Vetafscheiders van beton



Vergelijkbare documenten
ECO MAX vetafscheider

KWS-afscheiders van beton

ECO PLUS. 1. Algemeen. Pag. 1 / 9

4) Alle lozingstoestellen vóór de afscheiderinstallatie dienen voorzien te zijn van een stankslot en dienen regelmatig te worden schoongemaakt.

EXPORT. Vetafscheider.

Installatie instructie voor stalen glijopleggingen met een dubbele gekromde glijoppervlak Type FIP-D. uw bouw onze technologie

INSTALLATIE-INSTRUCTIES

Modulaire Polycarbonaat Schouwput. Inspectie-, verdeelschouwput voor: telecommunicatie, teledistributie en andere ondergrondse infrastructuren

VET AFSCHEIDERS. Vet afscheiders

Infiltratieblok DA88 met inspectie mogelijkheid. Infiltratiekratten

4) Alle lozingstoestellen vóór de afscheiderinstallatie dienen voorzien te zijn van een stankslot en dienen regelmatig te worden schoongemaakt.

Plaatsingsvoorschriften

FICHE 2 TERUGSLAGKLEPPEN EN OVERLATEN

Standaard installatie van een BioKube

HOOFDSTUK 1: BETONBUIZEN

Ondergrondse water gamma. Inleiding. Omschrijving van de tanks. Grondstoffen

ZONNEBOILER INSTALLATIE - INSTRUCTIE. voor een collector gemonteerd op panlatten.

REGENWATERFILTER EN TERUGSLAGKLEP HANDLEIDING

FALDIVIA SPEED FOLDING GATE Montagehandleiding

Plaatsingsaanwijzingen voor infiltratievoorzieningen

GEBRUIKSHANDLEIDING HDPE VETAFSCHEIDER VOOR BOVENGRONDSE OPSTELLING

Plaatsingsvoorschriften Flatline tanks

GEBRUIKSHANDLEIDING HDPE VETAFSCHEIDER VOOR BOVENGRONDSE OPSTELLING TYPE EUROMAL-P AFSCHEIDERSYSTEMEN POMPTECHNIEK PREFAB LEIDINGSYSTEMEN

fermacell Technische tip

Tegra 600 Wavin Belgium

INBOUWHANDLEIDING FONTEYN LUXURY POOLS. Type: Tenerife Afmeting: 500 x 300 x 145

Technische Fiche Reni ADVANCED BETON pakket

KESSEL-opvoerinstallatie Minilift voor afvalwater vrij van faecaliën voor boven- of ondergrondse installatie

GEBRUIKSHANDLEIDING VETAFSCHEIDERS EN SLIBVANGPUTTEN BETON TYPE EUROMAL + AFSCHEIDERSYSTEMEN POMPTECHNIEK PREFAB LEIDINGSYSTEMEN

Veiligheid afwasautomaat 4. Vereisten installatie 5. Instructies installatie 7

Wavin Certaro NS Olieafscheider

HDPE Slib/Vetafscheiders

Zeer lage inbouwdiepte (ten minste 62mm) Hoge afvoercapaciteit van 28 liter per minuut Voorzien van haarvanger

Technische Fiche Reni PLUS BETON pakket

Plaatsingsvoorschriften DELTA -TERRAXX: horizontale toepassingen. Schafft Komfort.

MONTAGEHANDLEIDING SANICLEAR SWING SK1206 & SK1207. Downloads

PLAATSINGS- EN GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN: CONDUCT Kabelgoten

GEBRUIKSHANDLEIDING HDPE VETAFSCHEIDER VOOR BOVENGRONDSE OPSTELLING TYPE EUROMAL-P

Claystone instructies 2017

1,0 m - 3,0m Uitvalscherm 8 x Expansie bouten (2 per beugel) ** 2 x Muurbeugel 2 x Verankerings plaaten 1 x Zonwering 1 x Hand greep

