Gebruikershandleiding

Vergelijkbare documenten
FP400-serie. Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen. Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Syncro AS. Analoge Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding. Man V1.0NL

GE Security. FEP/FER700-serie brandmeldpanelen en herhaalpanelen Gebruikershandleiding

Syncro. Multi-loop Analoog adresseerbaar Brandmeldpaneel. Gebruikershandleiding. Issue 27 Feb fnv1.1. Product Manuals/Man-1057 Syncro User

Gebruikershandleiding

ELVA Security

Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54

Gebruikershandleiding. Bedienpaneel MINI-REP

Gebruikershandleiding


InteGra Gebruikershandleiding 1

Beknopte handleiding NF3000 INHOUDSOPGAVE

FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com

Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54

FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com

6100 DIGITALE 1-RINGLUS BRANDMELDCENTRALE

Brandmeldcentrale CSP-204 CSP-208 Bedieningshandleiding

Gebruikershandleiding

Verkorte Gebruiker Handleiding

Gebruikershandleiding FP200/EP200

NF2000 Beknopte gebruikershandleiding. Version V0102

VERKORTE HANDLEIDING FPA5000

ZX1e ZX2e ZX5e. Document Nr Versie 01 Bedienings- handleiding

Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding

NetworX NX Gebruikershandleiding voor NetworX beveiligingscentrales

Toonaangevend in veiligheid. Detect De juiste mensen op de juiste plek

BEDIENINGSINSTRUCTIES

Gebruikershandleiding

Galaxy Dimension TOUCHCENTER Handleiding gebruiker

SmartLoop Analoge brandmeldcentrale Gebruikershandleiding EN 54-2 EN 54-4

BEDIENINGSINSTRUCTIE BLUSCENTRALE TYPE 8010

Bedieningshandleiding FC 1008 E

INT-KSG Bediendeel Verkorte Gebruikershandleiding

NPS-16 Burenalarmeringssysteem

Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c SC Putten - Tel : info@lagarde.nl

GEBRUIKERSHANDLEIDING. BSX20E / 40E / 80E / 160E Brandmeldcentrale & BSX-E Nevenbediendeel

Gebruikershandleiding. Advisor Advanced

GEBRUIKERSHANDLEIDING

SmartLine. Conventionele Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding

COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN

Conventionele Brandmeldcentrale ALPHA 4/8/12

GEBRUIKERSHANDLEIDING. BSX40E / 80E / 160E Centrale & BSX-E Nevenbediendeel

Bediendeel Verkorte Gebruikershandleiding

Bedieningshandleiding voor de Exocompact Display

TEXECOM Vocale Telefoonkiezer Installatie- & programmatiehandleiding

Display keypad. Gebruikshandleiding 11/09-01 PC

Bedieningshandleiding voor de 2X-F Seriesbrandmeldcentrale

BRANDMELDCENTRALE TYPE BMC 80

BLUSCENTRALE TYPE BMC 8010

HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER

InteGra Gebruikershandleiding 1 INHOUD 1. ALGEMEEN DE INTEGRA INBRAAKCENTRALE LCD BEDIENDEEL Display Toetsen...

HANDLEIDING MASTER ADVANCED. Enkel systeem. VAREL ALARM Tel:

Personal tag. Personal tag. Drukknop of bewegingsdetector. TABEL 2 Samenvatting van de Programmeerfuncties

CS series LED-gebruikersgids

ADVISOR ADVANCED GEBRUIKERSHANDLEIDING ATS1000A ATS2000A

Gebruikers handleiding. Voor gebruik met ProSys 16, ProSys 40, en ProSys 128

Gebruikershandleiding

NP GEBRUIKERS HANDLEIDING BRANDMELDCENTRALE BMC-708

Brandmeldcentrale BMC-V

SPCE120 Indication Expander Gebruikershandleiding

DA-SYSTEMS 6/14- COM. Gebruikershandleiding

AN0021-NL. Een trigger- en actieregel maken. Overzicht. Een Trigger- en actieregel creëren

