Gebruikershandleiding
|
|
|
- Marina Devos
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Bedraad/draadloos systeem OMNI-624EU / 848EU Gebruikershandleiding N9939 HANDL /2001
2 2
3 Inhoudsopgave BEKNOPTE HANDLEIDING... 4 INLEIDING... 7 SYSTEEMREFERENTIEBLAD... 8 HET SYSTEEM INSCHAKELEN HET SYSTEEM UITSCHAKELEN GEBRUIKERSCODES OVERIGE OPDRACHTEN HET SYSTEEM TESTEN WOORDENLIJST BEPERKINGEN VAN DIT ALARMSYSTEEM
4 Beknopte handleiding HET SYSTEEM INSCHAKELEN 1. Controleer of het systeem gereed is voor gebruik. waarschuwingsled OK brandt. 2. Voer uw viercijferige gebruikerscode in. 3. Verlaat het gebied via een deur die door de installateur is geprogrammeerd als toegangs / uitgangsdeur. HET SYSTEEM UITSCHAKELEN 1. Betreed het gebied via een deur die door de installateur is geprogrammeerd als toegangs / uitgangsdeur. 2. Voer uw viercijferige gebruikerscode in. 3. De waarschuwingsled Aan (Ingeschakeld) dooft. HET SYSTEEM INSCHAKELEN IN DEEL BEVEILIGING 1. Controleer of het systeem gereed is voor gebruik (waarschuwingsled O.K. brandt). 2. Druk op de toets DEEL. 3. Voer uw viercijferige gebruikerscode in. De waarschuwingsled Aan en DEEL gaan branden. NIET VERGETEN: U moet het systeem uitschakelen wanneer u de deur wilt openen of het gebouw wilt verlaten. HET SYSTEEM: DIRECT en IN DEEL BEVEILIGING INSCHAKELEN 1. Controleer of het systeem gereed is voor gebruik (waarschuwingsled O.K. brandt). 2. druk op de toets DIRECT 3. Druk op de toets DEEL 4. Voer uw viercijferige gebruikerscode in. De waarschuwingsled Aan, DIRECT en DEEL gaan branden. ROOKSENSOR RESETTEN 1. Voer tweemaal uw viercijferige gebruikerscode in. 4
5 Beknopte handleiding In de volgende tabel zijn alle 'toetsencombinaties' weergegeven die bij dit beveiligingssysteem kunnen worden gebruikt. Toets Omschrijving Bediendelen Opmerkingen # 1 Snel inschakelen, wanneer het systeem gereed is Alle bediendelen Hiermee kunt u het systeem inschakelen zonder uw gebruikerscode. Voor het inschakelen van het systeem is echter altijd een gebruikerscode nodig. # 2 Geforceerd inschakelen Alle bediendelen Hiermee kunt u het systeem toch inschakelen wanneer sommige zones niet gereed zijn. Deze zones worden automatisch overbrugd en worden niet beveiligd. Overbrug nn (zone nr.) Snel overbruggen Alle bediendelen Wanneer deze optie niet is ingeschakeld alleen mogelijk voor gebruikers met gebruiksrechtenniveau 1, 2 of 3 # 3 Tijd instellen Alle bediendelen Kan eventueel alleen met gebruikerscode # 4 Zone Dir Alleen LCD bediendeel Modus wordt afgesloten na laatste ingeschakelde zone # 50 Snel Help Alleen LCD bediendeel # 51 Toon tijd Alleen LCD bediendeel Kan eventueel ook alleen met gebruikerscode # 52 Toon inschakeltijd Alleen LCD bediendeel Kan eventueel ook alleen met gebruikerscode # 53 Gebruikerslog bekijken Alleen LCD bediendeel Idem, met gebruikerscode niveau 1 of 2 # 54 Tijd automatisch instellen voor huidige partitie Alle bediendelen per partitie, met gebruikerscode # 55 Toon versienummer Alleen LCD bediendeel Firmware versie weergeven # 56 'Lege' batterijen van de handzenders weergeven Alle bediendelen Handzenders testen op lage batterijen # 57 Deur(relais)sturing Alle bediendelen Kan eventueel alleen met bepaalde gebruikerscode # 58 Verander/bekijk paginanummer # 6 Deurbelfunctie weergeven in/uitschakelen # 7 Gebruiker koppelen aan andere partitie Alle bediendelen Alle bediendelen Alle bediendelen LCD-scherm toont eerst huidige status, waarna omschakelen mogelijk is. Bij alle andere alleen weergave van de status. Alleen met gebruikerscode niveau 1 of 2; met vierde cijfer kan gebruiker oproep doen. # 9 Gebruiker on line Alle bediendelen Maakt verbinding met de downloadersoftware wanneer telefoonverbinding tot stand is gekomen; sluit de huistelefoon af. # 0 Meerdere partities Alle bediendelen LCD-scherm toont huidige enabled partities 1, 2, 3, P - P= 5
6 6
7 Inleiding Hartelijk gefeliciteerd met uw keuze voor een OMNI-848 of 624 beveiligingssysteem voor uw huis en/of bedrijf. U heeft gekozen voor een betrouwbaar, modern beveiligingssysteem met een verbazingwekkend bedieningsgemak. Uw systeem is op professionele wijze geïnstalleerd door uw installateur. Deze kan u dan vertrouwd maken met de specifieke details van uw systeem. Met het codebediendeel kunt u gegevens invoeren en het fungeert ook als display voor meldingen van het systeem. Uw installateur kan u terdege adviseren over het beveiligingssysteem dat het beste past bij uw situatie. Bij dit systeem kunnen drie verschillende codebediendelen worden gebruikt. Een LCD-codebediendeel (alfanumeriek display), een fixed codebediendeel (2-cijferig display) en een LED-codebediendeel. Omdat uw systeem met alle drie deze codebediendelen kan werken, worden ze ook alledrie in deze handleiding beschreven. In deze handleiding worden de volgende conventies gebruikt om de toetsaanslagen aan te duiden waarmee u de verschillende functies van het systeem kunt bedienen. DEEL Druk op de toets met het opschrift DEEL OVERBRUGGEN Druk op de toets met het opschrift OVERBRUG DIRECT Druk op de toets met het opschrift DIRECT CODE Druk op de toets met het opschrift CODE Voer een 4- of 6-cijferige gebruikerscode in (zie opmerking over de gebruikerscode op pagina 8). Bewaar deze handleiding op een plaats waar u deze gemakkelijk kunt terugvinden wanneer dat nodig zou blijken te zijn. 7
8 Systeemreferentieblad OMSCHRIJVING VAN DE ZONES In de volgende tabel kunt u voor elke te beveiligen zone in het gebouw een omschrijving invoeren. Voorbeeld: Zone 1 Ramen aan noordzijde van gebouw Zone 4 Hoofdingang Zone Omschrijving Zone Omschrijving Inlooptijd Deur Uitlooptijd Inlooptijd Deur De vertrektijd is gelijk voor alle toegangs-/uitgangsdeuren. 8
9 SIGNAAL NOODSITUATIE Systeemopzet (vervolg) Alle codebediendelen hebben een toetsencombinatie waarmee een signaal PANIEK kan worden gegenereerd. Om het signaal te activeren moeten twee toetsen tegelijkertijd worden ingedrukt. Welke toetsen dat zijn hangt af van het geïnstalleerde codebediendeel. Uw installateur zal u voordoen hoe u deze paniekknoppen gebruikt. Hieronder worden de toetsencombinaties voor de verschillende bediendelen weergegeven. De volgende toetsencombinatie is in mijn systeem geprogrammeerd. TOETSEN OMSCHRIJVING [#] + [*] [7] + [9] [1] + [3] INFORMATIE OVER DE MELDKAMER Klantnummer Telefoonnummer 9
10 Systeemopzet (vervolg) GEBRUIKERSCODES TOEWIJZEN In de volgende tabel kunt u de namen van de personen die u een gebruikersnummer wilt toewijzen noteren en het bijbehorende nummer. Gebruiker Toegewezen aan Gebruiker Toegewezen aan OPMERKING BIJ GEBRUIKERSCODES: Gebruikerscodes kunnen zowel 4-cijferig als 6-cijferig zijn, afhankelijk van de manier waarop de installateur dit heeft geprogrammeerd. Vraag uw installateur of hij/zij 4-cijferige of 6-cijferige gebruikerscodes heeft geprogrammeerd. U heeft de 4- of 6-cijferige gebruikerscode nodig wanneer u systeemfuncties wilt gebruiken. 10
11 Het systeem inschakelen IS HET SYSTEMEEM GEREED VOOR GEBRUIK? U kunt de inbraakbeveiliging van het systeem in- en uitschakelen. Het systeem moet 'gereed' zijn voordat u het kunt inschakelen. Wanneer een beveiligde deur openstaat, of wanneer iemand binnen het bereik van een bewegingssensor beweegt, zal het systeem niet de tekst 'SYSTEEM GEREED' weergeven. Het systeem is gereed wanneer de waarschuwingsled O.K. brandt en het display er als volgt uitziet: LCD-codebediendeel SYSTEEM GEREED PART 1 Fixed codebediendeel: O.K. - LED brandt LED-codebediendeel: O.K. - LED brandt HET SYSTEEM INSCHAKELEN EN WEGGAAN Voer uw gebruikerscode in. De waarschuwingsled Aan gaat branden en in het display verschijnt: LCD-codebediendeel: IN: GEHEEL PARTITIE 1 Fixed codebediendeel: AAN-LED brandt LCD-codebediendeel: AAN-LED brandt Verlaat het gebied via een deur die door de installateur is geprogrammeerd als toegangs/ uitgangsdeur. U moet weggaan binnen de tijd die door de installateur is gepro-grammeerd. Kijk in het overzichtsblad voor de ingestelde uitlooptijd voor uw systeem. WANNEER HET SYSTEEM NIET GEREED IS Wanneer het systeem niet gereed is, kan het niet worden ingeschakeld, is de waarschuwingsled uit en wordt in het display weergegeven welke zone of zones niet gereed zijn. De volgende condities worden weergegeven met de zoneled s (bij LEDcodebediendeel) of in het display beschreven: Snel knipperend sabotage of sabotageconditie Langzaam knipperend / flauw verlicht Overbrugging Langzaam pulserend storing, probleem met RF-ontvanger of lage batterij Continu brandend zone niet gereed Voorbeeld: Wanneer de waarschuwingsled O.K. niet brandt en de waarschuwingsled van zone 1 continu brandt, is een alarmsensor in zone 1 defect. Dat kan betekenen dat een deur openstaat of dat iemand binnen het bereik van een bewegingssensor loopt. Controleer alle sensoren in zone 1 en verhelp het probleem. Wanneer alle sensoren in orde zijn, gaat de waarschuwingsled O.K. branden en zal de waarschuwingsled van de betreffende zone doven. In dit voorbeeld ziet het display er als volgt uit: NIET GEREED PARTITIE 1 en NIET GEREED Zn 01 VOORDEUR 11
