CRS 17 : 200X CARICOM REGIONALE STANDAARD SPECIFICATIE VOOR GOUDEN VOORWERPEN CRS 17 : 200x CARICOM REGIONALE ORGANISATIE VOOR STANDAARDEN EN KWALITEIT, CROSQ Caricom Regional Organisation for Standards and Quality, CROSQ 2 ND Floor Nicholas House 29 & 30 Broad Street Bridgetown, St Michael Barbados Telefoon: 246-622-7677 Fax: 246-622-6778 E-mail: crosq.caricom@crosq.org Website: http://www.crosq.org CRS 200X Alle rechten voorbehouden
CRS 17 : 200X ii
CRS 17 : 200X WIJZIGINGEN UITGEGEVEN SEDERT PUBLICATIE WIJZIGING NO. DATUM VAN UITGIFTE RELEVANTE TEKST iii
CRS 17 : 200X KENNISGEVING VAN RECTIFICATIE VAN CRS iv
CRS 17 : 200X Samenstelling Comité Deze standaard is ontwikkeld onder toezicht van het Regionaal Technisch Comité (RTC-18) voor Grondstoffen (waarvoor als gastheer optrad de CARICOM-lidstaat Guyana), dat bestond uit de volgende leden: Leden Mr. Andy Williams (Voorzitter) Mr. William Woolford Mr. Stephen Narine Mr. Sharma Seepersaud Maraj Ms. Devika Prashad Mr. Desmond hope Ms Eileen Cox Mr. Abidin Mohamed (Technisch Sect.) Vertegenwoordigend Guyana National Association of Goldsmiths and Jewellers Guyana geology and Mines Commission Steve s Jewellery Establishment L. Seepersaud Maraj and sons Guyana Gold Board King s Jewellery World Guyana Consumer Association Guyana National Bureau of Standards v
CRS 17 : 200X Inhoud Bladzijde Voorwoord... 1 1 Werkingssfeer... 2 2 Begrippen en begripsbepaling... 2 3 Aanduiding van het gehalte aan zuiver goud... 3 4 Eisen... 4 4.1 Goud... 4 4.2 Legeringsmetalen... 4 4.3 Soldeer... 5 4.4 Vatting... 5 4.5 Onderdelen van onedele metalen... 5 4.6 Gelegeerd goud... 6 4.7 Vervaardiging... 6 5 Bemonsteren... 6 6 Essayeren... 6 7 Toleranties... 6 8 Markeren... 6 9 Warmtebehandeling... 7 Bijlage A (normatief) Bepaling goudgehalte van voorwerpen Cupelleermethode (Vuurproef)... 8 A.1 Werkingssfeer... 8 A.2 Beginsel... 8 A.3 Reagentia/materialen... 8 A.4 Apparatuur... 8 A.5 Procedure... 9 A.6 Verslag... 10 A.7 Toelichting op de procedure... 10 Bijlage B (normatief) Bepaling goudgehalte van voorwerpen Gemodificeerde vuurproefmethode... 11 B.1 Werkingssfeer... 11 B.2 Beginsel... 11 B.3 Reagentia... 11 B.4 Gereedschap... 11 B.5 Procedure... 12 B.6 Verslag... 12 Bijlage C (informatief) Formules voor het produceren van gelegeerd goud van een bepaalde zuiverheid... 14 C.1 Formule voor het verlagen van de zuiverheidsgraad van het karaat... 14 C.2 Formule voor het verhogen van de zuiverheidsgraad van het karaat... 14 Bijlage D (informatief) Richtlijnen voor beste praktijk smelten en gieten... 16 D.1 Accessoires voor het smelten... 16 D.2 Smelten en gieten... 16 Bijlage E (informatief) Warmtebehandeling of Gloeien... 17 E.1 Algemene schets... 17 vi
CRS 17 : 200X vii
CRS 17 : 200X (Deze bladzijde is bewust onbedrukt gelaten) viii
Voorwoord Deze regionale standaard is ontwikkeld met het doel: a) juweliers een richtlijn te bieden met betrekking tot het vervaardigen van gouden voorwerpen; en b) het vertrouwen van de koper bij het selecteren en aankopen van gouden juwelen en voorwerpen te vergroten. Bij de ontwikkeling van deze standaard, is informatie ontleend aan: a) Indian Standard, IS 2790:1999 (Superseding IS 3541), Guidelines for manufacturing, alloying and testing of 23, 22, 21, 18, 14 and 9 karat alloyed gold (Second revision). 1
