Samenvatting, conclusies, aanbevelingen SAMENVATTING EN CONCLUSIES In dit proefschrift worden de resultaten van een aantal studies gepresenteerd, die als doel hebben: (i) het voorkomen van bijwerkingen van cosmetica en toiletartikelen; (ii) de (kwantitatieve) rol van contactallergie hierbij; en (iii) de aardvan de oorzakelijke allergenen, te onderzoeken. Hoofdstuk I geeft een algemene inleiding op het gebied van cosmetica. Gegevens worden gepresenteerd over het gebruik (kwantitatief) van cosmetica en toiletartikelen; over de meest toegepaste bestanddelen; en over het spectrum van gepubliceerde bijwerkingen. Enkele belangrijke aspekten van de cosmetica wetgeving in de EEG worden samengevat. In Hoofdstuk 2 worden de resultaten van 2 epidemiologische studies naar de aard en de frequentie van bijwerkingen van cosmetische produkten gepresenteerd. Tevens worden de gegevens van 2 andere onderzoekingen, waarin geselecteerde groepen van dermatologische patiënten epicutaan werden getest met conserveermiddelen en parfumgrondstoffen, belicht. Het doel hiervan was de frequentie van contactallergie voor deze cosmetica ingredienten vast te stellen, en om allergenen te identificeren die in aanmerking komen om aan een " cosmeticum-reeks" toegevoegd te worden. A (Hoofdstuk 2.3). Een groep van 1609 personen van 33-64 jaar werd ondervraagd over het optreden van bijwerkingen van cosmetica en toiletartikelen. 196 (12,2%) van hen gaven aan in de voorafgaande 5 jaren zo'n bijwerking te hebben ondervonden. Vrouwen schreven de meeste reakties toe aan zeep, gelaatscreme, deodorant, shampoo en oogschaduw. Bij mannen stond zeep ook op de eerste plaats, gevolgd door aftershave, deodorant en badschuim. De meeste reakties waren gelokaliseerd in het gelaat, op de handen en onder de oksels. Het merendeel van de patiënten (63%)loste het probleem op door het gebruik van de verdachte produkten te staken, en een ander merk te gebruiken. De conclusies van deze studie en literatuurgegevens zij n: - Bijwerkingen van cosmetica en toiletartikelen zijn niet zeldzaam; in een periode van 1-5 jaar kunnen deze optreden blj l0% van de vclwassen bevolkins. 225
- De meeste bijwerkingen zijn mild van aard; niettcmin raadpleegde 30% van de patiènten in deze studie de huisarts. - Produkten die brj vrouwen de meeste reaktics veroorzaken yitn. zccn deodora n t. ( gela ats )cremes. sha m poo ;íi "";;;;;;;.;;;;j.;;i;. mannen zijn dit: zeep, aftershave, deodorant en doucheschuirn. - vrouwen rapporteren bijna tweemaal zovaak bijwerkingen ais mannen; dit verschil wordt grotendeels veroorzaakt door cosmetica die oo het gelaat u'orden aangebracht. - Het meerendeel der bijwerkingen wordt veroorzaakt door orthocrsischc invloeden (irritatie). - Personen met een atopische aanleg hebben wellicht ecn verhoogde kans op het ontwikkelen van bijwerkingen door cosmetica en toiletartikelen t.g.v. irritatie. B (Hoofdstuk 2.4). Een groep van 982 vaste cliênten van schoonhcidsspecialistes werd ondervraagd over het optreden van bijwerkingen van cosmetica en toiletartikelen.245 (26%) van hen gaven aan in de voorafgaande 5 jaren zo'n bijwerking te hebben ondervonden. De meeste reakties waren veroorzaakt door huidverzorgingsprodukten, pro<lukten voor de hygiëne (zeep, shampoo, badschuim etc.), oogcosmetica, deodorant,/antitranspiratiemiddel, en gelaatsmakeup. Met als doel de kwantitatieve rol van contactailergie vast te stellen werden 150 van deze vrouwen epicutaan getest met de Europese standaardreeks en een reeks van l5 cosmetica allergenen. In de standaardreeks werden slecht enkele positieve reakties gezien op allergenen die in cosmetische produkten kunnen voorkomen: parfummengsel (3), wolalcoholen (3), formaldehyde (2), pcrubalsem (l) en co_ lofonium (1). In de cosmeticum-reeks werden srechts 3 reakties gezien, allen op Kathon cg. De diagnose "cosmeticum-allergie" werd gestelcl bij 3 patiënten (2%), terwrjl deze diagnose bij I (5%,) als..mogelijk" werd beschouwd. De conclusies van dit onderzoek zijn: - Minder dan 10% van de bijwerkingen van cosmetica en toiletartikelen wordt veroorzaakt door contactallergie. Het mecrendeel der reakties is het gevolg van irritatie door produkten voor de hygiêne zoals zecp, shampoo, badschuim en door deodorant. - Irritatie van cosmetica en toiletartikele n kan zich manifesteren als verergering van preêxistente huidziekten zoals seborrhoisch cczeem en acne. - Personen met een atopischc aanleg hebben cen verhoogd risico op het ontwikkelen van bijwerkingen door cosmetische produkten ten gevolge van irritatie. C (Hoofdstuk 2.5). 179 patiênten verdacht van cosmeticum-allergic werden eplcutaan getest met een reeks van l6 parfumgrondstofíèn en 9 conserveermiddelen. Bij 61 (.3lVo) van hen werden een of meer positieve reakties 226
gezien. Bij de parfumgrondstoffen werden de meeste reakties gezien op isoeugenol, oakmoss, geraniol, a-amylcinnamicalcohol, en een mengsel van a-hexylcinnamic aldehyde en d-amylcinnamic aldehyde. Het parfummengsel in de Europese standaardreeks detecteerde bijna 80% van de gevallen van contactallergie voor niet in het mengsel aanwezige parfumgrondstoffen. In de groep van conserveermiddelen scoorden Kathon CG en quaterniuml5 het hoogste aantal positieve reakties. De conclusies van deze studie zijn: - Kathon CG en quaternium-15 zijn wellicht belangrijke allergenen in cosmetica; nader onderzoek is van belang. - Het parfum-mengsel in de Europese standaardreeks detecteert meer dan 80Vo van alle gevallen van parfum-allergie. - De veelal gebruikte testconcentraties van 270 voor oakmoss, geraniol en isoeugenol zijn te laag om alle gevallen van contactallergie hiervoor aan te tonen. Deze stoffen dienen apart in een hogere concentratie getest te worden bij verdenking op allergie voor parfumgrondstoffen. D (Hoofdstuk 2.6). Twee groepen van 627 en 501 patienten die verdacht werden van contactallergie werden getest met reeksen van conserveermiddelen. Benzoëzuur, benzalkoniumchloride, DMDM hydantoin, Kathon CG en alkyltrimethylammoniumchloride scoorden meer dan 1% positieve reakties. De testconcentraties van benzoèzuur, benzalkoniumchloride en alkyltrimethylammoniumchloride waren marginaal irriterend, zodat een aaníal "positieve" reacties mogelijk toxisch (fout- positief) waren geweest. De reakties op de formaldehyde-donor DMDM hydantoin waren het gevolg van allergie voor formaldehyde. De conclusie van deze studie is dat Kathon CG een plaats verdient in een "cosmeticum screening-reeks". Hoofdstuk 3 beschrijft de resultaten van een retrospectief en van een prospectief onderzoek naar de allergenen in cosmetica. Er wordt een samenvatting gegeven van door de auteur gepubliceerde gevallen van cosmeticumallergie door zelden of niet eerder beschreven contactallergenen íhoofdstuk 3.5). A Retrospectief onderzoek (Hoofdstuk 3.3). Tussen 1981 en 1985 werden 49 patiênten met cosmeticumallergie onderzocht. Dit aantal was 0.37o van het totaal aantal nieuwe patiênten, en 3.5V0 van de patiênten die wegens verdenking op contactallergie epicutaan waren getest. Het gelaat was het meest frequent aangedaan. Bijna de helft van alle verantwoordelijke cosmetica (457o) warcn huidverzorgingsprodukten. Daarna volgden haarcosmetica (1070), scheerprodukten (10%) en nagelcosmetica (8%). 20 van de patiênten werden getest met alle bestanddelen van de verdachte produkten. B4 22 andere patiënten kon de aard van de oorzakelijke allergenen 227