VERSA / VERSA Plus Verkorte gebruikershandleiding

Integratie van Net2 met een inbraakalarmsysteem

EENVOUDIGE GEBRUIKER HANDLEIDING

Ref: HANDLEIDING VAREL RLS. Enkel systeem. VAREL ALARM Tel:

Een Net2 Entry Monitor configureren

Geeft een storingstoestand aan Het systeem of partitie is uitgeschakeld. Opmerking:

Gebruikershandleiding

ATS Advanced gebruikershandleiding

GEBRUIKERSHANDLEIDING. Penta 5000 Brandmeldsysteem

BE 1000 Brand BEDIENINGS INSTRUCTIE INHOUDSOPGAVE A3

Invoerder met toetsenbord met display HC/HS/HD/L/N/NT4608 Gebruikshandleiding

NX-1048-W. Installatiehandleiding (15/04/2009 V1.0)

GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7

GEBRUIKERSHANDLEIDING. Penta 5000 Brandmeldsysteem

Bedieningshandleiding voor het extern Regin Display

Gebruikershandleiding Integra

Montagevoorschriften

Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier

Gebruikershandleiding

AN0033-NL. Hoe voeg ik een brandalarm toe aan Paxton10. Overzicht. Een brandmeld apparaat creëren

Gebruikershandleiding. Trigion Home Security

Bediening (kort) FC361 Brandmeldcentrale

GALAXY 16 & 16+ GEBRUIKERSHANDLEIDING MK 6. versie 4 oktober

Gebruikershandleiding Zerowire

AlphaVision 96. Gebruikershandleiding. Alphatronics B.V.

Document Nr Issue 5. Gebruikers Handleiding

Gebruikershandleiding Ruimtebedienapparaat Webbased regelaar

AlphaVision 16. Gebruikershandleiding. Alphatronics b.v.

Het Keypad (met segmenten)

Gebruikershandleiding

BRANDMELDCENTRALE TYPE 8000X

Sigma CP K and Sigma CP T series

Bedieningshandleiding FC10 FC10-02 A FC10-04 A FC10-08 A FC10-12 A. Fire & Security Products. Siemens Building Technologies

Bediening (kort) FC20xx Brandmeldcentrale FT2040 Brandmeldterminal. ALARM-Afhandeling met vertraagde doormelding (AVC) R 7. 5 Brandlokatie zoeken

INTEGRA / INTEGRA Plus Verkorte gebruikershandleiding

Bedieningshandleiding FC 10/4 1zone

ZX-E Morley-IAS Brandmeldcentrales

Transcriptie:

Gebruikershandleiding KSA700 reeks Compleet Gebruikersmenu Puurs

KILSEN KSA700 reeks Analoog adresseerbare brandmeldcentrale Gebruikershandleiding

INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave... 3 1 Inleiding... 4 1.1 Algemene beschrijving... 4 1.2 Veiligheidsmaatregelen en -waarschuwingen... 4 2 Het frontpaneel... 5 2.1 Overzicht van het frontpaneel... 5 2.2 Functies van het toetsenbord... 6 2.2.1 Toetsen... 6 2.2.2 Toetsenbord... 6 2.2.3 Indicatie-LED's... 6 2.3 Toegangsniveaus en wachtwoorden... 7 3 Het gebruikersmenu... 8 3.1 Inleiding en toegang tot het menu... 8 3.2 Het hoofdmenu... 8 3.2.1 Configureren... 8 3.2.2 Test... 9 3.2.3 Tijd... 9 3.2.4 Inschakelen / Uitschakelen... 9 3.2.5 Afdrukken... 13 3.2.6 Bekijken... 13 4 Wat moet u doen bij een alarm of storing?... 15 5 Onderhoud... 16 5.1 Door de gebruiker... 16 5.2 Door het onderhoudsbedrijf... 16 6 Bijlagen... 17 6.1 Bijlage 1: Van toepassing zijnde normen... 17

