2 Borstvoeding: de eerste weken Het geven van borstvoeding is het natuurlijke vervolg op zwangerschap en geboorte. Goede informatie en zonodig deskundige begeleiding zorgen voor de beste start van een fijne borstvoedingsperiode. In deze brochure wordt aandacht besteed aan hoe borstvoeding werkt, met praktische tips voor de eerste weken.
2 Hoe werkt borstvoeding? In elke borst liggen de melkklieren in trosjes rond meerdere melkkanaaltjes. Deze kanaaltjes komen uit in de tepel. De melkproductie wordt voornamelijk geregeld door twee hormonen: prolactine en oxytocine. Prolactine zorgt voor de aanmaak van moedermelk uit bloed. Oxytocine zorgt ervoor dat de melk richting de tepel wordt gestuwd wanneer de baby drinkt (toeschietreflex). Moedermelk is een uniek, levend product, dat precies is afgestemd op de behoeftes van je baby. Borstvoeding beschermt je baby onder andere tegen infecties. Tijdens de gehele borstvoedingsperiode blijven de antistoffen aanwezig. Hoe langer je borstvoeding geeft, hoe meer je kind beschermd is tegen bepaalde ziekten. Melkproducerende cellen: maken melk door prolactine Spiercellen: trekken samen door oxytocine Melkkliertjes [alveoli] Melkkanaaltjes Tepelhof [areola] De toeschietreflex Als je baby aan de borst drinkt, geeft dat een signaal naar je hersenen om oxytocine af te geven. Door het vrijkomen van de oxytocine trekken de spiercellen om de melkklieren samen en verwijden de melkkanaaltjes zich, zodat de melk goed kan gaan stromen. Dit heet de toeschietreflex. Vaak zie je dan dat de borsten gaan lekken; soms komt de melk er in straaltjes uit. Sommige vrouwen voelen ook een warm, prikkelend of licht knijpend gevoel in de borst als de melk toeschiet. Oxytocine zorgt er verder voor dat de baarmoeder zich samentrekt en veroorzaakt in het begin vaak naweeën op het moment dat je baby aan de borst drinkt. Vraag en aanbod Borstvoeding geven gaat volgens het vraag- en aanbodprincipe: hoe vaker je baby de borst leegdrinkt, hoe meer melk er wordt gemaakt. De melkproductie is het grootst direct na een voeding. Hoe leger de borst, hoe hoger de productie. Als de borsten erg vol zijn, bijvoorbeeld als je baby enkele uren niet heeft gedronken, komen er stoffen vrij die de aanmaak van nieuwe melk remmen. Zuinig zijn op je melk zorgt dus juist voor minder melk. Vet en ondersteunend bindweefsel Kliertjes van Montgomery Wanneer voor het eerst voeden? De meeste baby s hebben de eerste uren na de geboorte een sterke zuigreflex en zijn dan erg helder. Als je baby
direct na de geboorte bloot en ongestoord bij je kan blijven liggen, zal hij door zijn aangeboren reflexen vrijwel zeker op zoek gaan naar de borst. Daardoor komt de borstvoeding snel op gang en heb je samen een waardevol oefenmoment. In de rest van de kraamweek, als hij soms erg slaperig kan zijn, heeft hij daar profijt van. Colostrum De eerste dagen krijgt je baby colostrum. Deze eerste melk is dik, gelig en zeer rijk aan antistoffen die je baby beschermen tegen ziekten. Daarnaast bevat colostrum, net als rijpe moedermelk, groeifactoren en enzymen. Het borstvoedingsproces zorgt zo voor een optimale ontwikkeling van de nog onrijpe organen van je baby. Colostrum is eiwitrijk, vetarm en