1994 blz.1 SAMENVATTING
|
|
|
- Rosalia Claes
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 blz.1 SAMENVATTING Sinds 1 december zijn in Nederland krachtens het zgn. Besluit arbeid onder overdruk wettelijke regels van kracht ter beperking van de schadelijke effecten van onder meer duikarbeid en caissonarbeid. Dit publikatieblad beschrijft deze wettelijke bepalingen - in het bijzonder ten aanzien van duikarbeid - en licht ze nader toe. Het blad gaat eveneens in op die passages uit de Arbeidsomstandighedenwet die relevant zijn voor duikarbeid. Verder behandelt het de werkwijze van I-SZW bij mogelijke overtredingen. Tenslotte bevat het publikatieblad een lijst met publikaties en instanties die kunnen helpen problemen die bij duikarbeid rijzen, op te lossen. Voor caissonarbeid bestaat een vergelijkbaar publikatieblad van I-SZW (P 194). SUMMARY Since statutory regulations are in force in the Netherlands to reduce hazardous effects of labour under pressure (Besluit arbeid onder overdruk). In this publication these regulations are described and explained particulary for professional diving. Furthermore it gives the for diving relevant parts of the Dutch Labour Act (Arbeidsomstandighedenwet). Moreover is indicated what the role of the Labour Inspectorate (I-SZW) is in this respect. Finally this paper contains a list of publications and organisations who may be helpfull in solving diving problems. For labour in caissons there is a similar publication of the Labour Inspectorate (P 194).
2 blz.2 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding blz Voorgeschiedenis besluit arbeid onder overdruk blz Opzet besluit arbeid onder overdruk blz Achtergronden blz Gevaren duikarbeid voor gezondheid en veiligheid blz Nationale en internationale ontwikkelingen blz Definitie en categorieën duikarbeid blz Deskundigheid en geschiktheid blz Werkinstructie blz Duikploeg, reserveduiker en ploegleider blz Duikmaterieel blz Registratieverplichtingen blz Duiklogboek blz Ongevals- en schademelding blz Verplichtingen van werkgever, werknemers en zelfstandigen blz Beleidsvoenng, risico-inventarisatie, risicoevaluatie en jaarplan blz Voorlichting en onderricht blz Herhaling van voorlichting en onderricht blz Samenwerking en overleg blz Zelfstandigen blz Werkwijze van I-SZW t.a.v. duikarbeid blz Algemeen blz De standaardwerkwijze blz De werkwijze bij ernstige overtredingen blz. 42
3 blz Tekst van de wettelijke regels blz Arbeidsomstandighedenwet blz Besluit arbeid onder overdruk blz Ministeriële regeling arbeid onder overdruk blz Publikaties over duikarbeid blz Publikaties van I-SZW blz Overig blz Nationaal Duik Centrum (NDC) blz. 72 Bijlagen 1. Definities blz Systeem van lijnsignalen blz Werkwijze I-SZW blz. 79
4 blz.4 1. INLEIDING 1.1 Voorgeschiedenis besluit arbeid onder overdruk Tot voor kort gaven alleen het Mijnreglement 1964 (Staatsblad 538) en het Mijnreglement continentaal plat (Staatsblad 1983, 83) wettelijke voorschriften ter bescherming van hen die duikarbeid verrichten. De werkingssfeer van deze reglementen beperkt zich echter tot arbeid bij delfstoffenwinning. Duikarbeid in andere kaders bleef zodoende buiten schot 1). Velen vonden dit laatste vanwege de grote gevaren die aan duikarbeid verbonden zijn, onbevredigend. Zowel vanuit de Tweede Kamer als vanuit het bedrijfsleven werd aangedrongen op een wettelijke regeling voor de overige categorieën duikarbeid. Het bedrijfsleven (werkgevers én werknemers) voerde ter ondersteuning van zijn wens aan dat in de ons omringende landen wetgeving voor duikarbeid al langere tijd bestaat of recentelijk is ingevoerd. Bovendien hecht het bedrijfsleven, in verband met de internationale uitwisseling van werknemers, grote waarde aan door de overheid aangewezen duikopleidingen. Verder komt het voor dat opdrachtgevers uit kostenoverwegingen duikopdrachten gunnen aan solitair-duikende (sport)duikers die het met de veiligheidseisen niet altijd even nauw nemen. Met name bij deze solitair-duikende duikers deden zich met enige regelmaat ongevallen voor. Als gevolg daarvan werden eind in Nederland op grond van de Arbeidsomstandighedenwet regels van kracht betreffende duikarbeid buiten het kader van de delfstoffenwinning. Ze zijn opgenomen in het Besluit arbeid onder overdruk (Staatsblad 740 ) en de Ministeriële regeling arbeid onder overdruk (Staatscourant 195, 11 oktober ). De in het besluit opgenomen verplichtingen zijn voor een belangrijk deel in overeenstemming met de internationale regels voor duikarbeid. Het besluit is tevens afgestemd op het Mijnreglement 1964 en het Mijnreglement continentaal plat. Bovendien bevat het besluit bepalingen ten aanzien van andersoortige overdrukwerkzaamheden, zoals caissonarbeid. Het zgn. Caissonbesluit is met het van kracht worden van het Besluit arbeid onder overdruk komen te vervallen. Het voor u liggende publikatieblad van I-SZW gaat behalve op het Besluit arbeid onder overdruk zelf, ook in op die passages uit de Arbeidsomstandighedenwet die relevant zijn voor duikarbeid. Verder behandelt het de werkwijze van I-SZW bij mogelijke overtredingen. Aangezien het publikatieblad nogal wat specialistische begrippen hanteert, zijn in bijlage 1 de definities van de belangrijkste begrippen opgenomen. Tenslotte bevat het blad een lijst met publikaties en instanties die kunnen helpen problemen die bij duikarbeid rijzen, op te lossen. Voor caissonarbeid bestaat een vergelijkbaar publikatieblad van I-SZW (P 194).
5 1) Wel is in het verleden een zgn. publicatieblad van de arbeidsinspectie (P 78 'Aanwijzingen voor het veilig duiken' uitgegeven in 1967) op duikarbeid van toepassing geweest. Dit P-blad is in juni 1982 ingetrokken, aangezien de erin opgenoemn decompressietabellen - in het bijzonder die voor langdurige en diepe duiken -verouderd bleken.
6 blz.5 NB. Dit publikatieblad kent een soort driedeling. In de eerste plaats bevat het aan wet of besluiten ontleende passages; die zijn voorzien van de letter W. In de tweede plaats zijn er teksten die niet direct op wet of besluiten stoelen maar wel voorschriften behelzen waaraan I-SZW strikt de hand houdt, bijvoorbeeld via een zgn. eis. Die passages zijn gemarkeerd met de letter R. Eventueel kan de werkgever van deze voorschriften afwijken, mits hij althans aantoont dat vergelijkbare maatregelen een zelfde gezondheids- en veiligheidsniveau bieden. Tenslotte bevat het P-blad teksten waaruit blijkt hoe een maximaal niveau van veiligheid en gezondheid valt te bereiken. Bedoelde maatregelen - die in de tekst geen speciale markering meekrijgen - zijn niet afdwingbaar. 1.2 Opzet besluit arbeid onder overdruk Dit publikatieblad wijdt zich voor een belangrijk deel aan de wettelijke bepalingen uit het Besluit arbeid onder overdruk en aan de voorschriften uit de Ministeriële regeling arbeid onder overdruk, ten aanzien van duikarbeid; het beschrijft deze bepalingen en licht ze nader toe. Het blad zet uiteen hoe duikers en duikbedrijven de gevaren van duikarbeid dienen te minimaliseren en wat de rol van I-SZW daarbij is. De onderwerpen die aan bod komen, volgen hierna in het kort de revue, onder verwijzing naar de desbetreffende artikelen uit het genoemde Koninklijk besluit en de ministenële regeling. Definitie en categorieën van duikarbeid (W) Artikel 1 van het Besluit arbeid onder overdruk definieert een drietal soorten arbeid onder overdruk, t.w.: duikarbeid, caissonarbeid en 'overige soorten arbeid onder overdruk'. De definitie van duikarbeid luidt daar als volgt: 'het verrichten van arbeid in een vloeistof of in een droge duikklok met inbegrip van het verblijf in die vloeistof of in die droge duikklok waarbij voor de ademhaling gebruik wordt gemaakt van een gas, onder een hogere druk dan de atmosferische druk'. Het besluit bakent het begrip duikarbeid zodoende dusdanig af dat caissonarbeid en de 'overige soorten arbeid onder overdruk' er buiten vallen. Blijkens artikel 5 mag duikarbeid slechts worden verricht als de duiker beschikt over een geldig duikcertificaat dat betrekking heeft op de soort duikarbeid die hij verricht. Alleen een door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen instelling mag zo'n certificaat uitreiken, vanzelfsprekend pas nadat betrokkene daar met goed gevolg een opleiding heeft voltooid (artikel 6). In de Ministeriële regeling arbeid onder overdruk is de aanwijzing van bedoelde instellingen nader uitgewerkt. Daartoe onderscheidt deze regeling een drietal categorieën duikarbeid. Omdat het duikbedrijf een internationaal
7 karakter heeft, sluit de categorie-indeling zoveel mogelijk aan op de internationaal gangbare. Brandweerduikers en duikers bij het ministerie van Defensie tenslotte vallen in de ministeriële regeling in afzonderlijke opleidingscategorieën.
8 blz.6 geschiktheid en deskundigheid van de duiker (W) Duikarbeid mag krachtens artikel 2 slechts worden verricht door een persoon die tenminste achttien jaar is. Verder zegt dit artikel dat een duiker in een zodanige lichamelijke en geestelijke toestand dient te verkeren dat hij bestand is tegen de gevaren die zijn verbonden aan de door hem te verrichten arbeid, en dat hij in staat is deze gevaren te onderkennen en te beperken. Het is niet verplicht dat een geneeskundig onderzoek hierover uitsluitsel geeft. Niettemin verdient het sterk aanbeveling dat een duiker zich regelmatig medisch laat onderzoeken. Het spreekt voor zich dat duikers goed bekend moeten zijn met de risico's van duikarbeid. Zij dienen een aantal veel voorkomende procedures te kennen (W ) en zij moeten over een aantal basisvaardigheden beschikken. Verder wordt van hen verlangd dat zij hun kennis op peil houden. Daarom bepaalt het Besluit arbeid onder overdruk - zoals hiervoor al is uiteengezet - dat duikers in het bezit moeten zijn van een geldig certificaat (artikelen 5 en 6). werkinstructie (W) Ingevolge het Besluit arbeid onder overdruk moet een duikbedrijf specifieke voorschriften en procedures vastleggen in een werkinstnuctie (artikel 3). (R ) De inhoud van de instructie kan weliswaar van bedrijf tot bedrijf en van geval tot geval verschillen, maar aan de opzet ervan zijn regels gesteld. (W ) Zo moet de werkgever tenminste aandacht besteden aan de door de werknemers te treffen veiligheidsvoorzieningen en aan de noodprocedures. duikploeg, reserveduiker en ploegleider (W) Krachtens het Besluit arbeid onder overdruk (artikel 5) mag een duiker slechts duikarbeid verrichten als een reserveduiker hem bijstaat en een ploegleider hem leiding geeft. Een duikploeg bestaat zodoende uit tenminste drie personen. Met die bepaling beoogt de wetgever de risico's van duikarbeid verder uit te bannen. Omdat duikers hun werk vaak op afgelegen plaatsen verrichten, verplicht het Besluit arbeid onder overdruk tot permanente medische begeleiding ter plekke (artikel 3). De medische begeleider (vaak zal dit de ploegleider zijn) dient daartoe in het bezit te zijn van een geldig certificaat duikmedische begeleiding (artikel S). Bovendien moet hij te allen tijde medisch advies kunnen inwinnen - bijvoorbeeld telefonisch - bij een arts die weet hoe hij de acute gevolgen van het verrichten van arbeid onder overdnuk moet behandelen (artikel 3 lid 2).
9 blz.7 materieeleisen (W) In het belang van de gezondheid en veiligheid van de betrokkenen bevat het Besluit arbeid onder overdruk voorschriften over het te gebruiken materieel en het ademgas dat de duikers gebruiken (artikel 3). (R ) Die voorschriften hebben niet alleen betrekking op de duikapparatuur zelf maar bijvoorbeeld ook op de (onafhankelijke) noodademvoorziening, de voorzieningen ter behandeling van decompressieziekten (zoals compressiekamer en diagnostische apparatuur) en op de communicatiemiddelen. duiklogboek (W) Het Besluit arbeid onder overdruk schrijft in artikel 5 voor dat de duiker zijn verrichtingen moet aantekenen in een persoonlijk duiklogboek. Uit de vastgelegde (ervarings)gegevens blijkt of de duiker zijn ervaring voldoende bijhoudt, hetgeen van belang is voor de geldigheid van het duikcertificaat. Verder komen de gegevens van pas bij toezicht en handhaving, bij ongevalsanalyse, bij klachtenbehandeling en bij het geven van voorlichting. verplichtingen van werkgever, werknemers en zelfstandigen (W) Vanwege de bijzondere gevaren waaraan duikers blootstaan is het Besluit arbeid onder overdruk niet alleen op werkgevers en werknemers van toepassing maar eveneens op zelfstandigen (artikel 11). Brandweerduikers en militaire duikers waren al aan een regime van het ministerie van Binnenlandse Zaken respectievelijk het ministerie van Defensie onderworpen; met die regels is in het Besluit arbeid onder overdruk (artikel 6 lid 3) en de Ministeriële regeling arbeid onder overdruk (artikel 1 lid 1) rekening gehouden. Zoals al eerder vermeld, bestaan voor duikers betrokken bij de delfstoffenwinning aparte, maar vergelijkbare regels krachtens de mijnwetten.
10 blz.8 2. ACHTERGRONDEN 2.1 Gevaren duikarbeid voor gezondheid en veiligheid In ons land zijn - op het moment van verschijnen van dit publikatieblad - naar schatting 400 beroepsduikers actief. Hun werkzaamheden liggen op het gebied van de mijnbouw offshore, de natte waterbouwkunde inshore, de scheepvaart en het bergingswerk. Bij het ministerie van Defensie zijn daarenboven ongeveer 500 duikers werkzaam. Verder verrichten circa duizend brandweerlieden - merendeels vrijwilligers - duikarbeid. Tenslotte zijn er ongeveer 150 wetenschappelijke medewerkers en studenten van universiteiten en rijksonderzoeksinstellingen die min of meer incidenteel duikarbeid verrichten, zowel voor archeologisch als voor biologisch onderzoek. Weliswaar is het aantal sportduikers vele malen groter dan het aantal beroepsduikers maar zij vallen buiten het bestek van de arbeidswetgeving en dus ook buiten de in dit publikatieblad beschreven regels. Al gewezen werd op de talloze gevaren waaraan duikers blootstaan. Waarom is duikarbeid nu zo gevaarlijk? In de eerste plaats moeten duikers vaak onder zeer belastende omstandigheden opereren. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld een ademhalingsgas op overdruk en van wisselende samenstelling. Bovendien staat hun gehele lichaam onder hogere druk dan de atmosferische. Als dat enige tijd het geval is geweest. bevatten de lichaamsweefsels onder andere een overmaat aan stikstof (of een ander inert gas, bijvoorbeeld helium). Tijdens de teruggang naar de atmosferische druk wordt de stikstof via het bloed en de longen uitgescheiden. Indien de decompressie te snel verloopt, vormen zich in het lichaam stikstofbelletjes. Die belletjes op hun beurt kunnen verantwoordelijk zijn voor ziekteverschijnselen (decompressieziekten). In lichte gevallen doen zich jeuk, uitslag en lokale pijnverschijnselen in gewrichten en spieren voor. In ernstige gevallen kunnen zelfs verlammingsverschijnselen optreden. Daarenboven zijn er duidelijke indicaties dat het langdurig werken onder overdruk blijvende en ernstige gezondheidsschade kan veroorzaken, zoals botafsterving en laesies in het centraal zenuwstelsel. Verder heerst in de wateren waar duikers werken over het algemeen een lage tot zeer lage temperatuur. Duikarbeid is bovendien vaak fysiek zwaar en aan een tijdlimiet gebonden. Voeg daarbij nog duisternis of slecht zicht, stromingen, waterverontreiniging, een continue en totale afhankelijkheid van derden en van apparatuur, dan is wel duidelijk dat een duiker aan voortdurende risico's blootstaat. Ongevallen - niet zelden met fatale afloop waren de afgelopen decennia dan ook geen uitzondering.