Technische Fiche Reni PLUS BETON Z (+) pakket

Nefit Economy cv-boilers

DUIKERELEMENTEN (Gewapende Duikerelementen) DIN EN 1916 DIN V 1201 Algemene productbeschrijving LBN duikerelementen Duikerelementen van gewapend beton

Technische documentatie Inbouwhandleiding Flatline tanks

AWASCHACHT PP DN 1000/800 MONTAGEHANDLEIDING SCHACHT-IN-SCHACHT-SANERING

Productinformatieblad

GEBRUIKSHANDLEIDING HDPE VETAFSCHEIDER VOOR BOVENGRONDSE OPSTELLING

LEVERANCIER VAN BETONPRODUCTEN IN NEDERLAND

Aanvraag werken op openbaar domein

Antraciet Grijs-Antraciet Grijs Rood genuanceerd

zonweringkoopjehier.com - Uitval Schermen - Installatie instructies

Handleiding. Zelf installatie

GEBRUIKSHANDLEIDING HDPE VETAFSCHEIDER VOOR AARDINBOUW TYPE EUROMAL-PR

Technische Fiche Reni ADVANCED BETON (+) pakket

FUNDERING. Draagvaste ondergrond VOEGMIDDEL. Advies en handige tips KERAMIEK. verwerkingsadvies MBI KERAMISCHE TERRASTEGELS

YERSEKE MILIEUTECHNIEK

Technische documentatie Inbouwhandleiding Blueline tanks

RAINSPOT STRAATkOlk t Rainspo

CAMBELSTONE. Productinformatie. Toepassingen. Eigenschappen. Kleuren

MONTAGE EN BEHANDELING

Het doel van deze instructie is het plaatsen van de afgewerkte producten zo uit te voeren dat ten allen tijde de kwaliteit gegarandeerd kan worden.

MONTAGEHANDLEIDING. :metselwerk of beton

BUFFEREN EN INFILTRATIE VAN REGENWATER. Buffertanks Infiltratieblokken

Gebruikershandleiding brandwerend opslagsysteem

WILLCO Fassade Profil

MODULAIRE ALUMINIUM WATERKERING MURO Installatie Voor de Dagkanten

Algemene handleiding. - Montage handleiding - Gebruikers handboek - Garantie bepaling

Met CE certificaat BESCHRIJVING & HANDLEIDING BORA-CLEAN FILTER 5

Eisen aan uw meterruimte en invoervoorzieningen Informatie voor aanvragers van een Lianderaansluiting

Leicon Prefab Vluchtheuvels

Productinformatieblad

Uitvoeringsfiche Palenwanden Type 1: in elkaar geplaatste palen (secanspalenwand)

Fence HORIZONTAAL HARDE ONDERGROND HORIZONTAAL ZACHTE ONDERGROND. 2 5,2x12 D2K D2A D2L D2B C12 C16 C12 C16. F... Foam tape. F... Foam tape.

Plaatsing van straatstenen en boordstenen

VEILIGHEID EN CORRECT GEBRUIK

Technische Fiche Reni ADVANCED BETON pakket

Gebruiksaanwijzing Gaasbakken

Technische Fiche Reni MAXI BETON (+) pakket

Technische Fiche Reni MAXI BETON pakket

Betonnen (integraal) olie-benzineafscheiders en bezinkselafscheiders PA-KMI-serie, PA-KM-serie, PA-KMCI-serie, PA-KMC-serie en B-serie

Technische Fiche Reni ADVANCED KUNSTSTOF (+) pakket

PORTA WATERSCHOT HANDLEIDING

Handleiding rookgascondensor INHOUDSOPGAVE: WERKING. 1.1 Algemeen 1.2 Werking INSTALLATIE

TERRASOVERKAPPING Montage Handleiding (NL)

GEBRUIKSHANDLEIDING OLIEAFSCHEIDERS EN SLIBVANGPUTTEN VAN BETON TYPE EUROMAL+ AFSCHEIDERSYSTEMEN POMPTECHNIEK PREFAB LEIDINGSYSTEMEN