daardoor licht verteerbaar. Het werkt laxerend, zodat je baby de eerste ontlasting (meconium) gemakkelijk kwijtraakt. De eerste dagen De eerste dagen, waarin de melkproductie op gang moet komen, zijn oefendagen. Een gezonde voldragen baby heeft een flinke vocht- en vetreserve voor deze eerste periode, zodat moeder en kind het borstvoeden kunnen leren. Veel huid-op-huidcontact vergemakkelijkt de overgang van het leven in de buik naar het leven daarbuiten. Je baby en jij leren elkaar snel kennen. Je kind verliest geen energie, want jouw lichaam houdt hem warm. Dicht bij jou voelt hij zich veilig en kan hij drinken wanneer hij maar wil. Bijvoeding is voor een gezonde, voldragen baby in de meeste gevallen niet nodig en verstoort het evenwicht tussen vraag en aanbod. Geef je baby zoveel mogelijk gelegenheid om bij je te drinken. Je baby in wakkere periodes elk uur tot anderhalf uur aanleggen is in de eerste dagen heel normaal. Het babymaagje is nog maar heel klein. In je buik werd hij constant gevoed en als hij eenmaal is geboren, nog maar om de zoveel uur. Die overgang is voor je baby erg groot. Bovendien komt door heel vaak aan te leggen de melkproductie snel op gang. Dat helpt je baby om goed te leren drinken en daarmee voorkom je ernstige stuwing. 3
4 Voeden op verzoek Moedermelk is licht verteerbaar. Dit heeft tot gevolg dat de meeste pasgeboren baby s vaak om de 1 à 2 uur aan de borst willen. Je kindje geeft dit bijvoorbeeld aan door wakker te worden, op de vuistjes te sabbelen of andere mondbewegingen te maken, of door met het hoofdje te bewegen op zoek naar de borst. Dit zijn de vroege hongersignalen. Huilen is een verlaat hongersignaal en veroorzaakt bij de baby veel stress. Bij borstvoeding geldt geen maximum aantal voedingen, wel een minimum; in de eerste weken is dat minimaal 7 à 8 voedingen per etmaal. Meer is gunstiger voor je baby. Als de baby wat ouder wordt, ontstaat er vaak vanzelf wat meer ritme in de voedingen. Aangeboren reflexen Een gezonde voldragen baby wordt geboren met een aantal reflexen, die gericht zijn op het vinden van zijn voedsel, waaronder de zoek- en hapreflex. Als hij iets voelt op zijn gezicht of rond zijn mond, zoekt hij de tepel. Strijk je langs zijn lippen, dan zal hij zijn mond wijd opendoen en zijn tong een beetje uitsteken. Als je baby zijn mond wagenwijd open heeft, breng je hem naar de borst door de arm waarmee je hem ondersteunt naar je toe te trekken. Aanleggen Maak het je baby zo gemakkelijk mogelijk en leg hem met zijn buik naar je toe. Zorg ervoor dat hij niet alleen de tepel, maar ook een flink gedeelte van de tepelhof in zijn mond neemt. Zijn hoofd en lichaam liggen in één lijn. Op deze manier kan hij de borst goed leegdrinken en voorkom je pijnlijke tepels. Het is goed om zelf te weten waarop je moet letten. Dan lukt het je misschien wel om zonder hulp zelf aan te leggen. Voel je je nog wat onhandig of twijfel je of het goed gaat, aarzel dan niet om hulp te vragen. Belangrijke aandachtspunten Als je baby goed heeft toegehapt, zijn de wangetjes bol en maken de mondhoeken een wijde hoek. De lippen en kin rusten ontspannen tegen je borst aan, zijn tongetje ligt onder de tepelhof en hij heeft een mondvol borst.