1 Werkingssfeer Deze standaard specificeert: a) eisen voor het vervaardigen. legeren en toetsen van gouden voorwerpen van 23, 22, 20, 18, 15, 14, 12, 10 en 9 karaat goud; b) eisen voor sieradenmateriaal en soldeer te gebruiken bij de vervaardiging van gouden voorwerpen; c) methoden voor het essayeren van goud, gelegeerd goud, soldeer, sieradenmateriaal en gouden voorwerpen; en d) eisen voor het markeren en etiketteren van geïmporteerde gouden voorwerpen. OPMERKING: Dit document specificeert niet de eisen voor het ontwerp van gouden voorwerpen en is niet van toepassing op gouden voorwerpen bedoeld voor industriële doeleinden zoals tandheelkunde, elektronica, officiële munten, goudstaven en dergelijke. 2 Begrippen en begripsbepaling Voor de toepassing van deze standaard gelden de onderstaande begrippen en definities. 2.1 gelegeerd goud een versmelting van goud met een of meer metalen 2.2 gloeiing het houden van een metaal op een gespecificeerde temperatuur voor een specifieke tijdsduur om het vervolgens langzaam te laten afkoelen op een vooraf bepaald tempo 2.3 essayeren de kunst van het met de droge of natte methode bepalen van de hoeveelheid metaal vervat in een erts, legering of metallurgisch product 2.4 onedel metaal elke niet-edele legering of elk niet-edelmetaal 2.5 gieten proces van het in een gietvorm schenken van gesmolten metaal 2.6 sieradenmateriaal benodigdheden door juweliers gebruikt bij het markeren van sieraden VOORBEELD sluitingen, haken en vattingen 2.7 zuiverheidsgraad (zuiverheid) een maat van de concentratie van metaal of metalen als bestanddeel, uitgedrukt in delen per duizend ( ) 2
2.8 goud zuiver goud of elk gelegeerd goud 2.9 gouden voorwerpen ornamenten, sieraden en artefacten van goud of gelegeerd goud 2.10 importeur een organisatie of individuele persoon die gouden voorwerpen importeert in een CARICOM-Lidstaat 2.11 karaat een maat van zuiver goud; zuiver goud is 24 karaat 2.12 vervaardiger een organisatie of individuele persoon die een gouden voorwerp vervaardigt, produceert of bewerkt voor de verkoop 2.13 zuiver goud een zacht geel metaal, met een smeltpunt van 1064,43 o C C, kookpunt van 2807+2 o C en een soortelijk gewicht van 19,3 bij 20 C 2.14 afschrikken snelkoelen van verhitte metalen door ze te dompelen in vloeistoffen of met perslucht te behandelen 2.15 verkoper een organisatie of individuele persoon die gouden voorwerpen ten verkoop aanbiedt, tentoonstelt en uitstalt op zodanige wijze met als doel het uitnodigen van een bod voor de detailverkoop daarvan 2.16 vattingslegering een legering gebruikt voor het vatten van stenen in gouden voorwerpen 2.176 soldeer elk smeltbaar metaal of elke smeltbare legering gebruikt voor het verenigen van twee metalen door ze in de voeg te versmelten 3 Aanduiding van het gehalte aan zuiver goud 3.1 Het gehalte aan zuiver goud van gouden voorwerpen wordt als aangegeven in Tabel 1 aangeduid als: a) drie cijfers die aangeven de zuiverheidsgraad, of het aantal delen per hoeveelheid zuiver goud op elke 1000 delen per hoeveelheid gelegeerd goud dat het gouden voorwerp bevat; of b) een of twee cijfers die aangeven het karaat of de hoeveelheid vierentwintigste (1/24 ste ) delen zuiver goud aanwezig in het gelegeerd goud dat het gouden voorwerp bevat, onmiddellijk gevolgd door de letters k. of kt. 3
