Handleiding Dimmerunit SCT 0405N



Vergelijkbare documenten
Dimmerunit SCA 1210N. Lees voor het installeren eerst dit document. Inhoud Veiligheids voorschriften. 2 Installatie voorschriften

INSTALLATIE INSTRUCTIES Alleen geschikt als permanente installatie, onderdelen genoemd in de handleiding kunnen niet buiten gemonteerd worden.

Installatie handleiding Emergency Battery System.

Inhoudsopgave. 1 kanaal din-rail dimmers & 4 kanaal din-rail dimmers TL & PL regelen van 0% tot 100%... 50

BDS-001, besturing voor handbediende schuifdeuren

Inhoudsopgave. Handleiding: MC v2.0a. Pagina - 1 -

Installatie handleiding Emergency Battery System.

MotorControl gebruiksaanwijzing V3 vanaf softwareversie 2.0e

GEBRUIKSAANWIJZING EIGENSCHAPPEN VOOR HET GEBRUIK

1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Bediening. LB-management. Power DALI-taststuureenheid TW

OPTISCHE-AKOESTISCHE BUITEN SIRENE/FLITSER SP-4002

PDM-8-MB POM (VOEDING OVER MODBUS) Montage & gebruiksvoorschriften

GPRS-A. Universele monitoringsmodule. Quick start. De volledige handleiding is verkrijgbaar op Firmware versie 1.00 gprs-a_sii_nl 02/18

De ET31F (die alleen de vloertemperatuur meet) kan in een andere ruimte geplaatst worden.

1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Bediening. Systeem DALI-Power-besturingseenheid inbouwbasiselement

Lichtsturing Dimt waaier aan lampen

Systeem 2000 Systeem 2000 HLK-relais-basiselement. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Best. nr. : Bedieningshandleiding

FLEXIOS TOEGANGSCONTROLE TC-KS1115 KS t f MODELLEN KS1115. SPECIFICATIES KS1115 Behuizing. Beschermingsklasse

Toetselement onder lang indrukken: het licht wordt met minimale lichtsterkte ingeschakeld.

HANDLEIDING - LEVEL INDICATOR M A N U A L

Bedieningshandleiding Elektronische transformatoren voor LVhalogeenlamoen

ACS-30-EU-PCM2-x-32A

FLEXIOS TOEGANGSCONTROLE

Het typenummer is te vinden op de identificatiesticker aan de onderzijde van het product.

Bedieningshandleiding DALI Power Potentiometer

Het typenummer is te vinden op de identificatiesticker aan de onderzijde van het product.

Technische handleiding Versie 01/11 SERVER-CONTROL

Bedieningshandleiding. Netgelijkrichter 24 V, 5 A met UPS Oproepsysteem 834

INTELLISTART 4 INSTALLATIE

GEBRUIKSAANWIJZING EIGENSCHAPPEN VOOR HET GEBRUIK JB SYSTEMS 1/6 LED 1CH DIM WALL

Video Intercom Systeem

HANDLEIDING. Scheidingstransformatoren. Scheidingstransformator 7000 W 230V/32A Artikel nummer: ITR

K-Steel deuropenermodule 1156/10 met numeriek toetsenbord

Jaloezie- en rolluikbesturingssysteem Basiselement jaloezie- en rolluikbesturing zonder parallelaansluiting

2. Installeren. De uitwendige afmetingen van de Climate Master BQLS met 4 zones zonder metrische wartels zijn:

Technische Handleiding Versie 07/05. CompTrol Signal 1. Signaalkabel

Systeem 2000 Trappenhuisverlichtingsautomaat, Basiselement impulsgever. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat

Opmerking: afhankelijk van uw configuratie is de print voorzien van de benodigde componenten.

