Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1974-1975 13 100 Rijksbegroting voor het dienstjaar 1975 Hoofdstuk IV Kabinet voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken Nr. 14 Brief van de Minister voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken Aan de Heer Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage 26februari 1975 Hierbij bericht ik u thans van de Antilliaanse regering informatie te hebben ontvangen over de onder punt 15 van het verslag (nr. 6) aan de orde gestelde punten. Deze informatie wordt u als bijlage van dit schrijven aangeboden. Voor wat betreft de inkomsten en uitgaven van de Antillen - vide de vragen gesteld onder punt 1 van bovengenoemd verslag - heeft de Antilliaanse regering mij het volgende cijfermateriaal betreffende het begrotingsjaar 1973 doen toekomen: (bedragen luiden in Antilliaanscourant, x 1 min.). Inkomsten Uitgaven Land 126 137 (te dekken uit lening) 12 Aruba 64 62 Curacao 144 145 Bonaire 7,5 6,8 St. Maarten (incl. landsbijdrage) 6,7 8,3 Saba (idem) 0,9 1,0 St. Eustatius 0,9 1,0 Inkomsten Land wegens aandeel opbrengst directe belastingen 1973: van Aruba 8,6 van Curacao 23,6 Afdrachten Land wegens aandeel Aruba en Curacao in opbrengst in de indirecte belastingen: aan Aruba 8,0 aan Curacao 17,2 Landsbijdragen aan eilandgebieden over 19 73: Bonaire 5,1 St. Maarten 1,0 Saba 0,8 St. Eustatius 0,8 Tweede Kamer, zitting 1974-1975, 13 100 hoofdstuk IV, nr, 14 1
Schulden eilandgebieden aan Land, inclusief die aan Sociale verzekeringsbank en Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds wegens ingehouden, doch nog niet afgedragen premiebedragen: Aruba 1,7 Curacao 49,0 Bonaire 1,7 Sint Maarten 1,2 Saba 0,1 Sint Eustatius 1,5 De Minister voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken, W. F. de Gaay Fortman Tweede Kamer, zitting 1974-1975, 13 100 hoofdstuk IV, nr. 14 2
1. Welke investeringen doet de overheid op de Antillen t.b.v. het toerisme? a. in het kader van het Meerjarenplan eerste en tweede fase (indien niet anders vermeld leningen in miljoenen Antilliaanse guldens) Curacao: Hilton 9, Intercontinental 9, Flamboyant 2; Aruba: Caribbean 2,5, Sheraton 8, Sanering Aruven 1,5; St. Maarten: Little Bay 1,5 en verder nog voor het Hilton Hotel: strandverbetering 0,7 en verbetering van de weg 0,2 (beide 50% lening) Totaal aan leningen ± 34 min. Antilliaanse guldens. b. leningen van het Algemeen Pensioenfonds N. V. via Centrale Overheid Hotel Bonaire: bijna 1 en st. Maarten Isle (nu Great Bay Hotel) 2,2 min. c. deelnemen in het aandelenkapitaal door eilandgebied Curacao eigenaarmaatschappijen van Intercontinental en Hilton respectievelijk NAf. 1 386 000 (32%) en NAf. 2 000 000 (50%). d. deelneming eilandgebied Aruba in de N. V. Aruven N.V. Aruven is eigenaar van Aruba Caribbean, Sheraton en Americana Hotel. Het laatstgenoemde hotel komt binnenkort klaar. De N.V. Aruven is bijna geheel in handen van het eilandgebied Aruba. Naast de direkte investeringen heeft het Land tevens garanties afgegeven voor geldleningen ten behoeve van hotelbouw. 