Politieke participatie



Vergelijkbare documenten
Politieke participatie

Politieke participatie

Gewicht en leefstijl van kinderen in Nieuw-West

De Amsterdamse Burgermonitor 2005

Homoseksuelen in Amsterdam

Jongeren en politiek

Kiezersonderzoek 2017 Onderzoek naar stemgedrag van gemeentepanelleden

Vrijwilligerswerk, mantelzorg en sociale contacten

GGD Amsterdam Eenzaamheid in Beeld

Maatschappelijke participatie

Politieke participatie van allochtonen

Oordeel over de positie van ouderen in Nederland in 2013

Straatintimidatie Amsterdam. Factsheet Onderzoek, Informatie en Statistiek

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS

Opkomst en stemgedrag van Amsterdammers met een migratie-achtergrond tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014

Verkiezingen Gemeenteraad 19 maart 2014

Inventarisatie geografie van de niet-stemmer

De Amsterdamse Leefsituatie-index

Ontwikkeling politieke voorkeur in 2015

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft

Economische en culturele dreiging: wie ervaart dreiging en wie niet?

Samenvatting WijkWijzer 2017

Hoeveel potentie tot buurtparticipatie in Amsterdam?

Jeugdwerkloosheid Amsterdam

Voorlopige uitslag Amsterdam. Project: Verkiezingen Tweede Kamer 2012 In samenwerking met: Dienst Basisinformatie/Bureau Verkiezingen

Maatschappelijke participatie

Resultaten 2e peiling Provinciale Statenverkiezingen februari 2011

Evalutie ja/ja-sticker

Verleden en toekomst in Oud-West

Allochtonen op de arbeidsmarkt

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016

Amsterdamse Burgermonitor 2015

ANALYSE FORUM VOOR DEMOCRATIE

Kerncijfers armoede in Amsterdam

Bos en Lommer: sport, openbare ruimte en verkiezingen

Participatie in welvaart

Sportparticipatie Kinderen en jongeren

80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER,

Amsterdamse Burgermonitor 2013

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt

Verkenningsfase gestart Aanpak [een]zaamheid Amsterdam

Buurtenquête Glanerbrug-Zuid

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FINANCIELE ZEKERHEID. GfK September GfK 2015 Achmea Financiële Zekerheid september 2015

53% 47% 51% 54% 54% 53% 49% 0% 25% 50% 75% 100% zeer moeilijk moeilijk komt net rond gemakkelijk zeer gemakkelijk

Sociaal Rapport en de Jeugdmonitor Provincie Groningen

Diversiteit in de Provinciale Staten

Fact sheet. Horeca in Amsterdam: minder cafés, meer restaurants. Amsterdam grootste horecacentrum van Nederland. nummer 2 maart 2005

Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011

RAPPORTAGE ONDERZOEK PARTIJPOLITIEKE BENOEMINGEN

Armoedemonitor : Lage inkomens in Amsterdam

Meting september 2013

Verkiezingsuitslagen. Drechtsteden

NEDERLANDERS WILLEN GEEN NEXIT

Hoofdstuk 24 Financiële situatie

De Amsterdamse Burgermonitor Verslag van de derde peiling over betrokkenheid en participatie in Amsterdam

Transcriptie:

12 Politieke participatie In dit hoofdstuk komen de interesse en participatie van Amsterdammers in de politiek aan bod. 2014 was in dat opzicht een boeiend jaar, met drie verkiezingen en belangrijke verschuivingen in de politieke verhoudingen. Ook komt de relatie tussen politieke participatie en burgerparticipatie aan de orde.

