MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE"

Transcriptie

1 MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0087 van 31 maart 2016 in de zaak MHHC/1415/0019/M/0021 In zake: de heer Marc DEPESTEL, wonende te 8730 Beernem, Oedelemsteenweg 14 verzoekende partij tegen: het VLAAMSE GEWEST vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, ten verzoeke van de Vlaamse Minister voor Omgeving, Natuur en Landbouw bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Bart BRONDERS kantoor houdende te 8400 Oostende, Archimedesstraat 7 waar woonplaats wordt gekozen verwerende partij I. VOORWERP VAN DE VORDERING De vordering, ingesteld met een aangetekende brief van 3 maart 2015 en geregulariseerd met een aangetekende brief van 23 maart 2015, strekt tot de vernietiging van de beslissing van de gewestelijke entiteit van 15 januari 2015, gekend onder nummer 12/AMMC/411-M/SM/mb. De bestreden beslissing legt aan de verzoekende partij een alternatieve geldboete op van 418 euro (76 euro verhoogd met de opdeciemen) wegens het vangen van beschermde vogelsoorten en het bezit van 2 inloopkooien en een volière met vangstcompartiment. II. VERLOOP VAN DE RECHTSPLEGING De verwerende partij heeft een antwoordnota ingediend en heeft een afschrift van het administratief dossier neergelegd. De verzoekende partij heeft een wederantwoordnota ingediend. De verwerende partij heeft een laatste nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de zitting van 3 maart 2016, waar de vordering tot vernietiging werd behandeld. Kamervoorzitter Marc VAN ASCH heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en advocaat Fatima HOSSEINI die loco advocaat Bart BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. MHHC - 1

2 Het Decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (DBRC-decreet) en het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (Procedurebesluit) zijn toegepast. De debatten worden gesloten. III. FEITEN Op 28 december 2011 stellen natuurinspecteurs van het Agentschap voor Natuur en Bos een proces-verbaal op voor feiten die zij op 26 oktober 2011 hebben vastgesteld op het adres 8730 Oedelem, Ten Torre 7. Deze woning is eigendom van de ouders van de verzoekende partij. De aanleiding voor deze vaststelling is een klacht bij het Agentschap voor Natuur en Bos omdat er tegen de schuur van de boerderij in het najaar van 2010 een volière stond met een 6-tal vinken in en onderaan inloopopeningen om wilde vinken te vangen. Op 26 oktober 2011 zien de inspecteurs vanuit het aanpalende weiland de volière staan met daarin 1 vink. Onderaan bevinden zich inloopopeningen om wilde vinken te vangen. Er ligt ook lokvoeder voor de inloopopeningen. Het proces-verbaal vermeldt verder: 2) VASTSTELLINGEN: Wat verderop zien we tussen de zwarte elzen, 2 palen staan met een ophaalsysteem zoals voor vlaggen. De afstand tussen de palen, de locatie russen de zwarte elzen en de hoogte wijzen allen erop dar deze constructie gebruikt wordt om een mistnet tussen te spannen om zo vinkachtigen te vangen. Er is momenteel geen mistnet aanwezig. 3) HUISZOEKING: We bellen aan en make onze bevoegdheid bekend. 3.1) TOESTEMMING TOT HUISZOEKING. Beide betrokkenen zijn van zo n respectabele leeftijd, en de echtgenoot is zo slecht te been, dat het snel duidelijk is dat betrokkenen niet diegenen zijn die vogels vangen. Betrokkenen zijn zeer vriendelijk, laten ons direct binnen en geven zonder problemen vrijwillig de toestemming tot huiszoeking. 3.2) VASTSTELLINGEN: Aangezien de echtgenoot slecht te been, gaat de echtgenote met ons mee langs de schuren. Beide betrokkenen zeggen niets af te weten van vogelvangst op hun terrein. Bij de volière aangekomen zegt de echtgenote dat ze aan deze kant van de boerderij nooit nog komt, en dus niet weet van wie deze kan zijn. De volière heeft onderaan een vangstcompartiment met een 4-tal inloopopeningen. Ondertussen is er een wilde vink gevangen. Betrokkene heeft geen enkel probleem met het feit dat het vangstgedeelte vernietigd wordt. We laten de wilde vink vrij, en zien dat de lokvink geringd is met een kweekring. We noteren het nummer voor verdere identificatie: AVB Bij de palen voor het mistnet herhaalt betrokkene dat ze hier niets van afweet. In aanwezigheid van betrokkene doorzoeken wij de schuren, stallingen, garage, de zolder en kelder. In één va de oude stallingen staan 2 grote inloopkooien met samen 14 inloopopeningen, echter niet recent gebruikt. Opnieuw ontkent betrokkene te weten van wie dit materiaal is. Er wordt geen mistnet gevonden. MHHC - 2

