Aanvulling Bouwwijzer koel- en vrieshuizen
|
|
|
- Anja van den Broek
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research Laan van Westenenk 501 Postbus AH Apeldoorn TNO-rapport R 2004/530 Herziene versie T F [email protected] Aanvulling Bouwwijzer koel- en vrieshuizen Datum November 2004 Auteurs A.J. Mieog M. Verwoerd Projectnummer Trefwoorden Bestemd voor koel- en vrieshuizen broeikasgasemissies kosten Novem t.a.v. Drs.ing. A.D. Koppenol Postbus RE UTRECHT Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van TNO. Indien dit rapport in opdracht werd uitgebracht, wordt voor de rechten en verplichtingen van opdrachtgever en opdrachtnemer verwezen naar de Algemene Voorwaarden voor onderzoeksopdrachten aan TNO, dan wel de betreffende terzake tussen de partijen gesloten overeenkomst. Het ter inzage geven van het TNO-rapport aan direct belanghebbenden is toegestaan TNO
2 TNO-MEP R 2004/530 2 van 35 Inhoudsopgave 1. Inleiding Minimalisatie koudevraag Koudemiddelen en alternatieve technologieën TEWI concept Koudemiddelen en koudedragers Alternatieve technologieën Wet-, regelgeving e.d Systeemopties en energiebesparende maatregelen Referentiegebruikers Installatieconcepten en systeemopties Alternatieve technologieën Energiebesparende maatregelen Uitgangspunten Resultaten Koelen Systeemopties Energiebesparende maatregelen Vriezen Systeemopties Energiebesparende maatregelen Voorbeelden Referenties Verantwoording...35 Annex I Annex II Posten koudevraag Uitgangspunten systeemopties en energiebesparende maatregelen
3 TNO-MEP R 2004/530 3 van Inleiding In de ontwerpfase van nieuwe koelinstallaties worden keuzen gemaakt die grotendeels bepalend zijn voor de kwaliteit van de installatie gedurende haar levensduur. Koelinstallaties dragen in negatieve zin bij aan het broeikaseffect. Deze bijdrage wordt zowel in directe als in indirecte zin geleverd. De directe bijdrage wordt gevormd door de emissies van de veelal gebruikte synthetische koudemiddelen gedurende de levensduur van de installatie. De huidig toegepaste synthetische koudemiddelen, behorend tot de groep van de HFK s, hebben een groot broeikaseffect. De indirecte bijdrage wordt gevormd door de CO 2 - emissie als gevolg van de opwekking van de energie die door de installatie wordt gebruikt. In het kader van het Kyoto Protocol zijn reductiedoelstellingen geformuleerd voor o.a. de HFK broeikasgassen. VROM/NOVEM heeft in overleg met de koudetechnische sector besloten om een zogenaamde Good Practice Guidance (GPG) voor de applicatiesector industriële koeling, met name voor koel- en vrieshuizen, op te stellen. Voor nieuwe installaties kan men kiezen uit een aantal opties. Elke optie heeft zijn specifieke kenmerken. Om een verantwoorde keuze mogelijk te maken zijn broeikasgasemissies en kosten in dit document op een rij gezet. De GPG is bedoeld om te voorzien in de behoefte van de eigenaar van de installatie om greep op het externe ontwerpproces te hebben. Voor de applicatiesector industriële koeling zijn reeds de nodige hulpmiddelen beschikbaar voor het ontwerp van koel- en vriesinstallaties, zoals de Bouwwijzer [1] en het Handboek energie-efficiency [2]. Bovenstaande doelstelling wordt gerealiseerd door een Aanvulling te maken op de Bouwwijzer energie-efficiënte koel- en vrieshuizen [1]. De Aanvulling sluit aan bij de hoofdopzet van de Bouwwijzer en is primair bedoeld voor koel- en vrieshuizen. De volgende stappen worden onderscheiden in deze Aanvulling op de Bouwwijzer: stap 1. Minimalisatie van de koudevraag. stap 2. Onderlinge vergelijking van de diverse relevante systeemopties, op basis van de onderstaande aspecten: - het jaarlijkse energiegebruik en de bijbehorende CO 2 emissie (indirecte bijdrage broeikaseffect); - de potentiële koudemiddellekkage en de bijbehorende CO 2 emissie (directe bijdrage broeikaseffect), afhankelijk van het soort koudemiddel en de koudemiddelinhoud; - de exploitatiekosten, gevormd door afschrijving van de investering en operationele kosten door energiegebruik en onderhoud. De systeemopties dienen uiteraard te voldoen aan wettelijke bepalingen.
4 TNO-MEP R 2004/530 4 van 35 De in de Aanvulling Bouwwijzer beschreven twee stappen in het ontwerptraject zijn globaal en richting gevend van aard. Voor een specifieke situatie kan vervolgens op basis van de gekozen koudevraagreductiemaatregelen en de gekozen systeemoptie een offerte worden aangevraagd. Voor het opstellen van de Aanvulling Bouwwijzer is een begeleidingscommissie samengesteld bestaande uit vertegenwoordigers van Novem, Nekovri (Nederlandse Vereniging van koel- en vrieshuizen), VAI (Nederlandse Voedingsmiddelen Industrie), drie installateurs en TNO-MEP.
5 TNO-MEP R 2004/530 5 van Minimalisatie koudevraag Het verminderen van de koudevraag leidt tot een koelinstallatie met een geringere capaciteit. Dit heeft een verlaging van de investeringskosten van de koelinstallatie en het energiegebruik tot gevolg. Bij gebruik van HFK s als koudemiddel zal dit eveneens leiden tot reductie van de broeikasgasemissies. De posten die bijdragen aan de koudevraag zijn in annex I vermeld. De volgende reductiemaatregelen zorgen voor een vermindering van de koudevraag (zie ook [1] en [2]). verkleining transmissieverliezen Transmissieverliezen worden verlaagd door het toepassen van betere isolatie. Een betere isolatie kan verkregen worden door beter en/of dikker isolatiemateriaal. Voor een vrieshuis dient een minimale dikte van 200 mm en voor een koelhuis een minimale dikte van 140 mm te worden aangehouden. Hierbij dient te worden uitgegaan van isolatiewaarden die overeenkomen met die van polyurethaan (PUR) of polyisocyanuraat (PIR) hardschuim. De warmtebelasting door zoninstraling wordt verminderd door een nietabsorberende buitenlaag en door een goede positie van het dak (ligging en hoek ten opzichte van de zon). Bij een complex met meerdere koel-/vriescellen kan de ligging van de cellen ten opzichte van elkaar zorgdragen voor een kleiner temperatuurverschil over elkaar aangrenzende wanden. Groepeer cellen met (ongeveer) gelijke temperatuur zo veel mogelijk bij elkaar. verkleining deurverliezen Het warmte- en vochttransport dat plaatsvindt door een geopende deur vormt een niet onaanzienlijke bijdrage in aan de koudevraag. Bij vrieshuizen kan dat oplopen tot 30%. Deurverliezen zijn afhankelijk van de grootte van de deuropening, de temperatuur- en het vochtgehalte aan weerszijde van de deur, de tijd dat een deur openstaat en de eventueel aangebrachte voorzieningen ter beperking van warmte- en vochttransport. Beperking van deurverliezen kan op diverse manieren gebeuren, door - verkleining van het deuroppervlak, - door een zo klein mogelijke deur, - door, indien mogelijk, een gedeelte van de deur af te sluiten of te blokkeren, - door het toepassen van een rollenbaan; - een luchtsluis, met name bij een vrieshuis zodat er geen open verbinding tussen buitenlucht en het vrieshuis bestaat; - beperking van warmte- en vochttransport bij openstaande deur - door een strokengordijn, - door toepassing van een gekoelde voorruimte bij vriescellen, - door het toepassen van een luchtgordijn;
6 TNO-MEP R 2004/530 6 van 35 - beperking van de tijdsduur van openstand van de deur - door automatisch openende en sluitende deuren, - door snelsluitdeuren; - beperking verliezen door niet juiste afdichting van de deur door het aanbrengen van extra afdichtingen. Deze maatregelen kunnen afzonderlijk of in combinatie worden toegepast. Afhankelijk van de situatie en de specifieke eisen ten aanzien van de logistiek kunnen op de post deurverliezen besparingen tot 90% worden gerealiseerd. vermindering interne warmteproductie Energiezuinige verlichting is een mogelijkheid om de warmtelast te verminderen, daar verlichting een belangrijke bijdrage levert aan deze koudevraagpost. Energiezuinige, HR (hoog rendement) verdamperventilatoren dragen eveneens bij aan het verminderen van de warmtelast. Door toepassing van deze ventilatoren zijn besparingen in de orde van 30 % mogelijk. overige warmteposten Ontdooiverliezen, dat wil zeggen de ontdooiwarmte die ongewenst in de gekoelde ruimte terechtkomt, kunnen worden geminimaliseerd door het aanbrengen van voorzieningen op de luchtkoeler, zoals ontdooikleppen, ontdooisokken, ontdooikap e.d.
7 TNO-MEP R 2004/530 7 van Koudemiddelen en alternatieve technologieën In de industriële koeltechniek worden vrijwel alleen compressiekoelsystemen toegepast. De hoofdcomponenten in de gesloten koudemiddelkringloop van een dergelijk systeem zijn: een mechanische compressor, een condensor, een drukexpansie orgaan en een verdamper. Onderscheid wordt gemaakt in directe en indirecte systemen. Bij indirecte systemen wordt gebruik gemaakt van een tussenmedium, een koudedrager, om de koude van de verdamper op de te koelen lucht of producten over te dragen. Voor het leveren van koude zijn behalve compressiesystemen alternatieve technologieën mogelijk. In de volgende paragrafen wordt kort ingegaan op de karakteristieken van de diverse koudemiddelen en koudedragers, op in aanmerking komende alternatieve technologieën en op milieu- en veiligheidsaspecten. 3.1 TEWI concept De TEWI (total equivalent warming impact) is een manier om de totale broeikasgasemissies te bepalen door het combineren van de directe bijdrage van koudemiddelemissies in de atmosfeer met de indirecte bijdrage van de kooldioxide emissies als een gevolg van het energiegebruik van het koelsysteem. TEWI wordt uitgedrukt in CO 2 -equivalenten. De directe jaarlijkse bijdrage aan de TEWI factor wordt berekend op basis van: de GWP (global warming potential) van het koudemiddel, zijnde de verhouding van het broeikaseffect van 1 kg koudemiddel t.o.v. 1 kg CO 2 [kg CO 2 - eq./kg], de koudemiddelinhoud [kg], het jaarlijkse lekpercentage [%]. Indien de afbraakfase wordt meegenomen, tevens: de levensduur van het systeem [jr], het percentage teruggewonnen koudemiddel bij afbraak [%]. De indirecte jaarlijkse bijdrage aan de TEWI factor wordt berekend op basis van: het jaarlijkse energiegebruik [kwh e ], de CO 2 -emissie per eenheid energiegebruik [kg CO 2 /kwh e ]. Bijna elk van bovengenoemde factoren is in meer of mindere mate in het ontwerpproces beïnvloedbaar in de richting van minimalisatie van het broeikaseffect. De indirecte bijdrage aan de totale broeikasgasemissies is vele malen groter dan de directe bijdrage. Bij een gemiddeld lekpercentage van 5% [6] bedraagt de directe bijdrage aan TEWI circa 10% voor de applicatiesector industriële koeling [7].
8 TNO-MEP R 2004/530 8 van 35 In het kader van het Kyoto Protocol zijn reductiedoelstellingen geformuleerd voor het totaal van de zes broeikasgassen (o.a. CO 2 en de HFK koudemiddelen). In Nederland zijn door VROM afgeleide doelstellingen vastgesteld voor CO 2 emissies en voor emissies van de niet-co 2 broeikasgassen. Het is dus van belang minimalisatie van broeikasgasemissies voor zowel de directe als de indirecte bijdrage na te streven. Beïnvloeding directe bijdrage: keuze van een koudemiddel met een lage GWP; verlaging van het lekpercentage voornamelijk door de kwaliteit van de uitvoering zowel van materiaal als personeel en na oplevering van onderhoud en uiteindelijk afbraak; reductie van de koudemiddelinhoud, bijvoorbeeld door het toepassen van indirecte systemen waarbij de inhoud met 80 tot 90 % kan worden verlaagd, door het toepassen van componenten met een minimale inhoud, door het vervangen van badverdampers door droge expansie verdampers, door vermijding van onnodige koudemiddelbuffers en door te zorgen dat bij eventuele lekkage systeemdelen worden ingeblokt. Beïnvloeding van de indirecte bijdrage: verlaging van het energiegebruik, bijvoorbeeld door het toepassen van energiezuinige componenten en regelingen en door het toepassen van een energetisch gunstig totaal ontwerp. 3.2 Koudemiddelen en koudedragers Koudemiddelen kunnen worden verdeeld naar synthetische en natuurlijke koudemiddelen. De huidig toegestane synthetische koudemiddelen voor gebruik in nieuwe installaties behoren tot de HFK s. De HFK koudemiddelen tasten de ozonlaag niet aan maar zijn wel sterke broeikasgassen. HFK 134a wordt voornamelijk gebruikt in koeltoepassingen en heeft een GWP waarde van HFK 404A en HFK 507 zijn ook toepasbaar in vriessystemen. Dit zijn vrijwel identieke koudemiddelen, waarbij HFK 404A een klein temperatuurtraject bezit. De druk van HFK 507 ligt iets hoger dan die van HFK 404A. De GWP van beide koudemiddelen bedraagt Voor HFK 410A met een GWP van 1900, is belangstelling voor o.a. lage temperatuur toepassingen vanwege z n hoge specifieke koelcapaciteit. De systeemdrukken zijn echter hoger dan die van de gebruikelijke koudemiddelen. De beschikbaarheid van componenten is echter nog beperkt. De belangrijkste natuurlijke koudemiddelen zijn ammoniak, kooldioxide en koolwaterstoffen. Verder behoren lucht en water tot de natuurlijke koudemiddelen.
