Nederlandse NEN Inhoud

Vergelijkbare documenten
Voorbeeld. Preview NEN-EN Dit document is een voorbeeld van NEN / This document is a preview by NEN

Voorbeeld NËN : ISÖ3903. Preview. Nederlandse. Scheepsbouw en maritieme constructies. Gewone rechthoekige scheepsramen (ISO 3903:1993)

Voorbeeld. norm NEN-ISO Preview

Boormaten voor kerngaten van schroefdraad

Voorbeeld. Preview. Uitwendige bekleding met PE van ondergronds te leggen stalen buizen en hulpstukken. NEN e druk, september 1986

Voorbeeld. Jeugdzorg. Preview. Addendum bij het HKZ-certificatieschema >

Nederlands Normalisatie-instituut Polakweg 5, Postbus 5810, 2280 HV Rijswijk (ZH), telefoon (070) *, telex 32123, postrekening 25301

Voorbeeld. Preview NEN Kalkzandstenen en kalkzandsteenblokken. Calcium-silicate bries and bloes

Vlakglas. 2.1 lichtdoorlatendheid (r): Het quotiënt van de doorgelaten en de opvallende straling.

Justitiële Jeugdinrichtingen

Voorschriften Beton VB19 4. Deel D Ongewapend beton Aanvullende bepalingen. concrete 1974 Part D - Non-reinforced concrete. Additional requirements

Voorbeeld. Preview. Maattoleranties voor de bouw. Begripsomschrijvingen en algemene regels

Samen met NEN-ISO 68-1:1999 vervangt deze norm NEN 81:1982. Nederlandse norm NEN-ISO 724

Voorbeeld. Onderdeel Sociaal Cultureel Werk/Welzijn ouderen. Preview. Certificatieschema Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening > Versie 2009

Voorbeeld. Verpleging, Verzorging en Thuiszorg Onderdeel Kraamzorg. Preview. Certificatieschema > Versie 2012

Veiligheidsmodule. HKZ-certificatieschema Instellingen voor geestelijke gezondheidszorg > Versie 2011

NEN VERKLARINGEN. bevat. het model van de overeenstemmingsverklaring. in het kader van de Laagspanningsrichtlijn

NEDERLANDS NORMALISATIE-INSTITUUT

Voorbeeld. Preview. Braille. 8-puntsbrailleschrift voor teksttoepassing. Nederlandse NEN Onderwerp en toepassingsgebied.

Vervangt NPR 3637:1994. Nederlandse praktijkrichtlijn NPR 3637

Voorbeeld. Verpleging, Verzorging en Thuiszorg. Preview. Norm > Onderdeel Kraamzorg. Versie 2015

Voorbeeld. Preview NEDERLANDSE NORM UDC

Dit document is een voorbeeld van NEN / This document is a preview by NEN

2.1.3 op/oden: Het langs een verticale lijn omhoog brengen vaneen meetpunt voor het uitzetten van horizontale maten.

Nederlandse norm. NEN-EN-ISO 6165 (nl) Grondverzetmachines Basistypen Woordenlijst (ISO 6165:1997)

Bedrijfsvoering van elektrische installaties. Operation of electrical installations. Aanvullende Nederlandse bepalingen voor hoogspanningsinstallaties

Voorbeeld. Preview. Straatnaamborden. Street name signs C M 1"7"71 NEDERLANDS CIN I//Z NORMALISATIE-

Cliënt-/patiëntveiligheid

Voorbeeld. Preview. Technische tekeningen NEN-IS Vereenvoudigde tekenwijze van centergaten NEDERLANDSE NORM

UDC : Scheepsbouw. Toelaatbare afwijkingen bij het afschrijven, het bewerken van materialen en het samenstellen van secties

Voorbeeld. Preview NEN2017. Hijskranen. Algemene bepalingen. Cranes General directives

Staalkabels Parallelconstructies voor algemeen gebruik

3.1 Het schrift dat in samenhang met de symbolen wordt gebruikt, moet voldoen aan de eisen in ISO

NEDERLANDS NORMALISATIE-INSTITUUT. Herleidingstabellen voor garennummers en titers. Textiles Conversion tables of yarn numbers and counts

Twistfactor in het Texstelsel en herleidingstabellen NEDERLANDS NORMALISATIE - INSTITUUT

Voorbeeld. Gehandicaptenzorg. Preview. Norm > Versie Dit document is een voorbeeld van NEN / This document is a preview by NEN

Deze norm geeft eisen ten aanzien van de uitvoering en kwaliteit van ruwheidsvergelijkingsmonsters.

