AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN
|
|
|
- Margaretha Vedder
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT no. 22 Landsverordening integriteitbevordering ministers 1 Hoofdstuk 1. Begripsbepaling Artikel 1 In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. nevenfunctie : elke functie, betaald of onbetaald, die naast het ambt van minister wordt uitgeoefend; b. nevenwerkzaamheid : een werkzaamheid naast het hoofdberoep, welke niet als beroep is aan te merken; c. zakelijke belangen : alle rechten direct of indirect die iemand heeft op opbrengsten uit ondernemingen; d. partner : degene met wie de minister gedurende tenminste één jaar onafgebroken een gezamenlijke huishouding voert; e. griffier : de griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie of een door hem aangewezen persoon; f. kinderen : minderjarige huwelijkse kinderen van de minister en minderjarige buitenhuwelijkse niet-erkende kinderen ten aanzien van wie de minister bij rechterlijk vonnis is veroordeeld tot het voorzien in het levensonderhoud danwel bij authentieke akte de onderhoudsplicht heeft erkend. Hoofdstuk 2. Schriftelijke verklaringen en kennisgevingen 1 Verplichting tot indiening van schriftelijke verklaringen en kennisgevingen Artikel 2 1. De minister dient bij de minister-president binnen dertig dagen na aanvaarding van zijn betrekking als minister een schriftelijke verklaring als bedoeld in het vierde lid in. De datum van ontvangst wordt onverwijld aangetekend op de in de vorige volzin bedoelde verklaring. 2. De minister is gehouden de schriftelijke verklaring duidelijk, stellig en zonder voorbehoud in te vullen en te ondertekenen. Hij staat in voor de getrouwheid van het gestelde in de verklaring ten aanzien van zijn echtgenote of partner, voorzover hij daarvan op de hoogte was of behoorde te zijn. 1 Deze uitgifte geschiedt op grond van additioneel artikel II van de Staatsregeling.
2 3. De echtgenote of partner van de minister is desverlangd gehouden inlichtingen aan hem te verstrekken die hij redelijkerwijs nodig heeft ter invulling van de schriftelijke verklaring. 4. De schriftelijke verklaring moet ten aanzien van de minister en zijn echtgenote of partner in ieder geval het volgende behelzen: a. een nauwkeurige omschrijving van de zakelijke belangen die zij hebben of beheren; b. een nauwkeurige omschrijving van hun overige vermogensbestanddelen; c. een nauwkeurige omschrijving van de aard van hun nevenfuncties en nevenwerkzaamheden; d. de vermelding of aan hun nevenfuncties en nevenwerkzaamheden inkomsten of voordelen in welke vorm dan ook, zijn verbonden en voorzover een geldelijke vergoeding daaraan is verbonden de omvang daarvan; e. een nauwkeurige omschrijving van de zakelijke belangen en overige vermogensbestanddelen van de kinderen. 5. Ter zake van een vermogensbestanddeel, uitgezonderd een onroerende zaak, dat een drempelwaarde van NAF ,-- niet te boven gaat, behoeft geen opgave te worden gedaan. 6. In het vierde en vijfde lid wordt onder vermogensbestanddelen verstaan onroerende zaken, roerende zaken, op geld waardeerbare rechten alsmede vorderingen en schulden. Onder roerende zaken, genoemd in de vorige volzin, wordt verstaan alle zaken die niet onder de categorieën onroerende zaken, op geld waardeerbare rechten, vorderingen en schulden vallen. 7. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt het model van de schriftelijke verklaring vastgesteld. 8. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kan worden bepaald dat en onder welke voorwaarden het toegelaten wordt om langs elektronische weg een schriftelijke verklaring in te dienen. 9. Het eerste lid is niet van toepassing op een herbenoemde minister die aan het einde van zijn voorgaande ambtsperiode overeenkomstig artikel 5 een schriftelijke verklaring heeft ingediend mits geen wijzigingen daarin moeten worden aangebracht. In het geval dat geen wijzigingen in de schriftelijke verklaring moeten worden aangebracht, verzoekt de minister-president de griffier een afschrift van de eerder ingediende verklaring aan hem toe te zenden. 10. In geval de minister heeft nagelaten binnen dertig dagen na aanvaarding van zijn betrekking als minister een ondertekende verklaring als bedoeld in het vierde lid bij de minister-president in te dienen, informeert de minister-president onverwijld de Staten terzake. Artikel 3 1. De minister-president beslist, gehoord de minister, welke zakelijke belangen, nevenfuncties en nevenwerkzaamheden, ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van het ambt als minister of de handhaving van de onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. 