Vissennetwerk 16-6-2011 Jaap Quak opent als voorzitter van het Vissennetwerk de dag. Normaal denk je bij vissen niet zo snel aan stadswater maar meer aan polders, natuur, beken. Vandaag zal juist blijken dat stadswateren veel soorten vis bevatten en dat het maatschappelijk belangrijke wateren zijn. Deze dag is mede georganiseerd samen met en door het Hoogeheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Zij dragen deze keer ook financieel een belangrijk steentje bij. Er is een kleine wijziging in het programma omdat de wethouder door trieste familieomstandigheden moest afzeggen. Bert Zoetemeyer van Sportvisserij Nederland is op het laatste moment bereid gevonden een presentatie te houden over 'Vissen in de stad'. Daarnaast heeft Kees Dekker van Landschap Noord Holland gevraagd om 2 minuten spreektijd ivm de Vissenatlas die momenteel wordt gemaakt. Hij zal voor de lunch spreektijd krijgen. De wandeling is geen officiële 'guided tour' maar vooral om even frisse lucht te happen en te netwerken. Jaap wenst iedereen een leerzame dag toe. Fred Haaijen is stadsecoloog bij het Stadsdeel Amsterdam Noord. Hij heeft vroeger wel gevist en heeft momenteel nog verschillende aquaria. Ook zijn naam verbindt hem met vissen (haha). Fred vertelt dat vissen in de stedelijke omgeving onderbelicht zijn. Eigenlijk alleen als er problemen zijn, is er aandacht voor vis. Dat zou kunnen worden verbeterd, zeker als water helderder wordt en men vis weer ziet. Vis is ook niet zo aanwezig in het waterplan van het stadsdeel, wel het 'huis van de vis'. Verder vertelt Fred dat er soms wel heel veel vis in een stadswater zit en hij pleit ervoor dat men de Nederlandse zoetwater witvis weer culinair moet leren waarderen en dat er af en toe vis moet worden meegenomen. Het stadsdeel zoekt vaak de samenwerking met HHNK, Waternet en ook de Amsterdamse Hengelsport Vereniging (AHV). Ze schakelen ook de AHV in bij calamiteiten. De samenwerking zorgt voor draagvlak. Positieve partners helpen bij het vormgeven van goed visstandbeheer. Bert Zoetemeyer werkt bij Sportvisserij Nederland als ecoloog bij de afdeling Communicatie en Educatie en neemt ons mee 'de stad in'. Wat vang je in de stad? Wie vist er in de stad? En wat heeft de stad te bieden? Zijn boodschap is dat juist de bebouwde kom de plek is waar jongeren makkelijk en zelfstandig contact maken met de natuur, met vis. Ook voor ouderen en minder validen zijn de wateren dichtbij (dus in de omgeving van hun huis) de plek om te vissen, tot rust te komen en even helemaal weg te zijn. Sportvisserij Nederland en de federaties geven daarom VISlessen op
basisscholen aan kinderen van groep 7. De kinderen leren over waterdiertjes, vissen, de leefomgeving van vissen enz. Ook leren ze goed omgaan met vis en er wordt even gevist met een hengel. En dat wordt altijd leuk gevonden, zelfs in de stromende regen. Verder wijst Bert ons op Fish4Future. Een project waarin met probleemjongeren wordt gevist. Dit blijkt wonderbaarlijk goed aan te slaan. Zie ook www.fish4future.nl. Ook bij kinderen met ADHD blijkt vissen een hele goede manier om tot rust te komen. Even alles op een rijtje krijgen in de bovenkamer. De resultaten zijn verbluffend positief! Tenslotte pleit Bert ervoor dat een gemeente alle visrechten verhuurt aan de lokale hengelsportvereniging om hen daarmee verantwoordelijk te maken voor het visstandbeheer. Hiermee creëer je betrokkenheid van de burger. De burger wil graag een bijdrage leveren aan zijn directe omgeving. Hij vindt dat je niet te krampachtig moet doen met de natuur in de stad. De gebruiksfunctie is zeer belangrijk. Maak van ieder stadswater hengelwater! (water dat qua visstand en oever is ingericht om (ook) te kunnen vissen en waar eventuele uitzet van vis in overleg moet kunnen). Bij de vragen wijst iemand op de overlast van karpervissers overdag en 's nachts. In de vislessen zou hier aandacht voor moeten zijn. Bert geeft aan dat die aandacht er is, maar de kinderen in groep 7 zijn het probleem niet. Rommel en overlast wordt benoemd in de vislessen. Door de HSV de visrechten te verhuren kun je deze er ook op aanspreken. Ton van der Spiegel is bioloog, heeft jaren bij de OVB gewerkt en is nu werkzaam voor de Sportvisacademie Het Lucius College in Alkmaar. Daarnaast heeft hij een eigen adviesbureau esox consultancy en is hij bestuurslid van de 's Gravenhaagse Hengelsportvereniging. In