Bijlage 2 Regeling Financiële Ondersteuning Studenten
|
|
|
- Timo Baert
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Algemeen (artikel 1 tot en met 3) 1. Begripsbepalingen In het kader van deze Regeling worden de volgende definities en afkortingen gebruikt. college van bestuur: het college van bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen Wettelijk collegegeld: het wettelijk collegegeld volgens artikel 7.45 WHW DUO: De Dienst Uitvoering Onderwijs WHW: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek WSF 2000: Wet studiefinanciering 2000 Prestatiebeurs: prestatiebeurs hoger onderwijs zoals bedoeld in artikel 5.1 van de WSF 2000 Prestatiebeursperiode: de periode, conform artikel 5.2.1b van de WSF 2000, waarin de student recht heeft op prestatiebeurs (basislening + evt. aanvullende beurs). Voor een student die op grond van zijn nationaliteit bij aanvang van de studie geen aanspraak op prestatiebeurs kon maken, wordt bij diens eerste jaar van inschrijving deze student behandeld als zou hij vanaf dat moment recht hebben gehad op prestatiebeurs Student: een natuurlijke persoon die bij de Radboud Universiteit voor een voltijdse opleiding als student staat ingeschreven en daarvoor collegegeld aan de Radboud Universiteit Nijmegen betaalt Verlenging prestatiebeurs: verlenging van de prestatiebeurs hoger onderwijs zoals bedoeld in artikel 5.2b van de WSF 2000 Verzoek: een verzoek om financiële ondersteuning op grond van deze Regeling Collegejaar: het tijdvak dat begint op 1 september en eindigt op 31 augustus Uitschrijving: beëindiging van de inschrijving als student aan de Radboud Universiteit Nijmegen Persoonlijke omstandigheid: persoonlijke omstandigheid zoals bepaald in artikel 4.1 van deze Regeling HBO-doorstromer: een student die op grond van een in het HBO behaalde Bachelorgraad wordt toegelaten tot de Radboud Universiteit en die niet direct toelaatbaar is tot de Master en daarvoor in de premaster staat ingeschreven WO-premaster student: een student die op grond van een in het Wetenschappelijk Onderwijs behaalde Bachelorgraad wordt toegelaten tot de Radboud Universiteit en die niet direct toelaatbaar is tot de Master en daarvoor in de premaster staat ingeschreven. Toptalent: een student die op grond van de Regeling voor toptalenten in sport en kunst als toptalent is erkend Basislening: de basislening hoger onderwijs zoals bedoeld in de artikelen 3.15 en 3.18 van de WSF 2000 Kwijtschelding studieschuld: de gedeeltelijke kwijtschelding van studieschuld voor studenten met handicap of chronische ziekte zoals bedoeld in artikel 6.2a van de WSF Doel van de Regeling Deze Regeling bevat de uitwerking van artikel 7.51 tot en met 7.51i van de WHW. Deze regeling heeft ten doel financiële ondersteuning te bieden aan studenten. 3. Reikwijdte van de financiële ondersteuning De Radboud Universiteit verstrekt in de volgende gevallen financiële ondersteuning: 3.1 bij opgelopen studievertraging vanwege persoonlijke omstandigheden; 3.2 bij opgelopen studievertraging vanwege bestuurswerk; 3.3 bij opgelopen studievertraging vanwege toptalent in sport of kunst; 46
2 3.4 bij opgelopen studievertraging vanwege verlies van accreditatie van de opleiding waar betrokkene staat ingeschreven; 3.5 indien de student niet voldoet aan het nationaliteitsvereiste zoals bedoeld in artikel 7.51d van de WHW 3.6 in geval de student, individueel dan wel in groepsverband, een studieverblijf in het buitenland heeft Paragraaf 1: ondersteuning in van geval van persoonlijke omstandigheden Deze paragaaf werkt de financiële ondersteuning uit voor studenten die een beroep doen op financiële ondersteuning zoals genoemd in artikel 3.1. De ondersteuning is in deze gevallen bedoeld als tegemoetkoming vanwege onder artikel 4.1 genoemde omstandigheden opgelopen studievertraging. Uitgangspunt daarbij is dat de student probeert de studievertraging zoveel mogelijk te beperken. 4. Voorwaarden voor ondersteuning 4.1 De persoonlijke omstandigheden betreffen uitsluitend: a) ziekte van betrokkene; b) zwangerschap en bevalling van betrokkene (maximaal 4 maanden); c) bijzondere familieomstandigheden; d) lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis van betrokkene; e) een onvoldoende studeerbare opleiding 4.2 Om in aanmerking te komen voor ondersteuning geldt het volgende: a. De persoonlijke omstandigheden genoemd in artikel 4.1 doen zich voor in de prestatiebeursperiode; b. De student is ingeschreven als voltijdstudent, betaalt daarvoor collegegeld aan de Radboud Universiteit Nijmegen en studeert daadwerkelijk. Dit geldt zowel voor het moment van registratie als voor het moment van uitbetaling; c. Aan de student is binnen de prestatiebeursperiode voor de opleiding waarvoor hij staat ingeschreven geen graad verleend. In geval van een dubbelstudie kan hierop een uitzondering worden gemaakt; d. Indien de student door een lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis vertraging heeft opgelopen, dan dient hij indien en voor zover hij daarvoor in aanmerking komt tevens gebruik te hebben gemaakt van de mogelijkheid van verlenging van prestatiebeurs hoger onderwijs om in aanmerking te kunnen komen voor financiële ondersteuning. 4.3 Per studiejaar geldt een maximale ondersteuningstermijn van 12 maanden. 4.4 Om aanspraak te kunnen maken op ondersteuning moet de student iedere persoonlijke omstandigheid, genoemd in artikel 4.1 die tot studievertraging leidt of kan leiden, melden of laten melden bij de studentendecaan. Naar aanleiding van de melding vindt verplicht een gesprek met een studentendecaan plaats. Hierin worden bindende afspraken gemaakt die gericht zijn op het zo beperkt mogelijk houden van de vertraging. 4.5 De melding moet zo spoedig mogelijk plaatsvinden, maar in ieder geval binnen 3 maanden na het ontstaan van (1) de persoonlijke omstandigheid, of (2) de studievertraging als gevolg daarvan. Bij melding kan geen aanspraak worden gemaakt op ondersteuning voor persoonlijke omstandigheden of studievertraging die langer dan 3 maanden voor de melding is ontstaan. 4.6 De student ontvangt zo spoedig mogelijk (maar in ieder geval binnen 60 dagen) een bevestiging van de melding. 47
3 5. Aanvraagprocedure ondersteuning 5.1 Het verzoek om uitkering moet uiterlijk binnen 3 maanden na afloop van de prestatiebeursperiode bij de Dienst Studentenzaken ingediend worden. 5.2 Bij het verzoek worden gevoegd: a. een kopie van de laatste kennisgeving van de DUO betreffende het maandelijks door verzoeker ontvangen studiefinanciering op grond van de WSF 2000; b. een opgave van de desbetreffende examencommissie van het nog benodigde aantal maanden om het afsluitend examen te halen gebaseerd op het nog te halen aantal EC. c. indien verzoeker, op grond van diens nationaliteit geen aanspraak maakt of heeft kunnen maken op prestatiebeurs, dan hoeft de gevraagde informatie onder 5.2, sub a niet te worden ingeleverd. 5.3 Het college van bestuur beslist binnen 60 dagen na ontvangst op het verzoek. Indien het verzoek wordt toegekend, bepaalt het college van bestuur tevens gedurende welke periode een financiële uitkering zal worden verstrekt. 6. Aanvang van de ondersteuning 6.1 Betalingen nemen een aanvang uiterlijk vier maanden na afloop van de prestatiebeursperiode, tenzij de student uitdrukkelijk aan heeft gegeven de ondersteuning op een ander tijdstip te willen ontvangen. 6.2 De uitbetaling van de ondersteuning wordt beëindigd na afloop van de periode waarop recht op ondersteuning bestaat dan wel met ingang van de maand waarin de inschrijving als student is beëindigd. 7. Duur van de ondersteuning 7.1 Na afloop van het collegejaar waarin de melding heeft plaatsgevonden ontvangt de student het bericht om de ontbrekende gegevens om de studievertraging te kunnen registreren in te leveren. De gevraagde informatie moet uiterlijk 1 november daaropvolgend in het bezit zijn van de Dienst Studentenzaken. 7.2 De student ontvangt binnen 60 dagen een beslissing van het college van bestuur. De beslissing houdt in: hetzij de gemotiveerde afwijzing van het verzoek; hetzij de toekenning van een aanspraak op financiële ondersteuning onder vermelding van de maximale duur en de voorwaarden waaronder deze wordt verleend. 7.3 De duur van de ondersteuning wordt vastgesteld aan de hand van het verband tussen de persoonlijke omstandigheden en het nominale studieprogramma rekening houdend met de onderwijs- en examenprogrammering. Uitgangspunt daarbij is de studielast van 60 EC per jaar (= 5 EC per maand). 7.4 Een studentbestuurder kan nooit zowel bestuursbeurzen als compensatie voor persoonlijke omstandigheden ontvangen voor dezelfde periode. Indien de bestuurder in geval van persoonlijke omstandigheden zijn bestuursfunctie neerlegt, zal hij compensatie ontvangen vanwege persoonlijke omstandigheden en kan zijn plaatsvervanger conform artikel 12.2 de resterende bestuursbeurzen krijgen. 8. Hoogte van de ondersteuning 8.1 De hoogte van het maandbedrag is gelijk aan: I. 60,1% van het bedrag aan basislening van hoger onderwijs zoals bedoeld in artikel 3.18 van de WSF 2000: voor het collegejaar 2016/2017 is dit 288,96; II. plus eventueel aanvullende beurs die verzoeker genoot in de laatste maand aan prestatiebeurs hoger onderwijs. 48
4 Indien de student aanspraak maakt op verlenging prestatiebeurs hoger onderwijs zoals bedoeld in artikel 6.2a van de WSF 2000, komt de uitkering van de aanvullende beurs zoals onder II vermeld voor de periode van de verlenging (12 maanden) te vervallen. De uitkering wordt verleend in de vorm van een gift. 8.2 Indien de student gebruik maakt van verlenging prestatiebeurs en daardoor aanspraak kan maken op kwijtschelding zoals bedoeld in art. 6.2a van de WSF 2000 wordt dit bedrag aan kwijtschelding in mindering gebracht op de totale uitkering uit het Profileringsfonds. Paragraaf 2: ondersteuning vanwege bestuursactiviteiten: bestuursbeurzen Dit deel werkt de financiële ondersteuning uit voor studenten die een beroep doen op omstandigheden van artikel 3.2. De ondersteuning is in deze gevallen bedoeld als tegemoetkoming door bestuurswerk opgelopen, of naar verwachting op te lopen, studievertraging. Uitgangspunt daarbij is dat de student probeert de (op te lopen) studievertraging zoveel mogelijk te beperken. 9. Voorwaarden voor ondersteuning Om in aanmerking te komen voor ondersteuning gelden de volgende voorwaarden: 9.1 De student is ingeschreven als voltijdstudent, betaalt collegegeld aan de Radboud Universiteit en studeert daadwerkelijk. Dit geldt zowel voor het moment van aanvragen als voor het moment van uitbetaling; 9.2 Aan de student is voor de opleiding waarvoor hij staat ingeschreven geen graad verleend. In geval van een dubbelstudie kan hierop een uitzondering worden gemaakt. 9.3 In het collegejaar voorafgaand aan het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht geldt: I. dat de student ten minste 39 EC heeft behaald of; II. dat de student het afsluitend examen van de opleiding waarvoor hij stond ingeschreven met goed gevolg heeft afgelegd of; III. dat indien de student het afsluitend examen van de opleiding waarvoor de student staat ingeschreven niet heeft afgerond, maar in dat collegejaar financiële ondersteuning heeft ontvangen op grond van deze Regeling, de student dan dient te voldoen aan de studievoortgangsnormen zoals in onderstaande tabel opgenomen: Aantal ontvangen Aantal te behalen EC bestuursbeurzen 1/2 39 EC 1 39 EC 2 35 EC 3 33 EC 4 30 EC 5 27 EC 6 24 EC 7 20 EC 8 18 EC 9.4 Per studiejaar geldt een maximale ondersteuningstermijn van 8 bestuursbeurzen. 9.5 De student heeft een bestuursfunctie bekleed bij een organisatie die is erkend door het college van bestuur en is opgenomen in de verdeling bestuursbeurzen. De criteria waaraan de organisatie moet voldoen, zijn beschreven in bijlage A. 49
5 9.6 Bestuursactiviteiten verricht in het eerste jaar van inschrijving als bachelorstudent aan de Radboud Universiteit Nijmegen kunnen niet leiden tot enige aanspraak op ondersteuning tenzij het college van bestuur (directeur Dienst Studentenzaken) hier in bijzondere gevallen op advies van de studieadviseur uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. 9.7 Studentleden van opleidingscommissies dienen de cursus opleidingscommissie gevolgd te hebben bij de Dienst Studentenzaken. 9.8 Uitbetaling van het totaalbedrag aan ondersteuning voor functies van 4 of meer bestuursbeurzen bestaat uit een onvoorwaardelijk en een voorwaardelijk deel. I. Het onvoorwaardelijke deel bestaat uit tweederde van het totaalbedrag. II. Het voorwaardelijke deel bestaat uit eenderde van dit totaalbedrag. De uitbetaling van dit voorwaardelijke deel is afhankelijk van het aantal EC dat de student behaalt in het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht en volgens onderstaande tabel. Dit geldt ook in geval een student meerdere functies combineert en daardoor in één collegejaar aanspraak maakt op 4 of meer bestuursbeurzen. beurs (waarvan 2/3 onvoorwaardelijk) aantal te behalen EC % uitbetaling voorwaardelijk deel % % 30 of meer 100% % % 27 of meer 100% % % 24 of meer 100% % % 20 of meer 100% 0-8 0% % 18 of meer 100% In tegenstelling tot functies met 4 of meer bestuursbeurzen geldt voor functies tot en met 3 bestuursbeurzen dat uitbetaling onafhankelijk is van het aantal behaalde EC tijdens het bestuursjaar. 9.9 Een student heeft alleen recht op ondersteuning vanwege bestuursactiviteiten indien het bestuursjaar valt in de eerste vier jaar van inschrijving als Bachelorstudent aan de Radboud Universiteit. Peilmoment is de inschrijving van de student in september Een student heeft alleen recht op ondersteuning vanwege bestuursactiviteiten indien het bestuursjaar valt in de eerste twee jaar van inschrijving als Masterstudent aan de Radboud Universiteit bij een nominale opleidingsduur van 1 jaar. Bij een langere opleidingsduur wordt deze periode met de langere opleidingsduur verlengd. Peilmoment is de inschrijving van de student in september. 50
6 9.11 Een HBO-doorstromer heeft geen recht op ondersteuning vanwege bestuursactiviteiten indien hij bij de Radboud Universiteit staat ingeschreven voor een pre-master. Peilmoment is de inschrijving van de student in september Een WO-premaster student heeft, tijdens diens inschrijving in de pre-master recht op ondersteuning vanwege bestuursactiviteiten indien een studentendecaan daarover positief adviseert. Peilmoment is de inschrijving van de student in september De in artikel 9.9 en 9.10 bedoelde periode wordt voorts verlengd: - met één jaar indien er sprake is van studievertraging als gevolg van een persoonlijke omstandigheid zoals bedoeld in artikel 3.1 van deze Regeling, deze vertraging 12 maanden of meer betreft en deze vertraging is geregistreerd conform deze regeling of; - met één jaar indien de student op grond van artikel 5.2 b van de WSF 2000 een jaar verlenging van prestatiebeurs is verleend of; - met één jaar indien de student zich bij het tweede jaar van inschrijving aan de Radboud Universiteit voor een opleiding inschrijft waarbij die student een jaar eerder voor die opleiding van de Radboud Universiteit was uitgeloot Voor de vaststelling van de aanvang van het bestuursjaar zoals bedoeld in de artikelen 9.9 t/m 9.12 geldt voor besturen of bestuursleden die aantreden vanaf juni dat het bestuursjaar administratief wordt toegerekend aan het collegejaar dat daar direct op volgt. Besturen die aantreden voor juni gelden als bestuur van het betreffende collegejaar Met betrekking tot de artikelen 9.3, en de artikelen 9.8 t/m 9.12 geldt dat, indien de toepassing van deze artikelen niet strookt met de intentie van deze artikelen, het college van bestuur op advies van een studentendecaan van deze artikelen kan afwijken. 10. Aanvraagprocedure ondersteuning 10.1 a. Voorafgaand aan het collegejaar ontvangt het bestuur van de organisatie in augustus het verzoek op te geven hoe de toegekende bestuursbeurzen verdeeld worden over de nieuwe bestuursleden. Uitgangspunt voor de verdeling door het bestuur is dat de toegekende bestuursbeurzen worden verdeeld in overeenstemming met de te verwachten werklast van de bestuursleden. b. Het bestuur van de organisatie is verplicht op te geven welke studenten op welke bestuursfunctie door het daartoe bevoegde orgaan van de betreffende organisatie zijn benoemd. c. De individuele bestuursleden dienen tegelijk met de opgave bestuursleden een verzoek tot uitbetaling bij de Dienst Studentenzaken in Het ingevulde formulier wordt na aantreden van het nieuwe bestuur of bestuurslid teruggestuurd naar de Dienst Studentenzaken. Afhankelijk van de zwaarte van de functies in het bestuur gelden de volgende inleverdata 1. Besturen met: functies met 8 beurzen: voor 1 oktober / zo spoedig mogelijk functies met 4 tot en met 7 beurzen: voor 1 december Functies tot en met 3 bestuursbeurzen: voor 1 mei 1 In afwijking van deze data geldt voor besturen of bestuursleden die aantreden tussen 1 november en 1 juni dat per geval andere inleverdata worden vastgesteld. Het advies is dat deze besturen of bestuursleden daarvoor contact opnemen met het secretariaat FONDS van de Dienst Studentenzaken. 51