2. De minister-president wint over de te nemen beslissing, bedoeld in het eerste lid, advies in van de Raad van Advies en de Algemene Rekenkamer. Het advies wordt uitgebracht binnen twee weken na ontvangst van het verzoek van de minister-president. 3. De minister is gehouden indien naar het oordeel van de ministerpresident ongewenste vereniging van belangen, nevenfuncties of nevenwerkzaamheden als bedoeld in het eerste lid zich voordoet de benodigde voorzieningen in zijn vermogensbeheer te treffen of de desbetreffende nevenfunctie of nevenwerkzaamheid neer te leggen. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot of partner van de minister. 4. De minister dient binnen dertig dagen nadat de voorzieningen, bedoeld in het derde lid, zijn getroffen, een nieuwe schriftelijke
3 verklaring als bedoeld in artikel 2, vierde lid, in bij de ministerpresident. Artikel 2, eerste lid tot en met het achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. 5. Ingeval een ongewenste vereniging van belangen, nevenfuncties of nevenwerkzaamheden als bedoeld in het eerste lid zich voordoet en de minister ten aanzien van het desbetreffende zakelijke belang niet de benodigde voorzieningen in zijn vermogensbeheer treft of de desbetreffende nevenfunctie of nevenwerkzaamheid niet neerlegt, informeert de minister-president onverwijld de Staten terzake. 6. Wanneer de minister tevens minister-president is, wordt voor de toepassing te zijner aanzien van dit artikel telkens de Raad van Advies gelezen in plaats van de minister-president. In afwijking van de vorige volzin treedt in het geval, bedoeld in het vijfde lid, de vicevoorzitter van de Raad van Advies in de plaats van de ministerpresident op. Artikel 4 1. De minister legt tijdens zijn ambtsperiode zijn voornemen of dat van zijn echtgenoot of partner tot het verwerven van zakelijke belangen en het aanvaarden van nevenfuncties en nevenwerkzaamheden schriftelijk voor aan de minister-president. Artikel 3, eerste, tweede en zesde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing. 2. De minister dient binnen dertig dagen nadat hij of zijn echtgenoot of partner nieuwe zakelijke belangen heeft verworven of nevenfuncties en nevenwerkzaamheden heeft aanvaard bij de minister-president een nieuwe schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 2, vierde lid, in. Artikel 2, eerste lid tot en met het achtste lid en het tiende lid, is van overeenkomstige toepassing. 3. De minister mag geen zakelijke belangen verwerven of een nevenwerkzaamheid of nevenfunctie aanvaarden die naar het oordeel van de minister-president ongewenst zijn. Indien de minister in strijd met het bepaalde in de vorige volzin handelt, informeert de ministerpresident onverwijld de Staten terzake. 4. Op belangen die ontstaan door erfrecht, giften en andere inkomstenbronnen is artikel 3 van overeenkomstige toepassing. Artikel 5 1. De minister stelt de minister-president onverwijld in kennis ingeval een van de volgende feiten of omstandigheden zich na de aanvaarding van zijn betrekking als minister hebben voorgedaan en waarmede geen rekening is gehouden in zijn laatstelijk aan de minister-president ingediende schriftelijke verklaring: a. in geval de minister een huwelijk aangaat of een samenlevingsrelatie van tenminste één jaar heeft bereikt; b. ten aanzien van een kind waarvoor vóór de aanvaarding van de betrekking als minister geen verplichting tot het doen van opgave overeenkomstig artikel 2, vierde lid, onderdeel e, bestond. 2. De minister dient binnen dertig dagen nadat een van de feiten of omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, zich hebben voorgedaan een nieuwe schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 2, vierde lid, in bij de minister-president. Artikel 2, eerste lid tot en met het achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer de minister tevens minister-president is, wordt voor de toepassing te zijner aanzien van dit artikel telkens de Raad van Advies gelezen in plaats van de minister-president. Artikel 6 De gewezen minister dient bij de minister-president binnen dertig dagen volgende op de dag waarop hij ophoudt minister te zijn een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 2, vierde lid, in. Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing.