3 Hierna nemen we verhoor af va beide betrokkenen, dat zeer gemoedelijk verloopt. Omstreeks 16.30u verlaten we de boerderij. Het in beslag genomen materiaal is illegaal bezit volgens bijlage 2 van het Soortenbesluit en wordt vernietigd. Via de databank van vinkeniers kunnen we de eigenaar van de geringde vink identificeren: het gaat op Depestel Marc, woonachtig in de Oedelemsteenweg 14 in St. Joris. Vermoedelijk gaat het om een zoon van betrokkenen. Depestel Marc staat geregistreerd als kweker van vinken en bestelt jaarlijks een 20-tal ringen. We rijden naar Depestel Marc, bellen aan en maken onze bevoegdheid bekend. Enkel de kinderen zijn thuis. Er wordt telefonisch contact opgenomen met Marc Depestel. Hij is reeds op de hoogte van ons bezoek bij zijn ouders en is opgewonden over ons optreden. Hij betwist onze bevoegdheden bij de huiszoeking bij zijn ouders en weigert een controle van zijn vinken, die volgens hem in orde zijn, zolang hij niet thuis. Hij neemt afwisselend de verantwoordelijkheid voor de vangst wel, dan weer niet op zich. Hij zegt wel dat de inloopkooien van hem zijn, maar dat hij nog geen tijd gehad heeft deze te vernietigen. Vroeger mocht je ze hebben als je ze niet gebruikte. Uiteindelijk bedaren de gemoederen en wordt afgesproken een controle van de vinken op latere datum te doen, samen met een verhoor, omdat hij zich pas tegen de avond vrij kan maken van zijn werk. Op 12 maart 2012 stellen de gewestelijke toezichthouder en een natuurinspecteur van het Agentschap Natuur en Bos een proces-verbaal op. In dit proces-verbaal wordt vastgesteld dat de inloopkooien bestuurlijk werden meegenomen en vernietigd. Op 23 maart 2012 beslist de procureur des Konings dat hij de verzoekende partij niet strafrechtelijk zal vervolgen. Met een brief van 14 mei 2012 brengt de gewestelijke entiteit de verzoekende partij op de hoogte van haar voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming, op te leggen en nodigt zij de verzoekende partij uit om schriftelijk haar verweer mee te delen. De verzoekende partij dient geen schriftelijke repliek in, noch verzoekt zij om te worden gehoord. De gewestelijke entiteit legt op 15 januari 2015 de vermelde bestuurlijke geldboete op. Deze beslissing wordt aan de verzoekende partij betekend op 6 februari De verwerende partij motiveert haar beslissing als volgt: Milieumisdrijf en toerekenbaarheid Artikel van het Soortenbesluit verbiedt het vangen van beschermde vogelsoorten. In de tuin van uw ouders werd een vangplaats aangetroffen met een lokvogel met uw stamnummer. In het telefoongesprek met verbalisanten nam u afwisselend de verantwoordelijkheid voor de vangst wel, dan weer niet op. Uit bovenstaande elementen leidt AMMC af dat u weldegelijk vogels aan het vangen was. MHHC - 3

4 Ten slotte zijn volgens bijlage 2C van het Soortenbesluit de 2 inloopkooien en de volière met vangstcompartiment middelen waarvan het bezit verboden wordt gesteld in artikel 16 3 van het Soortenbesluit. Het milieumisdrijf staat in uw hoofde vast. Bij de bepaling van de hoogte van de geldboete wordt rekening gehouden met de ernst van het milieumisdrijf, de frequentie en de omstandigheden waarin het milieumisdrijf is gepleegd of beëindigd. Ernst Het Soortenbesluit is tot stand gekomen om kwetsbare soorten te beschermen. Deze regelgeving streeft een goede biodiversiteit na. Een doordacht soortenbeleid draagt hiertoe bij en brengt een gedeelde verantwoordelijkheid mee voor zowel de overheid als de vogelliefhebber om zowel het vogelbestand als de vogelliefhebberij voor de komende generaties te vrijwaren. Deze doelstelling wordt miskend door het door u gepleegde milieumisdrijf. Het Soortenbesluit kadert in nationale en internationale overeenkomsten en is een omzetting van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen die streven naar de instandhouding en herstel van alle vogelsoorten in Europa en de natuurlijke habitats en de wilde fauna en flora in de verschillende lidstaten. Deze Vogel- en Habitatrichtlijnen hebben, naast het gebiedsgerichte uitgangspunt door het afbakenen van speciale beschermingszones, als tweede pijler de rechtstreekse soortenbescherming. Centraal hierin staan een reeks verbodsbepalingen die de lidstaten moeten opleggen ten aanzien van een aantal handelingen met betrekking tot bepaalde soorten, zowel specimens van die soorten, als hun nest-, rust- en voortplantingsplaatsen. Het opzet van artikel 10 van het Soortenbesluit bestaat erin om specimens van de beschermde soorten door verbodsbepalingen te vrijwaren van vernietigende of verstorende handelingen. Het staat zonder twijfel vast dat u beschermde soorten opzettelijk ving. U was in het bezit van 2 inloopkooien en een volière met vangstcompartiment. Het louter bezit van deze tuigen is verboden (artikel 16 3 van het Soortenbesluit). Er wordt evenwel rekening gehouden met het feit dat een deel van dit materiaal, m.n. de 2 inloopkooien, wel aanwezig was, maar niet op heterdaad werd vastgesteld dat het door u recent gebruikt werd. Bovenvermelde feiten zijn derhalve voldoende ernstig om gesanctioneerd te worden met een alternatieve bestuurlijk geldboete. Frequentie In het proces-verbaal zijn er geen indicaties dat er bij u reeds eerder vergelijkbare feiten werden vastgesteld. De factor frequentie geeft bijgevolg geen aanleiding tot een hogere geldboete. Omstandigheden Uit het proces-verbaal blijkt dat uw ouders vrijwillig toestemming tot huiszoeking gaven. Deze huiszoeking heeft mede geleid tot het vaststellen van bovengenoemde feiten; dit wordt meegenomen als een verzachtende omstandigheid, wat aanleiding geeft tot een MHHC - 4

5 lagere geldboete. Per schrijven van 14 mei 2012 werd u op de hoogte gebracht van het voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming, op te leggen. Overeenkomstig artikel DABM neemt AMMC een boetebeslissing binnen een termijn van honderdtachtig dagen na deze kennisgeving. Deze 180- dagentermijn is een termijn van orde, waarvan de overschrijding niet gesanctioneerd wordt. Deze beslissingstermijn is inmiddels verstreken. AMMC is in casu van oordeel dat de feiten voldoende ernstig zijn om alsnog een bestuurlijke geldboete op te leggen. Het is evenwel aangewezen om het boetebedrag te verlagen rekening houdend met de termijn die verstreken is sedert de start van de bestuurlijke boeteprocedure. Voor het overige zijn er wat dit milieumisdrijf betreft, geen andere bijzondere omstandigheden die een invloed hebben op de hoogte van de geldboete. OM DEZE REDENEN besliste de afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer op 15 JAN om aan u een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen van 418 (vierhonderdachttien) euro (namelijk: 76 euro vermeerderd met de opdeciemen die van toepassing waren conform artikel DABM). Dit is de bestreden beslissing. IV. ONTVANKELIJKHEID VAN DE VORDERING TOT VERNIETIGING Standpunt van de partijen 1. De bestreden beslissing werd aan de verzoekende partij betekend op 6 februari De verzoekende partij heeft een eerste verzoekschrift ingediend op 2 maart Met een aangetekende brief van 6 maart 2015 verzoekt de griffie het verzoekschrift te regulariseren binnen de termijn van acht dagen, ingaand de dag na de dag van de betekening van het verzoek tot regularisatie. 2 De verwerende partij stelt dat het geregulariseerde verzoekschrift pas op 24 maart 2015 ingediend is en bijgevolg laattijdig is. 3. De verzoekende partij repliceert dat zij de zending pas ontvangen heeft op 19 maart 2015 en haar geregulariseerd verzoekschrift bijgevolg tijdig ingediend is. Beoordeling door het College 1. Overeenkomstig artikel 17 Procedurebesluit stelt de griffier, in voorkomend geval, de verzoeker in staat om de vormvereisten, vermeld in het eerste lid, te regulariseren binnen een vervaltermijn MHHC - 5

