Theorie april CBR/Ruiterbewijs
Certificaat Buitenrijden Het CBR is de opleiding voor het buitenrijden, en staat voor Certificaat Buitenrijden. Om plezierig en vooral ook veilig een buitenrit te kunnen maken, moet je een aantal dingen leren. Dit gaan we gedeeltelijk meenemen in de les want een deel moet je zelf thuis doen. Om het ruiterbewijs te krijgen is het verdeeld in 3 certificaten, bij het derde certificaat heb je het ruiterbewijs behaald. Je begint bij het CBR 1, heb jedit vorig jaar al behaald en kun je dit jaar CBR 2 doen. Als je CBR 1 en CBR 2 op zak hebt mag je door voor Het Ruiterbewijs. Aan CBR 1 en CBR 2 zit geen minimale leeftijd verbonden, voor het Ruiterbewijs moet je minimaal 12 jaar zijn. De opleiding bestaat uit drie gedeeltes; een theorie gedeelte, een praktijk gedeelte op stal en een praktijk gedeelte paardrijden. Op de examendag wordt getoetst of de ruiter voldoet aan de gestelde eisen. De gestelde eisen gaan we later per certificaat bespreken. Overleg met je instructeur of jij voldoet aan deze eisen, of binnen deze maand kunt voldoen aan deze eisen. Certificaat Buitenrijden 1 De opleiding voor het buitenrijden begint bij Certificaat Buitenrijden 1 (CBR1). Dit certificaat kan worden afgenomen bij een FNRS ruitersportcentrum, zoals bij ons op de manege. De opleidings- en/of examenaccommodatie moet beschikken over een veiligheidscertificaat via de stichting veilige paardensport. Het examen bestaat uit een theorie gedeelte, een praktijkgedeelte op stal en een praktijk gedeelte rijden. Het rijden wordt bij voorkeur afgenomen in een buitenrijbaan, maar het mag ook in de binnenrijbaan afgenomen worden. Het examen wordt afgenomen door een gediplomeerde instructeur van het ruitersportcentrum. Het praktijk gedeelte zullen wij in de lessen afnemen. Het theorie examen van CBR 1 vindt plaats op zaterdag 4 mei vanaf 14.00 uur boven de kantine. Certificaat Buitenrijden 2 Ben je geslaagd voor het CBR 1, dan mag je door voor het CBR 2. Het examen bestaat uit een theorie gedeelte, een praktijkgedeelte op stal en een praktijk gedeelte rijden. Het rijden wordt bij voorkeur afgenomen op een buitenterrein of in de buitenrijbaan. Het examen mag worden afgenomen door een instructeur of door iemand van buitenaf met instructeurs diploma. Het praktijk rijden doen we tijdens de lessen. Het praktijk gedeelte stal en theorie examen wordt op een zaterdag in juni afgenomen (zie kalender).