Verwerkingsadvies riolering uitvoering

Technische Fiche Reni ADVANCED KUNSTSTOF pakket

SEPTISCHE PUTTEN. Ronde septische putten. Standaard uitvoering ECO uitvoering. Rechthoekige septische putten. Standaard uitvoering ECO uitvoering

Afstandsbalk. Gebruiksaanwijzing. klemmen K 120/120/120. Voor Afstandsbalk met een hefvermogen van 10 ton, (lengte 12,60 m)

Installatie instructies Lago

TERRASOVERKAPPING Montage Handleiding (NL)

constructiewerken, transport en opslag. De coating kan eenvoudig worden aangebracht met een spuitpistool, verfrol of borstel.

Transcriptie:

LIPUMAX LIPUSED LIPULINE Vetafscheiders uit prefab gewapend beton volgens DIN 4281, conform aan de norm NBN EN 1825 met keuringscertificaat. Pag. 1 / 8

1. Algemeen Dierlijke en plantaardige vetten en oliën moeten worden afgescheiden, omdat ze zich in koude, gestolde toestand aan de buiswanden vastzetten. Daardoor houden ze ook andere stoffen vast en veroorzaken doorsnedenvernauwingen en verstoppingen. Bovendien gaan deze vetten snel in ontbinding over, vormen agressieve vetzuren en leiden tot stankhinder en rioolaantasting. De drijflaag van het vethoudend afvalwater beïnvloedt de voor de biologische afbraak noodzakelijke zuurstofopname en daarmede de werking van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Hiervoor is de vetafscheider geconcipieerd welke het bezinkbare slib en de drijvende vetten weerhoudt In de slibvangruimte treedt er een afzetting van het slib op, komende van de binnenstromende afvalwaterstroom met een dichtheid aan bezinkbare stoffen > 1 g/cm³ waaronder zand, stof, e.d Vetafscheiders werken volgens het zwaartekrachtprincipe. Daar de dichtheid van het afvalwater belast met vetten < 0,95 g/cm³ stijgen deze vloeibare vetten naar boven en vormen aldus daar een drijflaag van vetten. De LIPUSED /LIPUMAX -vetafscheiders van gewapend beton zijn conform aan de norm NBN EN 1825 en beschikken over een keuringsattest uitgereikt door een externe instantie. De vetafscheidingsinstallatie bestaat uit een slibvanggedeelte en een eigenlijk vetafscheidingsgedeelte in één bekken. Er is hier dan sprake van een "vetafscheider met geïntegreerde slibvangput". Deze installaties voor plaatsing in de grond worden geleverd met deksels klasse B of D volgens de norm NBN EN 14/DIN 1229 met al dan niet geknevelde deksels. In geval het deksel verschroefd is, op rubber afdichting in NBR-kwaliteit, wordt de installatie als reukdicht beschouwd. Deze vetafscheiders zijn voorzien van een inwendige vetzuurbestendige coating aangebracht op een gestraalde ondergrond. Pag. 2 / 8