6 van acht dagen die ingaat op de dag na dag van deze van de betekening van het verzoek tot regularisatie. De verzoeker die zijn verzoekschrift tijdig regulariseert, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending of neerlegging. Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, wordt geacht niet te zijn ingediend. Overeenkomstig artikel 6 Procedurebesluit wordt de betekening met een aangetekende brief, geacht plaats te vinden op de werkdag die valt na de datum van de poststempel van de aangetekende brief. behalve in geval van bewijs van het tegendeel door de geadresseerde. De datum van aanbieding door de postdiensten geldt, niet de feitelijke kennisneming van de beveiligde zending op een later tijdstip. De datum van de poststempel heeft bewijskracht zowel voor de verzending als voor de ontvangst. 2. Uit de E-tracker van Bpost blijkt dat de aangetekende brief van de griffie met het verzoek tot regularisatie pas 17 maart 2015 gesorteerd werd in station Brussel X en op 18 maart 2015 een eerste maal werd aangeboden door de postdiensten. De termijn om een verzoek tot regularisatie in te dienen nam bijgevolg een aanvang op 19 maart Het geregulariseerde verzoekschrift van 20 maart 2015 met poststempel op 24 maart 2015 is tijdig. De exceptie wordt verworpen. V. ONDERZOEK VAN DE VORDERING TOT VERNIETIGING A. Eerste middel Standpunt van de partijen 1. De verzoekende partij stelt dat het misdrijf niet aan haar kan worden toegerekend en betwist aldus dat zij als overtreder kan beschouwd worden in de zin van artikel van het decreet van 5 april 1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid (hierna DABM). Zij overweegt: Wat door jullie diensten bij mij ouders werd vastgesteld heeft totaal geen betrekking op mij en was daar totaal niet van op de hoogte. Mijn ouders hadden mij een vink gevraagd doe ik hen dan ook heb gegeven. De vogel die ik hen gaf was geringd en wettelijk volledig in orde. Voor wat zij verder met de vogel deden volgens jullie hem gebruiken als lokvogel hoewel er niks op heterdaad kon worden vastgesteld kan ik niet worden verantwoordelijk gesteld. 2. De verwerende partij antwoordt hierop als volgt: Het verweer van de verzoekende partij is niet ernstig. MHHC - 6

7 Volkomen ten onrechte poogt de verzoekende partij zijn reeds op gevorderde leeftijd zijnde ouders aan te wijzen als plegers van de vastgestelde feiten. Nochtans stelt het proces-verbaal vrij duidelijk omtrent de fysische toestand van zijn ouders: " Aangezien de echtgenoot slecht te been is gaat de echtgenote met ons mee langs de schuren. Beiden betrokkenen zeggen niets af te weten van vogelvangst op hun terrein. Bil de volière aangekomen zegt de echtgenote dat ze aan deze kant van de boerderij nooit nog komt en dus niet weet van wie deze kan zijn. (...)"(eigen accentuering) Ook bij het verhoor dat van zijn ouders werd afgenomen stelden deze nogmaals dat zij zich nog nauwelijks naar die kant van hun erf (kunnen) verplaatsen: Wij weten niets van het feit dat er vogels zouden gevangen worden achter onze stal. Ik kom niet meer op het hof door mijn gezondheid. "(eigen accentuering) Dat de verzoekende partij een hem toebehorende vink - met stamnummer op ring AVB zou hebben geleverd aan zijn ouders, en zijn ouders, die slecht te been zijn, zelf die vink als lokvogel zouden hebben gebruikt in een met vangstmogelijkheden voorziene volière die zij aan de andere kant van hun erf zouden hebben geplaatst, is bijzonder ongeloofwaardig. Dat geldt des te meer nu het duidelijk is dat er op het ogenblik van de vaststellingen wel degelijk vogelvangst plaatsvond. Het proces-verbaal stelt dienaangaande: "De volière heeft onderaan een vangstcompartiment met 4-tal loopopeningen. Ondertussen is een wilde vink gevangen. Betrokkene heeft geen enkel probleem met het feit dat het vangstgedeelte vernietigd wordt We laten de wild gevangen vink vr g en zien dat de lokvogel geringd is met een kweekring. We noteren het nummer voor verdere verificatie: AVB " Merkwaardig daarbij is dat, hoewel er dus effectieve vogelvangst plaatsvond en op heterdaad werd vastgesteld, er bij de ouders van de verzoekende partij nergens een volière met gevangen vinken werd aangetroffen. Het is gelet op de beperkte mobiliteit van zijn ouders niet alleen onwaarschijnlijk dat zij op geregelde tijdstippen de vangkooi zouden kunnen ledigen, het is ook een raadsel waar de ouders van de verzoekende partij de gevangen vinken dan wel zouden kunnen hebben gehuisvest (in de veronderstelling van de verzoekende partij dat zijn ouders vinken zouden vangen). Dat de verzoekende partij de verbalisanten telefonisch geen toestemming heeft gegeven om zijn huis en aanhorigheden te onderzoeken - in welk verband hij inroept dat enkel zijn minderjarige dochter thuis was, en de inspecteurs geen huiszoekingsbevel bij zich hadden - laat in casu enkel toe om te besluiten dat er niet kon worden vastgesteld of er bij de verzoekende partij thuis al dan niet illegaal gevangen vinken aanwezig waren. Desalniettemin is het, gelet op de stelling van de verzoekende partij dat hij niets met illegale vangst van vinken te maken heeft, en gelet op de concrete omstandigheden van de zaak, waarbij het tevens opvalt dat de ouders van de verzoekende partij wel meteen hun toestemming hebben gegeven om hun huis (boerderij) en aanhorigheden te onderzoeken, merkwaardig te noemen dat de verzoekende partij zelf geen gebruik heeft gemaakt van een controle door de verbalisanten desnoods door de verbalisanten te laten wachten tot zijn thuiskomst of door een afspraak te maken voor controle op een later tijdstip - om aan te tonen dat hij op dat vlak niets te verbergen heeft. Dat is evenwel niet gebeurd. MHHC - 7