9 TNO-MEP R 2004/530 9 van 35 Deze koudemiddelen tasten de ozonlaag niet aan en zijn (vrijwel) geen broeikasgassen. Ammoniak is van oudsher een belangrijk koudemiddel in de industriële sector en is geen broeikasgas. Toepassing van ammoniak is vanwege z n toxische, en in geringe mate brandbare, eigenschappen omgeven met veiligheidsmaatregelen. Moderne ammoniak installaties streven uit veiligheidsoogpunt naar een zo klein mogelijke koudemiddelinhoud. Indirecte systemen zijn in dit opzicht duidelijk in het voordeel, zowel door een veel kleinere koudemiddelinhoud als door een goede beheersing van de veiligheidsrisico s door concentratie van de ammoniakhoudende systeemdelen. In plaats van traditionele pompsystemen worden ook wel directe expansie systemen toegepast. Kooldioxide heeft een lange historie als een milieuvriendelijk koudemiddel. Recentelijk is kooldioxide herontdekt als mogelijke opvolger van de HFK s. Kooldioxide opereert bij veel hogere drukken dan de gebruikelijke koudemiddelen en wordt transkritisch bij temperatuur even boven de 30 C. Dit laatste betekent dat niet met een condensor maar met een gaskoeler (met glijdende temperatuur) moet worden gewerkt. In nieuwe vriessystemen wordt kooldioxide meer en meer toegepast als koudemiddel in de lagedruk trap van een cascadesysteem. De hoge druk trap wordt bedreven met ammoniak. Koolwaterstoffen (GWP van 3) worden vanwege hun brandbaarheid en de daarmee samenhangende veiligheidsmaatregelen in de industriële koeling tot nu toe alleen toegepast in de olie- en gas industrie, waar reeds een streng veiligheidsregiem heerst. Koudedragers kunnen worden onderscheiden in één-fasige en twee-fasige koudedragers. Bij één-fasige koudedragers vindt geen fase-overgang plaats. Door het afgeven van koude verandert de koudedrager in temperatuur. Koudedragers zijn glycol en alcohol oplossingen voor het hogere temperatuurgebied (koelsystemen). Naast calcium chloride pekels worden steeds meer oplossingen van kalium formiaat en kalium acetaat toegepast. Bij twee-fasige koudedragers vindt fase-overgang plaats. Tijdens de koude afgifte houdt de koudedrager dezelfde temperatuur. Voor koeltoepassingen komt ijsslurrie in aanmerking. De fase overgang verloopt hierbij door het smelten van de miniem kleine ijsdeeltjes in het water-ijs mengsel. Kooldioxide is een twee-fasige koudrager waarbij de fase-overgang wordt gevormd door het verdampen van het vloeibare CO 2. Kooldioxide wordt meer en meer gebruikt als koudedrager in vriestoepassingen en recentelijk ook voor koeltoepassingen.
10 TNO-MEP R 2004/ van Alternatieve technologieën Een mogelijke alternatieve technologie is het absorptiesysteem. Bij een absorptie systeem is de mechanische compressor vervangen door een thermische compressor. De thermische compressor bestaat uit een absorber, een generator, een pomp om de rijke koudemiddeloplossing op een hoger drukniveau te brengen en een expansie orgaan om de arme oplossing te laten terugkeren naar de absorber (zie figuur 3.1). In figuur 3.1 is een systeem op basis van pompcirculatie van het koudemiddel weergegeven. Generator Condensor Vloeistofpomp Expansieorgaan Expansieorgaan Absorber Lagedruk vloeistofafscheider Verdamper Figuur 3.1 Schema absorptiekoelinstallatie. Het meest gebruikte stofpaar voor toepassingen beneden 0 C is ammoniak als het koudemiddel en water als het oplosmiddel. Absorptiekoeling is een alternatief voor compressiekoeling als er gratis restwarmte beschikbaar is, of voor vriestoepassingen. Voor koeltoepassingen is het rendement van absorptiekoelmachines onvoldoende om te kunnen concurreren met compressiekoelmachines, tenzij restwarmte beschikbaar is. Het rendement is redelijk onafhankelijk van het temperatuurniveau. De air cycle behoort tot de lange termijn alternatieven. Een air cycle is gebaseerd op het expanderen van lucht, een zeer milieuvriendelijk, natuurlijke koudemiddel. Een air cycle bestaat altijd uit een combinatie van één of meer compressoren (ventilatoren), turbines (expanders) en warmtewisselaars, onderling verbonden met luchtkanalen. Met name voor invriezen (invriestunnels) waarbij hoge ventilatiecapaciteiten nodig zijn, kan een air cycle interessant zijn in vergelijking met compressiesystemen.
11 TNO-MEP R 2004/ van Wet-, regelgeving e.d. Alle koelinstallaties dienen te voldoen aan het Warenwetbesluit Drukapparatuur [8]. Dit besluit heeft betrekking op de nieuwbouw (Europees geregeld in de PED, Pressure Equipment Directive) en op de ingebruikneming. Een aanvulling op dit besluit voor de gebruiksfase is in de maak. De eenvoudigste manier om te voldoen aan de essentiële eisen van het Warenwetbesluit Drukapparatuur is het volgen van de geharmoniseerde norm EN 378. Naar verwachting zal in 2005 een herziene versie van deze norm verschijnen die volledig is aangepast aan de PED. Het in werking treden van het Warenwetbesluit drukapparatuur heeft grote invloed op de bestaande regelgeving voor diverse soorten koudemiddelen. Het gebruik van de synthetische koudemiddelen CFK, HCFK of HFK valt onder de (nationale) regelingen: RLK (Regeling Lekdichtheidsvoorschriften Koelinstallaties 1997) en onder een erkenningsregeling voor de vakbekwaamheid van personen en installatiebedrijven (STEK). Als gevolg van de EU Verordening ozonlaagafbrekende stoffen 2037/2000 moet de nationale regelgeving daarop aangepast worden. Inmiddels is een nieuwe Regeling lekdichtheid koelinstallaties in de gebruiksfase in de maak. Ammoniak als koudemiddel valt onder CPR 13-2 Ammoniak, toepassing als koudemiddel voor koelinstallaties en warmtepompen, 1999). Deze richtlijn wordt eveneens aangepast aan het Warenwetbesluit drukapparatuur. Ten aanzien van externe veiligheid zijn voor ammoniakkoelinstallaties afstandstabellen opgesteld. De laatste versie wordt waarschijnlijk zomer 2004 gepubliceerd [10]. Voor brandbare koudemiddelen, zoals koolwaterstoffen, bestaat de NPR 7600 [11]. Deze praktijkrichtlijn zal eveneens moeten worden aangepast aan het Warenwetbesluit drukapparatuur of worden vervangen door de herziene EN 378. Het moge duidelijk zijn dat de aanpassing van de nationale regelgeving aan de Europese regelgeving in het bijzonder als gevolg van de Pressure Equipment Directive omgezet in nationaal recht door middel van het Warenwetbesluit drukapparatuur, met de EN 378, maar ook als gevolg van de Verordening 2037/2000 en de (ontwerp) Verordening gefluorideerde broeikasgassen, gevolgen heeft voor de afwegingen en investeringsbeslissingen met betrekking tot koelinstallaties en het te gebruiken koudemiddel. Aan de Verordening gefluorideerde broeikasgassen wordt binnen de EU nog gewerkt. Deze gaat onder meer eisen bevatten ten aanzien van lekdichtheidscontroles.
12 TNO-MEP R 2004/ van Systeemopties en energiebesparende maatregelen 4.1 Referentiegebruikers De grootte van de koudevraag en daarmee de capaciteit van de koelinstallatie, en het temperatuurniveau zijn in belangrijke mate bepalend voor de keuze van het koelsysteem. In de hoofdopzet van de Bouwwijzer [1] wordt, op basis van de koudevraag, voor de koudecapaciteit onderscheid gemaakt naar drie klassen: koudecapaciteit, Q < 250 kw 250 kw< koudecapaciteit, Q < 1000 kw koudecapaciteit, Q > 1000 kw. Voor het temperatuurniveau wordt een indeling gemaakt naar koelen en vriezen. Op deze manier ontstaan zes referentiegebruikers, drie voor koelen en drie voor vriezen. 4.2 Installatieconcepten en systeemopties Voor elke referentiegebruiker zijn installatieconcepten opgesteld. Een installatieconcept omvat een bepaalde uitvoering van de koelinstallatie. Een installatieconcept gecombineerd met het toegepaste koudemiddel vormt een systeemoptie. De uitvoering van de koelinstallatie wordt bepaald door de volgende kenmerken: a. ééntraps/tweetraps/cascade, b. DX / pompsysteem, c. direct of indirect systeem, d. wel/geen economiser. ad a. en d. Dit kenmerk heeft betrekking op het aantal stappen waarmee de druk door compressie verhoogd wordt. Bij vriezen is in het algemeen eentrapskoeling niet aan de orde vanwege het lage rendement en/of de eigenschappen van het koudemiddel. Een cascade systeem is een tweetrapssysteem waarbij voor de hoge en de lage druk trap gebruik wordt gemaakt van verschillende koudemiddelen. Een economiser kan gezien worden als een tussenvorm van een- en tweetrapskoeling. Bij een systeem met een schroefcompressor kan via een aftakking van de hoge druk vloeistofleiding en een ventiel koud gas op tussendruk in de compressor worden gebracht. Hierdoor benadert de schroefcompressor het rendement van een tweetrapssysteem. ad. b. Bij een DX (direct expansie) systeem is elke verdamper voorzien van een expansieventiel en vindt de regeling dus per verdamper plaats. Bij een pompsysteem wordt gebruik gemaakt van een vloeistofvat met een vlotter als regeling. Vanuit het vloeistofvat wordt het koudemiddel rondgepompt naar meerdere verdampers. Het rondpompen kan geschieden via een pomp of via natuurlijke circulatie.
13 TNO-MEP R 2004/ van 35 De wijze van drukregeling is afhankelijk van de specifieke situatie en het koudemiddel. ad. c. Bij een indirect systeem wordt gebruik gemaakt van een tussenmedium, een koudedrager, om de koudegebruiker te bedienen. Een dergelijk systeem is voorzien van een extra warmtewisselaar tussen koudemiddel en koudedrager. Voordeel is de veel beperktere koudemiddelinhoud met een gunstig effect op broeikasgasemissies en op de toepassing van koudemiddelen met een veiligheidsaspect. Nadeel is het extra temperatuurverschil met als gevolg een iets verhoogd energiegebruik. Voor elk van de zes referentiegebruikers is een referentie systeemoptie vastgesteld. Om de resultaten zo breed mogelijk te kunnen toepassen is er bij deze berekeningen geen onderscheid gemaakt tussen schroef- en zuigercompressoren. In plaats daarvan wordt uitgegaan van een standaard isentropisch rendement. In de praktijk bepaalt het gebruik van de installatie welk type compressor het meest geschikt is. In tabel 4.1 is voor het temperatuurniveau koelen een overzicht gegeven van de beschouwde installatieconcepten. Tabel 4.1 Overzicht systeemopties koelen. koelen Q<250 kw koelen 250<Q<1000 kw koelen Q>1000 kw Concept Installatienummer A DX systeem x x x x x x B Pompsysteem x x x x x C Indirect pompsysteem x x x x x x D Indirect DX systeem x x x x x x R134a x x x x x x x x x R717 x x x x x x x x x x x R404A/R507 x x x Koudedrager, 1-fasig x x x x x x x x x x Koudedrager, 2-fasig (R744) x x Referentie voor Q<250 kw 250 kw<q<1000 kw Q>1000 kw
14 TNO-MEP R 2004/ van 35 De figuren 4.1 t/m 4.4 geven schematisch elk der onderscheiden installatieconcepten weer. Condensor Expansie orgaan Verdamper Figuur 4.1 Installatieconcept A, DX systeem, koelen. Condensor Hoge druk vlotter Verdamper Figuur 4.2 Installatieconcept B, Pompsysteem, koelen.