Je baby maakt eerst korte zuigbewegingen om de toeschietreflex op te wekken. Daarna drinkt hij met flinke teugen, met af en toe een pauze. Het is te zien en te horen als je baby ritmisch zuigt en slikt. Als hij langdurig oppervlakkig blijft zuigen, dan heeft hij waarschijnlijk de borst niet goed gepakt. Een slok is niet alleen te herkennen aan het geluid, maar ook aan de pauze in de beweging van de onderkaak tijdens het slikken. Het eerste aanzuigen kan gevoelig zijn, maar als de melk is toegeschoten, hoort borstvoeding geven geen pijn te doen. Als het voeden toch pijn blijft doen, voed dan niet dapper door. Haal je baby van de borst door je pink voorzichtig in zijn mondhoek tussen zijn kaakjes te doen om het vacuüm te verbreken. Leg hem daarna zorgvuldig opnieuw aan. Het is bij een pasgeboren baby dikwijls nodig hem een paar keer opnieuw aan te leggen voordat het goed gaat. Houdingen Je kunt borstvoeding geven in allerlei verschillende houdingen. Voor alle houdingen geldt het volgende. Zorg ervoor dat je prettig en voldoende gesteund kunt zitten of liggen (eventueel met kussens). Leg je baby met zijn hoofd en lichaam in één lijn, zodat hij de borst in zijn mond kan nemen zonder zijn hoofd te hoeven draaien of buigen, want dat bemoeilijkt het slikken. Ondersteun zijn hoofd zodanig dat hij tijdens het aanleggen zelf kan zoeken en happen. Maak goed aanhappen gemakkelijk voor je baby door hem met zijn neus iets onder de tepel te leggen. Hij moet zijn hoofd dan iets achterover doen om een grote hap te maken Leg je baby lekker dicht tegen je aan, met veel buikcontact. Het kinnetje ligt tijdens de voeding helemaal tegen de borst aan. Als het neusje van de baby te veel in de borst zit, kun je zijn billen iets naar je toe trekken. Zijn hoofd gaat dan iets achterover, zodat de ademweg weer vrij is. Steun eventueel je borst met een open hand, met je vingers tegen je ribben en je duim aan de andere kant van je borst, ver achter de tepelhof. Als je de borst vormt, zorg dan dat die evenwijdig loopt met het mondje van je baby. Knel de borst niet af met je vingers. Meer informatie over diverse voedingshoudingen is te vinden in VBN-brochure nr. 3 Voorkomen en genezen van pijnlijke tepels. Borstvoeding geven Emoties kunnen het toeschieten be- 5
6 invloeden. Je denkt aan je baby en de melk schiet toe. Een prettige omgeving, warmte en ontspanning kunnen een positief effect hebben. Als je gespannen bent, kan dat de toeschietreflex juist remmen. Pijn tijdens het voeden, bijvoorbeeld omdat je baby niet goed is aangelegd, zorgt er meestal ook voor dat de toeschietreflex op zich laat wachten. De samenstelling van de melk Moedermelk is perfect afgestemd op de mensenbaby. Gedurende de dag en tijdens de voeding verandert je melk enigszins van samenstelling. Zo neemt het vetgehalte toe naarmate de borst leger raakt. De laatste beetjes voeding leveren dus een relatief groot aandeel in de energievoorziening. Een gezonde baby die goed is aangelegd en effectief drinkt, zal meestal vanzelf de borst loslaten als hij voldaan is. Hij kan in slaap vallen of een beetje blijven zuigen om zijn zuigbehoefte te bevredigen. Beide borsten geven Het is goed om in het begin beide borsten geregeld aan de beurt te laten komen voor een voeding. Je melkproductie komt sneller op gang en je hebt minder last van stuwing. Laat je baby aan de eerste borst drinken tot hij voldaan is of niet meer actief drinkt. Je kunt hem dan verschonen en laten boeren om hem een beetje wakker te maken. Vaak begint hij dan met hernieuwde belangstelling aan de tweede borst. Het kan zijn dat je pasgeboren baby na de eerste borst al