Focus op brandpreventie

Vergelijkbare documenten
Preventie en wetgeving. Focus op brandpreventie 2014/2

Circulaire BRANDPREVENTIE

Circulaire BRANDPREVENTIE

Koninklijk besluit van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen (B.S )

Codex over het welzijn op het werk. Boek III.- Arbeidsplaatsen. Titel 3. Brandpreventie op de arbeidsplaatsen

BRANDPREVENTIE. op de arbeidsplaatsen.

KB van 28 maart 2014 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen

Brandpreventie- dossier. Caroline Deleu. Activity Manager B.U. Environment, Safety & Sustainability

28 MAART Koninklijk besluit betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen

Brandpreventie op de arbeidsplaats KB 28/03/14 BS 23/04/14. Infosessie September 2014

BRAND- EN INTERVENTIEDOSSIER

Infosessie bijscholing preventieadviseurs

BRANDPREVENTIE. op de arbeidsplaatsen.

Overzicht wetgeving brandpreventie. Ir. Pieter De Munck

Concordantietabel boek III Arbeidsplaatsen van de codex welzijn op het werk

Concordantietabel boek III Arbeidsplaatsen van de codex welzijn op het werk

Koninklijk besluit van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen (BS )

KB 28 maart 2014 Preventie van brand op de arbeidsplaats

Leidraad voor opstellen interventiedossier

WAAROM KIEZEN VOOR ELECTROTEST?

BRANDPREVENTIE OP DE ARBEIDSPLAATSEN Nota over de wetgeving

Risicoanalyse brandpreventie Aanpak Mensura EDPB. Stijn Tielemans Preventieadviseur niveau I stijn.tielemans@mensura.be

Brandbeveiligingsregels

KB van 28 maart 2014 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen INHOUD. 1.Inleiding. ir Paul Van Haecke - TWW OVL 26 september 2014

Fiche 9 (Analyse): Artikel 52 van het ARAB

Brandpreventie op arbeidsplaatsen. Kristof WELLENS ATECON vzw

PERIODIEKE CONTROLES MET BETREKKING TOT BRANDBESTRIJDING

HSE World Event Marc Aspeslagh 27 april 2017

BRANDVEILIGHEID BRANDPREVENTIE -RISICOANALYSE - ALGEMEEN

Codex over het welzijn op het werk. Boek I.- Algemene beginselen. Titel 2. Algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid

Het kader van het Welzijn op het Werk Toelichting bij de wet van 4 augustus 1996

Wetgeving rond brandveiligheid voor de kinderdagverblijven

Intern transport. Ignaas Crombez Malle 31 maart 2015

Het Intern Noodplan. BrandPreventie-Dossier.be. Een praktische toelichting. Weet wat te doen bij brand!!

Brandpreventie in de praktijk

Oprichten en opleiden van de brandbestrijdingsdienst. Luc De Wilde directeur Provinciale Brandweerschool van Oost-Vlaanderen

Opstellen van een evacua-eplan en een nood- en interven-eplan; Claude Monserez Ommegangstraat 1P 8550 Zwevegem 0475/

Interne evacuatieplanning

Brandpreventie. Jo De Jonghe, Expert Health & Prevention

Brandbestrijding in het onderwijs. Lt. Jörge Engels technicus brandvoorkoming, interventieplanning, jeugdbrandweer

27 MAART KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE HET BELEID INZAKE HET WELZIJN VAN DE WERKNEMERS BIJ DE UITVOERING VAN HUN WERK

Uitgebreide toelichting over controle en onderhoud van beschermingsmiddelen tegen brand

Brandpreventie in het bedrijfsleven

Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (B.S

30/01/2019. Brandwerende oplossingen voor opslag van (zeer) licht ontvlambare stoffen. Wie is CGK Group? Onze expertises

Codex over het welzijn op het werk. Boek IX.- Collectieve bescherming en individuele uitrusting. Titel 1. Collectieve beschermingsmiddelen

Collectieve beschermingsmiddelen Wetgevende nota

Inhoudsopgave TITEL II: ORGANISATORISCHE STRUCTUREN TITEL I: ALGEMENE BEGINSELEN. HOOFDSTUK I: Welzijnswet werknemers

Focus op collectieve beschermingsmiddelen 2013/5

Nieuwe Wetgeving. Programma 18/05/2015

Mededeling betreffende het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches

Inhoudsopgave TITEL I: ALGEMENE BEGINSELEN TITEL II: ORGANISATORISCHE STRUCTUREN. HOOFDSTUK IV: Maatregelen in verband met ernstige arbeidsongevallen

1. Aanvraagplannen werden ons overgemaakt door 2. Inplantingsplaats: Pijnven - Kerkhoven

Arbeidsplaatsen Elektrische installaties - Algemeen. Infodocument

Hierna volgt een beknopt overzicht van de nieuwe regelgeving.

BRAND. Module 4. Van art. 52 van het ARAB naar de nieuwe brandpreventiewelzijnswetgeving in de Codex

Opleiding niveau Brandweerman. Hoofdstuk 3 Arbeidsveiligheid. Kapt. Jean-Paul Heyens

-1- Over welke domeinen gaat de V&G-wetgeving? -1- Voor wie geldt de V&Gwetgeving? -1- Noem de twee vormen van overleg.

BRANDVEILIGHEID GEBOUWEN VOOR KINDEROPVANG. Ronny Houben

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk.

Risicoanalyse van de elektrische installatie. Praktische werkwijze

DOSSIER ANPI TD

Ilonka Sommen Groep IDEWE

Brandveiligheid in WZC & werking commissie brandveiligheid. Lieven CARRON

Adviesverlening & begeleiding Preventie en welzijn. Brand & evacuatie gebruikers gc Berkenhof

Codex over het welzijn op het werk. Boek III.- Arbeidsplaatsen. Titel 4. Ruimten met risico s voor een explosieve atmosfeer

VLAREM-wijzigingen betreffende brandveiligheid voor schouwspelzalen en inrichtingen met muziekactiviteiten

NBN S en 2 Een nieuwe aanpak van branddetectie

Welke elementen ondernemen om oudere appartementsgebouwen veiliger maken

Oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk

Belangrijke wijzigingen in de welzijnsreglementering

Welzijn en opleidingen

Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities

Fiche 8 (Analyse): Reglementering

3/06/2014. Rob Nachtergaele HSE-Advisor Unilin Stag. Onderluitenant Brandweer Pittem. 10/06/2014 Studiedag brand Prebes INHOUD:

Eerstehulpverlening: wat zegt de wetgeving?