7 11. Aanvang van de ondersteuning 11.1 De ondersteuning op grond van bestuursactiviteiten wordt tijdens, of direct na afloop van het collegejaar waarin het bestuurswerk is verricht, uitbetaald in de vorm van een gift. Uitbetaling vindt plaats aldus: functies met 8 bestuursbeurzen: het onvoorwaardelijke deel in 8 maandelijkse termijnen vanaf oktober van het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht functies met 4 tot en met 7 bestuursbeurzen: het onvoorwaardelijke deel in twee termijnen, te weten februari en augustus van het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht functies tot en met 3 bestuursbeurzen: in augustus van het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht het voorwaardelijke deel van de bestuursbeurs: in oktober, na afloop van het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht Op verzoek van de student kan uitbetaling ook in één keer plaatsvinden in oktober na afloop van het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht. 12. Duur van de ondersteuning 12.1 Een student die een bestuursfunctie aanvaardt, is verplicht deze functie gedurende 12 maanden te vervullen Indien betrokkene in voorkomende gevallen niet aan deze verplichting kan voldoen en stopt met zijn bestuursactiviteiten, is het bestuur van de vereniging of organisatie verplicht dit zo spoedig mogelijk te melden bij de Dienst Studentenzaken. Het recht op financiële ondersteuning vanwege bestuursactiviteiten vervalt met onmiddellijke ingang. Toekenning van ondersteuning voor een opvolger is mogelijk met ingang van de eerste maand volgend op de melding van het bestuur bij de Dienst Studentenzaken dat het aftredende bestuurslid niet meer in functie is Voor studievertraging op grond van omstandigheden genoemd in artikel 3.2 en 3.3 geldt per student over de totale periode van inschrijving een maximale ondersteuningstermijn van 12 bestuursbeurzen. Deze maximale termijn geldt ook ingeval van cumulatie van bestuursactiviteiten en/ of ontplooiing van toptalent(en). Voor de vaststelling van de cumulatie worden de maanden ondersteuning vanwege ontplooiing van toptalenten vermenigvuldigd met de factor 2/3 e. 13. Hoogte van de ondersteuning 13.1 De hoogte van één bestuursbeurs is gelijk aan 1,5 keer het bedrag zoals genoemd in artikel 8.1I van september van het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht. Voor het collegejaar 2016/2017 is dit bedrag 433, In aanvulling op artikel 13.1 geldt dat als een student, met een verklaring van DUO, kan aantonen dat hij in september van het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht, recht heeft op een aanvullende beurs, deze beurs wordt bovenop het in artikel 13.1 genoemde bedrag per bestuursbeurs uitgekeerd (per bestuursbeurs wordt 1,5 keer het bedrag aan aanvullende beurs uitgekeerd) Studentleden van de opleidingscommissie ontvangen een toekenning die is gerelateerd aan gemiddeld een 1/2 bestuursbeurs en bedraagt 225,-. Paragraaf 3: ondersteuning ingeval van erkende toptalenten in sport en kunst Dit deel werkt de financiële ondersteuning uit voor studenten die een beroep doen op omstandigheden van artikel 3.3 en betreft studenten die een erkenning hebben op grond van de Regeling voor toptalenten in sport of kunst. De ondersteuning is in deze gevallen bedoeld als tegemoetkoming vanwege door genoemde omstandigheid opgelopen studievertraging. Uitgangspunt daarbij is dat de student probeert de studievertraging zoveel mogelijk te beperken. 52
8 14. Voorwaarden ondersteuning 14.1 Studenten die op grond van artikel 4 of artikel 9 van de Regeling voor toptalenten in sport en kunst als toptalent zijn erkend en door het uitoefenen van hun toptalent studievertraging oplopen, kunnen in aanmerking komen voor financiële ondersteuning. Voor erkende toptalenten in sport geldt dat alleen studenten met een status zoals genoemd in artikel 3 sub d van de Regeling voor toptalenten in sport en kunst voor ondersteuning uit het Profileringsfonds in aanmerking kunnen komen Een student die op grond van de Regeling voor toptalenten in sport en kunst in aanmerking wil komen voor financiële ondersteuning, dient aan de voorwaarden te voldoen van de artikelen 4 of 9 van deze Regeling voor toptalenten in de sport en kunst en aan de meldingsplicht conform artikel 4.4 van de Regeling Financiële Ondersteuning Studenten Indien betrokkene in aanmerking komt voor een uitkering uit het studiegarantiefonds van NOC*NSF, dan dient hij eerst gebruik te maken van deze mogelijkheid alvorens hij in aanmerking kan komen voor financiële ondersteuning. Het bedrag dat is uitgekeerd vanuit het studiegarantiefonds van NOC*NSF wordt in mindering gebracht op de financiële ondersteuning waar betrokkene volgens deze Regeling recht op heeft. 15. Aanvraagprocedure ondersteuning De procedure voor aanvraag van de ondersteuning is conform artikel 5 van deze Regeling. 16. Aanvang van de ondersteuning De ondersteuning vangt aan conform artikel 6 van deze Regeling 17. Duur van de ondersteuning 16.1 Voor ieder studiejaar dat een student als toptalent is erkend zoals bepaald in de artikelen 4 en 9 van de Regeling voor toptalenten in sport en kunst wordt de opgelopen studievertraging geregistreerd op de wijze zoals dat in artikel 7 van deze Regeling is bepaald Gedurende de gehele periode van inschrijving bij een cursusduur van 4 jaar (incl. Master) als student kan een student maximaal 12 maanden studievertraging registreren. Bij een langere cursusduur dan 4 jaar wordt dit maximum met 3 maanden verhoogd voor elk extra jaar. De opgebouwde maanden worden uitgekeerd conform de artikelen 7 en 12.3 én voor zover deze nodig zijn voor het behalen van het afsluitend examen. 18. Hoogte van de ondersteuning De bepaling van de hoogte van het (maand)bedrag van de ondersteuning vindt plaats conform artikel 8.1 van deze Regeling. Paragraaf 4: ondersteuning niet-eer studenten Dit deel werkt de financiële ondersteuning uit voor studenten die een beroep doen op financiële ondersteuning zoals genoemd in artikel 3.5. Het betreft hier beurzen voor niet-eer studenten. 19. Voorwaarden voor ondersteuning 19.1 De student voldoet niet aan het nationaliteitsvereiste zoals bedoeld in artikel 7.51d van de WHW De student is ingeschreven als voltijdstudent, betaalt daarvoor collegegeld aan de Radboud Universiteit Nijmegen De student is door de commissie, zoals genoemd in artikel 20.3, bij het college van bestuur voorgedragen voor een beurs. De commissie hanteert daarbij in elk geval de navolgende selectiecriteria: academische kwaliteit motivatie 53
9 extra-curriculaire activiteiten. aanbevelingen van referenties 20. Aanvraagprocedure ondersteuning 20.1 Het college van bestuur bepaalt jaarlijks hoeveel beurzen beschikbaar zijn 20.2 de (aanstaande) student dient de beurs uiterlijk 1 april aan te vragen voorafgaand aan het collegejaar waarop de beursaanvraag betrekking heeft. Bij de aanvraag dient de student de volgende documenten te voegen: - bewijzen van academische kwaliteit - een motivatiebrief - een curriculum vitae - aanbevelingsbrieven van referenties 20.3 Het college van bestuur beslist op advies van een commissie over de toekenning van de beurs. 21. Aanvang van de ondersteuning De ondersteuning vangt aan bij de start van het collegejaar 22. Duur van de ondersteuning De beurs wordt voor de duur van één collegejaar toegekend. De beurs kan door het college van bestuur op advies van de commissie, zoals genoemd in artikel 20.3 van deze Regeling, met een collegejaar verlengd worden. 23. Hoogte ondersteuning De beurs wordt verstrekt in de vorm van een gift en is niet hoger dan het verschil tussen het door de student verschuldigde instellingscollegegeld en het wettelijk collegegeld, vermeerderd met bijkomende kosten voor premie ziektekostenverzekering, aansprakelijkheidsverzekering en leges voor verblijfsvergunning. Paragraaf 5: Ondersteuning van buitenlandverblijf Dit deel werkt de financiële ondersteuning uit voor studenten die een beroep doen op financiële ondersteuning zoals genoemd in artikel 3.6. Het betreft hier financiële ondersteuning van individuele studiereizen of congresdeelname, groepsstudiereizen of individuele deelname aan een buitenlandse zomeruniversiteit. Het Profileringsfonds kan daarnaast in bijzondere gevallen en in samenwerking met faculteiten specifieke individuele financiële ondersteuning verstrekken in geval van een buitenlandverblijf. De hoogte en voorwaarden voor ondersteuning worden in dat geval separaat vastgesteld. In alle gevallen betreft de financiële ondersteuning van studenten in deze paragraaf de financiële ondersteuning van studenten bij een buitenlandverblijf zoals voorheen door de Stichting Nijmeegs Universiteitsfonds werd uitgevoerd. 24. Voorwaarden ondersteuning De voorwaarden voor ondersteuning van individuele studiereizen of congresdeelname zijn vastgelegd in bijlage D: reglement individuele ondersteuning buitenlandverblijf/ congresdeelname en in bijlage E: reglement individuele ondersteuning deelname buitenlandse zomeruniversiteit. De voorwaarden voor ondersteuning van studenten die deelnemen aan een groepsstudiereis zijn vastgelegd in bijlage F: reglement ondersteuning groepsstudiereizen. 25. Aanvraagprocedure ondersteuning De aanvraagprocedure voor de ondersteuning is opgenomen in de onder artikel 24 genoemde reglementen (bijlage D t/m F van deze regeling) 54
10 26. Aanvang van de ondersteuning Bepalingen omtrent de aanvang van de ondersteuning voor de ondersteuning zijn opgenomen in de onder artikel 24 genoemde reglementen (bijlage D t/m F van deze regeling). 27. Duur van de ondersteuning Bepalingen omtrent de duur van de ondersteuning zijn opgenomen in de onder artikel 24 genoemde reglementen (bijlage D t/m F van deze regeling). 28. Hoogte ondersteuning Bepalingen omtrent de hoogte van de ondersteuning zijn opgenomen in de onder artikel 24 genoemde reglementen (bijlage D t/m F van deze regeling). Overgangsrecht 29. Overgangsbepaling Voor studenten op wie artikel van de WSF 2000 van toepassing is, blijven de voorwaarden van toepassing van deel 1 van de regeling Financiële Ondersteuning Studenten zoals die gold op 1 september 2014 (zie bijlage C). Slotbepalingen 30. Hardheidsclausule In zeer bijzondere omstandigheden, ter beoordeling van het college van bestuur, waarbij de afwijzing van een verzoek om ondersteuning tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden, kan het college ten gunste van de student van de bepalingen van deze Regeling afwijken. 31. Bezwaarmogelijkheid Tegen de beslissingen van het college van bestuur op grond van deze Regeling kan binnen 6 weken bezwaar worden aangetekend. 32. Inwerkingtreding Deze Regeling treedt in werking op 1 september 2016 en geldt tot en met 31 augustus 2018, paragraaf 5 treedt in werking per 1 januari
11 Artikelsgewijze toelichting Toelichting artikel 1: Begripsbepalingen Het begrip prestatiebeursperiode is zodanig geformuleerd dat voor een buitenlandse student, die vanwege diens nationaliteit geen recht heeft op prestatiebeurs op grond van de WSF 2000, de instelling deze student behandelt als zou hij bij diens eerste jaar van inschrijving aan de Radboud Universiteit ook direct aanspraak hebben gehad op prestatiebeurs. Toelichting artikel 3: Reikwijdte ondersteuning In artikel 3 is opgesomd in welke gevallen er een uitkering uit het Profileringsfonds mogelijk is. Toelichting paragraaf 1: ondersteuning in geval van persoonlijke omstandigheden Toelichting artikel 4: Voorwaarden Artikel 4.1 Hier is omschreven op welke persoonlijke omstandigheden studenten een beroep kunnen doen. Ad a. Ziekte, dit betreft de bijzondere omstandigheid van artikel 7.51, tweede lid onder c van de WHW. Ad b. Bij zwangerschap, inclusief de bevalling, wordt ervan uit gegaan dat de vertraging doorgaans maximaal 4 maanden bedraagt. Doen zich tijdens de zwangerschap of de bevalling complicaties voor waardoor de vertraging oploopt (meer dan 4 maanden) dan is er sprake van ziekte (a). Dit betreft de bijzondere omstandigheid van artikel 7.51, tweede lid onder c van de WHW Ad c. Onder bijzondere familieomstandigheden wordt verstaan: een grote onvoorziene verandering in de huiselijke situatie zoals langdurige verzorging van de zieke partner, kind(eren) of ouders. Dit betreft de bijzondere omstandigheid van artikel 7.51, tweede lid onder e van de WHW. Ad d. Bij functiestoornissen die per definitie chronisch zijn in tegenstelling tot ziekte bestaat de mogelijkheid verlenging van de periode van prestatiebeurs aan te vragen. De studentendecaan bekijkt in overleg met de individuele student voor welke vorm van financiële ondersteuning de student in aanmerking komt: verlenging van de periode van prestatiebeurs en/of maanden uit het Profileringsfonds. Dit betreft de bijzondere omstandigheid van artikel 7.51, tweede lid onder d. Ad e. De gebruikte term een onvoldoende studeerbare opleiding verwijst naar omstandigheden binnen de opleiding waardoor de student belemmerd wordt in de voortgang van zijn studie, zonder dat hij daar zelf invloed op kan of heeft kunnen uitoefenen. 56
12 Uitgangspunt is een jaarlijkse studiebelasting van 60 European Credits per jaar. Dit betreft de bijzondere omstandigheid van artikel 7.51, tweede lid onder f van de WHW. Artikel a). Alleen de studievertraging wordt gecompenseerd indien de vertragende omstandigheden plaatsvinden tijdens de prestatiebeursperiode. Voor buitenlandse studenten die geen prestatiebeurs ontvangen, wordt ervan uitgegaan dat de prestatiebeursperiode is aangevangen bij diens eerste jaar van inschrijving. Daarbij geldt dat de periode van ondersteuning voor deze groep in de regel tot de eerste vier jaar van inschrijving is beperkt, met dien verstande dat deze periode wordt verlengd met de eventueel langere cursusduur (zoals de twee- of drie jarige masteropleidingen). Studenten die een opleiding volgen met een door de Radboud Universiteit Nijmegen erkend 5 e studiejaar en die in dat 5 e studiejaar studievertraging oplopen door overmacht, kunnen zich voor financiële ondersteuning melden bij een studentendecaan van de Dienst Studentenzaken (Bèta- Regelingen). 4.2c). Op de voorwaarde dat men niet is afgestudeerd binnen prestatiebeursperiode kan een uitzondering worden gemaakt voor zogenoemde dubbelvakkers. Voorwaarde is dat de student vanaf het eerste of tweede jaar van inschrijving aan de Radboud Universiteit Nijmegen voor beide opleidingen ingeschreven heeft gestaan en/of voor ieder van die opleidingen voldoende studiepunten heeft behaald, zodat hij bij het afstuderen voor de ene opleiding reeds een substantieel deel van de andere opleiding met goed gevolg heeft afgerond. Indien de eerste inschrijving een opleiding met een langere cursusduur (meer dan 4 jaar) betreft, wordt de student voor toepassing van deze regel ook als dubbelvakker beschouwd indien een inschrijving voor de tweede opleiding in het derde jaar heeft plaatsgevonden. Het is ter beoordeling van een studentendecaan, met inachtneming hetgeen hierboven is geformuleerd, of er een uitzondering kan worden gemaakt. Dit geldt ook in geval een student binnen de prestatiebeursperiode een tweede opleiding (na afronding van de eerste opleiding) volgt en door persoonlijke omstandigheden studievertraging oploopt. Artikel 4.4 en 4.5 (verplichte melding) Een student meldt zich in eerste instantie bij de studieadviseur en deze vult een digitale melding in ten behoeve van de studentendecaan. Vervolgens vindt verplicht een gesprek plaats met een studentendecaan om te bespreken welke maatregelen getroffen moeten worden om de studievertraging zo beperkt mogelijk te houden. Dit is de melding zoals in artikel 4.4 bedoeld. N.B.: Indien een melding te laat plaatsvindt, wordt alleen gekeken naar de persoonlijke omstandigheden die zich na de melding nog voordoen (zie artikel 4.5). Dit kan betekenen dat betrokkene 3 of meer maanden aan ondersteuning misloopt! Toelichting artikel 5: Aanvraagprocedure ondersteuning Artikel 5.1 LET OP! Indiening na afloop van deze termijn heeft tot gevolg dat het verzoek wordt afgewezen. Artikel 5.2 De gevraagde documenten zijn bedoeld om de hoogte en duur van de uitkering vast te stellen. Toelichting artikel 6: Aanvang van de ondersteuning 57