Het Ruiterbewijs Heb je CBR1 en CBR2 op zak, dan kun je doorstromen voor het Ruiterbewijs. Dit certificaat bestaat uit twee gedeeltes, theorie en rijden. Om deel te nemen aan dit examen moet je minimaal 12 jaar oud zijn op het moment van het examen. Het rijden wordt afgenomen op een buitenterrein van minimaal 1200 m2 en op de openbare weg. Het examen wordt afgenomen door een erkende SRR examinator. Dit wordt op een speciale dag georganiseerd. Het theorie en het rijden wordt één dag afgenomen. Dit examen plannen wij na de zomervakantie, de gene die het CBR2 hebben afgesloten kunnen er voor kiezen om het Ruiterbewijs dit jaar nog te halen. Het ruiterbewijs wordt dit jaar in September georganiseerd bij Ruitersportcentrum Zeewolde of bij voldoende animo bij ons op de manege. We gaan nu verder uitleggen wat er bij de verschillende certificaten wordt gedaan en wat je ervoor moet leren. Wil je het hele Ruiterbewijs behalen is het handig om de boeken ervoor aan te schaffen. Je hebt twee boeken nodig; haal je ruiterbewijs met plezier en het boek paard en welzijn. Deze boeken kosten 14,95 per stuk en zijn verkrijgbaar op de manege. Deze boeken zijn niet alleen handig voor het CBR/Ruiterbewijs maar daarnaast ook super leerzaam en leuk om te hebben! Voor Jeugd niveau 1 / 2 is het CBR1 misschien nog iets aan de lastige kant, met dit niveau gaan we de oefeningen van het CBR1 wel meenemen in de les omdat deze weer van pas komen bij het buitenrijden, tijdens de lessen. Vanaf Jeugd niveau 3 gaan we kijken wie er graag mee willen doen, maar het is voor niemand verplicht. Overleg met je instructeur of jij hier al klaar voor bent of dat het nog iets te hoog gegrepen is. Certificaat Buitenrijden 1 Voor dit certificaat is er geen minimale leeftijd nodig, wel moet je voor het examen minimaal de basisfiguren kunnen rijden. Zoals bijvoorbeeld de grote volte, van hand veranderen en een gebroken lijn. Daarnaast moet je kunnen zien of je paard in de goede galop zit en in de galop een volte kunnen rijden. Naast de basisvaardigheden moet je ook een paard tussen de pylonen door
kunnen sturen, over balkjes kunnen draven (in verlichte zit) en een klein sprongetje kunnen maken. Voor de theorie hoef je nog niet het hele boek te weten maar een aantal hoofdstukken ervan wel. Van het handboek paard&welzijn is het hoofdstuk 1; Welzijn (pagina 4 t/m 14), hoofdstuk 4: Omgang en verzorging en hoofdstuk 5: Gezondheid en preventie. Van het handboek haal je Ruiterbewijs met plezier ;Kleding van de ruiter, praktijk op stal CBR1 en rijtechniek deel 1. We gaan nu uitleggen wat er bij de praktijkgedeelte op stal wordt gedaan en wat je bij zo n examen tijdens het rijden allemaal gaat doen. Op stal ga je het paard klaar maken door hem te poetsen en op te zadelen. Hierbij gaat de examinator kijken hoe jij dat doet en gaat hij jou ondertussen wat vragen stellen. Je moet kunnen uitleggen of laten zien hoe je een paard benadert, zo kunnen ze ook vragen wat je niet moet doen. Ondertussen kijkt de examinator hoe je met het paard omgaat en het paard aan het poetsen bent. Zo kan de vraag komen; wat is de volgorde van de borstels tijdens het poetsen of vraagt hij of je zijn hoeven wilt uitkrabben. Als de examinator langs iedereen is geweest mag je gaan opzadelen. Hierbij kijkt de examinator weer mee en kan vragen stellen waarom je iets doet of hoe het hoofdstel hoort te zitten. In het boek staan de onderdelen van het zadel en het hoofdstel beschreven, een aantal verschillende neusriemen en een aantal soorten bitten. De examinator kan een onderdeel aanwijzen en jij moet dan kunnen zeggen welk onderdeel het is. Zo kan hij ook vragen wat voor een bit of neusriem jouw paard heeft. Na het na het praktijk gedeelte op stal begeleid je het paard naar de rijbaan en ga je opstellen op de A-C lijn. Zorg dat je het paard aansingeld en je beugels op maat maakt. Ook zorg je voor voldoende afstand tussen elkaar en denk je er aan dat je één arm door de teugel houdt, zodat je paard niet los staat. Let op dat niets dubbel zit en zorg dat het dekje goed omhoog in de kamer van het zadel zit. Pas als de examinator het zegt mag je opstappen. Bij het opstappen mag je een krukje vragen of vragen of er iemand wilt hangen aan de beugel.