Den Haag is de Haagse waterverkenner opgezet. In nauwe samenwerking met de gemeente en met een goede financiële bijdrage van de gemeente zijn veel vrijwilligers opgeleid om te inventariseren. Veel stadswater is door ze geïnventariseerd en dit is uiteindelijk in een database met website openbaar gemaakt http://waterverkenner.ghvdenhaag.net/ Er zijn streefbeelden opgesteld en betrokkenheid van de vrijwilligers is groot. Er is goed samengewerkt met HH Delfland en Visserijbedrijf De Boer. In het project is bepaald dat het schubvisrecht van alle wateren aan de vereniging verhuurd wordt. Er wordt gevraagd wie wat doet en waar verantwoordelijk voor is. HH Delfland is verantwoordelijk maar er is wederzijds vertrouwen en respect. En er is ruimte voor de sportvissende burger. Zo zijn er bv. spiegelkarpers uitgezet. Een andere vraag is waar het geld vandaan komt. Het HH Delfland en de gemeente hebben een pot voor de samenwerking en de vrijwilligers krijgen alleen een kilometervergoeding verder niets. Zij verzetten veel werk. Ton licht nog toe dat alle visstandbemonsteringsplaatjes uit Piscaria komen maar niet via een 'live' koppeling. De gegevens voldoen aan de KRW
bemonsteringseisen. In het betreffende gebied is door HH Delfland en de gemeente aan de bureaus de verplichting opgelegd gebruik te maken van Piscaria. Kees Dekker van het Landschap Noord Holland vertelt over de zoektocht naar visgegevens voor de Vissenatlas. Hij doet een oproep om gegevens aan te leveren en vraagt om een financiële bijdrage voor de druk van de atlas. Het is mogelijk om een specifieke vis te sponsoren voor 150,- Dorien Roubos werkt voor Waterschap Vallei & Eem. Zij geeft aan dat er soms onduidelijkheden zijn tussen gemeente en waterschap over wie nu wat doet in de stedelijke wateren. Eigenlijk is een gezamenlijk waterplan noodzakelijk. Er zijn veel verschillende belangen: hoe combineer je dit? Waterschap heeft een hele leuke vorm van streefbeeldpresentatie gevonden. Het boekje komt digitaal beschikbaar via het Vissennetwerk. Het waterschap kondigt aan dat de samenwerking met de HSVen m.b.t. de streefbeelden nog beter zal worden ingevuld. Bij het baggerproject is wel nauwe samenwerking met de VBC. Dorien pleit ervoor dat bij baggerprojecten al van te voren rekening wordt gehouden met de streefbeelden voor de visstand zodat daar ook direct invulling aan kan worden gegeven en werkzaamheden kunnen worden gecombineerd. Ze geeft ons tenslotte nog een aantal nuttige tips welke in haar presentatie terug te vinden zijn. Er wordt gevraagd waarom er rooster worden gebruikt om watersystemen te scheiden en verschillende streefbeelden toe te kennen. Dorien ligt toe dat het deelsysteem eerst moet herstellen en dat hierbij de streefbeeld visstand per systeem is teruggezet. Roosters zijn er om de visstand apart te houden. Op de opmerking van Dorien dat de streefbeelden ook direct het toetsingskader zijn, wordt door Tom Voorham van de federatie Noordwest Nederland aangegeven dat juist was afgesproken in de VBC dat dit niet zo zou zijn. Beiden spreken af elkaar na afloop zaken toe te lichten. Er wordt gevraagd hoe er werd gebaggerd. Bij nat baggeren hoeft de vis niet verwijderd te worden. Dit is op verzoek van de HSV toch gedaan. Het waterschap heeft hier nauw samengewerkt met de lokale vereniging en naar ze geluisterd. Mogelijk is de vis te vroeg terug uitgezet, aldus Dorien omdat de vegetatie nog niet goed ontwikkeld. Guido Waajen werkt als ecoloog bij Waterschap Brabantse Delta. Hij gaat in op een veel voorkomend probleem in stadswateren: blauwalgenbloei. Diverse experimenten zijn uitgevoerd met Phoslock, baggeren, verwijderen van vis en combinaties. Er komen geen eenduidige resultaten uit de verschillende experimenten. Soms werkt de ene maatregel, soms de andere, soms een combinatie en soms