in slaap valt. Wanneer je veel voedingen geeft kan één borst per voeding voldoende zijn. Je baby kan immers snel genoeg weer aan de andere borst drinken. Iedere baby heeft zijn eigen drinkpatroon: sommige zijn al snel verzadigd en andere drinken veel langer. Leer naar je kind te kijken, zodat je zijn behoeftes goed kunt leren kennen. Zuigen en bij je willen zijn, ook als er geen honger is, horen daar ook bij. Stuwing De eerste paar dagen zijn je borsten vaak nog niet zo vol. Dit geeft jou en je kind de gelegenheid om veel te oefenen omdat de borsten nog zacht en soepel zijn. Rond de derde, vierde dag komt de productie flink op gang en wordt de melk vetter. De hoeveelheden worden groter. Het babymaagje is al wat gegroeid en kan nu ook meerekken als hij meer drinkt. Je borsten kunnen door de toegenomen productie erg vol worden, zeker als je kindje nog niet effectief drinkt. Sommige baby s vinden het dan moeilijk om de borst goed te pakken. Door met je hand een beetje melk uit te drukken of heel kort te kolven, kun je ervoor zorgen dat in ieder geval de tepelhof soepel genoeg voor hem is om toe te happen. Soms worden koude of warme kompres-
sen aangeraden. Kijk wat je prettig vindt. Wil je een koud kompres gebruiken, gebruik dan vóór het voeden een warm kompres om de doorstroming van de melk te bevorderen. Een beha kan je gestuwde borsten ondersteuning bieden. Ook s nachts kan dat prettig voor je zijn, maar nodig is het niet. Bij aanhoudende melkstuwing kan het verlichting geven om de borsten één keer per etmaal gedurende twee à drie dagen leeg te kolven met een borstkolf of door kolven met de hand. Steeds afkolven biedt geen oplossing, omdat dit de melkproductie juist te veel stimuleert. Meer informatie over afkolven is te vinden in VBN-brochure nr. 8 Afkolven van moedermelk. Slaperige baby s De meeste baby s zijn de eerste dagen een beetje slaperig. Zorg in ieder geval dat je baby een minimum van 7 à 8 voedingen per 24 uur krijgt. Na een paar dagen zal hij wakkerder zijn en enthousiaster gaan drinken. Sommige baby s blijven echter overdag maar om de 4 of 5 uur om een voeding vragen. Dit is te weinig voor een pasgeboren baby. Je zult hem dan zelf vaker wakker moeten maken, bijvoorbeeld door hem te verschonen en enkele kleertjes uit te doen. Huid-op-huidcontact werkt erg stimulerend voor een jonge baby. Ook als hij nog slaperig is, zal hij meestal wel gaan drinken als je met je tepel over zijn lippen strijkt. Een paar druppeltjes moedermelk op zijn lipjes of in zijn mondje kunnen zijn interesse wekken. Het kan ook helpen om hem op zijn rug op je schoot te leggen en hem voorzichtig een aantal keren in zithouding te brengen met zijn hoofdje goed gesteund. Geelzien Een baby die geelziet, is vaak een beetje suf. Door vanaf het begin veelvuldig en effectief te voeden, kun je in de meeste gevallen voorkomen dat je kindje geel wordt. Mocht het toch gebeuren, dan is het belangrijk om hem zeer regelmatig wakker te maken voor een voeding. De geelzucht wordt veroorzaakt door bilirubine, een stof die ontstaat bij de afbraak van het overschot aan rode bloedlichaampjes. Bilirubine hoopt zich op in de darmen en wordt voornamelijk via de ontlasting geloosd. Het laxerende effect van colostrum speelt daarbij een belangrijke rol. Hoe meer moedermelk een baby drinkt, hoe sneller de geelzucht verdwijnt. Omdat bilirubine via de ontlasting wordt uitgescheiden en niet via de urine, is water geven niet zinvol. 7
