30XW/30XW-P 30XWH/30XWHP. Watergekoelde schroefkoelmachines Schroefwarmtepompen op waterbron. Montage, Inbedrijfstelling en Onderhoud

Vergelijkbare documenten
30XA Luchtgekoelde koelmachines

30XA A Luchtgekoelde koelmachines

30XW-V/30XWHV. Watergekoelde vloeistofkoel-machines/waterwater warmte-pompen met variabel toerental

30XW/30XW-P A 30XWH/30XWHP A. Luchtgekoelde schroefcompressorkoelmachines Watergekoelde schroefcompressorwarmtepompen MONTAGE, INBEDRIJFSTELLING

HYDROCIAT LW ST/HE

MONTAGE, INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD PRO-DIALOG. Hoge temperatuur warmtepompen 61AF. Nominale verwarmingscapaciteit kw 50 Hz

Nominale koelcapaciteit kw. 50 Hz. Montage, Inbedrijfstelling en Onderhoud. Thieme GrafiMedia Groep

30XW-V/30XWHV Watergekoelde vloeistofkoelmachines/water-water. met variabel toerental

30RQ B 30RQ Omkeerbare lucht/water warmtepompen met hydro-module. Montage, Inbedrijfstelling en Onderhoud

30RB B 30RB Luchtgekoelde koelmachines. Nominale koelcapaciteit kw. 50 Hz. Montage, Inbedrijfstelling en Onderhoud

61WG/30WG/30WGA Watergekoelde/condensorloze vloeistofkoelaggregaten/waterwater

30XAS Luchtgekoelde koelmachines

HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies

30GX HXC Water- en luchtgekoelde koelmachines met schroefcompressoren

30RQ B 30RQ Omkeerbare lucht/water warmtepompen met hydromodule

61WG/30WG Watergekoelde vloeistofkoelaggregaten/warmtepompen. met of zonder hydromodule

30RBM RBP Luchtgekoelde koelmachines MONTAGE, INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD. Nominale koelcapaciteit kw 50 Hz

30XA A. Luchtgekoelde schroefcompressorkoelmachines HANDBOEK MONTAGE, INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD. Unit met opties 23A, 258 en 279

30RQS/30RQSY A. Omkeerbare lucht/water warmtepompen PRO-DIALOG MONTAGE, INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 30RQSY 30RQS

30RBS/30RBSY B. Luchtgekoelde koelmachines. Touch Pilot Junior. Montage, Inbedrijfstelling en Onderhoud 30RBSY 30RBS

30XW-V/30XWHV. Watergekoelde koelmachines met variabel toerental/water/water warmtepompen met variabel toerental MONTAGE, INBEDRIJFSTELLING

30RA "A" Luchtgekoelde waterkoelaggregaten. hydro module AQUASNAP

30RBS/RBSY B. Luchtgekoelde koelmachines PRO-DIALOG MONTAGE, INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 30RBSY 30RBS

30RH B Omkeerbare lucht/water warmtepompen

SUI Bedieningspaneel

AQUASNAP Bedieningspaneel

Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT. Modelnr.: *

ULA Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing...

30XW - 30XWH. Watergekoelde vloeistofkoelmachines. Nominale koelcapaciteit kw Nominale verwarmingscapaciteit kw

61AF. Hoge temperatuur warmtepompen PRO-DIALOG + Nominale verwarmingscapaciteit kw. 50 Hz. Montage, Inbedrijfstelling en Onderhoud

30XAV Luchtgekoelde schroefcompressorkoelmachines met variabel toerental INSTALLATIE-, BEDIENINGS- EN ONDERHOUDSINSTRUCTIES

30RY B Waterkoelaggregaten voor kanaalaansluiting met geïntegreerde hydro module

30RYH B Omkeerbare lucht/water warmtepompen voor kanaalaansluiting met geïntegreerde hydro module

30RA B Luchtgekoelde waterkoelaggregaten. hydro module

PERFORMO-A R/H. PERFORMO-A R/H (type ) Luchtgekoelde chillers Alleen koelen / warmtepomp Voor buitenopstelling

30RB/RBY A. Luchtgekoelde koelmachines. Zie voor bediening van de regeling het boekje 30RB/30RQ serie Pro-Dialog+ regeling

JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding

61WG/30WG/30WGA A. Watergekoelde/condensorloze koelmachines/watergekoelde warmtepompen met of zonder geïntegreerde hydromodule

TECHNISCHE HANDLEIDING

30XW/30XW-P 30XWH/30XWHP. Watergekoelde vloeistofkoelmachines Water-sourced screw heat pumps PRODUCT SELECTIE DATA

montage inbedrijfstelling onderhoud 38XTZ luchtgekoelde condensingunits

30RW/RWA Watergekoelde/condensorloze vloeistofkoelaggregaten met hydro module

AQUACIAT CALÉO. Hoge temperatuur warmtepompen

30RBM RBP Luchtgekoelde koelmachines MONTAGE, INBEDRIJFSTELLING. Nominale koelcapaciteit kw 50 Hz. Unit met low noise optie

MULTIPOWER-A R/H. Multipower-A R/H (type ) Luchtgekoeld koudwateraggregaat Alleen koelen / warmtepomp Voor buitenopstelling

30RW/RWA. Watergekoelde/condensorloze vloeistofkoelaggregaten met hydro module PRO-DIALOG MONTAGE, INBEDRIJFSTELLING

38RA Serie. Bediening en onderhoud

Gebruikershandleiding

30RQM RQP Omkeerbare lucht-water warmtepomp MONTAGE, INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD

Gebruikershandleiding

42GW. Cassette ventilatorconvectoren. Nominale koelcapaciteit 2-11 kw Nominale verwarmingscapaciteit 4-14 kw

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING

30WG Watergekoelde/condensorloze koelmachines/watergekoelde warmtepompen met of zonder geïntegreerde hydromodule

INLEIDING VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN SYMBOLEN. De symbolen in deze gebruiksaanwijzing. Symbolen op het apparaat

PDM-8-MB POM (VOEDING OVER MODBUS) Montage & gebruiksvoorschriften

30HX GLOBAL CHILLER VLOEISTOFKOELMACHINE IN HARMONIE MET HET MILIEU

HANDLEIDING airco diagnose gereedschap A/C Vloeistof Check artikelnummer: (complete set)

MONTAGEHANDLEIDING. Kit met 2-wegafsluiter/kit met 3-wegafsluiter voor ventilatorconvectoren EKMV2C09B7 EKMV3C09B7

MT ELEKTRONISCHE REGELAAR. Montage & gebruiksvoorschriften

42DW. Horizontale ventilatorconvectoren met kanaalaansluiting. Nominale koelcapaciteit 5,5-12,7 kw Nominale verwarmingscapaciteit 7,3-17,9 kw

GEBRUIKSAANWIJZING EIGENSCHAPPEN VOOR HET GEBRUIK

MONTAGEHANDLEIDING. 2-wegskleppenkit voor warmtepompconvector EKVKHPC

DRAAITAFEL DT-1000.INOX/ALU DT-1200.INOX/ALU DT-1500.INOX/ALU HANDLEIDING

Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL

Handleiding rookgascondensor INHOUDSOPGAVE: WERKING. 1.1 Algemeen 1.2 Werking INSTALLATIE

TDS 20/50/75/120 R. NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer

38RBS Luchtgekoelde condensing units. Zie voor bediening van de regeling het boekje 38RBS serie Pro-Dialog+ regeling

Gebruikershandleiding

MCW 5-39 kw. Monoblok-systeem voor binnenopstelling. Water/water warmtepompen en koelmachines MCW PLUS. Compacte units met één circuit

LEP kw. Water-water monoblok-systeem voor binnenopstelling. Multifunctionele warmtepompen LEP PLUS

Veiligheid afwasautomaat 4. Vereisten installatie 5. Instructies installatie 7

Installatie instructies

MTE kw. Condensingunits voor buitenopstelling. Condensingunits MTE PLUS. Efficiëntie en compacte afmetingen voor commerciële klimatisering

Handleiding. Bij het installeren en / of samenbouwen van de apparatuur moet voor de ingebruikname alle veiligheidscomponenten zijn aangebracht.

Installatie & Onderhouds Instructies WARNER-LT 03/11

APPENDAGES. Safety Valves. - ½ x ½. Safety by PenTec APPENDAGES

DYNACIAT LG

Vlaamse regelgeving inzake lekverliezen Studiedag reductie F-gassen in de koelsector 7 juli 2016

Handleiding Harmopool Whirlpool Spa Pomp : ZFPX5200 -ZFPX ZFPX5220

30RW/RWA Watergekoelde/condensorloze vloeistofkoelaggregaten met hydro module

DMDBM22 VERDEELKAST. Montage & gebruiksvoorschriften

Handleiding. Type: TopsealDirect.nl - Standard Plus

MONTAGEHANDLEIDING. Kit met digitale manometer BHGP26A1

MYSON. Kickspace 500, 600 & 800. Installatie-, bedienings- en onderhoudsvoorschriften. Deze instructies dienen bij het toestel bewaard te worden

Origineel vervangende onderdelen

INSTRUCTIEBOEKJE HG800P / HG1200R. hydrofoorgroepen

Spanning Capaciteit (mm) (mm) (g) (V) (mah) PR10-D6A PR70 1,4 75 5,8 3,6 0,3 PR13-D6A PR48 1, ,9 5,4 0,83 PR312-D6A PR41 1, ,9 3,6 0,58

Gebruikershandleiding

Gebruiksaanwijzing Vloeistof stand kachels BINAR-5S BINAR-5S diesel BINAR-5S.24 diesel

Installatie & Onderhoudsinstructies

PRODUCT - SELECTIEGEGEVENS

Transcriptie:

Montage, Inbedrijfstelling en Onderhoud Watergekoelde schroefkoelmachines Schroefwarmtepompen op waterbron 30XW/30XW-P 30XWH/30XWHP Nominale koelcapaciteit: 273-1756 kw Nominale verwarmingscapaciteit: 317-1989 kw 50 Hz Vertaling van het originele document 13458-76, 05,2015

Inhoudsopgave 1 - INLEIDING...4 1.1 - Veiligheidsinstructies voor montage...4 1.2 - Apparatuur en componenten onder druk...5 1.3 - Veiligheidsinstructies voor onderhoud...5 1.4 - Veiligheidsinstructies bij reparatie...7 2 - Controles voorafgaand aan de montage... 8 2.1 - Controleren van de zending...8 2.2 - Transport en plaatsen van de unit...9 3 - afmetingen/benodigde vrije ruimte... 10 3.1-30XW--/30XWH- 254-852 30XW-P/30XWHP 512-862...10 3.2-30XW--/30XWH- 1002-1552 30XW-P/30XWHP 1012-1464...11 3.3-30XW--/30XWH- 1652-1702 30XW-P/30XWHP 1612-1762...12 4 - TECHNISCHE EN ELEKTRISCHE GEGEVENS...13 4.1 - Technische gegevens, units zonder opties 150, 5 en 6... 13 4.2 - Elektrische gegevens, units zonder opties 150, 5 en 6... 14 4.3 - Kortsluitvastheid voor alle units...15 4.4 - Elektrische gegevens 30XW, compressoren... 15 4.5 - Toegepaste compressoren per circuit (A, B)... 15 5 - ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN...17 5.1 - Elektrische voeding...17 5.2 - Fase onbalans spanning (%)...17 5.3 - Hoofdstroomaansluiting/hoofdschakelaar...17 5.4 - Aanbevolen aderdiameters...17 5.5 - Doorvoer voedingskabel...17 5.6 - Op het werk aan te leggen stuurstroombekabeling...17 5.7-24 en 230 V elektrische reserve voor de gebruiker...18 6 - SELECTIEGEGEVENS...19 6.1 - Bedrijfslimieten 30XW...19 6.2 - Minimum gekoeldwater debiet...19 6.3 - Maximum gekoeldwater debiet...19 6.4 - Waterdebiet condensor...19 6.5 - Standaard en optioneel aantal waterpassages...20 6.6 - Waterdebieten koeler en condensor...20 6.7 - Variabel debiet koeler...20 6.8 - Minimum systeeminhoud...20 6.9 - Koeler drukverliescurve...21 6.10 - Condensor drukverliescurve...21 7 - GEKOELDWATERLEIDING AANSLUITINGEN...22 7.1 - Voorzorgsmaatregelen...22 7.2 - Gekoeldwateraansluitingen...23 7.3 - Waterhoeveelheid...23 7.4 - Aandraaien bouten waterboxen koeler en condensor...23 7.5 - Werking van twee units in master/slave bedrijf...24 8 - Warmtepompen 30XWH- EN 30XWHP...24 8.1 - Technische gegevens warmtepompen...24 8.2 - Elektrische gegevens warmtepompen...24 8.3 - Afmetingen en benodigde vrije ruimte warmtepompen...24 8.4 - Bedrijfslimieten warmtepompen...24 8.5 - Bedrijfstypen warmtepompen...24 2

9 - Optie voor hoge condensatietemperaturen (Optie 150)... 25 9.1 - Technische gegevens, units met optie 150...25 9.2 - Elektrische gegevens, units met optie 150...26 9.3 - Afmetingen en benodigde vrije ruimte, units met optie 150...27 9.4 - Bedrijfslimieten, units met optie 150...27 10 - MEDIUM BRIJN (OPTIE 5) EN BRIJN (OPTIE 6) OPTIES VOOR GLYCOL OPLOSSINGEN... 27 10.1 - Technische gegevens, units met opties 5 en 6... 27 10.2 - Elektrische gegevens, units met opties 5 en 6... 28 10.3 - Afmetingen en benodigde vrije ruimte, units met opties 5 en 6... 28 10.4 - Bedrijfslimieten, units met opties 5 en 6...28 10.5 - Minimum aanbevolen waterhoeveelheid koeler met opties 5 en 6...28 10.6 - Nominaal koeler drukverlies met opties 5 en 6... 28 11 - belangrijkste SYSTEEMCOMPONENTEN EN BEDRIJFSGEGEVENS...29 11.1 - Directgedreven schroefcompressor met traploze capaciteitregelschuif... 29 11.2 - Drukvaten...29 11.3 - Hogedrukbeveiliging...30 11.4 - Elektronisch expansieventiel (EXV)...30 11.5 - Vochtindicator...30 11.6 - Filterdroger...30 11.7 - Opnemers...30 12 - Opties...31 13 - STANDAARD ONDERHOUD...32 13.1 - Onderhoud niveau 1...32 13.2 - Onderhoud niveau 2...32 13.3 - Onderhoud niveau 3 (of hoger)...33 13.4 - Vastzetten van de elektrische aansluitingen...33 13.5 - Aandraaimomenten voor de belangrijkste bouten en moeren...34 13.6 - Onderhoud van de koeler en condensor...34 13.7 - Onderhoud van de compressor...34 14 - Checklist voor de inbedrijfstelling van 30XW koelmachines...35 Deze handleiding geldt voor de volgende vier typen 30XW units: 30XW-- Standaard efficiency units 30XW-P Hoge efficiency units en 30XWH- Heat Machine - standaard efficiency units 30XWHP Heat Machine - hoge efficiency units Zie voor bediening van de regeling het boekje 30XA/XW serie Pro-Dialog Plus regeling. De illustratie op de voor pagina dient slechts ter illustratie en maakt geen deel uit van enige offerte of verkoopcontract. 3

1 - INLEIDING ATTENTIE: In verband met de veiligheid en gezondheid van gebruikers, onderhoudspersoneel en derden, dient bij het installeren van de apparatuur rekening te worden gehouden met hetgeen de ARBO-wet voorschrijft. O.a. voldoende afstand tussen de unit en bijv. de dakrand is van groot belang. 30XW Aquaforce units zijn ontworpen voor de gekoeldwaterproductie voor airconditioningsystemen in gebouwen en industriële processen. Alvorens de units 30XW in bedrijf worden gesteld, moeten deze instructies bekend zijn bij alle personen die betrokken zijn bij montage, inbedrijfstelling, bediening en onderhoud van de apparatuur. De 30XW units zijn ontworpen voor betrouwbaar en veilig bedrijf binnen de ontwerpcondities. Gebruik bij de toepassing van deze apparatuur uw gezond verstand en neem de gebruikelijke veiligheidsmaatregelen om schade aan apparatuur, materieel of persoonlijk letsel te voorkomen. Zorg dat u de in deze instructies opgenomen procedures en veiligheidsrichtlijnen begrijpt en opvolgt. Ze zijn ontworpen voor een levensduur van 15 jaar door uit te gaan van een 75% bezettingsgraad factor; dat is ongeveer 100.000 bedrijfsuren. Deze brochure geeft een overzicht om u bekend te maken met het regelsysteem voordat de units in bedrijf worden gesteld. De procedures in deze instructies zijn geplaatst in de juiste volgorde voor een goede inbedrijfstelling en werking. Zorg ervoor dat alle veiligheidsmaatregelen worden genomen, ook die in dit document zijn aangegeven, zoals het dragen van beschermende kleding (handschoenen, veiligheidsbril en veiligheidsschoenen), gebruik van de juiste gereedschappen, inhuren van vakbekwaam personeel (elektriciëns, koeltechnische monteurs) en dat alle plaatselijke voorschriften worden opgevolgd. Zie de conformiteitsverklaringen van deze producten om te controleren of ze voldoen aan de Europese richtlijnen (machineveiligheid, laagspanning, elektromagnetische compatibiliteit, apparatuur onder druk, etc.). 1.1 - Veiligheidsinstructies voor montage Uitsluitend geauthoriseerd personeel, gekwalificeerd en getraind in bewaking en onderhoud, mag toegang hebben tot deze apparatuur. De klant is hiervoor verantwoordelijk. Na aflevering van de unit, nadat hij klaar is om te worden gemonteerd of opnieuw gemonteerd, moet hij op schade worden gecontroleerd. Controleer dat het koudemiddelcircuit onbeschadigd is. Met name dat er geen componenten of leidingen zijn verschoven (bijv. door schokken). Voer in geval van twijfel een lektest uit en overleg met de fabrikant of het circuit niet permanent is beschadigd. Meld eventuele schade onmiddellijk telefonisch aan Carrier en laat de vervoerder een aantekening maken op de vrachtbrief. De zending is door Carrier tot de aankomst op het werk verzekerd. Wij raden u ten sterkste aan om het uitladen van de machine door een gespecialiseerd bedrijf te laten uitvoeren. 4 Het dragen van persoonlijke bescherming (veiligheidsbril, werkhandschoenen etc.) is verplicht. Laat skids, pallets of beschermende verpakking op hun plaats tot de unit op zijn definitieve plaats staat. Deze units kunnen worden verplaatst met een vorkheftruck zolang de vorken zich op de juiste plaats en richting op de unit bevinden. De units kunnen ook worden gehesen met hijsstroppen, aangebracht op de op de unit aangegeven hijspunten. Gebruik hijsstroppen of hijsbalken die voldoende sterk zijn voor het gewicht van de unit en volg altijd de hijsinstructies op de met de unit meegeleverde officiële maatschetsen. De unit mag niet méér dan 15 overhellen. Veiligheid wordt alleen gegarandeerd wanneer deze instructies nauwkeurig worden opgevolgd. Wanneer dit niet gebeurt kan schade aan de apparatuur of lichamelijk letsel van personeel het gevolg zijn. Dek nooit beveiligingen af. Dit heeft betrekking op de veiligheidsventielen (indien toegepast) in het koudemiddel- of watercircuit, de zekeringen en de drukschakelaars. Controleer, alvorens de unit in bedrijf te nemen, dat de veerveiligheden correct zijn gemonteerd. Classificatie en regelgeving De beveiligingen van deze machines zijn in overeenstemming met de Richtlijn drukapparatuur en de nationale voorschriften en zijn in de EU als volgt geclassificeerd: Beveiliging* Veiligheidsventiel beperking van schade bij brand** Koudemiddelzijde Hogedrukschakelaar x Veerveiligheid*** x Breekplaat x Smeltveiligheid x Waterzijdig Overstortventiel**** x x * Geclassificeerd voor bescherming bij normaal bedrijf. ** Geclassificeerd voor bescherming bij abnormaal bedrijf. *** De regel, dat de druk niet meer dan 10% boven de insteldruk van het veiligheidsventiel mag uitstijgen, geldt niet in het geval van abnormaal bedrijf. De insteldruk mag hoger zijn dan de ontwerpdruk. In dit geval zorgt de ontwerptemperatuur of hogedrukschakelaar dat de ontwerpdruk bij normaal bedrijf niet wordt overschreden. **** De geschiktheid van de overstortventielen moeten worden gecontroleerd door het bedrijf dat de installatie van het gehele watersysteem uitvoert. Indien de veerveiligheden op een wisselafsluiter zijn geplaatst, dan dient deze wisselafsluiter altijd in de stop positie te zijn geplaatst zodat slechts een van de twee veerveiligheden dienst doet. Plaats de wisselafsluiter nooit in de midden positie. De wisselafsluiter biedt de mogelijkheid om een veerveiligheid te demonteren voor inspectie en onderhoud waarbij de tweede veerveiligheid actief is. Alle in de fabriek geïnstalleerde veerveiligheden zijn voorzien van een verzegeling om wijzigingen in de afstelling te voorkomen. De externe veiligheidsventielen en zekeringen zijn ontworpen en geïnstalleerd om beschadigingen te beperken bij brand.

