ECLI:NL:GHARL:2016:4568. Uitspraak

Vergelijkbare documenten
ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518

ECLI:NL:GHARL:2014:3064

ECLI:NL:GHARL:2015:2577

Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 november 2016 TEGENSPRAAK

ECLI:NL:GHDHA:2015:84

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1193

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420

ECLI:NL:GHAMS:2014:3775

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Uitspraak d.d.: 2 februari 2016 TEGENSPRAAK Promis

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Datum uitspraak: 1 november TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

ECLI:NL:GHARL:2017:2188

ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:RBOVE:2015:3807

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

ECLI:NL:RBOVE:2016:1480. Datum uitspraak: Datum publicatie: Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig.

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2125

Uitspraak. Parketnummer: Datum uitspraak: 17 november 2016 VERSTEK

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3511

ECLI:NL:GHDHA:2016:3990

ECLI:NL:GHARN:2006:AX3957

ECLI:NL:GHAMS:2016:3674

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Uitspraak d.d.: 1 december 2015 TEGENSPRAAK. Promis

ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8884

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB4499

ECLI:NL:GHAMS:2015:5213 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2061

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 29 november 2016 TEGENSPRAAK

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993

ECLI:NL:GHARL:2017:6481

ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 16 februari 2017 TEGENSPRAAK

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012

ECLI:NL:RBMNE:2016:5688

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid:

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273

ECLI:NL:GHDHA:2017:2291

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO7907

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 24 augustus 2016.

ECLI:NL:GHDHA:2016:935

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4974 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377

ECLI:NL:GHARL:2014:9415

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek

ECLI:NL:OGEAA:2016:411

ECLI:NL:GHSHE:2015:738

ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1659

ECLI:NL:RBONE:2013:BY9769

ECLI:NL:RBNNE:2017:1473

ECLI:NL:GHARN:2008:BG4042

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2970

ECLI:NL:RBZLY:2010:BO9656

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4699

ECLI:NL:RBOVE:2015:3340

ECLI:NL:GHAMS:2016:709

ECLI:NL:GHAMS:2014:264

ECLI:NL:GHAMS:2016:5666 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:RBDHA:2014:1006

ECLI:NL:RBROT:2016:10161

ECLI:NL:GHDHA:2014:2351

ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD0696

ECLI:NL:GHARL:2013:4611

ECLI:NL:RBGEL:2016:1041

ECLI:NL:GHARL:2014:9416

ECLI:NL:GHARL:2015:8983

ECLI:NL:GHDHA:2014:3838

ECLI:NL:GHARN:2007:208

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR4575

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 10 februari 2015.

ECLI:NL:RBMAA:2010:BN4824

ECLI:NL:RBMAA:2011:BP5002

ECLI:NL:GHSHE:2015:2029

ECLI:NL:GHAMS:2016:2091 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM4290 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7293

ECLI:NL:RBOVE:2016:5140

ECLI:NL:GHARN:2004:AQ5960

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4388

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD7407

LJN: BF8034, Rechtbank Arnhem, 05/

ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1675

ECLI:NL:RBOBR:2017:4416

ECLI:NL:GHDHA:2015:1193

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 april 2015 TEGENSPRAAK

ECLI:NL:RBOVE:2014:6970

ECLI:NL:GHAMS:2014:2785 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHARL:2014:5715

ECLI:NL:GHAMS:2016:1483 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHARL:2013:4611

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL7457 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:RBGEL:2014:6552

ECLI:NL:RBNNE:2015:6277

ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ5655

Transcriptie:

ECLI:NL:GHARL:2016:4568 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 10-06-2016 Datum publicatie 10-06-2016 Zaaknummer 21-004899-15 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2015:3806, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004899-15 Uitspraak d.d.: 10 juni 2016 TEGENSPRAAK Promis Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 18 augustus 2015 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-700664-12 en 08-910049-13, tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1972], wonende te [woonplaats]. Het hoger beroep De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 mei 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. R.F. Speijdel, naar voren is gebracht. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 1 tenlastegelegde (poging tot seksuele uitbuiting van [naam] ). Hoger beroep tegen deze vrijspraak staat voor verdachte niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep verklaren. Overigens is het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep blijkens diens appelschriftuur en mededeling van de advocaat-generaal ter terechtzitting in hoger beroep evenmin gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 1 tenlastegelegde. In zoverre zal ook de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep.

Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is - na een nadere omschrijving van de tenlastelegging in eerste aanleg en voor zover in hoger beroep nog aan de orde - tenlastegelegd dat: Zaak met parketnummer 08-700664-12: 1: hij op (een) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 10 juni 2013 in de gemeente(n) Enschede Hellendoorn, althans (elders) in Nederland, (lid 3, onder 1 ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een ander, genaamd [vrouw 1], (lid 1, onder 1 ) (telkens) door dwang geweld één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) door dreiging met geweld één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) door afpersing, fraude door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht door misbruik van een kwetsbare positie, door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te krijgen die zeggenschap over die ander, te weten [vrouw 1], heeft/hebben geworven vervoerd overgebracht gehuisvest opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [vrouw 1], (lid 1, onder 4 ) (telkens) met één of meerdere van de onder 1 van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang geweld één of meer (andere) feitelijkheden door dreiging met geweld andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht door misbruik van de kwetsbare positie, die [vrouw 1], heeft/hebben gedwongen bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid diensten (bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling) dan wel onder de onder 1 van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang geweld één of meer (andere) feitelijkheden door dreiging met geweld andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht door misbruik van de kwetsbare positie enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan hij, verdachte diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [vrouw 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid diensten, (lid 1, onder 6 ) (telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting (in de prostitutie) van die [vrouw 1], (lid 1, onder 9 ) (telkens) een ander, genaamd [vrouw 1], door dwang geweld één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) door dreiging met geweld één of meer andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht door misbruik van een kwetsbare positie die [vrouw 1], heeft/hebben gedwongen dan wel bewogen, verdachte verdachtes mededader(s), te bevoordelen uit de opbrengst van haar/zijn seksuele handeling(en) met of voor een derde, immers heeft/hebben hij, verdachte, zijn mededader(s) (telkens): - ( terwijl die [vrouw 1] verslaafd is aan drugs, financiële schulden heeft en geen vast inkomen ontvangt door werk of uitkering) - ( terwijl verdachte zijn mededader(s) (prominente/full colour-member) lid/leden is/zijn van de motorclub Satudarah behoren tot de "harde kern van Vak P" van voetbalclub FC Twente) - die [vrouw 1] naar klanten vervoerd/weggebracht weer opgehaald - die [vrouw 1] "beveiligd" "gecontroleerd" zich voortdurend in de buurt/nabijheid van die [vrouw 1] begeven als deze klanten bezocht - met die [vrouw 1] overleg gevoerd over "wat het per klant kost" "wat de reiskosten zijn" dat hij, verdachte, dan (vervolgens) toestemming aan die [vrouw 1] geeft - veelvuldig aan die [vrouw 1] gevraagd of ze al "visite" heeft gehad of nog krijgt - geweld gebruikt tegen die [vrouw 1] die [vrouw 1] bedreigd mishandeld - die [vrouw 1] bewogen om (in opdracht van hem, verdachte zijn mededader(s)) haar seksuele diensten te verlenen/prostitutiewerkzaamheden te verrichten onder andere in het clubhuis van de Satudarah aan de [adres] - die [vrouw 1] bewogen om seks te (moeten) hebben met motorclubleden van de Satudarah - die [vrouw 1] bewogen om het door haar met prostitutiewerkzaamheden verdiende geld aan hem, verdachte zijn mededader(s) af te geven af te dragen - aldus op enigerlei (andere) wijze in de communicatieve feitelijke omgang met die [vrouw 1] een situatie gecreëerd in stand gehouden, waarin verdachte zijn mededader(s) door de feitelijke omstandigheden een overwicht verkreeg/verkregen over die [vrouw 1] misbruik heeft/hebben gemaakt van het uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht dat verdachte zijn mededader(s) over die [vrouw 1] had door welke feiten en omstandigheden voor die [vrouw 1] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte zijn mededader(s) heeft kunnen bieden; 2: hij op (een) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 januari 2013 tot en met 10 juni 2013 in de gemeente(n) Enschede Hellendoorn, althans (elders) in Nederland, (lid 3, onder 1 ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een ander, genaamd [vrouw 2], (lid 1, onder 1 ) (telkens) door dwang geweld één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) door dreiging met geweld één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) door afpersing, fraude door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht door misbruik van een kwetsbare positie, door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te krijgen die zeggenschap over die

ander, te weten [vrouw 2], heeft/hebben geworven vervoerd overgebracht gehuisvest opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [vrouw 2], (lid 1, onder 4 ) (telkens) met één of meerdere van de onder 1 van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang geweld één of meer (andere) feitelijkheden door dreiging met geweld andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht door misbruik van de kwetsbare positie, die [vrouw 2], heeft/hebben gedwongen bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid diensten (bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling) dan wel onder de onder 1 van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang geweld één of meer (andere) feitelijkheden door dreiging met geweld andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht door misbruik van de kwetsbare positie enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan hij, verdachte diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [vrouw 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid diensten, (lid 1, onder 6 ) (telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting (in de prostitutie) van die [vrouw 2], (lid 1, onder 9 ) (telkens) een ander, genaamd [vrouw 2], door dwang geweld één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) door dreiging met geweld één of meer andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht door misbruik van een kwetsbare positie die [vrouw 2], heeft/hebben gedwongen dan wel bewogen, verdachte verdachtes mededader(s), te bevoordelen uit de opbrengst van haar/zijn seksuele handeling(en) met of voor een derde, immers heeft/hebben hij, verdachte, zijn mededader(s) (telkens): - ( terwijl die [vrouw 2] zwakbegaafd is en lijdt aan psychoses, aan zelfmutilatie heeft geleden, een prostitutieverleden heeft, zich in een onveilige situatie bevindt met betrekking tot huiselijk geweld met ex, in de schuldsanering zit schulden heeft, haar uitkering is gestopt) - ( terwijl verdachte zijn mededader(s) (prominente/full colour-member) lid/leden is/zijn van de motorclub Satudarah behoren tot de "harde kern van Vak P" van de voetbalclub FC Twente) - naar die [vrouw 2] een sms-bericht gestuurd "Jij bent mijn lieve vrouwtje bescherm jou zo lang je leeft en je kids geldt het zelfde voor. Love You" - die [vrouw 2] naar klanten vervoerd/weggebracht weer opgehaald - die [vrouw 2] "beveiligd" "gecontroleerd" zich voortdurend in de buurt/nabijheid van die [vrouw 2] begeven als deze klanten bezocht - geweld gebruikt tegen die [vrouw 2] die [vrouw 2] bedreigd mishandeld