2. Plaatsingssuggesties 2.1. Voorbereidende werkzaamheden Om wachttijden te vermijden is een nauwkeurige coördinatie tussen de werkzaamheden van de kraanbestuurder en de transporteur noodzakelijk. De grootte van de kraan die voor het afladen en het verplaatsen van de prefab onderdelen nodig is, dient tijdig te worden bepaald. De vereiste technische gegevens (afmetingen, gewichten, enz.) voor de verschillende afscheidingsonderdelen vindt u in het offerte-/besteldossier, alsook in de geldige bladzijden van onze catalogus. Een voldoende berijdbare toegangsweg met montageruimte rond de bouwput dient voor normale vrachtwagens te worden gegarandeerd. Volgende parameters zijn bij de grootteberekening van de bouwput bepalend: - afmetingen van de afscheider - indien voorzien, afmetingen van de nageschakelde monsternameschacht - plaatselijke beperkingen Bij het oprichten van damwanden dient er met de in- en de uitlaat, alsook indien ze voorzien is met de monsternameschacht rekening te worden gehouden. Uitgraven en aanvullen volgens DIN 1830. Bij een normale bodemgesteldheid voldoet een geprofileerd samengeperst en nauwkeurig waterpas gemaakt zand- of grindbed. De max. bodemdruk bedraagt 15,5 N/cm². Aanvulling, bedekking en aanaarding dienen zo uitgevoerd te worden (volgens DIN 4124) dat geen enkele schade aan de installaties en de leidingen kan worden toegebracht en dat deze in hun originele toestand blijven. Latere verzakkingen van installatieonderdelen, b.v. monsternameschacht, dienen door gepaste maatregelen te worden verhinderd. Controleer of het geleverde materiaal compleet is en of het eventueel tijdens het transport geen schade heeft ondervonden. Beschadigde onderdelen mogen in geen geval geplaatst worden. Oppervlakteoneffenheden (b.v. betonscherven, haarscheurtjes), die de dichtheid van de afzonderlijke en/of met elkaar verbonden onderdelen niet benadelen, zijn zonder belang en komen niet in aanmerking voor een eventuele klacht voor zover deze tijdens de productie of het transport opgetreden is. Dankzij een markering aan de onderzijde van het bekken, kunnen één of verschillende na elkaar geplaatste bekkens probleemloos in de lengteas geplaatst en gericht worden, haaks op de in- en uitlaat. Pag. 3 / 8

De in- en uitlaat worden in de fabriek gekenmerkt. In geval van twijfel en ter controle ligt In ieder geval de inlaat 70 mm hoger dan de uitlaat. De ACO Passavant monsternameschacht van prefab gewapend beton maakt het mogelijk monsters van afvalwater te nemen. Ze zorgt eveneens voor de beluchting van de installatie en dient als beveiliging tegen leegheveling. 2.2. Installatie De vetafscheider dient zo dicht mogelijk bij de lozingspunten te worden geplaatst. Om vetafzetting te vermijden dienen de toevoerleidingen een helling van minstens 2 % (1:50) te hebben en makkelijk te reinigen zijn. Bij plaatsing buiten dient voor de aansluitdiepte tenminste de plaatselijke vorstvrije diepte te worden aangehouden. Bij plaatsing onder het plaatselijk vastgelegde terugstuwingsniveau dient achter de afscheider een voorziening te worden geplaatst, bvb. een pompput, voor een gewaarborgde afvoer. Om geuropstapeling, slib- en vetafzettingen, vuilnisprocessen en uit functioneringsoverwegingen moeten vetafscheiders, volgens de norm EN 1825 (deel 2), in elk geval voldoende te worden be- en ontlucht. Tenminste één toevoerleiding moet voorzien zijn van een ontluchtingsleiding met een minimale diameter van Ø 100 mm voor de grootten 1 tot 4 en Ø 150 mm vanaf de grootten 7 tot 20. De ontluchtingsleiding dient tot boven het dak te worden doorgetrokken. Verder zijn alle aansluitleidingen met een lengte > 5 m apart te verluchten. Achter de afscheider dient een inspectie- tevens monsternamemogelijkheid te worden aangebracht. Deze kan geïntegreerd zijn in de vetafscheider. De afscheider dient horizontaal en bij voorkeur in zand te worden geplaatst om eventuele beschadigingen van het bekken te vermijden. De aansluitingen van de toe- en afvoerleidingen gebeurt aan de hand van ingestorte rubberen mofverbindingen waarin PVC-buizen volgens DIN19534, HDPE-buizen volgens DIN 19537 en SML-buizen volgens DIN 19522 kunnen opgenomen worden. Afdekplaat en schacht opbouwelementen worden los geleverd. Vóór plaatsing van de afdekking dient er te worden gecontroleerd of de classificatie ervan klasse B 125, D 400 volgens DIN EN 124 / DIN 1229 met de exploitatie van de plaats van inbouw overeenstemt. Pag. 4 / 8