NEDERLANDS NORMALISATIE-INSTITUUT

2.1 Houtsoort europees eiken: Hout afkomstig van de winter- of zomereik (Quercus petraea (MATTUSCHKA) LIEBLEIN respectievelijk Quercus robur L).

Voorbeeld. Onderdeel Bemiddeling. Preview. Norm > Verpleging, Verzorging en Thuiszorg

Tekeningen in de bouw. Aanduiding van maximaal toelaatbare maatafwijkingen. Inhoud. Inleiding

Eerstelijns gezondheidszorg van het ministerie van Defensie

Inhoud. 5 Bepaling van de positie van de instortmof in de betonbuiswand. 5 Bepaling van de onrondheid na het instorten

Inleiding. NEN 2887 is eerder als praktijkrichtlijn (NPR 2887) in januari 1986 verschenen. Daarin was het hoofdstuk "Controlemetingen"

Voorbeeld. Jeugdzorg. Preview. Certificatieschema > Versie Dit document is een voorbeeld van NEN / This document is a preview by NEN

Voorbeeld. Preview. NEN e druk, december Watervoerende armaturen. Brandweermaterieel

Voorbeeld NEN-EN 577. Preview. N Nederlands. Aluminium en aluminiumlegeringen. Vloeibaar metaal. Specificaties

Voorbeeld. Preview. Correctieblad NEN-ISO 6411/C1. Technische tekeningen Vereenvoudigde tekenwijze van centergaten (ISO 6411:1982) Nederlandse norm

Toelichting op. NTA 8007 Brandgedrag van versieringsmaterialen. december 2007

Voorbeeld. Preview. AANVULLING NEN 2658 (niet-normatief) KOPPELING tussen NEN 2658 en SBR 258 STRUCTUUR GEBRUIKSWIJZER INLEIDING AANVULLEND KARAKTER

Nederlandse NEN-EN 10204

Vervangt NEN-EN :2000 Ontw. Nederlandse norm. NEN-EN (en)

Inleiding. Deze norm is opgesteld om eenheid te scheppen in de namen van standaarden, pasmiddelen en meetinstrumenten.

Nederlandse norm NEN-EN Afsluiters - Termen en definities - Deel 3: Definitie van basisbegrippen

Deze norm is van toepassing op straat-, trottoir- en gecombineerde straat-trottoirkolken ongeacht de gebruikte

Nederlandse norm. NEN-EN (en) Lichtmasten - Deel 3-2: Ontwerp en verificatie - Verificatie door beproeving

Voorbeeld. Preview NEN Gekalibreerde kortschalmige stalen kettingen voor gebruik in werktuigen met nestenschijven Eisen en beproevingsmethoden

Vervangt NEN 913:1963; NEN 913:1998 Ontw. Nederlandse norm. NEN 913 (nl) Melk en vloeibare melkproducten - Bepaling van de titreerbare zuurtegraad

Voorbeeld. Preview NEN-EN War m gewalste I-profielen met tapsvormige flenzen. Toleranties op vorm en afmetingen. Nederlands

Transcriptie:

Nederlandse NEN 3532 Hulpstoffen voor mortel en beton Definities, eisen en keuring Admixtures for mortar and concrete. Definitions, requirements and inspection 4e druk, december 1995 UDC 666.96/.98.014/.017:691.53/54:001.4 Inhoud blz. Dit document mag slechts op een stand-alone PC worden geinstalleerd. Gebruik op een netwerk is alleen. toestaan als een aanvullende licentieovereenkomst voor netwerkgebruik met NEN is afgesloten. This document may only be used on a stand-alone PC. Use in a network is only permitted when a supplementary license agreement for us in a network with NEN has been concluded. Inleiding 2 1 Onderwerp 4 2 Indeling 4 3 Termen en definities 4 4 Gegevens die door de producent of leverancier moeten worden verstrekt 4 5 Eisen 4 6 Keuring 7 7 Aanwijzingen voor de proeven 9 8 Referentiesamenstellingen voor de proeven 9 1995 Nederlands Normalisatie-instituut Kalfjeslaan 2, Postbus 5059, 2600 GB Delft, Telefoon (015) 2 690 390, Fax (015) 2 690 190

