Eerste Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Lodewijk Guus Aerts
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar Nr Wijziging van enkele wetten in verband met invoering van het regresrecht in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en versterking van het regresrecht in de Ziekenfondswet, alsmede enkele technische wijzigingen (Wet invoering en versterking regresrecht in AWBZ en ZFW) GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 23 februari 1999 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het regresrecht van de uitvoeringsorganen van de sociale ziektekostenverzekeringen uit te breiden naar de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en het regresrecht in de Ziekenfondswet te versterken, alsmede enkele technische wijzigingen in deze wetten aan te brengen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I A De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt als volgt gewijzigd: Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde tot en met zesde lid worden vervangen door: 3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt: a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 5. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: KST33734 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1999 Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr
2 a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid. 6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d. 7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid. B In artikel 6, tweede lid, wordt de zinsnede «als verstrekking aan de verzekerden mag worden verleend» vervangen door: als verstrekking aan de verzekerden wordt verleend. C D De artikelen 13 en 15 vervallen. Na hoofdstuk IX wordt een nieuw hoofdstuk IXa ingevoegd, luidende: HOOFDSTUK IXA. DE INVLOED VAN DE VERZEKERING OP HET BURGERLIJK RECHT Artikel 65a Bij de vaststelling van de schadevergoeding, waarop de verzekerde naar burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van een feit, dat aanleiding geeft tot het verlenen van zorg, bedoeld in artikel 6, houdt de rechter rekening met de aanspraken, die de verzekerde krachtens deze wet heeft. Artikel 65b 1. Behoudens toepassing van het derde lid, eerste volzin, heeft een ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan voor de krachtens deze wet gemaakte kosten verhaal op degene, die in verband met het in artikel 65a bedoelde feit jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding is verplicht, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken krachtens deze wet naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de verzekerde naar burgerlijk recht is gehouden. 2. Voorzover de geldswaarde van de in het eerste lid bedoelde verleende zorg niet kan worden vastgesteld, wordt deze bepaald op een geschat bedrag. Onze Minister kan hieromtrent nadere regels stellen. 3. De Ziekenfondsraad kan met verzekeraars een overeenkomst sluiten inhoudende een door die verzekeraars aan de Ziekenfondsraad te betalen afkoopsom voor de voor de komende periode te verwachten schadelast tengevolge van de schadeplichtigheid van diens verzekerden ingevolge het eerste lid. De overeenkomst heeft geen betrekking op de schadelast van een ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan dat Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr
3 voor de aanvang van de onderhandelingen over de bedoelde overeenkomst aan de Ziekenfondsraad te kennen heeft gegeven van zijn bevoegdheid in het eerste lid gebruik te maken. De Ziekenfondsraad stelt voor aanvang van de periode waarvoor een afkoopsom is overeengekomen, ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen op de hoogte van de totstandkoming van bedoelde overeenkomst. Artikel 65c 1. Indien de verzekerde in dienstbetrekking werkzaam is, geldt artikel 65b, ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van de verzekerde, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte persoon, die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde jegens wie naar burgerlijk recht verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien het feit als genoemd in artikel 65a is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk persoon. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt mede als werkgever beschouwd degene, die krachtens het eerste lid van artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering mede als werkgever wordt beschouwd, ongeacht de bij het tweede lid van dat artikel bedoelde uitzonderingen. Artikel 65d 1. Een ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan kan van hem, die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, opzettelijk aanspraken als verzekerde bij hem doet gelden onderscheidenlijk deed gelden, alsmede van hem, die daaraan opzettelijk zijn medewerking verleent onderscheidenlijk heeft verleend, geheel of gedeeltelijk het bedrag vorderen van de verstrekkingen of van de uitkeringen die hem te veel of ten onrechte zijn verleend. Voorzover de geldswaarde van de in de eerste volzin bedoelde zorg niet vaststaat, kan deze worden vastgesteld op een geschat bedrag. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de in het eerste lid bedoelde terugvordering. E Artikel 98 komt te vervallen. ARTIKEL II A De Ziekenfondswet wordt als volgt gewijzigd: Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede tot en met vierde lid worden vervangen door: 2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt gelijkgesteld met: a. echtgenoot: geregistreerde partner; b. echtgenoten: geregistreerde partners; c. gehuwd: als partner geregistreerd; d. gehuwde: als partner geregistreerde. 3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. 4. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr
4 hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 5. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid. 6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d. 7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid. B Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onder a, ten eerste, vervalt «zoals deze gold». 2. Het eerste lid, onder b, komt als volgt te luiden: b. degene die naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig is en: een uitkering ontvangt ingevolge de Algemene nabestaandenwet dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 45% dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 45% of een uitkering ontvangt in verband met bevalling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, indien betrokkene op de dag, voorafgaande aan de dag waarop haar recht op die uitkering ingaat, verzekerde was. C Aan artikel 3c wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 5. Het eerste lid geldt niet voor degene die op de laatste dag van de maand voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, deelnam aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren als bedoeld in artikel 4, zestiende lid, onder b, of als gezinslid in de zin van die regeling werd aangemerkt. D In artikel 14a, eerste lid, wordt «de verplichte verzekering» vervangen door: de verzekering. E In artikel 15, vijfde lid, tweede volzin, wordt «deze bedrijfsvereniging» vervangen door: het Landelijk instituut sociale verzekeringen. Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr
5 F In artikel 73b, eerste lid, vervalt «organen als bedoeld in artikel 19, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet welke ingevolge een vergunning van de Sociale Verzekeringsbank belast zijn met de betaalbaarstelling van pensioenen ingevolge de Algemene Ouderdomswet,». G Artikel 83b wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, eerste volzin, wordt «Het ziekenfonds heeft» vervangen door: Behoudens toepassing van het derde lid, eerste volzin, heeft een ziekenfonds». 2. Het tweede lid wordt vervangen door: 2. Voorzover de geldswaarde van de in het eerste lid bedoelde verleende verstrekkingen niet kan worden vastgesteld, wordt deze bepaald op een geschat bedrag. Onze Minister kan hieromtrent nadere regels stellen. 3. De Ziekenfondsraad kan met verzekeraars een overeenkomst sluiten inhoudende een door die verzekeraars aan de Ziekenfondsraad te betalen afkoopsom voor de voor de komende periode te verwachten schadelast tengevolge van de schadeplichtigheid van diens verzekerden ingevolge het eerste lid. De overeenkomst heeft geen betrekking op de schadelast van een ziekenfonds dat voor de aanvang van de onderhandelingen over de bedoelde overeenkomst aan de Ziekenfondsraad te kennen heeft gegeven van zijn bevoegdheid in het eerste lid gebruik te maken. De Ziekenfondsraad stelt voor aanvang van de periode waarvoor een afkoopsom is overeengekomen, ziekenfondsen op de hoogte van de totstandkoming van bedoelde overeenkomst. H Na artikel 83c wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 83d 1. Een ziekenfonds kan van hem, die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, opzettelijk aanspraken als verzekerde bij hem doet gelden onderscheidenlijk deed gelden, alsmede van hem, die daaraan opzettelijk zijn medewerking verleent onderscheidenlijk heeft verleend, geheel of gedeeltelijk het bedrag vorderen van de verstrekkingen die hem te veel of ten onrechte zijn verleend. Voorzover de geldswaarde van de in de eerste volzin bedoelde verstrekkingen niet vaststaat, kan deze worden vastgesteld op een geschat bedrag. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de in het eerste lid bedoelde terugvordering. ARTIKEL III In artikel 197, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek wordt na «Ziekenfondswet» ingevoegd:, 65b van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. ARTIKEL IV Artikel 65b van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is uitsluitend van toepassing indien het feit dat aanleiding geeft tot het verlenen van Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr
6 zorg als bedoeld in artikel 6 van die wet, veroorzaakt is op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet. ARTIKEL V Degenen die naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig zijn en die bij de inwerkingtreding van de Wet van 24 december 1997, houdende wijziging van de Ziekenfondswet in verband met aanpassing van de gronden voor de ziekenfondsverzekering (herstructurering Ziekenfondswet), de leeftijd van 65 jaar hadden bereikt en medeverzekerd waren ingevolge de Ziekenfondswet, worden geacht te hebben voldaan aan de in artikel 3, eerste lid, onder c, en zevende lid, van de Ziekenfondswet genoemde voorwaarden. ARTIKEL VI Indien het bij koninklijke boodschap van 23 april 1998 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Ziekenfondswet, de Wet tarieven gezondheidszorg en de Wet ziekenhuisvoorzieningen in verband met wijzigingen in de taak, samenstelling en werkwijze van de in die wetten geregelde bestuursorganen, alsmede wijziging van andere wetten in verband daarmee (Uitvoeringsorganen volksgezondheid) (26 011), tot wet wordt verheven, wordt het voorstel van wet als volgt gewijzigd: 1. In artikel I, onderdeel D, in het derde lid van artikel 65b en in artikel II, onder G, derde lid, wordt «De Ziekenfondsraad» onderscheidenlijk «de Ziekenfondsraad» vervangen door «Het College» onderscheidenlijk «het College». 2. In artikel I vervalt onderdeel E. ARTIKEL VII 1. Deze wet treedt, behoudens het bepaalde in het tweede lid, in werking op 1 juli Artikel V treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2001 386 Wet van 16 juli 2001 tot wijziging van de Ziekenfondswet in verband met samentelling van uitkeringstijdvakken ingevolge de Werkloosheidswet
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 618 Wijziging van de Ziektewet, de WAO, de WW en enkele andere wetten in verband met het wegnemen van belemmeringen in sociale verzekeringswetten
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2001 695 Wet van 20 december 2001, houdende wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en enige andere wetten in verband
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 74 Wet van 4 februari 2010 tot wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet in verband met aanpassing aan de invoering
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 222 Rijkswet van 18 april 2002 tot aanpassing van enige onderdelen van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Rijkswet van 21 december
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2001 9 Wet van 21 december 2000 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de openstelling van het huwelijk voor personen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 137 Aanpassing van de wetgeving aan en invoering van de wet tot vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 145 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 313 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met wijzigingen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 759 Vaststelling en invoering van afdeling 8.14.1 (verkeersongevallen) van het Burgerlijk Wetboek Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan de Tweede
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1998 1999 Nr. 204 26 027 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Wet op de rechterlijke organisatie en enkele andere wetten met betrekking tot het
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.
Wet van houdende wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg, de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten bij elektronische
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 683 Wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met verbetering van de maatregelen bij niet-betalen van de premie en de bestuursrechtelijke
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 432 Voorstel van wet van de leden Depla en B. M. de Vries houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten om
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1997 773 Wet van 24 december 1997 tot wijziging van een aantal wetten in verband met de herziening van het afstammingsrecht alsmede van de regeling
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 397 27 844 Regels inzake de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal dat kan worden gebruikt bij een geneeskundige behandeling (Wet veiligheid
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1997 1998 Nr. 239 24 112 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2016 2017 34 257 Wijziging van het urgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade
Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.
34 231 Voorstel van wet van de leden Van Oosten, Recourt en Berndsen-Jansen tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de herziening van het stelsel van
Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet griffierechten burgerlijke zaken in verband met de invoering van kostendekkende griffierechten
Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet griffierechten burgerlijke zaken in verband met de invoering van kostendekkende griffierechten Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,
Artikel 99 wordt als volgt gewijzigd:
Wijziging van Boek 1 en Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten betreffende het uitspreken van de echtscheiding en ontbinding van het geregistreerd partnerschap door de ambtenaar van
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 855 Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 208 Wet van 26 april 2012, houdende tijdelijke bepalingen over de ambulancezorg (Tijdelijke wet ambulancezorg) 0 Wij Beatrix, bij de gratie Gods,