In overeenstemming met de voorschriften van toepassing voor het ontwerp, de Europese richtlijn betreffende toestellen onder druk en in overeenstemming met de nationale gebruiksvoorschriften: deze veiligheidsventielen en zekeringen zijn geen veiligheidsaccessoires maar accessoires voor de beperking van de schade in geval van brand, de hogedrukschakelaars zijn de veiligheidsaccessoires Het verwijderen van deze beveiliging is alleen toegestaan wanneer het brandrisico geheel onder controle is en het verwijderen van de beveiliging volgens de lokale voorschriften en autoriteiten is toegestaan. Het verwijderen van de beveiliging valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Wanneer de unit wordt blootgesteld aan vuur, veiligheidsvoorzieningen voorkomen scheuren als gevolg van overdruk door het vrijgeven van het koudemiddel. Bij blootstelling aan een vlam kan de vloeistof worden ontbonden in toxische residuen. - Blijf uit de buurt van het apparaat. - Zorg voor waarschuwingen en aanbevelingen voor het personeel dat verantwoordelijk is voor het blussen van de brand. - Brandblussers geschikt voor het systeem en het gebruikte type koudemiddel moeten gemakkelijk toegankelijk zijn. De externe veiligheidsventielen moet in principe worden aangesloten op afvoerleidingen voor units geïnstalleerd in een ruimte. Raadpleeg de installatievoorschriften, bijvoorbeeld die van de Europese normen EN 378-2 en EN 13136. Daarin zijn een dimensioneringsmethode en configuratieen rekenvoorbeelden opgenomen. Onder bepaalde omstandigheden kunnen volgens deze normen meerdere veerveiligheden op dezelfde afblaasleiding worden aangesloten. Opmerking: net als alle andere normen zijn deze EN normen verkrijgbaar bij het Nederlands Normalisatie-instituut. De afblaasleidingen dienen zodanig aangelegd te worden dat eventueel afgeblazen koudemiddel geen gevaar kan opleveren voor personen of apparatuur. Koudemiddel mag in de buitenlucht afgeblazen worden indien dit voldoende ver verwijderd van de luchtinlaat van het gebouw gebeurt. Zie EN 378-2 voor de exacte richtlijn. Het wordt aanbevolen om een koudemiddelindicator te installeren om aan te geven of een deel van het koudemiddel via de veerveiligheid weglekt. De aanwezigheid van olie bij de afblaasopening is een nuttige aanwijzing voor koudemiddellekkage. Houd deze opening goed schoon, zodat eventuele lekkage duidelijk zichtbaar is. De instelling van een veerveiligheid die gelekt heeft, is over het algemeen lager dan zijn oorspronkelijke instelling. De nieuwe instelling kan invloed hebben op het bedrijfsbereik van de machine. Om onnodig aanspreken van beveiligingen of lekkages te voorkomen, dient de veerveiligheid te worden vervangen. Zorg voor een aftap in afblaasleidingen die naar buiten zijn gebracht, zodat ophoping van regen- of condenswater wordt voorkomen. Zorg voor voldoende ventilatie. De ophoping van koudemiddel in een afgesloten ruimte kan leiden tot zuurstofgebrek en daardoor tot ademnood, verstikking of explosies. Inhaleren van hoge concentraties koudemiddeldamp is schadelijk en kan leiden tot hartritmestoornissen, bewusteloosheid en de dood. Damp is zwaarder dan lucht en vermindert de beschikbare hoeveelheid zuurstof om te ademen. Koudemiddel veroorzaakt oog- en huidirritaties. 1.2 - Apparatuur en componenten onder druk De units zijn bedoeld om te worden opgeslagen en te werken in een omgeving waar de omgevingstemperatuur niet lager is dan de laagste toegestane temperatuur zoals vermeld op het typeplaatje. Zie hoofdstuk 11.2 - Drukvaten. 1.3 - Veiligheidsinstructies voor onderhoud Carrier beveelt de volgende opzet voor een logboek aan (de onderstaande tabel is slechts een voorbeeld en behoort niet tot de verantwoordelijkheid van Carrier): Bezoek Datum Aard (1) Naam van de technicus Van toepassing zijnde regelgeving (1) Onderhoud, reparatie, periodieke keuringen (EN 378), lekkage, etc. Controle Werkzaamheden aan elektrische/elektronische componenten mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. Werkzaamheden aan koeltechnische componenten mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd (STEK erkend) personeel. Reparaties aan koudemiddelcircuits en laswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd (STEK erkend) personeel. Verwijder voor het lassen de isolatie en gebruik een vochtige doek om de hitte te verminderen.deze handelingen (openen of sluiten van een koudemiddel-afsluiter) mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalifi-ceerd personeel en bij volledig afgeschakelde unit. OPMERKING: De unit mag nooit achtergelaten worden met de vloeistofafsluiter in gesloten stand omdat zich vloeibaar koudemiddel kan bevinden tussen deze afsluiter en het expansie-orgaan. Door uitzetting van opgesloten vloeibaar koudemiddel kan schade en een onveilige situatie ontstaan. Tijdens werkzaamheden, onderhoud en service werkzaamheden moeten de uitvoerende technici veiligheidshandschoenen, bril, veiligheidsschoenen en beschermende kleding dragen. Zie voor periodieke controle van de veerveiligheden hoofdstuk 1.3 Veiligheidsinstructies voor onderhoud. Vergrendel elektrische circuits tijdens onderhoudswerkzaamheden. 5

Schakel altijd de hoofdstroom af voordat met werkzaamheden aan elektrische componenten incl. regelpanelen, schakelaars, relais etc., wordt begonnen. Als het werk wordt onderbroken, controleer dan voordat u weer begint dat alle circuits spanningsloos zijn. LET OP: Zelfs wanneer de units zijn afgeschakeld blijft de hoofstroom bekrachtigd, tenzij de beveiligingsschakelaar van de unit of het circuit open is. Zie elektrisch schema voor nadere details. Breng waarschuwingslabels aan (vermeld dit in de veiligheidsinstructies). Controle van de werking: Belangrijke informatie over het toegepaste koudemiddel: Dit product bevat HFK koudemiddel dat onder het Kyoto protocol valt. Type koudemiddel: R-134A Global Warming Potential (GWP): 1430 LET OP: 1. Voorkom dat koudemiddel kan vrijkomen uit de unit. Zorg dat koudemiddel gedurende installatie, onderhoud of verwijdering nooit kan ontsnappen naar de atmosfeer. Wanneer een lek van gefluoreerd gas wordt geconstateerd, moet het lek zo snel mogelijk worden gedicht en gerepareerd. 2. Alleen een gekwalificeerde onderhoudstechnicus mag toegang hebben tot dit product en de fout corrigeren. 3. Alle werkzaamheden met gefluoreerd gas in dit product (bijv. leegmaken of gas bijvullen) moeten voldoen aan de F-gassenverordening (EG) Nr. 842/2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen en alle andere toepasselijke lokale wetgeving. 4. Het terugwinnen van gas voor recycling, regeneratie of vernietiging is voor rekening van de klant. 5. Het opzettelijk lozen van gas in de atmosfeer is verboden. 6. Neem bij eventuele vragen contact op met uw lokale dealer of installateur. Voer periodiek lektests uit. In de Europese Unie zijn deze verplicht volgens artikel 2 van verordening (EU) nr. 517/2014, waarin ook de frequentie ervan is aangegeven. De onderstaande tabel toont deze frequentie, zoals oorspronkelijk gepubliceerd in de verordening. Controleer of ook een inspectiefrequentie is voorgeschreven door andere verordeningen of normen die voor uw systeem gelden (bijv. EN 378, ISO 5149, enz.). Voor apparatuur dat is onderworpen aan periodieke lektests moet een logboek worden bijgehouden. Hierin moeten staan: de hoeveelheid en het type van het koudemiddel dat in de installatie aanwezig is (toegevoegd en teruggewonnen), de hoeveelheden gerecycled koudemiddel, de datum en het resultaat van de lektest, de naam van de operator en van het bedrijf waarvoor hij werkt, enz. Lektestinterval: Systeem ZONDER lekdetectie Systeem MET lekdetectie CO 2 - equivalent/ circuit Koudemiddelvulling/ circuit Geen controle Geen controle 12 maanden 6 maanden 3 maanden 24 maanden 12 maanden 6 maanden tonnen < 5 5 vulling 50 50 vulling < 500 vulling > 500 kg R134A vulling < 3,5 3,5 vulling < 34,9 34,9 vulling < 349,7 Tijdens de levensduur van het systeem, moeten er inspecties en tests worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale voorschriften. vulling > 349,7 Controle van de beveiligingen (EN 378): De beveiligingen moeten op het werk minimaal 1x per jaar worden gecontroleerd (zie hoofdstuk 11.3 - Hogedrukbeveiliging ), en externe overdrukbeveiligingen elke vijf jaar (externe veiligheidsventielen). De onderneming of organisatie die een druk switch test uitvoert moet gedetailleerde procedures vaststellen en uitvoeren voor: -- Veiligheidsmaatregelen -- Meetapparatuur kalibratie -- Validatie van de werking van de beveiligingsmiddelen -- Test protocollen -- Inbedrijfstelling van de apparatuur. Raadpleeg Carrier service voor dit soort tests. Carrier noemt hier alleen het principe van een test zonder het verwijderen van de drukschakelaar: -- Controleer en noteer de set-points van drukschakelaars en ontlast organen (kleppen en mogelijk breekplaten) -- Wees klaar om de hoofdschakelaar af te sluiten van de hoofdstroom als de drukschakelaar niet werkt (voorkom overdruk of overtollige gas in het geval van de kleppen op de hoge drukzijde met de condensors) -- Sluit een manometer aan die beschermd is tegen pulsaties (De waarden die worden weergegeven op de gebruikersinterface kunnen onnauwkeurig zijn vanwege vertraging tussen de drukopnemer en uitlezing in de display). -- Neutraliseer de HD-soft waarde -- Onderbreek de condenserwaterstroomt -- Controleer de uitschakelwaarde -- Activeer de HD-soft waarde weer -- Schakel de HD-schakelaar met de hand weer in. LET OP: Indien de test leidt tot vervanging van de drukschakelaar moet het koudemiddel worden afgepompt. Deze drukschakelaars zijn niet op automatische ventielen (Schraeder type) gemonteerd. Controleer minimaal eens per jaar zorgvuldig de beveiligingen (ontlastkleppen). Als de unit is opgesteld in een vochtige omgeving, dan moeten ze vaker worden gecontroleerd. Controleer regelmatig dat de trillingsniveaus nog acceptabel zijn en niet veel hoger zijn dan die bij de inbedrijfstelling.bij het verwijderen en opslaan van koudemiddel moeten de van toepassing zijnde voorschriften worden gevolgd. 6

Deze werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door STEK-erkend personeel. Wanneer het koudemiddelcircuit na een ingreep (bijv. vervanging van een component) langer dan een dag geopend blijft, moeten de openingen worden afgedicht en het circuit met stikstof worden gevuld (inertie principe). Het doel hiervan is om het binnendringen van vocht te voorkomen, evenals de daaruit voortvloeiende corrosie aan de binnenzijde en op onbeschermde stalen oppervlakken. 1.4 - Veiligheidsinstructies bij reparatie Het dragen van persoonlijke bescherming (veiligheidsbril, werkhandschoenen etc.) is verplicht. Verwijder voor het lassen de isolatie en gebruik een vochtige doek om de hitte te verminderen. Vergewis u er altijd van dat het circuit is afgetapt voordat u de unit opent. Controleer, wanneer werkzaamheden aan de koeler moeten worden uitgevoerd, of de compressorleidingen niet meer onder druk staan (de afsluiter is niet lekdicht in de richting van de compressor.) Alle componenten van de installatie moeten goed worden onderhouden om schade aan de apparatuur en lichamelijk letsel te voorkomen. Storingen en lekkages moeten onmiddellijk worden verholpen. De verantwoordelijke technicus draagt de verantwoordelijkheid voor onmiddellijk herstel van de storing. Nadat een reparatie aan de machine is uitgevoerd moet de werking van de beveiligingen opnieuw worden gecontroleerd. Volg de voorschriften en aanbevelingen in de veiligheidsrichtlijnen voor unit en HVAC installaties, zoals EN 378, ISO 5149, etc. Bij lekkage of verontreiniging van het koudemiddel (bijv. door kortsluiting in een compressormotor) moet de gehele koudemiddelvulling worden afgetapt met behulp van een afpompunit (zie ook de RLK richtlijnen). Verontreinigd koudemiddel dient te worden afgevoerd via de geëigende kanalen. Bij lekkage moet het systeem worden afgepompt en gevacumeerd en daarna volledig gevuld met schoon koudemiddel conform RLK. Zie voor de juiste koudemiddelhoeveelheid R-134a de machine kenplaat. Bepaalde delen van het circuit kunnen worden geïsoleerd. Bijvullen moet altijd gebeuren in de vloeistoffase in de vloeistofleiding. Controleer het type koudemiddel voordat u koudemiddel gaat bijvullen. Toevoegen van een verkeerd koudemiddel (anders dan R-134a) kan leiden tot schade of verstoorde werking van de unit en zelfs tot onherstelbare schade aan de compressoren. De compressoren die met R-134a werken zijn gevuld met een synthetische polyester olie. EXPLOSIEGEVAAR Gebruik geen zuurstof om leidingen door te blazen of een machine op druk te brengen. Zuurstof reageert sterk op olie, vet en andere veel gebruikte substanties. Overschrijd nooit de gespecificeerde testdrukken. Controleer de toegestane testdrukken in de instructies en de ontwerpdrukken op de kenplaat van de unit. Gebruik geen lucht voor lektesten. Gebruik hiervoor alleen droge stikstof. Een koudemiddelleiding of vat mag nooit worden gelast of doorgebrand voordat alle koudemiddel (vloeistof en damp) uit de machine zijn verwijderd. Dampsporen moeten worden verwijderd met droge stikstof en de ruimte moet goed worden geventileerd. Wanneer koudemiddel in contact komt met open vuur ontstaan er toxische gassen. Op de opstellingsplaats moet de nodige beveiligingsapparatuur beschikbaar zijn en brandblusapparatuur voor het systeem en het gebruikte type koudemiddel moet voorhanden zijn. Koudemiddel mag niet worden overgeheveld. Vermijd dat koudemiddel in contact komt met de huid en ogen. Draag een veiligheidsbril. Krijgt u toch koudemiddel op de huid, was dit dan direct af met water en zeep. Als er koudemiddel in de ogen komt dan moeten de ogen onmiddellijk gespoeld worden met water. Raadpleeg direct een arts. Het onbedoeld vrijkomen van koudemiddel door lekkage of het afblazen van een veerveiligheid kan bevriezingsverschijnselen of brandwonden veroorzaken. Besteed de noodzakelijke aandacht aan deze verwondingen door: - Het raadplegen van een arts voor de behandeling. - Het beschikbaar houden van een EHBO-kit speciaal voor behandeling van verwonding aan ogen. Wij bevelen aan om EN378-3 bijlage aan te houden. Gebruik nooit vuur of stoom om een koudemiddelcilinder te verwarmen. Er kan dan gevaarlijke overdruk ontstaan. Als koudemiddel moet worden verwarmd, gebruik dan alleen warm water. Bij het verwijderen en opslaan van koudemiddel moeten de van toepassing zijnde voorschriften worden gevolgd. Deze werkzaamheden voor het conditioneren en terugwinnen van HFK s onder optimale kwaliteitscondities voor de producten en optimale veiligheidscondities voor personen, goederen en het milieu mogen alleen worden uitgevoerd door STEKerkend personeel. 7

Afpompen en terugwinnen van koudemiddel moet worden uitgevoerd met gebruik van een terugwinunit. Een 3/8 SAE connector op de handbediende afsluiter in de vloeistofleiding wordt met alle units meegeleverd voor aansluiting op de terugwinunit. Het is niet noodzakelijk modificaties aan de unit uit te voeren. Alle aftap- en bijvulaansluitingen voor koudemiddel en olie zijn in het ontwerp meegenomen. Bij modificaties vervalt de productverantwoordelijkheid van de fabrikant. Zie ook de officiële maatschetsen van de units. Wegwerp cilinders mogen nooit worden hergebruikt of opnieuw gevuld. Dit is gevaarlijk en illegaal. Wanneer de cilinders leeg zijn, evacueer de resterende gasdruk, draai de kop los, schroef de klepsteel los en gooi hem weg. Niet verbranden! LET OP: Uitsluitend koudemiddel R-134a gebruiken in overeenstemming met 700 AHRI (Air conditioning, Heating and Refrigeration Institute). Het gebruik van andere koudemiddelen kan gebruikers en operators aan onverwachte risico s blootstellen. Verwijder nooit bevestigingsmateriaal, componenten, etc. terwijl de machine onder druk is of in werking. Zorg dat de overdruk op 0 kpa ligt alvorens het koudemiddelcircuit te openen. Probeer niet om ontlastkleppen te repareren wanneer corrosie of vervuiling (roest, vuil, schilfers etc.) in het klephuis of het mechanisme is aangetroffen. Vervang de klep. Monteer ontlastkleppen niet in serie of achterstevoren. ATTENTIE: Over de unit, of delen ervan, mag niet worden gelopen. Ook mogen er gaan zware voorwerpen op worden geplaatst. Componenten en leidingwerk moeten regelmatig worden gecontroleerd en indien nodig gerepareerd of vervangen. GA NIET op koudemiddelleidingen STAAN. Gebroken leidingen gaan zwiepen en kunnen dan persoonlijk letsel veroorzaken. Klim niet op een machine. gebruik een platform of stellage. Gebruik hulpmiddelen (kraan, lift etc.) bij transporteren, hijsen en plaatsen van zware componenten. Gebruik deze hulpmiddelen ook als er gevaar bestaat dat u uitglijdt of uw evenwicht verliest, zelfs wanneer componenten licht zijn. Gebruik bij vervanging alleen onderdelen die oorspronkelijk in de machine zijn toegepast. Zie hiervoor de onderdelenlijst. Deze is op aanvraag beschikbaar. Tap geen watercircuits af die industriële brijn bevatten zonder toestemming van de daartoe bevoegde autoriteiten. Neem de bouten van de waterboxen niet los voordat de koeler volledig is afgetapt. Controleer regelmatig alle afsluiters, bevestigingsmateriaal en leidingen op corrosie, roest, lekkage en schade. Draag gehoorbeschermers bij het uitvoeren van werkzaamheden in de buurt van een draaiende machine. 2 - Controles voorafgaand aan de montage 2.1 - Controleren van de zending Controleer de zending reeds op de vrachtwagen op transportschade. Meld eventuele zichtbare schade onmiddellijk telefonisch aan Carrier en laat de vervoerder een aantekening maken op de vrachtbrief. De zending is door Carrier tot de aankomst op het werk verzekerd. Carrier is niet aansprakelijk voor schade, ontstaan tijdens het lossen of daarna. Controleer of de gegevens op de kenplaat van de unit (aan de zijkant) overeenkomen met de vrachtbrief en de bestelling. Op de kenplaat van de unit moet de volgende informatie zijn vermeld: - Versienummer - Typenummer - CE markering - Serienummer - Jaar van productie en testdatum - Vloeistof welke wordt getransporteerd - Toegepast koudemiddel en koudemiddelklasse - Koudemiddelvulling per circuit - Toe te passen transportvulling - PS: Min./max. toegestane druk (hoge en lagedruk zijde) - TS: Min./max. toegestane temperatuur (hoge en lagedruk zijde) - Uitschakeldrukken drukschakelaar - Unit lektest druk - Voltage, frequentie, aantal fasen - Maximum opgenomen stroom - Maximum opgenomen vermogen - Netto gewicht van de unit Controleer of alle accessoires compleet zijn meegeleverd. Gedurende de gehele levensduur van de unit moet hij periodiek worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat hij niet is beschadigd door schokken (hanteren van accessoires, gereedschappen etc.). Zo nodig moeten de beschadigde onderdelen worden gerepareerd of vervangen. Zie ook het hoofdstuk 13 - Standaard onderhoud. Sluit de waterintrede en uittredeafsluiters en ontlucht het watercircuit alvorens werkzaamheden aan de componenten in het gekoeldwatercircuit uit te voeren (gaasfilter, pomp, stromingsschakelaar etc.). 8

