MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST"

Transcriptie

1 MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 28 maart 2017 met nummer MHHC/M/1617/0050 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0026/M Verzoekende partij mevrouw Negar MEHDIPOURYAN, wonende te 9250 Waasmunster, Wareslagestraat 25 Verwerende partij het VLAAMSE GEWEST vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, ten verzoeke van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw voor wie optreedt, bij delegatie: de gewestelijke entiteit (de afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer, AMMC) met kantoren te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20 bus 8 vertegenwoordigd door: mevrouw Sigrid RAEDSCHELDERS, afdelingshoofd I. BESTREDEN BESLISSING Verzoekende partij vordert met een aangetekende brief van 26 oktober 2015, geregulariseerd met een aangetekende brief van 1 december 2015, de vernietiging van de beslissing van de gewestelijke entiteit van 30 september 2015, gekend onder nummer 14/AMMC/1223-M/CDM/il. De bestreden beslissing legt aan verzoekende partij een alternatieve bestuurlijke geldboete op van 108 euro (18 euro verhoogd met de opdeciemen overeenkomstig artikel , lid 2 DABM)) wegens schending van artikel 12 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna: Materialendecreet). Aan verzoekende partij wordt verweten groenafval en huisvuil te hebben gesluikstort. II. VERLOOP VAN DE RECHTSPLEGING Verwerende partij dient een antwoordnota en het administratief dossier in. Verzoekende partij dient geen wederantwoordnota in. Verwerende partij dient geen laatste nota in. De kamervoorzitter behandelt de vordering tot vernietiging op de openbare zitting van 20 oktober Verzoekende partij verschijnt schriftelijk. Mevrouw Jessica AMENDOLARA loco mevrouw Sigrid RAEDSCHELDERS voert het woord voor verwerende partij. 1

2 3. Het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (DBRC-decreet) en het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (Procedurebesluit) zijn toegepast. III. FEITEN Op 9 juli 2014 stelt een inspecteur bij de politiezone Sint-Niklaas (hierna: verbalisant) het volgende vast: Werknemers van de stedelijke reinigingsdienst vinden aan een vuilnisbakje aan een bushalte in de Plezantstraat, gedeelte tussen Spoorweglaan en Landbouwerstraat, een sluikstort bestaande uit vier zwarte niet-reglementaire vuilniszakken en bevattende groenafval (bloemen) en huisvuil. Zij doorzoeken deze zakken en vinden onder andere één aanwijzing op naam van verdachte. Ze bezorgen ons deze aanwijzing voor verder onderzoek Deze vaststellingen worden opgenomen in het aanvankelijk proces-verbaal nr. DE.64.L /2014 van 10 juli 2014, dat wordt gesloten op 10 juli 2014 en aan het Parket wordt verzonden op 11 september In navolging van de vraag om verzoekende partij (in opvolging van voormelde vaststellingen) te verhoren, wordt door een inspecteur van politie bij de politiezone Hamme/Waasmunster het volgende vastgesteld: Betrokkene werd door opsteller 3 maal schriftelijk uitgenodigd tot verhoor. Bij de eerste uitnodiging was een verklaring van de rechten gevoegd. Opsteller heeft zich naast de 3 schriftelijke uitnodigingen nog meermaals aangeboden aan de woning van betrokkene. Er werd nooit opengedaan. Betrokkene heeft nooit opengedaan of contact opgenomen met onze diensten teneinde een andere afspraak te maken dan deze op de uitnodigingen. We kunnen dus niet overgaan tot het gevraagde. Deze vaststellingen worden opgenomen in het navolgend proces-verbaal nr. GF /14 van 7 augustus 2014, dat wordt gesloten op 22 augustus 2014 en aan het Parket wordt verzonden op 3 september Op 19 september 2014 meldt de procureur des Konings aan de gewestelijke entiteit AMMC dat het milieumisdrijf niet strafrechtelijk zal worden behandeld. 4. Met een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs van 5 november 2014 brengt de gewestelijke entiteit verzoekende partij op de hoogte van haar voornemen om desgevallend een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming. Verzoekende partij wordt daarbij tevens uitgenodigd om haar schriftelijk verweer mee te delen, eventueel vergezeld van een vraag tot hoorzitting, terwijl zij ook de mogelijkheid krijgt om inzage te vragen in het administratief dossier. 2