15 TNO-MEP R 2004/ van 35 Condensor Hoge druk vlotter Koudedrager Koeler Figuur 4.3 Installatieconcept C, Indirect pompsysteem, koelen. Condensor Expansie orgaan Koudedrager Koeler Figuur 4.4 Installatieconcept D, Indirect DX systeem, koelen. Alle installatieconcepten zijn voorzien van een luchtgekoelde condensor. Voor ontdooien wordt de energiebesparende maatregel persgasontdooien toegepast. De installatieconcepten gebaseerd op een DX systeem zijn voorzien van de energiebesparende maatregel elektronische expansieventielen. Bij de installatieconcepten gebaseerd op een pompsysteem vindt de drukregeling via een HD (hoge druk) vlotter plaats. Indirecte systemen maken gebruik van een een- of tweefasige koudedrager. De installatieconcepten leiden gecombineerd met een bepaald koudemiddel, en eventueel een koudedrager, tot een aantal systeemopties. De betrokken koudemiddelen zijn de HFK s: R134a, R404A en R707; en ammoniak, R717. In tabel 4.1
16 TNO-MEP R 2004/ van 35 zijn met x en de combinaties aangegeven. Deze systeemopties zijn aangeduid met een installatienummer. Tabel 4.2 geeft op analoge wijze een overzicht van de systeemopties voor het temperatuurniveau vriezen. De beschouwde koudemiddelen zijn de HFK s, R404A en R507; en ammoniak, R717, en kooldioxide (CO 2 ), R744. Tabel 4.2 Overzicht systeemopties vriezen. vriezen Q<250 kw vriezen 250<Q<1000 kw vriezen Q>1000 kw Concept Installatienummer AKI AKI AKI 3 A B C D E F G DX systeem met x x economiser Pompsysteem met x x x x economiser Indirect x x pompsysteem met economiser Tweetraps x x x x pompsysteem Indirect tweetraps x x x x pompsysteem NH 3 /CO 2 cascade x x pompsysteem R404A/R507 x x x x x R717 x x x x x x x x x x x x x x x x R744 (CO 2 ) x x Koudedrager, x x x eenfasig Koudedrager CO 2 x x x (tweefasig) Absorptie x x x koelsysteem Referentie voor Q<250 kw 250 kw<q<1000 kw Q>1000 kw De figuren 4.5 t/m 4.10 laten schematisch de beschouwde installatieconcepten voor vriezen zien.
17 TNO-MEP R 2004/ van 35 Condensor Economiser Expansie orgaan Verdamper Figuur 4.5 Installatieconcept A, DX systeem met economiser, vriezen. Condensor Economiser Hoge druk vlotter Verdamper Figuur 4.6 Installatieconcept B, Pompsysteem met economiser, vriezen. Condensor Economiser Hoge druk vlotter Koudedrager Koeler Figuur 4.7 Installatieconcept C, Indirect pompsysteem met economiser, vriezen.
18 TNO-MEP R 2004/ van 35 Condensor Hoge druk vlotter Hoge druk vlotter Verdamper Figuur 4.8 Installatieconcept D, Tweetraps pompsysteem, vriezen. Condensor Hoge druk vlotter Hoge druk vlotter Koudedrager Koeler Figuur 4.9 Installatieconcept E, Indirect tweetraps pompsysteem, vriezen.
19 TNO-MEP R 2004/ van 35 Condensor NH 3 Hoge druk vlotter CO 2 NH 3 Cascade warmtewisselaar CO 2 Hoge druk vlotter CO 2 Verdamper Figuur 4.10 Installatieconcept F, Ammoniak/CO 2 cascade systeem, vriezen. Alle installatieconcepten zijn voorzien van een luchtgekoelde condensor. Voor het ontdooien wordt de energiebesparende maatregel persgasontdooien toegepast. De installatieconcepten gebaseerd op een DX systeem zijn voorzien van de energiebesparende maatregel elektronische expansieventielen. Bij de installatieconcepten gebaseerd op een pompsysteem vindt de drukregeling via een HD (hoge druk) vlotter plaats. Bij de installatieconcepten waar sprake is van een eentraps systeem is uitgegaan van de toepassing van een economiser, in de vorm van een ecopoort op een schroefcompressor. Voor de overige systemen wordt geen onderscheid gemaakt tussen schroef- of zuigercompressor. Er wordt een standaard isentropisch rendement aangehouden. Indirecte systemen maken gebruik van een eenfasige of van een tweefasige (verdampend CO 2 ) koudedrager. 4.3 Alternatieve technologieën Als alternatieve technologie is absorptiekoeling als systeemoptie meegenomen. Deze technologie is alleen een reële optie voor het temperatuurniveau vriezen. Het installatieconcept bestaat uit een pompsysteem. Het koudemiddel is ammoniak en de absorbent is water. Deze systeemoptie is eveneens in tabel 4.2 opgenomen. Figuur 4.11 toont dit installatieconcept.
20 TNO-MEP R 2004/ van 35 Generator Condensor Vloeistofpomp Expansieorgaan Hoge druk vlotter Absorber Verdamper Figuur 4.11 Installatieconcept G, Absorptie koelsysteem, vriezen. 4.4 Energiebesparende maatregelen Energiebesparende maatregelen zijn mogelijk voor meerdere systeemopties. Deze maatregelen worden daarom apart opgenomen. Tabel 4.3 geeft een opsomming van de energiebesparende maatregelen voor het temperatuurniveau koelen. Tevens is aangegeven wat globaal de energiebesparing van de koelinstallatie is bij het toepassen van een maatregel. Tabel 4.3 Energiebesparende maatregelen, koelen. Maatregel Energiebesparing Vergroot condensoroppervlak 10 % Verdampingscondensor 10 % Watergekoelde condensor met koeltoren 1) 10 % Vergroot verdamperoppervlak 5 % Energiezuinige ventilatoren condensor + verdamper 10 % Energiezuinige compressor, HFK en ammoniak 15 % Frequentieregeling compressor 10 % Extra onderkoeling (alleen voor DX systeem met een HFK koudemiddel) Elektronisch expansieventiel i.p.v. thermostatisch expansieventiel 11 % 22 % Persgasontdooien i.p.v. elektrisch ontdooien 10 % 1) onder de aanname dat het energiegebruik ongeveer overeenkomt met dat van een luchtgekoelde condensor.
21 TNO-MEP R 2004/ van 35 Op analoge wijze is voor het temperatuurniveau vriezen tabel 4.4 opgesteld. Tabel 4.4 Maatregel Energiebesparende maatregelen vriezen. Energiebesparing Vergroot condensoroppervlak 5 % Verdampingscondensor 5 % Watergekoelde condensor met koeltoren 1) 5 % Vergroot verdamperoppervlak 2 % Energiezuinige ventilatoren condensor + verdamper 7 % Energiezuinige compressor, HFK 16 % Energiezuinige compressor, ammoniak 12 % Frequentieregeling compressor 10 % Elektronisch expansieventiel i.p.v. thermostatisch expansieventiel 20 % Persgasontdooien i.p.v. elektrisch ontdooien 10 % Warmteterugwinning t.b.v. vloerverwarming 25 tot 50 % van de compressorenergie is hiervoor beschikbaar 1) onder de aanname dat het energiegebruik ongeveer overeenkomt met dat van een luchtgekoelde condensor Vergroot condensoroppervlak Bij vergroting van het condensoroppervlak, waardoor het warmteoverdragend oppervlak toeneemt, kan voor een zelfde capaciteit volstaan worden met een kleiner temperatuurverschil. De condensatietemperatuur kan dan omlaag. Hierdoor wordt de compressorarbeid minder, wat resulteert in een lager energiegebruik. Verdampingscondensor met DT = 10K Hiervoor geldt hetzelfde als voor een vergroot condensoroppervlak, echter nu wordt de toename van de warmteoverdracht gerealiseerd door water over de verdamper te sproeien. De investeringskosten hiervan zijn lager dan voor een vergroot condensoroppervlak echter de operationele kosten zijn hoger (watergebruik, chemicaliën). Watergekoelde condensor met koeltoren met DT=10K Hiervoor geldt hetzelfde als voor de bovenstaande energiebesparende maatregelen, echter nu wordt de warmte afgestaan aan water in een watergekoelde condensor. Het water wordt vervolgens in een koeltoren teruggekoeld. Het water wordt gerecirculeerd. Deze maatregel wordt voornamelijk toegepast bij grote systemen. Bij systemen een koelvermogen kleiner dan 150 kw worden watergekoelde condensors in het algemeen weinig gebruikt.
22 TNO-MEP R 2004/ van 35 Vergroot verdamperoppervlak Door de vergroting van het verdamperoppervlak is het mogelijk om dezelfde capaciteit te halen bij een kleiner temperatuurverschil. Dit leidt tot een hogere verdampingstemperatuur, resulterend in een lager energiegebruik van de compressor. Energiezuinige ventilatoren verdamper en condensor Bij toepassing van energiezuinige ventilatoren neemt het energiegebruik af. Dit leidt bij de verdampers tevens tot een vermindering van de interne warmtebelasting. In Annex II is in de tabellen aangegeven hoeveel een energiezuinige ventilator bespaart ten opzichte van een standaard ventilator voor de diverse situaties. Energiezuinige compressor Een energiezuinige compressor heeft betrekking op zowel een hoger rendement van de compressor zelf en op een hoger motorrendement. Frequentieregeling compressor De frequentieregelaar past het toerental van de compressor aan op de koudevraag, waardoor de efficiëntie van het systeem in deellastbedrijf toeneemt ten opzichte van de gebruikelijke regelingen (bijvoorbeeld kleplichting bij zuigercompressoren of regelschuiven bij schroefcompressoren). Onderkoeling bij DX koelsystemen Bij DX systemen met een HFK kan het energetisch gunstig zijn onderkoeling toe te passen. Voor onderkoeling worden diverse configuraties toegepast, bijvoorbeeld een externe of interne warmtewisselaar. Hierbij speelt het toegepaste koudemiddel een rol. Elektronisch expansieventiel Bij de installatieconcepten is steeds uitgegaan van een elektronisch expansieventiel. Echter, er worden nog vaak thermostatische ventielen toegepast. Thermostatische expansieventielen vereisen, in tegenstelling tot elektronische expansieventielen, een voldoende hoge condensatiedruk. Dit betekent voor luchtgekoelde condensor dat ook bij lage buitenluchttemperaturen op een relatief hoge temperatuur wordt gecondenseerd. Elektronische expansieventielen bieden de mogelijkheid om de condensatiedruk te verlagen bij lagere buitenluchttemperaturen, wat resulteert in een lager energiegebruik van de compressor. Persgasontdooien in plaats van elektrisch ontdooien Bij elektrisch ontdooien wordt door een heater extern warmte in de koelers gebracht om de rijp te smelten. Bij persgasontdooien wordt heet persgas van de hoge druk zijde van de installatie in de koelers geperst en is geen extra externe energie benodigd. Het ontdooiproces verloopt bij deze wijze van ontdooien efficiënter en sneller, wat tevens leidt tot een kleinere interne warmtebelasting van het systeem.
23 TNO-MEP R 2004/ van 35 Warmteterugwinning t.b.v. vloerverwarming bij vriessystemen Bij vrieshuizen is vloerverwarming van de gekoelde ruimten noodzakelijk om opvriezen van de vloer te voorkomen. De vloerverwarming kan worden gerealiseerd door de persgaswarmte van de koelinstallatie te benutten. Hierdoor hoeft er geen aparte gasgestookte verwarminginstallatie te worden aangeschaft en wordt er bespaard op gasverbruik. 4.5 Uitgangspunten Teneinde de systeemopties goed met elkaar te kunnen vergelijken zijn eenduidige uitgangspunten vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn voor koelen en vriezen verschillend. Alle uitgangspunten zijn opgesteld in nauwe samenwerking met de begeleidingscommissie. Indien van toepassing zijn de waarden opgegeven per kw koelcapaciteit. Annex II.1 geeft de algemene uitgangspunten voor de systeemopties koelen en annex II.2 die voor de systeemopties vriezen. De uitgangspunten voor de energiebesparingsmaatregelen zijn voor koelen in annex II.3 en voor vriezen in annex II.4 opgenomen. De investeringskosten voor de verschillende installatieconcepten zijn voor koelen in annex II.5 en voor vriezen in annex II.6 opgenomen. Basisgegevens voor de berekening van de operationele kosten en de gemiddelde koudemiddelinhoud zijn eveneens in annex II.5 en II.6 vermeld. Elke koelinstallatie wordt custom made gebouwd. Dat betekent dat het niet eenvoudig is om aan de hand van vrij globale omschrijvingen een nauwkeurige kostenindicatie te verkrijgen. De investeringskosten zijn immers vaak afhankelijk van allerlei andere factoren zoals: Overige voorzieningen (warmteterugwinning, vloerverwarming, geïntegreerde warmtepompfunctie etc) Afstand van de verdampers ten opzichte van de machinekamer Afbraak van oude installatie Hergebruik oude componenten Etc. De hier gebruikte investeringskosten moeten dus worden gezien als indicatie, en zijn voornamelijk bedoeld om verschillende concepten ten opzichte van elkaar te kunnen vergelijken. In de investeringskosten is geen rekening gehouden met eventuele subsidies. Om een goede kostenopgaaf van een specifieke installatie te krijgen, dient men offertes van enkele installateurs aan te vragen. Alleen dan kan er een weloverwogen keuze worden gemaakt. De uitgangspunten voor de meerkosten van energiebesparende maatregelen zijn in annex II.7 voor koelen en in annex II.8 voor vriezen vermeld. Deze opgaven zijn eveneens indicatief van aard.
