Gebruikershandleiding

Vergelijkbare documenten
Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding:

Gebruikershandleiding

Pomp type LANDY BSP Droog opgestelde snijpomp GEBRUIKERSHANDLEIDING 1 / 16

INSTALLATIE & ONDERHOUDSINSTRUCTIE RW-R-SERIE

Pomp type BWP BISON & Pomp type BNP GRIZZLY GEBRUIKERSHANDLEIDING 1 / 24

Handleiding aansluiten en in gebruik nemen zelfaanzuigende SHE pompen

Handleiding Zelfaanzuigende e-she pomp

INSTRUCTIEBOEKJE TP800P-TP800R-TP1200R. tuinpompen

INSTRUCTIEBOEKJE HG800P / HG1200R. hydrofoorgroepen

DROOGPLATEAU. Handleiding

DRAAITAFEL DT-1000.INOX/ALU DT-1200.INOX/ALU DT-1500.INOX/ALU HANDLEIDING

KC+ Serie INLEIDING KC+ SERIE

B08 DOMPEL- EN BRONPOMPEN. Tsurumi dompelpompen Serie: OMU, KTZ en BE

INLEIDING VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN SYMBOLEN. De symbolen in deze gebruiksaanwijzing. Symbolen op het apparaat

A F V A L W A T E R P O M P E N

Compressor H V CE

Mei 2010 Pagina van 11

Gebruikershandleiding

LAADZUIL ELEKTRISCHE MONTAGE EN GEBRUIK Deze handleiding is van toepassing op een DIC laadzuil met plug and play systeem

Gebruiks- en onderhoudsvoorschriften. Centraal stofzuigsysteem DUO

Heteluchtkanon HP18 / HP 30 / HP 45 RVS BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN

DIC WANDMODEL HANDLEIDING MONTAGE EN GEBRUIK Deze handleiding is van toepassing op een DIC wandmodel met plug and play systeem

Gebruikershandleiding

INHOUD. CE Verklaring van Overeenstemming 8. 2

Handleiding. Type: TopsealDirect.nl - Standard Plus

Gebruiksaanwijzing XKM RS232. nl-nl. M.-Nr

Montagehandleiding. van drukdompelpomp

AFVALWATER FEKA GL FEKA GL VOOR VERPOMPEN VAN AFVALWATER VOOR VERPOMPEN VAN AFVALWATER DOMPELPOMPEN DOMPELPOMPEN

Gebruikershandleiding. Mini-silo droge mix

TDS 20/50/75/120 R. NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer

GEBRUIKERSHANDLEIDING AFZUIGUNIT TYPE SUV MET FILTERPATROON. Rondweg 43 - Postbus AB Dokkum Telefoon fax

Gebruikershandleiding

EcoAir 60. Gebruiksaanwijzing

Hefbrugkriks hand hydraulisch of pneumatisch hydraulisch

Viesmann. Montage- en servicehandleiding. Blusinrichting. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H

GEBRUIKSAANWIJZING. Europese Modellen MD 60/100/120 3/4/5 Amerikaanse Modellen MD 24/40/48 3/4/5

* /1 * /1 * x40

Dompelpompen FS 400 / 750 / 1500 (S)

Gebruikershandleiding

Handleiding. UT 16A en UT 18A Afzuigboxen

TDS 75. NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer

Gebruiksaanwijzing RTW100

Woonhuisventilator type: Compact-10P

Gebruikershandleiding Festec FNS hydraulische moerensplijter

Dompelpompen voor bronbemaling, afvalwater, scheepvaart en verhuur

29503_OASE-GAW_SwimSkim_end:29503 SwimSkim :20 Uhr Seite 2 SwimSkim 25

Bedrijfsvoorschrift. Luchtgekoelde Persluchtnakoelers RA-E. Elektrisch gedreven modellen: 10, 20, 30, 40, 65, 80, 120, 160, 200 en 250

Gebruikershandleiding Woonhuisventilator MVS type: MVS-10P

SENTRY ELEKTRISCHE BOILERS

VIESMANN. Montage- en servicehandleiding. Invoer. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H, 80 tot 101 kw

Woonhuisventilator type: Compact-8/14p

VIESMANN. Montage- en servicehandleiding. Uitvoer met veerbladen. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H

Winner. 4 RVS bronpompen 7-1.1

Gebruikers- en montagehandleiding Pijpdakventilator MPV

Handleiding rookgascondensor INHOUDSOPGAVE: WERKING. 1.1 Algemeen 1.2 Werking INSTALLATIE

GEBRUIKSAANWIJZING. Europese Modellen HI 120 Amerikaanse Modellen HI 48. WAARSCHUWING Lees deze handleiding voordat u de machine gebruikt.

