REGLEMENT 2009 - Versie 2
1. Algemeen 1.1. Het AA Talentenplan heeft tot doelstelling toekomstige topruiters in een vroeg stadium te ontdekken en te begeleiden. Tevens richt het plan zich op de versteviging van topsportcompetenties door het aanbieden van geschikte opleidingen. Door het AA Talentenplan worden onze beloften in contact gebracht met onze huidige topsporters. Het AA Talentenplan richt zich op de drie Olympische disciplines, namelijk jumping, dressuur en eventing. Enkel ruiters met een geldige VLP licentie en met de Belgische nationaliteit komen in aanmerking voor het AA Talentenplan. Er wordt ook rekening gehouden met de engagementsverklaring die door elk AA Talent ingevuld dient te worden. 1.2. Het AA Talentenplan wordt bewaakt door de werkgroep Talentenplan. Deze wordt samengesteld door de Raad van Bestuur VLP vzw en bevat vertegenwoordigers van de drie Olympische disciplines. 1.3. Het AA Talentenplan bestaat uit 4 belangrijke lagen die in elkaar doorstromen. AA Talentenstimulering AA Talententeam B-kader AA Talententeam A-kader AA Talent van het jaar 1.4. Een experten- en trainersplatform enerzijds en een resultatenranking anderzijds omkaderen en stroomlijnen de 4 lagen. 1.5. Reglement 2009 versie 2 - pagina 2 van 10
2. Resultaten- en talentenranking VLP Talentenplan van jong talent tot wereldkampioen 2.1. Resultatenranking 2.1.1. De resultatenranking wordt opgesplitst per discipline (jumping-dressuur-eventing) en per leeftijdscategorie. De ranking wordt per discipline opgemaakt voor twee leeftijdsgroepen, zijnde de juniors -van 16 tot 18 jaar- en de young riders, die echter voor het AA Talentenplan uitgebreid worden tot de leeftijd van 25 jaar - dus van 19 tot 25 jaar. 2.1.2. Enkel de resultaten van nationale en internationale wedstrijden worden in rekening gebracht voor de resultatenranking. 2.1.3. Per discipline wordt er een eigen puntentelling (zie 2.4.) uitgewerkt die tot een bepaalde basisregel is terug te voeren. Er wordt belang gehecht aan het foutloos rijden (jumping-eventing) of aan het behalen van een bepaald percentage (dressuur). 2.1.4. De resultatenranking wordt opgemaakt op basis van de (inter)nationale resultaten behaald tussen 1 november van het vorige jaar en 31 oktober van het huidige jaar. 2.2. Talententeam De resultatenranking is de barometer voor het expertenplatform waarop zij zich baseren om het talententeam en de kaders te bepalen. Het is de objectieve factor waarbij de scouting en de opvolging als subjectief criterium dient om het talentengehalte van een jonge belofte af te meten. In het AA Talentenplan zal er jaarlijks teruggevallen worden op de eindstand van de ranking van het jaar voordien. 2.3. Publicatie Op regelmatige basis zal deze resultatenranking van het huidige werkingsjaar gepubliceerd worden op de website VLP. Dit wordt de uitvalsbasis om samen met het expertenplatform het talententeam te vormen. Een talententeam dat enerzijds bestaat uit een A-kader en anderzijds uit een B-kader. Elke ruiter kan ten allen tijde de detail van zijn resultaten opvragen op het VLP secretariaat en kan op die manier (gefundeerde) wijzigingen laten aanbrengen aan zijn puntentotaal. 2.4. Jumping 2.4.1. Voor de berekening van de jumpingresultatenranking, wordt er gebruik gemaakt van alle resultaten die zijn opgenomen in equidata voor de (inter)nationale wedstrijden. 2.4.2. Principieel wordt voor de discipline jumping de nadruk gelegd op het foutloos rijden van omlopen op niveau en het eventueel foutloos rijden van eraan gekoppelde barrages. Er wordt geen rekening gehouden met klassementen. Er wordt eveneens geen rekening gehouden met speciale proeven (zoals progressieve omlopen, jachtparcours, krachtproef, ). 2.4.3. Detail puntentelling : 2.4.3.1. 19 tem 25 jaar Nationale wedstrijden o 1m40/1m45 foutloos in basis = 2 punten foutloos in basis en barrage = 3 punten o 1m50 of hoger foutloos in basis = 4 punten foutloos in basis en barrage = 6 punten Internationale wedstrijden o 1m40/1m45 foutloos in basis = 4 punten foutloos in basis en barrage = 6 punten o 1m50/1m55 foutloos in basis = 6 punten foutloos in basis en barrage = 8 punten o 1m60/1m65 foutloos in basis = 8 punten foutloos in basis en barrage = 10 punten Reglement 2009 versie 2 - pagina 3 van 10