3 Verzoekende partij dient geen schriftelijk verweer in en vraagt evenmin om te worden gehoord. 6. Op 30 september 2015 legt de gewestelijke entiteit de vermelde bestuurlijke geldboete op, waarvan verzoekende partij met een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs van 14 oktober 2015 in kennis wordt gesteld. Deze beslissing wordt als volgt gemotiveerd: In het proces-verbaal dd. 10 juli 2014 werd een schending van artikel 12 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen vastgesteld. Deze feiten betreffen een milieumisdrijf (art van het decreet van 5 april 1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)) waarvoor de procureur des Konings beslist heeft om niet over te gaan tot de strafrechtelijke behandeling ervan en waarvoor derhalve een bestuurlijke gelboete kan worden opgelegd. Concreet werd op 9 juli 2014 door werknemers van de stedelijke reinigingsdienst aan een vuilnisbakje aan een bushalte in de Plezantstraat te Sint-Niklaas een sluikstort van 4 zwarte niet-reglementaire vuilniszakken met groenafval en huisvuil teruggevonden. In één van deze zakken werd een document op uw naam teruggevonden. U gaf geen verklaring omtrent deze feiten. De afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer is van oordeel dat minstens de zwarte zak waarin het document op uw naam teruggevonden werd onder uw verantwoordelijkheid valt en u dit afval niet correct beheerde zodat dit teruggevonden werd in een sluikstorting. Artikel 12, 1 van het Materialendecreet verbied om afvalstoffen achter te laten of te beheren in strijd met dit decreet of zijn uitvoeringsbesluiten. Het milieumisdrijf staat afdoende vast in uw hoofde. Bij de bepaling van de hoogte van de geldboete wordt rekening gehouden met de ernst van het milieumisdrijf, de frequentie en de omstandigheden waarin het milieumisdrijf is gepleegd of beëindigd. Ernst De doelstelling van bovenvermelde regelgeving is het voorkomen of beperken van de negatieve milieu- en veiligheidsinvloeden van menselijke bedrijvigheden en behandelingen die milieubelastend kunnen zijn, of die gevaarrisico in zich kunnen dragen. De hele maatschappij levert grote inspanningen om een degelijk afvalverwijderingsbeleid te voeren. Dit vraagt inspanningen van ieder individu om zijn afval legaal te verwijderen, teneinde de omgeving leefbaar te houden voor iedereen. Het illegaal achterlaten van afval betekent eveneens een extra kost en inspanning van de hele maatschappij, aangezien bijkomend personeel en materiaal moet worden ingezet voor de opruiming ervan. Het afval betrof huishoudelijk afval, in casu, een zwarte zak gevuld met huishoudelijk afval. 3

4 Deze feiten zijn derhalve voldoende ernstig om gesanctioneerd te worden. Frequentie In het proces-verbaal zijn er geen indicaties dat er bij u reeds eerder vergelijkbare feiten werden vastgesteld; daarom geeft het criterium frequentie bijgevolg geen aanleiding tot een hogere geldboete. Omstandigheden In het gehele dossier zijn geen bijzondere elementen die meegenomen worden bij het bepalen van de hoogte van de boete. Dit is de bestreden beslissing. IV. ONTVANKELIJKHEID VAN DE VORDERING TOT VERNIETIGING Uit het dossier blijkt dat de vordering tijdig en regelmatig is ingesteld. Er worden geen excepties opgeworpen. V. ONDERZOEK VAN DE MIDDELEN TOT VERNIETIGING A. Eerste middel Standpunt van de partijen Verzoekende partij verwijst naar de feitelijke kennisname van de bestreden beslissing op 16 oktober 2015, en stelt dat zij van de gewestelijke entiteit eerder al een brief had ontvangen en hierop zowel een brief teruggestuurd als telefonisch contact (heeft) opgenomen. Zij stelt dat er op de eerste brief stond dat zij één zak had gedropt in de Dalstraat in Sint-Niklaas, terwijl er op de laatste brief staat dat zij vier zakken gedropt zou hebben in de Plezantstraat in Sint-Niklaas, en merkt op dat zij het heel bizar vind dat er telkens een andere straatnaam vermeld word in deze brieven. Verwerende partij stelt dat uit het verzoekschrift van verzoekende partij blijkt dat zij in essentie een schending aanvoert van artikel DABM en de hoorplicht doordat bij het nemen van de bestreden beslissing geen rekening zou zijn gehouden met een door haar ingediend schriftelijk verweer. Zij wijst op het feit dat de gewestelijke entiteit verzoekende partij overeenkomstig de plicht in artikel DABM per aangetekend schrijven van 5 november 2014 op de hoogte bracht van het voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen (Stuk 4), waarbij verzoekende partij werd uitgenodigd om schriftelijk verweer in te dienen en om haar verweer desgevallend mondeling toe te lichten. Zij stelt dat er in casu geen schending van artikel DABM en de hoorplicht kan weerhouden worden nu de verzoekende partij correct werd uitgenodigd om een schriftelijk verweer in te dienen én nagelaten heeft van deze mogelijkheid gebruik te maken hangende de bestuurlijke beboetingsprocedure. In de rand hiervan merkt zij op dat verzoekende partij pas na ontvangst van de bestreden beslissing op 15 oktober 2015 telefonisch contact opnam met de gewestelijke entiteit, die haar gelet op de 4