Blz. 2 Toen in 1970 respectievelijk 1971 NEN 3532 Hulpstoffen voor mortel en beton. Indeling, benamingen en definities en NEN 3533 Hulpstoffen voor mortel en beton. Grondslagen voor de keuring verschenen, was dat een belangrijke stap op weg naar de erkenning van hulpstoffen als volwaardig middel om de eigenschappen van mortel en beton, in plastische of verharde fase, aan te passen aan specifieke behoefte voortvloeiend uit de wijze van verwerken en de mortel- of betontoepassing. Nu, ruim 20 jaar later, zijn hulpstoffen niet meer weg te denken uit het bouwproces. De grote vlucht die het hulpstofgebruik heeft genomen, samen met het groeiende aanbod, heeft geleid tot een dringende behoefte aan een basis voor de kwaliteitsbeoordeling. Deze werd in 1988 vastgesteld in de 2e druk van NEN 3532, waarin de beide eerder genoemde normen werden geïntegreerd en waarin in aanvulling op de inhoud daarvan tevens eisen en keuringscriteria werden opgenomen. Het aantal soorten hulpstoffen werd daarbij drastisch beperkt. Alleen die hulpstoffen werden opgenomen die in de bouwpraktijk algemeen werden toegepast. Voorts werd een onderscheid gemaakt tussen hulpstoffen en vulstoffen. De Voorschriften Beton VB 74 kenden dit onderscheid reeds, de eerste druk van NEN 3532 echter niet. De onderhavige norm beperkt zich tot hulpstoffen, zijnde stoffen die, toegevoegd in hoeveelheden kleiner dan of gelijk aan 5 % (m/m) van de cementhoeveelheid, in de eigenschappen van cementpasta, mortel- en betonspecie of het verharde produkt wijzigingen teweeg brengen. De grenswaarde van 5 % is een ook in buitenlandse normen gehanteerde grens. Voor vulstoffen, die in het algemeen in hoeveelheden van meer dan 5 % (m/m) worden toegepast (bijv. vliegas), zullen mogelijk afzonderlijke normen worden opgesteld. Door de toevoeging van concrete eisen werd ook de behoefte aan een duidelijk op de praktijk afgestemde keuringsprocedure groter. Onderkend wordt dat de proeven waarmee de hoofd- en neven(en) van hulpstoffen worden bepaald, zich niet goed lenen om te worden gebruikt in het kader van een, in de norm te omschrijven, afnamekeuring. Deze laatste vindt daarom plaats op de belangrijkste door de producent of leverancier te vermelden kenmerken: aggregatietoestand, kleur, volumieke massa en ph, tegen de achtergrond van een, bij de desbetreffende hulpstof Inleiding behorend rapport van een ter zake deskundige onderzoeksinstelling, waaruit blijkt dat de hulpstof voldoet aan de eisen volgens de norm voor de hoofd- en neven(en), en een rapport van een tweejaarlijks verificatieonderzoek gericht op de samenstelling van de hulpstof in kwestie. Daarbij is dus vastgehouden aan de idee achter NEN 3533, die ook een onderscheid maakte tussen zogenaamde identificatieproeven, waarmee kan worden nagegaan of men een bepaalde hulpstof voor heeft, en proeven waarmee hoofd- en nevenen kunnen worden bepaald. Ook in NEN 3533 was reeds sprake van door producent of leverancier te verstrekken recente rapporten inzake de en. De eisen die voor de en in de 2e druk van de norm waren opgenomen, zijn voor een groot deel ontleend aan de uit 1981 daterende discussienota Keuring en certificering van hulpstoffen in cementbeton van de Studievereniging Betontechnologie STUTECH, evenwel zonder dat een grootschalige toetsing van deze eisen in de praktijk had plaatsgevonden. Inmiddels is een zeer groot aantal hulpstoffen volgens deze norm gekeurd en is gebleken dat bijstelling gewenst was, met name ten aanzien van de afstemming van het eisenniveau op de proefonnauwkeurigheden. Tevens werd het nodig geacht stringenter tot uitdrukking te brengen dat de norm primair is bedoeld om hulpstoffen te karakteriseren als behorende tot een bepaald type, en dat vragen omtrent de in een concreet praktijkmengsel altijd onderwerp moeten zijn van nadere overweging of geschiktheidsonderzoek. Dit was in 1993 aanleiding tot publikatie van een 3e druk. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de 2e druk waren: dichtingsmiddelen en expansiebevorderende hulpstoffen zijn niet meer opgenomen; de eisen en de keuringscriteria zijn aangepast; de mogelijkheid is geïntroduceerd hulpstoffen nader aan te duiden op grond van hun bindtijd-beïnvloedende bij. In deze 4e druk zijn enige onduidelijkheden gecorrigeerd in de eisen met betrekking tot schadelijke bestanddelen en het geschiktheidsonderzoek en is aansluiting gezocht bij de ontwikkelingen in Europees normalisatieverband (CEN). De norm is opgesteld door de normcommissie 353 090 Hulpstoffen voor mortel en beton.