2.2 - Transport en plaatsen van de unit 2.2.1 - Transport Zie hoofdstuk 1.1 Veiligheidsinstructies voor montage. WAARSCHUWING: Breng de hijsstroppen alleen aan op de punten die op de unit zijn aangegeven. 2.2.2 - Plaatsen Zie onder Afmetingen en benodigde vrije ruimte om er zeker van te zijn dat er voldoende ruimte is voor alle aansluitingen en voor onderhoudswerkzaamheden. Zie voor zwaartepunten, de plaats van de bevestigingsgaten en de gewichtsverdeling de met de unit meegeleverde officiële maatschetsen. Deze units zijn bestemd voor toepassing in koelsystemen en hoeven niet bestand te zijn tegen aardbevingen. Bestendigheid tegen aardbevingen is niet geverifieerd. Controleer voordat de unit wordt geplaatst: dat de gebouwconstructie sterk genoeg is om het gewicht van de unit te dragen. dat het oppervlak waterpas, vlak en niet beschadigd is. De unit moet op de X en Y assen waterpas worden geplaatst (maximaal 5 mm afwijking per meter). dat er voldoende vrije ruimte boven de unit is t.b.v. de condensor luchtstroom en voor servicewerkzaamheden. dat er voldoende ondersteuningspunten zijn en deze zich op de juiste plaats bevinden. dat er op de opstellingsplaats geen risico is van overstroming. WAARSCHUWING: De unit moet voorzichtig wordt gehesen en rustig worden neergezet. 2.2.3 - Controles voorafgaand aan de inbedrijfstelling Vóór de opstart van het koelsysteem moet de gehele installatie, inclusief het koelsysteem worden vergeleken met de installatietekeningen, maatschetsen, systeem leidingwerk en instrumentatie tekeningen en de elektrische schema s. Tijdens het uitvoeren van de installatietest moeten de nationale voorschriften worden gevolgd. Indien die niet aanwezig zijn kan norm EN 378 als richtlijn worden gebruikt. Externe visuele installatiecontroles: Zorg ervoor dat de machine is gevuld met koudemiddel. Controleer op het typeplaatje dat de vloeistof welke wordt getranspoteerd R134A is en niet stikstof. Vergelijk de totale installatie met de koelsysteem- en elektrische schema s. Controleer dat alle componenten voldoen aan de ontwerpspecificaties. Controleer dat alle documenten en apparatuurbeveiligingen, verstrekt door de fabrikant (maatschetsen, P&ID, verklaringen, etc.) om te voldoen aan de voorschriften, aanwezig zijn. Verifieer dat alle beveiligingen en milieubeschermende appendages en maatregelen, verstrekt door de fabrikant, voldoen aan de lokale voorschriften. Verifieer dat alle documenten voor drukvaten, certificaten, naamplaten, dossiers, handleidingen, verstrekt door de fabrikant om te voldoen aan de voorschriften, aanwezig zijn. Verifieer dat de toegangsroute tot de unit en de vluchtwegen vrij zijn. Controleer dat de machinekamer voldoende wordt geventileerd. Controleer dat er koudemiddel detectors, indien van toepassing, aanwezig zijn. Verifieer de instructies en richtlijnen ter voorkoming van het opzettelijk verwijderen van koudemiddelgassen die schadelijk zijn voor het milieu. Verifieer dat alle aansluitingen zijn gemaakt. Controleer steunen en bevestigingsmateriaal (materialen, de loop en bevestiging). Controleer de kwaliteit van lassen en andere verbindingen. Controleer de beveiliging tegen mechanische schade. Controleer de beveiliging tegen hitte. Controleer de beveiliging van bewegende delen. Controleer of er voldoende vrije ruimte is voor onderhoud of reparatie. Controleer de status van de afsluiters. Controleer de status van de thermische- en dampdichte isolatie. 9

3 - afmetingen/benodigde vrije ruimte 3.1-30XW--/30XWH- 254-852 30XW-P/30XWHP 512-862 Koeler Condensor Afmetingen in mm A B C D E F G Standaard efficiency unit 30XW--/30XWH- 254 1567 800 928 2724 141,3 141,3 2600 304 1567 800 928 2724 141,3 141,3 2600 354 1567 800 928 2724 141,3 141,3 2600 402 1693 810 936 2742 141,3 141,3 2600 452 1693 810 936 2742 141,3 141,3 2600 552 1693 810 936 2742 141,3 141,3 2600 602 1693 810 936 2742 141,3 141,3 2600 652 1848 968 1044 3059 168,3 168,3 2800 702 1848 968 1044 3059 168,3 168,3 2800 802 1848 968 1044 3059 168,3 168,3 2800 852 1898 828 1044 2780 219,1 168,3 2600 Hoge efficiency unit 30XW-P/30XWHP 512 1743 968 936 3059 168,3 168,3 2800 562 1743 968 936 3059 168,3 168,3 2800 712 1950 1083 1065 3290 219,1 219,1 3100 812 1950 1083 1070 3290 219,1 219,1 3100 862 1950 1083 1070 3290 219,1 219,1 3100 Standaard efficiency unit 30XW--/30XWH- (optie 150) 254 1567 800 928 2724 141,3 141,3 2600 304 1567 800 928 2724 141,3 141,3 2600 354 1567 800 928 2724 141,3 141,3 2600 402 1693 810 936 2742 141,3 141,3 2600 452 1693 810 936 2742 141,3 141,3 2600 552 1693 810 936 2742 141,3 141,3 2600 602 1693 810 936 2742 141,3 141,3 2600 652 1868 968 1090 3059 168,3 168,3 2800 702 1868 968 1090 3059 168,3 168,3 2800 802 1868 968 1090 3059 168,3 168,3 2800 852 1920 828 1090 2780 168,3 219,1 2600 Hoge efficiency unit 30XW-P/30XWHP (optie 150) 512 1743 968 936 3059 168,3 168,3 2800 562 1743 968 936 3059 168,3 168,3 2800 712 1970 1083 1105 3290 219,1 219,1 3100 812 1970 1083 1105 3290 219,1 219,1 3100 862 1970 1083 1105 3290 219,1 219,1 3100 OPMERKINGEN: Deze maatschetsen zijn niet contractueel bindend. Gebruik bij het ontwerpen van een installatie altijd de officiële Carrier maatschetsen. Deze zijn op aanvraag verkrijgbaar. Zie voor zwaartepunten, de plaats van de bevestigingsgaten en de gewichtsverdeling eveneens de officiële Carrier maatschetsen. 1 2 Verklaring Alle afmetingen in mm. Benodigde vrije ruimte voor onderhoud Benodigde vrije ruimte voor verwijderen van pijpen Waterintrede Wateruittrede Aansluiting hoofdstroom 10

3.2-30XW--/30XWH- 1002-1552 30XW-P/30XWHP 1012-1464 Koeler Condensor Afmetingen in mm A B C D E F G Standaard efficiency unit 30XW--/30XWH- 1002 1870 950 1036 4025 219,1 168,3 3800 1052 1870 950 1036 4025 219,1 168,3 3800 1152 1925 950 1036 4025 219,1 219,1 3800 1252 2051 1512 1162 4730 219,1 219,1 4500 1352 2051 1512 1162 4730 219,1 219,1 4500 1452 2051 1512 1162 4730 219,1 219,1 4500 1552 2051 1512 1162 4730 219,1 219,1 4500 Hoge efficiency unit 30XW-P/30XWHP 1012 1997 1512 1039 4730 219,1 219,1 4500 1162 1997 1512 1039 4730 219,1 219,1 4500 1314 2051 1512 1162 4730 219,1 219,1 4500 1464 2051 1512 1162 4730 219,1 219,1 4500 Standaard efficiency unit 30XW--/30XWH- (optie 150) 1002 1870 950 1036 4025 219,1 168,3 3800 1052 1870 950 1036 4025 219,1 168,3 3800 1154 2925 950 1036 4025 219,1 219,1 3800 1252 2071 1512 1202 4730 219,1 219,1 4500 1352 2071 1512 1202 4730 219,1 219,1 4500 1452 2071 1512 1202 4730 219,1 219,1 4500 1552 2071 1512 1202 4730 219,1 219,1 4500 Hoge efficiency unit 30XW-P/30XWHP (optie 150) 1012 1997 1512 1039 4730 219,1 219,1 4500 1162 1997 1512 1039 4730 219,1 219,1 4500 1314 2071 1512 1202 4730 219,1 219,1 4500 1464 2071 1512 1202 4730 219,1 219,1 4500 Verklaring Alle afmetingen in mm. 1 2 Benodigde vrije ruimte voor onderhoud Benodigde vrije ruimte voor verwijderen van pijpen Waterintrede Wateruittrede Aansluiting hoofdstroom OPMERKINGEN: Deze maatschetsen zijn niet contractueel bindend. Gebruik bij het ontwerpen van een installatie altijd de officiële Carrier maatschetsen. Deze zijn op aanvraag verkrijgbaar. Zie voor zwaartepunten, de plaats van de bevestigingsgaten en de gewichtsverdeling eveneens de officiële Carrier maatschetsen. 11

3.3-30XW--/30XWH- 1652-1702 30XW-P/30XWHP 1612-1762 Koeler Condensor Afmetingen in mm A B C D E F G Standaard efficiency unit 30XW--/30XWH- 1652 1515 1568 1902 4790 219,1 219,1 4500 1702 1515 1568 1902 4790 219,1 219,1 4500 Hoge efficiency unit 30XW-P/30XWHP 1612 1562 1591 2129 4832 273,1 273,1 4600 1762 1562 1591 2129 4832 273,1 273,1 4600 Standaard efficiency unit 30XW--/30XWH- (optie 150) 1652 1535 1568 1947 4790 219,1 219,1 4500 1702 1535 1568 1947 4790 219,1 219,1 4500 Hoge efficiency unit 30XW-P/30XWHP (optie 150) 1612 1585 1591 2174 4832 273,1 273,1 4600 1762 1585 1591 2174 4832 273,1 273,1 4600 OPMERKINGEN: Deze maatschetsen zijn niet contractueel bindend. Gebruik bij het ontwerpen van een installatie altijd de officiële Carrier maatschetsen. Deze zijn op aanvraag verkrijgbaar. Zie voor zwaartepunten, de plaats van de bevestigingsgaten en de gewichtsverdeling eveneens de officiële Carrier maatschetsen. 1 2 Verklaring Alle afmetingen in mm. Benodigde vrije ruimte voor onderhoud Benodigde vrije ruimte voor verwijderen van pijpen Waterintrede Wateruittrede Aansluiting hoofdstroom 12

4 - TECHNISCHE EN ELEKTRISCHE GEGEVENS 4.1 - Technische gegevens, units zonder opties 150, 5 en 6 Standaard efficiency unit 30XW--/30XWH 254 304 354 402 452 552 602 652 702 802 852 1002 1052 1154 1252 1352 1452 1552 1652 1702 Geluidsniveaus - standaard unit Geluidsvermogen* db(a) 95 95 95 99 99 99 99 99 99 99 99 102 102 102 102 102 102 102 102 102 Geluidsdrukniveau op 1 m** db(a) 78 78 78 82 82 82 82 82 82 82 82 84 84 84 83 83 83 83 83 83 Geluidsniveaus - standaard unit + optie 257*** Geluidsvermogen* db(a) - - - 96 96 96 96 96 96 96 96 99 99 99 99 99 99 99 99 99 Geluidsdrukniveau op 1 m** db(a) - - - 78 78 78 78 78 78 78 78 80 80 80 80 80 80 80 80 80 Afmetingen - Standaard unit Lengte mm 2724 2724 2724 2741 2741 2741 2741 3059 3059 3059 2780 4025 4025 4025 4730 4730 4730 4730 4790 4790 Breedte mm 928 928 928 936 936 936 936 1040 1040 1040 1042 1036 1036 1036 1156 1156 1156 1156 1902 1902 Hoogte mm 1567 1567 1567 1692 1692 1692 1692 1848 1848 1848 1898 1870 1870 1925 2051 2051 2051 2051 1515 1515 Bedrijfsgewicht**** kg 2017 2036 2072 2575 2575 2613 2644 3247 3266 3282 3492 5370 5408 5698 7066 7267 7305 7337 8681 8699 Compressoren 06T semi-hermetische schroefcompressoren, 50 r/s Circuit A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Circuit B - - - - - - - - - - - 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Koudemiddelvulling**** - Standaard unit R-134a Circuit A kg 84 80 78 82 82 82 82 145 140 135 140 85 85 105 120 115 110 105 195 195 Circuit B kg - - - - - - - - - - - 85 85 105 120 115 110 105 195 195 Global Warming Potential (GWP) Tonnen CO 2 - equivalentie van het grootste circuit tonnen 120 114 112 117 117 117 117 207 200 193 200 122 122 150 172 164 157 150 279 279 Olievulling - Standaard unit SW220 Circuit A l 23,5 23,5 23,5 32 32 32 32 36 36 36 36 32 32 32 36 36 36 36 36 36 Circuit B l - - - - - - - - - - - 32 32 32 32 36 36 36 36 36 Capaciteitsregeling Touch Pilot, elektronisch expansieventiel (EXV) Minimum capaciteit/trap % 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 10 10 10 10 10 10 10 10 10 Koeler Shell and tube badverdamper Netto waterinhoud l 50 56 61 70 70 70 70 109 109 109 98 182 182 205 301 301 301 301 354 354 Wateraansluitingen (Victaulic) in 5 5 5 5 5 5 5 6 6 6 6 6 6 8 8 8 8 8 8 8 Aftap- en ontluchting aansluitingen (NPT) in 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 Max. bedrijfsdruk waterzijdig kpa 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 Condensor Shell and tube badverdamper Netto waterinhoud l 55 55 55 76 76 76 76 109 109 109 137 193 193 193 340 340 340 340 426 426 Wateraansluitingen (Victaulic) in 5 5 5 5 5 5 5 6 6 6 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 Aftap- en ontluchting aansluitingen (NPT) in 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 Max. bedrijfsdruk waterzijdig kpa 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 Hoge efficiency unit 30XW-P/30XWHP 512 562 712 812 862 1012 1162 1314 1464 1612 1762 Geluidsniveaus - standaard unit Geluidsvermogen* db(a) 99 99 99 99 99 102 102 102 102 102 102 Geluidsdrukniveau op 1 m** db(a) 82 82 81 81 81 83 83 83 83 83 83 Geluidsniveaus - standaard unit + optie 257*** Geluidsvermogen* db(a) 96 96 96 96 96 99 99 99 99 99 99 Geluidsdrukniveau op 1 m** db(a) 78 78 78 78 78 80 80 80 80 80 80 Afmetingen - Standaard unit Lengte mm 3059 3059 3290 3290 3290 4730 4730 4730 4730 4832 4832 Breedte mm 936 936 1069 1069 1069 1039 1039 1162 1162 2129 2129 Hoogte mm 1743 1743 1950 1950 1950 1997 1997 2051 2051 1562 1562 Bedrijfsgewicht**** kg 2981 3020 3912 3947 3965 6872 6950 7542 7752 10910 10946 Compressoren 06T semi-hermetische schroefcompressoren, 50 r/s Circuit A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Circuit B - - - - - 1 1 1 1 1 1 Koudemiddelvulling**** - standaard unit R-134a Circuit A kg 130 130 180 175 170 120 120 130 130 240 250 Circuit B kg - - - - - 120 120 150 130 240 250 Global Warming Potential (GWP) Tonnen CO 2 - equivalentie van het grootste tonnen 186 186 257 250 243 172 172 215 186 343 358 circuit Olievulling - standaard unit SW220 Circuit A l 32 32 36 36 36 32 32 36 36 36 36 Circuit B l - - - - - 32 32 32 36 36 36 Capaciteitsregeling Touch Pilot, elektronisch expansieventiel (EXV) Minimum capaciteit/trap % 15 15 15 15 15 10 10 10 10 10 10 Koeler Shell and tube badverdamper Netto waterinhoud l 101 101 154 154 154 293 293 321 321 473 473 Wateraansluitingen (Victaulic) in 6 6 8 8 8 8 8 8 8 10 10 Aftap- en ontluchting aansluitingen (NPT) in 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 Max. bedrijfsdruk waterzijdig kpa 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 Condensor Shell and tube condensor Netto waterinhoud l 103 103 148 148 148 316 316 340 340 623 623 Wateraansluitingen (Victaulic) in 6 6 8 8 8 8 8 8 8 10 10 Aftap- en ontluchting aansluitingen (NPT) in 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 Max. bedrijfsdruk waterzijdig kpa 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 * In db ref=10-12 W, (A) weging. Verklaarde nummer geluidsemissiewaarden volgens ISO 4871 (met bijhorende onzekerheid van +/-3dB(A)). Gemeten volgens ISO 9614-1 en gecertificeerd door Eurovent. ** In db ref 20 Pa, (A) weging. Verklaarde nummer geluidsemissiewaarden volgens ISO 4871 (met bijhorende onzekerheid van +/-3dB(A)). Voor informative, berekend op basis van het geluidsvermogen Lw(A). *** Optie 257 = Laag geluidsniveau. **** Gewichten gelden alleen als indicatie. Raadpleeg de kenplaat van de unit. 13