1 INLEIDING Deze brandmeldcentrale is ontworpen en gefabriceerd in overeenstemming met de EN54-2 en EN54-4 1997-normen. Dit is een gedetailleerde handleiding voor het correcte gebruik van het systeem. We raden aan om de handleiding zorgvuldig te bestuderen voordat u het toestel in gebruik neemt, om mogelijke problemen en ongevallen te voorkomen. 1.1 Algemene beschrijving Deze brandmeldcentrale werd ontworpen met het oog op een hoge mate van betrouwbaarheid en gebruiksgemak. De lusstructuur van het toestel zorgt voor een flexibele systeemconfiguratie. Naast de standaard lusuitgangen beschikt de brandmeldcentrale over: twee seriële poorten en/of RS485); twee gecontroleerde signaalgeveruitgangen; twee potentiaalvrije contactrelais; een extra 24 VDC-uitgang. Via de RS232-poort kan er een PC, externe printer, modem, GSM-modem of Ethernetnetwerkaansluitingsmodule op het brandmeldpaneel worden aangesloten. Deze mogelijkheid ondersteunt communicatie over korte afstand, tot 15 meter. De RS485-poort ondersteunt communicatie over een afstand tot 1,2 km en maakt het mogelijk een netwerk te realiseren van onderling verbonden brandmeldcentrales en herhaalborden. De brandmeldcentrale KSA700 is verkrijgbaar in een versie met één en twee lussen. 1.2 Veiligheidsmaatregelen en -waarschuwingen De juiste methode voor het aansluiten van de voeding op de centrale is: Eerst aansluiten op het elektriciteitsnet (110 VAC of 230 VAC). Vervolgens de accu's aansluiten. Het niet navolgen van deze aanbeveling kan schade aan het systeem veroorzaken.

2 HET FRONTPANEEL 2.1 Overzicht van het frontpaneel 1. LCD 2. Navigatie- en Enter- ( ) toetsen 3. Alfanumeriek toetsenbord 4. Menu afsluiten 5. Wisseltoets 6. Sleuven voor taalkaarten 7. Aardingfout LED 8. Relais uitgeschakeld LED 9. Signaalgeververtraging LED 10. Storing signaalgever / Signaalgever stop LED 11. Storing systeem LED 12. Voedingsstoring LED 13. Uit bedrijf LED 14. Stop zoemertoets / LED 15. Signaalgevers stop toets / LED 16. Evacuatietoets / LED 17. Herstel-toets 18. Signaalgevers aan-toets / LED 19. Test LED 20. Gedeelte uit LED 21. Storing LED 22. Brand LED 23. in bedrijf LED 24. Storing / Uitgeschakeld / Test zone LED 25. Brand zone LED

2.2 Functies van het toetsenbord 2.2.1 Toetsen De belangrijkste toetsen op de centrale zijn: 2.2.2 Toetsenbord Toets Signaalgevers aan Signaalgevers uit Stop zoemer Herstel Evacuatie 2.2.3 Indicatie-LED's Beschrijving Activeert alle signaalgevers. Schakelt het geluid van alle signaalgevers uit. Stopt de interne zoemer terwijl een gebeurtenis of storing wordt onderzocht. Herstelt het systeem. U kunt het alfanumerieke toetsenbord gebruiken voor: Invoeren van tekst en nummers. Selecteren van menuopties met de toets *. Schakelt de alarmstatus van het systeem in zodat alle signaalgevers en andere geprogrammeerde taken voor de relaisuitgangen worden vrijgegeven. Annuleren van een bewerking en sluiten van het huidige menu met behulp van de toets #. Bevestigen van de invoer met de toets. Bladeren door de alarmmeldingen op het scherm met behulp van de pijltjes omhoog en omlaag. Bladeren voor numerieke waarden met behulp van de pijltjes links en rechts. De belangrijkste indicatie-led's op de centrale zijn: Toets In bedrijf Brand Storing Beschrijving Netspanning is ingeschakeld. Er werd een alarmsituatie gedetecteerd en deze wordt aangegeven met de bijbehorende zone-led. Er werd een algemene storing gedetecteerd. Gedeelte uit Test Een uitgang of apparaat is afgesloten, waardoor de installatie onvolledig is. Er kan geen volledige bescherming worden gegarandeerd. Geeft aan dat er een test wordt uitgevoerd in een bepaald gedeelte van de installatie.