24 TNO-MEP R 2004/ van Resultaten In deze Aanvulling zijn voor elke referentiegebruiker de aangegeven systeemopties doorgerekend op energiegebruik, kosten en broeikasgasemissies. Alle waarden zijn hierbij berekend per kw koelvermogen, zodat een onderling vergelijk wordt vergemakkelijkt. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van het STIMEK-Industrie rekenprogramma [4] dat voor dit doel is aangepast. De uitkomsten zijn gebaseerd op algemene uitgangspunten en zijn daarmee globaal en richtinggevend van aard. 5.1 Koelen Systeemopties Per referentiegebruiker zijn voor het temperatuurniveau koelen voor elke systeemoptie het energiegebruik, de diverse kosten en de broeikasgasemissies, zowel direct als indirect, in tabel 5.1 weergegeven. Bij de kosten zijn eventuele subsidies niet meegenomen. Tabel 5.1 Energiegebruik, kosten en broeikasgasemissies, systeemopties koelen. KOSTEN BROEIKASGASEMISSIES Installatie Type Energiegebruik Energie Onderhoud en keuringen Afschrijving Exploitatie Indirect Direct Totaal Q < 250 kw [kwhe/(kw.jaar] [Euro/kW.jaar] (Euro/(kW.jaar)] [Euro/kWjaar] [Euro/(kW.jaar)] (kg CO2 -eq)/(kw.jaar)kg CO2 -eq)/(kw.jaar [(kg CO2 -eq)/(kw.jaar)] 1 (referentie) DX R134a DX R DX R404A/R Indirect DX R134a Indirect DX R < Q < 1000 kw 6 (referentie) Pompsysteem R134a Pompsysteem R Pompsysteem R404A/R Indirect pompsys. R134a Indirect pompsys. R Indirect DX R134a Indirect DX R Dx R134a Dx R DX R404A/R Indirect pompsys. R717 + CO2 koudedr Q > 1000 kw 17 (referentie) Indirect pompsys. R Indirect pompsys. R134a Indirect DX R Indirect DX R134a Pompsysteem R Pompsysteem R134a Indirect pompsys. R717 + CO2 koudedr
25 TNO-MEP R 2004/ van 35 De figuren 5.1 t/m 5.3 laten voor de drie referentiegebruikers grafisch de relatieve plaats van een systeemoptie zien. In de figuren is elke systeemoptie geplaatst op basis van zijn exploitatiekosten en totale broeikasgasemissies. De figuren laten dat deel van het plaatje zien waar de systeemopties zich bevinden. Het nulpunt valt dus buiten het kader van de figuren. 250 Koelen Q < 250 kw Exploitatie kosten [Euro/(kW.jaar)] (referentie) Broeikasgasemissie [kg CO2-eq./(kW.jaar)] Figuur 5.1 Kosten en broeikasgasemissies, Q < 250 kw, koelen. 250 Koelen 250 < Q < 1000 kw Exploitatie kosten [Euro/(kW.jaar)] (referentie) Broeikasgasemissie [kg CO2-eq./(kW.jaar)] Figuur 5.2 Kosten en broeikasgasemissies, 250 kw< Q < 1000 kw, koelen.
26 TNO-MEP R 2004/ van Koelen Q > 1000 kw Exploitatie kosten [Euro/(kW.jaar)] (referentie) Broeikasgasemissie [kg CO2-eq./(kW.jaar)] Figuur 5.3 Kosten en broeikasgasemissies, Q > 1000 kw, koelen Energiebesparende maatregelen In tabel 5.2 is voor elke energiebesparende maatregel naast de percentuele besparing tevens voor elk van de drie referentiegebruikers aangegeven in welke ordegrootte de terugverdientijd ligt. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele subsidies.
27 TNO-MEP R 2004/ van 35 Tabel 5.2 Energiebesparing en terugverdientijd maatregelen, koelen. Energiebesparende maatregelen Energiebesparing Terugverdientijd [jaar] [%] Q<250 kw 250<Q<1000 kw Q>1000 kw Vergroot condensoroppervlak Verdampingscondensor 10 0, ,5 0 Watergekoelde condensor + koeltoren 10 4,5-5,5 6-8,5 4-5,5 Vergroot verdamperoppervlak Energiezuinige ventilatoren condensor + verdamper ,5 3-4,5 Energiezuinige compressor 15 1, ,5-2 Frequentieregeling compressor ,5 3-4,5 Extra onderkoeling (DX systeem met een HFK) 11 geen kostengeg. geen kostengeg. geen kostengeg Elektronisch expansieventiel i.p.v thermostatisch expansieventiel 1) Persgas ontdooien i.p.v. elektrisch 10 4,5-5, ,5-6,5 ontdooien 2) 1) 2) Deze energiebesparende maatregel is al in de berekeningen voor de systeemopties met een DX systeem meegenomen Deze energiebesparende maatregel is al in de berekeningen voor de systeemopties meegenomen 5.2 Vriezen Systeemopties Per referentiegebruiker zijn voor het temperatuurniveau vriezen voor elke systeemoptie het energiegebruik, de diverse kosten en de broeikasgasemissies, zowel direct als indirect, in tabel 5.3 weergegeven. De alternatieve technologie absorptiekoeling is eveneens in dit overzicht opgenomen. Bij de kosten zijn eventuele subsidies niet meegenomen.
28 TNO-MEP R 2004/ van 35 Tabel 5.3 Energiegebruik, kosten en broeikasgasemissies, systeemopties vriezen. KOSTEN BROEIKASGASEMISSIES Installatie Type Energiegebruik Energiekosten Onderhoud en keuringen Afschrijving Exploitatie Indirect Direct Totaal Q < 250 kw [kwhe/kwjaar] (Euro/(kW.jaar)] (Euro/(kW.jaar)] (Euro/(kW.jaar)] [Euro/kWjaar] [(kg CO2 -eq)/(kw.jaar)] [(kg CO2 -eq)/(kw.jaar)] [(kg CO2 -eq)/(kw.jaar)] 1 DX met economiser R404A/R , DX met economiser R , Pompsys. met economiser R404A/R , Pompsys. met economiser R , AKI 1 Absorptie koelinstallatie , < Q < 1000 kw 5 indirect 2-traps pompsys. R fasige koudedr , indirect 2-traps pompsys.r717+ CO2 koudedr , Pompsys. met economiser R404A/R , Pompsys. met economiser R , traps pompsys. R404A/R , traps pompsys. R , indirect pompsys. met economiser R fasige kouded , indirect pompsys. met economiser R717 + CO2 koudedr , NH3 /CO2 cascade pompsys. (R717/R744) , AKI2 Absorptiesys., pompsys. R , Q > 1000 kw 14 NH3 /CO2 cascade pompsys. (R717/R744) , traps pompsys. R404A/R , traps pompsys. R , indirect 2-traps pompsys. R fasige koudedr , indirect 2-traps pompsys.r717+ CO2 koudedr , AKI 3 Absorptiesys., pompsys. R , , De figuren 5.4 t/m 5.6 laten voor de drie referentiegebruikers grafisch de relatieve plaats van een systeemoptie zien. In de figuren is elke systeemoptie geplaatst op basis van zijn exploitatiekosten en totale broeikasgasemissies. De figuren laten dat deel van het plaatje zien waar de systeemopties zich bevinden. Het nulpunt valt dus buiten het kader van de figuren. 500 Vriezen Q < 250 kw AKI 1 Exploitatie kosten [Euro/(kW.jaar)] (referentie) Broeikasgasem issie [kg CO2-eq./(kW.jaar)] Figuur 5.4 Kosten en broeikasgasemissies, Q < 250 kw, vriezen.
29 TNO-MEP R 2004/ van 35 Vriezen 250 < Q < 1000 kw 500 Exploitatie kosten [Euro/(kW.jaar)] (referentie) AKI Broeikasgasem issie [kg CO2-eq./(kW.jaar)] Figuur 5.5 Kosten en broeikasgasemissies, 250 kw< Q < 1000 kw, vriezen. 500 Vriezen Q > 1000 kw Exploitatie kosten [Euro/(kW.jaar)] (referentie) AKI Broeikasgasemissie [kg CO2-eq./(kW.jaar)] Figuur 5.6 Kosten en broeikasgasemissies, Q > 1000 kw, vriezen Energiebesparende maatregelen In tabel 5.4 is voor elke energiebesparende maatregel naast de percentuele besparing tevens voor elk van de drie referentiegebruikers aangegeven in welke ordegrootte de terugverdientijd ligt. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele subsidies.
30 TNO-MEP R 2004/ van 35 Tabel 5.4 Energiebesparing en terugverdientijd maatregelen, vriezen. Energiebesparende maatregelen Energie- Terugverdientijd [jaar] besparing [%] Q<250 kw 250<Q<1000 kw Q>1000 kw Vergroot condensoroppervlak Verdampingscondensor 5 1 1,5 0 Watergekoelde condensor + koeltoren 5 5-6,5 8-9,5 5,5-6 Vergroot verdamperoppervlak Energiezuinige ventilatoren condensor + verdamper ,8-4,4 Energiezuinige compressor, HFK ,5 1,5 Energiezuinige compressor, ammoniak ,5 2 2 Frequentieregeling compressor Elektronisch expansieventiel i.p.v thermostatisch expansieventiel 1) Persgas ontdooien i.p.v. elektrisch 10 2, ontdooien 2) Warmteterugwinning t.b.v. vloerverwarming % compressorenergie 0,5-1,5 0,5-1 0,5-1 1) 2) Deze energiebesparende maatregel is al in de berekeningen voor de systeemopties met een DX systeem meegenomen. Deze energiebesparende maatregel is al in de berekeningen voor de systeemopties meegenomen. 5.3 Voorbeelden Als eerste voorbeeld gaan we uit van een koelhuis met een benodigde koelcapaciteit van 550 kw. Uit figuur 5.2 blijkt dat een pompsysteem met R717 (systeemoptie 7) of een indirect pompsysteem met R717 en R744 als 2-fasige koudedrager (systeemoptie 16) een goede keuze kan zijn ten opzichte van het referentiesysteem (systeemoptie 6). Uiteraard moet voor de definitieve keuze aan meer factoren aandacht worden geschonken, bijvoorbeeld de benodigde vergunningen. Zeker bij grote hoeveelheden ammoniak moet hier rekening mee worden gehouden.
31 TNO-MEP R 2004/ van 35 In tabel 5.5 zijn een aantal kenmerken van deze systeemopties weergegeven. Tabel 5.5 Voorbeeld van een koelinstallatie van 550 kw. R717 pompsysteem R717 indirect pompsysteem CO 2 koudedrgr R134a pompsysteem Koudemiddelinhoud [kg] Investering [ ] Exploitatiekosten [ /j] Energieverbruik [kwh/j] Totale CO 2 -eq emissie [ton/j] Het R717 pompsysteem heeft ten opzichte van de andere systeemopties de volgende voordelen: de laagste broeikasgasemissie, ruim 30% lager dan het R134a referentiesysteem, de exploitatiekosten en de investering zijn ongeveer gelijk aan die voor het R134a systeem, het laagste energiegebruik. Het R717 indirect pompsysteem met CO2 als koudedrager heeft ten opzichte van de andere systeemopties de volgende voordelen: een relatief kleine ammoniakinhoud, waarbij de ammoniak alleen in de machinekamer of in de open lucht wordt toegepast, een circa 20% lagere CO 2 -eq. emissie dan het R134a referentiesysteem. Wordt er bovendien geïnvesteerd in een vergrote luchtgekoelde condensor dan wordt het energiegebruik gereduceerd met 10% en daarmee ook de indirecte emissies. De meerkosten bedragen circa 4%. Voor het R717 pompsysteem betekent dat een meerinvestering van circa ,-. De terugverdientijd van deze investering bedraagt circa 4 tot 6 jaar. Het tweede voorbeeld heeft betrekking op een vrieshuis met een benodigde koelcapaciteit van 550 kw. Een gebruikelijke vriesinstallatie bestaande uit een pompsysteem met economiser en R507 als koudemiddel (systeemoptie 7) wordt vergeleken met een sinds een paar jaar toegepast type vriesinstallatie bestaande uit een ammonia/kooldiode cascadesysteem met pompcirculatie (systeemoptie 13).