134 De Staat van de Stad Amsterdam VIII Kernpunten De gemeenteraadsverkiezingen van 2014 zorgden voor nieuwe politieke verhoudingen: de is niet meer de grootste partij, dat is D66. De opkomst daalde: de helft van de kiesgerechtigden brengt geen stem uit. Wel zijn er daarin grote verschillen tussen groepen in de stad. In verkiezingsjaren stijgt de interesse in lokale politiek en ook de stemintentie meestal, maar in 2014 nauwelijks. De interesse in de Amsterdamse politiek is iets gestegen, van 44% in 2012 naar 47% in 2014. De stemintentie is gedaald: van 72% in 2012 tot 67% in 2014. De stemintentie is veel hoger dan gemiddeld onder hoger opgeleiden en in huishoudens met hoge inkomens. Daarnaast blijkt dat hoe tevredener Amsterdammers over de Amsterdamse samenleving zijn, hoe vaker zij aangeven te zullen stemmen. De winst van D66 en het verlies van de zijn terug te zien in de verschuivende partijvoorkeuren van Amsterdammers. Beide partijen trekken kiezers met sterk verschillende profielen. Een vijfde van de Amsterdammers zette zich in het afgelopen jaar in voor of tegen een onderwerp dat met wonen in de buurt of de stad te maken heeft. Deze burgerparticipatie verschilt vooral sterk per gebied in de stad. Burgerparticipatie en politieke participatie zijn met elkaar verbonden: Amsterdammers die zeker weten dat zij stemmen als er verkiezingen zouden zijn en Amsterdammers die belangstelling hebben voor de lokale politiek, zetten zich vaker dan gemiddeld in voor buurt en stad. Dalende opkomst bij verkiezingen, wel grote verschillen In 2014 mochten Amsterdammers drie keer stemmen: op 19 maart voor de gemeenteraadsverkiezingen op diezelfde dag voor de bestuurscommissies (voor het eerst sinds die de stadsdeelraden hebben vervangen) en op 22 mei voor het Europees Parlement. De gemeenteraadsverkiezingen zorgden voor een politieke aardverschuiving: de haalde 18,4% van de stemmen en is daarmee voor het eerst sinds 1946 niet meer de grootste partij in de stad. Dat is nu D66, met 26,8% van de stemmen. Na de formatie trad een coalitie van D66, VVD en SP, een unicum in Amsterdam. Het is bovendien voor het eerst dat de SP deel uitmaakt van het College. De opkomst lag bij elk van de drie verkiezingen lager dan bij vorige. De opkomst bij de gemeenteraadverkiezingen daalde van 51,4% in 2010 naar 50,3% in 2014. Over een langere periode zien we een geleidelijke daling vanaf het afschaffen van de stemplicht in 1970. In 2014 was de opkomst overigens wel hoger dan in 1998 en 2002. Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in maart 2015 bracht 43,6% van de Amsterdammers zijn stem uit. Dat is minder dan in 2011 (54%), maar toen was de opkomst relatief hoog vergeleken met de opkomst in 2007 en 2003. Voor de Provinciale Statenverkiezingen, net als voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer en het Europees Parlement, zien we een dalende trend over de laatste 50 à 60 jaar, maar een hogere opkomst de afgelopen tien jaar vergeleken met de dieptepunten 1998 en 1999. De daling in de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 was in alle stadsdelen terug te zien, behalve in Centrum en Zuid. De gemiddelde opkomst verbergt grote verschillen in de stad. De opkomst was het hoogst in Centrum (63%) en het laagst in Zuidoost (39,4%). Omdat Amsterdammers overal in de stad hun stem mogen uitbrengen zijn opkomst cijfers niet direct gerelateerd aan de mate waarin bewoners van elk stadsdeel hun stem hebben uitgebracht. De verschillen hebben dan ook diverse Afb. 12.1 Opkomst bij Gemeenteraadsverkiezingen, Tweede Kamerverkiezingen, Provinciale Statenverkiezingen en Europese % 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 verkiezingen in Amsterdam, 1966-2014 (procenten) 0 19651967 1969 1971 1973 1975 1977 1979 1981 1983 1985 1987 1989 1991 1993 1995 1997 1999 2001 2003 2005 2007 2009 2011 2013 2015 Gemeenteraad Tweede Kamer Provinciale Staten Europese verkiezingen bron: afd. Basisinformatie/OIS