Persoonlijke Beschermingsmiddelen

Koninklijk besluit van 26 maart 2003 betreffende het welzijn van de werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (B.S

Hoofdstuk I. - Bepalingen betreffende de collectieve beschermingsmiddelen. Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities

Welzijnsbeleid - Risicoanalyse

Opstellen GPP en JAP op basis van verslagen. Els Fias

ATEX REGELGEVING Regels en voorschriften voor apparaten, arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen in explosieve omgevingen

ARAB + Welzijnswet Elektrisch materieel in 82/130/EEG( ) PBL-L 59( )

Academy. Leren doe je een leven lang. Overzicht opleidingen BTV Academy. Pagina 1/24

Arbeidsplaatsen Elektrische installaties Minimale voorschriften voor de oude installaties. Infodocument

8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen

BRAND. Kleine blusmiddelen, code van goede praktijk. door Paul Peeters, Technical manager, A-First. 16 juni 2011 De Montil Affligem

AREI : DE KB 2012 AANPASSINGEN

Inlichtingen betreffende evacuatie (doc. 1)

MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk

VOORAL DE ALINEA S IN HET ROOD ZIJN ZEER BELANGRIJK VOOR HET JAARMARKTGEBEUREN

Codex over het welzijn op het werk. Boek I.- Algemene beginselen. Titel 1. Inleidende bepalingen

Datum: Beveiliging van radioactieve bronnen tegen het brandrisico Betrokkenheid van de dienst voor fysische controle

Eerste hulp op het werk

Back to Basics Hoe begin ik aan een risicoanalyse omtrent brandveiligheid? Date 2017/10/05 vzw ANPI asbl

Transcriptie:

3 Codex III.3 Focus op brandpreventie Auteur: Juli 2018

2 Focus op brandpreventie

Inhoud 1 Wettelijk kader... 5 1.1 Referentie... 5 1.2 Historiek... 5 1.2.1 Artikel 52... 5 1.2.2 Herziening... 5 1.3 Codex welzijn op het werk... 7 1.4 Andere relevante wetgeving... 7 2 Krachtlijnen... 9 2.1 Definities en toepassingsgebied... 9 2.1.1 Toepassingsgebied... 9 2.1.2 Definities... 9 2.2 Verplichtingen van de werkgever... 9 2.2.1 Risicoanalyse uitvoeren... 9 2.2.2 Preventiemaatregelen nemen... 10 2.2.2.1 Brand voorkomen... 10 2.2.2.2 Veilige evacuatie verzekeren... 11 2.2.2.3 Elk begin van brand vlug en doelmatig bestrijden... 11 2.2.2.4 De schadelijke gevolgen van een brand beperken... 12 2.2.2.5 Het vergemakkelijken van de interventie van de openbare hulpdiensten... 12 2.2.3 Organisatie en plannen... 12 2.2.3.1 Oprichten van een brandbestrijdingsdienst... 12 2.2.3.2 Brandpreventiedossier... 14 2.2.4 Opleiding en informatie van werknemers... 15 2.2.5 Rol van het comité en de preventieadviseur... 15 3 Bijkomende informatie... 16 3.1 Literatuurreferenties... 16 3.2 Websites... 16 Focus op brandpreventie 3

4 Focus op brandpreventie

1 Wettelijk kader 1.1 Referentie De belangrijkste bepalingen inzake de organisatie van de brandpreventie zijn terug te vinden in de codex over het welzijn op het werk, boek III Arbeidsplaatsen, titel 3 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen (voorheen KB van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen, BS 23 april 2014). 1.2 Historiek De bepalingen over brandpreventie behoorden geruime tijd tot het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB). Het art. 52 bevat zowel constructievoorschriften als bepalingen i.v.m. de organisatie van de brandpreventie. 1.2.1 Artikel 52 De regelgeving over de brandpreventie op het werk staat beschreven in het uitgebreide ARAB artikel 52, dat deel uitmaakt van Titel II Bepalingen betreffende de arbeidshygiëne alsmede de veiligheid en de gezondheid van de arbeiders, Hfst. 1 Bepalingen betreffende de veiligheid van de arbeiders, afdeling V Voorzorgen tegen brandgevaar, ontploffingen en de toevallige ontsnapping van schadelijke of ontvlambare gassen. De basisprincipes van deze wetgeving maakten reeds deel uit van de ARAB-teksten toen deze in 1946 samengebracht werden in een reglement. Met de brand in het Brusselse warenhuis Innovation (1967) ondergingen de teksten echter grondige wijzigingen en werden strikte bepalingen voorzien over constructievoorschriften, evacuatie en organisatie van de brandbestrijding op het werk. Artikel 52 maakt een onderscheid tussen lokalen naar gelang het risico en deelt ze op in drie groepen. De lokalen van de eerste groep zijn de lokalen met het grootste risico. Dit zijn lokalen waarin hoeveelheden ontvlambare vloeistoffen en brandbare stoffen zijn opgeslagen. De verplichtingen zijn gedefinieerd in functie van de groepen. Voor de lokalen van de eerste groep gelden de strengste verplichtingen. 1.2.2 Herziening De ARAB-regelgeving dateert uit de jaren zeventig en onderging sindsdien maar weinig wijzigingen. Bij de herziening van de ARAB-bepalingen was het de bedoeling om een duidelijk onderscheid te maken tussen de bepalingen met bouwvoorschriften enerzijds en de bepalingen die er op gericht zijn om werknemers te beschermen (regelgeving welzijn op het werk). Bij het opmaken van een ontwerp met constructievoorschriften stelde zich echter het probleem dat er reeds uitgebreide regelgeving bestaat, m.n. het KB Basisnormen (zie 1.4). Toch werd er geopteerd om ook een besluit met constructievoorschriften uit te werken. Deze keuze heeft te maken met de noodzaak aan voorschriften die gelden voor alle gebouwen met werknemers en aan specifieke voorschriften voor warenhuizen. Het KB Basisnormen geldt immers enkel voor nieuwe gebouwen (bv. voor industriële gebouwen, bouwaanvragen vanaf 15 augustus 2009) en bevat geen specifieke bepalingen voor warenhuizen. Het KB over de constructievoorschriften is nog niet verschenen. Dat verklaart waarom artikel 52 niet volledig is afgeschaft met het verschijnen van het KB over brandpreventie in 2014. Verscheidene bepalingen met bouwvoorschriften in het ARAB zijn behouden en zullen pas opgeheven worden wanneer het KB met constructievoorschriften zal verschijnen. Tabel 1 biedt een overzicht van de bepalingen uit art. 52 van het ARAB en door welke bepalingen deze al dan niet vervangen werden. Focus op brandpreventie 5