Blz. 3 Titels van de vermelde normen Normen waarnaar normatief is verwezen: NEN 2560 Controlezeven. Draadzeven en plaatzeven met ronde en vierkante gaten NEN 3534 Hulpstoffen voor mortel en beton. Methoden van onderzoek (in voorbereiding) NEN 3835 Mortels voor metselwerk van stenen, blokken of elementen van baksteen, kalkzandsteen, beton en gasbeton NEN 3550 Cement. Definities, eisen en keuringscriteria NEN 5956 Beton. Bepaling van de consistentie van betonspecie. Zetmaat NEN 5957 Beton. Bepaling van de consistentie van betonspecie. Schudmaat NEN 5962 Beton en Mortel. Bepaling van het luchtgehalte van beton- en mortelspecie met niet-poreus toeslagmateriaal (drukmethode) NEN 5968 Beton en mortel. Bepaling van de druksterkte van proefstukken NEN 5995 Beton en mortel. Aanmaakwater voor beton- en mortelspecie NEN-EN 196-1 Beproevingsmethoden voor cement. Bepaling van de sterkte NEN-EN 196-3 Beproevingsmethoden voor cement. Bepaling van begin en einde van de binding en bepaling van de vormhoudendheid NEN-EN 480-6 Hulpstoffen voor beton, mortel en injectiemortel. Beproevingsmethoden. Deel 6: Infraroodanalyse (in voorbereiding) NEN-EN 480-8 Hulpstoffen voor beton, mortel en injectiemortel. Beproevingsmethoden. Deel 8: Traditionele bepaling van het droge-stofgehalte (in voorbereiding) NEN-EN 480-9 Hulpstoffen voor beton, mortel en injectiemortel. Beproevingsmethoden. Deel 9: Bepaling van de ph (in voorbereiding) NEN-EN 480-10 Hulpstoffen voor beton, mortel en injectiemortel. Beproevingsmethoden. Deel 10: Bepaling van het gehalte aan chloride (in voorbereiding) NEN-EN 480-11 Hulpstoffen voor beton, mortel en injectiemortel. Beproevingsmethoden. Deel 11: Bepaling van de eigenschappen en de verdeling van luchtbellen in verhard beton (in voorbereiding) NEN-ISO 649-2:1982 Laboratoriumglaswerk. Areometers voor algemene doeleinden. Deel 2: Beproevingsmethoden en gebruik NEN-ISO 697:1983 Waspoeders. Bepaling van de schijnbare dichtheid. Methode via het meten van de massa van een gegeven volume. Norm waarnaar ter informatie is verwezen: NEN 5950 Voorschriften Beton. Technologie (VBT 1986). Eisen, vervaardiging en keuring.

