Optinet-SX/MX-H Installatiehandleiding Opticom Engineering B.V.
INSTALLATIE - 2 - november 2012
TOEPASSING De Optinet-SX/MX-H is een "high performance" communicatie interface voor het fabrikaat onafhankelijk beheren en bewaken van technische installaties in combinatie met het programma OtcNet. De Optinet-SX/MX-H heeft standaard een netwerk aansluiting. Voor speciale toepassingen is er een mogelijkheid om een analoog modem aan te sluiten. Het gebruik van een analoge inbelverbinding wordt echter afgeraden in verband met de snelheid en de beperkte mogelijkheden met betrekking tot het configureren van de Optinet-SX/MX-H. Optioneel: extern ananloog modem De Optinet-SX/MX-H kan geheel via telecommunicatie in bedrijf worden gesteld. Voor het lokaal in bedrijfstellen via de netwerkpoort met behulp van een laptop, kan een standaard cross-link kabel worden gebruikt. Het is mogelijk om de Optinet-SX/MX-H via de lokale poort COM1 in bedrijf te stellen. Voor het in bedrijf stellen is een nulmodemkabel (bestelcode OTC- NULM) noodzakelijk. De snelheid staat standaard ingesteld op 9600 baud. Voor het configureren van de Optinet-SX/MX-H dient gebruik gemaakt te worden van het programma OtcNet Bedienen (bestelcode OTCNET-BED). Voor uitsluitend bedienen van de installatie kan gebruik gemaakt worden van een browsertoepassing via de ingebouwde HTTP-server (bestelcode OTC- HTTP). november 2012-3 - INSTALLATIE
INSTALLEREN De Optinet-SX/MX-H is geschikt voor wandmontage. Om mogelijke ESD problemen te voorkomen, dient de Optinet-MX-H te worden geaard. De voedingspanning bedraagt 10 ~ 28 V DC, welke verkregen wordt via een voedingsadapter of een speciale DC/DC converter (bestelcode OTC-48VDCDC). De afmetingen van de Optinet-SX/MX-H zijn 195 x 268 x 80 mm. Bij montage dient rekening te worden gehouden met het aansluiten van de diverse communicatiekabels en de voedingskabel. Tevens dient er voldoende ruimte beschikbaar te zijn voor het inpluggen van een USB-sleutel voor mogelijke applicatie of configuratie updates. INSTALLATIE - 4 - november 2012
HDD Optinet-SX/MX-H actief (afwisselend knipperend) ACT1 en ACT2 - netwerk actief (data) LNK1 en LNK2 - netwerk verbonden Voedingsspanning In- en uitschakelen (fail safe): Indien de Optinet-SX/MX-H uit staat, kan hiermee worden ingeschakeld (het inschakelen kan enkele minuten duren) Indien de Optinet-SX/MX-H aan staat, kan hiermee worden uitgeschakeld door de knop kortstondig in te drukken (wacht vervolgens tot de led van de voedingsspanning uit is, dit kan enige tijd duren) Netwerk aansluiting (UTP) LNK2 - IP-adres: 192.168.95.1 Netwerk aansluiting (UTP) LNK1 - IP-adres: 192.168.94.1 Aansluiting voeding 10~28 Volt DC Aansluiting voor speciale kabel met COM1 (lokaal), COM2, COM3 en COM4. november 2012-5 - INSTALLATIE
COMMUNICATIE De Optinet-SX/MX-H kan voor verschillende fabrikaten worden toegepast. Als de onderliggende regelaars communiceren via een protocol over ethernet, dan kan de Optinet-SX/MX-H via de UTP aansluiting op dat zelfde netwerk worden aangesloten. De Optinet-SX/MX-H is geschikt voor communicatie met meerdere installaties waarbij verschillende protocollen worden gebruikt. Elke installatie maakt gebruik van één adrestabel. De communicatie met regelaars kan zowel via ethernet (UTP) als via de seriële poorten (COM2, COM3 en COM4) verlopen. Indien een protocol over RS485 wordt gebruikt, dient een RS232 naar RS485 converter te worden geplaatst (bestelcode OTC-TCC-80). RS232-RS485 CONVERTER Indien gebruik wordt gemaakt van de RS232-RS485 converter