Ringslangen in Oostvaardersveld 2016

Vergelijkbare documenten
Start nieuw seizoen succesvol.

De ringslang een bijzondere bewoner van Gouda

Rapport. Natuuronderzoek Schateiland. Nader onderzoek naar enkele beschermde soorten. Lelystad, juni 2017 R. Heemskerk

Monitoring en inventarisatie reptielen en amfibieën Loonse en Drunense Duinen / Huis ter Heide

Veldinventarisatie ringslang en levendbarende hagedis A37, omgeving Zwartemeer

AMFIBIEËN EN REPTIELEN IN HET PLANGEBIED EN OMGEVING VAN DE UITBREIDINGSLOCATIE RENDAC TE SON

Verslag libellenmonitoring 2017 Leersumse Veld

TELINSTRUCTIE REEËN IN UTRECHT. Wie? Wat? Waar? Projectteam Faunatellingen i.s.m. de Utrechtse Wildbeheereenheden

Aantal gevonden legsels in 2008

Groengebied Amstelland AB Agendapunt 8 Ecologische verbinding Holendrechter- en Bullewijkerpolder BIJLAGE 2: NOTA VAN UITGANGSPUNTEN

QUICKSCAN EDESEWEG 51 WEKEROM

Slapende Blauwe Kiekendieven tijdens de winter 2003/2004

Broedvogels. NatuurBeleven bv. Oostermeerkade TV Amstelveen

Een leefgebied voor de rugstreeppad

Herintroductie bever,

Monitoring reptielen spoorlijn Maastricht Lanaken 2014

Verslag RAVON Utrecht Excursie Landgoed Den Treek Henschoten 10 april 2010

RAVON midzomer vissenweekend

Nieuwsbrief Jaar van de Patrijs in Zeeland

Advies omtrent beheer van oevers, bermen en dijken ten aanzien van Ringslang in het beheergebied van Waterschap Zuiderzeeland

ATB versus reptielen Sallandse Heuvelrug

TELINSTRUCTIE REEËN IN UTRECHT. Wie? Wat? Waar? Projectteam Faunatellingen i.s.m. de Utrechtse Wildbeheereenheden

Bijlage 11. Onderzoek rugstreeppad (Oranjewoud, 2012)

Rapportage: Eric Verkaik Veldwerk: Elmar Prins. Quickscan. Spankerenseweg 20 Dieren

Monitoring reptielen spoorlijn Maastricht Lanaken 2013

Struinen door De Stille Kern

Kennis Centrum Landelijk Gebied bv

Quick scan ecologie. Mientweg 5 & 29 te Lutjewinkel

BILAN. RAPPORT 2006 Nijmegen - (GLD) - Nijmegen, Winckelsteegh DEFINITIEF CONCEPT. Veldonderzoek naar rode eekhoorn

Resultaten onderzoek vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen Portiekwoningen Soendalaan-Billitonstraat e.o. te Vlaardingen. Kader

Monitoring Ecocorridor Zwaluwenberg

De grote grazers van de Oostvaardersplassen

Natural processes, animal welfare, moral aspects and management of the Oostvaardersplassen

Raymond Zwijnenberg (Vechtstromen) en Hans Dekker (provincie Drenthe) 14 februari Geeserstroom

KNNV Zoogdierenwerkgroep Voorne

Gladde slangen op een plagseldijk Arnold van Rijsewijk, Raymond Creemers en Jeroen van Delft

Bescherming Weidevogels Zuid-Holland Versterken, ondersteunen en stimuleren van vrijwilligerswerk in het groen

TREK VAN AALSCHOLVERS OVER TELPOST DE HORDE

Vademecum voor het tellen van uitvliegers

Kamsalamander en Ringslang. in de gelderse vallei. Hoe om te gaan met vleermuizen in de directe woonomgeving

Gouwebos. midmaandwintertellingen van vogels trends samengesteld door Cok Scheewe. Foto (Huig Bouter)

Aanvullend onderzoek huismussen t Haantje Midden in Rijswijk. Notitie. Juni 2017 P17-087/W1321 Auteur: M.E.Dubbeldam

2. Wordt deze toegezegde ontheffing eenmalig of het jaarrond en/of voor onbepaalde tijd verstrekt?

Grote vos Nymphalis polychloros

De telformulieren 1 tot en met 5 kopiëren ten behoeve van de tellers.

Bosbeheer voor reptielen en amfibieën. Jeroen van Delft

(O, Omgevingsdienst regio Utrecht

Monitoring Ecocorridor Zwaluwenberg

Onderzoek naar de waarde van een ponyweide aan de Nemelerbergweg 17a (Zwolle) voor de knoflookpad.