Blz. 4 1 Onderwerp en toepassingsgebied Deze norm geeft indeling, termen en definities, eisen en regels voor de keuring van hulpstoffen voor mortels en beton. 2 Indeling De volgende categorieën hulpstoffen worden onderscheiden: plastificeerders; luchtbelvormers; vertragers; versnellers. Plastificeerders en luchtbelvormers kunnen een wezenlijk bindtijdbeïnvloedende hebben die evenwel niet zo is dat ze tevens als vertragers of versnellers kunnen worden aangemerkt. Afhankelijk van de mate waarin beïnvloeding optreedt kunnen zij worden aangeduid als... met vertragende/ versnellende. TOELICHTING De indeling van de hulpstoffen is gebaseerd op de hoofd in het produkt waarin ze zijn verwerkt. In het algemeen kan worden gesteld dat hulpstoffen met meer dan één hoofd zorgvuldig moeten worden afgestemd op de specifieke toepassing van de mortel of het beton waarin ze worden verwerkt. Van geval tot geval moet hierover tussen producent en afnemer worden overlegd. 3 Termen en definities 3.1 hulpstof: Een stof die, als regel bij toevoeging in hoeveelheden gelijk aan of minder dan 5 % (m/m) van de cementhoeveelheid, een significante wijziging bewerkstelligt van een of meer eigenschappen van de cementpasta, de mortel- of betonspecie of het verharde produkt. 3.2 effectief bestanddeel: Dat bestanddeel van een hulpstof dat de wijziging in de eigenschap(pen) van de specie of het verharde produkt teweegbrengt. 3.3 plastificeerder: Een hulpstof die bij een gelijkblijvende water-cementfactor de verwerkbaarheid van mortel- en betonspecie verhoogt, of het mogelijk maakt met behoud van dezelfde verwerkbaarheid mortel en beton te maken met een lagere water-cementfactor. Plastificerende hulpstoffen worden onderscheiden in superplastificeerders (sterk werkende plastificeerders) en plastificeerders (normaal werkende plastificeerders). 3.4 luchtbelvormer: Een hulpstof die, toegevoegd aan mortel- of betonspecie, in dit mengsel een groot aantal kleine afzonderlijke luchtbellen ontwikkelt, die ook na het verdichten en verharden van de specie gelijkmatig daarin verdeeld blijven. 3.5 vertrager: Een hulpstof die de reactie tussen cement en water zo vertraagt dat het moment van het begin van de binding wordt uitgesteld en/of de ontwikkeling van de aanvangsterkte van mortel en beton wordt vertraagd. 3.6versneller: Een hulpstof die de reactie tussen cement en water zo versnelt dat het moment van het begin van de binding wordt vervroegd en/of de ontwikkeling van de aanvangsterkte van mortel en beton wordt versneld. 4 Gegevens die door de producent of leverancier moeten worden verstrekt 4.1 Algemene gegevens naam van de producent; naam van de leverancier; naam van het produkt; categorie-hulpstof (zie hoofdstuk 2), met vermelding van eventuele bindtijdbeïnvloedende ; geschiktheid voor toepassing in mortel, ongewapend beton, gewapend beton dan wel voorgespannen beton (zie 5.1) 4.2 Kenmerken ter karakterisering aggregatietoestand; kleur; volumieke massa; ph; droge-stofgehalte voorzover niet poedervormig; effectief bestanddeel; gehalte aan chloriden; produktiecode. 4.3 Dosering in het kader van keuring De dosering waarbij in het kader van keuring aan de eisen voor hoofd- en bijen moet worden voldaan. 4.4 Gegevens over de Gegevens over de, omvattende rapporten van proeven of andere onderzoekingen betreffende de hoofd van de hulpstof en zijn invloed op de overige fysische, chemische en mechanische eigenschappen van de specie of het verharde produkt, waaronder in elk geval de druksterkte en de buigtreksterkte van mortels, in relatie tot de dosering. Daaruit moet ten minste blijken dat wordt voldaan aan de eisen volgens hoofdstuk 5 voor hoofd- en bijen; houdbaarheid (produktiedatum en houdbaarheidstermijn); verder alle andere nuttige inlichtingen met betrekking tot het gebruik van de desbetreffende hulpstof in mortel en beton van diverse samenstellingen. 4.5 Gegevens over de samenstelling Uitsluitend ten behoeve van het eenmalig onderzoek volgens 6.4 moet aan de instelling die is belast met de uitvoering van dit onderzoek de samenstelling worden opgegeven voor zover het grondstoffen betreft die bij de vervaardiging in hoeveelheden van meer dan 0,1 % worden toegevoegd. 5 Eisen Bij de eisen wordt onderscheid gemaakt naar toepassing van de hulpstoffen in: mortel; beton. Voorts wordt onderscheid gemaakt tussen hoofden en bijen. In de tabellen 2 t.m. 8 zijn de hoofdsaspecten vet gedrukt. Alle eisen gelden bij een mortel- respectievelijk betonsamenstelling volgens hoofdstuk 8, beproeving volgens NEN 3534 en de door de producent of leverancier opgegeven dosering in het kader van keuring. Een uitzondering wordt daarbij gemaakt voor begin en einde van de binding, die beide aan cementpasta moeten worden bepaald.