met een RS232 kabel, dan geldt voor de meeste communicatiebussen: Dipsw 1 Dipsw 2 Dipsw 3 ON ON OFF R+ / D+ RS485 + R- / D- RS485 - GND Ground Raadpleeg uw leverancier voor afwijkende toepassingen Voor bepaalde situaties kan het nodig zijn om de meegeleverde USB voedingskabel toe te passen. Indien een erg lange communicatiebus wordt gebruikt of indien er inductie van invloed is op de communicatie (bijvoorbeeld als gevolg van een onvoldoende afscherming), dan dient een optisch gescheiden RS485 converter te worden toegepast. Raadpleeg uw leverancier voor meer informatie. INSTALLATIE - 6 - november 2012
ETHERNET De Optinet wordt standaard ingesteld voor LNK1 met IP-adres 192.168.94.1 en subnetmask 255.255.255.0 (tenzij bij de bestelling een ander IP-adres is doorgegeven). Het wijzigen van het IP-adres voor LNK1 kan met behulp van de browser of het programma OtcNet. Netwerk configureren met behulp van de browser. Klik op de knop Supervisor. Aanmelden met de gebruikers code OTC en het toegangswoord OPTICOM. Klik op de knop Netwerk. november 2012-7 - INSTALLATIE
Na het wegschrijven wordt de Optinet Herstart. Dit kan enkele minuten duren. Het netwerk configureren met behulp van het programma OtcNet gebeurt via het menu Bestand - Installaties - Configuratie en/of on-line met Telecommunicatie - Configureren - Optinet. INSTALLATIE - 8 - november 2012
Het wijzigen van de IP-instellingen voor LNK2 gebeurt via parameters in het configuratiebestand (via de knop Configuratie Wijzigen). Na het wijzigen van de IP-instellingen dient de configuratie (met het vinkje Herstart aan) naar de Optinet te worden geschreven. Het uitvoeren van een herstart kan enkele minuten duren. Bij gebruik van bedienen of doormelden van alarmen naar een meldpunt buiten het locale netwerk dient altijd een Gateway te worden ingegeven. Om te controleren of het IP-adres bereikbaar is, kan gebruik worden gemaakt van het PING commando. Raadpleeg de netwerkbeheerder voor meer informatie over het gebruik van het netwerk. november 2012-9 - INSTALLATIE
SX MX2 MX3 MX4 MX5 Installaties (per installatie één adrestabel) 1 2 3 4 5 Gelijktijdig bedienen (aantal gebruikers) 2 4 6 4 6 Alarmscanlijsten 2 4 6 6 6 Watchdoglijsten 1 2 2 2 2 Alarmscan- en watchdogitems per lijst 200 300 300 300 300 Trendlijsten 2 4 6 6 6 Tellerlijsten (4 tijden per dag) 1 2 2 2 2 Trend- en telleritems per lijst 96 96 96 96 96 Data-overdrachtlijsten 2 4 6 6 6 Data-overdrachtitems per lijst 200 300 300 300 300 Klokmodules (voor setpointverstelling) 8 16 16 16 16 Plc ja ja ja ja ja Scripts 2 4 4 4 4 Mutatielogboekregels 1000 2000 2000 2000 2000 Systeemlogboekregels 1000 2000 2000 2000 2000 Systeemgebruikers 10 20 20 20 20 Meldpunten 2 4 4 4 4 Documentatiebeheer ja ja ja ja ja HTTP server optie optie optie optie optie Ethernet poorten 10/100/1000Mb 2 2 2 2 2 Seriële poorten RS485 4 4 4 4 4 Datapunten (indicatief) 3000 4000 4000 4000 4000 Netwerkadressen per installatie 50 100 100 100 100 Opslagcapaciteit in GB 10 30 30 30 30 Specificaties onder voorbehoud. INSTALLATIE - 10 - november 2012
TECHNISCHE GEGEVENS - Voedingsspanning: 10 ~ 28 V DC via terminal blok 2 Amp bij 19 V DC - Uitvoering: Metalen behuizing, geschikt voor wandmontage Afmeting 195 x 268 x 80 mm Gewicht 3,87 Kg Communicatie via UTP (ethernet / TCP/IP protocol). Leverbaar met verschillende aansluitingen en protocollen. - Omgeving: Temperatuur in bedrijf -10 tot 40 ºC. Vochtigheid 10 tot 95% Rh bij 40 ºC (niet condenserend) - Certificering: CE, FCC en RoHS november 2012-11 - INSTALLATIE