1X-E4-serie Bedieningshandleiding
|
|
|
- Ruben Veenstra
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 1X-E4-serie Bedieningshandleiding P/N REV 3.0 ISS 28SEP11
2 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens 2011 UTC Fire & Security. Alle rechten voorbehouden. CleanMe en de 1X-E4-serie naam en het logo zijn handelsmerken van UTC Fire & Security. Andere in dit document gebruikte handelsnamen kunnen handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken zijn van de fabrikanten of leveranciers van de betreffende producten. UTC Fire & Security (Africa), 555 Voortrekker Road, Maitland, Cape Town 7405, PO Box 181 Maitland, Zuid-Afrika. EU-geautoriseerde vertegenwoordiger: UTC Fire & Security B.V. Kelvinstraat 7, 6003 DH Weert, Nederland. Dit document is bedoeld voor 1X-E4-serie centrales met softwareversie 2.0 of hoger. 1999/5/EC (R&TTE-richtlijn): Hierbij verklaart UTC Fire & Security dat dit apparaat voldoet aan de essentiële vereisten en andere relevante voorschriften van Richtlijn 1999/5/EC. 2002/96/EC (WEEE-richtlijn): Producten die van dit waarmerk zijn voorzien, mogen in de Europese Unie niet bij het ongesorteerde gemeenteafval worden gegooid. U kunt dit product retourneren aan uw plaatselijke leverancier op het moment dat u vergelijkbare nieuwe apparatuur aanschaft, of inleveren op een aangewezen inzamelpunt voor de juiste recycling. Meer informatie vindt u in: /66/EC (richtlijn betreffende accu s en batterijen): Dit product bevat een accu die in de Europese Unie niet bij het ongesorteerde gemeenteafval gegooid mag worden. Raadpleeg de productdocumentatie voor specifieke informatie over accu s. De accu is van dit symbool voorzien. Op het symbool kunnen de volgende letters zijn aangebracht: Cd voor cadmium, Pb voor lood of Hg voor kwik. Voor de juiste recycling levert u de accu in bij uw plaatselijke leverancier of bij een aangewezen inzamelpunt. Meer informatie vindt u in: Zie voor contactgegevens.
3 Inhoud Belangrijke informatie ii Adviserende berichten ii Aansprakelijkheidsbeperking ii Inleiding 1 Productenreeks 1 Bedieningsmodi 1 Overzicht centrale 2 Gebruikersinterface van de 1X-E4-centrale 2 Bediening en indicatie-led s 3 Hoorbare indicatoren 7 Overzicht van statusmeldingen 7 Activering van signaalgever tijdens brandalarm 11 Bediening van de centrale 12 Gebruikersniveaus 12 Algemeen gebruikersniveau bewerking 12 Operator-niveaubewerking 15 Onderhoud 20 Regelgeving 21 1X-E4-serie Bedieningshandleiding i
4 Belangrijke informatie Adviserende berichten Adviserende berichten waarschuwen u voor condities of praktijken die ongewenste gevolgen kunnen hebben. De adviserende berichten die in dit document worden gebruikt, worden hieronder beschreven. WAARSCHUWING: Waarschuwingsberichten adviseren u over gevaren die zouden kunnen leiden tot verwondingen of dodelijk letsel. Ze geven aan welke acties u moet nemen of vermijden om verwondingen of dodelijk letsel te voorkomen. Let op: Let op-berichten adviseren u over mogelijke schade aan apparatuur. Ze geven aan welke acties u moet nemen of vermijden om de schade te voorkomen. Opmerking: Opmerkingen adviseren u over het mogelijke verlies van tijd of inspanning. Ze geven aan hoe u dit verlies kunt voorkomen. Opmerkingen worden ook gebruikt voor het geven van belangrijke informatie die u moet lezen. Aansprakelijkheidsbeperking In overeenstemming met de toepasbare wetgeving zal UTCFS in geen geval aansprakelijk zijn voor enige winstderving of verlies van zakelijke mogelijkheden, verlies van gebruik, bedrijfsonderbreking, verlies van gegevens, of enige andere indirecte, bijzondere, incidentele of gevolgschade hetzij op basis van contract, onrechtmatige daden, productaansprakelijkheid, of anderszins. Omdat in sommige rechtsgebieden de uitsluiting of beperking van incidentele of gevolgschade niet toelaatbaar is, geldt de bovenstaande beperking mogelijk niet voor u. In elk geval zal de totale aansprakelijkheid van UTCFS nooit hoger zijn dan de aanschafprijs van het product. De voorgaande beperking is geldig voor zover dit door de toepasselijke wetgeving is toegestaan, ongeacht of UTCFS op de hoogste is gesteld van de mogelijkheid van zulke schade en ongeacht of eventuele remedies niet voldoen aan hun oorspronkelijke opzet. U bent verplicht het apparaat volgens deze handleiding, de toepasbare codes en de instructies van de bevoegde juridische autoriteiten te installeren. Hoewel tijdens het voorbereiden van deze handleiding alle voorzorgsmaatregelen zijn genomen om een nauwkeurige inhoud te garanderen, aanvaardt UTCFS geen enkele verantwoordelijkheid voor fouten of weglatingen. ii 1X-E4-serie Bedieningshandleiding
5 Inleiding Dit is de bedieningshandleiding voor 1X-E4-serie conventionele centrales voor branddetectie en ontruiming. Lees deze instructies en alle verwante documentatie volledig door voordat u dit product in gebruik neemt. Productenreeks Het 1X-E4-serie omvat de hieronder weergegeven modellen. Tabel 1: 1X-E4-serie modellen Model 1X-E4 1X-E4-NL Beschrijving Conventionele brandmeld- en ontruimcentrale voor vier groepen die vier ontruimingszones ondersteunt zonder alarmteller Conventionele brandmeld- en ontruimcentrale voor vier groepen die vier ontruimingszones ondersteunt met alarmteller Bedieningsmodi In onderstaande tabel vindt u de ondersteunde bedieningsmodi. De standaardbedieningsmodus is NEN 2575 met vier ontruimingszones. Tabel 2: Bedieningsmodi Bedieningsmodus EN optie [1] Regio NEN E (standaard) Beschikbaar [2] Europese Unie NEN E Beschikbaar Europese Unie NEN E Beschikbaar Europese Unie [1] EN bewaking vereist compatibele systeembedrading en apparatuur en moet door de installateur in de configuratie van de centrale worden ingeschakeld. [2] Vereist installatie van een SB-uitbreidingskaart (niet geleverd). Aangezien de ingestelde bedieningsmodus niet zichtbaar is, moet u uw installatie- of onderhoudsbedrijf om deze uitgebreide configuratiegegevens vragen. 1X-E4-serie Bedieningshandleiding 1
6 Overzicht centrale Dit onderwerp biedt een inleiding in de gebruikersinterface van de centrale, de bedieningselementen en de indicatie-led s. Gebruikersinterface van de 1X-E4-centrale Afbeelding 1: Gebruikersinterface van de 1X-E4-centrale 1. Groepsknoppen en indicatie-led s 2. Ontruimingszoneknoppen en indicatie-led s 3. Indicatie-LED Voeding 4. Indicatie-LED Algemene storing 5. Algemene indicatie-led s Brand 6. Knop Alle signaalgevers stop 7. Knop Bevestigen 8. Indicatie-LED Storing Netwerk 9. Indicatie-LED Onderhoud detector 10. Indicatie-LED Uitbreiding I/U Storing/Uit 11. Algemene knop Gedeelte uit en indicatie-led 12. Knop Algemene test en indicatie-led 13. Configuratiebedieningselementen 14. Knop en indicatie-led Herstel 15. Knop en indicatie-led Stop zoemer 16. Knop Alle signaalgevers aan en indicatie-led 17. Indicatie-LED Storing systeem 18. Indicatie-LED Uit bedrijf 19. Indicatie-LED Aardfout 20. Indicatie-LED Storing voeding 21. Knop en indicatie-led Doormelding vertraging 22. Knop en indicatie-led Doormelding gestart 2 1X-E4-serie Bedieningshandleiding
7 Configuratieopties Configuratie-opties kunnen resulteren in gewijzigde interfaceknoppen en indicatie-led s. Zie Tabel 3 hieronder. Tabel 3: Geconfigureerde wijzigingen voor interfaceknoppen en indicatie-led s Item NEN 2575 NEN 2575 met EN Onderhoud detector Storing uitgang Storing/Uitgeschakeld Bediening en indicatie-led s In de volgende tabel vindt u een overzicht van de bedieningselementen en indicatie-led s van de centrale. De itemnummers verwijzen naar Afbeelding 1 op pagina 2. Het is mogelijk dat de hier beschreven bedieningsfuncties niet voor alle gebruikers beschikbaar zijn. Meer informatie over de bediening van de centrale en toegangsrestricties vindt u in het onderwerp Bediening van de centrale op pagina 12. Tabel 4: Bedieningselementen en indicatie-led s Item Bedieningselement/ Indicatie-LED 1 Groepsknoppen en indicatie-led s Kleur indicatie- LED Beschrijving Rood/Geel Schakelt een groep uit of test een groep (wanneer deze met de algemene knop Gedeelte uit of de algemene knop Test wordt ingedrukt). Een rode indicatie-led geeft aan dat er in de overeenkomende groep een alarm is afgegaan. Een rood knipperende indicatie-led geeft aan dat het alarm door een detector werd geactiveerd. Een rood brandende indicatie-led geeft aan dat het alarm door een handbrandmelder werd geactiveerd. Een gele indicatie-led geeft aan dat er in de overeenkomende groep een storing is, een test wordt uitgevoerd of een groep uitgeschakeld is. Als de gele LED knippert, is er een storing. Een geel brandende indicatie-led geeft aan dat de groep uitgeschakeld is of getest wordt. 1X-E4-serie Bedieningshandleiding 3
8 Item Bedieningselement/ Indicatie-LED 2 Ontruimingszoneknoppen en indicatie- LED s 3 Indicatie-LED Voeding 4 Indicatie-LED Algemene storing 5 Algemene indicatie- LED s Brand 6 Knop Alle signaalgevers stop Kleur indicatie- LED Beschrijving Rood/Geel Schakelt de ontruimingszone uit of test deze (wanneer deze met de algemene knop Gedeelte uit of de algemene knop Test wordt ingedrukt). De rode indicatie-led geeft aan dat er in de overeenkomende ontruimingszone een ontruimingsalarm is afgegaan. Als de gele LED knippert, is er een storing. Een geel brandende indicatie-led geeft aan dat de ontruimingszone uitgeschakeld is of getest wordt. Groen Geel Rood Geel Geeft aan dat het systeem correct is opgestart. Geeft een storing aan. De overeenkomende indicatie-led van de groep, de melder of de functiestoring indicatie-led knippert ook. Geeft een brandalarm aan. Knipperende indicatie-led s geven aan dat het brandalarm door een detector werd geactiveerd. Continu brandende indicatie-led s geven aan dat het brandalarm door een handbrandmelder werd geactiveerd. De overeenkomende indicatie-led van het groepsalarm geeft de bron van het brandalarm aan. Stopt de signaalgevers in alle ontruimingszones. 7 Knop Bevestigen Geel Bevestigt een ontruimingsalarm (wanneer deze tegelijk met de overeenkomende ontruimingszoneknop of de knop Alle signaalgevers aan wordt ingedrukt). 8 Indicatie-LED Storing Netwerk 9 Indicatie-LED Onderhoud detector Geel Geel De centrale is niet aangesloten op het brandmeldnetwerk als deze LED uit is. Een indicatie-led die elke 10 seconden knippert, geeft aan dat de centrale is aangesloten op het brandmeldnetwerk. Als de LED 30 seconden lang continu brandt, toont de centrale plaatselijke informatie. Een knipperende indicatie-led geeft een netwerkstoring aan. Geeft een storing aan van detectoren waaraan onderhoud moet worden uitgevoerd (alleen detectoren die compatibel zijn met CleanMe). De centrale zal aangeven in welke groep de detectoren zich bevinden die onderhoud nodig hebben, d.m.v. een knipperende gele indicatie- LED in de groep. 4 1X-E4-serie Bedieningshandleiding
9 Item Bedieningselement/ Indicatie-LED of Indicatie-LED Storing uitgang Storing/ Uitgeschakeld 10 Indicatie-LED Uitbreiding I/U Storing/Uit 11 Algemene knop Gedeelte uit en indicatie-led 12 Knop Algemene test en indicatie-led 13 Numerieke toetsen en knop Enter Kleur indicatie- LED Geel Geel Geel Nvt Beschrijving Een knipperende indicatie-led geeft een storing aan in het circuit van de storingsmeldinguitgang. Een continu brandende indicatie-led geeft aan dat de functie is uitgeschakeld. (voor EN configuraties.) Geeft aan dat er in een geïnstalleerde uitbreidingskaart een storing is opgetreden of dat een geïnstalleerde uitbreidingsmodule uitgeschakeld is. Een knipperende indicatie-led geeft een storing in een uitbreidingskaart aan. Als de indicatie-led continu brandt, geeft dit aan dat er een uitbreidingskaart is uitgeschakeld. Schakelt een groep, ontruimingszone, doormelding, storingsmelding (voor NEN 2575 met EN supervisie) of I/Ouitbreidingskaarten uit (wanneer deze tegelijk met de overeenkomende knop wordt ingedrukt). Als de Algemene indicatie-led Gedeelte uit en de gele indicatie-led voor de overeenkomende groep, ontruimingszone, of doormelding, storingsmelding (voor NEN 2575 met EN supervisie) of I/O-uitbreiding continu branden, dan geeft dit een uitschakeling aan. Test een groep, ontruimingszone of doormeldapparatuur (wanneer deze tegelijk met de overeenkomende knop wordt ingedrukt). Een continu brandende indicatie-led Algemene test en een gele indicatie-led voor overeenkomende groep, ontruimingszone of doormelding duidt op een test. Gebruikt voor het invoeren van het operatorgebruikerwachtwoord. U kunt de knop Enter ook gebruiken voor het uitschakelen van I/U-uitbreidingsmodules (indien deze tegelijk met algemene knop Gedeelte uit of de knop Test wordt ingedrukt). Voor centrales in een netwerk met herhaalpaneelfunctionaliteit, wordt de knop Enter gebruikt om lokale centralegebeurtenissen te tonen. 14 Herstelknop Geel Herstelt de centrale en wist alle huidige systeemgebeurtenissen (uitgezonderd de storingsmeldingen van de I/U-uitbreidingskaart). Als de indicatie-led continu brandt, geeft dit aan dat het operator gebruikersniveau actief is (zie Gebruikersniveaus op pagina 12). 1X-E4-serie Bedieningshandleiding 5
10 Item Bedieningselement/ Indicatie-LED 15 Knop en indicatie- LED Stop zoemer 16 Knop Alle signaalgevers aan en indicatie-led 17 Indicatie-LED Storing systeem 18 Indicatie-LED Uit bedrijf 19 Indicatie-LED Aardfout 20 Indicatie-LED Storing voeding 21 Knop en indicatie- LED Doormelding vertraging Kleur indicatie- LED Geel Rood Geel Geel Geel Geel Geel Beschrijving Schakelt de zoemer van de centrale uit en bevestigt alle huidige gebeurtenissen. Als de indicatie-led continu brandt, geeft dit aan dat alle huidige gebeurtenissen bevestigd zijn. Activeert de signaalgevers in alle ontruimingszones (indien deze tegelijk met knop Bevestigen wordt ingedrukt). Als u op de knop Alle signaalgevers stop drukt, stoppen alle signaalgevers. Als de indicatie-led continu brandt, geeft dit aan dat de signaalgevers actief zijn (aan) Geeft een storing in de processor van de centrale aan. Geeft aan dat de voeding van de centrale ervoor zorgt dat groepen en ingangen voor branddetectie buiten bedrijf zijn. Andere systeemfuncties blijven in bedrijf (waaronder activering van het netwerk en van de netwerkuitgang). Een continu brandende gele indicatie-led geeft aan dat er geen netvoeding is en de accuspanning onvoldoende is. Een knipperende gele indicatie-led geeft aan dat de netvoeding onvoldoende is en dat er geen accuspanning is. Geeft een aardingsfout aan. Geeft aan dat er een storing in de voedingseenheid is opgetreden. Een knipperende indicatie-led geeft een storing in de accu of de accuzekering aan. Een continu brandende indicatie-led geeft aan dat er een storing in de voeding of netspanningszekering is opgetreden. Schakelt de eerder ingestelde doormeldvertraging in of uit. Als de indicatie-led continu brandt, is er een doormeldvertraging ingeschakeld. Een knipperende indicatie-led geeft aan dat er een doormeldvertraging aan het aftellen is (doormelding zal worden geactiveerd zodra de geconfigureerde vertraging is verstreken). 6 1X-E4-serie Bedieningshandleiding
11 Item Bedieningselement/ Indicatie-LED 22 Knop en indicatie- LED Doormelding gestart Kleur indicatie- LED Beschrijving Rood/Geel Annuleert een ingestelde vertraging en activeert de doormelding. Als de rode indicatie-led continu brandt, geeft dit aan dat de doormelding is geactiveerd. Een continu brandende rode indicatie-led geeft aan dat het doormeldsignaal is bevestigd door de externe centrale. Als de gele LED knippert, is er een storing. Als de gele indicatie-led continu brandt, geeft dit aan dat de functie is uitgeschakeld of wordt getest. Hoorbare indicatoren De zoemer van de centrale fungeert als hoorbare indicator voor het signaleren van systeemgebeurtenissen. Deze kan een ononderbroken of een onderbroken toon laten horen. Tabel 5: Hoorbare indicaties Aanduiding De zoemer van de centrale klinkt continu De zoemer van de centrale klinkt met onderbrekingen Beschrijving Geeft een brandalarm of een systeemstoring aan Geeft alle overige storingen aan Overzicht van statusmeldingen Dit gedeelte bevat een overzicht van de standaardstatusmeldingen van de centrale. Stand-by (normale status) Stand-by, of normale status, wordt als volgt aangegeven: Indicatie-LED Voeding: Continu aan. Indicatie-LED Doormelding vertraging: Continu aan indien een doormeldingvertraging geactiveerd is. Zoemer centrale: Uit. 1X-E4-serie Bedieningshandleiding 7
12 Brand De status van het brandalarm wordt als volgt aangegeven: Algemene brand indicatie-led s: Knipperen als het alarm door een automatische detector geactiveerd wordt. Brandt continu als het alarm door een handbrandmelder geactiveerd wordt. LED-indicatie Groep: Knippert rood als het alarm door een detector geactiveerd wordt. Brandt continu rood als het alarm door een handbrandmelder geactiveerd wordt. Toont de groepen met actief alarm. Indicatie-LED Ontruimingszone: Continu branden geeft aan dat er signaalgevers actief zijn in deze zones (klinken). Indicatie-LED Alle signaalgevers aan brandt continu (als alle ontruimingszones actief zijn). Indicatie-LED Doormelding vertraging: Knippert langzaam als een doormeldvertraging geactiveerd is (aan het aftellen). Knippert snel als een uitgebreide doormeldvertraging geactiveerd is (aan het aftellen). Indicatie-LED Doormelding start: Knippert als de doormelding wordt geactiveerd. Een continu brandende indicatie-led geeft aan dat het doormeldsignaal is bevestigd door de externe centrale. Zoemer centrale: Continu klinkend. Alarmen die door een handbrandmelder worden geactiveerd krijgen voorrang op alarmen die door een automatische detector worden geactiveerd. Als beide melders een alarm activeren, branden de indicatie-led s Brand en de indicatie- LED s van de groep continu. Evacuatie In ontruimingsstatus activeert de centrale de signaalgevers zonder detectie van een groepsalarm. De status wordt aangegeven zoals hieronder wordt beschreven: Indicatie-LED Ontruimingszone: Continu branden geeft aan dat er signaalgevers actief zijn in deze zones (klinken) Indicatie-LED Alle signaalgevers aan: Continu branden (als alle ontruimingszones zijn geactiveerd) Zoemer centrale: Continu klinkend Storing De status van een storing wordt als volgt aangegeven: Algemene storingsindicatie: Indicatie-LED Algemene storing: Knipperend. Indicatie-LED corresponderende groep, ontruimingszone, functie of apparaatstoring: Knippert geel. Zoemer centrale: Klinkt met een onderbroken toon. 8 1X-E4-serie Bedieningshandleiding
13 Indicatie storing in de netvoeding en/of netspanningzekering: Indicatie-LED Algemene storing: Knipperend. Indicatie-LED Storing voeding: Continu aan. Zoemer centrale: Klinkt met een onderbroken toon. Indicatie storing in de batterijvoeding en/of batterijzekering: Indicatie-LED Algemene storing: Knipperend. Indicatie-LED Storing voeding: Knipperend. Zoemer centrale: Klinkt met een onderbroken toon. Indicatie Aardfout: Indicatie-LED Algemene storing: Knipperend. Indicatie-LED Aardfout: Continu aan. Zoemer centrale: Klinkt met een onderbroken toon. Opmerking: Neem contact op met uw installatie- of onderhoudsbedrijf om de oorzaak van alle storingen te onderzoeken. Uitschakelingen Uitgeschakelde groepen worden als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemeen uit: Continu aan. Corresponderende LED-indicatie Groep: Continu aan geel. Zoemer centrale: Uit. Uitgeschakelde ontruimingszones worden als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemeen uit: Continu aan. Indicatie-LED Ontruimingszone: Continu aan geel. Zoemer centrale: Uit. Uitgeschakelde doormeldingen worden als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemeen uit: Continu aan. Indicatie-LED doormelding: Continu aan geel. Zoemer centrale: Uit. Uitgeschakelde uitbreidingskaarten worden als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemeen uit: Continu aan. I/O indicatie-led: Continu aan geel. Zoemer centrale: Uit. 1X-E4-serie Bedieningshandleiding 9
14 Uitgeschakelde storingsmelding (indien geconfigureerd) wordt als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemeen uit: Continu aan. Indicatie-LED Storingsmelding: Continu aan geel. Zoemer centrale: Uit. Test Een groep die getest wordt, wordt als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemene test: Continu aan. Corresponderende LED-indicatie Groep: Continu aan geel. Zoemer centrale: Uit. Een ontruimingszonetest wordt als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemene test: Continu aan. Ontruimingszone: Continu aan geel. Zoemer centrale: Uit. Een doormeldtest wordt als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemene test: Continu aan. Indicatie-LED Doormelding start: Continu aan geel. Zoemer centrale: Uit. Uit bedrijf De centrale is uit bedrijf wanneer er onvoldoende of geen netspanning of accustroom is. Groeps- en ingangsdetectie is niet actief, maar de rest van het systeem is ingeschakeld. In deze toestand kan de centrale netwerkgebeurtenissen ontvangen welke de uitgangen activeert. Uit bedrijf wordt als volgt aangegeven: Uit bedrijf LED: Continu aan. Indicatie-LED Storing voeding: Knippert als er geen netvoeding is en de accuspanning onvoldoende is. Brandt continu als er onvoldoende netvoeding is of als er geen accuspanning wordt gedetecteerd. Zoemer centrale: Klinkt met een onderbroken toon. De Uit bedrijf-mode wordt vergrendeld. Wanneer de voeding wordt hersteld, moet de centrale worden gereset om deze storing te verwijderen. Opmerking: Wanneer de centrale Uit bedrijf aangeeft, dan is uw brandmeld- en ontruimingssysteem deels inactief en uw locatie niet goed beveiligd. Neem contact op met uw installatie- of onderhoudsbedrijf om de oorzaak van alle aangegeven storingen te onderzoeken. 10 1X-E4-serie Bedieningshandleiding
15 Activering van signaalgever tijdens brandalarm De door een brandalarm in branddetectiegroep 1 t/m 4 geactiveerde signaalgevers die zich in ontruimingszones bevinden, worden zoals hieronder is aangegeven door de bedieningsmode van de centrale bepaald. Tabel 6: Activering van signaalgever tijdens brandalarm Bedieningsmodus NEN 2575 met vier ontruimingszones NEN 2575 met twee ontruimingszones NEN 2575 met een ontruimingszone Activering van signaalgever Signaalgevers in ontruimingszone 1 worden door een brandalarm in groep 1 geactiveerd. Signaalgevers in ontruimingszone 2 worden door een brandalarm in groep 2 geactiveerd. Signaalgevers in ontruimingszone 3 worden door een brandalarm in groep 3 geactiveerd. Signaalgevers in ontruimingszone 4 worden door een brandalarm in groep 4 geactiveerd. Signaalgevers in ontruimingszone 1 worden door een brandalarm in groep 1 en groep 2 geactiveerd. Signaalgevers in ontruimingszone 2 worden door een brandalarm in groep 3 en groep 4 geactiveerd. Alle signaalgevers worden tegelijkertijd door een brandalarm in elke willekeurige groep geactiveerd 1X-E4-serie Bedieningshandleiding 11
16 Bediening van de centrale Gebruikersniveaus Voor uw veiligheid zijn de toegangsmogelijkheden van enkele functies van dit product met toegangsniveaus beperkt. De toegangsprivileges voor elk toegangsniveau worden hieronder beschreven. Openbare gebruiker Het algemene gebruikersniveau is het standaard gebruikersniveau. Op dit niveau zijn basis bedieningshandelingen mogelijk, zoals het reageren op een brandalarm of storingswaarschuwing van de centrale. Er is geen wachtwoord vereist. Zie Algemeen gebruikersniveau bewerking hieronder voor meer informatie. Operator gebruiker Op dit niveau zijn extra bedieningshandelingen mogelijk om het systeem te besturen of onderhoud uit te voeren. Dit toegangsniveau is gereserveerd voor geautoriseerde gebruikers die training in het bedienen van de centrale hebben gehad. Het standaard wachtwoord voor de operator/onderhoudsgebruiker is Zie Operator-niveaubewerking op pagina 15 voor meer informatie. Dit is een beperkt gebruikersniveau, beschermd door een wachtwoordbeveiliging. Om toegang te krijgen tot het operator-gebruikerniveau, voert u het corresponderende wachtwoord in via het numerieke toetsenbord en bevestigt deze met Enter. Als er een lange pieptoon klinkt en de Herstel indicatie-led continu brandt, betekent dit dat het correcte wachtwoord werd ingevoerd en dat operatorgebruikerniveau actief is. Drie korte pieptonen en een knipperende Algemene storing indicatie-led geven aan dat er een onjuist wachtwoord werd ingevoerd. De centrale sluit een operator-gebruikersniveau automatisch af en keert terug naar het openbare gebruikersniveau zodra er gedurende 5 minuten geen knoppen zijn ingedrukt. Opmerking: Er is een toegangssleutel-optie beschikbaar voor de centrale. De sleutelschakelaar bevindt zich op het deksel van de centrale. Bij deze optie moet ofwel de sleutel, ofwel het wachtwoord worden gebruikt voor toegang tot het operator-gebruikerniveau. Algemeen gebruikersniveau bewerking Algemeen gebruikersniveaubewerkingen zijn bewerkingen die door elke gebruiker kunnen worden uitgevoerd. Er is geen wachtwoord vereist om handelingen op dit niveau uit te voeren. 12 1X-E4-serie Bedieningshandleiding
17 Met een algemeen niveaubewerking kunt u: Een systeemgebeurtenis bevestigen en de zoemer van de centrale stoppen Een ontruimingsalarm activeren Een actieve doormeldvertraging annuleren Indicatie-LED s van centrale en interne zoemer testen Alleen lokale indicaties weergeven (voor centrales met herhaalpaneelfunctionaliteit) Een systeemgebeurtenis bevestigen en de zoemer van de centrale stoppen Om een systeemgebeurtenis te bevestigen en de interne zoemer te stoppen drukt u op de knop Stop zoemer. Als de indicatie-led Stop zoemer continu brandt, geeft dit aan dat de zoemer gestopt werd en dat alle huidige gebeurtenissen bevestigd werden. Ontruimingsalarm activeren Als u een ontruimingsalarm in alle ontruimingszones wilt activeren, druk dan op de knop Alle signaalgevers aan en vervolgens op de knop Bevestigen. Als u een ontruimingsalarm in een enkele ontruimingszone wilt activeren, druk dan op de knop van de overeenkomende ontruimingszone en vervolgens op de knop Bevestigen. Actieve doormeldvertraging annuleren Als een doormeldvertraging is ingeschakeld en actief is, druk dan op de knop Doormelding aan of de knop Doormelding vertraging om de vertraging te annuleren en de doormelding onmiddellijk te activeren. Een doormeldvertraging wordt als volgt aangegeven: Indicatie-LED Doormelding vertraging continu brandend: Een vertraging is ingeschakeld Indicatie-LED Doormelding vertraging knipperend tijdens een brandmelding: Een geconfigureerde vertraging is actief. Doormelding wordt geactiveerd wanneer de geconfigureerde vertraging is verstreken of wanneer de vertraging wordt geannuleerd. Een door een handbrandmelder geactiveerd brandalarm heeft voorrang op elke willekeurige ingestelde vertraging en activeert onmiddellijk de doormelding. Indicatie-LED s van de centrale en zoemer van de centrale testen Om de indicatie-led en de zoemer van de centrale te testen, drukt u de knop Test in en houdt u deze 3 seconden of langer ingedrukt. De test wordt als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemene storing: Knipperend. Indicatie-LED Storing Systeem: Knipperend. 1X-E4-serie Bedieningshandleiding 13
18 Alle overige LED s: Continu aan. Zoemer centrale: Continu klinkend. De test duurt net zolang als de knop Test wordt ingedrukt (met een automatische time-out van twaalf seconden). Wanneer de test voltooid is, keert de centrale terug naar de eerdere toestand. Opmerking: Apparatuur die op het storingsrelais van de centrale zijn aangesloten, worden tijdens deze test ook geactiveerd. Alleen lokale aanduidingen weergeven Voor centrales in een ontruimingsnetwerk en met herhaal paneel functionaliteit wordt een aanduiding geactiveerd als de functie is geactiveerd voor een centrale die in het netwerk is herhaald. Voor meldergroepindicaties die algemeen zijn in het ontruimingsnetwerk, is het niet nodig om dit te herhalen voor andere centrales en hun meldgroepindicaties weer te geven. Daarom wordt op alle centrales de lokale en externe informatie weergegeven. Als u alleen lokale status moet weergeven in een centrale: Houd de Enter-knop ten minste 3 seconden ingedrukt. Een niet-knipperende indicatie-led Storing Netwerk geeft aan dat de externe netwerkindicaties momenteel zijn uitgeschakeld. Alleen lokale informatie wordt 30 seconden lang weergegeven. Hierna schakelt de indicatie-led Storing Netwerk zich uit en toont de centrale algemene (lokale en externe) informatie op basis van de configuratie. Voorbeeld 1 Als u een ontruimingssysteem van acht groepen hebt met twee ontruimingscentrales van vier groepen waarbij beide panelen elkaar herhalen en u moet bepalen welk paneel een voedingsstoring heeft, moet u drie seconden lang Enter ingedrukt houden. Voor de centrale zonder voedingsstoring zal de voedingsstoringsindicatie worden uitgeschakeld. Voorbeeld 2 Als u een ontruimingssysteem van acht groepen hebt met twee ontruimingscentrales van 4 groepen die elkaar niet herhalen, dan heeft het ene paneel een bereik van 1 t/m 4 en het andere paneel een groepsbereik van 4 t/m 7. De deling van groep 4 staat het activeren van ontruimingsgebied 4 en 1 op de ene centrale en gebeurtenissen van groep 4 op de andere centrale toe. Als een defect apparaat een vals alarm veroorzaakt in groep 4 van paneel 1, kunt u dit uitschakelen en een deel van de detectie actief houden (groep 4 van paneel 2 blijft in werking). De gele indicatie-led van groep 4 wordt geactiveerd voor beide panelen. Hierna zal een alarm in groep 4 van paneel 2 beide panelen activeren en gaan de rode en gele indicatie-led s van groep 4 in beide panelen branden. Als u Enter 3 seconden lang ingedrukt houdt in paneel 1, gaat de rode indicatie- LED van groep 4 uit om aan te geven dat centrale groep 4 heeft uitgeschakeld. Op dit punt weet u dat het alarm voor groep 4 van paneel 2 geldt. U kunt dit 14 1X-E4-serie Bedieningshandleiding
19 bevestigen door Enter in paneel 2 drie seconden lang ingedrukt te houden. In dit geval gaat de gele indicatie-led uit. Operator-niveaubewerking Het operator-niveau is beveiligd met een wachtwoord en gereserveerd voor geautoriseerde gebruikers die een training in het gebruik van de centrale hebben gevolgd voor de bediening en onderhoud ervan. Het standaard operatorgebruikerswachtwoord is De taken die in onderwerp Algemeen gebruikersniveau bewerking op pagina 12 zijn opgenomen, vindt u ook op toegangsniveau 2. In dit gebruikersniveau kunt u het volgende doen: De centrale herstellen Signaalgevers stoppen of opnieuw starten Geconfigureerde doormeldvertraging inschakelen of uitschakelen Een geconfigureerde uitgebreide doormeldvertraging in- of uitschakelen Een groep testen Een groep in- of uitschakelen Signaalgevers ontruiming testen Signaalgevers ontruiming in- of uitschakelen Doormelding testen Doormelding in- of uitschakelen Overige functies (alle uitbreidingsborden en storingsmeldinguitgangen in NEN 2575 met EN bewakingsmode) in- of uitschakelen Centrale opnieuw instellen Opmerking: Onderzoek alle alarmen en systeemstoringen voordat u de centrale opnieuw instelt. Als u de centrale wilt herstellen en alle huidige systeemgebeurtenissen wissen, drukt u op de knop Herstel. Systeemgebeurtenissen die nog niet zijn verholpen, blijven gemarkeerd nadat het herstelproces is voltooid. Signaalgevers stoppen of opnieuw starten Om de signaalgevers te stoppen, drukt u op de knop Alle signaalgevers stop. Om gestopte signaalgevers opnieuw te starten, drukt u op de knop Alle signaalgevers aan en vervolgens op de knop Bevestigen. Als de indicatie-led Alle signaalgevers aan continu brandt, zijn alle signaalgevers actief (klinken). 1X-E4-serie Bedieningshandleiding 15
20 Opmerking: De functionaliteit van signaalgevers wordt door uw systeemconfiguratieinstellingen bepaald. U kunt de signaalgevers zodanig instellen dat gestopte signaalgevers die door een brandalarm worden geactiveerd, automatisch opnieuw worden gestart als er een andere brandalarmgebeurtenis in een nieuwe groep is gedetecteerd. Neem contact op met de installateur van uw brand- of ontruimingsalarmsysteem of uw onderhoudsbedrijf om uw configuratiegegevens te controleren. Geconfigureerde doormeldvertraging inschakelen of uitschakelen Om een geconfigureerde doormeldvertraging in te schakelen, drukt u op de knop Doormeldvertraging. Druk opnieuw op de knop om de vertraging uit te schakelen. Opmerking: De beschikbaarheid van deze functie is afhankelijk van de configuratie en de functionaliteit ervan kan per groep verschillen. Neem contact op met het installatie- of onderhoudsbedrijf van uw brandmeldsysteem om uw configuratiegegevens te bevestigen. Schakel een geconfigureerde uitgebreide doormeldvertraging (verkenningstijd) in of uit Als dit zodanig geconfigureerd is, wordt de uitgebreide doormeldvertraging op hetzelfde moment in- of uitgeschakeld als de standaard doormeldvertraging. De uitgebreide doormeldvertraging wordt de actieve vertraging wanneer de signaalgevers worden gestopt (door op de knop Alle signaalgevers stop te drukken) en blijven uit wanneer de standaard doormeldvertragingstijd verstreken is. De uitgebreide waarschuwingsvertraging wordt de actieve vertraging wanneer er terwijl de standaard waarschuwingsvertragingstijd verstrijkt een uitgebreide waarschuwingsvertragingsschakelaar wordt geactiveerd. Groep testen Om een groep te testen, drukt u op de knop Algemene test en vervolgens op de overeenkomende groepsknop. Er kunnen maximum vier groepen tegelijkertijd worden getest. Als een groep wordt getest, wordt dit als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemene test: Continu aan. LED-indicatie Groep: Continu aan geel. Wanneer een alarm in een groep die wordt getest, wordt geactiveerd: Indicatie-LED s voor groepsalarmen branden continu of knipperen, afhankelijk van de bron van het alarm. De doormeldfunctie en andere groepsafhankelijke functies worden niet geactiveerd. Tenzij anders geconfigureerd, worden de signaalgevers 5 seconden lang geactiveerd en brandt de indicatie-led Alle signaalgevers Aan continu (optioneel). 16 1X-E4-serie Bedieningshandleiding
21 Tenzij anders geconfigureerd klinkt de zoemer van de centrale continu (zie opmerking). Na vijf seconden wordt de centrale automatisch opnieuw ingesteld en worden de alarmen in de geteste groep hersteld. Om de test te beëindigen drukt u op de knop Test en vervolgens nog een keer op de knop Groep. Als er in een andere groep die niet getest wordt een brandalarm afgaat, reageert de centrale zoals in de configuratieinstellingen is vastgelegd op de alarmgebeurtenis. Opmerking: U kunt de zoemer en signaalgevers van de centrale zodanig configureren dat ze niet klinken wanneer er in een geteste groep een alarm wordt geactiveerd. Neem contact op met het installatie- of onderhoudsbedrijf van uw brandmeldsysteem om uw configuratiegegevens te bevestigen. Een groep in- of uitschakelen Om een groep uit te schakelen, drukt u op de Algemene knop Gedeelte uit en vervolgens op de overeenkomende knop Groep. Een uitgeschakelde groep wordt als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemeen uit: Continu aan. LED-indicatie Groep: Continu aan geel. Om de groep in te schakelen, drukt u op de algemene knop Gedeelte uit en vervolgens nog een keer op de knop Groep. Als een uitgeschakelde groep een apparaat met een geactiveerd alarm bevat, wordt de groep pas ingeschakeld als de centrale is hersteld. Opmerking: Er worden geen brandalarmen afgegeven of storingen gemeld voor uitgeschakelde groepen. Signaalgevers ontruiming testen Om de signaalgevers voor ontruiming te testen, drukt u op de knop Algemene test en vervolgens op de knop Ontruimingszone. De signaalgevers voor ontruiming kunnen alleen worden getest wanneer de centrale in de stand-by mode staat. De test wordt als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemene test: Continu aan. Indicatie-LED Ontruimingszone: Knipperend (3 seconden aan, 5 seconden uit) tijdens de duur van de test. Indicatie-LED Alle signaalgevers aan: Knipperend (3 seconden aan, 5 seconden uit) tijdens de duur van de test (als alle ontruimingszones in de test zijn opgenomen). Indicatie-LED Ontruimingszone: Continu aan geel. 1X-E4-serie Bedieningshandleiding 17
22 De signaalgevers voor ontruiming laten gedurende de test een hoorbaar testsignaal (3 seconden aan, 5 seconden uit) klinken waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een geconfigureerde vertraging. Om de test te beëindigen, drukt u op de knop Algemene test en vervolgens nog een keer op de knop Ontruimingszone. Als er een brandalarm afgaat, sluit de centrale de test af en reageert het zoals in de configuratieinstellingen is vastgelegd voor een alarm. Signaalgevers uitschakelen of signaalgevers inschakelen Om de signaalgevers voor ontruiming te testen, drukt u op de algemene knop Gedeelte uit en vervolgens op de knop Ontruimingszone. De signaalgevers voor ontruiming kunnen alleen worden uitgeschakeld wanneer de centrale in de standby mode staat. Uitgeschakelde signaalgevers voor ontruiming worden als volgt aangeduid: Indicatie-LED Algemeen uit: Continu aan. Indicatie-LED Ontruimingszone: Continu aan geel. Om de signaalgevers in te schakelen, drukt u op de algemene knop Gedeelte uit en vervolgens nog een keer op de knop Ontruimingszone. Opmerking: Uitgeschakelde signaalgevers voor ontruiming werken niet of geven storingen aan. Doormeldapparatuur testen Opmerking: Breng de brandweer altijd op de hoogte van een eventuele geplande test van de doormeldapparatuur. Om de doormeldingsfunctie te testen, drukt u op de algemene knop Gedeelte uit en vervolgens op de knop Doormelding aan. De test wordt als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemene test: Continu aan. Indicatie-LED s Doormelding aan: Knipperend rood (3 seconden aan, 5 seconden uit) en knipperend geel. Doormelduitgangen: Testsignaal (3 seconden aan, 5 seconden uit) Om de test te beëindigen, drukt u op de algemene knop Gedeelte uit en vervolgens nog een keer op de knop Doormelding aan. Als er een brandalarm afgaat, sluit de centrale de test af en reageert het zoals in de configuratieinstellingen is vastgelegd voor een alarm. 18 1X-E4-serie Bedieningshandleiding
23 Doormelding in- of uitschakelen Om de doormeldingsfunctie uit te schakelen, drukt u op de algemene knop Gedeelte uit en vervolgens op de knop Doormelding aan. Uitgeschakelde doormeldingen worden als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemeen uit: Continu aan. Indicatie-LED Doormelding start: Continu aan geel. Om de doormeldingsfunctie in te schakelen, drukt u op de algemene knop Gedeelte uit en vervolgens nog een keer op de knop Doormelding aan. Opmerking: Uitgeschakelde doormeldapparatuur geeft geen storing en reageert niet als er een brandalarm afgaat. Overige functies uitschakelen of inschakelen Het volgende kan ook zijn uitgeschakeld: Alle geïnstalleerde uitbreidingskaarten (indien geconfigureerd) Storingsmeldinguitgang (indien geconfigureerd) Als u een van deze opties wilt uitschakelen, houdt u de knoppen 1 en 3 ten minste 3 seconden ingedrukt om de optie die u wilt uitschakelen te selecteren (de corresponderende LED knippert), en drukt u vervolgens op Enter om de uitschakeling te bevestigen. Uitschakeling wordt als volgt aangegeven: Indicatie-LED Algemeen uit: Continu aan. Corresponderende LED: Continu aan geel. Als u een uitgeschakelde optie wilt inschakelen, houdt u de Algemene knop Gedeelte uit ten minste 3 seconden ingedrukt, drukt u op de knoppen 1 en 3 om de optie te selecteren die u wilt inschakelen en drukt u vervolgens op Enter. Opmerking: Uitgeschakelde uitbreidingskaarten werken niet en geven geen storingen aan. 1X-E4-serie Bedieningshandleiding 19
24 Onderhoud Voer de volgende onderhoudstaken uit om ervoor te zorgen dat uw brandalarmsysteem correct functioneert en voldoet aan alle vereiste Europese regelgeving en lokale regels. Opmerking: Zorg voordat u tests uitvoert ervoor dat de doormelding uitgeschakeld is of dat de brandweer van de tests op de hoogte is gesteld. Driemaandelijks onderhoud Neem contact op met uw installatie- of onderhoudsbedrijf om een driemaandelijkse inspectie van het brandalarmsysteem uit te voeren. Tijdens de inspectie moet ten minste één melder per groep worden getest en moet worden gecontroleerd of de centrale op alle storingen en alarmgebeurtenissen reageert. Controleer de voeding en de accuspanning van de centrale. Jaarlijks onderhoud Neem contact op met uw installatie- of onderhoudsbedrijf om een jaarlijkse inspectie van het brandmeldsysteem uit te voeren. Tijdens de inspectie moeten alle systeemapparaten worden getest en moet worden gecontroleerd of de centrale op alle storingen en alarmgebeurtenissen reageert. Alle elektrische aansluitingen moeten visueel worden geïnspecteerd om er zeker van te zijn dat deze goed bevestigd zijn en dat ze niet beschadigd en goed beschermd zijn. Reinigen Houd de binnen- en buitenzijde van de centrale schoon. Reinig de buitenzijde zo nu en dan met een licht vochtige doek. Gebruik geen schoonmaakmiddelen met oplosmiddel. Reinig de binnenkant van de behuizing niet met vloeibare schoonmaakmiddelen. 20 1X-E4-serie Bedieningshandleiding
25 Regelgeving Europese normen voor brandcontrole- en brandmeldapparatuur De 1X-E4-serie conventionele centrales voor brand- en ontruimingsalarmen voor vier groepen is ontworpen in overeenstemming met de Europese normen EN 54-2, EN 54-4 en NEN Daarnaast voldoet de centrale aan de volgende optionele vereisten uit de norm EN Tabel 7: Optionele vereisten EN 54-2 Optie Beschrijving 7.8 Uitgang naar brandalarmmelders [1] Uitgang naar doormeldapparatuur Alarmbevestigingsingang van doormeldapparatuur 7.11 Vertragingen naar uitgangen 7.13 Alarmteller [2] 8.4 Totale uitval van voeding 8.9 Uitgang naar storingsdoormeldapparatuur [3] 10 Testconditie [1] Invoer en uitvoer op de optionele SB uitbreidingskaart ondersteunen niet de optionele vereiste van EN 54-2 clausule 7.8 en dienen niet gebruikt te worden voor brandalarmapparaten [2] Alleen voor het model 1X-E4-NL [3] Alleen NEN 2575 met EN bewakingsmode EN Europese compatibiliteitsevaluatie van systeemonderdelen Deze centrales maken deel uit van een gecertificeerd systeem zoals omschreven door de EN norm bij een installatie en configuratie voor EN bediening, zoals beschreven door de fabrikant in de overeenkomende installatiedocumentatie. Neem contact op met uw installatie- of onderhoudsbedrijf om te bepalen of uw brandmeldsysteem voldoet aan deze norm. Europese normen voor elektrische veiligheid en elektromagnetische compatibiliteit Deze centrales zijn ontworpen in overeenstemming met de volgende Europese normen voor elektrische veiligheid en elektromagnetische compatibiliteit: EN EN EN EN EN X-E4-serie Bedieningshandleiding 21
26 Richtlijn CPD (Construction Products Directive) Certificatie Certificatie-instelling 0832 Certificaatnummers 1X-E4 1X-E4-NL Productiejaar Fabrikant 0832-CPD CPD-1223 De eerste vijf cijfers van het serienummer van uw product geven productiejaar en -dag aan in de indeling JJDDD (zie het productidentificatielabel) UTC Fire & Security (Africa), 555 Voortrekker Road, Maitland, Cape Town 7405, PO Box 181 Maitland, Zuid-Afrika EU-geautoriseerde vertegenwoordiger: UTC Fire & Security B.V. Kelvinstraat 7, 6003 DH Weert, Nederland 22 1X-E4-serie Bedieningshandleiding
27
28
1X-F-serie Bedieningshandleiding
1X-F-serie Bedieningshandleiding P/N 501-415001-2-31 REV 03.10 ISS 21NOV13 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens 2013 UTC Fire
Gebruikershandleiding FP100
FP100 Juli 2014 Wijzigingen voorbehouden Copyright Chubb Fire & Security 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie,
1X-F-serie Bedieningshandleiding
GE Security 1X-F-serie Bedieningshandleiding P/N 501-415001-2-20 REV 2.0 ISS 06SEP09 Copyright 2009 GE Security, Inc. Het is niet toegestaan dit document in zijn geheel of gedeeltelijk te kopiëren of op
2X-reeks brandcentrale Handleiding Belgische markt
2X-reeks brandcentrale Handleiding Belgische markt P/N 501-405011-8-21 REV 02.10 ISS 18NOV13 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificering Richtlijnen van Europese Unie Contactinformatie
Bedieningshandleiding voor de 2X-F Seriesbrandmeldcentrale
Bedieningshandleiding voor de 2X-F Seriesbrandmeldcentrale P/N 501-405001-2-20 REV 2.0 ISS 12MAY11 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens
GE Security. FEP/FER700-serie brandmeldpanelen en herhaalpanelen Gebruikershandleiding
GE Security FEP/FER700-serie brandmeldpanelen en herhaalpanelen Gebruikershandleiding versie 1-0 / november 2004 ERKENNING HANDELSMERK De onderstaande merknamen zijn handelsmerken van Echelon Corporation
Gebruikershandleiding FP200/EP200
FP200/EP200 Juni 2014 Wijzigingen voorbehouden Copyright Chubb Fire & Security 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk,
Bedieningshandleiding voor de 1X-F-reeks
Bedieningshandleiding voor de 1X-F-reeks P/N 501-415011-2-31 REV 03.10 ISS 21NOV13 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificering Richtlijnen van Europese Unie Contactinformatie 2013
FP400-serie. Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen. Gebruikershandleiding
FP400-serie Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen Gebruikershandleiding Versie 2.3 / Juni 2004 Aritech is een merknaam van GE Interlogix. http://www.geindustrial.com/ge-interlogix/emea
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding NK700 reeks Compleet Gebruikersmenu Puurs KILSEN NK700 reeks Conventionele brandmeldcentrale Gebruikershandleiding 1 INHOUDSOPGAVE 1 Inhoudsopgave... 3 2 Gebruikershandleiding...
KFP-CF-reeks Bedieningshandleiding
KFP-CF-reeks Bedieningshandleiding P/N 501-415111-2-20 REV 2.0 ISS 02SEP09 Copyright 2009 GE Security, Inc. Dit document mag niet worden gekopieerd, in zijn geheel of gedeeltelijk, of op enigerlei andere
Brandmeldcentrale CSP-204 CSP-208 Bedieningshandleiding
Brandmeldcentrale CSP-204 CSP-208 Bedieningshandleiding Firmware versie 1.00 csp-x_o_nl 05/13 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. +48 58 320 94 00 [email protected] www.satel.eu INHOUD
Gebruikershandleiding
GE Security KILSEN NK700 reeks Conventionele brandmeldcentrale Gebruikershandleiding g ination imag at work Kilsen is a brand name of GE Security. www.gesecurity.net COPYRIGHT 2005 GE Security EMEA bvba.
ELVA Security 03 886 66 56 www.elva.be
Gebruikershandleiding INIM Smartline brandmeldcentrale. 1. Front brandmeldcentrale 1 2. Bediening: A Sleutel Niveau 1 Niveau 2 Toetsen B C 4 scroll toetsen Stop sirene D Reset E F Evacuatie Onderzoek deze
2X Series Bedieningshandleiding
2X Series Bedieningshandleiding P/N 00-3250-505-0001-04 ISS 04MAY15 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant 2015 UTC Fire & Security. Alle rechten voorbehouden. 2X Series is een handelsmerk van UTC
Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding
Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding ( V1.2 17/03/98 ) PRODUCT CODE : LFFP801 FP800 Gebruikershandleiding V1.2 Wat te doen in geval van brandalarm. Uitschakelen akoestisch alarm Druk op toets
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding KSA700 reeks Compleet Gebruikersmenu Puurs KILSEN KSA700 reeks Analoog adresseerbare brandmeldcentrale Gebruikershandleiding INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave... 3 1 Inleiding... 4 1.1
Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54
Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54 Copyright TEF Nederland erland B.V. Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset de brandmeldcentrale 1.4. Starten
Beknopte handleiding NF3000 INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE BEDIENING CENTRALE EN WEERGAVE... 2 Hoofdcentrale... 2 Primaire indicators... 2 Druktoetsen... 2 Toetsenbord... 3 Omschrijving LEDs... 4 BEDIENINGSACTIES OP DE CENTRALE... 5 Uitgangen Buiten-
Gebruikershandleiding. Bedienpaneel MINI-REP
Gebruikershandleiding Bedienpaneel MINI-REP Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset de brandmeldcentrale 1.4. Starten en stoppen van de Ontruiming 1.5. Uitlezen
FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com
FAQ en HANDLEIDINGEN MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale Junior V4 Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset
2X Series Bedieningshandleiding
2X Series Bedieningshandleiding P/N 501-405001-2-30 REV 03 ISS 16APR13 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens 2013 UTC Fire &
Paneel Functies & Indicatoren Algemene & zone brand led s ACCEPTEER SIRENES AAN / UIT RESET STOP ZOEMER SLEUTEL- SCHAKELAAR VERTRAGING AAN/UIT SELEKTIE Zone STORING/ BUIT.DNST/ TEST LED s Systeem LED s
BEDIENINGSINSTRUCTIE BLUSCENTRALE TYPE 8010
INHOUDSOPGAVE EN INLEIDING Blz Onderwerp 1 leiding 2 Algemene signaleringen 3 3 Signalering van storingen 4 stoetsen 5 - en inschakelen van een meldergroep 6 - en inschakelen van een relais dicatie van
Syncro. Multi-loop Analoog adresseerbaar Brandmeldpaneel. Gebruikershandleiding. Issue 27 Feb. 2009 270209fnv1.1. Product Manuals/Man-1057 Syncro User
Syncro Multi-loop Analoog adresseerbaar Brandmeldpaneel Gebruikershandleiding Issue 27 Feb. 2009 270209fnv1.1 Product Manuals/Man-1057 Syncro User Inhoudsopgave Hoofdstuk Pagina 1. Introductie... 2 2.
FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com
FAQ en HANDLEIDINGEN MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54 Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset
Bedieningshandleiding FC 1008 E
Bedieningshandleiding FC 008 E Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden Copyright by B.V. Alle rechten voorbehouden. Wijzi gingen voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
InteGra Gebruikershandleiding 1
InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.
BLUSCENTRALE TYPE BMC 8010
BLUSCENTRALE TYPE BMC 8010 LOGBOEK EN BEDIENINGSINSTRUCTIES Novar Nederland B.V. Postbus 233 4940 AE Raamsdonksveer T 0162 520290 F 0162 517858 LOGBOEK BLUSCENTRALE In het logboek dienen alle meldingen,
Bedieningshandleiding FC 1008 E
Bedieningshandleiding FC 008 E Bedieningshandleiding FC008 E Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden Copyright by Siemens Nederland N.V. Alle rechten voorbehouden. Wijzigingen voorbehouden.
Brandmeldcentrale BMC-V
Brandmeldcentrale BMC-V Beknopte gebruikers handleiding Gebruiksaanwijzing voor brandmeldcentrale Handleiding / gebruik Logboek Handleiding onderhoud Versie 0805-1 Beknopte gebruiksaanwijzing Brandmeldcentrale
GEBRUIKERSHANDLEIDING. BSX40E / 80E / 160E Centrale & BSX-E Nevenbediendeel
GEBRUIKERSHANDLEIDING BSX40E / 80E / 160E Centrale & BSX-E Nevenbediendeel 1 Welkom Technische wijzigingen en leveringmogelijkheden voorbehouden. De informatie in dit document wordt alleen ter informatie
Bedieningshandleiding FC10 FC10-02 A FC10-04 A FC10-08 A FC10-12 A. Fire & Security Products. Siemens Building Technologies
Bedieningshandleiding FC0 FC0-0 A FC0-04 A FC0-08 A FC0- A Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden Copyright by B.V. Alle rechten voorbehouden. Wijzigingen voorbehouden. Niets deze
GEBRUIKERSHANDLEIDING. BSX20E / 40E / 80E / 160E Brandmeldcentrale & BSX-E Nevenbediendeel
GEBRUIKERSHANDLEIDING BSX20E / 40E / 80E / 160E Brandmeldcentrale & BSX-E Nevenbediendeel 1 Welkom Technische wijzigingen en leveringmogelijkheden voorbehouden. De informatie in dit document wordt alleen
Syncro AS. Analoge Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding. Man V1.0NL
Syncro AS Analoge Brandmeldcentrale Gebruikershandleiding Man-1100 030209V1.0NL Index Section Page 1. Inleiding...2 2. Bediening...2 3.1 Bedieningsniveau 1...2 3.2 Bedieningsniveau 2...2 3. Alarmen...2
Bedieningshandleiding FC 1004 E
Bedieningshandleiding FC 00 E Bedieningshandleiding FC00-E SR Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden Copyright by B.V. Alle rechten voorbehouden. Wijzigingen voorbehouden. Niets
NP1050.09 GEBRUIKERS HANDLEIDING BRANDMELDCENTRALE BMC-708
NP1050.09 GEBRUIKERS HANDLEIDING BRANDMELDCENTRALE BMC-708 April 2002 Brandmeldcentrale 708 Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie,
1200C-2000C Brandmeldpaneel en herhaalpaneel Gebruikershandleiding
1200C-2000C Brandmeldpaneel en herhaalpaneel Gebruikershandleiding P/N 10-3311-505-1011-01 ISS 18DEC14 Copyright Handelsmerken en Patenten Fabrikant Certification Contactgegevens 2014 UTC Fire & Security.
6100 DIGITALE 1-RINGLUS BRANDMELDCENTRALE
6100 DIGITALE 1-RINGLUS BRANDMELDCENTRALE GEBRUIKERSHANDLEIDING Protec Brandbeveiliging BV, Industrieweg 87, 2651 BC, Berkel en Rodenrijs. Telefoon: +31 (0) 10 511 9920 Fax: +31 (0) 10 511 9929 Web: www.protecfire.nl
SPCE120 Indication Expander Gebruikershandleiding
SPCE120 Indication Expander Gebruikershandleiding 3.4 Copyright Copyright Technische specificaties en beschikbaarheid kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Copyright Alle rechten op
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Brandcentrale XF-C 2 XF-C 4 XF-C 6 XFC2 XFC4 XFC6 XF-C2/4/6 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security ELVA Security ELVA Security Puurs Brandcentrale model XF-C Gebruikershandleiding
BEDIENINGSINSTRUCTIES
INHOUDSOPGAVE Blz Onderwerp 2 Aanzicht bedieningsgedeelte 3 Overzicht signaleringen en bedieningen 6 Het uit- en inschakelen van groepen, melders en relais 7 Het opvragen van een toestand en overzicht
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding EN54 2-8 Horizon Compleet Gebruikersmenu Puurs EN54 2-8 Zone Conventional Fire Control Panel User Manual 997-493-001, Issue 1 0 November 2003 Français English Deutsch Islenska Svenska
APT-200. Tweeweg handzender. Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19
APT-200 Tweeweg handzender Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. +48 58 320 94 00 www.satel.eu BELANGRIJK Uw rechten op garantie vervallen
Bedieningshandleiding FC 10/4 1zone
Bedieningshandleiding FC 0/ zone Bedieningshandleiding FC00 Overzicht indicatie... Overzicht bediening... 5 Normaalbedrijf... 6 stoestand DAG / NACHT... 7 5 Wat te doen bij brandalarm... 8 6 Meldergroepen
SmartLine. Conventionele Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding
SmartLine Conventionele Brandmeldcentrale Gebruikershandleiding Inim SmartLine 2 Inhoudsopgave 1 Omschrijving van de Centrale... 5 1.1 Fabrikant gegevens... 5 1.2 Type omschrijving... 5 1.3 Copyright...
BRANDMELDCENTRALE TYPE BMC 80
BRANDMELDCENTRALE TYPE BMC 80 LOGBOEK EN BEDIENINGSINSTRUCTIES Novar Nederland B.V. Postbus 233 4940 AE Raamsdonksveer T 0162 520290 F 0162 517858 LOGBOEK BRANDMELDINSTALLATIE TYPE BMC 80 In het logboek
EP600 SERIE GEBRUIKERSHANDLEIDING
EP600 SERIE GEBRUIKERSHANDLEIDING 1) Form: 2 pages A5. Formaat: 2 pagina's A5. 2) Text may differ from original and is for reference only. Tekst kan verschillen met origineel en is alleen voor referenties.
Gebruikershandleiding Brandmeld-/ontruimingscentrale
Gebruikershandleiding Brandmeld-/ontruimingscentrale BC06 November 2010 Wijzigingen voorbehouden 00049.1010 Copyright Chubb Fire & Security 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd
GEBRUIKERSHANDLEIDING
NP0060.1 juli 1996 INLEIDING De is een inbraakalarmcentrale met maximaal 6 detectiepunten die bediend kan worden m.b.v. het LED of LCD bediendeel. De commando s die vanuit het bediendeel worden ingegeven
Toonaangevend in veiligheid. Detect 3004. De juiste mensen op de juiste plek
Toonaangevend in veiligheid Detect 3004 De juiste mensen op de juiste plek BEDIENINGSINSTRUCTIE BRANDMELDCENTRALE SYSTEEM 3000 2.1 Normale bewakingstoestand 2.2 Alarm De groene lampen "netvoeding" en "in
Installatiehandleiding voor de 2X-F Seriesbrandmeldcentrale
Installatiehandleiding voor de 2X-F Seriesbrandmeldcentrale P/N 501-405001-1-20 REV 2.0 ISS 12MAY11 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens
VERKORTE HANDLEIDING FPA5000
VERKORTE HANDLEIDING FPA5000 1 van 31 Inhoudsopgave Overzicht...3 Bedieningselementen...4 1 Functietoetsen...4 2 Alfanumeriek toetsenblok...4 3 Sleutelschakelaar...4 Displayelementen 4 LED-display...5
PRODUCTBESCHRIJVING...
Naslaghandleiding Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 4 INHOUD VAN DE DOOS... 4 STROOMVERBRUIK... 4 PRAKTISCHE TIPS VOOR HET GEBRUIK VAN HET CONTROLEAPPARAAT... 5 2. PRODUCTBESCHRIJVING... 6 FUNCTIES VAN HET
Het Keypad (met segmenten)
Het Keypad (met segmenten) Het JABLOTRON 100 systeem kan worden gebruikt met verschillende type keypads waarmee het systeem kan worden bediend, en die informatie geven omtrent de status van het systeem
Gebruikershandleiding
Ontruimingscentrale Type paneel: EVP (8 groepen) Gebruikershandleiding Ajax Brandbeveiliging B.V. Gebruikershandleiding EVP MH EVP (mei 2002) 1 Inhoudsopgave 1. Veiligheid 3 Belangrijke informatie met
SmartLoop Analoge brandmeldcentrale Gebruikershandleiding EN 54-2 EN 54-4
EN 54-2 EN 54-4 0051-CPD-0225 0051-CPD-0226 0051-CPD-0227 0051-CPD-0228 0051-CPD-0231 0051-CPD-0232 SmartLoop Analoge brandmeldcentrale Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Copyright De informatie
COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN
COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een opslagsysteem of doorgegeven in welke vorm of op welke manier ook - elektronisch,
1X-E4-serie Installatiehandleiding
1X-E4-serie Installatiehandleiding P/N 501-415401-1-31 REV 03.10 ISS 08NOV13 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens 2013 UTC
2006 Ajax Brandbeveiliging B.V.
006 Ajax Brandbeveiliging B.V. Alle rechten voorbehouden. Zonder schriftelijke toestemming van Ajax Brandbeveiliging B.V. mag niets deze gave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van
Personal tag. Personal tag. Drukknop of bewegingsdetector. TABEL 2 Samenvatting van de Programmeerfuncties
TAG-IN-A-BAG Stand alone proximity toegangscontrolesysteem Gebruikershandleiding 1. Introductie De TIAB is ontworpen om de toegang voor onbevoegden tot beschermde gebieden te beperken. De unit maakt gebruik
GEBRUIKERSHANDLEIDING. BSX-E Centrale en BSX-E Nevenpaneel
GEBRUIKERSHANDLEIDING BSX-E Centrale en BSX-E Nevenpaneel Welkom Technische wijzigingen en leveringmogelijkheden voorbehouden. De informatie in dit document wordt alleen ter informatie geleverd, kan zonder
TECHNISCHE HANDLEIDING
TECHNISCHE HANDLEIDING TIMER SCHAKELAAR Sleutelschakelaar met timerfunctie 230/380V / 4 x 10 Amp - 1 x 2 AMP inschakelbaar incl. LED controle, uitvoering opbouw ASW BV 2011 Technische Handleiding Documentversie
Verkorte Gebruiker Handleiding
Verkorte Gebruiker Handleiding Inhoud Algemeen... 3 Het keypad... 3 Functietoetsen... 4 Cijfertoetsen... 4 Navigatietoetsen... 4 LCD scherm... 4 Signalisatie LED s... 6 Noodtoetsen... 6 De verschillende
NPS-16 Burenalarmeringssysteem
Handleiding voor Alphatronics B.V. de gebruiker NPS-16 Burenalarmeringssysteem Burenalarmeringssysteem Revisie A Uitgave 10-1998 Alphatronics B.V. (MDK) INHOUD INHOUD... Pagina 1 Introductie... Pagina
Bedieningshandleiding FC10 FC1002 A FC1004 A FC1008 A FC1012 A
Bedieningshandleiding FC0 FC00 A FC00 A FC008 A FC0 A Bedieningshandleiding FC0 Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden Copyright by Siemens Nederland N.V. Alle rechten voorbehouden.
Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld.
MKP-300 DRAADLOOS BEDIENDEEL MKP300_NL 03/12 Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld. 1. Eigenschappen
BEDIENINGSINSTRUCTIE. BRANDMELDCENTRALE TYPE FlexES control. Inhoudsopgave: Hfst Onderwerp Blz. 1 Inleiding 2
Inhoudsopgave: Hfst Onderwerp Blz 1 Inleiding 2 2 Status Indicaties 3 2.1 Aanzicht bedieningsgedeelte 3 2.2 Status normaal bedrijf 4 2.3 Status brandalarm en vooralarm 4 2.4 Status storing en systeemstoring
Bedieningshandleiding voor de Exocompact Display
Bedieningshandleiding voor de Exocompact Display Copyright RETEG b.v. Bedieningshandleiding voor de Display s 1 Rev 2.0, 06-07-2006 1 Inhoudsopgave 1 INHOUDSOPGAVE... 2 2 INTRODUCTIE... 3 2.1 BEVEILIGING...
BEDIENINGSINSTRUCTIE. BRANDMELDCENTRALE TYPE IQ8Control C/M. Inhoudsopgave: Onderwerp. 2 Aanzicht bedieningsgedeelte
Inhoudsopgave: Blz Onderwerp 2 Aanzicht bedieningsgedeelte 3 Vrijgave bediening, Indicatoren voor brandalarm, vooralarm, storing, uitschakelen. 4 Uitleeseenheid voor groepen, Bedieningsknoppen Reset centrale,
Gebruikershandleiding
Brandmeldcentrale Type paneel: CFP (2, 4 en 8 groepen) Gebruikershandleiding Ajax Brandbeveiliging B.V. Gebruikershandleiding CFP MH CFP (mei 2002) 1 Inhoudsopgave 1. Veiligheid 3 Belangrijke informatie
CS series LED-gebruikersgids
CS-175-275-575 series LED-gebruikersgids 98/482/EC-kennisgeving (Voor producten met CE-certificering) Deze apparatuur voldoet aan beschikking 98/482/EC van de Europese Raad inzake Pan-Europese voorschriften
BRANDMELDCENTRALE TYPE 8000X
LOGBOEK EN BEDIENINGSINSTRUCTIES Novar Nederland B.V. Postbus 233 4940 AE Raamsdonksveer T 0162 520290 F 0162 517858 LOGBOEK BRANDMELDINSTALLATIE TYPE BMC 8000X In het logboek dienen alle meldingen, storingen,
Sigma CP K and Sigma CP T series
Sigma CP K and Sigma CP T series Brandmeldcentrale Gebruikers Handleiding DOCUMENT REFERENCE K6800-08 (Man-1082) MODEL NUMBERS K11020M2, K11040M2, K11080M2 T11020M2, T11040M2, T11080M2 191108V1.0FN Brand
ZP2 Series Installatiehandleiding
ZP2 Series Installatiehandleiding P/N 501-405201-1-31 REV 03.10 ISS 11NOV13 Copyright Handelsmerken en patenten Fabrikant Versie Certificatie Richtlijnen van de Europese Unie Contactgegevens 2013 UTC Fire
SPCE110 Keyswitch Expander Gebruikershandleiding
SPCE110 Keyswitch Expander Gebruikershandleiding 3.4 Copyright Copyright Technische specificaties en beschikbaarheid kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Copyright Alle rechten op
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-1000 STEKKERDOOSSCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-1000 STEKKERDOOSSCHAKELAAR A B C * Verlichting: Aan / Uit * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator (spannings-
Programmeer- en bedieningsinstructies
KNSV-6000 elektronisch KNSV-6020 elektronisch KNSV-7000 elektronisch Programmeer- en bedieningsinstructies CODES - DE BASIS BEDIENINGSINSTRUCTIES De door de fabriek ingestelde mastercode is #1234. Deze
Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c - 3881 SC Putten - Tel : 0341-375757 www.lagarde.nl - [email protected]
Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c - 3881 SC Putten - Tel : 0341-375757 www.lagarde.nl - [email protected] Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Het Bedieningspaneel 3 PIN-code voor toegang tot het systeem 4 Het
GEBRUIKERSHANDLEIDING. Elektronisch slot Multicode. think safe
GEBRUIKERSHANDLEIDING Elektronisch slot Multicode think safe Gebruikershandleiding elektronisch slot Multicode Algemeen Het slot werkt met een 6- of 7-cijferige code of een 6- of 7-letterige code. Elke
BELANGRIJKE WAARSCHUWINGEN Veiligheidswaarschuwingen
BELANGRIJKE WAARSCHUWINGEN Veiligheidswaarschuwingen Gevaar! Veronachtzaming kan of zal de oorzaak zijn van elektrische schokken met gevaar voor het leven. - Gebruik het verwarmingselement niet in de nabijheid
Gebruikershandleiding. Advisor Advanced
Gebruikershandleiding Advisor Advanced Inhoud Bediendelen en lezers 1 Algemene toetsreeksen voor LCD-bediendeel 2 Toegang tot het systeem met uw PIN-code en/of kaart 2 Het systeem in- en uitschakelen 3
FP/FR 700-serie. Bedieningshandleiding
FP/FR 700-serie Conventionele brandpanelen en repeaters Bedieningshandleiding Softwareversie 1: januari 2002 Documentatierevisie 1 ERKENNING HANDELSMERK De onderstaande merknamen zijn handelsmerken van
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-300 STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-300 STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR A B C * Verlichting: Aan / Uit / Dimmen * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator
ES-K1A. Draadloze keypad. www.etiger.com
ES-K1A Draadloze keypad www.etiger.com NL Voorwoord Hartelijk dank voor uw aankoop van de ES-K1A. De ES-K1A is een keypad waarmee u uw alarmsysteem kunt inschakelen en uitschakelen, ook in de Thuismodus.
Gebruikershandleiding XP103
XP103 Juli 2014 Wijzigingen voorbehouden Copyright Chubb Fire & Security 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie,
Conventionele Brandmeldcentrale ALPHA 4/8/12
Pagina : 1/8 Conventionele Brandmeldcentrale Beknopte Gebruikershandleiding Pagina : 2/8 INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Algemeen principe voor toegang tot niveaus 2 en 3 4 Toegangsniveau 2 : Procedure en functies
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-300 TUIN STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-300 TUIN STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR D C B A * * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator (spannings- en
GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7
GEBRUIKSAANWIJZING 1 3 2 1 4 11 NOT AVAILABLE 12 6 5 5 7 8 14 9 10 19 17 18 21 13 20 15 16 1 ONZE WELGEMEENDE DANK VOOR UW AANKOOP VAN DEZE AFSTANDS- BEDIENING. LEES DE HANDLEIDING AANDACHTIG ALVORENS
NF3000. Gebruikershandleiding. v0303
NF3000 Gebruikershandleiding Inhoud Bedieningshandleiding NF3000-reeks Snelle inhoudsreferentie per sectie DISPLAY: SAMENVATTING - ZIE SECTIE 5 GEDETAILEERDE BESCHRIJVING VAN DE MENU S, ZIE SECTIE: 6 7
Sinthesi Deuropenermodule
Sinthesi Deuropenermodule 1105/3 met numeriek toetsenbord Elbo Technology b.v. Versie 1.1 - juni 2009 Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. Wijzigingen voorbehouden. Handleiding Sinthesi
PRODUKTINFORMATIE. BRANDMELDCENTRALE essertronic 8000C esserbus-plus
02/08/2007 Algemeen Geschikt voor esserbus-plus techniek. Wordt standaard geleverd met één analoog-ringlus moduul type 4382+. Één vrije plaats aanwezig voor een micro-moduul naar keuze. Systeemspanning
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier Puurs EL 03 V w 8 A w 8 S w 6 ec.e 6 u lv 6 rit a. 56 y be CS-175-275-575 series LED-gebruikersgids 98/482/EC-kennisgeving (Voor producten met
Bedieningshandleiding FC 1004 E
Bedieningshandleiding FC 00 E Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden Copyright by B.V. Alle rechten voorbehouden. Wijzigingen voorbehouden. Niets deze gave mag worden verveelvoudigd,
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding FC 330 C Brandcentrale Puurs 1 INHOUDSOPGAVE FC 330 C Modulaire microprocessor-gestuurde brandcentrale voor conventionele branddetectie Gebruikershandleiding Maart 1999 1. ALGEMENE
Uitschakelen in noodgevallen Doe de touch-key kort in de opening op het bedieningspaneel. Het alarm zal uitgaan.
Basis handeling Het systeem inschakelen Kort op de grote (in-/uitschakelen) knop drukken. Alarm klinkt eenmaal kort. Voortentlamp gaat 30 seconden aan. Het duurt 15 seconden voordat het alarm op beweging