Toets Storing voeding Beschrijving De brandmeldcentrale wordt niet naar behoren gevoed als gevolg van de uitval van de netspanning of een accuprobleem. Storing signaalgever / Signaalgever uit Storing systeem Relais uitgeschakeld Vertraging signaalgever Aardingfout Stop zoemer Uit bedrijf 2.3 Toegangsniveaus en wachtwoorden Er is een probleem bij een (of meer) signaalgeveruitgangen of deze is uitgeschakeld. Er is een storing in de brandmeldcentrale. Er is een relaisuitgang uitgeschakeld. Het brandmeldpaneel is niet in staat om een veiligheidsapparaat vrij te geven in geval van een potentiële risicosituatie. De brandmeldcentrale heeft een brand gesignaleerd, maar heeft de signaalgevers of relais nog niet geactiveerd omdat er een vertragingstijd werd geprogrammeerd. Er loopt stroom weg. De kabels moeten worden gecontroleerd. De interne zoemer is uitgeschakeld. De brandmeldcentrale is niet in werking. Overeenkomstig norm EN54 (1997), deel 2, is de brandmeldcentralel uit beveiligingsoverwegingen voorzien van verschillende toegangsniveaus. De configuratie- en controlemenu's kunnen alleen worden geopend indien er een geldig wachtwoord wordt ingevoerd. Niveau 1: Alle indicatie LED s zijn actief, maar er is enkel een visuele controle van de brandmeldcentrale mogelijk om te controleren of alles correct werkt. De bedieningselementen zijn geblokkeerd. Voor dit niveau is er geen wachtwoord vereist. Niveau 2: Dit niveau is voorbehouden aan de persoon of personen die verantwoordelijk is/zijn voor de juiste werking van het brandmeldsysteem. De installateur kan maximaal 10 verschillende wachtwoorden instellen. De gebruiker heeft toegang tot de bedieningselementen van de centrale en kan zones in- en uitschakelen en de tijd en datum instellen, maar kan geen wijzigingen aanbrengen in de configuratie. Er zijn nog twee extra toegangsniveaus, die bestemd zijn voor de installateur en de fabrikant.

3 HET GEBRUIKERSMENU 3.1 Inleiding en toegang tot het menu 3.2 Het hoofdmenu 3.2.1 Configureren De instructies in dit hoofdstuk hebben betrekking op niveau 2. Zie sectie 2.3 Toegangsniveaus en wachtwoorden. De LCD bevat 4 informatieregels van elk 40 tekens. Het menu is als volgt opgebouwd: 1 [HOOFDMENU] [# Exit] 3 1. Configureren 4. Inschakelen 7. Bekijken 2 2. Test 5. Uitschakelen 3. Tijd 6. Afdrukken 1. Menutitel; 2. Menuopties; 3. Gebruik de toets # om het huidige menu af te sluiten. Nadat het systeem volledig is ingesteld en alle elementen geconfigureerd zijn, wordt de volgende boodschap op het centrale weergegeven: *** *** ALLE GECONNECTEERDE ELEMENTEN ZIJN IN NORMALE STATUS 00/00/0000 00:00 U kunt het gebruikersmenu openen door op te drukken en uw wachtwoord in te geven. Nadat het wachtwoord werd ingevoerd, wordt het Hoofdmenu weergegeven. [HOOFDMENU] [# Exit] 1. Configureren 4. Inschakelen 7. Bekijken 2. Test 5. Uitschakelen 3. Tijd 6. Afdrukken De optie Configureren is niet toegankelijk voor gewone gebruikers. De configuratie mag uitsluitend worden uitgevoerd door bevoegd personeel.