13 In deze Regeling is gekozen voor een uitkering na afloop van prestatiebeursperiode. Niet alleen worden hiermee eventuele problemen vermeden maar tevens is op dat moment pas met enige zekerheid te zeggen hoe groot de studievertraging is. Mocht een student om de een of andere reden de ondersteuning toch op een ander tijdstip willen ontvangen, dan moet hierover contact worden opgenomen met de Dienst Studentenzaken (studentendecaan). Toelichting artikel 7: Duur van de ondersteuning Hierin wordt bepaald dat de beslissing, indien zij positief is, een (voorwaardelijke) aanspraak is op financiële ondersteuning voor een aantal maanden, zgn. registratie studievertraging. De effectuering of uiteindelijke toekenning vindt pas plaats aan het eind van de prestatiebeursperiode naar aanleiding van een verzoek zoals bedoeld in artikel 5. Artikel 7.3 Bij de bepaling van de studievertraging wordt gekeken naar het aantal studiepunten dat behaald had kunnen worden in de periode dat de persoonlijke omstandigheid zich voordeed, waarbij 60 European Credits (EC) per studiejaar (= 5 EC per maand) het uitgangspunt zijn. De periode dat iemand de studiefinanciering heeft opgezegd, dan wel de inschrijving aan de Radboud Universiteit heeft beëindigd, telt uiteraard niet mee. Voorbeeld: iemand heeft vanwege ziekte zijn studiefinanciering en/of inschrijving per 1 januari stopgezet en heeft tot dat moment 5 EC gehaald. De studievertraging bedraagt in dit geval 3 maanden, omdat hij de maanden januari tot en met augustus niet gebruikt heeft en later kan inzetten. Artikel 7.4 In het geval dat zich een combinatie voordoet van bestuursactiviteiten en vertraging door andere persoonlijke omstandigheden worden de reeds uitbetaalde of nog uit te betalen bestuursbeurzen in mindering gebracht op het aantal maanden dat als gevolg van overmacht geregistreerd wordt. Voor de omrekening van het aantal bestuursbeurzen naar maanden, wordt het aantal beurzen met anderhalf vermenigvuldigd. Wanneer een student in de situatie komt dat er een overmachtsituatie samenvalt met een bestuursfunctie heeft de student twee mogelijkheden: 1. de bestuursfunctie neerleggen en daarmee wordt ook de aanspraak op bestuursbeurzen verminderd (naar rato van de reeds verstreken zittingstermijn); 2. de bestuursfunctie niet neerleggen in de wetenschap dat het aantal bestuursbeurzen in minder wordt gebracht op de geregistreerde studievertraging. Voorbeeld variant 1: Een student vervult een functie waarvoor hij 4 bestuursbeurzen krijgt uitgekeerd. Tijdens dat zelfde jaar loopt hij wegens bijzondere familie omstandigheden 6 maanden studievertraging op. Deze omstandigheid doet zich halverwege de zittingsperiode voor. De student legt zijn functie neer. Hij krijgt slechts 2 bestuursbeurzen uitgekeerd. Van de opgelopen vertraging worden dan nog 6-3 maanden (2 bestuursbeurzen x 1,5) = 3 maanden geregistreerd. Voorbeeld variant 2: Een student vervult een functie waarvoor hij 4 bestuursbeurzen krijgt uitgekeerd. Tijdens dat zelfde jaar loopt hij wegens bijzondere familie omstandigheden 6 maanden studievertraging op. Deze omstandigheid doet zich halverwege de zittingsperiode voor. De student besluit zijn functie niet neer te leggen. Van de opgelopen vertraging worden dan 6-6 (4 bestuursbeurzen x 1,5) maanden = 0 maanden geregistreerd. 58
14 Toelichting artikel 8: Hoogte van de ondersteuning Artikel 8.1 I De hoogte van het maandelijkse bedrag is gelijk aan 60,1% van de basislening hoger onderwijs. Peildatum is het bedrag aan basislening hoger onderwijs van september van het collegejaar waarin de ondersteuning wordt aangevraagd. Dit bedrag geldt ook voor buitenlandse studenten die geen aanspraak maken of hebben kunnen maken op studiefinanciering. Voor het studiejaar 2016/2017 is dit bedrag 288,96. Artikel 8.1 II Indien een student in de laatste maand van de prestatiebeursperiode aanvullende beurs ontvangt, dan ontvangt de student per maand ondersteuning uit het Profileringsfonds ook dit bedrag aan aanvullende beurs plus eventuele eenoudertoeslag. Studenten met aanvullende beurs waaraan DUO een verlenging prestatiebeurs heeft toegekend, ontvangen als gevolg van die verlenging 12 maanden extra aanvullende beurs. Bij een uitkering uit het Profileringsfonds vanwege een chronische ziekte of functiebeperking komt de uitkering van de aanvullende beurs voor de eerste 12 maanden te vervallen: deze aanvullende beurs is immers al via de verlenging prestatiebeurs hoger onderwijs gecompenseerd. Mocht een student recht hebben op meer dan 12 maanden Profileringsfonds dan wordt de aanvullende beurs voor deze extra maanden wel weer gecompenseerd. Artikel 8.2: Vermindering hoogte uitkering i.v.m. kwijtschelding Studenten met een chronische ziekte en/of functiebeperking kunnen op grond van artikel 5.2b van de WSF 2000 aanspraak maken op verlenging van de prestatiebeurs hoger onderwijs met één jaar. Als studenten een verlenging prestatiebeurs hoger onderwijs krijgen, kunnen deze studenten op grond van artikel 6.2a van de WSF 2000 gedeeltelijke kwijtschelding krijgen van hun studieschuld, mits zij binnen de diplomatermijn van de prestatiebeurs zijn afgestudeerd. In voorkomende gevallen kan de student daarbij -op advies van de studentendecaan- bij DUO om een verlenging van die diplomatermijn vragen. In geval de student aanspraak maakt op verlenging van de prestatiebeurs hoger onderwijs, dan gaat de regeling FONDS ervan uit dat de student ook aanspraak maakt of zal maken op de gedeeltelijke kwijtschelding van artikel 6.2a van de WSF Het bedrag aan kwijtschelding ( op 1 januari 2015, dit bedrag wordt jaarlijks op grond van een ministeriële regeling geïndexeerd) wordt in mindering gebracht op de totale uitkering Profileringsfonds. Een negatieve uitkering uit het Profileringsfonds is niet mogelijk (indien de hoogte van de kwijtschelding hoger zou zijn dan de hoogte uitkering op grond van artikel 8.1). Toelichting paragraaf 2: ondersteuning vanwege bestuursactiviteiten (bestuursbeurzen) Toelichting artikel 9: Voorwaarden Artikel 9.1 Voor studenten die staan ingeschreven bij de Bachelor ALPO Pedagogische Wetenschappen geldt niet de eis dat aan de Radboud Universiteit collegegeld betaald moet worden. Deze studenten betalen het collegegeld aan de HAN. De eis dat een student op het moment van uitbetaling moet staan ingeschreven geldt niet voor de uitbetaling van het voorwaardelijke deel van de bestuursbeurs. Deze wordt namelijk na afloop van het collegejaar uitbetaald. Artikel 9.2 Op de voorwaarde dat men niet is afgestudeerd kan een uitzondering gemaakt worden voor zogenoemde dubbelvakkers. Voorwaarde is dat de student vanaf het eerste of tweede jaar van inschrijving aan de Radboud Universiteit Nijmegen voor beide opleidingen ingeschreven heeft gestaan en/of voor ieder van 59
15 die opleidingen voldoende studiepunten heeft behaald, zodat hij bij het afstuderen voor de ene opleiding reeds een substantieel deel van de andere opleiding met goed gevolg heeft afgerond. Indien de eerste inschrijving een opleiding met een langere cursusduur (meer dan 4 jaar) betreft, wordt de student voor toepassing van deze regel ook als dubbelvakker beschouwd indien een inschrijving voor de tweede opleiding in het derde jaar heeft plaatsgevonden. Daarnaast kan een student in geval hij een tweede studie volgt aansluitend op de eerste studie in aanmerking komen voor bestuursbeurzen, mits aan de voorwaarden van de artikelen 9.9 of 9.10 wordt voldaan. Daarbij kan de Dienst Studentenzaken van de student vragen om een verklaring van de opleiding te overhandigen waaruit daadwerkelijk blijkt dat de student aan een tweede opleiding is begonnen (dus daadwerkelijk studeert, colleges en werkgroepen etc. volgt). Het is ter beoordeling van een studentendecaan, met inachtneming hetgeen hierboven is geformuleerd, of er een uitzondering kan worden gemaakt. Artikel 9.3 Met deze bepaling wordt gestimuleerd dat studenten ook in het collegejaar voorafgaand aan het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht voldoende studievoortgang boeken. De norm is 39 EC of de student moet het afsluitend examen met goed gevolg hebben afgelegd in het collegejaar voorafgaand aan het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht. Voor studenten die in het collegejaar voorafgaand aan het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht in aanmerking kwamen voor een bestuursbeurs én in dat jaar niet zijn afgestudeerd, gelden afwijkende normen, zoals opgenomen in de tabel. Artikel 9.5 Eenmaal in de twee jaar worden studentenverenigingen en organisaties beoordeeld door de Toetsingscommissie, die adviseert over het aantal toe te kennen bestuursbeurzen. De criteria waaraan een organisatie moet voldoen, alsmede de te volgen procedure worden beschreven in Bijlage A bij deze Regeling. Artikel 9.6 Bachelorstudenten kunnen tijdens het eerste jaar van inschrijving geen aanspraak maken op ondersteuning vanwege bestuursactiviteiten. Voor eerstejaars bachelorstudenten geldt dat zij het eerste jaar van inschrijving nodig hebben om aan het studieklimaat op de universiteit te wennen. Op deze wijze wordt tevens voorkomen dat als gevolg van de bestuursactiviteiten de student een negatief studieadvies wordt gegeven. Artikel 9.7 Leden van de opleidingscommissie die eerder de training met goed gevolg hebben afgelegd hoeven deze in een volgend jaar niet opnieuw te volgen. Artikel 9.8 Met deze bepaling wordt gestimuleerd dat studenten tijdens een bestuursfunctie studievoortgang boeken. Het totaal aantal EC dat in het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht telt mee, dus ook EC behaald buiten de opleiding van inschrijving tellen mee. Dit geldt ook voor EC behaald in het buitenland. Artikel 9.9 De periode waarin een student recht heeft op ondersteuning vanwege bestuursactiviteiten is beperkt tot de eerste vier jaar van inschrijving als Bachelorstudent. Uitgangspunt is dat een student zich voor een heel collegejaar inschrijft. Indien de student de inschrijving heeft onderbroken, wordt de periode dat de student niet is ingeschreven niet meegerekend. 60
16 Artikel 9.10 De periode waarin een student recht heeft op ondersteuning vanwege bestuursactiviteiten is beperkt tot de eerste twee jaar van inschrijving als Masterstudent bij een éénjarige Masteropleiding. Deze periode wordt verlengd met de langere opleidingsduur indien het een twee- of driejarige Master betreft. Bepalend voor het vaststellen van de periode recht op ondersteuning is de opleidingsduur van de Master waarvoor de student zich de eerste keer heeft ingeschreven. Uitgangspunt is dat een student zich voor een heel collegejaar inschrijft. Indien de student de inschrijving heeft onderbroken, wordt de periode dat de student niet is ingeschreven niet meegerekend. Artikel 9.11 HBO-doorstromers kunnen geen aanspraak maken op een bestuursbeurs zolang zij voor de pre-master staan ingeschreven. Als pre-masterstudent dienen zij eerst de deficiënties weg te werken alvorens zij tot de master kunnen worden toegelaten. De instelling wil HBO-doorstromers, zolang zij niet tot de Master zijn toegelaten niet financieel ondersteunen om bestuurswerk te doen. HBO-doorstromers die als masterstudent staan ingeschreven hebben de rechten zoals onder 9.10 beschreven. Artikel 9.13 Artikel 9.13 regelt de gevallen waarin de in artikel 9.9 en 9.10 gedefinieerde periodes verlengd kunnen worden. Er zijn drie uitzonderingsgronden: 1. voor studenten die te maken hebben met een overmachtsituatie zoals in deze Regeling gedefinieerd kan de periode met één jaar worden verlengd. De vertraging moet dan 12 maanden of meer bedragen en conform artikel 7 van deze Regeling bij de Dienst Studentenzaken zijn geregistreerd. 2. Voor studenten die zijn uitgeloot voor een opleiding en zich bij een andere opleiding aan de Radboud Universiteit hebben ingeschreven (de zogenaamde parkeerstudie) en na één jaar alsnog worden ingeloot en zich in het tweede jaar van inschrijving bij die opleiding inschrijven. De inschrijving in het eerste jaar zal dan niet worden meegeteld bij het bepalen van de verstreken inschrijvingsduur. Onder uitgeloot wordt niet verstaan studenten die niet door de decentrale selectie zijn gekomen. De student dient zelf, met bewijsstukken van DUO aan te tonen, aan te tonen dat hij in het eerste jaar was uitgeloot. 3. Studenten met een functiebeperking kunnen een jaar extra studiefinanciering aanvragen. Voor deze groep wordt de periode met één jaar verlengd. Voor het aanvragen van verlenging van de studiefinanciering moet de student contact opnemen met een studentendecaan. Artikel 9.14 De ondersteuning vanwege bestuursactiviteiten is nog altijd een tegemoetkoming van opgelopen studievertraging. Om die reden wordt in dit artikel vermeld dat voor de vaststelling van de periode waarin een student recht heeft op bestuursbeurzen een bestuursjaar altijd aan een collegejaar moeten worden toegerekend. De grens daarvoor is gelegd bij juni. Artikel 9.15 De artikelen 9.3 en 9.8 t/m 9.12 hebben als gemeenschappelijke intentie om te voorkomen dat studenten die reeds veel studievertraging hebben opgelopen te faciliteren door bestuurswerk nog meer vertraging op te lopen. Wanneer een student als gevolg van de toepassing van deze artikelen niet in aanmerking komt voor bestuursbeurzen, kan de student schriftelijk een verzoek doen om op grond van artikel 9.15 af te wijken van deze voorwaarden. Een studentendecaan brengt advies uit over het verzoek aan het college van bestuur (directeur van de Dienst Studentenzaken). De directeur van de Dienst Studentenzaken neemt namens het college van bestuur een besluit. 61
17 Toelichting artikel 10: Aanvraagprocedure ondersteuning Artikel 10.1a Het bestuur van de organisatie dient op te geven welke bestuursleden voor welk aantal bestuursbeurzen worden opgegeven. Daarbij dient de door het opgegeven bestuur verdeling van de bestuursbeurzen over de afzonderlijke functies overeen te komen met het takenpakket van deze bestuursleden. Bij twijfel over de opgegeven verdeling kan de Dienst Studentenzaken om een onderbouwing vragen en/of de opgegeven verdeling weigeren. Artikel 10.1b Een organisatie is verplicht alle bestuursleden op te geven die formeel én daadwerkelijk in functie zijn. Het gaat erom dat de bestuursleden worden opgegeven die door het daartoe bevoegde orgaan zijn benoemd, bijvoorbeeld de Algemene Ledenvergadering van een vereniging. Daarnaast dient het bestuur dat formeel benoemd is ook het bestuur te zijn dat in de praktijk functioneert. Het is dus niet toegestaan dat een organisatie een fictief bestuur benoemt en dit opgeeft voor bestuursbeurzen en dat er daarnaast een ander, alternatief bestuur is dat in de praktijk het werk doet. De Dienst Studentenzaken kan aan een organisatie vragen om een bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat de opgegeven bestuursleden ook formeel benoemd zijn, bijvoorbeeld een besluit of notulen van de ALV. Indien een organisatie niet het officieel benoemde bestuur heeft opgegeven, dan wel wanneer blijkt dat er in de praktijk een ander bestuur functioneert, kan het college van bestuur beslissen de aan de individuele bestuursleden toegekende bestuursbeurzen in te trekken, dan wel terug te vorderen. Artikel 10.1c Tegelijk met de opgave dienen de afzonderlijke bestuursleden de benodigde gegevens in te leveren waarmee zij een verzoek tot uitbetaling indienen. Toelichting artikel 11: Aanvang van de ondersteuning De uitkering is nog steeds bedoeld als compensatie voor studievertraging om de student in staat te stellen af te studeren. Het voorwaardelijke deel van de bestuursbeurs wordt in oktober na afloop van het bestuursjaar uitgekeerd, nadat is vastgesteld dat de student aan de voorwaarden heeft voldaan. Toelichting artikel 12: Duur van de ondersteuning Artikel 12.2 Uitgangspunt is dat een bestuurslid diens functie gedurende 12 maanden vervult. Het aantal uit te keren bestuursbeurzen wordt in geval van tussentijdse vervanging van het bestuurslid gerelateerd aan voor de opvolger nog te resteren termijn aan bestuursactiviteiten zal verrichten. Het bestuur van de organisatie moet zo snel mogelijk aangeven als een bestuurslid wordt vervangen. De nieuwe bestuurder moet zelf een individuele aanvraag om ondersteuning indienen. Ook voor de opvolger gelden de criteria en voorwaarden zoals in deze Regeling gesteld. De bestuursbeurzen worden naar rato van de daadwerkelijke zittingstermijn tussen het teruggetreden bestuurslid en de opvolger verdeeld. Artikel 12.3 Studenten die toptalentactiviteiten ontplooien en/of bestuursactiviteiten verrichten kunnen over de totale periode van inschrijving nooit meer dan 12 beurzen aan financiële ondersteuning ontvangen. Voor medezeggenschapsfuncties geldt dat er in 2012/2013 en 2013/2014 extra beurzen zijn toegekend in verband met het wegvallen van de vacatiegelden per 2012/2013. Deze extra beurzen tellen niet mee bij het berekenen van of een student al 12 beurzen heeft ontvangen. 62