4 Artikel 7 De artikelen 1 tot en met 6 zijn van overeenkomstige toepassing op de gevolmachtigde minister met uitzondering van artikel 2, tiende lid, artikel 3, vijfde lid, tweede volzin, en artikel 4, derde lid, tweede volzin. 2 Kennisneming, bewaren en vernietiging schriftelijke verklaringen en kennisgevingen Artikel 8 1. De schriftelijke verklaringen, bedoeld in de artikelen 2, vierde lid, 3, vierde lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, alsmede de kennisgevingen, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, en 5, eerste lid, alsmede de overige documenten, bedoeld in de artikelen 3, eerste en tweede lid, 4, eerste lid, worden terstond na ontvangst respectievelijk afdoening daarvan door de minister-president onderscheidenlijk de Raad van Advies ingediend bij de griffier. 2. De griffier houdt een register. De Minister van Justitie stelt, in overeenstemming met de Raad van Ministers, een reglement voor het register op. Deze minister is verantwoordelijk voor de juiste werking ervan. 3. Het register bevat slechts gegevens die noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor het is aangelegd. 4. Het register bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de datum van ontvangst van de documenten, bedoeld in het eerste lid, en de naam van de minister; b. de datum waarop de documenten, bedoeld in het eerste lid en in artikel 10 zijn vernietigd alsmede de reden voor de vernietiging daarvan; c. de datum waarop een verzoek als bedoeld in artikel 10 is ontvangen en de datum waarop het verzoek is afgedaan. 5. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen op voordracht van de Minister van Justitie, in overeenstemming met de Raad van Ministers, andere eisen dan die genoemd in het vierde lid worden gesteld waaraan het register moet voldoen. 6. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kan een model registratieformulier worden vastgesteld. Artikel 9 1. De griffier bewaart een schriftelijke verklaring en de daarmee samenhangende kennisgevingen, alsmede de overige documenten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, voor de duur van vijf jaar, gerekend vanaf de datum van beëindiging van de benoemingsperiode als minister of gevolmachtigde minister. In afwijking van de vorige volzin worden bedoelde documenten langer dan de in de vorige volzin bedoelde bewaartermijn bewaard indien op de datum waarop de bewaartermijn verloopt de persoon waarop de documenten betrekking hebben nog het ambt van minister of gevolmachtigde minister bekleedt. In laatstbedoeld geval worden de betrokken documenten vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop zijn benoemingsperiode is verstreken, bewaard. 2. De griffier vernietigt een schriftelijke verklaring en de daarmee samenhangende kennisgevingen, alsmede de overige documenten bedoeld in artikel 8, eerste lid na verloop van de bewaartermijn, bedoeld in het eerste lid. 3. Met betrekking tot het bewaren en vernietigen van de documenten, bedoeld in artikel 8, eerste lid, worden op voordracht van de Minister van Justitie, in overeenstemming met de Raad van Ministers, bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, regels gesteld. Artikel 10
5 1. De rechter-commissaris kan, op vordering van de officier van justitie, de griffier schriftelijk verzoeken om het verlenen van inzage in of het verstrekken van een kopie van documenten, bedoeld in artikel 8, eerste lid, ten behoeve van de opsporing en vervolging van een of meer van de volgende in het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijven, waarvan het vermoeden bestaat dat de minister, gevolmachtigde minister, of de gewezen minister deze heeft gepleegd: a. de misdrijven, omschreven in titel X van het tweede boek; b. de misdrijven, omschreven in titel XI van het tweede boek; c. de misdrijven, omschreven in de artikelen 230, 231, 232 en 239; d. de misdrijven, omschreven in titel XXII van het tweede boek, met uitzondering van de misdrijven, omschreven in de artikelen 327 en 328; e. de misdrijven, omschreven in de artikelen 330 en 331; f. de misdrijven, omschreven in de artikelen 334, 335 en 336; g. de misdrijven, omschreven in de artikelen 339, 340 en 341; h. de misdrijven, omschreven in titel XXVI van het tweede boek; i. de misdrijven omschreven in de artikelen 375, 376, 377, 378, 379 en 382; j. de misdrijven, omschreven in de artikelen 431, 432 en 432bis; k. de misdrijven, omschreven in de artikelen 1, 2 en 3 van de Landsverordening strafbaarstelling witwassen van geld (P.B. 1993, no. 52). 