2. Welke inkomsten voor de overheid staan daar tegenover? a. inkomstenbelasting Volgens een zeer ruwe schatting bedraagt het gemiddeld inkomen in de hotelsektor NAf. 6000 per jaar. Bij een aantal van 10 747 werknemers wordt de opbrengst van de inkomstenbelasting dan geraamd op ongeveer NAf. 3 min. b. speelvergunningsrecht(casino) In de Landsbegroting over 1974 wordt NAf. 1,4 min. geraamd. c. invoerrechten Er bestaat nog geen statistiek, waaruit de bestedingen van toeristen bij de detailhandel blijken. De opbrengst van de invoerrechten uit dien hoofde is dan ook niet te schatten. d. winstbelasting Welk deel van de winstbelasting van restaurants, winkels, enz. toe te rekenen is aan het toerisme is niet bekend. Tot nog toe hebben de meeste hotels nog geprofiteerd van de 10-11 jaar belastingvrijdom. Alleen de volgende hotels betaalden 1973 winstbelasting: 1. Aruba Caribbean (sinds 1970) 2. Little Bay (sinds 1967) 3. Intercontinental (sinds 1967) 4. Mary's Fancy (sinds 1971) 5. Avila Beach Hotel (sinds 1972) Tweede Kamer, zitting 1974 1975, 13 100 hoofdstuk IV, nr. 14 3
Samenvatting: (inkomsten overheid 1973/1974) inkomstenbelasting speelvergunningsrecht invoerrechten winstbelasting hotels winstbelasting overige bedrijven Totaal NAf.3,0mln. NAf. 1,4 min. NAf. P.M. NAf. P.M. NAf. P.M. NAf. 4,4 min. f P.M. 3. Wat betekent het toerisme voor de welvaart van de Antilliaanse bevolking en voor de werkgelegenheid? Het Bureau voor de Statistiek van het Departement van Economische Zaken stelde voor het laatst in 1967 nationale rekeningen samen. Voor 1968 werden slechts enkele totaalcijfers geproduceerd. De kwaliteit van de cijfers liet zodanig te wensen over, dat men verder afzag van berekening en publikatie. Sinds begin 1973 ontvangt de Nederlandse Antillen echter technische bijstand van het Nederlandse CBS en van het Nederlands Economisch Instituut (Rotterdam) om te trachten weer nationale rekeningen te produceren. Het ziet er echter niet naar uit, dat deze spoedig beschikbaar zullen komen, daar er bij de sector bedrijven nog geen enkel onderzoek heeft plaatsgevonden. Het is dan ook ten ene male onmogelijk betrouwbare cijfers te geven van de betekenis van het toerisme voor de welvaart van de Antilliaanse bevolking. De bijdrage aan de werkgelegenheid wordt in de volgende vraag beantwoord. 4/5. Hoeveel manjaren heeft het toerisme tot nu toe opgeleverd voor Antilliaanse vrouwen en mannen en hoeveel buitenlandse werkkrachten zijn bij het toerisme betrokken? a. directe werkgelegenheid Curacao: De Dienst Arbeidszorg gaf voor 1 januari 1973 een totaal op van 2 011 werknemers in de hotels en overige horecabedrijven. Daarvan zijn per eind 1974 204 buitenlanders (opgave van de Vreemdelingendienst). De Volkstelling van begin 1972 vermeldt voor Curacao: totale werkgelegenheid in hotels e.d. 1617 arbeidsplaatsen waarvan 1345 door Antillianen bezet worden. Aruba: De Dienst Economische Ontwikkeling van dit eilandgebied gaf in 1972 de volgende cijfers: hoogseizoen: 1500 en laag seizoen 1340 werknemers. Eind 1974 zal de hotelcapaciteit echter vergroot worden met 516 kamers (Americana hotel, uitbreiding Holiday Inn hotel en Tamarijn hotel). De werkgelegenheid zal daardoor groeien tot maximaal 2000 (hoogseizoen) en minimaal 1700 arbeidsplaatsen. Het aantal buitenlandse werknemers bedroeg begin 1973 123, waarvan 46 personen in hoge leidinggevende funkties. De volkstelling van begin 1972 vermeldt voor Aruba: totale werkgelegenheid in hotels e.d. 1402 arbeidsplaatsen waarvan 1118 door Antillianen bezet worden. Sint Maarten: Door de brand in het bestuurskantoor zijn de archieven van het eilandgebied St. Maarten verbrand, waardoor geen gegevens verkregen konden worden. Tweede Kamer, zitting 1974-1975, 13 100 hoofdstuk IV, nr. 14 4