18 Toelichting artikel 13: Hoogte van de ondersteuning Artikel 13.1 en 2 De hoogte van een bestuursbeurs is voor het collegejaar 2016/2017 vastgesteld op 433,44. Grondslag voor de uitkering is 1,5 keer het maandbedrag dat gelijk is aan 60,1% van de basislening hoger onderwijs van september in het collegejaar waarin de student het bestuurswerk verricht). Indien een student met bewijsstukken van DUO kan aantonen een aanvullende beurs te ontvangen, dan zal deze gecompenseerd worden. Peilmoment is daarbij de aanvullende beurs die de student ontvangt in september van het collegejaar waarin het bestuurswerk wordt verricht en de ondersteuning wordt aangevraagd. Per bestuursbeurs wordt 1,5 keer het bedrag aan aanvullende beurs uitgekeerd. Artikel13.3 Voor de ondersteuning van studenten in de opleidingscommissie is in de regeling een vast bedrag vastgesteld. Jaarlijks wordt door het college van bestuur dit bedrag aangepast met de procentuele stijging van de uitwonende basislening van september van het collegejaar dat daar op volgt ten opzichte van september het jaar daarvoor. Toelichting paragraaf 3 ondersteuning ingeval van erkende toptalenten in sport en kunst Toelichting artikel 14: Voorwaarden In de Regeling voor toptalenten in sport en kunst is opgenomen dat erkende toptalenten een compensatie uit het Profileringsfonds kunnen krijgen als zij studievertraging oplopen als gevolg van het ontplooien van hun toptalent. Als een student volgens de criteria en procedure van de Regeling voor toptalenten in sport en kunst is erkend ontstaat een recht op Profileringsfonds. Een student kan na afloop van de prestatiebeurs deze rechten (opgebouwde maanden) aanspreken voor zover deze nodig zijn om het afsluitend examen af te leggen. Het betreft dus geen forfaitaire toekenning. In de Regeling voor toptalenten in sport en kunst is tevens bepaald dat alleen topsporters met een B, HP, IT of NT status een recht op Profileringsfonds kunnen opbouwen. Studenten die aan topsport doen en ook in aanmerking komen voor een uitkering uit het studiegarantiefonds van NOC*NSF kunnen niet van beide Regelingen gebruik kunnen maken en zo op een hoger totaalbedrag aan financiële ondersteuning per maand komen dan andere studenten. Toelichting artikel 17: Duur van de ondersteuning Een erkend toptalent dient voor elk jaar dat hij is erkend de studievertraging te laten registreren. Daarbij kan een toptalent over de gehele periode van inschrijving maximaal 12 maanden registreren bij een cursusduur van vier jaar. Voor een opleiding met een langere cursusduur wordt dit met 3 maanden per jaar vermeerderd. Het is dus mogelijk dat een toptalent in de eerste jaren geen vertraging oploopt, maar dat door een intensiever trainingsprogramma (bijvoorbeeld in een preolympisch jaar), er in één jaar 12 maanden vertraging wordt opgelopen. Met de formulering van artikel 17 wordt deze flexibilisering mogelijk maakt. De maximering van 12 bestuursbeurzen in geval van cumulatie van bestuursactiviteiten en toptalent blijft gelden. Toelichting paragraaf 4: ondersteuning niet-eer studenten De Radboud Universiteit kent meerdere beurzenprogramma s gericht op het aantrekken van studenten die afkomstig zijn van buiten de EER. Meer informatie over de diverse programma s is te vinden op 63
19 Toelichting artikel 19: Voorwaarden Het betreft hier ondersteuning van studenten die niet aan het nationaliteitsvereiste voldoen én het hoge instellingscollegegeld verschuldigd zijn. Dit betreft studenten die geen nationaliteit van een EER-land hebben (de EU-landen plus Noorwegen, Zwitserland, IJsland en Liechtenstein) of de Surinaamse nationaliteit hebben. De instelling geeft hiermee toepassing aan artikel 7.51d van WHW. Een commissie (meestal zal dit een facultaire deelcommissie zijn) zal uit de verzoeken van studenten om een beurs de studenten selecteren op basis van academische kwaliteit, motivatie, extracurriculaire activiteiten en referenties. Er kunnen, onder meer afhankelijk van de beurs of de opleiding waarvoor de beurs wordt aangevraagd, aanvullende selectiecriteria gelden. Toelichting artikel 20: Aanvraagprocedure Voor de selectie van kandidaten die voor een beurs in aanmerking komen, benoemt het college van bestuur een commissie. Deze commissie kan facultaire deelcommissies instellen aangezien beurzenprogramma s in een aantal gevallen gekoppeld kunnen zijn aan een faculteit of specifieke opleidingen. Deadline voor het indienen van aanvragen is 1 april voorafgaand aan het collegejaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor de aanvraag moet een student de gevraagde documenten inleveren. LET OP: het kan zijn dat een student los van de beursaanvraag ook een formeel verzoek tot toelating bij de opleiding moet indienen! Het college van bestuur kent op advies van de commissie de beurs toe. Toelichting artikel 22: Duur van de ondersteuning De beurzen worden voor één collegejaar toegekend. In het geval van een meerjarige master kan de commissie (of facultaire deelcommissie) het college van bestuur adviseren de beurs met één collegejaar te verlengen. Toelichting paragraaf 5: ondersteuning van buitenlandverblijf Met ingang van 1 januari 2017 ondersteunt de Radboud Universiteit studenten met een studieverblijf in het buitenland vanuit het Profileringsfonds. Tot 1 januari 2017 voerde de Stichting Nijmeegs Universiteitsfonds deze ondersteuning uit. Paragraaf 5 beschrijft hoe de ondersteuning vanuit het Profileringsfonds is geregeld: de voorwaarden voor ondersteuning, de aanvraagprocedure, de aanvang van de ondersteuning, de duur van de ondersteuning en de hoogte van de ondersteuning zijn nader uitgewerkt in een drietal reglementen welke als bijlage D t/m F onderdeel zijn van de regeling FONDS. Toelichting overgangsrecht Toelichting artikel 29: overgangsrecht In de WSF 2000 is in artikel voorzien in een cohortgarantie voor studenten die reeds voor 1 september 2015 aan een bachelor- of masteropleiding staan ingeschreven en die nog rechten prestatiebeurs bezitten. Deze studenten behouden voor de opleidingsfase waarin zij staan ingeschreven (bachelor of master) het recht op basisbeurs. Artikel 29 zorgt dat voor deze studenten de voorwaarden (waaronder uitkering van de basisbeurs) blijven gelden van deel 1 van de regeling FONDS zoals die gold 1 september Volledigheidshalve is de tekst van deze regeling als bijlage C bij deze regeling gevoegd. 64
20 Toelichting slotbepalingen Toelichting artikel 30: Hardheidsclausule Met dit artikel geeft de instelling invulling aan het bepaalde in artikel 7.51, tweede lid, sub h van de WHW. 65
21 BIJLAGE A bij de Regeling FONDS: Procedure toetsing bestuursactiviteiten Deze bijlage is een uitwerking van artikel 9 tot en met 13 van de Regeling. artikel 1 Definities In aanmerking voor financiële ondersteuning komen studenten die: 1. Lid zijn van of deel uitmaken van een universitair bestuursorgaan dan wel een wettelijke voorgeschreven medezeggenschapsorgaan, waarbij sprake is van een substantiële tijdsbesteding. Tot deze categorie behoren in ieder geval (het lidmaatschap van): Functie Beurzen 2016/2017 en 2017/2018 assessor 7 18 voorzitter USR 8 18 vice-voorzitter USR 7 18 secretaris USR 7 18 lid USR 5 24 voorzitter FSR 2 n.v.t. lid FSR 1 n.v.t. lid opleidingscommissie 1/2 conform artikel 13.3 n.v.t. assessor Onderwijsinstituut NWI 1 n.v.t. lid Onderwijsbeleidscommissie 1 n.v.t. lid OMT 1,2,3 en T 1 n.v.t. lid OMT 4 1 n.v.t. lid KO 2 n.v.t. SOOS (totaal) 10 n.v.t. Te behalen EC-s voorwaardelijk deel (in afwijking van artikel 9.8) 2. Door het college van bestuur erkende bestuursactiviteiten verrichten in een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid. 3. Lid zijn van, of deel uitmaken van een organisatie in het kader van het bestuur van de instelling, dan wel naar het oordeel van het college van bestuur activiteiten verrichten die in het belang van de instelling zijn. Tot deze categorie behoren in ieder geval (het lidmaatschap van): a. Studentenprogrammeringscommissie b. Stichting Batavierenrace Voor alle categorieën van de in dit artikel genoemde bestuursleden/functie geldt dat niet voor toepassing van deze Regeling in aanmerking komen verenigingen dan wel stichtingen die een commercieel belang hebben of waarvan het statutaire doel dan wel de werkzaamheden gericht zijn op het in stand houden van discriminatie. Niet in aanmerking komen functies waarvoor een passende beloning wordt gegeven. artikel 2 Criteria In dit artikel wordt uitgewerkt wat de criteria zijn voor de onder lid 2 van artikel 1 bedoelde studentenorganisaties. Dit kunnen verenigingen dan wel stichtingen betreffen. Ingeval het verenigingen betreft moeten deze voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. volledig rechtsbevoegd zijn; 2. zich blijkens de statuten richten op de universitaire dan wel facultaire gemeenschap van de Radboud Universiteit Nijmegen, of op de studentengemeenschap; 66
22 3. ten minste 80% van de leden moet zijn ingeschreven als student aan de Radboud Universiteit Nijmegen of aan de Hogeschool Arnhem-Nijmegen, of indien het een landelijke vereniging betreft, als student aan een universiteit en; 4. ten minste 50 leden moeten als student zijn ingeschreven aan de Radboud Universiteit Nijmegen of aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen, of indien het een landelijke vereniging betreft ten minste 50 leden moeten zijn ingeschreven als student. Hierop is een uitzondering mogelijk bij een beginnende vereniging, indien de verwachting bestaat dat het getalscriterium na een jaar wel gehaald zal worden. De organisatie zal dan een toekenning voor een jaar krijgen en het jaar erop opnieuw verplicht getoetst worden. 5. ten minste 60% van de studentleden moet als student zijn ingeschreven aan de Radboud Universiteit; 6. Het college van bestuur kan al dan niet op advies van de Toetsingscommissie- van het in lid 3 tot en met 5 bepaalde afwijken. Mogelijke gronden voor een dergelijke afwijking kunnen zijn: als het een studentenorganisatie betreft met een levensbeschouwelijk karakter; als de studentenorganisatie kan aantonen dat het gezien de aard en activiteiten van de organisatie niet mogelijk is meer dan 50 studentleden te hebben (bijvoorbeeld capaciteitsbeperkingen). In geval het stichtingen betreft moeten deze voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. zich blijkens de statuten richten op de universitaire dan wel facultaire gemeenschap van de Radboud Universiteit Nijmegen, dan wel op de studentengemeenschap; 2. in principe toegankelijk zijn voor elke studerende behorende tot de universitaire gemeenschap; 3. aannemelijk kunnen maken dat de feitelijke werkzaamheden ten goede komen aan ten minste 50 aan de Radboud Universiteit Nijmegen ingeschreven studenten. Van dit getalscriterium kan afgeweken worden indien het een beginnende stichting betreft en indien de verwachting bestaat dat dit criterium na een jaar wel gehaald zal worden. De organisatie zal dan een toekenning voor een jaar krijgen en het jaar erop opnieuw verplicht getoetst worden. 4. Verder is afwijking mogelijk indien op grond van andere criteria in de Universitaire Studentenraad anders besloten wordt. artikel 3 Toetsingscommissie Het college van bestuur benoemt een Toetsingscommissie van 8 personen, waarvan 6 studenten en 2 medewerkers van de Dienst Studentenzaken. De studentleden worden benoemd op voordracht van de Universitaire Studentenraad en ten minste drie studenten dienen lid te zijn van de Universitaire Studentenraad. De Toetsingscommissie bestaat uit twee deelcommissies: de beoordelingscommissie met daarin 4 studenten en 2 medewerkers van de Dienst Studentenzaken en de beroepscommissie met daarin 2 studenten en een medewerker van de Dienst Studentenzaken. De leden van de Toetsingscommissie blijven ook na de vaststelling van de verdeling van de bestuursbeurzen door het college van bestuur in functie, tot een nieuwe commissie benoemd is. artikel 4 Toetsingsprocedure 4.1 Van alle organisaties, die op grond van artikel 2 van bijlage A erkend zijn volgens de Regeling, alsmede de organisaties bedoeld onder artikel 1, derde lid, wordt eenmaal in de twee jaar door de Toetsingscommissie beoordeeld voor hoeveel bestuursbeurzen deze organisaties in aanmerking zouden komen. Bij de Toetsingsronde die start in het najaar van de even jaren worden de studieverenigingen en levensbeschouwelijke organisaties getoetst. De Toetsingsronde die start in het najaar van de oneven jaren geldt voor alle andere organisaties. 4.2 Indien een organisatie op grond van artikel 4.1 van bijlage A niet beoordeeld hoeft te worden, staat het vrij om een vrijwillige beoordeling van de Toetsingscommissie te vragen. Ook organisaties en functies zoals genoemd in artikel 1, eerste lid van bijlage A kunnen om een beoordeling vragen. 67
23 4.3 In september informeert de Dienst Studentenzaken de organisaties die op grond van artikel 4.1 van bijlage A voor een beoordeling aan de beurt zijn over de aanstaande verplichte beoordeling. 4.4 Van een organisatie die beoordeeld moet worden, of wil worden, dienen de benodigde stukken uiterlijk op 15 november in het bezit te zijn van de Toetsingscommissie. Indien 15 november in het weekend valt, wordt het inlevermoment verschoven naar de eerstvolgende werkdag. 4.5 De benodigde stukken zoals in artikel 4.4 genoemd betreffen in elk geval: o een volledig ingevuld intakeformulier, waaronder inbegrepen een beschrijving van het activiteitenaanbod van de organisatie waaronder indien van toepassing sponsoringsactiviteiten; o een doorgenummerde ledenlijst met studentnummers van de betreffende leden van d.d. 1 november van het betreffende jaar; o het meeste recente jaarverslag, waaronder inbegrepen een financieel jaarverslag; o de meest recente begroting. 4.6 Stukken die later zijn ingediend dan de in art 4.4 genoemde deadline, resulteren automatisch in een voorgenomen advies om 0 bestuursbeurzen toe te kennen. Organisaties en functies die dit betreffen, worden dan door de beroepscommissie getoetst. De mogelijkheid om nog een beroep in te dienen vervalt. 4.7 De beoordelingscommissie van de Toetsingscommissie behandelt alle aanvragen die op tijd zijn. De beoordelingscommissie stelt, door toepassing van de criteria en voorwaarden van bijlagen A en B van deze Regeling, een voorgenomen advies op voor een verdeling van de bestuursbeurzen. De Toetsingscommissie stelt alle beoordeelde organisaties of functies schriftelijk op de hoogte van het voorgenomen advies van de beoordelingscommissie. 4.8 Elke organisatie of functie die door de beoordelingscommissie getoetst is, kan binnen 4 weken na dagtekening van het voorgenomen advies een schriftelijk beroep indienen tegen het voorlopige advies bij de beroepscommissie van de Toetsingscommissie. De beroepscommissie stelt elke organisatie of functie in de gelegenheid het beroep mondeling toe te lichten. Het beroep kan alleen gemaakt worden op basis van de aanvankelijk ingevulde intakeformulieren. De beroepscommissie toetst ook alle organisaties die het intakeformulier hebben ingeleverd na de in artikel 4.4 genoemde deadline. 4.9 De beroepscommissie kan op basis van het schriftelijke beroep en de mondelinge toelichting het voorgenomen advies wijzigen Na afronding van de beroepsprocedure brengt de Toetsingscommissie een definitief advies uit voor een verdeling bestuursbeurzen aan het college van bestuur Het college van bestuur stelt op basis van dit advies een verdeling bestuursbeurzen vast. Indien het college van bestuur afwijkt van het advies van de Toetsingscommissie zal zij dit schriftelijk motiveren naar de Universitaire Studentenraad. Artikel 5 Aanvragen ondersteuning incidentele activiteiten/ oprichting studentenorganisatie 5.1 Zowel verenigingen/organisaties die structureel bestuursbeurzen ontvangen als verenigingen/organisaties waarvoor dat niet geldt, kunnen incidenteel extra beurzen aanvragen voor incidentele activiteiten zoals bijvoorbeeld lustra, congressen of symposia. Voor de eerste categorie verenigingen/organisaties geldt dat in principe getracht moet worden de organisatie van de incidentele activiteit te ondersteunen met de beurzen die al toegewezen zijn. Alleen bij aantoonbare veel zwaardere belasting kunnen eenmalig meer beurzen toegewezen worden. 5.2 Het oprichten van een vereniging, waarbij de vereniging volledig rechtsbevoegd wordt, kan door de Toetsingscommissie worden gezien als een incidentele activiteit. Voor een vereniging in oprichting geldt verder het volgende: - De criteria genoemd in artikel 2 lid 2 tot en met 5 van deze bijlage zijn onverkort van toepassing; 68