32 TNO-MEP R 2004/ van 35 Tabel 5.6 geeft een aantal kenmerken van beide systeemopties weer. Tabel 5.6 Voorbeeld van een vriesinstallatie van 550 kw. R717/R744 cascadesysteem pompsysteem R507 pompsysteem met economiser Koudemiddelinhoud [kg] 330 (R717) Investering [ ] Exploitatiekosten [ /j] Energieverbruik [kwh/j] Totale CO 2 -eq emissie [ton/j] Het grootste voordeel bij de toepassing van het ammoniak/kooldioxide cascadesysteem is de aanzienlijke lagere broeikasgasemissie, meer dan 35 % lager dan die van het R507 pompsysteem. De lagere emissie wordt niet alleen veroorzaakt door het vrijwel ontbreken van directe emissies maar ook door een lagere indirecte broeikasgasemissie. Het energiegebruik is namelijk een kleine 10% lager voor het ammoniak/kooldioxide cascadesysteem dan voor het R507 systeem. Hoewel de investeringskosten ruim 10 % hoger zijn voor het ammoniak/kooldioxide systeem, vallen, door het lagere energiegebruik, de exploitatiekosten lager uit.
33 TNO-MEP R 2004/ van Referenties [1] Bouwwijzer energie efficiënte koel- en vrieshuizen Nekovri Juni 2000 [2] Handboek energie-efficiency voor koel- en vrieshuizen Nekovri en Novem [3] Energiewijzer koel- en vriesopslag R.J.F. Vermeeren, M. Verwoerd, S. Lobregt TNO-MEP R 2000/472 [4] Rekenprogramma t.b.v. STIMEK industrie TNO-MEP [5] Koudemiddelen voor industriële koeling VNCI [6] Koudemiddelverbruik in Nederland Rapportage op basis van het Nationaal Onderzoek Koudemiddelstromen (NOKS) STEK, E.A.A. de Baedts e.a. Utrecht, 16 juli 2001 [7] Toetsingsinstrument met betrekking tot maartegelen om het broeikaseffect te reduceren van koudemiddelen in koelinstallaties en warmtepompen Fase 3: Praktische invulling raamwerk M. Verwoerd, H. Oonk TNO-MEP R 2002/243, mei 2002 [8] Besluit van 5 juli 1999 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet op de gevaarlijke werktuigen, de Brandweerwet 1985, de Mijnwet 1903, de Mijnwet continentaal plat, de Wet Milieubeheer en de Stoomwet met betrekking tot drukapparatuur (Besluit drukapparatuur) Warenwetbesluit Drukapparatuur [9] EN 378 Koelsystemen en warmtepompen Veiligheids- en milieu-eisen Juli 2000
34 TNO-MEP R 2004/ van 35 [10] Concept Regeling externe veiligheid inrichtingen (uitvoering van Besluit externe veiligheid inrichtingen) VROM, 2004 [11] NPR 7600 Nederlandse praktijkrichtlijn, Toepassing van natuurlijke koudemiddelen in koelinstallaties en warmtepompen Safety aspects of flammable refrigerants NEN [12] Subsidieregeling milieugerichte technologie (2004) BM/SMT/ROB 2004-H6-v01 hfst. 6.4 Kosteneffectiviteit van de maatregel
35 TNO-MEP R 2004/ van Verantwoording Naam en adres van de opdrachtgever: Novem T.a.v. Drs.Ing. A.D. Koppenol Postbus RE Utrecht Namen en functies van de projectmedewerkers: A.J. Mieog M. Verwoerd J.G.B. Fransen L.J.A.M. Hendriks Namen van instellingen waaraan een deel van het onderzoek is uitbesteed: - Datum waarop, of tijdsbestek waarin, het onderzoek heeft plaatsgehad: november 2003 tot november 2004 Ondertekening: Goedgekeurd door: M. Verwoerd Ing. A.A.L. Traversari MBA Projectleider Hoofd Expertiseteam
36 TNO-MEP R 2004/530 1 van 4 Annex I Annex I Posten koudevraag De koudevraag van koel- en vrieshuizen wordt bepaald door de volgende posten: transmissieverliezen: Dit is het warmtetransport door de wanden, plafond en vloer en wordt bepaald door het temperatuurverschil over de wand, de isolatiewaarde en het oppervlak. ventilatieverliezen: Ventilatieverliezen bestaan uit verversing en deurverliezen. Bepalend hiervoor is de warmte-inhoud (temperatuur, vochtgehalte) van de lucht binnen en buiten de gekoelde ruimte en de hoeveelheid uitgewisselde lucht. interne warmteproductie: Onder interne warmteproductie wordt verstaan de warmte van personen en apparaten (verlichting, transport, ventilatoren, machines, vloerverwarming bij vrieshuizen). ketenwarmte: In principe worden gekoelde en ingevroren producten op de juiste bewaartemperatuur aangevoerd en/of afgevoerd. In de praktijk blijkt dat niet altijd het geval. Hiervoor is bijkoeling nodig. De benodigde bijkoeling is afhankelijk van de soortelijke warmte van het product, de ingebrachte hoeveelheid en het temperatuurverschil. metabolisme: Levende producten (zoals groente, fruit, aardappelen, kaas) produceren warmte en geven vocht af. De grootte van deze warmtestroom is afhankelijk van het soort product en de hoeveelheid. overige warmteposten: Diverse kleine of incidentele warmteposten, zoals ontdooiverliezen, behoren tot deze post. inkoelen/invriezen: Het op de gewenste bewaartemperatuur brengen (inkoelen/invriezen) van producten vertegenwoordigt een grote koudevraag. De grootte van deze koudevraag is afhankelijk van de soortelijke warmte van het product, de ingebrachte hoeveelheid en van het verschil tussen de inbreng- en de gewenste eindtemperatuur. Bij de diverse posten dient tevens de bijbehorende tijdsduur in ogenschouw te worden genomen.
37 TNO-MEP R 2004/530 2 van 4 Annex I De energie die nodig is voor het vervullen van de koudevraag wordt mede, in positieve of negatieve zin, bepaald door de volgende posten. warmtevraag: Bedrijven hebben voor diverse processen (reinigen, ruimteverwarming, vloerverwarming) warmte nodig. Bij elk van de processen dient afzonderlijk vastgesteld te worden hoe groot de warmtevraag is en, of deze warmtevraag door warmteterugwinning van de koelinstallatie kan worden ingevuld. Indien warmteterugwinning van toepassing is, neemt de totale energievraag voor koelen en verwarmen af. ventilator (pomp)vermogen: Behalve een bijdrage aan de warmte-inbreng leveren verdamper- evenals condensorventilatoren ook een bijdrage aan het energiegebruik. De grootte hiervan is afhankelijk van de koudevraag waarvoor de ventilatoren worden ingezet. Bij toepassing van indirecte systemen of bij pompsystemen maakt het energiegebruik van de pomp eveneens onderdeel uit van het energiegebruik ten behoeve van de koeling. Een globale indruk van de aandelen van de diverse posten aan de koudevraag en aan het energiegebruik is in de onderstaande figuren gegeven. Als voorbeeld is voor de opslag van producten zowel een groot koelhuis als een groot vrieshuis genomen. Uitgegaan is van standaardwaarden zoals die gedefinieerd zijn in de Energiewijzer [3]. Bij het voorbeeld koelhuis zijn de volgende posten beschouwd: transmissieverliezen; ventilatieverliezen, in de vorm van deurverliezen; interne warmteproductie, veroorzaakt door verlichting, personen, transportmiddelen en verdamperventilatoren; Aangenomen is dat de producten op de juiste temperatuur worden aangeleverd en er dus geen ketenwarmte hoeft te worden weggekoeld. Verder is er van uit gegaan dat er geen metabolisme optreedt.
38 TNO-MEP R 2004/530 3 van 4 Annex I Koudevraagposten voorbeeld koelhuis transmissieverliezen ventilatieverliezen (deur) interne warmteproductie (verlichting, personen, transport) interne warmteproductie (verdamperventilatoren) Figuur I.1 Koudevraag, voorbeeld koelhuis Energiegebruikposten voorbeeld koelhuis transmissieverliezen ventilatieverliezen (deur) interne warmteproductie (verlichting, personen, t ransport) interne warmteproductie (verdampervent ilatoren) condensorventilat oren Figuur I.2 Energiegebruik, voorbeeld koelhuis Bij het voorbeeld vrieshuis zijn onderstaande posten meegenomen: transmissieverliezen; ventilatieverliezen in de vorm van deurverliezen. Ter beperking van de deurverliezen is een rekening met de toepassing van strokengordijn;
39 TNO-MEP R 2004/530 4 van 4 Annex I interne warmteproductie, veroorzaakt door verlichting, personen, transportmiddelen, verdamperventilatoren en vloerverwarming van het vrieshuis; overige warmteposten, in de vorm van ontdooien; warmteterugwinning ten behoeve van vloerverwarming van het vrieshuis. Aangenomen is dat de producten op de juiste temperatuur worden aangevoerd, zodat er geen ketenwarmte hoeft te worden afgevoerd. Koudevraagposten voorbeeld vrieshuis transmissieverliezen ventilatieverliezen (deur) interne warmteproductie (verlichting, personen, transport) interne warmteproductie (verdamperventilatoren) interne warmteproductie (vloerverwarming) overige warmteposten (ontdooien) Figuur I.3 Koudevraag, voorbeeld vrieshuis Energiegebruikposten voorbeeld vrieshuis transmissieverliezen ventilatieverliezen (deur) interne warmteproductie (verlichting, personen, transport) interne warmteproductie (verdamperventilatoren) interne warmteproductie (vloerverwarming) overige warmteposten (ontdooien) condensorventilatoren Figuur I.4 Energiegebruik, voorbeeld vrieshuis Door warmteterugwinning toe te passen wordt circa 1/5 van het primaire energiegebruik van de koelinstallatie bespaard op het totale energiegebruik.
