Montage- en servicehandleiding



Vergelijkbare documenten
Montage- en servicehandleiding

Bedienings- en servicehandleiding

Bedieningsinstructie

Gebruikers- en service-instructie

Montage- en servicehandleiding

Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding

Bedieningsinstructie

Bedieningsvoorschrift

Bedienings- en servicehandleiding

Bedieningsvoorschrift Functiemodule

Gebruikers- en service-instructie

Bedienings- en servicehandleiding

Bedieningshandleiding VAG5000-Basic

EMS 2.0. ModuLine 1010H (2017/05) NL

h Aanwijzing! NL; BENL Bedienings- en installatiehandleiding VRT 50 Kamer(klok)thermostaat Bedieningshandleiding Aanwijzingen bij de documentatie

Regeltoestel. Montagehandleiding Logamatic MC (2013/05) NL/BE. Voor montage a.u.b. zorgvuldig lezen.

Montagevoorschrift. UBA3-module xm10 voor montage in de verwarmingsketel evenals voor wandmontage /2004 NL Voor de vakman

Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding VAG5000-Basic. Gebruiker. Weersafhankelijke ketelregelaar

Installatiehandleiding

Bedieningshandleiding

Bedienings- en servicehandleiding

Gebruikershandleiding

Weersafhankelijke regelaar SAM 2200

Regeling van de varimat WR I.7.3. Systeeminformatie

Bedieningsvoorschrift

Bedieningsvoorschrift

Itho Daalderop VAG5000-Basic en -Floor

Bedieningsvoorschrift

Bedieningsvoorschrift

Bedieningsinstructie Klokthermostaat ModuLine 300

OpenTherm T88101A1006 MONTAGE EN BEDIENINGSHANDLEIDING

Gebruikersinstructie. Kamerthermostaat Nefit ModuLine 20. Algemeen. Ruimtetemperatuur handmatig instellen. Automatische nachtverlaging inschakelen

RUIMTEREGELAAR MET STOOKLIJN- VERSTELLING

Bedieningshandleiding

HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT

Bedieningsinstructie Klokthermostaat ModuLine 400

Installatie- en bedieningsinstructie

Bedieningsvoorschrift

Installatievoorschrift CV-regelaar VAG 4000

Montage- en gebruikers-instructie

Weersafhankelijke regelaar SAM 2100

CDI4 - Colis AD258. isense PRO. Installatiegebruikersen. service handleiding. Interactieve kamerthermostaat (met draad) B-REMBENL

1 Inleiding. 1.1 Theta-regelaar. 1.2 Ruimtethermostaat

Bedieningseenheid. EMS plus O. Bedieningshandleiding Logamatic RC (2013/06) Zorgvuldig lezen voor de bediening.

Weersafhankelijke regelaar SAM 2100

Voor de installateur. Installatie-instructie voor de installateur. Bedieningseenheid. ModuLine O (2014/09)

ENA Bijlage. Installatie- en bedieningsinstructies. Flamco

Elektronische kamerthermostaat

7 INSTELLING EN AFREGELING

Aanvullende handleiding Comfort-luchtgordijn met CHIPS-regeling Model CA

Espace bedrade regeling (230 volt)

VIESMANN. Montagehandleiding VITOTROL 100. voor de vakman. Vitotrol 100 type UTDB-RF

1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Bediening. LB-management. Power DALI-taststuureenheid TW

NE1.1. Neutralisatie-eenheid. Voor gebruik bij condensatieketels voor gas. Installatie- en onderhoudshandleiding voor de installateur

1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Bediening. Systeem DALI-Power-besturingseenheid inbouwbasiselement

Bedieningshandleiding

ModuLine 30 Klokthermostaat

voorschrift Voor de installateur Interface 0-10 V --> ebus AAN DE INSTALLATEUR

T6590B1000 FANCOIL REGELAAR KENMERKEN TOEPASSINGEN PRODUCT GEGEVENS

Geachte klant, de specifieke gasketel Logano G234X TH van Buderus werd volgens de laatste technologische ontwikkelingen en de meest recente veiligheid

Gebruikershandleiding & Montagehandleiding. Brink klokthermostaat

VH CONTROL THERMOSTAAT METIS

Toetselement onder lang indrukken: het licht wordt met minimale lichtsterkte ingeschakeld.

HEATCONTROL OPBOUW KLOKTHERMOSTAAT

Thermostaten en Comfort systemen. Ervaar het optimale verwarmingscomfort. DANFOSS HET GEVOEL VAN PERFECTIE

4 Knops afstandsbediening

Bedieningshandleiding Logamax plus GB072 GB GB072-24K. Voor montage a.u.b. zorgvuldig lezen. Condensatieketel voor gas

T. Toestelbedrijfsmodule CME 930. voor regeltoestel CFB 810. Installatie- en bedieningsvoorschrift (2013/02) NL

nl Hulp bij opstarten

Regel omschrijving: Ventilatie regeling Kampmann

VIESMANN. Montagehandleiding VITOTROL 100. voor de vakman

GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART TIMER

Elektronische draadloze ruimtethermostaat D9380 RF-T

MILTON KLOKTHERMOSTAAT

Bedieningshandleiding voor de gebruiker Logano GB125 met brander Logatop BE

Aanvullende handleiding Comfort-luchtgordijn met CHIPS-regeling Model CA

Gebruiksaanwijzing. Siemens Building Technologies AG c 1/24

MAKING MODERN LIVING POSSIBLE. Thermostaten en weersafhankelijke regelaars. Ervaar het optimale verwarmingscomfort.

Bedieningshandleiding

Service Manual. Comfort System

Dohse Aquaristik GmbH & Co. KG

VIESMANN. Montage- en inbedrijfstellingshandleiding. Afstandsbediening Radiorepeater. Veiligheidsvoorschriften. Montagevoorbereiding.

BESCHRIJVING FUNCTIE MODES speciaal ontworpen voor vloerverwarming en koeling systemen die aangestuurd worden door actuators. Instelmogelijkheden: Enk

Installatie- en servicehandleiding

Bedienings- en servicehandleiding Logamatic

Itho Daalderop Klokthermostaat ComfortControl CC5000. handleiding

GEBRUIKSHANDLEIDING. 8A /11.03 Wijzigingen voorbehouden.

Day Night Round T8700A1009/T8700N1000

MONTAGEHANDLEIDING. Kamerthermostaat EKRTWA

In werking stellen Hoofdstuk 6

CDR4 - Colis AD256. isense PRO. Installatiegebruikersen. service handleiding. Draadloze interactieve kamerthermostaat A-REMBENL

Servicetool. Gebruikershandleiding

GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART SELECT

met stooklijnverstelling

Bestelling. Apparatencombinaties. Techniek

Gebruiksaanwijzing. Gebruiksaanwijzing. Voor de gebruiker VRT 35. BEnl. Uitgever/fabrikant Vaillant GmbH

GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART REMOTE

ModuLine 30 Klokthermostaat

Transcriptie:

Montage- en servicehandleiding Kamercontroller 6 720 618 477-00.1RS Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 Voorafgaand aan montage en servicewerkzaamheden zorgvuldig lezen. 6 720 642 308 (2012/10) BE/NL

Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen..................................... 5 1.1 Toelichting bij de symbolen........................................................ 5 1.2 Veiligheidsaanwijzingen........................................................... 5 2 Gegevens betreffende het toestel........................................................ 6 2.1 Voorgeschreven toepassing........................................................ 6 2.2 EG-conformiteitverklaring......................................................... 6 2.3 Leveringsomvang................................................................ 6 2.4 Technische gegevens............................................................. 7 2.5 Geldigheid van deze handleiding voor de functiemodule (toebehoren)..................... 7 2.6 Toebehoren..................................................................... 8 2.7 Vervangen ERC door RC35........................................................ 8 3 Installatie............................................................................. 9 3.1 De juiste montagepositie kiezen.................................................... 9 3.1.1 Montage in de referentiekamer..................................................... 9 3.1.2 Montage op de ketel.............................................................. 9 3.2 Soorten installatie............................................................... 9 3.3 Montage en aansluiting.......................................................... 10 3.4 Bedieningseenheid inhangen of verwijderen......................................... 11 4 Basisprincipes van de bediening........................................................ 13 4.1 Bedieningsoverzicht............................................................ 13 4.2 Inleiding servicemenu........................................................... 14 4.3 Overzicht van het servicemenu.................................................... 16 5 Inbedrijfstelling...................................................................... 17 5.1 Algemene inbedrijfstelling........................................................ 17 5.2 Checklist: belangrijke parameters voor de inbedrijfstelling............................. 18 5.3 Snelle inbedrijfstelling (menu snelbediening)........................................ 18 5.4 Uitgebreide inbedrijfstelling...................................................... 19 5.5 Installatieoverdracht............................................................ 19 5.6 Buiten bedrijf stellen/uitschakelen................................................. 20 5.7 Aanwijzingen voor de werking..................................................... 20 2 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Inhoudsopgave 6 Installatie instellen (Servicemenu Instellingen)........................................... 20 6.1 Installatiegegevens.............................................................. 21 6.1.1 Gebouwsoort (demping van de buitentemperatuur)................................... 21 6.1.2 Minimale buitentemperatuur...................................................... 22 6.2 Ketelgegevens.................................................................. 23 6.3 Gegevens van de CV-groep....................................................... 23 6.3.1 Softwarematige indeling van de bedieningseenheid/afstandsbediening................... 26 6.3.2 Soort regeling (weersafhankelijk/kamerinvloed)...................................... 27 6.3.3 Stooklijn...................................................................... 27 6.3.4 Typen verlaging (nachttemperatuur)................................................ 28 6.3.5 Bescherming tegen bevriezing..................................................... 29 6.4 Tapwater...................................................................... 30 6.5 Zonnegegevens................................................................. 32 6.6 Kalibrering RC35............................................................... 33 6.7 Contactgegevens............................................................... 33 7 Diagnose............................................................................. 34 7.1 Functietest.................................................................... 34 7.2 Monitorwaarde................................................................. 35 7.3 Foutmelding................................................................... 36 7.4 Stooklijn...................................................................... 36 7.5 Versies........................................................................ 36 8 Onderhoud........................................................................... 37 9 Reset................................................................................ 37 10 Storingen oplossen.................................................................... 38 11 Servicemenu RC35.................................................................... 43 Trefwoordenlijst...................................................................... 44 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 3

Informatie over de handleiding Informatie over de handleiding Deze montage- en servicehandleiding bevat alle informatie over de werking en de instellingen van de bedieningseenheid Logamatic RC35. Inleiding servicemenu In hoofdstuk 4.2 worden de bedieningsstappen waarmee u alle instellingen in het servicemenu kunt uitvoeren, uitgebreid toegelicht. In de daaropvolgende paragrafen wordt de bediening slechts kort weergegeven. Displayteksten Begrippen die direct verband houden met informatie op het display, worden als normale tekst vet weergegeven. Voorbeeld: GEBRUIKERSMENU 4 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen 1 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen 1.1 Toelichting bij de symbolen Waarschuwingsaanwijzingen Waarschuwingsaanwijzingen in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek met grijze achtergrond en een kader. Bij gevaren door stroom wordt het uitroepteken in de gevarendriehoek vervangen door een bliksemsymbool. Signaalwoorden voor een waarschuwingsaanwijzing geven de soort en de ernst van de gevolgen aan, wanneer de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet gerespecteerd worden. OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan. VOORZICHTIG betekent, dat licht tot middelzwaar persoonlijk letsel kan ontstaan. WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan. GEVAAR betekent, dat er levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ontstaan. Belangrijke informatie Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of materialen wordt met het nevenstaand symbool gemarkeerd. Deze worden gescheiden van de tekst door een lijn onder en boven de tekst. Aanvullende symbolen Symbool Betekenis Handelingsstap Kruisverwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documenten Opsomming/lijstpositie Opsomming/lijstpositie (2e niveau) Tabel 1 1.2 Veiligheidsaanwijzingen Installatie en inbedrijfstelling Handleiding aanhouden, zodat de correcte werking gegarandeerd blijft. Toestel alleen door een erkende installateur laten monteren en in bedrijf laten nemen. Levensgevaar door elektrische stroom Elektrische aansluitingen enkel door een elektricien laten uitvoeren. Aansluitschema respecteren. Voor de installatie: voedingsspanning (230 V AC) op alle polen onderbreken. Tegen onopzettelijk herinschakelen beveiligen. Toestel niet in vochtige ruimtes monteren. Dit apparaat in geen geval op het voedingsnet van 230 V aansluiten. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 5