12 Het systeem inschakelen (vervolg) Bepaal welke zone(s) niet gereed zijn, verhelp het probleem en schakel het systeem op de normale manier in. Wanneer het probleem niet kan worden verholpen, kunt u de betreffende zone overbruggen. Overbrug een of meerdere zones alleen wanneer u een probleem niet kunt verhelpen OF wanneer u de zone met opzet uitgeschakeld wilt laten. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer u een ruimte wilt ventileren door het raam open te laten. Zones die overbrugd zijn, worden niet beveiligd wanneer het systeem is ingeschakeld. Zie de paragraaf Overbruggen op de volgende pagina voor een beschrijving van de procedure. HET SYSTEEM DEEL BEVEILIGD INSCHAKELEN Wanneer u door het gebouw wilt lopen met ingeschakeld inbraakalarm, schakelt u het omtrekdeel in en gebruikt u de modus DEEL. Controleer of het systeem gereed is. Druk, wanneer het systeem gereed is, op de toets: DEEL en voer daarna uw gebruikerscode in Wanneer het systeem normaal is ingeschakeld, brandt de waarschuwingsled Aan en ziet het display er als volgt uit: LCD-codebediendeel: IN: DEEL PARTITIE 1 Fixed codebediendeel: DEEL LED-codebediendeel: AAN en DEEL LED's branden NIET VERGETEN: U moet het systeem uitschakelen wanneer u de deur wilt openen of het gebouw wilt verlaten nadat de uitlooptijd is verstreken. HET SYSTEEM DIRECT DEELBEVEILIGD INSCHAKELEN In de modus DIRECT is het omtrekdeel van het inbraakalarmsysteem ingeschakeld, maar worden de tijdvertragingen voor de normale toegangs/uitgangsdeuren niet gehanteerd. De beveiliging van de binnenzones is uitgeschakeld, zodat u vrij door het gebouw kunt bewegen. Controleer of het systeem GEREED is. Druk, wanneer het systeem gereed is, op de toets: DIRECT gevolgd door DEEL en voer daarna uw gebruikerscode in Wanneer het systeem normaal is ingeschakeld, brandt de waarschuwingsled Aan/Uit (INSCHAKELEN), de waarschuwingsled DIRECT en de waarschuwingsled DEEL en ziet het display er als volgt uit: LCD-codebediendeel: IN: DEEL/DIRECT PARTITIE 1 Fixed codebediendeel: DEEL DIRECT LED-codebediendeel: AAN, DEEL en DIRECT- LED's branden 12
13 Het systeem inschakelen (vervolg) HET SYSTEEM DIRECT INSCHAKELEN In de modus DIRECT genereren alle sensoren, inclusief die op deuren die normaal met een vertraging werken om u de gelegenheid te geven om het systeem uit te schakelen, direct een alarmsignaal zodra het systeem wordt ingeschakeld. Controleer of het systeem gereed is. Druk, wanneer het systeem gereed is, op de toets: DIRECT een voer daarna uw gebruikerscode in Wanneer het systeem normaal is ingeschakeld, brandt de waarschuwingsled Aan/Uit, de waarschuwingsled DIRECT en ziet het display er als volgt uit: LCD-codebediendeel: IN: DIRECT PARTITIE 1 Fixed codebediendeel: DIRECT LED-codebediendeel: AAN en DIRECT-LED's branden EEN ZONE OVERBRUGGEN Met de functie Overbruggen kunt u een zone tijdelijk uitsluiten (onbeveiligd laten) totdat de overbrugging ongedaan wordt gemaakt (ofwel door de overbrugging ongedaan te maken of wanneer het systeem wordt uitgeschakeld). Zones kunnen alleen worden overbrugd wanneer het systeem is uitgeschakeld. Druk op de toets met het opschrift OVERBRUG Voer vervolgens uw gebruikerscode en het nummer van de zone die moet worden overbrugd ( 1-7) in. Druk op de toets: OVERBRUG voer daarna uw gebruikerscode in + ZONENUMMER Wanneer de installateur de functie Snel Overbruggen heeft geïnstalleerd, hoeft u uw gebruikerscode niet in te voeren bij het overbruggen van zones. OPMERKING: Zones die overbrugd zijn, worden niet beveiligd wanneer het systeem wordt ingeschakeld. Wanneer de overbruggingsopdracht door het systeem is geaccepteerd, genereert het bediendeel een lange pieptoon en ziet het display er als volgt uit: LCD-codebediendeel: OVERBRUGD: ZN 01 VOORDEUR Fixed codebediendeel: OVERBRUGGEN + zonenummer LED-codebediendeel: De LED's van de overbrugde zones knipperen langzaam DE OVERBRUGGING VAN EEN ZONE ONGEDAAN MAKEN Door de toets OVERBRUG nogmaals in te drukken, wordt de overbrugging van een zone ongedaan gemaakt. Wanneer u de overbrugging van meerdere zones ongedaan wilt maken, herhaalt u deze procedure op de volgende manier: OVERBRUG voer daarna uw gebruikerscode in + ZONENUMMER Nadat de overbrugging van de zone ongedaan gemaakt is, wordt de status van de zones in het zonedisplay weergegeven. Wanneer de installateur de functie Snel Overbruggen heeft geïnstalleerd, hoeft u uw gebruikerscode niet in te voeren wanneer u de overbrugging van zones ongedaan wilt maken. 13
14 Het systeem uitschakelen Wanneer u het systeem uitschakelt, schakelt u alleen het inbraakalarmdeel van de installatie uit; de rook- of brandsensoren en paniektoetsen blijven ingeschakeld. U moet het gebouw betreden via een vooraf bepaalde toegangsdeurdeur en het systeem binnen een vooraf ingestelde tijd uitschakelen. Voor verschillende toegangen kan een andere tijdvertraging worden ingesteld. Kijk in het overzichtsblad voor de ingestelde tijden voor uw systeem. Het systeem uitschakelen: Voer uw gebruikerscode in. Wanneer er geen alarmmeldingen zijn gegenereerd, dooft de waarschuwingsled Aan/Uit (INSCHAKELEN) en ziet het display er als volgt uit: LCD-codebediendeel: SYSTEEM GEREED PARTITIE 1 Fixed codebediendeel: O.K.-LED brandt LED-codebediendeel: O.K.-LED brandt wanneer er wel alarmmeldingen zijn gegenereerd, of wanneer er een defect is opgetreden, ziet het display er als volgt uit: LCD-codebediendeel: ALRM GEH ZN1 ZONE 01 Fixed codebediendeel: AAN-LED brandt O.K.-LED knippert LED-codebediendeel, zone-led's: Snel knipperend = alarm of sabotage Langzaam knipperend = overbruggen Langzaam pulserend = storing, probleem met RF-ontvanger of batterijspanning te laag Continu brandend = zone niet gereed Bij een inbraakalarm genereren de codebediendelen een continue toon; bij brandalarm een pulserende toon. BELANGRIJK: Ga het gebouw niet binnen wanneer het gebouw is betreden (inbraak) tijdens uw afwezigheid en laat het eerst het gebouw door de politie controleren. Roep de hulp in van de politie en wacht bij de buren of in ieder geval op een veilige afstand. Om alarm- of storingsmeldingen in het display te wissen en het alarmsignaal uit te schakelen gaat u als volgt te werk: Voer nogmaals uw gebruikerscode in 14
