Operatie aan de traanwegen



Vergelijkbare documenten
Verkleining van de inwendige neusschelpen. Conchareductie

Operatie aan de traanwegen

Operatie van het neustussenschot. Septumcorrectie

Endoscopische operaties aan de bijholten van de neus

Verkleining van de inwendige neusschelpen. Conchareductie

Kijkoperatie aan de stembanden. Laryngoscopie/microlaryngoscopie

(Peri)tonsillair abces. Operatie aan een abces in of rond de keelamandel

De traanwegoperatie. Zuyderland Eyescan en KNO

Operatie van het neustussenschot

Totale neuscorrectie. Open septorhinoplastiek

Operatie van het neustussenschot. Septumcorrectie

Welke functie heeft de neus? Wat zijn neuspoliepen?

Operatie van het neustussenschot. Septumcorrectie

Snurkoperatie. Uvulo-Palato-Pharyngo-Plastiek (UPPP) Operatie aan het gehemelte en de huig om meer ruimte in de keel te maken

Keel-, Neus- en Oorheelkunde. Conchotomie.

In- en uitwendige correctie van de neus

Kijkoperatie via de neus in de kaakholte: antroscopie. Onder algehele verdoving

Endoscopische operaties aan de bijholten van de neus

Operatie aan de oogleden Ooglidcorrectie. Dermatochalasis, ptosis of entopion/ectropion

Esthetische neuscorrectie

Traanwegsondage bij kinderen

Kijkoperatie achter het bovenste gedeelte van het borstbeen langs de luchtpijp. Mediastinoscopie

Poliklinische operatie plastische chirurgie. Voorbereiding en nazorg bij poliklinische operaties onder plaatselijke verdoving

Neuscorrectie bij plastische chirurgie

Middenoorinspectie via kijkoperatie

Traanwegoperatie (DCR)

Correctie van het neusseptum (septumcorrectie) Afdeling KNO

Schoonmaken van de neusbijholten via een kijkoperatie

OPERATIE AAN DE GEHOORBEENTJES Tymanoplastiek FRANCISCUS VLIETLAND

Vervanging van de stijgbeugel: Teflon interpositie. Ooroperatie waarbij het gehoorbeentje vervangen wordt door een kunststof prothese

Vervanging van de stijgbeugel: Teflon interpositie. Ooroperatie waarbij het gehoorbeentje vervangen wordt door een kunststof prothese

Keel-, neus- en oorheelkunde. Patiënteninformatie. Conchareductie. Verkleining van de inwendige neusschelpen. Slingeland Ziekenhuis

Keel-, neus- en oorheelkunde. Patiënteninformatie. Operatie van het neustussenschot. Septumcorrectie. Slingeland Ziekenhuis

Operatie aan de traanbuisjes (DCR) Door de KNO-arts bij volwassenen

Verkleinen van de neusschelpen (conchareductie) Afdeling KNO

Tenniselleboog of tennisarm

Tranende Ogen en de behandelingen

Schoonmaken van de neusbijholten via een kijkoperatie

Operatie aan de keelamandelen bij volwassenen

Traanwegoperatie Radboud universitair medisch centrum

Tranende ogen. Poli Oogheelkunde

Verwijderen van een nier via een kijkoperatie. Laparoscopische nefrectomie

Operatief verwijderen van lymfeklieren in het kleine bekken. Pelviene lymfeklierdissectie

Totale neuscorrectie. Open septorhinoplastiek

Traanklachten en traanwegoperaties

Welke functie heeft de neus? Wat zijn neuspoliepen?

Ketenreconstructie. Ooroperatie waarbij de keten van gehoorbeentjes weer intact wordt gemaakt

Oogheelkunde TRANENDE OGEN

Trommelvliessluiting. Myringoplastiek

Rechtzetten neustussenschot en neusschelpverkleining (septumcorrectie en conchareductie) incl. leefregels

Opheffen van een vernauwing in de plasbuis. Urethrotomie volgens Sachse of Otis

Ketenreconstructie. Ooroperatie waarbij de keten van gehoorbeentjes weer intact wordt gemaakt

Operatie aan de neus, de in- en uitwendige neuscorrectie. Afdeling KNO

Verkleinen van de neusschelpen (conchareductie) incl. leefregels

Keel-, Neus- en Oorheelkunde. Een gebroken neus.