12/2014. Mod: DRINK-38/SE. Production code: CEV425

GEBRUIKERSHANDLEIDING

Gebruikers- en montagehandleiding Pijpdakventilator MPV

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING

Gebruikershandleiding

1.0 Algemeen. 1.1 Toepassing:

Gebruiksaanwijzing doseergoten, type DS.

Slijtvaste onderwaterpompen met woelkop

AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE

Dompelpompen. Bedienings- en bedrijfsvoorschriften serie: DVV

Gebruikershandleiding.

Powerpack. gebruikshandleiding

ECR-Nederland B.V. De ECR-Nederland Softstarter ESG-D-27

Viesmann. Montage- en servicehandleiding. Invoer. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H, 80 tot 101 kw

Adapters en verloopmoeren van metaal

Gebruikershandleiding Woonhuisventilator MVS

STAKA. Handleiding elektrische bediening. Dakluiken Flachdachausstiege Roof access hatches Trappes de toit

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-3500 TUIN STEKKERDOOS SCHAKELAAR ZWAAR

Elektrische installatie instructie

TOSTI APPARAAT GEBRUIKSAANWIJZING

VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

230 V 230/400 V L/MIN SB3-15M SB3-15T 0,37 0,5 3, , ,2 32,7 28,2 22,7 16,5 9,8 1

Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies

(Model: CZ.0.DU.901) KARWEITAKEL HANDLEIDING

POMPTYPE VERMOGEN AMPERAGE Q = CAPACITEIT GEWICHT 230 V L/MIN H = OPVOERHOOGTE IN METERS

Innovation Protection Conseil

Montagevoorschrift. UBA3-module xm10 voor montage in de verwarmingsketel evenals voor wandmontage /2004 NL Voor de vakman

Handleiding Elektrische uitrijlier

Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT. Modelnr.: *

Transcriptie:

Gebruikershandleiding Dompelpompen type LANDY DWP & Dompelpompen type LANDY DNP Landustrie Sneek BV Tel. 0515-486888 Pieter Zeemanstraat 6 Fax 0515-412398 Postbus 199 info@landustrie.nl 8600 AD Sneek www.landustrie.nl 1 / 16

Inhoudsopgave: Inleiding:... 3 Identificatie pomp:... 3 Bediening:... 3 Gebruik:... 3 Veiligheid:... 4 Milieu:... 4 Opstellingen:... 5 Hijsbok:... 6 Hijskabel:... 6 Inbedrijfstelling:... 7 Geluid:... 7 Het aansluiten van de pomp:... 7 Onderdelen:... 7 Kabelaansluiting direct gestarte pomp (DOL)... 8 Kabelaansluiting ster-driehoek gestarte pomp (YD)... 10 Controlepunten voor de eerste pompstart:... 11 Onderhoud:... 12 Conformiteitverklaring:... 13 Controleabonnement:... 13 Verhelpen van storingen:... 14 2 / 16

Inleiding: Deze installatie en onderhoudsinstructie bevat verschillende waarschuwingen en veiligheidsmaatregelen. Lees hem dan ook goed door, zodat u gevaarlijke situaties kunt voorkomen, welke lichamelijk letsel kunnen veroorzaken of de pomp kunnen beschadigen. Voor het verpompen van verontreinigde en/of vezel bevattende vloeistoffen zijn de Landustrie DWP en DNP onderwaterpompen uitermate geschikt. De DNP slijtvaste pompen zijn daarbij juist specifiek geschikt voor het verpompen van slijtende pomp media, zoals zandmengsels en slib. De pompen zijn om een lange levensduur te waarborgen, voorzien van een Epoxy coating. De DWP en DNP pompen zijn ontworpen voor professioneel gebruik. Onderhoudswerkzaamheden en reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door voldoende geschoold personeel. Identificatie pomp: U kunt de pomp identificeren aan de hand van het typeplaatje op de pomp. Bj. n In P D 400V 3.6A Y 690V 2.1A Type No. Typeplaatje DWP & DNP basis uitvoering Legenda: Type = pompbenaming m3/h = capaciteit in werkpunt ~ = aantal fasen Code = constructie code m = H manometrisch Hz = frequentie No. = serienummer rpm = pomptoerental Y of D = schakeling (ster of driehoek) Yr = bouwjaar P1 = elektrisch vermogen V = voltage kg = massa P2 = as vermogen A = max. stroom Ø = waaierdiameter cos phi = arbeidsfactor Cert. no. = alleen voor ATEX pompen Bediening: De pomp kan worden bediend. d.m.v. de bedieningsorganen van de elektrotechnische installatie in een (indien van toepassing) besturingskast. Voor de bediening van de pomp verwijzen wij naar de gebruikershandleiding elektrotechnische installatie, en naar het elektrische schema van de installatie. Gebruik: De DWP & DNP pompen in basis uitvoering mogen niet in een potentieel explosieve atmosfeer worden toegepast. 3 / 16

