Gebruikershandleiding FP200/EP200
|
|
|
- Jeroen de Haan
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 FP200/EP200 Juni 2014 Wijzigingen voorbehouden Copyright Chubb Fire & Security 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, op elektronische of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Chubb Fire & Security B.V.
2 Pagina 2 van 34
3 Introductie Deze handleiding is bedoeld voor gebruikers van de brandmeld- en ontruimcentrale FP200/EP200. Deze brandmeld- en ontruimcentrale detecteert en signaleert branden of beginnende branden en is daarom continu in bedrijf. Een brandmeld- ontruimingssysteem is dan ook geen installatie die u dagelijks moet bedienen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld inbraaksignalerings- en toegangverleningsystemen. In de volgende situaties krijgt u met de brandmeldcentrale te maken: Bij brand Bij ontruiming Bij storing Bij tests Bij het in-/uitschakelen van delen van de brandmeld-/ontruimingsinstallatie Hoewel u in bovenstaande gevallen vrijwel altijd een beroep zult moeten doen op de brandweer en/of Chubb Fire & Security, fungeert deze handleiding als een leidraad bij het opvolgen van instructies. Deze handleiding is niet bedoeld als beschrijving van de totale brandmeld-/ontruimingsinstallatie, maar beperkt zich tot de bediening van de functies die op de centrale beschikbaar zijn. Enkele beschreven functies van het systeem zijn door lokale verordeningen mogelijk beperkt. Verder kunnen er beperkingen zijn omdat voor uw situatie niet alle functies benodigd zijn. Dit document is met grote zorg samengesteld en afgestemd op de Nederlandse wetgeving volgens de NEN-norm. Bewaar deze handleiding op een vaste, goed bereikbare plaats, zodat alle personen die verantwoordelijk zijn voor de alarmorganisatie, de tekst op elk moment kunnen raadplegen. Amsterdam, juni 2014 F.A.A. Meijlink Chubb Fire & Security Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 3 van 34
4 Inhoudsopgave Introductie Belangrijke informatie Aansprakelijkheidsbeperking Adviserende berichten Inleiding Firmwarecompatibiliteit Productenreeks Functionaliteit herhaalpaneel Bediening en indicatie van doormelding en besturingsapparaat Productoverzicht Gebruikersinterface Configuratie opties Bedieningselementen en indicatie-led's op het voorpaneel Algemene bedieningselementen en indicatie-led's Bedieningselementen en indicatie-led's voor evacuatiecentrales Tabel 4: Bedieningselementen en indicatie-led's voor evacuatiecentrales Indicaties voor signaalgevers, doormelding en besturingsapparaat LCD-bediening en indicatoren Pictogrammen op de LCD Indicatie van externe en lokale gebeurtenissen op de LCD Geluidssignalen Condities Statusmeldingen Standby Brandalarm Evacuatie Storing Uitschakeling Test Accuspanning te laag Bediening van de centrale Gebruikersniveau s Algemeen Operator Beperkte gebruikersniveau s Bedieningshandelingen en procedures De functieknoppen en de jog-draaiknop gebruiken Configuratie opties Algemeen niveaubewerking De zoemer uitschakelen Een geactiveerde signaalgeververtraging annuleren De vertraging voor een geactiveerde signaalgever, doormelding of besturingsapparaat annuleren Evacuatiesignaalgevers starten Actuele gebeurtenissen doorgeven Ondersteuningsinformatie weergeven Operator-niveau bewerking Het hoofdmenu Pagina 4 van 34
5 FP200/EP De centrale herstellen Signaalgevers handmatig starten Signaalgevers stoppen of gestopte signaalgevers opnieuw starten Indien de knop Signaalgevers Aan/Stop is uitgeschakeld Handmatig evacuatiesignaalgevers stoppen Een eerder geconfigureerde vertraging voor signaalgevers, doormelding en besturingsapparaat inschakelen of uitschakelen Rapporten weergeven Uw wachtwoord wijzigen Een LED- en zoemertest uitvoeren Een toetsenbordtest uitvoeren Een LCD-test uitvoeren De alarmteller weergeven Onderhoud Driemaandelijks onderhoud Jaarlijks onderhoud Reinigen Menustructuur Regelgeving Europese normen voor brandcontrole- en brandmeldapparatuur Europese regelgeving voor de constructie van producten EN Europese compatibiliteitsevaluatie van systeemonderdelen Aantekeningen Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 5 van 34
6 1 Belangrijke informatie 1.1. Aansprakelijkheidsbeperking In overeenstemming met de toepasbare wetgeving zal Chubb Fire & Security in geen geval aansprakelijk zijn voor enige winstderving of verlies van zakelijke mogelijkheden, verlies van gebruik, bedrijfsonderbreking, verlies van gegevens, of enige andere indirecte, bijzondere, incidentele of gevolgschade hetzij op basis van contract, onrechtmatige daden, productaansprakelijkheid, of anderszins. Omdat in sommige rechtsgebieden de uitsluiting of beperking van incidentele of gevolgschade niet toelaatbaar is, geldt de bovenstaande beperking mogelijk niet voor u. In elk geval zal de totale aansprakelijkheid van Chubb Fire & Security nooit hoger zijn dan de aanschafprijs van het product. De voorgaande beperking is geldig voor zover dit door de toepasselijke wetgeving is toegestaan, ongeacht of Chubb Fire & Security op de hoogste is gesteld van de mogelijkheid van zulke schade en ongeacht of eventuele remedies niet voldoen aan hun oorspronkelijke opzet. U bent verplicht het apparaat volgens deze handleiding, de toepasbare codes en de instructies van de bevoegde juridische autoriteiten te installeren. Hoewel tijdens het voorbereiden van deze handleiding alle voorzorgsmaatregelen zijn genomen om een nauwkeurige inhoud te garanderen, aanvaardt Chubb Fire & Security geen enkele verantwoordelijkheid voor fouten of weglatingen Adviserende berichten Adviserende berichten waarschuwen u voor condities of praktijken die ongewenste gevolgen kunnen hebben. De adviserende berichten die in dit document worden gebruikt, worden hieronder beschreven. WAARSCHUWING: Waarschuwingsberichten adviseren u over gevaren die zouden kunnen leiden tot verwondingen of dodelijk letsel. Ze geven aan welke acties u moet nemen of vermijden om verwondingen of dodelijk letsel te voorkomen. Let op: Let op-berichten adviseren u over mogelijke schade aan apparatuur. Ze geven aan welke acties u moet nemen of vermijden om de schade te voorkomen. Opmerking: Opmerkingen adviseren u over het mogelijke verlies van tijd of inspanning. Ze geven aan hoe u dit verlies kunt voorkomen. Opmerkingen worden ook gebruikt voor het geven van belangrijke informatie die u moet lezen. Pagina 6 van 34
7 FP200/EP200 2 Inleiding Dit is de bedieningshandleiding voor de FP200 Series brandalarm-, herhaal- en evacuatiecentrales. Lees deze instructies en alle verwante documentatie volledig door voordat u dit product in gebruik neemt Firmwarecompatibiliteit Dit document bevat informatie over centrales met firmwareversie 3.0 of hoger. Dit document mag niet worden gebruikt als bedieningshandleiding voor centrales met een oudere firmwareversie. Raadpleeg het versierapport in het menu Rapporten om de firmwareversie van uw centrale te controleren. Zie Rapporten weergeven op pagina 28 voor meer informatie Productenreeks De serie bevat de onderstaande brandalarm-, herhaal- en evacuatiecentrales. Tabel 1: Brandalarm-, herhaal- en evacuatiecentrales Model EP201(-S) EP202(-S) ERP200(-S) FP201(-S) FP202(-S) FP202P FRP202(-S) Beschrijving Adresseerbare brandmeld- en evacuatiecentrale met één lus Adresseerbare brandmeld- en evacuatiecentrale met twee lussen Adresseerbaar herhaalpaneel voor brandmeld- en evacuatiealarm Adresseerbare brandmeldcentrale met één lus met doormelding en besturingsapparaat Adresseerbare brandmeldcentrale met twee lussen met doormelding en besturingsapparaat Adresseerbare brandmeldcentrale met twee lussen met doormelding en besturingsapparaat en interne printer Adresseerbaar brandalarm herhaal paneel met doormelding en besturingsapparaat [1] (-S) geeft aan dat modellen met een grote en kleine behuizing beschikbaar zijn Functionaliteit herhaalpaneel Alle centrales in een brandmeldnetwerk kunnen worden geconfigureerd voor herhaal paneel functionaliteit, vooropgesteld dat er een netwerkkaart is geïnstalleerd. Neem contact op met uw installatie- of onderhoudsbedrijf voor meer informatie over deze functie 2.4. Bediening en indicatie van doormelding en besturingsapparaat In dit document geldt informatie over de bediening en indicatie van doormelding en besturingsapparaat alleen voor centrales die beschikken over de genoemde functionaliteit. Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 7 van 34
8 3 Productoverzicht Dit onderwerp biedt een inleiding voor de gebruikersinterface van de centrale, de LCD, de bedieningselementen en de indicatie-led's. Zie Bedieningselementen en indicatie-led's op het voorpaneel op pagina 10 voor een gedetailleerd overzicht van de bedieningselementen en indicatie-led's op het voorpaneel Gebruikersinterface Afbeelding 1: De interface van de brandmeldcentrale (met bediening voor doormelding en besturingsapparaat) 1. Indicatie-LED Voeding 2. Indicatie-LED Algemene test 3. Indicatie-LED Algemeen uit 4. Indicatie-LED Algemene storing 5. Indicatie-LED Alarm 6. LCD 7. Knop en indicatie-led Signaalgevers vertraging 8. Indicatie-LED Signaalgevers Storing/Uit/Test 9. Gereserveerd voor toekomstig gebruik. 10. Jog-draaiknop en functieknoppen 11. Knop en indicatie-led Herstel 12. Knop en indicatie-led Stop zoemer 13. Knop en indicatie-led Signaalgevers Aan/Stop 14. Indicatie-LED Storing systeem 15. Indicatie-LED Accuspanning te laag 16. Indicatie-LED Aardfout 17. Indicatie-LED Storing voeding 18. Indicatie-LED Besturingsapparaat Storing/Uit/Test 19. Knop en indicatie-led Besturingsapparaat Vertraging 20. Knop en indicatie-led Besturingsapparaat Aan/Bevestigd 21. Indicatie-LED Doormelding Storing/Uit/Test 22. Knop en indicatie-led Doormelding vertraging 23. Knop en indicatie-led Doormelding Aan/Bevestigd Pagina 8 van 34
9 FP200/EP200 Afbeelding 2: Gebruikersinterface voor evacuatiecentrale 1. Indicatie-LED Voeding 2. Indicatie-LED Algemene test 3. Indicatie-LED Algemeen uit 4. Indicatie-LED Algemene storing 5. Indicatie-LED Alarm 6. LCD 7. Knop en indicatie-led Signaalgevers vertraging 8. Indicatie-LED Signaalgevers Storing/Uit/Test 9. Knop Bevestigen 10. Knop en indicatie-led Aan/Stop alle uitgangsgroepen 11. Knop en indicatie-led Aan/Stop programmeerbare uitgangsgroep 12. Jog-draaiknop en functieknoppen 13. Knop en indicatie-led Herstel 14. Knop en indicatie-led Stop zoemer 15. Knop en indicatie-led Signaalgevers Aan/Stop 16. Indicatie-LED Storing systeem 17. Indicatie-LED Accuspanning te laag 18. Indicatie-LED Aardfout 19. Indicatie-LED Storing voeding 20. Indicatie-LED Besturingsapparaat Storing/Uit/Test 21. Knop en indicatie-led Besturingsapparaat Vertraging 22. Knop en indicatie-led Besturingsapparaat Aan/Bevestigd 23. Indicatie-LED Doormelding Storing/Uit/Test 24. Knop en indicatie-led Doormelding vertraging 25. Knop en indicatie-led Doormelding Aan/Bevestigd Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 9 van 34