2.4.3.2. 16 tem 18 jaar Nationale wedstrijden o 1m30/1m35 foutloos in basis = 2 punten foutloos in basis en barrage = 3 punten o 1m40 of hoger foutloos in basis = 4 punten foutloos in basis en barrage = 6 punten Internationale wedstrijden o 1m30/1m35 foutloos in basis = 4 punten foutloos in basis en barrage = 6 punten o 1m40/1m45 foutloos in basis = 6 punten foutloos in basis en barrage = 8 punten o 1m50/1m55 foutloos in basis = 8 punten foutloos in basis en barrage = 10 punten 2.5. Eventing 2.5.1. Voor de berekening van de eventingresultatenranking, wordt er gebruik gemaakt van alle resultaten die zijn opgenomen in equidata voor de (inter)nationale wedstrijden. 2.5.2. Principieel wordt voor de discipline eventing naast het eindklassement ook rekening gehouden met het rijden van een cross en een jumping zonder fouten. Dit betekent niet dat de dressuur onbelangrijk is, maar deze weerspiegelt zich genoeg in het eindklassement (indien men niet vooraan is in het dressuuronderdeel kan men onmogelijk nog een goed klassement behalen). 2.5.3. Detail puntentelling : Plaats 1 tot en met de laatst geklasseerde (1 op 4) : 6 punten voor de eerste, 5 punten voor de tweede, 4 punten voor de derde en voor de rest van de geklasseerden 3 punten. De niet geklasseerden krijgen 2 punten indien zij een cross reden zonder hindernisfouten en een foutloze jumping (0 strafpunten); de niet geklasseerden krijgen 1 punt indien zij een cross zonder hindernisfouten reden en geen foutloze jumping. Naargelang het niveau van de wedstrijd kan deze basisscore met een factor 2, 3 of 4 vermenigvuldigd worden. De volgende wedstrijden worden in rekening gebracht: 2.5.3.1. 19 tem 25 jaar Nationale wedstrijden o Nationale wedstrijden van het niveau Z(**) Internationale wedstrijden o CIC2*: puntentelling maal 2 o CCI2*: puntentelling maal 3 o CIC3*: puntentelling maal 3 o CCI3*: puntentelling maal 4 2.5.3.2. 16 tem 18 jaar Nationale wedstrijden o Nationale wedstrijden van het niveau M(*) o Nationale wedstrijden van het niveau Z(**): puntentelling maal 2 Internationale wedstrijden o CCI1*: puntentelling maal 2 o CIC2*: puntentelling maal 2 o CCI2*: puntentelling maal 3 Reglement 2009 versie 2 - pagina 4 van 10
2.6. Dressuur 2.6.1. Voor de berekening van de dressuurresultatenranking, wordt er gebruik gemaakt van alle resultaten die zijn opgenomen in equidata voor de (inter)nationale wedstrijden. 2.6.2. Principieel wordt voor de discipline dressuur rekening gehouden met de behaalde percentages. Er wordt geen rekening gehouden met klassementen. 2.6.3. Detail puntentelling De puntentelling is gebaseerd op de percentages behaald tijdens de proeven. Naargelang het niveau van de wedstrijd kan deze basisscore met een factor 1,5, 2 of 3 vermenigvuldigd worden. Tussen 60 en 64,99 % 1 punt Tussen 65 en 67,99 % 2 punten Tussen 68 en 69,99 % 3 punten Tussen 70 en 72,99 % 4 punten Tussen 73 en 74,99 % 5 punten 75 % en hoger 6 punten De volgende wedstrijden worden in rekening gebracht: Nationale wedstrijden o Juniors Individueel o Kür op muziek Juniors o Juniors Par Equipe o Juniors Préliminaire o Young Rider Par Equipe o Young Riders Individueel o Kür Young Riders o Young Riders Préliminaire o St. Georges o Intermediaire I / II o Kür Intermediare I / II o Young