Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Zuurstof toedienen Toedieningswijzen van zuurstof Via de neus en/of mond Zuurstof kan worden toegediend via een zuurstofneusbril, een (nasofaryngeale) zuurstofkatheter met of zonder schuimrubber manchet of een zuurstofmasker. De eerste keuze in de thuissituatie een neusbril en in het ziekenhuis een neuskatheter (zonder schuimrubber manchet). Een neusbril, zuurstofkatheter of zuurstofmasker verschillen niet wat betreft effectiviteit. Ze zijn geschikt voor zuurstoftoediening tot een flow van 8 liter per minuut. Een zuurstofmasker is geschikt voor toediening van 4-4 liter per minuut. Gebruik bij voorkeur een neusbril of zuurstofmasker. Bij onrustige cliënten bij wie de neusbril of het masker niet op hun plaats blijven en bij cliënten met verwondingen, chirurgie of misvormingen aan het gezicht heeft een zuurstofkatheter de voorkeur. Via de trachea (luchtpijp) Zuurstof kan ook direct in de trachea worden toegediend: via een (tracheacanule in) een eindstandige tracheotomie (een tracheostomie), de trachea eindigt in de hals en er is geen verbinding meer met de bovenste luchtwegen; via een tracheacanule waarbij er nog wel een verbinding is met de bovenste luchtwegen (tracheotomie waarbij de trachea intact is gebleven). Gebruik een tracheotomiemasker met een of meerdere openingen voor de uitademing. Voor het toedienen van zuurstof via een kunststof tracheacanule, worden speciale connectoren gebruikt. Overleg met de arts over de juiste materialen. Bij cliënten die last hebben van zuurstoftoediening via de neus of hiervan onvoldoende effect hebben, kan een transtracheale microkatheter (een dun slangetje dat direct in de luchtpijp wordt ingebracht) uitkomst bieden. Zuurstofkatheter De zuurstofkatheter is een dunne slang van PVC, die wordt aangesloten op de toevoerslang. Soms is hiervoor een connector nodig. Het voordeel van de zuurstofkatheter in vergelijking met de zuurstofbril is dat meer zuurstof naar de longen wordt getransporteerd. Dit komt doordat de punt van de zuurstofkatheter in de neus- of keelholte (de nasofarynx) ligt. Een nadeel is het verminderde comfort voor de cliënt, omdat de zuurstofkatheter enige centimeters door de neusholte wordt opgeschoven. Een ander nadeel is dat de cliënten (of verzorgers) het inbrengen van de zuurstofkatheter lastiger vinden dan het plaatsen van zuurstofbril. Soorten zuurstofkatheters Zuurstofkatheters zijn in een aantal uitvoeringen verkrijgbaar. De keuze voor een bepaalde soort is meestal afhankelijk van de zuurstofflow en draagcomfort voor de cliënt. De volgende katheters zijn beschikbaar. Zuurstofkatheter met open uiteinde De zuurstofkatheter heeft gaatjes aan de zijkant en het uiteinde. Deze zuurstofkatheter wordt gebruikt bij een zuurstofflow van,5 liter per minuut of meer. Richtlijn zuurstofbehandeling thuis, Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO, 2000 (ingezien sept 200). Toedieningswijzen van zuurstof: (van 5)
Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Zuurstof toedienen 2 Zuurstofkatheter met gesloten uiteinde De zuurstofkatheter heeft uitsluitend aan de zijkant gaatjes en heeft een afgerond uiteinde. Deze zuurstofkatheter wordt gebruikt bij een zuurstofflow tot maximaal,5 liter per minuut. Zuurstofkatheter met schuimrubber manchet ( sponsje of kompres ) Voor cliënten die last hebben van neusbloedingen en/of irritatie van de neusslijmvliezen wordt een zuurstofkatheter met schuimrubber manchet gebruikt. De zuurstofkatheter wordt een klein stukje opgeschoven in de neus waarbij ook het schuimrubber manchet in het neusgat wordt ingebracht. De schuimrubber zorgt ervoor dat de zuurstof niet kan wegstromen en zorgt tevens voor enige fixatie. Overige katheters Bij kleine kinderen wordt vaak gebruik gemaakt van andere katheters zoals uitzuigkatheters of urinekatheters in plaats van zuurstofkatheters, omdat de uitstroomopeningen van zuurstofkatheters voor kleine kinderen niet goed geplaatst zijn. Er dient op gelet te worden dat zich geen uitstroomopening buiten de neus bevindt. Het afplakken van uitstroomopeningen die zich meer dan cm verwijderd van de tip bevinden, om te voorkomen