natuur- en scheikunde 1 CSE BB



Vergelijkbare documenten
natuur- en scheikunde 1 CSE BB

natuur- en scheikunde 1 CSE BB

Examen VMBO-BB. natuur- en scheikunde 1 CSE BB. tijdvak 1 maandag 18 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Achter het correctievoorschrift zijn twee aanvullingen op het correctievoorschrift opgenomen.

Examenopgaven VMBO-BB 2004

natuur- en scheikunde 1 CSE BB

natuur- en scheikunde 1 CSE KB

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

natuur- en scheikunde 1 CSE BB

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL COMPEX

Examen VMBO-BB 2006 NATUUR- EN SCHEIKUNDE 1 CSE BB. tijdvak 2t dinsdag 20 juni uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer

natuur- en scheikunde 1 CSE BB

natuur- en scheikunde 1 CSE KB

Examen VMBO-BB. natuur- en scheikunde 1 CSE BB. tijdvak 1 donderdag 19 mei 13:30-15:00 uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL COMPEX

natuur- en scheikunde 1 CSE BB

natuur- en scheikunde 1 CSE KB

NATUUR- EN SCHEIKUNDE 1 CSE BB

NATUUR- EN SCHEIKUNDE 1 CSE BB

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

Examen VMBO-BB. natuur- en scheikunde 1 CSE BB herziene versie. tijdvak 1 dinsdag 25 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-KB. natuur- en scheikunde 1 CSE KB. tijdvak 2 woensdag 22 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-BB. natuur- en scheikunde 1 CSE BB. tijdvak 1 maandag 21 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

natuur- en scheikunde 1 CSE BB

Achter het correctievoorschrift zijn twee aanvullingen op het correctievoorschrift opgenomen.

Examen VMBO-BB 2006 NATUUR- EN SCHEIKUNDE 1 CSE BB. tijdvak 1 woensdag 24 mei uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer

Examenopgaven VMBO-BB 2003

Examen VMBO-GL en TL-COMPEX

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

natuur- en scheikunde 1 CSE KB

Examen VMBO-GL en TL. natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL. tijdvak 2 woensdag 22 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen ste tijdvak Vinvis zingt toontje lager

Correctievoorschrift VMBO-BB

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

verbrandingsgassen uit. Waarom is het gebruik van elektriciteit als energiebron niet altijd goed voor het milieu?

Examenopgaven VMBO-BB 2003

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Eindexamen natuurkunde / scheikunde 1 compex vmbo gl/tl I

Eindexamen vmbo gl/tl nask1 compex I

Examen HAVO. natuurkunde 1

natuur- en scheikunde 1 CSE KB

Examen VMBO-BB 2005 WISKUNDE CSE BB. tijdvak 1 dinsdag 31 mei uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

Examenopgaven VMBO-KB 2003

Examen VMBO-KB. natuur- en scheikunde 1 CSE KB. tijdvak 1 dinsdag 25 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage

natuur- en scheikunde 1 CSE KB

NaSk 1 Elektrische Energie

Examen VMBO-KB. natuur- en scheikunde 1 CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

natuur- en scheikunde 1 CSE BB

Examen VMBO-GL en TL. natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL. tijdvak 1 donderdag 22 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-KB. natuur- en scheikunde 1 CSE KB. tijdvak 1 donderdag 26 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

natuur- en scheikunde 1 CSE KB

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

natuur- en scheikunde 1 CSE KB

Eindexamen natuurkunde / scheikunde 1 vmbo gl/tl I

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

Eindexamen vmbo gl/tl nask I

Examenopgaven VMBO-BB 2004

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

Examen VMBO-GL en TL COMPEX

Eindexamen havo natuurkunde pilot II

Examen VMBO-GL en TL-COMPEX

Eindexamen natuurkunde/scheikunde 1 vmbo gl/tl II

Examenopgaven VMBO-BB 2003

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

Eindexamen natuurkunde / scheikunde 1 compex vmbo gl/tl I

Woensdag 24 mei, uur

Uitwerking examen e tijdvak

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

natuur- en scheikunde 1 CSE KB

Uitwerking examen e tijdvak

Uitwerking examen e tijdvak

Examen VMBO-BB 2005 WISKUNDE CSE BB. tijdvak 2 maandag 20 juni uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2005-I

Examenopgaven VMBO-BB 2003

ET uitwerkingen.notebook May 20, 2016

Examen VMBO-GL en TL. natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL. tijdvak 2 dinsdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-GL en TL. natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL. tijdvak 2 dinsdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Opgave 2 Caravan. Havo Na1,2 Natuur(kunde) & techniek 2004-II.