Voor het waterpas maken dienen schachtringen, oplegringen en/of rioolklinkers gebruikt te worden. Oplegvlakken van het bovenstuk van de schacht en onderkant van de rand reinigen en bevochtigen. Rand diep in een mortelbed leggen en waterpas maken. Oplegvlakken van rand en deksel reinigen. Dan slechts het deksel inleggen, anders geen rustige oplegging van het deksel en kans op een verhoogde slijtage. Bij het aanbrengen van de aangrenzende bestrating, de afdekking niet verschuiven. Belasting van de afdekking en de schachtopbouw slechts na bindtijd van de mortel, d.i. ten vroegste na 72 uren. Indien nodig snelbindend of kunstmatig cement gebruiken. Bij het rondom gelijkmatig aanvullen van de bouwput dient men erop te letten dat de aansluitleidingen niet beschadigd zijn en dat de positie van de afscheider niet verandert. Na plaatsing, de afdekkingen controleren, oplegvlakken reinigen. De sluitingen van de geknevelde afdekking reinigen en kruisgewijs gelijkmatig vastschroeven. Slechts dan is deze afdekking dicht. Let erop dat bij lossen en hijsen van de betonnen bekkens de 3 hijskettingen boven de put elk minimaal 3 m lang zijn om beschadigingen aan de tand/groef te vermijden. Het is niet toegestaan de in- en uitlaat doorvoeren als hijsogen te gebruiken. De bouwput zodanig realiseren dat de plaatsing van de vetafscheider op een correcte manier uitgevoerd kan worden. Ten behoeve hiervan dient de breedte van de bouwput t.o.v de talud min 0,5 m langs weerszijden breder te worden uitgevoerd. Plaats de afscheider op een gestabiliseerd zandbed met een laagdikte van min. 10 à 15 cm. Indien de aard van het terrein dit vereist, dient er een betonfundering gegoten te worden. Plaats de afscheider op het horizontale vlak en oriënteer de in- en uitlaat van de afscheider in lijn met de riolering. Let op de juiste positionering van de in- en uitlaat. Sluit de in- en uitlaat aan, de toevoer buishelling moet minstens 2 % bedragen. Controleer of het typeplaatje is aangebracht in het bovenste schachtgedeelte. De gegevens op het typeplaatje zijn relevant voor de geleverde afscheidingsinstallatie. Installatie grondig reinigen, voornamelijk de eventuele mortelresten. De installatie mag pas van binnen en van buiten in aanraking komen met water wanneer de mortelvoegen en het PUR-bouwschuim uitgehard zijn. Pag. 5 / 8

2.3. Plaatsingsvoorschrift voor de schachtopbouw De standaard aansluitdiepte, maat T (=afgewerkt peil t.o.v. de vloei van de toevoerbuis) kan aangepast worden aan de reële situatie door gebruik te maken van bijkomende opzetstukken, hoogte 250, 500 en 1000 mm, of nivelleringsringen van 60, 80, 100 en 200 mm. Schema : schachtopbouw : Aanbrengen van de voegafdichting : Voor het afdichten van de voegen tussen bekken, afdekplaat, schachtringen en opzetringen wordt het oliebestendige ACO PUR-bouwschuim toegepast. De afdekking en nivelleringsringen dienen gesteld te worden met krimpvrije mortel. De ACO PUR-schuim is een 1-componenten voegmassa op basis van polyurethaan en door LGA goedgekeurd voor toepassing bij afscheidingsinstallaties. De sponningen schoonmaken, beide oplegvlakken bevochtigen. PUR-spuitbus goed opschudden. PUR-schuim aanbrengen in 2 lagen (opgelet zwelt 50% op). Laat het PUR-schuim gedurende 10 min opstijven. Zonder deze voorafgaandelijke opstijving kan de afdichting onvolledig zijn en lekkages vertonen. Voor de waterdichtheidstest adviseren wij een wachttijd van min. 5 uur zodat het bouwschuim voldoende kan uitharden. Opgelet : Niet uitgehard PUR-schuim kan verwijderd worden met PUR-reiniger of aceton. Uitgehard PUR-schuim kan uitsluitend mechanisch verwijderd worden. Pag. 6 / 8