Wij geven de voorkeur aan een krukje (of je moet een kleine pony hebben), want dit is beter voor de rug van het paard. Bij het opstijgen wordt er gelet op of het paard stilstaat en of het snel maar rustig gebeurt. Tijdens het rijden wordt de stap, draf en galop gevraagd. In de galop moet je kunnen zien of je in de goede of verkeerde galop zit. Bij het rijden van tempowisselingen en wendingen gaan ze kijken of je het paard zelf kan sturen. Zo kunnen ze vragen of je naar de overkant wil sturen of een grote volte wilt rijden. Op een breed pad buiten is het mogelijk om naast elkaar te rijden maar er zijn ook genoeg smalle paden waar je achter elkaar moet gaan rijden. Tijdens het examen wordt er getoetst of je naast elkaar kan rijden en weer van elkaar af kan. Bij het naast elkaar rijden mogen de beugels elkaar niet raken. Bij CBR1 moet je in stap de voeten uit de beugels halen en dan proberen om zonder handen en zonder stil te staan de beugels weer in kan doen. Om te zien of je een goede balans hebt, moet je ook een stukje aan de lange teugel draven. De examinator kan dan zien of je netjes rechtop blijft zitten en je hakken laag kunt houden. Je moet een stukje verlichte zit laten zien, ze kijken dan of je het paard niet stoort in zijn beweging, voldoende in balans zit en of je over je paard heen kijkt in de richting waar hij naar toe rijdt. Omdat je in het bos ook een grote tak tegen kan komen moet je tijdens het examen ook een kruisje kunnen springen van 40cm. Bij het CBR1 hoeft het alleen vanuit draf gesprongen te worden. Obstakeloefening 1; deze bestaat uit; een slalom, waar je in draf tussendoor moet slalommen. Je mag zelf kiezen verlichte zit of lichtrijden. Met balken gemaakte hoek van 90 graden waar je tussen door moet stappen. Hierbij moet het paard soepel gestuurd worden zonder iets aan te raken en er is een pylon maar je een zweep in moet steken, stilstaand vanaf het paard. Ze kijken ook nog hoe je afstijgt, let er op dat je het paard niet raakt met je been! Tijdens het hele rijexamen kijken ze naar je balans, deze moet voldoende zijn om te kunnen slagen. Na het rijden kijken ze ook nog hoe je afzadelt en het paard naverzorgd. Bij het theorie examen mag je van de 25 multiple choice vragen, 5 vragen fout hebben en daar krijg je een uur de tijd voor. De onderdelen van het praktijkexamen op stal en het rijden moet met een voldoende afgesloten worden om het certificaat te halen.
Certificaat Buitenrijden 2 Wanneer je in het bezit bent van het CBR1 certificaat, mag je door naar het CBR2. Er is geen minimale leeftijd voor het CBR2, overleg wel even met je instructeur of je niveau voldoende is om hier aan mee te doen. Voor dit examen gaan we kijken of een andere instructeur het examen kan beoordelen. Het wordt bij het CBR2 wel een stukje lastiger. Zo moet je ook nu een stukje in draf zonder beugels, galop verruimen en op een bepaalt punt weer terug naar de stap en ook een sprongetje vanuit galop. Voor de theorie hoef je ook nu nog niet alles te leren. Van het handboek Paard&Welzijn moet je hoofdstuk 1: Welzijn (pagina 14 t/m 29), hoofdstuk 2: Voeding, hoofdstuk 3: Huisvesting en hoofdstuk 7: Vervoer. Uit het handboek Haal je Ruiterbewijs met plezier moet je nu Rijtechniek deel 1 en 2 kennen. Zodra het praktijkexamen op stal begint, ga je het paard weer poetsen en opzadelen. Tijdens het poetsen kijkt de examinator hoe je omgang met het paard is en stelt je ondertussen vragen over het algemene kennis van het paard (hoofdstuk 1 van Paar&welzijn). Zo kunnen ze een onderdeel van het paard aanwijzen en moet jij kunnen zeggen wat dat is. Tijdens het opzadelen kijkt de examinator of harnachement correct ligt. Check dus goed of alles goed ligt. Voordat je gaat rijden wil de examinator dat je een voorbeen optilt. Denk er hierbij aan dat je arm door de teugel houdt en het paard niet los laat staan.