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 donderdag 24 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-BB 2006 WISKUNDE CSE BB. tijdvak 2 maandag 19 juni uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer

Eindexamen vmbo gl/tl nask1 compex I

Eindexamen natuurkunde / scheikunde 1 vmbo gl/tl I

Transcriptie:

Examen VMBO-BB 2011 tijdvak 1 maandag 23 mei 13.30-15.00 uur natuur- en scheikunde 1 CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Gebruik het BINAS informatieboek. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 48 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord behaald kunnen worden. BB-0173-a-11-1-o

Meerkeuzevragen Omcirkel het goede antwoord (voorbeeld 1). Geef verbeteringen aan volgens voorbeeld 2 of 3. (1) A A A B B B (2) X (3) B X C C X C D D D Open vragen Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren. Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren. Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op. Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid. Verfverdunner 2p 1 Op een fles verfverdunner staan twee pictogrammen. 1 2 Wat betekenen deze pictogrammen? 1... 2... BB-0173-a-11-1-o 2 lees verder

Radiohoogtemeter 1p 2 In een vliegtuig zit een radiohoogtemeter. Deze zendt een radiosignaal uit dat korte tijd later weer wordt opgevangen. Het instrument berekent de hoogte uit het tijdsverschil tussen uitzenden en ontvangen. Hoe heet het natuurkundige verschijnsel waardoor het signaal terugkomt bij het vliegtuig? A absorptie B altitude C echo D radar 3p 3 Het signaal dat de radiohoogtemeter uitzendt, beweegt met een snelheid van 300 000 km/s. De meter zendt een signaal uit naar de grond en vangt dat na 0,000 08 s weer op. Bereken de hoogte in km waarop het vliegtuig vliegt.......... BB-0173-a-11-1-o 3 lees verder

Vuvuzela Tijdens het WK voetbal in Zuid Afrika is door voetbalsupporters op een vuvuzela geblazen. Uit de echte vuvuzela komt geluid met een geluidsniveau van 120 decibel. Om de herrie te verminderen is er een aangepaste toeter op de markt die 25 db minder lawaai produceert dan de echte. 1p 4 In welke zone valt het geluidsniveau van de aangepaste vuvuzela? A veilig geluid B gevaarlijk geluid, kans op gehoorbeschadiging C toenemende kans op gehoorbeschadiging 2p 5 De vuvuzela geeft 120 db geluid op 5 m afstand. Het geluidsniveau neemt af met de afstand. Dit is in het volgende diagram weergegeven. geluid vuvuzela geluidsniveau (db) 130 120 110 100 90 80 70 60 50 40 0 200 400 600 800 1000 1200 1400 afstand (m) Geluid van meer dan 90 db is niet veilig. Bij minder dan 90 db wordt het geluid veilig genoemd. Op welke afstand moet je tenminste staan om veilig geluid te horen?. BB-0173-a-11-1-o 4 lees verder

1p 6 Voetbalsupporters krijgen oordopjes uitgereikt. Het geluidsniveau wordt daardoor verminderd tot 85 db. gehoorbeschadiging tijd (uren) 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 80 85 90 95 100 geluidsniveau (db) In het diagram kun je zien hoe lang je naar geluid kunt luisteren voordat het gevaarlijk wordt. Hoe lang kunnen deze voetbalsupporters met de oordopjes geluid van 85 db verdragen zonder kans op gehoorbeschadiging? uur BB-0173-a-11-1-o 5 lees verder