2 Gegevens betreffende het toestel Schade door bedieningsfouten Bedieningsfouten kunnen persoonlijk letsel en/of materiële schade tot gevolg hebben. Waarborg dat kinderen dit toestel niet zonder toezicht kunnen bedienen of ermee kunnen spelen. Waarborg, dat alleen personen toegang hebben, die in staat zijn dit toestel deskundig te bedienen. Waarschuwing: bevriezing Wanneer de verwarmingsinstallatie niet in bedrijf is, kan deze bij vorst bevriezen: Verwarmingsinstallatie altijd ingeschakeld houden. Vorstbeveiliging inschakelen. Bij een storing: de storing onmiddellijk verhelpen. 2 Gegevens betreffende het toestel 2.1 Voorgeschreven toepassing De bedieningseenheid RC35 mag uitsluitend worden gebruikt om CV-installaties van Buderus in een- en meergezinswoningen te bedienen en te regelen. Toestel alleen voor de voorgeschreven toepassing en in combinatie met de genoemde regelsystemen gebruiken. Bij de installatie en het bedrijf moeten de specifieke nationale voorschriften en normen gerespecteerd worden! De ketel moet met EMS (Energie-Management-System) of UBA1.x (universele branderautomaat) zijn uitgerust. De bedieningseenheid niet met regeltoestellen uit de serie Logamatic 2000/4000 gebruiken. Wij bevelen aan de installatie altijd met een bedieningseenheid te gebruiken (zonder bedieningseenheid alleen noodbedrijf mogelijk). Bij gebruik van de afstandsbedieningen RC2x, die tot en met 2005 zijn gefabriceerd, kunnen slechts twee afstandsbedieningen worden aangesloten. Bij vragen hierover kunt u contact opnemen met uw Buderus vestiging. Dit voorschrift beschrijft de maximaal mogelijke functionaliteit van de bedieningseenheid RC35: afhankelijk van de gebruikte CV-ketel (branderautomaat) staan deze functies eventueel niet allemaal ter beschikking. Meer informatie daarover vindt u in de betreffende hoofdstukken. Informatie over de gebruikte branderautomaten vindt u in het menu DIAGNOSE\VERSIES ( pagina 36). RC35 als vervanging voor ERC Wanneer de bedieningseenheid RC35 als vervanging voor het regeltoestel ERC wordt ingezet, dan ontstaan verschillen b.v. met betrekking tot de fabrieksinstellingen. Een overzicht daarvan vindt u in tab. 4, pagina 8. 2.2 EG-conformiteitverklaring Dit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese richtlijnen evenals aan de bijkomende nationale vereisten. De conformiteit wordt aangetoond door het CE-kenmerk. U kunt de conformiteitverklaring van het product vinden op het internet bij www.buderus.de/konfo of deze opvragen bij uw filiaal van Buderus. 2.3 Leveringsomvang Bedieningseenheid RC35 Bedieningshandleiding Montage- en servicehandleiding Wandhouder, bevestigingsmateriaal 6 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Gegevens betreffende het toestel 2 2.4 Technische gegevens Eenheid RC35 Voedingsspanning via bus-systeem V 16 V DC Opgenomen vermogen W 0,3 Opgenomen vermogen met achtergrondverlichting W 0,6 Afmetingen (breedte/hoogte/diepte) mm 150/90/32 Gewicht g 233 Bedrijfstemperatuur C 0 tot +50 Opslagtemperatuur C 0 tot +70 Relatieve luchtvochtigheid % 0 tot 90 CE-markering Tabel 2 Technische gegevens van de bedieningseenheid RC35 Specificaties temperatuurvoeler Bij metingen met temperatuurvoelers, de volgende voorwaarden respecteren: De installatie voor het meten stroomloos schakelen. Weerstand op de kabeluiteinden meten. De weerstandswaarden zijn gemiddelde waarden, waarbij toleranties moeten worden aangehouden. Aanvoertemperatuurvoeler Buitenvoeler Warmwatertemperatuurvoeler C k C k C k 20 96,358 10 19,872 60 2,490 15 72,510 16 15,699 65 2,084 10 55,054 20 12,488 70 1,753 5 42,162 25 10,001 75 1,481 0 32,556 30 8,060 80 1,256 5 25,339 35 6,535 85 1,070 10 19,872 40 5,331 90 0,915 15 15,699 45 4,372 95 0,786 20 12,488 50 3,606 100 0,677 25 10,001 55 2,989 30 8,060 Tabel 3 Weerstandswaarden van de temperatuurvoelers alleen voor EMS 2.5 Geldigheid van deze handleiding voor de functiemodule (toebehoren) Deze handleiding geldt ook voor de bedieningseenheid in combinatie met de mengklep MM10 en de module voor evenwichtscollector WM10. Indien de CV-installatie met andere functiemodules (b.v. zonnemodule SM10) is uitgerust, treft u bij sommige menu's extra instelmogelijkheden aan. Deze instelmogelijkheden worden in afzonderlijke handeleidingen behandeld. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 7

2 Gegevens betreffende het toestel 2.6 Toebehoren Exacte informatie over geschikte toebehoren is opgenomen in de catalogus. Mengklepmodule MM10 1) voor de aansturing van een 3-wegklep. De handleiding van de RC35 bevat de beschrijving van de MM10. Module voor evenwichtscollector WM10 1) voor gebruik van een evenwichtscollector Zonnemodule en andere EMS-modules (b.v. aansluitmodule ASM10) 1) Afstandsbediening 1) (bijv. RC2x, RC20/RF) voor de aansturing van een centrale verwarming Buitentemperatuurvoeler, externe kamertemperatuurvoeler 2.7 Vervangen ERC door RC35 Onderwerp ERC RC35 Opmerking Zie pagina Typen verlaging (nachttemperatuur) WE dag-, nachttemperatuur Regelingsmethode Zelftest Met bijsturing van de kamertemperatuur (regelingstype) Tabel 4 Omschakeling tussen Uitschak. en Buiten afhankelijk van de ingestelde buitentemperatuurdrempel. Dag: 19/21 C Nacht: 16 C Omschakelbaar kameraanvoer/kamervermogen. Zelftest aanwezig en activeerbaar. Keuze uit vier soorten verlaging: gereduceerd uitschakeling op ruimtetemperatuur op buitentemperatuur Dag: 21 C Nacht: 17 C Standaard kameraanvoer, alleen op klantenserviceniveau omschakelbaar. Permanente zelftest op de achtergrond inschakelen niet nodig. Afwijking b.v.: gewijzigde buitentemperatuurdrempel bij op buitentemperatuur. Instellingen zoals bij ERC ook in de bedieningseenheid RC35 mogelijk overleg met eindklant nodig. Wanneer kamervermogen moet worden gebruikt, neem dan a.u.b. contact op met uw servicedienst. Bedieningseenheid RC35 test het systeem continu. Wanneer een fout wordt gevonden, geeft de bedieningseenheid RC35 automatisch een storingsindicatie. WE = 3 K WE = 0 K 27 28 29 13 (gebruikershandleiding) 1) Bij CV-toestellen met UBA1.x of DBA is toepassing van modules niet mogelijk. 8 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Installatie 3 3 Installatie 3.1 De juiste montagepositie kiezen 3.1.1 Montage in de referentiekamer Bij een kamertemperatuurgeregelde regeling, de volgende voorwaarden respecteren: Montagepositie op een binnenmuur ( afb. 1) Afstand tot de deur aanhouden (tocht vermijden). Vrije ruimte ( afb. 1, gearceerde oppervlak) onder de bedieningseenheid houden (correcte temperatuurmeting). De referentiekamer (= montageruimte) moet zo representatief mogelijk voor de hele woning zijn. Externe warmtebronnen (zonnestralen of andere warmtebronnen zoals een open haard) in de referentierkamer beïnvloeden de regelfuncties. Daardoor kan het in kamers zonder externe warmtebronnen te koud worden. De thermostaatkranen op de radiatoren in de referentiekamer moeten helemaal open blijven, zodat de beide temperatuurregelingen elkaar niet beïnvloeden. Als er geen referentiekamer beschikbaar is, adviseren wij om te kiezen voor een weersafhankelijke regeling (buitentemperatuurvoeler vereist). Of u kunt een externe kamertemperatuurvoeler installeren in de kamer waar de grootste behoefte aan warmte bestaat (b.v. in de woonkamer). Afb. 1 Minimale afstanden voor de montage in de referentiekamer 6 720 618 477-01.1RS 3.1.2 Montage op de ketel Bij CV-toestellen die met het Energie-Management-System (EMS) zijn uitgerust, is bovendien een directe montage op de ketel mogelijk. De buitentemperatuurvoeler voor een weersafhankelijke regeling wordt niet standaard bijgeleverd, maar kan als toebehoren worden besteld. 3.2 Soorten installatie De bedieningseenheid kan op drie verschillende manieren geënstalleerd worden: Als zelfstandige bedieningseenheid in het systeem (fabrieksinstelling): de bedieningseenheid wordt in een woonruimte (referentiekamer) of op het CV-toestel gemonteerd. Bijvoorbeeld: eengezinswoning met één CV-groep. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 9

3 Installatie Als zelfstandige bedieningseenheid in een CV-installatie met twee of meer CV-groepen 1) ( afb. 2, [1]). Bijvoorbeeld: vloerverwarming op de ene etage, radiatoren op de andere of een woning in combinatie met een aparte wooneenheid of een praktijkruimte. In combinatie met een afstandsbediening (b.v. RC2x, RC20/RF, afb. 2, [2]). In dit geval betreft het altijd twee afzonderlijke CVgroepen. Afstandsbedieningen kunnen bij CV-toestellen met UBA1.x niet worden gebruikt. Bijvoorbeeld: vloerverwarming op de ene etage, radiatoren op de andere of een woning in combinatie met een aparte wooneenheid of een praktijkruimte. 1 2 CV1 CV1 CV2 CV2 6 720 641 642-01.1RS Afb. 2 Mogelijkheden voor een CV-installatie met twee CV-groepen [1] Eén bedieningseenheid regelt beide CV-groepen. [2] Iedere CV-groep is uitgerust met een eigen bedieningseenheid/afstandsbediening. 3.3 Montage en aansluiting Gebruik uitsluitend de wandhouder met schroefklemmen. Als een wandhouder zonder schroefklemmen beschikbaar is, moet u deze vervangen. De wandhouder kan direct op de muur of op een inbouwdoos worden bevestigd. Bij montage op een inbouwdoos op het volgende letten: Tocht uit de inbouwdoos mag de meting van de temperatuur in de kamer m.b.v. de bedieningseenheid niet vervalsen. Vul eventueel de inbouwdoos op met isolatiemateriaal. Maak gebruik van de horizontale of verticale bevestigingsgaten [4]. Wandhouder monteren ( afb. 3, links). Sluit de tweeaderige BUS-kabel van het Energy-Management-System (EMS) aan op de kabelklemmen RC [5]. Kabeltype: 2 x 0,75 mm 2 (0,5 1,5 mm 2 ), lengte max. 100 m De polariteit van de aders is willekeurig. De kabels niet parallel aan de netkabels leggen. 1) Bij CV-toestellen met UBA1.x en DBA niet mogelijk. 10 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Installatie 3 2 1 3 5 4 4 6 3 Afb. 3 Montage van de wandhouder (links) en elektrische aansluiting (rechts) [1] Boorgat aan de wand [2] Meegeleverde schroeven voor de opbouwmontage [3] Verticale bevestigingsgaten voor inbouwmontage [4] Horizontale bevestigingsgaten voor inbouwmontage [5] Aansluiting RC op EMS (CV-toestel) [6] Aansluiting EXT voor externe kamertemperatuurvoeler of voor een draadbrug Indien de bedieningseenheid RC35 zonder externe kamertemperatuurvoeler wordt gebruikt, is voor de kabelklemmen EXT [6] een draadbrug nodig (leveringstoestand af fabriek). Als de bedieningseenheid RC35 met een externe kamertemperatuurvoeler wordt bediend, de af fabriek geleverde draadbruggen bij EXT verwijderen en de externe kamertemperatuurvoeler op deze plaats installeren. 3.4 Bedieningseenheid inhangen of verwijderen 2 Bedieningseenheid inhangen 1. Hang de bedieningseenheid bovenop de montageplaat, in de richting van de pijl. 2. Bedieningseenheid onder in de richting van de pijl tegen de montageplaat drukken tot deze vergrendelt. 1 1. 6 720 618 477-03.1RS Afb. 4 Bedieningseenheid inhangen 2. 6 720 618 477-04.1RS Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 11