Riders Grand Prix 20-25j o Grand Prix : puntentelling maal 1,5 o Grand Prix Special : puntentelling maal 1,5 o Kür Grand Prix : puntentelling maal 1,5 Internationale wedstrijden o Juniors Individueel : puntentelling maal 2 o Kür op muziek Juniors : puntentelling maal 3 o Juniors Par Equipe : puntentelling maal 2 o Juniors Préliminaire : puntentelling maal 2 o Young Rider Par Equipe : puntentelling maal 2 o Young Riders Individueel : puntentelling maal 2 o Kür Young Riders : puntentelling maal 3 o Young Riders Préliminaire : puntentelling maal 2 o St. Georges : puntentelling maal 2 o Intermediaire I / II : puntentelling maal 2 o Kür Intermediare I / II : puntentelling maal 3 o Young Riders Grand Prix 20-25j : puntentelling maal 2 o Grand Prix : puntentelling maal 3 o Grand Prix Special : puntentelling maal 3 o Kür Grand Prix : puntentelling maal 3 Reglement 2009 versie 2 - pagina 5 van 10
3. Trainers- en expertenplatform 3.1. Samenstelling 3.1.1. Het trainers-en expertenplatform (verder kortweg het platform genoemd) is een groep van mensen, met een doordachte technische kijk op onze sport. Zij kunnen de factoren, die een rol spelen bij de ontwikkeling van een talent herkennen en beoordelen. Zij scouten en begeleiden onze beloftevolle jongeren met het oog op de uitbouw van een sportieve carrière waarbij topsport de einddoelstelling is. 3.1.2. We kunnen het platform grosso modo in 2 grote groepen indelen : Enerzijds hebben we de groep van sporttechnici, samengesteld uit de eliteruiters, bondscoaches, trainers, chef d équipes en andere technici, nauw betrokken bij de sport. Deze groep van sporttechnici zal voor elk van de 3 Olympische disciplines verschillend zijn. Naast deze groep van sporttechnici zijn er in het platform ook enkele experten opgenomen, die door hun vakkennis een meer algemene eigenschap van het talent kunnen opvolgen. We denken hier aan een sportpsycholoog, veearts, pers, Deze groep is voor elke discipline dezelfde. 3.2. Opdracht Aan de leden die deel uitmaken van het platform wordt gevraagd om tijdens de wedstrijden en de groepsactiviteiten een inschatting te maken van de competenties van de jongeren uit het plan. Zij rapporteren hun eigen scoutingactiviteiten en de opvolging van het AA Talententeam met de nodige feedback aan de werkgroep Talentenplan. Het platform heeft de autonome bevoegdheid om in onderling overleg en rekening houdende met de resultatenranking, een indeling te maken van A- en B-kader voor de leden van hun talententeam. Zij kunnen in onderling overleg nieuwe talenten aan het plan toevoegen en anderen uit het plan wegnemen. De algemene technici van het platform hebben als opdracht het bijsturen en opmaken van begeleidingsprogramma s en initiaties met het oog op de ontwikkeling van de algemene topsportvaardigheden gelinkt aan het plan. 3.3. Functioneren Het platform zal elkaar in groep een tweetal keer per jaar ontmoeten en zal dan fungeren als denktank rond het ganse AA Talentenplan. Het platform zal zoals hierboven geschetst, bestaan uit verschillende werkgroepen die onderling nauw contact houden en op die manier de ruggengraat van het project zijn. Op individuele basis zullen de leden van het expertenplatform met elkaar onderling maar ook met de werkgroep Talentenplan contact houden om het scouten en opvolgen van de verschillende talenten te garanderen. Door hun individuele opmerkingen zal een inschatting van de competenties van de verschillende jongeren opgemaakt worden. 3.4. Feedback aan de talenten Elk lid van het talententeam zal jaarlijks een algemene evaluatie vanuit het expertenplatform krijgen. Deze beoordelingen zullen gebruikt worden om gerichte feedback te geven aan de ruiter/amazone in kwestie en een gericht opleidingsplan naar voor te schuiven.