10 3.2. Configuratie opties Afhankelijk van uw configuratie, kunnen de labels voor sommige interfaceknoppen anders zijn. Zie Tabel 2 hieronder. Tabel 2: Geconfigureerde wijzigingen voor interfaceknoppen en indicatie-led's Item EN 54 NEN Aan/Stop alle uitgangsgroepen Totale evacuatie Aan/Stop 11 Programmeerbare uitgangsgroep Signaalgevers ontruimingszones Aan/Stop Aan/Stop 15 Signaalgevers Aan/Stop Brandsignaalgever Aan/Stop Opmerking: Voor meer informatie over de bediening die is gekoppeld aan de programmeerbare knoppen, neemt u contact op met uw installatie- of onderhoudsbedrijf. 4 Bedieningselementen en indicatie-led's op het voorpaneel Het is mogelijk dat de in deze sectie beschreven bedieningsfuncties niet voor alle gebruikers beschikbaar zijn. Meer informatie over de bediening van de centrale en toegangsrestricties vindt u in het onderwerp Gebruikersniveaus op pagina Algemene bedieningselementen en indicatie-led's De onderstaande tabel bevat informatie over de algemene bedieningselementen en indicatie-led s voor brandalarm-, herhaal- en evacuatiecentrales. Tabel 3: Algemene bedieningselementen en indicatie-led's Bedieningselement/Indicatie- LED Kleur indicatie LED Beschrijving Indicatie-LED Voeding Groen Geeft aan dat het systeem is opgestart. Indicatie-LED Algemene test Geel Geeft aan dat een of meerdere functies of melders worden getest. Indicatie-LED Algemeen uit Geel Geeft aan dat een of meerdere functies of melders zijn uitgeschakeld. Indicatie-LED Algemene storing Geel Geeft een algemene storing aan. De storings-led van de overeenkomende melder of functie knippert ook. Indicatie-LED Alarm Rood Geeft een brandalarm aan. Een knipperende LED geeft aan dat het alarm door een detector werd geactiveerd. Een rood brandende indicatie-led geeft aan dat het brandalarm door een handbrandmelder werd geactiveerd. Pagina 10 van 34
11 FP200/EP200 Bedieningselement/Indicatie- LED Knop en indicatie-led Doormelding AAN/Bevestigd Knop en indicatie- LED Doormelding vertraging Indicatie-LED Doormelding Storing/Uit/Test Knop en indicatie- LED Besturingsapparaat Aan/Bevestigd Knop en indicatie- LED Besturingsapparaat vertraging Indicatie-LED Besturingsapparaat Storing/Uit/Test Kleur indicatie LED Rood Geel Geel Rood Geel Geel Beschrijving Annuleert een eerder ingeschakelde vertraging tijdens het aftellen en activeert de doormelding. Als de indicatie-led continu brandt, geeft dit aan dat de doormelding is geactiveerd. Een continu brandende indicatie- LED geeft aan dat het doormeldingssignaal is bevestigd door de externe centrale Schakelt de eerder ingestelde doormeldvertraging in of uit. Annuleert een vertraging tijdens het aftellen en activeert de doormelding. Een continu brandende indicatie-led geeft aan dat er een vertraging is geconfigureerd en ingeschakeld. Een knipperende indicatie-led geeft aan dat er een vertraging aan het aftellen is (doormelding wordt geactiveerd zodra de geconfigureerde vertraging is verstreken of de vertraging wordt geannuleerd). Geeft aan dat er een doormeldstoring is opgetreden, dat deze is uitgeschakeld of wordt getest. Een knipperende indicatie-led geeft een storing aan. Een continu brandende indicatie-led geeft een uitschakeling of een test aan. Annuleert een eerder ingestelde vertraging tijdens het aftellen en activeert het besturingsapparaat. Een knipperende indicatie-led geeft aan dat het besturingsapparaat is geactiveerd. Een continu brandende indicatie-led geeft aan dat het besturingsapparaatsignaal is bevestigd door de externe centrale. Schakelt de eerder ingestelde besturingsapparaat-vertraging in of uit. Annuleert een vertraging tijdens het aftellen en activeert het besturingsapparaat. Een continu brandende indicatie-led geeft aan dat er een vertraging is geconfigureerd en ingeschakeld. Een knipperende indicatie-led geeft aan dat er een vertraging aan het aftellen is (besturingsapparaat wordt geactiveerd zodra de geconfigureerde vertraging is verstreken of de vertraging wordt geannuleerd). Geeft aan dat er een besturingsapparaatstoring is opgetreden, dat het is uitgeschakeld of wordt getest. Een knipperende indicatie-led geeft een storing aan. Een continu brandende indicatie-led geeft een uitschakeling of een test aan. Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 11 van 34
12 Bedieningselement/Indicatie- LED Knop en indicatie- LED Signaalgevers vertraging Indicatie-LED Signaalgevers Storing/Uit/Test Kleur indicatie LED Geel Geel Beschrijving Schakelt een eerder geconfigureerde signaalgevers-vertraging in of uit. Annuleert een vertraging tijdens het aftellen en activeert signaalgevers. Een continu brandende indicatie-led geeft aan dat er een signaalgeversvertraging is geconfigureerd en ingeschakeld. Een knipperende indicatie-led geeft aan dat er een vertraging aan het aftellen is (signaalgevers worden geactiveerd zodra de geconfigureerde vertraging is verstreken of de vertraging wordt geannuleerd). Geeft aan dat er een signaalgeverstoring is opgetreden, dat deze is uitgeschakeld of wordt getest. Een knipperende indicatie-led geeft een storing aan. Een continu brandende indicatie-led geeft een uitschakeling of een test aan. Indicatie-LED Storing voeding Geel Geeft aan dat er een voedingstoring is opgetreden. Indicatie-LED Aardfout Geel Geeft een aardingsfout aan. Een knipperende indicatie-led geeft een accufout aan. Een continu brandende indicatie-led geeft aan dat er een storing in de voeding of netspanningszekering is opgetreden. Indicatie-LED Accuspanning te laag Geel Geeft aan dat de centrale wordt gevoed door de accu en dat de resterende lading mogelijk onvoldoende is voor een gegarandeerd doorlopende werking. Indicatie-LED Storing systeem Geel Geeft een systeemstoring in de centrale aan Bedieningselementen en indicatie-led's voor evacuatiecentrales De onderstaande tabel bevat informatie over de extra bedieningselementen en indicatie-led's voor evacuatiecentrales. Opmerking: Indien de evacuatiecentrale wordt bediend in de NEN 2575-modus, kunnen alleen uitgangsgroepen van signaalgevers worden gekoppeld aan de programmeerbare aan/stopknoppen. Tabel 4: Bedieningselementen en indicatie-led's voor evacuatiecentrales Bedieningselement/Indicatie- LED Kleur indicatie LED Beschrijving Knop bevestigen Bevestigt het starten of stoppen van de uitgangsgroep die is gekoppeld aan een programmeerbare knop (indien ingedrukt met de overeenkomstige programmeerbare knop). Bevestigt het starten of stoppen van alle uitgangsgroepen die zijn gekoppeld aan alle programmeerbare knoppen (indien ingedrukt met de knop Aan/Stop alle uitgangsgroepen). Pagina 12 van 34
13 FP200/EP200 Bedieningselement/Indicatie- LED Knop en indicatie-led Aan/Stop alle uitgangsgroepen Programmeerbare aan/stop knoppen en indicatie-led s Knop en indicatie- LED Signaalgevers Aan/Stop Kleur indicatie LED Rood Rood/Geel Rood Beschrijving Alle uitgangsgroepen die zijn gekoppeld met de programmeerbare knoppen worden gestart of gestopt (indien ingedrukt met de knop Bevestigen). Een continu brandende rode indicatie-led geeft aan dat alle uitgangsgroepen die zijn gekoppeld aan de knoppen actief zijn. Een knipperende indicatie-led geeft aan dat er een vertraging aan het aftellen is (de uitgangsgroepen worden geactiveerd zodra de geconfigureerde vertraging is verstreken of de vertraging wordt geannuleerd). De uitgangsgroep die is gekoppeld aan de programmeerbare knoppen wordt gestart of gestopt (indien ingedrukt met de knop Bevestigen). Een continu brandende rode indicatie-led geeft aan dat de uitgangsgroep die is gekoppeld aan de knop actief is. Een knipperende indicatie-led geeft aan dat er een vertraging aan het aftellen is (de uitgangsgroep wordt geactiveerd zodra de geconfigureerde vertraging is verstreken of de vertraging wordt geannuleerd). Als de gele LED knippert, is er een storing. Een continu brandende gele indicatie-led geeft een uitschakeling of een test aan. De rode indicatie-led geeft aan wat er gebeurt wanneer de knop wordt ingedrukt: Als de indicatie-led brandt (knipperend of continu), worden door het indrukken van de knop de signaalgevers gestopt. Als de indicatie-led uit is, worden door het indrukken van de knop de signaalgevers ingeschakeld (als de status van de centrale en de bedieningsmode handmatige activering van signaalgevers toestaat). De indicatie-led geeft tevens de status van de signaalgevers aan: Continu branden geeft aan dat de signaalgevers zijn geactiveerd (of binnenkort zullen worden geactiveerd) Knipperen geeft aan dat er een vertraging aan het aftellen is (signaalgevers worden geactiveerd zodra de geconfigureerde vertraging is verstreken of de vertraging wordt geannuleerd) Uit geeft aan dat de signaalgevers uit zijn (of binnenkort zullen worden uitgeschakeld) Om te voorkomen dat signaalgevers onmiddellijk worden uitgeschakeld zodra een alarm voor het eerst wordt gemeld, is mogelijk de knop Signaalgevers Aan/Stop tijdelijk geblokkeerd wanneer een geconfigureerde signaalgeversvertraging aan het aftellen is. Zie Signaalgevers stoppen of gestopte signaalgevers opnieuw starten op pagina 27 voor meer informatie. Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 13 van 34
14 Bedieningselement/Indicatie- LED Knop en indicatie-led Stop zoemer Kleur indicatie LED Geel Beschrijving Afhankelijk van de omvang van de installatie, kan het verwerken van opdrachten voor het starten op stoppen van signaalgevers een paar seconden duren. Daarom kan het bijvoorbeeld gebeuren dat de indicatie-led continu brandt, terwijl de signaalgevers nog niet hoorbaar zijn. De zoemer wordt uitgeschakeld. Een continu brandende indicatie-led geeft aan dat de zoemer is uitgeschakeld. Knop en indicatie-led Herstel Geel Herstelt de centrale en wist alle huidige systeemgebeurtenissen. Een continu brandende indicatie-led geeft aan dat de centrale in het huidige toepassingsniveau kan worden hersteld Indicaties voor signaalgevers, doormelding en besturingsapparaat De centrale is mogelijk door uw installateur geconfigureerd voor meerdere signaalgever-, doormeldings- of besturingsapparaatgroepen. Omdat groepen van één type niet altijd dezelfde status delen, geven de indicaties op het voorpaneel voor het corresponderende groepstype de algemene status voor alle groepen aan. Bij een tegenstrijdige status wordt de status met de hoogste prioriteit weergegeven. Opmerking: Voor evacuatiecentrales gebruiken bedieningsindicatoren die zijn gekoppeld aan de programmeerbare knoppen de overeenkomstige indicatoren van de programmeerbare knop. De volgende voorbeelden zijn hiervan een illustratie. Er zijn drie signaalgevergroepen, de eerste in de storingstatus, de tweede in de vertragingstatus en de derde in de geactiveerde status. De indiatie-led's van de signaalgevers tonen de storingstatus van de eerste groep, de vertragingstatus van de tweede groep en de geactiveerde status van de derde groep. Er zijn twee doormeldingsgroepen, de eerste in de geactiveerde status en de tweede in de bevestigde status. De indicatie van de doormelding geeft de bevestigde status weer, maar niet de geactiveerde status (de bevestigingsstatus heeft prioriteit). Neem voor meer informatie over de configuratie en indicaties van uw centrale contact op met uw installatieof onderhoudsbedrijf. Pagina 14 van 34