5 vaststelling dat de beroepstermijn op dat ogenblik reeds een aanvang had genomen verzocht om zich tot het College te richten. Zij stelt tevens dat de bewering als zou er een schriftelijk verweer zijn ingediend in het kader van het bestuurlijk beboetingsdossier voor het achterlaten van afval in de Plezantstraat te Sint-Niklaas op geen enkele wijze wordt gestaafd en zelfs wordt tegengesproken door de tekst van het beroepschrift zelf, waarin verzoekende partij stelt dat er op de eerste brief stond dat zij één zak had gedropt in de Dalstraat te Sint-Niklaas, terwijl de gewestelijke entiteit in de kennisgeving van 5 november 2014 louter spreekt van 'sluikstorten en er nergens in het administratief dossier melding wordt gemaakt van de Dalstraat te Sint-Niklaas. Beoordeling door het College Verzoekende partij voert in essentie de schending aan van artikel , 1 DABM, doordat de gewestelijke entiteit in de bestreden beslissing geen rekening zou hebben gehouden met een brief die door verzoekende partij zou zijn teruggestuurd, gevolgd door telefonisch contact, naar aanleiding van de beschuldiging van sluikstorting in de Stad Sint-Niklaas. Art , 1 DABM luid als volgt: Na de ontvangst van de beslissing van de procureur des Konings brengt de gewestelijke entiteit de vermoedelijke overtreder op de hoogte van het voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen De vermoedelijke overtreder wordt uitgenodigd om binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de kennisgeving van dit bericht schriftelijk zijn verweer mee te delen. Tevens wordt hij erop gewezen dat hij: 1 de documenten waarop het voornemen tot het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete berust, kan inzien en er kopieën van kan krijgen; 2 mondeling zijn schriftelijke verweer kan toelichten. De vermoedelijke overtreder moet daartoe bij de gewestelijke entiteit een aanvraag indienen binnen dertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving. 3. Uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat verzoekende partij in casu met een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs van 5 november 2014 door de gewestelijke entiteit correct in kennis werd gesteld van het voornemen om desgevallend een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen, en daarbij tevens werd uitgenodigd om haar schriftelijk verweer mee te delen, eventueel vergezeld van een vraag tot hoorzitting, terwijl zij ook de mogelijkheid kreeg om inzage te vragen in het administratief dossier. Tevens blijkt uit het dossier dat verzoekende partij naar aanleiding van voormeld schrijven geen schriftelijk verweer indiende, noch verzocht om te worden gehoord. Hoewel verzoekende partij in haar verzoekschrift beweert dat zij zowel een brief (heeft) teruggestuurd als telefonisch contact (heeft) opgenomen, wordt daarvan geen enkel (begin van) bewijs voorgelegd. Zij toont derhalve niet aan dat zij (tijdig) gebruik maakte van de mogelijkheid om (naar aanleiding van de vaststellingen in het aanvankelijk proces-verbaal van 10 juli 2014) een schriftelijk verweer in te dienen en om dit verweer mondeling toe te lichten. Bovendien verwijst verzoekende partij in het kader van deze (loutere) bewering naar het feit dat er op de eerste brief stond dat zij één zak had gedropt in de Dalstraat in Sint-Niklaas, terwijl er op de laatste brief staat dat zij vier zakken gedropt zou hebben in de Plezantstraat in Sint-Niklaas, terwijl de gewestelijke entiteit in haar schrijven van 5 november 2014 enkel melding maakt van sluikstorten dat werd vastgesteld door een proces-verbaal van de politiezone Sint-Niklaas. 5