- die [vrouw 2] bewogen om (in opdracht van hem, verdachte zijn mededader(s)) haar seksuele diensten te verlenen/ prostitutiewerkzaamheden te verrichten onder andere in het clubhuis van de Satudarah aan de [adres] - die [vrouw 2] bewogen om het door haar met prostitutiewerkzaamheden verdiende geld aan hem, verdachte zijn mededader(s) af te geven af te dragen - die [vrouw 2] bewogen om een feestje te betalen - die [vrouw 2] bewogen om met een bankpasje van een ander ("suikeroompje") geld te pinnen vervolgens dat gepinde geld laten afgeven/ afdragen aan hem, verdachte zijn mededader(s) - aldus op enigerlei (andere) wijze in de communicatieve feitelijke omgang met die [vrouw 2] een situatie gecreëerd in stand gehouden, waarin verdachte zijn mededader(s) door de feitelijke omstandigheden een overwicht verkreeg/verkregen over die [vrouw 2] misbruik heeft/hebben gemaakt van het uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht dat verdachte zijn mededader(s) over die [vrouw 2] had door welke feiten en omstandigheden voor die [vrouw 2] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte zijn mededader(s) heeft kunnen bieden; 3: hij op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 10 juni 2013, in de gemeente(n) Enschede Hellendoorn, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) enig(e) geldbedrag(en) verworven, voorhanden gehad, overgedragen omgezet - door de aanschaf van onder meer luxe/dure op geld waardeerbare goederen, - door het storten van contante geldbedragen op de bankrekening van [betrokkene 1], rekeningnummer [rekeningnummer] terwijl hij zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf. Zaak met parketnummer 08-910049-13 (gevoegd): 2: hij in of omstreeks periode van 1 januari 2013 tot en met 15 maart 2013 in de gemeente Enschede elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [betrokkene 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte (een of meer van) zijn/haar mededader(s) opzettelijk voornoemde [betrokkene 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Luister jij gaat nou gewoon hier heen komen, jij kanker gelul de hele tijd hoor, want ik hoor dingen, jij gaat nou hier komen" : "Joh, hou je kankerbek, je komt gewoon hier heen" : "Luister, wat wil je, wat wil je, dat ik je hele kop ga verbouwen. Dat ik jouw kop ga verbouwen waar jouw kinderen bij zijn" : "Nou dan, dus ga gewoon focking hier heen komen" : "Hou je focking bek jonge" : "Als jij niet belt jonge, ik zweer het jonge, ik ben helemaal klaar met jou" : "Jonge, jij gaat gewoon focking aanmaken, nou is het gewoon, nou gaan alle remmen los" : "Ik geef jou nog één focking laatste kans. Als jij er niet bent, is zij van mij. Dat beloof ik" : "Ja, dit is nu je laatste kans", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking met een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op in de keuken van de woning van die [betrokkene 2] geschoten; hij in of omstreeks periode van 1 januari 2013 tot en met 15 maart 2013 in de gemeente Enschede elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld bedreiging met geweld [betrokkene 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld (ongeveer 5.000 euro) geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte zijn mededader(s), welk geweld welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte zijn mededader(s) dreigend tegen die [betrokkene 2] heeft/hebben gezegd: "Luister jij gaat nou gewoon hier heen komen, jij kanker gelul de hele tijd hoor, want ik hoor dingen, jij gaat nou hier komen" : "Joh, hou je kankerbek, je komt gewoon hier heen" : "Luister, wat wil je, wat wil je, dat ik je hele kop ga verbouwen. Dat ik jouw kop ga verbouwen waar jouw kinderen bij zijn" : "Nou dan, dus ga gewoon focking hier heen komen" : "Hou je focking bek jonge" : "Als jij niet belt jonge, ik zweer het jonge, ik ben helemaal klaar met jou" : "Jonge, jij gaat gewoon focking aanmaken, nou is het gewoon, nou gaan alle remmen los" : "Ik geef jou nog één focking laatste kans. Als jij er niet bent, is zij van mij. Dat beloof ik" : "Ja, dit is nu je laatste kans" : "He, maar je moet dat nu wel regelen he", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking meermalen, althans éénmaal, met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op in de keuken van de woning van die [betrokkene 2] geschoten; 3: hij op of omstreeks 16 februari 2013 in de gemeente Enschede (in het supportershome Vak P van FC Twente) één of meerdere tot nu toe onbekend gebleven perso(o)n(en) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes in zijn hand gehad een mes naar in de richting van die perso(o)n(en) gehouden, althans ten overstaan van die perso(o)n(en) een mes getrokken; 4: hij op of omstreeks 13 augustus 2011 in de gemeente Enschede opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer] ), meermalen, althans éénmaal, (met kracht) (met de vuisten) in/op/tegen het gezicht op/tegen het lichaam heeft gestompt geslagen die [slachtoffer] heeft geschopt getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen pijn heeft ondervonden. Indien in de tenlastelegging taal- schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 4 tenlastegelegde (mishandeling van [slachtoffer] ) Standpunt van de verdediging De raadsman heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in de strafvervolging ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 4 tenlastegelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat dit feit een vechtpartij tussen twee personen betreft waarbij over en weer geweld is gebruikt, terwijl alleen verdachte strafrechtelijk is vervolgd. De heer [slachtoffer] is niet strafrechtelijk vervolgd. Dat levert willekeur op en is in strijd met het gelijkheidsbeginsel, hetgeen dient te leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging ten aanzien van dit feit. Oordeel van het hof Het hof overweegt en beslist - grotendeels met de rechtbank - als volgt. Ingevolge artikel 167, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is aan het openbaar ministerie de bevoegdheid toegekend om zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing van het openbaar ministerie om tot vervolging over te gaan, leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op de grond dat het

instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde, zoals bijvoorbeeld het geval is indien wordt vastgesteld dat sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel. Uit de door verdachte over het hiervoor genoemde feit afgelegde verklaringen is het hof gebleken dat hij [slachtoffer] een paar keer met zijn vuisten in diens gezicht heeft gestompt. Ook heeft verdachte verklaard dat hij het letsel zoals te zien op de foto van [slachtoffer] op pagina 2085 van het proces-verbaal van politie heeft veroorzaakt en dat hijzelf slechts een schram op zijn arm aan de vechtpartij met [slachtoffer] heeft overgehouden. Het hof is van oordeel dat het openbaar ministerie reeds op grond van dit verschil in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen - zonder in strijd met het gelijkheidsbeginsel te handelen - verdachte strafrechtelijk te vervolgen. Het openbaar ministerie is ontvankelijk in de strafvervolging ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 4 tenlastegelegde. Vrijspraak ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 1 tenlastegelegde (seksuele uitbuiting van [vrouw 1] ) Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 1 tenlastegelegde, in die zin dat voor zover de tenlastelegging ziet op sub 1 van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht uitsluitend misbruik van overwicht kan worden bewezen. De advocaat-generaal acht niet bewezen dat sprake is van medeplegen. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 1 tenlastegelegde. Volgens de raadsman volgt uit de door [vrouw 1] afgelegde verklaringen dat zij zich geen slachtoffer voelt van verdachte en dat zij voor zichzelf heeft gewerkt. [vrouw 1] heeft verdachte nooit geld gegeven. Zij zag verdachte als een goede vriend. Bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dient verdachte vrijgesproken te worden van voornoemd feit. Oordeel van het hof Het hof stelt het volgende voorop. De Hoge Raad heeft bepaald dat de vraag of er sprake is van uitbuiting niet in algemene termen te beantwoorden is en sterk is verweven met de concrete omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt volgens de Hoge Raad onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd (HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099). In het bijzonder overweegt het hof als volgt. Uit de door [vrouw 1] afgelegde verklaringen blijkt - onder meer - het volgende. Zij voelt zich geen slachtoffer en zij was niet bang voor verdachte. Zij heeft eerder als escortdame gewerkt. Het was haar eigen idee om weer in de prostitutie te gaan werken. Zij heeft zelf, met de laptop van verdachte, een seksadvertentie geplaatst op [website]. Zij had geen toestemming van verdachte nodig om met een klant af te spreken. Het geld dat zij verdiende met haar prostitutiewerkzaamheden was voor haarzelf. Zij gaf verdachte wel eens wat geld voor benzine en shag. Verdachte bracht haar wel eens naar een klant of hij regelde vervoer voor [vrouw 1]. Hij heeft haar nooit ergens toe gedwongen. Ook heeft verdachte haar nooit met één vinger aangeraakt en heeft hij nooit gedreigd om geweld tegen haar te gebruiken. Wel heeft hij eens naar haar geschreeuwd en stond hij een keer met een mes tegenover haar, maar dat was heel kort. Voorts heeft hij een keer een stoel aan de kant geschopt. [vrouw 1] had het idee dat zij voor zichzelf werkte. Zij besprak wel eens dingen met verdachte en vroeg hem ook wel om advies.