werkt een combinatie juist weer minder. Een compartiment waar de visbiomassa was verlaagd van 1200 kg/ha naar 250 kg/ha vertoonde het jaar daarop toch algenbloei. Phoslock laat soms het fosfaat weer los. Resultaten moeten worden bekeken op langere termijn maar de compartimenten worden straks bij elkaar gevoegd. Phoslock is goedkoper dan baggeren. Conclusie van Guido is dat DE oplossing nog niet gevonden is. Hij adviseert het te zoeken in combinaties van maatregelen maar het blijft altijd maatwerk. Extrapoleren van de resultaten kan in theorie maar in de praktijk helaas niet. Bovendien betreft het kleine compartimenten en dit is toch anders dan een echte vijver. Bij de vragen wordt aangegeven dat in de jaren tachtig ook veel van dit soort onderzoek is uitgevoerd, eveneens met sterk wisselende resultaten. In de discussie maakt Jaap de tweedeling 1. technisch-inhoudelijke punten en 2. andere zaken, zoals samenwerking en emoties. Hij vraagt de zaal wat men inhoudelijk mee naar huis neemt. De aanvulling van Waterschap Vallei & Een op de viswatertypering met oeverbeelden en de boekvorm zijn vernieuwend. De oeverbeelden zijn handig om maatregelen uit af te leiden. Verder wordt aangegeven dat het goed is dat ook juist problemen en de niet successen zijn besproken in het verhaal van Guido. Tenslotte wordt opgemerkt dat we scherp moeten blijven kijken of maatregelen in de praktijk wel echt het effect hebben dat we beogen. Voor wat betreft het tweede aspect komt het probleem boven waarbij waterschappen vaak wel het beheer maar niet het eigendom overnemen van gemeenten. Dit maakt het onduidelijk wie wat moet doen enz. Er wordt gevraagd of hiermee ervaringen zijn in de zaal. In Zwolle en in Beverwijk is overdracht ook aan de orde geweest daar kan van geleerd worden. Bij Waterschap Regge & Dinkel is vis nog vaak een ondergeschoven kindje, aldus een medewerker van het WS. Er wordt vooral aan waterbeheer/ veiligheid/ afvoer gewerkt. Eigendom blijft in 99% van de gevallen bij de gemeente. Algemeen gesteld, wordt samenwerking noodzakelijk geacht om effectief te zijn. Communicatie (bv. over het voeren van eendjes) heeft blijvend aandacht nodig. Er wordt aangegeven dat betrokkenheid van de burger vaak lastig is. Hoe maak je de burger bewust van zijn verantwoordelijkheid? Bij HSVen is de betrokkenheid groot en er zijn veel vrijwilligers. De ingang is vrij eenvoudig. Erkenning en ook soms toekenning van wat ze willen is dan wel een vereiste om ze vast te houden. Door ze ruimte te geven voelen ze zich verantwoordelijk. Het is ook stimulerend om doelen en tussen doelen vast te stellen zodat de vrijwilliger de vooruitgang ziet (dit voelt als beloning). Sommige bestuursleden van HSV-en voelen zich niet gehoord terwijl ze al meer dan 20 jaar met hart en ziel bezig zijn met de visstand en het water. Door telefoonnummers uit te wisselen kan regelmatig kort contact de betrokkenheid en het verantwoordelijkheidsgevoel sterk toenemen. Er wordt gevraagd van wie de naar lucht happende vis is en waar je er mee heen moet als je ze uit het water redt. Dit blijkt lastig omdat de waterbeheerder eigenlijk nergens zit te wachten op meer vis. Er zijn hengelwateren genoeg waar de vis wel kan worden uitgezet. Ook hiervoor zijn telefoonnummers en contacten handig. In de steden zou je niet te krampachtig natuur moeten willen maken. In VBC's kun je ook contact maken, protocollen
opstellen, uitzetlocaties afspreken etc. juist met de praktisch ingestelde mensen kom je verder. Zoek die op en minder de beleidsmensen. Dan wordt vaak een praktische oplossing geboden. Omdat het wat stilvalt, vraagt iemand hoe erg het is als vis dood gaat als gevolg van droogte of bv. tijdelijke zuurstofloosheid in de winter. Door meerdere mensen wordt hier toch gewezen op de esthetische aspecten. Wanneer het een niet door de mens veroorzaakt probleem is, dan zou je het natuurlijk kunnen noemen (dan nog moet je vanuit je zorgplicht ingrijpen als dat binnen je mogelijkheden ligt) maar bij achterstallig onderhoud is er geen sprake is van natuurlijk sterfte. Bert Zoetemeyer sluit de discussie met de opmerking dat hem is opgevallen dat veel naar betrokkenheid wordt gezocht en dat dit direct te vinden is bij de HSV-en. De gemeenten en waterbeheerders kunnen daar wat mee, zeker als ze iets doen met de suggesties van de burgers. Dan blijven ze betrokken. Geef ze wat ruimte om zelf beheer te doen, vertrouwen. Dan heb je je betrokkenheid. Jaap bedankt traditiegetrouw de sprekers met een flesje wijn. Na de pauze wordt langs de Zaan gewandeld, het is inmiddels droog buiten. Hans Roodzand vertelt daarbij over de visgemeenschappen van de Zaan waarin zowel zoete als zoute vissoorten voorkomen. Daarna wordt er geborreld en genetwerkt. De volgende bijeenkomst is op 6 oktober ism de werkgroep Aalherstel. Thema is Aalbeleid- en herstel. Via de website www.vissennetwerk.nl komt snel meer info. Met dank aan Toine Aarts voor het verslag.