4. A-kader 4.1. Het A-kader bestaat maximaal uit een tiental ruiters (voor de 3 disciplines samen) die de top van het talententeam uitmaken. Het zijn per definitie die ruiters die naast een duidelijke positie in de resultatenranking door het expertenplatform in de top van de piramide geplaatst worden en als dusdanig potentiële kandidaten zijn voor topsport. 4.2. De leden van het A-kader scoren sterk in de verschillende competenties zoals die vooropgesteld zijn en worden individueel begeleid om hun mindere punten bij te schaven. Daarnaast zijn er ook groepstrainingen voorzien die het ganse A-kader samenbrengen. 5. B-kader 5.1. Het B-kader bestaat uit de bredere top van de piramide en vormt samen met het A-kader het AA talententeam. 5.2. Om deel te kunnen uitmaken van het B-kader, dient de ruiter/amazone minstens met een positief puntensaldo in de resultatenranking te staan én een positief rapport gekregen hebben van het expertenplatform. 5.3. De leden van het B-kader zullen in groep en individueel trainingen kunnen volgen tijdens de zogenaamde talentenontmoetingen. Ook voor hen is een begeleiding voorzien die hen moet stimuleren om tot het A-kader door te groeien. 6. Talent van het jaar 6.1. Op jaarlijkse basis wordt na afloop van het seizoen, een talent van het jaar aangeduid. 6.2. Het talent van het jaar wordt gekozen uit de leden van het A-kader, waarbij elke ruiter/amazone deze bekroning slechts eenmaal in zijn loopbaan kan ontvangen. 6.3. Het talent van het jaar wordt interdisciplinair gekozen. De aanduiding gebeurt in de loop van de maand november zodat het talent van het jaar tijdens de maand december kan gehuldigd worden. 6.4. De verkiezing talent van het jaar gebeurt door 5 categorieën: 6.4.1. Expertenplatform telt mee voor 50% De leden van het platform geven hun individuele top 5 door aan de werkgroep Talentenplan. Per expert krijgt de ruiter die volgens hem/haar Talent van het jaar moet worden 5 punten, de 2 e beste krijgt 4 punten, de 3 e ruiter krijgt 3 punten, de 4 e ruiter krijgt 2 punten en de ruiter op de 5 e plaats krijgt 1 punt. Deze punten worden per categorie van het Expertenplatform opgeteld (algemeen, dressuur, eventing en jumping) en er worden 4 rangschikkingen opgemaakt. Per rangschikking worden opnieuw de punten 5 tem 1 verdeeld over de top 5. De (4) bekomen punten per ruiter worden opgeteld dit is de ranking van deze categorie. Het talent dat op de 1 e plaats staat krijgt 20 punten. De tweede beste krijgt 16 punten om dan per twee punten te zakken. Elk punt kan 1 keer gegeven worden, tenzij er een ex-aequo is dan krijgen deze ruiters dezelfde punten, om nadien verder te gaan met het respectievelijke punt per plaats. (1 e = 20, 2 e = 16, 3 e = 14, 4 e = 12, 5 e = 10, 6 e = 8, 7 e = 6, 8 e = 4, 9 e = 2). Indien er meer leden zijn in het A-kader dan te verdelen punten, krijgen de anderen 0 punten. 6.4.2. Resultatenranking op 31 oktober - telt mee voor 20% De ruiters met de meeste punten op de resultatenranking in de 3 disciplines krijgen 20 punten. De tweede beste krijgt 16 punten om dan per twee punten te zakken. Elk punt kan 1 keer gegeven worden, tenzij er een ex-aequo is dan krijgen deze ruiters dezelfde punten, om nadien verder te gaan met het respectievelijke punt per plaats. (1 e = 20, 2 e = 16, 3 e = 14, 4 e = 12, 5 e = 10, 6 e = 8, 7 e = 6, 8 e = 4, 9 e = 2). Indien er meer leden zijn in het A-kader dan te verdelen punten, krijgen de anderen 0 punten. Reglement 2009 versie 2 - pagina 7 van 10