3 Installatie Klokthermostaat demonteren 1. Knop aan de onderzijde van de montageplaat in de richting van de pijl drukken. 2. Tegelijkertijd de bedieningseenheid naar voren trekken. 3. Bedieningseenheid naar boven toe verwijderen. 3. 2. Afb. 5 Klokthermostaat demonteren 1. 6 720 618 477-10.1RS 12 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Basisprincipes van de bediening 4 4 Basisprincipes van de bediening 4.1 Bedieningsoverzicht Legenda bij afbeelding: 1 Klep met behulp van de linker greepuitsparing openen 2 Display 3 Draaiknop voor het veranderen van waarden en temperaturen of voor het bewegen in de menu s ma kamer 2 3 4 u. 4 Toetsen voor de basisfuncties: Als de LED brandt,... AUT (automaat) is het schakelprogramma actief (automatische omschakeling tussen de kamertemperatuur overdag en 's nachts). Dagbedrijf (handmatig) werkt de verwarming met de ingestelde dagtemperatuur. De tapwaterbereiding is ingeschakeld (fabrieksinstelling). Nachtbedrijf (handmatig) werkt de verwarming met de nachttemperatuur. Vorstbeveiliging is actief. De tapwaterbereiding is uitgeschakeld (fabrieksinstelling). Tapwater is de temperatuur van het tapwater tot onder de ingestelde waarde gedaald. Door op de toets te drukken, wordt het warme water weer verwarmd (daarbij knippert de LED). 1 5 6 720 619 518-08.1TL 5 Toetsen voor extra functies: Menu/OK Tijd Datum Temperatuur Info Terug Functie: Gebruikersmenu openen en de keuze bevestigen. Bij gelijktijdig draaien van de draaiknop: instelling wijzigen. Tijd instellen. Datum instellen. Kamertemperatuur instellen. Het Info-menu openen (waarden opvragen). Eén stap of menupunt terug gaan. In automatisch bedrijf brandt naast de LED AUT ook de LED voor de indicatie van de actuele bedrijfstoestand ( Dag of Nacht ). Uitzondering: bij CV-toestellen met UBA1.x brandt alleen de LED AUT. De LED tapwater kan ook worden uitgeschakeld. Bij CV-toestellen met een UBA1.x licht de LED tapwater niet op. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 13

4 Basisprincipes van de bediening 4.2 Inleiding servicemenu Met het SERVICEMENU kunt u de parameters van de installatie instellen. Bovendien bevat deze functies voor de diagnose, onderhoud en reset. De werkwijze bij de bediening is altijd gelijk: 1. Klep openen (met linker greepuitsparing). 2. De toetsen + + gelijktijdig indrukken om het SERVICEMENU te openen. 3. De draaiknop draaien om de keuze te wijzigen. 4. De toets indrukken om een keuze te maken. 5. De toets ingedrukt houden (de waarde knippert) en gelijktijdig de draaiknop draaien om de waarde te wijzigen. De toets loslaten. De gewijzigde waarde wordt opgeslagen. 6. De toets indrukken om een stap terug te gaan. Meermaals op de toets drukken of de klep sluiten, zodat de standaardweergave weer wordt weergegeven. Voorbeeld: de gebouwsoort (dempingstijd) instellen Bediening Resultaat 1. Klep openen (met linker greepuitsparing). 2. De toetsen + + gelijktijdig indrukken om het SERVICEMENU te openen. 3. De draaiknop naar links draaien, tot instellingen geselecteerd is. De toets indrukken om de keuze te bevestigen. Tabel 5 Zo gebruikt u het servicemenu (voorbeeld) 14 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Basisprincipes van de bediening 4 Bediening Resultaat 4. Het menu SERVICE\INSTELLINGEN wordt geopend. De draaiknop naar links draaien, tot ketelgegevens geselecteerd is. 5. De toets indrukken om ketelgegevens te selecteren. Het menu INSTELLING\KETEL wordt geopend. 6. De toets ingedrukt houden (de waarde knippert) en gelijktijdig de draaiknop draaien om de waarde te wijzigen. 7. De toets loslaten. De waarde knippert niet meer. De gewijzigde waarde is opgeslagen. 8. Wanneer u dit voorbeeld slechts als oefening heeft uitgevoerd: zorg ervoor, dat de oorspronkelijke instelling behouden blijft. Daarvoor evt. de stappen 6 en 7 herhalen. 9. De toets indrukken om een stap terug te gaan. -of- Om het instellen te beëindigen: de toets meermaals indrukken of de klep sluiten. De standaardweergave wordt opnieuw weergegeven. Met deze werkwijze kunt u alle instellingen in het SERVICEMENU uitvoeren. Tabel 5 Zo gebruikt u het servicemenu (voorbeeld) Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 15

4 Basisprincipes van de bediening 4.3 Overzicht van het servicemenu Het SERVICEMENU is onderverdeeld in de volgende menu's en submenu's: Menu Submenu Inhoud/functie Pagina snelbediening Belangrijkste parameters uit het menu instellingen voor de 18 configuratie van de CV-installatie instellingen (alle parameters) installatiegegevens 1) Parameters: taal, aantal CV-groepen, geïnstalleerde module, 21 gebouwsoort, minimale buitentemperatuur ketelgegevens 1)2) Parameter: pompnadraaitijd en modulatie 23 gegevens van de CVgroep Parameters van de geïnstalleerde CV-groepen 23 1) tapwater 1) Parameters voor tapwater 30 solargegevens 2) Indien zonne-energie is geïnstalleerd: 32 zie de documentatie van de zonnemodule kalibrering RC35 Parameter: kalibratie van de weergegeven 33 kamertemperatuur contactgegevens Naam en telefoonnummer van de verwarmingsinstallateur invoeren 33 diagnose functietest 1)2) Sommige componenten aansturen door uitproberen 34 monitorwaarde Ingestelde en werkelijke waarden weergeven 35 foutmelding 1) Foutmeldingen weergeven 36 stooklijn Ingestelde stooklijn grafisch weergeven 36 versies Softwareversies weergeven 36 onderhoud 1)2) onderhoudsinterval Onderhoudstermijn op aantal bedrijfsuren of datum instellen 37 actuele meldingen Onderhoudsmeldingen weergeven 37 reset onderhoud Onderhoudsmeldingen terugzetten 37 reset 1) fabrieksinstelling Resetten van parameters naar de fabrieksinstelling 37 foutenlijst 37 onderhoudsmelding 37 bedrijfsuren 37 Tabel 6 Navigator servicemenu 1) Afhankelijk van het gebruikte CV-toestel alleen beperkt mogelijk. 2) Afhankelijk van het gebruikte CV-toestel niet mogelijk of niet aanwezig. 16 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Inbedrijfstelling 5 5 Inbedrijfstelling 5.1 Algemene inbedrijfstelling Bediening 1. Schakel de verwarmingsinstallatie in. Tijdens het opbouwen van de verbinding tussen de RC35 en het EMS of de UBA1.x verschijnt de melding hiernaast op het display: Indien een andere melding op het display verschijnt, zie dan hoofdstuk 10, op pagina 38. Resultaat 2. Taal instellen: De klep openen. De toets ingedrukt houden en met de draaiknop de gewenste taal instellen. 3. De datum en tijd instellen: De toets ingedrukt houden en met de draaiknop steeds de knipperende waarde instellen. Laat de toets los. De toets ingedrukt houden en met de draaiknop steeds de knipperende waarde instellen. Laat de toets los. Bij stroomuitval blijven de datum en tijd maximaal 8 uren behouden. Alle andere instellingen blijven behouden. 4. De toetsen + + gelijktijdig indrukken om het SERVICEMENU te openen. Tabel 7 Algemene inbedrijfstelling Desgewenst kunt u het contrast van het display wijzigen: De toetsen en ingedrukt houden en gelijktijdig de draaiknop draaien. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 17

5 Inbedrijfstelling 5.2 Checklist: belangrijke parameters voor de inbedrijfstelling Voer de inbedrijfstelling altijd zo uit, dat beide partijen tevreden zijn en de CV-installatie naar wens en zonder problemen werkt. Uit onze ervaring is gebleken dat de volgende parameters van groot belang zijn voor de tevredenheid van de gebruiker: Tegemoetkomen aan de eisen en wensen van de gebruiker met betrekking tot Het gewenste type verlaging (nachtverlaging) De gewenste regelfunctie De juiste stooklijn De juiste gebouwsoort (demping buitentemp.) De schakelfrequentie van de circulatiepomp 1) Instelmogelijkheden op buitentemperatuur, gereduceerd, op ruimtetemperatuur, uitschakeling Fabrieksinstelling op buitentemperatuur SERVICEMENU\ Instellingen\ CV-groep x, pagina 24 weersafhankelijk, ruimteregeling weersafhankelijk CV-groep x, pagina 27 Met de parameter: eindpunttemperatuur, CV-groep x, pagina 24 minimale buitentem- peratuur, offset en ingestelde ruimtetemperatuur licht, gemiddeld, zwaar gemiddeld Installatiegegevens, pagina 21 permanent, 1 x, 2 x, 3 x, 4 x, 5 x, 2 x Tapwater, pagina 30 6 x per uur gedurende 3 minuten Voorrang tapwater ja, nee ja CV-groep x, pagina 25 Klokprogramma (tijden) Standaardprogramma (b.v. familie), eigen programma familie CV-groep x, pagina 25 Tabel 8 Checklist: belangrijke parameters voor de inbedrijfstelling 1) Deze functie is bij CV-toestellen met UBA1.x, DBA, UBA-H3 en bij tapwatervoorziening volgens het doorstroomprincipe niet mogelijk. 5.3 Snelle inbedrijfstelling (menu snelbediening) De toets indrukken om het menu snelbediening te openen. SNELBED\ Menupunt Invoerbereik Fabrieksinstelling Overige info BASISINSTELL Welke taal moet gebruikt worden? Nederlands,... Francais OPENVERDELER Hebt u een open verdeler module geplaatst? ja, nee nee In combinatie met MCM10 wordt instelling automatisch op ja gezet; masker wordt onderdrukt. 1)2) Tabel 9 Navigator menu snelbediening Is een voeler voor evenwichtscollector aangesloten? nee, nee op ketel, op evenw.coll.module Bij gebruik van een temperatuurvoeler voor evenwichtscollector op evenwichtscollector aansluiten. 3) 18 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Inbedrijfstelling 5 SNELBED\ Menupunt Invoerbereik INSTALLATIE AANT MENGERS CV-GROEP 1 (en andere CV-groepen) Is de cv-groep 1 aanwezig (ongemengde cv-groep)? Hoeveel gemengde cv-groepen zijn er? Welke bedien.eenh. is aan CVgroep 1 toegewezen? Hoe moet CV-groep 1 geregeld worden? ja, nee ja 0 tot 3 0 Adres met de draaicodeerschakelaar van de mengmodule instellen (fabrieksinstelling CV2). 1) RC2x/RC20/ RF, RC35, geen weersafhankelijk, ruimteregeling RC35 weersafhankelijk Toewijzing bedieningseenheid/ CV-groep ( pagina 26). Algemene gegevens CV-groep ( pagina 23). Andere CV-groepen instellen zoals CV-groep 1. Welk verw.systeem heeft cvgroep1vector, radiator, con- radiator Stooklijn ( pagina 27) vloer TAPWATER Hebt u tapwater geinstalleerd? ja, nee nee 4) SOLARMODULE Tabel 9 Hoe moet de tapwateropwarming gebeuren? Op welke temperatuur moet uw tapwater verwarmd worden? Hebt u een solarmodule geplaatst? Navigator menu snelbediening 3-wegklep WW-laadpomp 1) Bij CV-toestellen met UBA1.x of DBA niet mogelijk of niet aanwezig. 2) Niet mogelijk bij verwarmingsketels met een UBA4. 3) Alleen bij ketels met UBA4 mogelijk. 4) Bij CV-toestellen met DBA niet mogelijk of niet aanwezig. 5) Bij CV-toestellen met UBA1.x, DBA of UBA-H3 niet aanwezig. Fabrieksinstelling 3-wegklep 5) Overige info 30 C tot 80 C 60 C Om de temperatuur van het tapwater te kunnen wijzigen, tapwater op de bedieningseenheid van de ketel op AUT zetten of tapwater activeren. ja, nee nee 1) Controleer aan de hand van de checklist op pagina 18, of nog andere instellingen nodig zijn. 5.4 Uitgebreide inbedrijfstelling Controleer of de fabrieksinstellingen in het menu SERVICE\INSTELLINGEN bij de CV-installatie passen. Gewijzigde instellingen evt. noteren. 5.5 Installatieoverdracht Waarborg dat op de ketelbedieningseenheid geen begrenzing van de temperaturen voor verwarming en tapwater zijn ingesteld, zodat de tapwater- en aanvoertemperatuur via de bedieningseenheid RC35 geregeld worden. Geef de klant de nodige uitleg over de werking en de bediening van het apparaat. Informeer de klant over de gekozen instellingen. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 19