3.2 Soldeer en sieradenmateriaal gemaakt van gelegeerd goud moeten van dezelfde zuiverheidsgraad (of hetzelfde karaat) zijn als het gouden voorwerp met de toelaatbare tolerantie vermeld in 3.3 zodat de zuiverheid niet wezenlijk wordt verminderd. Echter, in het geval van 23- karaats gouden voorwerpen, wanneer het niet mogelijk is soldeer van hetzelfde karaat te gebruiken, mag soldeer van het direct voorafgaande karaat (22 karaat) gebruikt worden, op voorwaarde dat de algehele zuiverheid van het voorwerp daardoor niet wezenlijk wordt verminderd. In 1000 delen van de massa van gelegeerd goud/zuiverheidsgraad Tabel 1 Gehalte aan zuiver goud In 24 delen gelegeerd goud /karaat k. of kt 375 9 416 10 500 12 583 14 625 15 750 18 833 20 916 22 958 23 3.3 Een tolerantie van niet meer dan drie ( 3) delen per duizend ( ) onder de vastgestelde zuiverheidsgraad zal zijn toegestaan op het goudgehalte van gouden voorwerpen als bemonsterd en beproefd overeenkomstig de in deze standaard opgenomen specificaties. 3.4 Importeurs moeten garanderen dat alle gouden voorwerpen en sieradenmateriaal van goud welke in CARICOM worden geïmporteerd voor de verkoop voldoen aan de eisen van deze standaard. 3.5 De verkoper moet garanderen dat alle gouden voorwerpen en sieradenmateriaal van goud tentoongesteld voor de verkoop, voldoen aan de eisen van deze standaard. 3.6 Bij de bepaling van de zuiverheid van gouden voorwerpen als aangegeven in Tabel 1, worden essayeermethoden als beschreven in Bijlage A of Bijlage B gebruikt. 4 Eisen 4.1 Goud 4.1.1 Goud gebruikt bij de aanmaak van legeringen voor de vervaardiging van gouden voorwerpen, soldeer en sieradenmateriaal moeten zijn van een bekende zuiverheid (zuiverheidsgraad of karaat). 4.1.2 Indien nodig, wordt het goud geëssayeerd om de zuiverheid vast te stellen vóór gebruik in het legeringsproces overeenkomstig Bijlage A of Bijlage B. 4.2 Legeringsmetalen 4.2.1 Bij het legeren mogen slechts de onderstaande metalen of legeringen worden gebruikt: a) zilver (Ag); b) koper (Cu); 4
c) zink (Zn); d) palladium (Pd); en e) platina (Pt). 4.2.2 Vooraf gemengde legeringen kunnen ook gebruikt worden mits de samenstelling van het metaal bekend is en niet indruist tegen het bepaalde in 4.2.1. 4.2.3 De samenstelling van het gelegeerd goud wordt bepaald door de vervaardiger en hangt af van het karaat en/of de kleur van het gewenste gelegeerd goud. 4.3 Soldeer 4.3.1 Soldeer dat gebruikt wordt bij de vervaardiging van gouden artikelen heeft bij voorkeur de vorm van een pasta. Echter kan ook gebruik worden gemaakt van andere vormen, met inbegrip van plaatsoldeer, draadsoldeer en bandsoldeer, mits de uiteindelijke zuiverheid van het sieraad overeenkomt met de verklaring daaromtrent. 4.3.2 Soldeer en sieradenmateriaal gebruikt bij het vervaardigen van gouden voorwerpen moet van dezelfde zuiverheidsgraad (of karaat) zijn als het gouden voorwerp zodat de zuiverheid niet wezenlijk wordt verminderd. Echter, in het geval van 23-karaats gouden voorwerpen waarbij het niet mogelijk is soldeer van hetzelfde karaat te gebruiken, mag soldeer van het direct voorafgaande karaat worden gebruikt, op voorwaarde dat de algehele zuiverheid van het voorwerp daardoor niet wezenlijk wordt verminderd. VOORBEELD 22-karaats soldeer kan worden gebruikt voor 23-karaats voorwerpen. 4.4 Vatting 4.4.1 Alleen goud-, platina- of palladiumlegeringen mogen worden gebruikt voor het vatten van stenen en andere materialen in gouden voorwerpen. 4.4.2 De samenstelling van een dergelijke vatting is als volgt: a) de samenstelling van gelegeerd goud moet van dezelfde zuiverheidsgraad of hetzelfde karaat zijn als het gouden voorwerp; b) de samenstelling bestaat uit niet minder dan 950 massadelen zuivere platina op elke duizend massadelen platinalegering; en c) de samenstelling bestaat uit niet minder dan 900 massadelen zuivere palladium op elke duizend massadelen palladiumlegering. 