Veiligheid: De volgende waarschuwingen zijn voor deze pomp van toepassing en moeten in acht worden genomen: Bij werkzaamheden van mechanische of elektrotechnische aard moet te allen tijde de pompinstallatie buiten werking gesteld worden door middel van de volgende maatregelen: De hoofd- c.q. werkschakelaar (indien gemonteerd) uitschakelen en vergrendelen. De zekeringen van de pomp (indien gemonteerd) verwijderen en opbergen op een veilige plaats. De eventueel aanwezige noodstroomvoorziening uitschakelen. Een waarschuwingsbordje aanbrengen met een waarschuwende tekst om derden op de hoogte te stellen van het onderhoud en/of reparatie. Bij onderhoud van de pomp is het voor het bijvullen van olie noodzakelijk, dat de pomp op de zijkant wordt gelegd. Dit geldt ook bij het beoordelen van de draairichting van de waaier. Indien de pomp dan (even) wordt ingeschakeld, bestaat de mogelijkheid, dat de pomp gaat tollen. Zorg dat dit wordt voorkomen door de pomp te ondersteunen. Steek geen hand of vingers in de pompopening als geen veiligheidsmaatregelen zijn genomen. Indien de pomp uit (indien van toepassing) een pompput is gehesen voor onderhoud of inspectie, dient het luik van de pompput te worden gesloten. Zorg ervoor dat de voedingskabel van de pomp niet bekneld raakt. Dit kan bijvoorbeeld worden voorkomen door iets (minimaal kabeldikte) tussen het luik en de put te leggen. Trek de pomp nooit aan de voedingskabel omhoog! (Voedingskabel is geen hijskabel). Voorkom beschadiging van de kabel. Veiligheidsschoenen en -handschoenen zijn gewenst voor het hanteren van de pomp en het putluik (indien van toepassing). De toegepaste veiligheidsmaatregelen dienen in overeenstemming te zijn met de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen zoals bijv. de Arbo-Informatiebladen (met name AI-5, "Veilig werken in besloten ruimten"). Milieu: Bij vernieuwing, onderhoud of reparatie en ontmanteling kunnen onderdelen vrijkomen welke nog waardevolle materialen bevatten of mogelijk schadelijk zijn voor het milieu. De eigenaar is verantwoordelijk voor een zorgvuldige verwerking en afvoering van deze materialen, in overeenstemming met de milieuwetgeving en voorschriften. Informeer bij de plaatselijke overheid in zake hergebruik of milieuvriendelijke verwerking van afgedankte materialen. 4 / 16