4.2 - Elektrische gegevens, units zonder opties 150, 5 en 6 Standaard efficiency unit 30XW--/30XWH 254 304 354 402 452 552 602 652 702 802 852 1002 1052 1154 1252 1352 1452 1552 1652 1702 Hoofdstroom Nominale elektrische voeding V-f-Hz 400-3-50 Netspanningslimieten V 360-440 Stuurstroomcircuit 24 V via interne transformator Nominale aanloopstroom* Circuit A A 233 233 303 414 414 414 414 587 587 587 587 414 414 414 587 587 587 587 587 587 Circuit B A - - - - - - - - - - - 414 414 414 414 587 587 587 587 587 Optie 81 A - - - - - - - - - - - 558 574 574 747 780 801 819 819 819 Maximum aanloopstroom** Circuit A A 233 233 303 414 414 414 414 587 587 587 587 414 414 414 587 587 587 587 587 587 Circuit B A - - - - - - - - - - - 414 414 414 414 587 587 587 587 587 Optie 81 A - - - - - - - - - - - 631 656 656 829 882 904 938 938 938 Cosinus Phi Nominaal*** 0,83 0,85 0,83 0,87 0,88 0,89 0,89 0,88 0,89 0,90 0,90 0,88 0,89 0,89 0,88 0,88 0,89 0,90 0,90 0,90 Maximum**** 0,89 0,89 0,88 0,90 0,90 0,91 0,91 0,90 0,91 0,92 0,92 0,90 0,91 0,91 0,90 0,90 0,91 0,92 0,92 0,92 Totale harmonische vervorming**** % 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Maximum opgenomen vermogen Circuit A kw 76 89 97 128 135 151 151 184 200 223 223 150 151 151 184 184 200 223 223 223 Circuit B kw - - - - - - - - - - - 135 151 151 151 184 200 223 202 223 Optie 81 kw - - - - - - - - - - - 284 301 301 334 367 399 447 425 447 Nominaal opgenomen stroom*** Circuit A A 84 96 113 136 144 162 162 193 214 232 232 162 162 162 193 193 214 232 232 232 Circuit B A - - - - - - - - - - - 144 162 162 162 193 214 232 214 232 Optie 81 A - - - - - - - - - - - 306 324 324 355 386 427 464 446 464 Maximum opgenomen stroom (Un) Circuit A A 123 145 160 206 217 242 242 295 317 351 351 242 242 242 295 295 317 351 351 351 Circuit B A - - - - - - - - - - - 217 242 242 242 295 317 351 317 351 Optie 81 A - - - - - - - - - - - 459 484 484 537 590 634 702 668 702 Maximum opgenomen stroom (Un - 10%)**** Circuit A A 138 162 178 218 230 260 260 304 340 358 358 260 260 260 304 304 340 358 358 358 Circuit B A - - - - - - - - - - - 230 260 260 260 304 340 358 340 358 Optie 81 A - - - - - - - - - - - 490 520 520 564 608 680 716 698 716 Maximum opgenomen vermogen met optie 150B Circuit A kw 67 79 87 114 118 133 134 173 183 205 205 133 133 133 173 173 183 207 207 207 Circuit B kw - - - - - - - - - - - 118 133 133 133 173 183 207 185 207 Optie 81 kw - - - - - - - - - - - 251 265 265 305 346 365 414 391 414 Maximum opgenomen stroom (Un) met optie 150B Circuit A A 109 129 142 183 191 212 212 278 290 325 325 212 212 212 278 278 290 325 325 325 Circuit B A - - - - - - - - - - - 191 212 212 212 278 290 325 290 325 Optie 81 A - - - - - - - - - - - 403 424 424 490 556 580 650 615 650 Hoge efficiency unit 30XW-P/30XWHP 512 562 712 812 862 1012 1162 1314 1464 1612 1762 Hoofdstroom Nominale elektrische voeding V-f-Hz 400-3-50 Netspanningslimieten V 360-440 Stuurstroomcircuit 24 V via interne transformator Nominale aanloopstroom* Circuit A A 414 414 587 587 587 414 414 587 587 587 587 Circuit B A - - - - - 414 414 414 587 587 587 Optie 81 A - - - - - 556 574 747 780 801 819 Maximum aanloopstroom** Circuit A A 414 414 587 587 587 414 414 587 587 587 587 Circuit B A - - - - - 414 414 414 587 587 587 Optie 81 A - - - - - 631 656 829 882 904 938 Cosinus Phi Nominaal*** 0,88 0,89 0,88 0,89 0,90 0,86 0,87 0,88 0,88 0,89 0,90 Maximum**** 0,90 0,90 0,90 0,91 0,92 0,89 0,90 0,90 0,90 0,91 0,92 Totale harmonische vervorming**** % 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Maximum opgenomen vermogen Circuit A kw 135 151 184 200 223 134 151 184 184 200 223 Circuit B kw - - - - - 134 151 151 184 200 223 Optie 81 kw - - - - - 267 301 334 367 399 447 Nominaal opgenomen stroom*** Circuit A A 144 162 193 214 232 144 162 193 193 214 232 Circuit B A - - - - - 144 162 162 193 214 232 Optie 81 A - - - - - 288 324 355 386 427 464 Maximum opgenomen stroom (Un) Circuit A A 217 242 295 317 351 217 242 295 295 317 351 Circuit B A - - - - - 217 242 242 295 317 351 Optie 81 A - - - - - 434 484 537 590 634 702 Maximum opgenomen stroom (Un - 10%)**** Circuit A A 230 260 304 340 358 230 260 304 304 340 358 Circuit B A - - - - - 230 260 260 304 340 358 Optie 81 A - - - - - 460 520 564 608 680 716 Maximum opgenomen vermogen met optie 150B Circuit A kw 118 133 173 183 207 118 133 173 173 183 207 Circuit B kw - - - - - 118 133 133 173 183 207 Optie 81 kw 235 265 305 346 365 414 Maximum opgenomen stroom (Un) met optie 150B Circuit A A 191 212 278 290 325 191 212 278 278 290 325 Circuit B A - - - - - 191 212 212 278 290 325 Optie 81 A - - - - - 382 424 490 556 580 650 * Directe aanloopstroom (maximum bedrijfsstroom van de kleinste compressor + aanloopstroom of beperkte aanloopstroom van de grootste compressor). Waarden verkregen bij standaard Eurovent condities: koeler intrede/uittrede watertemperatuur = 12 C/7 C, condensor intrede/uittrede watertemperatuur = 30 C/35 C. ** Directe aanloopstroom (maximum bedrijfsstroom van de kleinste compressor + aanloopstroom of beperkte aanloopstroom van de grootste compressor). Waarden verkregen bij bedrijf met maximum opgenomen vermogen van de unit. *** Waarden verkregen bij Standaard Eurovent condities: koeler intrede/uittrede watertemperatuur = 12 C/7 C, condensor intrede/uittrede watertemperatuur = 30 C/35 C. **** Waarden verkregen bij bedrijf met maximum opgenomen vermogen van de unit. Waarden verkregen bij bedrijf met maximum opgenomen vermogen van de unit. Waarden zoals vermeld op de machine kenplaat. 14

4.3 - Kortsluitvastheid voor alle units Kortsluitvastheid voor alle units met TN systeem (aardingssysteem) is 50 ka effectief (kortsluitstroom Icc/Icf) bij het aansluitpunt van de unit. Alle units zijn voorzien van zekeringen in de schakelkast, direct stroomafwaarts van het aansluitpunt van de unit. 4.4 - Elektrische gegevens 30XW, compressoren Compressor I Nom (A)* I Max (A)** I Max (A)** Optie 150B MHA (A) LRYA (A) LRDA (A) Cosinus Phi (nom.)* Cosinus Phi (max.)** 06TTW266 84 123 109 138 233 725 0,83 0,89 06TTW301 96 145 129 162 233 725 0,85 0,89 06TTW356 113 160 142 178 303 945 0,83 0,88 06TUW483 144 217 191 230 414 1290 0,88 0,90 06TUW554 162 242 212 260 414 1290 0,89 0,90 06TVW680 193 295 278 304 587 1828 0,88 0,90 06TVW753 214 317 290 340 587 1828 0,89 0,91 06TVW819 232 351 325 358 587 1828 0,90 0,91 06TTA266 95 160 125 176 303 945 0,79 0,88 06TTA301 109 185 144 206 388 1210 0,78 0,87 06TTA356 125 200 156 224 388 1210 0,81 0,88 06TUA483 162 275 215 300 587 1828 0,85 0,91 06TUA554 171 300 234 330 587 1828 0,85 0,91 06TVA680 210 400 312 419 772 2315 0,85 0,91 06TVA753 230 430 335 455 772 2315 0,86 0,91 06TVA819 250 460 359 476 772 2315 0,87 0,91 * Waarde bij standaard Eurovent condities: koeler intrede/uittrede watertemperatuur = 12 C/7 C, condensor intrede/uittrede watertemperatuur = 30 C/35 C ** Waarde bij maximum capaciteit en nominaal voltage (400 V) Verklaring MHA - Maximum bedrijfsstroom van de compressor, begrensd door de unit (stroom opgegeven voor maximum capaciteit bij 360 V) LRYA - Aanloopstroom voor steraansluiting (aansluiting tijdens compressorstart) LRDA - Aanloopstroom voor driehoek-aansluiting 4.5 - Toegepaste compressoren per circuit (A, B) 30XW 254 304 354 402 452 512 552 562 602 652 712 702 812 802 852 862 1002 1012 1052 1154 1162 Units zonder optie 150 06TTW266 A - - - - - - - - - - - - - - - 06TTW301 - A - - - - - - - - - - - - - - 06TTW356 - - A - - - - - - - - - - - - - 06TUW483 - - - A - - - - B AB - - - - - - 06TUW554 - - - - A - - - A - AB B - - - - 06TVW680 - - - - - A - - - - - A AB - - - 06TVW753 - - - - - - A - - - - - - AB - B 06TVW819 - - - - - - - A - - - - - - AB A Units met optie 150 06TTA266 A - - - - - - - - - - - - - - - 06TTA301 - A - - - - - - - - - - - - - - 06TTA356 - - A - - - - - - - - - - - - - 06TUA483 - - - A - - - - B AB - - - - - - 06TUA554 - - - - A - - - A - AB B - - - - 06TVA680 - - - - - A - - - - - A AB - - - 06TVA753 - - - - - - A - - - - - - AB - B 06TVA819 - - - - - - - A - - - - - - AB A 1252 1314 1352 1464 1452 1612 1552 1702 1762 1652 15

Opmerkingen bij de elektrische gegevens en bedrijfscondities 30XW Als standaard 30XW 254-862 units hebben één hoofdstroomaansluiting, direct stroomopwaarts van de hoofdschakelaar. 30XW 1002-1762 units hebben twee hoofdstroomaansluitingen, direct stroomopwaarts van de hoofdschakelaars. De schakelkast bevat de volgende standaard componenten: - 1 hoofdschakelaar per circuit* - Starter- en motorbeveiligingen voor iedere compressor - Antipendel beveiligingen* - Regelapparatuur Aansluitingen op het werk: Alle elektrische aansluitingen op het systeem en de elektrische montage moeten voldoen aan de van toepassing zijnde voorschriften. In Nederland is dit bijv. NEN 1010. De Carrier units 30XW zijn dusdanig ontworpen en gebouwd dat ze voldoen aan de nationale voorschriften. Bij het ontwerp van de elektrische apparatuur is in het bijzonder rekening gehouden met de aanbevelingen in de Europese norm EN 60204-1 (komt overeen met IEC 60204-1) (machineveiligheid - elektrische machinecomponenten - deel 1: algemene voorschriften). Op het werk dient men zich te realiseren dat, indien optie 82A wordt toegepast, werkschakelaars en kortsluitbeveiligingen ontbreken. Bij machines met deze optie wordt een verklaring meegeleverd zoals door de machine richtlijn vereist wordt. Belangrijk: Overeenstemming met EN 60204 is de beste manier om er zeker van te zijn dat wordt voldaan aan de Machinerichtlijn. De aanbevelingen van IEC 60364 worden geaccepteerd als overeenstemmend met de eisen van de installatierichtlijnen (NEN 1010). Aanvulling B van EN 60204-1 beschrijft de omgevingsklassificatie toegepast voor het ontwerp van deze machines. 1. De bedrijfsomgeving voor de units 30XW wordt hieronder gespecificeerd: Omgeving** Omgeving zoals geclassificeerd in EN 60721 (komt overeen met IEC 60721): - binnenopstelling - omgevingstemperaturen tussen +5 C en +42 C, klasse AA4 - hoogte: lager dan, of gelijk aan 2000 m - aanwezigheid van water: klasse AD2 (mogelijke waterdruppels) - aanwezigheid van stofdeeltjes, klasse 4S2 (geen stof van betekenis aanwezig) - aanwezigheid van corrosieve en vervuilende substanties, klasse 4C2 (minimaal) 2. Frequentie-afwijking elektrische voeding: ± 2 Hz. 3. De nul (N) kabel kan niet direct op de unit worden aangesloten (gebruik zo nodig een transformator). 4. De unit is niet voorzien van beveiliging tegen te hoge stroom van de voedingskabels. 5. De standaard hoofdschakelaar(s)/installatie-automa(a)t(en) is (zijn) geschikt voor spanningsonderbreking volgens EN 60947-3 (komt overeen met IEC 60947-3). 6. De units zijn ontworpen voor aansluiting op TN netwerken (IEC 60364). Voor IT netwerken moet de aardleiding niet worden aangesloten op de aarde van het netwerk. Zorg voor een lokale aardaansluiting, neem contact op met een elektrotechnisch installateur of uw Energiebedrijf. OPMERKING: Neem altijd contact op met Carrier wanneer specifieke aspecten van een installatie niet voldoen aan de hierboven beschreven condities, of als er rekening moet worden gehouden met andere condities. * Niet op units voorzien van optie 82A ** Het beschermingsniveau dat nodig is om aan deze klasse te voldoen is IP21B of IPX1B (volgens norm IEC 60529). Alle units 30XW voldoen aan deze beschermingseisen. De omkasting voldoet aan klasse IP23 of IPX3B. 16

5 - ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN Zie de met de unit meegeleverde officiële Carrier maatschetsen. 5.1 - Elektrische voeding De elektrische voeding moet overeenkomen met het voltage zoals aangegeven op de kenplaat van de unit. De voedingsspanning moet liggen binnen de limieten aangegeven in de tabel elektrische gegevens. Zie de elektrische schema s voor nadere details van de aansluitingen. WAARSCHUWING: Bedrijf van de machine met een voedingsspanning buiten de gespecificeerde limieten, of met een veel te hoge fase-onbalans, kan schade veroorzaken die niet door de garantie wordt gedekt. Als de fase onbalans groter is dan 2% voor spanning of groter dan 10% voor stroom, dan mag de unit niet in bedrijf worden genomen. Zorg dat de fout wordt hersteld voordat de unit wordt gestart. 5.2 - Fase onbalans spanning (%) 100 x max. afwijking van gemiddeld voltage gemiddeld voltage Voorbeeld: Bij een aansluiting van 400 V - 3f - 50 Hz waren de gemeten individuele spanningen: AB = 406 V, BC = 400 V, AC = 394 V Gemiddeld voltage = (406 + 400 + 394)/3 = 1200/3 = 400 V Bereken de max. afwijking van de gemiddelde 400 V: (AB) = 406-400 = 6 (BC) = 400-400 = 0 (AC) = 400-394 = 6 A B C De maximale afwijking van het gemiddelde is 6 V. Het hoogste afwijkingspercentage is: 100 x 6/400 = 1,5% Dit is minder dan de toegestane 2% en dus acceptabel. 5.3 - Hoofdstroomaansluiting/hoofdschakelaar Units 30XW 252-862 30XW 1002-1762 Aansluitpunten 1 per unit 1 voor circuit A 1 voor circuit B Motor 5.4 - Aanbevolen aderdiameters Het dimensioneren van de elektrische bekabeling is de verantwoordelijkheid van de installateur en is afhankelijk van de specifieke kenmerken van een project en de plaatselijke voorschriften. Het onderstaande is slechts bedoeld als richtlijn. Carrier is niet aansprakelijk voor eventuele schade die hieruit zou kunnen voortvloeien. Nadat de bekabeling is gedimensioneerd moet de installateur, met behulp van de meegeleverde officiële maatschets, zorgen voor een gemakkelijke aansluiting en modificaties aangeven die op het werk moeten worden uitgevoerd. De aansluitingvoorziening voor de op het werk aan te leggen voedingskabels naar de hoofd-/werkschakelaar zijn ontworpen voor het aantal en type kabels die in de tweede kolom in de tabel op de volgende bladzijde zijn vermeld. De berekeningen gunstige en ongunstige situaties zijn gebaseerd op de maximale stroom van elke unit (zie tabellen Elektrische gegevens). Voor het ontwerp zijn de standaard installatiemethoden van IEC 60364 (NEN1010) gebruikt: PVC (70 C) of XLPE (90 C) geïsoleerde meer aderige kabels met koperen kern; gemonteerd in overeenstemming met tabel 52c van bovengenoemde standaard. De maximum temperatuur is 42 C. De gegeven kabellengte beperkt het spanningsverlies tot < 5%. 5.5 - Doorvoer voedingskabel De voedingskabels kunnen via de bovenkant van de unit in de schakelkast worden gevoerd. De kabels kunnen worden doorgevoerd via een verwijder-bare aluminium plaat in het bovenste deel van de voorkant van de schakelkast. Zie de officiële maatschets van de unit. 5.6 - Op het werk aan te leggen stuurstroombekabeling Belangrijk: Het aanbrengen van externe bedrading van de bedieningspaneelcircuits kan veiligheidsrisico s met zich meebrengen: in het geval van wijzigingen in de regelkast moet gezorgd worden dat de apparatuur blijft voldoen aan de lokale voorschriften. Er moeten veiligheidsmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat circuits die van verschillende bronnen afkomstig zijn met elkaar in contact komen: Voor de gekozen kabeltracé s en/of de isolatie van de geleiders moet gebruik gemaakt worden van dubbele elektrische isolatie. In geval van losraken van stuurstroombedrading moet deze zodanig bevestigd zijn (ty-wraps aan bijv. kabelboom) dat de draad niet in aanraking kan komen met andere spanningsvoerende delen. 17