40 TNO-MEP R 2004/530 1 van 6 Annex II Annex II Uitgangspunten systeemopties en energiebesparende maatregelen II.1 Algemene uitgangspunten systeemopties koelen Tabel II.1 Onderdeel Algemene uitgangspunten systeemopties, koelen Waarde Celtemperatuur 2 C Verdampingstemperatuur -6 C DT (temperatuurverschil) verdamper 8 K Ontwerp omgevingstemperatuur 25 C Thermostatisch expansieventiel Elektronisch expansieventiel HD (hoge druk) vlotter (pompsysteem) 40 C ( minimale condensatietemperatuur) 25 C ( minimale condensatietemperatuur) 20 C ( minimale condensatietemperatuur) DT (temperatuurverschil) condensor 15 K Isentropisch rendement compressor HFK 0,61 R717 0,65 Rendement elektromotor 0,9 Ventilatorvermogen condensor per kw koelcapaciteit Ventilatorvermogen verdamper per kw koelcapaciteit 50 W/kW 60 W/kW DT (temperatuurverschil) warmtewisselaar 5 K koudemiddel/koudedrager (indirect systeem) Pompenergie indirecte systemen koudedrager 10 % CO 2 5 % Ontdooien persgasontdooien Vollast draaiuren 2500 uur/jaar Koudemiddelen R134a R404A/R507 R717 GWP (global warming potential) 1300 kg CO 2 -eq./kg 3800 kg CO 2 -eq./kg 0 kg CO 2 -eq./kg Emissiefactor energiegebruik 0,61 kg CO 2 -eq./kwh e Gemiddeld lekkage installaties 5 % inhoud/jaar [6] Investering annuïteit methodiek vlgs [12] Levensduur installatie 20 jaar Rente 4% Annuïteit 0,0736 -/jaar
41 TNO-MEP R 2004/530 2 van 6 Annex II II.2 Algemene uitgangspunten systeemopties vriezen Tabel II.2 Onderdeel Algemene uitgangspunten systeemopties, vriezen Waarde Celtemperatuur -20 C Verdampingstemperatuur -27 C DT (temperatuurverschil) verdamper 7 K Ontwerp omgevingstemperatuur 25 C Thermostatisch expansieventiel Elektronisch expansieventiel HD (hoge druk) vlotter (pompsysteem) DT (temperatuurverschil) condensor 40 C ( minimale condensatietemperatuur) 25 C ( minimale condensatietemperatuur) 20 C ( minimale condensatietemperatuur) 15 K DT (temperatuurverschil) warmtewisselaar koudemiddel/koudedrager (indirect systeem) Isentropisch rendement compressor HFK R717 R717/R744 (CO 2 ) 5 K 0,57 0,60 0,68 Rendement elektromotor 0,9 Pompenergie indirect systeem, eenfasige koudedrager Pompenergie indirect systeem, tweefasige koudedrager (CO 2 ) Ventilatorvermogen condensor per kw koelcapaciteit Ventilatorvermogen verdamper per kw koelcapaciteit Ontdooien Vollast draaiuren 10 % 5 % 50 W/kW 75 W/kW persgasontdooien 4000 uur/jaar Koudemiddelen R404A/R507 R717 R744 (CO 2 ) GWP (global warming potential) 3800 kg CO 2 -eq./kg 0 kg CO 2 -eq./kg 1 kg CO 2 -eq./kg Emissiefactor energiegebruik 0,61 kg CO 2 -eq./kwh e Gemiddeld lekkage installaties 5 % inhoud/jaar [6] Investering annuïteit methodiek vlgs [12] Levensduur installatie 20 jaar Rente 4% Annuïteit 0,0736 -/jaar
42 TNO-MEP R 2004/530 3 van 6 Annex II II.3 Algemene uitgangspunten energiebesparingsmaatregelen koelen Tabel II.3 Maatregel Algemene uitgangspunten energiebesparingsmaatregelen, koelen Vergroot condensoroppervlak, DT Verdampingscondensor, DT Watergekoelde condensor met koeltoren, DT Vergroot verdamperoppervlak Energiezuinige condensorventilator Energiezuinige verdamperventilator Energiezuinige compressor, isentropisch rendement HFK R717 rendement elektromotor Frequentieregeling compressor Extra onderkoeling d.m.v. tussenwarmtewisselaar Elektronisch expansieventiel i.p.v. thermostatisch expansieventiel Persgasontdooien i.p.v. elektrisch ontdooien Waarde 10 K 10 K 10 K 6 K 20 W/kW 30 W/kW 0,75 0,80 0,94 bij een koelcapaciteit 250 kw 0,96 bij een koelcapaciteit > 250 kw frequentieregeling op één compressor alleen relevant bij DX systemen met een HFK koudemiddel
43 TNO-MEP R 2004/530 4 van 6 Annex II II.4 Algemene uitgangspunten energiebesparingsmaatregelen vriezen Tabel II.4 Maatregel Algemene uitgangspunten energiebesparingsmaatregelen, vriezen Vergroot condensoroppervlak, DT Verdampingscondensor, DT Watergekoelde condensor met koeltoren, DT Vergroot verdamperoppervlak Energiezuinige condensorventilator Energiezuinige verdamperventilator Energiezuinige compressor, isentropisch rendement HFK R717 rendement elektromotor Frequentieregeling compressor Elektronisch expansieventiel i.p.v. thermostatisch expansieventiel Persgasontdooien i.p.v. elektrisch ontdooien Warmteterugwinning voor vloerverwarming Waarde 10 K 10 K 10 K 6 K 20 W/kW 40 W/kW 0,65 0,69 0,94 bij een koelcapaciteit 250 kw 0,96 bij een koelcapaciteit > 250 kw frequentieregeling op één compressor i.p.v. ketel met 90% opwekrendement II.5 Uitgangspunten kosten en koudemiddelinhoud koelen Tabel II.5 Installatieconcepten Uitgangspunten kosten en koudemiddelinhoud, koelen Q < 250 kw 250 < Q < 1000 kw Q > 1000 kw Inhoud Inhoud Investering Investering Investering Inhoud [ /kw] [kg/kw] [ /kw] [kg/kw] [ /kw] [kg/kw] DX systeem 840 1, ,5 - Pompsysteem R , ,1 Pompsysteem HFK , Indirect pompsysteem, 1-fasige koudedrager Indirect pompsysteem, CO 2 koudedrager , , , ,4 Indirect DX systeem 885 0, , ,3 Diverse posten Kosten Kosten Kosten Electriciteit 0,09 [ /kwh] 0,065 [ /kwh] 0,065 [ /kwh] Water/chemicaliën (verdampingscond.) 10 [ /(kw.jaar)] 10 [ /(kw.jaar)] 10 [ /(kw.jaar)] Gas 0,333 [ /(m 3 ] 0,333 [ /(m 3 ] 0,333 [ /(m 3 ] Onderhoud 34 [ /jaar] 32 [ /jaar] 28 [ /jaar] Keuring/ inspectie 8 [ /jaar] 7 [ /jaar] 6 [ /jaar]
44 TNO-MEP R 2004/530 5 van 6 Annex II II.6 Uitgangspunten kosten en koudemiddelinhoud vriezen Tabel II.6 Installatieconcepten Uitgangspunten kosten en koudemiddelinhoud, vriezen Q < 250 kw 250 < Q < 1000 kw Q > 1000 kw Inhoud Inhoud Investering Investering Investering Inhoud [ /kw] [kg/kw] [ /kw] [kg/kw] [ /kw] [kg/kw] DX systeem met economiser Pompsysteem met economiser Indirect pompsysteem met economiser Tweetraps pompsysteem ,5 Indirect 2-traps pompsys. 1-fasige koudedr ,7 Indirect 2-traps pompsys. CO 2 koudedr ,7 NH 3 /CO 2 cascade pompsysteem , ,5 Absorptie koelsysteem , Diverse posten Kosten Kosten Kosten Electriciteit 0,09 [ /kwh] 0,065 [ /kwh] 0,065 [ /kwh] Water/chemicaliën (verdampingscond.) 14 [ /(kw.jaar)] 14 [ /(kw.jaar)] 14 [ /(kw.jaar)] Gas 0,333 [ /(m 3 ] 0,227 [ /(m 3 ] 0,202 [ /(m 3 ] Onderhoud 42 [ /jaar] 38 [ /jaar] 30 [ /jaar] Keuring/ inspectie 8 [ /jaar] 7 [ /jaar] 6 [ /jaar]
45 TNO-MEP R 2004/530 6 van 6 Annex II II.7 Uitgangspunten meerkosten energiebesparende maatregelen koelen Tabel II.7 Uitgangspunten meerkosten energiebesparende maatregelen, koelen Q < 250 kw 250 < Q < 1000 kw Q > 1000 kw Energiebesparende maatregelen Meerinvestering Meerinvestering Meerinvestering Vergroot condensoroppervlak 4% 4% 4% Verdampingscondensor 1% 1% 0% Watergekoelde condensor + koeltoren 6% 6% 5% Vergroot verdamperoppervlak 4% 4% 4% Energiezuinige ventilatoren condensor + verdamper 4% 4% 4% Energiezuinige compressor 3% 3% 3% Frequentieregeling compressor 4% 4% 4% Extra onderkoeling (DX systeem met een HFK) Elektronisch expansieventiel i.p.v. thermostatisch expansieventiel 5% 5% 5% Persgas ontdooien i.p.v. elektrisch ontdooien 6% 6% 6% II.8 Uitgangspunten meerkosten energiebesparende maatregelen vriezen Tabel II.8 Uitgangspunten meerkosten energiebesparende maatregelen, vriezen Q < 250 kw 250 < Q < 1000 kw Q > 1000 kw Energiebesparende maatregelen Meerinvestering Meerinvestering Meerinvestering Vergroot condensoroppervlak 4% 4% 4% Verdampingscondensor 1% 1% 0% Watergekoelde condensor + koeltoren 6% 6% 4% Vergroot verdamperoppervlak 4% 4% 4% Energiezuinige ventilatoren condensor + verdamper 4% 4% 4% Energiezuinige compressor 3% 3% 3% Frequentieregeling compressor 3% 3% 3% Elektronisch expansieventiel i.p.v. thermostatisch expansieventiel 3% - - Persgas ontdooien i.p.v. elektrisch ontdooien 6% 6% 6% Warmteterugwinning 3% 3% 3%
natuurlijke koudemiddelen Ir. Steven Lobregt Studie in opdracht van NEKOVRI en NVKL mede mogelijk gemaakt door SenterNovem
Vervangen R22: Kans voor natuurlijke koudemiddelen Ir. Steven Lobregt Studie in opdracht van NEKOVRI en NVKL mede mogelijk gemaakt door SenterNovem Welke HFK s komen in aanmerking Koelen; R134a,R417A,R404A,R507,,
Innovatieve koeltechniek aan boord van visserijtrawlers
Innovatieve koeltechniek aan boord van visserijtrawlers Week van de koude 8 december 2009 Gea Grenco Jan Gerritsen Innovatie koeltechniek aan boord van visserijtrawlers Makreel Makreel Voorkoelen in RSW-tanks
Warmte in de koudetechniek, een hot item
Wijbenga info sheet 5: Warmte in de koudetechniek, een hot item In het ontwerp van een koelinstallatie wordt steeds meer aandacht besteed aan het energieverbruik. Dit kan bereikt worden door een zo hoog
Themadag Centraal versus decentraal koelen
Themadag Centraal versus decentraal koelen Centrale versus decentrale industriële koelsystemen D.R. Wentink Adviesburo Verhoef Centraal versus decentraal koelen. Inhoudsopgave: 1. Definitie en verschillende
Koelen met ammoniak milieuvriendelijker & veilig (NH 3 en NH 3 /CO 2 koelsystemen)
Koelen met ammoniak milieuvriendelijker & veilig (NH 3 en NH 3 /CO 2 koelsystemen) Inhoudsopgave Inleiding 3 Samenvatting en conclusies 4 1. Algemene informatie 5 2. Welke systemen? 9 3. NH 3 projecten
Themadag Centraal versus decentraal koelen. Centrale versus decentrale industriële koelsystemen. D.R. Wentink Adviesburo Verhoef
Themadag Centraal versus decentraal koelen Centrale versus decentrale industriële koelsystemen D.R. Wentink Adviesburo Verhoef Centraal versus decentraal koelen. Inhoudsopgave: 1. Definitie en verschillende
WARMTE UIT KOUDE. Inzet van warmte uit koude (koelinstallaties) Kansen en rentabiliteit. warmte uit koude is geld waard
Inzet van warmte uit koude (koelinstallaties) Kansen en rentabiliteit warmte uit koude is geld waard Fons Pennartz (KWA) Jan Grift (Energy Matters) 1 Wetgeving & timing 1 januari 2010 (bij)vullen met nieuw
De toekomst van niet-natuurlijke koelmiddelen
De toekomst van niet-e koelmiddelen Sinds 1 januari 2015 zijn koelmiddelen die chloor bevatten (HCFK s en CFK s) verboden. Koelmiddelen met chlooratomen kunnen zorgen voor een aantasting van de ozonlaag.
Datacenterkoeling zonder F-gassen: uw data center het gehele (!) jaar compressorloos geklimatiseerd. Spreker: Marius Klerk
Datacenterkoeling zonder F-gassen: uw data center het gehele (!) jaar compressorloos geklimatiseerd Spreker: Marius Klerk ZONDER F-GASSEN STAAT UW DATACENTER STIL! F-gassen? gefluoreerde broeikasgassen,
Koudemiddel: welke alternatieven zijn toekomstbestendig?: Actuele ontwikkelingen en alternatieven voor de toekomst.
Koudemiddel: welke alternatieven zijn toekomstbestendig?: Actuele ontwikkelingen en alternatieven voor de toekomst. Bart van der Wekken, KNVvK, Koningkoudetechniek Rene van Gerwen, KNVvK, Entropycs Koninklijke
De keuze van koel/vriessystemen in supermarkten. In vier stappen naar winst- en imagoverbetering. in opdracht van
De keuze van koel/vriessystemen in supermarkten In vier stappen naar winst- en imagoverbetering in opdracht van De keuze van koel/vriessystemen in supermarkten Deze handreiking helpt ú, als supermarktondernemer,
Koelen én ventileren met de FreeCooler
Koelen én ventileren met de FreeCooler Milieuvriendelijk comfortabel kostenbesparend Klimaatbeheersing met de FreeCooler De FreeCooler Een nieuw gekoeld ventilatiesysteem dat in veel opzichten een verbetering
Toepassen aparte druktrappen/installaties voor koelen, vriezen en invriezen Procesefficiency Opwekken duurzame energie
Maatregeltitel Uitfaseren (H)CFK's Uitfaseren HFK s met GWP>2500 IE3 motoren op compressoren (of IE2 in combinatie met VFD) Uitvoeren good housekeeping maatregelen Invoeren energiezorg conform basischeck
RENEWABLE COOLING: Wat weten we? Halen we de doelen voor 2020?
RENEWABLE COOLING: Wat weten we? Halen we de doelen voor 2020? Week van de Koude, 8 december 2009 Doelen: Schoon en Zuinig in 2020 2% energiebesparing per jaar (verdubbeling) 30% reductie broeikasgassen
Geachte mevrouw, heer,
Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. Groningen Rostockweg 3 9723 HG Groningen Postbus 390 9700 AJ Groningen Telefoon 050-547 14 71 Fax 050-541 34 88 [email protected] www.wolterendros.nl Rabobank
Nat N u at u u r u l r i l j i ke k ko k u o d u e d mi m d i de d le l n, n een n atu at u u r u l r i l j i ke k ke k uze u!