11 blz.9 Veel werkzaamheden die een duiker uitvoert, komen ook boven water voor. De taken die hij verricht in bijvoorbeeld de natte waterbouw, de offshore-industrie of bij scheepsonderhoud vertonen veel overeenkomst met die van een bouwvakker of constructiewerker. Zo dient hij om te kunnen gaan met talloze soorten gereedschap. Te noemen zijn handgereedschappen (hamers, zagen, scharen etc.). mechanische gereedschappen (breekhamers, boutschiethamers, boren, zagen, slijpschijven etc.), zuig- en spuitapparatuur, snijbranders en lasapparatuur, en hijsgereedschap. Verder moet een duiker tv-camera's en foto-apparatuur kunnen bedienen en bekend zijn met diverse meet- en testmethoden. Tenslotte kan kennis worden verlangd van de toepassing van explosieven onder water. Een duiker staat zodoende niet alleen bloot aan de al vermelde gevaren van overdruk maar eveneens aan de gangbare gevaren van de doorsnee bouwplaats. Combinatie van die twee maakt duikarbeid extra gevaarlijk. Immers ogenschijnlijk onschuldige ongevallen en mankementen onder water kunnen 'onverwacht' ernstige gevolgen hebben. Al vlug kan bijvoorbeeld een tekort aan ademgas dreigen als de duiker onder water vast komt te zitten; in de praktijk hebben zulke situaties zich meermalen voorgedaan. Verder kan de vereiste decompressieprocedure 2) in de knel komen door een ongeval. Ook zal niet altijd onmiddellijk medische hulp kunnen worden geboden. Zeker bij saturatieduiken 3) en oppervlaktedecompressie 4) gaat er enige tijd mee heen alvorens de arts of verpleger onder de vereiste druk verkeert. Gelet op de bijzondere omstandigheden waaraan duikers blootstaan, en de gevaren daarvan voor gezondheid en veiligheid, lijkt overheidsbemoeienis met deze bedrijfstak geen overbodige luxe. 2) Decompressie is een methode die tot doel heeft de fysiologische toestand waann een duiker zich tijdens zijn duikwerkzaamheden bevindt terug te brengen naar de fysiologische toestand zoals die onder normale atmosferische omstandigheden bestaat De daarbij toegepaste procedure - die onder meer afhangt van de duikdiepte en de verblijfstijd onder water - staat beschreven in zgn. duiktabellen. 3) Saturatieduiken is een duikprocedure waarbij de duiker zodanig lang (gedacht kan zelfs worden aan enige weken) is blootgesteld aan een hogere dnuk dan de atmosferische druk dat de lichaamsweefsels en het bloed van die duiker zijn verzadigd met het voor de ademhaling bestemde gas (NB. het inerte deel ervan kan bij decompressie problemen veroorzaken). Deze duikprocedure vindt vooral toepassing bij duikdiepten van meer dan 50 meter vanwege het narcotisch effect van stikstof op die diepten: het stikstof in het ademhalingsgas is dan vervangen door helium. Duikarbeid met behulp van deze techniek vereist een aantal specifieke vaardigheden, die bij andere vormen van duikarbeid veelal niet nodig zijn. Ook is specifieke kennis nodig op het gebied van onder andere fysiologie en systemen voor de recirculatie van ademgassen, die bij andere vormen van duikarbeid minder van belang is.
12 4) Oppervlaktedecompressie is de trapsgewijze drukvermindering van een duiker in een compnessietank aan de oppervlakte, volgens geldende decompressietabellen.
13 blz Nationale en internationale ontwikkelingen Tegen het einde van de jaren zestig en aan het begin van de jaren zeventig groeide de offshore-industrie stormachtig. De vraag naar duikers hield daarmee gelijke tred. Omdat niet iedereen het met de veiligheidsvoorschriften even nauw nam, bracht duikarbeid veel ongelukken met zich, niet zelden met dodelijke afloop. Steeds meer ontstond zodoende de behoefte duikarbeid aan regels te binden. Vanwege de internationale olie- en gaswinning was internationale samenwerking op dit vlak geboden. Het Verenigd Koninkrijk nam het initiatief met de oprichting van het European Diving Technology Committee (EDTC). Doel van het comité was de wetgeving van de afzonderlijke Europese staten zoveel mogelijk te standaardiseren. Toonaangevend op dit moment zijn in het bijzonder het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen. Ook in Nederland is men doordrongen van de noodzaak de veiligheid en de gezondheid van duikers wettelijk te regelen. Duikwerkzaamheden bij mijnbouwkundige activiteiten zijn al tientallen jaren aan regels gebonden. Voor duikarbeid en andersoortige arbeid onder overdruk bestaat sinds eind het zgn. Besluit arbeid onder overdruk gebaseerd op de Arbeidsomstandighedenwet. Gelijkertijd groeide in Nederland de behoefte aan goede opleidingen, strenge keuringen en aan een goede medische begeleiding van duikers. De bij het duiken betrokken belanghebbenden: overheden, werkgevers, werknemers en sportduikers, namen begin 1981 het initiatief de Stichting Nationaal Duikcentrum (NDC) in het leven te roepen. Doel van deze stichting is in zijn algemeenheid de behartiging der belangen van de Nederlandse duikwereld. Op alle mogelijke manieren tracht het NDC praktijkproblemen op te lossen, en beroeps- en sportduikers met raad en daad bij te staan. Over de problemen die in de praktijk kunnen rijzen, zal in dit publikatieblad dan ook niet te veel worden uitgeweid (NB. het NDC komt uitvoeriger aan bod in paragraaf 13.2).
14 blz DEFINITIE EN CATEGORIËN DUIKARBEID (W)Lid 1a van artikel 1 van het Besluit arbeid onder overdruk geeft een definitie van het begrip duikarbeid, luidende: 'het verrichten van arbeid in een vloeistof of in een droge duikklok met inbegrip van het verblijf in die vloeistof of in die droge duikklok waarbij voor de ademhaling gebruik wordt gemaakt van een gas onder een hogere druk dan de atmosferische druk' Voor de toevoer van het ademhalingsgas bestaan verschillende methoden. Zo kan de duiker het gas in sterk gecomprimeerde vorm in flessen op de rug bij zich hebben. De daarvoor benodigde apparatuur heet SelfContained Underwater Breathing Apparatus (SCUBA). Ook wordt het ademhalingsgas wel via slangen vanaf de oppervlakte aan de duiker toegevoerd. In die gevallen spreekt men van Surface Supply Equipment (SSE) of Surface Supply Diving. In de vermelde definitie is sprake van vloeistof. Veelal zal deze vloeistof (in meer of mindere mate verontreinigd) water zijn, maar ook andere vloeistoffen zijn denkbaar. Vandaar dat gekozen is voor deze omschrijving. (W)Lid 1b van hetzelfde artikel definieert caissonarbeid en lid 1c de overige soorten arbeid onder overdruk t.w.: 'het verrichten van andere arbeid dan duik- of caissonarbeid alsmede het comprimeren of decomprimeren in verband met duik- of caissonarbeid, in een ruimte onder een druk van ten minste 10 4 Pascal boven de atmosferische druk met inbegrip van het verblijf in die ruimte.' Laatstgenoemde vorm van arbeid onder overdruk kan onderdeel uitmaken van duikwerkzaamheden. Te denken valt bijvoorbeeld aan een aansluitend verblijf in een compressiekamer (ook wel compressie- of decompressietank genoemd) of daarmee vergelijkbare ruimte. In een compressiekamer kan een duiker na onder een hogere dan atmosferische druk te hebben gestaan decomprimeren. Zulke kamers vinden toepassing bij de behandeling van (onverhoopte) decompressieziekten na afloop van duik- of caissonwerkzaamheden. (W ) Voor degene die de duiker in de compressiekamer zo nodig begeleidt en behandelt, geldt het Besluit arbeid onder overdruk eveneens.
15 blz.12 Ook worden compressiekamers - in combinatie met een zgn. droge duikklok - wel gebruikt gedurende reguliere compressie- en decompressieprocedures. Een droge duikklok is een onderwater-compressiekamer, ontworpen voor het transport van duikers van de oppervlakte naar de plaats waar ze arbeid verrichten en terug (een zogenaamd transport-onder-druk-systeem). Onder bepaalde omstandigheden kan het gebruik van zo'n klok het onder-watertransport van een duiker aanzienlijk veiliger maken. De druk in een droge duikklok is gedurende het dalen en ophalen gelijk aan de druk die op de werkdiepte heerst. De droge duikklok vindt overigens ook toepassing bij saturatieduiken. De werkwijze is in haar algemeenheid als volgt. Men brengt de duiker in de boven water opgestelde compressiekamer op de druk die heerst op de diepte waar hij duikarbeid moet verrichten. Vervolgens stapt de duiker over in de aan de compressiekamer gekoppelde droge duikklok die onder dezelfde overdruk staat als de compressiekamer. Deze duikklok nu brengt de duiker naar de gewenste diepte. De duiker verlaat daar de klok om er zijn werkzaamheden uit te voeren. Na afloop ervan gaat hij terug in de droge duikklok, die - na te zijn opgehesen - opnieuw wordt aangesloten op de compressiekamer. De duiker keert in deze compressiekamer op veilige en relatief comfortabele wijze terug naar de atmosferische druk. Volledigheidshalve wordt hier ook nog gewezen op het uitvoeren van werkzaamheden onder water in een zgn. habitat. Dat is een soort van caisson - geplaatst over een onder-water-constructie waaraan men werkzaamheden in den droge wil verrichten - waarvan de onderzijde in open verbinding staat met het water. Met lucht onder overdruk verdrijft men het water uit de habitat, waarna duikers de ruimte kunnen betreden. Hun werkzaamheden kunnen zij daar weliswaar verrichten zonder hun duikuitrusting (SCUBA). Maar mocht onverhoopt water in de habitat binnendringen, dan kunnen de duikers met behulp van hun duikuitrusting onmiddellijk de habitat verlaten. Het spreekt voor zich dat deze werkwijze tenminste een opleiding tot SCUBA duiker veronderstelt (zie ook het vervolg van dit hoofdstuk). Op grond van de definities geldt het besluit niet voor duikwerkzaamheden waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een snorkel. In dat geval is immers geen sprake van inademing van een gas onder een hogere dan de atmosferische druk. (W) Blijkens artikel 5 lid 2 mag duikarbeid slechts worden verricht als de duiker beschikt over een geldig duikcertificaat dat betrekking heeft op de soort duikarbeid die hij verricht. Alleen een door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen instelling mag zo'n certificaat uitreiken. nadat betrokkene daar met goed gevolg een opleiding heeft voltooid (artikel 6 lid 1). De op artikel 6 lid 3 geënte Ministeriële regeling arbeid onder overdruk onderscheidt een drietal categorieën duikarbeid, t.w.:
16 A: duikarbeid met SCUBA Niet-industriële duikers werken vrijwel zonder uitzondering met SCUBA. Uit dien hoofde kunnen zij volstaan met een certificaat categorie A. Gedacht kan worden aan politieduikers, wetenschappelijke duikers e.d.
17 blz.13 (W) B: duikarbeid met SSE De opleiding voor het certificaat B staat alléén open voor hen die beschikken over een geldig certificaat categorie A. In aansluiting op de huidige praktijk - zowel in Nederland als in de belangrijke duiknaties elders in Europa (met name het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Noorwegen) - dient iedere duiker die onder water arbeid verricht, minimaal te beschikken over een certificaat categorie B. Deze duiker mag dus behalve SSE ook SCUBA gebruiken. De SSE-opleiding omvat tevens taak- en gereedschapstraining. (W) C: duikarbeid met een droge duikklok De opleiding voor het certificaat C staat alléén open voor hen die beschikken over een geldig certificaat categorie B (en dus ook beschikken over een certificaat categorie A) en die bovendien een periode in de praktijk werkzaam zijn geweest. (W) Naast deze drie categorieën onderscheidt de Ministeriële regeling arbeid onder overdruk twee speciale categorieën duikarbeid, verricht door brandweerduiker respectievelijk duiker bij het ministerie van Defensie. Voor beide categorieën bestaan afzonderlijke opleidingen. Overigens zal de Brandweeropleiding veel gelijkenis vertonen met de opleiding ten behoeve van het certificaat categorie A.
18 blz DESKUNDIGHEID EN GESCHIKTHEID (W) Duikarbeid mag krachtens artikel 2 van het Besluit arbeid onder overdruk slechts worden verricht door een persoon die tenminste achttien jaar is. Reden voor deze minimumleeftijdsgrens is dat jeugdigen de gevaren die aan duikarbeid zijn verbonden, onvoldoende kunnen taxeren. De grens is aldus vergelijkbaar met de leeftijdsgrens die aan het behalen van een rijbewijs is gesteld. Het besluit bevat geen maximum-leeftijdsgrens voor duikarbeid. Volgens de huidige inzichten is namelijk geen absolute leeftijdsgrens aan te geven waarboven duikarbeid niet langer verantwoord zou zijn. Het zal veeleer van de lichamelijke en geestelijke toestand van de duiker afhangen of overdruk gevaren oplevert voor zijn veiligheid en gezondheid. (W) Artikel 2 zegt dan ook dat een duiker in een zodanige lichamelijke en geestelijke toestand dient te verkeren dat hij bestand is tegen de gevaren, die zijn verbonden aan de door hem te verrichten arbeid, en dat hij in staat is deze te onderkennen en beperken. Mogelijk dat een geneeskundig onderzoek hierover uitsluitsel geeft. Het Besluit arbeid onder overdruk schrijft geneeskundig onderzoek evenwel niet voor, omdat zo'n verplichting (gebaseerd op artikel 25 van de Arbeidsomstandighedenwet) slechts overweging verdient als arbeid niet alleen voor de werknemer zelf, maar ook voor derden gevaren meebrengt. Aan dit laatste critenum voldoet duikarbeid niet. Dit laat het belang van een regelmatig medisch onderzoek van duikers echter onverlet. (W) In dit verband is goed te weten dat artikel 24a van de Arbeidsomstandighedenwet de werkgever verplicht zijn werknemers periodiek in de gelegenheid te stellen een onderzoek (het zgn. periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek) te ondergaan, dat erop is gericht de gevaren die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich brengt zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. (R ) In het geval van duikarbeid zou de frequentie daarvan ten minste een keer per jaar moeten bedragen. Het verdient overigens aanbeveling dat een werkgever het niet laat bij geneeskundig onderzoek. Bij voorkeur zou een arbodienst de duikarbeid moeten begeleiden. Adviezen, voorlichting en instructie van zo'n dienst kunnen de veiligheid en de gezondheid van de duiker aanmerkelijk verbeteren. Ook kan een arbodienst een bijdrage leveren aan ongevalspreventie. Het spreekt voor zich dat duikers goed bekend moeten zijn met de risico's van duikarbeid. Zij dienen een aantal veel voorkomende
19 procedures te kennen en zij moeten over een aantal basisvaardigheden beschikken.
20 blz.15 (W) Verder wordt van hen verlangd dat zij hun kennis op peil houden. Daarom bepaalt het Besluit arbeid onder overdruk - zoals hiervoor al is uiteengezet - dat duikers in het bezit moeten zijn van een geldig certificaat, verkregen door het volgen van een opleiding aan een door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen instelling (artikelen 5 en 6). Dit duikcertificaat moet zijn toegesneden op de categorie duikarbeid die de duiker gaat verrichten. Op het certificaat dat de aangewezen instelling uitreikt, staat dan ook aangegeven op welke categorie of categoneën duikarbeid het betrekking heeft. Verder moet iemand op de duiklocatie aanwezig zijn die beschikt over een geldig certificaat betreffende duikmedische begeleiding (artikel 5 lid 7). Als dit een lid van de duikploeg is, mag hij zelf niet duiken noch in de voorafgaande 12 uur zelf gedoken hebben. Ook dit duikcertificaat wordt uitgereikt door een instelling die daartoe door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aangewezen (artikel 6 lid 1). (W) Zowel het duikcertificaat als het certificaat duikmedische begeleiding moet aanwezig zijn nabij de plaats waar de duiker respectievelijk de duikmedische begeleider zijn werkzaamheden verricht. (R ) Aldus kan I-SZW op eenvoudige wijze nagaan of de betrokkenen gekwalificeerd zijn. De Ministeriële regeling arbeid onder overdruk geeft aan waaraan een certificaat dient te voldoen. (W) De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wijst - zoals gezegd - de instelling aan die het certificaat uitreikt (artikel 6 lid 1). Aan zo'n aanwijzing kan hij krachtens het Besluit arbeid onder overdruk (artikel 6 lid 3) bij ministeriële regeling voorwaarden verbinden, onder meer betreffende: a. de soorten opleiding die een aangewezen instelling verzorgt; b. de exameneisen ter verkrijging van een certificaat; c. de registratie van certificaten door de aangewezen instelling; d. de waardering van in het buitenland uitgereikte duikcertificaten en certificaten duikmedische begeleiding. In de Ministeriële regeling arbeid onder overdruk van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Staatscourant 195, 11 oktober ) zijn zulke voorwaarden opgenomen. (W) Duikarbeid die een cursist verricht in het kader van een opleiding ter verkrijging van een duikcertificaat, valt onder de werkingssfeer van het Besluit arbeid onder overdruk (artikel 6 lid 2). Dit betekent dat bij het verrichten van zulke duikarbeid aan alle bepalingen van dat besluit moet zijn voldaan, met uitzondering van het voorschrift over een geldig certificaat te beschikken. Verder dient zulke duikarbeid zodanig te worden verricht, dat hij geen gevaar oplevert voor de veiligheid en de gezondheid van de bij die arbeid betrokken personen. Daartoe moet het
21 opleidingsinstituut (de aangewezen instelling) onder andere een werkinstructie opstellen (zie eveneens hoofdstuk 5 van dit blad). (R ) In deze instructie moet de instelling met name aandacht besteden aan de bijzondere omstandigheden die zich kunnen voordoen bij het duiken door duikers in opleiding. Ook de medische begeleiding en ondersteuning van duikers in opleiding verdienen alle aandacht.
22 blz.16 (W) De snelle technische ontwikkeling en de aan duikarbeid verbonden gevaren maken het noodzakelijk dat de duiker en de duikmedische begeleider hun vaardigheden bijhouden. Artikel 31 a van de Arbeidsomstandighedenwet bepaalt dat een certificaat voor een beperkte tijdsduur wordt afgegeven. De aangewezen instelling moet dus bepalen hoe lang een door haar afgegeven duikcertificaat en certificaat duikmedische begeleiding geldig zijn en onder welke voorwaarden deze bewijzen daarna geldig blijven; voor dat laatste zal de duiker of de duikmedische begeleider zijn ervaring moeten bijhouden. Ook dient de instelling aan te geven hoe een verlopen certificaat weer geldig wordt (bijvoorbeeld via een aanvullend examen). (W) Voor brandweerlieden die duikwerkzaamheden verrichten, bestaan reeds speciale opleidingen en certificaten (brevetten). Met die omstandigheid houdt de Ministeriële regeling arbeid onder overdruk rekening. Het zelfde geldt voor duikers bij het ministerie van Defensie.
23 blz WERKINSTRUCTIE (W) Duikarbeid mag geen gevaar opleveren voor de veiligheid en de gezondheid. Een werkinstructie kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Ingevolge het Besluit arbeid onder overdruk moet een duikbedrijf specifieke voorschriften en procedures vastleggen in zo'n instructie (artikel 3 lid 1 a). (R ) Het stuk dient van dien aard te zijn dat het daarin neergelegde stramien bij de uitvoering van alle duikprojecten van het bedrijf kan worden gevolgd. Een eenmaal opgestelde werkinstructie heeft dan ook in beginsel een permanent karakter. Uiteraard moet de werkgever het document bijstellen als de specifieke omstandigheden op de duiklocatie (zoals meteorologische omstandigheden, getijdebewegingen en stromingen) hiertoe aanleiding geven of in geval duikarbeid verricht zal worden waarop de werkinstructie nog geen betrekking heeft. Als algemene eis geldt derhalve dat een werkinstructie eenvoudig is aan te passen als de duikwerkzaamheden daartoe nopen. Bij de opstelling van een werkinstructie dient de werkgever een zorgvuldige selectie te maken. Uiteindelijk moet een document resulteren dat de duiker de mogelijkheid biedt onder alle omstandigheden zijn werk veilig uit te voeren en in noodsituaties de juiste maatregelen te treffen. Zo'n instructie moet zijn aangepast aan de duikmethoden en werkzaamheden van de onderneming in kwestie. Voert het bedrijf bijvoorbeeld duikarbeid uit in combinatie met een habitat of onder gebruikmaking van de kofferdamtechniek 5), dan zal het ook aan deze beide werkwijzen aandacht moeten besteden. Daar staat tegenover dat als een bedrijf niet werkt met een natte duikklok het de werkwijze van zo'n klok niet in zijn werkinstructie behoeft op te nemen. 5) Deze technieken maken het mogelijk een werkplek die zich onder water bevindt, af te schermen en watervrij te maken. Het werk geschiedt onder overdruk (habitat) respectievelijk atmosferische druk (kofferdam). Veelal is de ruimte die door een kofferdam wordt omsloten, zonder duikuitrusting bereikbaar. Dreigt evenwel het gevaar dat die ruimte onder water komt te staan, dan zullen zij die er werken een SCUBA-uitrusting bij zich moeten hebben en desbetreffende training moeten hebben gevolgd.
24 blz.18 (R) Dat neemt niet weg dat een werkinstructie volgens een min of meer uniform systeem moet worden opgezet. Zo moet de werkgever tenminste aan de volgende onderwerpen aandacht besteden: a. verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de duikploegleden; b. te volgen duikprocedures, afhankelijk van uitrusting en ademgas, en daaruit voortvloeiende beperkingen ten aanzien van duikdiepte 6) en duikperiode; c. beschrijving, gebruiksaanwijzing, controle (met inbegrip van de wijze van administratie) alsmede onderhoud van te gebruiken duikmaterieel en gereedschap; d. duikbeperkingen dan wel maatregelen betreffende: 1. duikarbeid in andere vloeistoffen dan water of in verontreinigd water; 2. meteorologische omstandigheden, getijdebewegingen en stromingen op de duiklocatie; 3. vloeistof- en luchttemperatuur op de duiklocatie; 4. aanwezigheid en bewegingen van vaartuigen op de duiklocatie; 5. gevaren als gevolg van handelingen door derden en hoe deze gevaren weg te nemen; 6. specifieke gevaren op de duiklocatie; e. decompressie- en de behandelingstabellen, en daarbij behorende procedures; f. beperkingen bij het duiken vanaf een vaartuig, waaronder een verbod op het varen met een gevierde duikklok; g. de communicatie en de seinen; h. de verlichting van de duiklocatie en het positielicht van de duiker; i. het gebruik van elektriciteit; j. de beperkingen ten aanzien van het vliegen na het verrichten van duikarbeid; k. de hulpverlening aan en het redden van duikers; l. de noodprocedures; m. de noodenergievoorziening. 6) Wordt bijvoorbeeld lucht als ademhalingsgas gebruikt dan zal de decompressietabel een beperking aan de duikdiepte opleggen (ca 50 m).
25 blz.19 In deze opsomming schuilt het gevaar dat de werkinstructie uitdijt tot een lijvig handboek. Om een tweetal redenen verdient het aanbeveling de werkinstructie beknopt te houden. In de eerste plaats beschikt de duikwereld over een aantal algemeen aanvaarde standaardwerken ter bevordering van de veiligheid bij duikwerkzaamheden (zie voor een opsomming van relevante literatuur hoofdstuk 12). Wil een duikbedrijf aan al deze regels via zijn instructie tegemoet komen, dan dreigt het gevaar dat het een ondoorzichtige compilatie van deze boekwerken nastreeft. Beter is het in de werkinstructie zonodig te verwijzen naar relevante passages in deze publikaties. Een tweede reden de omvang van de werkinstructie binnen de perken te houden, is het hoge opleidingsniveau van de duiker. Van een beroepsduiker mag zonder meer een grote vakkennis en vakbekwaamheid worden verwacht 7). Het ligt daarom niet voor de hand de inhoud van de leerboeken die een duiker tijdens zijn opleiding gebruikte, over te nemen in een werkinstructie. Met andere woorden: basiskennis over duiken en duikarbeid die een duiker paraat dient te hebben. hoort niet thuis in een werkinstructie. 7) Volgens de Nederlandse wetgeving (alsook die van de overige landen rond de Noordzee) moet een duiker beschikken over een geldig duikcertificaat. Daarenboven moet de duiker zijn duiken registreren in een zgn. duiklogboek (zie hoofdstuk 8 van dit publicatieblad). Tenslotte verlangen duikmaatschappijen van duikers die bij hen geen vast dienstverband hebben, een uitgebreid curriculum vitae. Deze maatregelen maken het mogelijk snel te beoordelen of duikers die een karwei moeten uitvoeren, de benodigde kennis en ervaring hebben. Een alles omvattende duikinstructie - dat mag ook hieruit blijken - is voor een duiker dus niet nodig. Voor wie is de werkinstructie nu precies bedoeld? In de eerste plaats zijn dit de werknemers van de duikonderneming. De werkinstructie kan eigenlijk worden gezien als een afspraak tussen werkgever en werknemer over de werkwijze binnen de onderneming ter verhoging van de veiligheid. Tegelijkertijd zal de instructie ook een rol spelen in het beoordelingsproces van overheid en opdrachtgever. (R ) De werkinstructie dient - dat spreekt voor zich - bovendien recht te doen aan de Nederlandse (en eventueel de internationale) wetgeving op het vlak van duiken. (W) Tenslotte zij vermeld dat de werkinstructie aanwezig moet zijn nabij de duiklocatie.
26 blz.20 (W) De regiodirecteur van I-SZW (voorheen districtshoofd Arbeidsinspectie) is bevoegd betreffende een werkinstructie een zgn. eis te stellen. Hij kan hiertoe overgaan als de instructie naar zijn mening niet of onvoldoende aandacht besteedt aan de hiervoor genoemde onderwerpen. Ook kan hij een eis stellen indien de werkinstructie zijns inziens kan leiden tot een gevaarlijke uitvoering van duikarbeid. Wordt I-SZW geconfronteerd met duikwerkzaamheden die gevaarlijk zijn voor de veiligheid of de gezondheid, dan kan de regiodirecteur eveneens een eis stellen. In zo'n eis kan hij aangeven welke maatregelen de werkgever moet treffen opdat de duikwerkzaamheden conform de voorschriften verlopen. De werkgever is op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht aan de eis gevolg te geven. Een eis kan overigens ook verplichtingen aan werknemers opleggen. Zie in dit verband eveneens hoofdstuk 10.
27 blz.21 Globaal zou een werkinstructie er als volgt uit kunnen zien: (R) Hoofdstuk 1: Veiligheidsbeleid In dit inleidende hoofdstuk kunnen de volgende onderwerpen een plaats krijgen:. de algemene uitgangspunten van het veiligheidsbeleid;. de algemene veiligheidseisen die aan het personeel worden gesteld;. het organisatieschema van de ondernenning; het schema behoort duidelijk aan te geven wie verantwoordelijk zijn voor de veiligheid;. de wetten en wettelijke regels waarop de werkinstructie is gebaseerd. hoofdstuk 2: Individuele verantvvoordelijkheden Doorgaans vloeien duikongevallen voort uit misverstanden en andersoortig menselijk falen. Hierin is verbetering te brengen door elk lid van de duikploeg te instrueren over de organisatie en de verantwoordelijkheden. Binnen een duikploeg bestaan vaste taken die de teamleden - met uitzondering van de ploegleider- meestal beurtelings uitvoeren. Te denken valt aan lijnhouder, reserveduiker en bedienaar van de compressiekamer. De bijbehorende verantwoordelijkheden moeten nauwkeurig zijn omschreven, zodat een ieder weet wat van hem en van zijn ploeggenoten wordt verwacht. Omdat afwijkingen van de normale regels zodoende vlug opvallen, zullen de noodzakelijke afspraken naar verwachting bijtijds worden gemaakt. (R) Het hoofdstuk bevat tenminste het volgende:. een organisatieschema van de verantwoordelijkheden bij duikwerkzaamheden;. een beschrijving van de verschillende individuele verantwoordelijkheden betreffende de verschillende duikploegfuncties.
28 blz.22 hoofdstuk 3: Materieel en onderhoud Modern duikermaterieel inclusief de hulpapparatuur kan - afhankelijk van de soort duikarbeid die ermee wordt verricht - naar aard en technische complexiteit sterk verschillen. De werkinstructie dient de eisen te beschrijven waaraan dit materieel moet voldoen. De wetgever verlangt dat de werkgever zich er voortdurend van vergewist dat het materieel deugdelijk is en in goede staat verkeert. De werkinstructie dient te vermelden hoe het onderhoud aan het duikmaterieel verloopt en welke administratieve procedures daarbij gelden. Ook de classificatie en de inschakeling van competente bureaus moeten aandacht krijgen in de instructie. Verder beschrijft de werkinstructie welke ademgashoeveelheden beschikbaar moeten zijn, welke verontreinigingen maximaal zijn toegestaan en hoe deze laatste zijn te meten. Het is niet wenselijk de werking en bediening van het materieel in de werkinstructie te behandelen; beter kunnen - waar nodig - bestaande technische handleidingen worden gebruikt. (R) Kort samengevat besteedt dit hoofdstuk aandacht aan:. de minimale eisen die voor het in gebruik zijnde duikermaterieel gelden;. het certificeringsschema van het in gebruik zijnde duikmaterieel;. de onderhoudscriteria en het daarbij toegepaste administratief systeem;. criteria voor de minimum ademgashoeveelheden;. criteria voor de zuiverheid van de ademgassen.
29 blz.23 hoofdstuk 4: Duikprocedures De grote variatie die in de duikwerkzaamheden bestaat, vindt zijn neerslag in de verscheidenheid aan duikprocedures. Deze variatie heeft niet alleen van doen met de werkomgeving of duikdiepte, maar ook met de taken die onder water moeten worden uitgevoerd. De werkinstructie mag dan ook geen standaardprocedure beschrijven, maar moet zich houden aan de procedures die het bedrijf feitelijk uitvoert. Eveneens aan bod moeten komen welke gereedschappen de duiker daadwerkelijk gebruikt, hoe deze werken en welke specifieke risico's aan hun gebruik verbonden zijn. (R) In concreto zou het hoofdstuk op de volgende onderwerpen moeten ingaan:. de algemene eisen die gelden voor (lucht)duikoperaties die bij het bedrijf in zwang zijn (de duikdiepte op lucht mag niet meer zijn dan 50 m; duikoperaties van af varende objecten is niet toegestaan ect.);. specifieke eisen of beperkingen ten aanzien van SCUBA-duiken en het duiken met luchtvoorziening van de oppervlakte (SSE);. de tijdelijke duikongeschiktheid van een duiker;. specifieke onderwaterrisico's als gevolg van bijvoorbeeld onderwatermachines (onder water bewegende onderdelen zoals scheepsschroeven en ROV's (Remotely Operated Vehicle), ankerlijnen die worden verhaald, hijsapparatuur, in- en uitlaten, waterverontreiniging en gevaarlijke/giftige dieren en planten;. het communicatiesysteem en de gemeenschappelijke taal die de duikers gebruiken;. het systeem van lijnsignalen als reservecommunicatiesysteem;. de duikvoorbereiding;. het bemanningsniveau van de duikploegen, en het schema van de werkuren en eventuele ploegendiensten;. de te voeren administratie;. de procedures ter handhaving van de veiligheid, waaronder de methode veiligheidsincidenten te rapporteren;. de veiligheidsmaatregelen bij duikoperaties, waaronder die voor het gebruik van de compressietank;. de veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van de gangbare gereedschappen.
30 blz.24 hoofdstuk 5: Richtlijnen voor decompressie Voor de verschillende decompressiemethoden bestaan verschillende soorten decompressietabellen, ieder met eigen mogelijkheden en beperkingen. Voor uitzonderlijke duikwerkzaamheden ontwikkelt men soms speciale decompressietabellen. Het gebruik van decompressietabellen hangt af van een aantal zeer nauwkeurig te omschrijven begrippen, zoals duikdiepte, duiktijd en opkomsttijd. Helaas is de definitie van deze begrippen in de verschillende tabellen niet altijd gelijk. Een verstoring van de voorgenomen decompressie is soms niet te voorkomen; voor die gevallen moeten er speciale procedures zijn die aangeven hoe verder te handelen. Enige tijd na het duiken - ook al is volgens voorschrift gedecomprimeerd - bevat het lichaam een verhoogde hoeveelheid stikstofgas (of ander inert gas). Duikerziekten zijn dan niet uitgesloten. Het is daarom gewenst dat de duiker afhankelijk van de duikbelasting een bepaalde tijd in de nabijheid van een compressietank blijft. Komt de duiker na zijn 'overdrukwerk' onder onderdruk te verkeren, dan kunnen nog gemakkelijker stikstofbelletjes in de bloedbaan ontstaan. Om dat ongewenste effect te vermijden, gelden na het duiken enige tijd vliegbeperkingen. Het is van groot belang dat de duikploegleden alsook alle anderen die direct met de duikoperatie van doen hebben, weten welke decompressiemethode wordt toegepast en hoe die moet verlopen. (R) Dit hoofdstuk beschrijft:. welke gevalideerde decompressietabellen bij welke werkzaamheden zullen worden gebruikt (het is onpraktisch en ongewenst dat de tabellen deel uitmaken van de werkinstructie);. de definities waarop de decompressietabel stoelt;. de verschillende decompressiemethoden die zullen worden toegepast;. de gebruiksregels van de tabellen, met inbegrip van de noodprocedures bij verstoring van het normale decompressieverloop;. het voorgeschreven verblijf in de omgeving van een compressietank na de duik;. de vliegbeperkingen na de duik.
31 blz.25 hoofdstuk 6: Ongevalsmelding en medische hulp: De voorgaande vijf hoofdstukken behandelen de normale duikoperatie. De hoofdstukken 6 tot en met 8 geven aan hoe te handelen als zich onverhoopt een duikongeval mocht voordoen. Communicatie speelt na een ongeval een belangrijke zo niet cruciale rol, vooral bij duikoperaties in moeilijk te bereiken gebieden. Het verdient aanbeveling alle gegevens die op communicatie betrekking hebben, te bundelen. Aldus zijn wijzigingen in de gegevens (die zich in adressen en telefoonnummers altijd voordoen) eenvoudiger en sneller aan te brengen. Ongevallen dienen aan verschillende organisaties te worden gemeld. De schaal van een ongeval kan evenwel sterk variëren. Van de omvang en de ernst van een ongeval zal afhangen welk 'meldniveau' noodzakelijk is. De werkinstructie dient hier regels voor te geven. Soms lukt het niet de gevolgen van een ongeval zelf - dat wil zeggen: zonder exteme hulp - de baas te worden; in zulke gevallen is een beroep op deskundigen noodzakelijk. (R) Kort samengevat moet hoofdstuk 6 bevatten:. de verschillende meldingsniveaus bij ongevallen met inbegrip van een schema van het verloop der meldingen van de diverse instanties;. de lijsten met telefoonnummers van hen die een operationele en duikmedische verantwoordelijkheid hebben bij de afwikkeling van ernstige ongevallen;. een lijst van ambtenaren die moeten worden verwittigd, en van organisaties die deskundige hulp bij ongevallen kunnen verlenen (deze lijst is sterk afhankelijk van de werklocatie en van het soort werkzaamheden);. de procedure bij ongevallen, in het bijzonder bij ernstige en/of dodelijke ongevallen. hoofdstuk 7: Inschakeling reserveduiker (W) In zijn algemeenheid geldt dat duiken alléén is toegestaan in aanwezigheid van een reserveduiker. (R ) Zo'n duiker verricht - als lid van de duikploeg - werkzaamheden aan de oppervlakte. Hij dient echter een duikuitrusting bij zich te hebben die hij onmiddellijk kan aantrekken en omhangen zodra dat noodzakelijk is voor het verlenen van hulp aan en het redden van een in moeilijkheden geraakte duiker. (W) Is de duikdiepte in water kleiner dan 9 m en de stroomsnelheid kleiner dan 0,5 m/s, en bestaat daarenboven geen voorzienbare kans dat de duiker in die vloeistof in moeilijkheden raakt, dan mag de ploegleider als reserveduiker optreden. (R ) In uitgesproken riskante situaties treedt de reserveduiker op als 'stand-by-duiker', hetgeen wil zeggen dat hij - nagenoeg geheel gekleed in duikuitrusting - aan de oppervlakte gereed staat om in geval van nood onmiddellijk te water te gaan voor het verlenen van hulp aan of het redden van een in moeilijkheden geraakte duiker.
32 De duikploegleden dienen bekend te zijn met de regels die gelden ten aanzien van de reserveduiker. Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de volgende onderwerpen:. de gebeurtenissen die tot de inschakeling van de reserveduiker nopen;. de regels die gelden bij de inschakeling van de reserveduiker;. richtlijnen voor de reserveduiker en zijn uitrusting.
33 blz.26 hoofdstuk 8: EHBO-verlening en decompressieziektebehandeling Verblijf onder overdruk kan tot verschillende duikerziekten leiden; de bekendste daarvan is decompressieziekte. De ernst van duikongevallen ligt meestal in het acute karakter ervan (bijvoorbeeld bewusteloosheid ten gevolge van een stremming in de ademgastoevoer, hevige pijnklachten en verlammingsverschijnseien bij decompressieziekte). Onmiddellijke hulp is in die omstandigheden geboden. Duikers moeten dan ook een specifieke EHBO-opleiding volgen om in geval van nood aan zulke problemen het hoofd te kunnen bieden. (W ) Bovendien moet nabij de plaats waar arbeid onder overdruk wordt verricht iemand aanwezig zijn die beschikt over een certificaat duikmedische begeleiding. Uit dien hoofde kan de werkinstructie volstaan met een beknopt overzicht van hetgeen op EHBO- en preventiegebied noodzakelijk is. (W) Voor de volledigheid wordt hier nog verwezen naar artikel 3 lid 1 c/d en lid 2 van het Besluit arbeid onder overdruk, die eisen stellen aan respectievelijk de medische opleiding, de medische uitrusting die op de duiklocatie aanwezig moet zijn en de mogelijkheid terstond een arts te raadplegen. (R ) Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de volgende onderwerpen:. een beknopte beschrijving van de bekende duikerziekten, waarin per ziekte de volgende aspecten aan bod komen: oorzaak, verschijnselen, EHBO/behandeling en preventie;. een diagnosetabel voor decompressieziekte en burstlung/luchtembolie;. stroomdiagrammen voor de behandeling van luchtembolie en decompressieziekte (voor zuurstof- en luchtbehandelingstabellen, voor de normale behandeling en voor die gevallen waarin de verschijnselen gedurende en na de behandeling terugkeren);. zuurstofbehandelingstabellen voor luchtembolie en decompressieziekte;. Luchtbehandelingstabellen voor luchtembolie en decompressieziekte (deze dienen als reserve als onverhoopt niet over zuurstof kan worden beschikt);. een informatielijst voor duikongevallen;. een behandelingscontrolelijst voor duikongevallen.
34 blz DUIKPLOEG, RESERVEDUIKER EN PLOEGLEIDER Algemeen Als een duiker in moeilijkheden raakt, heeft hij weinig mogelijkheden zonder hulp van anderen uit de problemen te komen. (W ) Krachtens het Besluit arbeid onder overdruk (artikel 5 lid 1) mag een duiker dan ook slechts duikarbeid verrichten als een reserveduiker hem bijstaat en een ploegleider hem leiding geeft. Een duikploeg bestaat zodoende uit tenminste drie personen. (R ) Met die bepaling beoogt de wetgever de risico's van duikarbeid verder uit te bannen. Hoe groot een duikploeg in de praktijk moet zijn, hangt voorts af van de aard van de te verrichten arbeid. (W) De duikploegleden moeten - zoals vaker betoogd - in een goede lichamelijke en geestelijke toestand verkeren, zodanig dat zij bestand zijn tegen de gevaren van duikarbeid en deze kunnen onderkennen en beperken. (R) Verder moeten zij een gemeenschappelijke taal voldoende beheersen. (W ) Alleen indien de duikarbeid wordt verricht in een vloeistof met een maximaal bereikbare diepte van 9 meter en een maximale stroomsnelheid van 0,5 m/s - en daarenboven geen voorzienbare kans bestaat dat de duiker in die vloeistof in moeilijkheden raakt - mag een duikploeg bestaan uit een duiker en een ploegleider die dan tevens als reserveduiker optreedt (artikel 5 lid 6). De ploegleider moet in dat geval over zowel een geldig duikcertificaat als een geldig certificaat duikmedische begeleiding beschikken. Reserveduiker (W) In een duikploeg moet steeds ten minste één duiker, de zgn. reserveduiker, speciaal zijn belast met het verlenen van hulp aan en het redden van in moeilijkheden geraakte duikers. Voor een goede vervulling van zijn taak is het noodzakelijk dat hij geen reguliere duikarbeid verricht. De reserveduiker mag slechts duikarbeid verrichten voor zover dat nodig is voor de goede vervulling van deze taak (artikel 5 lid 3). Zie in dit verband ook hoofdstuk 5 van dit publikatieblad.
35 blz.28 Ploegleider (W) De ploegleider is belast met het uitoefenen van toezicht bij de duikarbeid. (R) Hij moet in staat zijn te bepalen hoe de duikarbeid het best kan worden uitgevoerd. Daarnaast moet hij weten welke procedures nodig zijn indien zich tijdens de duikarbeid een noodsituatie voordoet. Hij moet goede kennis hebben van de categorie duikarbeid die wordt uitgevoerd en daarin de nodige ervaring hebben opgedaan. De ploegleider heeft - dat zal duidelijk zijn - een sleutelpositie in elke duikoperatie. Zijn verantwoordelijkheid is groot. Niet alleen wordt hij geconfronteerd met ingewikkelde duikapparatuur, (hulp)gereedschappen en duikwerkzaamheden, ook moet hij voldoen aan talrijke regels en richtlijnen van overheid en opdrachtgever. Bovendien moet hij rekening houden met allerlei andere werkzaamheden die de opdrachtgever of onderaannemer uitvoert. Een duikoperatie is dan ook slechts uitvoerbaar indien ze uiterst systematisch verloopt. De noodzakelijke handelingen moeten stap voor stap - soms zelfs met behulp van controlelijsten - worden uitgevoerd, onder voortdurende registratie van de resultaten.
36 blz.29 (W) De ploegleider mag slechts duikarbeid verrichten indien hij tevens als reserveduiker optreedt (voor het geval de duikploeg uit slechts twee personen bestaat). In dat geval moet hij beschikken over een geldig certificaat van de desbetreffende duikcategorie. Omdat duikers hun werk vaak op afgelegen plaatsen verrichten, verplicht het Besluit arbeid onder overdruk tot permanente medische begeleiding ter plekke (artikel 3 lid 1c). Op de duiklocatie moeten de meest noodzakelijke medische ingrepen kunnen worden uitgevoerd. Daartoe dient iemand aanwezig te zijn die in het bezit is van een geldig certificaat duikmedische begeleiding dat afkomstig is van een zgn. aangewezen instelling (artikel 5 lid 7) 10) Tenslotte moet hij te allen tijde medisch advies kunnen inwinnen - bijvoorbeeld telefonisch - bij een arts die weet hoe hij duikerziekten moet behandelen (artikel 3 lid 2). 10) Het NDC verzorgt twee medische opleidingen voor beroepsduikers, te weten de cursussen 'Medische aspecten van het duiken A' (MAD-A) en 'Medische aspecten van het duiken B' (MAD-B). In de MAD-A-opleiding doen de cursisten onder meer kennis op over de theorie van specifieke medische duikrisico's, en over natuurkundige, anatomische en pathologische achtergronden van duikerziekten. Verder leren zij hoe duikerziekten te voorkomen, herkennen en te behandelen (trefwoorden: reanimatie onder isobare en hyperbare omstandigheden, transport, behandelingstabellen, medicijnen en nazorg). De MAD-B opleiding, die alleen toegankelijk is voor hen die over een geldig MAD-A-certificaat beschikken, heeft tot doel vaardigheden aan te leren die nodig zijn om een gewonde of zieke duiker gedurende langere tijd te behandelen of te verzorgen in overleg met een deskundige arts (op afstand). De opleiding is bedoeld voor duikerpersoneel of geneeskundig personeel dat vertrouwd is met moderne duiktechnieken en dat in staat is langdurig onder ovendruk te werken. Zowel het MAD-A- als MAD-B-certificaat behoudt zijn geldigheid als per twee jaar respectievelijk jaarlijks een herhalingscursus wordt gevolgd.
37 blz.30 Voor deze artsen bestaat tot op heden geen door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen of het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport erkende opleiding. Wel publiceert de minister van Economische Zaken jaarlijks - in het kader van het Mijnreglement continentaal plat, het Mijnreglement 1964 en de richtlijnen Duikwerkzaamheden van het Staatstoezicht op de Mijnen - een lijst van namen en adressen van zgn. duikerartsen. Een duikerarts - zo vermelden de genoemde richtlijnen - is een 'erkend geneeskundige met tenminste 1 jaar ervaring als zodanig en die een aanvullende theoretische en praktische opleiding heeft gevolgd in het diagnostiseren en behandelen van duikerziekten.' (W) Om er zeker van te zijn dat doeltreffende hulp kan worden verleend, is het noodzakelijk dat nabij de arbeidsplaats diagnostische apparatuur en behandelingsvoorzieningen aanwezig zijn. (R) Onderdeel d van artikel 3 lid 1 voorziet hierin. Deze uitrusting moet worden vastgesteld in overeenstemming met de arts genoemd in artikel 3 lid 2 van het Besluit arbeid onder overdruk.
38 blz DUIKMATERIEEL (W) Duikarbeid kan niet zonder deugdelijk materieel en ademgas van goede kwaliteit. Vandaar dat het Besluit arbeid onder overdruk aan het materieel en het ademgas eisen stelt (artikel 3 lid 1b). (R) Ten minste zijn nodig: a. een veilige en doeltreffende voorziening die tijdens duikarbeid het ademgas aan de duiker toevoert; b. bij het duiken met oppervlakte-ademgasvoorziening (SSE) een onafhankelijke hoeveelheid reserve-ademgas, zodat de duiker bij het onverhoopt wegvallen van de primaire voorziening zelf kan overschakelen op een andere ademgasvoorziening. Die andere voorziening moet hem in de gelegenheid stellen dusdanig lang te ademen dat er voldoende tijd is dat een reserveduiker hem te hulp schiet. De uitgebreidheid van het benodigde ademgassysteem en de reserve-ademgasvoorziening moet blijken uit een risico-analyse (risico-inventarisatie). Ook een SCUBA-duiker moet altijd op reserve-ademgas kunnen rekenen. Hij mag daarom tijdens reguliere werkzaamheden zijn gasflessen nooit geheel ledigen; er dient - met andere woorden - altijd voldoende reservelucht te resteren voor onvoorziene omstandigheden. De benodigde hoeveelheid reservelucht dient ook hier met een risico-analyse te worden vastgesteld; c. een seinlijn van voldoende sterkte voor iedere duiker, tenzij het soort duikarbeid het gebruik van een seinlijn uitsluit en een ander beveiligingssysteem voor de duiker beschikbaar is. Doorgaans zal sprake zijn van verbale communicatie met de duiker; niettemin is voor noodgevallen een systeem van lijnsignalen nodig. In bijlage 2 van dit blad zijn de standaard-signalen vermeld 11). Elk duikploeglid moet deze signalen kennen; d. voorzieningen waarmee de ploegleider en de duikers op doelmatige wijze met elkaar kunnen communiceren; e. voorzieningen waarmee de duiker op veilige wijze in en uit de vloeistof kan komen, waarin hij duikarbeid verricht; f. een voorziening waardoor de ploegleider voortdurend op de hoogte kan zijn van de diepte waarop de duiker zich bevindt; g. indien de duiklocatie niet of onvoldoende verlicht is: een aan de duiker bevestigde voorziening die de positie van de duiker bij verblijf aan de oppervlakte aangeeft, alsmede afdoende verlichting van de plaats vanwaar wordt gedoken; h. indien het gevaar bestaat dat de lichaamstemperatuur van de duiker te veel daalt of stijgt: voorzieningen om de lichaamstemperatuur van de duiker op peil te houden; i. indien wordt gedoken naar een diepte van 50 meter of meer een duiksysteem. 11) NB. Brandweerduikers is het toegestaan eigen lijnsignalen te gebruiken.
39 blz.32 (W) Zoals gezegd, dient het te gebruiken ademgas van goede kwaliteit te zijn (artikel 3 lid 1 b). (R) De werkgever dient zich voortdurend te vergewissen van de deugdelijkheid van de bedoelde voorzieningen en van de vereiste kwaliteit van het ademgas. Hij moet daarbij de desbetreffende industrienormen aanhouden (zie paragraaf Normen). Maakt de duiker gebruik van een ademhalingsgas anders dan lucht, dan moet aan de oppervlakte de kwaliteit ervan permanent worden bewaakt; een alarmsysteem maakt onmiddellijk melding van een afwijking van de vereiste samenstelling. Eventueel is een uitzondering op deze regel mogelijk als SCUBA-duikers een mengselgas gebruiken. (W) Bovendien moet nabij de duiklocatie voldoende materieel aanwezig zijn voor eventuele eerste hulpverlening (artikel 3 lid 1d). Nodig is een EHBO uitrusting, afgestemd op de categorie duikarbeid die wordt verricht. Deze uitrusting - die ten minste een zuurstofkoffer bevat - moet worden vastgesteld in overeenstemming met de arts genoemd in artikel 3 lid 2 van het Besluit arbeid onder overdruk. (W) Is de duikdiepte in water 15 meter of meer (in een andere vloeistof bij een druk groter dan 1, Pascal boven de atmosferische druk) dan moet een geschikte compressiekamer voorhanden zijn (artikel 7). In een compressiekamer kunnen mogelijk optredende decompressieziekten worden bestreden 12). Mochten zich namelijk bij de duiker na afloop van zijn werkzaamheden en zijn in het water uitgevoerde decompressie, ziekteverschijnselen voordoen, dan kan hij in zo'n compressiekamer snel opnieuw onder druk worden gebracht. In deze kamer herhaalt men de decompressie onder nauwkeurig gecontroleerde omstandigheden met als gevolg dat de ziekteverschijnselen weer verdwijnen. (W) Aan hoeveel personen de compressiekamer ruimte moet kunnen bieden, is afhankelijk van het aantal duikers en de aard van de werkzaamheden. Er moeten echter ten minste twee personen in kunnen. (R) De compressiekamer moet verder voorzien zijn van een personensluis en van een aparte doorsluisvoorziening voor voedsel en medicijnen. Daarenboven moet aan de compressiekamer ademhalingsgas kunnen worden toegevoerd voor therapeutische recompressie. De temperatuur in een compressiekamer moet zodanig zijn dat een optimale decompressie is gewaarborgd. In een compressiekamer moet zich een doelmatige en in goede staat van onderhoud verkerende brandblusinstallatie bevinden, die onder hyperbare omstandigheden bruikbaar is. Vanuit de compressiekamer moet voortdurend telefonisch contact mogelijk zijn met de 'persoon (...) die de werknemers adequaat medisch begeleiden kan' (zie artikel 3 lid 1 c van het Besluit arbeid onder overdruk). Overigens moet de compressiekamer voldoen aan de eisen die onafhankelijke classificatiebureaus stellen. Een werkgever moet er ten slotte voor zorgen dat de compressiekamer veilig wordt gebruikt; te
40 denken valt in dit verband aan een rookverbod, en aan voorschriften betreffende het zuurstofgehalte en het vetvrij- en olievrij houden van de kleding. 12) Een compressiekamer kan overigens ook worden gebruikt voor reguliere oppervlaktedecompressie.
41 blz REGISTRATIEVERPLICHTINGEN 8.1 Duiklogboek (W) Krachtens artikel 5 lid 4 van het Besluit arbeid onder overdruk moet hij die duikarbeid heeft verricht daarvan aantekening houden in een persoonlijk duiklogboek. (R) Hierin vermeldt hij behalve de aard van de duikarbeid tenminste het gevolgde duikschema inclusief het gevolgde decompressieverloop alsmede de verblijftijd in de vloeistof. De bedoelde gegevens zijn van belang om in geval van decompressieziekten - na te kunnen gaan waardoor de ziekte is ontstaan. Uit het duiklogboek blijkt tevens of de duiker zijn ervaring voldoende bijhoudt. Een duiklogboek - dat dient te zijn voorzien van doorgenummerde pagina's - moet de personalia en de handtekening van de duiker bevatten. Bij voorkeur onmiddellijk na de duikarbeid maar uiterlijk binnen 24 uur moet de duiker ten minste de volgende gegevens in het duiklogboek vermelden: a. de naam en het adres van de werkgever; b. de datum; c. de duiklocatie; d. de naam van de ploegleider; e. het gevolgde duikschema, waaronder het tijdstip van het verlaten van de oppervlakte, de duikdiepte met de daarbij behorende verblijftijden, het tijdstip van het bereiken van de oppervlakte en de decompressieverloop; f. het type ademhalingsapparatuur en het voor de ademhaling gebruikte gas; g. de aard van de duikarbeid en het daarbij gebruikte gereedschap.
42 blz Ongevals- en schademelding Weliswaar verplicht het Besluit arbeid onder overdruk daartoe niet maar ook voor de werkgever kan het zinvol zijn de gegevens van de door zijn werknemers uitgevoerde duiken bij te houden. (W) Indien de werkgever in zo'n register aantekening houdt van eventuele schades en ongevallen, voldoet de werkgever en passant aan de registratieverplichting op grond van artikel 9 lid 3 van de Arbeidsomstandighedenwet. Dit artikellid schrijft namelijk voor dat de werkgever van alle ongevallen, gebeurtenissen met grote materiële schade, waarbij gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van werknemers heeft bestaan, aantekening houdt in een register. Artikel 9 van de Arbeidsomstandighedenwet bevat ook een aantal meldingsverplichtingen. Zo dient de regiodirecteur van I-SZW onverwijld op de hoogte te worden gesteld van dodelijke ongevallen of ongevallen met ernstig lichamelijk letsel die zich bij duikwerkzaamheden hebben voorgedaan. Een ongeval is in dat verband 'een aan een werknemer in verband met het verrichten van arbeid overkomen ongewilde, plotselinge gebeurtenis, die schade aan de gezondheid of de dood tot vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad en ertoe heeft geleid dat de werknemer tijdens de werktijd de arbeid heeft gestaakt en niet meer heeft hervat, dan wel met de arbeid geen aanvang heeft gemaakt.' (zie de ministeriële regeling van 22 september 1987 Staatscourant 197). Verder moet de werkgever de regiodirecteur melding maken van een gebeurtenis 'waarbij grote materiële schade is ontstaan en waarbij tevens gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van werknemers heeft bestaan.' Grote materiële schade is in dat verband 'schade aan gebouwen, materieel, grondstoffen of produkten, die een rechtstreeks gevolg van een ongewenste gebeurtenis is, ten bedrage van ten minste F ' (zie ministeriële regeling van 22 september Staatscourant 197). Tenslotte is melding verplicht van beroepsziekten of gevaar voor de gezondheid als gevolg van arbeid. De al genoemde ministeriële regeling geeft uitsluitsel over de begrippen 'ernstig lichamelijk letsel' en 'beroepsziekte'. Ernstig lichamelijk letsel is 'schade aan de gezondheid, die binnen 24 uur na het tijdstip van de gebeurtenis leidt tot opname in een ziekenhuis ter observatie of behandeling. dan wel naar redelijk oordeel blijvend zal zijn.' Een beroepsziekte is 'een ziekte of aandoening, die in hoofdzaak het gevolg is van arbeid of arbeidsomstandigheden.'
43 blz VERPLICHTINGEN VAN WERKGEVER, WERKNEMERS ENM ZELFSTANDINGEN 9.1 Beleidsvoering, risicoinventarisatie, risico-evaluatie en jaarplan (W) De werkgever moet zorgen voor een goede kwaliteit van de arbeid in zijn bedrijf. Bij al zijn belangrijke beslissingen dient hij zich af te vragen wat de effecten ervan zijn op de arbeidsomstandigheden. Vandaar dat de Arbowet de werkgever verplicht 'bij het voeren van zijn algemeen ondernemingsbeleid, dit beleid mede te richten op een zo groot mogelijke veiligheid, een zo goed mogelijke bescherming van de gezondheid en het bevorderen van het welzijn van de werknemer' (artikel 4). Voor alle betrokkenen moet duidelijk zijn welke arbeidsomstandigheden de werkgever wil bereiken, hoe hij dat denkt te doen en welke middelen hij daarvoor ter beschikking stelt. Overleg en afspraken met zijn werknemers zijn dan ook onontbeerlijk. (W) Het beoogde beleid vereist een systematische benadering. Voorop staat daarin het verzamelen van informatie over de feitelijke situatie en informatie over de gewenste situatie. Iedere werkgever is wettelijk verplicht alle gevaren op het gebied van veiligheid, gezondheid en het welzijn voor de werknemers te 'inventariseren' en te 'evalueren'. Met 'inventariseren' bedoelt de wet het in kaart brengen van de gevaren. 'Evalueren' heeft betrekking op het schatten van de risico's en het vergelijken met een norm. Die norm kan een wettelijke bepaling zijn, een regel die vastgelegd is in een publikatieblad van I-SZW, een NEN-norm, etc. Zo vaak als ervaringen, gewijzigde werkmethoden en/of werkomstandigheden daartoe aanleiding geven, dienen de inventarisatie en evaluatie te worden aangepast. De werkgever moet zich bij de uitvoering van een aantal in de Arbowet genoemde taken laten ondersteunen door deskundigen. Daartoe behoren onder meer de genoemde risico-inventarisatie en risico-evaluatie. (W) Nadat de risico's geïnventariseerd zijn en beoordeeld op omvang en ernst, moet de werkgever een plan van aanpak opstellen.
44 blz.36 Zo'n plan is een belangrijke voorwaarde voor een gestructureende benadering van de arbeidsomstandigheden. Een goed plan van aanpak geeft immers niet alleen inzicht in de voornemens, maar ook in de wijze waarop en de termijn waarbinnen de werkgever deze voornemens denkt te verwezenlijken. Bovendien biedt een plan van aanpak de mogelijkheid achteraf na te gaan in hoeverre de doelstellingen zijn verwezenlijkt. (W) In zijn algemeenheid geldt dat maatregelen aan de bron de voorkeur verdienen. Die benadering beoogt risico's bij hun ontstaan al zoveel mogelijk te voorkomen. In sommige gevallen zou het echter onredelijk zijn maatregelen aan de bron te eisen. Zij kunnen bijvoorbeeld technisch niet uitvoerbaar zijn of naar verhouding te duur. Pas als dat vaststaat, zijn maatregelen toegestaan die de blootstelling aan de risico's verminderen of het schadelijk effect beperken. Zijn ook deze maatregelen redelijkerwijs niet mogelijk, dan komt in laatste instantie de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen in aanmerking. De werkgever is verplicht over het plan van aanpak met zijn werknemers(vertegenwoordiging) vooraf overleg te voeren. Dat kan in het reguliere overleg met de OR en in het werkoverleg per afdeling. Bedrijven met meer dan 100 werknemers zijn verplicht ieder jaar een arbojaarplan op te stellen. In dit arbojaarplan moeten zij aangegeven welke concrete voornemens in dat jaar zullen worden uitgevoerd. Het ligt voor de hand het plan van aanpak en het jaarplan op elkaar af te stemmen. Desgewenst kan het arbojaarplan onderdeel uitmaken van het plan van aanpak. De hiervoor vermelde aspecten komen uitvoerig aan bod in het Publikatieblad Arbo- en verzuimbeleid (P 190) van I-SZW.
45 blz Voorlichting en onderricht Belangrijke elementen van de Arbo-regelgeving zijn de voorlichting en het onderricht aan hen die werk verrichten dat gevaar voor veiligheid, gezondheid en welzijn oplevert. (W) De werkgever moet een werknemer bij zijn indiensttreding inlichten over de aard van zijn werkzaamheden en over de daaraan verbonden gevaren. Verder moet hij de werknemer laten weten welke maatregelen worden of zijn getroffen om die gevaren te voorkomen of te beperken. De werkgever moet er tevens voor zorgen dat werknemers aan hun taak aangepast onderricht ontvangen ter verbetering van hun veiligheid, gezondheid en welzijn. Zo dient hij de werknemer te (laten) instrueren over doel en werking van beveiligingen op werktuigen en machines. Die instructie kan een behoorlijke diepgang hebben, aangezien de duiker een goed opgeleide kracht is, gepokt en gemazeld in de duikarbeid. Overigens betreffen voorlichting en onderricht niet alleen duikarbeid zelf maar ook de gevaren en risico's die op de arbeidsplaats heersen van waaruit gedoken wordt. Verder dient de werkgever zijn werknemers te wijzen op hun rechten en plichten inzake arbeidsomstandigheden in het algemeen, bijvoorbeeld op de wenselijkheid mee te werken aan het voor hen georganiseerde voorlichtings- en instructieprogramma, en op hun recht bij bepaalde beslissingen te worden gehoord. In de voorgeschreven werkinstructie kan de werkgever veel van de noodzakelijke gegevens over voorlichting en onderricht kwijt. Ter bekorting wordt naar hoofdstuk 5: Werkinstructie verwezen. De hiervoor bedoelde voorschriften volgen rechtstreeks uit artikel 6 van de Arbeidsomstandighedenwet.
46 blz Herhaling van voorlichting en onderricht (W) Zonodig moet de werkgever de voorlichting op gezette tijden herhalen. Bijvoorbeeld een wijziging van de werkmethoden of werkomstandigheden kan van invloed zijn op de situatie. In zo'n geval beziet de werkgever over welke elementen hij de werknemers aanvullend moet inlichten en instrueren. Niet uitgesloten is verder dat een werknemer na verloop van tijd de gegeven instructies en aanbevelingen niet (meer) in voldoende mate opvolgt. Ook in zulke gevallen is voorlichting opnieuw op haar plaats. Onafhankelijk van dit soort overwegingen is het aan te bevelen de voorlichting en de instructie op gezette tijden te herhalen. 9.4 Samenwerking en overleg (W) Krachtens artikel 13 van de Arbowet moeten werkgevers en werknemers gezamenlijk de zorg voor veiligheid, gezondheid en welzijn binnen hun bedrijf of de inrichting behartigen. Overleg tussen de betrokkenen is daartoe onontbeerlijk. Hoewel de OR van het bedrijf het officiële overlegorgaan is, blijkt ook de mening van de direct betrokken werknemers telkens weer onmisbaar. Zij kunnen immers vaak het beste beoordelen of bepaalde maatregelen die op papier goed ogen, in de praktijk ook werkelijk uitvoerbaar zijn. Voorzieningen die zijn aangebracht in overleg met de dagelijkse gebruikers van de machines en de apparatuur, zullen bovendien minder vaak als onwerkbaar aan de kant worden gezet. Zeker de (doorgaans relatief kleine groep) duikspecialisten verdient het rechtstreeks te worden aangesproken. Vanzelfsprekend mag het formele overleg met de OR in zulke gevallen niet achterwege blijven. (W) De werkgever overlegt met de OR en de werknemers onder meer over voorlichting en onderricht, over de opstelling van de werkinstructie en over de aan het materieel te stellen eisen. Artikel 12 van de Arbowet verplicht de werknemers de aangebrachte beveiligingen daadwerkelijk te gebruiken.
47 blz Zelfstandigen (W) De Arbeidsomstandighedenwet definieert de begrippen werkgever en werknemer nauwkeurig. De werkgever is 'degene jegens wie een ander krachtens arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid, behalve indien die ander aan een derde ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid, welke die derde gewoonlijk doet verrichten'. Werkgever is tevens hiervoor genoemde derde. De werknemer is de 'ander' die arbeid verricht. Behalve werkgevers en werknemers komen in het arbeidsproces ook zelfstandigen voor. Zeker in de duikwereld vormen zij geen zeldzame categorie. (W) De wetgever beoogt de veiligheid en de gezondheid van deze zelfstandigen eveneens te waarborgen. Vandaar dat het Besluit arbeid onder overdruk ook op hen van toepassing is (zie artikel 11). Zo moet bijvoorbeeld ook een zelfstandige duiker duikarbeid in ploegverband verrichten.
48 blz WERKWIJZE VAN I-SZW T.A.V. DUIKARBEID 10.1 Algemeen I-SZW streeft ernaar gebrekkige situaties in overeenstemming te brengen met de wettelijke voorschriften. Hiertoe hanteert zij een landelijk vastgestelde werkwijze, die in principe niet afhankelijk is van de soort overtreding. Wel maakt I-SZW onderscheid tussen een standaard-overtreding van de wettelijke bepalingen en een ernstige overtreding die onmiddellijk gevaar voor personen oplevert. Beide situaties en het optreden van I-SZW daarbij worden in de volgende paragrafen beschreven en gespecificeerd voor duikarbeid De standaardwerkwijze Als I-SZW in bedrijven een overtreding constateert, treedt zij onder normale omstandigheden in overleg met de verantwoordelijke of bevoegde functionarissen. Zij maakt dan met het bedrijf afspraken over de opheffing van de geconstateerde tekortkomingen. Weliswaar hebben zulke afspraken geen formele kracht van wet, maar vrijblijvend zijn ze niet. Daarom legt I-SZW deze afspraken schriftelijk vast. Als zodanig is de 'afspraak tot naleving' het resultaat van het overleg tussen de ambtenaar van I-SZW en het bedrijf. Het document beschrijft de geconstateerde tekortkomingen en geeft globaal aan hoe ze zullen worden verbeterd of opgeheven. Niet-naleving van de afspraak leidt tot het hanteren van stringentere instrumenten. Uitsluitend indien het bedrijf met geloofwaardige en doorslaggevende argumenten het niet-naleven van de afspraken aannemelijk maakt, kan I-SZW van zwaardere instrumenten afzien. Denkbaar is dat het overleg met de ambtenaar van I-SZW niets oplevert en dat het bedrijf geen kans ziet of niet bereid is de geconstateerde tekortkomingen op te heffen of te verbeteren. Dan is I-SZW gedwongen eenzijdig aan te geven welke voorzieningen binnen welke termijn vereist zijn. De instrumenten die I-SZW hierbij ten dienste staan, zijn de eis tot naleving (artikel 12), de aanwijzing of de waarschuwing. Deze drie instrumenten staan in de Arbowet beschreven (zie ook bijlage 3 voor afbeelding Werkwijze I-SZW). Als het beschreven instrumentarium uiteindelijk toch niet leidt tot naleving van de wettelijke bepalingen (of de in eisen, aanwijzingen of waarschuwingen aangegeven voorschriften) maakt I-SZW in principe proces-verbaal op. Alleen in dié gevallen dat de werkgever overtuigend en geloofwaardig kan aantonen dat hij buiten zijn toedoen in gebreke blijft, kan I-SZW overwegen van een proces-verbaal af te zien. Recidive leidt altijd tot een proces-verbaal.
49 blz.41 (R) In de standaardwerkwijze zou I-SZW moeten controleren of:. de duiker beschikt over het vereiste, geldige op de duikarbeid toegesneden duikcertificaat (artikel 5 lid 2).. de duiker tenminste achttien jaar is (artikel 2);. duikarbeid in ploegverband wordt verrricht (artikel 5 lid 1); dat wil zeggen dat een reserveduiker de duiker bijstaat en een ploegleider hem leiding geeft. Een duikploeg bestaat zodoende uit tenminste drie personen 13) ;. één der niet-duikende duikploegleden in het bezit is van een geldig certificaat duikmedische begeleiding (artikel 5 lid 7) en te allen tijde medisch advies kan inwinnen - bijvoorbeeld telefonisch - bij een arts die weet hoe hij duikerziekten moet behandelen (artikel 3 lid 2);. het duikbedrijf een werkinstructie heeft opgesteld (artikel 3 lid 1a);. het materieel en het ademgas voldoen (artikel 3 lid 1b), en de voorgeschreven medische uitrusting (zonodig een compressiekamer) aanwezig is (artikel 3 lid 1d);. de duiker zijn verrichtingen aantekent in een persoonlijk duiklogboek (artikel 5 lid 4). (W) Het Besluit arbeid onder overdruk (artikel 2) verlangt dat een duiker in een zodanige lichamelijke en geestelijke toestand verkeert dat hij bestand is tegen de gevaren die zijn verbonden aan de door hem te verrichten arbeid, en dat hij in staat is deze te onderkennen en beperken. Mocht de inspecteur die de inspectie uitvoert, aan deze toestand twijfelen, dan doet hij er goed aan een geneeskundig inspecteur in te schakelen. 13) In afwijking hiervan mag de ploegleider tevens als reserveduiker optreden indien duikarbeid wordt verricht in een vloeistof die in overwegende mate uit water bestaat met een maximaal bereikbare diepte van 9 meter en een maximale stroomsnelheid van 0,5 meter per seconde, en waarbij geen voorzienbare kans bestaat dat de duikers in die vloeistof in moeilijkheden raken. In zulke gevallen kan dus worden volstaan met een ploeggrootte van twee personen.
50 blz De werkwijze bij ernstige overtredingen Soms zijn de geconstateerde overtredingen zo ernstig, dat de standaardwerkwijze daarop niet is toegesneden. Zeker als er acuut en ernstig gevaar voor personen dreigt, dient de gevaarsituatie onmiddellijk te worden opgeheven. Als dat niet vrijwillig gebeurt, legt I-SZW het werk stil en maakt daarenboven een proces-verbaal op. Neemt de werkgever het onmiddellijk dreigend gevaar wel vrijwillig weg, dan volstaat l-szw met een waarschuwing of een eis zonder schorsende werking. (R) Het instrument stillegging kan in het geval van duikarbeid worden toegepast indien: het materieel ondeugdelijk of het ademgas van onvoldoende kwaliteit is (artikel 3 lid 1b);. de voorgeschreven medische uitrusting ontbreekt (artikel 3 lid 1d);. de duikploeg niet voldoet aan de voorgeschreven grootte en samenstelling (artikel 5 lid 1);. bij een duikdiepte van meer dan 15 m de voorgeschreven compressiekamer ontbreekt (artikel 7). Bedoelde situaties vergen onmiddellijke verbetering. Zonodig geeft I-SZW een bevel tot stillegging van het werk. Dit bevel geldt zolang de gevaarlijke situatie voortduurt.
51 blz TEKST VAN DE WETTELIJKE REGELS Dit hoofdstuk geeft een opsomming van de wetgeving op het gebied van duikarbeid. Voor de volledige tekst raadplege men de genoemde wetten of besluiten; alleen dié teksten bezitten rechtskracht Arbeidsomstandighedenwet Algemene zorg voor veiligheid, gezondheid en welzijn in verband met de arbeid Artikel 3 Bij het organiseren van de arbeid, het inrichten van de arbeidsplaatsen en het bepalen van de produktie- en werkmethoden moet de werkgever het volgende in acht nemen in het kader van de zorg voor een zo groot mogelijke veiligheid, een zo goed mogelijke bescherming van de gezondheid en het bevorderen van het welzijn bij de arbeid, gelet op de algemeen erkende regelen der techniek, de stand van de bedrijfsgezondheidszorg, alsmede de stand van de ergonomie en die van de arbeidskunde of bedrijfskunde: a. tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd, moet de werkgever de arbeid zodanig organiseren, de arbeidsplaatsen zodanig inrichten en zodanige produktie en werkmethoden toepassen dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid en de gezondheid van de werknemer; b. tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd, moeten de gevaren voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemer zoveel mogelijk in eerste aanleg bij de bron daarvan worden voorkomen of zoveel mogelijk worden beperkt; naar de mate waarin dergelijke gevaren niet bij de bron kunnen worden voorkomen of beperkt, moeten daartoe andere doelmatige maatregelen worden getroffen, waarbij maatregelen gericht op collectieve bescherming de voorrang dienen te hebben boven maatregelen gericht op individuele bescherming; slechts indien redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat maatregelen worden getroffen die zijn gericht op individuele bescherming, dienen doelmatige en passende persoonlijke beschermingsmiddelen aan de werknemer ter beschikking te worden gesteld; c. het gebruik van werktuigen, machines, toestellen en overige hulpmiddelen bij de arbeid alsmede van stoffen die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemer moet worden vermeden; indien zulks redelijkerwijs niet kan worden vermeden, moeten die gevaarlijke werktuigen, machines, toestellen onderscheidenlijk stoffen en overige hulpmiddelen worden gebruikt, waarbij het gevaar zo ver mogelijk is beperkt als redelijkerwijs kan worden gevergd; d. doeltreffende maatregelen moeten zijn genomen teneinde het mogelijk te maken dat de werknemer, indien een toestand ontstaat, waarin direct gevaar voor zijn veiligheid of gezondheid aanwezig is, zich snel in
52 veiligheid kan stellen dan wel andere passende maatregelen kan nemen en ten einde te verzekeren dat, indien schade aan zijn gezondheid is toegebracht, de gevolgen hiervan zoveel mogelijk kunnen worden beperkt;
53 blz.44 e. de inrichting van de arbeidsplaatsen, de werkmethoden en de bij de arbeid gebruikte hulpmiddelen moeten zoveel als redelijkerwijs kan worden gevergd op ergonomisch verantwoorde wijze aan de werknemer zijn aangepast; f. bij de samenstelling en toewijzing van de onderscheiden taken moet rekening gehouden worden met de persoonlijke eigenschappen van de werknemer met betrekking tot leeftijd, geslacht, lichamelijke en geestelijke gesteldheid, ervaring, vakmanschap en kennis van de voertaal; zo dikwijls deze eigenschappen daartoe, mede gelet op de werkomstandigheden, aanleiding geven, moet voor zoveel als redelijkerwijs kan worden gevergd op de bevordering van de veiligheid en de bescherming van de gezondheid van deze werknemers speciaal toezicht worden uitgeoefend, dan wel moeten andere doelmatige voorzieningen worden getroffen; g. zoveel als redelijkerwijs kan worden gevergd, moet de arbeid bijdragen tot de vakbekwaamheid van de werknemer en dient de werkgever het werk van de werknemer zo in te richten dat de werknemer voldoende mogelijkheden heeft om zijn werk volgens eigen inzicht, zoals dat mede bepaald wordt door zijn vakbekwaamheid, te verrichten, contact met andere werknemers te onderhouden en zich op de hoogte te stellen van het doel en het resultaat van zijn arbeid en de eisen die daaraan worden gesteld; h. ongevarieerde zich in een kort tijdsbestek herhalende arbeid en arbeid waarbij het tempo door een machine of een lopende band op een zodanige wijze wordt beheerst dat de werknemer zelf verhinderd wordt het tempo van de arbeid-te beïnvloeden, moeten, zoveel als redelijkerwijs kan worden gevergd, worden vermeden; indien dergelijke arbeid niet of onvoldoende kan worden vermeden, moet de werkgever deze door andersoortige arbeid of door pauzes regelmatig afwisselen.
54 blz Beleidsvoering, inventarisatie en evaluatie en jaarplan Artikel 4 1. Bij het voeren van zijn algemeen ondernemingsbeleid moet de werkgever dit beleid mede richten op een zo groot mogelijke veiligheid, een zo goed mogelijke bescherming van de gezondheid en het bevorderen van het welzijn van de werknemer binnen het bedrijf of de inrichting; dat beleid behelst de middelen waarmee en de wijze waarop deze doelstelling moet worden bereikt, legt de onderscheiden bevoegdheden en verantwoordelijkheden vast welke in dit verband op de bij de werkgever werkzame personen rusten, en dient gebaseerd te zijn op een deugdelijke en op schrift gestelde inventarisatie en evaluatie van alle gevaren die de arbeid voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemers met zich brengt. Onder die gevaren worden onder meer begrepen de gevaren van de werktuigen, machines, toestellen en andere hulpmiddelen bij de arbeid, de stoffen of preparaten waarmee wordt gewerkt en de inrichting van de arbeidsplaats. De inventarisatie en evaluatie dienen tevens die gevaren te omvatten, die niet kunnen worden vermeden alsmede de gevaren voor categorieën van werknemers die als bijzonder kunnen worden aangemerkt. Voorts moet daarin zijn aangegeven welke maatregelen zullen worden genomen in verband met de bedoelde gevaren en de samenhang daartussen, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.
55 blz De werkgever moet het beleid gericht op veiligheid, gezondheid en welzijn regelmatig toetsen aan de ervaringen die daarmee zijn opgedaan. Dit beleid alsmede de inventarisatie en evaluatie bedoeld in het eerste lid moeten worden aangepast zo dikwijls als de daarmee opgedane ervaring of gewijzigde werkmethoden of werkomstandigheden daartoe aanleiding geven ofwel zich op het gebied van de algemeen erkende regelen der techniek of de bedrijfsgezondheidszorg dan wel in de algemeen aanvaarde opvattingen over het welzijn in verband met de arbeid belangrijke wijzigingen voordoen. 3. Een exemplaar van de inventarisatie en evaluatie of van een wijziging daarvan wordt door de werkgever gezonden aan de in artikel 17 bedoelde werknemers, andere personen en diensten, alsmede aan de ondernemingsraad. Een exemplaar van de inventarisatie en evaluatie behoeft niet te worden gezonden aan de in artikel 17 bedoelde werknemers, andere personen en diensten, voor zover zij bijstand hebben verleend aan de inventarisatie en evaluatie en het op schrift stellen daarvan. 4. De werkgever zorgt er voor dat iedere werknemer desgewenst kennis kan nemen van de inventarisatie en evaluatie. 5. Indien de werkgever arbeid doet verrichten door een werknemer die hem ter beschikking wordt gesteld, moet hij een document bevattende de specifieke kenmerken van de in te nemen arbeidsplaats tijdig voor de aanvang van de werkzaamheden, verstrekken aan degene die de werknemer ter beschikking stelt, ter doorgeleiding van dat document naar de werknemer. 6. In bedrijven of inrichtingen behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie moet het beleid gericht op veiligheid, gezondheid en welzijn door de werkgever jaarlijks in de vorm van een schriftelijk plan voor een periode van ten minste één jaar worden vastgelegd. De werkgever moet ervoor zorgen dat iedere werknemer desgewenst van het plan kennis kan nemen. Dit plan mag worden opgenomen in de schriftelijke mededeling, bedoeld in artikel 31 b, tweede lid, van de Wet op de ondememingsraden.
56 blz De werkgever moet omtrent het ondernemingsbeleid, voorzover dat van aanwijsbare invloed kan zijn op de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemers in het bedrijf of de inrichting alsmede omtrent het jaarplan, vooraf overleg plegen met de ondernemingsraad onderscheidenlijk de commissie of commissies of, bij het ontbreken van beide colleges, met de belanghebbende werknemers. 8. Een exemplaar van het jaarplan moet door de werkgever aan het districtshoofd 14) worden gezonden, alsmede aan de in artikel 17 bedoelde werknemers, andere personen en diensten en aan de ondememingsraad onderscheidenlijk de commissie of commissies. Bij toezending van het jaarplan aan het districtshoofd wordt mededeling gedaan van het oordeel van de ondernemingsraad, de commissie of commissies dan wel de werknemers over het jaarplan. 14) Thans regiodirecteur I-SZW
57 blz Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in dit artikel Voorlichting en onderricht Artikel 6 1. De werkgever moet ervoor zorgen dat een werknemer wanneer deze voor de eerste keer werkzaamheden voor de werkgever gaat vemchten en voorts zo dikwijls als dit in verband met de veiligheid, de bescherming van de gezondheid en de bevordering van het welzijn in verband met de arbeid noodzakelijk is, doeltreffend wordt ingelicht over de aard van zijn werkzaamheden en de daaraan verbonden gevaren, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze gevaren te voorkomen of te beperken. 2. De werkgever moet er voor zorgen dat aan zijn werknemers doeltreffend en aan hun onderscheiden taken aangepast onderricht wordt verstrekt met betrekking tot de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid. Zo dikwijls de daarmee opgedane ervaring of gewijzigde werkmethoden of werkomstandigheden daartoe aanleiding geven moet dit onderricht worden aangepast en opnieuw verstrekt. 3. Indien persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking van de werknemers worden gesteld en indien op werktuigen, toestellen of anderszins beveiligingen zijn aangebracht, moet de werkgever zorgen dat de werknemers op de hoogte zijn van hun doel en werking en de wijze waarop zij deze dienen te gebruiken. 4. De werkgever moet er voor zorgen dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de wijze waarop deskundige bijstand bedoeld in de artikelen 17 tot en met 23b, in zijn bedrijf of inrichting is georganiseerd. 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in dit artikel.
58 blz Melding en registratie van ongevallen en beroepsziekten Artikel 9 1. Indien aan een werknemer in verband met het verrichten van arbeid een ongeval overkomt hetwelk ernstig lichamelijk letsel of de dood ten gevolge heeft, moet de werkgever hiervan onverwijld mededeling doen aan het districtshoofd. Onder een ongeval dat een werknemer in verband met het verrichten van arbeid overkomt, is niet begrepen een ongeval dat de werknemer overkomt op weg van huis naar zijn arbeid of terug. 2. De in het eerste lid bedoelde mededeling moet de werkgever eveneens doen indien zich in een bedrijf of een inrichting een gebeurtenis heeft voorgedaan waarbij grote materiële schade is ontstaan en waarbij tevens gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van werknemers heeft bestaan. 3. De in het eerste lid bedoelde ongevallen, overige ongevallen welke enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben gehad, en de in het tweede lid bedoelde gebeurtenissen moet de werkgever vermelden in een register, dat in het bedrijf of in de inrichting aanwezig moet zijn. 4. Indien is aangetoond of redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat een werknemer aan een beroepsziekte lijdt of zijn gezondheid in verband met de arbeid gevaar loopt, moet de werkgever hiervan zo spoedig mogelijk mededeling doen aan het districtshoofd. Het districtshoofd stelt de regionale inspecteurs van de volksgezondheid belast met het toezicht op de volksgezondheid van deze mededeling in kennis. 5. Onze Minister kan met betrekking tot het in dit artikel bepaalde nadere regelen stellen, alsmede bepalen welke gegevens met betrekking tot ongevallen, gebeurtenissen en beroepsziekten aan het districtshoofd moeten worden meegedeeld.
59 blz Jaarverslag Artikel De werkgever moet, indien ten aanzien van zijn bedrijf of inrichting een jaarplan is voorgeschreven als bedoeld in artikel 4, zesde lid, of indien zijn bedrijf of inrichting behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, een jaarverslag opmaken met betrekking tot de veiligheid, de bescherming van de gezondheid en de maatregelen ter bevordering van het welzijn van de werknemers in dat bedrijf of die inrichting. Dit verslag moet voldoen aan het bij of krachtens dit artikel bepaalde. Het mag worden opgenomen in de gegevens, die ingevolge artikel 31 b, eerste lid van de Wet op de ondernemingsraden aan de ondernemingsraad moeten worden verstrekt. 2. Het jaarverslag bevat tenminste: a. een beschrijving van het beleid gericht op veiligheid, gezondheid en welzijn als bedoeld in artikel 4, eerste lid alsmede van het ziekteverzuimbeleid bedoeld in artikel 4a, zoals dat in het afgelopen kalenderjaar is gevoerd, onder vermelding van de wijzigingen welke daarin zijn aangebracht en de redenen voor deze wijzigingen; b. inlichtingen over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het in hoofdstuk IV bepaalde omtrent de samenwerking en het overleg tussen werkgever en werknemers in het behartigen van de zorg voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn en omtrent de bijstand, bedoeld in de artikelen 17 tot en met 23b; c. inlichtingen omtrent de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de artikelen 6, 7 en 8; d. een beschrijving van de maatregelen die getroffen zijn naar aanleiding van ongevallen of aangetoonde of vermoede beroepsziekten die zich in het bedrijf of de inrichting hebben voorgedaan onderscheidenlijk daar zijn ontstaan; e. een beschrijving van de maatregelen die getroffen zijn naar aanleiding van gebeurtenissen die in het bedrijf of de inrichting bijna tot een ongeval hebben geleid of waarbij grote materiële schade is ontstaan; f. een overzicht van de door de werknemers ingevolge artikel 12, onder e, gemelde gevaren; g. een vermelding van de door het districtshoofd of een andere door Onze Minister aangewezen ambtenaar krachtens deze wet gegeven aanwijzingen of gestelde eisen en de wijze waarop aan die aanwijzingen of eisen is voldaan; h. een cijfermatig overzicht van de ongevallen die in het bedrijf of de inrichting hebben plaats gehad alsmede van het arbeidsverzuim als gevolg van ongevallen en ziekte benevens van de daarbij betrokken werknemers.
60 blz Een exemplaar van het jaarverslag moet door de werkgever zo spoedig mogelijk worden gezonden aan het districtshoofd, aan de in artikel 17 bedoelde werknemers, andere personen en diensten en voorzover de laatste zin van het eerste lid geen toepassing vindt, aan de ondernemingsraad onderscheidenlijk de commissie of commissies. 4. De werkgever moet ervoor zorgen dat iedere werknemer desgewenst kennis kan nemen van het jaarverslag. 5. Onze Minister kan met betrekking tot het in dit artikel bepaalde nadere regelen geven.
61 blz Algemene verplichtingen van de werknemers Artikel 12 Onverminderd het elders bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de werknemers verplicht in verband met de arbeid de nodige voorzichtigheid en zorgvuldigheid in acht te nemen ter vermijding van gevaren voor de veiligheid of de gezondheid van henzelf of van anderen dan wel met het oog op hun welzijn. Met name zijn zij verplicht om: a. machines, toestellen, werktuigen, gevaarlijke stoffen transportmiddelen en andere hulpmiddelen op de juiste wijze te gebruiken; b. de hun ingevolge deze wet ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze te gebruiken en na gebruik op de daartoe bestemde plaats op te bergen, een en ander voorzover niet krachtens deze wet is bepaald dat werknemers niet verplicht zijn beschermingsmiddelen als vorenbedoeld te gebruiken; c. de op werktuigen, toestellen of anderszins aangebrachte beveiligingen niet te veranderen of buiten noodzaak weg te halen en deze op de juiste wijze te gebruiken; d. mede te werken aan het voor hen georganiseerde onderricht bedoeld in de artikelen 6, 7 en 8; e. de door hen opgemerkte gevaren voor de veiligheid of de gezondheid terstond ter kennis te brengen aan de werkgever of degene, die namens deze ter plaatse met de leiding is belast; f. de werkgever en de werknemers, andere personen en diensten, bedoeld in artikel 17, indien nodig, bij te staan bij de uitvoering van hun verplichtingen en taken op grond van deze wet Regelen ter verzekering van de veiligheid, ter bescherming van de gezondheid en ter bevordering van het welzijn in verband met de arbeid Artikel Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld ter verzekering van de veiligheid, ter bescherming van de gezondheid en ter bevordering van het welzijn van de werknemers in verband met de arbeid. De ontwerp-tekst van een algemene maatregel van bestuur wordt gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant, alvorens hij om advies wordt gezonden aan de Raad van State. 2. De in het eerste lid bedoelde regelen kunnen onder meer betrekking hebben op: h. de beveiliging tegen gevaar van het werken onder overdruk; u. persoonlijke beschermingsmiddelen.
62 blz Periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek Artikel 24a 1. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de artikelen 24 en 25 stelt de werkgever de werknemers periodiek in de gelegenheid een onderzoek te ondergaan dat erop is gericht de risico's die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich brengt zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De werkgever pleegt op grond van de resultaten van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde inventarisatie en evaluatie vooraf overleg met de ondernemingsraad of bij het ontbreken daarvan met de belanghebbende werknemers omtrent de periodiciteit van het onderzoek. 2. De in het eerste lid bedoelde verplichtingen gelden niet in geval op grond van artikel 25, eerste lid, een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek is voorgeschreven dan wel voor zover op grond van enig ander wettelijk voorschrift de werknemers een verplicht periodiek onderzoek ondergaan dat er op is gericht de risico's die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich brengt zo veel mogelijk te voorkomen. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het in dit artikel bedoelde arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Artikel 20, eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
63 blz Besluit arbeid onder overdruk Besluit tot vaststelling van regels ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van personen die arbeid onder overdruk verrichten (Besluit arbeid onder overdruk) Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1 1. Dit besluit onderscheidt de volgende soorten arbeid onder overdruk: a. duikarbeid: het verrichten van arbeid in een vloeistof of in een droge duikklok met inbegrip van het verblijf in die vloeistof of in die droge duikklok waarbij voor de ademhaling gebruik wordt gemaakt van een gas, onder een hogere druk dan de atmosferische druk; b. caissonarbeid: het verrichten van arbeid in een ruimte die onder een druk van ten minste 104 Pascal boven de atmosferische druk staat en geheel of gedeeltelijk door een vloeistof wordt omgeven alsmede het verblijf in en het transport van en naar die ruimte; c. overige soorten arbeid onder overdruk het verrichten van andere arbeid dan duik- of caissonarbeid alsmede het comprimeren of decomprimeren in verband met duik- of caissonarbeid, in een ruimte onder een druk van ten minste 104 Pascal boven de atmosferische druk met inbegrip van het verblijf in die ruimte. 2. Dit besluit is mede van toepassing op de arbeid in of op een zeeschip, die in rechtstreeks verband staat met de te verrichten arbeid onder overdruk. Artikel 2 Arbeid onder overdruk wordt alleen verricht door een persoon, die: a. ten minste achttien Jaar is; b. in een zodanige lichamelijke en geestelijke toestand verkeert dat hij tegen de gevaren, die zijn verbonden aan de door hem te verrichten arbeid, bestand is en deze gevaren in staat is te onderkennen en te beperken.
64 blz.55 Artikel 3 1. Indien arbeid onder overdruk wordt verricht zorgt de werkgever ervoor dat, met inachtneming van de stand van de techniek en rekening houdende met de specifiek te verrichten arbeid onder overdruk, a. nabij de plaats waar de arbeid wordt verricht een schriftelijke werkinstructie aanwezig is die ten minste de door de werknemers te treffen veiligheidsvoorzieningen alsmede de noodprocedures bevat; b. de werknemers deugdelijk materieel dat in goede staat verkeert en voldoende ademgas van goede kwaliteit ter beschikking hebben; c. nabij de plaats waar arbeid onder overdruk wordt verricht een daartoe opgeleid persoon aanwezig is die de werknemers adequaat medisch begeleiden kan; d. nabij de plaats waar arbeid onder overdruk wordt verricht een EHBO-koffer voorzien van behandelingsrichtlijnen alsmede diagnostische apparatuur en behandelingsvoorzieningen aanwezig zijn. 2. De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde persoon kan terstond in contact treden met een arts, bekwaam in het behandelen van acute gevolgen voor de gezondheid als gevolg van het verrichten van arbeid onder overdruk. Artikel 4 Een zwangere werkneemster als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van het Besluit zwangere werkneemsters mag niet worden verplicht arbeid onder overdruk te verrichten. De artikelen 2 en 3 van het Besluit zwangere werkneemsters zijn van overeenkomstige toepassing.
65 blz.56 Paragraaf 2. Bijzondere bepalingen inzake duikarbeid Artikel 5 1. Duikarbeid wordt verricht door een of meer duikers, bijgestaan door een reserveduiker en een ploegleider. 2. De duikers en de reserveduiker zijn in het bezit van een geldig duikcertificaat dat betrekking heeft op de soort duikarbeid die zij verrichten. 3. De reserveduiker verricht slechts duikarbeid bestaande uit het verlenen van hulp aan en het redden van in moeilijkheden geraakte duikers. 4. Een ieder die duikarbeid heeft verricht houdt hiervan aantekening in een persoonlijk duiklogboek. Hierin worden naast de aard van de duikarbeid ten minste het gevolgde duikschema inclusief het gevolgde decompressieverloop alsmede de verblijftijd in de vloeistof aangetekend. 5. De ploegleider heeft, gelet op de te verrichten duikarbeid, voldoende kennis en ervaring om daarop toezicht te houden. 6. In afwijking van het eerste lid mag de ploegleider tevens als reserveduiker optreden indien duikarbeid wordt verricht in een vloeistof die in overwegende mate uit water bestaat met een maximaal bereikbare diepte van 9 meter en een maximale stroomsnelheid van 0,5 meter per seconde en waarbij geen voorzienbare kans bestaat dat de duikers in die vloeistof in moeilijkheden raken. 7. Indien duikarbeid wordt verricht is de persoon, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, in het bezit van een geldig certificaat duikmedische begeleiding. Artikel 6 1. Het duikcertificaat, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en het certificaat duikmedische begeleiding, bedoeld in artikel 5, zevende lid, worden door een daartoe door Onze Minister aangewezen instelling uitgereikt nadat betrokkene met goed gevolg een door of namens die instelling georganiseerde opleiding heeft voltooid. 2. Artikel 5, tweede lid, is niet van toepassing op hen die in het kader van een opleiding die wordt georganiseerd door een krachtens het eerste lid aangewezen instelling worden opgeleid tot het behalen van een duikcertificaat. 3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld onder meer met betnekking tot: a. de te onderscheiden soorten opleidingen die een aangewezen instelling verzorgt; b. eisen die aan het examen ter verkrijging van een certificaat worden gesteld; c. de registratie van certificaten door de aangewezen instelling; d. in het buitenland uitgereikte duikcertificaten en certificaten duikmedische begeleiding die gelijkgesteld kunnen worden met
66 duikcertificaten en certificaten duikmedische begeleiding als bedoeld in het eerste lid; e. de vergoeding die verschuldigd is voor de afgifte van een certificaat en de wijze van betaling daarvan.
67 blz.57 Artikel 7 Nabij de plaats waar duikarbeid in water wordt verricht op een diepte van meer dan 15 meter of in een andere vloeistof onder een druk van 1½ maal 10 5 Pascal boven de atmosferische druk is, afhankelijk van het aantal duikers en de aard van de werkzaamheden, een geschikte compressiekamer, voorzien van een personensluis aanwezig, die ten minste plaats biedt aan twee personen. Paragraaf 3. Bijzondere bepalingen inzake caissonarbeid Artikel 8 1. Caissonarbeid wordt door ten minste twee personen verricht. 2. Ten minste één maand voordat caissonarbeid wordt verricht stelt de werkgever het districtshoofd van de Arbeidsinspectie hiervan schriftelijk in kennis, onder overlegging van een werkplan. Artikel 9 Nabij de plaats waar caissonarbeid wordt verricht onder een druk van meer dan 1_ maal 10 5 Pascal boven de atmosferische druk, is, afhankelijk van het aantal personen dat caissonarbeid verricht en de aard van de werkzaamheden, een geschikte compressiekamer, voorzien van een personensluis aanwezig, die ten minste plaats biedt aan twee personen. Paragraaf 4. Verplichtingen van werkgever, werknemers en zelfstandigen Artikel De werkgever is verplicht tot naleving van de verboden en de voorschriften, gesteld bij of krachtens dit besluit. 2. De werknemer is verplicht tot naleving van voorschriften, gesteld bij de artikelen 2, 5 en 8, eerste lid. Artikel 11 Ieder die werkgever noch werknemer is, is verplicht tot naleving van de voorschnften, gesteld bij de artikelen 5 en 8, eerste lid. Paragraaf 5. Slot- en overgangsbepalingen Artikel 12 Betreffende de wijze waarop de regels gesteld bij dit besluit worden nageleefd, kan een eis worden gesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 36, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.
68 blz.58 Artikel 13 Het duikcertificaat, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en het certificaat duikmedische begeleiding, bedoeld in artikel 5, zevende lid, worden gedurende twaalf maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit door een krachtens artikel 6, eerste lid, aangewezen instelling op aanvraag uitgereikt aan een persoon die, gelet op de door hem voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit opgedane kennis of ervaring, geschikt is bevonden voor het verrichten van arbeid van de betrokken soort. Artikel 14 Het Caissonbesluit en de regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 14 oktober 1970, no ter uitvoering van de artikelen 28, tweede lid, 33, 42, en 48, tweede lid, van het Caissonbesluit (Stcrt. 207), worden ingetrokken. Artikel 15 t/m 20 De inhoud van deze artikelen heeft niet in het bijzonder met arbeid onder overdruk van doen. Artikel 21 Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst met uitzondering van de artikelen 1, 4 en 15 tot en met 20 die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Artikel 22 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit arbeid onder overdruk.
69 blz Ministeriële regeling arbeid onder overdruk Op grond van artikel 6, derde lid, Besluit arbeid onder overdruk. Paragraaf 1. Aangewezen instelling Artikel 1 1. Als instelling bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Besluit arbeid onder overdruk zijn aangewezen die instellingen die: a. op basis van een daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde regeling een opleiding tot duiker bij de brandweer verzorgen inclusief een opleiding duikmedische begeleiding en de bijbehorende examens afnemen; b. op basis van een daartoe door de Minister van Defensie vastgestelde regeling een opleiding tot duiker bij het ministerie van Defensie verzorgen inclusief een opleiding duikmedische begeleiding en de bijbehorende examens afnemen. 2. Als instelling bedoeld in het eerste lid kunnen tevens worden aangewezen instellingen die tot doel hebben het opleiden van personen die uit hoofde van bedrijf of beroep duikarbeid verrichten of zullen gaan verrichten en die voldoen aan het bepaalde in paragraaf 2. Paragraaf 2 Artikel 2 1. Bij voldoende belangstelling verzorgt de aangewezen instelling, bedoeld in artikel 1, tweede lid ten minste een maal per jaar een opleiding voor de volgende categorieën van duikarbeid A: duikarbeid met Self-contained Underwater Breathing Apparatus (SCUBA); B: duikarbeid met Surface Supply Equipment (SSE); C: duikarbeid met een droge duikklok alsmede een opleiding duikmedische begeleiding. 2. De aangewezen instelling verstrekt de Minister op diens verzoek alle informatie die betrekking heeft op de opleiding die door de instelling wordt verzorgd en stelt hem tijdig op de hoogte van voorgenomen wijzigingen met betrekking tot de inhoud van de opleiding en het examen.
70 blz.60 Artikel 3 1. De opleiding leidt de cursist ten minste op tot de eindtermen behorende bij de desbetreffende categorie duikarbeid respectievelijk duikmedische begeleiding, zoals gesteld in bijlage De opleiding is inhoudelijk aangepast aan de nieuwste technische ontwikkelingen en gezondheids- en veiligheidskundige inzichten op duikgebied. 3. De opleiding bevat zowel een theoretisch als een praktisch gedeelte. 4. Tijdens de opleiding wordt de veiligheid van de deelnemers zoveel mogelijk gewaarborgd door middel van: a. voldoende gekwalificeerde docenten tijdens praktische duikoefeningen; b. zo mogelijk, het gebruik van communicatiemiddelen waarmee de cursist tijdens duikoefeningen met de docenten en met de andere leden van de duikploeg mondeling kan communiceren; c. een schriftelijk vastgelegde procedure waarmee cursisten die een gevaar voor zichzelf of voor anderen vormen, van de opleiding kunnen worden uitgesloten. Artikel 4 1. Bij de opleiding wordt schriftelijk lesmateriaal aan de cursisten verstrekt dat de lesstof van de opleiding beslaat. 2. Het opleidingsinstituut beschikt, afhankelijk van de soort opleiding die wordt verzorgd, over voldoende faciliteiten alsmede gebruikt duikeren hulpmaterieel, die voldoen aan de daarvoor benodigde kwaliteitseisen. 3. Voor het opdoen van praktijkervaring heeft de instelling de beschikking over, of heeft toegang tot, locaties waarop oefeningen op de vereiste diepten kunnen plaatsvinden. Artikel 5 De docenten hebben aantoonbaar voor de onderwerpen die zij tijdens de opleiding behandelen, ruime theoretische, praktische en didactische kennis of vaardigheden.
71 blz.61 Artikel 6 1. Het examen bestaat uit een schriftelijk examen en uit een systematische beoordeling van de duikoefeningen. In bijzondere gevallen kan het examen mondeling worden afgenomen. 2. Ten behoeve van de afname van examens is een examenreglement aanwezig dat tenminste de volgende onderwerpen behandeld: a. de wijze van aanmelding en de toelatingseisen; b. de legitimatie van de cursist; c. de duur en de wijze van examineren van de verschillende examenvakken en de stof waarop het examen betrekking heeft; d. de samenstelling van de examencommissie; e. de maatregelen die zijn getroffen om bedrog te voorkomen; f. de wijze van beoordelen, de beoordelingsnormen en de normen voor slagen en afwijzen alsmede de regeling voor herexamen; g. de geheimhouding van examenopgaven; h. de mogelijkheid om in beroep te gaan indien deelneming aan het examen is ontzegd of het examen ongeldig is verklaard; i. de wijze waarop de uitslag van het examen bekend wordt gemaakt; j. het opleidings- en examengeld en eventuele restitutie bij niet deelnemen aan de opleiding of aan het examen. Artikel 7 1. De aangewezen instelling overhandigt de cursist die het examen met goed gevolg heeft afgelegd het certificaat. 2. Het certificaat wordt op naam gesteld en ondertekend door het hoofd van de instelling. 3. Op het certificaat wordt aangetekend op welke categorie duikarbeid onderscheidenlijk duikmedische begeleiding het betrekking heeft en hoe lang het geldig blijft en op welke wijze het certificaat door het opdoen van ervaring langer geldig blijft of door de aangewezen instelling nader te stellen eisen weer geldig kan worden. Artikel 8 De aangewezen instelling voert een administratie waarin ten minste is opgenomen: a. de naam, geboortedatum en geboorteplaats van de cursist aan wie een duikcertificaat respectievelijk een certificaat duikmedlsche begeleiding is uitgereikt; b. de datum van uitreiking van het certificaat; c. in welke categorie een duikcertificaat of certificaat duikmedische begeleiding is uitgereikt.