3. Gebruik 3.1. Ingebruikname Vóór ingebruikname dient de afscheidingsinstallatie tot aan de uitlaat met schoon water te worden gevuld. Vóór het vullen van de installatie dient te worden gecontroleerd of : - de toe- en afvoerleidingen open zijn, d.w.z. een vrije doorgang hebben. - de afdekkingen correct zijn aangebracht. - de installatie van o.a. bouwafval, mortelresten e.a. gezuiverd is. Dichtheidstesten dienen op de complete installatie, vóór het heraanvullen van de bouwput, te worden uitgevoerd. Water door de inlaat van de installatie gieten tot zolang men in de monsternameschacht duidelijk vaststelt dat er afvalwater in het rioleringsstelsel wordt afgevoerd. 3.2. Lediging en onderhoud Lediging van de installatie wordt in het algemeen uitgevoerd door gespecialiseerde ledigingondernemingen die beschikken over zuigwagens. Ze dient zo mogelijk tijdens bedrijfspauzes of bij gering (water) debiet plaats te vinden. Vóór het leegzuigen van de installatie moet het deksel boven het slibvang- en het afscheidingsgedeelte geopend worden. Er dient op gelet te worden dat de gehele installatie leeggemaakt wordt. De installatie moet tenminste dan geledigd worden: - wanneer de slibvangruimte voor de helft gevuld is of - wanneer de maximaal toelaatbare vetlaagdikte van 160 mm bereikt is. Het is echter aan te raden de installatie eerder te ledigen. In normale werkingsfase dient dit mogelijks om de 14 dagen of minstens maandelijks te gebeuren. Deze ledigingsfrequentie is aangeraden in de verplegingssector. Bij slachthuizen en vleesverwerkende bedrijven dient dit wekelijks te gebeuren. Het gebruik van biologische additieven (enzymen en bacteriën) voor een zogenaamde zelfreiniging van de vetafscheidingsinstallatie is volgens de norm EN 1825 niet toegelaten. Na de lediging dient het bekken te worden gereinigd, waarbij de binnenwanden (vooral in het bereik van de vetzone) en de bodem van de slibvangput met water afgespoten worden. Warm water vereenvoudigt de reiniging. Vóór het weer in gebruik nemen moet de installatie weer tot aan de uitlaat met water gevuld worden en de afdekkingen naar behoren teruggeplaatst. Pag. 7 / 8

3.3. Reinigen van de afdekkingen In geval van een verschroefd deksel: Openen : Eerst de knevelbouten losdraaien en de afdekking met de speciale meegeleverde hef- en bedieningssleutel wegnemen. Sluiten : Oplegvlakken schoonmaken. De rubber oplegringen schoonmaken en eventueel invetten en controleren. Bij beschadiging vervangen. Deksel inleggen. De knevelbouten gelijkmatig kruisgewijs vastschroeven. Het is aangeraden de boutdraad in te vetten. 3.4. Inspectie en onderhoud Eén keer per jaar dient men de gehele installatie aan een onderhouds- inspectiebeurt te doen ondergaan. Daartoe moet de installatie leeggemaakt en de binnenruimten gereinigd zijn. Hierna moet de complete installatie op eventuele beschadigingen gecontroleerd te worden. Eventuele beschadigingen van de coating dienen vakbekwaam gerepareerd te worden. Bij het schoonmaken van de installatie is het gebruik van ontstoppings- en/of ontvettingsmiddelen, wegens de agressiviteit en negatieve invloed, niet toegestaan. Het verwijderen van in de afscheider aanwezige onderdelen (stootplaat, duikschot, e.d.) is niet toegestaan en beïnvloedt de goede werking van de installatie. Pag. 8 / 8