8 Meer nog, uit het in het proces-verbaal deels weergegeven telefoongesprek blijkt de verzoekende partij zelfs schoorvoetend zijn schuld te hebben erkend. De verbalisanten vermelden in hun proces-verbaal immers dat de verzoekende partij dan weer wel en daar weer niet de verantwoordelijkheid voor de feiten op zich nam. Een simpele ontkenning daarvan in het kader van de huidige procedure voor het Milieuhandhavingscollege laat niet toe daaraan te twijfelen. 3. In haar wederantwoordnota stelt de verzoekende partij nog: Het misdrijf is mij niet toerekenbaar Het geen door de natuurinspecteurs bij zijn ouders werd vastgesteld zou "totaal geen betrekking" op hem hebben. Zijn ouders zouden hem een vink hebben gevraagd en die zou hij hen ook hebben gegeven. Die vogel was geringd en wettelijk volledig in orde. Hetgeen zijn ouders vervolgens met de vogel deden zou hem niet ten laste kunnen worden gelegd. Het zou ook onjuist zijn dat de vink als lokvogel werd gebruikt. Er zou volgens de verzoekende partij niks op heterdaad zijn vastgesteld. Verder stelt de verzoekende partij dat hij niet thuis was toen de inspecteurs zich naar zijn huis hebben begeven om dit en de aanhorigheden, In het bijzonder zijn vogelkooi, te onderzoeken. Enkel zijn minderjarige dochter was thuis-,terwijl er ook geen huiszoekingsbevel voorhanden was, zodat het logisch zou zijn dat de huiszoeking niet zou zijn toegelaten. Zoals vele ouders doen, had ik ook mijn minderjarige dochter opgelegd om vreemden altijd de toegang tot onze woning te ontzeggen. Bij het telefonisch contact met de inspecteurs heb ik dat ook aan hen verteld, daarbij heb ik heb ook gezegd dat zij bij mijn thuiskomst, indien zij zich konden legitimeren, zij vrij mijn woning konden betreden om de nodige vaststellingen doen. Bij mijn thuiskomst waren de inspecteurs vertrokken en zij hebben zich achteraf ook nooit meer aangemeld. Mij wordt ten last gelegd dat ik een geringde vogel aan mijn ouders heb gegeven. Dit gebeurde in het verleden meermaals en het betrof altijd een oudere vogel welke niet meer aan de vinkenzetting kon deelnemen. "Eerste bezwaar van verzoekende partij is niet ernstig" De inspecteurs geven een volledig vrije interpretatie van de verklaringen van mijn ouders. De ene maal stellen zij dat de ouders zich nauwelijks naar die kant van de erf kunnen verplaatsen de andere maal "ik kom niet op mijn hof door mijn gezondheid" Men stelt dat er wel degelijk vogelvangst plaatsvond. De kooien waren bij mijn weten in erbarmelijke staat en konden onmogelijk nog worden opgesteld voor vogelvangst. Er werden blijkbaar door de inspecteurs foto's genomen. Hierop zou een geringde vink, een wilde vogel en een dode rat te zien zijn. De inspecteurs stellen zelf dat het niet recent gebruikte inloopkooien betrof, zij hadden ook kunnen vaststellen dat hier onbruikbare kooien ging. Blijkbaar geven de inspecteurs een vrije invulling aan het telefonisch onderhoud. - Ik heb de inspecteurs wel degelijk voorgesteld om te wachten tot mijn thuiskomst ik heb zelfs, op hun vraag, het vermoedelijk uur van mijn thuiskomst doorgegeven. De inspecteurs waren niet meer aanwezig toen ik thuiskwam. MHHC - 8

9 Hadden de inspecteurs toen 's avonds, of op een ander tijdstip, zich aangemeld dan hadden zij vrij toegang gekregen, want ik heb niets te verbergen. Enige vaststelling is men evenwel nooit komen doen. Blijkbaar volstond voor hen hun eigen interpretatie van de feiten. - Ik zou telefonisch "dan weer wel en dan weer niet" de verantwoordelijkheid voor de feiten op mij hebben genomen. Ik heb evenwel nooit enige verantwoordelijkheid op mij genomen voor zaken waar ik geen verantwoordelijkheid in draag. Bewijslast is voor de natuurinspecteurs. Ik vraag dan ook mijn eerste bezwaar gegrond te verklaren. De inspecteurs hebben enkel kun vrije interpretatie van de vaststelling gebruikt om mij schuldig te bevinden. Zij hebben zich nooit de moeite getroost mij hierover formeel te ondervragen. Zij gebruiken het feit dat zij geen toegang kregen tot mijn woning als een bekentenis van schuld. Zij hebben zich wel nooit de moeite gedaan mij op te wachten of op een ander tijdstip mijn woning te onderzoeken. De beschuldigingen aan mijn adres zijn louter gebaseerd op veronderstellingen en niet op verklaringen. Het eerste bezwaar is gegrond. 4. De verwerende partij antwoordt hierop in haar laatste nota: Het verweer van de verzoekende partij is niet ernstig. Volkomen ten onrechte poogt de verzoekende partij zijn reeds op gevorderde leeftijd zijnde ouders aan te wijzen als plegers van de vastgestelde feiten. Nochtans stelt het proces-verbaal vrij duidelijk omtrent de fysische toestand van zijn ouders: "Aangezien de echtgenoot slecht te been is, gaat de echtgenote met ons mee langs de schuren. Beiden betrokkenen zeggen niets af te weten van vogelvangst op hun terrein. Bij de volière aangekomen zegt de echtgenote dat ze aan deze kant van de boerderij nooit nog komt, en dus niet weet van wie deze kan zijn. (j" (eigen accentuering) Ook bij het verhoor dat van zijn ouders werd afgenomen stelden deze nogmaals dat zij zich nog nauwelijks naar die kant van hun erf (kunnen) verplaatsen: "Wij weten niets van het feit dat er vogels zouden gevangen worden achter onze stal. Ik kom niet meer op het hof door mijn gezondheid" (eigen accentuering) Anders dan de verzoekende partij in zijn wederantwoordnota laat geworden, valt niet in te zien waarom de inspecteurs een "volledig vrije interpretatie" aan de verklaringen van zijn ouders zouden hebben gegeven betreffende hun gezondheidstoestand, te meer daar de verzoekende partij ook geenszins verduidelijkt waarom die insteek foutief zou zijn, laat staan dat de verzoekende partij tegenspreekt dat de gezondheidstoestand van zijn ouders wel degelijk allerminst optimaal was in het bijzonder in zoverre zij niet meer al te mobiel zijn. Dat de verzoekende partij een hem toebehorende vink met stamnummer op ring AVB zou hebben geleverd aan zijn ouders, zoals door hem andermaal uitdrukkelijk bevestigd in de wederantwoordnota, en zijn ouders, die slecht te been zijn, MHHC - 9