Rechtzetten neustussenschot en neusschelpverkleining. (septumcorrectie en conchareductie) inclusief leefregels

Tranende ogen. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden

Carpale tunnelsyndroom

Interventie bronchoscopie

Lipofilling. Behandeling door de plastisch chirurg

Opheffen vernauwde voorhuid bij volwassenen. Circumcisie

Operatie aan de amandelen bij volwassenen. Tonsillectomie

Correctie van het neustussenschot Septumcorrectie

Verwijderen van neuspoliepen via een neusbijholte-operatie

Vrij leggen van de zenuw aan de binnenzijde van de elleboog. Informatie over een nervus ulnaris operatie bij neurochirurgie

Endoscopische operatie aan de bijholten van de neus

Haarnestcyste. Sinus pilonidalis

Behandeling van stressincontinentie TOT

Operatie in de neusbijholte(n) inclusief leefregels

Glasvochtoperatie. Vitrectomie

Operatie aan de stembanden (microlarynoscopie)

Opheffen van een beknelling van de middelste zenuw aan de binnenkant van de pols

Verwijderen van nierstenen via een kijkoperatie

Strabismus-operatie. Informatie voor ouders/verzorgers van een kind dat een strabismus-operatie ondergaat

Carpale tunnelsyndroom. Beknelling van de middelste zenuw aan de binnenkant van de pols

Verkleinen van de neusschelpen. (conchareductie)

Opheffen vernauwde voorhuid bij volwassenen. Circumcisie

Hersteloperatie na sterilisatie van de man. Vaso-vasostomie

Verkleinen van de neusschelpen

Sanerende ooroperaties. Verwijderen van een oorontsteking/ cholesteatoom: radicaaloperatie/posterieure tympanotomie

Maatschap Keel-, Neus- en Oorheelkunde. Inwendige neuscorrectie

Operatie aan de oogleden Ooglidcorrectie. Dermatochalasis, ptosis of entropion/ectropion

Littekencorrectie. Het verbeteren van littekens door de plastisch chirurg

Operatie aan de neusbijholten

Lymfeklieren verwijderen in het bekken

Operatie aan de amandelen bij volwassenen. Tonsillectomie

Urologie Besnijdenis / circumcisie bij de man onder ruggenprikverdoving of algehele verdoving

VERWIJDEREN VAN EEN ONDERKAAKSPEEKSELKLIER Glandula submandibularis FRANCISCUS VLIETLAND

Wat zijn tranen? Tranen ontstaan door de kleine klieren van het slijmvlies en van de ooglidranden. Deze zorgen ervoor dat het oog steeds gesmeerd is.

Beknelling van spieren/spiergroepen in het kapsel door zwelling. Chronisch compartiment syndroom aan het onderbeen

Uitwendig fixatiemateriaal bij botbreuken

Haarnestcyste. Sinus pilonidalis

Een traanwegoperatie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Behandeling liesbreuk

Verwijderen van één of meerdere blaasstenen

Operatieve verwijding van de gehooringang (meatoplastiek)

Behandeling liesbreuk

Wat is een littekenbreuk Onderzoek Behandeling

De endoscopische neusoperatie FESS

Transcriptie:

Operatie aan de traanwegen

2

Uw behandelend oogarts/kno-arts heeft voorgesteld om vanwege traanklachten een operatie te laten verrichten. De operatie wordt verricht door de oogarts in samenwerking met de KNO-arts. Deze folder geeft u informatie over wat de oogarts/kno-arts in het CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kunt nalezen. Traanklachten Iedereen heeft wel eens klachten van tranende ogen, bijvoorbeeld bij buiten lopen in harde wind, of wanneer er een zandkorrel in het oog waait. Het tranen dat dan optreedt is het gevolg van tijdelijke overproductie van traanvocht door de traanklier. Wanneer de ogen chronisch tranen wordt dat slechts zelden veroorzaakt door overproductie van tranen. Meestal is de oorzaak dan een verstopping van het afvoersysteem van de tranen, de traanwegen. Figuur 1 1= traanpunt, 2= traankanaaltje, 3= traanzak, 4= neustraankanaal 3

In figuur 1 ziet u de traanwegen schematisch afgebeeld. In boven -en onderooglid zitten aan de neuskant twee kleine openingen, de traanpuntjes, die in verbinding staan met kanaaltjes van ongeveer 1 mm diameter, de traankanaaltjes. Deze kanaaltjes komen samen en monden vervolgens uit in de traanzak. Vanuit de traanzak loopt het neustraankanaal dat in de neus uitmondt. Verstoppingen kunnen op verschillende plaatsen optreden, echter bij oudere patiënten bevindt de verstopping zich meestal in het neustraankanaal. De oorzaak is meestal onbekend. Soms gaat de verstopping gepaard met een uitgezette traanzak, te voelen als een zwelling in de ooghoek (figuur 2). Figuur 2 Bij kinderen in het eerste levensjaar komt een tranend oog vrij vaak voor. In dat geval is de ingang van het neustraankanaal naar de neus nog niet geopend. Het betreffende oog traant en is ook vaak vies. Vaak opent het kanaal zich spontaan binnen het eerste levensjaar en verdwijnen de klachten. Poliklinisch onderzoek De oogarts kijkt bij het onderzoek naar de volgende aspecten: Is er een bron van irritatie (bijvoorbeeld een vuiltje, oogharen, ontstekingen etc). 4

Beoordelen van de functie, positie (naar binnen/buiten gedraaid onderooglid) en slapte van de oogleden. Beoordelen of de traanpunten (voldoende) open zijn en goed op de plaats liggen. ANEL test: de doorgankelijkheid van het traanwegsysteem kan getest worden door met een stomp naaldje water te spuiten in het onderste of bovenste traankanaaltje: wanneer het water in de neus komt zijn de traanwegen in ieder geval deels open. Wanneer het water niet in de neus komt, zijn de traanwegen geheel verstopt. Soms is het traanwegsysteem wel doorgankelijk maar minder dan normaal; er is dan sprake van een vernauwing hetgeen ook kan leiden tot tranende ogen. Röntgenonderzoek (dacryocystogram of DCG): wanneer niet duidelijk is waar de verstopping zich bevindt, kan röntgenonderzoek worden verricht. Hierbij worden de traanwegen doorgespoten met een röntgencontrastmiddel, waarna een foto wordt gemaakt. Op de röntgenfoto is te zien of de traanwegen verstopt zijn, en waar een eventuele verstopping zit. Dit onderzoek wordt door een radioloog verricht. De KNO-arts zal middels een hoofdlamp als ook een flexibele camera een onderzoek van de neus verrichten. Voorbereiding Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk, dus ook bij een operatie aan de neus. Deze verdoving kan algemene (narcose) of plaatselijke verdoving zijn. In beide gevallen zult u geen pijn voelen tijdens de ingreep. Uw oogarts/kno-arts bespreekt met u, wat in uw geval het beste wordt geacht. Meestal vindt de operatie onder volledige narcose plaats. Hierover kunt u meer lezen in de CWZ-folder Verdoving (anesthesie) bij volwassenen. Voor de operatie aan de traanwegen wordt u één tot twee dagen in het ziekenhuis opgenomen. Sondages, veelal bij kinderen, vinden plaats in dag-behandeling. Het secretariaat KNO regelt de opname- en operatieplanning. Op de polikliniek krijgt u onder voorbehoud de datum waarop de operatie gepland is. 5

Deze wordt ongeveer een week van tevoren schriftelijk bevestigd door het secretariaat KNO. Heeft u nog geen operatiedatum gekregen dan neemt het secretariaat KNO nog contact met u op. Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel pre-operatief onderzoek of pre-operatieve voorbereiding genoemd. Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen of bent u onder controle van de trombosedienst? Meld dit dan aan uw behandelend arts in het CWZ. Denk bij bloedverdunnende medicijnen aan bijvoorbeeld acenocoumarol of fenprocoumon en/of aspirine. Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem uw doseerkaart altijd mee naar het ziekenhuis. Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze bloedverdunnende medicijnen. Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet te stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen. Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen meld dit dan aan de arts, de verpleegkundige of assistente van polikliniek. Meld ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt. Meld ook of u preventief antibiotica nodig heeft. Spreekuur anesthesioloog De anesthesioloog schat in welke risico s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze beperkt kunnen worden. Daarom heeft de doktersassistente een afspraak voor u op het spreekuur van de anesthesioloog gemaakt. De dag van de operatie Volgens de afspraken met de anesthesioloog op het anesthesiespreekuur blijft u nuchter en bent u eventueel gestopt met het innemen van (bloedverdunnende) geneesmiddelen. U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de afdeling kort verblijf C42. 6

Kinderen moeten zich melden op de kinderafdeling A24. Na een opnamegesprek met de verpleegkundige krijgt u de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is. Wanneer u een kunstgebit en / of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden, make-up en nagellak dragen. Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd dat u nu al vast aantrekt. Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatie-afdeling. Vervolgens krijgt u een infuus. U gaat naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten. Na toediening van een snelwerkend slaapmiddel bent u binnen een halve minuut in een diepe slaap. De operatie De aard van de ingreep hangt af van de plaats van de verstopping in het traanwegsysteem. 1. Sondage: Bij kinderen gaat de ingang van het neustraankanaal naar de neus vaak spontaan in de eerste 9 tot 12 maanden open. In de tussentijd kan bij een ontsteking antibiotica worden gegeven. Ook kan masseren van de traanzak helpen. Wanneer het probleem toch aanhoudt, is sonderen (openen en eventueel oprekken van het bestaande traankanaal) in verreweg de meeste gevallen een afdoende oplossing. Sondage bij kinderen gebeurt onder algehele narcose in dagbehandeling, in een enkel geval met achterlating van een siliconenrubber slangetje. De ingreep is bij 95% van de patiënten succesvol. 2. Dacryocystorhinostomie (DCR): Wanneer er een verstopping zit in de traanzak of het neustraankanaal kan er een verbinding gemaakt worden tussen de traanzak en de neus (DCR). 7

3. Hierbij wordt er er een snee gemaakt van ongeveer 10 mm lang in het slijmvlies aan de binnenzijde van de neus, ongeveer 1 cm voor de ooghoek. In de diepte wordt een opening in het bot tussen de traanzak en de neus gemaakt waardoor er een soort bypass ontstaat (figuur 3). Er is een directe afvoer van tranen van de traanzak naar de neus. In dit nieuwe traanwegkanaal wordt een siliconenrubber slangetje geplaatst; het slangetje voert de tranen niet af, maar is bedoeld om het kanaaltje gedurende langere tijd open te houden en blijft ongeveer 3 maanden zitten. Het slangetje is zichtbaar in de binnenooghoek (sliconentube). Het slangetje is na 3 maanden eenvoudig te verwijderen. Een DCR heeft in ongeveer 90% van de patiënten afdoende resultaat. Figuur 3 Siliconenrubber slangetje in nieuwe traankanaal (schematische weergave). 3. Traanwegprothese: Bij een verstopping van het traankanaaltje (tussen de traanpunten en traanzak), is de situatie ingewikkelder. Door de kleine diameter van deze kanaaltjes is de afwijking veel moeilijker te behandelen dan verstopping van het ruime kanaal tussen traanzak en neus. In dit geval is het mogelijk om een traanwegprothese (buisje van Jones) te plaatsen. Hierbij wordt een klein glazen buisje geplaatst tussen de ooghoek en de neus. Het buisje is ongeveer 15 mm lang en 3 8