Selectietabel minimum en maximum aderdiameters voor aansluiting van 30XW units 30XW - Circuit(s) A(/B) Max. aan te sluiten aderdiameters* Aderdiameters mm² (per fase) Berekening gunstige situatie: Geperforeerde horizontale kabelgoot (standaard installatiemethode No. 15) XLPE geïsoleerde kabel Aderdiameters** mm² (per fase) L m Kabel type Berekening ongunstige situatie: Closed conduit (standaard installatiemethode No. 41) PVC geïsoleerde kabels indien mogelijk*** Aderdiameters** mm² (per fase) L m Kabel type Units zonder opties 150 of 81 254-304 1 x 150 1 x 50 160 XLPE Cu 1 x 95 310 PVC Cu 354 1 x 240 1 x 70 220 XLPE Cu 1 x 95 350 PVC Cu 402 1 x 240 1 x 70 170 XLPE Cu 1 x 150 350 PVC Cu 452-512 1 x 240 1 x 95 230 XLPE Cu 1 x 185 390 PVC Cu 552-562 - 602 1 x 240 1 x 95 275 XLPE Cu 1 x 185 360 PVC Cu 652-712 1 x 240 1 x 120 210 XLPE Cu 1 x 240 380 PVC Cu 702-812 1 x 240 1 x 150 230 XLPE Cu 1 x 240 330 XLPE Cu 802-852 - 862 1 x 240 1 x 150 217 XLPE Cu 1 x 240 320 XLPE Cu 1002 2 x 240/2 x 240 1 x 95/1 x 95 200/200 XLPE Cu 1 x 240/1 x 240 400/400 PVC Cu 1012 2 x 240/2 x 240 1 x 120/1 x 95 230/200 XLPE Cu 1 x 240/1 x 240 400/401 PVC Cu 1052-1154 - 1162 2 x 240/2 x 240 1 x 120/1 x 120 220/220 XLPE Cu 2 x 120/2 x 120 375/375 PVC Cu 1252-1314 2 x 240/2 x 240 1 x 150/1 x 120 220/220 XLPE Cu 2 x 185/2 x 120 410/375 PVC Cu 1352-1464 2 x 240/2 x 240 1 x 150/1 x 150 220/220 XLPE Cu 2 x 185/2 x 185 410/410 PVC Cu 1452-1612 2 x 240/2 x 240 1 x 185/1 x 185 230/230 XLPE Cu 2 x 185/2 x 185 370/370 PVC Cu 1552-1702 - 1762 2 x 240/2 x 240 1 x 185/1 x 185 220/220 XLPE Cu 2 x 240/2 x 240 400/400 PVC Cu 1652 2 x 240/2 x 240 1 x 185/1 x 185 220/230 XLPE Cu 2 x 240/2 x 185 400/400 PVC Cu Units met optie 150 254-304 1 x 240 1 x 70 190 XLPE Cu 1 x 150 370 PVC Cu 354 1 x 240 1 x 70 170 XLPE Cu 1 x 185 400 PVC Cu 402 1 x 240 1 x 95 190 XLPE Cu 1 x 240 420 PVC Cu 452-512 1 x 240 1 x 120 210 XLPE Cu 1 x 185 290 PVC Cu 552-562 - 602 1 x 240 1 x 120 210 XLPE Cu 1 x 240 340 XLPE Cu 652-712 2 x 240 1 x 240 275 XLPE Cu 2 x 150 320 XLPE Cu 702-812 2 x 240 1 x 240 250 XLPE Cu 2 x 150 300 XLPE Cu 802-852 - 862 2 x 240 2 x 240 240 XLPE Cu 2 x 150 280 XLPE Cu 1002 2 x 240/2 x 240 1 x 150/1 x 150 220/230 XLPE Cu 2 x 150/2 x 150 310/340 PVC Cu 1012 2 x 240/2 x 240 1 x 150/1 x 150 220/220 XLPE Cu 2 x 185/2 x 185 410/410 XLPE Cu 1052-1154 - 1162 2 x 240/2 x 240 1 x 150/1 x 150 210/210 XLPE Cu 2 x 185/2 x 185 400/400 PVC Cu 1252-1314 2 x 240/2 x 240 1 x 240/1 x 150 240/210 XLPE Cu 2 x 185/2 x 185 310/400 XLPE Cu/PVC Cu 1352-1464 2 x 240/2 x 240 1 x 240/1 x 240 240/240 XLPE Cu 2 x 185/2 x 185 310/310 XLPE Cu 1452-1612 2 x 240/2 x 240 2 x 120/2 x 120 220/220 XLPE Cu 2 x 240/2 x 185 320/310 XLPE Cu 1552-1652 - 1702-1762 2 x 240/2 x 240 2 x 120/2 x 120 210/210 XLPE Cu 2 x 240/2 x 240 320/320 XLPE Cu Units met optie 81 1002-1162 4 x 240 2 x 150 220 XLPE Cu 4 x 120 375 PVC Cu 1252-1762 4 x 240 4 x 120 210 XLPE Cu 4 x 240 400/400 PVC Cu Units met opties 81 en 150 1002-1162 4 x 240 2 x 185 220 XLPE Cu 4 x 150 310 XLPE Cu 1252-1762 5 x 240 4 x 120 210 XLPE Cu 4 x 240 320 XLPE Cu * De maximum aansluitdiameter van de voedingskabel wordt bepaald door de maat van de aansluitklemmen, maat van de kabelinvoeropening en de beschikbare ruimte in de aansluitkast. ** Selectie volgens de uitgangspunten van par. 5.4 *** Indien een kabeltype XLPE Cu vermeld wordt, betekent dit dat met een PVC kabel de aderdiameter te groot is om aan te sluiten. Opmerking: Bij de selecties is uitgegaan van een machine met hydromodule werkend bij de maximaalstroom. Zie de montage-instructies Pro-Dialog en de met de unit meegeleverde officiële elektrische schema s voor aansluiting van de volgende regelcomponenten: Aan/uit schakelaar op afstand Externe schakelaar begrenzing opgenomen vermogen Dubbel setpoint op afstand Alarm, alert en bedrijfsmelding Koelerpompregeling Regeling WTW condensorpomp (optie) Regeling warmwaterklep (optie) Verschillende vergrendelcontacten op de print van de Energie Management Module (EMM) (accessoire of optie) Aansluiting CCN bus De permanente aansluiting op de CCN bus van het systeem wordt gemaakt op de betreffende klem in de schakelkast. De CCN service tool kan worden aangesloten op een contactdoos onder de schakelkast, die van buitenaf toegankelijk is. 5.7-24 en 230 V elektrische reserve voor de gebruiker Reserve stuurstroomcircuit: Nadat alle gewenste opties zijn aangesloten beschikt de TC transformator over een elektrische reserve die kan worden gebruikt voor de aan te leggen stuurstroombedrading: Unit zonder optie 084* 2 A (24 V a.c.) of 48 VA Unit met optie 084* 1,3 A (24 V a.c.) of 30 VA * 084 of 084R of 084D Bij deze TC transformator kan door het 230 V, 50 Hz circuit een batterijoplader voor een draagbare computer worden gevoed op maximaal 0,8 A bij 230 V. De aansluiting vindt plaats via een EEC 7/16 contactdoos (2 polen zonder Aarde) onder de schakelkast, die van buitenaf toegankelijk is. Alleen apparaten met klasse II dubbele isolatie mogen op deze contactdoos worden aangesloten. 18

6 - SELECTIEGEGEVENS 6.1 - Bedrijfslimieten 30XW 30XW en 30XW-P Minimum Maximum Koeler Intredetemperatuur bij opstart - 35,0 C Uittredetemperatuur tijdens bedrijf 3,3 C* 20,0 C Intrede/uittredetemperatuur verschil in vollast 2,8 K 11,1 K Condensor Intredetemperatuur bij opstart 13,0 C** - Uittredetemperatuur tijdens bedrijf 19,0 C** 50,0 C*** Intrede/uittredetemperatuur verschil in vollast 2,8 K 11,1 K * Bij lage temperatuur toepassingen, waar de wateruittredetemperatuur lager is dan 3,3 C, moet een antivries-oplossing worden toegevoegd. Zie optie 5 en optie 6. ** Bij lagere condensortemperaturen moet er een condensor waterregelklep (2-weg of 3-weg klep) worden toegepast. Zie mogelijke optie 152 voor het verzekeren van de correcte condensatietemperatuur. *** Zie optie 150 voor toepassingen met hoge condensorwater uittredetemperatuur (tot 63 C). Opmerking: Maximum omgevingstemperatuur: Deze units zijn bestemd voor binnenomgevingen. De buitentemperatuur bij het starten van de koelmachine moet ten minste 5 C zijn. Voor zo n lage omgevingstemperatuur wordt optie 152 aanbevolen. Voor transport en opslag van 30XW units (inclusief per container) zijn de minimum en maximum toegestane temperaturen -20 C en +72 C (en 65 C voor optie 200). Condensorwater uittredetemperatuur, C 55 50 45 40 35 30 25 20 15 0 5 10 15 20 Verklaring 1 Koeler 2 Recirculatie Voor minimum gekoeldwater debiet 6.3 - Maximum gekoeldwater debiet 1 2 Het maximum gekoeldwaterdebiet wordt gelimiteerd door het maximaal toegestane drukverlies in de koeler. Zie de tabel in hoofdstuk 6.6. a. Selecteer de optie met 1 passage minder waarmee een hoog waterdebiet mogelijk is (zie optie 100C in de tabel in hoofdstuk 6.5). b. Bypass de koeler zoals in onderstaande tekening om een hoger temperatuurverschil te verkrijgen met een lager gekoeldwaterdebiet. Voor maximum gekoeldwater debiet 1 Gekoeldwateruittredetemperatuur, C Van ± 45% tot vollast Deellastlimiet ± 35% Minimum belastingslimiet ± 15% 2 De exacte hoeveelheden volgen uit het Carrier selectie programma. 6.2 - Minimum gekoeldwater debiet Het minimum gekoeldwaterdebiet is vermeld in de tabel in hoofdstuk 6.6. Als het systeemdebiet lager is dan moet de vloeistofhoeveelheid worden gerecirculeerd zoals getoond in het schema. Verklaring 1 Koeler 2 Bypass 6.4 - Waterdebiet condensor Het minimum en maximum condensor waterdebieten zijn vermeld in de tabel in hoofdstuk 6.6. Als het systeemdebiet hoger is dan het maximum unitdebiet, selecteer dan de optie met 1 passage minder waarmee een hoog waterdebiet mogelijk is (zie optie 102C in de tabel in hoofdstuk 6.5). 19

6.5 - Standaard en optioneel aantal waterpassages Standaard efficiency unit 30XW-- Type 254 304 354 402 452 552 602 652 702 802 852 1002 1052 1154 1252 1352 1452 1552 1652 1702 Koeler Standaard 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Optie 100C 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Condensor Standaard 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Optie 102C 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Hoge efficiency unit 30XW-P Type 512 562 712 812 862 1012 1162 1314 1464 1612 1762 Koeler Standaard 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Optie 100C 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Condensor Standaard 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Optie 102C 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 6.6 - Waterdebieten koeler en condensor Deze waarden worden hieronder gegeven voor standaard units. Voor opties 100C en 102C, verwijzen wij u naar de selectie unit programma. Standaard efficiency unit 30XW-- Type 254 304 354 402 452 552 602 652 702 802 852 1002 1052 1154 1252 1352 1452 1552 1652 1702 Waterdebiet koeler, l/s Minimum 6 6 6 7 7 7 7 9 9 9 9 13 13 15 18 18 18 18 22 22 Maximum 39 39 39 39 43 43 43 57 57 57 61 67 67 78 84 84 84 84 116 116 Waterdebiet condensor, l/s Minimum 4 4 4 4 4 4 4 6 6 6 8 8 8 9 12 12 12 12 14 14 Maximum 29 29 29 29 47 47 47 55 55 55 82 82 82 109 119 119 119 119 134 134 Hoge efficiency unit 30XW-P Type 512 562 712 812 862 1012 1162 1314 1464 1612 1762 Waterdebiet koeler, l/s Minimum 10 10 13 13 13 18 18 22 22 28 28 Maximum 57 57 76 76 76 84 84 116 116 121 121 Waterdebiet condensor, l/s Minimum 6 6 8 8 8 12 12 18 18 22 22 Maximum 55 55 74 74 74 119 119 130 130 149 149 Opmerkingen: Minimum koeler debiet gebaseerd op een waterdoorstroomsnelheid van 0,5 m/s. Minimum condensor debiet gebaseerd op een waterdoorstroomsnelheid van 0,3 m/s. Maximum debiet gebaseerd op een drukverlies van 120 kpa (units met twee koelerpassages en twee condensorpassages). 6.7 - Variabel debiet koeler Er kan een variabel koelerwaterdebiet worden toegepast. Het debiet moet hoger zijn dan het minimum debiet vermeld in de tabel toegestane debieten en mag niet meer dan 10% per minuut variëren. Als het debiet verandert, dan moet het systeem minimaal 6,5 liter water per kw bevatten in plaats van 3,25 l/kw. Deze waterinhoud is nodig voor een stabiele werking. Het kan nodig zijn om een buffervat toe te passen om de benodigde systeeminhoud te verkrijgen. Dit buffervat moet voorzien zijn van keerschotten om een goede menging van de vloeistof (water of brijn) te verkrijgen. Zie onderstaande voorbeelden en onze aparte brochure Buffervaten. Aansluiting op een buffervat 6.8 - Minimum systeeminhoud Wat de grootte van de koelmachine ook is, de minimum waterinhoud (liters) wordt berekend d.m.v. de volgende formule: Volume = CAP (kw) x N = liter Toepassing N Airconditioning 3,25 Industriële proceskoeling 6,5 waarin CAP = de koelcapaciteit (kw) bij de nominale bedrijfscondities voor de installatie. Fout Fout Goed Goed 20

6.9 - Koeler drukverliescurve Units met twee koelerpassages (standaard): 30XW--/30XWH-/30XW-P/30XWHP Units met één koelerpassage (optie 100C): 30XW--/30XWH-/30XW-P/30XWHP Drukverlies, kpa 120 110 1 2 3 4 5 6 7 8 9/10 11 12 13/14 15 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120 Drukverlies, kpa 36 33 30 27 24 21 18 15 12 9 6 3 1 2/4 3 5 6 7 8 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120 9 10/11 12 13 14 15 Waterdebiet, l/s Waterdebiet, l/s Verklaring 1. 254 2. 304 3. 354 4. 402, 452, 552, 602 5. 512, 562 6. 652, 702, 802 7. 852 8. 1002, 1052 9. 1154 10. 712, 812, 862 11. 1012,1162 12. 1252, 1352, 1452, 1552 13. 1314, 1464 14. 1652, 1702 15. 1612, 1762 Verklaring 1. 254 2. 304 3. 354 4. 402, 452, 552, 602 5. 512, 562 6. 652, 702, 802 7. 852 8. 1002, 1052 9. 1012,1162 10. 712, 812, 862 11. 1252, 1352, 1452, 1552 12. 1154 13. 1314, 1464 14. 1652, 1702 15. 1612, 1762 6.10 - Condensor drukverliescurve Units met twee condensorpassages (standaard): 30XW--/30XWH-/30XW-P/30XWHP Units met één condensorpassage (optie 102C): 30XW--/30XWH-/30XW-P/30XWHP Drukverlies, kpa 120 110 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 1 2 3 4 5/6 7/8 9 10 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120 11 12 Drukverlies, kpa 36 33 30 27 24 21 18 15 12 9 6 3 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 11 12 Waterdebiet, l/s Waterdebiet, l/s Verklaring 1. 254, 304, 354 2. 402, 452, 552, 602 3. 512, 562 4. 652, 702, 802 5. 712, 812, 862 6. 852 7. 1154 8. 1002, 1052 9. 1012,1162 10. 1252, 1352, 1452, 1552, 1314, 1464 11. 1652, 1702 12. 1612, 1762 Verklaring 1. 254, 304, 354 2. 402, 452, 552, 602 3. 512, 562 4. 652, 702, 802 5. 712, 812, 862 6. 852 7. 1002, 1052 8. 1154 9. 1012,1162 10. 1252, 1352, 1452, 1552, 1314, 1464 11. 1652, 1702 12. 1612, 1762 21

7 - GEKOELDWATERLEIDING AANSLUITINGEN LET OP: Voordat de waterleidingen worden aangesloten moet de ontluchtingsstop in de waterbox worden aangebracht (1 stop onder in elke waterbox - bij aflevering bevindt de stop zich in de schakelkast). Zie de met de warmtewisselaar meegeleverde maatschetsen voor afmetingen en plaats van alle waterintrede- en uittrede aansluitingen. De waterleidingen mogen geen radiale of axiale torsie op de warmtewisselaars uitoefenen of trillingen overbrengen op het leidingwerk of het gebouw. De kwaliteit van het toevoerwater moet worden geanalyseerd. Zo nodig kan het water worden voorbehandeld of kunnen filters, regelapparatuur, isolatie en aftapventielen worden ingebouwd. Raadpleeg hiervoor een waterbehandelingsspecialist of vakliteratuur op dit gebied. 7.1 - Voorzorgsmaatregelen Bij het ontwerp van het watercircuit moet er rekening mee worden gehouden dat er zo min mogelijk bochten en horizontale leidingen op verschillende niveaus voorkomen. Hieronder zijn de belangrijkste punten genoemd: Houd rekening met de waterintrede- en wateruittrede aansluitingen van de unit. Monteer handbediende of automatische ontluchtingsafsluiters op alle hoge punten in het watercircuit. Pas een onderdrukbeveiliging of expansieventiel/ontlastklep toe om de druk in het circuit handhaven. Breng thermometers aan in zowel de intrede als uittrede wateraansluitingen. Monteer aftapafsluiters op alle lage punten, zodat het hele systeem kan worden afgetapt. Monteer afsluiters in de intrede en uittrede waterleidingen nabij de koeler. Gebruik flexibele verbindingen om overbrenging van trillingen op het leidingwerk te voorkomen. Voer een lektest uit en isoleer dan alle leidingen om warmteverlies en condensaatvorming te voorkomen. Dek de isolatielaag af met dampdicht materiaal. Wanneer er in de vloeistof vuildeeltjes aanwezig zijn waardoor de warmtewisselaar vervuild kan raken, moet een gaasfilter worden geplaatst vóór de pomp. De maasgrootte van dit filter moet 1,2 mm zijn. Controleer alvorens het systeem in gebruik te nemen dat de watercircuits zijn aangesloten op de juiste warmtewisselaars (d.w.z. dat koeler en warmteterugwincondensor niet zijn verwisseld). Breng geen statische of dynamische druk van betekenis in het circuit van de warmtewisselaar (met betrekking tot de ontwerp systeemdrukken). Controleer vóór de inbedrijfstelling dat de materialen van de warmtewisselaar, en de coating, geschikt zijn voor de toegepaste vloeistof. Het gebruik van verschillende metalen in hydraulische leidingen kan elektrolytische paren en tengevolge daarvan corrosie doen ontstaan. Controleer dan of het nodig is om (opofferings) anodes te installeren. Controleer, bij toevoeging van additieven of andere vloeistoffen anders dan die door Carrier worden aanbevolen, dat de vloeistoffen niet als gassen worden beschouwd, en dat ze behoren tot klasse 2, zoals gedefinieerd in richtlijn 97/23/EC. Carrier aanbevelingen voor warmtewisselaar vloeistoffen: Geen NH 4+ ionen in het water, deze zijn namelijk zeer schadelijk voor koper. Dit is een van de bepalende factoren voor de levensduur van koperen leidingen. Zelfs door enkele tienden ppm wordt het koper in de loop der tijd ernstig gecorrodeerd. Cl - ionen zijn schadelijk voor koper met het risico van perforaties als gevolg van corrosie. Houd dit zo mogelijk lager dan 125 mg/l. SO 4 2- ionen kunnen perforerende corrosie veroorzaken bij een gehalte van meer dan 300 ppm. Geen fluoride ionen (<0.1 ppm). Er mogen geen Fe 2+ en Fe 3+ ionen met aanzienlijke gehaltes opgeloste zuurstof aanwezig zijn. Opgelost ijzer < 5 ppm met opgeloste zuurstof < 5 ppm. Opgeloste silicone: silicone is een zuurelement van water en kan ook tot corrosie leiden. Gehalte < 15 ppm. Water hardheid: > 0,5 mmol/l. Waarden tussen 1,0 en 2,5 mmol/l worden aanbevolen. Dit vergemakkelijkt kalkafzetting die de corrosie van koper kan beperken. Te hoge waarden kunnen in de loop der tijd tot verstopping van de leidingen leiden. Een totale alkaliteit (TAC) beneden 100 mg/l gewenst. Opgeloste zuurstof: plotselinge wijzigingen in het water zuurstofgehalte moeten worden vermeden. Het is net zo schadelijk om zuurstof aan het water te onttrekken door het te mengen met inert gas als teveel zuurstof toe te voeren door het te mengen met pure zuurstof. Het verstoren van de zuurstoftoevoer condities leidt tot destabilisatie van koper hydroxiden en vergroting van deeltjes. Elektrische geleidbaarheid 10-600μS / cm. ph: ideale ph neutraal bij 20-25 C = ph 7-8 Wanneer het watercircuit langer dan een maand leeg moet blijven, dan moet het gehele circuit met stikstof worden gevuld om corrosie te voorkomen. Bijvullen en aftappen van warmtewisselaar vloeistof moet gebeuren met behulp van door de installateur in het watercircuit aan te brengen voorzieningen. Vul nooit vloeistof bij rechtstreeks in de warmtewisselaars. 22

