BRANDMELDCENTRALE TYPE BMC 80 LOGBOEK EN BEDIENINGSINSTRUCTIES Novar Nederland B.V. Postbus 233 4940 AE Raamsdonksveer T 0162 520290 F 0162 517858
LOGBOEK BRANDMELDINSTALLATIE TYPE BMC 80 In het logboek dienen alle meldingen, storingen, uitschakelingen, controles, reparaties en wijzigingen te worden genoteerd door de beheerder, de onderhouder of het branddetectiebedrijf. Dit logboek is een eenmalige uitgave en dient in de nabijheid van de brandmeldcentrale te worden bewaard. Dit logboek behoort bij In bedrijfgesteld door Installatiebedrijf Naam Adres Plaats Naam + datum Naam Onderhouder Novar Nederland BV tel. 0162 520290 Beheerder Vervanger van de beheerder Ontvangststation voor brandmeldingen Ontvangststation voor storingsmeldingen Bevoegde autoriteiten Naam Tel tijdens kantooruren Tel buiten kantooruren Naam Tel tijdens kantooruren Tel buiten kantooruren Naam + tel Aansluitnummer Naam + tel Aansluitnummer Naam + tel Naam + tel Naam + tel Aantal te controleren aut. melders Aantal te controleren hand(brand)melders Maandelijkse controle elke 1 ٱ e ٱ 2 e ٱ 3 e 4 ٱ e week maandagٱ dinsdagٱ woensdagٱ donderdagٱ vrijdagٱ van iedere maand. (aankruisen wat van toepassing is) Uit te voeren controles: - Brandmeldcentrale - Brandweerpaneel, nevenpaneel, bedieningspaneel ontruimingsalarm (indien aanwezig) - doormeldfunctie ontvangststation voor brandmeldingen en storingsmeldingen Vier-maandelijkse controle elke 1 ٱ e ٱ 2 e ٱ 3 e 4 ٱ e maandagٱ dinsdagٱ woensdagٱ donderdagٱ vrijdagٱ van de maanden janٱ febٱ maartٱ aprilٱ meiٱ juniٱ juliٱ augٱ septٱ oktٱ novٱ decٱ (aankruisen wat van toepassing is) Uit te voeren controles: - bereikbaarheid handbrandmelders - vrije ruimte rondom de automatische melders - verandering van toepassing en inrichting van de ruimte - overeenstemming van de alarmorganisatie met de huidige voorzieningen - aanwezigheid van de brandmelders overeenkomstig de installatietekening - meldfunctie van alle meldergroepen - visuele controle van de signaalgevers - controleer de werking van alle ontruimingszones. Ionisatierookmelders zijn voorzien van een radioactieve bron. Het typenummer is 1071 Defecte of niet gebruikte ionisatierookmelders dienen door de onderhouder op een verantwoorde wijze te worden afgevoerd. Versie 27 maart 2006
LOGBOEK BRANDMELDINSTALLATIE TYPE BMC 80 REGISTRATIE VAN DE MELDINGEN De brandmeldingen, storingen, uitschakelingen, controles, reparaties en wijzigingen worden in de onderstaande tabel genoteerd. In de kolom WAT zijn de volgende codes van toepassing: A B C D E F Cm Ck O M U jo Echte brandmelding intern Echte brandmelding extern Ongewenste brandmelding intern Ongewenste brandmelding extern Onechte brandmelding intern Onechte brandmelding extern Maandelijkse controles Vier-maandelijkse controles Oplevering Modificatie, aanpassing, wijziging. Uitbreiding Onderhoud door onderhouder S Sb So G Oplossen storing door beheerder Oplossen storing door onderhouder Bezoek (overige) 1 Brandmeldcentrale 2 Automatische melders 3 Hand(brand)melders 4 brandmelding 5 storingsmelding 6 Stuurfuncties Toelichtingen Echte brandmelding: een brandmelding veroorzaakt door een brand of een voorval wat tot een brand had kunnen leiden. Ongewenste brandmelding: een brandmelding veroorzaakt door een verschijnsel van brand, niet zijnde een brand. (lassen, solderen, stoom etc.) Onechte brandmelding: een brandmelding niet veroorzaakt door brand of een verschijnsel van brand. (stof, vervuiling, technische defect, vandalisme) Intern: de brandmelding is niet doorgemeld naar de brandweer. Extern: de brandmelding is wel doorgemeld naar de brandweer. Wie naam Wanneer datum / tijd Waar groep / melder Wat code Waarom Omschrijving