met hoge mate van waarschijnlijkheid worden vastgesteld aan de hand van de resultaten van het testen met de Europese standaardreeks en,/of additioneel geteste cosmctica-allergenen. In totaal werden 2l (groepen van) cosmeticumingrediënten geidentificeerd als allergenen. Parfums (-grondstoffen) veroorzaakten 55%; van alle reakties. Conserveermiddelen,/ antimicrobiêle stoffen waren verantwoordelijk voor 20Vc van de allergischc reakties. In deze categorie werden de meeste reakties veroorzaakt door Kathon CG. 80Á van de cosmeticum-allergieên was veroorzaakt door dc emulgator oleamidopropyldimethylamine. De conclusie van dit onderzoek is dat parfumgrondstoffen en conserveermiddelen de belangrijkste oorzaken zijn van cosmcticumallergie in Nederland tot 1985. B Prospectie.f onderzoek (Hoofdstuk 3.4). In een periode van l7 maanden (1986-1987) werden 119 patiênten met cosmeticum-allergie onderzocht. Dit aantal was 0.670 van alle nieuwe patiëntcn, en 5.80/r, van de patiënten die wegens verdenking op contactallergie door de auteur epicutaan waren getest. Het gelaat cn de oogleden waren het meest frequent aangedaan. Meer dan de helft van alle reakties (56%) was veroorzaakt door huidverzorgingsprodukten. Daarna volgden nagelcosmetica (13%), parfums (8%), haarcosmetica (6Vo), deodorantia (5ol:) en cosmetica voor de ippen (4%:). 8l patienten werden getest met alle, en 38 met een of meer bestanddelen van de verdachte cosmetische producten. In totaal werden 53 cosmeticumallergenen geidentificeerd. Verreweg het belangrijkste contactallergeen was Kathon CG, dat verantwoordeiijk was voor de allergie bij 33 patiênten (2\o/o). Daarop volgden tolueensulfonamide,/formaldehyde hars (15 patiënten, l3%) en oleamidopropyldimethylamine (13 patiênten, ll%). Bij 15 patiênten was de cosmeticumallergie veroorzaakt door de (niet nader gespecificeerde) parfumfraktie. De conclusie van deze studie is dat conserveermiddelen, parfumgrondstoffen en emulgatoren de belangrijkste groepen van voor cosmeticumallergie verantwoordelijke bestanddelen zijn in Nederland. De belangrijkste allergenen zijn Kathon CG, tolueensulfonamide,/formaldehyde hars en oleamidopropyldimethylamine. In Hoofdstuk 4 wordt de rol van Kathon CG bij cosmeticum- allergie toegelicht. In 1986 werd Kathon CG 100 ppm in water door de leden van de Commissie Contactdermatosen aan de routinereeks toegevoegd, met als doel de prevalentie van allergie voor het conserveermiddel te bepalen. 3114 patiênten verdacht van contactallergie werden getest. 155 van hen (5,}c/o) hadden een positieve reaktie op Kathon CG; bij 109 (3,5%) was deze reaktie relevant voor de klachten van de patiënt. Bij een onderzoek naar de aanwezigheid van Kathon CG in cosmetica, bleken 59 (237o) van de 253 onderzochte produkten met dit middel geconserveerd. De conclusie van de studies, in dit hoofdstuk besprokcn, is dat de aanwezigheid van 228
Kathon CG in een hoeveelheid van 7 ppm aktieve ingrediênten of meer in cosmetische produkten die op de huid blijven ("stay-on products") een duidelijk risico in zich bergt op contactallergische reakties. Geadviseerd wordt om Kathon CG aan de Eurooese standaardreeks toe te voesen. In HoofdstuË 5 wordt beschreven dat oleamidopropyldimethylamine een belangrijke oorzaak is van cosmeticumallergie in Nederland. Alle gevallen van allergie voor deze cationische emulgator waren veroorzaakt door één merk baby body lotion, dat 0,370 oleamidopropyldimethylamine bevat. De klinische gegevens van 12 patiènten allergisch voor de emulgator worden besproken. De meeste patiënten (allen vrouwen) hadden de baby body lotion al jaren gebruikt, zowel als "vochtinbrengende creme" alsook voor het verwijderen van gelaats- en oogmakeup. Bij l0 patiënten (837o) was het eczeem, veroorzaakt door de baby body lotion, gelocaliseerd op het gelaat, m.n. rond de ogen. Berekend werd dat per jaar I op de 700-1000 personen door het gebruik van de baby body lotion allergisch wordt voor oleamidopropyldimethylamine. In een ander onderzoek werden 13 patiênten, bekend met allergie voor oleamidopropyldimethylamine epicutaan getest met een reeks