10 zelf die vink als lokvogel zouden hebben gebruikt in een met vangstmogelijkheden voorziene volière die zij aan de andere kant van hun erf zouden hebben geplaatst, is bijgevolg bijzonder ongeloofwaardig. Dat geldt des te meer nu het duidelijk is dat er op het ogenblik van de vaststellingen wel degelijk vogelvangst plaatsvond. Het proces-verbaal stelt dienaangaande: "De volière heeft onderaan een vangstcompartiment met 4-tal loopopeningen. Ondertussen is een wilde vink gevangen. Betrokkene heeft geen enkel probleem met het feit dat het vangstgedeelte vernietigd wordt. We laten de wild gevangen vink vrij, en zien dat de lokvogel geringd is met een kweekring. We noteren het nummer voor verdere verificatie: A VS " Merkwaardig daarbij is dat, hoewel er dus effectieve vogelvangst plaatsvond en op heterdaad werd vastgesteld, er bij de ouders van de verzoekende partij nergens een volière met gevangen vinken werd aangetroffen. Het is gelet op de beperkte mobiliteit van zijn ouders niet alleen onwaarschijnlijk dat zij op geregelde tijdstippen de vangkooi zouden kunnen ledigen, het is ook een raadsel waar de ouders van de verzoekende partij de gevangen vinken dan wel zouden kunnen hebben gehuisvest (in de veronderstelling van de verzoekende partij dat zijn ouders vinken zouden vangen). Dat de verzoekende partij de verbalisanten telefonisch geen toestemming heeft gegeven om zijn huis en aanhorigheden te onderzoeken in welk verband hij inroept dat enkel zijn minderjarige dochter thuis was, en de inspecteurs geen huiszoekingsbevel bij zich hadden en in zijn wederantwoordnota aanvult dat elke ouder aan zijn kinderen opdraagt om geen vreemden binnen te laten laat in casu enkel toe om te besluiten dat er niet kon worden vastgesteld of er bij de verzoekende partij thuis al dan niet illegaal gevangen vinken aanwezig waren. Meer nog, uit het in het proces-verbaal deels weergegeven telefoongesprek blijkt de verzoekende partij zelfs schoorvoetend zijn schuld te hebben erkend. De verbalisanten vermelden in hun proces-verbaal immers dat de verzoekende partij dan weer wel en daar weer niet de verantwoordelijkheid voor de feiten op zich nam. Een simpele ontkenning daarvan, zowel in het verzoekschrift als in de wederantwoordnota, laat helemaal niet toe om daaraan in het kader van de huidige procedure voor het Milieuhandhavingscollege te gaan twijfelen. Dat de verzoekende partij in zijn wederantwoordnota in het bijzonder integraal de eerste en tweede alinea van de bovenstaande paragraaf (II.6.) in twijfel trekt door in correctie op zijn verzoekschrift te stellen dat hij de inspecteurs wel degelijk de mogelijkheid had geboden om zijn woning te onderzoeken, hen daarvoor zelfs het uur van zijn thuiskomst zou hebben meegedeeld, is andermaal weinig ernstig te noemen. Daar waar de focus van de verzoekende partij in zijn verzoekschrift nog ligt op de ontstentenis van een huiszoekingsbevel, zowel wat betreft de bevoegdheden van de inspecteurs om op het erf van zijn ouders zoekingen te doen als de voorgenomen huiszoeking bij hem thuis, wil de verzoekende partij in zijn wederantwoordnota de aandacht kennelijk verleggen naar de door hem voorgehouden piste waarbij hij zou hebben gesteld dat de bevoegde inspecteurs wel degelijk welkom waren, op voorwaarde dat zij zich zouden kunnen legitimeren. Het proces-verbaal vermeldt echter een heel andere houding van de verzoekende partij: MHHC - 10