Tabel 1 Overzicht van de bepalingen van het ARAB: stand van zaken en concordantie ARAB Omschrijving Het desbetreffende ARAB-artikel is Nog van toepassing; Opgeheven*; of (Nu opgenomen in de codex), art. ** 52.1.1 Verplichtingen voor de werkgever art. III.3-4 52.1.2 Verwijzing naar norm brandweerstand Nog van toepassing 52.1.3 Aanleveren bewijs gedrag bij brand van de bouwelementen Nog van toepassing 52.2 Classificatie: indeling in groepen Nog van toepassing 52.3 Bouwvoorschriften Nog van toepassing 52.4 Toegang Opgeheven 52.5.1 Doel: snelle en gemakkelijke evacuatie art. III.3-10 52.5.2-52.5.8 Bouwvoorschriften voor trappen, uitgangen, uitgangswegen Nog van toepassing 52.5.9 Verbod op belemmeren doorgang art. III.3-11, 2 52.5.10 Buitentrappen of buitenbrandladders Nog van toepassing 52.5.11 Signalisatie van uitgangen Nog van toepassing 52.5.12.a Draairichting uitgangsdeuren lokalen eerste groep Nog van toepassing 52.5.12.b Deuren van nooduitgangen art. III.3-12, lid 1, 2 52.5.13 Deuren in uitgangswegen tussen 2 uitgangen: openen in beide richtingen Opgeheven 52.5.14 Draaideuren - draaipaaltjes: toegelaten onder voorwaarden Niet meer van toepassing 52.5.15 Draaideuren in winkels voor kleinhandel: verboden Opgeheven 52.5.16 Automatische deuren : automatisch openen art. III.3-20 52.5.17 Glazen deuren art. III.3-16 52.5.18 Berekening aantal trappen Nog van toepassing 52.5.19 Stoppen van mechanische trappen Opgeheven 52.6 Gasinstallaties Nog van toepassing 52.7 Verwarming van de lokalen Nog van toepassing 52.8 Voorkoming van brand Nog van toepassing 52.9 Brandbestrijdingsmiddelen art. III.3-15 - art. III.3-19 en art. III.3-22 52.9.1 Voldoende uitrusting Opgeheven 52.9.2 Materieel: in goede staat, verspreid, gesignaleerd, gebruiksklaar Opgeheven 52.9.3 Winkels voor kleinhandel Nog van toepassing 52.9.4 Blustoestellen met giftige uitwaseming: verboden Opgeheven 52.10.1 Waarschuwings- en alarmmiddelen aanbrengen: enkel onder voorwaarden Opgeheven 52.10.2 Waarschuwings- en alarmposten: in goede staat, verspreid, gesignaleerd, art. III.3-7, art. III.3-8, art. III.3-15 art. III.3-19 en art. III.3-22 52.10.3 Signalen: geen verwarring mogelijk art. III.3-18, al. 3 52.10.4 Elektrische netten voor waarschuwing en alarm verschillend Nog van toepassing 52.10.5 Waarschuwen van brandweer Opgeheven 52.10.6 Private dienst voor bestrijden brand art. III.3-7, art. III.3-8 52.10.7 Stilleggen bij brand van mechanische trappen, verwarming, klimaatregeling Nog van toepassing 52.11 Periodieke controle art. III.3-22 52.12 Informatie van het personeel art. III.3-21 52.13 Plannen art. III.3-13, art. III.3-21, art. III.3-23 52.14 Verbouwingen en uitbreidingen Nog van toepassing 52.15 Afwijkingen Nog van toepassing 52.16 Overgangsmaatregelen Nog van toepassing * de ARAB-bepalingen zijn opgeheven door het KB van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen (BS 23 april 2014) ** het KB uit 2014 werd opgeheven bij de coördinatie van de codex over het welzijn op het werk. Alle bepalingen zijn overgenomen in boek III, titel 3 6 Focus op brandpreventie