LAADZUIL ELEKTRISCHE MONTAGE EN GEBRUIK Deze handleiding is van toepassing op een DIC laadzuil met plug and play systeem

Gebruiksaanwijzing Glasoven

BES External Signaling Device

Power Amplifier Q2 - Q4 AUDAC PROFESSIONAL AUDIO EQUIPMENT. Power Amplifier Q2 Q4. Gebruikershandleiding & Installatiegids

NRS 2-4. Gebruiksaanwijzing HN-schakelaar NRS 2-4

DUMAN US-Module V1.5 2 ste druk Inbouw handleiding. Bedankt voor de aanschaf van de DUMAN US-Light Module V1.5

PROGRAMMEERBARE TEMPERATUUR DETECTOR TD-1_NL 07/11

Elektronische transformatoren Gebruiksaanwijzing

DE ZON GEEFT ONS ENERGIE, SANTON GEEFT ONS VEILIGHEID VEILIGHEIDSSLEUTEL ALLE KABELS ZIJN STROOMVRIJ AFSTANDSBEDIENING

1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Producteigenschappen. 4 Bediening met 2-voudig toetselement. Systeem 3000

1 Veiligheidsinstructies

MONTAGE & INSTALL ATIE. MultifunctioneleBUVA. Ergo-Motion MFB. besturingsmodule

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Lichtmanagement. Bedieningshandleiding

RI-2 Relais Interface Handleiding

CODEKLAVIER PROGRAMMATIE HANDLEIDING

KABELTESTER en DIGITALE MULTIMETER. Turbotech TT1015

ACR-500 AM/FM-wekkerradio

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Universeel-seriedimmer-basiselement. Universeel-seriedimmer-basiselement. Best.nr.

Magneetklep DN10, DN15 en DN20 Kenmerken

Video Intercom Systeem

CODEKLAVIER PROGRAMMATIE HANDLEIDING

STAKA. Handleiding elektrische bediening. Dakluiken Flachdachausstiege Roof access hatches Trappes de toit

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Universeel-dimmer, Basiselement voor parallelaansluiting

Hoogfrequent batterijladers. PM-24 serie. Handleiding

CA45. Technische handleiding. Stand-alone toegangscontrole centrale. Aanvullende informatie. Artikelnummer : CA45 Versie : 2.0.

Visuele Inspectie van elektrische installaties

Emotron I/O-board 2.0 Optie

Comar Benelux NV Brugzavel 8 B-9690 Kluisbergen T +32 (0) F +32 (0)

Installatiehandleiding

Marmitek MicroModule AWM 2

Hoogfrequent batterijladers. KOP serie. Handleiding

Codeerschakelapparaat GIRA

Keystone OM13 - EPI-2 driedraads module Handleiding voor installatie en onderhoud

RAP3. Leidingspanning Vac 230 Motorvoeding Vdc 24 Max. stroomafname A 6 Max. opgenomen vermogen VA 180 Nominale koppel danm 26 Openingstijd sec. 2.

In gebruik nemen en testen. 11. Technische gegevens 13. Bijlage 1 14

DROOGPLATEAU. Handleiding

Gebruiksaanwijzing Glasoven

DIC WANDMODEL HANDLEIDING MONTAGE EN GEBRUIK Deze handleiding is van toepassing op een DIC wandmodel met plug and play systeem

ES-S7B. Buitensirene.

Robot Zwembadreiniger Basic 10 / Classic 10 / Classic 10+ Gebruikershandleiding

Introductie Capa Switch KLS Algemeen

Terugmeld module in combinatie met andere merken 13. Aansluiten van de meldingangen 14. In gebruik nemen en testen van de terugmeld module 16

Multi Purpose Converter 20A

ECR-Nederland B.V. De ECR-Nederland Softstarter ESG-D-27

Climate Master BQLS. Installatievoorschrift. Brink Climate Systems BV 1

TECHNISCHE HANDLEIDING

Inhoud Inhoud... 1 Veiligheidsinstructies... 1

GEBRUIKERS HANDLEIDING

PRS 9. Gebruiksaanwijzing Programmaschakelaar PRS 9

Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT. Modelnr.: *

Advitronics. GSM Interface V1 INFORMATIEBROCHURE OVER: Zekerheid door Service

1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Producteigenschappen. 4 Bediening met 2-voudig toetselement. System 3000

AANVULLEND INSTRUCTIEBOEKJE LUCHTVERWARMER. TYPE TR Duct. Kanaal uitvoering

Bedieningshandleiding. Vloerverwarmingsthermostaat

ADRESSEERBARE ZONE UITBREIDING int-adr_nl 05/14

Meterkasten en 1stroomverdeelkasten

Transcriptie:

Handleiding Dimmerunit SCT 0405N Inhoud 1 Veiligheids voorschriften 2 Installatie voorschriften 3 Voeding en afgaande bekabeling 4 Netwerk- en stuurstroom aansluitingen 5 Specificaties SCT 0405N unit Lees voor het installeren eerst dit document - 0 -