4.5 Onderdelen van onedele metalen 4.5.1 Onedel metaal mag alleen worden gebruikt voor de onderstaand gespecificeerde onderdelen en mogen niet worden gesoldeerd of gelast aan delen van goud of gelegeerd goud: a) het mechaniek van vulpotloden, klokken en horloges, het interne mechanisme van aanstekers en soortgelijke mechanismen die om functionele redenen niet geschikt zijn indien gemaakt van goud of gelegeerd goud; b) lemmeten van messen en die delen van flesopeners, kurkentrekkers of andere artikelen die om functionele redenen niet geschikt zijn indien gemaakt van goud of gelegeerd goud; en 5
c) draad voor scharnieren, gewrichten, schuifjes en pennen (ook spelden voor broches), springveertjes en schroefjes voor sluitinkjes die om functionele redenen niet geschikt zijn indien gemaakt van goud of gelegeerd goud. 4.5.2 In onderdelen van onedel metaal moet het woord metaal" of de naam van het metaal of het symbool van het metaal duidelijk en onuitwisbaar gestempeld of gegraveerd zijn, tenzij het voorwerp te smal of te klein is om geëtiketteerd te worden (zie artikel 8). 4.6 Gelegeerd goud 4.6.1 Bij het prepareren van legeringen die moeten voldoen aan een vast goudgehalte moet het wisselend goudgehalte in het metaal dat als grondstof wordt gebruikt in aanmerking worden genomen. 4.6.2 Afhankelijk van de zuiverheidsgraad of het goudgehalte, worden de delen goud en legering nodig voor het produceren van gelegeerd goud van een bepaalde zuiverheid berekend met de volgende formules in Bijlage C: 4.7 Vervaardiging Voorafgaand aan het vervaardigen, legeren en beproeven, moet ervoor gezorgd worden dat alle wetten aangaande veiligheid en gezondheid van het milieu en de werkplek worden nageleefd. 5 Bemonsteren Tenzij anders gespecificeerd, worden monsters genomen van het gelegeerd goud dat gebruikt zal worden bij de vervaardiging van gouden voorwerpen. OPMERKING Elk ander steekproefschema kan gevolgd worden behoudens overeenstemming tussen de contracterende partijen of als gespecificeerd door de instanties voor certificering/keuring, naargelang het geval. 6 Essayeren Monsters genomen als beschreven in 4.6 worden geëssayeerd overeenkomstig de testmethode uiteengezet in Bijlage A of Bijlage B. De feitelijke massa van het monster is als voorgeschreven in de respectieve testmethodologie. 7 Toleranties Een tolerantie van niet meer dan 3 delen per duizend ( 0 / 00 ) onder de vastgestelde zuiverheidsgraad is toegestaan op het goudgehalte van gouden voorwerpen als bemonsterd en beproefd overeenkomstig de specificaties in deze standaard. 8 Markeren 8.1 Gouden voorwerpen moeten door middel van stempel of gravering duidelijk voorzien zijn van onderstaande informatie: a) de naam van de vervaardiger, het handelsmerk van of ander identificatieteken specifiek toegewezen aan de vervaardiger; en b) het gehalte aan zuiver goud van het voorwerp in zuiverheidsgraad of karaat. BIJVOORBEELD 500 of 12 k. of 12 kt 6
8.2 Het teken vereist ingevolge deze standaard moet afgezonderd staan van elk ander symbool of codenummer dat voorkomt op het gouden voorwerp. 8.3 Wanneer een gouden voorwerp zo is gevormd dat de krachtens onderhavige standaard vereiste markering niet duidelijk erop kan worden gegraveerd of gestempeld, zal de gespecificeerde markering worden aangebracht op een passend en duidelijk geëtiketteerd kaartje of strookje, dat stevig aan het voorwerp is bevestigd, met relevante informatie over het product. 