Opstellingen: Voor de DWP & DNP pompen in basisuitvoering zijn verschillende opstellingen mogelijk. Deze worden hieronder toegelicht, met daarbij de specifieke aandachtspunten. Opstelling BWK Een permanente onderwater opstelling met de bovenwaterkoppeling type BWK De kleinere pompen (22 series) hangen standaard vertikaal aan de koppeling. De grotere pompen (42 series) hangen standaard horizontaal aan de koppeling. Aandachtpunten bij deze opstelling: Een goede doorlaat onder de pomp, minimaal de diameter van de aanzuigopening. De start- en stop niveaus dienen zo te worden ingesteld dat de pomp niet meer dan 20 starts per uur maakt. Voldoende koeling voor de motor. Minimaal moet 2/3 van het motorhuis ondergedompeld zijn bij volle belasting. Het pomphuis moet volledig onder water blijven om lucht aanzuiging te voorkomen. Opstelling OWK Een permanente verticale onderwater opstelling met voetbocht koppeling type OWK. Aandachtpunten bij deze opstelling: Een goede doorlaat onder de pomp, minimaal de diameter van de aanzuigopening. De geleidebuizen dienen vertikaal en parallel aan elkaar lopen met een maximale afwijking van 3 o. De hoek van de pomp bij het koppelen of ontkoppelen t.o.v. de geleidebuizen tussen de 10 o en 15 o. Deze hoek is te beïnvloeden door het bevestigingspunt van de hijsketting te verplaatsen. De start- en stop niveaus dienen zo te worden ingesteld dat de pomp niet meer dan 20 starts per uur maakt. Voldoende koeling voor de motor. Minimaal moet 2/3 van het motorhuis ondergedompeld zijn bij volle belasting. Het pomphuis moet volledig onder water blijven om lucht aanzuiging te voorkomen. 5 / 16

Opstelling VRS Een vrijstaande opstelling onder water. Aandachtpunten bij deze opstelling: Een goede doorlaat onder de pomp, minimaal de diameter van de aanzuigopening. De start- en stop niveaus dienen zo te worden ingesteld dat de pomp niet meer dan 20 starts per uur maakt. Voldoende koeling voor de motor. Minimaal moet 2/3 van het motorhuis ondergedompeld zijn bij volle belasting. Het pomphuis moet volledig onder water blijven om lucht aanzuiging te voorkomen. Opstelling ODO Dit is een permanent droge opstelling, waarbij de pomp is uitgevoerd met een koelsysteem. Deze opstelling is alleen mogelijk bij de 62 serie. Aandachtpunten bij deze opstelling: De pers- en zuigflens moeten zuiver in lijn staan met het leidingwerk. De installatie mag geen grote krachten op de pers en zuigflens veroorzaken. Controleer regelmatig het koelsysteem op vervuiling. Hiertoe dient u de koelmantel te verwijderen. Draai hiervoor de moeren van de hijsbeugel los. Doe dit alleen wanneer de afsluiters in zuig- en persleiding gesloten zijn! De start- en stop niveaus worden zo ingesteld, dat de pomp niet meer dan 20 starts per uur maakt. Hijsbok: De afvalwaterpompen kunnen worden neergelaten/geïnstalleerd in de pompput en/of pompinstallatie door middel van een hijsbok. (is eventueel te leveren door Landustrie) Hijskabel: Indien toegepast, wordt aangeraden de r.v.s. hijskabel om de twee jaar te laten vervangen. 6 / 16

Inbedrijfstelling: De draairichting van de pomp is, gezien door de zuigopening, linksom (ccw) (zie afbeelding). Men kan dit controleren door de pomp in liggende stand even in te schakelen en tijdens het uitlopen visueel de draairichting vast te stellen (veiligheidsmaatregelen!). De pomp moet zoveel mogelijk met ondergedompelde motor werken (ca. ¾ deel). Zonder waterkoeling kan de motor slechts gedurende een korte periode (ca. 15 minuten) belast draaien! Geluid: Het geluidsdruk niveau van de pomp is lager dan 70 db(a) indien geplaatst in een pompput en indien het luik van de pompput gesloten is. Bij de droge opstelling (ODO) kan de geluidsdruk in de kelder bij sommige typen boven de 80 db(a) komen. Denk om gehoorbescherming! Het aansluiten van de pomp: Het elektrisch aansluiten van de pomp kan volgens de schema s op blz.8 en 9. Kijk welke kabel aan de pomp zit, kijk op het typeplaatje hoe de pomp gestart kan worden en of de pomp is uitgevoerd met klixons en/of watervoeler. Wij adviseren om de aansluiting uitsluitend door deskundig en bevoegd personeel te laten uitvoeren. Onderdelen: Voor het bestellen van onderdelen kunt u zich wenden tot uw leverancier. Onderdeellijsten en doorsnede tekeningen zijn op aanvraag verkrijgbaar. Vermeld bij het bestellen van onderdelen, het pomptype, de productcode en het serienummer, deze informatie kunt u vinden op het typeplaatje. 7 / 16

Kabelaansluiting direct gestarte pomp (DOL) Zonder klixons en/of watervoeler 1x 4 aderige kabel 2x 4 aderige kabel Motor in driehoek Motor in ster 8 / 16