11 "Er wordt telefonisch contact opgenomen met Marc Depestel. Hij is reeds op de hoogte van ons bezoek bij zijn ouders en is opgewonden over ons optreden. Hij betwist onze bevoegdheden bij de huiszoeking bij zijn ouders en weigert een controle van zijn vinken, die volgens hem in orde zijn, zolang hij niet thuis is. Hij zegt wel dat de inloopkooien van hem zijn, maar dat hij nog geen tijd heeft gehad om deze te vernietigen. "Vroeger mocht je ze hebben als je ze niet gebruikte". Uiteindelijk bedaren de gemoederen en wordt afgesproken en een controle van de vinken op latere datum te doen, samen met een verhoor, omdat hij zich pas tegen de avond vrij kan maken van zijn werk." Er liggen geen elementen voor die afbreuk doen aan deze samenvatting van de feiten. In het licht van deze gevoerde discussie moet boven alles worden onderstreept dat de achteraf niet meer doorgegane huiszoeking volkomen terecht evenmin decisief wordt geacht in de bestreden beslissing, zodat elke discussie in het kader van de toerekenbaarheid van het misdrijf op dit punt naast de kwestie is. Tot slot, in het licht van de sfeerschepperij dat huidige beslissing louter zou zijn gebaseerd op ongefundeerde veronderstellingen moet nog worden opgemerkt dat de verzoekende partij in zijn wederantwoordnota met geen woord rept omtrent de aanwezige vangstvolière - die in het najaar van 2010 reeds aan de bevoegde diensten was gesignaleerd geworden-, maar daarentegen wel volkomen ten onrechte de aandacht tracht te verschuiven naar de twee niet recent gebruikte inloopkooien, waarvan hij nu aankaart dat deze niet van hem zouden zijn. Zoals hierboven reeds aangehaald was de vangstvolière met lokvogel en lokvoer wel degelijk operatief, meer zelfs, er was, zo blijkt uit het proces-verbaal waarin enerzijds een onderdeel "2) vaststellingen" (van op een aanpalend weiland) en anderzijds een onderdeel "3.2.) vaststellingen" (na toestemming tot huiszoeking) is opgenomen, in de tijdsspanne tussen de beide vaststellingen reeds een wilde vink gevangen geworden. Het vangstmechanisme bleek dan ook nog eens uitermate effectief. Als laatste element moet ook worden beklemtoond dat de verzoekende partij er op wijst dat nergens een mistnet werd gevonden. Hierbij verliest hij evenwel uit het oog dat wel degelijk een volledige constructie tussen de zwarte elzen in de nabijheid van de vangstvolière was aangetroffen in de vorm van zorgvuldig geplaatste palen met ophaalsysteem "zoals voor vlaggen", terwijl het mistnet er op dat moment inderdaad niet hing, zoals ook gesteld in het proces-verbaal en later bevestigd is geweest aan de Procureur des Konings. Beoordeling door het College 1. Artikel DABM omschrijft de bestuurlijke geldboete als een sanctie waarbij de gewestelijke entiteit een overtreder verplicht een bepaalde geldsom te betalen. Noch het DABM noch enige uitvoeringsbepaling van dit decreet omschrijft het begrip overtreder. In het kader van de alternatieve beboetingsprocedure, die milieumisdrijven sanctioneert, is het College van oordeel dat het begrip overtreder dient begrepen te worden als dader in de zin van artikel 66 van het Strafwetboek dat als volgt luidt: MHHC - 11

12 Als daders van een misdaad of wanbedrijf worden gestraft: Zij die de misdaad of het wanbedrijf hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks hebben meegewerkt ; Zij die door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd. 2. Het College merkt op dat het vermoeden van onschuld het uitgangspunt is. De verzoekende partij dient bijgevolg zelf geen bewijs te leveren van haar onschuld. Het komt integendeel de gewestelijke entiteit toe om de schuld van de verzoekende partij aan te tonen, waarbij buiten elke redelijke twijfel moet aangetoond worden dat zij de haar ten laste gelegde feiten die als een milieumisdrijf gekwalificeerd worden, gepleegd heeft. Er kan weliswaar aangenomen worden dat het bewijs van de feiten en daderschap met het oog op bestuurlijke beboeting, zoals in strafzaken, in beginsel met alle middelen van recht kan geleverd worden. Noch Titel XVI DABM noch het gemene bestuursrecht bevatten immers enige bepaling die het bewijs op algemene wijze beperkt tot welbepaalde bewijsmiddelen en de bewijswaardering op algemene wijze aan banden legt. De beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald het zorgvuldigheidsbeginsel en het vermoeden van onschuld, zoals onder meer bepaald in artikel 6, 2 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, omringen het bewijs wel met waarborgen op procedureel en inhoudelijk vlak. De principieel vrije bewijsvoering behelst onder meer dat het bewijs van het daderschap kan geleverd worden door een geheel van samenhangende feitelijke vaststellingen op voorwaarde evenwel dat zij eensluidend eenzelfde persoon als pleger van het vastgestelde milieumisdrijf aanduiden en er in alle redelijkheid geen gerede twijfel meer kan bestaan over de identiteit van de overtreder. 3. In het proces-verbaal van 26 oktober 2011 noteren de verbalisanten volgende vaststellingen ten aanzien van de verzoekende partij: Er wordt telefonisch contact opgenomen met Marc Depestel. Hij is reeds op de hogte van ons bezoek bij zijn ouders en weigert een controle van zijn vinken, die volgens hem in orde zijn, zolang hij niet thuis is. Hij neemt afwisselend de verantwoordelijkheid voor de vangst wel, dan weer niet op zich. Hij zegt wel dat de inloopkooien van hem zijn, maar dat hij nog geen tijd gehad heeft deze te vernietigen. Het proces-verbaal heeft overeenkomstig artikel DABM bewijskracht tot het tegendeel, De speciale bewijskracht is evenwel beperkt tot de vaststellingen die de verbalisanten zelf hebben gedaan. Het College stelt vast dat zich in het dossier zoals dit door de gewestelijke entiteit aan het College is overgemaakt, geen proces-verbaal van verhoor bevindt door de verbalisanten afgenomen van de verzoekende partij. Er is enkel sprake van een telefonisch gesprek, waarbij de verbalisanten aangeven dat de verzoekende partij de verantwoordelijkheid voor de vangst soms wel en dan weer niet opneemt. Zulks maakt evenwel een beoordeling uit die de verbalisanten MHHC - 12

13 afleiden uit een telefonisch gesprek en kan bijgevolg niet als feitelijkheden aanzien worden die onder de speciale bewijskracht vallen van artikel DABM. De verzoekende partij betwist in de wederantwoordnota de versie die de verbalisanten geven van het telefonisch gesprek. Het verhoor van beide bejaarde ouders van de verbalisanten geeft evenmin uitsluitsel, nu zij verklaren niet te weten wat er achteraan hun woning gebeurt en zij op geen enkele manier hun zoon aanduiden als vermoedelijke dader. Het College leidt uit de gegevens van het administratief dossier af dat het weliswaar de bedoeling blijkt geweest te zijn om de verzoekende partij alsnog te verhoren in het kader van het strafonderzoek, maar dat dit om een onbekende reden niet gebeurd is, althans bevindt dit verhoor zich niet in het voorliggend dossier. Ook de bestreden beslissing maakt geen melding van enig verhoor afgenomen van de verzoekende partij, die nochtans als overtreder beschouwd wordt. De verzoekende partij erkent enkel dat zij in het verleden een geringde vogel heeft bezorgd aan haar ouders. In het licht, enerzijds van het ontbreken van enig verhoor afgenomen van de verzoekende partij in het kader van het strafrechtelijk vooronderzoek, diens betwisting van de feiten zoals dit blijkt uit het verzoekschrift en de wederantwoordnota, het gegeven anderzijds dat uit het verhoor van de ouders evenmin een voldoende aantoonbaar bewijs van daderschap in hoofde van de verzoekende partij blijkt, en tenslotte de vaststelling dat de kooien en vogels niet werden aangetroffen ten huize en domicilie van de verzoekende partij maar bij diens ouders, geldt het vermoeden in dubio pro reo in het voordeel van de verzoekende partij. Het College dient vast te stellen dat de gewestelijke entiteit niet aantoont dat de verzoekende partij met zekerheid als overtreder van de vastgestelde milieumisdrijven moet beschouwd worden, althans blijkt dit niet afdoende uit de bestreden beslissing en het voorliggend administratief dossier. Het middel is gegrond. B. Overige middelen De overige middelen worden niet onderzocht vermits ze niet kunnen leiden tot een meer uitgebreide vernietiging. MHHC - 13