1.3 Codex welzijn op het werk Sinds de tweede helft van de jaren 1990 is er een geleidelijke overgang van het ARAB naar de codex welzijn op het werk. In een eerste fase werden koninklijke besluiten uitgevaardigd die ondergebracht werden in een officieuze codex. Voor de bepalingen over brandpreventie gebeurde dit op basis van het KB van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen (BS 23 april 2014). Bij de verschijning van de gecoördineerde codex over het welzijn op het werk in juni 2017 (10 koninklijke besluiten van 28 april 2017, BS 2 juni 2017) zijn alle koninklijke besluiten die samen de oude codex vormden, opgeheven. Zo ook het KB over brandpreventie uit 2014. Inhoudelijk zijn er in 2017 geen wijzigingen aangebracht. De bepalingen over brandpreventie zijn terug te vinden in boek III Arbeidsplaatsen, titel 3 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen (Codex, art. III.3-3 t.e.m. III.1-29). Titel III.3 telt 7 hoofdstukken en 1 bijlage (tabel 2). Tabel 2 Structuur en inhoud van codex, titel III.3 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen Hoofdstuk Artikelen Inhoud 1 III.3-1 - III.3-2 Toepassingsgebied en definities 2 III.3-3 - III.3-6 Risicoanalyse en preventiemaatregelen 3 III.3-7 - III.3-22 Specifieke preventiemaatregelen 4 III.3-23 Intern noodplan 5 III.3-24 Brandpreventiedossier 6 III.3-25 - III.3-26 Opleiding en informatie 7 III.3-27 - III.3-29 Werken door derden Bijlage III.3-1 1.4 Andere relevante wetgeving Vaardigheden en opleidingen van de leden van de brandbestrijdingsdienst De wetgeving die van toepassing is op brandpreventie in bedrijven kan teruggevonden worden in verscheidene besluiten en op verschillende bestuurlijke niveaus. Op Europees niveau biedt de bouwproductenverordening (305/2011) een belangrijk reglementair kader voor het verzekeren van brandveilige constructies. Een Europese verordening is rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten. Bouwproducten worden gedefinieerd als producten (of een combinatie van producten, kits genaamd) bestemd om blijvend gebruikt te worden in bouwwerken. Bij het in de handel brengen van deze bouwproducten moet de fabrikant een zogenaamde prestatieverklaring opstellen (Declaration of Performance, kortweg DoP). Met dit document verklaart hij dat de bouwproducten onder een geharmoniseerde norm vallen of conform zijn aan een Europese technische beoordeling. Met de CE-markering bevestigt de fabrikant de conformiteit. Alle bouwproducten die in de handel gebracht worden, moeten toelaten om bouwwerken op te richten die voldoen aan alle fundamentele eisen. Brandveiligheid is één van die fundamentele eisen. Op federaal niveau zijn er enerzijds constructievoorschriften en anderzijds zijn er bepalingen over brandpreventie en -bestrijding op de werkplek. Op het vlak van constructievoorschriften legt het KB Basisnormen Brand de voorwaarden vast waaraan alle nieuwe gebouwen moeten voldoen. Voor industriële gebouwen betekent dit bijvoorbeeld dat alle gebouwen met een bouwaanvraag vanaf 15 augustus 2009 aan dit KB moeten voldoen. De regelgeving over de organisatie van brandpreventie op het werk is zoals hoger beschreven opgenomen in artikel 52 van het ARAB en de codex, titel III.3 Brandpreventie. Daarnaast zijn er nog afzonderlijke codex-titels die handelen over explosieve atmosferen (ATEX), opslagplaatsen van ontvlambare vloeistoffen, elektrische installaties en het signaleren van brandbestrijdingsmaterieel. In de codex zijn ook specifieke bepalingen opgenomen over noodplanning en de verplichting om informatie te geven over brandbestrijding en evacuatie. De bepalingen i.v.m. elektrisch materieel en brand zijn terug te vinden in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI). Ook op het regionale en gemeentelijke niveau zijn er besluiten over brandpreventie en bestrijding. Kader 1 geeft een niet-exhaustief overzicht. Focus op brandpreventie 7

Kader 1 Overzicht van de wetgeving relevant voor brandpreventie (niet-exhaustief) Europees Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG (PB L 88 van 4 april 2011) Federaal Algemene constructievoorschriften voor nieuwe gebouwen - KB van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen (BS 26 april 1995) Organisatie van de brandpreventie op het werk - codex, titel III.3 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen - Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB), titel II hfst. 1, afdeling V Voorzorgen tegen brandgevaar, ontploffingen en de toevallige ontsnapping van schadelijke of ontvlambare gassen, art. 52. Signalisatie codex, titel III.6 Veiligheids- en gezondheidssignalering Opslagplaatsen van ontvlambare vloeistoffen codex, titel III.5 Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen Explosieve atmosferen (ATEX) - KB van 21 april 2016 betreffende het op de markt brengen van apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (BS 29 april 2016) - codex, titel III.4 Ruimten met risico s voor een explosieve atmosfeer Noodplannen en informatie codex, titel I.2 Algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid, art. I.2-23 Elektrisch materieel en installaties - codex, titel I.2 Elektrische installaties - Algemeen Reglement op de elektrische installaties (AREI), o.m. art. 104 Regionale besluiten - Constructievoorschriften voor gebouwen met een specifieke bestemming, bv. hotels, ziekenhuizen, ouderenvoorzieningen, enz. - Milieuwetgeving Gemeentelijke verordeningen De gemeenteraad kan lokale verordeningen inzake brandveiligheid uitvaardigen (op basis van de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen, BS 20 september 1979). 8 Focus op brandpreventie

2 Krachtlijnen De codex beschrijft de wijze waarop de werkgever brandpreventie moet organiseren op het werk. Uitgaande van een risicoanalyse zijn zowel algemene als specifieke preventiemaatregelen vereist. 2.1 Definities en toepassingsgebied 2.1.1 Toepassingsgebied Titel III.3 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen is van toepassing op de arbeidsplaatsen zoals deze gedefinieerd worden in titel III.1 over de basiseisen voor de arbeidsplaatsen, m.n. in art. III.1-1. Het gaat om elke plaats die bestemd is als locatie voor werkplekken in gebouwen van de onderneming, of inrichting, met inbegrip van elke andere plaats op het terrein van de onderneming of inrichting waartoe de werknemer in het kader van de uitvoering van zijn werk toegang heeft (Codex, art. III.1-1). Deze definitie geeft een brede invulling van het concept arbeidsplaats. Het gaat niet enkel om werkplekken in gebouwen maar ook deze in openlucht voldoen aan de definitie. Bovendien behelst de definitie ook werkplekken die (tijdelijk) ter beschikking worden gesteld (bv. satellietkantoren, containers). Volgende werkplekken vallen echter niet onder de definitie van een arbeidsplaats : - transportmiddelen gebruikt buiten de onderneming of inrichting; - arbeidsplaatsen in transportmiddelen; - tijdelijke of mobiele bouwplaatsen; - winningsindustrieën; - vissersvaartuigen; - velden, bossen en andere terreinen die deel uitmaken van een landbouwbedrijf of bosbouwbedrijf maar die buiten het bebouwde gebied van dat bedrijf liggen. 2.1.2 Definities Titel III.3 Brandpreventie geeft definities van de verscheidene begrippen die gehanteerd worden doorheen de bepalingen. De basisdefinitie is deze voor het begrip brand. Een brand wordt omschreven als het geheel van de verschijnselen behorend bij een niet-gecontroleerde schade toebrengende verbranding. 2.2 Verplichtingen van de werkgever Titel III.3 Brandpreventie omschrijft de verplichtingen van de werkgever. De werkgever heeft de verplichting om: - een risicoanalyse uit te voeren (2.2.1); - preventiemaatregelen te nemen (2.2.2); - een organisatie op te zetten en plannen te maken (2.2.3); - de werknemers te informeren (2.2.4); - het comité en de preventieadviseur te betrekken (2.2.5). 2.2.1 Risicoanalyse uitvoeren De codex bepaalt dat elke werkgever een risicoanalyse brand moet uitvoeren. Deze analyse moet de werkgever in staat stellen om zo veel mogelijk situaties te definiëren die kunnen leiden tot brand op de arbeidsplaats (waarschijnlijke scenario s). Of er al dan niet brand ontstaat, hangt af van verschillende factoren. In de eerste plaats gaat het over het samen aanwezig zijn van een brandbaar product, ontstekingsenergie en zuurstof. Daarnaast zijn er ook factoren die het risico op brand, het verloop van een brand en ook de gevolgen beïnvloeden. Factoren waarmee rekening gehouden moet worden zijn: - de aard van de activiteiten; - welke stoffen er gebruikt worden, welke procedés, welke installaties er aanwezig zijn en welke de eventuele interacties zijn die kunnen optreden; - het maximaal aantal werknemers dat gelijktijdig aanwezig is, en ook bezoekers, klanten, contractors, patiënten,...; Focus op brandpreventie 9