Met klixons en/of watervoeler 1x 7 aderige kabel 3x 4 aderige kabel Motor in driehoek Motor in ster 2x4 aderige kabel Motor in driehoek Motor in ster 9 / 16

Kabelaansluiting ster-driehoek gestarte pomp (YD) Zonder klixons en/of watervoeler 2x 4 aderige kabel 1x 7 aderige kabel Met klixons en/of watervoeler 3x 4 aderige kabel 1x 7 aderige kabel 1x 10 aderige kabel + 1x 4 aderige kabel 10 / 16

Controlepunten voor de eerste pompstart: Voor het installeren en ingebruikneming van de pomp dienen de volgende punten gecontroleerd te worden: Controle levering Haal de pomp uit de verpakking en controleer hem op eventuele transportschade, zoals breuken of scheuren in het huis of knikken in de kabel. Controleer of de levering compleet is. Indien u constateert dat de levering beschadigd en/ of incompleet is, dan verzoeken wij u onmiddellijk contact op te nemen met de leverancier. Oliepeil Controleer het oliepeil (volgens de instructies op bladzijde 11) Elektrisch systeem Controleer of netspanning, frequentie en startwijze overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje. Sluit de pomp aan volgens het aansluitschema van de schakelapparatuur. Voor aansluitcoderingen pompkabels zie bladzijde 8 of 9. Thermoschakelaars Controleer de pomp op de aanwezigheid van thermoschakelaars, de aansluitwaarden voor thermoschakelaars zijn max. 250V-1.6A. In koude toestand is het contact gesloten. Kabelinvoer Controleer van pompen die langdurig in het magazijn hebben gelegen de kabel invoerdelen. Draai de tule(n) indien nodig iets vaster aan. Motorbeveiliging Het is noodzakelijk dat de pomp op het net wordt aangesloten door middel van een motorbeveiliging schakelaar. Bij directe start (DOL) moet de instelling tenminste overeenkomen met het amperage van de motor bij vollast, dat op het typeplaatje is vermeld. Bij ster-driehoek start (YD) moet de instelling van de beveiliging schakelaar overeenkomen met 0.6 x de stroomwaarde (ampère) van de motor bij vollast volgens het typeplaatje. 11 / 16

Onderhoud: Voordat de pomp uit het medium wordt gehaald, dient de spanning te worden uitgeschakeld. Reinig de pomp goed! De motor kan heet zijn wanneer hij net is uitgeschakeld! Onderhoudsschema: * Na de eerste 100 bedrijfsuren: - Controleer de toestand van de olie. Indien de olie te veel water bevat, neem dan contact op met de leverancier. * Iedere 1000 bedrijfsuren of elk jaar: - Controleer de toestand van de olie en het oliepeil. Indien de olie te veel water bevat, neem dan contact op met de leverancier. - Ververs de olie indien deze niet meer schoon is. Smeermiddelen: De lagers van de pomp zijn voor de gehele levensduur gesmeerd. Standaard wordt het oliereservoir van de pomp gevuld met Shell Tellus 32, viscositeit is 32 cst. De hoeveelheid olie is afhankelijk van het type pomp: DWP/ DNP 22 series: 0,5l. DWP/ DNP 42 series: 1,0l. DWP/ DNP 62 series: 2,3l. Kabelinvoer: Na langdurige opslag of gebruik kan de spanning van de rubberen afdichting verminderd zijn, waardoor lekkage kan optreden. Door het kabel invoerdeel iets aan te draaien wordt de afdichting weer op spanning gebracht. Controle oliepeil: DWP/ DNP 22 series Plaats de pomp in horizontale stand en verwijder de vulplug en de ontluchtingsplug. Het olieniveau is juist wanneer het zich net onder het vulgat bevindt. Door de pomp een beetje te verdraaien wordt dit zichtbaar. Let op: Het kan zijn dat de pomp is uitgevoerd met 2 of 3 pluggen. Indien het olieniveau te laag is dient u olie bij te vullen. DWP/ DNP 42 series Plaats de pomp in horizontale stand zodanig, dat 2 pluggen zich aan de bovenzijde, en een zich aan de onderzijde bevindt. Verwijder de vulplug en de ontluchtingsplug. Het olieniveau is juist wanneer het zich net onder het vulgat bevindt. Door de pomp een beetje te verdraaien wordt dit zichtbaar. Indien het olieniveau te laag is dient u olie bij te vullen. DWP/ DNP 62 series Zet de pomp in een verticale positie en verwijder de M20 vulplug welke zich tegenover de kabelkast bevindt. Het oliepeil moet zich aan de onderzijde van deze vulopening bevinden. Indien het olieniveau te laag is dient u olie bij te vullen. Let op dat de pomp niet onverwacht kan kantelen. 12 / 16