14 OM DEZE REDENEN BESLIST HET MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE 1. Het beroep is ontvankelijk en gegrond. 2. Het College vernietigt de beslissing van de gewestelijke entiteit van 15 januari 2015, met nummer 12/AMMC/411-M/SM/mb. 3. De behandeling van het beroep heeft geen kosten met zich gebracht, zodat een beslissing over de kosten van het geding zonder voorwerp is. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare zitting op 31 maart 2016, door het Milieuhandhavingscollege eerste kamer, samengesteld uit: Marc VAN ASCH, voorzitter van de eerste kamer met bijstand van Bram CARDOEN, toegevoegd griffier De toegevoegd griffier, De voorzitter van de eerste kamer, Bram CARDOEN Marc VAN ASCH MHHC - 14

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0046 van 21 januari 2016 in de zaak 14/MHHC/87-M In zake:... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Koenraad DEGROOTE met kantoor te 8720 Wakken,

Nadere informatie

Milieuhandhavingscollege

Milieuhandhavingscollege Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-13/35-VK van 18 april 2013 In de zaak van de BVBA [ ] met maatschappelijke zetel te [ ] voor en namens wie optreedt mr. Albert COPPENS, advocaat, met kantoor te 9300

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 16 mei 2017 met nummer MHHC/M/1617/0076 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0109/M Verzoekende partij de bvba JACQUES GHEYSENS vertegenwoordigd door advocaat Thomas BAILLEUL

Nadere informatie

Milieuhandhavingscollege

Milieuhandhavingscollege Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC/M/1516/0030 van 26 november 2015 In de zaak van de bvba 10POND, met maatschappelijke zetel te 9770 Kruishoutem, Duifhuisstraat 21, voor en namens wie optreedt mr. Koen

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 26 september 2017 met nummer MHHC/M/1718/0013 in de zaak met rolnummer 1617-MHHC-0012-M Verzoekende partij de heer Andre VERHULST, met woonplaatskeuze te 8531 Hulste,

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 2 augustus 2016 met nummer RvVb/A/1516/1389 in de zaak met rolnummer 1516/RvVb/0046/SA Verzoekende partij mevrouw Pauline PENNE vertegenwoordigd door advocaat

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0113 van 26 april 2016 in de zaak MHHC/1415/0065/M/0053 In zake: de nv AGROTECH BELGASIA, met zetel te 8870 Izegem, Gentse Heerweg 78 waar woonplaats wordt

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 28 maart 2017 met nummer MHHC/M/1617/0045 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0097/M Verzoekende partij Verwerende partij Marc Broucke, met woonplaatskeuze te 8830 Hooglede,

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 16 augustus 2016 met nummer RvVb/S/1516/1447 in de zaak met rolnummer 1516/RvVb/0336/SA Verzoekende partijen 1. de heer Kristoffel VOSSEN 2. mevrouw Simonne

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE DERDE KAMER ARREST nr. A/2013/0075 van 19 februari 2013 in de zaak 2010/0528/SA/3/0681 In zake: de nv... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE DERDE KAMER ARREST nr. S/2011/00007 van 9 februari 2011 in de zaak 2010/0401/SA/3/0363 In zake: 1.... 2.... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/1202 van 7 juni 2016 in de zaak 1213/0253/SA/8/0233 In zake: de heer David DE CORTE mevrouw Mia LEFEVRE 3. de heer Luc LEFEVRE 4. de heer Wouter

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 16 mei 2017 met nummer MHHC/M/1617/0081 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0129/M Verzoekende partij de heer Theophile REYNAERTS vertegenwoordigd door advocaat Hans-Kristof

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/4.8.14/2015/0033 van 4 augustus 2015 in de zaak 1415/0262/A/2/0254 In zake: 1. de heer Marc DE SMET 2. de heer Marnix DECOCK beiden wonende te 8500 Kortrijk,

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2012/0457 van 7 november 2012 in de zaak 1011/0835/A/3/0784 In zake: de heer.., wonende te.. bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Geert VRINTS kantoor

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/1294 van 28 juni 2016 in de zaak 1314/0440/A/4/0401 In zake: de heer Alain CHABEAU advocaat Dominique VERMER kantoor houdende te 1160 Brussel, Tedescolaan

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/0697 van 1 maart 2016 in de zaak RvVb/1415/0538/SA/0518 In zake: het college van burgemeester en schepenen van de stad OUDENBURG bijgestaan en vertegenwoordigd

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 28 maart 2017 met nummer MHHC/M/1617/0047 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0099/M Verzoekende partij de bvba IMBRECHTS, met zetel te 1910 Kampenhout, Haachtsesteenweg

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 11 september 2018 met nummer RvVb/A/1819/0052 in de zaak met rolnummer 1718/RvVb/0029/A Verzoekende partij mevrouw Gerda BORREMANS vertegenwoordigd door advocaat

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 19 juni 2018 met nummer RvVb/A/1718/1022 in de zaak met rolnummer 1516/RvVb/0396/A Verzoekende partij Verwerende partij mevrouw Marina VERPLANCKE, wonende te

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE DERDE KAMER TUSSENARREST nr. S/2013/0269 van 17 december 2013 in de zaak 1112/0485/SA/3/0437 In zake: 1. de heer..., wonende te... 2. mevrouw..., wonende

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0093 van 14 april 2016 in de zaak MHHC/1415/0032/M/0024 In zake: de heer Ludwig VAN DE WEGHE, wonende te 9270 Kalken, Krimineelstraat 21a vertegenwoordigd