3.2.2 Test Hiermee kunnen de indicatie-led's en het scherm worden getest. Kies in het Hoofdmenu de optie Test. De volgende opties worden weergegeven: 3.2.3 Tijd LED: Als deze optie wordt geselecteerd, verschijnt de boodschap Controle LED's en de brandmeldcentrale schakelt de indicatie-led's één voor één aan om te controleren of deze allemaal goed werken. LCD: Als deze optie wordt geselecteerd, test het systeem de LCD van de centrale. Zone: Als u deze optie selecteert, worden de uitgangen (alarmen) getest zonder dat het systeem handmatig hersteld hoeft te worden. Wanneer u deze optie selecteert, vraagt het systeem of de uitgangen mogen worden vrijgegeven. Indien dat het geval is, dan worden de uitgangen korte tijd geactiveerd en vervolgens automatisch uitgeschakeld. Het is ook mogelijk in te stellen welke zones moeten worden getest. Voor het testen van de uitgangen voor zone 1 tot 10 voert u de volgende waarden in: Test Zone Van Zone : [001] Naar Zone : [010] Uitgangen vrijgeven : [JA] De indicator Test LED gaat branden en op de LCD wordt een testscherm weergegeven tot de test is voltooid. Als u alle testen wilt annuleren en / of wilt terugkeren naar het voorgaande menu, drukt u op de toets #. Hiermee kunt u de instelling van de systeemtijd instellen. De standaard tijdsweergave is 24 uur. 3.2.4 Inschakelen / Uitschakelen Zones, elementen, het toetsenbord, de vertragingsmode en de relais / signaalgevers kunnen allemaal worden in- of uitgeschakeld. Klik in het Hoofdmenu op Inschakelen om een onderdeel in te schakelen. Het volgende menu wordt weergegeven: [INSCHAKELEN] 1. Zone 4. Vertraagde mode 2. Elementen 5. Relais / Signaalgevers 3. Toetsenbord [# Exit]

Klik in het Hoofdmenu op Uitschakelen om een onderdeel uit te schakelen. Het volgende menu wordt weergegeven: [UITSCHAKELEN] [# Exit] 1. Zone 4. Vertraagde modus 3.2.4.1 Zone 2. Element 5. Relais / Signaalgevers 3. Toetsenbord De volgende procedures zijn zowel van toepassing op het inschakelen als op het uitschakelen van functies van het systeem. Selecteer Inschakelen of Uitschakelen in het Hoofdmenu zoals vereist. Selecteer Zone in het menu Uitschakelen. Het systeem vraagt welke zone er moet worden uitgeschakeld. Geef de zone in die moet worden ingesteld. Uitschakelen zone nummer: [001] De brandmeldcentrale activeert de interne zoemer om te bevestigen dat er een zone werd uitgeschakeld. Druk op om de zoemer te laten stoppen. Er verschijnt een boodschap die de details van de gebeurtenis en het tijdstip waarop het plaatsvond, bevestigt. Gebeurtenis: 1 van 1 om 00:00 **ZONE UITGESCHAKELD** Paneel: 1 Zone: 1 Een uitgeschakelde zone wordt aangegeven door het uitschakelen van de corresponderende indicatie-led op de centrale. Elementen die zijn toegewezen aan een uitgeschakelde zone, worden niet gestuurd door de brandmeldcentrale, maar de uitvoersignalen (signaalgevers, relais) blijven actief.