6.4.3. De Raad van Bestuur VLP en de drie VLP commissies eventing, dressuur, jumping - telt mee voor 10% De leden van de Raad van Bestuur en de 3 Olympische commissies geven hun individuele top 5 door aan de werkgroep Talentenplan. Per persoon krijgt de ruiter die volgens hem/haar Talent van het jaar moet worden 5 punten, de 2 e beste krijgt 4 punten, de 3 e ruiter krijgt 3 punten, de 4 e ruiter krijgt 2 punten en de ruiter op de 5 e plaats krijgt 1 punt. Deze punten worden per categorie opgeteld (Raad van Bestuur, dressuurcommissie, eventingcommissie en jumpingcommissie) en er worden 4 rangschikkingen opgemaakt. Per rangschikking worden opnieuw de punten 5 tem 1 verdeeld over de top 5. De (4) bekomen punten per ruiter worden opgeteld en dit is de ranking van deze categorie. Het talent dat op de 1 e plaats staat krijgt 20 punten. De tweede beste krijgt 16 punten om dan per twee punten te zakken. Elk punt kan 1 keer gegeven worden, tenzij er een ex-aequo is dan krijgen deze ruiters dezelfde punten, om nadien verder te gaan met het respectievelijke punt per plaats. (1 e = 20, 2 e = 16, 3 e = 14, 4 e = 12, 5 e = 10, 6 e = 8, 7 e = 6, 8 e = 4, 9 e = 2). Indien er meer leden zijn in het A-kader dan te verdelen punten, krijgen de anderen 0 punten. 6.4.4. Publiek via poll op website VLP - telt mee voor 10% Het talent dat op de 1 e plaats staat bij het publiek krijgt 20 punten. De tweede beste krijgt 16 punten om dan per twee punten te zakken. Elk punt kan 1 keer gegeven worden, tenzij er een ex-aequo is dan krijgen deze ruiters dezelfde punten, om nadien verder te gaan met het respectievelijke punt per plaats. (1 e = 20, 2 e = 16, 3 e = 14, 4 e = 12, 5 e = 10, 6 e = 8, 7 e = 6, 8 e = 4, 9 e = 2). Indien er meer leden zijn in het A-kader dan te verdelen punten, krijgen de anderen 0 punten. 6.4.5. Hippische pers - telt mee voor 10% De personen van de hippische pers geven hun individuele top 5 door aan de werkgroep Talentenplan. Per persoon krijgt de ruiter die volgens hem/haar Talent van het jaar moet worden 5 punten, de 2 e beste krijgt 4 punten, de 3 e ruiter krijgt 3 punten, de 4 e ruiter krijgt 2 punten en de ruiter op de 5 e plaats krijgt 1 punt. Deze punten worden per ruiter opgeteld. Het talent met de meeste punten krijgt 20 punten. De tweede beste krijgt 16 punten om dan per twee punten te zakken. Elk punt kan 1 keer gegeven worden, tenzij er een ex-aequo is dan krijgen deze ruiters dezelfde punten, om nadien verder te gaan met het respectievelijke punt per plaats. (1 e = 20, 2 e = 16, 3 e = 14, 4 e = 12, 5 e = 10, 6 e = 8, 7 e = 6, 8 e = 4, 9 e = 2). Indien er meer leden zijn in het A-kader dan te verdelen punten, krijgen de anderen 0 punten. 6.4.6. De punten van de 5 bovenstaande categorieën worden samengeteld, rekening houdende met hun respectievelijke percentages in de eindberekening. Indien er een ex-aequo is voor de 1 e plaats, dan is de ranking van het Expertenplatform doorslaggevend. 6.5. Het talent van het jaar zal een individueel trainingspakket aangeboden krijgen ter waarde van 7.500 euro. De besteding van dit budget gebeurt in overleg met de werkgroep Talentenplan. De totale waarde kan enkel besteed worden aan individuele begeleiding (sporttechnisch, sportpsychologie, mental coaching, ) met het doel de (rij)vaardigheden nog verder te ontwikkelen. Reglement 2009 versie 2 - pagina 8 van 10
7. Talentenstimulering 7.1. Omschrijving 7.1.1. De talentenstimulering is de onderste laag van de piramide. Talentenstimulering moet gezien worden in het kader sport voor allen waarbij de jeugd bewust wordt gemaakt van de structurele opleiding. 7.1.2. Onder talentenstimulering worden alle projecten bedoeld die tot doelstelling hebben de jeugd op een doordachte manier te laten omgaan met de sport. 7.2. Provinciale projecten jumping en dressuur 7.2.1. Algemeen 7.2.1.1. Per provincie en discipline worden na afloop van het wedstrijdseizoen 2 ruiters geselecteerd. Deze 10 ruiters worden uitgenodigd voor een stage met een toptrainer/ruiter. Indien een winnaar van een provinciale, discipline en leeftijdscategorie niet aanwezig kan zijn op de stage, dan wordt deze plaats afgestaan aan de volgende ruiter(s) uit dezelfde provinciale, discipline en leeftijdscategorie. 7.2.1.2. Enkel ruiters met een provinciale J03-licentie voor jumping en D03-licentie voor dressuur komen in aanmerking. 