Afstand houden 1p 7 In het verkeer is afstand houden erg belangrijk voor de veiligheid. In het diagram zie je twee grafieken: de remweg en de stopafstand van een auto bij verschillende snelheden. 180 afstand (m) 160 140 120 stopafstand 100 80 remweg 60 40 20 0 0 5 10 15 20 25 30 35 40 45 snelheid (m/s) De stopafstand is groter dan de remweg. Hoe heet dit verschil? A reactieafstand B reactietijd C reactievermogen 1p 8 Lees uit het diagram af hoe groot de remweg is bij een snelheid van 30 m/s... m 1p 9 De snelheid in het diagram staat in m/s. Reken 30 m/s om naar km/h. 30 m/s = km/h BB-0173-a-11-1-o 6 lees verder

Afvalscheiding 3p 10 Het is de moeite waard om kunststof afval gescheiden in te zamelen. Veel gemeenten doen dit al enige tijd. In de tabel zie je het percentage kunststof afval dat gescheiden wordt opgehaald. jaar percentage kunststof 2006 15 2007 19 2008 24 2009 31 2010 40 Teken in het diagram de grafiek van deze tabel. percentage kunstof 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 2006 2007 2008 2009 2010 2011 jaar BB-0173-a-11-1-o 7 lees verder

Autotest Hybride auto s combineren een brandstofmotor met een elektromotor. Daardoor gaat het brandstofverbruik en de CO 2 -uitstoot omlaag. Van deze hybride auto is het volgende bekend. brandstof transmissie CO 2 -uitstoot gemiddeld gebruik energielabel benzine automaat 92 g/km 4,0 L / 100 km A 1p 11 Het energielabel A wordt toegekend op basis van een aantal eigenschappen van de auto. Eén daarvan is de CO 2 -uitstoot. CO 2 is niet goed voor ons milieu. Waarom is CO 2 niet goed voor het milieu? A CO 2 is een giftige stof. B CO 2 veroorzaakt luchtverontreiniging. C CO 2 veroorzaakt opwarming van de aarde. 1p 12 De auto trekt in 10,4 s op van 0 tot 100 km/h. In het diagram staat de snelheid-tijd-grafiek van dit optrekken. snelheid (km/h) 120 100 80 60 40 20 0 0 2 4 6 8 10 12 14 Tussen welke snelheden trekt de auto het snelst op? A tussen 0 en 50 km/h B tussen 50 en 100 km/h C De auto trekt bij elke snelheid even snel op. tijd (s) BB-0173-a-11-1-o 8 lees verder

Waterkoker 3p 13 De familie Jensen staat met de caravan op de camping. De caravan is aangesloten op de netspanning (230 V). Op deze camping is de maximale stroomsterkte per aansluitpunt 3 A. Met de waterkoker wordt water warm gemaakt voor een kopje thee. De gegevens van de waterkoker zie je op het typeplaatje. Tijdens het verwarmen van het water slaat de koelkast aan. De koelkast heeft een vermogen van 125 W. Laat met een berekening zien of de waterkoker tegelijk met de koelkast aan mag staan.......... 2p 14 De waterkoker is voorzien van een controlelampje. Als het apparaat ingeschakeld is, brandt het lampje. In het schema zijn twee mogelijkheden voor de plaatsing van het controlelampje weergegeven. Teken het controlelampje met het juiste symbool op de juiste plaats in het schema. 230 V waterkoker BB-0173-a-11-1-o 9 lees verder

3p 15 De familie Jensen wil 2 L water aan de kook brengen met de waterkoker van 500 W. Het apparaat doet hier een kwartier (0,25 uur) over. 1 kwh elektrische energie kost 0,24. Bereken hoeveel het kost om het water aan de kook te brengen.......... Bovenleiding 2p 16 Op de bovenleiding van de trein staat een hoge spanning. Om die reden is een isolator opgenomen in de ophanging van de kabels. Van welk materiaal kan die isolator gemaakt zijn? Zet achter elk materiaal een kruisje in de juiste kolom. materiaal wel niet aluminium glas koper porselein BB-0173-a-11-1-o 10 lees verder

