Landschapsverordening

Vergelijkbare documenten
Verordening tot bescherming van natuur en uiterlijk aanzien van de gemeente

MONUMENTENVERORDENING GEMEENTE HAARLEMMERMEER 2004

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 januari 2004, nr ;

Reclameverordening gemeente Utrecht 2017

Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2006, nr.

Verordening op het parkeren 2007

34 e Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 3 oktober 2006, Nr. SO/2006/5545;

Reclameverordening buitengebied gemeente Bergen (L.)

BIJLAGE A. Algemene Plaatselijke Verordening

MONUMENTENVERORDENING 2006

VERORDENING op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling

GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25

VERORDENING PEUTERSPEELZALEN OEGSTGEEST gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 november 2004, nr.

Landschapsverordening provincie Noord Brabant (2002),

ONTWERP 34 e Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Erfgoedverordening Nissewaard 2016

VERORDENING. De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d.

PROCEDUREVERORDENING VOOR ADVISERING TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE GEMEENTE HARDENBERG

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 88 van de Huisvestingswet;

Nr.: 9.4 Onderwerp: Erfgoedverordening gemeente Lopik gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 oktober 2001, nummer 7/90.01;

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; Hoofdstuk II Beschermde monumenten. Monumentenlijst en plaatsing. Provinciale Staten van Noord-Holland;

Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Noordwijk 2016

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Renkum

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 november 2016;

RIS PARKEERVERORDENING BOXMEER 2015 GEMEENTE BOXMEER. 2 december (Vastgesteld door de gemeenteraad op 29 januari 2015)

Besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van 6 november 2017 tot vaststelling van de Erfgoedverordening Noord-Holland 2017

Gemeente Tilburg Monumentenverordening gemeente Tilburg Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling

Parkeerverordening 2013

Bijlage A: Wijzigingsvoorstellen APV Nuth 2016

Artikel 2. Het gebruik van het monument Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument.

Verordening op het beheer en het gebruik van de gesloten gemeentelijke begraafplaatsen

GEMEENTEBLAD. Nr Marktverordening gemeente Goirle Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

p. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 maart 2012, met overneming van de daarin vermelde motieven;

Parkeerverordening. C!! emborg

De Provinciale Monumentenverordening Noord-Holland 2010 wordt als volgt aangepast:

Tekstuitgave van de verordening naamgeving en nummering 2010

Erfgoedbeleid Ridderkerk. Archeologieverordening Ridderkerk 2013

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 23 november 2010, Nr. SO/2010/482366;

WOONSCHEPENVERORDENING en Ligplaatsenkaarten Lelystad 2010

VERSIE D.D. 11/4/2017 TBV CONSULTATIE

b Wettelijke taak Zie inleiding. a Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college a Onvermijdelijk

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

WOONSCHEPENVERORDENING en Ligplaatsenkaarten Lelystad 2010

Aan de Raad, Heerhugowaard, 12 december 2006

1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

Gemeenteblad van Zaltbommel 2009 Nr. 4.13

2. Aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen

Verordening schade-advisering ruimtelijke ordening Flevoland

TOELICHTING PROCEDUREVERORDENING VOOR ADVISERING TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE 2008

Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 april 2015, nr. RVB ; BESLUIT: PARKEERVERORDENING 2015

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

==================================================================== Artikel 1

Verordening kwaliteitseisen kinderopvang Leeuwarden

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Erfgoedverordening Amsterdam

Verordening tot wijziging van de Verordening Speelautomatenhallen Leeuwarden 2014

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 maart 2013;

A 2014 N 55 (G.T.) PUBLICATIEBLAD. De Gouverneur van Curaçao, de Algemene overgangsregeling wetgeving en bestuur Land Curaçao;

Erfgoedverordening Boxtel 2010

Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur Gemeente Krimpen aan den IJssel 2016

Toelichting Procedureverordening planschade Coevorden Algemene toelichting

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van..; gelet op titel VA van de Wet op de kansspelen en artikel 149 van de Gemeentewet;

HOOFDSTUK 1 - ALGEMENE BEPALING

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Verordening Werkzaamheden kabels en leidingen gemeente Bunnik

zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische

Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren

Verordening speelautomatenhallen Terneuzen 2011

Hoofdstuk 1. Algemeen

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade.