LOGBOEK BRANDMELDINSTALLATIE TYPE BMC 80 REGISTRATIE VAN DE MELDINGEN (VERVOLG) Wie naam Wanneer datum / tijd Waar groep / melder Wat code Waarom omschrijving
LOGBOEK BRANDMELDINSTALLATIE TYPE BMC 80 REGISTRATIE VAN DE MELDINGEN (VERVOLG) Wie naam Wanneer datum / tijd Waar groep / melder Wat code Waarom omschrijving
LOGBOEK BRANDMELDINSTALLATIE TYPE BMC 80 REGISTRATIE VAN DE MELDINGEN (VERVOLG) Wie naam Wanneer datum / tijd Waar groep / melder Wat code Waarom omschrijving
LOGBOEK BRANDMELDINSTALLATIE TYPE BMC 80 REGISTRATIE VAN DE MELDINGEN (VERVOLG) Wie naam Wanneer datum / tijd Waar groep / melder Wat code Waarom omschrijving
INHOUDSOPGAVE Blz Onderwerp 2 Signalering van een brandmelding 3 Signalering van storingen van een meldergroep 4 Signalering van algemene storingen 5 Afstellen van de zoemer / ledtest / ontruimingsalarm 6 Herstel van een alarm en storing 7 Uit- en inschakelen van meldergroepen 8 Uit- en inschakelen van de doormelding en relais 9 Doormeldvertraging / alarmteller / geheugen. Blz 1
SIGNALERING VAN EEN BRANDMELDING Overzicht van de meldergroepen Brand 1 2 3 4 5 6 7 8 Brand ONTRUIMINGSALARM Totaal alarm Herstel alarm knop enkele seconden indrukken Vooralarm / 1 2 3 4 5 6 7 8 BRAND No-1 GROEP 3 AUT. Esc Relais 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 In bedrijf In test In het bovenstaande voorbeeld is er een brandmelding van groep 3 (automatische brandmelder). De brandmelding wordt aangegeven door de volgende indicatoren. De rode optische indicator in het overzicht van de meldergroepen. De eerste melding knippert, de overige meldingen lichten continu op. Het display. Meerdere meldingen kunnen zichtbaar worden gemaakt door het bedienen van de toetsen. De rode optische indicator brand. De zoemer wordt continu aangestuurd. Deze kan wordt afgesteld door het bedienen van de toets De optische signalering doormelding licht op indien er een doormelding heeft plaatsgevonden. (eventueel na een vertragingstijd) WAT TE DOEN BIJ EEN BRANDMELDING Zoek de betreffende brandmelder op die de brandmelding heeft veroorzaakt. Neem de benodigde maatregelen overeenkomstig uw interne alarmorganisatie. Noteer de melding in het logboek. Ga na of dat de melding kan worden hersteld en of het onderhoudsbedrijf geïnformeerd dient te worden. Bij brand- of waterschade het onderhoudsbedrijf informeren. Bij een ongewenst brandmelding kan de groep worden ingeschakeld als de ruimte goed is geventileerd. Bij een onechte brandmelding het onderhoudsbedrijf informeren. Het herstellen van een brandalarm zie bladzijde 6 Blz 2
SIGNALERING VAN STORINGEN Overzicht van de meldergroepen Brand 1 2 3 4 5 6 7 8 Brand ONTRUIMINGSALARM Totaal alarm Herstel alarm knop enkele seconden indrukken Vooralarm / 1 2 3 4 5 6 7 8 STORING No-1 GROEP 3 AUT. Esc Relais 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 In bedrijf In test In het bovenstaande voorbeeld is er een storing van groep 3 Een storing van een groep wordt aangegeven door de volgende indicatoren: De gele optische indicator in het overzicht van de meldergroepen. (pulserend) Het display. Meerdere meldingen kunnen