Muziekinstrument In de afbeelding zie je een muziekinstrument. Het geluid wordt gemaakt door met een speciaal hamertje op de buizen te slaan. De speler slaat de middelste buis aan. De toon heeft een frequentie van 110 Hz. 1p 17 Wat moet hij doen om een toon met een hogere frequentie te krijgen? A Een langere buis aanslaan. B Een kortere buis aanslaan. C Dezelfde buis harder aanslaan. D Dezelfde buis minder hard aanslaan. Drukproef 1p 18 Tijdens een practicum moet Hajo de druk van zijn voeten op de grond berekenen. Hij gaat op de weegschaal staan en berekent zijn gewicht: 600 N. Hoe groot is zijn massa? A 30 kg B 60 kg C 90 kg D 120 kg BB-0173-a-11-1-o 11 lees verder

3p 19 Hajo staat met beide voeten op de vloer. Zijn gewicht is 600 N. Het oppervlak van zijn schoenen op de vloer is 400 cm 2. Bereken de druk die Hajo op de vloer uitoefent.......... Hergebruik 2p 20 Steeds vaker worden producten die je kwijt wilt apart ingezameld. Soms wordt het product hergebruikt, soms gaat het alleen maar om hergebruik van het materiaal. Hieronder staan vijf manieren om afval te scheiden. 1 Plastic afval breng je in een aparte zak naar de plasticcontainer. 2 Je levert een statiegeldfles in bij de supermarkt. 3 Je gooit een leeg jampotje in de glasbak. 4 Oud papier doe je in de papierbak. 5 Gebruikte kleding verkoop je in de kringloopwinkel. Is dit hergebruik van het product of hergebruik van het materiaal? Zet achter elke handeling een kruisje in de juiste kolom. handeling hergebruik product hergebruik materiaal 1 2 3 4 5 BB-0173-a-11-1-o 12 lees verder

IJs op water 1p 21 Blokjes ijs drijven op water. Door welke stofeigenschap gaat het ijs drijven? A dichtheid B gewicht C massa D temperatuur Gloeidraad 1p 22 De gloeidraad van een gloeilamp is gemaakt van wolfraam. Dat metaal is gekozen omdat het smeltpunt van dit materiaal zo hoog is. Welke waarde heeft het smeltpunt van wolfraam? K BB-0173-a-11-1-o 13 lees verder

Gebouw op palen 3p 23 Een kantoorgebouw staat op palen. Eén van de palen is met een pijl aangewezen. De kracht in deze paal is 80 000 N. Teken de kracht die deze paal uitoefent op de betonnen voet. Schaal: 1 cm 20 000 N. De witte stip is het aangrijpingspunt van die kracht. BB-0173-a-11-1-o 14 lees verder

Acculader 2p 24 Op het typeplaatje van de oplader van een accuboormachine staan allerlei gegevens. Hoe groot is de stroomsterkte die de oplader kan leveren?. 1p 25 Aan welk symbool kun je zien dat de oplader dubbel geïsoleerd is? A B C BB-0173-a-11-1-o 15 lees verder

Schema 1p 26 In het schema zijn verschillende onderdelen als symbolen getekend. Wat betekent het symbool D1? A diode B schakelaar C transistor D weerstand 1p 27 In het schema is een relais opgenomen. Wat doet een relais? A Een relais verkleint de stroomsterkte. B Een relais bedient een schakelaar. C Een relais vergroot de stroomsterkte. BB-0173-a-11-1-o 16 lees verder

Bromfietscontrole Bij de school controleert de politie bromfietsen op te veel lawaai. Op de foto hiernaast zie je dat er een meting aan een scooter wordt uitgevoerd. 1p 28 Welk meetinstrument wordt hier gebruikt? A een voltmeter B een db meter C een frequentiemeter D een bandenspanningsmeter Werken aan het spoor 2p 29 Bij werkzaamheden aan het spoorwegnet is veiligheid heel belangrijk. De werkers aan het spoor willen graag op tijd worden gewaarschuwd als er een trein nadert. Omcirkel in de volgende zin de juiste mogelijkheden. Het geluid van een naderende trein horen zij het eerst via de lucht rails omdat de geluidssnelheid door de rails kleiner groter is dan door de lucht. BB-0173-a-11-1-o* 17 lees verder einde