mm dik met aan ieder uiteinde een flensje. Het ene flensje bevindt zich in de ooghoek, het andere flensje bevindt zich in de neus (figuur 4). De tranen lopen dus rechtstreeks van de oog hoek naar de neus. De kans op succes na deze operatie is 70%. Wanneer de traanwegprothese eenmaal goed op zijn plek blijft, werkt deze meestal uitstekend. Soms heeft een traanwegprothese de neiging om niet goed op z n plaats te blijven zitten, waardoor een hernieuwde operatie nodig is. Figuur 4 Buisje van Jones (schematische weergave). 4. Dotterbehandeling van niet totale verstoppingen: Een dotterbehandeling is in enkele gevallen mogelijk wanneer er een vernauwing bestaat van het kanaal tussen traanzak en neus. Een klein ballonnetje wordt op de plaats van de verstopping opgeblazen met de bedoeling om de verstopping op te rekken. Deze ingreep wordt verricht door de oogarts in samenwerking met de radioloog. De voorlopige resultaten zijn bemoedigend, maar bij onvoldoende succes is soms toch nog een van de bovenstaande operaties nodig. Na de operatie Na de ingreep onder narcose blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatie-afdeling tot u goed wakker bent. Daarna haalt een verpleegkundige van de verpleegafdeling u weer op. 9

Kinderen Wanneer uw kind goed aanspreekbaar is, voldoende heeft gedronken en niet meer misselijk is mag u met uw kind naar huis. U krijgt nog een recept met oogdruppels mee om het geopereerde oog bij uw kind gedurende 4 weken te druppelen in een afbouwschema (tobradex oogdruppels, eerste week: 4 x dd. 1 druppel; tweede week: 3 x dd. 1 druppel; derde week: 2 x dd. 1 druppel; vierde week: 1 x dd. 1 druppel). In principe is een polikliniekafspraak niet meer nodig. Mochten er toch nog klachten blijven bestaan dat maakt u opnieuw een afspraak op het poliklinisch spreekuur. Volwassenen Na de operatie kan het oog door de zwelling nog tranen en pijn doen. De onderkant van de neus is bedekt met een gaasje. De verpleegkundige verschoont dit regelmatig. In het belang van een goede genezing mag u de eerste uren na de operatie niet uit bed (bedrust). Uw hoofd rust op een groot en een klein kussen. Als het drinken, eten en urineren goed gaat, verwijdert de verpleegkundige het infuus. Wanneer u weer trek heeft, mag u gewoon eten. Het eten en drinken moeten echter wel afgekoeld zijn. U mag uit bed maar moet nog wel rustig aan doen. Na de operatie mag u de neus wel ophalen, maar niet snuiten. Om korstvorming tegen te gaan begint u nu beide neusgaten te sprayen met neusspray (xylomethazoline) en brengt u neuszalf (nisita) in. Dit moet u gedurende een week 2 maal per dag doen. Ook krijgt u op de verpleegafdeling oogdruppels (tobradex) welke u gedurende een week 3 maal per dag moet druppelen (3 druppels) in het geopereerde oog U krijgt hierover instructies van de verpleegkundige. Het ontslag naar huis wordt voorbereid. Afhankelijk van de aard van de ingreep mag u de dag van de operatie of een dag na de operatie met ontslag naar huis. U krijgt de benodigdheden voor de neusspray, neuszalf en oogdruppels mee naar huis. Ook krijgt u een afspraak voor een controlebezoek aan de polikliniek. 10