Naar aanleiding van de op Curacao en Aruba verkregen informatie, is de volgende schatting mogelijk: situatie 1972: Curacao Aruba aantal hotelkamers 1334 996 aantal werknemers 2010 1402 Totaal 2330 3412 Het aantal werknemers per kamer bedraagt 1,5. Als deze verhouding voor St. Maarten eveneens van toepassing is, dan zijn er daar naar schatting 1860 mensen in de hotelsektor werkzaam (bij 1264 kamers). De Volkstelling van begin 1972 vermeldt echter: 691 arbeidsplaatsen, waarvan slechts 240 door Antillianen bezet worden. Bij deze telling zijn echter alleen de op het Antilliaanse gedeelte van St. Maarten woonachtige personen geteld; duidelijk blijkt dat het grootste deel van de hotelwerknemers in de Franse sector woont. Het is overigens bekend, dat daaronder ook werknemers van Antilliaanse origine zijn, doch het juiste aantal is nimmer geteld. Het hoge aantal buitenlanders komt enerzijds door de stormachtige groei van het toerisme op St. Maarten en anderzijds door de oorspronkelijk geringe beroepsbevolking op dit eiland. Bonaire, St. Eustatius en Saba: Volgens de Volkstelling waren op deze eilanden begin 1972 in totaal 132 personen in de hotelsector werkzaam, waarvan 12 buitenlanders. In die tijd waren echter het hotel Bonaire en het Antillean View hotel op St. Eustatius gesloten. Op het ogenblik is laatste hotel nog steeds gesloten en tevens schijnt het Captain's Quarters guesthouse op Saba buiten het seizoen dicht. b. indirecte werkgelegenheid Exakte cijfers omtrent de indirecte werkgelegenheid zijn niet bekend. Onderzoekingen elders in het Caribisch zijn niet bekend. Onderzoekingen elders in het Caribisch gebied hebben uitgewezen dat deze in dezelfde orde van grootte ligt als de directe werkgelegenheid. Dat is dus 1 a 1,5 arbeidsplaatsen per hotelkamer (inclusief werkgelegenheid door cruise-toerisme). c. samenvatting Tabel. Werkgelegenheid in de hotelsector en dergelijke alsmede de indirecte werkgelegenheid afhankelijk van het toerisme in de Nederlandse Antillen (raming per eind 1974) Aangezien geen totaalgegevens over ziekteverzuim, stakingsdagen e.d. bekend zijn, kunnen geen cijfers van het aantal gecreëerde manjaren gegeven worden. Aantal hotelkamers Aantal werknemers Waarvan buitenlanders Indirect Wei kgelegenheid totaal Aruba St. Maarten ' Curacao Bonaire Statia Saba 1 520 1 264 1 225 144 2 000 691 1 800 210 12 1 1 400 451 300 4 20 65 17 2 2 130 1 860 1 800 210 12 11 4 130 2 551 3 600 420 24 22 Totaal 4 168 4 724 1 155 24 9 083 10 747 1 De hotelwerknemers woonachtig in het Franse gedeelte zijn alleen voor de indirecte werkgelegenheid meegeteld. Tweede Kamer, zitting 1974-1975, 13 100 hoofdstuk IV, nr. 14 5
Het totaal van 10 747 werknemers is ongeveer 18 % van de werkzame beroepsbevolking in de Nederlandse Antillen. Departement van Welvaartszorg. Curacao, december 1974. Tweede Kamer, zitting 1974-1975, 13 100 hoofdstuk IV, nr. 14 6