Artikel 1 1. Artikel 2

Verordening naamgeving en nummering (adressen) De raad van de gemeente Bergambacht;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 november 2018;

Wetstechnische informatie

Informatie over deze regeling kunt u inwinnen bij de afdeling Openbare Ruimte en Verkeer, de heer

H E E R H U G O W >\ /\ R D

Afvalstoffenverordening 2017 gemeente Aalten

Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen en ontheffingen voor het parkeren (Parkeerverordening 2007)

Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen

Behoort bij raadsvoorstel , titel: Afvalstoffenverordening Utrechtse Heuvelrug 2016.

AFDELING II. PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN VERGUNNINGBEWIJZEN

Verordening Leukermeer e.o. Bergen (L.)

VERORDENING DRANK- EN HORECAWET BUSSUM 2014

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade. Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 december 2015;

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Dit beleid geeft aan welke reclame op grond van de APV wanneer en waar is toegestaan.

Verordening speelautomatenhallen

Instructie voor ambtenaren Bouw- en Woningtoezicht.

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Zevenaar.

==================================================================== De vergunning en de verplichtingen van de vergunninghouder.

Transcriptie:

Landschapsverordening Verordening vastgesteld: 16 december 1993 In werking getreden: 1 januari 1994 Verordening tot wering van inbreuk op de schoonheid van de dorpen en landelijke gebieden Opslagplaatsen en ontsierende voorwerpen Artikel 1 1. Het is de eigenaar of gebruiker van enige onroerende zaak verboden op deze zaak anders dan binnenshuis te hebben of de aanwezigheid toe te laten van: a. een stort-, berg-, bewaar-, opslag-, of verzamelplaats van oud metaal, glas, afbraak, puin, afval, lompen en restproducten; b. één of meer voer-, vaar-, werk- of vliegtuigen en onderdelen daarvan, die aan hun normale bestemming zijn onttrokken of voor hun normale bestemming onbruikbaar zijn, dan wel in onvoldoende staat van onderhoud en in kennelijk verwaarloosde toestand verkeren. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is met van toepassing op: a. opslag- of verzamelplaatsen van afbraak, puin en andere oude bouwmaterialen op een onroerende zaak, waarop of waaraan onderhouds-, herstel-, bouw- of sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd, mits deze materialen voor de uitvoering van de genoemde werkzaamheden aan bouwwerken nodig zijn, of van het bouwwerk waaraan de werkzaamheden worden verricht, afkomstig zijn, en de opslag- of verzamelplaats met langer wordt gebruikt dan voor de uitvoering van genoemde werkzaamheden strikt noodzakelijk is. b. asbakken, vuilnisemmers en afvalcontainers op onroerende zaken, waarin van deze zaken afkomstig huisvuil en ander afval is verzameld. Artikel 2 1. Het is de eigenaar of gebruiker van enige onroerende zaak verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op deze zaak, anders dan binnenshuis, niet onder het verbod gesteld in artikel 1 vallende voer-, vaar- en werktuigen en onderdelen daarvan kennelijk ten verkoop in voorraad te hebben of met het oog op die verkoop ten toon te stellen, dan wel toe te laten dat de onroerende zaak daarvoor wordt gebezigd. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op de bebouwde kom van Beilen zoals deze door Gedeputeerde Staten krachtens artikel 8 van de Wegenverkeerswet is of wordt vastgesteld. Artikel 3 De verboden gesteld in de artikelen 1 en 2 zijn niet van toepassing: a. indien de in die artikelen genoemde zaken en/of de geheel of gedeeltelijk daaromheen of daarlangs aangebrachte afscheidingen of afschermingen niet zichtbaar zijn vanaf een openbare weg, een openbaar vaarwater of een andere openbare toegankelijke plaats, spoorwegen daaronder begrepen;