12 Politieke participatie 135 Afb. 12.2 Opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014, naar buurtcombinatie (procenten) minder dan 40% 40% - 48% 48% - 52% 52% - 60% meer dan 60% bron: afd. Basisinformatie/OIS oorzaken: ze hebben deels te maken met de samenstelling van de bevolking en deels met de aantrekkingskracht van sommige stembureaus (met name in Centrum). Maar ook binnen stadsdelen varieert de opkomst sterk. Zo is die in de buurtcombinatie Burgwallen Nieuwe Zijde (Centrum) met 94,1% zeer hoog, omdat het stembureau op Centraal Station veel kiezers trok. De opkomst was niet in alle buurtcombinaties in Centrum zo hoog: op de Oostelijke Eilanden/Kadijken lag die maar iets boven het gemiddelde (53,4%). In Zuidoost was de opkomst het laagst in Bijlmer Centrum. Van alle kiesgerechtigden daar heeft 31,9% zijn stem uitgebracht: dit is het laagste niveau in de stad. In Driemond (ook Zuidoost) lag de opkomst daarentegen op het stedelijk gemiddeld (50,5%). Deze verschillen reflecteren de samenstelling van de bevolking: jongeren stemmen in de regel minder, net als Amsterdammers van niet-westerse herkomst en lager opgeleiden. Onderzoek van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies en OIS liet in 2014 zien dat maar een kwart van de niet-westerse kiesgerechtigde Amsterdammers is gaan stemmen, de helft van het gemiddelde. 1 Interesse in lokale politiek iets gestegen, stemintentie niet Van de Amsterdammers van 18 jaar en ouder is 17% in het algemeen zeer geïnteresseerd in politiek en 38% tamelijk geïnteresseerd. Dat is iets minder dan in voorgaande jaren. In 2012 was 19% van de Amsterdammers zeer en 42% tamelijk geïnteresseerd. Een vijfde van de Amsterdammers is niet geïnteresseerd in politiek. De verschillen tussen groepen in de stad zijn groot: hoger opgeleiden, Amsterdammers met een hoger inkomen, ouderen, en Amsterdammers van Nederlandse herkomst tonen meer belangstelling voor politiek dan gemiddeld. De interesse in de Amsterdamse gemeentepolitiek is iets lager dan de algemene interesse in politiek: 10% van de Amsterdammers van 18 jaar en ouder is zeer geïnteresseerd en 37% tamelijk geïnteresseerd. Dat is iets meer dan in 2012: toen was 9% zeer geïnteresseerd en 35% tamelijk geïnteresseerd. Het meest geïnteresseerd zijn hoger opgeleiden: van hen heeft 60% naar eigen zeggen belangstelling voor de lokale politiek, meer bepaald hoger opgeleiden van Nederlandse herkomst (65%). Daar tegenover staan lager opgeleiden van niet-westerse herkomst: van hen zegt 32% geïnteresseerd te zijn in de lokale politiek. Overigens valt op (afb. 12.3) dat hoger opgeleiden van niet-westerse herkomst het vaakst zeggen geïnteresseerd te zijn in de Amsterdamse politiek: 15%, tegenover 12% van de hoger opgeleiden van Nederlandse herkomst en 10% gemiddeld.