15 FP200/EP200 5 LCD-bediening en indicatoren Afbeelding 3: LCD-bediening en indicatoren 1. Indicator Dag/Nacht mode 2. Systeemdatum en -tijd 3. Netwerkstatus centrale (zelfstandig, via netwerk, herhaalpaneel) 4. Teller voor actuele alarm-, storing- en conditiegebeurtenissen 5. Berichtweergavegebied 6. Programmeerbare toetsen (menu-opties gekoppeld aan functieknoppen F1, F2, F3 en F4) 7. Jog-draaiknop 8. Functieknoppen F1, F2, F3 en F4 9. Lokale centrale ID (in een brandmeldnetwerk) Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 15 van 34
16 5.1. Pictogrammen op de LCD De pictogrammen op de LCD worden hieronder weergegeven: Tabel 5: LCD-pictogrammen en omschrijvingen Pictogram Dagmode (netwerk) Dagmode (centrale) Nachtmode (netwerk) Nachtmode (centrale) Brandalarmen Faults (storingen) Condities Zelfstandig Via netwerk Herhaalpaneel Detector alarm [1] Handbrandmelder alarm [1] Handbrandmelder alarm (sprinkler) [1] Handbrandmelder alarm huisalarm [1] Beschrijving Dit pictogram geeft aann dat de primaire gevoeligheidsmode voor centrales in het brandmeldnetwerk de dagmode is. Dit pictogram geeft aan dat de gevoeligheidsmode voor de lokale centrale de dagmode is. Andere centrales in het brandmeldnetwerk kunnen over andere gevoeligheidsmode-instellingen beschikken. Dit pictogram geeft aan dat de primaire gevoeligheidsmode voor centrales in het brandmeldnetwerk de nachtmode is. Dit pictogram geeft aan dat de gevoeligheidsmode voor de lokale centrale de nachtmode is. Andere centrales in het brandmeldnetwerk kunnen over andere gevoeligheidsmode-instellingen beschikken. Het aantal naast dit pictogram geeft het aantal groepen met een actief brandalarm aan. Alarminformatie voor de eerste en laatste groepen die een alarm rapporteren wordt weergegeven in het LCD-berichtgebied. Het aantal naast dit pictogram geeft het aantal actieve storingen aan. Extra informatie is beschikbaar door op F1 (Displ gebeu.) te drukken. Het aantal naast dit pictogram geeft het aantal actieve systeemcondities (gebeurtenissen) aan. Extra informatie is beschikbaar door op F1 (Displ gebeu.) te drukken. Dit pictogram geeft aan dat de centrale niet is aangesloten op het brandmeldnetwerk. Dit pictogram geeft aan dat de centrale is aangesloten op het brandmeldnetwerk. Dit pictogram geeft aan dat de centrale is geconfigureerd als herhaal paneel en is aangesloten op het brandmeldnetwerk. Dit pictogram duidt op een detectoralarm. Dit pictogram duidt op een handbrandmelder. Dit pictogram duidt op een handbrandmelder (sprinkler). Dit pictogram duidt op een handbrandmelder ( huisalarm ). Dit is een lokaal alarm zonder doormeldactivering. [1] Deze pictogrammen worden in het berichtweergavegebied getoond met de meldingsgegevens Pagina 16 van 34
17 FP200/EP Indicatie van externe en lokale gebeurtenissen op de LCD Het ID voor de lokale centrale wordt altijd op de LCD weergegeven (zie afbeelding 3 op pagina 16). Als uw centrale deel uitmaakt van een brandmeldnetwerk, bevat de gebeurtenismelding als volgt het ID van de centrale die de gebeurtenis meldt: Indien het ID van de centrale overeenkomt met het lokale ID, is de gebeurtenis verwant aan de lokale centrale. Indien het ID van de centrale niet overeenkomt met het lokale ID, wordt de gebeurtenis gemeld door de externe centrale waarvan het id wordt weergegeven Geluidssignalen De centrale gebruikt de volgende geluidssignalen voor het aangeven van systeemgebeurtenissen. Tabel 6: Geluidssignalen voor centrales Aanduiding De zoemer klinkt continu De zoemer klinkt onderbroken (lang signaal) [1] De zoemer klinkt onderbroken (kort signaal) [1] Beschrijving Geeft een brandalarm of een systeemstoring aan Geeft alle overige storingen aan Geeft een conditie aan [1] Een lange toon is 50% AAN en 50% UIT. Een korte toon is 25% AAN en 75% UIT Condities Een samenvatting van systeemgebeurtenissen die zijn gelogd als condities wordt hieronder weergegeven. Tabel 7: Systeemgebeurtenissen aangemeld als condities Type conditie Waarschuwing Configuratie aangesloten apparaat Datum en tijd niet ingesteld Uitschakelingen Logboek is vol Blusstatus [1] I/O-apparaat voor blussen [1] Ingangsactivering Beschrijving Een melder bevindt zich in de alarmmode maar het systeem wacht op nog een alarmgebeurtenis om het in groepsalarm te bevestigen. Een configuratiesessie voor de centrale wordt gestart vanaf een extern apparaat (pc, laptop, enz.) Het systeem is gestart, maar de datum en tijd zijn niet ingesteld Een functie van de centrale of een melder wordt uitgeschakeld Het gebeurtenislogboek van de centrale is vol Blussing is geblokkeerd, uitgeschakeld of er is een storing opgetreden Een I/O-apparaat voor blussen is actief, wordt getest, is uitgeschakeld of heeft een storing Een ingang wordt geactiveerd (afhankelijk van de configuratie) Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 17 van 34
18 Type conditie Lus melder niet geconfigureerd Maximum aantal conventionele groepen in een netwerk overschreden Maximum aantal lussen in een netwerk overschreden Nieuwe node in het brandmeldnetwerk Activering van uitgangsgroep Vooralarm Vertragingen voor signaalgevers, doormelding en besturingsapparaat Test Beschrijving Er is een lus melder gedetecteerd die niet is geconfigureerd Het aantal conventionele groepen in een brandmeldnetwerk is hoger dan het maximum aantal dat is toegestaan (64) Het aantal lussen in een brandmeldnetwerk is hoger dan het maximum aantal dat is toegestaan (32) Er is een centrale toegevoegd aan het brandmeldnetwerk Een uitgangsgroep wordt geactiveerd Een melder (en de overeenkomende groep) bevindt zich in vooralarm Een signaalgever-, doormeld- of besturingsapparaatvertraging wordt inof uitgeschakeld Een functie van de centrale of een melder wordt getest [1] Deze conditietypen gelden alleen indien in het brandmeldnetwerk een bluspaneel is opgenomen Statusmeldingen Dit gedeelte bevat een overzicht van de statusmeldingen van de centrale Standby Dit wordt als volgt aangegeven: De indicatie-led Voeding brandt continu Als er een signaleringsvertraging is ingeschakeld, brandt de indicatie-led Signalering vertraging continu. Als er een doormeldvertraging is ingeschakeld, brandt de indicatie-led Doormelding vertraging continu. Als er een besturingsapparaatvertraging is ingeschakeld, brandt de indicatie- LED Besturingsapparaat vertraging continu Opmerking: Afhankelijk van de configuratie van uw brandmeldsysteem klinkt de zoemer onderbroken om een vertraagde conditie aan te duiden Brandalarm In overeenstemming met Europese richtlijnen, wordt de brandalarmstatus op de LCD van de centrale aangeduid op groep (en niet op melder). Indien een alarm in meer dan een groep wordt gerapporteerd, geeft de LCD twee groepsberichten weer: de eerste voor de eerste groep die een alarm heeft gerapporteerd en de tweede voor de meest recente groep die een alarm heeft gerapporteerd, zoals hieronder wordt weergegeven. Pagina 18 van 34
19 FP200/EP200 Afbeelding 4: Brandalarmaanduiding op de LCD van de centrale Elk groepsbericht geeft het volgende aan: Het ID en de omschrijving van de groep, de tijdstempel en de beschrijving van de melder waarmee het eerste alarm in de groep is gerapporteerd Een teller met het totale aantal melders met een geactiveerd alarm in de groep. Druk op F1 (Displ gebeu.) en selecteer Alarmen als u details wilt weergeven van de melders met een geactiveerd alarm. Selecteer vervolgens de desbetreffende groep waarin het alarm is gerapporteerd. Er wordt een overzicht weergegeven van de melders met een geactiveerd alarm in de groep. Extra aanduidingen voor de brandalarmstatus zijn: De indicatie-led Alarm op de centrale knippert als het alarm is geactiveerd door een detector, of brandt continu als het is geactiveerd door een handbrandmelder. Indien een groepskaart is geïnstalleerd en de desbetreffende groep bevindt zich op de groepskaart, knippert of brandt de indicatie-led van de groep (afhankelijk van de bron van het alarm). Als er een signaleringsvertraging is ingeschakeld, brandt de indicatie-led Signalering vertraging continu. De indicatie-led Signaalgevers Vertraging knippert terwijl de vertraging actief is. De indicatie-led Signaalgevers Aan/Stop geeft de status van de knop Signaalgevers Aan/Stop (uitgeschakeld, niet uitgeschakeld) en de status van de signaalgevers aan (zie Tabel 3 op pagina 10 voor meer informatie). Als er een doormeldvertraging is ingeschakeld, brandt de indicatie-led Doormelding vertraging in. De indicatie-led Doormelding Vertraging knippert terwijl de vertraging actief is. zodanig is geconfigureerd door uw installatie- of onderhoudsbedrijf, geeft een continu brandende indicatie-led Doormelding Aan/Bevestigd aan dat het doormeldsignaal is bevestigd door de externe centrale. Als er een besturingsapparaatvertraging is ingeschakeld, brandt de indicatie- LED Besturingsapparaat vertraging continu. De indicatie-led Besturingsapparaat Vertraging knippert terwijl de vertraging actief is. Wanneer het besturingsapparaat is geactiveerd, knippert de indicatie-led Besturingsapparaat Aan/Bevestigd. Als dit als zodanig is geconfigureerd door uw installatie- of onderhoudsbedrijf, geeft een continu brandende indicatie- LED Besturingsapparaat Aan/Bevestigd aan dat het besturingsapparaatsignaal is bevestigd door de externe centrale. Alarminformatie voor de eerste en laatste groepen die een alarm rapporteren wordt weergegeven op de LCD. De zoemer van de centrale klinkt continu. Alarmen die door een handbrandmelder worden geactiveerd krijgen voorrang op alarmen die door een automatische detector worden geactiveerd. Wanneer een alarm door beide melders wordt geactiveerd, blijft de indicatie-led Alarm continu branden. Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 19 van 34