15 Gebruikerscodes EEN GEBRUIKERSCODE TOEVOEGEN OF WIJZIGEN Via het codebediendeel kunt u direct gebruikers toevoegen of de gegevens van gebruikers wijzigen. Uw systeem kan maximaal 64 gebruikerscodes bevatten, waaraan u een van de vier gebruiksrechtenniveaus en een primaire partitie moet koppelen. Het gebruiksrechtenniveau bepaalt welke functies de betreffende gebruiker kan gebruiken. Daarnaast kan het systeem worden geconfigureerd voor gebruik van 4- of 6-cijferige gebruikerscodes. Vraag uw installateur welk type gebruikerscodes in uw systeem worden gebruikt. Om een gebruikerscode toe te voegen of te wijzigen drukt u op de volgende toetsen: Mastercode Gebr.nr. [01-64] Nieuwe gebr.code Gebr.niv. [01-32 voor de 624] CODE XX [1-4] Gebruiksrechtenniveaus Niveau Beschikbare functies 1 Mastercode, heeft toegang tot alle partities, kan log bekijken en tijdinstelling wijzigen, andere gebruikerscodes toekennen, alle andere systeemfuncties bedienen 2 Secundaire code, gelijke rechten als primaire master, maar kan niet diens code wijzigen 3 Gebruiker, kan geen codes toekennen of zones overbruggen 4 Beperkte gebruiker, gelijke rechten als gebruiksrechtenniveau 3, maar kan alleen het systeem uitschakelen wanneer het werd ingeschakeld door een gebruiker die eveneens gebruiksrechtenniveau 4 heeft (ontgrendelen niet mogelijk wanneer het systeem werd ingeschakeld door iemand met een hoger gebruiksrechtenniveau). Partities koppelen aan gebruikers Wanneer een gebruikerscode is toegekend, krijgt de betreffende nieuwe gebruiker automatisch de noodzakelijke rechten om de bijbehorende systeemfuncties uit te voeren in de partitie waarin de gebruiksrechten zijn toegekend. U kunt gebruikers ook gebruikersrechten toekennen in andere partities en de mogelijkheid om oproepen te doen. Gebruik daarvoor de opdracht #7. Druk daartoe op de toetsen: [#] [7] [mastergebruikerscode] [gebruikersnummer] [1, 2, 3 of 4] waarin: Mastergebruikerscode = gebruiker met gebruiksrechtenniveau 1 of 2 Gebruikersnummer = het nummer van de gebruiker waaraan u gebruikersrechten wilt toekennen in andere partities 1, 2, 3 of 4 = voer het nummer [1-3] in van de partitie(s) waarin u de gebruikersrechten wilt toekennen. EEN GEBRUIKERSCODE WISSEN Druk, om een gebruiker uit het systeem te verwijderen, op de toets CODE en voer daarna de 4-cijferige mastergebruikerscode in. Voer het te verwijderen gebruikersnummer in en druk op de toets [#]. Wanneer u bijvoorbeeld gebruiker 3 uit het systeem wilt verwijderen, gaat u als volgt te werk: Mastercode Gebruikersnummer # om te wissen CODE 03 [#] OPMERKING: De gebruiker met het nummer 1, de mastercode, kan niet uit het systeem worden verwijderd, maar deze kan wel worden gewijzigd met de procedure TOEVOEGEN of WIJZIGEN. 15
16 Overige opdrachten SIGNAAL PANIEKSITUATIE Uw systeem kan worden geprogrammeerd voor 3 panieksituaties, waarmee een noodsignaal naar de meldkamer wordt verzonden. Kijk in het overzichtsblad voor de geprogrammeerde signalen voor uw systeem. DWANG Het systeem kan zo worden geprogrammeerd dat het een signaal naar de meldkamer stuurt wanneer u onder dwang het gebouw moet betreden. Wanneer u deze functie wilt gebruiken, moet u gebruikersrechten toekennen aan de gebruikersnummer 31 en 32 voor de omni 624 en voor de omni 848, die, als dat geprogrammeerd is, speciaal voor deze functie zijn bedoeld. Gebruik deze gebruikerscode alleen in een dwangsituatie. SNEL AAN (SNEL INSCHAKELEN) Wanneer de functie Snel Aan (ook wel Snel Inschakelen) door uw installateur is geprogrammeerd, kunt u het systeem snel in de modus AFWEZIG schakelen, zonder dat u daarvoor een gebruikerscode hoeft in te voeren. Druk op de toets #. en vervolgens op de toets [1]. OPMERKING: Om het systeem uit te schakelen moet u altijd een geldige gebruikerscode invoeren. SNEL GEFORCEERD AAN Wanneer de functie Snel Geforceerd Aan door uw installateur is geprogrammeerd, kunt u het systeem in de modus AFWEZIG schakelen, waarbij alle zones die niet gereed zijn worden overbrugd. Druk op de toets #. en vervolgens op de toets [2]. OPMERKING: Om het systeem uit te kunnen schakelen, moet u nog steeds een geldige gebruikerscode invoeren. SNEL OVERBRUGGEN Wanneer de functie Snel Overbruggen in uw systeem beschikbaar is (geprogrammeerd is), kunt u zones overbruggen zonder dat u uw gebruikerscode hoeft in te voeren. Druk, voor Snel overbruggen op: OVERBRUG 2-cijferig zonenummer (bijvoorbeeld 01 voor zone 1) OPMERKING: Zones die overbrugd zijn, worden niet beveiligd wanneer het systeem wordt ingeschakeld. Wanneer de overbruggingsopdracht door het systeem is geaccepteerd, genereert het bediendeel een lange pieptoon. Het display ziet er dan als volgt uit: LCD-bediendeel: OVERBRUGD: ZONE 01 Zn01 Fixed glass bediendeel: Overbruggen-LED brandt LED-bediendeel: LED van de overbrugde zone(s) knippert/knipperen langzaam OPMERKING: Het is niet verstandig om tijdelijke gebruikers (bijvoorbeeld de oppas, huishoudelijke hulp) vertrouwd te maken met de modus Overbruggen. 16
17 Overige opdrachten (vervolg) SNEL WEGGAAN Start de vertragingstijd voor weggaan opnieuw wanneer het systeem al is ingeschakeld. Hiermee kan iemand nog vertrekken nadat het systeem is ingeschakeld, zonder dat het systeem eerst hoeft te worden uitgeschakeld. Druk op de volgende toets om de vertragingstijd opnieuw te starten: D EEL. DEURBEL AAN/UIT De functie DEURBEL is een optionele functie waarmee het codebediendeel een piepsignaal genereert wanneer bepaalde deuren worden geopend terwijl het inbraakalarmsysteem uitgeschakeld is. De beschikbaarheid van deze optionele functie kan alleen door uw installateur worden geprogrammeerd, maar zodra de functie beschikbaar is, kunt u het gebruik ervan desgewenst in- of uitschakelen. De functie DEURBEL in- of uitschakelen: Druk op de toets # en vervolgens op de toets [6]. GEBRUIKERS TOEGANGSRECHTEN TOEKENNEN IN ANDERE PARTITIES Druk op de volgende toetsen om gebruikers toegangsrechten toe te kennen in een of meerdere andere partities in een systeem met meerdere partities: # [7] [mastergebruikerscode] [gebruikersnummer] [1, 2 of 3] waarin 1, 2 en 3 de partitienummers zijn waarin de betreffende gebruiker gebruikersrechten krijgt. PARTITIE WIJZIGEN Om andere partities vanaf uw bediendeel te in- of uit te schakelen, drukt u de volgende toetsen in: # [0] [1-3, 0, 9] waarin: 1-3* = de te wijzigen partitie is 0 = schakel alle partities in 9 = schakel alle partities uit *Wanneer u een partitienummer invoert (1-3), wordt de huidige status van de partitie in het display weergegeven. Vervolgens kunt u de betreffende partitie inschakelen of uitschakelen met de opdracht inschakelen of uitschakelen. AUTOMATISCHE INSCHAKELTIJD INSTELLEN Met deze functie stelt u de tijd in waarop het systeem automatisch wordt ingeschakeld. De automatische inschakeltijd instellen: Druk op de toets #, vervolgens op [54], [CODE], [uur in 24-uursnotatie 00-23], [minuten 00-59]. Het codebediendeel vraagt u om de verschillende gegevens in te voeren. 17
18 Overige opdrachten (vervolg) AUTOMATISCH INSCHAKELTIJD CONTROLEREN Wanneer u de tijd wilt controleren waarop de partitie waaraan het codebediendeel is gekoppeld wordt ingeschakeld, gaat u als volgt te werk: Druk op de toets # en [52] [Gebruiker met gebruikerscode niveau 1 of 2]. AUTOM. VERGRENDELTIJD: 05:00 PM (De installateur kan het systeem zo programmeren dat de gebruikerscode niet hoeft te worden ingevoerd.) DEUR[RELAIS]STURING Deur[relais]sturing activeren: Druk op de toets #, vervolgens op de toets [57] en tenslotte op [Deurnummer] Bepaalde gebruikers (gebruikerscodes) kunnen, als dat geprogrammeerd is, ook gebruikt worden om deuren te openen. Raadpleeg de installateur voor meer informatie over de deurnummers. TIJD CONTROLEREN TIJD INSTELLEN Druk op de volgende toetsen om de ingestelde tijd te controleren: # [51]. Gewoonlijk ziet het display er dan als volgt uit: 13 Jan :15 Druk op de volgende toetsen om de tijd in te stellen: # [3] [gebruikerscode*] en volg vervolgens de aanwijzingen in het display en voer de uren, de minuten, de maand, de dag en het jaar in. Alle in te voeren waarden moeten bestaan uit twee cijfers. (* De installateur kan het systeem zo programmeren dat de gebruikerscode niet hoeft te worden ingevoerd.) ZONELIJST CONTROLEREN Om een overzicht van de ingestelde zones in de huidige partitie te bekijken, drukt u op de toetsen # [4]. De lijst met de ingestelde zones wordt weergegeven. 18
19 Het systeem testen SYSTEEMTEST We adviseren u om het systeem ten minste eenmaal per maand te testen met de volgende procedure: OPMERKING: Wanneer uw systeem op afstand door een meldkamer wordt gecontroleerd, is het van belang om de centrale eerst te waarschuwen voordat u de test uitvoert 1. Schakel het beveiligingssysteem in. 2. Wacht tot de tijdvertraging is verstreken. Activeer vervolgens het systeem door een beveiligde zone te openen (bijvoorbeeld: een raam of een deur) 3. Controleer of het alarmsignaalapparaat (flitslamp of sirene) werkt. 4. Schakel het beveiligingssysteem uit. 5. Bel de meldkamer om te vertellen dat de test is afgerond. 19