136 De Staat van de Stad Amsterdam VIII laag/ on middelbaar hoog niet- niet- niet- Afb. 12.3 Interesse in Amsterdamse politiek, naar herkomst en opleiding, 2014 (procenten) 0 10 20 30 40 50 60 70 80% zeer geïnteresseerd tamelijk geïnteresseerd Afb. 12.4 Aandeel dat zegt zeker te zullen stemmen, naar leeftijd en opleiding, 2014 18-34 jaar 35-54 jaar 55 jaar en ouder (procenten) hoog middelbaar laag/on hoog middelbaar laag/on hoog middelbaar laag/on Afb. 12.5 Stemintentie naar tevredenheid met de Amsterdamse samenleving, 2014 (procenten) over Amsterdamse samenleving over Amsterdamse samenleving gaat zeker stemmen mag niet stemmen gaat misschien stemmen weet niet Afb. 12.6 Potentiële partijkeuze, 2012 en2014 (procenten) 2014 2012 gaat zeker niet stemmen VVD D66 GL SP andere partijen weet niet/geen antwoord Als er morgen gemeenteraadsverkiezingen zouden zijn, zou 67% van de Amsterdammers van 18 jaar en ouder zeker gaan stemmen; 16% misschien en 9% zeker niet. Een kleine groep (3%) is niet stemgerechtigd. In 2012 waren er meer personen zeker van dat zij zouden gaan stemmen: 72%. De enquête voor de Staat van de Stad is in 2012 net na de Tweede Kamerverkiezingen afgenomen. Dat verklaart waarschijnlijk de hogere stemintentie in 2012 vergeleken met 2014. Maar omdat in 2014 gemeenteraadsverkiezingen plaatsvonden zou je dat jaar ook een hoge stemintentie verwachten. Er lijkt dus sprake van een dalende tendens. Leeftijd en opleidingsniveau brengen grote verschillen in stemintentie naar voren. Amsterdamse 55-plussers zeggen veel vaker (72%) zeker te zullen stemmen dan anderen, en van de hoger opgeleiden zegt 80% zeker te zullen stemmen. In combinatie met elkaar laten deze twee kenmerken belangrijke scheidslijnen zien: van jongere laagen geeft 42% aan zeker te gaan stemmen, onder hooge Amsterdammers vanaf 35 jaar ligt dat percentage twee keer zo hoog: negen van de tien. Hoe tevredener Amsterdammers zijn over de Amsterdamse samenleving in het algemeen, hoe vaker zij aangeven dat zij zullen stemmen. Van de Amsterdammers die tevreden zijn over de samenleving in de hoofdstad zegt driekwart zeker te gaan stemmen en een tiende zeker niet. Van hen die ontevreden zijn over de Amsterdamse samenleving zou 58% zeker gaan stemmen en 18% zeker niet. Het oordeel over de Amsterdamse samenleving is daarmee sterker gecorreleerd met de stemintentie dan de tevredenheid over de Nederlandse samenleving, de regering, het eigen leven of over de eigen maatschappelijke positie. Partijvoorkeuren verschoven Als er morgen gemeenteraadsverkiezingen zouden zijn, op welke partij zouden Amsterdammers dan stemmen? Deze vraag stelden we zes maanden na de laatste verkiezingen voor de gemeenteraad. Het blijkt dat de partijvoorkeur sterk is verschoven tussen 2012 en 2014. Was de in 2012 duidelijk de partij met de meeste potentiële kiezers, nu is keuze van Amsterdammers veel meer versplinterd. De voorkeur voor de is geslonken van 28% in 2012 naar 12% in 2014. D66 heeft nu ongeveer evenveel potentiële kiezers (14%). Bovendien is de groep die geen keuze kan of wil maken sterk gegroeid, van 35% in 2012 naar 44% in 2014. Het verlies van de is met andere woorden wel in de enquête terug te zien, maar de winst van D66 veel minder. Partijvoorkeuren kunnen sterk variëren onder verschillende groepen Amsterdammers. Zo hebben Amsterdammers met een hoog inkomen een duidelijke voorkeur voor D66 en de VVD. Ook zegt deze groep minder vaak dat ze niet weten op welke partij ze zouden stemmen. Amsterdammers met een laag inkomen kiezen juist bovengemiddeld vaak voor de en andere partijen dan D66 en VVD. Het oordeel over de huidige regering lijkt ook van invloed op de potentiële partijvoorkeur: Amsterdammers die tevreden zijn over de regering kiezen relatief vaker voor de en nog vaker voor D66 dan