3.2.4.2 Elementen Alle elementen van de installatie kunnen afzonderlijk worden ingeschakeld of uitgeschakeld. 3.2.4.3 Toetsenbord 3.2.4.4 Vertraagde mode Selecteer Element in het menu Uitschakelen. Het systeem vraagt om het nummer van de lus en het adres van het element. Lus: [01] Adres : [001] Voer het nummer van de lus en het adres van het element in en druk op. De LED Uitgeschakeld gaat branden. Het element kan weer worden ingeschakeld door dezelfde handeling uit te voeren in het menu Inschakelen. Signalen van een uitgeschakeld element worden niet verwerkt door de brandmeldcentrale, maar de uitvoersignalen (alarmgevers, relais) blijven actief. Het toetsenbord van de centrale kan worden uitgeschakeld voor de optie Toetsenbord te selecteren in het menu Uitschakelen. Voor het opnieuw inschakelen van het toetsenbord, moet een wachtwoord voor toegang tot niveau 2 worden ingevoerd (zie sectie 2.3 Toegangsniveaus en wachtwoorden). Er kan voor elke zone een vertragingstijd worden geprogrammeerd voor daglichturen of voor een bepaalde periode van de dag. Deze instellingen kunnen alleen worden geprogrammeerd in toegangsniveau 3 (door de installateur derhalve), maar kunnen indien nodig worden uitgeschakeld vanuit niveau 2. De vertragingsmode stelt de gebruiker in staat de oorzaak van het alarm te controleren voordat de uitgangen (relais en signaalgevers) worden geactiveerd. Wanneer deze optie wordt geselecteerd, gaan de corresponderende LED's op het frontpaneel branden. Als de brandmeldcentrale een brand signaleert en er een vertraging werd geprogrammeerd, dan wordt alleen de interne zoemer van de brandmeldcentrale geactiveerd. Door middel van het LCD-scherm en de corresponderende LED's informeert het systeem de operator over het element dat het alarm in gang heeft gezet en dat het systeem zich in de eerste fase van een vertraagd alarm bevindt. Als u op de toets Stop zoemer uit drukt, schakelt het systeem over naar de tweede fase van het vertraagd alarm. Deze fase is gewoonlijk zodanig ingesteld dat er voldoende tijd is om de oorzaak van het alarm na te gaan en eventueel passende maatregelen te nemen. Als de toets Stop zoemer uit NIET wordt ingedrukt, schakelt het systeem over naar de modus Bevestigd alarm.

De brandmeldcentrale moet worden hersteld voordat de geprogrammeerde vertragingstijd voor fase 2 is verlopen. Anders wordt een bevestigd alarm gegeven. Handbrandmelders geven altijd een bevestigd alarm. Hier is geen vertraging toegestaan. Als de Vertraagde mode geselecteerd werd, dan vraagt het systeem om het aantal dagen gedurende welke de vertraagde mode moet worden geactiveerd. Met de toets * voert u het gewenste aantal in. Op het moment dat de vertraagde modus wordt ingeschakeld, gaat de corresponderende LED branden. 3.2.4.5 Relais / Signaalgevers Als u de vertraagde mode permanent wilt inschakelen, voert u 200 dagen in. Met behulp van deze optie kunt u het systeem controleren zonder dat u de signaalgevers en uitgangen hoeft vrij te geven. Selecteer Relais / Signaalgevers in het menu Uitschakelen en selecteer het onderdeel dat moet worden uitgeschakeld in het volgende scherm. 1. Alarmgevers [Ingeschakeld] 2. Relais [Ingeschakeld] Er wordt een wachtwoord gevraagd voor het toegangsniveau dat vereist is om deze optie uit te voeren en er verschijnt een bevestigingsscherm met de details van deze gebeurtenis. Gebeurtenis: 1 van 1 om 00:00 **RELAIS UITGESCHAKELD** Paneel: 1 Als signaalgevers of relais worden uitgeschakeld, activeert de brandmeldcentrale de interne zoemer om u te waarschuwen dat uitgangen uitgeschakeld worden. De interne zoemer kan worden gestopt met behulp van de toets Stop zoemer. Uitgangen kunnen weer worden ingeschakeld door deze handeling te herhalen in het menu Inschakelen.