20 20
21 Woordenlijst AAN/UIT: Deze termen verwijzen alleen naar de inbraakbeveiligingsfunctie van uw systeem. Er zijn verschillende werkniveaus waarmee u een deel van het gebouw kunt beveiligen terwijl u binnen blijft. Brandsensoren en andere omgevings- en noodgevalfunctie zijn altijd ingeschakeld en gereed, onafhankelijk van de status van de inbraakbeveiliging in het beveiligingssysteem. Voor AAN wordt ook de term 'ingeschakeld' en voor UIT de term 'uitgeschakeld' gebruikt. Zie AAN-DIRECT, AAN- DEEL en DEEL. AAN-DEEL: Een systeeminstelling waarmee het perimeterdeel van het gebouw wordt beveiligd maar waarbij u zich vrij kunt bewegen binnen het gebouw. ALARM: Toon die wordt gegenereerd door een codebediendeel of sirene bij een inbraak(poging), brandalarm of andere situatie waarop u geattendeerd moet worden. CODEBEDIENDEEL: Het codebediendeel is de verbinding waarmee u communiceert met het systeem en vice versa. Op het codebediendeel worden alarm- en storingsmeldingen en zones die niet gereed zijn weergegeven. Met de toetsen van het codebediendeel kunt u het systeem inschakelen en uitschakelen. In het systeem kunnen een of meerdere codebediendeel worden gebruikt. DEURBELFUNCTIE: Deze functie is een optionele functie waarmee het codebediendeel een piepsignaal van 1 seconde genereert wanneer bepaalde deuren worden geopend terwijl het inbraakalarmsysteem uitgeschakeld of ontgrendeld is. Wanneer de installateur deze functie heeft geprogrammeerd, kunt u deze functie in- of uitschakelen met [#][6]. INTERNE ZONE: Een binnenzone is een groep punten waarmee het binnengebied van uw gebouw wordt beveiligd. Door deze indeling is het mogelijk om de beveiliging van het perimetergebied van het gebouw in te schakelen, waardoor u zich wel vrij kunt bewegen in het gebouw, maar de toegang tot het gebouw wel beveiligd is. MELDKAMER: De meldkamer die door de installateur is geprogrammeerd om uw beveiligingsinstallatie op afstand te bewaken via een telefoon en/of andere verbinding. Wanneer de een alarm ontvangt, zal de meldkamer een vooraf afgesproken procedure uitvoeren en de politie waarschuwen. DWANG: De functie Dwang kan door uw installateur in het systeem zijn geprogrammeerd. Wanneer iemand u dwingt het systeem uit te schakelen, kunt u door het invoeren van de speciale dwangcode het systeem opdracht geven om een stil alarmsignaal te melden aan de meldkamer zodat die adequaat kan reageren. 21
22 Woordenlijst (vervolg) GEBRUIKERSCODE: Een gebruikerscode is een code van 4 cijfers die nodig is om het systeem te kunnen bedienen. In het systeem kunnen maximaal 64 verschillende gebruikerscodes worden gedefinieerd. Het systeem ondersteund één mastercode, die bestaande gebruikerscodes kan wissen of nieuwe gebruikerscodes kan toevoegen. Aan twee gebruikerscodes kunnen speciale functies worden gekoppeld, die u in overleg met uw beveiligingsbedrijf bij de installatie kunt vaststellen. (Zie de lijst met gebruikerscodes achterin deze handleiding) INBRAAK/BRAND: De twee belangrijkste functies van een beveiligingssysteem. De brandbeveiliging is altijd ingeschakeld en kan niet worden uitgeschakeld. De inbraaksensoren zijn een beveiliging van uw gebouw tegen ongewenste toegang. De inbraakbeveiliging kan ingeschakeld en uitgeschakeld worden en geprogrammeerd worden voor verschillende toegangsrechten- en waarschuwingsniveaus. UITGESCHAKELD: Zie AAN/UIT. OVERBRUGGINGSFUNCTIE: Met de overbruggingsfunctie kunt u een of meerdere zones uitsluiten van de inbraakbeveiliging. OVERBRUGGINGSTOETS: Een toets op een codebediendeel waarmee de overbruggingsfunctie wordt ingeschakeld. PANIEKTOETS: Een druktoets waarmee u aan de meldkamer kunt doorgeven dat u direct hulp nodig heeft. Uw systeem kan worden geprogrammeerd voor 3 noodsituaties, die ook kunnen dienen als paniektoetsen. OMTREKZONE: Een omtrekzone is een groep punten waarmee de omtrek van uw gebouw wordt beveiligd. Het perimetergebied bestaat uit de buitendeuren en ramen. SENSOR: Het apparaat waarmee een inbraak(poging), brand of andere problemen worden gedetecteerd. Voorbeelden van sensoren: deurcontacten, raamcontacten, bewegingssensoren, rooksensoren, temperatuurgradiëntsensoren, temperatuursensoren, overstromings / watersensoren en CO-sensoren. STIL ALARM: Wanneer een alarm- of probleemsituatie is ontstaan, wordt u daar gewoonlijk met een hoorbaar signaal van een codebediendeel of een sirene, zoemer of luidspreker in het gebouw op geattendeerd. U kunt dan de oorzaak van het alarm of de storing te aflezen, waardoor u adequaat kunt reageren. Door het hoorbare signaal weet een eventuele insluiper ook dat zijn/haar aanwezigheid is ontdekt, waardoor hij/zij hopelijk wordt afgeschrikt. In sommige gevallen kan door het hoorbare signaal een voor u levensbedreigende situatie ontstaan. Daarom kunnen alarmeringen ook als stil alarm worden geprogrammeerd. Zie voor een voorbeeld bij DWANG. SYSTEEM: U beveiligingssysteem bestaat uit 3 hoofdonderdelen: 1) het beveiligingspaneel; het deel met de intelligentie dat de verbinding vormt met de meldkamer, 2) de codebediendeel(en) waarop u de status van het systeem kunt aflezen en opdrachten kunt invoeren en 3) de sensoren, zoals deur- en raamcontacten, bewegingssensoren, rooksensoren en andere sensoren voor het detecteren van inbraak, brand en andere omstandigheden in het gebouw. 22
23 Woordenlijst (vervolg) INLOOPTIJDVERTRAGING: De tijd waarin het systeem geen alarm genereert en u de mogelijkheid heeft om het gebouw via een vooraf geprogrammeerde deur te betreden en het systeem te uit te schakelen. De lengte van de toegangstijdvertraging wordt door de installateur ingesteld tijdens de installatie. Het systeem ondersteunt twee vertragingstijden, waardoor u voor twee verschillende toegangsdeuren een verschillende tijdvertraging kunt instellen. INGESCHAKELD: Zie AAN/UIT. UITLOOPTIJDVERTRAGING: De tijd waarin het systeem geen alarm genereert en u de mogelijkheid heeft om het gebouw via een vooraf geprogrammeerde deur te verlaten en het systeem te vergrendelen. De lengte van de toegangstijdvertraging wordt door de installateur ingesteld tijdens de installatie. WAARSCHUWINGSLED AAN/UIT: Rode waarschuwingsled met het bijschrift 'AAN', in het bovenste deel van het codebediendeel. Wanneer deze waarschuwingsled brandt is (een deel van) de inbraakbeveiliging ingeschakeld; wanneer deze led niet brandt is (een deel van) de inbraakbeveiliging uitgeschakeld. WEGGAAN: Een systeeminstelling waarmee het gebouw wordt beveiligd wanneer niemand aanwezig is. Alle inbraaksensoren zijn geactiveerd. ZONE: Een zone is een verzameling sensoren met een zelfde functie die, omwille van het bedieningsgemak, zijn gegroepeerd. Het systeem biedt ruimte voor maximaal 6 zones of groepen. 23