8 Hoe weet je dat je baby genoeg krijgt? Je kunt op de volgende dingen letten: Je baby drinkt minstens 7 à 8 keer per etmaal. Meer is gunstig en bijna alle baby s hebben ook s nachts behoefte aan een voeding. Je hoort en/of ziet je baby ritmisch slikken tijdens het drinken. Je laat je baby uit de eerste borst drinken zolang als hij wil en daarna geef je de tweede borst tot je baby voldaan is. De borsten voelen na het voeden soepeler aan dan voor de voeding. Je baby plast per etmaal genoeg voor minimaal 4 zware wegwerpluiers of 6 kletsnatte katoenen luiers. Tijdens de eerste weken moet je baby iedere dag meerdere malen ontlasting hebben, minstens ter grootte van een bankpasje. Vanaf een week of vier is ook één poepluier per week normaal. Je baby is alert en tevreden. Na de eerste week hoort je baby niet meer af te vallen. Bij frequent voeden op verzoek is je baby weer op zijn geboortegewicht op de leeftijd van twee weken. Als je kindje gedurende een aantal weken minder dan 150 gram per week groeit, is dat reden om na te gaan of dit groeipatroon voor jouw kindje voldoet. Regelmatige controle op het consultatiebureau of door de huisarts kan een wezenlijke aanvulling zijn op wat je zelf waarneemt. Regeldagen Er kunnen zich situaties voordoen waarin je baby vaker behoefte heeft aan de borst, omdat hij actiever is en langer wakker blijft of omdat hij een groeispurt meemaakt. Dit geeft hij aan door vaker te willen drinken. Wanneer je baby geen duidelijk ritme heeft in zijn drinken, zul je misschien niet eens merken dat je baby vaker wil drinken. Als je gewend bent aan wat meer regelmaat, zul je wellicht ervaren dat die regelmaat ineens weg is. Deze periodes staan bekend als regeldagen. Ze kunnen zowel met honger als met ontwikkelingssprongen te maken hebben. Bekende tijdstippen zijn rond de 10 dagen, 6 weken en 3 maanden, maar ze kunnen ook in andere periodes voorkomen. Als er echt sprake is van bijregelen bij te weinig melk (bijvoorbeeld na ziekte van moeder en/of baby), kan je baby wel
dubbel zo vaak om een voeding vragen, zowel overdag als s nachts. Door vaker te voeden, ga je in op de veranderde behoefte van je kind. Daardoor vinden jullie samen een nieuwe balans. Meer informatie over het opvoeren van de melkproductie is te vinden in VBNbrochure nr. 6 Te weinig melk. Onnodige twijfel Als je kind alert is en goed groeit, plast en poept, is het vaak een misverstand om te denken dat je te weinig melk hebt als: na enkele weken het gespannen gevoel in je borsten van de eerste tijd weg is. Je borsten hebben zich gewoon aangepast aan de vraag van je baby. de melk er anders uitziet. Rijpe moedermelk ziet er wateriger uit dan colostrum, maar is perfect van kwaliteit. je baby vaker wil drinken in de loop van de dag. Veel baby s hebben in de eerste maanden een onrustige periode aan het einde van de dag. Ze willen dan vaak drinken ( clusteren ) en lijken niet tevreden te zijn. Dit is heel normaal. Probeer het jezelf zo gemakkelijk mogelijk te maken door je kind dicht bij je in de buurt te houden en zoveel mogelijk aan zijn behoefte tegemoet te komen. Het is een fase die vanzelf overgaat. de zuigbehoefte van je baby groter is dan je had verwacht. Laat hem gerust langer aan de borst drinken. Zuigverwarring De eerste weken kan een borstkind beter geen fopspeen of fles aangeboden krijgen. De kans bestaat dat hij daardoor een verkeerde zuigtechniek aanleert. De tong speelt bij het zuigen aan een speen een andere rol dan bij het drinken aan de borst. Hierdoor wordt de kans op pijnlijke tepels vergroot. Andere nadelen van een fopspeen kunnen zijn dat je baby te veel zijn zuigbehoefte aan de speen bevredigt en daardoor voedingsmomenten mist. Je baby wordt bovendien heel moe van het zuigen zonder dat hij melk krijgt. Daardoor drinkt hij slechter aan de