingaande de dag na de vergadering, gelijktijdig verstuurd aan de bisschoppelijke overheid, de provinciegouverneur en de gemeenteoverheid (art. 57). De notulen worden, na goedkeuring door de kerkraad, ondertekend door de voorzitter en de secretaris en worden door de secretaris gebundeld en bewaard (art. 23, tweede lid). Bevoegdheden van de kerkraad 227. De kerkraad regelt alles wat de kerkfabriek aanbelangt (art. 24), met uitzondering van de aangelegenheden die toegewezen zijn aan de voorzitter (zie nr. 216), aan de voorzitter en de secretaris van de kerkraad als zij samen optreden (zie nr. 228), aan de secretaris (zie nr. 217 en 225), aan de penningmeester (zie nr. 218) of aan het centraal kerkbestuur (zie hierna nr. 229 e.v.). 228. De voorzitter en de secretaris vertegenwoordigen de kerkraad in gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen (art. 15, eerste lid). De voorzitter en de secretaris, die samen optreden, zijn belast met de uitvoering van de besluiten van de kerkraad (art. 15, tweede lid). De bekendmakingen, de akten en de briefwisseling van de kerkfabriek worden ondertekend door de voorzitter en mede ondertekend door de secretaris (art. 15, derde lid).