6 Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) We raden u aan om dit montage- en servicevoorschrift over te dragen aan de klant, opdat hij het bij de CV-installatie kan bewaren. 5.6 Buiten bedrijf stellen/uitschakelen De bedieningseenheid RC35 wordt via de CV-installatie van stroom voorzien en blijft continu ingeschakeld. De CV-installatie wordt uitsluitend voor bijv. onderhoudsdoeleinden uitgeschakeld. Voor het in- of uitschakelen van de CV-installatie: bedrijfsschakelaar op de ketel op stand 1 (AAN) of 0 (UIT) zetten. Na het uitschakelen of bij stroomuitval blijven de datum en tijd maximaal 8 uren behouden. Alle andere instellingen blijven permanent behouden. 5.7 Aanwijzingen voor de werking Deelnemer op de EMS-bus In een bussysteem mag slechts één deelnemer de berekening van de CV-groep uitvoeren. In een CV-installatie mag daarom slechts een bedieningseenheid RC35 worden geïnstalleerd. Wanneer extra ruimtecontrollers (b.v. RC2x) gewenst zijn, moeten deze als afstandsbediening 1) met ingesteld adres van de CV-groep geënstalleerd worden ( pagina 23). Bij ketels met geïntegreerde buitentemperatuurregeling moet deze worden uitgeschakeld. Thermostaatkranen in de referentiekamer Thermostaatkranen op de radiotoren in de referentiekamer 2) zijn bij kamertemperatuurregeling niet nodig. Indien er thermostaatkranen in de referentiekamer aanwezig zijn, moeten deze volledig geopend zijn. Pompkick 1) Ter voorkoming van schade aan de pompen worden bij alle werkmodi telkens op woensdag om 12:00 uur alle verwarmingspompen gedurende 10 seconden in- en daarna weer uitgeschakeld. Daarna worden de mengkleppen gedurende 10 seconden OPEN en vervolgens DICHT geregeld. Daarna werken alle pompen en mengkleppen weer conform hun regelfunctie. 6 Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) De toetsen + + gelijktijdig indrukken om het SERVICEMENU te openen. De draaiknop naar links draaien, tot instellingen geselecteerd is. De toets indrukken om het menu SERVICE\INSTELLINGEN te openen. 1) Deze functie is bij CV-toestellen met UBA1.x of DBA niet mogelijk. 2) Ruimte waar een RC35 of RC2x/RC20/RF is gemonteerd. 20 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) 6 Houd er rekening mee, dat de weergave van de afzonderlijke menupunten afhankelijk van de installatie is. 6.1 Installatiegegevens De toets indrukken om installatiegegevens te selecteren. Het menu INSTELLING\INSTALL. wordt geopend. Menupunt Invoerbereik Fabrieksinstelling Overige info Welke taal moet gebruikt worden? Nederlands,... Francais Hebt u een open verdeler module geplaatst? ja, nee nee In combinatie met MCM10 wordt instelling automatisch op ja gezet; masker wordt onderdrukt. 1)2) Is een voeler voor een evenwichtscollector aangesloten? nee, op ketel, evenw.coll.module nee Tabel 10 Navigator servicemenu INSTELLING\INSTALL. 1) Bij CV-toestellen met UBA1.x of DBA niet mogelijk of niet aanwezig. 2) Niet mogelijk bij verwarmingsketels met een UBA4. 3) Alleen bij ketels met UBA4 mogelijk. Bij gebruik van een temperatuurvoeler voor evenwichtscollector op evenwichtscollector aansluiten. 3) Is de cv-groep 1 aanwezig (ongemengde cvgroep)? ja, nee ja Hoeveel gemengde cv-groepen zijn er? 0 tot 3 0 Adres met de draaicodeerschakelaar van de mengmodule instellen (fabrieksinstelling CV2). 1) Hebt u een solarmodule geplaatst? Moet de demping van de buitentemp. uitgeschakeld worden? Welke gebouwsoort hebt u? Wat is de minimale buitentemperatuur in uw regio? ja, nee nee 1) ja, nee nee Kiest u voor de optie ja dan wordt daarna de parameter Gebouwsoort uitgeschakeld. licht, gemiddeld, zwaar 30 C tot 0 C gemiddeld Gebouwsoort (vermogen om warmte op te slaan), hoofdstuk 6.1.1, pagina 21 10 C hoofdstuk 6.1.2, pagina 22 6.1.1 Gebouwsoort (demping van de buitentemperatuur) Door het vermogen van een gebouw om warmte op te nemen en door zijn karakteristieke warmteovergangsweerstand wordt het effect van een schommelende buitentemperatuur vertraagd doorgegeven aan de binnenruimten. Voor de warmtebehoefte in de kamers is daarom niet de actuele buitentemperatuur van doorslaggevend belang, maar de zogeheten gedempte buitentemperatuur. Met de parameter Gebouwsoort kan de demping worden ingesteld, waarmee schommelingen van de buitentemperatuur worden gecompenseerd. Zo kan men de regeling op de karakteristieke omstandigheden van het gebouw afstemmen. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 21

6 Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) De tijdconstante voor de demping van de buitentemperatuur berekent het regelapparaat aan de hand van de in de tab. 11 aangegeven factor voor de aangegeven gebouwsoort en een interne vermenigvuldigingsfactor, de zogeheten looptijd (= 6 minuten). De tijdconstante resulteert uit de factor x looptijd = dempingstijdconstante in uren. Parameter gebouwsoort Type Factor licht b.v. huis als geprefabriceerde constructie, constructie met houten balken 10 gemiddeld b.v. huis van holle betonblokken (fabrieksinstelling) 30 zwaar b.v. huis van baksteen 50 Tabel 11 Berekening van de dempingstijdconstante Voorbeeld: 2 1 6 720 618 477-05.1RS Afb. 6 Het sterk vereenvoudigde voorbeeld laat zien hoe de gedempte buitentemperatuur de buitentemperatuur volgt, maar deze extreme waarden niet bereikt. [1] Actuele buitentemperatuur [2] Gedempte buitentemperatuur Bij de fabrieksinstelling hebben de veranderingen van de buitentemperatuur uiterlijk na een vertraging van drie uren (30 x 6 minuten = 180 minuten) invloed op de berekening van de weersafhankelijke regeling. Om de berekende gedempte en actueel gemeten buitentemperatuur te controleren: het menu Diagnose\Monitorw. 4ketel/brander openen. 6.1.2 Minimale buitentemperatuur De minimale buitentemperatuur is de gemiddelde waarde van de koudste buitentemperaturen in het afgelopen jaar en heeft invloed op het verwarmingsdiagram. De waarde kan uit de voor ieder gebouw vereiste warmteberekening of uit de klimaatkaarten van de regio worden gehaald. 22 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

6.2 Ketelgegevens De draaiknop naar links draaien, tot ketelgegevens geselecteerd is. De toets indrukken om ketelgegevens te selecteren. Het menu INSTELLING\KETEL wordt geopend. Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) 6 Menupunt Invoerbereik Fabrieksinstelling Overige info Nadraaitijd van de ketelpomp? uitgeschakeld, 5min Instelling alleen bij CV-toestellen met interne 1 tot 60 min, 24 u pomp mogelijk. 1) Voer de pomplogicatemperatuur in. Tabel 12 Navigator servicemenu INSTELLING\KETEL 1) Bij CV-toestellen met UBA1.x niet mogelijk of niet aanwezig. 0 tot 65 C 47 C Instelling alleen mogelijk in combinatie met BRM10. 6.3 Gegevens van de CV-groep In dit hoofdstuk wordt de instelling van alle CV-groepen zoals bijvoorbeeld van CV-groep 1 beschreven. De draaiknop naar links draaien, tot CV-groep 1 geselecteerd is. De toets indrukken om CV-groep 1 te selecteren. Het menu INSTELLING\CV-GROEP 1 wordt geopend. Fabrieksinstelling Menupunt Invoerbereik Moet CV-groep 1 geactiveerd zijn? ja, nee ja Welke bedien.eenh. is aan CVgroep 1 toegewezen? Hoe moet CV-groep 1 geregeld worden? RC2x/RC20/RF, RC35, geen Tabel 13 Navigator servicemenu INSTELLING\CV-GROEP 1 RC35 weersafhankeiljk, ruimteregeling weersafhankelijk Overige info Zie pagina 26.Bij UBA1.x kan RC2x niet worden gekozen. Bij de optie geen wordt de soort regeling op weersafhankelijk gestuurd, omgeschakeld en uitgeschakeld. ruimteregeling alleen instelbaar wanneer RC2x of RC35 werd toegekend. Bij de keuze ruimteregeling wordt de kameraanvoer gebruikt. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 23

6 Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) Menupunt Welk verw.systeem heeft CV-groep 1? Invoerbereik radiator, convector, vloer Fabrieksinstelling radiator Overige info Bij CV1 instelling vloer alleen, wanneer het om een hoog rendement olie-/gaswandketel gaat. Er kunnen dan geen extra CV-groepen worden geïnstalleerd. Bij vloerverwarming absoluut een veiligheidsthermostaat aanbrengen. Stooklijn eindpuntt ( 10 C) 30 C tot 90 C 75 C (radiator, convector) 45 C (vloer) max aanvoertemp Geef de maximale aanvoertemperatuur op: radiator, convector: 30 C tot 90 C 1) vloer: 30 C tot 60 C radiator, convector: 75 C vloer: 50 C Tussen haakjes staat de ingestelde minimale buitentemperatuur ( pagina 23). Instelling alleen indien de soort regeling op weersafhankelijk is ingesteld ( pagina 27). Instelling alleen indien de soort regeling op weersafhankelijk is ingesteld ( pagina 27). Instelling alleen indien de soort regeling op ruimteregeling is ingesteld ( pagina 27). min. aanvoertemp 5 C tot 70 C 5 C Instelling alleen indien de soort regeling op weersafhankelijk is ingesteld ( pagina 27). Geef de minimale aanvoertemperatuur op: Instelling alleen indien de soort regeling op ruimteregeling is ingesteld ( pagina 27). kamert-offset 5,0 K tot +5,0 K 0,0 K Verschuiving stooklijn. Instelling alleen indien de soort regeling op weersafhankelijk is ingesteld ( pagina 27). Geef de maximale ruimte-invloed in: Welk type (nacht-) verlaging moet gebruikt worden? Welke buitentemperatuur moet voor de verlaging gelden? 0 K tot 10 K 3 K Instelling alleen indien de soort regeling op weersafhankelijk is ingesteld ( pagina 27). op buitentemperatuur, op buitentemperatuur gereduceerd, op ruimtetemperatuur (alleen wanneer RC35 of RC2x aan de CV-groep is toegekend), uitschakeling Tabel 13 Navigator servicemenu INSTELLING\CV-GROEP 1 Nachttemperatuur ( pagina 28) 20 C tot +10 C 5 C Temperatuurdrempel voor buitenafhankelijke werking ( pagina 28). Instelling alleen indien voor de temperatuurinstelling op buitentemperatuur is ingesteld. 24 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) 6 Menupunt Bescherming tegen bevriezing Welke temperatuur moet voor vorstbesch. gebruikt worden? Welke vorstbesch. temperatuur moet gebruikt worden? Vanaf welke buiten T. moet de verlaging onderbroken worden? buitentemp., kamertemp., geen vorstbescherming buitentemp. Instelling kamertemperatuur alleen indien RC2x of RC35 aan de CV-groep werd toegewezen ( pagina 29). 20 C tot +10 C 5 C Gerelateerd aan de buitentemperatuur ( pagina 29). uit, 30 C tot +10 C Moet tapwatervoorrang actief zijn? ja, nee nee Mengklep 2) Is er een mengklep beschikbaar? Welke looptijd heeft de mengklep? Welke offset moet voor de ketel gebruikt worden? Estrik drogen 2) Moet er een vloerdroging uitgevoerd worden? Om de hoeveel dagen moet de aanvoertemp. verhoogd worden? Met hoeveel graden Kelvin moet de aanvoertemp. telkens verhoogd w? Welke maximale aanvoertemp. moet bereikt worden? Hoeveel dagen moet de max aanvoertemp. behouden worden? Om de hoeveel dagen moet de aanvoertemp. verminderd worden? Invoerbereik uit Verlaging conform DIN 12831 ( pagina 29). ja, nee ja Instelling alleen vanaf CV-groep 2. 2) 10 sec. tot 600 sec. 120 sec. 0 K tot 20 K 5 K 2) 2) ja, nee nee Instelling alleen indien vloerverwarming is ingesteld. Tijdens het drogen van de vloer kan er geen tapwater worden bereid. 2) elke dag, om de 2 dagen tot om de 5 dagen 0 K tot 40 K 5 K elke dag 2) 25 C tot 60 C 45 C 2) 0 dagen tot 20 dagen 4 dagen direct norm. bedrijf, Elke dag, elke 2e dag tot elke 5e dag 2) 2) elke dag 2) Tabel 13 Navigator servicemenu INSTELLING\CV-GROEP 1 Met hoeveel graden Kelvin moet de aanvoertemperatuur steeds worden verhoogd? 0 K tot 20 K 5 K Instelling alleen indien bij verlaging van de aanvoertemperatuur niet direct norm. bedrijf is ingesteld. 4) Wilt u het klokprogramma wijzigen? ja, nee nee Bij de optie ja wordt naar het schakelprogramma van de CV-groep gesprongen. Fabrieksinstelling Overige info Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 25