12 Politieke participatie 137 Amsterdammers die er tegenover staan of er negatief over zijn. Zij die negatief over deze regering oordelen geven vaker aan dat hun stem naar de SP gaat of dat ze nog geen keuze hebben gemaakt. Ook de tevredenheid met de Amsterdamse samenleving is gecorreleerd met de partijkeuze: Amsterdammers die tevreden zijn over het samenleven in hun stad hebben vaker een voorkeur voor de, D66 en GroenLinks dan gemiddeld. Van de Amsterdammers die ontevreden zijn weet ruim de helft nog niet op welke partij ze zou stemmen. Nemen wij het oordeel over de eigen maatschappelijke positie in ogenschouw, dan zien we eenzelfde tendens: tevreden Amsterdammers kiezen vaker voor, VVD, D66 en GroenLinks, ontevreden Amsterdammers vaker voor de SP of zijn er nog niet uit. Zetten we de twee grootste partijen in Amsterdam naast elkaar, de en D66, dan trekken zij duidelijk andere groepen kiezers. Amsterdammers van 55 jaar en ouder hebben over het algemeen een sterkere voorkeur voor de. Het verschil is vooral groot onder niet-westerse ouderen. In de groep tussen de 35 en 54 jaar tekenen zich sterke verschillen af. Niet-westerse Amsterdammers in die leeftijdscategorie zeggen het vaakst dat zij op de zouden stemmen (23% tegenover 12% gemiddeld). Bij Amsterdammers van Nederlandse en overig westerse herkomst zien we het tegenovergestelde. De groep die het vaakst op D66 wil stemmen is de groep tussen de 18 en 34 jaar: 25% kiest voor deze partij tegenover 14% gemiddeld. Onder niet-westerse jongeren is de voorkeur voor en D66 gelijk, op het stedelijk gemiddelde. Van de Amsterdammers van 18 jaar en ouder is 4% lid van een politieke partij. Dat is minder dan in 2012 (6%), maar meer dan landelijk. Ook landelijk daalt het aandeel inwoners dat lid is van een politieke partij: 2% (295.326 Nederlanders) 2 op 1 januari 2015. Vooral mannen, Amsterdammers van 55 jaar en ouder, hoger opgeleiden en Amsterdammers met een hoog huishoudinkomen zijn lid van een politieke partij. Mannen met een hoog huishoudinkomen zijn het vaakst lid: 11%. Van de vrouwen met een hoog huishoudinkomen is 5% lid van een politieke partij. Lidmaatschap van een politieke partij komt nauwelijks voor in combinatie met het lidmaatschap van andere organisaties. Wel zien we sterke verbanden tussen lidmaatschap van een politiek partij en interesse in politiek, stemintentie en politiek zelfvertrouwen. Politiek zelfvertrouwen stabiel: Amsterdammers nog altijd verdeeld Aan de hand van drie stellingen ontstaat een maat voor het politiek zelfvertrouwen van Amsterdammers. De politieke partijen in Amsterdam zijn alleen maar geïnteresseerd in mijn stem en niet in mijn mening. Afb. 12.7 Potentiële partijkeuze, naar hoogte van het inkomen, 2014 (procenten) laag inkomen gemiddeld inkomen hoog inkomen 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 % VVD D66 GL SP andere partijen weet niet/geen antwoord Afb. 12.8 Potentiële partijkeuze, naar tevredenheid over de regering, 2014 (procenten) over de regering over de regering VVD D66 GL SP andere partijen weet niet/geen antwoord Afb. 12.9 Aandeel dat een stem zou uitbrengen op de of D66, naar leeftijd en 18-34 jaar 35-54 jaar 55 jaar en ouder herkomst, 2014 (procenten) niet- niet- niet- 0 5 10 15 20 25 30% D66 Mensen zoals ik hebben wel degelijk invloed op de gemeentepolitiek. Raadsleden bekommeren zich niet om de mening van mensen zoals ik. Deze stellingen gaan met andere woorden om de vraag of Amsterdammers van mening zijn dat zij ertoe doen in de politiek. Een derde van de Amsterdammers is van mening dat politieke partijen alleen geïnteresseerd zijn in hun stem en niet in hun mening, een kwart is het daarmee oneens. Een derde is het oneens met de stelling dat mensen zoals zij wel degelijk invloed hebben op de politiek, een kwart stemt daarmee in. De stelling Raadsleden bekommeren zich niet om de mening van mensen zoals ik krijgt evenveel bijval als afkeuring.