WAARSCHUWING: GEVAARLIJKE SPANNING VEDING UITSCHAKELEN ALVRENS HET DEKSEL TE PENEN In deze unit zitten geen bedieningsonderdelen Service: alleen door gekwalificeerd personeel uit te voeren Voorkom aanraking met vocht en vuil zodat de kans op brand of een elektrische schok wordt uitgesloten. Schakel de unit niet in, voordat het deksel is aangebracht. Deze unit dient te worden geaard. Installatie, programmeren en onderhoud dient door gekwalificeerd personeel te worden uitgevoerd. ilight Limited accepteert geen verantwoording voor reparaties of modificaties die niet volgens fabrieksspecificaties zijn uitgevoerd. Alle dimmerunits, schakelunits en interfaces voldoen aan alle relevante voorgestelde en huidige Nationale, Europese en Internationale technische en veiligheidsstandaarden voor elektrische en elektronische dimmersystemen. Deze standaarden voldoen aan de Electro Magnetic Compliance (EMC) richtlijnen EN50 081-1 en EN50 082-1, laagspanningsrichtlijn EN60 950 en de RFI- onderdrukkingsrichtlijn EN50 014, waarmee volledig aan de CE keuringseisen wordt voldaan. - 1 -

Installatie voorschriften De locatie Dimmer- en schakelunits dienen in een droge, geventileerde ruimte gemonteerd te worden waar de temperatuur niet onder of boven de gestelde waarden uit mag komen. Bij het kiezen van de juiste locatie dient het volgende in acht te worden genomen: Afhankelijk van het aangesloten vermogen op een dimmerunit ontstaat er warmte in de ruimte. m deze warmte af te voeren dient er een adequate ventilatie in deze ruimte te worden aangebracht, zodat de omgevingstemperatuur niet boven de maximaal gestelde waarde uitkomt. Zorg voor voldoende ruimte rondom de units zodat, in het geval van onderhoud en service, de onderdelen goed bereikbaar zijn. Monteer geen units in ruimten die later niet of nauwelijks meer te bereiken zijn. De dimmer- en schakelunits zijn uitsluitend ontworpen voor verticale wandmontage. Afhankelijk van het type dimmerunit en het aangesloten vermogen kan er in de unit een brommend geluid ontstaan. Dit geluid wordt veroorzaakt door de interne componenten voor de storingsonderdrukking. Als dit brommende geluid overlast veroorzaakt dient de dimmerunit op een andere locatie gemonteerd te worden. Alle dimmerunits hebben ventilatie nodig en zijn speciaal hiervoor rondom voorzien van ventilatiesleuven, zodat de units door middel van convectie gekoeld worden. m deze reden is het belangrijk dat de units rondom vrij zijn opgehangen met voldoende afstand tot naastliggende kasten of oppervlakken. Houdt minimaal 100mm afstand aan weerszijden van de dimmerunit tot de naastliggende units. Dimmerunits kunnen direct onder een kabelgoot gemonteerd worden als de diepte van deze goot niet meer dan 50mm bedraagt, zoals hieronder staat afgebeeld. 50mm maximaal Voorbeeld van een dimmerunit, gemonteerd tussen kabelgoten met een maximale diepte van 50mm. De dimmerunit is direct onder de kabelgoot gemonteerd. Indien de kabelgoot dieper dan 50mm is dient er een minimale ruimte van 50mm tussen dimmerunit en de kabelgoot te zijn. De kabels worden dan door middel van individuele pijpen van de dimmerunit naar de kabelgoot geleid, zoals hieronder is afgebeeld. > 50mm 50mm 100mm 100mm Houdt 100mm vrije ruimte aan beide zijden van de units, muren, etc. i.v.m. ventilatie pijpverbindingen BELANGRIJK Als de dimmerunits niet in de juiste positie worden opgehangen en zonder voldoende ventilatie, kan dit tot oververhitting leiden. Voorbeeld van een dimmerunit, gemonteerd tussen kabelgoten met een diepte van meer dan 50mm. Tussen de dimmerunit en de kabelgoot zijn pijpen gemonteerd. - 2 -

Voeding: 23 / 50-60Hz, 20Amp maximaal Fase (L): direct op de automaat Nul (N): aan de blauwe nulklem Aarde (E) : op de bodemplaat Voedingskabel Uitbreekpoorten voor de voeding en afgaande groepen Voeding en Aardaansluitingen Installatieautomaten Afgaande groepen: Deze worden op de klemmenstrook links in de dimmerunit aangesloten met de volgende aanduidingen: Afgaande Dimmer 1: L1 gedimde fase dimgroepen N nul aansluiting Dimmer 2: L2 gedimde fase N nul aansluiting Dimmer 3: L3 gedimde fase N nul aansluiting Dimmer 4: L4 gedimde fase Meggeren: N nul aansluiting ption doorverbinding Aansluitingen voor decentrale noodverlichting Processor print RJ12 icannet ingangsconnector Dimmerunits die zijn aangesloten op een groepenkast moeten worden afgeschakeld zodra de installatie gemeggerd wordt. Dit houdt verband met het feit dat de interne processor geen hoge piekspanningen kan verdragen. Het gaat er in dit geval om dat deze meggerpulsen niet via de voeding van de dimmerunit op de processor terecht mogen komen. De oplossing om dit te voorkomen is het uitschakelen van de voedingsautomaat of hoofdschakelaar die bestemd is voor de desbetreffende dimunit. Aansluitingen voor noodverlichting Dimbare noodverlichtingsarmaturen met ingebouwde accuset kunnen ook achter de dimmerunit worden aangesloten. Deze armaturen worden met in totaal 4 draden aangesloten: Gedimde spanning Vaste spanning voor het opladen van de accu en de indicatie van de aanwezige netspanning Nul Aarde De armaturen worden met de vier bovengenoemde aansluitingen op de correcte manier aan een dimmerunit aangesloten. De vaste spanningsaansluiting voor het opladen van de accuset wordt direct op de zekeringautomaat (aan de beveiligde zijde) van de bijbehorende dimmergroep aangesloten. Het is belangrijk dat de vaste spanningsaansluiting en de gedimde spanning via één en dezelfde automaat worden beveiligd en niet met andere dimgroepen worden verwisseld. - 3 -

ICAN Netwerk Voor het verbinden van de ican netwerkkabels zijn, in de dimmer- en schakelunits, twee aparte connectors opgenomen. De beide ican aansluitingen op de processorprint zijn parallel met elkaar doorverbonden. De aanbevolen datakabel voor het ican netwerk is: FTP 4x2xAWG24 (CAT5) met een folie afscherming. p de processorprint zijn de ican netwerkaansluitingen parallel met elkaar doorverbonden en de bijbehorende kleuren van de aderparen in de CAT5 kabel staan op de print vermeld: RS485 aansluitingen De RS485 aansluiting bevindt zich naast de ican netwerk connectoren. De aansluitingen die hiervoor worden gebruikt zijn als volgt aangegeven: RS485 RS485 + AL Zie ook de ASCII stuurcodes. ranje paar Groene paar Blauw/Wit Blauw Bruine paar +12Vdc CAN-H CAN-L folie afscherming RJ12 connector Iedere dimmer- en schakelunit is voorzien van een RJ12 socket waarop een PC of een portable programmeerapparaat kan worden aangesloten. De structuur van een ican netwerk is in de onderstaande tekening afgebeeld. CAN-H +12V Fabriek CAN-L Fabriek * * *Geeft aan waar een afsluitweerstand noodzakelijk is. Alle units, verbonden met het ican netwerk, worden op deze manier aangesloten. Aftakkingen van dit netwerk zijn niet toegestaan en zullen communicatieproblemen opleveren. De units kunnen in een willekeurige volgorde met het netwerk verbonden worden. njuiste methode van aansluiten Aan beide uiteinden van een ican netwerk is een afsluitweerstand noodzakelijk: in bovenstaande tekening aangegeven met een *. Deze afsluitweerstanden mogen op geen enkele andere plaats in het netwerk gemonteerd worden als aan de beide uiteinden. Een maximum van 2 afsluitweerstanden is nodig voor een netwerk. Iedere dimmer- of schakelunit is van standaard voorzien van een afsluitweerstand en gemonteerd op de 5-polige icannet connector. De weerstand is 120 hm, ¼Watt. Verwijder de weerstand van de connector wanneer deze niet nodig is. Specificaties dimmerunit SCA 0410N De weerstand is gemonteerd tussen de aansluitingen CAN H 4 kanalen universele dimmerunit en CAN L. Monteer de weerstand niet aan één van de andere polen op de connector. Er mogen geen aansluitingen op de fabriekspolen gemaakt worden. Alarm ingang Een alarm ingang, bestemd voor de aansluiting aan een brandmeldsysteem, bevindt zich direct naast de RS485 connector. De aansluitingen die hiervoor worden gebruikt zijn als volgt aangegeven: AL De alarmingang mag alleen met een potentiaalvrij contact worden aangestuurd en de stuurkabel naar dit contact mag maximaal 50mtr lang zijn. De stuurstroomkabel dient volledig gescheiden van eventuele voedingskabels te worden aangelegd. Zodra de alarmingang wordt kortgesloten zullen alle afgaande groepen direct op 100% inschakelen. Deze toestand blijft actief, onafhankelijk van eventuele andere schakelcommando s, totdat het contact tussen de en de AL aansluitingen weer wordt verbroken. De lichtinstellingen in de dimmerunits kunnen alleen gewijzigd worden als de alarmingang niet is kortgesloten. p het gehele ican netwerk hoeft slechts één brandalarm ingang te worden aangesloten. De fabrieksinstelling voor het aansturen van de afgaande groepen bij een geactiveerde alarmingang kan, met behulp van het ican softwarepakket, gewijzigd worden. Informeer bij uw dealer voor verdere vragen. - 4 -