borst en krijgt hij minder melk binnen. Bijvoeden Een gezonde, op tijd geboren baby heeft de eerste zes maanden geen extra voeding nodig naast wat hij van zijn moeder krijgt. Bijvoeding met (glucose-)water of kunstvoeding verstoort het evenwicht tussen vraag en aanbod, waardoor de borstvoeding minder snel op gang komt of zelfs terugloopt. Bovendien is het een onnodige belasting voor het darmkanaal. Zelfs bij warm weer heeft een baby geen extra water nodig. Je baby zal waarschijnlijk wel vaker om een voeding vragen. Soms is het medisch noodzakelijk om bij te voeden. Geef eerst beide borsten en daarna afgekolfde melk (van jezelf of van een gescreende donor) of, als dat niet mogelijk is, kunstmatige zuigelingen- 9
10 voeding. Je kunt daarvoor een lepeltje, een kopje of een borstvoedingshulpset gebruiken. Ook kun je vingervoeden. Vraag voor de juiste techniek hulp aan je verloskundige of een lactatiekundige. Verzorging van de borsten Gebruik geen zeep of andere middelen die de natuurlijke bescherming van de tepelhuid kunnen verstoren. Houd de tepels droog: laat ze na een voeding opdrogen aan de lucht, en gebruik als dat nodig is zoogkompressen tegen het lekken. Tepelproblemen worden meestal veroorzaakt omdat je baby niet goed is aangelegd. Er kunnen echter ook andere oorzaken zijn, bijvoorbeeld huidirritatie door een schimmelinfectie. Meer informatie hierover is te vinden in VBN-brochure nr. 3 Voorkomen en genezen van pijnlijke tepels. Verstopt melkkanaal Controleer je borsten dagelijks op harde, pijnlijke of rode plekken. Een harde plek kan wijzen op een verstopt melkkanaal. Geef een pijnlijke borst bij de volgende voeding als eerste, zodat de borst goed wordt leeggedronken. Warmte en voorzichtig masseren in de richting van de tepel, zowel vóór als tijdens de voeding, bevorderen het loskomen van de harde plek en het doorstromen van de melk. Een verstopt melkkanaal kan leiden tot een borstontsteking. Door alert te zijn en tijdig te handelen kun je dit herkennen en voorkomen. Meer informatie hierover is te vinden in VBN-brochure nr. 13 Borstontsteking. Contact met je baby Er is veel waaraan je als gezin moet wennen in de eerste weken en maanden. Het is een heel nieuwe ervaring om de voornaamste bron van warmte, veiligheid en voeding voor je baby te zijn. Het intensieve lichamelijke contact is niet alleen essentieel voor het welbevinden van je baby, maar zorgt ook voor een goede start van de borstvoeding. Wat er op je afkomt, is voor een groot deel nog onbekend. Gun jezelf de tijd en rust om in je nieuwe rol te groeien. Dan kunnen je baby en jij een hechte band opbouwen en genieten van het contact met elkaar.
Uitgaven van de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk Brochures 1 Borstvoeding: een goed begin 2 Borstvoeding: de eerste weken 3 Voorkomen en genezen van pijnlijke tepels 4 Borstvoeding en vaste voeding 5 Als je baby huilt 6 Te weinig melk 7 Borstvoeding voor een meerling 8 Afkolven van moedermelk 9 Borstvoeding en een baan 10 Moedermelk en het milieu 11 Te veel melk 12 Borstvoeding voor een couveusebaby 13 Borstontsteking 14 Borstvoeding na een keizersnede Prijzen (inclusief porto) 1 brochure per stuk 2 1,95 2 of meer brochures per stuk 2 1,70 1 set brochures 14 stuks 2 15,00 Voor grotere hoeveelheden van dezelfde brochure gelden de volgende prijzen: 10 brochures 2 9,00 25 brochures 2 18,00 100 brochures 2 65,00 250 brochures 2 148,00 Themanummers van verenigingstijdschrift BN Naast achtergrondinformatie bevatten deze themanummers veel ervaringsverhalen. Borstoperaties en borstvoeding 2 8,00 Borstvoeding voor meer dan één 2 8,00 Borstvoeding