Terugmeldmodule 63320
Terugmeld-Module 63320 Voor 2 geleider-rails nieuwe dimensie voor digitale terugmelding Waarvoor gebruikt men Terugmelding? Terugmeldingen geven op de modelbaan de informatie of een rail bezet of vrij is. Het komt goed van pas voor b.v een schaduwstation en andere delen van de modelbaan die uit het zicht liggen Echt nodig zijn terugmelders als de modelbaan geautomatiseerd word of per computer gestuurd worden.de Besturingscentrale of het pc-programma heeft de informatie van de terugmeld-module nodig om te beslissen of en trein in en bepaald spoor mag inrijden of welke Rijwegen geactiveerd moeten worden. Alle Functies in een Module Het Terugmeld-moduul 63320 voor 2 geleider rails stelt alle functies van een digitale terugmelding in dit ene moduul ter beschikking. Dit zijn bezetmelding (8 spoorgedeeltes), terugmelding naar een centrale en spanningsbewaking. De bezetmelder kijkt of in een spoorgedeelte en stroomverbruik plaatsvindt. Dat kan een Lok, een verlichte wagon, of een wagon met weerstandslak zijn. Ziet de bezetmelder dat in een spoorgedeelte minimaal 1mA verbruikt wordt, dan wordt het gedeelte als 'bezet' gemeld, is er geen stroom in dit stuk dan wordt dit als 'vrij' gemeld. De Terugmelder vraagt de toestand van de Railbezetmelder op. Hij geeft de informatie over de toestand van de rails betrouwbaar en snel via het Loconet aan de aangesloten apparaten of computerbesturingsprogramma door. De Spanningsbewaking voorkomt dat als er geen spanning is foutmeldingen kunnen optreden De rails worden alleen als vrij gemeld als er ook daadwerkelijk een bedrijfsspanning is Als de spanning zou zijn uitgeschakeld zou er voor alle rails een vrij melding komen. De Terugmeldmodule 63320 kan samen met de Intellibox of het Daisy-Systeem van Uhlenbrock, het TwinCenter von Fleischmann, of andere Centralen die het Loconet ondersteunen gebruikt worden. De terugmelding wordt van de Intellibox of het Twincenter
direct weer gegeven, of via een geïntegreerd interface aan een PC doorgegeven. De informatie van de Terugmelder kan ook benut worden om Rijwegen die in de Intellibox of de ib-switch geprogrammeerd zijn in werking te stellen. Zo kan per treinbeïnvloeding een automatische treinverkeer ingericht worden. De Module heeft ook de mogelijkheid twee vrij programmeerbare magneetartikelopdrachten per ingang van de module (1-8 ingangen of aansluitingen) op vrij of bezet te schakelen zo kan men b.v knipperlichten van een spoorwegovergang of een wissel direct van de module uit aansturen of schakelen. De module wordt via het Loconet met bedrijsspanning verzorgd, de max. belasting van een bewaakte rail mag niet hoger zijn dan 3A. De Module is vanaf fabriek zo ingesteld, dat de spoorgedeeltes die aan de uitgangen 1 t/m 8 zijn aangesloten de terugmeldadressen 1 t/m 8 hebben. De programmering van het moduul kan tijdens lopend bedrijf gebeuren, want de Intellibox gebruikt hiervoor een apart menu Aansluiting De Module kan met een Loconet-kabel aangesloten worden, en wel op: Loconet-T of Loconet-B uitgang van de Intellibox, aan het Twincenter, of de Loconet-ingang van het Daisy-Systeem. Sluit de 'Digitaal spanning'(i.d.g. rood) aan op de ingang "Digitalspannung" van de module. Zie voorbeeld onder
Deze tekening komt uit de Duitse handleiding en is vrij vertaald. Bij twijfel, raadpleeg de Duitstalige gebruiksaanwijzing van de Firma Uhlenbrock, de Nederlandse importeur, of u vakhandel van aankoop. Het gebruik en toepassing van deze tekening is geheel op EIGEN RISICO Het te bewaken spoorgedeelte moet men enkelzijdige isoleren. Het geïsoleerde spoorgedeelte verbindt men hierna aan een van de ingangen Gleis 1 Gleis 8. Belangrijk : Het aanbrengen van de spoorgedeeltes die geïsoleerd worden, moet aan de kant zijn waar ook de digitale spanning aanwezig is Bedrijf met Booster Wordt het terugmeldmodul gebruikt in een spoorgedeelte waar een booster gebruikt wordt moet men voor een storingsvrijen afloop ervoor zorgen dat de massa van de booster klem4 bruin met de massa klem4 bruin van de intellibox2 verbonden is.