Verdachte is altijd een goede vriend voor haar geweest. Uit deze verklaringen blijkt niet van een uitbuitingssituatie. Uit het door de advocaat-generaal aangehaalde tapgesprek tussen verdachte en [alias nn] zoals weergegeven op dossierpagina 4035 blijkt onder meer dat verdachte over [vrouw 1] heeft gezegd: Laat ze dat op een andere tijd doen als ze niet bij mij is snap je. Het is mijn brood snap je. Ook zegt verdachte tegen [alias nn] dat het bullshit is dat [vrouw 1] voor zichzelf werkt en dat hij haar dit ook wel duidelijk zal maken. Wanneer [vrouw 1] met dit tapgesprek wordt geconfronteerd, verklaart zij als volgt: Misschien was het wel zijn intentie, dat ik zijn brood werd. Misschien ben ik er op tijd uitgestapt. Mede gelet op deze door [vrouw 1] gegeven verklaring met betrekking tot voornoemd tapgesprek - bezien in het geheel van haar verklaringen - is het hof van oordeel dat de in dit gesprek door verdachte gedane uitlatingen onvoldoende zijn om aan te nemen dat sprake was van een uitbuitingssituatie. Uit het door de advocaat-generaal genoemde tapgesprek van 18 januari 2013 tussen verdachte en [vrouw 1] zoals weergegeven op dossierpagina 4156 blijkt dat [vrouw 1] heeft gezegd: Als jij gewoon bij mij was gekomen, van goh, die [vrouw 2] is wel leuk, dat is heel anders [verdachte]. Jij gaat weer achter mijn rug om contact zoeken met haar. Jij weet hoe ik erover denk. Nee ik heb alles gelezen [verdachte] En ook van met de brothers dit en dat. Ik ga focking met de brothers naar bed voor geld, waar ik een pesthekel aan heb, wat jij donders goed weet Ik ga hier focking kapot aan. Ik werk ook focking voor jou om jou te helpen. Hoewel bovengenoemd tapgesprek aanwijzingen bevatten voor een uitbuitingssituatie, brengt ook dit gesprek het hof niet tot de conclusie dat er sprake was van uitbuiting nu [vrouw 1] in haar verklaring bij de politie die uitlatingen nuanceert en in een andere context (namelijk die van relatieperikelen) plaatst. Wanneer [vrouw 1] met dit tapgesprek wordt geconfronteerd, verklaart zij namelijk als volgt: Ja dat was toen met [voornaam brother] en toen met eentje van de Support Crew. Ik weet geen naam van deze jongen. Ik heb wel gezegd tegen deze dat ik escort deed en toen is hij bij mij thuis geweest. ( ) Ja ook met [voornaam brother] was het, omdat [verdachte] mij de aandacht niet gaf. ( ) De laatste tijd was het met [verdachte] alleen maar ruzie en dat het niet meer leuk was met hem, daarom ben ik met [voornaam brother] naar bed geweest. (Op de vraag: Waarom ben je wel met die jongen van de Support Crew naar bed geweest? ) Die vond mij leuk op de club en wist dat ik escort deed. Dat was gewoon bij mij thuis. Hij heeft mij gebeld en gevraagd of hij langs kon komen. (Op de vraag: Als je er focking kapot aan ging, waarom deed je het dan? ) Ik ging er kapot aan dat hij achter mijn rug om naar [vrouw 2] ging, maar meneer snapt dat niet. Hij weet niet wat liefde is. Daar was ik kapot van. (Op de vraag: Je zegt ook: Ik werk focking voor jou ) ( ) Hij heeft nooit meer dan 50 euro gehad, gewoon om hem te helpen. Ik wilde hem gewoon ook helpen met de betaling van de motor. Volgens de reactie van [vrouw 1] op het telefoongesprek is zij dus met twee brothers van verdachte naar bed geweest. Zij is met [voornaam brother] naar bed geweest, omdat zij van verdachte onvoldoende aandacht kreeg en zij is in het kader van een escort met nog een brother van verdachte naar bed geweest, maar niet blijkt dat zij hiertoe door verdachte werd gedwongen of bewogen. Ook heeft zij verdachte geld gegeven, maar gelet op het feit dat zij een relatie met verdachte had, het volgens [vrouw 1] niet ging om grote bedragen en zij niet heeft verklaard dat zij hiertoe werd gedwongen of bewogen door verdachte, blijkt onvoldoende van uitbuiting. Tenslotte heeft [vrouw 1] verklaard dat het kapot gaan geen betrekking had op de seks met de brothers, maar op het feit dat verdachte achter haar rug om contact zocht met [vrouw 2]. Op basis van de afgelegde verklaringen en de afgetapte telefoongesprekken komt het hof tot de conclusie dat verdachte en [vrouw 1] in de tenlastegelegde periode een relatie hadden, dat [vrouw 1] toen prostitutiewerkzaamheden verrichtte, dat verdachte haar daarin faciliteerde in die zin dat hij haar wel eens naar een klant bracht en in de buurt was of bleef als zij klanten ontving en dat

verdachte zo nu en dan geld van haar ontving. Met name gelet op de verklaringen van [vrouw 1] komt het hof voorts tot de conclusie dat [vrouw 1] zelf bepaalde wanneer zij werkte en welke werkzaamheden zij verrichtte. Verder is onvoldoende gebleken dat zij veel geld aan verdachte afstond en ook is niet gebleken dat zij bedragen onder dwang afstond dan wel bewogen werd (door een in de tenlastelegging genoemd middel) geld aan verdachte af te geven. Aldus kan niet worden gesproken van uitbuiting. Dat [vrouw 1] achteraf (nadat zij werd geconfronteerd met de telefoongesprekken tussen verdachte en [alias nn] ) de indruk heeft gekregen dat bij verdachte het financiële aspect binnen de relatie een belangrijker rol speelde (of ging spelen) dan zij vermoedde, doet aan het voorgaande niet af. Ook de door [vrouw 1] genoemde bedreigende situaties - het door verdachte aan de kant schoppen van een stoel en het aan haar tonen van een mes - brengen het hof niet tot een andere conclusie, omdat niet is gebleken van een verband tussen die situaties met de prostitutiewerkzaamheden van [vrouw 1]. Het hof acht aldus niet bewezen dat sprake was van seksuele uitbuiting (lid 1 sub 4) of financiële uitbuiting (lid 1 sub 9) van [vrouw 1] en dus ook niet dat verdachte van die uitbuiting heeft geprofiteerd (lid 1 sub 6). Ofschoon het zou kunnen dat gedurende de relatie het financiële aspect voor verdachte meer op de voorgrond kwam te staan, blijkt uit het dossier en het onderzoek ter zitting onvoldoende van feiten en omstandigheden om tot een bewezenverklaring van lid 1 sub 1 te komen. Het hof spreekt daarom verdachte vrij van hetgeen hem onder 1 in de zaak met het parketnummer 08-700664-12 is tenlastegelegd. Vrijspraak ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 2 tenlastegelegde (seksuele uitbuiting van [vrouw 2] ) Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 2 tenlastegelegde, in die zin dat voor zover de tenlastelegging ziet op sub 1 van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht uitsluitend misbruik van overwicht kan worden bewezen. De advocaat-generaal acht niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan sub 9 van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht. Voorts acht de advocaatgeneraal niet bewezen dat sprake is van medeplegen. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 2 tenlastegelegde. Volgens de raadsman volgt uit de door [vrouw 2] afgelegde verklaringen dat verdachte altijd aardig voor haar is geweest en dat zij nooit agressie bij hem heeft gezien. Van een afhankelijkheidssituatie ten opzichte van verdachte was geen sprake, aldus [vrouw 2]. Bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dient verdachte vrijgesproken te worden van voornoemd feit. Oordeel van het hof Het hof stelt het volgende voorop. De Hoge Raad heeft bepaald dat de vraag of er sprake is van uitbuiting niet in algemene termen te beantwoorden is en sterk is verweven met de concrete omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt volgens de Hoge Raad onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd (HR 27 oktober 2009 ECLI:NL:HR:2009:BI7099). In het bijzonder overweegt het hof als volgt. Uit de door [vrouw 2] afgelegde verklaringen blijkt - onder meer - het volgende.