Achter de Schotbalken. Een evaluatie

Notitie flora en fauna

Meer dan 400 paar Zwarte sterns in Zuid- Holland Verslag van monitoring van aantallen en broedsucces in 2014

Aanvullend vleermuisonderzoek plangebied Dennenlaan en Olmenlaan te Zwanenburg

Notitie: Compenserende maatregelen voor steenuilen in de Waalsprong: Stand van zaken eind 2010.

Datum: Vrijdag 5 april Excursie: Oostvaardersplassen ochtendexcursie. Gidsen: Taco & Pim

Bijlage 3: Notitie Aanvullend onderzoek vissen wijzigingsplannen N359, knooppunten Winsum, Húns-Leons en Hilaard

Broedvogelinventarisatierapport. Heseveld, Nijmegen. Marc de Bont Nijmegen, juli 2013

Effecten revitalisatie oude meander Lunterse Beek op de aanwezige dassen

Ondersteuningsproject bij de uitvoering van de reemonitoring in het Zoniënwoud

Noodplan grote karekiet in de Noordelijke Randmeren

Indeling lezing. Herstel van leefgebieden voor de gladde slang. Ringslang. Gladde slang. Adder

Broedvogelinventarisatierapport. Heseveld, Nijmegen. Marc de Bont Nijmegen, juli 2012

Aanvullend natuuronderzoek Azelerbeek Addendum

Transcriptie:

Ringslangen in Oostvaardersveld 216 Jeroen Reinhold Rapport LBF-216-15

Inleiding. Het Oostvaardersveld was het eerste gebied in Oostelijk en Zuidelijk Flevoland waar reproductie van de ringslang vastgesteld werd. In 1998 werden eieren in een broeihoop aan de voet van de Knardijk gevonden nadat er in het gebied al de nodige meldingen waren van ringslangen (sinds 1989). Medewerkers en vrijwilligers van Landschapsbeheer maken deze broeihopen en voeren sindsdien jaarlijks de monitoring uit. In 213 vond in het Oostvaardersveld een grootschalige herinrichting plaats en werd het plan opgevat om edelherten toe te laten in het gebied. In de winter van 215/216 konden de edelherten voor het eerst via een onderdoorgang onder het spoor het Oostvaardersveld betreden. Monitoring van het gebruik van deze tunnel leerde dat twee dieren met enige regelmaat gedurende deze winter gebruik gemaakt hebben van deze tunnel. Hoge begrazingdruk van grote grazers en reptielen gaan slecht samen. De beschermde ringslang zou in theorie hinder kunnen ondervinden door de begrazing door edelherten. Zeker gezien de belangrijke rol van deze populatie op de verdere verbreiding in Flevoland wil Staatsbosbeheer een vinger aan de pols houden zodat nog eventuele maatregelen genomen kunnen worden om de populatie positief te beïnvloeden. Reden om de ringslang te monitoren en op te nemen in het beheerplan Oostvaardersveld. Landschapsbeheer Flevoland monitort al meer dan 15 jaar twee broeihopen in het gebied en loopt een monitoringsroute conform de RAVON systematiek. Dit gebied en deze monitoringsroute liggen in een deel van het Oostvaardersbos waar geen edelherten mogen komen. Een tweede monitoringsroute, met twee broeihopen langs de route, ligt in het gebied waar de edelherten wel kunnen komen. Deze route wordt gelopen sinds 215. Methode Broeihopen beheren Landschapsbeheer Flevoland kiest ervoor om broeihopen te beheren in de periode 1 oktoberdecember, met een voorkeur voor 1 oktober-15 november. Reden is dat de eieren dan zeker uitgekomen zijn en dat eventueel aanwezige ringslangen nog ruim voor de winter tijd hebben om een andere plek te zoeken. Daarnaast is de beschikbaarheid van maaisel in deze periode groot. Veel andere organisaties beheren broeihopen in het vroege voorjaar. Nadeel van deze periode is de beschikbaarheid van maaisel en dat eventueel vers maaisel tijdelijk een sterke broei heeft waardoor ringslangen op verkeerde plekken hun eieren afzetten. De oude broeihoop wordt gekeerd en voorzien van nieuw maaisel. Samen met het toevoegen van takken ontstaat een nieuwe broeihoop. In het Oostvaardersveld liggen nu vier broeihopen (figuur 1). Twee hopen liggen er vanaf 1997 (blauwe rondjes figuur) en twee hopen sinds 215 (sterren figuur) Eischalen Eventuele eischalen in de broeihopen worden apart gehouden en aan het eind van de werkzaamheden geteld. Tevens wordt een schatting gedaan van het aandeel eieren dat succesvol uitgekomen is. Eieren die succesvol zijn uitgekomen hebben een of meerdere snedes in de eischaal.