24 BEPERKINGEN VAN DIT ALARMSYSTEEM Hoewel dit systeem een geavanceerd beveiligingssysteem is, biedt de installatie ervan geen garantie tegen inbraak, brand of andere noodtoestanden. In elk alarmsystem, toegepast in een bedrijfs- of woonruimte, is het mogelijk dat het waarschuwingssignaal door een aantal oorzaken niet zal worden gegenereerd. Bijvoorbeeld: Insluipers kunnen zich toegang verschaffen via een niet-bewaakte toegang of technisch zo onderlegd zijn dat zij een alarmsensor kunnen overbruggen of een alarmeringsapparaat kunnen ontkoppelen. Inbraaksensors (bijv. passieve infraroodsensoren), rooksensoren, en een groot aantal andere apparaten werken niet zonder batterij, of wanneer de batterij niet goed is geplaatst, niet naar behoren. Apparaten die uitsluitend worden gevoed door de netspanning, zullen niet werken wanneer de voedingsspanning, om welke reden en hoe kort dan ook, wordt afgesneden. Signalen van draadloze zenders kunnen worden geblokkeerd of gereflecteerd met behulp van een metalen object voordat deze de alarmontvanger kunnen bereiken. Zelfs wanneer de weg die het signaal tijdens een wekelijkse inspectie is gecontroleerd, kan deze toch geblokkeerd zijn doordat er een metalen object op is geplaatst. Het kan gebeuren dat een gebruiker niet snel genoeg een paniek- of noodknop kan bereiken. Hoewel rooksensoren een belangrijke aandeel hebben gehad in de V.S. bij het verminderen van het aantal dodelijke slachtoffers als gevolg van brand, treden zij in 35% van alle branden om een aantal redenen niet of niet vroeg genoeg in werking, zoals is gebleken uit onderzoek van het Federal Emergency Management Agency. Enkele oorzaken waardoor rooksensoren niet werken in het systeem zijn: Rooksensoren zijn niet in staat om brand te detecteren wanneer de daarbij ontstane rook de sensor niet kan bereiken, zoals dat het geval is bij schoorsteenbranden, in muren, daken of aan de andere kant van een gesloten deur. Roksensoren detecteren ook geen brand op een andere verdieping in het gebouw. Een sensor op de eerste verdieping detecteert mogelijk niet een brand op de begane grond of in een kelder. Daarnaast is het detectiebereik van sensoren in sommige gevallen te beperkt. Er zijn geen rooksensoren op de markt waarmee elk soort brand op elk moment kan worden gedetecteerd. In het algemeen geldt dat rooksensoren niet altijd een waarschuwing geven in het geval van brand die is ontstaan door onzorgvuldigheid en onnadenkendheid, zoals bij roken in bed, krachtige explosies, ontsnappend gas, onjuiste opslag van ontvlambare materialen, overbelaste elektrische schakelingen, kinderen die spelen met lucifers of aanstekers of bij brandstichting. Afhankelijk van de aard van de brand en/of de plaatsing van de rooksensoren, is het mogelijk dat, ook al werkt deze normaal, niet vroeg genoeg in werking zal zichzelf in zonder letsel in veiligheid te brengen. Passieve infrarood bewegingssensoren detecteren alleen een inbraak binnen het gebied zoals dat is aangegeven in de grafiek in de bijhorende installatiehandleiding is weergegeven. Passieve infrarood sensoren werken niet ruimtelijk, maar bieden slechts bescherming in een plat vlak. Deze sensoren maken een 'scherm' dat bestaat uit meerdere stralen, waardoor een inbraak alleen wordt gedetecteerd wanneer één van deze stralen wordt onderbroken. Een inbraak of beweging die plaatsvindt achter een muur, plafond, vloer, gesloten deur, glazen afscheiding, glazen deur of wand wordt niet met dergelijke sensoren gedetecteerd. Door mechanische sabotage, zoals het afdekken, bespuiten met verf of een andere materiaal van spiegels of een ander deel van het optische systeem, vermindert mogelijk de detectiegevoeligheid ervan. Passieve infraroodsensoren zijn gevoelig voor veranderingen in de temperatuur, maar deze gevoeligheid neemt mogelijk af bij een omgevingstemperatuur tussen 32 en 65 C. 24
25 BEPERKINGEN VAN DIT ALARMSYSTEEM (vervolg) Het is mogelijk dat alarmeringen, zoals sirenes, bellen of claxons, niet worden gehoord door aanwezigen aan de andere zijde van een gesloten deur of gedeeltelijk geopende deuren. Wanneer alarmeringen in het woongedeelte luider zijn dan in de slaapkamers, is het waarschijnlijk dat deze de aanwezigen in de slaapkamers niet zullen wekken. Zelfs aanwezigen die wakker zijn, kunnen het alarmsignaal mogelijk niet opmerken wanneer dit wordt gedempt door een stereo-installatie, radio, airconditioner, andere apparaten of door passerend verkeer. Tenslotte is het mogelijk dat een alarmsignaal, hoe luid ook, niet wordt opgemerkt door mensen met een verminderd gehoor of door personen die net ontwaakt zijn uit een diepe slaap. De telefoonlijn(en) waarover een alarmsignaal vanuit een gebouw moet worden gemeld aan een meldkamer, kan buiten dienst of tijdelijk buiten dienst zijn gesteld. Ook kunnen telefoonlijnen worden gesaboteerd door insluipers met een geavanceerde kennis van dergelijke systemen. Ook al werkt het systeem normaal en reageert het op een alarm, is het nog steeds mogelijk dat de aanwezigen onvoldoende tijd hebben om zichzelf in veiligheid te brengen. Wanneer het systeem door derden wordt gecontroleerd, kan het voorkomen dat deze niet adequaat reageren. Deze installatie is, net als alle andere elektronische apparaten, gevoelig voor defecten in de gebruikte componenten. Hoewel dit apparaat is ontwikkeld voor gebruik gedurende minimaal 10 jaar, kunnen de gebruikte componenten op enig moment bezwijken. De meest voorkomende reden dat het systeem niet adequaat reageert op een inbraakpoging of brand is achterstallig onderhoud. Dit alarmsysteem dient wekelijks te worden getest om te controleren of alle sensoren op de juiste manier werken. Door het installeren van een alarmsysteem is het mogelijk dat de te betalen premie voor verzekeringen lager wordt, maar een alarmsysteem is geen vervanging voor een verzekering. Eigenaren van woningen of gebouwen en huurders moeten steeds de nodige voorzichtigheid in acht nemen met het oog op hun eigen persoonlijke veiligheid en de veiligheid van het gebouw. Wij zijn voortdurend bezig met het ontwikkelen van nieuwe en verbeterde beveiligingsapparatuur. Gebruikers van alarmsystemen zijn het aan zichzelf en aan degenen die hen na staan verplicht om op de hoogte te blijven van deze ontwikkelingen. 25
Beveiliginssysteem OMNI-408EU Gebruikershandleiding. N9942-2NL 07/01 Prerelease HANDL62131
Beveiliginssysteem OMNI-408EU Gebruikershandleiding N9942-2NL 07/01 Prerelease HANDL62131 1 Inhoudsopgave Beknopte handleiding5 Inleiding7 Systeemreferentieblad 8 Het systeem inschakelen 10 Het systeem
COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN
COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een opslagsysteem of doorgegeven in welke vorm of op welke manier ook - elektronisch,
FBII XL2P. Alarmsysteem. Gebruiksaanwijzing
FBII XL2P Alarmsysteem Gebruiksaanwijzing 1. VERKORT OVERZICHT 1 1.1. Systeem inschakelen 3 1.2. Systeem uitschakelen 3 1.3. Gedeeltelijk inschakelen 3 2. INLEIDING 4 3. SYSTEEM CONFIGURATIE 5 3.1. Inschakelen
Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c - 3881 SC Putten - Tel : 0341-375757 www.lagarde.nl - [email protected]
Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c - 3881 SC Putten - Tel : 0341-375757 www.lagarde.nl - [email protected] Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Het Bedieningspaneel 3 PIN-code voor toegang tot het systeem 4 Het
CS series LED-gebruikersgids
CS-175-275-575 series LED-gebruikersgids 98/482/EC-kennisgeving (Voor producten met CE-certificering) Deze apparatuur voldoet aan beschikking 98/482/EC van de Europese Raad inzake Pan-Europese voorschriften
ADVISOR CD3401. Manager Handleiding. Software versie: vanaf V6.0 142705999-1
ADVISOR CD341 Manager Handleiding Software versie: vanaf V6. 14275999-1 COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een
COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN
COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een opslagsysteem of doorgegeven in welke vorm of op welke manier ook - elektronisch,
Verkorte Gebruiker Handleiding
Verkorte Gebruiker Handleiding Inhoud Algemeen... 3 Het keypad... 3 Functietoetsen... 4 Cijfertoetsen... 4 Navigatietoetsen... 4 LCD scherm... 4 Signalisatie LED s... 6 Noodtoetsen... 6 De verschillende
GEBRUIKERSHANDLEIDING. NetworX. Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding - Betekenis van de LED s Aan LED Gereed LED Brand LED De AAN LED is aan wanneer het systeem ingeschakeld is. Als het systeem uitgeschakeld is dan staat de LED uit. Heeft er zich een
ADVISOR CD7201 CD95/15001. Manager Handleiding. Software versie: vanaf V6.0 142501999-2
ADVISOR CD721 CD95/151 Manager Handleiding Software versie: vanaf V6. 14251999-2 COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen
GALAXY 16 & 16+ GEBRUIKERSHANDLEIDING MK 6. versie 4 oktober
GALAXY 6 & 6+ GEBRUIKERSHANDLEIDING MK 6 versie 4 oktober 00 Galaxy 6/6+ centrale i.c.m. Mk6 bediendeel Gebruikers Handleiding Deze handleiding is een aanvulling op de GalaXy 6/6+ gebruikers handleiding.