Algemene kenmerken 4 kanaals 5Amp. standalone dimmer. Per kanaal configureerbaar voor fase afsnijd dimmen (of schakelen). Ieder kanaal voorzien van een separate zekeringsautomaat. Mogelijkheid tot uitbreiding met een ASCII of DI-1 print. Voorzien van een paniek/brandalarminput. Geheugen voor 128 lichtinstellingen. Voeding aansluiting: 1 fase 20Amp. ican netwerk ingang (waarop 10.000 units aangesloten kunnen worden). CE keurmerk, voldoet aan alle relevante standaarden. ntworpen en geproduceerd volgens IS9001:2008 standaard. Mechanische eigenschappen Gewicht: 4 Kg Afmetingen: 220(B) x 280(H) x 155(D)mm. Uitbreekpoorten voor bekabeling: 4 x 25mm, 4 x PG16 en 1 x PG21 Uitbreekpoorten voor stuurstroom kabels: 1 x 25mm en 1 x PG16 Klimaatbereik Temperatuur: -20 tot +40 C Vochtigheid: +5 tot 95% geen condens Stuurstroom ingangen Twee meerpolige connectors voor de aansluiting op het icannet netwerk en bestemd voor de CAT5 FTP kabel RJ12 connector voor het programmeren van het icannet netwerk Aansluiting voor de audiovisuele ingang, RS485 Aansluiting voor paniek / brandalarm ingang Elektrische eigenschappen Maximale belasting: één fase 20Amp, bij 40 C Maximale stroom per kanaal: 6 Amp Voeding: 23ac +/- 10% 50/60Hz (optioneel: 220/127Vac 60Hz) Beveiliging: 4 x 6Amp zekeringautomaten met C-karakteristiek, 6kA kortsluitstroom Type belastingen Gloeilampen 23ac Elektronische transformatoren, geschikt voor fase- afsnijddimmers Koud kathode verlichting (informeer eerst bij uw dealer voor details) Minimale belasting 20Watt per kanaal Gedimde uitgangen 4 x Transistors (19Amp type). Geschakelde uitgangen De gedimde uitgangen kunnen als schakelaar geprogrammeerd worden voor het schakelen van niet dimbare belastingen. De minimale schakelstroom is 30mA. Bel voor meer informatie met uw dealer over het aansluiten van ontladingslampen Kabelaansluitingen Voedingsaansluiting, maximale aderdoorsnede: 10mm² Afgaande groepen, maximale aderdoorsnede: 1 x 4mm² of 2 x 2,5mm² per aansluiting ican netwerk kabel: FTP 4x2xAWG24 (CAT5) Audiovisuele ingang RS485: 2 x 1mm² Paniek / brandalarm ingang: 2 x 1mm² Geheugen FLASH geheugen, voorbereid op toekomstige wijzigingen EEPRM geheugen voor 128 lichtinstellingen Fade tijden Instelbaar tussen 0,1 seconde en 60 minuten - 5 -