- de ligging van de verschillende lokalen, opslagruimten, gebouwen; - het al dan niet samen aanwezig zijn op eenzelfde arbeidsplaats van verschillende ondernemingen; - het uitvoeren van werkzaamheden door externe ondernemingen. Het inschatten van de ernst en de kans dat bepaalde scenario s zich daadwerkelijk voordoen, vergt een degelijke evaluatie. Bij het opstellen van de scenario s moet rekening gehouden worden niet alleen met de normale gang van zaken in het bedrijf maar ook met uitzonderlijke omstandigheden zoals pieken in de voorraad, het niet-toepassen van procedures, onderhoud, de aanwezigheid van onervaren werknemers of bezoekers, enz. Om het risico op brand te evalueren kan gebruikgemaakt worden van risico-evaluatiemethodieken. Een specifieke methodiek voor brandrisico wordt aangereikt in de norm ISO 16732 - Fire safety engineering Guidance on fire risk assessment. De risicoanalyse is een dynamisch proces. Regelmatige bijwerking i.f.v. de wijzigingen in processen, methodes en werkomgeving is een vereiste. Codex, art. III.3-3 2.2.2 Preventiemaatregelen nemen De risicoanalyse vormt de basis voor de preventiemaatregelen die moeten genomen worden. Deze preventiemaatregelen hebben volgende doelstellingen (in volgorde): 1 - brand voorkomen; 2 - de veiligheid verzekeren (indien nodig snel evacueren) van iedereen die op de arbeidsplaats aanwezig is; 3 - elk begin van brand bestrijden om de uitbreiding ervan tegen te gaan; 4 - de schadelijke gevolgen van een brand beperken; en 5 - de tussenkomst van de hulpdiensten vergemakkelijken. 2.2.2.1 Brand voorkomen Bij het voorkomen van brand gaat het om het uitschakelen van gevaren en de risico s te beperken die te maken hebben met de aanwezigheid van ontvlambare of brandbare stoffen en met het uitvoeren van risicovolle activiteiten. Aanwezigheid van ontvlambare of brandbare stoffen beheersen De codex somt een aantal beheersmaatregelen op indien het werk gebruik vereist van ontplofbare stoffen, brandbare gassen, ontvlambare vloeistoffen of vaste stoffen of voor zelfontbranding vatbare vloeistoffen of vaste stoffen. Deze beheersmaatregelen zijn: - de hoeveelheid beperken tot strikt noodzakelijk; - opslaan op passende wijze; - afstand of isolering van deze stoffen ten opzichte van elke ontstekingsbron; - zelfontbranding van stoffen of afvalstoffen beheersen door afvalstoffen in hermetisch gesloten recipiënten te bewaren en/of afvalstoffen regelmatig verwijderen. Codex, art. III.3-9 Risicovolle activiteiten/werken door aannemers Indien aannemers werken komen uitvoeren in de onderneming dan zijn er specifieke preventiemaatregelen vereist m.n. - de werkgever geeft de nodige informatie aan de aannemer over de risico s en de preventiemaatregelen inzake brand en gaat na of deze informatie ook begrepen is; - de werkgever gaat na of hij van de aannemers de nodige informatie krijgt over de brandrisico s die gepaard gaan met de werkzaamheden die ze komen uitvoeren. Indien blijkt dat de werkzaamheden een verhoogd risico met zich meebrengen, dan is een voorafgaande toestemming vereist. Deze voorafgaande toestemming wordt opgenomen in een document (= werkvergunning, vuurvergunning, heetwerkvergunning). Het document wordt ondertekend door de werkgever, zijn bevoegde preventieadviseur en de aannemer die een afschrift ontvangt. Indien de werken niet door een aannemer maar wel door een eigen werknemer worden uitgevoerd, dan wordt de voorafgaande toestemming verleent aan een leidinggevende, m.n. de persoon van de hiërarchische lijn die belast is met de leiding van de dienst die de werkzaamheden uitvoert. Codex, art. III.3-27 - III.3-29 10 Focus op brandpreventie