Na de operatie kan er wat zwelling en een blauwe verkleuring van de gezichtshuiden de oogleden optreden. Dit is het gevolg van kleine onderhuidse bloeduitstortingen en gewoonlijk verdwijnt dit binnen enkele dagen. De pijn na de operatie is meestal gering en altijd goed met pijnstillers te bestrijden. In de neus en omgeving kan een doof gevoel optreden omdat kleine zenuwen zijn uitgeschakeld. Dit verdwijnt vanzelf, het normale gevoel komt terug binnen enkele weken tot maanden. U mag de eerste twee weken na de operatie de neus niet snuiten. Bij snuiten kunnen lucht en ontstekingsproducten buiten het zeefbeen geperst worden. Het is normaal dat u wat vers bloed of bloederig slijm verliest uit de neus. Richtlijnen voor de eerste week thuis Voorkomen van drukverhoging in de neus De eerste twee weken na de operatie moet u voorkomen dat er drukverhoging in de neus ontstaat. Dit kunt u voorkomen door: Niet te bukken, te tillen en te persen. U mag de neus niet snuiten wel zachtjes ophalen. Niezen met de mond open. Als u veel moet niezen, kunt u hiervoor een geneesmiddel aan de huisarts vragen. Voorkomen loslaten siliconenrubber slangetje/buisje van Jones Het is belangrijk dat u niet in het geopereerde oog wrijft; u kan namelijk het siliconenrubber slangetje/buisje van Jones uit positie trekken, mocht dit toch gebeuren dan kunt u contact opnemen met de oogarts/kno-arts. Voorkomen van bloedvatverwijding Door warmte ontstaat verwijding van de bloedvaten waardoor een bloeding kan optreden. U kunt dit voorkomen door: Niet te heet te douchen. Eten en drinken iets te laten afkoelen. Geen gebruik te maken van sauna en/of zonnebank. De eerste drie dagen niet in de zon te gaan lopen of zitten. 11

Bij een neusbloeding neemt u contact op met de polikliniek KNO, telefoon (024) 3658255 of buiten kantooruren met de afdeling spoedeisende hulp (SEH) van het CWZ, telefoon (024) 365 83 22. Pijnbestrijding Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u de eerste twee dagen de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Dit doet u als volgt. De eerste twee dagen neemt u vier maal daags - om de zes uur - twee tabletten paracetamol van 500 mg. Vervolgens neemt u twee dagen vier maal daags - om de zes uur - één tablet paracetamol van 500 mg. Daarna stopt u met de pijnstilling en gebruikt alleen zonodig bij pijn twee tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 maal daags). Wanneer u weer kunt gaan werken, naar school gaan of sporten overlegt u met de oogarts/kno-arts bij de eerstvolgende controle op de polikliniek. Treden er ondanks de richtlijnen problemen of bijzonderheden op die niet kunnen wachten tot de eerstvolgende controle bij de oogarts/kno-arts dan kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de oogkliniek of polikliniek KNO. Is er kans op een complicatie? Bij iedere operatie, ook een operatie aan de traanwegen, is er sprake van enig risico. Er kan bijvoorbeeld een infectie optreden of een onverwachte bloeding. In de praktijk zijn complicaties bij een operatie aan de traanwegen zeldzaam. Daarnaast zijn er specifieke complicaties voor deze ingreep. Soms kunnen er neusbloedingen optreden; Oogcomplicaties kunnen zijn; bloeduitstorting, lucht in de oogkas. Het oog is dan dik en u hoort een knisperend geluid bij drukken. 12

Vragen? Als u na het lezen van de informatie nog vragen heeft, schrijf deze dan op of vraag iemand met u mee te gaan. De oogarts/kno-arts beantwoordt graag uw vragen. De anesthesioloog zal de vragen over de anesthesie beantwoorden. Voor vragen over de operatie, de opname en de nazorg kunt u bij de verpleegkundige terecht. Bericht van verhindering Bent u op het afgesproken tijdstip verhinderd, meldt u dit dan zo snel mogelijk aan het secretariaat KNO. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats gepland worden. Telefoon: (024) 365 87 10. U kunt het secretariaat ook e-mailen: secretariaat.kno@cwz.nl 13

14

15

Adres en telefoonnummer Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis Weg door Jonkerbos 100 6532 SZ Nijmegen Polikliniek KNO (B66) Telefoon (024) 365 82 25 Oogkliniek (B01) Telefoon (024) 365 82 15 Afdeling kort verblijf (C42) Telefoon (024) 365 77 40 Website: www.kno.cwz.nl 16 G399 / 12-15