Programmering Om terug gemelde informatie in een digitaal systeem te verwerken moet ieder te bewaken Spoorgedeelte een adres worden toe gewezen. Er zijn verschillende mogelijkheden: Bij de eenvoudige programmering krijgt de ingang voor Gleis 1 een willekeurig adres toegewezen De andere 7 ingangen krijgen dan automatisch de daarop volgende adressen, verdere instellingen Zijn dan niet mogelijk. Met de intellibox2 software version 1.3 (en hoger) is het mogelijk de individuele programmering van alle loconet-cv van een moduul mogelijk te maken. Ieder moduul, en ieder te bewaken ingang kunnen vrij te bepalen adressen toegekend worden, en alle parameters van het terugmeldmodul kunnen individueel veranderd worden. Eenvoudige Programmering Druk op de programmerknop op het moduul, het controle led knippert Schakel nu met de centrale (intellibox2 e.d.) de wissel welke het juiste adres heeft om aan het spoorgedeelte Gleis 1 toegekend te worden. Als nu b.v. voor het moduul de spoorgedelten met adressen 9-16 zullen worden gebruikt schakelt dan de wissel met adres 9, of ken dit adres aan deze wissel toe. druk nu op de rode of de groene toets van de wissel. Als de wissel eenmaal geschakeld is gaat het controle led uit en het spoorgedeelde Gleis 1 krijgt het terugmeldadres wat gelijk is aan het wisseladres De spoorgedeeltes Gleis 2-8 krijgen automatisch de eerstvolgende 7 adressen Vergeet echter niet, dat als het adres 9 geprogrammeerd is, ook de adressen 10-16 bezet zijn, en niet meer ter beschikking staan. Dubbele programmering geeft storing en foutmeldingen. BELANGRIJK: Bij programmering met de programmerknop van het moduul worden alle parameters die met de intellibox2 gemaakt zijn terug op fabriekswaarden gezet! Instelling van een Loconet-module Loconet-apparaten worden door zo genaamde loconet-configuratievariabelen(lncvs) ingesteld. De LNCVs kunnen via de intellibox2 (softwareversie1.1 of hoger), de IB-control vanaf softwareversie 1.55 of het Twincenter(vanaf versie 1.1),of de intellibox basic geprogrammeerd worden. Oproep van een Loconet-Module met Intellibox, Intellibox ir, intellibox Basic, ib-control en twincenter Verbindt de module met het loconet Omdat iedere centrale anders van menu-form is en de weergave er anders eruit ziet maar de hoofdpunten van programmering theoretisch gelijk zijn volgt alleen een omschrijving van de op te roepen onderdelen Roep vanuit de centrale het menupunt Loconet-Programmering op Als eerste moet men het Artikelnummer van de module ingeven 63320 in dit geval vervolgens bij LNCV 0 het adres wat men wil gebruiken b.v 12 en bevestig deze gegevens om het in het geheugen op te slaan. Bij het opvragen van LNCV 0 zou dan het ingegeven getal moeten staan.
Belangrijk is hierbij dat iedere module een ander adres toegewezen krijgt. De Fabrieksinstelling is 1 Dus heeft men straks 3 modules 63320 dan moeten deze 3 verschillende adressen hebben, anders weet de centrale niet welke module opgeroepen moet worden. Het Artikel nummer blijft uiteraard 63320. Het bereik van de adressen is van 1 65534. Om het te kunnen controleren of de juiste module opgeroepen wordt knippert het led van de module als deze in programeer mode is. Om de Module praktisch te testen op de baan mag deze niet meer in de programmeer mode staan er zal weinig tot niets gebeuren Via de gebruikshandleiding van de gebruikte centrale kan men het makkelijkste achterhalen hoe men loconet modules kan programmeren en uitlezen. Een goed hulpmiddel is ook Loconet-Tool van Uhlenbrock of IB Multicontrol Maar misschien zit er ook software van u eigen centrale bij die dezelfde functies kunnen. Heeft u een module waarvan geen adres bekend is dan kan men de module oproepen met het algemene adres 65535. Het is noodzakelijk dat de module alleen op het loconet aangesloten is en geen andere modules uitgelezen kunnen worden. Is de module een keer opgeroepen kan men via LNVC 0 een waarde ingeven die men wil gebruiken als adres voor de module. Reset Dit moet mogelijk zijn door de programeerknop op de module zelf in te drukken