7.2 - Gekoeldwateraansluitingen Victaulic wateraansluitingen. De intrede/uittrede diameters zijn hetzelfde. Intrede/uittrede diameters Standaard efficiency unit 30XW--/30XWH- Type 254 304 354 402 452 552 602 652 702 802 852 1002 1052 1154 1252 1352 1452 1552 1652 1702 Koeler Units zonder optie 100C Nominaal diameter in 5 5 5 5 5 5 5 6 6 6 6 6 6 8 8 8 8 8 8 8 Werkelijke uitwendige diameter mm 141,3 141,3 141,3 141,3 141,3 141,3 141,3 168,3 168,3 168,3 168,3 168,3 168,3 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 Optie 100C Nominaal diameter in 5 5 5 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 8 8 8 8 8 8 8 Werkelijke uitwendige diameter mm 141,3 141,3 141,3 168,3 168,3 168,3 168,3 168,3 168,3 168,3 168,3 168,3 168,3 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 Condenser Units zonder optie 102C Nominaal diameter in 5 5 5 5 5 5 5 6 6 6 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 Werkelijke uitwendige diameter mm 141,3 141,3 141,3 141,3 141,3 141,3 141,3 168,3 168,3 168,3 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 Optie 102C Nominaal diameter in 6 6 6 6 6 6 6 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 Werkelijke uitwendige diameter mm 168,3 168,3 168,3 168,3 168,3 168,3 168,3 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 Hoge efficiency unit 30XW-P/30XWHP Type 512 562 712 812 862 1012 1162 1314 1464 1612 1762 Koeler Units zonder optie 100C Nominaal diameter in 6 6 8 8 8 8 8 8 8 10 10 Werkelijke uitwendige diameter mm 168,3 168,3 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 273,1 273,1 Optie 100C Nominaal diameter in 6 6 8 8 8 8 8 8 8 10 10 Werkelijke uitwendige diameter mm 168,3 168,3 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 273,1 273,1 Condenser Units zonder optie 102C Nominaal diameter in 6 6 8 8 8 8 8 8 8 10 10 Werkelijke uitwendige diameter mm 168,3 168,3 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 273,1 273,1 Optie 102C Nominaal diameter in 8 8 8 8 8 8 8 8 8 10 10 Werkelijke uitwendige diameter mm 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 219,1 273,1 273,1 7.3 - Waterhoeveelheid Stromingsbeveiliging van de koeler en hulpcontact voor de gekoeldwaterpomp BELANGRIJK: Het is verplicht om naast de standaard stromingsbeveiliging van de koeler van 30XW een hulpcontact. Als deze instructie niet wordt opgevolgd vervalt de garantie. De stromingsbeveiliging is geplaatst op de gekoeldwaterintrede en wordt door de regeling aangepast, op basis van unittype en toepassing. Indien wijziging noodzakelijk is, moet dit worden uitgevoerd door een door Carrier Service opgeleide technicus. 7.4 - Aandraaien bouten waterboxen koeler en condensor Koeler (en WTW condensor) zijn van het type shell and tube met verwijderbare waterboxen om het reinigen van de pijpen te vergemakkelijken. De bouten moeten (opnieuw) worden aangedraaid De bouten moeten (opnieuw) worden aangedraaid volgens onderstaand voorbeeld. Aandraai-volgorde waterbox Verklaring 1 Volgorde 1: 1 2 3 4 2 Aandraaimoment Volgorde 2: 5 6 7 8 Boutafm. M16-171 - 210 Nm Volgorde 3: 9 10 11 12 Volgorde 4: 13 14 15 16 OPMERKING: Aftappen van het systeem en loskoppelen van het leidingwerk wordt aanbevolen om er zeker van te zijn dat de bouten van de waterboxen waarop het leidingwerk is bevestigd goed en gelijkmatig zijn aangedraaid. 23

7.5 - Werking van twee units in master/slave bedrijf De regeling van een master/slave combinatie is gebaseerd op de waterintrede temperatuur. Er zijn geen extra opnemers nodig (standaard configuratie). Regeling ook worden gebaseerd op de wateruittrede temperatuur. In dit geval moeten er twee extra opnemers op de gezamenlijke leiding worden geplaatst. Alle parameters die nodig zijn voor de master/slave functie moeten worden ingesteld via het MST_SLV menu. Alle regelingen op afstand van de master/slave combinatie (aan/uit, setpoint, etc.) worden geregeld door de als master geconfigureerde unit en moeten dus ook alleen in de master unit worden geconfigureerd. Iedere unit regelt zijn eigen waterpomp. Bij toepassing van een gezamenlijke pomp (variabel debiet) moeten op iedere unit afsluiters worden gemonteerd. Deze worden bij het openen en sluiten geactiveerd door de regeling van elke unit (in dit geval worden de afsluiters geregeld door de uitgangen van de betreffende waterpomp). Zie de handleiding Installatie, Bediening Pro-Dialog Regeling 30XA/30XW voor meer informatie. 30XW (met configuratie wateruittrede regeling) 8 - Warmtepompen 30XWH- EN 30XWHP 8.1 - Technische gegevens warmtepompen De technische gegevens voor de warmtepompen 30XWH-/ 30XWHP zijn gelijk aan die van de 30XW--/30XW-P units. Zie hoofdstuk 4.1. 8.2 - Elektrische gegevens warmtepompen De elektrische gegevens voor de warmtepompen 30XWH-/ 30XWHP zijn gelijk aan die van de 30XW--/30XW-P units. Zie hoofdstuk 4.2. 8.3 - Afmetingen en benodigde vrije ruimte warmtepompen De afmetingen en benodigde vrije ruimte zijn gelijk aan die van de 30XW--/30XW-P units. Zie hoofdstuk 3. 8.4 - Bedrijfslimieten warmtepompen De bedrijfslimieten zijn gelijk aan de van de 30XW--/30XW-P units. Zie hoofdstuk 6.1. 8.5 - Bedrijfstypen warmtepompen 8.5.1 - Koeling Dit bedrijfstype is hetzelfde als bij 30XW units. De unit regelt op het koelsetpoint. 1 2 8.5.2 - Verwarming In deze configuratie gebruikt de unit het verwarmingssetpoint. De koelerwateruittrede regeling (laagste setpoint wordt gebruikt) wordt nog gehandhaafd om bedrijf bij zeer lage temperaturen te voorkomen. Verklaring 1 Master-unit 2 Slave-unit Schakelkasten van de master- en slave-unit Waterintrede Wateruittrede Waterpompen voor elke unit (standaard voor units met hydro module) Extra opnemers voor wateruittrede regeling, aan te sluiten op kanaal 1 van de slave-printen van elke master- en slave-unit CCN communicatiebus Aansluiting van twee extra opnemers 24

9 - Optie voor hoge condensatietemperaturen (Optie 150) 9.1 - Technische gegevens, units met optie 150 Standaard efficiency unit (met optie 150) 30XW--/30XWH 254 304 354 402 452 552 602 652 702 802 852 1002 1052 1154 1252 1352 1452 1552 1652 1702 Geluidsniveaus - unit met optie 150 Geluidsvermogen* db(a) 95 95 95 99 99 99 99 102 102 102 102 102 102 102 105 105 105 105 105 105 Geluidsdrukniveau op 1 m** db(a) 78 78 78 82 82 82 82 84 84 84 84 84 84 84 86 86 86 86 86 86 Geluidsniveaus - Standaard unit mit optie 150 + optie 257*** Geluidsvermogen* db(a) - - - 96 96 96 96 100 100 100 100 99 99 99 103 103 103 103 103 103 Geluidsdrukniveau op 1 m** db(a) - - - 78 78 78 78 82 82 82 82 80 80 80 84 84 84 84 84 84 Afmetingen - unit met optie 150 Lengte mm 2724 2724 2724 2741 2741 2741 2741 3059 3059 3059 2780 4025 4025 4025 4730 4730 4730 4730 4790 4790 Breedte mm 928 928 928 936 936 936 936 1090 1090 1090 1090 1036 1036 1036 1201 1201 1201 1201 1947 1947 Hoogte mm 1567 1567 1567 1692 1692 1692 1692 1858 1858 1858 1920 1870 1870 1925 2071 2071 2071 2071 1535 1535 Bedrijfsgewicht**** kg 2017 2036 2072 2575 2575 2613 2644 3407 3438 3462 3672 5370 5408 5698 7233 7554 7622 7670 9006 9032 Compressoren 06T semi-hermetische schroefcompressoren, 50 r/s Circuit A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Circuit B - - - - - - - - - - - 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Koudemiddelvulling**** - unit met optie 150 R-134a Circuit A kg 84 80 78 82 82 82 82 145 140 135 140 85 85 105 120 115 110 105 195 195 Circuit B kg - - - - - - - - - - - 85 85 105 120 115 110 105 195 195 Global Warming Potential (GWP) Tonnen CO 2 - equivalentie van het grootste circuit tonnen 120 114 112 117 117 117 117 207 200 193 200 122 122 150 172 164 157 150 279 279 Olievulling - unit met optie 150 SW220 Circuit A l 23,5 23,5 23,5 32 32 32 32 36 36 36 36 32 32 32 36 36 36 36 36 36 Circuit B l - - - - - - - - - - - 32 32 32 32 36 36 36 36 36 Capaciteitsregeling Touch Pilot, elektronisch expansieventiel (EXV) Minimum capaciteit/trap % 30 30 30 30 30 30 30 15 15 15 15 10 10 10 10 10 10 10 10 10 Koeler Shell and tube badverdamper Netto waterinhoud l 50 56 61 70 70 70 70 109 109 109 98 182 182 205 301 301 301 301 354 354 Wateraansluitingen (Victaulic) in 5 5 5 5 5 5 5 6 6 6 6 6 6 8 8 8 8 8 8 8 Aftap- en ontluchting aansluitingen (NPT) in 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 Max. bedrijfsdruk waterzijdig kpa 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 Condensor Shell and tube badverdamper Netto waterinhoud l 55 55 55 76 76 76 76 109 109 109 137 193 193 193 340 340 340 340 426 426 Wateraansluitingen in 5 5 5 5 5 5 5 6 6 6 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 Aftap- en ontluchting aansluitingen (NPT) in 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 Max. bedrijfsdruk waterzijdig kpa 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 Hoge efficiency unit (met optie 150) 30XW-P/30XWHP 512 562 712 812 862 1012 1162 1314 1464 1612 1762 Geluidsniveaus - unit met optie 150 Geluidsvermogen* db(a) 99 99 102 102 102 102 102 105 105 105 105 Geluidsdrukniveau op 1 m** db(a) 82 82 84 84 84 83 83 86 86 86 86 Geluidsniveaus - unit met optie 150 + optie 257*** Geluidsvermogen* db(a) 96 96 100 100 100 99 99 103 103 103 103 Geluidsdrukniveau op 1 m** db(a) 78 78 82 82 82 80 80 84 84 84 84 Afmetingen - unit met optie 150 Lengte mm 3059 3059 3290 3290 3290 4730 4730 4730 4730 4832 4832 Breedte mm 936 936 1105 1105 1105 1039 1039 1202 1202 2174 2174 Hoogte mm 1743 1743 1970 1970 1970 1997 1997 2071 2071 1585 1585 Bedrijfsgewicht**** kg 2981 3020 4072 4117 4145 6872 6950 7721 8059 11225 11279 Compressoren 06T semi-hermetische schroefcompressoren, 50 r/s Circuit A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Circuit B - - - - - 1 1 1 1 1 1 Koudemiddelvulling**** - unit met optie 150 R-134a Circuit A kg 130 130 180 175 170 120 120 130 130 240 250 Circuit B kg - - - - - 120 120 150 130 240 250 Global Warming Potential (GWP) Tonnen CO 2 - equivalentie van het grootste tonnen 186 186 257 250 243 172 172 circuit 215 186 343 358 Olievulling - unit met optie 150 SW220 Circuit A l 32 32 36 36 36 32 32 36 36 36 36 Circuit B l - - - - - 32 32 32 36 36 36 Capaciteitsregeling Touch Pilot, elektronisch expansieventiel (EXV) Minimum capaciteit/trap % 30 30 15 15 15 10 10 10 10 10 10 Koeler Shell and tube badverdamper Netto waterinhoud l 101 101 154 154 154 293 293 321 321 473 473 Wateraansluitingen (Victaulic) in 6 6 8 8 8 8 8 8 8 10 10 Aftap- en ontluchting aansluitingen (NPT) in 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 Max. bedrijfsdruk waterzijdig kpa 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 Condensor Shell and tube badverdamper Netto waterinhoud l 103 103 148 148 148 316 316 340 340 623 623 Wateraansluitingen (Victaulic) in 6 6 8 8 8 8 8 10 10 10 10 Aftap- en ontluchting aansluitingen (NPT) in 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 Max. bedrijfsdruk waterzijdig kpa 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 * In db ref=10-12 W, (A) weging. Verklaarde nummer geluidsemissiewaarden volgens ISO 4871 (met bijhorende onzekerheid van +/-3dB(A)). Gemeten volgens ISO 9614-1 en gecertificeerd door Eurovent. ** In db ref 20 Pa, (A) weging. Verklaarde nummer geluidsemissiewaarden volgens ISO 4871 (met bijhorende onzekerheid van +/-3dB(A)). Voor informative, berekend op basis van het geluidsvermogen Lw(A). *** Optie 257 = Laag geluidsniveau. **** Gewichten gelden alleen als indicatie. Raadpleeg de kenplaat van de unit. 25

9.2 - Elektrische gegevens, units met optie 150 Standaard efficiency unit (met optie 150) 30XW--/30XWH 254 304 354 402 452 552 602 652 702 802 852 1002 1052 1154 1252 1352 1452 1552 1652 1702 Hoofdstroom Nominale elektrische voeding V-f-Hz 400-3-50 Netspanningslimieten V 360-440 Stuurstroomcircuit 24 V via interne transformator Nominale aanloopstroom* Circuit A A 303 388 388 587 587 587 587 772 772 772 772 587 587 587 772 772 772 772 772 772 Circuit B A - - - - - - - - - - - 587 587 587 587 772 772 772 772 772 Optie 81 A - - - - - - - - - - - 757 757 757 943 965 986 1004 1004 1004 Maximum aanloopstroom** Circuit A A 303 388 388 587 587 587 587 772 772 772 772 587 587 587 772 772 772 772 772 772 Circuit B A - - - - - - - - - - - 587 587 587 587 772 772 772 772 772 Optie 81 A - - - - - - - - - - - 887 887 887 1072 1172 1202 1232 1004 1232 Cosinus Phi (nominaal)*** 0,79 0,78 0,79 0,83 0,85 0,85 0,85 0,84 0,86 0,87 0,87 0,85 0,85 0,85 0,86 0,85 0,86 0,87 0,86 0,87 Cosinus Phi (maximum)**** 0,88 0,87 0,88 0,90 0,90 0,91 0,91 0,90 0,90 0,90 0,90 0,90 0,91 0,91 0,91 0,91 0,91 0,91 0,91 0,91 Totale harmonische % vervorming**** 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Maximum opgenomen vermogen Circuit A kw 97 111 122 156 173 191 191 249 268 286 286 191 191 191 252 252 271 290 290 290 Circuit B kw - - - - - - - - - - - 173 191 191 191 252 271 290 271 290 Optie 81 kw - - - - - - - - - - - 364 382 382 443 504 542 580 562 580 Nominaal opgenomen stroom*** Circuit A A 95 109 125 150 162 171 171 193 214 232 232 171 171 171 210 210 230 250 250 250 Circuit B A - - - - - - - - - - - 162 171 171 171 210 230 250 230 250 Optie 81 A - - - - - - - - - - - 333 342 342 381 420 460 500 480 500 Maximum opgenomen stroom (Un) Circuit A A 160 185 200 250 275 300 300 400 430 460 460 300 300 300 400 400 430 460 460 460 Circuit B A - - - - - - - - - - - 275 300 300 300 400 430 460 430 460 Optie 81 A - - - - - - - - - - - 575 600 600 700 800 860 920 890 920 Maximum opgenomen stroom (Un - 10%)**** Circuit A A 176 206 224 270 300 330 330 419 455 476 476 330 330 330 419 419 455 476 476 476 Circuit B A - - - - - - - - - - - 300 330 330 330 419 455 476 455 476 Optie 81 A - - - - - - - - - - - 630 660 660 749 838 910 952 931 952 Hoge efficiency unit (met optie 150) 30XW-P/30XWHP 512 562 712 812 862 1012 1162 1314 1464 1612 1762 Hoofdstroom Nominale elektrische voeding V-f-Hz 400-3-50 Netspanningslimieten V 360-440 Stuurstroomcircuit 24 V via interne transformator Nominale aanloopstroom* Circuit A A 587 587 772 772 772 587 587 772 772 772 772 Circuit B A - - - - - 587 587 587 772 772 772 Optie 81 A - - - - - 749 757 943 965 986 1004 Maximum aanloopstroom** Circuit A A 587 587 772 772 772 587 587 772 772 772 772 Circuit B A - - - - - 587 587 587 772 772 772 Optie 81 A - - - - - 862 887 1072 1172 1202 1232 Cosinus Phi (nominaal)*** 0,88 0,88 0,84 0,86 0,87 0,87 0,88 0,86 0,85 0,86 0,87 Cosinus Phi (maximum)**** 0,91 0,92 0,90 0,90 0,90 0,91 0,92 0,91 0,91 0,91 0,91 Totale harmonische vervorming**** % 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Maximum opgenomen vermogen Circuit A kw 173 191 252 271 290 173 191 252 252 271 290 Circuit B kw - - - - - 173 191 191 252 271 290 Optie 81 kw - - - - - 346 382 443 504 542 580 Nominaal opgenomen stroom*** Circuit A A 162 171 210 230 250 162 171 210 210 230 250 Circuit B A - - - - - 162 171 171 210 230 250 Optie 81 A - - - - - 324 342 381 420 460 500 Maximum opgenomen stroom (Un) Circuit A A 275 300 400 430 460 275 300 400 400 430 460 Circuit B A - - - - - 275 300 300 400 430 460 Optie 81 A - - - - - 550 600 700 800 860 920 Maximum opgenomen stroom (Un - 10%)**** Circuit A A 300 330 419 455 476 300 330 419 419 455 476 Circuit B A - - - - - 300 330 330 419 455 476 Optie 81 A - - - - - 600 660 749 838 910 952 * Directe aanloopstroom (maximum bedrijfsstroom van de kleinste compressor + aanloopstroom of beperkte aanloopstroom van de grootste compressor). Waarden verkregen bij standaard Eurovent condities: koeler intrede/uittrede watertemperatuur = 12 C/7 C, condensor intrede/uittrede watertemperatuur = 30 C/35 C. ** Directe aanloopstroom (maximum bedrijfsstroom van de kleinste compressor + aanloopstroom of beperkte aanloopstroom van de grootste compressor). Waarden verkregen bij bedrijf met maximum opgenomen vermogen van de unit. *** Waarden verkregen bij Standaard Eurovent condities: koeler intrede/uittrede watertemperatuur = 12 C/7 C, condensor intrede/uittrede watertemperatuur = 30 C/35 C. **** Waarden verkregen bij bedrijf met maximum opgenomen vermogen van de unit. Waarden verkregen bij bedrijf met maximum opgenomen vermogen van de unit. Waarden zoals vermeld op de machine kenplaat. 26