6 Gelet op voormelde feitelijke vaststellingen op basis van het administratief dossier, die niet worden tegengesproken door andere stukken, stelt het College vast dat verzoekende partij feitelijk verzaakte aan haar mogelijkheid om schriftelijk en desgevallend eveneens mondeling te worden gehoord. In die optiek kan zij niet langer beweren dat haar hoorrecht werd geschonden. Het middel wordt verworpen. B. Tweede middel Standpunt van de partijen Verzoekende partij merkt op dat er op de eerste brief van de gewestelijke entiteit stond dat zij één zak had gedropt in de Dalstraat in Sint-Niklaas, terwijl er op de laatste brief staat dat zij vier zakken gedropt zou hebben in de Plezantstraat in Sint-Niklaas, en stelt dat zij het heel bizar vind dat er telkens een andere straatnaam vermeld word in deze brieven. Zij stelt tevens dat het raar is dat er in de gevonden vuilniszakken eveneens groenafval en huisvuil gevonden zouden zijn, gezien zij het groenafval aan de buren geeft voor hun paarden en haar huisvuil netjes sorteert en voor haar eigen deur zet, die wordt opgehaald door de wekelijkse vuilkar. In de rand daarvan merkt zij op dat ze trouwens het nut er niet van inziet om met haar vuilniszakken helemaal van Waasmunster tot Sint-Niklaas te gaan en ze daar te zetten, terwijl ze ook gewoon voor haar deur opgehaald worden. Zij stelt dat zij dus geen enkel idee heeft van hoe er een document met haar naam in deze zak of zakken kan terechtgekomen zijn. Tenslotte stelt zij dat zij er zelf ook van bewust is en er voorstander van is dat sluikstorten niet mag en ook niets op straat gooit, zodat zij er best van aangedaan is dat zij nu hiervan beschuldigd word, en er dan ook van overtuigd is dat er hiervoor een andere verklaring moet zijn. Verwerende partij stelt dat uit het verzoekschrift van verzoekende partij blijkt dat zij in essentie een schending aanvoert van artikel DABM en het bestaan van het daderschap van het milieumisdrijf betwist. Zij wijst op het feit dat (overeenkomstig rechtspraak van het College) het bewijs van de feiten en het daderschap met het oog op bestuurlijke beboeting in beginsel met alle middelen van recht kan worden geleverd, en de gewestelijke entiteit bij de waardering van de voorliggende bewijsmiddelen, in beginsel oordeelt naar innerlijke overtuiging. Zij wijst tevens op het feit dat (overeenkomstig rechtspraak van het College) de principieel vrije bewijsvoering onder meer inhoudt dat het bewijs van de relevante feiten kan worden geleverd door een geheel van samenhangende feitelijke vaststellingen en verklaringen die iedere redelijke twijfel omtrent het daderschap en de feiten uitsluiten. Zij stelt dat de gewestelijke entiteit bij het nemen van de bestreden beslissing naar innerlijke overtuiging heeft geoordeeld dat de verzoekende partij minstens verantwoordelijk is voor het achterlaten, minstens foutief beheren van de zwarte, nietreglementaire vuilniszak met afval waarin het bewijs van aangetekende zending van een brief van de verzoekende partij aan de Afdeling Studietoelagen van de Vlaamse Overheid werd gevonden, en benadrukt (onder verwijzing naar rechtspraak) dat een bewijs van aangetekende zending aan de Afdeling Studietoelagen met naam en adres van de verzoekende partij, daterend van 20 mei 2014 (ca. 5 maand voor vaststelling van het sluikstort) een persoonlijk document is (anders dan bv. een reclamefolder) dat minstens een ernstig vermoeden van daderschap schept in hoofde van de verzoekende partij. In dit kader merkt zij op dat verzoekende partij noch hangende de bestuurlijke beboetingsprocedure noch voor Uw College een geloofwaardige verklaring kon geven voor de aanwezigheid van het bewijs van aangetekende zending aan de Afdeling Studietoelagen in een gesluikstorte, zwarte niet-reglementaire vuilniszak, terwijl de rechtspraak inzake het achterlaten van afvalstoffen vereist dat de vermoedelijke overtreder een geloofwaardige verklaring geeft omtrent de aanwezigheid van persoonlijke documenten in een 6