Conformiteitverklaring: Controleabonnement: Ondanks de bedrijfszekerheid van de Landustrie pompen verdient het aanbeveling na in bedrijf name een preventief onderhoudscontract af te sluiten. De serviceafdeling van Landustrie zal u hieromtrent graag adviseren of ten dienste staan. Indien u hulp of advies nodig heeft, kunt u contact opnemen met: 13 / 16

Verhelpen van storingen: Overtuig u zelf dat de stroomvoorziening uitgeschakeld is tijdens inspectie. Elektrotechnische werkzaamheden alleen door een erkend installateur laten uitvoeren. Zorg ervoor dat gedurende de controles de pomp niet onverwacht kan starten. Zorg dat niemand dicht bij de draaiende delen van de pomp is als deze gestart wordt. Houd rekening met de algemene veligheidsmaatregelingen voor installatie, onderhoud en reparatie! Probleem: Pomp start niet Mogelijke oorzaak: Geen spanning op de aansluitklemmen Vereiste actie: Controleer stroomvoorziening Controle punten: * hoofdschakelaar * installatieautomaat schakelaar(s) * de H-O-A / O-A-H schakelaar(s) * spanningsbewaking relais Controleer pompbeveiliging * motorbeveiligingsschakelaar(s) * de H-O-A / O-A-H schakelaar(s) * thermische beveiliging relais * water in olie bewaking relais Controleer start pomp(en) * medium niveau * niveauschakeling * noodstop ingeschakeld * algemene storing schakelkast Pomp kabel niet goed aangesloten Doormeten pompkabel * fasen controleren Pompwaaier zit vast Controleer pomp en/of waaier * waaier of pomp verstopt * speling tussen waaier en deksel Pomp stopt niet Geen stopsignaal Controleer stopsignaal * niveauschakeling * algemene storing schakelkast Verkeerd start / stop signaal Controleer niveauschakelaars * installatieautomaat schakelaar(s) * niveauschakeling * afstelling niveauschakelaar(s) Pomp start en stopt Stroomvoorziening labiel Controleer stroomvoorziening * hoofdschakelaar snel achter elkaar * installatieautomaat schakelaar(s) * installatieautomaat stuurstroom Niveaumeting labiel Controleer niveaumetng * installatieautomaat schakelaar(s) * niveauschakeling * aansluiting niveauschakelaar(s) Motor overbelasting Controleer motorbeveiliging * verkeerde draairichting * waaier of pomp verstopt * motorbeveiligingsschakelaar(s) Pompstroom te hoog Stroom storing Controleer stroomvoorziening * spanning bewaking relais Pompstoring Controleer pomp * waaier of pomp verstopt * te dik medium Te weinig of geen pompcapaciteit Verstopping of luchtbel in persleiding of Controle persleiding * verkeerde draairichting pomp * persleiding verstopt * afsluiter half of geheel afgesloten Pompstoring Controleer pomp * pomp zuigt lucht aan * waaier of pomp verstopt * waaier losgeraakt of beschadigd Stroomvoorziening labiel Controleer stroomvoorziening * hoofdschakelaar * installatieautomaat schakelaar(s) * installatieautomaat stuurstroom * waaier of pomp verstopt Hoogwater alarm Pompstoring Controleer pomp * waaier losgeraakt of beschadigd * pomp zuigt lucht aan * lagers beschadigd Stroom storing Controleer stroomvoorziening * installatieautomaat stuurstroom * zekeringen * niveauschakeling * afstelling niveauschakelaars * = indien van toepassing Indien de pomp dan nog niet in bedrijf wil komen, deskundige hulp raadplegen: Service afdeling Sneek: Service steunpunt Veenendaal: tel. 0515-486888 tel. 0318-512900 fax. 0515-412398 fax. 0318-517940 service@landustrie.nl 24 uurs service : 06-51278324 14 / 16

15 / 16

16 / 16