, een natuurlijke keuze! De toekomst van koudemiddelen met hoge GWP: GWP Koudemiddelen 1 Meer dan 2500 0 500 1000 1500 2000 2500 3000 3500 4000 N R717 Amoniac N R744 CO2 HFO R1270 Propylene HC R600a Isobutaan
KOELING VAN DATACENTERS DOOR DE JAREN HEEN DATA CENTER
KOELING VAN DATACENTERS DOOR DE JAREN HEEN DATA CENTER AGENDA STULZ Groep B.V. Huidige EU doelstelling Energiestromen in een datacenter EER waarde Evolutie koelsystemen Toekomst STULZ GROEP B.V. Airconditioning
Beoordeling Legionellaveiligheid StatiqCooling dauwpuntskoeler
Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn TNO-rapport 2007-A-R0544/B
Restwarmtebenutting in de vleesverwerkende industrie. Case. A.(Fons)M.G. Pennartz Ir. Manager team Energie KWA Bedrijfsadviseurs B.V.
Restwarmtebenutting in de vleesverwerkende industrie d.m.v. HT-warmtepompen Case A.(Fons)M.G. Pennartz Ir. Manager team Energie KWA Bedrijfsadviseurs B.V. Aan bod komen: Situatie omschrijving case vleesbedrijf
Nieuwe wetgeving koelinstallaties versnelt toepassing warmtepompen
Nieuwe wetgeving koelinstallaties versnelt toepassing warmtepompen Door: Robin Sommers en Erik Deliege, Van Beek DIT IS EEN PUBLICATIE VAN: VAN BEEK INGENIEURS B.V. UTRECHTSESTRAAT 59 6811 LW ARNHEM +31
Koudeproductie. Verbod op het gebruik van koelmiddelen die de ozonlaag afbreken = Euthanasie of anesthesie?
Koudeproductie Verbod op het gebruik van koelmiddelen die de ozonlaag afbreken = Euthanasie of anesthesie? Inhoud I. De uitdagingen : Milieu, Energie en Beschikbaarheid II. Plan van aanpak III. Dalkia
Fig. 1 De schroefcompressor (bron Mayekawa)
Wijbenga info sheet 8: Economisers Een eco of economiser is een term die vaak voorbij komt bij de toepassing van schroefcompressoren in een koelinstallatie, zeker wanneer het een vriesinstallatie betreft.
Hoe kan ik de restwarmte van datacenters hergebruiken? APAC Airconditioning Martijn Kolk
Hoe kan ik de restwarmte van datacenters hergebruiken? APAC Airconditioning Martijn Kolk De APAC groep staat voor persoonlijke en betrouwbare dienstverlening. Met meer dan 25 jaar ervaring zijn wij uitgegroeid
Roerige tijden in de wereld van koelen en verwarmen. Ir. Erik J. Hoogendoorn, ENGIE Refrigeration
Roerige tijden in de wereld van koelen en verwarmen Ir. Erik J. Hoogendoorn, ENGIE Refrigeration Even voorstellen Inhoud Koudemiddelen Energie transitie Even voorstellen Introductie Erik Hoogendoorn Manager
Veiligheidsaspecten met betrekking tot natuurlijke koudemiddelen.
Toepassing van natuurlijke koudemiddelen in koelinstallaties, airconditioners en warmtepompen Veiligheidsaspecten met betrekking tot natuurlijke koudemiddelen. Nederlandse praktijkrichtlijn (NPR-7600)
Vervangen R22: kans voor natuurlijke koudemiddelen
Opdrachtgevers: NEKOVRI Vereniging van Nederlandse koel- en vrieshuizen Brussellaan 7a Eindhoven Contactpersoon: de heer K. van Soest NVKL Nederlandse vereniging voor ondernemingen op het gebied van koudetechniek
Energiebesparing. Kantoren A-01
Energiebesparing in Kantoren A-01 Meijer Energie- & Milieumanagement BV, Laan van N.O.I. 277, 2593 BS Den Haag. tel: 070-315 57 15 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd,
Warmtepompen. Een introductie
Warmtepompen Een introductie Inhoud presentatie Introductie 040energie Warmtepompen: Principe Varianten Financieel Is mijn huis geschikt? Vragen? Introductie 040Energie 040energie is een vereniging van
Slimme keuzes voor woningconcepten met warmtepompen
Slimme keuzes voor woningconcepten met warmtepompen Interactie tussen gevelisolatie, ventilatiesystemen en capaciteit warmtepompsystemen Per 1 januari 2015 worden de EPCeisen aangescherpt. Voor woningen
D2C-Airco. Resultaten en bevindingen van project. Datum 11 april Optimair Holding BV in opdracht van Agentschap NL
Resultaten en bevindingen van project D2C-Airco Dit rapport is onderdeel van de projectencatalogus energie-innovatie. Tussen 2005 en 2011 kregen ruim 1000 innovatieve onderzoeks- en praktijkprojecten subsidie.
Best Practice Koudetechniek
Best Practice Koudetechniek 1. Inleiding Met behulp van koelinstallaties is het mogelijk om processen, producten of ruimten te koelen en de daarbij vrijkomende warmte weer aan de omgeving af te staan of
C.V.I. 8.3 Koelen / verhitten; Werking van koelinstallaties
8 KOELEN / VERHITTEN 8.3 WERKING VAN KOELINSTALLATIES Auteur : P.G.H. Uges 10 juni 1996 blad 1 van 17 INHOUDSOPGAVE 2 1 INLEIDING 3 2 COMPRESSIE KOEL- EN VRIESINSTALLATIE 3 2.1 Werkingsprincipe van een
Inhoud DE CONSEQUENTIES...3
ALLES OVER HET UITFASEREN VAN SYNTHETISCHE KOUDEMIDDELEN Inhoud DE CONSEQUENTIES...3 MEER OVER SYNTHETISCHE KOUDEMIDDELEN...3 WAT ZIJN DE HOOFDPUNTEN UIT DE NIEUWE F- GAS WETGEVING...3 Een beperking van
Nieuwe duurzame koelconcepten. Rittal B.V. Elbert Raben
Nieuwe duurzame koelconcepten Rittal B.V. Elbert Raben Deze lezing wordt u aangeboden door: IT Enclosures IT Cooling IT Power IT Security IT Monitoring IT Services RiMatrix projects Agenda Verbod koudemiddel
Energie-efficiëntieverbetering bij koffiebranders
Energie-efficiëntieverbetering bij koffiebranders Energie-efficiëntie verbeteren binnen het koffiebrandproces via drie stappen Aanleiding In deze studie is de energiebesparing bij koffiebrandmachines onderzocht.
Tekst: ing. Dick Havenaar OPMERKELIJKE INNOVATIE: THERMOSIFON-KOELING EN FREE COOLING
Tekst: ing. Dick Havenaar OPMERKELIJKE INNOVATIE: THERMOSIFON-KOELING EN FREE COOLING 22 State-of-the-art frequentie toerengeregelde robuuste industriële VC-zuigercompressoren van GEA Grasso opgesteld
DE WERKING VAN DE WARMTEPOMP
De duurzame energiebron is onuitputtelijk, maar heeft een te laag temperatuurniveau om de CV rechtstreeks op aan te kunnen sluiten. De temperatuur zal dus eerst verhoogd moeten worden, waardoor wij onze
nergiebesparing in de ICT
nergiebesparing in de ICT Een koud kunstje? 10 April Green IT Energy Solutions Niels Sijpheer 3671 Meter (Q=m.g.h) 100 kg massa en 1 kwh arbeid: Hoe hoog kom ik? A Minder dan100 meter B Tussen 100 en 1000
Western - Ontwikkeling van natuurlijke en laag GWP koudemiddelen in koelmachines en warmtepompen 29 maart 2017
Western - Ontwikkeling van natuurlijke en laag GWP koudemiddelen in koelmachines en warmtepompen 29 maart 2017 Inhoud presentatie Ontwikkeling koelmachines en warmtepompen met rotary, scroll en schroefcompressoren
Opleiding Duurzaam Gebouw : ENERGIE
Opleiding Duurzaam Gebouw : ENERGIE Leefmilieu Brussel THEORETISCHE INLEIDING TOT KOELING Jan Maeyens Cenergie CVBA Doelstellingen van de presentatie Koude-opwekkingsprincipe Technieken en technologieën
Axima Refrigeration. 100% cooling technology. www.aximaref-gdfsuez.be
Axima Refrigeration 100% cooling technology www.aximaref-gdfsuez.be Het doel heiligt de middelen Quiz algemene koeltechnische kennis? Zijn er natuurlijke koudemiddelen beschikbaar onder het kritische punt
Koelen met CO2 Technische uitleg.
Koelen met CO2 Technische uitleg. De laatste jaren is veel gepubliceerd over het gebruik van natuurlijke koudemiddelen. Naast de vele voordelen van de CFK s, HCFK s en HFK s, heeft voortschrijdend inzicht
DR-KTA-X. Deelreglement Koeltechniek Algemeen (KTA)
DR-KTA-X Deelreglement Koeltechniek Algemeen (KTA) Uitgave: juli 2006 DR-KTA-X 2 1 Algemeen Naam : Elsevier Opleidingen Adres : Zwijndrecht Aard : Deeltijd, mondeling onderwijs Naast dit reglement is het
Bevi toets koelinstallatie Bevi toets koelinstallatie lijn 3
Bevi toets koelinstallatie Bevi toets koelinstallatie lijn 3 Aviko Lomm 8 juli 2016 Project Bevi toets koelinstallatie Document Bevi toets koelinstallatie lijn 3 Status Definitief Datum 8 juli 2016 LOMM1-1/16-012.098
CO2 als koudemiddel voor de gehele voedselketen
CO2 als koudemiddel voor de gehele voedselketen Agenda De Europese F-gas verordening De Carrier organisatie Carrier Bedrijfskoeling Benelux Industriële toepassingen Tonnes CO2 eqivalent Average GWP EU
Meer wooncomfort. en minder energieverbruik door een warmtepomp. voltalimburg.nl/warmtepomp
Meer wooncomfort en minder energieverbruik door een warmtepomp voltalimburg.nl/warmtepomp Tip! Vraag subsidie aan bij de aanschaf van een warmtepomp. Het subsidiebedrag voor een warmtepomp van 5 kw is
DR-KTC-X. Deelreglement Ontwerp van koeltechnische installaties (KTC)
DR-KTC-X Deelreglement Ontwerp van koeltechnische installaties (KTC) Uitgave: september 2009 DR-KTC-X 2 1 Algemeen Naam : Reed Business Opleidingen Adres : Zwijndrecht Aard : Deeltijd, mondeling onderwijs
Alternatieve koudemiddelen. Western Airconditioning B.V. Anton Dijksma Product & Quality Manager
Alternatieve koudemiddelen Western Airconditioning B.V. Anton Dijksma Product & Quality Manager Western Airconditioning B.V. Is al 30 jaar leverancier van klimaatairconditioners, koelmachines, warmtepompen,
Verdampingscondensors
Wijbenga info sheet 7: Verdampingscondensors Een traditionele compressie koelinstallatie bestaat naast de basis componenten als compressor, verdamper, vloeistofvat of afscheider en expansieorgaan ook uit
Markt oplossingen met decentrale koelinstallaties Chris van der Lande Uniechemie BV Apeldoorn
Markt oplossingen met decentrale koelinstallaties Chris van der Lande Uniechemie BV Apeldoorn Kenmerken Centraal Koeler per cel >compressorset centraal in machinekamer >condensor extern Vertakt stelsel
H e t W A d u s E P C p a k k e t
Uw partner in duurzame energie H e t W A d u s E P C p a k k e t De ultieme oplossing voor uw woning v1.0 april 2009 Voorwoord WAdus BV is een jong en dynamisch bedrijf. Het bedrijf is opgericht in 2008
M. De Paepe Opleiding Energietechniek in gebouwen 2006-2007. WKK in gebouwen
WKK in gebouwen 1/22 2/22 3/22 4/22 5/22 6/22 7/22 8/22 9/22 10/22 11/22 12/22 13/22 14/22 15/22 16/22 WKK en koeling - Trigeneratie Traditioneel verstaat men onder warmtekrachtkoppeling de gecombineerde
Totaal Equivalent Broeikaseffect van koelinstallaties (TEWI): zin en onzin
D - TEWI Totaal Equivalent Broeikaseffect van koelinstallaties (TEWI): zin en onzin Inleiding De koudetechniek is een van de sectoren die bijdragen aan het broeikasprobleem: direct vanwege het gebruik
Warmteterugwinningsystemen. Verspil de energie van uw koelunit niet maar maak er gratis warm water van
Warmteterugwinningsystemen Verspil de energie van uw koelunit niet maar maak er gratis warm water van Stop verspilling! Het energieverbruik van boilers vertegenwoordigt een steeds groter deel van de totale
Regelgeving voor koelinstallaties. Voor koel- en vriesinstallaties, airconditioningsinstallaties en warmtepompen Informatieblad.