zichtbaar worden gemaakt door het bedienen van de toetsen. De gele optische indicator storing. De zoemer wordt pulserend aangestuurd. Deze kan worden afgesteld door het bedienen van de toets Wat te doen bij een storing van een groep. Controleer of alle brandmelders in de betreffende groep nog aanwezig zijn. (terug plaatsen) Controleer of er beschadigingen kunnen zijn aan de bekabeling door b.v. verbouwingen of andere werkzaamheden. (herstel de bekabeling) Informeer de onderhouder indien de storing niet kan worden opgelost. Noteer alle meldingen in het logboek. Het herstellen van een storing staat vermeld op blz 6 Het uitschakelen van de groep staat vermeld op blz 7 Blz 3
SIGNALERING VAN ALGEMENE STORINGEN Overzicht van de meldergroepen Brand 1 2 3 4 5 6 7 8 Brand ONTRUIMINGSALARM Totaal alarm Herstel alarm knop enkele seconden indrukken Vooralarm / 1 2 3 4 5 6 7 8 STORING No-1 NETSTORING Esc Relais 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 In bedrijf In test Display: storing accu / lader Dit is een defect aan de brandmeldcentrale. Informeer het onderhoudsbedrijf. Controleer de aansluitingen van de accu. Informeer de onderhouder indien de storing niet kan worden opgelost. Display: netstoring Controleer de 230 VAC voeding. Informeer de onderhouder indien de storing niet kan worden opgelost. Informeer het onderhoudsbedrijf. Display: Aardsluiting Controleer de bekabeling van de signaalgevers. Informeer de onderhouder indien de storing niet kan worden opgelost. De voedingsspanning van de brandmeldcentrale is op een oneigenlijke manier met de aarde (massa) van het gebouw verbonden. Mogelijke oorzaken kunnen zijn: Defecte bekabeling. (verbouwingen, werkzaamheden) Waterlekkage. Informeer de onderhouder indien de storing niet kan worden opgelost. De storingen van de energievoorziening zijn zelfherstellend. Als de oorzaak wordt weggenomen wordt de brandmeldcentrale automatisch hersteld. De overige storingen dienen hersteld te worden zoals vermeld op bladzijde 6 Noteer alle meldingen in het logboek. Blz 4
TOEGANGSNIVEAU 1: ONTRUIMINGSALARM / ZOEMER UIT EN LEDTEST Overzicht van de meldergroepen Brand 1 2 3 4 5 6 7 8 / 1 2 3 4 5 6 7 8 Brand ONTRUIMINGSALARM Totaal alarm Herstel alarm knop enkele seconden indrukken Vooralarm Esc Relais 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 In bedrijf In test Toegangsniveau 1 is altijd toegankelijk. De volgende bedieningen zijn hier mogelijk. Het afstellen van de zoemer Het testen van de optische indicatoren Het in- en uitschakelen van het ontruimingsalarm. De druktoets signaalgevers enkele seconden indrukken. Indien de signaalgevers actief zijn licht de optische indicator signaalgevers rood op Blz 5
TOEGANGSNIVEAU 2: HERSTEL VAN EEN ALARM EN STORING Overzicht van de meldergroepen Brand 1 2 3 4 5 6 7 8 / 1 2 3 4 5 6 7 8 Brand ONTRUIMINGSALARM Totaal alarm Herstel alarm knop enkele seconden indrukken Vooralarm Esc Relais 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 In bedrijf In test Toegangsniveau 2 Dit niveau wordt toegankelijk door het bedienen van de toetsen De code (4 cijfers) zijn bij de beheerder bekend Esc A B C D De volgende bedieningen zijn mogelijk in toegangsniveau 2 Het hestellen van een brandalarm en storing Het in- en uitschakelen van groepen Het in- en uitschakelen van de doormelding en relais Het inschakelen van de doormeldvertraging Het uitlezen van de alarmteller Het uitlezen van het geheugen Indien er ca. 2 minuten geen bedieningen plaats vinden wordt het toegangsniveau 2 automatisch uitgeschakeld. Het herstellen van een brandalarm en storing. Het herstellen is alleen zinvol als de oorzaak is weggenomen. Blz 6