2. De rechter-commissaris kan, op vordering van de officier van justitie, de griffier schriftelijk verzoeken om het verlenen van inzage in of het verstrekken van een kopie van documenten, bedoeld in artikel 8, eerste lid, ten behoeve van de opsporing van een feit dat strafbaar is gesteld in artikel 15 of in de artikelen 230, 231, 232 en 239 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan het vermoeden bestaat dat de echtgenote of partner van de minister, gevolmachtigde minister of gewezen minister deze heeft gepleegd. 3. Het verzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de identiteit van de persoon waarover het openbaar ministerie informatie wenst; b. de periode waarover het openbaar ministerie informatie wenst; c. het strafbare feit ten aanzien waarvan het vermoeden bestaat dat de persoon bedoeld in onderdeel a, heeft gepleegd; d. de fase van het strafrechtelijk onderzoek; e. de vorm van informatie; f. de termijn waarbinnen aan het verzoek moet worden voldaan. 4. De griffier is verplicht binnen de door de rechter-commissaris bepaalde termijn aan het verzoek, bedoeld in het eerste of tweede lid, te voldoen. 5. Voor het geven van informatie, waaronder begrepen het overleggen van kopieën, worden geen kosten in rekening gebracht. 6. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld omtrent de verstrekking van gegevens uit het register aan het openbaar ministerie. 7. De verzoeken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden voor de in artikel 9, eerste lid, genoemde termijn bewaard. Na verloop van de in de vorige volzin bedoelde bewaartermijn vernietigt de griffier de in de vorige volzin bedoelde verzoeken. 8. De gewezen minister of gevolmachtigde minister en zijn echtgenote of partner kunnen drie weken vóór de datum waarop de bewaartermijn, bedoeld in artikel 9, eerste lid, eindigt, een schriftelijk verzoek aan de griffier doen om inzage te krijgen in de verzoeken, bedoeld in het eerste lid respectievelijk het tweede lid. De griffier beslist, gehoord de rechter-commissaris, over het in de vorige volzin bedoelde verzoek binnen twee weken na ontvangst daarvan.
6 9. Het verzoek op inzage kan slechts worden geweigerd indien de documenten waarop het verzoek betrekking heeft gegevens omvat waarvan kennisneming door de minister of gevolmachtigde minister of zijn echtgenote of partner een voorbereidend onderzoek en daaropvolgende onderzoeken zou kunnen belemmeren. 10. Het verzoek, bedoeld in het achtste lid, wordt na verloop van de bewaartermijn van de documenten waarop het verzoek betrekking heeft vernietigd. 3 Beveiligingsmaatregelen voor het register Artikel De griffier treft maatregelen ter beveiliging van de in het register opgenomen gegevens. Deze maatregelen houden tenminste voorzieningen in tegen: a. beschadiging of verloren gaan van de gegevens als gevolg van brand of andere calamiteiten dan wel als gevolg van kwaadwillige handelingen of onachtzaamheid van derden of eigen medewerkers; b. onbevoegde wijziging van de gegevens; c. ontvreemding van de gegevens; d. kennisneming van de gegevens door onbevoegden. 2. De Minister van Justitie kan aanwijzingen omtrent de beveiliging van het register geven. Hoofdstuk 3. Besluitvorming Artikel Onverminderd artikel 35 van de Staatsregeling neemt de minister in de vergaderingen van de Raad van Ministers geen deel aan de besluitvorming over: a. zaken die zijn nevenwerkzaamheden en nevenfuncties raken; b. zaken die zakelijke belangen die hij beheert raken; c. zaken waarin hij als vertegenwoordiger is betrokken; of d. zaken die de belangen raken van de echtgenote of partner, zijn bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad. 2. De minister draagt een te zijner beslissing staande zaak, indien een geval als bedoeld in het eerste lid zich voordoet, aan de Raad van Ministers voor besluitvorming over, waarbij de minister is uitgesloten van deelname aan die besluitvorming. 3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gevolmachtigde minister voor wat betreft het uitbrengen van een raadgevende stem in de Raad van Ministers ten aanzien van onderwerpen welke tot zijn bemoeienis behoren. De gevolmachtigde minister onthoudt zich tevens van het uitbrengen van advies aan de minister-president, indien een geval als bedoeld in het eerste lid zich voordoet. Hoofdstuk 4. Bijzondere bepaling Artikel 13 Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze landsverordening en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze landsverordening de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. Hoofdstuk 5. Strafbepalingen