8.4 Onedele metalen die om functionele redenen deel uitmaken van gouden voorwerpen worden duidelijk en onuitwisbaar door middel van stempel of gravering voorzien van het woord metaal of de specifieke aanduiding van metaal, samen met de massa van gelegeerd goud en overige merktekens als gespecificeerd in 8.1. 8.5 Elk gouden voorwerp dat niet massief is of met een hol binnenste wordt gemaakt dat vervolgens wordt opgevuld met onedel metaal, cement of andere substantie waardoor het voorwerp een toegevoegd gewicht krijgt, moet behalve van de overige markeringen als gespecificeerd in 8.1 zijn voorzien van een aanduiding van het gewicht aan gelegeerd goud van het voorwerp. 8.6 Wanneer gouden voorwerpen worden geïmporteerd en niet beantwoorden aan de eisen betreffende etikettering en markering in deze standaard, is het een aangewezen vervaardiger of goudsmid toegestaan te zorgen voor de etikettering en markering overeenkomstig deze standaard. 8.7 Elk gouden voorwerp dat is geplateerd met gelegeerd goud van een andere zuiverheid dan het onderliggende goud moet worden voorzien van een stempel dat de zuiverheid en dikte (in mm) van de geplateerde laag samen met andere markeringen voor het gelegeerd goud eronder, als gespecificeerd in 8.1, aangeeft. 9 Warmtebehandeling Een proces van warmtebehandeling of gloeien moet toegepast worden om een mogelijke vermindering in dikte van een gegoten voorwerp tot de helft van zijn originele dikte tijdens het proces van smelten en gieten te voorkomen. Zie Bijlage E. 7
Bijlage A (normatief) Bepaling goudgehalte van voorwerpen Cupelleermethode (Vuurproef) A.1 Werkingssfeer Deze methode wordt gebruikt als de referentiemethode voor de bepaling van het goudgehalte in gouden voorwerpen en is specifiek van toepassing op gelegeerd goud waarin zilver, koper en zink zijn opgenomen. A.2 Beginsel Het monster van het gouden voorwerp wordt gemengd met de vereiste hoeveelheid zilver, geplaatst op loodfolie, en goed ingepakt. De ingepakte loodfoliecapsule wordt vervolgens gelegd in een schuitje dat wordt geplaatst in een cupellatie-oven waar het blijft totdat een bolletje edelmetaal is verkregen. Nadat het metalen bolletje is geplet en gewalst, wordt het zilver geëxtraheerd (afgescheiden) in salpeterzuur en wordt het goud gewogen. Eventuele systematische fouten in de procedure kunnen worden geëlimineerd door de standaardbeproevingsmonsters tegelijk te essayeren. A.3 Reagentia/materialen Alleen reagentia/materialen van erkende pro-analysekwaliteit en gedestilleerd water van gelijkwaardige zuiverheid mogen gebruikt worden voor de analyse. Er wordt gebruik gemaakt van: a) salpeterzuur (30 % concentratie en vrij van halogenide); b) salpeterzuur (70 % concentratie en vrij van halogenide); c) loodfolie (essayeerkwaliteit, vrij van edele metalen en bismut); d) zilver (om te mengen met het monster, minimumzuiverheid 999,9 massadelen per duizend ( 0 / 00 ), vrij van goud en platinametalen); en e) zuiver goud (voor beproevingsmonsters, minimumzuiverheid 999,9 massadelen per duizend ( 0 / 00 )). A.4 Apparatuur Algemeen laboratoriumapparatuur moet worden gebruikt naast het volgende: a) cupellatie-oven waarin een oxiderende atmosfeer in stand kan worden gehouden; OPMERKING Een moffeloven is niet geschikt voor dit doel. 8