7 sluikstort opdat het milieumisdrijf niet bewezen zou worden geacht. In de rand hiervan verwijst zij naar rechtspraak van het Hof van Cassatie dat het vereisen van een aanvoeringslast geenszins de bewijslast in strafzaken noch het vermoeden van onschuld miskent. Beoordeling door het College Verzoekende partij betwist in essentie dat zij gesluikstort heeft, zodat haar geen inbreuk zou kunnen worden verweten op artikel 12 Materialendecreet en zij niet kan worden beschouwd als de overtreder in de zin van artikel , lid 1 DABM. Een bestuurlijke geldboete betreft een punitieve sanctie, waarbij de bewijslast van het milieumisdrijf en de overtreder berust bij de gewestelijke entiteit. Het bewijs van de feiten en het daderschap kan met het oog op bestuurlijke beboeting, naar analogie met de bewijsvoering in strafzaken, in beginsel met alle middelen van recht worden geleverd. De principieel vrije bewijsvoering behelst onder meer dat het bewijs van het daderschap kan worden geleverd door een geheel van samenhangende feitelijke vaststellingen, die éénsluidend eenzelfde persoon als pleger van het vastgestelde milieumisdrijf aanduiden. De beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het zorgvuldigheidsbeginsel, en het vermoeden van onschuld, zoals onder meer bepaald in artikel 6, lid 2 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, omringen de bewijslevering met waarborgen op procedureel en inhoudelijk vlak. 3. Het College stelt vast dat de gewestelijke entiteit in de bestreden beslissing inzake de toerekenbaarheid van het milieumisdrijf in hoofde van verzoekende partij overweegt dat op 9 juli 2014 door werknemers van de stedelijke reinigingsdienst in de Plezantstraat te Sint-Niklaas een sluikstort van 4 zwarte niet-reglementaire vuilniszakken met groenafval en huisvuil werd teruggevonden, dat in één van deze zakken een document werd teruggevonden op naam van verzoekende partij, en dat laatstgenoemde geen verklaring gaf omtrent deze feiten. Op basis hiervan besluit de gewestelijke entiteit dat minstens de zwarte zak waarin het document werd teruggevonden op naam van verzoekende partij onder haar verantwoordelijkheid valt en zij dit afval niet correct beheerde zodat dit teruggevonden werd in een sluikstorting, met schending van artikel 12, 1 Materialendecreet. 4. Het College oordeelt dat verzoekende partij in het licht van de stukken van het administratief dossier en de procedurestukken niet aantoont noch aannemelijk maakt dat de motivering van de gewestelijke entiteit inzake haar daderschap foutief dan wel kennelijk onredelijk is, en er terzake (minstens) twijfel bestaat. Uit het aanvankelijk proces-verbaal van 10 juli 2014 blijkt dat er bij het doorzoeken van de achtergelaten vier zwarte niet-reglementaire vuilniszakken onder meer een bewijs werd aangetroffen van aangetekende zending met (handgeschreven) naam en adres van verzoekende partij aan de afdeling studietoelagen van de Vlaamse overheid. Hoewel verzoekende partij stelt dat zij geen enkel idee heeft van hoe er een document met haar naam in deze zak of zakken kan terechtgekomen zijn, en er van overtuigd is dat er hiervoor een andere verklaring moet zijn, geeft zij hieromtrent geen enkele redelijke uitleg. Zij geeft evenmin enige uitleg omtrent de vaststelling in het navolgend proces-verbaal van 7 augustus 2014 dat zij tevergeefs meermaals (onder meer tot driemaal toe schriftelijk) werd uitgenodigd om te worden verhoord omtrent het aangetroffen sluikstort, met inbegrip van het betreffende bewijs van aangetekende zending. In die 7