7 Artikel 14 De gevolmachtigde minister die handelt in strijd met artikel 12, derde lid, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren. Artikel 15 De echtgenote of partner van de minister of gevolmachtigde minister die op grond van artikel 2, derde lid, gehouden is inlichtingen te verstrekken en daarbij opzettelijk in strijd met bedoelde gehoudenheid inlichtingen in strijd met de waarheid geeft of iets verzwijgt wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren. Artikel 16 De gewezen minister of gevolmachtigde minister die niet binnen de gestelde termijn voldoet aan de ingevolge artikel 6 gestelde verplichting wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren. Artikel Degene die de bij artikel 13 opgelegde geheimhouding opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste honderdduizend gulden. 2. Geen vervolging heeft plaats dan op klacht van hem, te wiens aanzien de geheimhouding is geschonden. Artikel 18 De in de artikelen 14 tot en met 17 bedoelde strafbare feiten zijn misdrijven. Hoofdstuk 6. Slotbepalingen Artikel 19 Deze landsverordening kan worden aangehaald als: Landsverordening integriteitbevordering ministers. Uitgegeven de twintigste december 2010 De Minister van Algemene Zaken, S.A. Wescot-Williams
IN NAAM DER KONINGIN! De Gouverneur van Curaçao, In overweging genomen hebbende: Artikel 1
STATEN VAN CURAÇAO ZITTING 2012-2013 ----------------------------------------------- LANDSVERORDENING van de houdende regels betreffende de integriteit van (kandidaat-)ministers (Landsverordening integriteit
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT no. 19 Landsverordening Sociaal-Economische Raad 1 Hoofdstuk 1. Instelling en taak Artikel 1 Er is een Sociaal-Economische Raad, hierna genoemd de Raad.
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2011 no. 14 Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 23 ste mei 2011 tot vaststelling van het model van de schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT no. 17 Landsverordening Raad van Advies 1 Hoofdstuk 1. Inrichting en samenstelling Artikel 1 1. De Raad van Advies, verder te noemen de Raad, bestaat
LANDSVERORDENING houdende regels betreffende het houden van algemene volkstellingen
LANDSVERORDENING houdende regels betreffende het houden van algemene volkstellingen Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Vastgesteld
: LANDSVERORDENING houdende regels met betrekking tot het brandweerwezen. 1. Algemene bepalingen. Artikel 1
Intitulé : LANDSVERORDENING houdende regels met betrekking tot het brandweerwezen Citeertitel: Landsverordening brandweer Vindplaats : AB 1991 no. 64 Wijzigingen: AB 1993 no. 68; AB 1997 no. 34 1. Algemene
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT no. 27 Landsverordening uitzonderingstoestand 1 1 Afkondiging en opheffing van een uitzonderingstoestand Artikel 1 1. Ingeval buitengewone omstandigheden
A 2014 N 55 (G.T.) PUBLICATIEBLAD. De Gouverneur van Curaçao, de Algemene overgangsregeling wetgeving en bestuur Land Curaçao;
A 2014 N 55 (G.T.) PUBLICATIEBLAD LANDSBESLUIT van de 3 de juni 2014, no. 14/1188, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Sanctielandsverordening. De Gouverneur van Curaçao, Op de voordracht
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT no. 20 Landsverordening ombudsman 1 1. Algemene bepaling Artikel 1 1. In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten LANDSVERORDENING BEPERKING VESTIGING MEDISCHE BEROEPSBEOEFENAREN
Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten LANDSVERORDENING BEPERKING VESTIGING MEDISCHE BEROEPSBEOEFENAREN 79 Volksgezondheidswetgeving Landsverordening beperking vestiging medische
==================================================================== HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen. Artikel 1
Intitulé : Landsverordening minimumlonen Citeertitel: Landsverordening minimumlonen Vindplaats : AB 1989 no. GT 26 Wijzigingen: AB 1992 no. 81; AB 1993 nos. 2, 77; AB 1994 nos. 66, 67; AB 1995 no. 84;
: LANDSVERORDENING houdende de instelling van een nationaal orgaan voor de erkenning van buitenlandse diploma's
Intitulé : LANDSVERORDENING houdende de instelling van een nationaal orgaan voor de erkenning van buitenlandse diploma's Citeertitel: Landsverordening erkenning buitenlandse diploma's Vindplaats : AB 1995
Koninkrijksdeel Curaçao. Wetstechnische informatie. Zoek regelingen op overheid.nl
Zoek regelingen op overheid.nl Koninkrijksdeel Curaçao Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op [email protected]! LANDSVERORDENING van de 27 ste juli 1998 houdende regels, ter uitvoering
Hoofdstuk 9 Awb: Klachtbehandeling
Hoofdstuk 9 Awb: Klachtbehandeling Titel 9.1. Klachtbehandeling door een bestuursorgaan Afdeling 9.1.1. Algemene bepalingen Art. 9:1. 1. Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan
==================================================================== HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen. Artikel 1