Zij had een relatie met verdachte. In maart of april van het jaar 2013 is zij weer in de prostitutie gaan werken. Dit was haar eigen idee. [vrouw 2] heeft eerder ook in de prostitutie gewerkt. Verdachte heeft haar één of twee keer naar een klant gebracht. Het geld dat zij verdiende met haar prostitutiewerkzaamheden was voor haarzelf. Zij heeft wel eens een pakje shag voor verdachte gekocht. Zij mocht alles zelf bepalen. [vrouw 2] heeft verdachte aangeboden een deel van haar verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden aan hem af te staan aangezien hij haar wel eens vervoerde naar klanten. Verdachte sloeg dit aanbod af. Verdachte is nooit slecht voor haar geweest. [vrouw 2] heeft zich nooit bedreigd gevoeld door verdachte, behalve toen hij door de laptop heen sloeg. Verdachte was het er niet mee eens dat zij in de prostitutie ging werken. Toen zij eenmaal toch als prostituee aan de slag ging, heeft zij afspraken gemaakt met hem. Die afspraken zagen alleen op het vervoer naar de klanten. [vrouw 2] heeft verdachte nooit betaald voor het vervoer. Uit deze verklaringen blijkt niet van een uitbuitingssituatie. Uit het door de advocaat-generaal aangehaalde tapgesprek tussen verdachte en [vrouw 2] zoals weergegeven op dossierpagina 5216 e.v. blijkt onder meer dat [vrouw 2] tegen verdachte heeft gezegd: Je maakt mij weer uit voor kankerhoer, maar jouw eigen vrouwtje gaat maar eens als hoertje aan het werk. Nee, wel geld aanpakken van een ander wijf wat op haar rug ligt. Daar vreet ze wel van. Ze gaat maar op haar rug liggen, ik zweer het je. Zij vreet er ook van, van dat geld. Wanneer [vrouw 2] met dit tapgesprek wordt geconfronteerd, verklaart zij dat zij dit uit boosheid heeft gezegd. Het hof kan - mede gezien de zojuist weergegeven strekking van haar verklaringen - niet uitsluiten dat [vrouw 2] uit boosheid zich toen niet naar waarheid heeft geuit. Echter ook als uit dat telefoongesprek afgeleid zou worden dat verdachte van [vrouw 2] meer geld kreeg dan alleen voor een pakje shag (zoals zij heeft verklaard), is dat onvoldoende om van uitbuiting te kunnen spreken, nu niet is gebleken dat het dan zou gaan om grote bedragen dan wel dat die bedragen onder dwang of door een ander in de tenlastelegging genoemd middel zijn afgestaan. De door [vrouw 2] gedane uitlatingen zoals hiervoor weergegeven leiden aldus niet tot de conclusie dat sprake was van uitbuiting. Uit het door de advocaat-generaal genoemde (nagezonden) tapgesprek tussen verdachte en NNvrouw d.d. 15 januari 2013 waarin verdachte vraagt of NN-vrouw zijn profiel al heeft gemaakt omdat hij geld nodig heeft, leidt het hof af dat het - anders dan de advocaat-generaal heeft betoogd - een profiel voor verdachte betreft en niet voor [vrouw 2]. Bovendien blijkt uit niets dat NN-vrouw [vrouw 2] is. Het hof stelt vast dat de door [vrouw 2] afgelegde verklaringen als consistent kunnen worden aangemerkt. Uit haar verklaringen blijkt geenszins dat sprake was van uitbuiting door verdachte dan wel dat verdachte van plan was om [vrouw 2] uit te buiten. De overige tapgesprekken die zich in het dossier bevinden, leiden het hof niet tot een andere conclusie. Het hof spreekt verdachte daarom integraal vrij van de feiten met betrekking tot [vrouw 2] zoals tenlastegelegd onder 2 in de zaak met parketnummer 08-700664-12. Vrijspraak ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 3 tenlastegelegde (witwassen) Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 3 tenlastegelegde. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 3 tenlastegelegde, nu de onder voornoemd parketnummer onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten niet tot een veroordeling kunnen leiden. Daarbij komt dat stortingen door een onbekend gebleven

persoon op de rekening van mevrouw [vrouw betrokkene 1] niet kunnen leiden tot een veroordeling van verdachte ter zake van deze stortingen. Oordeel van het hof Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe als volgt. Gelet op inmiddels bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad kan witwassen bewezen worden verklaard indien het - op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden - niet anders kan zijn dan dat het geld in kwestie uit enig misdrijf afkomstig is (o.m. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0787). Uit het proces-verbaal van politie en uit de overige in het dossier aanwezige stukken blijkt niet van wie of waaruit de in de tenlastelegging bedoelde geldbedragen afkomstig zijn. Naar het oordeel van het hof kan niet buiten redelijke twijfel worden uitgesloten dat verdachte en [betrokkene 1] het geldbedrag van 3.600 euro van een vriend hebben geleend en dat het geldbedrag van 1.250 euro afkomstig is van de vader van [betrokkene 1] dan wel spaargeld betreft, zoals [betrokkene 1] bij de rechter-commissaris heeft verklaard. Daarbij komt dat [vrouw 1] en [vrouw 2] ook op geen enkel moment hebben verklaard over het afstaan van (grote) geldbedragen aan verdachte. Nu enig bewijsmiddel ontbreekt waaruit volgt dat de genoemde bedragen niet anders dan uit criminele bron afkomstig kunnen zijn, spreekt het hof verdachte vrij van het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 3 tenlastegelegde. Vrijspraak ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 2 tenlastegelegde (bedreiging afpersing van [betrokkene 2] ) Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 2 tenlastegelegde. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 2 tenlastegelegde. Daartoe heeft hij betoogd dat alleen [betrokkene 2] - die overigens geen aangifte heeft gedaan - heeft verklaard over een afpersing. [betrokkene 2] heeft verder verklaard dat hij niet bang was voor verdachte en medeverdachte [medeverdachte]. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte één keer met [betrokkene 2] een telefoongesprek heeft gevoerd. Waar dat gesprek over gaat, is niet duidelijk en bovendien geeft dit gesprek geen blijk van enige bedreiging aan het adres van [betrokkene 2]. Door de rechtbank is ten onrechte één telefoongesprek toegeschreven aan verdachte, nu dat een door [medeverdachte] met [betrokkene 2] gevoerd gesprek is. Bij gebrek aan overige bewijsmiddelen dient verdachte van dit feit vrijgesproken te worden. Oordeel van het hof Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt in het bijzonder als volgt. [betrokkene 2] heeft verklaard dat hij in januari 2013 is beschoten in zijn eigen huis door drie personen. Eén van de daders heeft hij herkend als een blanke Duitser. [betrokkene 2] kwam vervolgens in contact met [alias medeverdachte] (zijnde een alias van [medeverdachte] ) en zijn

oom [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) aan wie hij 5.000 euro in het vooruitzicht heeft gesteld. Zij zouden dat geld ontvangen als zij voor [betrokkene 2] verhaal gingen halen bij de blanke Duitser. [betrokkene 2] besloot uiteindelijk dat hij de deal wilde terugdraaien. Dat kon, maar hij moest het bedrag van 5.000 euro alsnog betalen. [betrokkene 2] ging daar in eerste instantie niet mee akkoord. Vervolgens werd hij telefonisch bedreigd door [alias medeverdachte] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte] ). [betrokkene 2] voelde zich door [medeverdachte] geïntimideerd. Als hij [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) belde, werd het op een normale manier geregeld, aldus [betrokkene 2]. Het hof stelt vast dat alle in de tenlastelegging genoemde bedreigingen blijkens de in het dossier aanwezige tapgesprekken zijn geuit door medeverdachte [medeverdachte]. Uit het afgeluisterde telefoongesprek dat verdachte met [betrokkene 2] heeft gevoerd, blijkt niet dat verdachte [betrokkene 2] heeft bedreigd dan wel heeft afgeperst op de in de tenlastelegging omschreven wijze. Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen niet dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] afspraken hebben gemaakt met betrekking tot het geldbedrag van 5.000 euro dat zij van [betrokkene 2] tegoed zouden hebben of dat door hen een bepaalde strategie werd gevolgd waarvan verdachte als medepleger deelgenoot was. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat er onvoldoende bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte zich als (mede)pleger schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde bedreiging en afpersing van [betrokkene 2]. De enkele omstandigheid dat vanaf verdachtes telefoon op 11 februari 2013 en op 14 februari 2013 uitgaande telefoontjes hebben plaatsgevonden naar het toestel van [betrokkene 2] maakt dit niet anders. Overweging met betrekking tot het bewijs ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 4 tenlastegelegde (mishandeling van [slachtoffer] ) Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 4 tenlastegelegde. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 4 tenlastegelegde, nu verdachte een beroep op noodweer toekomt. Oordeel van het hof Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Voor aanvaarding van een beroep op noodweer is vereist dat een feit wordt begaan, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Het hof leidt uit de door verdachte afgelegde verklaringen af dat hij [slachtoffer] heeft geslagen. Zo heeft verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij [slachtoffer] op 13 augustus 2011 een paar keer met zijn vuisten in diens gezicht heeft geslagen nadat [slachtoffer] begon met slaan. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat [slachtoffer] het supportershome via de uitgang wilde betreden. Dit was tegen de regels, aldus verdachte. Volgens verdachte had [slachtoffer] via de ingang naar binnen moeten gaan. Over deze kwestie ontstond een discussie tussen hem en [slachtoffer]. Deze discussie mondde uit in een gevecht tussen het tweetal. Verdachte heeft [slachtoffer] pijn en letsel toegebracht en vice versa. Toen verdachte werd geconfronteerd met de foto van [slachtoffer] zoals weergegeven op pagina 2085 van het proces-verbaal van politie gaf hij aan dat hij het letsel had veroorzaakt zoals dat is te zien op deze foto.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding door [slachtoffer] waartegen verdachte zich mocht verdedigen. Uit de door verdachte afgelegde verklaringen blijkt immers niet dat hij door [slachtoffer] werd aangevallen en dat hij zich moest verdedigen. Het hof verwerpt daarom het beroep op noodweer. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: Zaak met parketnummer 08-910049-13 (gevoegd): 3: hij op of omstreeks 16 februari 2013 in de gemeente Enschede (in het supportershome van Vak P van FC Twente) één of meerdere tot nu toe onbekend gebleven perso(o)n(en) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes in zijn hand gehad een mes naar in de richting van die perso(o)n(en) gehouden, althans ten overstaan van die perso(o)n(en) een mes getrokken; 4: hij op of omstreeks 13 augustus 2011 in de gemeente Enschede opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer] ), meermalen, althans éénmaal, (met kracht) (met de vuisten) in/op/tegen het gezicht op/tegen het lichaam heeft gestompt geslagen die [slachtoffer] heeft geschopt getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen pijn heeft ondervonden. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 3 bewezen verklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 4 bewezen verklaarde levert op: mishandeling. Beroep op noodweer ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 3 tenlastegelegde Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft betoogd dat verdachte geen beroep op noodweer toekomt ter zake van de bedreiging zoals tenlastegelegd onder 3 in de zaak met parketnummer 08-910049-13. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft een beroep op noodweer gedaan ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 3 tenlastegelegde. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte een mes heeft getrokken om [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ) te beschermen tegen de groep personen die deze [betrokkene 3] agressief tegemoet trad. Oordeel van het hof Het hof stelt het volgende voorop.