Monitoring ringslangen Zeven keer per jaar wordt een route gelopen waarbij aan weerzijde van het traject gekeken wordt of er zonnende slangen liggen. Gelopen wordt ongeveer maandelijks in de periode april-september. De tellingen worden lang van te voren gepland waardoor weinig rekening gehouden wordt met de weersomstandigheden. Alleen bij langdurige regen of andere uitzonderlijke omstandigheden vinden de tellingen niet plaats. In het Oostvaardersveld zijn er twee routes: een route die sinds 1998 gelopen wordt (blauw in figuur) en een route die in 215 voor het eerst gelopen is (Rood in figuur). Resultaten Figuur 1: Monitoringsroutes met langs elke route twee broeihopen Oude route en oude broeihopen 216 was voor de monitoring een vrij normaal jaar. De weersomstandigheden waren gunstig. Op veel van de dagen was er een mooie afwisseling van zon en bewolking. Het aantal slangen op de route lag dit jaar hoger dan de voorgaande drie jaar. Opvallend in de waarnemingsreeks is de telling van mei. Op 14 mei werden op de route 11 dieren waargenomen (allen nabij de broeihopen); een situatie die zich normaliter voordoet in juni. In juni werden juist vrij weinig dieren aangetroffen. De waarneming suggereert dat het eileggen dit jaar vroeger gestart is dan gebruikelijk. In 213 werden op de 7 telrondes gemiddeld 1,6 dieren aangetroffen. In het telseizoen 214 vonden tal van werkzaamheden plaats in het Oostvaardersveld. Binnen het telgebied was de ingreep beperkt tot de kap van de bomen langs het fietspad (welke wel een belangrijk onderdeel vormt van de telroute). 216 vormt in de totale reeks een mooi score en geeft aan dat de inzinking van 213 en opbouw erna voltooit is.

Gemiddeld aantal ringslangen per ronde en aantal eieren per jaar 5, 45 4,5 4, 3,5 3, 2,5 2, 1,5 1,,5 werkzaam heden 4 35 3 25 2 15 1 5, 1999 2 21 22 23 24 25 26 27 28 29 21 211 212 213 214 215 216 Figuur 2: Gemiddeld aantal aangetroffen ringslangen per monitoringsroute en het aantal eieren in de broeihopen. Het betreft het gebied waar sinds 1998 maatregelen voor de ringslang genomen worden en waar geen begrazing van grote grazers plaatsvindt. Het aantal eieren in de twee broeihopen is in 216 zeer gunstig: 2782 in totaal. Daarvan is ook nog zo n 9% uitgekomen. Al met al een succesvol jaar. Er is vaak een verband te zien tussen het aantal eieren in de broeihoop en het gemiddelde aantal ringslangen op de route. Dit komt omdat in juni en september juist veel dieren nabij de broeihoop worden gezien. In juni de drachtige vrouwtjes en in september uitgekomen jongen (dit jaar dus al in mei). Nieuwe route en nieuwe broeihopen De nieuwe route is in de periode april-september 7 maal gelopen. Gemiddeld leverde dat,66 dieren per ronde op; vergelijkbaar met het vorige jaar. De vegetatie op de route wordt steeds dichter zodat dieren ook steeds meer richting pad zullen trekken om te zonnen Figuur 3: Tellen van de eieren. Altijd een hele klus!.

5 gemiddeld aantal slangen per jaar 4 3 2 gemiddeld aantal slangen per jaar 1 215 216 Figuur 4: Gemiddeld aantal waargenomen slangen per jaar op de monitoringsroute Oostvaardersveld met begrazing van edelherten. Het aantal eieren in de twee broeihopen lag dit jaar op 52: een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. In beide broeihopen lagen dit haar ongeveer evenveel eieren terwijl er vorig jaar alleen eieren aanwezig waren in de broeihoop aan de noordelijke zijde van de Praamweg. Beide broeihopen zijn dit jaar dan ook beter gecomposteerd. Uit de literatuur komt naar voren dat broeihopen die langdurig op dezelfde plek liggen in de loop der jaren beter benut worden. 6 5 4 3 2 215 216 1 bij spoor bij plas totaal Figuur 5: Aantal eischalen in de nieuwe broeihopen van het Oostvaardersveld. Beide jaren vormen een mooie referentie voor de ontwikkeling en aanwezigheid van de ringslang zonder begrazingsdruk van edelherten. In de winter 215/216 zijn slechts enkele herten in het Oostvaardersveld aanwezig geweest. Dankwoord Veel dank is verschuldigd aan Leo Kuijs die een deel van de monitoringsroutes heeft gelopen. Marjan Adema-van Beek, Rick de Boer, Albert Burggraaff met twee kinderen familie Egberts met twee kinderen, Toos Klarenbeek, Corina Luijten, Sjoukje Meijerink, Jan Meijerink, Oudendijk, Ronald Pronk, Helma Rabelink, Jan Verbraaken, Marijke Verbraaken hebben meegeholpen met het monitoren en/of het omzetten van de broeihopen., Verder natuurlijk dank aan SBB voor het leveren van het maaisel!