Blz. 5 Voor hulpstoffen met meer dan één hoofd moeten de eisen voor deze en nader tussen partijen worden overeengekomen. Voor de overige en gelden onverminderd de eisen volgens deze norm. TOELICHTING Met nadruk wordt erop gewezen dat het effect van hulpstoffen onder standaardomstandigheden en in mengsels met een referentiesamenstelling volgens deze norm niet maatgevend is voor het effect in de praktijk, waar de variatie in eigenschappen van de bindmiddelen en toeslagmaterialen alsmede van de praktijkomstandigheden een belangrijke invloed hebben op het resultaat. Voor de keuze van een specifieke hulpstof (merk en effectief bestanddeel) zal in de praktijk ofwel geschiktheidsonderzoek moeten worden uitgevoerd met de te gebruiken grondstoffen en mengverhouding, ofwel zal moeten worden geput uit ervaring met eerdere toepassing van die hulpstof. Conformiteit met de onderhavige norm houdt slechts een waarborg in voor een effectieve wijziging of verbetering van de eigenschappen van de cementpasta, de mortel- of betonspecie of het verharde produkt. Conformiteit houdt tevens in dat de bijen binnen aanvaardbare grenzen zullen liggen. Bij het gebruik van hulpstof die de binding beïnvloedt, moeten steeds geschiktheidsproeven worden uitgevoerd met betrekking tot het tijdstip van de binding, waarbij de speciale omstandigheden van het bouwwerk (te gebruiken cementsoort, temperatuur) bij de proeven moeten worden nagestreefd. 5.1 Eisen met betrekking tot schadelijke bestanddelen Hulpstoffen mogen geen voor de mortel- of betonspecie of het verharde produkt, danwel voor de wapening of andere ingestorte of ingemetselde metalen delen, schadelijke stoffen bevatten in zodanige hoeveelheden dat deze de duurzaamheid daarvan nadelig beïnvloeden. De volgende stoffen mogen daarbij niet als effectief bestanddeel deel uitmaken van de hulpstof indien deze wordt aangeboden als geschikt voor toepassing in gewapend of voorgespannen beton: chloriden; nitraten; nitrieten; thiocyanaten. Als nadere uit en in aanvulling hierop gelden voorts de grenzen volgens tabel 1. TOELICHTING In NEN 3835 en NEN 5950 wordt voor metselmortels respectievelijk gewapend en voorgespannen beton slechts het gebruik van chloridevrije hulpstoffen toegelaten. Onder chloridevrij wordt daarbij verstaan: met een chloridegehalte van 0,1 % (m/m) of minder. Bij bestelling kan hiermee rekening worden gehouden aangezien het chloridegehalte onder 4.2 is genoemd als door de producent of leverancier te verstrekken gegeven. Tabel 1: Eisen met betrekking tot het gehalte aan chloriden en aanwezigheid van overige corrosiebevorderende stoffen Aspect Eenheid Eisen per toepassing Beproeving ongewapend beton metselmortels gewapend beton voorgespannen beton volgens gehalte Cl % (m/m) max. 0,1 max. 0,1 max. 0,1 NEN 3534 aanwezigheid overige % (m/m) bij geen der drie proefstukken in de elektrochemische proef NEN 3534 corrosiebevorderende stoffen mag de stroomdichtheid meer bedragen dan 10 A/cm 2 5.2 Eisen voor hoofd en bijen 5.2.1 Plastificeerders 5.2.1.1 Superplastificeerders in beton Tabel 2: Eisen voor de van superplastificeerders in beton B = waarde beton zonder hulpstof B = waarde beton met hulpstoftoevoeging en gelijke consistentie B = waarde beton met hulpstoftoevoeging en gelijke w.c.f. uitbreiding van de schudmaat NEN 3534 in combinatie met B /B 1,45 NEN 5957 luchtgehalte % (V/V) B B + 2 NEN 5962 binding 2) behoud van consistentie (schudmaat) druksterkte bij gelijke consistentie, na 3 en 28 dagen 1) De hoofdsaspecten zijn vet gedrukt. 2) Beproeving op cementpasta. bij aanduiding bindtijdbeïnvloeding: geen begin min B 30 B B B + 60 met vertragende B + 60 B einde min B + 60 B met versnellende B 60 B B B 30 B B NEN-EN 196-3 mm B na 30 min 0,65 B direct na menging NEN 5957 N/mm 2 B 1,1 B NEN 5968