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier Puurs EL 03 V w 8 A w 8 S w 6 ec.e 6 u lv 6 rit a. 56 y be CS-175-275-575 series LED-gebruikersgids 98/482/EC-kennisgeving (Voor producten met
InteGra Gebruikershandleiding 1
InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LCD Codeklavier
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LCD Codeklavier Puurs EL 03 V w 8 A w 8 S w 6 ec.e 6 u lv 6 rit a. 56 y be CS-175-275-575 series LCD-gebruikersgids 98/482/EC-kennisgeving (Voor producten met
GEBRUIKERSHANDLEIDING
NP0060.1 juli 1996 INLEIDING De is een inbraakalarmcentrale met maximaal 6 detectiepunten die bediend kan worden m.b.v. het LED of LCD bediendeel. De commando s die vanuit het bediendeel worden ingegeven
NetworX NX-1048. Gebruikershandleiding voor NetworX beveiligingscentrales
NetworX NX-1048 Gebruikershandleiding voor NetworX beveiligingscentrales Functies bediendeel Status LED (Aan, Uit, Gereed, Niet Gereed) LCD -display: Hier wordt informatie over de status van het systeem,
ADEMCO 6128NL. gebruikershandleiding
ADEMCO 6128NL gebruikershandleiding GEBRUIKERSHANDLEIDING Inleiding Gefeliciteerd met de aanschaf van uw Ademco alarminstallatie. Met dit systeem bent u in het bezit van een moderne inbraak-, brand- en
Generic_Manual_230x163.indd 1 26/07/06 14:26:53
Generic_Manual_230x163.indd 1 26/07/06 14:26:53 Generic_Manual_230x163.indd 2 26/07/06 14:26:54 INHOUDSOPGAVE Welkom...3 Een blik op het bedieningspaneel...4 PIN-code voor toegang tot het systeem gebruiken...5
8136i. Handleiding voor de gebruiker. Uitgave: Oktober 1998. Handleiding voor Nederlandse softwareversie 2.xx en hoger.
8136i Handleiding voor de gebruiker Uitgave: Oktober 1998 Handleiding voor Nederlandse softwareversie 2.xx en hoger. Inhoudsopgave 1. Introductie 1 Het codebediendeel 2 Over deze handleiding 3 2. Alledaags
DA-SYSTEMS 6/14- COM. Gebruikershandleiding
DA-SYSTEMS APLIQUE 6/14- COM Gebruikershandleiding 1. Display-uitleg 1.1. Inleiding 1.2. Klavier 1.3. Display 1.4. Gebruikersfuncties 1.4.1. Inschakelen 1.4.1.1. Volledig inschakelen 1.4.1.2. Gedeeltelijk
Easy Series. Gebruikershandleiding. Inbraakcentrale
Easy Series NL Gebruikershandleiding Inbraakcentrale Easy Series Gebruikershandleiding Gebruik van de bedieneenheid Gebruik van de bedieneenheid Display Weergave-indicatoren Het alarmsysteem is uitgeschakeld.
Gebruikershandleiding. Advisor Advanced
Gebruikershandleiding Advisor Advanced Inhoud Bediendelen en lezers 1 Algemene toetsreeksen voor LCD-bediendeel 2 Toegang tot het systeem met uw PIN-code en/of kaart 2 Het systeem in- en uitschakelen 3
Gebruiker Handleiding Premier 24/48/88/168/640 INS479
Gebruiker Handleiding Premier 24/48/88/168/640 INS479 Overzicht Premier Series Gebruiker Handleiding 1. Overzicht Introductie Dit document behandelt de alledaagse bediening van uw alarmpaneel, voor meer
Gebruiker Handleiding Premier 412/816/832 INS477
Gebruiker Handleiding Premier 412/816/832 INS477 Premier 412/816/832 Gebruiker Handleiding Bediening van het systeem Dit document behandelt de alledaagse bediening van uw alarm systeem, voor meer uitgebreide
WAT ZIJN PARTITIES? Pagina 1
WAT ZIJN PARTITIES? De PowerMax Pro en Complete is voorzien van een optionele PARTITIE functie. Partities maken het mogelijk drie onafhankelijk van elkaar controleerbare gebieden te onderscheiden. Elke
DA SYSTEMS. Aplique. Gebruikershandleiding
DA SYSTEMS Aplique Gebruikershandleiding 1.1. Inleiding De standaard gebruikerscode is 1234, bespreek samen met Uw installateur hoe U deze code kan wijzigen. 1.2. Klavier 1 2 3 7 8 Bespreek met uw installateur
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Advisor CD 2401S1 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security Puurs ADVISOR CS 2401S1 Gebruikershandleiding Software versie: V5-A-GH COPYRIGHT SLC Europe & Africa 1997. All
GEBRUIKERS HANDLEIDING
GEBRUIKERS HANDLEIDING ALFANUMERIEK TOETSENTABLO CMK683 - Juni 1990 - 1 HET ALFANUMERIEK TOETSENTABLO Het alfanumeriek display bestaat uit 2 regels van elk 16 letters lang. Het alfanumeriek display toont
Gebruikers handleiding Jablotron 100 serie
Gebruikers handleiding Jablotron 100 serie 1.1 Bediening en informatie van uw beveiligingssysteem Het JABLOTRON 100 systeem kan worden bedient met verschillende soorten bediendelen, die tevens informatie
Advisor CD 7201S1 CD 9501S1 CD 15001S1
Handleiding hoofdgebruiker Advisor CD 721S1 CD 951S1 CD 151S1 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security 3 886 66 56 Puurs ADVISOR CD721 CD95/151 3 886 66 56 Hoofdgebruiker Handleiding Software
Gebruikershandleiding Zerowire
Gebruikershandleiding Zerowire Beschrijving functietoetsen ALARM Rood: systeem is in alarm Voer uw pincode in en druk vervolgens op ENTER om het alarm uit te schakelen. Druk op de STATUS-toets voor meer
Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54
Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54 Copyright TEF Nederland erland B.V. Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset de brandmeldcentrale 1.4. Starten
Handleiding hoofdgebruiker Advisor CD 3401S1
Handleiding hoofdgebruiker Advisor CD 341S1 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security 3 886 66 56 Puurs ADVISOR CD341 3 886 66 56 Hoofdgebruiker Handleiding Software versie: vanaf V6. COPYRIGHT
CP-508 GEBRUIKERS-HANDLEIDING
CP-508 GEBRUIKERS-HANDLEIDING 1. BEDIENING... blz. 2 1.1 Bedieningspaneel... blz. 2 1.1 a) De LED's 1 t/m 10... blz. 2 1.1 b) De middelste punt... blz. 3 1.1 c) De rechter punt... blz. 3 2. SCHAKELEN VAN
Gebruikershandleiding Integra
Gebruikershandleiding Integra Overzicht van het bediendeel Storing Systeem ingeschakeld Servicemode Alarm De storingsled (geel) zal branden bij een storing aan het syteem. De systeem ingeschakeld led geeft
Homelink-Prolink. Beveiligingssysteem Gebruikershandleiding. Blz. 1
Homelink-Prolink Beveiligingssysteem Gebruikershandleiding Blz. 1 Blz. 2 Inhoud Bediening en display...3 Functietoetsen:...4 Speciale symbolen op het display...5 Inschakelen...6 Volledig inschakelen (met
Het Keypad (met segmenten)
Het Keypad (met segmenten) Het JABLOTRON 100 systeem kan worden gebruikt met verschillende type keypads waarmee het systeem kan worden bediend, en die informatie geven omtrent de status van het systeem
Gebruikers handleiding. Voor gebruik met ProSys 16, ProSys 40, en ProSys 128
ProSys Gebruikers handleiding Voor gebruik met ProSys 16, ProSys 40, en ProSys 128 1 Geheel inschakelen (afwezig) Geheel inschakelen activeert alle inbraak detectors van het systeem zodat er een alarm
ADVISOR CD 4401S1. Gebruikershandleiding. Software versie: vanaf V6.0 143133999-1
ADVISOR CD 4401S1 Gebruikershandleiding Software versie: vanaf V6.0 143133999-1 COPYRIGHT? SLC Europe & Africa 1997. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht,
NP0052.04. Gebruikershandleiding CMK470S
NP0052.04 Gebruikershandleiding januari 1998 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding 9800 ELVA Security Puurs 9800+ Handleiding voor de gebruiker Uitgave: September 1998 Scantronic Inhoudsopgave 1. Introductie 3 2. Allerdaags gebruik 4 Hoe weet ik of het systeem werkt?
FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com
FAQ en HANDLEIDINGEN MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54 Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset
Gebruikershandleiding Gebruikerscodes wijzigingen. 8136i. ELVA Security Puurs
Gebruikershandleiding Gebruikerscodes wijzigingen 8136i ELVA Security Puurs Wijzigen van codes en gebruiker opties U kunt codes toevoegen of wijzigen via menu 8. Onderstaande procedure geeft aan hoe menu
Gebruikershandleiding. Bedienpaneel MINI-REP
Gebruikershandleiding Bedienpaneel MINI-REP Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset de brandmeldcentrale 1.4. Starten en stoppen van de Ontruiming 1.5. Uitlezen
Gebruikershandleiding
GE Security NetworX TM Series NX-4-EUR/NX-6-EUR/NX-8-EUR/N8E NX-8E/NX-8-EUR/NX-6-EUR/NX-4-EUR Gebruikershandleiding g imagination at work NX-8E/NX-8-EUR/ NX-6-EUR/NX-4-EUR Gebruikershandleiding Page 2
LCD-gebruikersgids - standaard. Systeem gereed Aan:geef code. Systeem niet gereed Info:tikv - S. Systeem gereed Aan:geef code
LCD-gebruikersgids - standaard Alle zones in rust ysteem gereed Zone(s) open ysteem niet gereed Info:tikv j k 2 Fout of 2 Ok Zone 2 Zone 2 ysteem inschakelen - ysteem gereed of h ysteem aan Alle zones
ADVISOR CD 7201S1 CD 95/15001S1
ADVISOR CD 7201S1 CD 95/15001S1 Gebruikershandleiding Software versie: vanaf V6.0 142664999-3 COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht,
FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com
FAQ en HANDLEIDINGEN MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale Junior V4 Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset
SmartHome Huiscentrale
installatiehandleiding SmartHome Huiscentrale Vervanging voor Egardia Huiscentrale (model GATE-01) INSTALLATIEHANDLEIDING SMARTHOME HUISCENTRALE Website Egardia www.egardia.com Klantenservice Meer informatie
Jacobs Beveiliging bvba Pagina 1
GEBRUIKERS HANDLEIDING TEXECOM PREMIER 412/816/832 De toetsposities zijn op de klavieren steeds identiek, sommige benamingen/ kunnen verschillen. Elk systeem is ingesteld volgens uw persoonlijke behoeften!
VERSA / VERSA Plus Verkorte gebruikershandleiding
int-tsg_gv_nl 05/15 Bediendeel INT-TSG Firmware versie 1.03 VERSA / VERSA Plus Verkorte gebruikershandleiding SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. 58 320 94 00 www.satel.eu WAARSCHUWINGEN
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht met sirene. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88
CENTRAAL CONTROLE PANEEL EC 6350 LCD
CENTRAAL CONTROLE PANEEL LCD GEBRUIKERS HANDLEIDING Rev. GEBLCD.INB.EC6350V2.2.DSC.106TVE.V1.1.NL PC5015 versie 2.2 INHOUDS OPGAVE Algemene systeeminformatie... 3 Inschakelen situatie afwezig... 4 Inschakelen
Inhoudsopgave D D. Contactgegevens. LCD Bediendeel. Naam Klant: Relatienummer: Monteur Datum Werkzaamheden
O Monteur atum Werkzaamheden Contactgegevens Naam Klant: Relatienummer: Website: www.weesveilig.nl Telefoonnummer: 088 750 00 00 E-mailadres: [email protected] Meldkamer: 088-750 00 75 Inhoudsopgave LC
Inhoudsopgave. Welkom. Opmerking. Geeft aanvullende informatie. Druk op een toets op het bedieningspaneel.
Inhoudsopgave Welkom... 3 Een blik op het bedieningspaneel... 4 PIN-code voor toegang tot het systeem gebruiken... 5 Menuopties oproepen... 6 Het systeem inschakelen... 8 Het systeem uitschakelen... 12
Advisor MASTER ATS 3000 ATS 4000
Gebruikershandleiding ARITECH Advisor MASTER ATS 3000 ATS 4000 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security 03 886 66 56 Puurs ATS Controlepaneel Gebruikershandleiding ARITECH is een handelsmerk
ADVISOR CS 2401S1 CD 3401S1
ADVISOR CS 2401S1 CD 3401S1 Gebruikershandleiding Software versie: V5-A-GH ARITECH BELGIUM EXCELSIORLAAN 45 1930 ZAVENTEM 32-(0)2-715.89.30 COPYRIGHT SLC Europe & Africa 1997. All rechten voorbehouden.
Gebruikershandleiding
ATS - Advanced Lagarde Putten 01/01/2015 13:48 Lagarde BV Voorthuizerstraat 69c 3881 SC Putten Tel: 0341-375757 www.lagarde.nl [email protected] Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Overzicht bedieningspaneel...
ProSYS Plus. Verkorte Gebruikershandleiding. Pagina 1
ProSYS Plus Verkorte Gebruikershandleiding Pagina 1 Gebruikershandleiding ProSYS Plus Bij RISCO Cloud aanmelden (indien ingeschakeld) Als u zich aanmeldt bij RISCO Cloud kunt u toezicht houden op uw ProSYS
GEBRUIKERSHANDLEIDING. NetworX. Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding NP0122 01-8-2002 NP0122 1-8-2002 2 NP0122 1-8-2002 3 INHOUDSOPGAVE ALGEMEEN...5 LIJST MET COMMANDO S...7 INSCHAKELEN...8 Systeem niet gereed in te schakelen...8 UITSCHAKELEN...8 Herstellen
NPS-16 Burenalarmeringssysteem
Handleiding voor Alphatronics B.V. de gebruiker NPS-16 Burenalarmeringssysteem Burenalarmeringssysteem Revisie A Uitgave 10-1998 Alphatronics B.V. (MDK) INHOUD INHOUD... Pagina 1 Introductie... Pagina
GEBRUIKERSGIDS CP-700 alarmcentrale
GEBRUIKERSGIDS CP-700 alarmcentrale INHOUDSOPGAVE: Pagina Inschakelen van de centrale (AFWEZ)..Pag. 1 Inschakelen van de centrale met de hoofdgebruikers code...pag. 1 Inschakelen van de centrale met de
Nieuwerth elektronica. Gebruikershandleiding SIS Alarmsysteem Compacte draadloze beveiligingscentrale. diensten / verkoop - ICT / elektronica
Gebruikershandleiding SIS Alarmsysteem Compacte draadloze beveiligingscentrale Nieuwerth elektronica diensten / verkoop - ICT / elektronica support: 0180 531 400 / 06 466 70 417 www.sisalarm.nl [email protected]
Gebruikershandleiding. voor NX-4 / NX-6 / NX-8 / NX-8PLUS
Centrale met geïntegreerde multi-formaat communicator geschikt voor up- en downloading Gebruikershandleiding voor NX-4 / NX-6 / NX-8 / NX-8PLUS Versie Maart 2003 BVVO keuring : BIS/REC/696 BZ-MI keuring
Gebruikershandleiding tags 95EN Versie 02,
GEBRUIKERSHANDLEIDING VOOR TAGS 95EN Optie 8: gebruikers instellen Deze optie stelt U in staat om gebruikers te definiëren het systeem te gebruiken (tot 99 stuks). Als U een gebruiker instelt dient U het
InteGra Gebruikershandleiding 1 INHOUD 1. ALGEMEEN... 2 2. DE INTEGRA INBRAAKCENTRALE... 2 2.1 LCD BEDIENDEEL...3 2.1.1 Display... 3 2.1.2 Toetsen...