6 Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) Menupunt Moet een optimalis. van het schakelprog. uitgevoerd worden? Welke verlaging moet bij vakantie gebruikt worden? Welke buitentemperatuur moet gebruikt worden? ja, nee nee Automatische aanpassing van de in- en uitschakeltijdstippen, afhankelijk van de buitentemperatuur, ruimtetemperatuur en het gebouwsoort (vermogen om warmte op te nemen). op buitentemperatuur, gereduceerd, op ruimtetemperatuur, uitschakeling op buitentemperatuur 1) Afhankelijk van de ketel kan het instelbereik zijn begrensd. 2) Bij CV-toestellen met UBA1.x of DBA niet mogelijk of niet aanwezig. 6.3.1 Softwarematige indeling van de bedieningseenheid/afstandsbediening Deze functie is bij ketels met UBA1.x en DBA niet mogelijk. Voorbeeld: CV-installatie met CV-groep 1 en CV-groep 2 ( pagina 9) Variant A B C Zie pagina 28. Instelling op ruimtetemperatuur alleen indien de afstandsbediening (b.v. RC2x) aan de CVgroep werd toegewezen. Bij de keuze van gereduceerd wordt de normale nachttemperatuur gebruikt. 20 C tot +10 C 5 C Temperatuurdrempel voor op buitentemperatuur ( pagina 28). Instelling alleen, wanneer type verlaging voor vakantie op buitentemperatuur is ingesteld. Instelling: welke bedieningseenheid is aan de CVgroep toegewezen? CV1 = RC35, CV2 = RC35 ( afb. 2, [1], 10) CV1 = geen, CV2, = RC35 ( afb. 2, [1], 10) CV1 = RC2x, CV2 = RC35 ( afb. 2, [2], 10) Invoerbereik Tabel 13 Navigator servicemenu INSTELLING\CV-GROEP 1 Fabrieksinstelling Effect Tabel 14 Instelling van de ruimtetemperaturen afhankelijk van de bedieningseenheid Overige info Dezelfde kamertemperaturen voor CV1 en CV2 Kamertemperaturen voor CV1 en CV2 afzonderlijk instelbaar Kamertemperaturen voor CV1 en CV2 afzonderlijk instelbaar; Kamertemperatuur voor CV1 op RC2x instellen 26 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) 6 6.3.2 Soort regeling (weersafhankelijk/kamerinvloed) Met het regelapparaat Logamatic wordt het verwarmingsdiagram van de temperatuur van het CV-water in de ketel vastgelegd. Er kan worden aangegeven of deze stooklijn uitsluitend door de buitentemperatuur wordt beïnvloed, of dat een combinatie van de buitentemperatuur en de kamertemperatuur de stooklijn bepaalt. weersafhankelijk: door een verandering van de gedempte buitentemperatuur in combinatie met de gekozen instellingen voor ingestelde kamerwaarde, offset, ontwerptemperatuur en minimale buitentemperatuur wordt bij deze instelling een in het regeltoestel berekende keteltemperatuur geregeld. Deze temperatuur wordt dan via een permanent bedrijf van de CV-pomp naar de radiatoren of vloerverwarming getransporteerd. De enige situaties waarbij deze instelling tot uitschakeling van de CV-pomp kan leiden zijn het zomerbedrijf, nachtverlaging (afhankelijk van de gekozen temperatuurinstelling) of de tapwatervoorziening (alleen bij tapwatervoorrang). weersafhankelijk met invloed van de kamertemperatuur (fabrieksinstelling): deze manier van regelen werkt precies als een pure weersafhankelijke regeling met dit verschil, dat via de parameter maximale ruimteinvloed kan worden bepaald of en in welke mate de kamertemperatuur invloed op de stooklijn uitoefent. De bedieningseenheid/afstandsbediening moet in een referentiekamer geïnstalleerd zijn, zodat een representatieve kamertemperatuur wordt gemeten. Hoe hoger de parameter wordt ingesteld, des te groter is het aandeel van de kamertemperatuur bij de vorming van de stooklijn (fabrieksinstelling 0 Kelvin). Dit geldt zowel voor over- als onderschrijdingen van de ingestelde kamertemperatuur. Zolang de parameter maximale ruimteinvloed op 0 is ingesteld, werkt de regeling puur weersafhankelijk. 6.3.3 Stooklijn Parameter: eindpunt temperatuur, maximale en minimale aanvoertemperatuur en kamertemperatuur-offset (parallelverschuiving) De stooklijn is het belangrijkste uitgangspunt voor een spaarzaam en comfortabel bedrijf van de CV-installatie bij weersafhankelijke regeling. Het regelsysteem Logamatic heeft voor de berekening van deze curve informatie over bepaalde karakteristieke waarden van de CV-installatie nodig en berekent daaruit de optimale stooklijn met behulp van een wiskundige formule. Daarbij wordt rekening gehouden met de gedempte buitentemperatuur en de kamerregeltemperatuur. De kamerregeltemperatuur is een interne rekengrootheid, die resulteert uit de gewenste kamertemperatuur en de kamerinvloed. Daardoor kan de gebruiker via de verandering van de gewenste kamertemperatuur de stooklijn direct beïnvloeden. De stooklijn ( afb. 7, pagina 28) wordt in wezen door het voet- en eindpunt bepaald. Het voetpunt ligt voor een kamertemperatuur van 20 C bij een gedempte buitentemperatuur van 20 C bij een aanvoertemperatuur van 20 C. Het eindpunt van de stooklijn moet overeenkomstig de ontwerptemperatuur van het CV-systeem worden ingesteld. Voor het verloop van de stooklijn (neiging/steilheid) zijn de beide parameters min. buitentemp. (de in een regio laagste te verwachten buitentemperatuur, pagina 22) en de eindpunttemperatuur (de aanvoertemperatuur, die bij de minimale buitentemperatuur moet worden bereikt) bepalend ( afb. 7, links). De x-as van de grafisch op het display weergegeven stooklijn heeft betrekking op een bereik van +20 C tot 20 C. Bij de parameter eindpuntt wordt de onder installatiegegevens ingestelde minimale buitentemperatuur door een cirkel weergegeven. Deze weergave is echter niet meer helemaal correct als een minimale buitentemperatuur onder 20 C wordt ingevoerd (de cirkel ligt dan niet meer op de stooklijn). Met de parameter minimale aanvoertemperauur kan een minimale ingestelde waarde worden vastgelegd ( afb. 7, [4], pagina 28). Wanneer de streefwaarde wordt onderschreden wordt de brander weer ingeschakeld. Een parallelle verschuiving van de stooklijn naar boven of beneden wordt door aanpassing van de parameter kamert-offset en/of de ingestelde kamertemperatuur gerealiseerd ( afb. 7, rechts, pagina 28). De instelling van de offset is b.v. zinvol als de met een thermometer gemeten kamertemperatuur afwijkt van de ingestelde temperatuur. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 27

6 Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) 1 2 5 6 T A 4 3 T A 7 T mina T mina 6 720 618 477-06.1RS Afb. 7 Instelling van de verwarmingscurve. Links: instelling van de steiging via de ontwerptemperatuur en minimale buitentemperatuur. Rechts: parallelle verschuiving is via offset of via de ingestelde kamertemperatuur mogelijk [T mina ]Minimum buitentemperatuur [T A ] Ontwerptemperatuur (aanvoertemperatuur, die bij de minimale buitentemperatuur moet worden bereikt) [1] Instelling: ontwerptemperatuur 75 C, minimum buitentemperatuur 10 C (basiscurve) [2] Instelling: ontwerptemperatuur 75 C, minimum buitentemperatuur 20 C [3] Instelling: ontwerptemperatuur 50 C, minimum buitentemperatuur 10 C [4] Instelling: minimale aanvoertemperatuur 35 C [5] Instelling: ontwerptemperatuur 75 C, minimum buitentemperatuur 10 C (basiscurve) [6] Parallelle verschuiving van de basiscurve door een verandering van de offset +3 of verhogen van de ingestelde kamertemperatuur [7] Parallelle verschuiving van de basiscurve door een verandering van de offset 3 of verlagen van de ingestelde kamertemperatuur 6.3.4 Typen verlaging (nachttemperatuur) Voor de aanpassing van de nachttemperatuur aan de behoeften van de verschillende gebruikers zijn uiteenlopende temperatuurinstellingen beschikbaar: gereduceerd: door het permanent verwarmen (pomp blijft draaien) blijven de kamers 's nachts op temperatuur. Voor de nacht kan een kamertemperatuur worden ingesteld. Deze is ten minste 1 K lager dan de ingestelde dagtemperatuur. Overeenkomstig dit gegeven wordt de stooklijn berekend. Deze instelling wordt aanbevolen voor vloerverwarming. uitschakeling: ketel en pomp blijven uitgeschakeld, de bescherming tegen bevriezing is actief. De pomp start alleen voor vorstbeveiliging. Wordt afgeraden wanneer gevaar voor een te sterke afkoeling van de woning bestaat. op ruimtetemperatuur: als de kamertemperatuur lager is dan de ingestelde nachttemperatuur (ingestelde waarde), werkt de verwarming net als in de gereduceerde modus (zoals beschreven onder temperatuurinstelling gereduceerd ). Als de kamertemperatuur de ingestelde nachttemperatuur meer dan 1K overstijgt, dan gaan de ketel en de pomp uit (zoals beschreven onder uitschakeling ). Dit type verlaging is alleen mogelijk, wanneer een bedieningseenheid/afstandsbediening in een representatieve woonruimte (referentiekamer) is geïnstalleerd of de kamertemperatuur met behulp van een externe kamertemperatuurvoeler wordt geregistreerd. 28 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) 6 op buitentemperatuur: indien de gedempte buitentemperatuur lager is dan de waarde van een instelbare buitentemperatuurdrempel, werkt de CV-installatie net als in de gereduceerde modus (zoals beschreven onder de temperatuurinstelling gereduceerd ). Boven deze drempel blijft het CV-systeem uitgeschakeld (zoals beschreven onder type verlaging uitschakeling ). Dit type verlaging is geschikt voor CV-groepen zonder eigen bedieningseenheid/afstandsbediening. De bedrijfsmodus beschermt de kamers bij een bepaalde buitentemperatuur tegen een te sterke afkoeling. 6.3.5 Bescherming tegen bevriezing De bescherming tegen bevriezing beschikt over de volgende mogelijkheden: geen vorstbescherming (bescherming is uitgeschakeld). buitentemp. (buitentemperatuurvoeler vereist). Als de buitentemperatuur lager is dan de drempel van de ingestelde temperatuur van de vorstbescherming, wordt de pomp van de CV-groep automatisch ingeschakeld. kamertemp. (kamertemperatuurvoeler van de RC35 c.q. RC2x). Als de kamertemperatuur tot onder de vast ingestelde waarde van 5 C daalt, wordt de pomp van de CV-groep automatisch ingeschakeld. Stijgt de kamertemperatuur boven 7 C, dan wordt de pomp van de CV-groep automatisch uitgeschakeld. VOORZICHTIG: Schade aan de installatie door bevriezing! De instellingen geen vorstbescherming en kamertemp. bieden geen of onvoldoende bescherming tegen bevriezing. Bij het selecteren van deze instellingen verschijnt een melding op het display, dat er gevaar voor bevriezing bestaat. Voor een betrouwbare bescherming tegen bevriezing de instelling buitentemp. gebruiken. De instelling kamertemp. biedt geen absolute bescherming tegen bevriezing, omdat b.v. de in de gevels gelegde leidingen kunnen bevriezen, alhoewel de temperatuur in de referentiekamer op basis van externe warmtebronnen duidelijk boven de 5 C kan zijn. Vanaf welke buiten T. moet de verlaging onderbroken worden? De norm DIN-EN 12831 vereist voor het aanhouden van een aangename warmte, dat de radiatoren en warmtebronnen voor een bepaalde capaciteit zijn geconstrueerd, indien de CV-installatie als gevolg van de nachttemperatuur tot onder een bepaalde waarde afkoelt. Bij de parameter Vanaf welke buiten T. moet de verlaging onderbroken worden? kan een buitentemperatuurdrempel worden ingesteld (gerelateerd aan de gedempte buitentemperatuur, pagina 21). De afb. 8 laat de werking van de vorstbescherming zien zonder en met geactiveerde parameters. Gekozen instellingen: vorstbescherming op buitentemp.; vorstbeschermingstemperatuur 5 C. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 29