Kader 2 Informatie op het document dat voorafgaande toestemming verleent bij werken met een brandrisico (vuurvergunning) - de plaats waar de werkzaamheden worden uitgevoerd - de aard van de uit te voeren werkzaamheden - de risicoanalyse - de vereiste preventiemaatregelen - bijkomende preventiemaatregelen op aangeven van de aannemer - handtekeningen van de werkgever + preventieadviseur + aannemer (of hiërarchische lijn) 2.2.2.2 Veilige evacuatie verzekeren De werkgever neemt alle maatregelen zodat bij een brand de werknemers en de andere aanwezige personen de arbeidsplaatsen vlug kunnen evacueren naar een veilige plaats. De maatregelen worden vastgelegd in procedures en samengebracht in een intern noodplan (zie 2.2.3.2). Ten minste 1 keer per jaar wordt een evacuatieoefening gehouden om de procedures in te oefenen. De evacuatievoorzieningen en de evacuatiewegen worden aangegeven op het evacuatieplan (zie 2.2.3.2 ). Eisen voor evacuatiewegen, uitgangen, nooduitgangen: - voortdurend vrij zijn (niet geblokkeerd); - uitgerust met een veiligheidsverlichting en een gepaste signalisatie; Eisen voor nooddeuren: - openen in de richting van de evacuatie; geen schuif- of draaideuren; - gemakkelijk en onmiddellijk te openen door elke persoon die er gebruik van wil maken, in geval van nood. Ze mogen niet op slot zijn. Voor de andere deuren die geen nooddeuren zijn maar zich bevinden op het traject van evacuatiewegen zijn de eisen meer flexibel. Dat neemt echter niet weg dat de werkgever te allen tijde een veilige evacuatie moet verzekeren. Codex, art. III.3-10 - III.3-14 2.2.2.3 Elk begin van brand vlug en doelmatig bestrijden Wat zijn beschermingsmiddelen tegen brand? Om elk begin van brand vlug en doelmatig te bestrijden moet de werkgever zorgen voor de nodige beschermingsmiddelen tegen brand. Met een beschermingsmiddel tegen brand wordt bedoeld elke uitrusting die toelaat brand te detecteren, te signaleren, te blussen, zijn schadelijke gevolgen te beperken, of de tussenkomst van de openbare hulpdiensten te vergemakkelijken (Codex, art. III.3-1, 11 ). Het gaat bijvoorbeeld om hydranten, brandslangen, blusdekens, automatische en manuele blussystemen, branddetectiesystemen. Kader 3 - Definities i.v.m. evacuatie - veilige plaats: een plaats buiten het gebouw of, in voorkomend geval, het gedeelte van het gebouw dat gelegen is buiten het compartiment waar er brand is en vanwaar het mogelijk is om het gebouw te verlaten zonder door dat compartiment te moeten gaan - evacuatieweg: doorlopende en onbelemmerde weg die toelaat de veilige plaats te bereiken door gebruik te maken van de normale circulatiewegen - nooduitgang: uitgang die specifiek bestemd is voor de evacuatie van het gebouw in geval van nood - nooddeur: deur die geplaatst is in een nooduitgang - waarschuwing: informatie over de ontdekking van een brand doorgegeven aan de personen die deel uitmaken van het personeel van de werkgever die specifiek daartoe zijn aangeduid - melding: informeren van de openbare hulpdiensten over de ontdekking van een brand - alarm: bevel aan de gebruikers van één of meerdere compartimenten om te evacueren Focus op brandpreventie 11

Bepalingen Collectieve beschermingsmiddelen toepassen Art. III.3-15 van de codex stelt dat voor deze beschermingsmiddelen tegen brand de bepalingen over collectieve beschermingsmiddelen (Codex, art. IX.1-2 - IX.1-18) gelden inzake de evaluatie, de keuze, de aankoop, het gebruik, de installatie, de controle en het onderhoud. Dat betekent dus dat de procedure van de drie groene lichten van toepassing is op deze brandbestrijdingsmiddelen. Een juiste keuze maken De keuze van de geschikte middelen moet gebeuren na een grondige evaluatie. Bij een dergelijke evaluatie spelen volgende elementen een rol: - de inrichting van de werkruimten; - de aard van de werkzaamheden; - de eigenschappen van de aanwezige stoffen; - de gebruikte arbeidsmiddelen en werkprocedés; - de bezettingsgraad van de werkruimten; - de beschikbaarheid van een interventieploeg; - de kennis, opleiding van de werknemers over de beschikbare middelen; - het materieel en het personeel waarover de openbare hulpdiensten (brandweer) beschikt; - de responstijd van de brandweer. Codex, art. III.3-16 Periodieke controle en onderhoud De beschermingsmiddelen tegen brand moeten door onderhoudsbeurten in goede staat voor gebruik worden gehouden. Verder zijn ook periodieke controles vereist. Hierbij moeten de voorschriften van de fabrikant of de installateur gevolgd worden maar de controles moeten ten minste 1 keer per jaar gebeuren. Aangezien deze controles niet moeten gebeuren door een externe dienst voor technische controle (EDTC), kan de werkgever kiezen voor een medewerker, een extern persoon of een gespecialiseerde dienst die de vereiste competenties heeft om deze controles uit te voeren. Codex, art. III.3-22 2.2.2.4 De schadelijke gevolgen van een brand beperken Het is aan de werkgever om ervoor te zorgen dat in geval van brand, de constructie van het gebouw toelaat om veilig te evacueren en dat de brandweer in alle veiligheid kan optreden. Constructievoorschriften voor gebouwen zijn verder gedetailleerd voor nieuwe gebouwen in het KB Basisnormen (KB van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen, BS 26 april 1994) en in art. 52 van het ARAB (voor alle gebouwen). 2.2.2.5 Het vergemakkelijken van de interventie van de openbare hulpdiensten Om de interventie van de openbare hulpdiensten te vergemakkelijken, moet de werkgever een interventiedossier samenstellen en dit ter beschikking houden aan de ingang van het gebouw (zie 2.2.3.2). 2.2.3 Organisatie en plannen Titel III.3 Brandpreventie schrijft de oprichting van een brandbestrijdingsdienst voor en het bijhouden van een brandpreventiedossier, met een evacuatieplan, een interventiedossier en een intern noodplan. 2.2.3.1 Oprichten van een brandbestrijdingsdienst De werkgever moet een brandbestrijdingsdienst oprichten ongeacht het aantal werknemers van de onderneming. De bedoeling hiervan is dat er minstens één iemand aanwezig is die kan optreden bij een beginnende brand. De brandbestrijdingsdienst speelt niet enkel een rol op het vlak van het blussen van een eventuele brand. De dienst heeft ook verscheidene taken toebedeeld op het vlak van voorkoming en evacuatie (zie tabel 3). De omvang en de middelen van de dienst moeten aangepast zijn aan de aanwezige risico s, het aantal personen in de onderneming, en de preventiemaatregelen. Ook de middelen waarover de openbare hulpdiensten beschikken, spelen een rol. Elementen die de werkgever moet vastleggen zijn: - het aantal werknemers dat deel uitmaakt van de dienst; - de bekwaamheden nodig voor het uitvoeren van hun taken, rekening houdend met de minimale bekwaamheden zoals vastgelegd in de bijlage III.3-1 (zie tabel 3); - de specifieke opleidingen nodig voor het verwerven van deze bekwaamheden, rekening houdend met de voorschriften opgenomen in de bijlage III.3-1 (zie tabel 3); 12 Focus op brandpreventie

