AAN DE RAAD. Samenvatting/Advies Vast te stellen de Wsw-verordeningen Wachtlijstbeheer, Persoons Gebonden Budget en Cliëntenparticipatie Wsw.



Vergelijkbare documenten
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 september 2008

Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Promen

Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening

Algemene toelichting - 1 -

Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening

Algemene toelichting Twee vormen van begeleid werken

VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WERKEN WET SOCIALE WERKVOORZIENING

Twee vormen van begeleid werken

Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet Sociale Werkvoorziening

Verordening cliëntparticipatie Wet sociale Werkvoorziening. Commissie Bestuur. Commissie Ruimte. Commissie Sociaal. Informerende Commissie.

Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wat sociale werkvoorziening

VERORDENING persoonsgebonden budget Wsw Lelystad 2008

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 augustus 2009, nummer 255;

Overwegende dat de raad bij verordening nadere regels dient vast te stellen met betrekking tot het verstrekken van persoonsgebonden budgetten.

TOELICHTING VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WERKEN WET SOCIALE WERKVOORZIENING

de Wet sociale werkvoorziening;

Verordening Persoonsgebonden budget Wsw. Wetstechnische informatie nieuwe regeling

Verordening persoonsgebonden re-integratiebudget Wet sociale werkvoorziening Gemeente Hellevoetsluis.

VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WERKEN WET SOCIALE WERKVOORZIENING

Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw Capelle aan den IJssel 2015

Verordening Persoonsgebonden Budget Begeleid Werken Wsw. gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 mei 2008;

VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WERKEN WET SOCIALE WERKVOORZIENING

Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw. Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Nijmegen e.o.

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 juli 2008;

Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen

Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening

Verordening Persoonsgebonden Budget Begeleid werken Wet sociale werkvoorziening. Fivelingo

Verordening persoonsgebonden budget. begeleid werken. Wet sociale werkvoorziening (Wsw)

Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant. Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet Sociale Werkvoorziening

Verordening Persoonsgebonden Budget. Begeleid werken Wet sociale werkvoorziening. Gemeenschappelijke Regeling Tomingroep

Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening Gemeenschappelijke Regeling Tomingroep 2008

Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening

Raadsstuk. 023/ januari 2009 SZW/bb 2008/ Aanpassing verordening Persoonsgebonden Budget Begeleid Werken Wsw

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 20 oktober 2008, Nr. MO/2008/2204;

Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw gemeente Oegstgeest

Verordening Cliëntenparticipatie Wsw Wet Sociale Werkvoorziening

Verordening Persoonsgebonden Budget Begeleid werken Wet sociale werkvoorziening. PAUW Bedrijven

Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening (Wsw)

Toelichting Verordening Persoonsgebonden budget Wsw. Algemene toelichting

Gelezen het voorstel van het college d.d. 09 mei nr

RAADSVOORSTEL Rv. nr. + dossiernr.: B&W-besluit d.d.: B&W-besluit nr.:

Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening

Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw

BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening

Verordening Clientenparticipatie Wet sociale werkvoorziening

gelet op artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening en artikel 4.81 Algemene wet bestuursrecht,

Overwegende dat: bij verordening nadere regels vastgesteld dienen te worden met betrekking tot het verstrekken van Persoonsgebonden budgetten;

Voorstel: De verordening "Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening" vast te stellen

VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WERKEN WSW NIEUWKOOP 2008

VERORDENING BEGELEID WERKEN WET SOCIALE WERKVOORZIENING

GEMEENTE HEERDE RAADSVERGADERING 11 JUNI 2008 Commissie Samenleving 20 mei 2008

VERORDENING CLIËNTENPARTICIPATIE WSW

Verordening op de Wet sociale werkvoorziening

Nota van B&W. Onderwerp Verordening Persoonsgebonden Budget Begeleid Werken Wet Sociale Werkvoorziening

Registratienummer: GF Datum: 17 juni 2008 Agendapunt: 32

Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening

Voorstel van het college inzake Verordening persoonsgebonden budget Wet sociale werkvoorziening.

Verordening Persoonsgebonden Budget Begeleid Werken Gemeente.

Verordening Cliëntenparticipatie Wet sociale werkvoorziening

Verordening Cliëntenparticipatie Wsw. Fivelingo

Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening gemeente Heerlen

De Gewijzigde Verordening Persoonsgebonden Budget Begeleid Werken Wet sociale werkvoorziening vast te stellen

B en W Adviesnota ADVIES. Intrekken verordening PGB begeleid werken Wsw

Betreft : RAADSVOORSTEL - Verordeningen WSW

Verordening persoonsgebonden budget Begeleid Werken Wet sociale werkvoorziening gemeente Assen

Verordening cliëntenparticipatie gemeentelijk integraal gehandicaptenbeleid Maasbree 2007

Verordening Cliëntenparticipatie Wet sociale werkvoorziening Leusden Verordening Cliëntenparticipatie Wet sociale werkvoorziening Leusden 2017

03 POST INTERN

Onderwerp : Verordening Wachtlijstbeheer Wsw 2012

Onderwerp: Herziene voorstel tot vaststellen van de Verordening Wet sociale werkvoorziening Rotterdam

Verordening Cliëntenparticipatie Wet sociale werkvoorziening

Naam Verordening cliëntenparticipatie Wsw (2008) Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw (2008)

Collegevoorstel. Uitvoeringsovereenkomst Verordening PGB Wsw

Verordening Wet Kinderopvang Gemeente Echt-Susteren 2006

Verordening PGB en subsidie begeleid werken WSD

Tekstuitgave van de Verordening Cliëntenparticipatie

VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WERKEN WSW

Verordening cliëntenparticipatie Wsw gemeente Noordwijk

Besluit nr.: Onderwerp: Verordening sociaal-medische indicatie kinderopvang Albrandswaard

RAADSVOORSTEL Rv. nr. + dossiernr.: B&W-besluit d.d.: B&W-besluit nr.:

Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein gemeente Borger-Odoorn 2016

De raad van de gemeente Stein, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27 mei 2008,

overwegende dat de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk één verordening wensen op te stellen;

de hierna volgende Verordening cliëntenparticipatie Halte Werk gemeente Langedijk 2015 vast te stellen.