Intitulé : Landsverordening minimumlonen Citeertitel: Landsverordening minimumlonen Vindplaats : AB 1989 no. GT 26 Wijzigingen: AB 1992 no. 81; AB 1993 nos. 2, 77; AB 1994 nos. 66, 67; AB 1995 no. 84;
==================================================================== Hoofdstuk I. Algemene bepalingen. Artikel 1
Intitulé : LANDSVERORDENING van 19 mei 2011 houdende nieuwe regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens (Landsverordening persoonsregistratie)
A 2012 N 18 (G.T.) PUBLICATIEBLAD
A 2012 N 18 (G.T.) PUBLICATIEBLAD LANDSBESLUIT van de 7 de maart 2012 no. 12/1758, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling. DE GOUVERNEUR
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987 Wet van 3 december 1987, Stb. 635, houdende regels betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten Zoals deze is gewijzigd bij de wetten van 02-12-1993(Stb.759)
==================================================================== Artikel 1
Intitulé : Hinderverordening Citeertitel: Hinderverordening Vindplaats : AB 1988 no. GT 27 Wijzigingen: AB 1997 nos. 33, 34 Artikel 1 1. Het is verboden zonder vergunning van de minister van Justitie en
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds kandidaat-minister-president en kandidaat-gevolmachtigde Minister;
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 30236 21 oktober 2014 Besluit van 17 oktober 2014, houdende aanwijzing aan de Gouverneur van Sint Maarten tot het aanhouden
REGLEMENT PERSOONSGEGEVENS NHV INHOUDSOPGAVE:
REGLEMENT PERSOONSGEGEVENS NHV INHOUDSOPGAVE: Artikel 1: Begripsbepalingen Artikel 2: Het Reglement Artikel 3: Uitgangspunten voor het verwerken van persoonsgegevens Artikel 4: Verzet Artikel 5: Inzage
Reglement Tuchtcommissie
Reglement Tuchtcommissie 1 mei 2016 Artikel 1 De in dit Reglement Tuchtcommissie voorkomende begrippen hebben de betekenis als daaraan toegekend in de Statuten en het Algemeen Reglement en voorts de navolgende:
IN NAAM DER KONINGIN! DE GOUVERNEUR van de Nederlandse Antillen, Heeft, de Raad van Advies gehoord, besloten: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de ter uitvoering van de artikelen 3, eerste lid, 4, tweede lid, 5, derde lid, 8, tweede lid, 13 en 17, tweede lid, van de Archieflandsverordening 2007
: LANDSVERORDENING houdende regels met betrekking tot de beperking en de bestrijding van calamiteiten
Intitulé : LANDSVERORDENING houdende regels met betrekking tot de beperking en de bestrijding van calamiteiten Citeertitel: Calamiteitenverordening Vindplaats : AB 1989 no. 51 (Inwtr. AB 1992 no. 36) Wijzigingen:
Citeertitel: Landsbesluit bewaring inbeslaggenomen voorwerpen =====================================================================
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, van ter uitvoering van enkele artikelen van het Wetboek van Strafvordering van Aruba (AB 1996 no. 75) inzake de bewaring van inbeslaggenomen voorwerpen
Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming
Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming (Wet op de loonvorming [Versie geldig vanaf: 17-02-1999]) Geschiedenis: Staatsblad 1997, 63;Staatsblad
Privacyreglement Werkcontact
Privacyreglement Werkcontact Privacyreglement cliëntregistratie in het kader van de wet Bescherming Persoonsgegevens. Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement en de toelichting wordt verstaan onder:
A 2015 N 51 PUBLICATIEBLAD
A 2015 N 51 PUBLICATIEBLAD LANDSBESLUIT van de 4 de augustus 2015, no. 15/2524, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Landsverordening rampenbestrijding D e G o u v e r n e u r v a
2014 no. 57 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA
2014 no. 57 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA LANDSVERORDENING van 27 november 2014 houdende regeling van een bijzondere heffing ten behoeve van de Centrale Bank van Aruba (Landsverordening koersmargevergoeding
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 397 27 844 Regels inzake de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal dat kan worden gebruikt bij een geneeskundige behandeling (Wet veiligheid
Citeertitel: Sanctiebesluit bestrijding terrorisme en terrorismefinanciering ====================================================================
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, van 23 juni 2010 ter uitvoering van artikel 2, eerste lid, van de Sanctieverordening 2006 (AB 2007 no. 24) Citeertitel: Sanctiebesluit bestrijding
ARTIKEL I. Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 54a komt te luiden: Artikel 54a
Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de verbetering en versterking van de opsporing en vervolging van computercriminaliteit (computercriminaliteit III)
WET van 5 januari 1952, tot regeling van de verantwoordelijkheid van de ministers (G.B no. 3).