24 - de vereniging dient een document in te leveren met daarin de volgende elementen: de levensvatbaarheid van de op te richten organisatie waaronder inbegrepen het perspectief om ten minste 50 studentleden te realiseren de toegevoegde waarde van de organisatie voor het Nijmeegse studentenleven - De vereniging dient op het moment van aanvragen volledig rechtsbevoegd te zijn, of aannemelijk kunnen maken dat de organisatie voor het eind van het collegejaar waarin de beurzen worden aangevraagd volledig rechtsbevoegd zal zijn; - De aanvraag heeft betrekking op de oprichtingshandelingen verricht in het collegejaar waarin de aanvraag wordt ingediend. - Voor de oprichting kent de commissie 4 bestuursbeurzen toe. De commissie kan, op grond van de ingeleverde stukken minder dan 4 beurzen toekennen. De commissie dient dit dan schriftelijk te motiveren. - een organisatie die op grond van dit artikel bestuursbeurzen voor oprichting aanvraagt, kan tegelijk ook reguliere bestuursbeurzen aanvragen voor het collegejaar volgend op het jaar waarin de beurzen voor oprichting worden aangevraagd. Deze reguliere aanvraag kan tot en met 1 maart ingediend worden (dit in afwijking van artikel 4.4 van bijlage A). De toekenning voor deze reguliere beurzen komt ten laste van de bestuursbeurzen voor incidentele activiteiten van het collegejaar volgend op het collegejaar van de aanvraag. - de studentenorganisatie die oprichtingsbeurzen toegekend krijgt, dient in het daarop volgende collegejaar verplicht getoetst te worden. 5.3 Aanvragen dienen uiterlijk 1 maart in het bezit te zijn van de Toetsingscommissie. Aanvragen dienen betrekking te hebben op incidentele activiteiten die in het collegejaar plaatsvinden waarin de aanvraag wordt gedaan, dan wel indien het merendeel van de organisatie van de activiteit in dat collegejaar plaats vindt. Artikel 6 Verhouding met de Regeling van de HAN Indien een studentenorganisatie in enig jaar een bestuurslid heeft dat een functie bekleedt waarvoor bestuursbeurzen zijn toegekend, maar de betreffende student studeert aan de Hogeschool Arnhem- Nijmegen, dan zullen de betreffende bestuursbeurzen niet toegekend kunnen worden. De betreffende student kan een beroep doen op de regeling van Hogeschool Arnhem-Nijmegen. Het kan dus zijn dat niet alle bestuursbeurzen die aan de organisatie zijn toegekend ook daadwerkelijk uitgekeerd kunnen worden. 69
25 BIJLAGE B bij de Regeling FONDS: richtlijnen en criteria Toetsingsprocedure De bijlage is een uitwerking van artikel 9 tot en met 13 van de Regeling en bijlage A Deel 1: beoordeling van de bestuurslast voor structurele bestuursbeurzen Eenmaal in de twee jaar beoordeelt de Toetsingscommissie per organisatie of functie de bestuurslast. Om de bestuurslast zo objectief mogelijk vast te kunnen stellen ofwel de beschikbare beurzen zo eerlijk mogelijk te verdelen, hanteert de Toetsingscommissie naast een aantal algemene uitgangspunten een aantal wegingsfactoren die, afhankelijk van het soort organisatie of functie, anders kunnen meewegen. A. ALGEMENE UITGANGSPUNTEN Bij de verdeling van de beurzen en de beoordeling van bestuurslast is de Toetsingscommissie steeds gebonden aan de volgende uitgangspunten: 1. het maximum aantal van te verdelen beurzen dat niet overschreden mag worden; 2. een absoluut maximum van 48 beurzen per organisatie; 3. activiteiten kunnen slechts eenmaal gecompenseerd worden. Het komt voor dat activiteiten voortvloeien uit verschillende functies. De bijbehorende tijdsbelasting van de betreffende activiteit wordt maar één keer gecompenseerd. Koepelvertegenwoordigers in de USR krijgen bijvoorbeeld beurzen als compensatie voor studievertraging; zij kunnen deze tijdsbelasting niet ook nog eens opgeven in het kader van de toetsing van het koepelbestuur. B. WEGINGSFACTOREN (ALGEMEEN) De bestuursbeurzen worden verdeeld op basis het ledenaantal (in geval van verenigingen) en het activiteitenaanbod. Voor bepaalde typen organisaties kunnen afwijkende wegingsfactoren gehanteerd worden. Deze staan in onderdeel C van deze bijlage beschreven. Ledenaantal (ingeval van verenigingen) Uitgangspunt is het aantal studentleden op 1 november van het collegejaar waarin de studentenorganisatie wordt getoetst Alleen volwaardige studentleden, studerend aan de Radboud Universiteit of de Hogeschool Arnhem-Nijmegen tellen mee. Van volwaardig lidmaatschap is sprake indien het lid contributie betaalt en stemgerechtigd is in de Algemene Leden Vergadering van de vereniging. Niet meetellen zijn personen die voor een sterk gereduceerde contributie lid zijn of zich aanmelden om van bepaalde diensten van de vereniging gebruik te maken (zoals bijvoorbeeld boekenclubleden, tientjesleden of kortingkaarthouders). Per type studentenorganisatie (mits van toepassing) geldt dat bij een bepaald aantal studentleden de organisatie ten minste een aantal bestuursbeurzen toegekend krijgt. De Toetsingscommissie kan op basis van een beschrijving van het activiteitenaanbod (zie wegingsfactor activiteitenaanbod) tot een bepaald maximum adviseren om extra beurzen toe te kennen. Wegingsfactor activiteiten(aanbod) Op basis van het activiteitenaanbod van een organisatie kan de Toetsingscommissie extra beurzen toekennen (tot een bepaald maximum) bovenop het aantal beurzen dat een organisatie krijgt op grond van het aantal studentleden. De commissie baseert dit op een beschrijving van het activiteitenaanbod en andere documenten die een organisatie heeft ingeleverd (waaronder het (financiële) jaarverslag). De Toetsingscommissie hanteert bij het beoordelen van het activiteitenaanbod de volgende uitgangspunten: 70
26 De Toetsingscommissie kent alleen bestuursbeurzen toe aan studentenorganisaties die gericht zijn op de organisatie van activiteiten die eigen zijn aan de aard van de studentenorganisatie. Zo zal een sportvereniging zich hoofdzakelijk bezig moeten houden met sportactiviteiten en slechts incidenteel met feesten. Een studievereniging met een groot gezelligheidskarakter komt niet in aanmerking voor extra bestuursbeurzen bovenop het aantal dat op grond van het ledenaantal wordt toegekend. Dat gebeurt eerder bij studieverenigingen die regelmatig studiegerelateerde activiteiten organiseren. Activiteiten die niet eigen zijn aan de studentenorganisatie èn waarvoor andere studentenorganisaties aan de Radboud Universiteit al verantwoordelijkheid (kunnen) dragen, komen in beginsel niet in aanmerking voor bestuursbeurzen. De aard van de vereniging blijkt uit onder meer: de statuten; het (historisch) activiteitenaanbod; de wijze waarop de vereniging zich profileert en/of positioneert; De omvang van de georganiseerde activiteiten, waarbij de Toetsingscommissie uit gaat van wat redelijkerwijs verwacht mag worden van een goed functionerende organisatie. Introductieactiviteiten van studentenorganisaties -voor zover deze bijdragen aan het inhoudelijke programma van de universitaire of facultaire introductie- worden bij het activiteitenaanbod meegewogen. De activiteiten komen ten goede aan ten minste 50 studenten van de Radboud Universiteit Nijmegen of de Hogeschool Arnhem-Nijmegen, met inachtneming van artikel 2 van bijlage A. Hoe groter het bereik van de activiteiten is, hoe zwaarder dit meeweegt in de toewijzing van bestuursbeurzen. Bereik activiteiten (ingeval van Stichtingen) Aangezien stichtingen geen leden kennen, wordt bij stichtingen uitgegaan van het aantal studenten waaraan de activiteiten direct ten goede komen. Hoe groter het bereik van de activiteiten is, hoe zwaarder dit meeweegt in de toewijzing van bestuursbeurzen. C. TOEPASSING WEGINGSFACTOREN PER SOORT ORGANISATIE 1. Functies in het kader van het bestuur en de organisatie van de instelling Voor de bepaling van het aantal bestuursbeurzen voor het lidmaatschap van de in artikel 1 lid 1 van bijlage A bedoelde functies is de opgegeven realistische tijdsbelasting het uitgangspunt. Voor de bepaling van het aantal bestuursbeurzen voor het lidmaatschap van de in artikel 1 lid 3 van bijlage A bedoelde functies en organisaties geldt het activiteitenaanbod. Daarnaast dienen deze functies en organisatie aannemelijk te maken welke toegevoegde waarde de activiteiten van de functie/organisatie heeft voor de Radboud Universiteit. 2. Erkende koepels De erkende koepels vertegenwoordigen de belangen van clusters van studentenorganisaties, onder meer in de Universitaire Studentenraad (USR). Om in aanmerking te komen voor financiële ondersteuning uit het Profileringsfonds naast de bestuursbeurzen die al worden toegekend op grond van het lidmaatschap van de USR moet de koepel voldoen aan de volgende voorwaarden: Een koepel moet blijkens de statuten opgericht zijn met als doelstelling in elk geval belangenbehartiging van de bij de koepel aangesloten lidorganisaties; Leden van de koepel zijn uitsluitend studentenorganisaties, natuurlijke personen zijn geen lid van de koepel. De koepel dient ten minste 4 leden te hebben waarbij het gezamenlijke aantal leden van de lidorganisaties ten minste 150 studenten van de RU of HAN betreft; 71
27 Activiteiten van de koepel zijn primair gericht op het behartigen van de collectieve belangen van de bij de koepel aangesloten lidorganisaties; Niet in aanmerking voor ondersteuning komen koepelorganisaties waarbij er een (statutaire) dubbelfunctie is tussen het bestuurslidmaatschap van de koepel en het bestuurslidmaatschap bij een aangesloten lidorganisatie. Als toetsingscriteria gelden een functiebeschrijving en activiteitenaanbod waarbij het activiteitenaanbod aantoonbaar aanvullend is op het activiteitenaanbod van de lidorganisaties. Het aantal beurzen wordt bepaald op basis van de functiebeschrijving en het activiteitenaanbod. 3. Studie- en faculteitsverenigingen Voor de bepaling van het aantal bestuursbeurzen geldt het ledenaantal en het activiteitenaanbod. Aan het eind van deze bijlage staat een overzicht waarin is weergegeven wat ten minste het aantal beurzen bedraagt bij een bepaald aantal studentleden en wat de Toetsingscommissie bij dat ledenaantal extra kan toekennen indien het activiteitenaanbod van de vereniging daartoe aanleiding geeft. 4. Sportverenigingen Voor de bepaling van het aantal bestuursbeurzen geldt het ledenaantal en het activiteitenaanbod. Aan het eind van deze bijlage staat een overzicht waarin is weergegeven wat ten minste het aantal beurzen bedraagt bij een bepaald aantal studentleden en wat de Toetsingscommissie bij dat ledenaantal extra kan toekennen indien het activiteitenaanbod van de vereniging daartoe aanleiding geeft. 5. Gezelligheidsverenigingen Voor de bepaling van het aantal bestuursbeurzen geldt het ledenaantal en het activiteitenaanbod. Aan het eind van deze bijlage staat een overzicht waarin is weergegeven wat ten minste het aantal beurzen bedraagt bij een bepaald aantal studentleden en wat de Toetsingscommissie bij dat ledenaantal extra kan toekennen indien het activiteitenaanbod van de vereniging daartoe aanleiding geeft. Er kunnen beurzen worden toegekend als er sprake is van gebruik van onroerend goed (pandbeheer). Daarbij is er onderscheid tussen pandbeheer als hoofdhuurder, of van pandbeheer in het kader van onderhuur. Pandbeheer: hoofdhuurder De vereniging dient èn verantwoordelijk te zijn voor het beheer daarvan èn een eigen horeca-exploitatie te voeren met een omzet van meer dan euro per jaar. Dit moet wel duidelijk blijken uit de functie- en activiteitenbeschrijving. Indien een vereniging aan deze voorwaarden voldoet, worden 8 bestuursbeurzen voor pandbeheer toegekend. Op basis van de functie- en activiteitenbeschrijving kan de Toetsingscommissie aanvullend nog 4 bestuursbeurzen toekennen. Indien het hoofdhuurderschap door meerdere verenigingen wordt vervuld, dan kunnen de bestuursbeurzen, op basis van de taakverdeling, naar rato over deze verenigingen verdeeld worden, dan wel toegekend aan een daarvoor in het leven geroepen stichting. Pandbeheer: onderhuurder Indien een vereniging als onderhuurder kan worden aangemerkt, en de vereniging op basis van een functie- en activiteitenbeschrijving kan aantonen dat er sprake is van pandbeheer gerelateerde activiteiten dan kan de Toetsingscommissie maximaal 2 bestuursbeurzen toekennen. 72
28 6. Levensbeschouwelijke verenigingen Voor de bepaling van het aantal bestuursbeurzen geldt het ledenaantal en het activiteitenaanbod. Aan het eind van deze bijlage staat een overzicht waarin is weergegeven wat ten minste het aantal beurzen bedraagt bij een bepaald aantal studentleden en wat de Toetsingscommissie bij dat ledenaantal extra kan toekennen indien het activiteitenaanbod van de vereniging daartoe aanleiding geeft. 7. Culturele studentenorganisaties Voor de bepaling van het aantal bestuursbeurzen geldt het ledenaantal, het activiteitenaanbod en indien van toepassing het aantal studenten dat met optredens/voorstellingen/ exposities van de organisatie wordt bereikt. Aan het eind van deze bijlage staat een overzicht waarin is weergegeven wat ten minste het aantal beurzen bedraagt bij een bepaald aantal studentleden en wat de Toetsingscommissie bij dat ledenaantal extra kan toekennen indien het activiteitenaanbod van de vereniging daartoe aanleiding geeft. 8. Internationale studentenorganisaties De bestuursbeurzen worden toegekend op basis van een functiebeschrijving, het activiteitenaanbod, en het aantal studenten waaraan de activiteiten direct ten goede komen. Daarnaast dient de organisatie inzichtelijk te maken op welke wijze een bijdrage wordt geleverd aan de internationalisering van de studentenpopulatie of de Radboud Universiteit in het algemeen door bijvoorbeeld: a. de internationale uitwisseling van studenten b. internationale profilering van de Radboud Universiteit 9. Landelijke studentenorganisaties Deze vallen onder de voorzieningen die de minister van OC&W bij wet heeft geregeld (WHW, artikel 7.51k). Landelijke studentenorganisaties die een verzoek om financiële ondersteuning doen, worden verwezen naar de ministeriële regeling. 10. Belangenbehartigers van studenten in het algemeen De bestuursbeurzen worden toegekend op basis van een functiebeschrijving, het activiteitenaanbod, en het aantal studenten waaraan de activiteiten direct ten goede komen. Ook het aantal studenten namens wie de organisatie de belangen behartigt kan worden meegewogen. 11. Studentredacteuren Alleen studentredacteuren van universiteitsbrede bladen (bijvoorbeeld van ANS) komen in aanmerking voor bestuursbeurzen. Studentredacteuren van facultaire bladen dienen beloond/gecompenseerd te worden vanuit de faculteiten/opleidingen. Een uitzondering hierop vormen vakgerichte bladen, bij voorkeur met een landelijke uitstraling/ verspreiding, die voornamelijk bestaan uit wetenschappelijke artikelen geschreven door studenten (zoals Ars Aequi). Het aantal bestuursbeurzen voor redacteuren van universiteitsbrede bladen wordt met name gebaseerd op de functiebeschrijving en de aard en inhoud van de ontplooide activiteiten. 12. Overige organisaties Organisaties die blijkens de aard van de organisatie niet als één van de bovenstaande organisatie is te typeren valt onder de overige organisaties. Voor de bepaling van het aantal bestuursbeurzen wordt gekeken naar de functiebeschrijving, het aantal studenten waaraan de activiteiten van de organisatie direct aan ten goede komt. Ook de bijdrage van de organisatie aan het imago of de (internationale) profilering van de Radboud Universiteit kan door de Toetsingscommissie worden meegewogen. 73