8 optiek meent het College dat de gewestelijke entiteit op basis van het aangetroffen bewijs van aangetekende zending en de ontstentenis van een aanvaardbare (geloofwaardige) uitleg door verzoekende partij redelijkerwijze kon oordelen dat de betreffende niet-reglementaire vuilniszak door verzoekende partij werd achtergelaten. Deze vaststaande gegevens kunnen worden beschouwd als een geheel van samenhangende vaststellingen, die verzoekende partij wat betreft de kwestieuze vuilniszak éénsluidend als overtreder in de zin van artikel , lid 1 DABM aanduiden. Voormelde vaststelling wordt niet ontkracht door de opmerking van verzoekende partij dat er op de eerste brief van de gewestelijke entiteit stond dat zij één zak had gedropt in de Dalstraat in Sint-Niklaas, terwijl er op de laatste brief staat dat zij vier zakken gedropt zou hebben in de Plezantstraat in Sint-Niklaas. Zoals hoger gesteld maakte de gewestelijke entiteit in haar schrijven van 5 november 2014 enkel melding van sluikstorten dat werd vastgesteld door een proces-verbaal van de politiezone Sint-Niklaas (waarin enkel sprake is van de Plezantstraat). Deze vaststelling wordt evenmin ontkracht door de loutere bewering van verzoekende partij dat zij het groenafval aan de buren geeft voor hun paarden en haar huisvuil netjes sorteert en voor haar eigen deur zet, die wordt opgehaald door de wekelijkse vuilkar, zodat het raar is dat er in de gevonden vuilniszakken eveneens groenafval en huisvuil gevonden zouden zijn. Verzoekende partij brengt hiervan immers geen enkel (begin van) bewijs bij. Hetzelfde geldt wat betreft haar opmerking dat zij trouwens het nut er niet van inziet om met haar vuilniszakken helemaal van Waasmunster tot Sint-Niklaas te gaan en ze daar te zetten, terwijl ze ook gewoon voor haar deur opgehaald worden. De zwarte zak waarin het document op naam van verzoekende partij werd teruggevonden en waarvoor zij wordt beboet betreft blijkens het aanvankelijk proces-verbaal een niet-reglementaire vuilniszak, die niet wordt meegenomen door de vuilkar, terwijl de afstand van de woonplaats van verzoekende partij tot de plaats waar het sluikstort werd aangetroffen met de auto kan worden overbrugd in circa 15 min. Tenslotte doet ook haar bewering dat zij er best van aangedaan is dat zij nu hiervan beschuldigd word geen afbreuk aan voormelde vaststelling, in de rand waarvan het College opmerkt dat deze bewering niet strookt met het stilzwijgen van verzoekende partij sinds de opmaak van het aanvankelijk proces-verbaal. Het middel wordt verworpen. 8

9 BESLISSING VAN HET MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE Het College verwerpt het beroep. De behandeling van het beroep heeft geen kosten met zich gebracht, zodat een beslissing over de kosten van het geding zonder voorwerp is. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare zitting van 28 maart 2017, door het Milieuhandhavingscollege, derde kamer, samengesteld uit: De toegevoegd griffier, De voorzitter van de derde kamer, Marino DAMASOULIOTIS Pascal LOUAGE 9

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 16 mei 2017 met nummer MHHC/M/1617/0076 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0109/M Verzoekende partij de bvba JACQUES GHEYSENS vertegenwoordigd door advocaat Thomas BAILLEUL

Nadere informatie

Milieuhandhavingscollege

Milieuhandhavingscollege Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC/M/1516/0030 van 26 november 2015 In de zaak van de bvba 10POND, met maatschappelijke zetel te 9770 Kruishoutem, Duifhuisstraat 21, voor en namens wie optreedt mr. Koen

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 28 maart 2017 met nummer MHHC/M/1617/0045 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0097/M Verzoekende partij Verwerende partij Marc Broucke, met woonplaatskeuze te 8830 Hooglede,

Nadere informatie

Milieuhandhavingscollege

Milieuhandhavingscollege Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-13/35-VK van 18 april 2013 In de zaak van de BVBA [ ] met maatschappelijke zetel te [ ] voor en namens wie optreedt mr. Albert COPPENS, advocaat, met kantoor te 9300

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 28 maart 2017 met nummer MHHC/M/1617/0047 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0099/M Verzoekende partij de bvba IMBRECHTS, met zetel te 1910 Kampenhout, Haachtsesteenweg

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0113 van 26 april 2016 in de zaak MHHC/1415/0065/M/0053 In zake: de nv AGROTECH BELGASIA, met zetel te 8870 Izegem, Gentse Heerweg 78 waar woonplaats wordt