6 Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) T V 1 2 T V 1 2 3 5 C T A 5 C -15 C T A Afb. 8 Effect van de parameter Vanaf welke buiten T. moet de verlaging onderbroken worden?. Links: de parameter is op Uit gezet (fabrieksinstelling). Rechts: de parameter is op 15 C ingesteld [T A ] Buitentemperatuur [T V ] Aanvoertemperatuur [1] Uitschakelmodus [2] Verlaging (ingestelde nachttemperatuur) [3] Verwarmingsmodus (ingestelde dagtemperatuur) Als de buitentemperatuur daalt onder 15 C, schakelt de verwarming om van gereduceerde modus naar verwarmingsmodus [3]. Daardoor kunnen kleinere radiatoren worden gebruikt. 6.4 Tapwater WAARSCHUWING: Gevaar voor brandwonden aan de warmwater tappunten. Als warmwatertemperaturen boven 60 C ingesteld kunnen worden en ook tijdens de thermische desinfectie bestaat gevaar voor brandwonden aan de tappunten. Wijs de klant erop, dat hij alleen gemengd tapwater opendraait. Draaiknop naar links draaien, tot tapwater geselecteerd is. De toets indrukken om tapwater te selecteren. Het menu INSTELLING\TAPWATER wordt geopend. 6 720 618 477-07.1RS Menupunt Invoerbereik Fabrieksinstelling Overige info Hebt u tapwater geinstalleerd? ja, nee nee Bij ketels met DBA kan de functie tapwater niet worden uitgeschakeld. Begrenzing van max toegestane tapwatertemperatuur op: Tabel 15 Navigator servicemenu INSTELLING\TAPWATER 60 C tot 80 C 60 C Ketelafhankelijk is de maximaal mogelijke tapwatertemperatuur begrensd op 60 C. 30 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) 6 Menupunt Op welke temperatuur moet uw tapwater verwarmd worden? Hoe moet de tapwateropwarming gebeuren? Wilt u het schakelprogramma tapwater wijzigen? Invoerbereik 0:00h tot 23:00h 1:00h Er kunnen alleen hele uren worden ingevoerd. Fabrieksinstelling Overige info 30 C tot 80 C 60 C Indien de begrenzing op > 60 C is ingesteld, kan deze hogere waarde ook in het gebruikersmenu worden ingesteld. 3-wegklep, 3-wegklep 1) WW-laadpomp ja, nee nee Bij de optie ja wordt naar het schakelprogramma voor tapwater gesprongen. WW-circulatie 2)3) Is er een Warm Water circulatiepomp geplaatst? Hoe vaak moet de WW-circ.pomp per uur worden ingeschakeld? inschakelen WW-circ. ja, nee 1 keer per 3 min., 2 keer per 3 min., 3 keer per 3 min., 4 keer per 3 min., 5 keer per 3 min., 6 keer per 3 min., permanent nee 2 keer per 3 min. Grafische weergave van de inschakelfrequentie per uur. Wilt u het schakelprogramma WWcirculatie wijzigen? Thermische desinfectie 2) Moet de thermische desinfectie uitgevoerd worden? Met welke temperatuur moet de thermische desinfectie gebeuren? ja, nee nee Bij de optie ja wordt naar het schakelprogramma voor de circulatie gesprongen. ja, nee nee 60 C tot 80 C 4) 70 C Bij temperaturen boven de 60 C bestaat tijdens en na de thermische desinfectie gevaar voor verbranding aan de tappunten! Op welke weekdag moet de thermische desinfectie gebeuren? Op welk uur moet de thermische desinfectie gebeuren? maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag, dagelijks dinsdag Tabel 15 Navigator servicemenu INSTELLING\TAPWATER Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 31

6 Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) Menupunt Moet de LED van de toets eenmalig laden geactiveerd zijn? Invoerbereik Fabrieksinstelling Overige info ja, nee ja De functie eenmalig laden blijft behouden, maar wordt niet meer weergegeven via de LED. 5) Inschakelvertraging bij voorverwarmd TW (bijv. solar) Tabel 15 Navigator servicemenu INSTELLING\TAPWATER 6.5 Zonnegegevens De draaiknop naar links draaien, tot solargegevens 2) geselecteerd is. De toets indrukken om solargegevens te selecteren. Het menu INSTELLING\SOLAR wordt geopend. Uit, 1 sec. tot 50 sec. uit Functie is afhankelijk van het gebruikte CVtoestel. 1) Bij CV-toestellen met UBA1.x, UBA-H3 of DBA niet mogelijk of niet aanwezig. 2) Bij CV-toestellen met UBA1.x of DBA niet mogelijk of niet aanwezig. 3) Bij CV-toestellen met UBA-H3 afhankelijk van aanwezigheid PZ-uitgang (b.v. op module LM10). 4) Ketelafhankelijk is de temperatuurwaarde vast gedefinieerd en kan niet worden veranderd. 5) Bij CV-toestellen met UBA1.x niet mogelijk of niet aanwezig. Menupunt Invoerbereik Fabrieksinstelling Overige info Wat is de maximale boilertemperatuur 30 C tot 90 C 60 C 1) van het solarsysteem? Onder welke temperatuur mag de boiler 30 C tot 54 C, uit uit 2) niet zakken? Wat is het minimale pompvermogen? 20 % tot 100 % 100 % 2) Tabel 16 Navigator servicemenu\instellingen\solargegevens 1) Bij CV-toestellen met UBA1.x of DBA niet mogelijk of niet aanwezig. Een toelichting bij de instellingen vindt u in de documentatie van de zonnemodule. 32 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

6.6 Kalibrering RC35 De draaiknop naar links draaien, tot kalibrering RC35 is geselecteerd. De toets indrukken om kalibrering RC35 te selecteren. Het menu INSTELLING\KAL. RC35 wordt geopend. Installatie instellen (Servicemenu Instellingen) 6 Menupunt Invoerbereik Fabrieksinstelling Overige info kalibrering RC35 5,0 K tot +5,0 K 0,0 K Tabel 17 Navigator servicemenu INSTELLING\KAL. RC35 Kamertemperatuur instellen (kalibrering) Als in de buurt van de bedieningseenheid een aparte thermometer aanwezig is, kan het voorkomen dat deze een andere kamertemperatuur dan de bedieningseenheid aangeeft. Met deze functie kunt u de weergave op de bedieningseenheid aan die van de thermometer aanpassen ( kalibreren ). Voordat u de ruimtetemperatuur kalibreert, moet u met het volgende rekening houden: Meet de thermometer nauwkeuriger dan de bedieningseenheid? Bevindt de thermometer zich in de buurt van de bedieningseenheid, zodat beide aan dezelfde warmte-invloeden zijn blootgesteld (b.v. direcht zonlicht, kachel)? Een thermometer kan temperatuurveranderingen langzamer of sneller weergeven dan de bedieningseenheid. Kalibreer de bedieningseenheid niet tijdens de gereduceerde of opwarmingsfasen van de CV-installatie. Voorbeeld: als de thermometer een temperatuur van 0,5 C hoger dan de bedieningseenheid aangeeft, vult u +0,5 K als kalibreerwaarde in. 6.7 Contactgegevens In geval van storing worden de contactgegevens automatisch weergegeven. De draaiknop naar links draaien, tot contactgegevens is geselecteerd. De toets indrukken om contactgegevens te selecteren. Het menu INSTELLING\CONTACT wordt geopend. Menupunt Invoerbereik Overige info Naam en telefoon van de installateur: Tabel 18 Navigatie Servicemenu INSTELLING\CONTACT Invoer van de naam van de firma en het telefoonnummer Er zijn twee regels van elk 21 karakters beschikbaar (hoofdletters, cijfers en andere speciale tekens). De actuele cursorpositie knippert (met _ gemarkeerd). Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 33

7 Diagnose 1. De toets ingedrukt houden en gelijktijdig de draaiknop draaien om een ander karakter te selecteren. De toets loslaten. Gewijzigde karakter wordt opgeslagen. 2. De draaiknop naar links of rechts draaien om de cursorpositie te verschuiven. 3. Om een teken te wissen, moet een spatie worden ingevoerd. 4. De toets indrukken om de invoer op te slaan en het menu te verlaten. 7 Diagnose Het servicemenu diagnose bevat meerdere tools voor de diagnose: 1), 2) Functietest Monitorwaarde Foutmelding 3) Stooklijn Versies De toetsen + + gelijktijdig indrukken om het SERVICEMENU te openen. De draaiknop naar links draaien, tot diagnose is geselecteerd. De toets indrukken om het menu SERVICE\DIAGNOSE te openen. Houd er rekening mee, dat de weergave van de afzonderlijke menupunten afhankelijk van de installatie is. 7.1 Functietest Met dit menu kunt u doelgericht afzonderlijke EMS-componenten aansturen om hun functie te testen 1), 2). De beschikbare functies en instelmogelijkheden zijn afhankelijk van het type CV-installatie. De toets ingedrukt houden en gelijktijdig de draaiknop draaien om de instelling te wijzigen: bijv. BRANDER UIT op BRANDER AAN. De wijziging wordt na het loslaten van de toets actief. De draaiknop draaien om tussen de verschillende weergaven (functietest) te wisselen. 1) Deze functie is bij CV-toestellen met UBA-H3 slechts beperkt mogelijk. 2) Deze functie is bij CV-toestellen met UBA1.x of DBA niet mogelijk of niet aanwezig. 3) Deze functie is bij CV-toestellen met DBA, UBA1.x of UBA-H3 slechts beperkt mogelijk. 34 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Diagnose 7 Let op de aanwijzingen die bij het wisselen in de menu's of bij het selecteren van Instellingen op het display worden weergegeven. Een willekeurige toets indrukken of de draaiknop draaien om de aanwijzing te bevestigen. Er worden geen instellingen toegestaan, die tot een mogelijke beschadiging van de componenten kunnen leiden. Derhalve kan het voorkomen, dat bepaalde instellingen niet worden toegelaten. 7.2 Monitorwaarde Met het menu monitorwaarde kunt u de ingestelde en werkelijke waarden van de CV-installatie laten weergegeven. Bij de monitorwaarden wordt eerst de streefwaarde en dan de werkelijke waarde weergegeven. De weergegeven monitorwaarden zijn afhankelijk van het type CV-installatie. Als op het display geen ruimte is om de waarden weer te geven, wordt deze als lijst weergegeven. De lijst kan door draaien omlaag of omhoog worden geschoven. DIAGNOSE\MONITORW. Overige info ketel/brander MCM10/cascade Alleen in combinatie met MCM10 (in plaats van ketel/brander ) ketel 1) Alleen in combinatie met MCM10 (in plaats van ketel/brander ) pompmodule open verdeler 2) tapwater CV-groep 1 Waarden van andere CV-groepen worden eveneens weergegeven, indien deze geïnstalleerd zijn. solar 2) module UM10 2) voor een ketel voor vaste brandstoffen; EV2 = externe vergrendeling (ingang) radiogestuurd 2) FB = veldsterkte van het radiosignaal busdeelnemer 2) Tabel 19 Navigator servicemenu DIAGNOSE\MONITORW. 1) De monitorwaarden worden voor iedere ketel in een eigen masker getoond. Door verdraaien van de draaiknop worden de monitorwaarden voor de volgende ketel opgeroepen. Symbool aanwezig = betreffende functie is actief. Verklaring van de symbolen tab. 20, pagina 36. 2) Bij CV-toestellen met UBA1.x of DBA niet mogelijk of aanwezig. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 35