I n f o M i l > L u c h t > R e d u c t i e o v e r i g e b r o e i k a s g a s s e n Regelgeving voor koelinstallaties Voor koel en vriesinstallaties, airconditioningsinstallaties en warmtepompen Informatieblad
RCCTotalEnergy. RCC Total Energy Schoon & zuinig koelen en verwarmen
Door S.M. van der Sluis TNO Afdeling Koude, Warmte en Installaties Renewable Cooling voor supermarkten Renewable Cooling staat voor duurzaam koelen met behulp van koude die van nature aanwezig is. In een
Best Practice Koudemiddelen voor Industriële Koeling
Best Practice Koudemiddelen voor Industriële Koeling 1. Inleiding Het medium dat de thermodynamische kringloop in een koelinstallatie doorloopt, wordt het koudemiddel genoemd. Deze kringloop omvat in grote
Tabel 1 Aanbevolen procedure voor vacumeren
Wijbenga info sheet 12: Vacumeren Inleiding Deze keer geen luchtig onderwerp. Na de bouw van een koelinstallatie zal deze in bedrijf genomen moeten worden. Deze inbedrijfstelling bestaat uit een aantal
Duurzaam gekoeld ventileren. Door Willem van Dijk
Duurzaam gekoeld ventileren Door Willem van Dijk Even Voorstellen Willem van Dijk Technisch Commercieel Adviseur De afgelopen 30 jaar, vanuit de praktijk en bij verschillende bedrijven op het gebied van
14/12/2015. Wegwijs in de koeltechniek voor de niet koeltechnieker. Auteur: Rudy Beulens
Wegwijs in de koeltechniek voor de niet koeltechnieker Auteur: Rudy Beulens E-mail: [email protected] 1 Wat is koeltechniek Is een verzameling van technische oplossingen Bedoeld om ruimten,
Inhoudelijke verkenning gesubsidieerde NH 3 /CO 2 koel/vrieshuis-projecten met onvoorziene praktijk problemen
Inhoudelijke verkenning gesubsidieerde NH 3 /CO 2 koel/vrieshuis-projecten met onvoorziene praktijk problemen Status: openbaar Opdrachtgever: SenterNovem Programma Reductie Overige Broeikasgassen Contactpersoon:
Richtlijn reductie broeikasgassen airco-installaties in utiliteitsbouw
Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn TNO-rapport B&O-A
Advies Ontwerp Levering Installatiepartners Inbedrijfstelling
Advies Ontwerp Levering Installatiepartners Inbedrijfstelling Een warmtepomp genereert op een efficiënte manier warmte om uw huis comfortabel te verwarmen of van warm water te voorzien. Warmtepompen hebben
Vierde Tranche Activiteitenbesluit Veiligheid Koelinstallaties. Gerard Pouw (RWS/InfoMil) Coen van de Sande (NVKL) Stephan Nieuwenburg (OZHZ)
Vierde Tranche Activiteitenbesluit Veiligheid Koelinstallaties Gerard Pouw (RWS/InfoMil) Coen van de Sande (NVKL) Stephan Nieuwenburg (OZHZ) Overzicht presentatie Achtergrond Belangrijkste wijzigingen
Your added value provider
Energiebesparing Presentatie Energiebesparing waarom? Meer netto winst Efficient proces Energie besparen Minder CO2 beter milieu Minder onderhoud Energiebesparing: Energieverbruik Wereldwijd Rendement,
Verwarm uw woning elektrisch. Creëer met een warmtepomp uw ideale WinWoonSituatie
Verwarm uw woning elektrisch Creëer met een warmtepomp uw ideale WinWoonSituatie Bespaar op energiekosten én het milieu De meeste woningen in Nederland gebruiken een cv-ketel op gas. Hiermee verwarmen
Energie Label C behalen met duurzaam klimatiseren voor Kantoren. Door Willem van Dijk
Energie Label C behalen met duurzaam klimatiseren voor Kantoren Door Willem van Dijk Even Voorstellen Willem van Dijk Technisch Commercieel Adviseur 30 jaar praktijk ervaring op het gebied van: Koeltechniek
Energie-efficiëntieverbetering bij (kleine) koffiebranders
Energie-efficiëntieverbetering bij (kleine) koffiebranders Energie-efficiëntie verbeteren binnen het koffiebrandproces via drie stappen Aanleiding In deze studie is de energiebesparing bij kleine koffiebrandmachines
Opleiding Duurzaam Gebouw
1 Opleiding Duurzaam Gebouw ENERGIE PASSIEF / LAGE ENERGIE Leefmilieu Brussel Theoretische inleiding tot koeling Filip GRILLET Cenergie CVBA Doelstellingen van de presentatie Koude-opwekkingsprincipes
Extra oefenopgaven bij hoofdstuk 5 en 6
Extra oefenopgaven bij hoofdstuk 5 en 6 1 Een splitunit werkt bij een verdampingsdruk van 10 bar en een condensatietemperatuur van 40 C. Zie het principeschema hieronder. Aan het eind van de verdamper
Verdyn & Verdyn Cool. Plug and play. Hoog rendement warmte terugwinning. Energiezuinige ventilatoren. Hoge COP. HR-balansventilatie units
Verdyn & Verdyn Cool HR-balansventilatie units Plug and play Hoog rendement warmte terugwinning Energiezuinige ventilatoren Hoge COP HR-balansventilatie units type Verdyn & Verdyn Cool Ventileren is noodzakelijk
1. Gebouwenschil N.v.t. 4. Verlichting N.v.t. Wat is het geïnstalleerd vermogen van de verlichting (W/m 2 )? (kantoren/werkplaatsen apart)...
Behoort bij de aanvraag om een vergunning Wet milieubeheer van:... Bijlage A (behorende bij onderdeel 6.3 (Energie) van het aanvraagformulier) Vragenlijst Stand der techniek gebouwen 1. Gebouwenschil Is
Opleiding Duurzaam Gebouw : ENERGIE
Opleiding Duurzaam Gebouw : ENERGIE Leefmilieu Brussel THEORETISCHE INLEIDING TOT KOELING Jan Maeyens Cenergie CVBA Doelstellingen van de presentatie Koude-opwekkingsprincipe Technieken en technologieën
Rittal The System. Faster better worldwide. Elbert Raben Product Manager Rittal bv Jack Quadflieg Sales Manager Jaeggi België/Nederland
Rittal The System. Faster better worldwide. Elbert Raben Product Manager Rittal bv Jack Quadflieg Sales Manager Jaeggi België/Nederland Compressorless Datacenter cooling Thank you for your attention! with
Datum:13/12/2018 Locatie: Iov: Frigro NV Doorniksesteenweg / Kortrijk
Datum:13/12/2018 Locatie: Steven Willaert Syntra West Iov: Frigro NV Doorniksesteenweg 220 0474/52.27.40 8500 Kortrijk 1 Waarom zou men kiezen voor CO2/R744? F-gas Wetgeving! Welke alternatieven hebben
Energiebesparing op en verduurzaming van bestaande koelinstallaties. AQ Group, Peter Scharis Sales Manager
Energiebesparing op en verduurzaming van bestaande koelinstallaties AQ Group, Peter Scharis Sales Manager AQ Group Gespecialiseerd in optimalisatie van klimaatbeheersings-, koelinstallaties en drink- en
1.01 Kennis van de elementaire ISO-standaardeenheden zoals voor temperatuur, druk, massa, dichtheid, energie.
1 Elementaire thermodynamica 1.01 Kennis van de elementaire ISO-standaardeenheden zoals voor temperatuur, druk, massa, dichtheid, energie. 1.02 Begrip van de basistheorie van koel- en klimaatregelingsapparatuur:
holland koeling bv Koelmachines en Condensing-units
Koelmachines en Condensing-units Vijf goede redenen om voor een Venton koelmachine te kiezen: 1 Kwaliteit en duurzaamheid 2 Grote productenrange 3 Sterk concurrerende prijzen 4 Korte levertijden 5 Eigen
DAIKIN-INTERGAS HYBRIDE WARMTEPOMP DAIKIN-INTERGAS HYBRIDE WARMTEPOMP
DAIKIN-INTERGAS WARMTEPOMP DAIKIN-INTERGAS WARMTEPOMP 890.327-04 WWW.INTERGASVERWARMING.NL Daikin en Intergas, het ultieme duurzame verwarmingskoppel Hoge energiekosten en nieuwe Europese wetgeving op
Hoog rendement voor vrijwel elke bestaande situatie. Gasabsorptiewarmtepompen. Logatherm GWPL 35
Hoog rendement voor vrijwel elke bestaande situatie Gasabsorptiewarmtepompen : energie besparen, juist in de bestaande bouw De is de nieuwste schakel op het gebied van intelligente systeemoplossingen voor
Richtlijn voor de koudemiddelkeuze.
Info voor koudemiddelengebruikers (4) Richtlijn voor de koudemiddelkeuze. Opvangreservoir Druk h7 Warmte Condensor h6 h5 h3 h4 Compressor Het koelmiddel is de brandstof van een koelinstallatie. Hierin
Duurzaam verwarmen en koelen met gas
Duurzame gaswarmtepompen voor o.a.: Kantoorgebouwen Frisse Scholen Verzorgingstehuizen (P4) (P6) (P7) www.gasengineering.nl Duurzaam verwarmen en koelen met gas De voordelen van verwarmen en koelen met
Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies
Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies 2013 Inleiding In het kader van de CO 2 prestatieladder is een ketenanalyse uitgevoerd naar de CO 2 productie door verwarming
3 Energiegebruik huidige situatie
3 Energiegebruik huidige situatie 3.1 Het Energie Prestatie Certificaat In het kader van de Europese regelgeving (EPBD) bent u verplicht om, bij verkoop of verhuur van de woning, een energiecertificaat
-Best Practice- Koeltechniek
-Best Practice- Koeltechniek november 2008 1/47 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Algemeen... 4 1.2 Koudefactor of C.O.P.... 5 2 Type koelmachines en hun werking... 6 2.1 Compressiekoelmachine... 6 2.2
Visie op compressortechnologie en systeemefficiëntie
Door Ruud van Dissel BITZER Benelux bvba Vision to compressor technology and system effyciency Visie op compressortechnologie en systeemefficiëntie Met het definitieve einde van R22 in Europa zal menig
Energy-Floor haalt energie uit de bodem van uw woning
Energy-Floor haalt energie uit de bodem van uw woning De laatste jaren is er qua energiebehoefte veel veranderd in de woningbouw. Voorheen waren de behoefte en kosten m.b.t. verwarming in nieuwbouw woningen
Bespaar geld en energie met
Bespaar geld en energie met MasterTherm warmtepompen. Neringstraat 10 8263 BG Kampen www.geoholland.nl De voordelen van een MasterTherm warmtepomp MasterTherm doet eigen research, productie en ontwikkeling
ENALYZER FOR COOLING 1. TAGS
ENALYZER FOR COOLING Geschikt voor: Koelcompressoren met een geïnstalleerd vermogen vanaf 50 kw Basis koel-layout: ééntraps systeem zonder warmterecuperatie basis chiller met ijswatercircuit Afhankelijk
Warmtepompen CONCEPTFICHE 5: Inleiding
CONCEPTFICHE 5: Warmtepompen Inleiding Uit ervaringen in het dagelijkse leven weten we dat bijvoorbeeld een kop warme koffie op natuurlijke wijze afkoelt door de blootstelling aan de omgevingslucht. Dit
MIP2 Groene Datacenters
Gebruik van omgevingskoude Concept Gemiddelde buitentemperatuur = ca 10 C Gemiddelde binnentemperatuur = 22 tot 34 C Afhankelijk van concept binnen in het DC Afhankelijk van het gekozen koelsysteem Afhankelijk
RI&E 3 ADVIES rapport: Energiemaatregelen. Van Elst Grafisch Afwerker BV
PRAKTISCH MILIEUBELEIDIN DE GRAFIMEDIA RI&E 3 ADVIES rapport: Van Elst Grafisch Afwerker BV Uitgave van: : Dienstencentrum maandag 13 augustus 2012 Rapport van Van Elst Grafisch Afwerker BV te Apeldoorn
Warmtepompen en f gassen wetgeving
Warmtepompen en f gassen wetgeving Wanneer is wat verplicht Jaap de Knegt F gassen hoe zet het ook alweer? 1987 Montreal protocol. Bescherming ozonlaag Koeltechniek maakt afspraken om CFK s uit te faseren
Natuurlijk anders keuren?
Natuurlijk anders keuren? Workshop 13 juni 2017 PED-select.NL 1 Introductie Reind Westerveld Functie: Senior adviseur en inspecteur Sinds 2002 werkzaam bij Energie Consult Holland BV Werkzaamheden: Advies
EPA labelstappen met lucht-naar-water warmtepompen
Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn TNO-rapport 034-APD-2010-00337
geotherm hybride systeem
geotherm hybride systeem Duurzaam comfort door slimme samenwerking 01-08 - 2015 Het goede gevoel, het juiste te doen. Volop comfort Verwarmen, koelen én heerlijk warm water Met het geotherm hybride systeem