b. ten aanzien van onroerende zaken indien en voorzover deze op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening zijn aangewezen voor doeleinden waaronder die als bedoeld in de artikelen 1 en 2 zijn begrepen; c. indien en voorzover daarin bij of krachtens de Afvalstoffenwet, de Wet milieubeheer of de Kampeerwet is voorzien. Artikel 4 1. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod gesteld in artikel 1 indien naar hun oordeel de in dat artikel genoemde zaken of de geheel of gedeeltelijk daaromheen of daarlangs aangebrachte afscheidingen of afschermingen geen ontoelaatbare schade toebrengen aan de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap. 2. Onder schade in dit artikel bedoeld wordt mede begrepen de schade aan de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap, die is ontstaan of waarvan het ontstaan redelijkerwijs te verwachten is tengevolge van verontreiniging van de bodem die verband houdt met de aanwezigheid van de in artikel 1 genoemde zaken. 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan de ontheffing bedoeld in het eerste lid, ook nadat deze is verleend, voorschriften verbinden ter voorkoming van schade aan de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap. 4. Burgemeester en wethouders kunnen aan de ontheffing bedoeld in het eerste lid intrekken indien: a. de daaraan verbonden voorschriften niet worden nageleefd; b. dit anderszins met het oog op de bescherming van de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap naar hun oordeel nodig is. Artikel 5 1. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, slechts weigeren, indien naar hun oordeel de in dat artikel genoemde zaken of de geheel of gedeeltelijk daaromheen of daarlangs aangebrachte afscheidingen of afschermingen ontoelaatbare schade toebrengen aan de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap. 2. Ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde vergunning zijn het tweede, derde en vierde lid van artikel 4 van overeenkomstige toepassing. Artikel 6 1. Burgemeester en wethouders kunnen, indien zulks naar hun oordeel in het belang van de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap nodig is, de eigenaar of gebruiker van een onroerende zaak bij aanschrijving gelasten binnen een daarbij te stellen termijn: a. ten aanzien van op het goed aanwezige stort-, berg- bewaar-, opslag- of verzamelplaatsen, uitstallingen daaronder begrepen, waarop geen verbodsbepalingen van deze verordening, Afvalstoffenwet, Wet milieubeheer of Kampeerwet van toepassing is, de bij de aanschrijving aangegeven voorzieningen te treffen; b. op de zaak aanwezige hekken, muren, afrasteringen, schuttingen en heggen op de bij de aanschrijving aangegeven wijze te vervangen of te veranderen; c. de zaak op de bij de aanschrijving aangegeven wijze in voldoende staat van onderhoud te brengen. 2. Alvorens een lastgeving, als bedoeld in het eerste lid, te verstrekken stellen burgemeester en wethouders de eigenaar of gebruiker van de onroerende zaak in de gelegenheid zijn zienswijze mondeling of schriftelijk naar voren te brengen.

Opschriften; aankondigingen en afbeeldingen Artikel 7 1. Het is de eigenaar of gebruiker van enige onroerende zaak verboden op of aan deze zaak dan wel achter de vensters daarvan, al dan niet door middel van een roerende zaak, op enigerlei wijze zichtbaar vanaf een openbare weg, een openbaar vaarwater of een andere openbare toegankelijke plaats, spoorwegen daaronder begrepen, opschriften, aankondigingen of afbeeldingen te hebben of de aanwezigheid daarvan toe te laten. 2. Onder afbeeldingen worden mede begrepen voorwerpen van welke aard ook, bestemd of gebezigd tot reclame. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt op overeenkomstige wijze voor de eigenaar of gebruiker van een voer- of vaartuig dat op, aan of in een openbare weg of een openbaar vaarwater staan- of ligplaats heeft ingenomen. Artikel 8 1. Het verbod gesteld in artikel 7 is niet van toepassing op: a. opschriften, uitsluitend vermeldend de naam van de bewoner van een gebouw of van het gebouw zelve, mits de oppervlakte van het opschrift niet meer bedraagt dan 1 m2. b. afbeeldingen, welke kennelijk tot de stoffering van een gebouw behoren; c. opschriften en aankondigingen, welke zijn aangebracht ter voldoening aan enig wettelijk voorschrift, mits de in dit voorschrift genoemde maten niet worden overschreden; worden geen maximummaten vermeld, dan zal de oppervlakte ten hoogste 0,50 m2 en de grootste afmeting ten hoogste 1 m. mogen bedragen; d. opschriften en aankondigingen, betrekking hebbende op de dienst, het beroep of het bedrijf, welke of hetwelk in of op de onroerende zaak is aangelegd of op de bewoning daarvan, mits de gezamenlijke oppervlakte van de opschriften en aankondigingen niet meer bedraagt dan 1 m2; e. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen van kennelijk tijdelijke aard gedurende de termijn, dat deze feitelijke betekenis hebben, doch niet langer dan gedurende vier weken mits deze verband houden met een activiteit binnen de gemeente of een aangrenzende gemeente.; f. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen, die aanwezig zijn bij in uitvoering zijnde werken en op deze werken betrekking hebben, gedurende de termijn dat de werken in uitvoering zijn; g. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in een gebouw of een deel van een gebouw, hetwelk als winkel en/of als bioscoop, schouwburg, hotel of café-restaurant wordt gebruikt, mits zij betrekking hebben op het bedrijf, dat daarin wordt uitgeoefend; h. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen, houdende mededelingen, aanwijzingen of waarschuwingen niet kennelijk uit commerciële overwegingen beogende de aandacht te vestigen op personen, zaken of diensten; i. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen welke dienen tot het openbaren van gedachten of gevoelens, als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet. 2. De afmetingen van een opschrift, aankondiging of afbeelding worden gemeten langs de buitenomtrek. De onder- of achtergrond, welke kennelijk tot het opschrift, de aankondiging of de afbeelding behoort, wordt hierin begrepen. Artikel 9 1. Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod vervat in artikel 7 ontheffing verlenen indien daartegen naar hun oordeel uit een oogpunt van bescherming van de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap geen overwegende bezwaren bestaan.