7 Diagnose Brander in werking Verwarmingsvraag Tapwatervraag Rookgastest actief 7.3 Foutmelding Onderhoud gaande / fout aanwezig Tabel 20 Verklaring van de symbolen voor voetnoot 1), pagina 35 Met het menu foutmelding kunt u de laatst opgetreden storing uit het foutgeheugen laten weergeven, b.v. om een fout te onderzoeken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten in verschillende categorëeen: actuele fouten zijn alle open fouten, die zich op dat moment in de installatie voordoen. Deze kunnen van het type vergrendelend, blokkerend of installatiefout zijn. Vergrendelende fout 1) als de storing verholpen is, moet de CV-installatie handmatig ontgrendeld worden. Druk daarvoor op de verwarmingsketel op de toets Reset. Blokkerende fout: 1) Bij blokkerende fouten werkt de CV-installatie automatisch verder, zodra de storingstoestand is opgeheven. Installatiefout van de CV-installatie wordt in de bedieningseenheid RC35 vastgelegd, met uitzondering van fouten in de ketel of de brander, die ofwel vergrendelende of blokkerende fouten zijn. De CV-installatie werkt tijdens de storingstoestand voor zover mogelijk gewoon door, een reset is derhalve niet nodig. Een lijst met vergrendelende en blokkerende fouten vindt u, afhankelijk van het desbetreffende CV-toestel, in de bijbehorende montage- en onderhoudshandleiding. Draaiknop draaien om de volgende melding te activeren. 7.4 Stooklijn Met het menu stooklijn kunt u de stooklijn van de verschillende CV-groepen grafisch laten weergeven. Indien de installatie over meerdere CV-groepen beschikt: draaiknop draaien om de stooklijn van de volgende CV-groep weer te geven. 7.5 Versies Met het menu INFO\VERSIES kunt u de softwareversies van de componenten van de CV-installatie laten weergeven. 1) Bij CV-toestellen met UBA1.x, DBA of UBA-H3 niet mogelijk. 36 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Onderhoud 8 Als de informatie niet in een keer kan worden weergegeven: de draaiknop volgende weergave weer te geven. draaien om de 8 Onderhoud Met het menu onderhoud (bij CV-toestellen met UBA1.x en DBA niet mogelijk) kunt u een onderhoudsinterval instellen, actuele onderhoudsmeldingen weergeven en resetten. Het interval kan zowel na een bepaald aantal bedrijfsuren als na het bereiken van een bepaalde datum aflopen. 1) De bedieningseenheid RC35 geeft dan een onderhoudsmelding, zodat de klant u hierover kan informeren en een afspraak kan maken. Onderhoudsmeldingen worden aangegeven door een Hxx-code, b.v. H07. SERVICEMENU\ ONDERHOUD Menupunt Invoerbereik onderhoudsinterval Hoe moeten onderhoudsmeldingen geactiveerd worden? Bij volgens datum : jaarlijks onderhoud beginnend op: Bij volgens bedrijfsuren : aant. bedrijfsuren ketel waarna onderhoudsmelding verschijnt geen meldingen, volgens datum, volgens bedrijfsuren Fabrieksinstelling geen meldingen Overige info Bij de optie datum of bedrijfsuren wordt automatisch naar de bijbehorende instelling gewisseld. 01.01.2000 01.01.2000 Datum instellen: de toets ingedrukt houden en gelijktijdig de draaiknop draaien. 1.000 u tot 6.000 u 1.000 u Aantal bedrijfsuren met ingeschakelde brander. actuele meldingen Melding/code Overige meldingen weergeven: draaiknop draaien. reset onderhoud Wilt u de onderhoudsmeldingen resetten? Tabel 21 Navigator SERVICEMENU\ONDERHOUD nee, ja nee Bij de optie ja worden de onderhoudsmeldingen gereset. Respecteer de instructies op het display. 9 Reset Het menu RESET biedt de mogelijkheid tot terugzetten van alle parameters naar de fabrieksinstelling 2) van de foutenlijst 1), van de onderhoudsmelding 3) en de bedrijfuren 2). 1) Afhankelijk van de ketel kunnen op de bedieningseenheid extra onderhoudsintervallen worden ingesteld. 2) Bij CV-toestellen met UBA1.x, DBA of UBA-H3 worden alleen alle parameters van de RC35 gereset, en niet de parameters van de branderautomaten. 3) Deze functie is bij CV-toestellen met UBA1.x of DBA niet mogelijk. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 37

10 Storingen oplossen Na het terugzetten op de fabrieksinstelling moet u de parameters evt. weer overeenkomstig de configuratie van de CV-installatie instellen. Draaiknop verdraaien, om een menu, bijv. foutenlijst, te kiezen. Toetsen indrukken, om naar de weergave, bijv. Wilt u de foutenlijst wissen?, over te gaan. De toetsen indrukken en de draaiknop draaien om de weergave op ja te zetten. Na het loslaten wordt de reset uitgevoerd. Gedurende de reset wordt een bijbehorende aanwijzing weergeven, die automatisch weer wordt gesloten. Na beëindiging van de reset: nieuwe aanwijzing bevestigen door op een toets te drukken. 10 Storingen oplossen In deze storingstabel zijn de mogelijke installatiefouten opgenomen, d.w.z. storingen van de EMS-componenten. De CV-installatie blijft bij een installatiefout zo veel mogelijk in bedrijf, d.w.z. dat er nog verder verwarmd kan worden. Gebruik uitsluitend originele reserve-onderdelen van Buderus. Voor beschadigingen die veroorzaakt werden door reserveonderdelen die niet door Buderus geleverd werden, kan Buderus niet aansprakelijk gesteld worden. De storingsaanduidingen zijn afhankelijk van het type ketel dat wordt gebruikt. Gebruikte afkortingen: SC = Storingscode; x = CV-groep met nummer x, b.v. A23 voor CV-groep 3 FC = Foutcode CVx = CV-groep met nummer x SC FC Storingsweergave Effect op de regeling Mogelijke oorzaak Verhelpen A01 800 Buitentemperatuurvoeler is defect. Tabel 22 Tabel met storingen Er wordt van uitgegaan dat de buitentemperatuur minimaal is. Temperatuurvoeler verkeerd aangesloten of aangebracht. Breuk of kortsluiting in de voelerleiding. Temperatuurvoeler defect. Controleer de voeleraansluiting en de voelerleiding. Controleer hoe de voeler is aangebracht. Vergelijk de weerstandswaarde met de voelerkarakteristiek. 38 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Storingen oplossen 10 SC FC Storingsweergave Effect op de regeling Mogelijke oorzaak Verhelpen A01 808 Tapwatertemperatuurvoeler 1 defect. A01 809 Tapwatertemperatuurvoeler 2 defect. A01 810 Warm water blijft koud. A01 811 Therm. desinfectie mislukt. Tabel 22 Tabel met storingen Er wordt geen warm water meer bereid. Er wordt continu geprobeerd, de boiler tot de ingestelde tapwatertemperatuur te verwarmen. Tapwatervoorrang wordt na verschijnen van de foutmelding uitgeschakeld. Thermische desinfectie werd afgebroken. Temperatuurvoeler verkeerd aangesloten of aangebracht. Breuk of kortsluiting in de voelerleiding. Temperatuurvoeler defect. Permanent aftappen of lekkage. Temperatuurvoeler verkeerd aangesloten of aangebracht. Breuk of kortsluiting in de voelerleiding. Temperatuurvoeler defect. Boilerlaadpomp verkeerd aangesloten of defect. Aftaphoeveelheid binnen desinfecteerperiode te hoog. Ketelvermogen te gering voor gelijktijdige warmte-afname van andere verbruikers (b.v. 2e verwarmingskring). Temperatuurvoeler verkeerd aangesloten of aangebracht. Breuk of kortsluiting in de voelerleiding. Temperatuurvoeler defect. Boilerlaadpomp is defect. Controleer de voeleraansluiting en de voelerleiding. Controleer hoe de voeler is aangebracht. Vergelijk de weerstandswaarde met de voelerkarakteristiek. Eventueel lekkage verhelpen. Controleer de voeleraansluiting en de voelerleiding. Controleer hoe de voeler is aangebracht. Vergelijk de weerstandswaarde met de voelerkarakteristiek. Werking van de boilerlaadpomp b.v. door functietest controleren. Stel de thermische desinfectie zo in, dat er op dat ogenblik geen extra warmtevraag is. Controleer de voeleraansluiting en de voelerleiding. Controleer hoe de voeler is aangebracht. Vergelijk de weerstandswaarde met de voelerkarakteristiek. Werking van de boilerlaadpomp b.v. door functietest controleren. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 39

10 Storingen oplossen SC FC Storingsweergave Effect op de regeling Mogelijke oorzaak Verhelpen A01 815 Voeler voor evenwichtscollector is defect. A01 816 Geen communicatie met UBA/ MC10, DBA, UBA- H3 of MCM10. A01 828 Waterdrukvoeler is defect. A02 816 Geen communicatie met de BC10. O.a. te weinig voeding van de volgende CV-groepen, omdat deze niet van de vereiste hoeveelheid warmte kunnen worden voorzien. Geen verzoek om tapwater aan CV-toestel, CV-installatie verwarmt niet meer. De BC10-instellingen worden niet meer overgenomen door de RCxx -toestellen. A11 801 Interne fout. Verwarmingsinstallatie is in noodbedrijf. A11 802 Tijd nog niet ingesteld. A11 803 Datum nog niet ingesteld. Beperkte werking van: alle schakelprogramma's foutmeldingen Beperkte werking van: alle schakelprogramma's vakantiefunctie foutmeldingen A11 804 Interne fout. Verwarmingsinstallatie is in noodbedrijf. A11 806 Kamertemp. voeler is defect. A11 816 Geen communicatie met RC35. Tabel 22 Tabel met storingen Doordat de actuele ruimtetemperatuur ontbreekt, zijn buiten functie: kamerinvloed (bij weersafhankelijke regeling) optimalisering van de schakeltijdstippen Bij de kamertemperatuurregeling wordt max. tot CVx-temperatuur geregeld. RC20/RF kan geen gegevens naar de RC35 zenden. Daarom is geen kamertemperatuurregeling voor CV-groep mogelijk. Temperatuurvoeler verkeerd aangesloten of aangebracht. Breuk of kortsluiting in de voelerleiding. Temperatuurvoeler defect. EMS-bussysteem is overbelast. UBA3/MC10, DBA, UBA-H3 of MCM10 is defect. Digitale waterdrukvoeler defect. Contactprobleem bij de BC10 of de BC10 is defect. Interne looptijdfout in de RC35. Invoer van tijd ontbreekt, b.v. door langdurige stroomuitval. Invoer van datum ontbreekt, b.v. door langdurige stroomuitval. Interne looptijdfout in de RC35. Ingebouwde temperatuurvoeler van de bedieningseenheid/afstandsbediening van de CV-groep defect. RC20/RF onjuist geadresseerd. RC35 niet aanwezig of niet correct aangesloten. Controleer de voeleraansluiting en de voelerleiding. Controleer hoe de voeler is aangebracht. Vergelijk de weerstandswaarde met de voelerkarakteristiek. Reset door in-/uitschakelen van de CV-installatie. Eventueel service informeren. Vervang de waterdrukvoeler. Controleer de aansluiting van BC10. Vervang eventueel de BC10. Vervang de RC35. Actuele tijd invoeren. Actuele datum invoeren. Vervang de RC35. Vervang de afstandsbediening. Controleer het adres (parameter P1) in de RC20/RF. Controleer de aansluiting van de RC35. 40 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Storingen oplossen 10 SC FC Storingsweergave Effect op de regeling Mogelijke oorzaak Verhelpen A12 815 Voeler voor evenwichtscollector is defect. A12 816 Geen communicatie met module voor evenwichtscollector. A18 825 Twee master-bedien. eenh. in het systeem. A2x 806 Kamertemp.voeler voor CVx is defect. A2x 816 Geen communicatie m. bedien.eenh CVx. A2x 829 RC20/RF als afstandsbediening. Tabel 22 Tabel met storingen O.a. te weinig voeding van de volgende CV-groepen, omdat deze niet van de vereiste hoeveelheid warmte kunnen worden voorzien. CV-pomp voor CV-groep 1 wordt continu aangestuurd. RC35 en RC2x sturen allebei de CV-groep en het tapwater aan. Afhankelijk van de ingestelde verwarmingsprogramma s en gewenste kamertemperaturen kan de CV-installatie niet meer correct functioneren. Tapwatervoorziening functioneert niet goed. Doordat de actuele ruimtetemperatuur ontbreekt, zijn buiten functie: kamerinvloed (bij weersafhankelijke regeling) optimalisering van de schakeltijdstippen Bij de kamertemperatuurregeling wordt max. tot CVx-temperatuur geregeld. Doordat de actuele ruimtetemperatuur ontbreekt, zijn buiten functie: kamerinvloed optimalisering van de schakeltijdstippen RC20/RF kan geen gegevens naar de RC35 zenden. Daarom is geen kamertemperatuurregeling voor de CV-groep mogelijk. Temperatuurvoeler verkeerd aangesloten of aangebracht. Breuk of kortsluiting in de voelerleiding. Temperatuurvoeler defect. WM10 of de busleiding is verkeerd aangesloten of defect. RC35 herkent WM10 niet. RC2x en RC35 zijn beide als master aangemeld. Ingebouwde temperatuurvoeler van de bedieningseenheid/afstandsbediening van de CV-groep defect. RC2x onjuist geadresseerd, onjuist bekabeld of defect. Bij RFM20 is de verwarmingskring niet ingevoerd. RC20/RF-adres in de RC35 niet goed toegewezen of niet in de RC35 geïnstalleerd. Controleer de voeleraansluiting en de voelerleiding. Controleer hoe de voeler is aangebracht. Vergelijk de weerstandswaarde met de voelerkarakteristiek. Controleer de aansluitingen op de WM10 en busleiding. Vervang de WM10. Parameter P1 in RC2x of veranderen of RC35 uit EMS-bus verwijderen. Vervang de afstandsbediening. Controleer het adres in de RC2x. Controleer de werking en aansluiting van de afstandsbediening. Vervang de afstandsbediening. Zet de parameter Bedieningseenheid in de RC35 op RC20/RF. Controleer de toewijzing van RC20/RF. Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 41