20 5.5.3 Evacuatie Indien uw centrale is geconfigureerd voor evacuatiebediening, wordt een evacuatie als volgt aangeduid: De bevestigings-led brandt continu. Het indicatie-led van het evacuatiezone alarm brandt continu indien een evacuatiealarm actief is, of knippert indien een bevestigingsvertraging aan het aftellen is. De indicatie-led voor Totale evacuatie Aan/Stop brandt continu indien een evacuatiealarm actief is voor alle geconfigureerde evacuatiezones. Opmerking: Alleen evacuatiecentrales. Deze functie is afhankelijk van een eerdere configuratie door uw installatie- of onderhoudsbedrijf en de bewerkingen die zijn gekoppeld aan programmeerbare knoppen en indicatie-led's kunnen afwijken van wat hier wordt omschreven Storing De status van een storing wordt als volgt aangegeven: De indicatie-led Algemene storing brandt continu en de overeenkomstige indicatie-led Uit voor de functie of de melder (indien aanwezig) knippert. Een knipperende indicatie-led Algemene storing en Storing voeding geven aan dat er een fout in de netvoeding en accu's is. Extra informatie over de fout wordt op de LCD weergegeven. Aardfouten worden met een knipperende indicatie-led Algemene storing en een knipperende indicatie- LED Aardfout aangegeven. Systeemstoringen worden met een knipperende indicatie-led Algemene storing en een continu brandende indicatie-led Storing systeem aangegeven. Een te lage accuspanning wordt met een knipperende indicatie-led Algemene storing en een continu brandende indicatie-led Accuspanning te laag aangegeven. Extra informatie over de fout wordt op de LCD weergegeven. De zoemer van de centrale klinkt met onderbrekingen (lang signaal). Opmerking: Neem altijd contact op met uw installatie- of onderhoudsbedrijf om de oorzaak van een storing te onderzoeken Uitschakeling Uitschakelingen worden als volgt aangegeven: De indicatie-led Algemeen Uit brandt continu en de overeenkomstige indicatie-led Uit voor de functie of de melder (indien aanwezig) knippert Indien een groepskaart is geïnstalleerd, brandt de indicatie-led Groep Uit/Test continu (indien de overeenkomstige groep zich op de groepskaart bevindt) De zoemer van de centrale klinkt met onderbrekingen (kort signaal) Druk voor meer informatie er uitschakelingen op F1 (Displ gebeu.) en selecteer vervolgens Condities. Pagina 20 van 34
21 FP200/EP Test Tests worden als volgt aangegeven: De indicatie-led Algemene Test brandt continu Indien een groepskaart is geïnstalleerd, brandt de indicatie-led Groep Uit/Test continu (indien de overeenkomstige groep zich op de groepskaart bevindt) De zoemer van de centrale klinkt met onderbrekingen (kort signaal) Druk voor meer informatie over de test op F1 (Displ gebeu.) en selecteer vervolgens Condities Accuspanning te laag WAARSCHUWING: Dit is een kritische aanduiding en uw eigendom is mogelijk niet volledig beschermd. Als uw centrale aangeeft dat de accuspanning te laag is, neemt u onmiddellijk contact op met uw installatie- of onderhoudsbedrijf en vraagt u om de stroomtoevoer te herstellen, of als dat niet mogelijk is, de accu te vervangen. Accuspanning te laag geeft aan dat de centrale wordt gevoed door de accu en dat de resterende lading mogelijk onvoldoende is voor een doorlopende werking. Accuspanning te laag wordt als volgt aangeduid: De indicatie-led Algemene storing knippert De indicatie-led Accuspanning te laag brandt continu Een eerste waarschuwingsbericht waarmee wordt aangeduid dat de accuspanning te laag is, wordt op de LCD weergegeven Indien de stroomtoevoer niet wordt hersteld, zal de accu zich blijven ontladen totdat een tweede waarschuwingsbericht wordt weergegeven, waarin wordt aangegeven dat de centrale zal worden uitgeschakeld De zoemer klinkt met onderbrekingen (lang signaal) Als de accu helemaal leeg is, schakelt de centrale zich uit om de accu te beschermen en zijn er geen verdere aanduidingen meer. Indien de spanningstoevoer terugkeert voordat de centrale wordt uitgeschakeld, wordt de eerdere status van de centrale hersteld. Zoniet moeten de datum en tijd van de centrale opnieuw worden ingesteld nadat de voeding weer is hersteld. Opmerkingen Deze storingsindicatie kan zich voordoen bij klanten die een maximale standby-tijd willen verkrijgen voor hun accu's (24 tot 72 uur). De aanduiding Accuspanning te laag geeft aan dat de accu leegloopt en betekent niet dat deze kapot is. Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 21 van 34
22 6 Bediening van de centrale 6.1. Gebruikersniveau s Toegang tot een aantal functies van dit product wordt beperkt door het gebruikersniveau dat aan een gebruikersaccount is toegewezen Algemeen Het algemene niveau is het standaard gebruikersniveau. Op dit niveau zijn basis bedieningshandelingen mogelijk, zoals het reageren op een brandalarm of storingswaarschuwing van de centrale. Er is geen wachtwoord vereist. Zie Algemeen niveaubewerking op pagina 24 voor meer informatie Operator Het operator-niveau staat het uitvoeren van extra bedieningshandelingen toe en is gereserveerd voor geautoriseerde gebruikers die een training in het gebruik van de centrale hebben gevolgd. Het standaard wachtwoord voor de standaard operator-gebruiker is Zie Operator niveaubewerking op pagina 26 voor meer informatie Beperkte gebruikersniveau s Beperkte gebruikersniveaus worden beschermd door een wachtwoordbeveiliging. U moet de gebruikersnaam en het wachtwoord invoeren die aan u zijn toegewezen door uw onderhouds- of installatiebedrijf. De centrale sluit een beperkt gebruikersniveau automatisch af en keert terug naar het openbare gebruikersniveau zodra er gedurende twee minuten geen knoppen zijn ingedrukt. Ga als volgt te werk om een beperkt gebruikersniveau te activeren: 1. Druk op F4 (Hoofdmenu). De prompt voor gebruikersnaam en wachtwoord wordt op de LCD weergegeven. 2. Selecteer uw gebruikersnaam en voer het wachtwoord in door de jog- draaiknop rechts- of linksom te draaien. Druk op de jog-draaiknop om de invoer te bevestigen. Nadat een correct wachtwoord van vier cijfers is ingevoerd, wordt op de LCD het hoofdmenu voor het overeenkomstige gebruikersniveau weergegeven. Opmerking: Uw onderhouds- of installatiebedrijf heeft mogelijk de centrale geconfigureerd om de meest recent ingevoerde aanmeldgegevens te onthouden. Ga als volgt te werk om een beperkt gebruikersniveau af te sluiten: 1. Druk op F3 (Uitloggen) in het hoofdmenu. Pagina 22 van 34
23 FP200/EP200 7 Bedieningshandelingen en procedures 7.1. De functieknoppen en de jog-draaiknop gebruiken Gebruik de functieknoppen F1 t/m F4 en de jog-draaiknop (zie Afbeelding 3 op pagina 15) om door de LCDmenu's te navigeren, menuopties te selecteren en wachtwoorden en systeemgegevens in te voeren, zoals hieronder wordt getoond. Wachtwoorden en systeemgegevens invoeren Programmeerbare toetsen selecteren in het LCD-menu Navigeren en menuselecties bevestigen Draai de jog-draaiknop rechtsom om wachtwoorden en overige systeemgegevens in te voeren. Druk op de jog-draaiknop om de invoer te bevestigen. Druk op de functieknoppen F1 t/m F4 om de overeenkomstige menuopties te selecteren (Hoofd Menu, Uitloggen, Verlaten, enz.). Draai de jog-draaiknop rechtsom of linksom om een optie te selecteren in het schermmenu. Druk op de jog-draaiknop om de selectie te bevestigen. Het ID van de centrale op de LCD is witte tekst tegen een zwarte achtergrond wanneer de jog-draaiknop is geactiveerd (de centrale wacht op invoer) Configuratie opties De onderstaande opties zijn beschikbaar voor het maken van configuratiewijzigingen in de centrale (bijvoorbeeld het wijzigen van het wachtwoord). De configuratie van de centrale (en de configuratierevisie) wordt alleen bijgewerkt wanneer configuratiewijzigingen worden toegepast met F3 (Toepassen). De gewijzigde configuratierevisie en tijdstempel worden opgenomen in het revisierapport en zijn toegankelijk op operatorniveau (zie Rapporten weergeven op pagina 28). Tabel 8: Bedieningsopties en sleutels configuratie Optie Sleutel Beschrijving Save (opslaan) F1 Hiermee wordt de huidige configuratiewijziging opgeslagen zonder deze meteen toe te passen. Toepassen F3 Past de huidige configuratiewijziging en alle opgeslagen configuratiewijzigingen toe. De centrale wordt automatisch hersteld. Verwijderen F4 Wist alle opgeslagen configuratiewijzigingen die nog niet zijn toegepast. Exit (afsluiten) F2 Sluit het configuratieproces af zonder de huidige configuratiewijziging op te slaan of toe te passen. Opmerking: Wanneer meerdere configuratie-instellingen moeten worden bijgewerkt, raden wij u aan om na elke wijziging op te slaan en vervolgens alle wijzigingen toe te passen vanuit het hoofdmenu. Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 23 van 34
24 7.3. Algemeen niveaubewerking Algemeen niveaubewerkingen zijn bewerkingen die door elke gebruiker kunnen worden uitgevoerd. Er is geen wachtwoord vereist om handelingen op dit niveau uit te voeren. In dit gebruikersniveau kunt u het volgende doen: De zoemer stoppen De vertraging voor een geactiveerde signaalgever, doormelding of besturingsapparaat annuleren De evacuatiesignaalgevers starten Actuele gebeurtenissen weergeven Ondersteuningsinformatie weergeven 7.4. De zoemer uitschakelen Druk op de knop Stop zoemer om de zoemer van de centrale te stoppen. Een continu brandende indicatie- LED Stop zoemer geeft aan dat de zoemer is gestopt. Opmerking: Afhankelijk van de configuratie van de centrale kan de zoemer opnieuw worden geactiveerd voor elke nieuwe gebeurtenis die wordt gerapporteerd 7.5. Een geactiveerde signaalgeververtraging annuleren Als een signaalgeversvertraging is ingeschakeld en geactiveerd (bezig met aftellen), druk dan op de toets Signaalgevers vertraging om de vertraging te annuleren en de signaalgevers onmiddellijk te activeren. Een signaalgeversvertraging wordt als volgt aangegeven: Een continu brandende indicatie-led Signaalgevers vertraging geeft aan dat de vertraging is ingeschakeld Als tijdens een brandalarm de indicatie-led Signaalgevers Aan/Stop knippert, geeft dit aan dat de geconfigureerde vertraging actief is (de signaalgevers worden geactiveerd wanneer de geconfigureerde vertraging verloopt of wanneer de vertraging geannuleerd wordt). Een door een handbrandmelder geactiveerd brandalarm heft elke willekeurige geconfigureerde vertraging op en activeert onmiddellijk de signaalgevers De vertraging voor een geactiveerde signaalgever, doormelding of besturingsapparaat annuleren Als een doormeldings- of besturingsapparaatvertraging is ingeschakeld en geactiveerd (bezig met aftellen), druk dan op de overeenkomende knop Aan/Bevestigd of Vertraging om de vertraging te annuleren en de functie onmiddellijk te activeren. De indicaties voor doormeldings- en besturingsapparaatvertragingen worden in de volgende tabel getoond. Pagina 24 van 34