3.2.5 Afdrukken Met de optie Afdrukken in het Hoofdmenu kan de operator systeeminformatie afdrukken op een externe printer die op de centrale is aangesloten. 3.2.6 Bekijken [AFDRUKKEN] 1. Element 4. Uitgeschakeld 2. Log 5. Opties 3. Mode [# Exit] Elemeny: Afdrukken van de status van de elementen die zijn aangesloten op een lus en de tekst die aan elk is toegekend. Log: Het systeem registreert de gebeurtenissen, zodat er een geschiedenis beschikbaar is. Het is mogelijk om al deze gebeurtenissen of een deel ervan (bijvoorbeeld de gebeurtenissen van de voorbije week) af te drukken. Mode: De printer kan in drie modi worden gezet: Auto: Dit is de standaard- en aanbevolen modus. Voor elke systeemgebeurtenis wordt een kort rapport afgedrukt. Manueel: Alleen wat de gebruiker selecteert, wordt afgedrukt. UIT: De printer is uitgeschakeld. Uitgeschakeld: Er wordt een lijst afgedrukt van alle uitgeschakelde elementen. Opties: Hier kunt u de poort selecteren die door de printer wordt gebruikt. Met de optie Bekijken in het Hoofdmenu kan de operator de huidige status van de geselecteerde apparaten in de installatie weergeven. [BEKIJKEN] 1. Element 4. Uitgangen 2. Log 5. Uitgeschakeld [# Exit] 3. Fouten 6. Gebeurtenissen Apparaat: Hier wordt de status van één element in een lus weergegeven. Voor het bekijken van de details van het element moeten het nummer van de lus en het adres van het element worden ingevoerd. Lus: [01] Zone: [01] Adres: [001] Type: Zone: Punt: Analoge waarde: Log: Hiermee kan de operator een lijst laten weergeven van de gebeurtenissen die het systeem heeft geregistreerd. U kunt bladeren met de toetsen links / rechts op het toetsenbord. Fouten: Hiermee kunt u de huidige fouten in het systeem weergeven.

Uitgangen: Hiermee kunt u de status weergeven van de signaalgevers en relais. Druk op Enter of om van de ene uitgang naar de volgende te springen. Beschikbare details: Of een uitgang is ingeschakeld of uitgeschakeld (AAN/UIT). Of een alarmsituatie is opgetreden (gebeurtenis 1). Of een alarmsituatie is opgetreden na een vertraging (gebeurtenis 2). Relais Status Gebeurtenis 1 Gebeurtenis 2 1 AAN 000 000 Als de toets Signaalgevers stop wordt ingedrukt voordat de uitgangen worden gecontroleerd, worden alle signaalgevers weergegeven als UIT. Uitgeschakeld: Hiermee kan de operator bekijken welke zones en elementen zijn uitgeschakeld. Er zijn twee opties: Zones: om te controleren welke zones geheel of gedeeltelijk zijn uitgeschakeld. Elementen: om te kijken welke melders zijn uitgeschakeld in de volledige installatie. Gebeurtenissen: Hiermee kunt u alle gebeurtenissen bekijken die door het systeem zijn geregistreerd. Elke gebeurtenis wordt aangeduid met een nummer (tussen 1 en 999).

4 WAT MOET U DOEN BIJ EEN ALARM OF STORING? Lees de volgende punten zorgvuldig. De operator moet vertrouwd zijn met het brandmeldsysteem en de indicatie-led's op de centrale om efficiënt op een alarmsituatie te kunnen reageren. 1. BLIJF KALM In een alarmsituatie activeert de brandmeldcentrale de signaalgevers. Het is essentieel om op dat moment kalm te blijven zodat de juiste beslissingen kunnen worden genomen en de juiste procedures kunnen worden gevolgd. 2. DRUK OP EEN TOETS EN VOER HET GEBRUIKERSWACHTWOORD IN In een alarmsituatie kunt u het toetsenbord met een willekeurige toets activeren. Er wordt een wachtwoord gevraagd voor het toegangsniveau. 3. STOP DE INTERNE ZOEMER Stop de interne zoemer met de toets Stop zoemer. Het uitschakelen van de signaalgevers kan eveneens bijdragen tot betere omstandigheden voor het beoordelen van de situatie in geval van een mogelijke brand (de signaalgevers worden na enige tijd automatisch weer ingeschakeld als de brandmelding niet wordt hersteld). De oorzaak van het alarm werd nog niet vastgesteld. 4. BEPAAL DE OORZAAK De indicatie-led's op de centrale kunnen u helpen bij het bepalen van de oorzaak van het gebeurtenis dat het huidige alarm heeft geactiveerd (vb. brand, storing, enz.). 5. ONDERNEEM ACTIE Indien de alarmsituatie wordt bevestigd, dan volgt u de procedures voor noodgevallen die voor uw vestiging werden vastgesteld. 6. SYSTEEMHERSTEL Herstel het systeem nadat alle gebeurtenissen zijn opgelost.