29 Deel 2: Incidentele activiteiten Voor incidentele activiteiten zijn jaarlijks maximaal 67 bestuursbeurzen beschikbaar. Indien er in enig collegejaar bij de verdeling van de beschikbare bestuursbeurzen, nog bestuursbeurzen resteren, dan kunnen deze beurzen in dat collegejaar gebruikt worden voor toekenning van bestuursbeurzen voor incidentele activiteiten. Bij een incidentele activiteit van een organisatie die structureel bestuursbeurzen ontvangt, wordt in eerste instantie geprobeerd uit te komen met de reeds beschikbare beurzen. Extra bestuursbeurzen worden alleen toegekend als het gaat om: belangrijke incidentele activiteiten met een bijzonder karakter; en die een aanzienlijke tijdsinvestering vragen; en die een positieve uitstraling hebben voor de Radboud Universiteit Nijmegen en Nijmegen als studentenstad. Bovenstaande drie voorwaarden gelden ook voor organisaties die niet structureel bestuursbeurzen ontvangen. Voorbeelden van incidentele activiteiten zijn lustra, grote (inter)nationale congressen/symposia, grote (inter)nationale evenementen. 74
30 Overzichten toepassing wegingsfactor ledenaantal per type organisatie Studie- en faculteitsverenigingen Aantal studentleden Minimum beurzen Maximum beurzen (o.b.v.) activiteitenaanbod of meer
31 Sportverenigingen Aantal studentleden Minimum beurzen Maximum beurzen (o.b.v.) activiteitenaanbod of meer Gezelligheidsverenigingen Aantal studentleden Minimum beurzen Maximum beurzen (o.b.v.) activiteitenaanbod of meer Levensbeschouwelijk Aantal studentleden Minimum beurzen Maximum beurzen (o.b.v.) activiteitenaanbod 0-49* meer dan * de Toetsingscommissie kan adviseren om ook aan levensbeschouwelijke organisaties met minder dan 50 studentleden bestuursbeurzen toe te kennen 76
32 Culturele organisaties Aantal studentleden Minimum beurzen Maximum beurzen (o.b.v.) activiteitenaanbod of meer
33 BIJLAGE C: overgangsrecht voor studenten die recht op basisbeurs behouden Tekst deel 1 regeling Financiële Ondersteuning Studenten zoals die gold op 1 september 2014 Deel 1: Ondersteuning in geval van overmacht (artikel 4 t/m 9) Dit deel werkt de financiële ondersteuning uit voor studenten die een beroep doen op bijzondere omstandigheden van artikel 3 onder a, b, c, d, g of h. 4. Algemene voorwaarden 4.1 Om in aanmerking te komen voor ondersteuning moet aan alle navolgende voorwaarden zijn voldaan: a) De bijzondere omstandigheden genoemd in artikel 3 onder a, b, c, d, g of h doen zich voor in de prestatiebeursperiode. b) De student is ingeschreven als voltijdstudent, betaalt daarvoor collegegeld aan de Radboud Universiteit Nijmegen en studeert daadwerkelijk. Dit geldt zowel voor het moment van registratie als voor het moment van uitbetaling. c) Aan de student is binnen de prestatiebeursperiode voor de opleiding waarvoor hij staat ingeschreven geen graad verleend. In geval van een dubbelstudie kan hierop een uitzondering worden gemaakt. d) Indien de student door een lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis vertraging heeft opgelopen, dan dient hij indien en voor zover hij daarvoor in aanmerking komt - gebruik te hebben gemaakt van de mogelijkheid van verlenging van prestatiebeurs alvorens hij in aanmerking kan komen voor financiële ondersteuning. De periode van verlenging van prestatiebeurs wordt in mindering gebracht op de aanspraak uit het Profileringsfonds. 4.2 Per studiejaar geldt een maximale ondersteuningstermijn van 12 maanden. 4.3 De student moet hebben voldaan aan de meldingsplicht omschreven in artikel De student moet de afspraken nakomen die naar aanleiding van de melding zijn gemaakt met de studieadviseur en een studentendecaan. 5. Verplichte melding studievertraging 5.1 Om aanspraak te kunnen maken op ondersteuning moet de student iedere bijzondere omstandigheid, genoemd in artikel 3 onder a, b, c, d, g of h die tot studievertraging leidt of kan leiden, melden of laten melden bij de studentendecaan. Naar aanleiding van de melding vindt verplicht een gesprek met een studentendecaan plaats. Hierin worden bindende afspraken gemaakt die gericht zijn op het zo beperkt mogelijk houden van de vertraging. 5.2 De melding moet zo spoedig mogelijk plaatsvinden, maar in ieder geval binnen 3 maanden na het ontstaan van (1) de bijzondere omstandigheid, of (2) de studievertraging als gevolg daarvan. Bij melding kan geen aanspraak worden gemaakt op ondersteuning voor bijzondere omstandigheden of studievertraging die langer dan 3 maanden voor de melding is ontstaan. 5.3 De student ontvangt zo spoedig mogelijk (maar in ieder geval binnen 60 dagen) een bevestiging van de melding. 6. Registratie studievertraging en ondersteuning 6.1 Na afloop van het collegejaar waarin de melding heeft plaatsgevonden ontvangt de student het bericht om de ontbrekende gegevens om de studievertraging te kunnen registreren in te leveren. De gevraagde informatie moet uiterlijk 1 november daaropvolgend in het bezit zijn van de Dienst Studentenzaken. 6.2 De student ontvangt binnen 60 dagen een beslissing van het college van bestuur. De beslissing houdt in: hetzij de afwijzing van het verzoek; 78
34 hetzij de toekenning van een aanspraak op financiële ondersteuning onder vermelding van de maximale duur en de voorwaarden waaronder deze wordt verleend. 6.3 De duur van de ondersteuning wordt vastgesteld aan de hand van het verband tussen de bijzondere omstandigheden en het nominale studieprogramma rekening houdend met de onderwijs- en examenprogrammering. Uitgangspunt daarbij is de studielast van 60 EC per jaar (= 5 EC per maand). 6.4 Een studentbestuurder kan nooit zowel bestuursbeurzen als compensatie voor overmacht ontvangen voor dezelfde periode. Indien de bestuurder in een overmachtsituatie zijn bestuursfunctie neerlegt, zal hij compensatie ontvangen vanwege overmacht en kan zijn plaatsvervanger conform artikel 12 de resterende bestuursbeurzen krijgen. 7. Aanvraag ondersteuning 7.1 Het verzoek om uitkering moet uiterlijk binnen 3 maanden na afloop van de prestatiebeursperiode bij de Dienst Studentenzaken ingediend worden. 7.2 Bij het verzoek worden gevoegd: a. een kopie van de laatste kennisgeving van de DUO betreffende het maandelijks door verzoeker ontvangen beursbedrag op grond van de WSF 2000; b. een opgave van de desbetreffende examencommissie van het nog benodigde aantal maanden om het afsluitend examen te halen gebaseerd op het nog te halen aantal EC. c. indien verzoeker, op grond van diens Nationaliteit geen aanspraak maakt of heeft kunnen maken op prestatiebeurs, dan hoeft de gevraagde informatie onder 7.2, sub a niet te worden ingeleverd. 7.3 Het college van bestuur beslist binnen 60 dagen na ontvangst op het verzoek. Indien het verzoek wordt toegekend, bepaalt het college van bestuur tevens gedurende welke periode een financiële uitkering zal worden verstrekt. 8. Hoogte van de ondersteuning De hoogte van het maandbedrag komt overeen met de hoogte van het giftgedeelte van de studiefinanciering dat in de laatste maand aan prestatiebeurs door verzoeker werd genoten plus eventueel aanvullende beurs. Indien de verzoeker op grond van diens nationaliteit geen aanspraak heeft (kunnen maken) op het giftgedeelte van de studiefinanciering, dan wordt de hoogte van de ondersteuning gelijk gesteld aan de uitwonende basisbeurs voor het Hoger Onderwijs van september van het collegejaar waarin de ondersteuning wordt aangevraagd. 79
35 BIJLAGE D Reglement Individuele ondersteuning buitenlandverblijf/ congresdeelname studie, stage of onderzoek in het buitenland DEEL 1: INDIVIDUELE ONDERSTEUNING Ben je student aan de Radboud Universiteit Nijmegen en maakt een buitenlandverblijf binnenkort deel uit van je studie? In een aantal situaties kun je hiervoor bij het Profileringsfonds een financiële ondersteuning aanvragen. De ondersteuning is bedoeld om de hoge kosten van een buitenlandverblijf bijvoorbeeld extra reis- of accommodatiekosten te verzachten. Wat de mogelijkheden zijn en wat je moet doen om ondersteuning aan te vragen kun je vinden in dit reglement. Voor meer informatie over individuele ondersteuning kun je terecht op de website van de afdeling Student Life van de Dienst Studentenzaken of bij het International Office De Individuele Ondersteuning Buitenlandverblijf van het Profileringsfonds Om voor ondersteuning in aanmerking te komen gelden een aantal voorwaarden: 1. Je bent ingeschreven als student aan de Radboud Universiteit Nijmegen; 2. In het kader van je studie ga je voor minimaal 2 maanden en maximaal 1 jaar onderzoek doen, stage lopen of studeren in het buitenland; 3. Je ontvangt studiepunten voor deze opdracht en/of de vakken die je volgt; 4. Het is niet mogelijk een overheidssubsidie (Socratesbeurs of Erasmusbeurs) voor het project te verkrijgen; 5. Je ontvangt voor het project geen beurs van het Holland Scholarship Programme of Radboud Honours Academy of Programme; 6. Voor het project gelden geen bijzondere afspraken met jouw faculteit; 7. Je hebt niet eerder een Individuele Reissubsidie van het Nijmeegs Universiteitsfonds of Individuele Ondersteuning Buitenlandverblijf uit het Profileringsfonds ontvangen. Hoogte ondersteuning De ondersteuning wordt toegekend op basis van een vast bedrag per maand. Voor landen binnen Europa geldt een ondersteuning van 200,- per maand met een maximum van 4 maanden. Voor landen buiten Europa geldt een ondersteuning van 300,- per maand met een maximum van 4 maanden. Na toetsing van de criteria wordt vastgesteld voor welke ondersteuning je in aanmerking komt. Bij de toekenning wordt rekening gehouden met de stagevergoeding of subsidie die je van derden ontvangt. Het is dan ook belangrijk dat je een begroting maakt van de te verwachten inkomsten en uitgaven. Ondersteuning aanvragen Om ondersteuning aan te vragen vul je het online aanvraagformulier volledig in met de benodigde bijlagen, waaruit in elk geval het academisch karakter van het buitenlandverblijf blijkt. Doe dat uiterlijk 1 maand voor vertrek. Stuur met het aanvraagformulier de benodigde bijlagen per mail naar de afdeling Student Life van de Dienst Studentenzaken. Op de website van de afdeling Student Life van de Dienst Studentenzaken staat uitgelegd om welke documenten het gaat. Het betreft bijvoorbeeld een projectomschrijving in relatie tot je studie, een ondersteuningsverklaring van je opleiding of een begroting. 80
36 Op basis van de ingeleverde gegevens wordt een voorlopig bedrag aan ondersteuning vastgesteld. Je kunt, indien gewenst, een voorschot van 75% van dit bedrag ontvangen op je rekening; dit kun je aangeven op het aanvraagformulier. De rest van de ondersteuning ontvang je na terugkomst uit het buitenland. Behandeling aanvraag voor ondersteuning De ontvangen aanvragen worden door de commissie ondersteuning studiereizen behandeld. Je ontvangt per mail bericht over een eventuele voorlopige toekenning. Een eventueel voorschot op de ondersteuning wordt tevens in diezelfde week overgemaakt. Afrondingsgesprek Om (het resterende deel van) de ondersteuning te ontvangen dien je binnen twee maanden na afloop van je onderzoek, stage of studieperiode een aantal documenten in te leveren bij het Profileringsfonds. Er zijn hiervoor inloopuren. Op de website van de afdeling Student Life van de Dienst Studentenzaken staat wanneer er inloopuren zijn. Je neemt mee voor het afrondingsgesprek: o een overzicht van de werkelijke gemaakte kosten en je inkomsten anders dan de ondersteuning van het Profileringsfonds. Gebruik hierbij de voorbeeldbegroting op onze website; o kopie van je vliegticket of ander vervoersbewijs; o ervaringsverslag (maximaal 1-A4); o digitale foto van jezelf op je onderzoeks- stage- of studieplek (te mailen tezamen met het ervaringsverslag naar de afdeling Student Life van de Dienst Studentenzaken). Renteloze lening Naast een aanvraag voor ondersteuning, kun je in het kader van je project een renteloze lening bij het Profileringsfonds aanvragen. Maak hiervoor een afspraak met de afdeling Student Life van de Dienst Studentenzaken. Deze lening moet terugbetaald worden na afloop van je buitenlandverblijf. DEEL 2: CONGRESDEELNAME Algemeen Het Profileringsfonds ondersteunt congresbezoek van studenten van de Radboud Universiteit Nijmegen, in het kader van hun studie. Voorwaarde is dat het congresthema nauw aansluit bij een specialisatie in het afstudeerpakket of dat er sprake is van actieve deelname aan het congres, bijvoorbeeld een posterpresentatie, deelname aan werkgroepen of het houden van een lezing. Beoordeling van de aanvraag geschiedt per individuele student. Indien onevenredig veel aanvragen vanuit één bepaalde faculteit of studierichting komen, kan op grond daarvan een aanvraag afgewezen worden. Aanvraag Voor een aanvraag vul je het aanvraagformulier Deelname congres of symposium volledig in. De aanvraag moet vergezeld gaan van: Een verklaring van de studiebegeleider RU, waaruit het belang en de redenen voor deelname door betrokken student duidelijk wordt. Een congresprogramma. Vul de begroting in op het aanvraagformulier. Stuur het formulier met de benodigde bijlagen op naar het Profileringsfonds via onze website of adres of geef het af bij de centrale studentenbalie. 81
37 Bedrag van de ondersteuning Te ondersteunen kosten Reiskosten (goedkoopste mogelijkheid); Overnachtingskosten incl. ontbijt (goedkoopste mogelijkheid, maximaal 30,- per nacht); Inschrijfkosten (excl. eventuele lunch-/diner-/overnachtings- en sociale kosten). Berekening Van het totaal van bovengenoemde kosten kan een percentage tot 50% in aanmerking komen voor ondersteuning. Maxima De maximale ondersteuning voor congresbezoek bedraagt: Binnen Europa: 230,- Buiten Europa: 350,- Lening Het is mogelijk een aanvullende lening bij het Profileringsfonds af te sluiten ter hoogte van het toegekende subsidiebedrag. Hiervoor wordt een schuldbekentenis opgemaakt waarin de terugbetalingafspraken worden vastgelegd. Deze leningen zijn rente- en kosteloos. Voor het opmaken van de schuldbekentenis moet een afspraak worden gemaakt met de secretaris Reissubsidies. Procedure Vooraf: Aanvragen dienen zes weken voorafgaand aan het congres/symposium te zijn ingediend. Lukt het niet om je volledige aanvraag in te dienen uiterlijk zes weken voor vertrek treedt dan in overleg met de afdeling Student Life van de Dienst Studentenzaken anders loop je het risico geen ondersteuning te krijgen. Onvolledige aanvragen worden niet in behandeling genomen. Op basis van de aanvraag vindt een voorlopige toekenning plaats. Hiervan krijg je een schriftelijke bevestiging. Achteraf: Om de ondersteuning te ontvangen dien je binnen twee maanden na afloop van je congresdeelname de stukken in te leveren bij het Profileringsfonds. Je neemt mee voor het afrondingsgesprek: Bewijs van deelname; Een overzicht van de gemaakte kosten (in euro's) en betalingsbewijzen van de opgevoerde kosten. Gebruik voor het inkomstenoverzicht de voorbeeldbegroting op onze website. Een digitale foto van jou op het congres. Deze foto wordt gebruikt voor communicatiedoeleinden. Op basis van deze documenten wordt het definitieve bedrag aan ondersteuning vastgesteld en afgerekend. In sommige gevallen kan de ondersteuning worden verhoogd of verlaagd. Bezwaar Tegen beslissingen op grond van dit reglement kun de student bezwaar aantekenen bij het college van bestuur zoals in artikel 31 van de Regeling Financiële Ondersteuning Studenten is opgenomen. 82