Daarna begeleid je het paard naar de rijbaan, ga je op de A-C lijn halthouden of in een rij naast elkaar op het buitenterrein. Bij het opstijgen gaan ze kijken of je kan opstappen op de juiste manier en nagenoeg zonder hulp. Tijdens het rijden wordt de stap, draf en galop gevraagd. In de galop moet je kunnen zien of je in de goede of verkeerde galop zit. Je moet een stukje zonder beugels rijden in de draf en hierbij gaan ze dus een stukje verder in kijken naar de balans. Afstanden vergroten en weer aansluiten. Ze gaan dan kijken of je het paard voldoende onder controle hebt. Rijden met één hand. Het kan namelijk voorkomen dat je bij het buitenrijden je hand moet uitsteken om te laten zien waar je heen wilt. Om te bepalen of je het paard goed genoeg in de hand hebt, word je gevraagd de galop te verruimen in de verlichte zit en voor een bepaald punt weer terug naar de draf te gaan, gevolgd door de overgang naar de stap. In het bos zou je ook andere groepen tegen kunnen komen, daarom moet je ook aan de examinator laten zien dat je elkaar kunt passeren. Een paard is toch een kuddedier en wil graag met de andere mee. Steilsprong 40 cm uit draf en galop. Bij CBR1 moest je alleen nog een kruisje van 40 cm, bij CBR2 wordt het weer een stukje lastiger gemaakt omdat je ook een sprong in het bos tegen zou kunnen komen. Obstakeloefening 2. Bestaat weer uit een slalom, dit keer moet je hem in de verlichte zit doen. Nu komt er een zeiltje bij waar je om heen moet stappen maar veel van onze paarden stappen er zelfs overheen. Dan stappen ze door naar een balk waar ze met de voorbenen over de balk moeten halthouden, wegstappen en door moeten stappen om een uitgeklapte parasol heen. Bij dit obstakel gaan ze kijken of je controle hebt over het paard. Mocht het paard spanning hebben willen ze dat je het rustig maar consequent oplost. Net zoals bij CBR1 wordt hier ook de balans weer beoordeeld, bij CBR2 kijken ze ook naar de controle over het paard in het algemeen. Na het rijden kijken ze ook nog hoe je het paard afzadelt en naverzorgd. Bij het theorie examen mag je van de 25 multiple choice vragen, 5 vragen fout hebben en daar krijg je een uur de tijd voor. De onderdelen van het praktijkexamen op stal en het rijden moeten met een voldoende afgesloten worden om het certificaat te kunnen behalen.