b) magnesiumoxideschuitjes (gewoonlijk met een diameter van 22 mm voor het absorberen van 6 g lood); c) essayeertang; d) harde of nylonessayeerborstel, maar geen messingborstel; e) gepolijst aambeeld; f) gepolijste hamer van minimaal gewicht, 400 g; g) parting cups (smeltkroezen van ongeglazuurd porselein); h) kookplaat; en i) cupellatietang. A.5 Procedure A.5.1 Neem twee monsters van de legering, elk binnen een marge van 125 mg tot 250 mg (m 1 ). Weeg de monsters tot op 0.01 mg nauwkeurig en plaats elk monster afzonderlijk in loodfolie van essayeerkwaliteit (zie A.3). De massa van de folie moet ten minste 15 g zijn voor elk monster. A.5.2 Voeg zuivere zilver toe (zie A.3), equivalent aan 2,5 tot 3,0 keer de massa van het fijn goud aanwezig in het monster. A.5.3 Rol en druk de loodfolie in strakke ballen. A.5.4 Plaats elk daarvan afzonderlijk in de magnesiumoxideschuitjes die zijn voorverhit tot ten minste 1000 C in de cupellatie-oven. A.5.5 Plaats de schuitjes in de cupellatie-oven bij 1050 o C tot 1150 o C. Verder verhitten gedurende ongeveer 30 min onder oxiderende omstandigheden. A.5.6 Haal de schuitjes uit de oven en laat de bolletjes edelmetaal afkoelen alvorens ze uit de smeltkroezen te verwijderen met de essayeertang. Pers de bolletjes en borstel de onderzijde voorzichtig af met de essayeerborstel (zie A.4) om aanhangend smeltmateriaal te verwijderen. A.5.7 Plet de bolletjes op een gepolijst aambeeld (zie A.4) met een gepolijste hamer (zie A.4), zo dun als mogelijk zonder verontreiniging of verlies van het goud. A.5.8 Doe de geplette bolletjes afzonderlijk in de smeltkroezen (zie A.4). A.5.9 De geplette bolletjes onderdompelen in 15 ml 30 % salpeterzuur dat opnieuw is verhit tot ten minste 5 C onder kooktemperatuur en breng aan de kook. Verder verwarmen gedurende 30 min of totdat de ontwikkeling van salpeterdampen stopt, welk van beide ook het langst duurt. A.5.10 Decanteren en 15 m 70 % salpeterzuur toevoegen (zie A.3). Laat staan gedurende 30 min. A.5.11 Decanteren en herhalen (zie A.5.10) ten minste 3 keer. A.5.12 Decanteren en was het goud met warm gedistilleerd water (60 C tot 70 C) totdat het vrij is van zilvernitraat. A.5.13 Het goud overplaatsen in de smeltkroezen (zie A.4), drogen op een kookplaat en harden bij 700 C tot 750 C gedurende ongeveer 5 min. Het goud laten afkoelen en wegen (m 2 ). 9
OPMERKING Ten aanzien van voorwerpen die voorzien zijn van een deklaag worden de gepaste voorzorgsmaatregelen genomen als overeengekomen om de deklaag niet in de bepaling te betrekken. Twee monsters worden gebruikt om de nauwkeurigheid te verhogen. Het gemiddelde goud aanwezig in beide monsters wordt genomen. A.6 Verslag Bereken het goud gehalte W Au, in massadelen per duizend ( 0 / 00 ), van de legering met behulp van de formule: waarbij W Au = m2 x 1000 m1 W Au staat voor het goudgehalte; m 1 staat voor de massa, in mg, van het monster; m 2 staat voor de massa, in mg, van het bolletje goud. A.7 Toelichting op de procedure Wanneer de samenstelling van de monsters onbekend is, moet een voorlopig essaai worden gebruikt om de fijnheid van het goud te schatten. Indien het bolletje goud tijdens het splitsen stuk gaat, is dit veelal een indicatie van een teveel aan zilver. Het schuitje moet zorgvuldig worden onderzocht om te garanderen dat het volledige goudmonster is opgenomen in het bolletje edelmetaal. Kleine restdruppels duiden erop dat het nodig is de bepaling in een kleiner schuitje te herhalen. 10