WET van 5 januari 1952, tot regeling van de verantwoordelijkheid van de ministers (G.B. 1952 no. 3). Artikel 1 1 1. De ministers zorgen voor de uitvoering van de Grondwet, de verdragen en andere overeenkomsten
Volksgezondheidswetgeving GENEESKUNDIGE BEHANDELINGSOVEREENKOMST
GENEESKUNDIGE BEHANDELINGSOVEREENKOMST 13 Geneeskundige behandelingsovereenkomst (P.B. 2000, no. 118) Landsverordening van de 23ste oktober 2000 houdende vaststelling van de tekst van Boek 7 van het Burgerlijk
1965 No.10. Landsverordening van 22 augustus 1964 houdende bepalingen met betrekking tot de arbeidsbemiddeling (Arbeidsbemiddelingsverordening).
HOOFDSTUK IX ARBEIDSBEMIDDELINGSVERORDENING 1965 No.10 GOUVERNEMENTSBLAD van SURINAME Landsverordening van 22 augustus 1964 houdende bepalingen met betrekking tot de arbeidsbemiddeling (Arbeidsbemiddelingsverordening).
==================================================================== Artikel 1
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van enkele artikelen van het Wetboek van Strafvordering van Aruba (AB 1996 no. 75) inzake de verlening van toevoegingen in strafzaken
wetten.nl - Regeling - Algemene wet bestuursrecht - BWBR
wetten.nl - Regeling - Algemene wet bestuursrecht - BWBR000557 http://wetten.overheinl/bwbr000557/07-09-0/0/hoofdstuk9/afdrukken pagina van 6 8--07 De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten met het oog op het vergroten van de mogelijkheden tot opsporing, vervolging, alsmede het voorkomen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 143 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
De bestuurder van de Stichting Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg te Amsterdam;
Privacyreglement Stichting Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg De bestuurder van de Stichting Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg te Amsterdam; Overwegende Dat het Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg tot
Gemeentewet, overzicht van de artikelen betreffende de Rekenkamer
Gemeentewet, overzicht van de artikelen betreffende de Rekenkamer Hoofdstuk IVa. De Rekenkamer Paragraaf 1. De gemeentelijke rekenkamer Artikel 81a 1. De raad kan een rekenkamer instellen. 2. Indien de
IN NAAM DER KONINGIN. DE GOUVERNEUR van de Nederlandse Antillen,
Landsverordening van 4 december 1989 houdende regelen met betrekking tot het ter beschikking stellen van arbeidskrachten: tekst in P.B. 1989, no 73; gewijzigd bij: 1. Landsverordening van de 11de september
Wijzigingen: AB 1997 no. 34; AB (inwtr. AB 2013 no. 15) ==================================================================== HOOFDSTUK I
Intitulé : Arbeidsgeschillenverordening Citeertitel: Arbeidsgeschillenverordening Vindplaats : AB 1989 no. GT 65 Wijzigingen: AB 1997 no. 34; AB 21012 54 (inwtr. AB 2013 no. 15) HOOFDSTUK I Inleidende
KLACHTENREGLEMENT RECLASSERING
KLACHTENREGLEMENT RECLASSERING Reglement van orde van de landelijke Klachtencommissie Reclassering (Definitief vastgesteld op 20 december 2012) De Klachtencommissie Reclassering, gelet op hoofdstuk 5 van
: LANDSVERORDENING houdende goedkeuring van het Reglement van Orde voor de ministerraad
Intitulé : LANDSVERORDENING houdende goedkeuring van het Reglement van Orde voor de ministerraad Citeertitel: Geen Vindplaats : AB 1999 no. 26 Wijzigingen: Geen Enig artikel Goedgekeurd wordt het Reglement
Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3. 1. Met de algemene zorg voor het statistiekwezen is belast het ABS.