- de verdeling van deze werknemers zodat het geheel van de arbeidsplaatsen gedekt is; - regels i.v.m. de uitvoering van de taken van de brandbestrijdingsdienst. De werkgever mag aanvullend een beroep doen op personen die geen deel uitmaken van het personeel van de onderneming of instelling. De werkgever legt de beschrijving van de organisatie en de taken van de brandbestrijdingsdienst vast in een document. Codex, art. III.3-7 - III.3-8 Tabel 3 Taken, vaardigheden en opleiding van de brandbestrijdingsdienst Doel Taken Vaardigheden (bijlage III.3-1) Opleiding (bijlage III.3-1) Ontstaan van brand voorkomen - situaties melden die zouden kunnen aanleiding geven tot brand - deelnemen aan de risicoanalyse en aan het opstellen van de procedures voor het noodplan Evacuatie vergemakkelijken/ Evacuatie van de aanwezigen - uitvoeren van de procedures voor waarschuwing en melding de mensen in veiligheid brengen (in afwachting van de tussenkomst van de hulpdiensten) - een snelle toegang verzekeren voor de hulpdienst en hen snel naar de plaats van de brand leiden - de situaties melden die de evacuatie kunnen bemoeilijken Bekwaam zijn om: - het belang en de beperkingen van zijn rol te identificeren en te herkennen; - de gevaren verbonden aan een brand te identificeren; - de verschillende situaties te identificeren die leiden tot evacuatie; - de verschillende evacuatietechnieken op te sommen en uit te leggen, en ze weten toe te passen in het bedrijf; - situaties die de evacuatie van personen kunnen hinderen te herkennen en te signaleren; - de evacuatiewegen te identificeren; - in geval van alarm correct te reageren; - een evacuatie snel en efficiënt uit te voeren. De opleiding betreffende de evacuatie van de aanwezigen omvat theoretische elementen en praktische oefeningen betreffende de evacuatie. Bijscholingen betreffende deze opleiding worden op regelmatige wijze georganiseerd. Een beginnende brand beheersen of blussen/ Interventie bij brand Bekwaam zijn om: - het belang en de beperkingen van zijn opdracht te identificeren en te herkennen; - de aard van het vuur te begrijpen en de wijze van voortplanting ervan; - de gevaren verbonden aan een brand te identificeren; - het nut van de brandprocedures te begrijpen; - de beschermingsmiddelen tegen brand te identificeren en correct te gebruiken; - in geval van waarschuwing en in geval van alarm correct te reageren; - op een veilige wijze elk begin van brand te bestrijden; - situaties die een brandrisico kunnen creëren te herkennen en te signaleren. De opleiding betreffende de interventie bij brand omvat theoretische en praktische elementen, onder andere, praktische oefeningen in het gebruik van de beschermingsmiddelen tegen brand volgens interventiescenario s. Bijscholingen betreffende deze opleiding worden op regelmatige wijze georganiseerd. Focus op brandpreventie 13

2.2.3.2 Brandpreventiedossier De werkgever moet alle informatie over brandpreventie bijhouden en samenbrengen in een dossier: het brandpreventiedossier. Dit dossier geeft de werkgever, de preventieadviseur, de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk, de arbeidsinspectie en de hulpdiensten een overzicht van het brandpreventiebeleid van de onderneming. Het dossier wordt steeds actueel gehouden en staat ter beschikking van het comité, van de inspectie van de openbare hulpdiensten. In het brandpreventiedossier zit ook het interventiedossier, het evacuatieplan en het intern noodplan. Interventiedossier Het interventiedossier bevat alle informatie die de tussenkomst van de hulpdiensten moet vergemakkelijken. Dit interventiedossier moet zich aan de ingang van het gebouw bevinden. Evacuatieplan De werkgever hangt aan de ingang van het gebouw en per niveau een evacuatieplan op. Het wordt uitgewerkt in samenspraak met de preventieadviseur en voorgelegd aan het comité. Intern noodplan De werkgever moet geschreven procedures opstellen voor de uitvoering van zijn brandpreventiebeleid. Dit zijn procedures voor de brandbestrijdingsdienst, evacuatie, evacuatieoefeningen, het gebruik van de beschermingsmiddelen tegen brand, informatie en opleiding van de werknemer. Voor deze procedures is het advies van het comité vereist en de interne preventieadviseur ondertekent de procedures voor gezien. Kader 4 - Inhoud van het brandpreventiedossier m.i.b. van het intern noodplan, het evacuatieplan en het interventiedossier 1 - document met de resultaten van de risicoanalyse en de preventiemaatregelen 2 - document dat de organisatie van de brandbestrijdingsdienst beschrijft 3 - de procedures opgemaakt ifv nood en evacuatie (intern noodplan); schriftelijke procedures voor: * de uitvoering van de taken toevertrouwd aan de brandbestrijdingsdienst; * de evacuatie van personen; * de evacuatieoefeningen; * het gebruik van de beschermingsmiddelen tegen brand; * de informatie en de opleiding van de werknemers. 4 - het evacuatieplan; dit omvat: * de indeling en de bestemming van de lokalen, de situering van de compartimentsgrenzen; * de ligging van de lokalen met een verhoogd gevaar voor brand; * de ligging van de uitgangen, nooduitgangen en verzamelplaatsen; 5 - het interventiedossier: * het evacuatieplan (zie pt. 4); * de lijst van brandbestrijdingsmiddelen (zie pt. 7); * de informatie overgemaakt aan de openbare hulpdiensten (zie pt. 11); * de locatie van de elektrische installaties; * de locatie en de werking van de sluitkranen van de gebruikte fluïda; * de locatie en de werking van de ventilatiesystemen; * de locatie van de branddetectiecentrale. 6 - de verslagen van de evacuatieoefeningen 7 - een lijst van de beschermingsmiddelen tegen brand die beschikbaar zijn op de arbeidsplaats en hun situering op een plan 8 - de data van de controles en de onderhoudsbeurten van de beschermingsmiddelen tegen brand, van de gas-, verwarmings- en airconditioningsinstallaties en van de elektrische installaties evenals de vaststellingen gedaan tijdens deze controles 9 - de lijst van eventuele individuele afwijkingen die aan de werkgever werden verleend op basis van ARAB artikel 52 10 - de adviezen van de preventieadviseur, de arbeidsgeneesheer, het comité, de openbare hulpdienst 11 - de informatie overgemaakt op vraag van de openbare hulpdiensten i.f.v. noodplanning Codex, art. III.3-24 14 Focus op brandpreventie