Bijlage B (normatief) Bepaling goudgehalte van voorwerpen Gemodificeerde vuurproefmethode B.1 Werkingssfeer Deze methode wordt gebruikt als referentiemethode voor het bepalen van het goudgehalte van gouden voorwerpen en is van toepassing op gelegeerd goud dat zilver en koper bevat. B.2 Beginsel Het monster van het gouden voorwerp wordt gemengd met de vereiste hoeveelheid zilver en vervolgens gesmolten op een stuk purperharthout. Het bolletje metaal, na het walsen en rollen, onderdompelen in salpeterzuur, waarbij het zilver wordt geëxtraheerd en het resterende goud wordt gewogen. Eventuele systematische fouten in de procedure kunnen worden geëlimineerd door de standaardbeproevingsmonsters tegelijk te essayeren. B.3 Reagentia De reagentia bestaan uit : a) zilver; b) water; c) 30 % salpeterzuur; en d) 70 % salpeterzuur. B.4 Gereedschap Het gereedschap bestaat uit: a) juweliersschaar; b) kookplaat; c) schoon aambeeld; d) hamer; e) bekers (500 ml, 100 ml); f) juweliersbrander; g) elektronische weegschaal (in staat te wegen tot op 0,01 mg nauwkeurig); en 11
h) purperharthout. B.5 Procedure B.5.1 Een monster van de legering van 200 mg tot 250 mg tot op 0,01 mg (m 1 ) nauwkeurig wegen. B.5.2 600 mg tot 750 mg (equivalent aan 3 keer de massa van het goud aanwezig in het monster) zuiver zilver toevoegen. B.5.3 Met een juweliersbrander het monster (bevattende koper en zilver) smelten op een stuk purperharthout. OPMERKING 1 Purperhart is het meest geschikte hout aangezien andere houtsoorten vocht afscheiden hetgeen resulteert in inaccurate massa s. OPMERKING 2 Borax wordt gebruikt als een vloeimiddel om zeker te zijn van het versmelten tijdens het smelten (niet meer dan een paar korrels). B.5.4 Plet het bolletje op een schoon aambeeld met een schone hamer en wals het geplette bolletje zo dun mogelijk zonder verontreiniging of verlies van het goud. B.5.5 Was de reep met reinigingsmiddel/dubbelkoolzure soda om de olie en de roest van het walsen te verwijderen. B.5.6 Gebruik de juweliersschaar om de reep in kleine stukken te knippen. Zorg ervoor dat niets verloren gaat tijdens het knippen. B.5.7 Dompel de kleine stukken in 80 ml 30 % salpeterzuur dat is voorverhit tot net onder de kooktemperatuur. Verder verhitten gedurende 30 min totdat zich niet langer salpeterdampen ontwikkelen. B.5.8 Decanteer en was het goud met water ten minste drie tot vier keer bij voorkeur met schoon of gedistilleerd water. B.5.9 Herhaal stap B.5.7 en gebruik 70 % salpeterzuur. B.5.10 Herhaal stap B.5.8. B.5.11 Harden gedurende ongeveer 1 min, aan de lucht laten koelen gedurende 5-10 min en weeg het goud (m 2 ). B.6 Verslag Bereken het goudgehalte W Au, in massadelen per duizend, van de legering met behulp van de formule: W Au = m2 x 1000 m 1 waarbij W Au staat voor het goudgehalte; 12
m 1 m 2 staat voor de massa, in mg, van het monster; staat voor de massa, in mg, van het goud. 13
Bijlage C (informatief) Formules voor het produceren van gelegeerd goud van een bepaalde zuiverheid C.1 Formule voor het verlagen van de zuiverheidsgraad van het karaat A = G ( K W ) W waarbij A staat voor het gewicht van het legeringsmetaal dat nodig is om de zuiverheid te verlagen; K staat voor de zuiverheid van het te legeren goud in zuiverheidsgraad (delen per 1000) [grondstof]; G staat voor het gewicht van het te legeren goud (grondstof); en W staat voor de zuiverheid van gelegeerd goud gewenst in zuiverheidsgraad (delen per 1000) [gouden voorwerp]. VOORBEELD 1 Een juwelier heeft 70 gram zuiver goud (zuiverheidsgraad 1000) dat hij wil terugbrengen tot 18 karaat (zuiverheidsgraad 750). Hoeveel gram legering moet dan worden toegevoegd? A = 70g(1000 750) 750 = 70g(250) 750 = 60g Dus, 23,33 g legering toegevoegd aan 70 g zuiver goud geeft (70 + 23,33), 93,33 g 18 k. mengsel van gelegeerd goud. VOORBEELD 2 Hoeveel gram legering moet worden toegevoegd aan 120 gram 18 k. goud om het terug te brengen tot 12 k.? 120g(750 500) A = 500 = 120g(250) 500 = 60g Dus, 60 g legering toegevoegd aan 120 g 18 k. goud geeft (120 + 60), 180 g 12 k. mengsel van gelegeerd goud. C.2 Formule voor het verhogen van de zuiverheidsgraad van het karaat Wanneer het nodig is het karaat goud (gewoonlijk afval) te verhogen, wordt de volgende volgende formule toegepast: WG = S( PW PS) PG PW waarbij: 14