Voor aanvaarding van een beroep op noodweer is vereist dat een feit wordt begaan, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. In zijn arrest van 22 maart 2016 (ECLI:NL:HR:2016:456) overweegt de Hoge Raad onder meer als volgt: 3.5.3. De proportionaliteitseis strekt ertoe om niet ook dan een gedraging straffeloos te doen zijn indien zij - als verdedigingsmiddel - niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding. De in dat verband - tot terughoudendheid nopende - maatstaf luidt of de gedraging als verdedigingsmiddel niet in onredelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding. De keuze van het verdedigingsmiddel en de wijze waarop het is gebruikt, staan bij de beoordeling van de proportionaliteit centraal. Verdachte heeft verklaard dat hij een mes heeft getrokken om [betrokkene 3], die belaagd werd door een groep bestaande uit zo n 10 tot 15 personen, te beschermen. Volgens verdachte zou het niet goed zijn afgelopen als hij niet had ingegrepen. [betrokkene 3] heeft ter terechtzitting van het hof als getuige het volgende verklaard. Een groep van 10 tot 15 personen kwam op hem afgestormd nadat hij een jongen aansprak op het feit dat hij een stoel omver had gegooid. Het was duidelijk dat deze personen hem aan wilden vallen, aldus [betrokkene 3]. Toen verdachte eraan kwam, was het opeens weer rustig. Als verdachte [betrokkene 3] op dat moment niet had geholpen, had hij hier waarschijnlijk niet meer gezeten. Uit het voorgaande leidt het hof af dat verdachte een mes heeft getrokken om [betrokkene 3] te beschermen tegen zijn belagers. Uit de door verdachte en [betrokkene 3] afgelegde verklaringen blijkt dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding door de groep personen die op [betrokkene 3] kwam afstormen. Verdachte heeft deze aanranding afgewend door een mes in de richting van deze personen te houden. Verdachte heeft dit mes enkel getoond, hij heeft niemand gestoken. Het hof is van oordeel dat het trekken van een mes in de gegeven omstandigheden niet in onredelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding en dat verdachte daarmee niet disproportioneel heeft gehandeld. Voorts blijkt uit voornoemde verklaringen onvoldoende dat verdachte een andere (minder vergaande) mogelijkheid had om het onmiddellijk dreigende gevaar af te wenden. Het hof is daarom van oordeel dat verdachte een beroep op noodweer toekomt. Het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 3 bewezen verklaarde levert derhalve geen strafbaar feit op. De verdachte dient daarom te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is ten aanzien van de bewezenverklaarde mishandeling strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf maatregel De advocaat-generaal heeft geëist dat verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 08-910049- 13 onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer]. Met dit handelen heeft hij inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Het hof heeft ten voordele van verdachte in de strafoplegging meegewogen dat het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie van 26 april 2016 geen blijk geeft van recente veroordelingen ter zake van een soortgelijk strafbaar feit. Het hof houdt voorts ten voordele van verdachte rekening met het tijdsverloop. Het feit is gepleegd op 13 augustus 2011 en het hof wijst uiteindelijk arrest op 10 juni 2016. Het hof houdt voorts rekening met de langere periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvoor verdachte - hoewel hij voor de feiten waarvoor het voorarrest was bevolen is vrijgesproken - naar de huidige stand van wetgeving en rechtspraak geen aanspraak kan maken op financiële vergoeding. In voornoemde omstandigheden ziet het hof aanleiding om te volstaan met de oplegging van een geldboete van 750 euro met aftrek van voorarrest volgens de maatstaf van 50 euro per in voorarrest doorgebrachte dag. Daarbij zij opgemerkt dat het hof uitsluitend een straf oplegt ter zake van de mishandeling van de heer [slachtoffer] (feit 4 onder parketnummer 08-910049-13) en de eis van de advocaat-generaal betrekking heeft op alle tenlastegelegde feiten die in hoger beroep nog aan de orde zijn. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 300 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Verklaart de officier van justitie en de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 1 ten laste gelegde. Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 08-700664-12 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Verklaart het in de zaak met parketnummer 08-910049-13 onder 3 bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging. Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.