TOEGANGSNIVEAU 2: UIT- EN INSCHAKELEN VAN MELDERGROEPEN Overzicht van de meldergroepen Brand 1 2 3 4 5 6 7 8 Brand ONTRUIMINGSALARM Totaal alarm Herstel alarm knop enkele seconden indrukken Vooralarm / 1 2 3 4 5 6 7 8 KEUZE GROEP 3 KIES IN/UIT OF TEST Esc Relais 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 In bedrijf In test Het uitschakelen van meldergroep 3 Dit wordt aangegeven door de volgende indicatoren: De gele optische indicator in het overzicht van de meldergroepen (licht continu op) Het display. Meerdere meldingen kunnen zichtbaar Worden gemaakt door het bedienen van de toetsen De gele optische indicator uitschakelen. 3 Het inschakelen van een meldergroep 3 3 De functie TEST niet gebruiken. Deze is bedoeld voor service-werkzaamheden. Noteer alle handelingen in het logboek. Blz 7
TOEGANGSNIVEAU 2: UIT- EN INSCHAKELEN VAN DE DOORMELDINGEN EN RELAIS Overzicht van de meldergroepen Brand 1 2 3 4 5 6 7 8 Brand ONTRUIMINGSALARM Totaal alarm Herstel alarm knop enkele seconden indrukken Vooralarm / 1 2 3 4 5 6 7 8 DM UIT? ESC = NEE Esc Relais 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 IS JA In bedrijf In test Het uitschakelen van de doormelding (brandalarm) Dit wordt aangegeven door de volgende indicatoren: De gele optische indicator doormelding. De gele optische indicator uitschakelen. Het display. Meerdere meldingen kunnen zichtbaar Worden gemaakt door het bedienen van de toetsen Het inschakelen van de doormelding (brandalarm) Het uitschakelen van relais 5 Dit wordt aangegeven door de volgende indicatoren: De gele optische indicator uitschakelen. Het display. Meerdere meldingen kunnen zichtbaar Worden gemaakt door het bedienen van de toetsen De toepassing van de relais 1 t/m 6 zijn vermeld op het blokschema. Het inschakelen van relais 5 Relais Relais 5 5 De functie TEST niet gebruiken. Deze is bedoeld voor service-werkzaamheden. Noteer alle handelingen in het logboek. Blz 8
TOEGANGSNIVEAU 2: DOORMELDVERTRAGING / ALARMTELLER / GEHEUGEN Overzicht van de meldergroepen Brand 1 2 3 4 5 6 7 8 / 1 2 3 4 5 6 7 8 Brand Esc 1 2 3 In bedrijf ONTRUIMINGSALARM Totaal alarm Herstel alarm knop enkele seconden indrukken Vooralarm Relais 4 5 6 7 8 9 0 In test Het dagelijks inschakelen van de doormeldingvertraging Dit wordt aangegeven door de volgende indicatoren: De gele optische indicator vertraging. De gele optische indicator uitschakelen. De werking van de doormeldvertraging is als volgt: Een brandmelding van een automatische melder wordt vertraagd doorgemeld indien de zoemer binnen 60 seconden wordt uitgezet. Indien de zoemer niet wordt uitgezet wordt de brandmelding van een automatische melder na 60 seconden doorgemeld. Een brandmelding van een handbrandmelder wordt altijd direct doorgemeld. De doormeldvertraging schakelt zich na 8 uur automatisch uit. Alarmteller en geheugens Deze zijn bedienbaar door de toetsen HOOFDMENU GEHEUGEN HOOFDMENU ALARMTELLER HOOFDMENU SET CODE NIVO 2 HOOFDMENU NAAR NIVO 1 ALARMTELLER SET CODE 2 NIVO 1 MENUGEHEUGEN STORINGEN MENUGEHEUGEN VOORALARMEN MENUGEHEUGEN UITSCHAKELEN MENUGEHEUGEN IN TEST STORINGEN VOORALARMEN UITSCHAKELINGEN IN TEST Blz 9