138 De Staat van de Stad Amsterdam VIII Afb. 12.10 Antwoorden op stellingen politiek zelfvertrouwen, 2014 (procenten) Raadsleden bekommeren zich niet om de mening van mensen zoals ik Mensen zoals ik hebben wel degelijk invloed op de gemeentepolitiek De politieke partijen in Amsterdam zijn alleen maar geïnteresseerd in mijn stem en niet in mijn mening 0 20 40 60 80 100% mee eens mee oneens niet mee eens, mee oneens weet niet/ geen antwoord Afb. 12.11 Gemiddelde score op schaal politiek zelfvertrouwen (op een schaal van hoog middelbaar laag 3 weinig tot 9 veel), naar herkomst en opleiding, 2014 niet- 6,0 niet- niet- 5,1 5,0 4,9 5,4 5,7 5,7 6,4 6,9 3 4 5 6 7 8 9 Afb. 12.12 Aandeel dat zich heeft ingezet voor buurt of stad, per gebied, 2014 (procenten) De stellingen zijn samengevoegd tot een schaal voor politiek zelfvertrouwen van 3 (weinig vertrouwen) tot 9 (veel vertrouwen). Gemiddeld scoren Amsterdammers een 5,9 op de schaal, met andere woorden: net als in voorgaande jaren. Ook de verschillen tussen Amsterdammers zijn stabiel. Vooral hoger opgeleiden scoren hoog: 6,7. Daarnaast vallen jongeren tussen de 25 en 34 jaar op met een gemiddelde van 6,3. Amsterdammers van niet-westerse herkomst scoren met 5,4 relatief laag en lager opgeleiden met 5,0 nog lager. De combinatie tussen opleiding en herkomst laat nog scherpere verschillen zien. Het laagst scoren laag of one Amsterdammers van Nederlandse herkomst (4,9), het hoogst hoog e Amsterdammers van Nederlandse herkomst (6,9). De verschillen naar herkomst zijn groter onder de groep hoog en dan onder Amsterdammers met laag opleidingsniveau. De groep met de hoogste score op de schaal is de groep die lid is van een politieke partij: zij scoren een 7,3. Politieke en maatschappelijke participatie hangen samen Van alle Amsterdammers heeft 22% zich in het afgelopen jaar alleen of samen met anderen ingezet voor of tegen een onderwerp dat met wonen in de buurt of de stad te maken heeft. In 2012 was dit aandeel even groot. Dit komt ook overeen met landelijke cijfers: een op de vijf Nederlanders heeft zich ingezet voor de eigen leefomgeving. 3 Noord Oost Zuid Nieuw-West West Centrum Zuidoost Centrum Oost Centrum West Oud-West/ De Baarsjes Bos en Lommer Westerpark Slotervaart De Aker/ Nieuw-Sloten Osdorp Slotermeer/ Geuzenveld De Pijp/Rivierenbuurt Buitenveldert/Zuidas Zuid Noord IJburg/ Zeeburgereiland Watergraafsmeer Indische Buurt/Oostelijk Havengebied Oud-Oost Noord Oost Oud Noord Noord West Gaasperdam/ Driemond Bijlmer Oost Bijlmer Centrum gemiddeld 0 10 20 30 40% Jongeren (18 t/m 24 jaar) zetten zich veel minder dan gemiddeld in voor buurt of stad (10%). Hoger opgeleiden hebben juist duidelijk meer dan gemiddeld deelgenomen aan dergelijke maatschappelijke activiteiten (29%). Maar de grootste verschillen zijn buurtgebonden. Zo zegt 33% van de bewoners van het gebied Centrum Oost dat zij zich in het afgelopen jaar alleen of met anderen heeft ingezet voor of tegen een onderwerp dat met wonen in de buurt of de stad te maken heeft. In Oud Oost en Noord West is dit aandeel met 11% het laagst, een derde van het aandeel in Centrum Oost. Deze verschillen reflecteren niet alleen de bevolkingssamenstelling, maar ook de gebiedsdynamiek en -cultuur. We zien hier waarschijnlijk de weerslag van de lokale inzet tegen het betaald parkeren, de herziening van de erfpacht en buurtinitiatieven voor inrichting van de openbare ruimte. Daarnaast spannen mensen die regelmatig contact hebben met hun buren zich vaker in voor hun leefomgeving: van degenen die minstens twee keer per maand contact hebben met hun buren, zet een kwart zich in voor buurt en stad. Is het contact maandelijks of minder regelmatig, dan daalt dit aandeel naar 17%. Het contact met buren correleert veel sterker met de inzet voor buurt en stad dan het contact met andere buurtgenoten.

