STIGA PARK 100 B 8211-3014-08
1. F G 2. H 3. 4. 2
NL NEDERLANDS SYMBOLEN De volgende symbolen staan op de machine om u eraan te herinneren dat voorzichtigheid en oplettendheid bij gebruik vereist zijn. De symbolen betekenen: Lees vóór gebruik van de machine eerst het instructieboek en de veiligheidsvoorschriften. Steek uw hand of voet niet onder de kap als de machine loopt. Pas op voor het uitwerpen van voorwerpen. Houd omstanders op afstand. Vóór het verrichten van reparaties eerst de bougiekabel losmaken van de bougie. MONTAGE MAAI - AGGREGAAT 1. Monteer de aggregaatsteunen D op de voorastappen met onderlegringetjes en borgpennen (afb 1). 2. De bevestigingsarmen van het aggregaat in de aggregaatsteunen van de machine zetten. 3. De V-riem, die tussen de centrumschijf F van de machine en de schijf van het aggregaat loopt aanbrengen(afb2). 4. De spanrol G moet aan de linkerzijde van de V- riem liggen, van de bestuurdersstoel af gezien (afb 2). 5. Trek daarna het maaiaggregaat naar voren zodat de gaten in de bevestigingsarmen voor de gaten in de aggregaatsteunen liggen. 6. De schroeven aanbrengen en vastzetten. 7a. Park -1999: Haak de spanrolveer H aan de rechterkant vast aan de bodem (afb 2). 7b. Park 2000-: Haak de spanrolveer H vast aan de bevestiging schuin achter het rechter voorwiel (afb 2). 8. Het aggregaat oplichten en de veer aan de gereedschapheffer vasthaken. Bij verwisselen van de V-riem of demonteren van het maaiaggregaat in de omgekeerde volgorde werken. AFSTELLING 1. Zorg er voor dat de banden op de juiste spanning gebracht worden: Voor: 0,6 bar (9 psi). Achter: 0,4 bar (6 psi). 2. Zet de machine op een vlakke vloer. Maak de schroeven K los (afb 3). Het maaiaggregaat zo afstellen dat de vooren achterkant L op dezelfde hoogte van de vloer komen. De schroeven weer aantrekken. Punt 1 en 2 moeten uitgevoerd worden opdat het maaiaggregaat gelijkmatig maait. MAAIHOOGTE GEBRUIK Het maai-aggregaat heeft 5 vaste maaihoogteposities, van 40 tot 80 mm. Opm. De aangegeven maaihoogtes zijn van toepassing wanneer de machine op en vaste ondergrond staat. MAAITIPS Volg de volgende tips voor het beste resultaat: - maai vaak. - laat de motor op volle gas draaien. - hou de onderkant van het aggregaat schoon. - gebruik scherpe messen. - maai geen nat gras. ONDERHOUD U mag geen service op de motor of het maaiaggregaat uitvoeren voor u het volgende gedaan hebt: - schakel de motor uit. -neemdesleuteluithetstartslot. - maak de bougiekabel los van de bougie. - schakel de parkeerrem in. - schakel het maaiaggregaat uit. SCHOONMAKEN Na iedere keer maaien dient U de onderzijde van de kap van het maaiaggregaat met een tuinslang af te spoelen. 3
NEDERLANDS NL Als het gras vastgedroogd is, demonteer het maaiaggregaat en schraap de onderzijde schoon. Als het nodig is, met een kwastje verf bijwerken om roestschade te vermijden. VERWISSELEN VAN DE AAN- DRIJFRIEM CENTRUMSCHIJF - MAAIAGGREGAAT 1. Haak de spanrolveer H los (afb 2). 2. Het maaiaggregaat losschroeven van de machine. 3. Het aggregaat naar de machine toe schuiven. 4. De versleten riem verwisselen. Gebruik altijd een originele riem. De spanrol G moet aan de linkerzijde van de riem liggen, vanaf de bestuurdersstoelgezien(afb2). 5. Het maaiaggregaat aan de aggregaatsteunen van de machine vastschroeven. 6a. Park -1999: Haak de spanrolveer H aan de rechterkant vast aan de bodem (afb 2). 6b. Park 2000-: Haak de spanrolveer H vast aan de bevestiging schuin achter het rechter voorwiel (afb 2). VERWISSELEN VAN DE AANDRIJF- RIEM IN HET MAAIAGGREGAAT 1. Verwijder het maaiaggregaat van de machine. 2. Demonteer de kap over de transmissie van het maaiaggregaat. 3. Maak de veer M los die de spanrol op zijn plaats houdt (afb 4). 4. Verwissel de V-riem en monteer alles in de omgekeerde volgorde. Gebruik altijd een originele riem. MESSEN Let erop dat de messen altijd scherp zijn. Dat geeft de beste maairesultaten. SLIJPEN Uit veiligheidsoverwegingen mogen de messen niet worden geslepen op een amarilschijf. Onjuist slijpen (d.w.z. bij te hoge temperatuur) kan de messen broos maken. Eventuele slijpwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd op een wet- of slijpsteen (nat slijpen). Na het slijpen moeten de messen uitgebalanceerd worden om schade door trillingen te voorkomen. HET VERVANGEN VAN MESSEN Bij het vervangen van messen, meshouders en mesbouten altijd originele reserveonderdelen gebruiken. Gebruik altijd originele reserveonderdelen. Andere dan originele reserveonderdelen kunnen tot schade leiden, ook als ze op de machine passen. Bij het vervangen van messen moet ook de mesbout in het midden worden vervangen. Deze is voorzien van een vergrendeling. Het aanhaalmoment van de mesbout: 65 Nm. RESERVEONDERDELEN Originele STIGA reserveonderdelen en accessoires zijn speciaal gemaakt voor STIGA machines. Denk erom dat "niet originele" reserveonderdelen en accessoires niet door STIGA gecontroleerd en goedgekeurd zijn. Het gebruik van de dergelijke onderdelen en accessoires kan invloed hebben op functioneren en veiligheid van de machine. STIGA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade door dergelijke produkten veroorzaakt. STIGA behoudt zich het recht voor om zonder mededeling vooraf wijzigingen aan te brengen in het produkt. 4
MOWING AHEAD BOX 1006 SE-573 28 TRANÅS www.stiga.com