WG staat voor het gewicht van het goud te gebruiken voor het verhogen van het karaat; PW staat voor de zuiverheid van het gewenste gelegeerd goud uitgedrukt als zuiverheidsgraad ( 0 / 00 ) [gouden voorwerp]; PS staat voor de zuiverheid van afval uitgedrukt als zuiverheidsgraad ( 0 / 00 ); PG staat voor de zuiverheid van het goud te gebruiken voor het verhogen van het karaat uitgedrukt als zuiverheidsgraad ( 0 / 00 ); en S staat voor het gewicht van het afval. VOORBEELD 1 Een juwelier heeft 20 gram 9 k. afval dat hij wil brengen naar 18 k. Hoeveel fijn goud (24 k.) moet worden toegevoegd? WG = 20g(750 375) (1000 750) = 20G(375) 250 = 30g Dus, 30 gram 24 k. goud toegevoegd aan 20 g 9 k. goud geeft 50 g 18 k. goud. 15
Bijlage D (informatief) Richtlijnen voor beste praktijk smelten en gieten D.1 Accessoires voor het smelten D.1.1 Accessoires waaronder smeltkroezen, oven, gietvorm en gietvulling moeten gebruikt worden voor het prepareren van gelegeerd goud. D.1.2 Een geschikte brander die een temperatuur van 2000 C kan bereiken, moet worden gebruikt voor het smelten. D.2 Smelten en gieten Het volgende proces moet worden toegepast voor het smelten en gieten: i) goud en legeringsmetalen nauwkeurig wegen en in een smeltkroes plaatsen; j) borax toevoegen en met de brander smelten; en k) wanneer de hele massa vloeibaar is, goed roeren met roodgloeiende grafieten roerstok. 16
Bijlage E (informatief) Warmtebehandeling of Gloeien E.1 Algemene schets E.1.1 Het gloeien moet gebeuren onder niet-oxiderende omstandigheden om het oxideren van de onedele metalen die aanwezig zijn in de legeringen te voorkomen. OPMERKING 1 Enige oxidatie is onvermijdelijk en in het bijzonder als het gaat om grote stukken kan het gebeuren dat het gloeien zich niet volmaakt uniform voltrekt. OPMERKING 2 De duur van het gloeien hangt af van de grootte van het voorwerp. Echter, als vuistregel geldt dat voorwerpen verwijderd moeten worden zo gauw ze uniform verhit zijn bij gloeitemperatuur en dat ze niet langer dan een minuut of twee mogen weken. E.1.2 Afschrikken is een essentiële activiteit na het uitgloeien en moet geschieden bij een temperatuur van 400 C. Het is gunstig de legering af te schrikken in verdund zwavelzuur met een sterkte van ongeveer 5 % tot 10 %. OPMERKING Ervaring en oordeelsvermogen van de handswerkman zijn belangrijke richtsnoeren in dit proces. E.1.3 Een geschikte temperatuur tussen 550 C en 650 C is vereist voor het gloeien. De exacte temperatuur voor het uitgloeien van een bepaalde legering kan echter slechts in de praktijk worden geverifieerd. OPMERKING Voor ideale resultaten, is een moffeloven met pyrometer, werkzaam op gas of elektriciteit en met een hulpstuk voor het in stand houden van een niet-oxiderende atmosfeer, het best. Doorgaans kan een brander worden gebruikt voor het uitgloeien van kleine voorwerpen. In dit proces wordt het voorwerp voorzien van een dunne deklaag van een mengsel van boorzuur en spiritus en gedroogd. Vervolgens wordt het geplaatst in een blok houtskool en verhit voor zover toegestaan door de combinatie van tijd en temperatuur. Einde document 17