en een baan 2 8,00 Borstvoeding voor zorgenkindjes 2 8,00 Borstvoeding en allergie 2 8,00 Borstvoeding na een keizersnede 2 8,00 Moedermelk, maar (nog) niet aan de borst 2 8,00 De rol van de partner 2 8,00 Uitgaven bestellen Telefonisch: Het telefoonnummer van onze VBN-bestelservice wordt doorgegeven via de informatietelefoon: (0343) 57 66 26. Via internet: www.borstvoedingnatuurlijk.nl De levertijd bedraagt ongeveer één week. Prijswijzigingen voorbehouden. Indien deze brochure meer dan drie jaar oud is, informeer dan of er een nieuwe uitgave bestaat. Colofon VBN april 2011 Oplage: 60.000 Fotografie: Wilco van Dijen, Wijk bij Duurstede Tekening: A. de Reede, uit Begeleiding bij Borstvoeding, uitgave van Vereniging Borstvoeding Natuurlijk en Stichting Zorg voor Borstvoeding, achtste herziene druk 2009. Vormgeving: HBG Design bv, Nieuwegein Druk: Drukkerij Van Meurs bv, Ridderkerk Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming. De VBN geeft wetenschappelijk onderbouwde informatie over borstvoeding. Hoewel met de grootste zorg verzameld en weergegeven, kan het gebeuren dat geboden informatie niet correct of onvoldoende duidelijk is. De VBN aanvaardt hiervoor geen aansprakelijkheid. 11
Lidmaatschap De contributie bedraagt minimaal 2 22,00 per jaar. Leden ontvangen vier keer per jaar het verenigingstijdschrift BN. Dit bevat onder andere verenigingsnieuws, ervaringsverhalen, artikelen over borstvoeding en wetenschappelijke achtergronden. Je kunt ook gebruikmaken van de verenigingsbibliotheek. Wil je lid worden van de vereniging, meld je dan aan via de website of via het postbusadres. Postbus 119 3960 BC Wijk bij Duurstede Informatietelefoon: (0343) 57 66 26 www.borstvoedingnatuurlijk.nl VBN: informatie en steun De Vereniging Borstvoeding Natuurlijk is opgericht in 1978. Zij is een vrijwilligersorganisatie die informatie geeft aan (aanstaande) ouders en andere belangstellenden. Dit gebeurt onder andere door middel van 14 brochures, themanummers van verenigingstijdschrift BN, een telefonische informatiedienst, een website en een netwerk van contactpersonen. Brochures van de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk 1 Borstvoeding: een goed begin 2 Borstvoeding: de eerste weken 3 Voorkomen en genezen van pijnlijke tepels 4 Borstvoeding en vaste voeding 5 Als je baby huilt 6 Te weinig melk 7 Borstvoeding voor een meerling 8 Afkolven van moedermelk 9 Borstvoeding en een baan 10 Moedermelk en het milieu 11 Te veel melk 12 Borstvoeding voor een couveusebaby 13 Borstontsteking 14 Borstvoeding na een keizersnede Contactpersonen en informatiebijeenkomsten In veel plaatsen in het land worden voor zwangeren en voedende moeders informatiebijeenkomsten georganiseerd door VBN-contactpersonen die zelf hun kind(eren) borstvoeding hebben gegeven en die bij de vereniging een opleiding hebben gevolgd. Je kunt er praktische informatie krijgen, ervaringen uitwisselen en VBN-brochures kopen. Website: www.borstvoedingnatuurlijk.nl Wil je weten of er bij jou in de buurt informatiebijeenkomsten worden gehouden, wil je per mail een borstvoedingsvraag stellen of zoek je informatie en tips over borstvoeding, bezoek dan de website van de VBN. Via de site kun je ook informatiemateriaal bestellen en naar het borstvoedingsforum gaan, waar je ervaringen kunt uitwisselen met andere borstvoedende vrouwen. Telefonische informatie Vragen over borstvoeding kun je ook telefonisch stellen. Via de website kun je namen en telefoonnummers van contactpersonen vinden. Ook via de informatietelefoon (0343) 57 66 26 worden namen van contactpersonen doorgegeven, die je vervolgens kunt bellen.