9.3 - afmetingen en benodigde vrije ruimte, units met optie 150 Zie hoofdstuk 3. 9.4 - Bedrijfslimieten, units met optie 150 30XW--/30XWH-/30XW-P/30XWHP Minimum Maximum Koeler Intredetemperatuur bij opstart - 35,0 C Uittredetemperatuur tijdens bedrijf 3,3 C* 15,0 C Intrede/uittredetemperatuur verschil in vollast 2,8 K 11,1 K Condensor Intredetemperatuur bij opstart 13,0 C** - Uittredetemperatuur tijdens bedrijf 23,0 C** 63,0 C Intrede/uittredetemperatuur verschil in vollast 2,8 K 11,1 K * Bij lage temperatuur toepassingen, waar de wateruittredetemperatuur lager is dan 3,3 C, moet een antivries-oplossing worden toegevoegd. Zie optie 5 en optie 6. ** Bij lagere condensortemperaturen moet er een condensor waterregelklep (2-weg of 3-weg klep) worden toegepast. Zie mogelijke optie 152 voor het verzekeren van de correcte condensatietemperatuur. Opmerking: Maximum omgevingstemperatuur: voor transport en opslag van 30XW units (inclusief per container) zijn de minimum en maximum toegestane temperaturen -20 C en +72 C (en 65 C voor optie 200). Condensorwater uittredetemperatuur, C 70 65 60 55 50 45 40 35 30 25 20 0 5 10 15 20 Gekoeldwateruittredetemperatuur, C Van ± 60% tot vollast Deellastlimiet ± 50% Minimum belastingslimiet ± 30% De exacte hoeveelheden volgen uit het Carrier selectie programma. 10 - MEDIUM BRIJN (OPTIE 5) EN BRIJN (OPTIE 6) OPTIES VOOR GLYCOL OPLOSSINGEN Voor units met medium brijn (optie 5) of brijn (optie 6) is de minimum water/glycol uittrede: -6 C met ethyleen glycol en optie 5 (minimum gewichtconcentratie 25%) -3 C met propyleen glycol en optie 5 (minimum gewichtconcentratie 24%) -12 C met ethyleen glycol en optie 6 (minimum gewichtconcentratie 35%) -8 C met propyleen glycol en optie 6 (minimum gewichtconcentratie 30%) Deze opties zijn beschikbaar voor units met de volgende referentienummers: 30XW- P0512 30XW- P0562 30XW- P1012 30XW--1152 Optie 100C (koeler met 1 passage) kan niet worden gecombineerd met de opties 5 en 6. Voor optie 5 moet de koeler worden geconfigureerd met twee passages en voor optie 6 met drie passages. 10.1 - Technische gegevens, units met opties 5 en 6 Standaard efficiency unit en hoge efficiency unit 30XW-/30XWH (opties 5 en 6) Optie 5 (medium brijn) Optie 6 (brijn) 30XW-- / 30XWH (referentienummer) P0512 P0562 P1012-1154 P0512 P0562 P1012-1154 Bedrijfsgewicht kg 2883 2927 6567 5607 2932 2976 6687 5705 Compressoren 06T semi-hermetische schroefcompressoren, 50 r/s Circuit A 1 1 1 1 1 1 1 1 Circuit B - - 1 1 - - 1 1 Koudemiddelvulling* R-134a Circuit A kg 140 140 125 110 140 140 125 110 Circuit B kg - - 125 110 - - 125 110 Olievulling SW220 Circuit A l 32 32 32 32 32 32 32 32 Circuit B l - - 32 32 - - 32 32 Capaciteitsregeling PRO-DIALOG, elektronisch expansieventiel (EXV) Minimum capaciteit/trap % 30 30 20 20 30 30 20 20 Koeler Shell and tube badverdamper Netto waterinhoud l 70 70 204 183 85 85 224 197 Wateraansluitingen Victaulic Intrede/uittrede in 6 6 8 8 5 5 6 6 Aftap- en ontluchting aansluitingen (NPT) in 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 Max. bedrijfsdruk waterzijdig kpa 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 Condensor Shell and tube condensor Netto waterinhoud l 103 103 316 193 103 103 316 193 Wateraansluitingen Victaulic Intrede/uittrede in 6 6 8 8 6 6 8 8 Aftap- en ontluchting aansluitingen (NPT) in 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 3/8 Max. bedrijfsdruk waterzijdig kpa 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 * Gewichten gelden alleen als indicatie. De koudemiddelinhoud staat ook vermeld op de machine kenplaat. 27

10.2 - Elektrische gegevens, units met opties 5 en 6 De elektrische gegevens voor de 30XW units met opties 5 en 6 zijn gelijk aan die van de 30XW units met optie 150. Zie hoofdstuk 9.2. 10.3 - afmetingen en benodigde vrije ruimte, units met opties 5 en 6 De afmetingen en benodigde vrije ruimte zijn gelijk aan die van de 30XW units. Zie hoofdstuk 3. 10.4 - Bedrijfslimieten, units met opties 5 en 6 Minimum Maximum Koeler Intredetemperatuur bij opstart - 35,0 C Uittredetemperatuur tijdens bedrijf* EG 5 Optie 5 met ethyleen glycol -6 C 15,0 C PG 5 Optie 5 met propyleen glycol -3 C 15,0 C EG 6 Optie 6 met ethyleen glycol -12 C 15,0 C PG 6 Optie 6 met propyleen glycol -8 C 15,0 C Intrede/uittredetemperatuur verschil in vollast 2,8 K 11,1 K*** Condensor Intredetemperatuur bij opstart 13,0 C** - Uittredetemperatuur tijdens bedrijf 19,0 C/23 C** 55 C/63,0 C**** Intrede/uittredetemperatuur verschil in vollast 2,8 K 11,1 K * Bedrijf bij koeler uittredetemperaturen boven 3 C is toegestaan, maar de prestaties zijn niet optimaal. ** Bij lagere condensortemperaturen moet er een condensor waterregelklep (2-weg of 3-weg klep) worden toegepast. Zie mogelijke optie 152 voor het verzekeren van de correcte condensatietemperatuur. *** Zie hoofdstuk 10.5 voor de minimum aanbevolen hoeveelheid glycol voor de koeler. **** Afhankelijk van de condities bij de koeler en de belastingscondities. Opmerking: Maximum omgevingstemperatuur: voor transport en opslag van 30XW units (inclusief per container) zijn de minimum en maximum toegestane temperaturen -20 C en +72 C (en 65 C voor optie 200). Condensorwater uittredetemperatuur, C 70 65 60 55 50 45 40 35 EG 6 30 PG 6 EG 5 25 PG 5 20 15-15 -10-5 0 5 10 15 20 Glycol uittredetemperatuur koeler, C Bedrijf toegestaan, maar de prestaties zijn niet optimaal Vollast met optie 5/6 en ethyleen of propyleen glycol Deellastlimiet ± 80% Deellastlimiet ± 50% Deellastlimiet ± 30% 10.5 - Minimum aanbevolen waterhoeveelheid koeler met opties 5 en 6 Optie 5 (medium brijn) Optie 6 (brijn) Referentienummer P0512 P0562 P1012-1154 P0512 P0562 P1012-1154 Minimum waterhoeveelheid koeler* l/s 17 19 36 40 14 14 27 29 Minimum waterhoeveelheid koeler** l/s 17 19 36 41 14 16 31 32 * Aanbevolen waarden met ethyleen glycol in de koeler. Minimum concentratie van 25% met optie 5 en 35% met optie 6. ** Aanbevolen waarden met propyleen glycol in de koeler. Minimum concentratie van 24% met optie 5 en 30% met optie 6. Opmerking: De minimum waterhoeveelheden zijn uitsluitend ter informatie. De exacte hoeveelheden volgen uit het Carrier selectie programma. 10.6 - Nominaal koeler drukverlies met opties 5 en 6 Optie 5 (medium brijn) Optie 6 (brijn) Referentienummer P0512 P0562 P1012-1154 P0512 P0562 P1012-1154 Nominale waterhoeveelheid koeler* l/s 19 21 40 45 14 16 29 34 Nominaal koeler drukverlies* kpa 40 50 61 75 48 65 77 107 Nominale waterhoeveelheid koeler** l/s 19 21 40 46 15 16 30 35 Nominaal koeler drukverlies** kpa 43 54 65 81 51 65 81 115 Optie 5 * Gebaseerd op 25% ethyleen glycol, koeler intrede/uittrede watertemperatuur = -2 C/-6 C, condensor intrede/uittrede watertemperatuur = 30 C/35 C. ** Gebaseerd op 24% propyleen glycol, koeler intrede/uittrede watertemperatuur = +1 C/-3 C, condensor intrede/uittrede watertemperatuur = 30 C/35 C. Optie 6 * Gebaseerd op 35% ethyleen glycol, koeler intrede/uittrede watertemperatuur = -8 C/-12 C, condensor intrede/uittrede watertemperatuur = 30 C/35 C. ** Gebaseerd op 30% propyleen glycol, koeler intrede/uittrede watertemperatuur = -4 C/-8 C, condensor intrede/uittrede watertemperatuur = 30 C/35 C. 28

11 - belangrijkste SYSTEEMCOMPONENTEN EN BEDRIJFSGEGEVENS 11.1 - Directgedreven schroefcompressor met traploze capaciteitregelschuif 30XW units zijn voorzien van 06T directgedreven schroefcompressoren met een traploze capaciteitregelschuif voor continue regeling tussen 15% en 100% vollast. De 06T compressortypen die gebruikt worden zijn: 06TT-266, 06TT-301, 06TT-356, 06TU-483, 06TU-554, 06TV-680, 06TV-753, 06TV-819 11.1.1 - Oliefilter Bij 06T schroefcompressoren is een oliefilter ingebouwd. 11.1.2 - Koudemiddel 30XW koelmachines werken met koudemiddel R-134a. 11.1.3 - Smeerolie De volgende smeerolie moet worden toegepast: CARRIER MATERIAL SPEC PP 47-32 11.1.4 - Magneetafsluiter olietoevoer Standaard is een magneetafsluiter op de olieretourleiding ge-monteerd om olietoevoer naar de compressor te voorkomen wanneer de compressor niet in bedrijf is. Deze afsluiter kan op het werk worden vervangen. 11.1.5 - Capaciteitsregeling De 06T schroefcompressoren zijn standaard voorzien van een capaciteitsregeling. Dit systeem bestaat uit een regelschuif waarmee de lengte van de voor de koudemiddelcompressie gebruikte schroef kan worden gewijzigd. De zuiger waarmee de regelschuif is verbonden, wordt met behulp van oliedruk verplaatst. De oliepoorten worden aangestuurd door twee magneetkleppen in de olieretourleiding. 11.1.6 - Zuigklep (optie 92) Er kan een afsluitklep worden toegevoegd om het onderhoud aan de compressor te vergemakkelijken. Deze klep kan alleen bediend worden als er geen drukverschil is aan weerszijden van deze klep. 11.2 - Drukvaten Algemeen Bewaking tijdens bedrijf, herkwalificatie, hertesten en dispensatie voor hertesten: Volg de richtlijnen voor bewaking van apparatuur onder druk. Normaal gesproken is het vereist dat gebruiker of bedieningspersoneel een bewakings- en onderhoudsdossier aanmaakt en bijhoudt. Indien geen locale voorschriften gelden, of als aanvulling, volg de controleprogramma s van EN 378. Volg de nationale voorschriften, voor zover aanwezig. Inspecteer regelmatig de conditie van de coating (verflaag) op blaasjes die ontstaan door corrosie. Controleer hiertoe een niet geïsoleerd deel van het drukvat of de roest die zich op verbindingen heeft gevormd. Controleer de warmtewisselaar vloeistof regelmatig op verontreiniging (bijv. silicone korreltjes). Deze verontreiniging kan de oorzaak zijn van slijtage of corrosie door perforatie. Filter de warmtewisselaar vloeistof en voer een interne inspectie uit zoals beschreven in EN 378. Houd bij hertesten rekening met de maximum bedrijfsdruk, vermeld op de machine kenplaat. De rapportage van of periodieke controles door gebruiker of bedieningspersoneel moet worden opgenomen in het bewakings- en onderhoudsdossier. Reparatie Reparatie of modificatie, inclusief het vervangen van bewegende delen: moet gebeuren volgens de nationale voorschriften en worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel volgens gekwalificeerde procedures, inclusief het vervangen van de warmtewisselaar pijpen, moet gebeuren overeenkomstig de instructies van de fabrikant. Reparatie of modificatie waarvoor permanente verbindingen nodig zijn (solderen, lassen, expanderen etc.) moet worden uitgevoerd volgens gekwalificeerde procedures door gekwalificeerd personeel, een omschrijving van de modificatie of reparatie moet worden opgenomen in het logboek en onderhoudsdossier. Recycling De unit is geheel of gedeeltelijk geschikt voor hergebruik. Na gebruik bevat de unit koudemiddeldampen en olieresten. De unit is voorzien van een laklaag. Levensduur De koeler en de olie-afscheider zijn ontworpen voor: langdurige opslag (15 jaar) met een vulling stikstof met een temperatuurverschil van 20 K per dag. 452000 cycli (starts) met een maximum verschil van 6 K tussen twee naast elkaar gelegen punten in het drukvat, op basis van 6 starts per uur gedurende 15 jaar bij een verbruik van 57%. Toegestane corrosielaag Gaszijdig: 0 mm Warmtewisselaar vloeistof zijde: 1 mm voor pijpenplaten van een laag gelegeerd staal, 0 mm voor roestvrijstalen platen of platen met kopernikkel of roestvrijstaal bescherming. 11.2.1 - Koeler In de badverdamper van de 30XW unit stroomt water door de pijpen en koudemiddel om de pijpen. In één warmtewisselaar bevinden zich twee koudemiddelcircuits. Deze worden gescheiden door een pijpplaat in het midden van de warmtewisselaar. De pijpen zijn van 3/4 diameter koper met inwendig en uitwendig vergroot oppervlak. Er is slechts één watercircuit met twee waterpassages (1 passage met optie 100C, zie hoofdstuk 6.5). De koelermantel heeft een thermische isolatie van polyurethaan en is voorzien van waterafvoer en ontluchting. 29

De koeler is conform het Europese drukvatenbesluit (PED). De maximum werkdruk bedraagt 2100 kpa voor de koudemiddelzijde en 1000 kpa voor de waterzijde. Afhankelijk van de toegepast machine opties kunnen deze drukken op bepaalde machines hiervan afwijken. De koeler is ontworpen voor Victaulic wateraansluitingen. De producten die kunnen worden toegevoegd voor thermische isolatie van de drukvaten tijdens het maken van de wateraansluitingen moeten chemisch neutraal zijn in verhouding tot de materialen en coatings waarin ze worden toegepast. Dit geldt ook voor de oorspronkelijk door Carrier geleverde producten. 11.2.2 - Condensor en olie-afscheider 30XW unit zijn voorzien van een vat dat een combinatie is van condensor en olie-afscheider. Dit vat is onder de koeler geplaatst. Persgas verlaat de compressor en stroomt via een externe pulsatiedemper naar de olie-afscheider, die het bovenste deel van het vat vormt. Persgas komt bovenin de olie-afscheider, waar de olie wordt verwijderd, en stroomt dan naar het onderste deel van het vat. Daar wordt het gas gecondenseerd en onderkoeld. Beide koudemiddelcircuits zijn in één vat ondergeracht. Beide koudemiddelcircuits worden gescheiden door een pijpplaat in het midden. De pijpen zijn van 3/4 of 1 diameter koper met inwendig en uitwendig vergroot oppervlak. Er is slechts één watercircuit met twee passages. Er is slechts één watercircuit met twee waterpassages (1 passage met optie 102C, zie hoofdstuk 6.5). Bij warmtepomp units kan de condensormantel worden voorzien van een thermische isolatie van polyurethaan (optie 86). De condensor is, conform het Europese drukvatenbesluit (PED). De maximum werkdruk bedraagt 2100 kpa voor de koudemiddelzijde en 1000 kpa voor de waterzijde. Afhankelijk van de toegepast machine opties kunnen deze drukken op bepaalde machines hiervan afwijken. De condensor is ontworpen voor Victaulic wateraansluitingen. 11.2.3 - Economizer functie (afhankelijk van type) De economizer functie behelst een vloeistofafsluiter, filterdroger, twee elektronische expansieventielen (EXVs), een platenwarmtewisselaar en beveiligingen. Bij de condensoruittrede wordt een deel van de vloeistof geëxpandeerd via het secondaire EXV in een van de warmtewisselaarcircuits en keert dan terug als gas. Door deze expansie kan de onderkoeling worden verhoogd van de overige vloeistof die de koeler binnenkomt via het primaire EXV. Hierdoor wordt zowel de koelcapaciteit van het systeem als de efficiency verhoogd. 11.3 - Hogedrukbeveiliging 30XW units zijn voorzien van een hogedrukbeveiliging. Conform de van toepassing zijnde norm kunnen de hogedrukbeveiligingen met hand-reset, genaamd PZH (voorheen DBK), worden ondersteund door hogedrukschakelaars die met gereedschap moeten worden gereset. Deze zijn genaamd PZHH (voorheen SDBK). Wanneer een PZHH aanspreekt, is de corresponderende PZH in dezelfde compressor defect en moet worden vervangen. De PZHH moet worden gereset met een stomp gereedschap met een diameter van minder dan 6 mm. Steek dit in de opening op de drukschakelaar en druk op de resetknop. Deze drukschakelaars bevinden zich aan de perszijde van elke compressor. 11.4 - Elektronisch expansieventiel (EXV) Het EXV is voorzien van een stappenmotor (2785 tot 3690 stappen, afhankelijk van type) die via de EXV print wordt geregeld. Ook heeft het EXV een kijkglas voor controle van de beweging van het mechanisme en de aanwezigheid van de koudemiddelvloeistof. 11.5 - Vochtindicator Bevindt zich in het EXV, geeft inzicht in de koudemiddelvulling van de unit en geeft de aanwezigheid van vocht in het circuit aan. Als er belletjes in het kijkglas zichtbaar zijn, dan duidt dit op onvoldoende koudemiddel of de aanwezigheid van niet-condenseerbare stoffen in het systeem. Bij aanwezigheid van vocht verandert de kleur van de indicator in het kijkglas. 11.6 - Filterdroger De filterdroger houdt het circuit schoon en vrij van vocht. Het kijkglas geeft aan wanneer de cassette in de filterdroger moet worden vervangen. Een temperatuurverschil tussen de intrede en uittrede van de filterdroger geeft aan dat de droger vervuild is. 11.7 - Opnemers De unit kan maximaal zijn voorzien van acht standaard thermistors voor bewaking en regeling van het bedrijf (zie de handleiding Installatie, Bediening Pro-Dialog Regeling 30XA/30XW voor meer informatie). 30