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 19 juni 2018 met nummer RvVb/A/1718/1022 in de zaak met rolnummer 1516/RvVb/0396/A Verzoekende partij Verwerende partij mevrouw Marina VERPLANCKE, wonende te

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 2 augustus 2016 met nummer RvVb/A/1516/1389 in de zaak met rolnummer 1516/RvVb/0046/SA Verzoekende partij mevrouw Pauline PENNE vertegenwoordigd door advocaat

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0093 van 14 april 2016 in de zaak MHHC/1415/0032/M/0024 In zake: de heer Ludwig VAN DE WEGHE, wonende te 9270 Kalken, Krimineelstraat 21a vertegenwoordigd

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 9 mei 2017 met nummer RvVb/A/1617/0839 in de zaak met rolnummer RvVb/1415/0697/SA/0682 Verzoekende partijen de heer Tjerk BOERSMA mevrouw Melina CRAEYBECKX

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 11 september 2018 met nummer RvVb/A/1819/0052 in de zaak met rolnummer 1718/RvVb/0029/A Verzoekende partij mevrouw Gerda BORREMANS vertegenwoordigd door advocaat

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 13 juni 2017 met nummer MHHC/M/1617/0091 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0137/M Verzoekende partij Verwerende partij de heer Marc VAN DER SMISSEN, wonende te 1730

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/0901 van 5 april 2016 in de zaak 1213/0305/SA/1/0295 In zake: de heer Geert STANDAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaten Koen GEELEN

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 26 september 2017 met nummer RvVb/A/1718/0094 in de zaak met rolnummer 1617/RvVb/0579/SA Verzoekende partijen Verwerende partij 1. de heer William ROTTIERS

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/4.8.14/2014/0038 van 24 juni 2014 in de zaak 1314/0216/A/4/0183 In zake: de heer Daniël VANDERVELPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Geert DEMIN

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 25 juni 2019 met nummer RvVb-A-1819-1144 in de zaak met rolnummer 1718-RvVb-0447-A Verzoekende partijen de gemeente SINT-KATELIJNE-WAVER, vertegenwoordigd door

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 8 november 2016 met nummer RvVb/A/1617/0231 in de zaak met rolnummer 1314/0771/A/2/0738 Verzoekende partij 1. de heer Tom BELMANS 2. mevrouw Christ l MAES 3.

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 26 september 2017 met nummer RvVb/A/1718/0092 in de zaak met rolnummer 1617-RvVb-0521-A Verzoekende partij de nv ASPIRAVI vertegenwoordigd door advocaat Gregory

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST van 9 oktober 2018 met nummer RvVb/A/1819/0155 in de zaak met rolnummer 1617/RvVb/0701/A Verzoekende partijen 1. de heer Johan VANDEVENNE 2. mevrouw Gerda

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0042 van 14 januari 2016 in de zaak 14/MHHC/79-M In zake : de heer [ ] wonende te [ ] verzoekende partij tegen: het VLAAMSE GEWEST vertegenwoordigd door

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 16 augustus 2016 met nummer RvVb/S/1516/1447 in de zaak met rolnummer 1516/RvVb/0336/SA Verzoekende partijen 1. de heer Kristoffel VOSSEN 2. mevrouw Simonne

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/1202 van 7 juni 2016 in de zaak 1213/0253/SA/8/0233 In zake: de heer David DE CORTE mevrouw Mia LEFEVRE 3. de heer Luc LEFEVRE 4. de heer Wouter

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 20 augustus 2019 met nummer RvVb-S-1819-1323 in de zaak met rolnummer 1819-RvVb-0607-SA Verzoekende partijen 1. de heer Jules DHOOGHE 2. mevrouw Evelyne VAN

Nadere informatie

Milieuhandhavingscollege

Milieuhandhavingscollege Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-13/41-VK van 30 april 2013 In de zaak van de heer [ ] wonende te [ ] voor en namens wie optreedt mr. Kris DHAENE, advocaat, met kantoor te 9000 GENT, Sint-Lievenspoortstraat

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE DERDE KAMER ARREST nr. A/2013/0075 van 19 februari 2013 in de zaak 2010/0528/SA/3/0681 In zake: de nv... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 4 mei 2017 met nummer MHHC/M/1617/0064 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0062/M Verzoekende partij Verwerende partij mevrouw Silvy DENDAUW, wonende te 8940 Wervik,