Het Ruiterbewijs Het Ruiterbewijs is het laatste certificaat in de opleiding. Hierbij word je wederom beoordeeld op stal en in de rijbaan, maar daarnaast ook op de openbare weg. Op ons buitenterrein laat je jouw rijvaardigheid zien door het rijden van bepaalde oefeningen, zoals wegrijden van de groep en het naast elkaar rijden. Ook moet je een obstakelproef rijden, denk hierbij bijvoorbeeld, aan het rijden langs een tractor. Wanneer je dit met goed gevolg aflegt ga je met de groep naar buiten, het verkeer in. De examinator gaat mee op de fiets of golfkar om te beoordelen of jij je als ruiter veilig kunt voortbewegen in het verkeer. Om te kunnen deelnemen moet minimaal 12 jaar oud zijn op de dag van het examen. De theorie is nu best veel, je moet de boeken bijna helemaal kennen. Voor het handboek Paard&welzijn moet je het hele boek leren behalve hoofdstuk 6. Bij het handboek Haal je Ruiterbewijs met plezier moet je rijtechniek 1 en 2 kennen en alles over algemene kennis buitenrijden(pagina 63 t/m 121). Bij de praktijk op stal wordt gekeken naar het stukje Horsemanship, verzorging, harnachement en het op- en afzadelen. Bij Horsemanship laat je zien dat je respectvol met paarden omgaat. Je geeft het paard vertrouwen en vraagt het paard ook om jou te vertrouwen. Je let op jouw eigen veiligheid, die van je paard, van de mensen om je heen en die van andere paarden. Je moet dus laten zien dat je duidelijk en consequent met je paard communiceert. De examinator beoordeelt de verzorging voor het rijden, controleert het harnachement en kijkt hoe je op en op- en afzadelt. Bij rijvaardigheden in het algemeen, kijken ze hoe je de gangen beheerst, op het goede been licht rijdt, in de goede galop zit en eventueel corrigeert. Bij het ruiterbewijs moet je een oxer springen van minimaal 50 cm hoog en 60 cm breed vanuit galop. Er wordt opgelet op de manier van aanrijden, tempocontrole en het weg rijden na de sprong. De obstakeloefening rijd je bij het Ruiterbewijs met zijn tweeën. Je rijdt alle onderdelen samen met je partner en zorgt er voor dat beide paarden deze oefening
afronden. In het parcours staat een voertuig met een draaiende motor opgesteld. De paarden moeten om dit voertuig heen stappen. In het parcours ligt een zeil op de grond waar de paarden overheen moeten stappen. De paarden moet ook door een boog met slierten van rood/wit lint en ze moeten door een nauwe doorgang heen stappen. Om te kijken of je goede controle hebt, moet je van de groep wegrijden. De groep blijft op een volte, jij galoppeert aan, rijdt weg van de groep en vervolgens sluit je weer rustig aan bij de groep. Mocht je het rijgedeelte in de bak goed en veilig hebben afgesloten, dan mag je mee met de examinator het verkeer in. Hierbij wordt er over de rotonde gereden en door een woonwijk. Je moet laten zien dat je de verkeersregels en tekens kent en inzicht hebt in het verkeer. Je moet laten zien dat je een stuk voorop kan rijden en daarbij de commando s kent. Tijdens het rijden kunnen er vragen gesteld worden over de gedragregels, EHBO en de verzorging tijdens de rit Bij het ruiterbewijs kijken ze of jouw zit en balans bevestigd zijn, of dit ook zo is in de verlichte zit en of je genoeg controle hebt over je paard. Het theorie examen bestaat uit 35 multiple- choice vragen, waar je maximaal 50 minuten de tijd krijgt. Je mag bij dit examen 7 vragen fout hebben. Mocht je leer- of lees problemen hebben, moet je dit bij de examenaanvraag doorgeven. Bij een verklaring kan je extra tijd krijgen of de theorie mondeling afleggen. Alle onderdelen van het praktijkgedeelte moeten een voldoende afgesloten zijn om te slagen voor het examen. Als je geslaagd bent voor het Ruiterbewijs, kan je bij de FNRS/KNHS je ruiterbewijs aanvragen. Het ruiterbewijs is een stukje verlenging van je ruiteropleiding. Bij ons op de manege kun je er geen paard mee huren en op buitenrit mee gaan. Als manege blijven wij eindverantwoordelijk en hebben wij de keuze gemaakt om dit niet te doen. Bij sommige maneges is het wel mogelijk een buitenrit gaan maken op vertoning van je Ruiterbewijs. Het Ruiterbewijs is handig als je ergens anders gaat rijden, dan weet het bedrijf namelijk ook precies wat je allemaal kunt. Maar de belangrijkste reden om je ruiterbewijs te halen is dat het super leerzaam is en je weet hoe je in sommige situaties moet gaan reageren.