38 BIJLAGE E reglement individuele ondersteuning deelname zomeruniversiteiten Studenten kunnen voor het deelnemen aan een academische zomeruniversiteit in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten. Beschikbare beurzen Per collegejaar stellen de faculteiten vast voor hoeveel studenten van de betreffende faculteit er financiële ondersteuning wordt geboden. Algemene voorwaarden 1. De student staat ingeschreven bij de faculteit waar de ondersteuning betrekking op heeft. 2. De student ontvangt studiepunten voor de vakken van de zomercursus. 3. Tot de mogelijkheden behoren de zomeruniversiteiten die de faculteit voorstelt en eigen voorstellen van de student. Deze zullen op karakter en kwaliteit beoordeeld worden na het aanleveren van een uitgebreid programma. 4. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst afgehandeld. 5. Iedere student kan gedurende zijn gehele studietijd één keer een ondersteuning op grond van dit reglement ontvangen. 6. De maximale beurs bedraagt 750 euro voor bestemmingen in Europa en euro voor bestemmingen buiten Europa. 7. De student dient bij de aanvraag tevens toestemming te geven tot het intern delen van reisverslagen en foto s. Benodigdheden Aanvraag en procedure De benodigde documenten en indieningsperiode voor het indienen van een aanvraag stelt de faculteit per facultair programma vast en publiceert dit op de website. Aanvragen worden ingediend bij de faculteit waarop de ondersteuning betrekking heeft. Behandeling en toekenning De faculteit zal de aanvraag binnen twee weken inhoudelijk beoordelen. Na goedkeuring door de faculteit, wordt het dossier van de student voor toekenning van de ondersteuning doorgestuurd naar het Profileringsfonds. De student ontvangt na toekenning schriftelijk bericht. Te ondersteunen kosten Kosten die voor ondersteuning in aanmerking komen zijn: 1. Reiskosten (van en naar, maar ook ter plekke en eventuele visum- en vaccinatiekosten) 2. Overnachtingskosten 3. Inschrijfkosten voor de zomeruniversiteit 4. Overige kosten (bijvoorbeeld studiemateriaal dat je aan moet schaffen voor de zomercursus) Kosten die niet voor ondersteuning in aanmerking komen (niet uitputtend): 1. Eten en drinken 2. Recreatieve trips/excursies/reisjes of zogeheten social programs 3. Kosten die je ook zou maken als je in Nederland zou blijven Als je twijfelt of een kostenpost voor ondersteuning in aanmerking komt of niet, treed dan voordat je jouw aanvraag indient in overleg met het Profileringsfonds. 83
39 Bedrag van de ondersteuning Het voorlopige bedrag aan ondersteuning wordt toegekend op basis van de in de begroting opgegeven te ondersteunen kosten. Het definitieve bedrag wordt vastgesteld op basis van de daadwerkelijk gemaakte te ondersteunen kosten die bij het afrondingsgesprek worden opgegeven. Hierdoor kan het zijn dat het definitieve bedrag aan ondersteuning dat je ontvangt hoger of lager uitvalt dan de voorlopige toekenning. De ondersteuning bedraagt 75 procent van de te ondersteunen kosten, tot de bij de algemene voorwaarden genoemde plafondbedragen. Voorschot ondersteuning Op basis van bovenstaande gegevens wordt het voorlopige bedrag aan ondersteuning vastgesteld en kan je een voorschot ontvangen van 75 procent van dit bedrag. Of je wel of geen voorschot wil ontvangen kan je aangeven op het aanvraagformulier. Na afloop van het buitenlandverblijf wordt het definitieve bedrag aan ondersteuning vastgesteld en ontvang je het resterende bedrag. Studenten die een voorschot ontvangen, maar uiteindelijk niet gaan, zijn verplicht om dit per direct terug te storten. Afrondingsgesprek en verslag Om het resterende deel van de ondersteuning te ontvangen, dient de studenten binnen twee maanden na afloop van het buitenlandverblijf de door de faculteit waar de ondersteuning betrekking op heeft te bepalen verantwoordingsdocumenten in te leveren bij het Profileringsfonds. Bezwaar Tegen beslissingen op grond van dit reglement kan de student bezwaar aantekenen bij het college van bestuur zoals in artikel 31 van de Regeling Financiële Ondersteuning Studenten is opgenomen. 84
40 BIJLAGE F: Reglement financiële ondersteuning groepsstudiereizen Inleiding Het Profileringsfonds ondersteunt wetenschappelijke groepsstudiereizen voor studenten van de Radboud Universiteit. Ondersteuning beoogt de stimulering van wetenschappelijke reizen met een toegevoegde waarde voor de opleiding en een vormend karakter. Het Profileringsfonds vraagt daarom garanties voor de wetenschappelijkheid van de reis. Daarbij hanteert het Profileringsfonds het principe dat enkele specifiek aan de studie gelieerde reisdoelen centraal moeten staan in het reisprogramma. Een studiereis kan een verplicht studieonderdeel betreffen, maar ook een vrijwillige reis. Het Profileringsfonds vraagt van de betrokken vakgroep om inhoudelijk garant te staan voor de wetenschappelijke onderdelen van het reisprogramma. Daarom is wetenschappelijke begeleiding van de Radboud Universiteit ter plekke een eis voor ondersteuning. De ondersteuning heeft het karakter van een reductie op de deelnamekosten voor studenten. Iedere student heeft recht op een éénmalige bijdrage van het Profileringsfonds in de deelnamekosten voor een groepsstudiereis. Leden van het organiserend comité kunnen van deze regel worden vrijgesteld en een extra keer een beroep doen op ondersteuning. Het aantal leden van een organiserend comité dat vrijgesteld kan worden is maximaal 10% van het totaal aantal deelnemers aan de reis. Deze ondersteuning staat los van eventuele ondersteuning uit het Profileringsfonds voor individuele wetenschappelijke projecten en congresbezoeken. Met een aantal faculteiten heeft het Profileringsfonds langlopende afspraken gemaakt aangaande reisonderdelen in het studieprogramma. Deze afspraken vallen buiten het kader van het normale reglement financiële ondersteuning groepsstudiereizen. Criteria en aanvraag Om in aanmerking te komen voor ondersteuning moet voldaan worden aan de algemene criteria. Algemene criteria: - De ondersteuning geldt alleen voor studenten die ingeschreven staan aan de Radboud Universiteit; - De betreffende faculteit moet een financiële bijdrage leveren aan de studiereis; hoe hoog deze bijdrage moet zijn staat verderop vermeld onder Categorieën ; - De reis moet plaatsvinden onder wetenschappelijke begeleiding van de Radboud Universiteit; - Het reisdoel moet nauw gelieerd zijn aan het studieprogramma van de deelnemende studenten; - De aanvraag dient minimaal zes weken voorafgaand aan de reis te worden ingediend middels het online aanvraagformulier. De volgende bijlagen dienen per mail ingediend te worden: o Een gespecificeerde begroting; Een reisprogramma ingedeeld per dagdeel; Een getekende, begeleidende brief van de faculteit/vakgroep. De brief vermeldt de bijdrage van de faculteit en het wetenschappelijk belang van de reis; Een op achternaam gesorteerde deelnemerslijst met studentnummers. Ook moet per student worden aangegeven of deze al een groepsstudiereissubsidie van SNUF of ondersteuning voor een groepsstudiereis uit het Profileringsfonds heeft ontvangen. Lukt het niet om je volledige aanvraag in te dienen uiterlijk zes weken voor vertrek treedt dan in overleg met het Profileringsfonds, anders loop je het risico geen ondersteuning te krijgen. Iedere aanvraag wordt op zichzelf beoordeeld. Er kan geen aanspraak worden gemaakt op toekenning vanwege voorgaande toekenningen. Het Profileringsfonds behoudt zich het recht voor af te wijken van de hier genoemde criteria wegens haar moverende redenen. In dat geval zal dat via een beargumenteerd besluit kenbaar worden gemaakt aan de aanvrager. 85
41 Aanvullende criteria: Het Profileringsfonds beoordeelt verplichte groepsstudiereizen in elk geval op de volgende punten: o Vormt de reis een verplicht onderdeel van de studie? Worden er studiepunten mee behaald? Is de begeleiding vanuit de faculteit georganiseerd? In geval van vrijwillige reizen zonder honorering met studiepunten wordt beoordeeld op: Is er een duidelijke motivatie voor de reis en het reisdoel? Krijgen de deelnemers opdrachten mee; vinden er voorbereidende bijeenkomsten plaats? Welke plaats nemen de wetenschappelijke onderdelen in het programma? Is er sprake van een thema? Vinden er speciaal georganiseerde bijeenkomsten (lezingen, voordrachten, rondleidingen e.d.) ter plekke plaats? De beantwoording van de aanvullende criteria, middels het reisprogramma, geeft aan in welke categorie de groepsreis wordt ingedeeld. De indeling in een categorie, samen met het reisdoel, geeft de hoogte van de ondersteuning aan. Categorieën Categorie A: Categorie B: Categorie C: Categorie D: verplichte groepsstudiereizen, met inachtneming van wet- en regelgeving aangaande eigen bijdragen van studenten. Een eventuele ondersteuning van het Profileringsfonds is bedoeld om de kosten voor de deelnemende studenten te reduceren. Eerst verantwoordelijke blijft in dit geval de betrokken faculteit. De faculteit/vakgroep neemt minimaal 40% van de te ondersteunen kosten voor haar rekening. vrijwillige studiereizen gehonoreerd met studiepunten. De faculteit/vakgroep dient een bijdrage te leveren van minimaal 10% van de te ondersteunen kosten. vrijwillige studiereizen, niet gehonoreerd met studiepunten, maar met een hoogwaardig programma. De faculteit/vakgroep dient een bijdrage te leveren van minimaal 5% van de te ondersteunen kosten. vrijwillige studiereizen, niet gehonoreerd met studiepunten, met wetenschappelijke elementen. De faculteit/vakgroep dient een bijdrage te leveren van minimaal 5% van de te ondersteunen kosten. Indeling in categorie A of B spreekt voor zich. Bij indeling in categorie C of D wordt gekeken naar het aantal dagdelen, tijdens de reis, waarop activiteiten met een hoogwaardig wetenschappelijk karakter plaatsvinden. Om voor categorie C in aanmerking te komen moet er op minstens de helft van het aantal dagdelen activiteiten uitgevoerd worden met een hoogwaardig wetenschappelijk karakter. Elke dag kent drie delen. Uit de beschrijving in het reisprogramma moet voor het Profileringsfonds voldoende duidelijk worden dat er sprake is van een hoogwaardig wetenschappelijk karakter van de activiteit. Is sprake van een groepsreis met wetenschappelijke elementen dan wordt ondersteuning op basis van categorie D berekend. Daarnaast worden de volgende reisdoelen onderscheiden: 1 Binnen Nederland 2 Binnen Europa 3 Buiten Europa 86
42 ondersteuning per student per categorie Bedragen per te ondersteunen deelnemende student. Categorie A1: 25 Categorie C1: 40 A2: 50 C2: 70 A3: 75 C3: 100 Categorie B1: 75 Categorie D1: 20 B2: 100 D2: 40 B3: 150 D3: 60 Berekening hoogte ondersteuning Voor de berekening van de toekenning hanteert het Profileringsfonds de verschillende categorieën en reisdoelen. Voor iedere aanvraag wordt gekeken in welke categorie de reis valt en wat het reisdoel is. Aan de hand van het schema wordt een normbedrag per deelnemer toegekend. Dit vermenigvuldigd met het aantal te ondersteunen deelnemers vormt het basisbedrag. Als sponsoring door derden meer dan 10% van de te ondersteunen kosten bedraagt, wordt dit meerdere deel in mindering gebracht op het te ondersteunen bedrag. Te ondersteunen kosten die worden meegenomen in de beoordeling van de aanvraag zijn: o Reis- en overnachtingkosten van de deelnemende studenten; o Kosten voor informatie over, en deelname aan de wetenschappelijke activiteiten. Kosten die niet worden meegenomen: o Voorbereidingskosten en begeleidingskosten; o Kosten van levensonderhoud. Voorschot Er kan een voorschot van 75% op het toegekende bedrag worden aangevraagd. Culturele activiteiten Naast de wetenschappelijke activiteiten, die altijd centraal dienen te staan in het reisprogramma ondersteunt het Profileringsfonds culturele activiteiten. Ten behoeve hiervan wordt het, op basis van bovenvermelde criteria, toegekende bedrag vermeerderd met 5%, mits er culturele activiteiten zijn opgenomen in het reisprogramma. Denk hierbij aan theaterbezoek, museumbezoek of bezoek aan cultureel erfgoed. Afronding Binnen twee maanden na afloop van de reis moet een afrondend gesprek plaatsvinden. In dit gesprek moeten de gemaakte kosten worden verantwoord met betalingsbewijzen. Op basis daarvan wordt een definitieve toekenning vastgesteld. Hiervoor moet een tekenbevoegde vertegenwoordiger van de reisorganisatie aanwezig zijn. Neem naar dit gesprek mee: reisverslag; realisatie van de begroting; betalingsbewijzen van de opgevoerde kosten; definitieve deelnemerslijst. In het gesprek wordt in het kort de reis besproken en wordt de kostenverantwoording bekeken. Wijzigingen in het reisprogramma, die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de ondersteuning moeten vooraf aan de reis worden geaccordeerd door het Profileringsfonds. 87
43 Bezwaar Tegen beslissingen op grond van dit reglement kun je bezwaar aantekenen bij het college van bestuur zoals in artikel 31 van de Regeling Financiële Ondersteuning Studenten is opgenomen. 88
REGELING FINANCIËLE ONDERSTEUNING STUDENTEN (FONDS) Geldig van 1 september 2016 tot en met 31 augustus 2018
REGELING FINANCIËLE ONDERSTEUNING STUDENTEN (FONDS) 2016-2018 Geldig van 1 september 2016 tot en met 31 augustus 2018 De regeling FONDS is een uitwerking van artikel 7.51 tot en met 7.51i van de Wet op
Bijlage 2 Regeling Financiële Ondersteuning Studenten 2014-2016
2014-2016 Vastgesteld door het college van bestuur op 1 juni 2015 Algemeen (artikel 1 tot en met 3) 1. Begripsbepalingen In het kader van deze Regeling worden de volgende definities en afkortingen gebruikt.
Bijlage 2 Regeling Financiële Ondersteuning Studenten
2016-2018 Vastgesteld door het college van bestuur op 11 juli 2016 Algemeen (artikel 1 tot en met 3) 1. Begripsbepalingen In het kader van deze Regeling worden de volgende definities en afkortingen gebruikt.
REGELING FINANCIËLE ONDERSTEUNING OP GROND VAN OVERMACHT
REGELING FINANCIËLE ONDERSTEUNING OP GROND VAN OVERMACHT vastgesteld door het College van Bestuur met instemming van de Universiteitsraad op 12 mei 2015. INLEIDING De artikelen 7.51, 7.51c, 7.51f en 7.51h
REGELING FINANCIËLE ONDERSTEUNING OP GROND VAN OVERMACHT
REGELING FINANCIËLE ONDERSTEUNING OP GROND VAN OVERMACHT vastgesteld door het College van Bestuur met instemming van de Universiteitsraad op 12 mei 2015 en gewijzigd op 26 juni 2017. INLEIDING De artikelen
Regeling Bestuursbeurzen voor studentbestuurders in studentenorganisaties van Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht
Regeling Bestuursbeurzen voor studentbestuurders in studentenorganisaties van Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht Art. 7.51 en art. 7.51h van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
REGELING PROFILERINGSFONDS
REGELING PROFILERINGSFONDS 2016-2017 Preambule. Het College van Bestuur heeft deze regeling getroffen op grond van artikel 7.51 van de Wet op Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW). 1. Het
Regeling Profileringsfonds Protestantse Theologische Universiteit
Regeling Profileringsfonds Protestantse Theologische Universiteit 1. Er is een fonds ingesteld voor financiële ondersteuning van de student die a. aan de Protestantse Theologische Universiteit is ingeschreven
Regeling Profileringsfonds RUG
Regeling Profileringsfonds RUG 2017-2018 Deel A Financiële ondersteuning bij studievertraging door bijzondere omstandigheden Inleiding Paragraaf 2a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
Regeling Financiële ondersteuning bij studievertraging door overmacht, RUG 2015-2016
Regeling Financiële ondersteuning bij studievertraging door overmacht, RUG 2015-2016 Inleiding Paragraaf 2a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) betreft het Profileringsfonds
Regeling Profileringsfonds RUG
Regeling Profileringsfonds RUG 2017-2018 Deel B - Financiële ondersteuning internationale studenten bij studievertraging door bijzondere omstandigheden. Inleiding Paragraaf 2a van de Wet op het hoger onderwijs
Profileringsfond Codarts versie 1.0. REGLEMENT PROFILERINGSFONDS Codarts Geldend vanaf 1 september 2011
REGLEMENT PROFILERINGSFONDS Codarts Geldend vanaf 1 september 2011 1. Codarts heeft een voorziening ter financiële ondersteuning van studenten, het reglement profileringsfonds, conform artikel 7.51 WHW.