WET van 3 december 2002, houdende voorzieningen met betrekking tot het Statistiekwezen in Suriname (Statistiekwet 2002) (S.B. 2002 no. 97), zoals zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij S.B.
De Provinciewet en de Rekenkamer
De Provinciewet en de Rekenkamer HOOFDSTUK XIa. DE BEVOEGDHEID VAN DE REKENKAMER Artikel 183 1. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het provinciebestuur
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
LANDSVERORDENING van de 22ste december 1989 houdende regelen met betrekking tot het verbranden van lijken en tot wijziging van enige algemene verordeningen in verband met die regelen (Crematielandsverordening)
WET van 3 maart 2004, houdende instelling van de Sociaal Economische Raad (Wet Sociaal Economische Raad) (S.B no. 41).
WET van 3 maart 2004, houdende instelling van de Sociaal Economische Raad (Wet Sociaal Economische Raad) (S.B. 2004 no. 41). BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt
==================================================================== De vergunning en de verplichtingen van de vergunninghouder.
Intitulé : Bioscoopverordening Citeertitel: Bioscoopverordening Vindplaats : AB 1990 no. GT 12 Wijzigingen: AB 1997 nos. 33, 34 De vergunning en de verplichtingen van de vergunninghouder Artikel 1 1. Het
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 285 Wijziging van de Wet voorkeursrecht gemeenten (vereenvoudiging bekendmaking en aanbiedingsprocedure) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix,
--------------------------------------------- ONTWERP IN NAAM DER KONINGIN! DE GOUVERNEUR van Aruba, In overweging genomen hebbende:
Dwjz11-086 --------------------------------------------- Landsverordening houdende regels inzake het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Landsverordening terbeschikkingstelling arbeidskrachten)
AB 1996 no.64 KvK 10 MEI 2011 ================================================================
Intitulé : LANDSVERORDENING houdende nieuwe regels ter zake van de verplaatsing van de zetel van bepaalde rechtspersonen naar en vanuit Aruba Citeertitel : Landsverordening zetelverplaatsing rechtspersonen
Aanpassing van wetgeving en vaststelling van overgangsrecht in verband met de herziening van de maatregelen van kinderbescherming
anpassing van wetgeving en vaststelling van overgangsrecht in verband met de herziening van de maatregelen van kinderbescherming VOORSTEL VN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,
A 2014 N 3 (G.T.) PUBLICATIEBLAD
A 2014 N 3 (G.T.) PUBLICATIEBLAD LANDSBESLUIT van de 10 de januari 2014, no. 14/0032, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Eilandsverordening corporate governance. Op voordracht van
Verboden handelingen en gedragscode raadsleden Artikel 15 Opleggen geheimhoudingsplicht Artikel 25
Bijlage bij het voorstel inzake de gedragscode leden van de gemeenteraad en gedragscode burgemeester en wethouders bepalingen uit de Gemeentewet over de integriteit. RAADSLEDEN Nevenfuncties Artikel 12
WET OP DE MEDISCHE HULPMIDDELEN
WET OP DE MEDISCHE HULPMIDDELEN Tekst zoals deze geldt op 22 januari 2010 WET van 15 januari 1970, houdende regelen met betrekking tot medische hulpmiddelen WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der
Verordening klachtenbehandeling ongewenst gedrag gemeentepersoneel
Verordening klachtenbehandeling ongewenst gedrag gemeentepersoneel No. 990716. De raad van de gemeente het Bildt; Gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en wethouders; Overwegende dat het
Reglement cameratoezicht
Reglement cameratoezicht Inleiding In verschillende situaties worden incidenteel camera s gebruikt, bijvoorbeeld om personen en eigendommen te beschermen. Het is hierbij van groot belang dat organisaties
a) Persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon.
Privacyreglement QPPS LIFETIMEDEVELOPMENT QPPS LIFETIMEDEVELOPMENT treft hierbij een schriftelijke regeling conform de Wet Bescherming Persoonsgegevens voor de verwerking van cliëntgegevens. Vastgelegd
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 334 Wet van 6 juli 2004, houdende regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd