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 juli 2004, nr. OW/2004/3325;

Verordening cliëntenparticipatie WerkSaam Westfriesland 2015

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders nr ;

Onderwerp : Zienswijze verordeningen Wet sociale werkvoorziening

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Verordening Cliëntenparticipatie Samenwerkingsverband werk en inkomen (Swi)

Zundertse regelgeving / Wetstechnische informatie

'ioogeveen jemeester en wethouders

VERORDENING (re)integratie arbeidsgehandicapten

gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 25 van de Wet kinderopvang;

De Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand, Wet sociale werkvoorziening en Wet Investeren in Jongeren gemeente Tynaarlo vast te stellen

Rv. nr. + dossiernr.: B&W-besluit d.d.: B&W-besluit nr.:

De raden van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk, ieder voor zover bevoegd,

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

Transcriptie:

Voorstel tot vaststelling van drie verordeningen voortvloeiend uit de inwerkingtreding van de nieuwe Wet sociale werkvoorziening AGENDAPUNT NO 10. AAN DE RAAD Samenvatting/Advies Vast te stellen de Wsw-verordeningen Wachtlijstbeheer, Persoons Gebonden Budget en Cliëntenparticipatie Wsw. Aanleiding tot het voorstel Op 1 januari 2008 is de nieuwe Wet sociale werkvoorziening in werking getreden. Als gevolg daar van dienen 3 verordeningen te worden vastgesteld. 2 verordeningen zijn verplicht en 1 is facultatief. Inhoudelijke toelichting De verordening wachtlijstbeheer. Deze verordening is facultatief. Zonder een verordening geldt het fifo-principe: wie het langst op de wachtlijst staat, is het eerst aan de beurt. Met het vaststellen van deze verordening kunnen in 2 situaties uitzonderingen worden gemaakt. De verordening persoonsgebonden budget en de verordening cliëntenparticipatie. Deze zijn verplicht. Standaardeenheden. Bij de verordeningen wachtlijstbeheer en PGB is enige kennis van het begrip Standaard Eenheden (SE s) gewenst. Daarom volgt hier enige uitleg. Op basis van budgetfinanciering wordt per 1 januari 2008 aan gemeenten subsidie verstrekt voor de realisatie van een vooraf vastgesteld aantal arbeidsplaatsen in de Wsw, uitgedrukt in standaardeenheden (SE s). 1 SE staat ongeveer gelijk aan 1 Wsw-baan van 36 uur. Bij elke Wswgeïndiceerde is de mate van handicap vastgesteld: licht, matig of ernstig. Voor Wsw-geïndiceerden met de handicaps licht en matig wordt 1 SE per jaar toegekend, voor geïndiceerden met de handicap zwaar, wordt 1,5 SE per jaar toegekend. De subsidie voor 1 SE over 2008 bedraagt 26.275,57. Overrealisatie mag, maar gemeenten krijgen niet meer subsidie dan het vooraf toegekende aantal SE s. Bij onderrealisatie moet subsidie worden terugbetaald. De verschillende verordeningen: De verordening wachtlijstbeheer. Is eenvoudig van opzet. Met de uitzonderingssituaties worden de volgende situaties voor ogen gehouden: a. Het is al jaren lang beleid om de VSO-schoolverlaters met een indicatie voor Wsw met voorrang een Wsw-plaats aan te bieden. Zo gaan vaak moeizaam aangeleerde vaardigheden niet verloren. Deze verordening maakt voortzetting van dit beleid mogelijk. b. De andere uitzondering geldt voor Wsw geïndiceerden die gebruik willen maken van een persoonsgebonden budget (PGB) én zelf een geschikte werkgever hebben gevonden. De verordening PGB. In het visiedocument van WSW naar Wsw is uitgesproken om van het instrument PGB een succes te maken. Iedereen met een Wsw-indicatie kan een PGB aanvragen. Met een PGB dienen/kunnen verschillende kosten worden betaald, zoals een loonkostensubsidie, maar ook begeleidingskosten en aanpassingskosten van een werkplek. Daarnaast dienen de uitvoeringskosten, die de gemeente maakt, ook uit dit budget te worden bekostigd. Daarvoor wordt 10% van de jaarsubsidie (= SE) gehanteerd. Met een PGB kan een Wsw-er een begeleidingsorganisatie opdracht geven, een voor hem/haar

- 2 - geschikte werkplek te vinden. Vervolgens kan het PGB gebruikt worden voor eventuele werkplekaanpassingen en een loonkostensubsidie voor de werkgever. De deelnemende gemeenten zijn voorstander om de uitvoering van de PGB s in eigen hand te houden, maar ook buiten het sw-bedrijf te positioneren. De gemeenten Berkelland, Oost-Gelre en Winterswijk zijn al in een vergevorderd stadium om een gezamenlijke sociale dienst op te richten onder de naam ISDOA: Intergemeentelijke Sociale Dienst Oost- Achterhoek. Alle deelnemende gemeenten, dus ook Aalten en Haaksbergen, willen de uitvoering van de PGB S door een consulent van ISDOA laten uitvoeren. Voorwaarde is wel dat op een klantvriendelijke wijze wordt gewerkt en cliënten zonodig thuis zullen worden bezocht. Loonwaardeberekening. Nu wordt er nog een vast bedrag per PGB aan loonkostensubsidie voor de werkgever gerekend. Hameland ArbeidsIntegratie berekent dit bedrag nu ook nog in situaties dat Wsw-ers bij bedrijven worden geplaatst. In het visiedocument van WSW naar Wsw hebben de gemeenten zich uitgesproken om in de toekomst met een systeem van loonwaardeberekening te gaan werken. De hoogte van de loonkostensubsidie wordt dan vastgesteld aan de hand van de vastgestelde loonwaarde van een wsw-geïndiceerde. Daardoor kunnen subsidies heel gericht worden ingezet. Zodra het nieuwe systeem van loonwaardeberekening definitief is ingevoerd zal een nieuwe verordening moeten worden opgesteld. Hameland doet inmiddels ervaring op met dit systeem. PGB s en financiën. De PGB s voor de Wsw worden bekostigd uit de subsidie Wsw die gemeenten van het Ministerie van SZW ontvangen. In de oude wet ging de volledige subsidie naar de sw-bedrijven. Met de invoering van de PGB s zal een deel van de subsidie niet aan sw-bedrijven kunnen worden doorbetaald. Genoemde subsidie betreft geoormerkt geld, dat uiteindelijk aan Wsw besteed dient te worden. In de zogenaamde transitieperiode van 2 jaar, die voor het sw-bedrijf Hameland tot en met 2009 geldt, wordt deze subsidie aan Hameland doorbetaald. De Hamelandgemeenten hebben op grond van de nieuwe verdeelsleutel vanaf 1 januari 2008 beduidend minder SE s toegekend gekregen, waardoor het personeelsbestand van Hameland feitelijk groter is dan waar subsidie voor wordt ontvangen. Daardoor zit de wachtlijst momenteel op slot. Daarom is er voorlopig ook geen sprake van het verstrekken van pgb s. Resumerend: Subsidie 26.275,- Loonkosten 14.000,-- Uitvoeringskosten 2.650,-- Begeleidingskosten maximaal 26% 6.890,-- Totaal 23.540,-- Verschil 2.735,-- Verordening cliëntenparticipatie. De nieuwe Wsw schrijft ook een verordening voor cliëntenparticipatie voor. De Hameland-gemeenten kiezen er voor een gemeenschappelijke cliëntenraad te vormen. Dan is het eenvoudiger de cliëntenraad bemensd te houden. Elke gemeente levert maximaal 2 personen voor de cliëntenraad. Uit hun midden wordt een voorzitter gekozen. Samen met VCP (Versterking Cliëntenparticipatie) is een heel traject van voorlichting en scholing gestart. Alle Wsw-geïndiceerden en hun wettelijke vertegenwoordigers kunnen zitting nemen. Zeker als werknemers van Hameland in de cliëntenraad zitting nemen, is de kans aanwezig dat de bedrijfsvoering van Hameland ter sprake komt. Dat is niet de bedoeling, daar is de ondernemingsraad van Hameland voor. Het gemeentelijke Wsw-beleid is het voornaamste onderwerp voor de cliëntenraad Leden van de cliëntenraad zullen naar de vergaderingen moeten reizen, omdat de leden uit verschillende gemeenten komen. Daarom is een reiskostenvergoeding op z n plaats. Relatie met bestaand beleid c.a. Uitvoering Wsw Afstemming met externe partijen/communicatie Bijgaande verordeningen worden door de vijf deelnemende gemeenten van de Gemeenschappelijke

- 3 - regeling "Hameland" vastgesteld. Tijdspad Raad november 2008 Financiële consequenties Zie onder het kopje "PGB en financiën". De Wsw-middelen zijn geoormerkt. Aalten, 14 oktober 2008 Burgemeester en Wethouders van de gemeente Aalten, De secretaris, De burgemeester, J. Nobel G. Berghoef

DE RAAD DER GEMEENTE A A L T E N ; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.14 oktober 2008; gezien het advies van de commissie Zorg, Onderwijs en Welzijn d.d. 28 oktober 2008; gelet op artikel 12, tweede lid, artikel 7 tiende lid en artikel 2, derde lid van de Wet sociale werkvoorziening, de bepalingen van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; B E S L U I T : 1. vast te stellen de Verordening wachtlijstbeheer Wet sociale werkvoorziening; 2. vast te stellen de Verordening cliëntenparticipatie Wsw-beleid; 3. vast te stellen de Verordening persoonsgebonden budget Wet sociale werkvoorziening. AALTEN, 18 november 2008 De Griffier, De Raad voornoemd, De Voorzitter, M.A.J.B. Fiering G. Berghoef

Verordening cliëntenparticipatie Wsw-beleid Begripsbepalingen Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. Wsw: Wet sociale werkvoorziening; b. Wsw-geïndiceerden: ingezetenen die voor de Wsw geïndiceerd zijn of hun wettelijk vertegenwoordigers, te weten: Wsw-geïndiceerden op de wachtlijst Wsw-geïndiceerden als werknemer van een sociaal werkvoorzieningsbedrijf of Wsw-geïndiceerden als werknemer bij een reguliere werkgever en /of hun vertegenwoordigers die als zodanig gerechtigd zijn. c. cliëntenparticipatie Wsw: de gestructureerde wijze waarop de gemeente Wswgeïndiceerden betrekt in de beleidsvoorbereiding, beleidsvaststelling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk Wsw-beleid; d. gemeentelijk beleid arbeidsparticipatie: de samenhangende wijze waarop de gemeente in al haar beleid en verantwoordelijkheden, werkt aan de verbetering van de mogelijkheden tot deelname aan reguliere arbeid van Wsw-geïndiceerden en aangepaste arbeid waar nodig; e. Regionale Cliëntenraad Wsw: de door het college van de deelnemende gemeenten in het sociaal werkvoorzieningsbedrijf Hameland, als zodanig erkende en voor deze gemeenten actief zijnde cliëntenraad van Wsw-geïndiceerden of hun wettelijke vertegenwoordigers of belangenbehartigers, hierna te noemen: Cliëntenraad Wsw. Doelstellingen Artikel 2 Het beleid cliëntenparticipatie Wsw heeft de volgende doelstellingen: a. het bewerkstelligen dat belanghebbenden bij het gemeentelijk beleid inzake de uitvoering van de Wsw vanuit een onafhankelijke positie optimaal betrokken zijn bij de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het voor hen gevoerde gemeentelijk beleid; b. het bijdragen aan de totstandkoming of verbetering van het gemeentelijk Wsw-beleid, gericht op het bieden van gelijke arbeidsmogelijkheden aan burgers met een functiebeperking of chronische aandoening hetgeen bijdraagt aan het realiseren van volwaardig burgerschap. Beleidsterreinen Artikel 3 In het kader van de cliëntenparticipatie Wsw wordt de Cliëntenraad Wsw onder andere betrokken bij het gemeentelijk Wsw-beleid en de volgende onderwerpen: a. visie van de gemeente over de doelstelling de cliënt centraal en waar mogelijk werk bij een gewone werkgever ; b. verordeningen die verband houden met de Wsw; c. keuze begeleidingsorganisaties voor mensen die begeleid willen werken zonder gebruik te maken van het Persoonsgebonden budget. d. gemeentelijke verantwoording over gemeentelijk Wsw-beleid; e. financiële verantwoording gemeente over de Wsw.

Advies Artikel 4 1. In het kader van de cliëntenparticipatie Wsw-beleid vraagt het college de Cliëntenraad Wsw tijdig om advies. 2. Het college kan een voorlopig standpunt innemen, zonder advies van de Cliëntenraad Wsw, in geval informatie niet tijdig voorhanden kan zijn. 3. De Cliëntenraad Wsw is ook gerechtigd uit eigen beweging advies uit te brengen aan het college. 4. Het college vraagt de Cliëntenraad Wsw in ieder geval om advies bij de onderwerpen als bedoeld in artikel 3. 5. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het betrokken kan worden bij het te nemen besluit. 6. De aan de Cliëntenraad Wsw gevraagde adviezen worden binnen 4 weken uitgebracht. De adviestermijn gaat in als de Cliëntenraad Wsw de benodigde stukken ontvangen heeft. 7. In het geval het college in een besluit / voorstel aan de gemeenteraad afwijkt van het advies van de Cliëntenraad Wsw, wordt dit bij het besluit /voorstel vermeld, waarbij tevens is aangegeven op welke gronden van het advies van de Cliëntenraad Wsw is afgeweken. 8. Het college voorziet de Cliëntenraad Wsw van de informatie voor het naar behoren kunnen functioneren van de cliëntenraad. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en om ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen. De informatie wordt desgevraagd in speciale leesvorm aangeleverd (braille, grootletterschrift, daisyrom). Overleg Artikel 5 1. De Cliëntenraad Wsw stelt een huishoudelijk regelement op, waar de volgende zaken in worden vastgesteld: a. frequentie van overleg tussen Cliëntenraad Wsw en belanghebbende partijen; b. wijze van vastlegging van gevoerde overleg; c. de jaarlijkse evaluatie van de taken van de Cliëntenraad Wsw; d. de wijze van advisering aan het college. 2. De samenwerking tussen de gemeente en de Cliëntenraad Wsw wordt jaarlijks geëvalueerd en eventueel wordt de verordening daarop aangepast of gewijzigd. Samenstelling en zittingsduur Artikel 6. 1. De Cliëntenraad Wsw bestaat uit Wsw-geïndiceerden of hun wettelijke vertegenwoordigers of belangenbehartigers. 2. De Cliëntenraad Wsw telt maximaal 2 leden per deelnemende gemeente. 3. De leden worden door het college benoemd op voordracht van de Cliëntenraad Wsw. 4. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter. 5. De maximale zittingsduur van de leden is 4 jaar, met de mogelijkheid van een verlenging van 4 jaar. 6. De zittingsduur valt gelijk met de gemeenteraadsverkiezingen. 7. De zittingsduur van de eerste leden loopt tot de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 met de mogelijkheid van een verlenging van 4 jaar.

Faciliteiten Artikel 7 1. De twee Aaltense leden van de Cliëntenraad Wsw kunnen reiskosten voor het bezoeken van maximaal 10 vergaderingen per jaar, bij het college declareren. De reiskosten worden vergoed op basis van de kosten van het openbaar vervoer. Bij gebruik van een auto wordt een kilometervergoeding verstrekt. Daarbij wordt de kilometervergoeding gebruikt, die de gemeente voor het personeel hanteert bij dienstreizen. 2. De gemeenten zorgen in onderling overleg voor secretariële ondersteuning van de Cliëntenraad Wsw. 3. De gemeenten stellen in onderling overleg vergaderruimte beschikbaar voor de Cliëntenraad Wsw. 4. Voor kosten van deskundigheidsbevordering verband houdende met de uitoefening van deze functie, kunnen de Aaltense leden van de Cliëntenraad Wsw subsidie aanvragen bij het college. Het college verstrekt maximaal 1.000,00 per Aaltens lid per jaar. 5. Het college kan van de maximale vergoedingen, genoemd in lid 1 en 4, afwijken. Subsidie Artikel 8 1. De subsidie in artikel 7, vierde lid, genoemde subsidie wordt binnen zes weken na de subsidievaststelling betaald onder verrekening van eventueel betaalde voorschotten. 2. De in artikel 7, vierde lid, genoemde subsidie wordt door het college bij wijze van voorschotverlening betaalbaar gesteld. 3. Subsidies worden op declaratiebasis betaald. Inwerkingtreding en citeertitel Artikel 9 1. Deze verordening treedt in werking op 1 november 2008. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening cliëntenparticipatie Wsw.

Toelichting bij de Verordening cliëntenparticipatie Wsw Algemeen De Wsw-geïndiceerde (Wsw er) staat centraal in de uitvoering van de nieuwe Wet sociale werkvoorziening (hierna: Wsw). Om die reden vindt de Tweede Kamer cliëntenparticipatie belangrijk en onmisbaar. In de Wsw is daarom geregeld dat de gemeenteraad bij de verordening regels stelt over de manier waarop Wsw ers betrokken worden bij de uitvoering van de Wsw. Het gaat nadrukkelijk om de groep inwoners met een Wsw-indicatie en niet om individuele belangenbehartiging. De cliëntenparticipatie Wsw houdt zich bezig met het gemeentelijk beleid over de Wsw. Dit is de verordenende bevoegdheid van de gemeente en ook de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering. Deze verordening is in de gemeenten Haaksbergen, Aalten, Berkelland, Oost-Gelre en Winterswijk van toepassing, maar wordt natuurlijk wel door de gemeenten afzonderlijk vastgesteld. Deze gemeenten nemen ook deel in de Gemeenschappelijke Regeling Hameland. Voor genoemde gemeenten wordt 1 gezamenlijke Cliëntenraad Wsw opgericht. Artikelsgewijze toelichting De artikelsgewijze toelichting is beperkt tot die artikelen die ook daadwerkelijk toelichting behoeven. Artikelen of onderdelen van artikelen die geen vragen oproepen worden hierna derhalve niet nader toegelicht. Artikel 1 e. We hebben ervoor gekozen om ook de wettelijk vertegenwoordigers van Wsw-geïndiceerden zitting te laten nemen in de Wsw-cliëntenraad. Artikel 2 Onderdeel a. Met nadruk wordt gesteld dat met uitvoering van het gemeentelijke Wsw-beleid niet de bedrijfsvoering van het sociaal werkvoorzieningsbedrijf Hameland wordt bedoeld. Artikel 3 Dit artikel geeft de beleidsterreinen aan waarbij de Cliëntenraad Wsw wordt betrokken. De aspecten van het beleid (op de genoemde terreinen) waarbij de Cliëntenraad Wsw wordt betrokken zijn: a. de voorbereiding van het beleid; b. de uitvoering van het beleid; c. de evaluatie van het beleid. Veel ambtelijke adviezen behelzen het sw-bedrijf Hameland, maar veel van die adviezen hebben bedrijfsvoering als onderwerp. En dat is nu net geen onderwerp voor de Cliëntenraad Wsw. De jaarlijks te maken prestatieafspraken met het sw-bedrijf zijn wél weer een onderwerp waar de Ciëntenraad Wsw om advies zal worden gevraagd.

Artikel 4 Dit artikel geeft aan op welke wijze de cliëntenparticipatie in de praktijk wordt vormgegeven, met uitzondering van het ter beschikking stellen van middelen. Dit laatste is geregeld in artikel 7 en 8. In het tweede lid van artikel 4 wordt rekening gehouden met het feit dat bijvoorbeeld in het geval van tussentijdse rapportages niet tijdig advies van de Cliëntenraad Wsw kan worden gevraagd. In voorkomende gevallen zal wel altijd advies van de cliëntenraad Wsw worden gevraagd. Als dit advies afwijkt van het besluit van het college zal het besluit zo mogelijk worden heroverwogen. Het vierde lid van artikel 4 betreft de verplichting tot het tijdig informeren. De omschrijving houdt in ieder geval in dat: a. bij nieuw beleid de Cliëntenraad Wsw in ieder geval betrokken wordt bij het opstellen van de hoofdlijnen van dit beleid; b. bij evaluatie van beleid de Cliëntenraad Wsw in ieder geval betrokken wordt bij het opstellen van vragen die ten grondslag liggen aan de evaluatie. Het zevende lid van artikel 4 draagt het college op om de Cliëntenraad Wsw te voorzien van de voor de uitoefening van hun taak benodigde informatie. Het college bepaalt zelf de wijze waarop dit gebeurt. Indien de Cliëntenraad Wsw het college verzoekt om de informatie elektronisch (op USB-stick, op CD of via e-mail) aan te leveren dan zal het college indien redelijkerwijs mogelijk aan dit verzoek voldoen. Dit geldt tevens voor verzoeken om de informatie in braille of in grootletterschrift aan te leveren. Artikel 5 Lid 1. Door de nieuw gevormde Cliëntenraad Wsw zelf een huishoudelijk regelement op te laten stellen, wordt hij in de gelegenheid gesteld de beste wijze van overleg te formuleren. Artikel 7 In dit artikel worden de faciliteiten voor de Cliëntenraad Wsw geregeld. Voor niet genoemde faciliteiten kan subsidie worden aangevraagd. Artikel 8 In dit artikel wordt de betaalbaarstelling van eventuele subsidies geregeld.

Verordening persoonsgebonden budget Wet sociale werkvoorziening Begripsomschrijvingen Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet sociale werkvoorziening en de Algemene wet bestuursrecht; b. de wet: de Wet sociale werkvoorziening; c. Wsw-indicatie; een aanwijzing dat een persoon tot de doelgroep behoort, wat blijkt uit een afgegeven (her)indicatiebeschikking. d. periodieke subsidie: de loonkostensubsidie en overige aan de werkgever te verstrekken subsidieen voor structurele kosten; e. uitvoeringskosten: de kosten die de gemeente maakt voor de subsidieverlening in de vorm van een persoonsgebonden budget; f. begeleidingskosten: een periodieke subsidie aan de begeleidingsorganisatie die de begeleiding van de Wsw-geïndiceerde verzorgt; g. standaard eenheid: door de rijksoverheid vastgestelde aantal arbeidsplaatsen dat in de wet gerealiseerd dient te worden. h. college: het college van burgemeester en wethouders Vaststelling uitvoeringskosten Artikel 2 De uitvoeringskosten bedragen 10% van het bedrag per jaar van de rijkssubsidie, dat geldt voor 1 standaard eenheid met lichte of matige handicap. Invulling voorwaarden juiste werkplek Artikel 3 1. Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die daar recht op heeft een persoonsgebonden budget Wsw, indien werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de arbeidsplaats voor de Wsw-geïndiceerde juist wordt ingevuld. 2. De werkgever voldoet aan de volgende vereisten: a. Zijn onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. b. De aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op de indicatiestelling en mogelijkheden van de Wsw-geïndiceerde, als passend aan te merken. c. De duur van het dienstverband bedraagt tenminste zes maanden, met een mogelijkheid tot verlenging. 3. De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten: a. De begeleidingsorganisatie is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. b. De begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn gekwalificeerd voor het begeleiden van de doelgroep of de Wsw-geïndiceerde voor wie het persoonsgebonden budget is bestemd. Dat blijkt uit een afgegeven keurmerk zoals Borea of Blik op Werk, of de begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en ervaring in het werkveld. De wijze van vaststelling van de loonkostensubsidie Artikel 4 1. Het college stelt op verzoek van de Wsw-geïndiceerde de hoogte van de subsidie aan de werkgever vast, deze bedraagt maximaal 14.000,00 per jaar bij een 36-urige werkweek.

De subsidie aan de begeleidingsorganisatie Artikel 5 1. Het college stelt de hoogte van de subsidie aan de begeleidingsorganisatie en de omvang van het aantal uren begeleiding vast, nadat de begeleidingsoragnisatie en de werkgever in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze naar voren te brengen tegen de voorgenomen subsidie. 2. Het college kan de subsidie aan de begeleidingsorganisatie aanpassen, indien daartoe gerede aanleiding bestaat. 3. De subsidie aan de begeleidingsorganisatie kan niet meer dan 26% van de Rijkssubsidie voor de Wsw-geïndiceerde bedragen. Subsidie voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht Artikel 6 1. Het college kan een subsidie verstrekken aan de werkgever van de Wsw-geïndiceerde voor de eenmalige kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als uit een deskundigenrapport blijkt dat aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd zijn, en het naar het oordeel van het college niet redelijk is dat deze kosten door de werkgever worden gedragen. 2. Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet in aanmerking voor subsidie door het college. 3. Een subsidie wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een dienstverband van minimaal zes maanden. 4. Aanpassingen waarvan de kosten hoger zijn dan de overeen te komen loonkostensubsidie én begeleidingskosten, komen niet voor een subsidie in aanmerking. In dat geval wordt de arbeidsplaats niet als passend beschouwd. In uitzonderlijke gevallen kan het college anders besluiten. 5. Het college regelt de wijze van uitbetaling van de subsidie. Indienen van de aanvraag Artikel 7 1. De Wsw-geïndiceerde of zijn wettelijk vertegenwoordiger dient een aanvraag voor een persoonsgebonden budget in, door middel van een volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt ondertekend door de Wsw-geïndiceerde en zo mogelijk door de werkgever en een vertegenwoordiger van de begeleidingsorganisatie. 2. Het college kan voor de aanvraag een aanvraagformulier vaststellen. Beslistermijn Artikel 8 1. Het college besluit over de aanvraag binnen vier weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 2. Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie Artikel 9 Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder geval: a. de hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan worden aangepast; b. wijze van bevoorschotting van de subsidie; c. de verplichtingen van de werkgever. Het vaststellen van de periodieke subsidie Artikel 10 1. De werkgever verstrekt binnen 1 maand na afloop van het kalenderjaar aan het college een schriftelijke opgave van het door hem in het voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd met alle werkgeverslasten. 2. Het college stelt de periodieke subsidie binnen vier weken na ontvangst van deze opgave vast. Verrekening met de voorschotten Artikel 11 De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. Verplichtingen van de werkgever Artikel 12 De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het college van alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de verstrekking van de subsidie. Inwerkingtreding en citeertitel Artikel 13 1. Deze verordening treedt in werking op 1 november 2008 en werkt terug tot 1 januari 2008. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening persoonsgebonden budget Wsw.

Toelichting Verordening persoonsgeboden budget Wet sociale werkvoorziening Algemene toelichting Op 1 januari 2008 is de herziene Wet sociale werkvoorziening (Wsw) in werking getreden. Deze wet bevordert dat Wsw-geïndiceerden meer in een reguliere werkomgeving gaan werken. Om deze doelstelling te verwezenlijken voert de wet enkele belangrijke wijzigingen door. Eén van die veranderingen heeft betrekking op het geven van meer rechten en keuzemogelijkheden aan Wswgeïndiceerden, waaronder het recht op een persoonsgebonden budget (PGB) om begeleid werken te realiseren. De wet verplicht gemeenteraden om bij verordening nadere regels vast te stellen over de wijze waarop het college vormgeeft aan het PGB (artikel 7, tiende lid, Wsw). Twee vormen van begeleid werken Sinds 1998 kent de Wsw de mogelijkheid van begeleid werken door Wsw-geïndiceerden bij een reguliere werkgever. Naast het begeleid werken dat door gemeente of sociaal werkvoorzieningsschap (voortaan schap) tot stand wordt gebracht, introduceert de nieuwe Wsw het begeleid werken via de figuur van het persoonsgebonden budget (PGB). Dit vanuit de gedachte dat de Wsw als vrijwillige voorziening voor een specifieke groep arbeidsgehandicapten zo goed mogelijk moet aansluiten bij de capaciteiten en mogelijkheden van een Wsw-geïndiceerde. Daarbij past ook dat Wsw-geïndiceerden de mogelijkheid moeten hebben om zelf te bepalen op welke manier hun arbeidsplaats wordt gerealiseerd. Door de Wsw-geïndiceerde een recht op een PGB te geven wordt hierin voorzien. Tussen beide vormen van begeleid werken, totstandkoming via een PGB dan wel met behulp van gemeente of schap, bestaan een aantal verschillen. Zo is begeleid werken met een PGB als een recht voor elke Wsw-geïndiceerde geformuleerd. Deze heeft recht op begeleid werken met een PGB als de aanvraag aan de wettelijke eisen en de daarop gebaseerde gemeentelijke voorwaarden voldoet. Bovendien ligt bij begeleid werken met een PGB het initiatief bij de Wsw-geïndiceerde zelf. De Wsw-geïndiceerde, of iemand namens hem, zal een PGB bij de gemeente moeten aanvragen en om dit te kunnen doen zal hij zelf een werkgever en een begeleidingsorganisatie moeten aandragen en de wijze van werkplekaanpassing moeten regelen, dan wel daar een voorstel voor doen. Als een Wsw-geïndiceerde (of een door hem ingeschakelde begeleidingsorganisatie) een werkgever vindt die hem een adequate werkplek aanbiedt, de begeleiding op de werkplek adequaat wordt geregeld én de kosten van begeleid werken binnen het beschikbare budget vallen, dan is de gemeente (na de aanvraag te hebben beoordeeld) verplicht de wens van de Wsw-geïndiceerde te honoreren. Iedere Wsw-geïndiceerde komt in beginsel in aanmerking voor begeleid werken met een PGB. Voor personen op de wachtlijst geldt dat zij pas van het PGB gebruik kunnen maken als zij op grond van hun plek op die wachtlijst aan de beurt zijn voor een Wsw-plek. Een uitzondering geldt voor geïndiceerden die er zelf in slagen een passende werkplek te vinden, zij worden met voorrang behandeld. Voor het beroep op een PGB is geen begeleid werken-indicatie van het CWI vereist. Hij of zij hoeft daarvoor dus niet een positief advies begeleid werken te hebben gekregen. Een afgegeven indicatie voor Wsw volstaat. Ook een Wsw-werknemer met een bestaand dienstverband kan dus een beroep doen op een PGB. Het verschil tussen begeleid werken dat door de gemeente of schap wordt georganiseerd en begeleid werken met een PGB is in beginsel uitsluitend gelegen in de procedurele wijze waarop een begeleid werkenplek tot stand wordt gebracht. Als de begeleid werkenplek eenmaal is gerealiseerd,zijn er in principe geen verschillen. Dit betekent dat gemeenten bij het stellen van regels voor begeleid werken met een PGB zoveel mogelijk kunnen aansluiten bij de wijze waarop zij het begeleid werken op dit moment organiseren. Dit geldt met name voor de eisen die zij aan werkgevers, de werkplek en aan begeleidingsorganisaties stellen.

De regeling van begeleid werken met een PGB Het begeleid werken met een PGB wordt geregeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening. De gemeente kan een verzoek van een Wsw-geïndiceerde om voor een PGB in aanmerking niet weigeren, als: 1. De betrokkene al een Wsw-dienstbetrekking heeft of recht heeft op plaatsing vanaf de wachtlijst; 2. De door de Wsw-geïndiceerde of de door hem aangedragen begeleidingsorganisatie voorgestelde werkplek en begeleiding op de werkplek adequaat zijn; 3. De door de gemeente aan de werkgever te verstrekken periodieke subsidie en de aan begeleidingsorganisatie te verstrekken subsidie, na aftrek van de voor de gemeente rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten, niet hoger zijn dan het (gemiddelde) budget dat beschikbaar is voor een Wsw-plaats. Komt het bedrag van de periodieke subsidie en de periodieke subsidie van begeleiding boven het budget uit dat beschikbaar is voor een Wswplaats, dan is het college niet verplicht om subsidie te verstrekken, maar mag het dat wel doen (artikel 7, eerste lid, Wsw). Het uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geïndiceerde recht heeft op begeleid werken met een PGB. Het college heeft de bevoegdheid om op grond van de wet en de voorwaarden in deze verordening te toetsen of het aangevraagde bedrag voor het PGB nodig is om de betreffende Wswgeïndiceerde op een adequate wijze begeleid te laten werken, dan wel dat zou kunnen worden volstaan met een lager bedrag. Omgekeerd kan het college, hoewel het college de toekenning van een dergelijke hogere aanvraag mag weigeren, ook besluiten een hoger bedrag toe te kennen dan het beschikbare bedrag. Het PGB bestaat uit drie bestanddelen: 1. Een periodieke subsidie aan de werkgever waar de Wsw-geïndiceerde in dienst is. Deze subsidie is primair bedoeld als een tegemoetkoming in de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit. Ook kan deze subsidie worden gebruikt als een subsidie voor structurele kosten van de werkgever die verband houden met het in dienst hebben van een Wswgeïndiceerde. Daarbij kan worden gedacht aan reiskosten of kosten voor intermediaire activiteiten ten behoeve van mensen met een visuele of auditieve handicap (zoals een voorleeshulp of een doventolk). 2. Een periodieke subsidie aan de begeleidingsorganisatie die de begeleiding van de Wswgeïndiceerde verzorgt. 3. Een subsidie voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht (artikel 7, derde lid, Wsw). Hieronder worden bijvoorbeeld kosten verstaan die gemaakt worden voor technische aanpassingen in de werkplek. Gemeenten kunnen deze subsidieen verstrekken, ze zijn daartoe niet verplicht. Het PGB is geen rugzakje: de Wsw-geïndiceerde krijgt geen budget mee. In feite moet het PGB als hier bedoeld dan ook eerder worden gezien als een persoonsvolgend budget. Het PGB wordt aangevraagd door de Wsw-geïndiceerde, maar de subsidie en subsidie worden door de gemeente verstrekt aan de werkgever respectievelijk de begeleidingsorganisatie. De Wsw-geïndiceerde heeft echter geen recht op een bepaald budget. Het uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geïndiceerde recht heeft op begeleid werken met een PGB. Enerzijds bestaat er dus een recht op een PGB, anderzijds heeft het college de verantwoordelijkheid voor het zo efficiënt en effectief inzetten van publieke middelen en het realiseren van de jaarlijkse (rijks)taakstelling voor het realiseren van wsw-plekken. Het bestaan van een PGB ontslaat het college ook niet van de zorgplicht zoals die is geformuleerd in artikel 1, derde lid, van de wet. PGB-bureau Voor het uitvoeren van PGB s zullen gemeenten verschillende werkzaamheden moeten uitvoeren, zoals voorlichten, informatie verstrekken, gesprekken met kandidaatpgb-ers aangaan, contacten met werkgevers en administratie verantwoording afleggen. Het is dan ook redelijk dat gemeenten een bepaald bedrag aan uitvoeringskosten mogen rekenen. Berekening uitvoeringskosten PGB s dienen jaarlijks te worden vastgesteld, al zal de eerste keer vaststellen het meeste werk kosten. Verondersteld wordt dat voor het vaststellen van een PGB circa 16 uur nodig is en 20 uur

voor de administratieve bewaking, afhandeling en verantwoording. Het kostendekkend uurloon van een consulent bedraagt 71,- per uur x 36 uur = 2556,-. Dat is door Divosa berekend. Het vastgestelde percentage van 10% van het SE-bedrag lijkt dan ook reëel. Evaluatie van de uitvoering van de PGB s dient een jaar na invoering plaats te vinden. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 In artikel 1 is een beperkt aantal begrippen opgenomen, omdat de wet voldoende duidelijk is over gehanteerde termen en begrippen. Een uitgebreide(re) begrippenlijst is derhalve overbodig. Artikel 2 Artikel 7, tiende lid, onderdeel b, Wsw bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de hoogte van de voor het college rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten omgerekend op jaarbasis. De wet geeft niet aan wat precies onder uitvoeringskosten moet worden verstaan. Het moet in ieder geval gaan om kosten die rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden zijn (artikel 7, tweede lid, onderdeel b, Wsw). Daarbij kan worden gedacht aan kosten in verband met de volgende activiteiten: - het beoordelen van aanvragen voor een PGB; - de administratieve handelingen in verband met het verstrekken van subsidies en subsidieen in het kader van het PGB; - het monitoren van het begeleid werken met een PGB; - het tussentijds bepalen van loonwaarde; - het voeren van (tussentijdse) gesprekken met begeleidingsorganisatie en werkgever. De uitvoeringskosten worden afgetrokken van het bedrag dat de gemeente (gemiddeld) per Wswgeïndiceerde van het rijk ontvangt, waarbij ook rekening wordt gehouden de mate van arbeidshandicap. Het bedrag dat de gemeente (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt minus de (gemiddelde) uitvoeringskosten per Wsw-geïndiceerde levert vervolgens het bedrag op dat de gemeente in beginsel beschikbaar heeft voor een PGB. Artikel 3 Het college zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of de inpassing in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn werkplek adequaat door de werkgever wordt verzorgd (artikel 7, eerste lid, Wsw). In verband hiermee kan een gemeente eisen stellen aan de werkgever en de door hem aangeboden werkplek. Volgens artikel 7, tiende lid, Wsw dient de gemeenteraad in zijn verordening de voorwaarden te regelen waaronder het college een begeleidingsorganisatie inschakelt die door de Wsw-geïndiceerde is aangewezen. Voor wat betreft de duur van het, minimale, dienstverband is het van belang te weten dat het rijk de bonus voor begeleid werken pas uitkeert als er sprake is van een dienstverband van zes maanden. Daarom is in dit artikel gekozen voor een dienstverband van minimaal 6 maanden. Wat betreft de voorwaarden waaraan begeleidingsorganisaties moeten voldoen is geprobeerd de keuzevrijheid van burgers voor een organisatie zo groot mogelijk te houden. Artikel 4 Behoeft geen toelichting Artikel 5 Op basis van ervaringsgegevens blijkt dat de omvang van het aantal uren aan begeleiding in de tijd kan variëren, afhankelijk van de behoefte hieraan en de aard van de handicap. Daarom is, ook facultatief, de mogelijkheid in de verordening opgenomen om het aantal uren aan

begeleiding, en dus de subsidie, aan te passen. Partijen (gemeente,wsw-geïndiceerde en begeleidingsorganisatie) moeten het hier uiteraard wel over eens zijn en van te voren met elkaar afspreken dat periodieke evaluaties over aanpassingen in de omvang van het aantal begeleidingsuren plaats vinden. Op die manier kan maatwerk in de begeleiding worden geleverd. In het 3 e lid is een maximum gesteld aan de te verstrekken subsidie voor begeleiding. Artikel 6 De verordening dient regels te bevatten die betrekking hebben op de voorwaarden waaronder het college aan de werkgever een subsidie (subsidie) verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht (artikel 7, tiende lid, Wsw). Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. Het eerste lid bepaalt dat een eenmalige subsidie kan worden verstrekt. Het derde lid stelt een minimale duur aan het dienstverband dat de werkgever met de betrokken Wswgeïndiceerde moet aangaan, alvorens tot investeringen wordt overgegaan. In het vierde lid wordt een maximum gesteld aan de hoogte van de subsidie. De gedachte hierachter is dat als de kosten boven dit bedrag uitgaan de aangeboden arbeidsplaats als niet passend moet worden beschouwd. In de praktijk zullen hierbij van geval tot geval kosten en baten tegen elkaar moeten worden afgewogen. Artikel 7 De Wsw-geïndiceerde of zijn/aar vertegenwoordiger zal het PGB moeten aanvragen. Omdat begeleid werken met een PGB leidt tot een subsidierelatie met de werkgever (in verband met het verstrekken van een periodieke subsidie) en een contractrelatie met de begeleidingsorganisatie (in verband met het verstrekken van een periodieke subsidie), zullen ook de werkgever en de begeleidingsorganisatie van de Wsw-geïndiceerde de aanvraag moeten ondertekenen. Op basis van de aanvraag beslist het college vervolgens of een periodieke subsidie aan de werkgever en een periodieke subsidie aan de begeleidingsorganisatie worden verstrekt en voor welke bedragen. Vervolgens vindt de verstrekking van de periodieke subsidie aan de werkgever plaats en een periodieke subsidie aan de begeleidingsorganisatie. Al deze subsidies worden in één beschikking aan de aanvrager toegezonden, met een afschrift aan de begeleidingsorganisatie en werkgever. Artikel 8 en 9 Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting. Artikel 10 Met het vaststellen van de subsidie wordt de subsidieverstrekking voor het betreffende kalenderjaar afgerond. De hoogte van het subsidiebedrag voor dat jaar wordt definitief vastgesteld. Om de subsidie te kunnen vaststellen, dient de werkgever een schriftelijke opgave te doen van het door hem in het voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd met alle werkgeverslasten. Artikelen 11, 12 en 13 Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.

Verordening wachtlijstbeheer Wet sociale werkvoorziening Begripsbepalingen Artikel 1 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet sociale werkvoorziening en de Algemene wet bestuursrecht. 2. In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet of Wsw: de Wet sociale werkvoorziening; b. wachtlijst : overzicht van ingezetenen van de gemeente die conform artikel 11 van de wet geïndiceerd zijn, geen dienstbetrekking hebben als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de wet en wel beschikbaar zijn om een dergelijke dienstbetrekking te aanvaarden; c. Wsw-geïndiceerde: blijkens een afgegeven (her)indicatiebschikking behorend tot de doelgroep d. Hameland : samenwerkingsverband van de Gemeenschappelijke Regeling Hameland; e. Besluit: het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken. Plaatsingsbeleid Artikel 2 1. Plaatsing op de wachtlijst geschiedt op volgorde van de datum van de indicatiebeschikking (artikel 8, eerste lid, van het Besluit). Voor degenen die op 31 december 2007 op de wachtlijst staan, geldt de datum van aanvraag tot indicatie als datum van de indicatiebeschikking (artikel 8, derde lid, van het Besluit). 2. Voor plaatsing in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wsw zijn de capaciteiten en de mogelijkheden van de belanghebbende op de wachtlijst het uitgangspunt. 3. Schoolverlaters van het Voortgezet Speciaal Onderwijs en Praktijkonderwijs met een Wswindicatie worden met voorrang geplaatst. 4. Geïndiceerden op de wachtlijst, die gebruik willen maken van het PersoonsGebonden Budget én zelf een passende werkplek buiten het sociaal werkvoorzieningsbedrijf Hameland hebben gevonden, worden met voorrang geplaatst. Uitvoering Artikel 3 Het college neemt alle besluiten die op grond van deze verordening moeten worden genomen. Inwerkingtreding en citeertitel Artikel 4 1. Deze verordening treedt in werking op 1 november 2008 en werkt terug tot 1 januari 2008 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening wachtlijstbeheer Wsw. Toelichting Verordening wachtlijstbeheer Wsw. In artikel 12, tweede lid, van de Wet sociale werkvoorziening (hierna: Wsw) is geregeld dat de gemeenteraad bij verordening regels kan stellen over de volgorde waarin ingezetenen die op de wachtlijst zijn geplaatst voor een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de wet, in aanmerking worden gebracht. Bij het ontbreken van een dergelijke verordening geldt de volgorde van de plaatsing op de wachtlijst. Er wordt in deze verordening voor 2 groepen uitzonderingen gemaakt:

- voor de schoolverlaters van het voortgezet speciaal én praktijkonderwijs mét een Wswindicatie. Deze groep heeft vaak moeizaam vaardigheden aangeleerd. Bij een langer periode van in-activiteit worden deze vaardigheden al weer snel vergeten. Het is in feite een voortzetting van al bestaand beleid. - voor wsw-geïndiceerden die zelf een passende werkplek buiten het sociaal werkvoorzieningsbedrijf hebben gevonden. In die situaties ontbreekt alleen de financiering nog. Feitelijk wordt een ander persoon op de wachtlijst ook niet benadeeld, want de geïndiceerde is er zelf in geslaagd een passende werkplek te vinden. De Wsw is met ingang van 1 januari 2008 in werking getreden. Door deze verordening met terugwerkende kracht op 1 januari 2008 in te laten gaan, worden mogelijke juridische problemen voorkomen. In artikel 3 staat vermeld dat het college van burgemeester en wethouders de besluiten neemt. Deze bevoegdheid wordt door het college gemandateerd aan de divisiemanager van ArbeidsIntegratie van Hameland.