dat zuurstof verloren gaat, is af te raden in verband met het feit dat de pleisters snel los laten. Ook het afknippen van het laatste stuk van de katheters wordt afgeraden. De rand van de katheter wordt daardoor te scherp en kan bij het inbrengen het neusslijmvlies van het kind beschadigen. Gebruik zuurstofkatheter De zuurstofkatheter wordt via een neusgat ingebracht. De maximale lengte bij volwassenen komt overeen met de afstand van de punt van het neusgat tot de oorlel. Bij kinderen wordt de zuurstofkatheter ongeveer cm in het neusgat ingebracht. De zuurstofkatheter wordt bij voorkeur vastgeplakt op de neus met een (neus)pleister. Eventueel kan de katheter ook gefixeerd worden op de wang of het voorhoofd met hypoallergeen pleister. Doordat de zuurstofkatheter het neusslijmvlies irriteert, kunnen neusbloedingen ontstaan. Ook kan het slijm onder invloed van de zuurstof uitdrogen. Hierom moet de zuurstofkatheter dagelijks uit de neus worden gehaald en moet de neus goed gesnoten worden. Tevens moet de neus geïnspecteerd worden op bloedingen en poliepen. De zuurstofkatheter kan in de thuissituatie, mits niet te vuil, na afspoelen onder de kraan met lauw water in het andere neusgat worden ingebracht. In het ziekenhuis wordt de zuurstofkatheter dagelijks vervangen. Verstopping van de zuurstofkatheter is te controleren door de tip van de zuurstofkatheter in een bakje water te houden terwijl de zuurstofflow nog aan staat. Als het water borrelt, is de zuurstofkatheter doorgankelijk. Bij een toediening 4 liter/minuut of meer is de zuurstofflow ook gewoon te voelen op de wang of hand. Zuurstofbril De zuurstofbril, ook wel neusvorkje genoemd, is een slang met twee uitstekende stukjes, bestemd voor beide neusgaten. Deze stukjes gaan niet zo diep in de neus als een zuurstofkatheter. De zuurstofbril is gemaakt van PVC. Het voordeel van de zuurstofbril boven de zuurstofkatheter is het comfort voor de cliënt. Het nadeel is dat veel van de via de zuurstofbril toegediende zuurstof weer uit de neusgaten stroomt. Toedieningswijzen van zuurstof: 2 (van 5)
Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Zuurstof toedienen 3 Plaatje: neusbril. Soorten zuurstofbrillen Zuurstofbrillen zijn in een aantal uitvoeringen te verkrijgen. Het verschil tussen de uitvoeringen is de dikte van de slang en de dikte en de lengte van de uitstekende stukjes. De keuze voor een bepaalde soort is afhankelijk van de leeftijd van de cliënt en de zuurstofflow. De volgende zuurstofbrillen zijn beschikbaar: zuurstofbril voor kleine kinderen; zuurstofbril voor kinderen; zuurstofbril voor een maximale zuurstofflow van 3 liter per minuut; zuurstofbril voor een maximale zuurstofflow van 4 liter per minuut; zuurstofbril voor alle zuurstofflows. Gebruik zuurstofbril De zuurstofbril wordt bij de korte uitstekende stukjes vastgepakt en in beide neusgaten gestopt. De slang wordt vervolgens over beide oren naar achteren geleid waarna het stropje omhoog wordt geschoven. Voordeel hiervan is dat de cliënt geen last heeft van een vóór hem/haar hangende zuurstofslang. Een andere mogelijkheid is de slang achter beide oren langs naar de borst te leiden. Het stropje wordt omhoog geschoven tot de zuurstofbril comfortabel zit. Een keuze voor een van beide methodes wordt bepaald door het draagcomfort voor de cliënt. Bij kinderen wordt de zuurstofbril vaak nog gefixeerd met pleister en huidplak. Vervangen zuurstofbril Een vochtige, warme omgeving met veel ziektekiemen verhoogt het risico op infectie. Het advies is om in het ziekenhuis en/ of bij bevochtiging van de zuurstof de zuurstofbril één keer per week te vervangen. Leveranciers doen verschillende aanbevelingen voor vervanging van de zuurstofbril buiten het ziekenhuis, het verschilt van één keer per 3 tot één keer per 5 weken. Het materiaal van de zuurstofbril wordt hard als het langer gebruikt wordt. Het kan beschadigingen van het slijmvlies veroorzaken. In dat geval wordt de bril eerder vervangen. Zuurstofmaskers Soorten zuurstofmaskers zuurstofmasker venturimasker instelbaar venturi masker venturimasker met een vaste concentratie (24-28-3-35-40-60%) tracheotomiemasker Plaatje: zuurstofmasker Plaatje: tracheotomiemasker tracheotomie 2 Gebruik zuurstofmasker 2 Belaen et al, 2004; De Bent et al, 2008. Website intersurgical (ingezien augustus202). Toedieningswijzen van zuurstof: 3 (van 5)
Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Zuurstof toedienen 4 Een zuurstofmasker bedekt de neus en de mond van de cliënt. Bij gebruik van een zuurstofmasker wordt het anatomische zuurstofreservoir uitgebreid met de inhoud van het masker zelf (00 à 200 ml). Om rebreathing (het opnieuw inademen van de uitademinglucht) te voorkomen is een minimum flow van 5 L/min. noodzakelijk. Een masker biedt ten opzichte van de neusbril of de katheters nauwelijks voordelen. Een nadeel kan zijn dat sommige mensen last hebben van een beklemmend gevoel bij het dragen van een masker. Gebruik venturimasker Met behulp van een venturimasker kan een cliënt zuurstof in een constante zuurstofconcentratie toegediend krijgen, onafhankelijk van het ademhalingspatroon. De zuurstofconcentratie wordt geregeld door de grootte van de jetvernauwing te wijzigen. Hierdoor wordt meer of minder omgevingslucht aangezogen. Het teveel aan kamerlucht verlaat samen met de uitgeademde lucht het masker door de geperforeerde openingen. Er zijn maskers met een vaste en maskers met een instelbare concentratie. De maskers met een vaste concentratie hebben kleurgecodeerde dopjes die aangeven welke hoeveelheid zuurstof je dient in te stellen en welk percentage zuurstof dan aan de cliënt geleverd wordt. Gebruik tracheotomiemasker Een tracheotomiemasker bedekt de tracheotomie, de plaats waar de trachea in de hals is gehecht of, als de client een canule heeft, de plaats waar de canule in de hals zit. Het masker wordt met een elastisch koortje om de hals van de cliënt bevestigd. Op het tracheostomiemasker past een zuurstofconnector waar de toevoerslang van het zuurstofapparaat op wordt aangesloten. De connector kan ook geïntegreerd zijn in het masker. Plaatje: voorbeeld van een zuurstofconnector voor tracheotomiemasker Aandachtspunten. Het masker dient goed aan te sluiten op de hals van de client; Zorg dat de cliënt kan uitademen via de opening(en) in het tracheotomiemasker. Cliënten met een eindstandige tracheotomie kunnen immers niet ademen via de mond en/ of neus! Dit geldt ook wanneer de trachea nog wel intact is bij een client met een tracheacanule. Vaak hebben clienten met een tracheacanule een obstructie van de bovenste luchtwegen. Zuurstof toedienen via kunststof canule Voor het toedienen van zuurstof bij cliënten met een kunstof tracheacanule zijn speciale connectoren in de handel. Kunststof canules steken wat verder uit in de hals waardoor zuurstof toedienen via een tracheotomiemasker minder effectief kan zijn. Een voorbeeld is de connector met het elleboogje op onderstaand plaatje. Op het elleboogje wordt de toevoerslang van het zuurstofapparaat aangesloten. Van de groene openingen wordt de ene opening aangesloten op de tracheacanule, de cliënt ademt uit via de andere opening. Plaatje: connector met elleboogje Van belang is dat de cliënt kan uitademen via de opening(en) in de connector. Cliënten met een eindstandige tracheotomie kunnen immers niet ademen via de mond en/ of neus! Dit geldt ook Toedieningswijzen van zuurstof: 4 (van 5)
Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Zuurstof toedienen 5 wanneer de trachea nog wel intact is. Vaak hebben clienten met een tracheacanule een obstructie van de bovenste luchtwegen. De toevoerslang De toevoerslang van het zuurstofapparaat naar de zuurstofkatheter, mag maximaal 2 meter lang zijn, maar dient bij voorkeur niet meer dan 5 meter lang te zijn. Hoe lang de slang mag zijn is afhankelijk van de uitlaatdruk van de zuurstofbron en de diameter van de toevoerslang. De toevoerslang is disposable en wordt alleen vervangen bij zichtbare verontreiniging en/of bij mechanische problemen. Bron Johan De Bent, Van zuurstofbril tot BiPAP, Belgische Vereniging voor Pneumologie Verpleegkundigen, UZ Leuven, België, 2006. Werkgroep Infectie Preventie: Verpleeghuis-, woon- en thuiszorg. Module verzorgen van de luchtwegen (maart 2004); www.wip.nl (ingezien sept 200). Toedieningswijzen van zuurstof: 5 (van 5)