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/4.8.14/2014/0038 van 24 juni 2014 in de zaak 1314/0216/A/4/0183 In zake: de heer Daniël VANDERVELPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Geert DEMIN

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2014/0492 van 22 juli 2014 in de zaak 2010/0393/A/3/0470 In zake: de heer..., wonende te... verzoekende partij tegen: de deputatie van de provincieraad van

Nadere informatie

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. VIIe KAMER A R R E S T. nr van 15 april 2010 in de zaak A /VII

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. VIIe KAMER A R R E S T. nr van 15 april 2010 in de zaak A /VII RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER A R R E S T nr. 202.975 van 15 april 2010 in de zaak A. 184.044/VII-37.565. In zake: Emilienne VAN BUGGENHOUT wonende te Haaltert Landlede 8 alwaar

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 28 maart 2017 met nummer MHHC/M/1617/0050 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0026/M Verzoekende partij mevrouw Negar MEHDIPOURYAN, wonende te 9250 Waasmunster, Wareslagestraat

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2011/0162 van 9 november 2011 in de zaak 2010/0276/SA/3/0255 In zake: 1.... 2.... beiden wonende te... advocaat Gert BUELENS kantoor houdende te 2800 Mechelen,

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0042 van 14 januari 2016 in de zaak 14/MHHC/79-M In zake : de heer [ ] wonende te [ ] verzoekende partij tegen: het VLAAMSE GEWEST vertegenwoordigd door

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST nr. A/2011/0030 van 23 maart 2011 in de zaak 2010/0319/SA/3/0300 In zake: 1. de vzw... 2. mevrouw... 3. de heer... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2014/0287 van 22 april 2014 in de zaak 1213/0576/A/1/0539 In zake: mevrouw Martine VAN BOCXLAER, wonende te 9940 Evergem, Langerbrugsestraat 36 verzoekende

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/0901 van 5 april 2016 in de zaak 1213/0305/SA/1/0295 In zake: de heer Geert STANDAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaten Koen GEELEN

Nadere informatie

Milieuhandhavingscollege

Milieuhandhavingscollege Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-13/104-VK van 19 december 2013 In de zaak van de heer [ ] wonende te [ ] hierna de verzoekende partij te noemen, tegen het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2011/0068 van 11 mei 2011 in de zaak 2010/0306/A/3/0288 In zake: mevrouw..., wonende te 1020 Brussel,... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Damien

Nadere informatie

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. XIVe KAMER A R R E S T. nr. 216.840 van 13 december 2011 in de zaak A. 198.115/XIV-32.

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. XIVe KAMER A R R E S T. nr. 216.840 van 13 december 2011 in de zaak A. 198.115/XIV-32. RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER A R R E S T nr. 216.840 van 13 december 2011 in de zaak A. 198.115/XIV-32.556 In zake : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven Hooyberghs

Nadere informatie

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE

MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0116 van 26 april 2016 in de zaak MHHC/1415/0085/M/0077 In zake: de nv AB-INVEST, met zetel te 3621 Lanaken, Daalbroekstraat 38 vertegenwoordigd door: de

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 26 september 2017 met nummer RvVb/A/1718/0094 in de zaak met rolnummer 1617/RvVb/0579/SA Verzoekende partijen Verwerende partij 1. de heer William ROTTIERS

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE DERDE KAMER TUSSENARREST nr. S/2015/0029 van 24 maart 2015 in de zaak 1213/0772/SA/3/0732 In zake: 1. de stad TIELT, vertegenwoordigd door het college

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 26 september 2017 met nummer RvVb/A/1718/0092 in de zaak met rolnummer 1617-RvVb-0521-A Verzoekende partij de nv ASPIRAVI vertegenwoordigd door advocaat Gregory

Nadere informatie

Milieuhandhavingscollege

Milieuhandhavingscollege Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-15/10-K7 van 19 februari 2015 In de zaak van de NV [ ] met maatschappelijke zetel te [ ] voor en namens wie optreedt mr. Mario DEKETELAERE, advocaat, met kantoor te

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 8 november 2016 met nummer RvVb/A/1617/0231 in de zaak met rolnummer 1314/0771/A/2/0738 Verzoekende partij 1. de heer Tom BELMANS 2. mevrouw Christ l MAES 3.

Nadere informatie

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER ARREST. nr van 18 oktober 2018 in de zaak A. 217.

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER ARREST. nr van 18 oktober 2018 in de zaak A. 217. RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER ARREST nr. 242.698 van 18 oktober 2018 in de zaak A. 217.780/IX-8773 In zake: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2015/0008 van 13 januari 2015 in de zaak 1314/0021/A/2/0050 In zake: 1. de heer Albert VRANKEN 2. mevrouw Marie-Joanna BRABANTS bijgestaan en vertegenwoordigd

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE TIENDE KAMER ARREST nr. UDN/2015/0005 van 19 maart 2015 in de zaak RvVb/1415/0006/UDN In zake: 1. de heer Yves VANNERUM 2. mevrouw Kathleen CRABBE advocaten

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2011/0212 van 20 december 2011 in de zaak 2010/0705/A/2/0711 In zake:... verzoekende partij tegen: het college van burgemeester en schepenen van de gemeente

Nadere informatie

RAAD VOOR VERKIEZINGSBETWISTINGEN ARREST

RAAD VOOR VERKIEZINGSBETWISTINGEN ARREST RAAD VOOR VERKIEZINGSBETWISTINGEN ARREST Nr. R.Verkb. 1516/0002 van 25 januari 2016 in de zaak 1516/R.Verkb./0003 In zake: mevrouw Sandy NEEL, wonende te 2050 ANTWERPEN, Frederik Van Eedenplein 6/25 verzoekende

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 25 juni 2019 met nummer RvVb-A-1819-1144 in de zaak met rolnummer 1718-RvVb-0447-A Verzoekende partijen de gemeente SINT-KATELIJNE-WAVER, vertegenwoordigd door

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST van 9 oktober 2018 met nummer RvVb/A/1819/0155 in de zaak met rolnummer 1617/RvVb/0701/A Verzoekende partijen 1. de heer Johan VANDEVENNE 2. mevrouw Gerda

Nadere informatie