van verwante emulgatoren van het amide-amine type. Bij één patiënte werd geen enkele reaktie gezien op deze stoffen, maar de overige l2 hadden tenminste 4 reakties op de verwante allergenen. De meeste reakties werden geconstateerd op ricinoleamidopropyldimethylaminelactaat en tallowamidopropyldimethylamine (l I patiénten,8570); daarna volgden lauramidopropyldimethylamine met positieve reakties bij 9 van 12 geteste patiënten (757o), en myristamidopropyl dimethylamine bij 6 patiênten (46%). AANBEVELINGEN De resultaten van de studies die in dit proefschrift beschreven worden hebben een aantal praktische implicaties voor de fabrikant van cosmetica en voor de dermatoloog: 1. Het merendeel der bijwerkingen van cosmetica en toiletartikelen berust op irritatie. Derhalve verdient het onderzoek naar de irritatiepotentiaal van cosmeticabestanddelen en cosmetische produkten (nog) meer aandacht. Aangezien atopici een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van bijwerkingen door cosmetica t.g.v. irritatie, verdient het aanbeveling om in een testpanel voor nieuwe produkten veel atopici op te nemen. 2. Het verdient aanbeveling om Kathon CG niet toe te passen in "stayon" produkten in een concentratie van 7 ppm aktieve ingrediënten of hoger. Nader onderzoek dient gericht te zijn op de antimicrobiêle aktiviteit van lagere concentraties van dit conserveermiddel, en op de invloed van concentratieverlaging op de allergiepotentiaal. Combinaties 229
van lagere concentraties Kathon cg en andere conservcermiddelen dienen onderzocht te wordcn. FIet conserveren van produkten clie nret op dc huid blijven ("rinsc-off products") met Kathon CG in ecn càncentratie van 5 ppm of lager kan gecontinueerd worden, omdat dit geen onacceptabel risico op sensibilisatie in zich bcrgt. 3. Het verclient aanbcveling om oleamidopropyldimethylamine niet in stayon producten in een concentratie van 0,37c of hoger toc te passcn, vooral niet wanneer dezc op beschadigde huid of rond de ogen geappliceerd kunnen worden. De allergiepotentiaai van verwante emulgatoren van het amide-amine type dient nauwkeurig ondcrzocht tc worden, alvorens deze toe te passcn in stay-on cosmetlca' Á Ofschoon d.e risico-inclex waarschijniijk laag is, is het nagellak bestandcleel tolueensulfonamide/formaldchyde hars ecn be langrijke oorzaak van allergie voor cosmetica. Onclerzoek op dit tcrrein dient gericht te zi.;n op dc ontwikkeling van harsen van dezelfde kwaliteit, maar met een lagere allergiepotentiaal. De aanwezigheid van formaldehyde in nagelverharders ciie tolueensulfonamide,/ Íbrmaldehyde hars bevatten verhoogt mogelijk de kans op sensibilisatie voor de hars. Het verdicnt aanbcveling om Kathon CG in een concentratle van 100 ppm in water op te nemen in de standaardrceks van allergcnen dic als routine getest wordt brj patiênten die verdacht worden van contactallersie. 6. Een recks van allergenen die als routine getest wordt bij verdcnking op cosmeticumallergie kan als volgt worden samengesteld (aan te passen aan lokale omstandigheden): 2-Broom-2-nitropropaan- 1,3-diol (conserveermiddel) Chlooracetamide (conserveermiddel) Diazolidinylureum (conservcermiddel) Eugenoi (parfumgrondstof) Glycerylthioglycollaat (permanent) r Hydroxycitronellal (parfumgrondstof) Imidazolidinylureum (conserveermiddel) 4-Isopropyldibenzoylmethaan (UV-filter) Kathon CG (conserveermiddel) Oleamidopropyldimethylamine (emulgator) " Phenylsalicylaa t (UV-filter, smaakstof) Propolis (moisturiser) Propyleenglycol (moisturiscr) * Tolueensulfonamide,/formaldehyde hars (hars) 0,25c/r, in petrolatum 0,2% in pctrolatum 2%t in water 5% in petrolatum 25% tn petrolatum 4% in petrolatum 2/o in petrolatum 2/o in petrolatum 100 ppm in water 0,47t in water 1% in petrolatum l0% tn pctrolatum 5% in water 10% ]n petroiatum * cavc toxische reaktics bij plakproeven 230