25 FP200/EP200 Tabel 9: Indicaties voor doormeldings- en besturingsapparaatvertragingen Type vertraging Doormelding Vertragingsindicaties Als de indicatie-led Doormelding vertraging continu brandt, is de vertraging ingeschakeld. Als tijdens een brandalarm de indicatie-led Doormelding vertraging knippert, geeft dit aan dat de geconfigureerde vertraging actief is (de doormelding wordt geactiveerd wanneer de geconfigureerde vertraging verloopt of wanneer de vertraging geannuleerd wordt). Besturingsapparaat Als de indicatie-led Besturingsapparaat vertraging continu brandt, is de vertraging ingeschakeld. Als tijdens een brandalarm de indicatie-led Besturingsapparaat vertraging knippert, geeft dit aan dat de geconfigureerde vertraging actief is (het besturingsapparaat wordt geactiveerd wanneer de geconfigureerde vertraging verloopt of wanneer de vertraging geannuleerd wordt). Opmerking: Een door een handbrandmelder geactiveerd brandalarm heeft voorrang op elke willekeurig ingestelde vertraging en activeert onmiddellijk de doormelding of het besturingsapparaat (indien geconfigureerd) Evacuatiesignaalgevers starten Als u de evacuatiesignaalgevers wilt starten voor één evacuatiezone, drukt u op de Aan/Stop-knop voor de desbetreffende evacuatiezone en drukt u vervolgens op Bevestigen. Als u de evacuatiesignaalgevers wilt starten voor alle evacuatiezones, drukt u op de knop Totale evacuatie Aan/Stop en drukt u vervolgens op Bevestigen. Een continu brandende indicatie-led voor het evacuatiealarm geeft aan dat de evacuatiesignaalgevers zijn geactiveerd (geluid klinkt). Een knipperende indicatie-led voor het evacuatiezonealarm geeft aan dat een geconfigureerde vertraging aan het aftellen is en dat de signaalgevers worden geactiveerd wanneer de vertraging is verstreken. Opmerking: Alleen evacuatiecentrales. Deze functie is afhankelijk van een eerdere configuratie door uw installatie- of onderhoudsbedrijf en de bewerkingen die zijn gekoppeld aan programmeerbare knoppen en indicatie-led's kunnen afwijken van wat hier wordt omschreven Actuele gebeurtenissen doorgeven Als u de actuele gebeurtenissen wilt weergeven, drukt u op F1 (Displ gebeu.) en selecteert u het gebeurtenistype dat u wilt weergeven. Op dit gebruikersniveau zijn de volgende gebeurtenistypen beschikbaar: Alarms (Alarmen) Waarschuwingen Faults (Storingen) Condities Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 25 van 34
26 Waarschuwingen zijn alarmen die bevestiging vereisen van een andere geconfigureerde alarmgebeurtenis alvorens een alarm wordt aangeduid op de centrale. Condities omvatten alle overige systeemgebeurtenissen. Voorbeelden: testen en uitschakelingen in het brandmeldsysteem Ondersteuningsinformatie weergeven Als u ondersteuningsinformatie wilt weergeven die door uw installatie- of onderhoudsbedrijf is geconfigureerd, drukt u op F3 (Ondersteuning). Uw installatie- of onderhoudsbedrijf kan bijvoorbeeld contactgegevens of andere berichten configureren die tijdens alarm- of niet-alarmsituaties worden weergegeven. Opmerking: Deze informatie is alleen beschikbaar als uw installatie- of onderhoudsbedrijf informatie heeft toegevoegd aan de configuratie van het brandmeldsysteem. 8 Operator niveau bewerking Het operator-niveau is beveiligd met een wachtwoord en gereserveerd voor geautoriseerde gebruikers die een training in het gebruik van de centrale hebben gevolgd. Het standaard operator-gebruikerswachtwoord is In dit gebruikersniveau kunt u het volgende doen: Alle taken uitvoeren die zijn beschreven in Algemeen niveaubewerking op pagina 24 De centrale herstellen Handmatig signaalgevers starten, stoppen of gestopte signaalgevers opnieuw starten Handmatig evacuatiesignaalgevers stoppen Eerder geconfigureerde vertragingen voor signaalgevers, doormelding en besturingsapparaat inschakelen of uitschakelen Systeemstatusrapporten weergeven Wachtwoord van de operator wijzigen LED-, LCD-, zoemer- en toetsenbordtests uitvoeren De alarmteller weergeven 8.1. Het hoofdmenu Het operator-hoofdmenu wordt hieronder getoond De centrale herstellen Als u de centrale wilt herstellen en alle huidige systeemgebeurtenissen wissen, drukt u op de knop Herstel. Systeemgebeurtenissen die niet zijn opgelost zullen na het herstellen blijven worden gerapporteerd. Let op: Onderzoek alle brandmeldalarmen en storingen vóórdat u de centrale herstelt. Pagina 26 van 34
27 FP200/EP Signaalgevers handmatig starten Als u de signaalgevers handmatig wilt starten wanneer de centrale zich niet in de alarmmodus bevindt, drukt u op de knop Signaalgevers Aan/Stop. Opmerking: De beschikbaarheid van deze functie is afhankelijk van de eerdere configuratie. Neem contact op met het installatie- of onderhoudsbedrijf om uw configuratiegegevens te bevestigen Signaalgevers stoppen of gestopte signaalgevers opnieuw starten Als u de signaalgevers wilt stoppen, drukt u op de knop Signaalgevers Aan/Stop. Druk nogmaals op de knop om gestopte signaalgevers opnieuw te starten. Een continu brandende indicatie-led Signaalgevers Aan/Stop geeft aan dat de signaalgevers zijn geactiveerd (geluid klinkt). Een knipperende indicatie-led Signaalgevers Aan/Stop geeft aan dat een geconfigureerde vertraging aan het aftellen is en dat de signaalgevers kunnen worden uitgeschakeld (voor activering) door op de knop Signaalgevers Aan/Stop te drukken. De functionaliteit van de signaalgever is afhankelijk van een eerdere configuratie en op basis van wat uw installatie- of onderhoudsbedrijf heeft geselecteerd kunnen gestopte signaalgevers automatisch opnieuw worden gestart indien er een andere alarmgebeurtenis wordt gedetecteerd. Neem contact op met het installatie- of onderhoudsbedrijf om alle configuratiegegevens van uw site te bevestigen Indien de knop Signaalgevers Aan/Stop is uitgeschakeld Om te voorkomen dat signaalgevers onmiddellijk worden uitgeschakeld zodra een alarm voor het eerst wordt gemeld, is mogelijk de knop Signaalgevers Aan/Stop tijdelijk geblokkeerd wanneer een geconfigureerde signaalgeververtraging aan het aftellen is. De standaard uitschakeltijd voor de knop Signaalgevers Aan/Stop is 60 seconden. De uitschakeltijd begint met aftellen wanneer de centrale de alarmstatus activeert en de geconfigureerde signaalgeververtraging wordt gestart. Gedurende de geconfigureerde uitschakeltijd brandt de indicatie-led Signaalgevers Aan/Stop niet en kunnen de signaalgevers niet worden uitgezet (voor activering) door op de knop Signaalgevers Aan/Stop te drukken. In de tijd tussen het einde van de geconfigureerde uitschakeltijd en het einde van de geconfigureerde signaalgevers vertraging (wanneer de indicatie-led Signaalgevers Aan/Stop knippert), worden met het indrukken van de knop Signaalgevers Aan/Stop de signaalgevers uitgezet (voor activering). Een geconfigureerde signaalgevers vertraging kan nog steeds worden uitgezet wanneer de vertraging loopt (en de signaalgevers geactiveerd) door op de knop Signaalgevers vertraging te drukken Handmatig evacuatiesignaalgevers stoppen Als u de evacuatiesignaalgevers wilt stoppen voor één evacuatiezone, drukt u op de Aan/Stop-knop voor de desbetreffende evacuatiezone en drukt u vervolgens op Bevestigen. Als u de evacuatiesignaalgevers wilt stoppen voor alle evacuatiezones, drukt u op de knop Totale evacuatie Aan/Stop en drukt u vervolgens op Bevestigen. Opmerking: Alleen evacuatiecentrales. Deze functie is afhankelijk van een eerdere configuratie door uw installatie- of onderhoudsbedrijf en de bewerkingen die zijn gekoppeld aan programmeerbare knoppen en indicatie-led's kunnen afwijken van wat hier wordt omschreven. Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 27 van 34
28 8.7. Een eerder geconfigureerde vertraging voor signaalgevers, doormelding en besturingsapparaat inschakelen of uitschakelen Als u een eerdere geconfigureerde vertraging voor signaalgevers, doormelding en besturingsapparaat wilt inschakelen, drukt u op de desbetreffende knop Signaalgevers, Doormelding of Besturingsapparaat Vertraging. Druk de knop nog een keer in om de vertraging uit te schakelen. Opmerking: De beschikbaarheid van deze functie is afhankelijk van een eerdere configuratie en de functionaliteit ervan kan per groep verschillen. Neem contact op met het installatie- of onderhoudsbedrijf om alle configuratiegegevens van uw site te bevestigen Rapporten weergeven Als u systeemstatusrapporten voor de centrale en aangesloten melders wilt weergeven, selecteert u Rapporten in het hoofdmenu. De rapportgegevens voor dit gebruikersniveau worden in de onderstaande tabel getoond. Tabel 10: Rapporten beschikbaar voor operator-gebruikers Rapport Event log (Gebeurtenislogboek) Opgelet Revisie Contact informatie Groep status [1] Melder status [1] Paneel I/U status Uitgang grp status [1] Beschrijving Geeft alle alarm-, storings- en conditiegebeurtenissen weer die door de centrale zijn opgenomen in het logboek Geeft alle melders weer die een storing rapporteren Geeft de software- en configuratieversie van uw centrale en het serienummer van uw systeemkaarten weer Geeft de contactinformatie van uw installatie- of onderhoudsbedrijf weer (afhankelijk van de configuratie van de installateur) Geeft de huidige statusinformatie voor groepen weer Geeft de huidige statusinformatie voor melders van de centrale weer Geeft de huidige statusinformatie voor de ingangen en uitgangen van de centrale weer Geeft de uitgangsgroepen van de centrale (signaalgevers, doormelding, besturingsapparaat of programma) weer die momenteel zijn geactiveerd Regel status Geeft de regels van de centrale weer die momenteel zijn geactiveerd [2] Netwerk status Geeft de huidige status weer voor alle centrales in het brandmeldnetwerk [1] Deze rapporten zijn niet beschikbaar op herhaal panelen. [2] Een regel bestaat uit een of meer statussen (gecombineerd door booleaanse waarden) die zijn geconfigureerd om specifieke systeemacties te activeren na een bepaalde bevestigingstijd. Regels zijn aangemaakt door uw installatie- of onderhoudsbedrijf. Opmerking: Als u de firmwareversie op uw centrale wilt controleren, selecteert u Versierapport en vervolgens Firmwareversie. Pagina 28 van 34
29 FP200/EP Uw wachtwoord wijzigen Gebruik het menu Wachtwoordinstellingen om uw wachtwoord te wijzigen Ga als volgt te werk om het wachtwoord te wijzigen: 1. Selecteer Wachtwoordinstellingen in het hoofdmenu en selecteer vervolgens Wijzig passord. 2. Voer het huidige wachtwoord in. 3. Voer het nieuwe wachtwoord in en bevestig dit. 4. Druk op F4 (enter) en vervolgens op F1 (verlaten). 5. Druk op F1 (onthouden), F3 (toepassen), F4 (verwijderen) of F2 verlaten. Vergeet niet om de opgeslagen instellingen toe te passen vanuit het hoofdmenu. Afbeelding 6: Wachtwoord van de operator wijzigen Een LED- en zoemertest uitvoeren Voer een LED- en zoemertest uit om te bevestigen dat de indicatie-led-s en zoemer van de centrale correct werken. Ga als volgt te werk om een LED- en zoemertest uit te voeren: 1. Selecteer Test in het hoofdmenu. 2. Selecteer Gebruikersinterface test en vervolgens Indicatie-LED test Tijdens de test klinkt de zoemer van de centrale en gaan alle indicatie-led's continu branden. De test duurt twee minuten. Als u de test wilt afsluiten voordat deze vanzelf stopt, drukt u op F2 (Verlaten) Een toetsenbordtest uitvoeren Voer een toetsenbordtest uit om te bevestigen dat de knoppen correct werken. Ga als volgt te werk om een toetsenbordtest uit te voeren: 1. Selecteer Test in het hoofdmenu. 2. Selecteer Gebruikersinterface test en vervolgens Toetsenbord test. 3. Druk op een knop op de interface van de centrale. Er verschijnt een bericht op de LCD om te bevestigen dat de knop is ingedrukt. Herhaal dit voor alle 3 knoppen. 4. Druk op F2 (Verlaten). Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 29 van 34
30 8.12. Een LCD-test uitvoeren Voer een LCD-test uit om te bevestigen dat de LCD correct werkt. Ga als volgt te werk om een LCD-test uit te voeren: 1. Selecteer Test in het hoofdmenu. 2. Selecteer Gebruikersinterface test en vervolgens LED-test. Er wordt een testpatroon weergegeven op de LCD om de locatie van defecte pixels te identificeren. 3. Druk op F2 (Verlaten) De alarmteller weergeven Selecteer de alarmteller om het totale aantal brandalarmmeldingen dat is geregistreerd door de centrale weer te geven. De waarde van de alarmteller kan niet worden hersteld. 9 Onderhoud Voor een juist functioneren van uw centrale en brandmeldsysteem en om te voldoen aan de Europese reguleringen, dient u het onderstaande gepland onderhoud uit te voeren Driemaandelijks onderhoud Neem contact op met uw installatie- of onderhoudsbedrijf om een driemaandelijkse inspectie van het brandalarmsysteem uit te voeren. Tijdens de inspectie moet ten minste één melder per groep worden getest en moet worden gecontroleerd of de centrale op alle storingen en alarmgebeurtenissen reageert Jaarlijks onderhoud Neem contact op met uw installatie- of onderhoudsbedrijf om een driemaandelijkse inspectie van het brandalarmsysteem uit te voeren. Tijdens de inspectie moet ten minste één melder per groep worden getest en moet worden gecontroleerd of de centrale op alle storingen en alarmgebeurtenissen reageert Reinigen Houd de binnen- en buitenzijde van de centrale schoon. Reinig de buitenzijde zo nu en dan met een licht vochtige doek. Gebruik geen schoonmaakmiddelen met oplosmiddel. Reinig de binnenkant van de behuizing niet met vloeibare schoonmaakmiddelen. Pagina 30 van 34
31 FP200/EP Menustructuur Tabel 11: Operator-niveaumenu voor brandmeldcentrales Menu niveau 1 Menu niveau 2 Menu niveau 3 Test Gebruikersinterface test Indicatie-LED test Toetsenbord test LCD-test Rapporten Event log Alles weergeven (Gebeurtenislogboek) Opgelet Revisie Firmware-revisie Configuratierevisie Serienummers Contact informatie Groep status Melder status Paneel I/U status Uitgang grp status Regel status Netwerk status Alarmteller Wachtwoordinstellingen Wachtwoord wijzigen Tabel 12: Operator-niveaumenu voor brandmeld herhaal paneelcentrales Menu niveau 1 Menu niveau 2 Menu niveau 3 Test Gebruikersinterface test Indicatie-LED test Rapporten Alarmteller Wachtwoordinstellingen Event log (Gebeurtenislogboek) Opgelet Revisie Contact informatie Paneel I/U status Regel status Netwerk status Wachtwoord wijzigen Toetsenbord test LCD-test Alles weergeven Firmware-revisie Configuratierevisie Serienummers Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 31 van 34
32 11 Regelgeving Europese normen voor brandcontrole- en brandmeldapparatuur Deze centrales zijn ontworpen in overeenstemming met de Europese normen EN 54-2 en EN Daarnaast voldoen zij aan de volgende optionele vereisten uit de norm EN Tabel 13: Optionele vereisten EN 54-2 Optie Beschrijving 7.8 Uitgang naar brandalarmmelders [1] Uitgang naar waarschuwingsapparatuur [2] Alarmbevestigingsingang van doormeldapparatuur [2] 7.10 Uitgang naar besturingsapparaat (type A, B en C) [3] 7.11 Vertragingen naar uitgangen [4] 7.12 Afhankelijkheden van meer dan een alarmsignaal (typen A, B en C) [4] 7.13 Alarmteller 8.4 Totale uitval van voeding 8.9 Uitgang naar storingsdoormeldapparatuur 9.5 Adresseerbare melders uitschakelen [4] 10 Testconditie [4] [1] Uitgezonderd herhaal panelen en centrales die in de modi EN 54-2 evacueren of NBN worden uitgevoerd. [2] Uitgezonderd herhaal panelen, centrales zonder doormelding en centrales met doormelding in de NBNmodus. [3] Uitgezonderd herhaal panelen en centrales zonder besturingsapparaat. [4] Uitgezonderd herhaal panelen Europese regelgeving voor de constructie van producten De volgende tabel bevat regelgeving voor de CPD (Construction Products Directive). Certificatie Certificatie-instelling 0832 CPD-certificaatnummers: Panelen met één lus Panelen met twee lussen 0832-CPD CPD-1546 EN54 EN 54 EN 54-2: A1: 2006 EN 54-4: A1: A2: 2006 Productiejaar De eerste vijf cijfers van het serienummer van uw product geven productiejaar en -dag aan in de indeling JJDDD (zie het productidentificatielabel) Fabrikant UTC Fire & Security (Africa), 555 Voortrekker Road, Maitland, Cape Town 7405, PO Box 181 Maitland, Zuid-Afrika Pagina 32 van 34 EU-geautoriseerde vertegenwoordiger: UTC Fire & Security B.V., Kelvinstraat 7, 6003 DH Weert, Nederland
33 FP200/EP EN Europese compatibiliteitsevaluatie van systeemonderdelen Deze centrales maken deel uit van een gecertificeerd systeem zoals omschreven door de EN norm bij een installatie en configuratie voor EN bediening, zoals beschreven door de fabrikant in de overeenkomende installatiedocumentatie. Neem contact op met uw installatie- of onderhoudsbedrijf om te bepalen of uw brandmeldsysteem voldoet aan deze norm. Europese normen voor elektrische veiligheid en elektromagnetische compatibiliteit Deze centrales zijn ontworpen in overeenstemming met de volgende Europese normen voor elektrische veiligheid en elektromagnetische compatibiliteit: EN EN EN EN EN Juni 2014 wijzigingen voorbehouden Pagina 33 van 34
34 Aantekeningen Pagina 34 van 34
Bedieningshandleiding voor de 2X-F Seriesbrandmeldcentrale
Bedieningshandleiding voor de 2X-F Seriesbrandmeldcentrale P/N 501-405001-2-20 REV 2.0 ISS 12MAY11 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens
2X Series Bedieningshandleiding
2X Series Bedieningshandleiding P/N 501-405001-2-30 REV 03 ISS 16APR13 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens 2013 UTC Fire &
GE Security. FEP/FER700-serie brandmeldpanelen en herhaalpanelen Gebruikershandleiding
GE Security FEP/FER700-serie brandmeldpanelen en herhaalpanelen Gebruikershandleiding versie 1-0 / november 2004 ERKENNING HANDELSMERK De onderstaande merknamen zijn handelsmerken van Echelon Corporation
2X Series Bedieningshandleiding
2X Series Bedieningshandleiding P/N 00-3250-505-0001-04 ISS 04MAY15 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant 2015 UTC Fire & Security. Alle rechten voorbehouden. 2X Series is een handelsmerk van UTC
Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54
Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54 Copyright TEF Nederland erland B.V. Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset de brandmeldcentrale 1.4. Starten
2X-reeks brandcentrale Handleiding Belgische markt
2X-reeks brandcentrale Handleiding Belgische markt P/N 501-405011-8-21 REV 02.10 ISS 18NOV13 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificering Richtlijnen van Europese Unie Contactinformatie
FP400-serie. Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen. Gebruikershandleiding
FP400-serie Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen Gebruikershandleiding Versie 2.3 / Juni 2004 Aritech is een merknaam van GE Interlogix. http://www.geindustrial.com/ge-interlogix/emea
Gebruikershandleiding. Bedienpaneel MINI-REP
Gebruikershandleiding Bedienpaneel MINI-REP Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset de brandmeldcentrale 1.4. Starten en stoppen van de Ontruiming 1.5. Uitlezen
ELVA Security 03 886 66 56 www.elva.be
Gebruikershandleiding INIM Smartline brandmeldcentrale. 1. Front brandmeldcentrale 1 2. Bediening: A Sleutel Niveau 1 Niveau 2 Toetsen B C 4 scroll toetsen Stop sirene D Reset E F Evacuatie Onderzoek deze
Syncro AS. Analoge Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding. Man V1.0NL
Syncro AS Analoge Brandmeldcentrale Gebruikershandleiding Man-1100 030209V1.0NL Index Section Page 1. Inleiding...2 2. Bediening...2 3.1 Bedieningsniveau 1...2 3.2 Bedieningsniveau 2...2 3. Alarmen...2
FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com
FAQ en HANDLEIDINGEN MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale Junior V4 Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset
Installatiehandleiding voor de 2X-F Seriesbrandmeldcentrale
Installatiehandleiding voor de 2X-F Seriesbrandmeldcentrale P/N 501-405001-1-20 REV 2.0 ISS 12MAY11 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens
FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com
FAQ en HANDLEIDINGEN MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54 Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset
Brandmeldcentrale CSP-204 CSP-208 Bedieningshandleiding
Brandmeldcentrale CSP-204 CSP-208 Bedieningshandleiding Firmware versie 1.00 csp-x_o_nl 05/13 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. +48 58 320 94 00 [email protected] www.satel.eu INHOUD
Beknopte handleiding NF3000 INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE BEDIENING CENTRALE EN WEERGAVE... 2 Hoofdcentrale... 2 Primaire indicators... 2 Druktoetsen... 2 Toetsenbord... 3 Omschrijving LEDs... 4 BEDIENINGSACTIES OP DE CENTRALE... 5 Uitgangen Buiten-
Gebruikershandleiding FP100
FP100 Juli 2014 Wijzigingen voorbehouden Copyright Chubb Fire & Security 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie,
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding NK700 reeks Compleet Gebruikersmenu Puurs KILSEN NK700 reeks Conventionele brandmeldcentrale Gebruikershandleiding 1 INHOUDSOPGAVE 1 Inhoudsopgave... 3 2 Gebruikershandleiding...
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding KSA700 reeks Compleet Gebruikersmenu Puurs KILSEN KSA700 reeks Analoog adresseerbare brandmeldcentrale Gebruikershandleiding INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave... 3 1 Inleiding... 4 1.1
ZP2 Series Installatiehandleiding
ZP2 Series Installatiehandleiding P/N 501-405201-1-31 REV 03.10 ISS 11NOV13 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens 2013 UTC Fire
BEDIENINGSINSTRUCTIE BLUSCENTRALE TYPE 8010
INHOUDSOPGAVE EN INLEIDING Blz Onderwerp 1 leiding 2 Algemene signaleringen 3 3 Signalering van storingen 4 stoetsen 5 - en inschakelen van een meldergroep 6 - en inschakelen van een relais dicatie van
Syncro. Multi-loop Analoog adresseerbaar Brandmeldpaneel. Gebruikershandleiding. Issue 27 Feb. 2009 270209fnv1.1. Product Manuals/Man-1057 Syncro User
Syncro Multi-loop Analoog adresseerbaar Brandmeldpaneel Gebruikershandleiding Issue 27 Feb. 2009 270209fnv1.1 Product Manuals/Man-1057 Syncro User Inhoudsopgave Hoofdstuk Pagina 1. Introductie... 2 2.
1X-F-serie Bedieningshandleiding
1X-F-serie Bedieningshandleiding P/N 501-415001-2-31 REV 03.10 ISS 21NOV13 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens 2013 UTC Fire
InteGra Gebruikershandleiding 1
InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.
Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding
Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding ( V1.2 17/03/98 ) PRODUCT CODE : LFFP801 FP800 Gebruikershandleiding V1.2 Wat te doen in geval van brandalarm. Uitschakelen akoestisch alarm Druk op toets
Gebruikershandleiding Brandmeld-/ontruimingscentrale
Gebruikershandleiding Brandmeld-/ontruimingscentrale BC06 November 2010 Wijzigingen voorbehouden 00049.1010 Copyright Chubb Fire & Security 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd
VERKORTE HANDLEIDING FPA5000
VERKORTE HANDLEIDING FPA5000 1 van 31 Inhoudsopgave Overzicht...3 Bedieningselementen...4 1 Functietoetsen...4 2 Alfanumeriek toetsenblok...4 3 Sleutelschakelaar...4 Displayelementen 4 LED-display...5
BEDIENINGSINSTRUCTIES
INHOUDSOPGAVE Blz Onderwerp 2 Aanzicht bedieningsgedeelte 3 Overzicht signaleringen en bedieningen 6 Het uit- en inschakelen van groepen, melders en relais 7 Het opvragen van een toestand en overzicht
6100 DIGITALE 1-RINGLUS BRANDMELDCENTRALE
6100 DIGITALE 1-RINGLUS BRANDMELDCENTRALE GEBRUIKERSHANDLEIDING Protec Brandbeveiliging BV, Industrieweg 87, 2651 BC, Berkel en Rodenrijs. Telefoon: +31 (0) 10 511 9920 Fax: +31 (0) 10 511 9929 Web: www.protecfire.nl
BLUSCENTRALE TYPE BMC 8010
BLUSCENTRALE TYPE BMC 8010 LOGBOEK EN BEDIENINGSINSTRUCTIES Novar Nederland B.V. Postbus 233 4940 AE Raamsdonksveer T 0162 520290 F 0162 517858 LOGBOEK BLUSCENTRALE In het logboek dienen alle meldingen,
Het Keypad (met segmenten)
Het Keypad (met segmenten) Het JABLOTRON 100 systeem kan worden gebruikt met verschillende type keypads waarmee het systeem kan worden bediend, en die informatie geven omtrent de status van het systeem
1X-F-serie Bedieningshandleiding
GE Security 1X-F-serie Bedieningshandleiding P/N 501-415001-2-20 REV 2.0 ISS 06SEP09 Copyright 2009 GE Security, Inc. Het is niet toegestaan dit document in zijn geheel of gedeeltelijk te kopiëren of op
1X-E4-serie Bedieningshandleiding
1X-E4-serie Bedieningshandleiding P/N 501-415401-2-30 REV 3.0 ISS 28SEP11 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens 2011 UTC Fire
Bedieningshandleiding voor de Exocompact Display
Bedieningshandleiding voor de Exocompact Display Copyright RETEG b.v. Bedieningshandleiding voor de Display s 1 Rev 2.0, 06-07-2006 1 Inhoudsopgave 1 INHOUDSOPGAVE... 2 2 INTRODUCTIE... 3 2.1 BEVEILIGING...
BRANDMELDCENTRALE TYPE BMC 80
BRANDMELDCENTRALE TYPE BMC 80 LOGBOEK EN BEDIENINGSINSTRUCTIES Novar Nederland B.V. Postbus 233 4940 AE Raamsdonksveer T 0162 520290 F 0162 517858 LOGBOEK BRANDMELDINSTALLATIE TYPE BMC 80 In het logboek
Brandmeldcentrale BMC-V
Brandmeldcentrale BMC-V Beknopte gebruikers handleiding Gebruiksaanwijzing voor brandmeldcentrale Handleiding / gebruik Logboek Handleiding onderhoud Versie 0805-1 Beknopte gebruiksaanwijzing Brandmeldcentrale
GEBRUIKERSHANDLEIDING. Elektronisch slot Multicode. think safe
GEBRUIKERSHANDLEIDING Elektronisch slot Multicode think safe Gebruikershandleiding elektronisch slot Multicode Algemeen Het slot werkt met een 6- of 7-cijferige code of een 6- of 7-letterige code. Elke
Bedieningshandleiding FC 1008 E
Bedieningshandleiding FC 008 E Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden Copyright by B.V. Alle rechten voorbehouden. Wijzi gingen voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Brandcentrale XF-C 2 XF-C 4 XF-C 6 XFC2 XFC4 XFC6 XF-C2/4/6 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security ELVA Security ELVA Security Puurs Brandcentrale model XF-C Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding
GE Security KILSEN NK700 reeks Conventionele brandmeldcentrale Gebruikershandleiding g ination imag at work Kilsen is a brand name of GE Security. www.gesecurity.net COPYRIGHT 2005 GE Security EMEA bvba.
Bedieningshandleiding FC10 FC10-02 A FC10-04 A FC10-08 A FC10-12 A. Fire & Security Products. Siemens Building Technologies
Bedieningshandleiding FC0 FC0-0 A FC0-04 A FC0-08 A FC0- A Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden Copyright by B.V. Alle rechten voorbehouden. Wijzigingen voorbehouden. Niets deze
Paneel Functies & Indicatoren Algemene & zone brand led s ACCEPTEER SIRENES AAN / UIT RESET STOP ZOEMER SLEUTEL- SCHAKELAAR VERTRAGING AAN/UIT SELEKTIE Zone STORING/ BUIT.DNST/ TEST LED s Systeem LED s
Bedieningshandleiding FC 1004 E
Bedieningshandleiding FC 00 E Bedieningshandleiding FC00-E SR Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden Copyright by B.V. Alle rechten voorbehouden. Wijzigingen voorbehouden. Niets
Verkorte Gebruiker Handleiding
Verkorte Gebruiker Handleiding Inhoud Algemeen... 3 Het keypad... 3 Functietoetsen... 4 Cijfertoetsen... 4 Navigatietoetsen... 4 LCD scherm... 4 Signalisatie LED s... 6 Noodtoetsen... 6 De verschillende
GEBRUIKERSHANDLEIDING. BSX20E / 40E / 80E / 160E Brandmeldcentrale & BSX-E Nevenbediendeel
GEBRUIKERSHANDLEIDING BSX20E / 40E / 80E / 160E Brandmeldcentrale & BSX-E Nevenbediendeel 1 Welkom Technische wijzigingen en leveringmogelijkheden voorbehouden. De informatie in dit document wordt alleen
Gebruikershandleiding. Advisor Advanced
Gebruikershandleiding Advisor Advanced Inhoud Bediendelen en lezers 1 Algemene toetsreeksen voor LCD-bediendeel 2 Toegang tot het systeem met uw PIN-code en/of kaart 2 Het systeem in- en uitschakelen 3
GEBRUIKERSHANDLEIDING. BSX40E / 80E / 160E Centrale & BSX-E Nevenbediendeel
GEBRUIKERSHANDLEIDING BSX40E / 80E / 160E Centrale & BSX-E Nevenbediendeel 1 Welkom Technische wijzigingen en leveringmogelijkheden voorbehouden. De informatie in dit document wordt alleen ter informatie
Sigma CP K and Sigma CP T series
Sigma CP K and Sigma CP T series Brandmeldcentrale Gebruikers Handleiding DOCUMENT REFERENCE K6800-08 (Man-1082) MODEL NUMBERS K11020M2, K11040M2, K11080M2 T11020M2, T11040M2, T11080M2 191108V1.0FN Brand
COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN
COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een opslagsysteem of doorgegeven in welke vorm of op welke manier ook - elektronisch,
SmartLine. Conventionele Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding
SmartLine Conventionele Brandmeldcentrale Gebruikershandleiding Inim SmartLine 2 Inhoudsopgave 1 Omschrijving van de Centrale... 5 1.1 Fabrikant gegevens... 5 1.2 Type omschrijving... 5 1.3 Copyright...
EP600 SERIE GEBRUIKERSHANDLEIDING
EP600 SERIE GEBRUIKERSHANDLEIDING 1) Form: 2 pages A5. Formaat: 2 pagina's A5. 2) Text may differ from original and is for reference only. Tekst kan verschillen met origineel en is alleen voor referenties.
Gebruiker Handleiding Premier 24/48/88/168/640 INS479
Gebruiker Handleiding Premier 24/48/88/168/640 INS479 Overzicht Premier Series Gebruiker Handleiding 1. Overzicht Introductie Dit document behandelt de alledaagse bediening van uw alarmpaneel, voor meer
NP1050.09 GEBRUIKERS HANDLEIDING BRANDMELDCENTRALE BMC-708
NP1050.09 GEBRUIKERS HANDLEIDING BRANDMELDCENTRALE BMC-708 April 2002 Brandmeldcentrale 708 Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie,
Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote
Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote Alarmsysteem met afstandsbediening leidraad bij het instellen - Dutch Geachte klant, In deze handleiding vindt u de informatie en bedieningen die nodig
BEDIENINGSINSTRUCTIE. BRANDMELDCENTRALE TYPE FlexES control. Inhoudsopgave: Hfst Onderwerp Blz. 1 Inleiding 2
Inhoudsopgave: Hfst Onderwerp Blz 1 Inleiding 2 2 Status Indicaties 3 2.1 Aanzicht bedieningsgedeelte 3 2.2 Status normaal bedrijf 4 2.3 Status brandalarm en vooralarm 4 2.4 Status storing en systeemstoring
Gebruikers handleiding Jablotron 100 serie
Gebruikers handleiding Jablotron 100 serie 1.1 Bediening en informatie van uw beveiligingssysteem Het JABLOTRON 100 systeem kan worden bedient met verschillende soorten bediendelen, die tevens informatie
Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c - 3881 SC Putten - Tel : 0341-375757 www.lagarde.nl - [email protected]
Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c - 3881 SC Putten - Tel : 0341-375757 www.lagarde.nl - [email protected] Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Het Bedieningspaneel 3 PIN-code voor toegang tot het systeem 4 Het
BRANDMELDCENTRALE TYPE 8000X
LOGBOEK EN BEDIENINGSINSTRUCTIES Novar Nederland B.V. Postbus 233 4940 AE Raamsdonksveer T 0162 520290 F 0162 517858 LOGBOEK BRANDMELDINSTALLATIE TYPE BMC 8000X In het logboek dienen alle meldingen, storingen,
Toonaangevend in veiligheid. Detect 3004. De juiste mensen op de juiste plek
Toonaangevend in veiligheid Detect 3004 De juiste mensen op de juiste plek BEDIENINGSINSTRUCTIE BRANDMELDCENTRALE SYSTEEM 3000 2.1 Normale bewakingstoestand 2.2 Alarm De groene lampen "netvoeding" en "in
Integratie van Net2 met een inbraakalarmsysteem
Integratie van met een inbraakalarm Overzicht kan controleren of het inbraakalarm in of uit geschakeld is. Als het alarm aan staat zal alleen toegang verlenen aan gebruikers die gemachtigd zijn om het
INT-KSG Bediendeel Verkorte Gebruikershandleiding
INT-KSG Bediendeel Verkorte Gebruikershandleiding Firmware versie 1.02 int-ksg_u_nl 01/13 SATEL sp. z o.o. ul. Schuberta 79 80-172 Gdańsk POLAND tel. + 48 58 320 94 00 [email protected] www.satel.eu WAARSCHUWING
Bedieningshandleiding FC 10/4 1zone
Bedieningshandleiding FC 0/ zone Bedieningshandleiding FC00 Overzicht indicatie... Overzicht bediening... 5 Normaalbedrijf... 6 stoestand DAG / NACHT... 7 5 Wat te doen bij brandalarm... 8 6 Meldergroepen
TEXECOM Vocale Telefoonkiezer Installatie- & programmatiehandleiding 20-04-2012
HI0990N02A Pag. 1/14 TEXECOM Vocale Telefoonkiezer Installatie- & programmatiehandleiding 20-04-2012 LIMOTEC Bosstraat 21 B- 8570 VICHTE Tel +32 (0) 56 650 660 www.limotec.be HI0990N02A Pag. 2/14 Inhoudsopgave
Bedieningshandleiding voor de 1X-F-reeks
Bedieningshandleiding voor de 1X-F-reeks P/N 501-415011-2-31 REV 03.10 ISS 21NOV13 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificering Richtlijnen van Europese Unie Contactinformatie 2013
Gebruikershandleiding
Ontruimingscentrale Type paneel: EVP (8 groepen) Gebruikershandleiding Ajax Brandbeveiliging B.V. Gebruikershandleiding EVP MH EVP (mei 2002) 1 Inhoudsopgave 1. Veiligheid 3 Belangrijke informatie met
Personal tag. Personal tag. Drukknop of bewegingsdetector. TABEL 2 Samenvatting van de Programmeerfuncties
TAG-IN-A-BAG Stand alone proximity toegangscontrolesysteem Gebruikershandleiding 1. Introductie De TIAB is ontworpen om de toegang voor onbevoegden tot beschermde gebieden te beperken. De unit maakt gebruik
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding EN54 2-8 Horizon Compleet Gebruikersmenu Puurs EN54 2-8 Zone Conventional Fire Control Panel User Manual 997-493-001, Issue 1 0 November 2003 Français English Deutsch Islenska Svenska
VERSA / VERSA Plus Verkorte gebruikershandleiding
int-tsg_gv_nl 05/15 Bediendeel INT-TSG Firmware versie 1.03 VERSA / VERSA Plus Verkorte gebruikershandleiding SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. 58 320 94 00 www.satel.eu WAARSCHUWINGEN
Installatiehandleiding
353000 Module Toetsenbord Sfera Installatiehandleiding 06/12-01 PC 2 Module Toetsenbord Sfera Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 1.1 Mededelingen en tips 4 Installatiehandleiding 2 Beschrijving 5 2.1 Hoofdfuncties
GEBRUIKERSHANDLEIDING. Penta 5000 Brandmeldsysteem
GEBRUIKERSHANDLEIDING Penta 5000 Brandmeldsysteem Welkom Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden. De informatie in dit document wordt alleen ter informatie geleverd, kan zonder voorafgaande
Gebruikershandleiding
Brandmeldcentrale Type paneel: CFP (2, 4 en 8 groepen) Gebruikershandleiding Ajax Brandbeveiliging B.V. Gebruikershandleiding CFP MH CFP (mei 2002) 1 Inhoudsopgave 1. Veiligheid 3 Belangrijke informatie
ZX1e ZX2e ZX5e. Document Nr Versie 01 Bedienings- handleiding
ZX1e ZX2e ZX5e Document Nr. 996-130 Versie 01 Bedienings- handleiding MORLEY-IAS ZX2E/ZX5E Fire Alarm Control Panels Inhoud 1 INTRODUCTIE... 4 1.1 MEDEDELING... 4 1.2 WAARSCHUWING... 4 1.3 NATIONALE KEURINGEN...
GEBRUIKERSHANDLEIDING. Penta 5000 Brandmeldsysteem
GEBRUIKERSHANDLEIDING Penta 5000 Brandmeldsysteem Welkom Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden. De informatie in dit document wordt alleen ter informatie geleverd, kan zonder voorafgaande
2006 Ajax Brandbeveiliging B.V.
006 Ajax Brandbeveiliging B.V. Alle rechten voorbehouden. Zonder schriftelijke toestemming van Ajax Brandbeveiliging B.V. mag niets deze gave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van
AN0033-NL. Hoe voeg ik een brandalarm toe aan Paxton10. Overzicht. Een brandmeld apparaat creëren
Hoe voeg ik een brandalarm toe aan Paxton10 Overzicht In Paxton10 kan de status van brandmelders eenvoudig worden gemonitord. Er kan een specifieke alarmconnector worden geïnstalleerd en worden ingebouwd
Bedieningshandleiding voor het extern Regin Display
Bedieningshandleiding voor het extern Regin Display Copyright RETEG b.v. 1 Inhoudsopgave 1 INHOUDSOPGAVE... 2 2 INTRODUCTIE... 3 2.1 BEVEILIGING... 3 2.2 MEER INFORMATIE... 3 3 MENU STRUCTUUR VAN HET DISPLAY...
Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld.
MKP-300 DRAADLOOS BEDIENDEEL MKP300_NL 03/12 Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld. 1. Eigenschappen
Waarschuwingen. Het onderstaande symbool geeft belangrijke of nuttige informatie aan die u in gedachte dient te houden.
De onderstaande symbolen worden in de handleiding en op het apparaat zelf gebruikt als waarschuwing. Hiermee wordt getoond hoe het product veilig en correct wordt gebruikt om persoonlijk letsel aan u en
BE 1000 Brand BEDIENINGS INSTRUCTIE INHOUDSOPGAVE 30.0221.9535 A3
BEDIENINGS INSTRUCTIE BE 1000 Brand 30.0221.9535 A3 INHOUDSOPGAVE Inleiding en aanwijzingen voor de veiligheid............. 2 Toelichting weergave en bedieningselementen Display en toetsen.....................................
Gebruikershandleiding Zerowire
Gebruikershandleiding Zerowire Beschrijving functietoetsen ALARM Rood: systeem is in alarm Voer uw pincode in en druk vervolgens op ENTER om het alarm uit te schakelen. Druk op de STATUS-toets voor meer
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier Puurs EL 03 V w 8 A w 8 S w 6 ec.e 6 u lv 6 rit a. 56 y be CS-175-275-575 series LED-gebruikersgids 98/482/EC-kennisgeving (Voor producten met
SmartLoop Analoge brandmeldcentrale Gebruikershandleiding EN 54-2 EN 54-4
EN 54-2 EN 54-4 0051-CPD-0225 0051-CPD-0226 0051-CPD-0227 0051-CPD-0228 0051-CPD-0231 0051-CPD-0232 SmartLoop Analoge brandmeldcentrale Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Copyright De informatie
GEBRUIKERSHANDLEIDING
NP0060.1 juli 1996 INLEIDING De is een inbraakalarmcentrale met maximaal 6 detectiepunten die bediend kan worden m.b.v. het LED of LCD bediendeel. De commando s die vanuit het bediendeel worden ingegeven
AN0021-NL. Een trigger- en actieregel maken. Overzicht. Een Trigger- en actieregel creëren
Een trigger- en actieregel maken Overzicht Trigger en Actie regels zijn een eenvoudige manier voor het creëren van aangepaste en unieke functionaliteiten in Paxton10. Specifieke regels kunnen worden gecreëerd
BEDIENINGSINSTRUCTIE. BRANDMELDCENTRALE TYPE IQ8Control C/M. Inhoudsopgave: Onderwerp. 2 Aanzicht bedieningsgedeelte
Inhoudsopgave: Blz Onderwerp 2 Aanzicht bedieningsgedeelte 3 Vrijgave bediening, Indicatoren voor brandalarm, vooralarm, storing, uitschakelen. 4 Uitleeseenheid voor groepen, Bedieningsknoppen Reset centrale,
SMC-web. Introduction to SMCweb Title Page. Handleiding SMC-web. 2011 Security Monitoring Centre
SMC-web Handleiding SMC-web Introduction to SMCweb Title Page CSMCweb Handleiding SMCweb Table of Contents Over dit document... 1 Organisatie... 1 Doelgroep... 1 PDF Document... 1 Introductie... 2 SMCweb
NF3000. Gebruikershandleiding. v0303
NF3000 Gebruikershandleiding Inhoud Bedieningshandleiding NF3000-reeks Snelle inhoudsreferentie per sectie DISPLAY: SAMENVATTING - ZIE SECTIE 5 GEDETAILEERDE BESCHRIJVING VAN DE MENU S, ZIE SECTIE: 6 7
SPCE120 Indication Expander Gebruikershandleiding
SPCE120 Indication Expander Gebruikershandleiding 3.4 Copyright Copyright Technische specificaties en beschikbaarheid kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Copyright Alle rechten op
Document Nr. 996-148-000-5 Issue 5. Gebruikers Handleiding
DX Document Nr. 996-148-000-5 Issue 5 Gebruikers Handleiding MORLEY-IAS Dimension Series Inhoud 1 INLEIDING... 4 1.1 MEDEDELING... 4 1.2 MODELLEN... 4 1.3 WAARSCHUWING... 6 1.4 NATIONALE KEURINGEN... 6
Bediening (kort) FC361 Brandmeldcentrale
www.siemens.com/buildingtechnologies Bediening (kort) FC361 Brandmeldcentrale Siemens Switzerland Ltd Industry Sector Building Technologies Division International Headquarters Gubelstrasse 22 CH-6301 Zug
GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7
GEBRUIKSAANWIJZING 1 3 2 1 4 11 NOT AVAILABLE 12 6 5 5 7 8 14 9 10 19 17 18 21 13 20 15 16 1 ONZE WELGEMEENDE DANK VOOR UW AANKOOP VAN DEZE AFSTANDS- BEDIENING. LEES DE HANDLEIDING AANDACHTIG ALVORENS
NP0052.04. Gebruikershandleiding CMK470S
NP0052.04 Gebruikershandleiding januari 1998 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke
SmartLine Conventionele brandmeldcentrale en bluscentrale Gebruikershandleiding CPR CPR CPR-0230
EN 54-2 EN 54-4 EN 12094-1 0051 0051-CPR-0224 0051-CPR-0229 0051-CPR-0230 SmartLine Conventionele brandmeldcentrale en bluscentrale Gebruikershandleiding Conventionele branddetectiecentrale Hoofdstuk 1
InteGra Gebruikershandleiding 1 INHOUD 1. ALGEMEEN... 2 2. DE INTEGRA INBRAAKCENTRALE... 2 2.1 LCD BEDIENDEEL...3 2.1.1 Display... 3 2.1.2 Toetsen...
InteGra Gebruikershandleiding 1 INHOUD 1. ALGEMEEN... 2 2. DE INTEGRA INBRAAKCENTRALE... 2 2.1 LCD BEDIENDEEL...3 2.1.1 Display... 3 2.1.2 Toetsen... 3 2.1.3 LED indicatoren op het LCD bediendeel... 4
Bediendeel Verkorte Gebruikershandleiding
Bediendeel Verkorte Gebruikershandleiding Firmware versie 1.00 int-ksg_u_nl 08/10 SATEL sp. z o.o. ul. Schuberta 79 80-172 Gdańsk POLAND tel. + 48 58 320 94 00 [email protected] www.satel.eu WAARSCHUWING Lees
Trigion Webportal Gebruiker
Trigion Webportal Gebruiker Met de Finder.exe software (verkrijgbaar via website van Trigion www.trigion.nl/homesecurity ) maakt u verbinding met uw Paneel. U opent de Finder door op het icoontje te dubbelklikken.
Handleiding Zero-wire
AEV VOCHTEN - MYLLE SECURITY NV 18-2-2018 Handleiding Zero-wire Bediening alarmsysteem met App Inhoud 1. Downloaden van de app.... 2 2. Eerste gebruik.... 2 3. Personaliseren van uw account... 3 4. Uw
FP700-serie. Conventionele brandpanelen. Eindgebruikershandleiding
FP700-serie Conventionele brandpanelen Eindgebruikershandleiding Versie 4-0 / maart 2004 ERKENNING HANDELSMERK De onderstaande merknamen zijn handelsmerken van Echelon Corporation en zijn geregistreed
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Advisor CD 2401S1 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security Puurs ADVISOR CS 2401S1 Gebruikershandleiding Software versie: V5-A-GH COPYRIGHT SLC Europe & Africa 1997. All