7.2.1.3. De ruiter behoort tot de provinciale die vermeld is bij de VLP-licentie. 7.2.1.4. Alle provinciale wedstrijden (CDRV geregistreerd in Equidata) van het lopende jaar worden in rekening gebracht voor de berekening van de provinciale resultatenranking. 7.2.1.5. De punten worden opgeteld per ruiter. 7.2.1.6. De ruiters worden per provinciale ingedeeld in 2 leeftijdscategorieën: Categorie 1: ruiters die in het lopende jaar 12 tot en met 15 jaar worden. (Vb voor het jaar 2009: ruiters die geboren zijn tussen 1/1/1994 en 31/12/1997) Categorie 2: ruiters die in het lopende jaar 16 tot en met 18 jaar worden. (Vb voor het jaar 2009: ruiters die geboren zijn tussen 1/1/1991 en 31/12/1993) 7.2.1.7. Per categorie wordt er 1 ruiter geselecteerd op basis van een provinciale resultatenranking. Dus 2 ruiters per provinciale. 7.2.2. Jumping 7.2.2.1. Principieel wordt voor de discipline jumping de nadruk gelegd op het foutloos rijden en het eventueel foutloos rijden van eraan gekoppelde barrages. Er wordt geen rekening gehouden met klassementen. Er wordt eveneens geen rekening gehouden met speciale proeven (zoals progressieve omlopen, jachtparcours, krachtproef, ). Zowel resultaten met paarden of pony s worden meegeteld. 7.2.2.2. Detail puntentelling 1m00-1m05 foutloos in basis = 1 punt foutloos in basis en barrage = 2 punten 1m10-1m15 foutloos in basis = 2 punten foutloos in basis en in barrage = 4 punten 1m20-1m25 foutloos in basis = 4 punten foutloos in basis en in barrage = 8 punten Reglement 2009 versie 2 - pagina 9 van 10
7.2.2.3. De ruiters in de categorie 1 en 2 met de meeste punten worden geselecteerd. Indien er in 1 categorie een ex-aequo is in het aantal punten, is het puntensaldo op de hoogste proeven doorslaggevend, indien hier ook nog een ex-aequo is dan wint de ruiter met de meeste gemiddelde punten in de hoogste proeven per wedstrijd (aantal punten/aantal wedstrijden). 7.2.3. Dressuur 7.2.3.1. Principieel wordt voor de discipline dressuur rekening gehouden met de behaalde percentages. Er wordt geen rekening gehouden met klassementen. Zowel resultaten met paarden of pony s worden meegeteld. 7.2.3.2. Detail puntentelling 70% of meer = 5 positieve punten 67% tot 69,99% = 4 positieve punten 63% tot 66,99% = 3 positieve punten 60% tot 62,99% = 2 positieve punten 58% tot 59,99% = 1 positief punt 50% tot 57,99% = 0 punten 45% tot 49,99% = 1 negatief punt 40% tot 44,99% = 3 negatieve punten onder de 40% = 5 negatieve punten uitsluiting door jurybeslissing = 5 negatieve punten Voor niveau 1 : A6 A7 bovenstaande punten x 1 Voor niveau 2 : L6 L7 L8 bovenstaande punten x 2 Voor niveau 3 : M(P)3 M(P)4 M(P)6 bovenstaande punten x 3 De punten op de proeven van het niveau 1, 2 en 3 worden per ruiter opgeteld. 7.2.3.3. De ruiters in de categorie 1 en 2 met de meeste punten worden geselecteerd. Indien er in 1 categorie een ex-aequo is in het aantal punten, is het puntensaldo op het hoogste niveau doorslaggevend, indien hier ook nog een ex-aequo is dan wint de ruiter met de meeste gemiddelde punten in het hoogste niveau per wedstrijd (aantal punten/aantal wedstrijden). 8. Budget Het budget van het AA Talentenplan wordt samengesteld door sponsorgelden en eigen VLP-middelen. Dit budget zal aangewend worden voor de volgende posten: a. De organisatie van stages, trainingssessies en algemene begeleiding van de A-kaders, B-kaders van de drie disciplines. b. De concrete voorbereiding naar EK en WK toe voor de jeugdcategorieën waarbij niet alleen de sportieve stages maar ook coaching en andere onkosten in rekening kunnen gebracht worden. c. De ondersteuning van initiatieven aangaande talentenstimulering die ingediend worden bij de werkgroep Talentenplan d. De begeleiding en uitwerking van het experten- en trainersplatform. e. De publicitaire ondersteuning en algemene omkadering van het project. Reglement 2009 versie 2 - pagina 10 van 10