De Loconet CV s voor Artikelnummer 63320 : LNCV 0 = Moduladres LNCV 1-8 = Adres voor de terugmeldingangen LNCV 17 = Statusrapport LNCV 20 = Modulconfiguratie LNCV 21-48 = In en uitschakelvertraging LNCV 61-124 = Magneetartikelopdracht voor ieder Gleisingang LNCV 17 = Fabrieksinstelling 1017 dit kan verandert worden in een geldig wisseladres als wissel nummer 7 b.v aangesloten is op magneetdecoder adres 3 en je geeft dit nummer in LNCV 17 in, dan wordt de status van alle aangesloten spoorgedeeltes uitgegeven. LNCV 20 = Moduleconfiguratie (0 vanaf fabriek) Bit 0 = 0 - waarde 0 De Adressen voor de spoorbewakingsingangen worden automatisch toegewezen. d.w.z. dat de module het adres van ingang gleis 1 uit de loconet-cv 1 neemt en voor de volgende ingangen de waarde 1 tot 7 optelt Ingang 1 = adres van LNCV 1 Ingang 2 = adres van LNCV 1+1 Ingang 3 = adres van LNCV 1+2 Ingang 4 = adres van LNCV 1+3 Ingang 5 = adres van LNCV 1+4 Ingang 6 = adres van LNCV 1+5 Ingang 7 = adres van LNCV 1+6 Ingang 8 = adres van LNCV 1+7 Bit 0 = 1 waarde 1 De module gebruikt de adressen die in de LNCV 1-8 zijn opgegeven Ingang 1 = adres van LNCV 1 Ingang 2 = adres van LNCV 2 Ingang 3 = adres van LNCV 3 Ingang 4 = adres van LNCV 4 Ingang 5 = adres van LNCV 5 Ingang 6 = adres van LNCV 6 Ingang 7 = adres van LNCV 7 Ingang 8 = adres van LNCV 8 Bit 1 = 0 waarde 0 De vertragingswaarde voor bezet en vrij melding die in de loconetcvs 21 en 41 opgegeven zijn gelden voor alle ingangen van de module. Bit 1 = 1 - waarde 2 De vertragingswaarde voor bezet en vrij melding worden individueel voor iedere ingang gebruikt, zoals ze in de loconetcv s 21-28 en 41-48 zijn opgenomen Bit 2 =0 waarde 0 Bij het inschakelen van de Loconet-bedrijfsspanning geeft de module geen informatie uit
Bit 2 =1 waarde 4 Bij het inschakelen van de Loconet-bedrijsspanning geeft de module de toestand van de bewaakt spoorgedeeltes door aan de centrale. LNCV 21-48 = Vertragingstijd voor In en Uitschakelen De vertragingstijd geeft aan hoe lang een spoorgedeelte bezet of vrij zijn moet alvorens de desbetreffende melding van de module aan het loconet doorgegeven wordt. Het kan apart voor de bezet en vrij melding in een bereik van 0,01 seconden (10ms) tot 2,55 seconden (2550ms) in stappen van 10 ms ingesteld worden. Geldig zijn waardes van 1-255 De fabrieksinstelling is 3 (0,03 seconden)voor de bezet-melding en 30 (0,3 seconden) voor de vrij melding Om de waardes te berekenen: Vertragingstijd in seconden X 100 = de waarde voor LNCV Waarde voor de LNCV: 100 = vertraging in seconden LNCV 61-124 = Magneetartikelopdracht voor iedere Ingang Wisselt een Spooringang (Gleiseingang) van vrij naar bezet dan kan de module per ingang twee individuele magneetartikelopdrachten versturen, en van bezet naar vrij werkt het net zo. De opdrachten kan men in de volgende CV s opgeven 1. Magneetartikelopdracht voor de keuze bezet voor spoor 1-8 LNCV 61-68 2. Magneetartikelopdracht voor de keuze bezet voor spoor 1-8 LNCV 77-84 1. Magneetartikelopdracht voor de keuze vrij voor spoor 1-8 LNCV 93-100 2. Magneetartikelopdracht voor de keuze vrij voor spoor 1-8 LNCV 109-116 De waarde voor de LNCV s 61-116 berekenen zich als volgt: Magneetartikel op rood schakelen: LNCV-waarde =magneetartikeladres X 10 Magneetartikel op groen schakelen: LNCV-waarde = magneetartikeladres X 10 +1 Voorbeeld: Magneetartikel 21 moet op rood geschakeld worden als het spoor op Ingang 7 vrij wordt: LNCV 99 = 210, LNCV 115 = 0 of Magneetartikel 112 moet op groen, en magneetartikel 212 moet op rood geschakeld worden als het spoor op Ingang 4 bezet wordt LNCV 64 = 1121, LNCV 80 = 2120
Deze Beschrijving is een vrije vertaling uit de Duitse handleiding. Het gebruik hiervan is geheel OP EIGEN RISICO!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Meer Informatie is te verkrijgen via: www.uhlenbrock.de www.hobbytime.nl (Fabrikant) (Importeur en Hotline)