InteGra Gebruikershandleiding 1 INHOUD 1. ALGEMEEN... 2 2. DE INTEGRA INBRAAKCENTRALE... 2 2.1 LCD BEDIENDEEL...3 2.1.1 Display... 3 2.1.2 Toetsen... 3 2.1.3 LED indicatoren op het LCD bediendeel... 4
ADEMCO gebruikershandleiding
ADEMCO gebruikershandleiding Inleiding Gefeliciteerd met de aanschaf van uw Ademco alarminstallatie. Met dit systeem bent u in het bezit van een moderne inbraak-, brand- en overvalsysteem in één. Doormiddel
Belangrijkste systeemeigenschappen: - Draadloossysteem - Biedtuitgebreidebeveiligingsoplossingen - NCPklasseII goedgekeurd -
Belangrijkste systeemeigenschappen: - Draadloossysteem - Biedtuitgebreidebeveiligingsoplossingen - NCPklasseII goedgekeurd - OptioneleComputer-enInternetinterface - Displaytekstenen gesproken meldingen
Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding
Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding ( V1.2 17/03/98 ) PRODUCT CODE : LFFP801 FP800 Gebruikershandleiding V1.2 Wat te doen in geval van brandalarm. Uitschakelen akoestisch alarm Druk op toets
ATS Controlepaneel. Gebruikershandleiding
ATS Controlepaneel Gebruikershandleiding 14 4263 999-2B 1) Form: 12 pages Custom (166 x 229) Bookshape (stapled). Formaat: 12 pagina's Custom (166 x 229) Boekvorm (geniet). 2) Text may differ from original
Programmeer- en bedieningsinstructies
KNSV-6000 elektronisch KNSV-6020 elektronisch KNSV-7000 elektronisch Programmeer- en bedieningsinstructies CODES - DE BASIS BEDIENINGSINSTRUCTIES De door de fabriek ingestelde mastercode is #1234. Deze
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het Egardia alarmlicht met sirene. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice
Handleiding voor de gebruiker
Handleiding voor de gebruiker INHOUDSOPGAVE INLEIDING... 3 Doel van de handleiding... 3 Algemene richtlijnen... 3 Beveiligingsklasse... 4 Zones en secties van de AlphaHome centrale... 4 BEDIENING... 6
HANDLEIDING SMARTSIREN SLIM ALARMSYSTEEM
HANDLEIDING SMARTSIREN SLIM ALARMSYSTEEM Inhoud Inleiding... 3 1. Smartsiren app... 4 2. Installatie... 6 3. Montage... 7 4. Gebruik... 8 5. Deur-/ raamsensor... 9 6. Afstandsbediening... 10 7. Bewegingssensor...
RSC+ app for ios. AMAX panel 2100 AMAX panel 3000 AMAX panel 3000 BE AMAX panel Bediening/Gebruiker handleiding
RSC+ app for ios AMAX panel 2100 AMAX panel 3000 AMAX panel 3000 BE AMAX panel 4000 nl Bediening/Gebruiker handleiding RSC+ app for ios Inhoudsopgave nl 3 Inhoudsopgave 1 Beknopte informatie 4 2 Systeemoverzicht
ELVA Security 03 886 66 56 www.elva.be
Gebruikershandleiding INIM Smartline brandmeldcentrale. 1. Front brandmeldcentrale 1 2. Bediening: A Sleutel Niveau 1 Niveau 2 Toetsen B C 4 scroll toetsen Stop sirene D Reset E F Evacuatie Onderzoek deze
Ref: HANDLEIDING VAREL RLS. Enkel systeem. VAREL ALARM Tel:
Ref: 16-03-2017 HANDLEIDING VAREL RLS Enkel systeem VAREL ALARM [email protected] Tel: 011231288 Weergave op het display: Symbool Indicatie Omschrijving On Systeem in goede staat: 230V + accu in orde
Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld.
MKP-300 DRAADLOOS BEDIENDEEL MKP300_NL 03/12 Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld. 1. Eigenschappen
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Belangrijke melding Deze handleiding wordt aan de volgende condities en beperkingen onderworpen: Deze handleiding bevat eigendomsinformatie die tot RISCO Group behoort. Dergelijke
Draadloze signaal overdracht. De communicatie tussen melders en centrale wordt radiografisch geregeld.
GEBRUIKERSHANDLEIDING PRO800p V1.4-NL Pagina: 1 Inleiding Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw Zeus Pro-800p. U bent hiermee in het bezit gekomen van één van de meest geavanceerde als ook eenvoudig
Handleiding voor de gebruiker
Handleiding voor de gebruiker INHOUDSOPGAVE INLEIDING... 4 Doel van de handleiding... 4 Algemene richtlijnen... 4 Beveiligingsklasse... 5 Zones en secties van de AlphaHome centrale... 5 BEDIENING... 7
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER HYBRIDE CONTROLEPANELEN
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER HYBRIDE CONTROLEPANELEN Scantronic Inhoud 1. Inleiding... 3 Het beveiligingssysteem... 3 De codebediendelen... 3 Afstandsbediening 725r... 6 Over deze handleiding... 6 2.
ATS Advanced gebruikershandleiding
2 ATS Advanced gebruikershandleiding Welkom bij het ATS Advanced geïntegreerde beveiligingssysteem van Kop Beveiliging. Dit document is een korte handleiding voor de algemene functies die u moet kennen
installatiehandleiding Alarmlicht
installatiehandleiding Alarmlicht INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88 E-mail WoonVeilig [email protected]
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Lees de gebruikershandleiding voor gebruik zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de verschillende functies van uw autoalarm. Deze handleiding beschrijft de functies
ATS Advanced Gebruikershandleiding
ATS Advanced Gebruikershandleiding Maart 2014 Wijzigingen voorbehouden Copyright Chubb Fire & Security 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden
SmartHome Huiscentrale
installatiehandleiding SmartHome Huiscentrale Vervanging voor WoonVeilig Huiscentrale (model WV-1716) INSTALLATIEHANDLEIDING SMARTHOME HUISCENTRALE Website WoonVeilig www.woonveilig.nl Klantenservice Meer
Gebruikshandleiding alarmsysteem Risco Agility
Gebruikshandleiding alarmsysteem Risco Agility Inhoud handleiding In deze beknopte handleiding vindt u de volgende informatie met betrekking tot het gebruik van het alarmsysteem Risco Agility LCD bedienpaneel
EENVOUDIGE GEBRUIKER HANDLEIDING
Alarmsysteem Firmware Versie 1.01 EENVOUDIGE GEBRUIKER HANDLEIDING De volledige gebruikershandleiding is beschikbaar op www.osec.nl Perfecta_eg_NL 12/17 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk
INTEGRA / INTEGRA Plus Verkorte gebruikershandleiding
int-tsg_gi_nl 05/15 Bediendeel INT-TSG Firmware versie 1.03 INTEGRA / INTEGRA Plus Verkorte gebruikershandleiding SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. 58 320 94 00 www.satel.eu
Gebruikershandleiding Inhoudsopgave. 1. Inleiding 3. 2. Verkorte gebruiksinstructie 4
Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Verkorte gebruiksinstructie 4 3. De bediendelen 5 3.1 De numerieke toetsen 5 3.2 De [A]-toets en de [B]-toets 5 3.3 De [ent]-toets 5 3.4 De [esc]-toets 5 3.5 De [#]-toets
Versie: juni installatiehandleiding. Alarmlicht LXA-8A
installatiehandleiding Alarmlicht LXA-8A INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht. Telefoonnummer WoonVeilig 088 383 88 38 E-mail WoonVeilig [email protected]
Handleiding voor de gebruiker
Handleiding voor de gebruiker INHOUDSOPGAVE INLEIDING... 3 Doel van de handleiding... 3 Algemene richtlijnen... 3 Beveiligingsklasse... 4 Zones en secties van de AlphaBox centrale... 4 BEDIENING... 6 Navigatortoetsen...
RSC+ app for Android. AMAX panel 2100 AMAX panel 3000 AMAX panel 3000 BE AMAX panel Bediening/Gebruiker handleiding
RSC+ app for Android AMAX panel 2100 AMAX panel 3000 AMAX panel 3000 BE AMAX panel 4000 nl Bediening/Gebruiker handleiding RSC+ app for Android Inhoudsopgave nl 3 Inhoudsopgave 1 Beknopte informatie 4
Beveiligingssysteem. Beknopte. Gebruikershandleiding
Beveiligingssysteem Beknopte Gebruikershandleiding Inhoudsopgave Na een alarmmelding...3 Zo stopt u de sirene...3 Voordat u het systeem weer kunt inschakelen...3 Als u dit op het display ziet...3 Zo schakelt
MONITOR ISM / AFx Veiligheidssysteem Meerdere Bewoners Handleiding V1.3
MONITOR ISM / AFx Veiligheidssysteem Meerdere Bewoners Handleiding V.3 Veiligheidssysteem Meerdere Bewoners Handleiding Welkom nieuwe gebruikers! Er zijn twee soorten bediendelen t.b.v. Appartement beveiliging.
Uitschakelen in noodgevallen Doe de touch-key kort in de opening op het bedieningspaneel. Het alarm zal uitgaan.
Basis handeling Het systeem inschakelen Kort op de grote (in-/uitschakelen) knop drukken. Alarm klinkt eenmaal kort. Voortentlamp gaat 30 seconden aan. Het duurt 15 seconden voordat het alarm op beweging
GE Interlogix CS5500 LCD bediendeel Gebruikershandleiding
g GE Interlogix CS5500 LCD bediendeel Gebruikershandleiding September 2003 98/482/EC-kennisgeving (voor producten met CE-certificering) Deze apparatuur voldoet aan beschikking 98/482/EC van de Europese
Gebruikershandleiding. Inbraakmeldcentrale
Gebruikershandleiding Inbraakmeldcentrale Fabrikant: Ademco International, New York U.S.A. Eerste druk: mei 2000 Versie: 05/2000-1 This Manual Copyright 2000 by Ademco International, U.S.A. Alle rechten