2. Het derde en vierde lid van artikel 4 zijn ten aanzien van deze ontheffing van overeenkomstige toepassing. Artikel 10 Indien een verkoopgelegenheid van motorbrandstof of een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in artikel 8, in zodanige staat verkeert, dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders daardoor de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap wordt geschaad, kunnen zij de eigenaar of gebruiker van de verkoopgelegenheid of van de onroerende zaak, waarop of waaraan het opschrift, de aankondiging of de afbeelding aanwezig is, bij aanschrijving gelasten in deze staat binnen een daarbij te stellen termijn en op de daarbij aangegeven wijze verbetering te brengen. Degene, tot wie de aanschrijving is gericht, is verplicht aan de lastgeving te voldoen, tenzij hij de gewraakte voorwerpen binnen de in de aanschrijving genoemde termijn heeft verwijderd. Vergunnings- en ontheffingsaanvragen Artikel 11 1. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften geven omtrent de wijze waarop een vergunning of ontheffing krachtens deze verordening behoort te worden aangevraagd en welke gegevens daarbij moeten worden verstrekt. 2. Burgemeester en wethouders beslissen omtrent aanvragen om ontheffing of vergunning binnen twaalf weken. Indien binnen deze termijn geen beslissing is genomen, wordt de aanvrage geacht te zijn ingewilligd. Overtredingen Artikel 12 Overtreding van de verbodsbepalingen van deze verordening, waaronder begrepen het niet binnen de daarbij gestelde termijn voldoen aan een lastgeving als bedoeld in de artikelen 6 en 10 en niet-naleving van één of meer aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschriften, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie. Artikel 13 1. Met het toezicht op en de zorg voor de naleving van de bepalingen van deze verordening zijn, behalve de bij artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast de daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen personen. 2. Alle in het eerste lid bedoelde personen hebben daartoe tussen zonsopgang en zonsondergang het recht van vrije toegang tot onroerende zaken, woningen uitgezonderd. Schadevergoeding Artikel 14 1. Indien burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel 2 voor het handhaven op een onroerende zaak van in dat artikel genoemde zaken, die reeds ten tijde van het inwerkingtreden van deze verordening daarop aanwezig waren, weigeren en de aanvrager van de vergunning dientengevolge schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op andere wijze is verzekerd, kennen burgemeester en wethouders hem een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming in de schade toe.

2. De tegemoetkoming kan worden toegekend hetzij bij de beslissing tot weigering van de vergunning, hetzij bij afzonderlijke beslissing. 3. Indien bij de beslissing tot weigering van de vergunning geen tegemoetkoming is toegekend kan deze worden aangevraagd binnen twaalf weken nadat de termijn van bezwaar tegen de beslissing tot weigering van de vergunning is verstreken of, in geval van bezwaar, daarop is beslist. 4. Indien daartoe bijzondere redenen aanwezig zijn kan de gemeenteraad in andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld belanghebbenden een tegemoetkoming verstrekken in de schade die uit de toepassing van deze verordening voortvloeit. Slotbepalingen Artikel 15 1. Deze verordening kan worden aangehaald als: "Landschapsverordening". 2. Zij treedt in werking met ingang van 1 januari 1994 of zoveel later de Algemene wet bestuursrecht in werking treedt. 3. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening wordt de "Verordening tot wering van inbreuk op de schoonheid van de dorpen en landelijke gebieden in de gemeente Beilen ", vastgesteld bij raadsbesluit van 31 mei 1979 en sedertdien gewijzigd, ingetrokken.