Regeling financiële ondersteuning 2010 Universiteit Leiden
Regeling financiële ondersteuning 2010 Universiteit Leiden Deel I. Overmacht 1. Begripsbepalingen In het kader van deze regeling worden de volgende begrippen gehanteerd: CvB: College van Bestuur Universiteit
FONDS. Voorlichting Toetsingsprocedure en bestuursbeurzen Wieteke Kremer & Margreet Tielemans (Student Life, Student Affairs)
FONDS Voorlichting Toetsingsprocedure en bestuursbeurzen Wieteke Kremer & Margreet Tielemans (Student Life, Student Affairs) Opzet presentatie Toelichting Toetsing Toelichting bestuursbeurzen voor individuele
Regeling profileringsfonds Hogeschool
Regeling profileringsfonds Hogeschool VHL-II Voor studenten die met ingang van 1 september 2015 of later zijn gestart met hun opleiding Beleid DATUM Augustus 2015 AUTEUR Fetsje Hijlkema VERSIE 1.0 Decoskenmerk:
Regeling Financiële ondersteuning bij studievertraging door overmacht en promotiestudenten, RUG
Regeling Financiële ondersteuning bij studievertraging door overmacht en promotiestudenten, RUG 2016-2017 Inleiding Paragraaf 2a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) betreft
FONDS. Voorlichting Toetsingsprocedure en bestuursbeurzen
FONDS Voorlichting Toetsingsprocedure en bestuursbeurzen Opzet presentatie Toelichting Toetsing Toelichting bestuursbeurzen voor individuele studenten Vragen? Toetsing en bestuursbeurzen Gaan hand in hand
Reglement Profileringsfonds
Reglement Profileringsfonds Reglement Profileringsfonds 2 Voorgelegd aan HR : 27 mei 2013 Instemming HR : 6 september 2013 Vastgesteld door CvB : 20 september 2013 Reglement Profileringsfonds 3 Toelichting
Uitvoeringsregeling Profileringsfonds Financiële Ondersteuning Studenten
Algemene & Bestuurlijke Zaken Uitvoeringsregeling Profileringsfonds Financiële Ondersteuning Studenten Algemeen Onderstaande regels zijn uitvoeringsregels voor het bepaalde in de WHW (artikel 7.51 Profileringsfonds)
Reglement profileringsfonds HZ. Het college van bestuur van de Stichting HZ University of Applied Sciences;
Reglement profileringsfonds HZ Het college van bestuur van de Stichting HZ University of Applied Sciences; Gelet op het bepaalde in art. 7.51 t/m 7.51j van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2009-2010
Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2009-2010 Vastgesteld door het College van Bestuur op 7 april 2009 Hoofdstuk I Inschrijving Artikel 1 Reikwijdte van deze regeling 1. Deze regeling heeft
Regeling Profileringsfonds
Regeling Profileringsfonds Colofon ons kenmerk datum Juli 2015 auteur Mw. mr. M.V.B. van Overbeek versie NL status Definitief pagina 2 van 13 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Algemene bepalingen 3 Artikel
PROFILERINGSFONDS. Vrije Universiteit
PROFILERINGSFONDS Vrije Universiteit Inhoudsopgave - Algemeen deel - Deel 1: Overmacht - Deel 2: Specifieke situaties - Deel 3: Bestuursbeurzen instellingsorganen - Deel 4: Bestuursbeurzen studentenorganisaties
Reglement Profileringsfonds. Financiële ondersteuning studenten
Reglement Profileringsfonds Financiële ondersteuning studenten Reglement Profileringsfonds 2 Besluitvormingskader Instemming HR : 8 september 2015 Vaststelling CvB : 15 september 2015 Ingangsdatum : 1
Regeling Financiële Ondersteuning Topsport- Student Stenden Hogeschool Profileringsfonds
AANVRAAGFORMULIER 1 studiefinancieringsvorm voor cohorten vóór 1-9-2015 én studiefinancieringsvorm(en) voor cohorten na 1-9-2015 Regeling Financiële Ondersteuning Topsport- Student Stenden Hogeschool Profileringsfonds
Bestuursbeurzen : voorwaarden en procedure. Frank Peters Team studentendecanen O&O Studentbegeleiding
Bestuursbeurzen 2017-2018: voorwaarden en procedure Frank Peters Team studentendecanen O&O Studentbegeleiding Bestuursbeurzen 2017-2018 soorten bestuursbeurzen voorwaarden Procedure korte pauze collegegeldvrij
Regeling Profileringsfonds
Regeling Profileringsfonds Geldend voor studenten die vallen onder WSF 2000 en voor wie de Wet Studievoorschot van toepassing is mw mr M.V.B. van Overbeek Definitief september 2016 pagina 2 van 16 Inhoudsopgave
PROFILERINGSFONDS. Vrije Universiteit
PROFILERINGSFONDS Vrije Universiteit Inhoudsopgave - Algemeen deel - Deel 1: Overmacht - Deel 2: Specifieke situaties - Deel 3: Bestuursbeurzen instellingsorganen - Deel 4: Bestuursbeurzen studentenorganisaties
Regeling Bindend Studieadvies
Regeling Bindend Studieadvies 2015-2016 Deze regeling is een uitwerking van artikel 58 van de OER en beschrijft de procedures van het uitbrengen van het bindend studie advies tijdens het eerste studiejaar
Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Bindend Studieadvies. student. uva.nl/ rechten
m UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM Faculteit der Rechtsgeleerdheid Bindend Studieadvies (BSA) 2018-2019 student. uva.nl/ rechten Het (negatief bindend) studieadvies Als je als voltijd bachelorstudent staat ingeschreven
INFORMATIE REGELING PROFILERINGSFONDS PROTESTANTSE THEOLOGISCHE UNIVERSITEIT
INFORMATIE REGELING PROFILERINGSFONDS PROTESTANTSE THEOLOGISCHE UNIVERSITEIT 1. INLEIDING Er kunnen zich situaties voordoen waarbij je niet tijdig jouw studie kan afronden, of waarin om andere redenen
LVSA Studiedag 29 mei 2015
LVSA Studiedag 29 mei 2015 Wet Studievoorschot (sociaal leenstelsel) Frank Peters, studentendecaan Universiteit Utrecht Wet Studievoorschot (sociaal leenstelsel) Voor wie geldt deze wet? Veranderingen
Regeling faciliteiten studenten/topsporters
Regeling faciliteiten studenten/topsporters Colofon ons kenmerk datum Juli 2014 auteur versie status definitief pagina 2 van 8 Inhoudsopgave Inleiding 3 Artikel 1. Begripsbepalingen 3 Artikel 2. Definitie
Regeling faciliteiten studenten/topsporters
Regeling faciliteiten studenten/topsporters Colofon ons kenmerk datum Juli 2015 auteur Mw. mr. M.V.B. van Overbeek versie status definitief pagina 2 van 8 Inhoudsopgave Inleiding 3 Artikel 1. Begripsbepalingen
REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN
REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN Het College van Bestuur van de Universiteit Leiden, gelet op artikel 7.30b, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
PROFILERINGSFONDS. Vrije Universiteit
PROFILERINGSFONDS Vrije Universiteit Inhoudsopgave - Algemeen deel - Deel 1: Overmacht - Deel 2: Specifieke situaties - Deel 3: Bestuursbeurzen instellingsorganen - Deel 4: Bestuursbeurzen studentenorganisaties
REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN
REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN Het College van Bestuur van de Universiteit Leiden, gelet op artikel 7.31 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek juncto
Beëindiging inschrijving Graag in blokletters invullen; lees eerst de toelichting.
Beëindiging inschrijving Graag in blokletters invullen; lees eerst de toelichting. en eventueel restitutie van collegegeld PERSOONLIJKE GEGEVENS (* doorstrepen wat niet van toepassing is) naam : voorletters
Nota Universiteitsraad
Nota Universiteitsraad UR nummer Corsanummer 15.042 15.30125 Aan : Universiteitsraad Van : College van Bestuur Opsteller : Arjen van Vliet Onderwerp : Vaststelling regelingen profileringsfonds Status :
Bindend Studieadvies (BSA)
BSA_4luik_0708.qxp:BSA folder recht 06-06-2007 18:18 Pagina 1 Bindend Studieadvies (BSA) Neem contact op met het Bureau Studiebegeleiding Om dispensatie te krijgen van het negatief BSA moet u uw persoonlijke
REGELING PROFILERINGSFONDS 2015-2016. Artikel 1 Indeling Deze regeling bestaat uit de volgende paragrafen:
REGELING PROFILERINGSFONDS 2015-2016 Artikel 1 Indeling Deze regeling bestaat uit de volgende paragrafen: Paragraaf I: Algemeen Paragraaf II: Voorwaarden, duur en omvang van de financiële ondersteuning
Uitvoeringsreglement Studieadvies in de propedeutische fase
Uitvoeringsreglement Studieadvies in de propedeutische fase Zwolle, 8 december 2008 Gewijzigd op 9 juli 2012 1 Titel I - Algemeen Artikel 1 - Doel 1. Het doel van het uitvoeringsreglement is te garanderen
Informatie over het BINDEND STUDIEADVIES voor studenten Pedagogische Wetenschappen
Informatie over het BINDEND STUDIEADVIES voor studenten Pedagogische Wetenschappen. 2015-2016 Inleiding. Alle studenten van de Leidse universiteit die zich in 2015 voor de eerste keer ingeschreven hebben
PROFILERINGSFONDS GERRIT RIETVELD ACADEMIE
PROFILERINGSFONDS GERRIT RIETVELD ACADEMIE 1. De Gerrit Rietveld Academie (GRA), Hogeschool voor Beeldde Kunst vormgeving, heeft e voorziing ter financiële ondersteuning van studt, het profileringsfonds,
Flexstuderen FAQ voor studenten
Flexstuderen FAQ voor studenten 1. Wat is flexstuderen? Het experiment flexstuderen geeft jou als voltijds student hoger onderwijs de mogelijkheid om alleen collegegeld te betalen voor de vakken die jij
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 376 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met het onder de prestatiebeurs brengen van de reisvoorziening Nr. 3 MEMORIE VAN
Artikel 2.3 Instellingscollegegeld voor EER-studenten Artikel 2.4 Instellingscollegegeld voor niet-eer-studenten
REGELING INSTELLINGSCOLLEGEGELD, WETTELIJK COLLEGEGELD DEELTIJDSE OPLEIDIN- GEN, VERHOOGD WETTELIJK COLLEGEGELD VOOR OPLEIDING MET KLEINSCHALIG EN IN- TENSIEF ONDERWIJS EN VERGOEDING PREMASTERS 2018, VASTGESTELD
REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN
REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN Het College van Bestuur van de Universiteit Leiden, gelet op artikel 7.31 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek juncto
Artikel 2.3 Instellingscollegegeld voor EER-studenten Artikel 2.4 Instellingscollegegeld voor niet-eer-studenten
REGELING INSTELLINGSCOLLEGEGELD, WETTELIJK COLLEGEGELD DEELTIJDSE OPLEIDIN- GEN, VERHOOGD WETTELIJK COLLEGEGELD VOOR OPLEIDING MET KLEINSCHALIG EN IN- TENSIEF ONDERWIJS EN VERGOEDING PREMASTERS Artikel
Erasmus MC. Bindend Studieadvies. Geneeskunde
Erasmus MC Bindend Studieadvies Geneeskunde Bindend Studieadvies Geneeskunde De studie Geneeskunde aan het Erasmus MC kent een bindend studieadvies (BSa) voor studenten die studeren in Bachelorjaar-1.
Reglement Financiële Ondersteuning Studenten Saxion
Reglement Financiële Ondersteuning Studenten Saxion Voorwoord Het College van Bestuur (hierna: CvB ) van Stichting Saxion heeft het Reglement Financiële Ondersteuning Studenten Saxion (hierna: Reglement
Regeling Profileringsfonds Studenten Universiteit Maastricht
Regeling Profileringsfonds 2016-2017 Studenten Universiteit Maastricht Vastgesteld door het College van Bestuur op 5 juli 2016 na verkregen instemming van de Universiteitsraad In werking getreden op 1
REGLEMENT SELECTIE EN PLAATSING Vanaf
bureau van de universiteit abjz REGLEMENT SELECTIE EN PLAATSING Vanaf 2019-2020 Dit reglement is opgesteld op grond van artikel 7.53, derde lid, van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek
Artikel 1. Definities...2. Artikel 2. Eisen Bindend Studieadvies...2. Artikel 3. Het studiebegeleidingsplan en het advies...2
REGELING BINDEND STUDIEADVIES UNIVERSITEIT LEIDEN Inhoud Artikel 1. Definities...2 Artikel 2. Eisen Bindend Studieadvies...2 Artikel 3. Het studiebegeleidingsplan en het advies....2 Artikel 4. Dossiervorming...3
BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR
BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR Nummer : 589 Paraaf: Onderwerp : Gewijzigde Regeling Profileringsfonds Windesheim Besluit : Het College van Bestuur besluit tot wijziging van de Regeling Profileringsfonds,
REGLEMENT SELECTIE EN PLAATSING
bureau van de universiteit abjz REGLEMENT SELECTIE EN PLAATSING Dit reglement is opgesteld op grond van artikel 7.53, derde lid, van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) met
FAQ. Holland Scholarship 2016-2017
FAQ Holland Scholarship 2016-2017 Inhoud A. Voorwaarden... 4 1. Welke landen nemen deel aan het Holland Scholarship?... 4 2. Komen studenten uit de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustacius en Saba) en ui
Kaderregeling bestuurlijk actieve studenten
Kaderregeling bestuurlijk actieve studenten 2015-2016 Colofon ons kenmerk datum september 2015 auteur mw. mr. M.V.B. van Overbeek/mr. T.A.P.M. van den Brule versie NL status definitief pagina 2 van 13
Regeling Profileringsfonds Studenten Universiteit Maastricht
Regeling Profileringsfonds 2017-2018 Studenten Universiteit Maastricht Vastgesteld door het College van Bestuur op 6 juni 2017 na verkregen instemming van de Universiteitsraad In werking getreden op 1
REGELING BINDEND STUDIEADVIES UNIVERSITEIT LEIDEN
REGELING BINDEND STUDIEADVIES UNIVERSITEIT LEIDEN Het College van Bestuur van de Universiteit Leiden, gelet op artikel 7.8b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek juncto artikel
Reglement in- en uitschrijving Universiteit voor Humanistiek
Reglement in- en uitschrijving Universiteit voor Humanistiek 1 1. Bepalingen... 3 2. Vooropleidingseisen... 3 2.1. Vooropleidingseisen Bachelor Humanistiek... 3 2.2. Vooropleidingseisen Premaster (schakelprogramma
Regeling contractonderwijs 2015-2016 webversie 13 februari 2015
Regeling contractonderwijs 2015-2016 webversie 13 februari 2015 Tilburg University (TiU) verzorgt naast het onderwijs van initiële opleidingen contractonderwijs. Deze regeling bevat een explicitering van
REGLEMENT SELECTIE VOOR NUMERUS FIXUS BACHELOROPLEIDINGEN
REGLEMENT SELECTIE VOOR NUMERUS FIXUS BACHELOROPLEIDINGEN ex art. 7.53, 3 e lid en art. 6.7a, 1 e lid, WHW, vastgesteld door het College van Bestuur op 10 mei 2016 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
Reglement in- en uitschrijving Universiteit voor Humanistiek
Reglement in- en uitschrijving Universiteit voor Humanistiek 1 Inhoud 1. Bepalingen... 3 2. Vooropleidingseisen... 3 2.1. Vooropleidingseisen Bachelor Humanistiek... 3 2.2. Vooropleidingseisen premaster
STUDENTEN EN NEVENACTIVITEITEN: (voorheen studentactivisme) DE VISIE VAN DE UNIVERSITEIT TWENTE
STUDENTEN EN NEVENACTIVITEITEN: (voorheen studentactivisme) DE VISIE VAN DE UNIVERSITEIT TWENTE 1 2 Inleiding De waarde van door studenten verrichte nevenactiviteiten, aan de UT ook wel studentenactivisme
Welkom bij DUO. Johannes Bos Servicekantoor Enschede
Welkom bij DUO Johannes Bos Servicekantoor Enschede Onderwerpen 1. Hervorming studiefinanciering 2. Vereenvoudigingen 3 OV kaart/studentenreisproduct Hervorming studiefinanciering Basisbeurs wordt lening
Vrijstellingsregels Open Universiteit: procedure voor het verlenen van vrijstelling
U2014/4637-1 Vrijstellingsregels 2014-2015 Open Universiteit: procedure voor het verlenen van vrijstelling Deze procedure voor het verlenen van vrijstelling van het afleggen van een of meer tentamens en/of
Reglement van Toelating
Reglement van Toelating Begripsbepalingen Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder: de Orde: de Nederlandse Orde van Register EDP-Auditors; het Bestuur: het bestuur van de Nederlandse