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0104 van 21 april 2016 in de zaak MHHC/1415/0050/M/0041 In zake: de heer Lorenzo ANTHOONS vertegenwoordigd door: advocaat Roger BOMMEREZ kantoor houdende

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2011/0162 van 9 november 2011 in de zaak 2010/0276/SA/3/0255 In zake: 1.... 2.... beiden wonende te... advocaat Gert BUELENS kantoor houdende te 2800 Mechelen,

Nadere informatie

Bestuurlijke handhaving: afhandeling van een proces-verbaal

Bestuurlijke handhaving: afhandeling van een proces-verbaal Bestuurlijke handhaving: afhandeling van een proces-verbaal - afdelingshoofd Afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer Milieunetwerkdag voor lokale politie 13 mei 2014 Inhoud 2. Bestuurlijke

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2014/0287 van 22 april 2014 in de zaak 1213/0576/A/1/0539 In zake: mevrouw Martine VAN BOCXLAER, wonende te 9940 Evergem, Langerbrugsestraat 36 verzoekende

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE TIENDE KAMER ARREST nr. UDN/2015/0005 van 19 maart 2015 in de zaak RvVb/1415/0006/UDN In zake: 1. de heer Yves VANNERUM 2. mevrouw Kathleen CRABBE advocaten

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2014/0492 van 22 juli 2014 in de zaak 2010/0393/A/3/0470 In zake: de heer..., wonende te... verzoekende partij tegen: de deputatie van de provincieraad van

Nadere informatie

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. XIVe KAMER A R R E S T. nr. 216.840 van 13 december 2011 in de zaak A. 198.115/XIV-32.

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. XIVe KAMER A R R E S T. nr. 216.840 van 13 december 2011 in de zaak A. 198.115/XIV-32. RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER A R R E S T nr. 216.840 van 13 december 2011 in de zaak A. 198.115/XIV-32.556 In zake : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven Hooyberghs

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/1294 van 28 juni 2016 in de zaak 1314/0440/A/4/0401 In zake: de heer Alain CHABEAU advocaat Dominique VERMER kantoor houdende te 1160 Brussel, Tedescolaan

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 18 september 2018 met nummer RvVb/A/1819/0078 in de zaak met rolnummer 1718/RvVb/0294/SA Verzoekende partijen 1. de heer Raoul DIRCKX 2. mevrouw Rose Marie

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/4.8.14/2015/0033 van 4 augustus 2015 in de zaak 1415/0262/A/2/0254 In zake: 1. de heer Marc DE SMET 2. de heer Marnix DECOCK beiden wonende te 8500 Kortrijk,

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST nr. A/2011/0030 van 23 maart 2011 in de zaak 2010/0319/SA/3/0300 In zake: 1. de vzw... 2. mevrouw... 3. de heer... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0046 van 21 januari 2016 in de zaak 14/MHHC/87-M In zake:... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Koenraad DEGROOTE met kantoor te 8720 Wakken,

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2015/0008 van 13 januari 2015 in de zaak 1314/0021/A/2/0050 In zake: 1. de heer Albert VRANKEN 2. mevrouw Marie-Joanna BRABANTS bijgestaan en vertegenwoordigd

Nadere informatie

HANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

HANDHAVINGSCOLLEGE ARREST HANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 13 maart 2018 met nummer HHC/I/1718/0080 in de zaak met rolnummer 1617-MHHC-0086-I Verzoekende partij mevrouw Annemie ROEFS, wonende te 2340 Beerse, Bisschopslaan 46 de heer

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/0601 van 16 februari 2016 in de zaak RvVb/1415/0481/A/0466 In zake: de heer Theodoor GORISSEN bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Antoon

Nadere informatie

Milieuhandhavingscollege

Milieuhandhavingscollege Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-13/104-VK van 19 december 2013 In de zaak van de heer [ ] wonende te [ ] hierna de verzoekende partij te noemen, tegen het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 8 november 2016 met nummer RvVb/A/1617/0256 in de zaak met rolnummer 1415/0122/A/6/0092 Verzoekende partij Verwerende partij Tussenkomende partijen de heer

Nadere informatie