Blz. 6 5.2.1.2 Plastificeerders in beton Tabel 3: Eisen voor de van plastificeerders in beton B = waarde beton zonder hulpstof B = waarde beton met hulpstoftoevoeging en gelijke consistentie B = waarde beton met hulpstoftoevoeging en gelijke w.c.f. uitbreiding van de schudmaat NEN 3534 in combinatie met B /B 1,20 NEN 5957 luchtgehalte % (V/V) B B + 2 NEN 5962 binding 2) min bij aanduiding bindtijdbeïnvloeding: behoud van consistentie (schudmaat) druksterkte bij gelijke consistentie, na 3 en 28 dagen 1) De hoofdsaspecten zijn vet gedrukt. 2) Beproeving op cementpasta. geen begin min B 30 B B B + 60 met vertragende B + 60 B einde min B + 60 B met versnellende B 60 B B B 30 B B NEN-EN 196-3 mm B na 30 min 0,65 B direct na menging NEN 5957 N/mm 2 B B NEN 5968 5.2.2 Luchtbelvormers 5.2.2.1 Luchtbelvormers in metselmortels Tabel 4: Eisen voor de van luchtbelvormers in metselmortels M = waarde mortel zonder hulpstof M = waarde mortel met hulpstoftoevoeging luchtgehalte % (V/V) 10 M 17 NEN 5962 1) De hoofdsaspecten zijn vet gedrukt. NEN 3534 in combinatie met 5.2.2.2 Luchtbelvormers in beton Tabel 5: Eisen voor de van luchtbelvormers in beton B = waarde beton zonder hulpstof B = waarde beton met hulpstoftoevoeging en gelijke consistentie B = waarde beton met hulpstoftoevoeging en gelijke w.c.f. NEN 3534 in combinatie met luchtgehalte % (V/V) 4,5 B 6,5 NEN 5962 afstandsfactor mm B 0,25 NEN-EN 480-11 binding 2) min bij aanduiding bindtijdbeïnvloeding: behoud van consistentie (schudmaat) druksterkte bij gelijke consistentie, na 3 en 28 dagen 1) De hoofdsaspecten zijn vet gedrukt. 2) Beproeving op cementpasta. geen begin min B 30 B B B + 60 met vertragende B + 60 B einde min B + 60 B met versnellende B 60 B B B 30 B B NEN-EN 196-3 mm B na 30 min 0,65 B direct na menging NEN 5957 N/mm 2 B 0,70 B NEN 5968

Bestelformulier Stuur naar: NEN Standards Products & Services t.a.v. afdeling Klantenservice Antwoordnummer 10214 2600 WB Delft NEN Standards Products & Services Postbus 5059 2600 GB Delft Vlinderweg 6 2623 AX Delft Ja, ik bestel ex. nl Hulpstoffen voor mortel en beton - Definities, eisen en keuring 32.28 T (015) 2 690 390 F (015) 2 690 271 www.nen.nl/normshop Wilt u deze norm in PDF-formaat? Deze bestelt u eenvoudig via www.nen.nl/normshop Gratis e-mailnieuwsbrieven Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen op het gebied van normen, normalisatie en regelgeving? Neem dan een gratis abonnement op een van onze e-mailnieuwsbrieven. www.nen.nl/nieuwsbrieven Gegevens Bedrijf / Instelling T.a.v. O M O V E-mail Klantnummer NEN Uw ordernummer BTW nummer Postbus / Adres Postcode Plaats Telefoon Fax Factuuradres (indien dit afwijkt van bovenstaand adres) Postbus / Adres Postcode Plaats Datum Handtekening Retourneren Fax: 015 2 690 271 E-mail: klantenservice@nen.nl Post: NEN Standards Products & Services, t.a.v. afdeling Klantenservice Antwoordnummer 10214, 2600 WB Delft (geen postzegel nodig). Voorwaarden De prijzen zijn geldig tot 31 december 2018, tenzij anders aangegeven. Alle prijzen zijn excl. btw, verzend- en handelingskosten en onder voorbehoud bij o.m. ISO- en IEC-normen. Bestelt u via de normshop een pdf, dan betaalt u geen handeling en verzendkosten. Meer informatie: telefoon 015 2 690 391, dagelijks van 8.30 tot 17.00 uur. Wijzigingen en typefouten in teksten en prijsinformatie voorbehouden. U kunt onze algemene voorwaarden terugvinden op: www.nen.nl/leveringsvoorwaarden. LEREN, WERKEN EN GROEIEN MET NEN preview - 2018