12 Politieke participatie 139 Verder speelt ook de tevredenheid over domeinen van de leefsituatie een rol in de mate waarin mensen zich inzetten voor buurt en stad. Vooral de tevredenheid over de eigen woonsituatie en over de Nederlandse samenleving houden verband met burgerparticipatie. Daarbij valt op dat zowel tevreden als ontevreden Amsterdammers zich vaker inspannen voor hun leefomgeving dan zij die oordelen. Het oordeel over de Amsterdamse samenleving is veel minder gecorreleerd met de inzet voor buurt en stad, net zo min als het oordeel over regering. Als het gaat om het oordeel over eigen maatschappelijke positie, dan zijn tevreden Amsterdammers veel vaker maatschappelijk actief dan zij die er over oordelen of ontevreden over zijn. Deze uitkomsten stroken dan ook met het landelijk onderzoek van het SCP, waarin naar voren komt dat burgers die negatief oordelen over de stand van zaken vaker dan gemiddeld politiek actief zijn. Toch moeten burgers ook vertrouwen hebben in hun eigen vermogen om zaken te veranderen, en ook een zekere mate van vertrouwen hebben in de overheid om te participeren. 4 Er is dan ook een verband tussen de interesse in Amsterdamse politiek en de inspanning voor buurt en stad. Van de Amsterdammers die belangstelling hebben voor de lokale politiek heeft 38% zich ingezet voor stad of buurt, tegenover 15% van hen die weinig belangstelling hebben. Een relatie met stemintentie is er ook, zij het minder sterk. Ook partijvoorkeur hangt samen met de inzet voor stad en buurt: opvallend genoeg zijn het vooral VVD-kiezers die zich hebben ingezet (33%), duidelijk meer dan aanhangers van andere partijen. Afb. 12.13 Aandeel dat zich heeft ingezet voor buurt of stad, naar tevredenheid over over woonsituatie over Amsterdamse samenleving over Nederlandse samenleving onderdelen van leefsituatie, 2014 (procenten) 0 5 10 15 20 25 30% Afb. 12.14 Aandeel dat zich heeft ingezet voor buurt of stad, naar kenmerken van interesse in Amsterdamse politiek partijkeuze stemintentie politieke participatie, 2014 (procenten) weinig geïnteresseerd tamelijk geïnteresseerd zeer geïnteresseerd ga zeker niet stemmen ga misschien stemmen ga zeker stemmen GL D66 SP VVD 0 5 10 15 20 25 30 35 40% Noten 1 IMES/O+S. Opkomst en stemgedrag van Amsterdammers met een migratie-achtergrond tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014. Amsterdam. 2014. http://www.os.amsterdam.nl/assets/ pdfs/2014_schaduwverkiezingen.pdf. 2 Bron: DNPP. Ledentallen Nederlandse politieke partijen per 1 januari 2013, 2014 en 2015. Groningen, 2015. http://pub.dnpp. eldoc.ub.rug.nl/files/root/dnppledentallen/ lt_per01012015.pdf. 3 Bron: van Houwelingen, P., A. Boele en P. Dekker. Burgermacht op eigen kracht? Den Haag, 2014. http://www.scp.nl/ Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2014/ Burgermacht_op_eigen_kracht. Wel moet worden opgemerkt dat het gaat om een inspanning in de afgelopen twee jaar, terwijl in de Staat van de Stad wordt gevraagd de inzet in het afgelopen jaar. 4 Idem.