10 Storingen oplossen SC FC Storingsweergave Effect op de regeling Mogelijke oorzaak Verhelpen A2x 830 Zwakke batterij bedien.eenh. radio CVx. A2x 839 Geen radiocommunic. m. bedien.eenh CVx. Radiostoring. A2x 842 Vorstbesch.gekozen, maar geen FB CVx. A2x 843 Kamerreg. gekozen maar geen FB CVx. A3x 807 CVx-aanvoervoeler is defect. A3x 816 Geen communicatie met CVxmengmodule. Hxx Servicemelding, geen installatiefout. Tabel 22 Tabel met storingen Geen effect, zo lang de batterij tijdig wordt vervangen. Doordat de actuele ruimtetemperatuur ontbreekt, zijn buiten functie: kamerinvloed optimalisering van de schakeltijdstippen De RFM20 werkt met de laatst op de afstandsbediening ingestelde waarden. Doordat de actuele ruimtetemperatuur ontbreekt, zijn buiten functie: kamerinvloed optimalisering van de schakeltijdstippen De EMS werkt met de laatst op de afstandsbediening ingestelde waarden. CV-pomp wordt afhankelijk van de ingestelde waarde aangestuurd. De mengklep wordt stroomloos geschakeld en blijft in de laatst aangestuurde toestand (kan met de hand worden versteld). CV-groep x kan niet correct worden gebruikt. MM10 en mengklep draaien zelfstandig in noodbedrijf. CV-pomp wordt continu aangestuurd. Monitorgegevens in RC35 zijn ongeldig. Verwarmingsinstallatie blijft zo veel mogelijk in werking. Batterij in de RC20/RF voor CVx is bijna leeg. RC20/RF bevindt zich buiten het ontvangstbereik Verwarmingsketel is uitgeschakeld. Na vervanging van de RFM20 werd RC20/RF niet aan de nieuwe RFM20 geleerd. Geen bedieningseenheid/ afstandsbediening toegewezen alhoewel de Vorstbescherming op kamertemp. is ingesteld. Geen bedieningseenheid/ afstandsbediening toegewezen, alhoewel ruimteregeling is ingesteld. Temperatuurvoeler verkeerd aangesloten of aangebracht. Breuk of kortsluiting in de voelerleiding. Temperatuurvoeler defect. Adres van de CV-groep op de MM10 en RC35 komen niet overeen. MM10 of de busleiding is verkeerd aangesloten of defect. RC35 herkent MM10 niet. Bijvoorbeeld onderhoudsinterval afgelopen. Vervang de batterijen. Breng de RC20/RF binnen het ontvangstbereik. Schakel de verwarmingsinstallatie in. RC20/RF aanleren (zie documentatie van de RC20/RF). Parameter Bedieningseenheid controleren. Eventueel de Vorstbescherming omschakelen op buitentemp. Parameter Bedieningseenheid controleren. Eventueel naar weersafhankelijk omschakelen. Controleer de voeleraansluiting en de voelerleiding. Controleer hoe de voeler is aangebracht. Vergelijk de weerstandswaarde met de voelerkarakteristiek. Controleer de draaicodeerschakelaar aan de MM10. Controleer de aansluitingen op de MM10 en busleiding. Vervang de MM10. Onderhoud vereist, zie de documentatie van het CVtoestel. Bij installatiefouten is er geen reset nodig. Indien u een installatiefout niet zou kunnen verhelpen, moet u contact opnemen met de voor u verantwoordelijke installateur of met uw Buderus-filiaal. Andere storingen worden beschreven in de documentatie van het CV-toestel. 42 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Servicemenu RC35 11 11 Servicemenu RC35 Po u. Soba SERVICEMENU snelbediening instellingen diagnose onderhoud reset Po u. Soba Parameter instellen door drukken en draaien. RC35 Servicemenu SNELBED\BASISINSTELL SNELBED\OPENVERDELER SNELBED\ Welke taal moet gebruikt worden? Nederlands Hebt u een open verdeler module geplaatst? ja / nee CV-groep 1, Aantal mengkleppen, Afstandsbedieningen tapwater, WW-laadpomp, solar SERVICE\INSTELLINGEN installatiegegevens ketelgegevens CV-groep 1 CV-groep 2 enz. tapwater solargegevens kalibrering RC35 contactgegevens INSTELLING\CV-GROEP 2 CV-kring actief, Afstandsbediening, Soort regeling, Verwarmingssysteem, Verlaging nacht, Verlaging vakantie, Verlaging onderbreken, Stooklijn, Kamerinvloed INSTELLING\CV-GROEP 2 eindpuntt (-10) Max. aanvoer min aanvoertemp kamert-offset SERVICE\DIAGNOSE FUNCTIETEST\KETEL functietest monitorwaarde foutmelding stooklijn versies Bijv. brandstofklep open ontsteking uit vlam aan vlamstroom BRANDER AAN Bijv. MONITORWAARDE\BRANDER vlamstroom ketel T ketelpomp buitentemp. ged. buitent SERVICEMENU\ONDERHOUD SERVICEMENU\ONDERHOUD onderhoudsinterval actuele meldingen reset onderhoud Hoe moeten onderhouds meldingen geactiveerd worden? Bedrijfsuren datum SERVICEMENU\RESET SERVICEMENU\RESET fabrieksinstelling foutenlijst onderhoudsmelding bedrijfsuren Wilt u alle parameters op fabr. instelling instellen? nee / ja INSTELLING\CONTACT Naam en telefoon van de installateur: Bijv. FOUT\INSTALLATIE sinds: 09.10.06 23:46u. duur: 01d 12u 36min Buitenvoeler is defect. A01 6 720 618 477-09.1TL Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 43

Trefwoordenlijst Trefwoordenlijst A Aansluiting...10 Aanvoertemperatuur...27 Accessoires...8 Afstandsbediening...9 B Bedieningseenheid alleen in het systeem...9 Toewijzing in software...26 Bedieningseenheid inhangen of verwijderen...11 Bedieningseenheid voor CV-groep...23 Bedieningselementen, overzicht...13 Beknopte bediening, Servicemenu...18 Bescherming tegen bevriezing...29 Boilervermogen...21 Branderautomaat...6 Buiten bedrijf stellen...20 Buitentemperatuur, gedempte...21 Buitentemperatuurgestuurde regeling...27 C Checklist, parameters voor de inbedrijfstelling...18 Circulatie...30 Contactgegevens, invoeren...33 Contrast van het display...17 CV-groep...9 installeren...21 Servicemenu Instellingen...23 D Deelnemer aan de EMS-bus...20 Demping van de buitentemperatuur...21 Desinfectie, thermische...30 Diagnose, servicemenu...34 Diagram, Servicemenu Diagnose...36 E EMS... 6, 20 ERC... 6, 8 Evenwichtscollector installeren...21 F Fout, Servicemenu Diagnose...36 Foutgeheugen weergeven...36 Functietest, Servicemenu Diagnose...34 G Gebouwsoort...21 Gereduceerde modus...28 I Inbedrijfstelling...17 Inbedrijfstelling, snelle...18 Ingestelde waarden weergeven...35 Installatiegegevens, servicemenu Instellingen...21 Installatieoverdracht...19 K Kalibrering, kamertemperatuuraanduiding...33 Kamerinvloed...27 Kamertemperatuur-offset...27 Ketelgegevens, Servicemenu Instellingen...23 L LED Eenmalig opwarmen uitschakelen...30 Leveringsomvang...6 M Meerdere CV-groepen...9 Mengklep...23 Mengmodule MM10... 7 8 Minimale buitentemperatuur...22 Minimum afstanden...9 Modulatie ketelpomp...23 Module voor evenwichtscollector WM10... 7 8 Monitorwaarde, Servicemenu Diagnose...35 Montage...10 N Nachttemperatuur...28 44 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Trefwoordenlijst O Onderhoud, Servicemenu... 37 Onderhoudsinterval instellen... 37 Onderhoudsmeldingen weergeven/terugzetten... 37 Ontwerptemperatuur... 27 Op buitentemperatuur... 28 Op ruimtetemperatuur... 28 P Pompkik... 20 Pomplogicatemperatuur... 23 Pompnadraaitijd... 23 R Rererentiekamer... 9 Reset, servicemenu branderautomaat... 37 S Schakelprogramma, optimalisatie... 23 Servicemenu, Inleiding... 14 Servicemenu, overzicht van de menu's... 16 Soort regeling... 27 Specificaties... 7 Stooklijn Instructies voor de instelling... 27 Stooklijn weergeven... 36 Storing verhelpen... 38 Stroomuitval... 20 U Uitschakelen... 20 Uitschakelmodus... 28 V Veiligheidsaanwijzingen... 5 Versies weergeven... 36 Versies, Servicemenu Diagnose... 36 Vloer drogen... 23 Voorgeschreven toepassing... 6 Vorst... 6 W Weersafhankelijk... 27 Werkelijke waarden weergeven... 35 Z Zonnegegevens, servicemenu instellingen... 32 Zonnemodule installeren... 21 T Taal instellen... 21 Tapwater Ingestelde waarde... 30 Servicemenu Instellingen... 30 Temperatuurbegrenzing... 30 Tapwatervoorrang... 23 Technische gegevens... 7 Temperatuurdaling onderbreken (bescherming tegen bevriezing)... 29 Temperatuurinstelling (nachttemperatuur)... 28 Temperatuurvoeler... 7 Testen van componenten... 34 Thermische desinfectie... 30 Thermostaatventielen in de referentiekamer... 20 Toebehoren...7 8 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 45

Notities 46 Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10)

Notities Logamatic EMS Bedieningseenheid RC35 6 720 642 308 (2012/10) 47