2.2.4 Opleiding en informatie van werknemers Elke werknemer moet over de kennis en/of de vaardigheid beschikken om: - gedrag te vermijden dat de oorzaak van brand zou kunnen zijn; - de preventiemaatregelen uit te voeren die voor hem van toepassing zijn; - elke situatie te melden die een brandgevaar vormt; - een brandwaarschuwing te geven; - de waarschuwings- en alarmsignalen te begrijpen; - in correcte omstandigheden en volgens de procedures te evacueren De werkgever moet minstens één keer per jaar een evacuatieoefening organiseren. Codex, art. III.3-25 - III.3-26 2.2.5 Rol van het comité en de preventieadviseur Titel III.3 Brandpreventie vermeldt verscheidene punten waarvoor expliciet het advies gevraagd moet worden aan het comité voor preventie en bescherming op het werk. Indien er geen comité is in de onderneming, dan wordt deze rol vervuld door de ondernemingsraad, de vakbondsafvaardiging of rechtstreekse participatie naar gelang de situatie. Ook de preventieadviseur speelt een belangrijke rol. Verscheidene aspecten moeten in samenspraak met de preventieadviseur gebeuren. Brandbestrijdingsmiddelen zijn gelijkgesteld met collectieve beschermingsmiddelen en dat houdt in dat de procedure van de drie groene lichten van toepassing is. De preventieadviseur komt tussen bij de bestelling, bij de levering en bij de indienststelling. Tabel 4 geeft een overzicht. Tabel 4 Rol van het Comité en de preventieadviseur Onderwerp Comité Preventieadviseur Referentie uit titel III.3 Brandpreventie Risicoanalyse en preventiemaatregelen Organisatie van de brandbestrijdingsdienst Document voorleggen voor advies - Art. III.3-5. De resultaten van de risicoanalyse en de preventiemaatregelen worden opgenomen in een document dat voorgelegd wordt voor advies aan het Comité. Advies Advies Art. III.3-8. (...) Voor de organisatie van de brandbestrijdingsdienst vraagt de werkgever het advies van de preventieadviseur arbeidsveiligheid en van het Comité en raadpleegt hij, in voorkomend geval, de bevoegde openbare hulpdienst. Evacuatieplan Advies Samenwerken aan de uitwerking Brandbestrijdingsmiddelen Periodiek onderhoud Betrekken bij de keuze Ter beschikking houden Procedure van de 3 groene lichten Procedures brandpreventie Advies Advies Ondertekenen voor gezien Brandpreventiedossier Werkzaamheden door aannemers Ter beschikking houden Art. III.3-13. De werkgever hangt aan de ingang van het gebouw en per niveau een evacuatieplan op. Het evacuatieplan en zijn wijzigingen worden uitgewerkt in samenwerking met de preventieadviseur arbeidsveiligheid en worden voorgelegd voor advies aan het Comité. Art. III.3-15. ( ) de werkgever (past) de artikelen artikelen IX.1-2 tot IX.1-18, wanneer hij de beschermingsmiddelen tegen brand evalueert, kiest, aankoopt, gebruikt en installeert, zelfs indien deze middelen niet beantwoorden aan de definitie van collectieve beschermingsmiddelen. Art. III.3-16. De werkgever betrekt het Comité bij de evaluatie en de keuze van de beschermingsmiddelen tegen brand - Art. III.3-22. 3. De data van de controles en onderhoudsbeurten bedoeld in dit artikel, en de vaststellingen die er gedaan werden, moeten bewaard worden en ter beschikking gehouden van het Comité en van de met het toezicht belaste ambtenaren. Art. III.3-23. Voor het opstellen van deze procedures vraagt de werkgever het advies van de preventieadviseur arbeidsveiligheid en van het Comité. Deze procedures worden voor gezien getekend door de preventieadviseur belast met de leiding van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, of in voorkomend geval, van de afdeling van de interne dienst. - Art. III.3-24. Dit dossier wordt bijgewerkt. Het wordt ter beschikking gehouden van het Comité, van de met het toezicht belaste ambtenaren en van de openbare hulpdiensten. - Ondertekenen document met voorafgaande toestemming in geval van werken met verhoogd risico Art. III.3-28. ( ) De voorafgaande toestemming van de werkgever wordt opgenomen in een document ( ) Het document wordt ondertekend door de werkgever, zijn preventieadviseur arbeidsveiligheid en de aannemer, of in voorkomend geval de onderaannemer, die een afschrift ontvangt. Focus op brandpreventie 15

3 Bijkomende informatie 3.1 Literatuurreferenties - Het KB brandpreventie is verschenen!, preventactua, 8/2014 - Artikel 52 ARAB is (bijna) verdwenen, preventactua, 9/2014 - Op de markt brengen van bouwproducten, preventactua, 10/2011 - Brandrisicoanalysemethodes geanalyseerd, preventfocus, 9/2015 - Controle en onderhoud van beschermingsmiddelen tegen brand, preventactua, 14/2016 3.2 Websites http://www.werk.belgie.be Pagina over brandpreventie op de arbeidsplaatsen op de website van de Federale Overheidsdienst voor Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die de belangrijkste aspecten van de codex, titel III.3 Brandpreventie samenbrengt. Prevent - INNI publishers 16 Focus op brandpreventie