5 ONDERHOUD 5.1 Door de gebruiker Onderhoudsmaatregelen die worden aanbevolen in EN54-14, NEN2654 en andere toepasselijke voorschriften en wetten van de plaatselijke overheden moeten nageleefd. Dagelijks: De centrale moet een normale werking aangeven. Eventuele storingen moeten in het register worden genoteerd en het onderhoudsbedrijf moet worden gebeld. Controleer of alle eerder genoteerde storingen werden verholpen. Maandelijks: Ten minste één handbrandmelder of automatische melder moet geactiveerd worden om de centrale en de verbonden alarmapparaten te testen. Het valt aan te bevelen elke maand een andere zone te testen. Eventuele defecten moeten worden genoteerd in het register en zo snel mogelijk worden verholpen. Batterijen: De batterijen moeten zo nu en dan worden vervangen, volgens de aanbevelingen van de fabrikant. De levensduur van een batterij is 4 jaar. Vermijd dat de batterijen helemaal leeg worden. Reinigen: De buitenzijde van de centrale moet worden gereinigd met behulp van een vochtige doek. Gebruik geen oplosmiddelen of vloeistoffen. 5.2 Door het onderhoudsbedrijf Driemaandelijks: Controleer de vermeldingen in het register dat ter plaatse wordt bijgehouden en het logboek van de centrale. Tref, indien nodig, de vereiste corrigerende maatregelen. Controleer alle accuaansluitingen en de accuspanning. Controleer in elke zone de brandalarm-, storings- en andere functies van de stuur- en meldapparatuur. Inspecteer de stuur- en meldapparatuur om te zien of er sprake is van een eventuele vochtigheidstoename of enige andere verslechtering. Controleer of er structurele veranderingen zijn aangebracht die de goede werking van de detectoren, handbrandmeldpunten of signaalgevers kunnen beïnvloeden. Elk defect moet worden opgetekend in het register dat ter plaatse wordt bijgehouden en er moeten zo snel mogelijk corrigerende maatregelen worden genomen. Jaarlijks: Plaats de centrale in Test en controleer de configuratie van het systeem. Controleer of alle melders en handbrandmeldpunten werken volgens de aanbevelingen van de fabrikant en de geprogrammeerde instellingen. Voer een visuele inspectie van alle apparatuuraansluitingen uit en controleer of deze goed bevestigd zijn, of ze niet beschadigd en goed beschermd zijn. Controleer en test alle batterijen. Elk defect moet worden opgetekend in het register dat ter plaatse wordt bijgehouden en er moeten zo snel mogelijk corrigerende maatregelen worden genomen.

6 BIJLAGEN 6.1 Bijlage 1: Van toepassing zijnde normen Deze brandmeldcentrale is ontworpen en in overeenstemming met de normen EN54-2 en EN54-4 1997. EN54-2 bevat elementaire en optionele vereisten. De optionele vereisten die voorzien zijn: Onderwerp Hoofdstuk Naam Aanduiding 8.4 Totale uitval van de stroomtoevoer Bedieningselementen 7.12 Coïncidentiedetectie 7.11 Uitgangsvertraging 9.5 Uitgangen 7.8 Bijkomende functies niet vereist in EN54-2/4 10 Teststatus Afsluiting van een adresseerbare melder Uitgang voor brandalarmapparaat Naast de verplichte en optionele functies die worden beschreven in EN54-2/4 zijn in deze centrale de volgende functies toegepast die niet worden voorgeschreven door de norm. Opties voor automatisch zoeken. Toewijzing van tien wachtwoorden voor niveau 2. Mogelijkheid om per zone logische gebeurtenissen, algemene gebeurtenissen, enzovoort te configureren. RS485-uitgangen. RS232-uitgangen. Automatisch opzoeken van seriële poorten. Uitgave van melders vanuit de centrale. Uitgave van zones vanuit de centrale. Uitgave van manoeuvres vanuit de centrale. Registratie van gebeurtenissen en een geschiedenisbestand. Taalselectie.