12 - Opties Opties Nr. Beschrijving Voordelen Voor 30XW/XWH Medium brijn 5 Productie lage temperatuur glycoloplossing tot -6 C met ethyleen glycol en -3 C met propyleen glycol Voor specifieke toepassingen zoals ijsbuffering en industriële processen Alleen voor: 512, 562, 1012, 1154 Brijn 6 Productie lage temperatuur glycoloplossing tot -12 C met ethyleen glycol (voor sommige typen tot -10 C) en -8 C met propyleen glycol (voor sommige typen tot -6 C) Lichte brijn oplossing, tot -3 C 8 Invoering van nieuwe regelalgoritmes om gekoelde brijnoplossingproductie tot -3 C mogelijk te maken wanneer ethyleen glycol wordt gebruikt (0 C met propyleen glycol) Unit geleverd in twee samengebouwde delen 51 De unit is voorzien van flenzen die het mogelijk maken de unit op het werk in tweeën te splitsen Master/slave bedrijf 58 Extra temperatuuropnemer voor de wateruittrede voor installatie op locatie - hierdoor kunnen twee parallel geschakelde koelmachines worden gebruikt in een master/slave-configuratie. Eén hoofdstroomaansluiting 81 Hoofdstroomaansluiting van de machine via 1 hoofdstroomaansluiting Geen hoofdschakelaar/met kortsluitbeveiliging Hoofdstroom-/ stuurstroomcircuit voor enkele koelerpomp Hoofdstroom-/ stuurstroomcircuit voor dubbele koelerpomp Hoofdstroom-/ stuurstroomcircuit voor condensorpomp Voor specifieke toepassingen zoals ijsbuffering en industriële processen Komt overeen met de meeste toepassingseisen voor bodemwarmtepompen en voldoet aan de eisen van vele industriële toepassingen Eenvoudig installatie in moeilijk toegankelijke technische ruimten Geoptimaliseerd bedrijf van twee parallel geschakelde koelmachines met gebalanceerde bedrijfstijd Alleen voor: 512, 562, 1012, 1154 254-1762 Alleen voor: 1612, 1652, 1702, 1762 254-1762 Snelle en gemakkelijke installatie 1002-1762 82A Unit zonder hoofdschakelaar, maar met kortsluitbeveiliging Maakt het mogelijk om een extern elektrisch uitschakelsysteem voor de unit te gebruiken (levering derden), waarbij tevens bescherming wordt geboden tegen kortsluiting in de unit 84 Unit voorzien van Hoofdstroom-/stuurstroomcircuit voor enkele koelerpompen 84D 84R Unit voorzien van Hoofdstroom-/stuurstroomcircuit voor dubbele koelerpompen Unit voorzien van Hoofdstroom-/stuurstroomcircuit voor enkele condensorpompen Snelle en eenvoudige installatie: De regeling van de vaste toerental pompen is ingebouwd in de unitregeling Snelle en eenvoudige installatie: De regeling van de vaste toerental pompen is ingebouwd in de unitregeling Snelle en eenvoudige installatie: De regeling van de vaste toerental pompen is ingebouwd in de unitregeling 254-1762 254-1252, 1314 254-1252, 1314 254-1252, 1314 Condensor isolatie 86 Thermische condensor isolatie Minimaliseerd de thermische dispersie aan de 254-1762 condensorzijde (sleutel-optie voor warmtepomp- of warmteterugwinningstoepassingen) en maakt compatibiliteit met speciale installatiecriteria mogelijk (hete delen geïsoleerd) Service-afsluiter set 92 Afsluiter in de zuiggasleiding, de economizer leiding, de verdamperinlaat en de en de compressor persgasleiding Eenvoudiger service en onderhoud 254-1762 Koeler met 1 passage 100C Koeler met 1 passage, waterzijdig. Koeler intrede en Snelle en gemakkelijke installatie. Lagere 254-1762 uittrede aan weerszijden koelerdrukverliezen Condensor met 1 passage 102C Condensor met 1 passage, waterzijdig. Condensor intrede en uittrede aan weerszijden Snelle en gemakkelijke installatie. Lagere koelerdrukverliezen 254-1762 21 bar koeler 104 Versterkte koeler voor verhoging van de maximum waterzijdige druk tot 21 bar Voor toepassingen met een hoge statische druk (hoge gebouwen) 254-1762 21 bar condensor 104A Versterkte condensor voor verhoging van de maximum waterzijdige druk tot 21 bar Voor toepassingen met een hoge statische druk (hoge gebouwen) 254-1762 Wateraansluitingen koeler aan de andere kant 107 Koeler met omgekeerde waterintrede/uittrede wateraansluitingen Eenvoudiger waterleidingwerk 254-1762 Wateraansluitingen condensor 107A Condensor met omgekeerde waterintrede/uittrede Eenvoudiger waterleidingwerk 254-1762 aan de andere kant wateraansluitingen JBus gateway 148B Tweerichting communicatieprint, voldoet aan JBus/ Eenvoudige aansluiting met communicatiebus op een 254-1762 ModBus protocol gebouwbeheersysteem LON gateway 148D Tweerichting communicatieprint, voldoet aan LON protocol Eenvoudige aansluiting met communicatiebus op een gebouwbeheersysteem 254-1762 BACnet over IP gateway 149 Twee-directionele communicatie met hoge snelheid met behulp van BACnet via Ethernet-netwerk (IP) Hoge condensatietemperatuur 150 Geoptimalisseerde compressor voor bedrijf bij hoge condensatietemperaturen Begrenzing condensatietemperatuur Regeling van systemen met lage condensatietemperaturen 150B Begrenzing van de maximum condensorwater uittredetemperatuur op 45 C. Op de kenplaat van de unit zijn het verlaagde opgenomen vermogen en de lagere stroomwaarden aangegeven 152 Uitgangssignaal (0-10 V) voor aansturing van de condensorwater regelklep Energy Management Module EMM 156 Zie hoofdstuk Energie Management Module in de PSD en de relevante hoofdstukken in de Bedieningsinstructie Touch Pilot controle, 7 158A Touch Pilot controle geleverd met een 7-inch kleuren gebruikersinterface touch screen-gebruikersinterface Lekdetectie 159 0-10 V-signaal aan een koudemiddel lekkage in de unit rapporteert rechtstreeks aan de controlller (de lekdetector zelf moet door de klant worden geleverd) Gemakkelijk en snelle verbinding met ethernet lijn naar een gebouwbeheersysteem. Biedt toegang tot meerdere parameters van de units Toegenomen condensorwateruittredetemperatuur tot 63 C. Maakt het gebruik mogelijk van toepassingen met hoge condensatietemperaturen (warmtepompen, installaties met niet al te grote droge koelers of meer in het algemeen, installaties met droge koelers in een heet klimaat). OPMERKING: Om regeling van de condensorwateruittredetemperatuur zeker te stellen, moet deze optie worden uitgerust met 30XWH units. Verlaagd maximaal opgenomen vermogen: daarom kunnen voedingskabels en beschermende voorzieningen lichter worden uitgevoerd 254-1762 254-1762 254-1762 Eenvoudige installatie: voor toepassingen met koud water 254-1762 bij de condensor inlaat (excl. bodemwarmte-, grondwateren oppervlaktewatertoepassingen) maakt het signaal het mogelijk om een tweeweg- of driewegklep te regelen om de condensorwatertemperatuur (en op die manier de condensatiedruk) binnen acceptable waarden te houden Uitgebreide aansluitmogelijkheden op een 254-1762 gebouwbeheersysteem Verbeterde gebruiksvriendelijkheid 254-1762 Onmiddellijke melding van verlies van koudemiddel naar de atmosfeer van de klant, waardoor tijdig corrigerende acties 254-1762 31

Opties Nr. Beschrijving Voordelen Voor 30XW/XWH Conform Zwitserse 197 Extra tests van de water-warmtewisselaars. Verstrekken Voldoen aan de Zwitserse voorschriften 254-1762 voorschriften van PED documenten, maatschetsen en testcertificaten. Conform Australische 200 Warmtewisselaar goedgekeurd volgens de Australische Voldoen aan de Australische voorschriften 254-1762 voorschriften normen Laag geluidsniveau (-3 db(a) 257 Isolatie op verdamper en zuigleiding 3 db(a) stiller dan standaard machine 402-1762 tov. standaard unit) Koeler wateraansluit kit voor 266 Victaulic leidingaansluitingen met gelaste koeler Gemakkelijke installatie 254-1762 gelaste aansluitingen verbindingen. Condensor wateraansluit kit 267 Victaulic leidingaansluitingen met gelaste condensor Gemakkelijke installatie 254-1762 voor gelaste aansluitingen verbindingen. Koeler wateraansluit kit voor 268 Victaulic leidingaansluitingen met geflensde koeler Gemakkelijke installatie 254-1762 flensaansluitingen verbindingen. Condensor wateraansluit kit 269 Victaulic leidingaansluitingen met geflensde condensor Gemakkelijke installatie 254-1762 voor flensaansluitingen verbindingen. Thermische isolatie op 271 De compressor is afgedekt met een thermische Voorkomt dat vochtigheid in de lucht condenseert op de 254-1762 compressor isoleerlaag buitenkant van de compressor 230 V stopcontact 284 230V AC netspanning voorzien van stopcontact en de Maakt verbinding van een laptop of een elektrisch 254-1762 transformator (180 VA, 0,8 ampère) apparaat tijdens unit inbedrijfstelling of onderhoud Carrier Connect link (geldt alleen voor BSS regio s) 298 3G router bord Opmerking 1: Optie 149 vereist Opmerking 2: Indien meer dan een (1) machine op de lokatie is geïnstalleerd, dan moet slechts een (1) daarvan uitgerust worden met optie 298, terwijl ze allemaal moeten worden uitgerust met optie 149 Opmerking 3: Indien zich op de lokatie een Carrier PSM bevindt, dan moet optie 298 in de PSM geïntegreerd worden, terwijl optie 149 nog steeds verplicht is voor iedere afzonderlijke unit. Enabler voor de Carrier Connect service aanbieding 254-1762 13 - STANDAARD ONDERHOUD Alle onderhoudswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door personeel dat vertrouwd is met Carrier apparatuur, met inachtneming van alle Carrier kwaliteitsen veiligheidseisen. Verwijzen naar de norm EN 378-4. Tijdens de levensduur van het systeem moeten inspecties en tests worden uitgevoerd volgens de nationale voorschriften. Door eenvoudig preventief onderhoud behoudt u goede prestaties van de installatie: beter koelvermogen lager energieverbruik voorkomt storingen aan componenten voorkomt tijdrovende en kostbare ingrepen milieuvriendelijker 13.1 - Onderhoud niveau 1 Zie opmerking onder niveau 3. Eenvoudige procedure kan door de eindgebruiker worden uitgevoerd: Visuele inspectie op oliesporen (mogelijke koudemiddellekkage), Controle op ontbrekende beveiligingen en slecht gesloten deuren/panelen, Controle van het unit alarmrapport wanneer de unit niet werkt (zie rapport in de handleiding 30XA/30XW Pro-Dialog Plus regeling). Alghele visuele inspectie voor tekenen van slijtage. 13.2 - Onderhoud niveau 2 Zie opmerking onder niveau 3. Voor dit niveau is specifieke elektrotechnische en werktuig-kundige kennis nodig. Het is mogeijk dat deze kennis bij de afnemer aanwezig is: eigen onderhoudsdienst, gespecialiseerde installateur/onderaannemer. In dat geval wordt uitvoering van de volgende werkzaamheden aanbevolen. Eerst alle punten van niveau 1 en dan: Controleer minimaal 1x per jaar de aansluiting/bevestiging van de elektrische aansluitingen (zie tabel met aandraaimomenten). Controleer de aansluiting/bevestiging van alle aansluitingen van de regelingen (zie tabel met aandraaimomenten). Controleer de werking van de beveiligingsschakelaars elke 6 maanden. Reinig zo nodig de binnenkant van de schakelkasten. Controleer de filterconditie. Controleer de aanwezigheid en de conditie van de elektrische beveiligingen. Vervang de zekeringen elke 3 jaar of na 15000 bedrijfsuren. Vervang de koelventilatoren van de schakelkast (indien toegepast) om de vijf jaar. Controleer de wateraansluitingen. Ontlucht het watercircuit (zie hoofdstuk 7 Gekoeldwaterleiding aansluitingen ). Reinig het waterfilter (zie hoofdstuk 7 Gekoeldwaterleiding aansluitingen ). Controleer de bedrijfsparameters van de unit en vergelijk ze met eerdere waarden. Houd een onderhoudsregistratie bij van elke unit. 32

Bij al deze werkzaamheden moeten adequate voorzorgsmaatregelen worden genomen. Alle veiligheidsvoorschriften en -richtlijnen moeten strikt worden opgevolgd: draag beschermende kleding, volg alle plaatselijke en nationale veiligheidsvoorschriften en -richtlijnen strikt op, gebruik uw gezond verstand! 13.3 - Onderhoud niveau 3 (of hoger) Zie opmerking onder niveau 3. Voor dit niveau is specifieke kennis/gereedschappen nodig. Deze werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door vakkundig personeel. Het gaat hier om: Het vervangen van een belangrijke component (compressor, koeler), Werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit (hanteren van koudemiddel), Wijzigen van de fabrieksinstelling (wijzigen van de toepassing), Afvoeren of demonteren van de koelmachine, Werkzaamheden ten gevolge van een niet uitgevoerde routine onderhoudsbeurt, Werkzaamheden die onder de garantie vallen. 13.4.2 - voorzorgsmaatregelen voor de voedingsklemmen van de compressor Deze voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen tijdens onderhoud waarbij de voedingskabels die zijn aangesloten op de voedingsklemmen van de compressor moeten worden verwijderd. De bevestigingsmoer van klem (6) waarmee de isolator (7) is vastgezet mag nooit worden losgedraaid, want deze verzekert dat de klem goed vastzit en dat de compressor lekdicht is. Voor het bevestigen van de fasestrip (4), moet het juiste aandraaimoment worden gebruikt tussen contramoer (5) en bevestigingsmoer (3): hierbij dient contramoer (5) tegengehouden te worden. Contramoer (5) mag niet in aanraking komen met bevestigingsmoer (6). OPMERKING: Wanneer de beschreven werkzaamheden foutief of niet worden uitgevoerd, dan vervalt de garantie en is de fabrikant, Carrier Frankrijk, niet meer aansprakelijk. 13.4 - Vastzetten van de elektrische aansluitingen 13.4.1 - aandraaimomenten voor de belangrijkste elektrische aansluitingen Bout type Code Aandraaimoment (N m) Rail en externe aansluitingen M10 L1/L2/L3 40 M12 L1/L2/L3 70 PE aansluitpunt (aarde), externe aansluiting PE 70 (M12) Bout op ingangen gezekerde hoofdschakelaar Gezekerde hoofdschakelaar 1034061/M10, L1/L2/L3 40 externe aansluiting Gezekerde hoofdschakelaar 1034061/M12, QS10-70 Y/D uitgang Gezekerde hoofdschakelaar 3KL7141 QS10-70 Gezekerde hoofdschakelaar 3KL7151 QS10-70 Aansluitklem, compressor magneetschakelaar Magneetschakelaar 3RT104- KM- 5 Magneetschakelaar 3RT105- KM- 11 Magneetschakelaar 3RT106- KM- 21 Aansluitklem, transformator Type 2 (3RB2966-) TI- 11 Compressor aardklem in de hoofdstroom aansluitkast M12 Gnd 70 Compressor faseverbinding klemmen M12 1/2/3/4/5/6 on EC- 23 M16 1/2/3/4/5/6 on EC- 30 Compressor aardaansluiting Gnd on EC- 25 Aansluitklem, beveiligingsschakelaars waterpomp Beveiligingsschakelaars 3RV101- QM90-2,5 Beveiligingsschakelaars 3RV102- QM90-2,5 Beveiligingsschakelaars 3RV103- QM90-4 Aansluitklem, magneetschakelaar waterpomp Magneetschakelaar 3RT102- KM90-2,5 Magneetschakelaar 3RT103- KM90-4 1. Aandraaimoment voor bevestigen van de fasestrip 2. Voorkom dat de moeren elkaar aanraken 3. Bevestigingsmoer van de fasestrip 4. Fasestrip 5. Contramoer 6. Bevestigingsmoer van klem 7. Isolator 33

13.4.3 - voorzorgsmaatregelen bij het aansluiten van de magneetchakelaars Deze voorzorgsmaatregelen gelden voor units met 06TUA554, 06TVW753 en 06TVW819 compressoren. Voor deze units is het type magneetschakelaat 3RT1064 (Siemens). Met deze schakelaars zijn twee aansluitpunten in de kabelklemmen. Echter, slechts op 1 punt is een veilige en betrouwbare bevestiging op de schakelaar mogelijk (KM1 of KM2). Wanneer de kabel wordt vastgezet moet hij zich vóór het aansluitgebied bevinden. Wordt hij achter dit gebied vastgezet, dan bestaat de kans dat de kabelbeugels tijdens het aandraaien worden beschadigd. 13.5 - Aandraaimomenten voor de belangrijkste bouten en moeren Bout type Gebruikt voor Aandraaimoment (N m) Moer M20 Chassis 190 Moer M20 Warmtewisselaar bevestiging 240 Moer M16 Bevestiging compressor 190 Bout H M16 Waterboxen warmtewisselaar, bevestiging 190 Bout H M16 Compressor flenzen zuigleiding TT 190 Bout H M20 Compressor flenzen zuigleiding TU & TV 240 Moer M16 Compressor persgasleiding TT & TU 190 Moer M20 Compressor persgasleiding TV 240 Bout H M12 Flens economizerpoort en ventiel economizerpoort, 80 optie 92 Bout H M8 Deksel filterdroger 35 1/8 NPT verbinding Olieleiding 12 Moer TE Compressor olieleiding 24.5 Moer 7/8 ORFS Olieleiding 130 Moer 5/8 ORFS Olieleiding 65 Moer 3/8 ORFS Olieleiding 26 Bout H M6 Stauff klemmen 10 Zelftappende Olieleidingklemmen 7 schroef M6 Zelftappende Messing huis, economizerleiding 10 schroef M6 Metrisch M6 Bevestiging schakelkast, aansluitkast 7 Zelftappende schroef M10 Kabelinvoer NIET TOEGESTAAN VERPLICHTE kabelinvoer Oliefilter, economizer module, bevestiging schakelkast 13.6 - Onderhoud van de koeler en condensor Controleer: dat de isolatie onbeschadigd is en nog op zijn plaats zit. de opnemers en stromingsbeveiliging correct werken en goed op hun plaats zijn bevestigd, de waterzijdige aansluitingen schoon zijn en niet lekken. 30 13.7 - Onderhoud van de compressor 13.7.1 - Schema voor het vervangen van het oliefilter Voor betrouwbaar bedrijf is het van essentieel belang dat het koudemiddelcircuit schoon blijft, er is daarom een voorfilter opgenomen in de olieleiding bij de uittrede van de olieafscheider. Het oliefilter in de 06T schroefcompressor heeft een hoog filtratieniveau (5 µm) nodig voor een lange levensduur van de compressoren. Het filter moet worden gecontroleerd na de eerste 500 draai-uren en daarna na iedere 2000 draai-uren. Het filter moet worden vervangen wanneer het drukverschil over het filter hoger is dan 2 bar. Dit drukverlies kan worden bepaald door de persdruk te meten bij de persgaspoort (in de olie-afscheider) en de olieafsluiter (van de compressor). Het verschil tussen deze twee drukken is het drukverschil over filter, afsluiter en magneetklep. Het drukverlies over de afsluiter en de magneetklep is ongeveer 0,4 bar. Deze waarde moet worden afgetrokken van de twee gemeten oliedrukwaarden om het oliefilter drukverlies te bepalen. 13.7.2 - Regeling draairichting Een correcte draairichting van de compressor is zeer belangrijk. Omgekeerde draairichting, zelfs voor korte tijd, kan (onherstelbare) schade aan de compressor veroorzaken. De beveiliging tegen omgekeerde draairichting moet de draairichting bewaken en de compressor stoppen binnen 1 seconde. Omgekeerde draairichting zal meestal voorkomen wanneer de bedrading op de compressorklemmen is gewijzigd. Om de kans op omgekeerde draairichting tot een minimum te beperken moet de volgende procedure worden toegepast. Breng de voedingskabels aan op de compressor penaansluiting zoals deze oorspronkelijk waren geplaatst. Draai de onderste moer op de voedingskabel een slag los tijdens de montage. Met de ruilcompressor wordt een lagedrukschakelaar meegeleverd. Deze schakelaar moet tijdelijk worden gemonteerd op de hogedrukzijde van de compressor. De schakelaar beveiligt de compressor tegen bedradingsfouten op de compressor penaansluiting. Het elektrisch contact van de lagedrukschakelaar moet in serie worden geschakeld met de hogedrukschakelaar. De schakelaar blijft op zijn plaats tot de compressor is gestart en de juiste draairichting is gecontroleerd. Daarna wordt de schakelaar verwijderd en afgevoerd. De beveiliging voor het bewaken van de draairichting heeft Carrier part nr. HK01CB001. Deze schakelaar opent de contacten wanneer de druk daalt beneden 50 mm vacuüm. Hij moet handmatig worden gereset nadat de druk weer boven 70 kpa ligt. Het is zeer belangrijk dat de schakelaar een handmatige reset heeft om pendelen van de compressor in de verkeerde richting te voorkomen. 34