72 blz.62 Artikel 9 1. De kosten verbonden aan het door de aangewezen instelling uit te reiken certificaat, bedoeld in artikel 13 Besluit arbeid onder overdruk en artikel 10, onderdeel b. bedragen maximaal F600,--. Het verschuldigde bedrag wordt gelijktijdig met de aanvraag van het certificaat aan de instelling voldaan. 2. Artikel 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde certificaten. Paragraaf 3. Gelijkstelling van in het buitenland verkregen duikcertificaten en certificaten duikmedische begeleiding Artikel 10 Als geldig duikcertificaat bedoeld in artikel 5, tweede lid en als geldig certificaat duikmedische begeleiding als bedoeld in artikel 5, zevende lid van het Besluit arbeid onder overdruk a. wordt tevens aangemerkt een geldig duikcertificaat onderscheidenlijk het certificaat duikmedische begeleiding "Paramedic certificate", afgegeven door een door de Health and Safety Executive aangewezen school; b. kan, zo nodig onder voorwaarden en beperkingen, tevens worden aangemerkt een ander certificaat dan bedoeld in onderdeel a, dat in het buitenland aan een bepaald persoon is uitgereikt. Artikel 11 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag dat het Besluit arbeid onder overdruk in werking treedt.
73 blz.63 Bijlage bij Ministeriële regeling arbeid onder overdruk A. Eindtermen ten aanzien van verkrijgen van een duikcertificaat: Bij de duikopleiding voor de categorie duikarbeid waartoe de cursist wordt opgeleid worden in elk geval de volgende leerdoelstellingen onderscheiden en onderwezen: Duikarbeid categone A: - elementaire natuurkunde, fysiologie, en kennis van duikerziekten en de daaraan verbonden EHBO procedures; - werking en onderhoud van, en duiken met diverse SCUBA-apparatuur volgens het navolgende schema: op een diepte tot 20 meter 900 minuten inwatertijd waarvan ten minste 400 minuten op een diepte tussen 10 en 20 meter en op een diepte van 20 meter of meer inwatertijd ten minste 300 minuten, met ten minste twee duiken tot op een diepte van meer dan 28 meter. - decompressiemethoden; - theorie met betrekking tot onderwatertechniek en veiligheid; - bijzondere gevaren onder water en veiligheidsprocedures; - zeemanschap bestaande uit: nautische theorie, elementaire meteorologie en het varen met kleine boten; - onderwatercommunicatie en -navigatie; - schiemanswerk en tuigage (rigging); - inspectie en rapportage; - zoek- en werkmethoden; - gebruik van de hefballon (lifting); - relevante wet- en regelgeving.
74 blz.64 Duikarbeid categorie B: De vaardigheden genoemd bij categorie A, uitgebreid met voor het gebruik van luchtvoorziening van de oppervlakte relevante theorie alsmede - werking en onderhoud van, en duiken met diverse duikapparatuur met luchtvoorziening van de oppervlakte (SSE) zodanig dat de duikminuten van categorie A en B te zamen ten minste de volgende tijd bedragen: Op een diepte tot 20 meter ten minste 1600 minuten inwatertijd waarvan ten minste 400 minuten tussen 10 en 20 meter, op een diepte tussen 20 en 40 meter ten minste 250 minuten inwatertijd waarvan ten minste 100 minuten op een diepte tussen 30 en 40 meter in ten minste acht duiken met een bodemtijd van ten minste 10 minuten per duik en op een diepte tussen 40 en 50 meter ten minste 150 minuten waarvan ten minste drie duiken in open water en met een totale bodemtijd van ten minste 75 minuten; - bediening van de decompressietank - meer uitgebreide kennis van schiemanswerk en tuigage (rigging); - werken met de videocamera; - theorie en gebruik van mechanisch, hydraulisch en elektrisch onderwatergereedschap; - duiken uit de natte duikklok en daarbij optreden als duiker en bellman met de daarbij behorende noodprocedures; - theorie met betrekking tot dynamische positioneringssystemen; - theorie en gebruik van het heetwaterpak - relevante wet- en regelgeving.
75 blz.65 Duikarbeid categorie C: Voor de opleiding van deze categorie duikarbeid geldt als minimale vooropleidingseis ten minste één jaar in het bezit zijn van een duikcertificaat categorie B alsmede ten minste 50 uren duikarbeid hebben verricht van deze categorie. Daarnaast worden de volgende leerdoelstellingen onderscheiden en onderwezen: - natuurkunde, fysiologie en kennis van duikerziekten met de daaraan verbonden EHBO-procedures voor mengselgasduiken; - theorie met betrekking tot decompressietank (gassystemen, gasbewaking, brandbestrijding, sanitaire systemen, communicatie en noodprocedures); - het bedienen van een decompressietank en het uitvoeren van alle hiervoor noodzakelijke procedures; - werken als lid van de oppervlakteen de duikploeg bij zowel bounce- als verzadigingsduiken.; - het uitvoeren als duiker en bellman van procedures voor in- en uitsluizen (lock-out) en vervoer onder druk (transport under pressure (TUP)) volgens het vereiste programma; - het uitvoeren van ten minste drie bounceduiken met de duikklok tot respectievelijk 55, 75 en 100 meter; - het uitvoeren van ten minste één saturatieduik; - theorie met betrekking tot de duikklok (gassystemen, scrubbers, verwarming, communicatie en het ballasten); - het bedienen van de droge duikklok inclusief het uitvoeren van de noodzakelijke controles en noodprocedures; - theorie met betrekking tot gasterugwinningssystemen en overlevingsapparatuur; - relevante wet- en regelgeving. B. Eindtermen ten aanzien van het verkrijgen van een certificaat duikmedische begeleiding: De volgende leerdoelstellingen worden onderscheiden en onderwezen: - specifieke medische risico's met betrekking tot het duiken; - natuurkundige aspecten; - anatomie en fysiologie; - pathologie; - diagnostiek - behandeling (decompressieziekten en longembolie); - preventie; - benodigde minimum praktijkervaring.
76 blz.66 Toelichting bij Ministeriële regeling arbeid onder overdruk Deze ministeriële regeling voorziet in het stellen van enkele nadere regels op grond van artikel 6, eerste en derde lid, Besluit arbeid onder overdruk. Naast de duikopleidingen en de opleiding duikmedische begeleiding die worden verzorgd door of namens het Ministerie van Binnenlandse Zaken ten behoeve van de brandweer en door het Ministerie van Defensie ten behoeve van de Koninklijke marine en Koninklijke landmacht, op basis van door hen te stellen regelen, worden, voor de overige duikers in deze regeling een drietal soort-en duikopleidingen en een opleiding duikmedische begeleiding onderscheiden. Een instelling die ten minste een van deze drie soorten duikopleidingen of een duikmedische opleiding verzorgt of laat verzorgen en aan de overige eisen van paragraaf 2 voldoet, kan de minister verzoeken zogenaamde aangewezen instelling, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Besluit arbeid onder overdruk te worden. Een aangewezen instelling is bevoegd geldige duikcertificaten en certificaten duikmedische begeleiding af te geven. Zonder deze certificaten mag geen duikarbeid worden verricht. Daarnaast voorziet deze regeling in algemene bepalingen waaraan opleidingen die door aangewezen instellingen worden verzorgd, dienen te voldoen. Het betreft bepalingen waarin onder meer zijn vastgelegd de eisen die aan de docenten en die aan het examen worden gesteld alsmede de verplichting tot registratie van afgegeven duikcertificaten en certificaten duikmedische begeleiding. In paragraaf 3 is vastgelegd welke duikcertificaten en certificaten duikmedische begeleiding die in het buitenland zijn verkregen (en dus niet door een hiervoor bedoelde aangewezen instelling zijn uitgereikt), krachtens het Besluit arbeid onder overdruk met deze certificaten worden gelijkgesteld. Het betreft certificaten die worden afgegeven door een door de Britse Health and Safety Executive (HSE), aangewezen school. De HSE heeft op verschillende plaatsen ter wereld duikopleidingsscholen aangewezen die voldoen aan de hoge Britse eisen inzake duikopleiding en opleidingen duikmedische begeleiding. In Nederland zijn veel duikers werkzaam met een duikcertificaat of het certificaat duikmedische begeleiding "paramedic certificate" dat is afgegeven door een van de door deze organisatie erkende scholen. Ook de in deze regeling voorgestane, Nederlandse, duikopleidingen en opleiding duikmedische begeleiding voldoen aan de eisen van deze Britse Health and Safety Executive. Naast de hiervoor genoemde, kunnen ook nog andere in het buitenland uitgereikte duikcertificaten en certificaten duikmedische begeleiding met de door de aangewezen instelling uitgereikte certificaten worden gelijkgesteld. Omdat het niveau van deze certificaten zeer verschillend is, zal per geval moeten worden bezien of en zo nodig onder welke voorwaarden en beperkingen. gelijkstelling kan plaatsvinden.
77 blz PUBLIKATIES OVER DUIKARBEID 12.1 Publikaties van I-SZW Bij de Sdu Uitgeverij te 's-gravenhage zijn talloze publikaties van I-SZW voorhanden op het gebied van arbeidsomstandigheden. Voor een actueel overzicht raadplege men de 'Catalogus Publikaties Arbeidsinspectiels - Kijk op gezond en veilig werk'. De catalogus is gratis verkrijgbaar bij de Sdu Uitgeverij (telefoon: ). Het voert te ver hier relevante publikaties te noemen. Een uitzondering wordt echter gemaakt voor de evenknie van het onderhavige publikatieblad voor duikarbeid, t.w.: het Publikatieblad P 194 Caissonarbeid. Dit publikatieblad berust evenals het Publikatieblad Duikarbeid goeddeels op het Besluit arbeid onder overdruk Overig Regelgeving, en algemeen geaccepteerde richtlijnen en aanbevelingen Nederland en de hem omringende landen kennen een bijna ondoordringbaar woud van voorschriften, richtlijnen en aanbevelingen voor duikarbeid en andersoortig werk onder overdruk. Het zou ondoenlijk zijn een complete inventarisatie te geven van dié stukken waarop de belangrijkste West-Europese duiknaties zich baseren en oriënteren. Omdat het Verenigd Koninkrijk op het vlak van duikarbeid toonaangevend is onder die naties, valt in de hierna opgesomde documenten de nadruk op de Britse regels en richtlijnen. Vanzelfsprekend zou het ondoenlijk zijn van genoemde voorschriften en richtlijnen hier de inhoud te behandelen. Nederland Het Besluit arbeid onder overdruk - dat stoelt op de Arbeidsomstandighedenwet - stelt regels aan onder meer duikarbeid die buiten het kader van de delfstoffenwinning wordt verricht. Voor duikarbeid ten behoeve van de delfstoffenwinning bestaan aparte - goeddeels overeenkomstige - regels. Ze zijn opgesteld door het Staatstoezicht op de Mijnen (ministerie van Economische Zaken) op grond van het Mijnreglement 1964 en het Mijnreglement continentaal plat, welke besluiten op hun beurt berusten op de Mijnwet 1810/1903 en de Mijnwet continentaal plat. Het betreft in het bijzonder de richtlijnen 'Verrichten van werkzaamheden onder water of onder druk' met bijlagen (aan te halen als Richtlijnen 'Duikwerkzaamheden'). Verder zijn de NDC decompressietabellen van het Nationaal Duikcentrum te Delft van belang.
78 blz.68 Europa Guidance Notes for Safe Diving European Diving Technology Committee oktober 1984 Training standards EDTC 1988 Richtlijn van de Raad van 21 december 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgeving van de Lid-Staten betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen (89/686/EEG) Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L399/ (NB. Deze nchtlijn maakt expliciet melding van duikapparatuur). Verder is een groot aantal Europese richtlijnen van invloed op de regels die bij duikarbeid in acht moeten worden genomen. Het artikel: 'EC Directives - Are They for Others or are They for Us?' (News Letter, No 37, February 1992, International Association of Underwater Engineering Contractors) bevat een overzicht van alle relevante EEG-richtlijnen. Verenigd Koninkrijk The Diving Operations at Work Regulations 1981 & The Diving Operations at Work (Amendment) Regulations 1990 [krachtens The Health and Safety at Work Act 1974 (HSAWA); de Health and Safety Executive (HSE) ziet toe op de naleving van de regeling]. Beide genoemde 'Regulations' bevatten een zeer uitvoerig overzicht van relevante stukken. Onder meer noemen ze de desbetreffende British Standards (BS), en de Guidance Notes en Code of Practice van zowel The Association of Offshore Diving Contractors (AODC) als van The Diving Medical Advisory Committee (DMAC). De Britse Health and Safety Executive (HSE) bracht een groot aantal Diving Safety Memoranda uit; een overzicht van deze documenten is te vinden in The Diving Supervisors Manual van The Association of Offshore Diving Contractors (AODC, London 1986). Dit handboek bevat tevens een overzicht van de al vermelde AODC- en DMAC-publikaties. Medical Aspects of Work under Increased Atmospheric Pressure HMSO Form 755
79 blz.69 Classificatie De mijnwetgeving van verschillende landen vereist certificatie van duikmaterieel. Een viertal onafhankelijke bureaus functioneert als bevoegde instelling (competent person) in dezen. Bedoelde bureaus en hun publikaties zijn:. Lloyds Register of Shipping - Rules and regulations for the construction and classification of submersibles and diving systems Det Norske Ventas - Rules for the constnuction and classification of (i) diving systems 1982 and (ii) submersibles American Bureau of Shipping - Rules for building and classing underwater systems and vehicles Germanischer Lloyd - Rules for underwater technology Chapter 1 Diving systems and diving simulators Normen NEN Speciale Nederlandse normbladen voor duikarbeid zijn er niet. Wel bestaan er talloze NEN-bladen betreffende deelaspecten van duikarbeid, bijvoorbeeld over het meten van luchtkwaliteit, over debietmetingen en debietregelingen. Zonodig raadplege men de NNI-catalogus. Ook de CEN en ISO kennen talloze normbladen die rechtstreeks of zijdelings op duikarbeid betrekking hebben. Slechts een enkel normblad van deze organisaties wordt vermeld. CEN Respiratory equipment; open-circuit, self-contained, compressed air diving apparatus. Requirements, testing, marking. EN (ook als Engelstalige NEN-norm uitgebracht). ISO ISO Code 32: Gas cylinders for medical use-marking for identification and content. DIN DIN 3188, Druckluft fur Atemgerate, Sicherheitstechnische Anforderungen und Prufung. BRITISH STANDARDS (BS) Voor een overzicht van relevante British Standards raadplege men The
80 Diving Operations at Work Regulations 1981 krachtens The Health and Safety at Work Act 1974 van het Verenigd Koninkrijk (zie paragraaf 4.4); vanwege zijn belang mag BS 4001 hier zeker niet onvermeld blijven.
81 blz Meetapparatuur en meetmethoden Al vermeld werd dat verschillende normbladen in hun algemeenheid voorschriften geven voor het meten van luchtkwaliteit en luchtdebieten. Het zou in dit verband te ver voeren deze voorschriften en de daarin besproken meetapparatuur omstandig te bespreken. Wel is het van belang te weten dat bedoelde metingen vaak onder bijzondere omstandigheden uitgevoerd moeten worden, hetgeen uiteraard bijzondere eisen aan de meetapparatuur stelt. In dit verband zij onder meer verwezen naar de NIOSH Manual of Analytical Methods [U.S. Department of Health, Education and Welfare, National Institute for Occupational Safety and Health. Cincinnati, Ohio,3rd Edition, Volume 1-6 ( )] en de in paragraaf genoemde (Britse) publikaties; in het bijzonder The Diving Supervisors Manual van The Association of Offshore Diving Contractors (AODC, London 1986) bevat een uitvoerige paragraaf over de analyse van gassen. Verder verdient het aanbeveling het Drager-Röhrchen Handbuch - Boden-, Wasser- und Luftuntersuchungen sowie technische Gasanalyse [Lubeck, Dragerwerk Aktiengesellschaft, 1991, 8. Ausgabe] te raadplegen, waarin relevante meetmethoden en normen ampel staan vermeld.
82 blz Literatuur Amerikaanse 'National Oceanic and Atmospheric Administration Diving Manual'. Association of Diving Contractors: (Britse) 'Code of Safe Practice'. Association of Offshore Diving Contractors (AODC 1986): The Diving Supervisors Manual. London. Arbeidsomstandighedenraad (1991): Advies duikwetgeving (uitgebracht aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 24 oktober 1991). Publikatie Arboraad, Zoetermeer. (NB: deze publikatie bevat tevens het ontwerp-duikbesluit, versie 10 september 1990). Edmonds, Carl & Chnstopher Lowry & John Pennefather (1983): Diving and subaquatic medicine. A diving medical centre publication. Australia. Elliott, D.H. & E.P. Kindwall (1982): Manifestations of the decompression disorders. In: The physiology and medicine of diving (third edition) pp ; P.B. Bennett & D.H. Elliott (eds). London: Bailliere Tindall. Haux, Gerhard F.K. (1982): Subsea manned engineering. London: Bailliere Tindall. The European Diving Technology Committee (1984): Guidance Notes for Safe Diving Naval Sea Systems Command (1987): The US Navy Diving Manual. Washington DC. Schrier, L.M., W.G.C. Hijdra & W. Sterk (1988): Medische aspecten van het duiken. Delft: Stichting Nationaal Duikcentrum. Staatsblad, 740: Besluit arbeid onder overdruk Staatscourant 195, 11 oktober : Ministeriële regeling arbeid onder overdruk Stichting Nationaal Duikcentrum (1991): Doel en organisatie. Delft: Bureau NDC (Postbus 6067, 2600 JA Delft, tel / ). U.S. Department of Health, Education and Welfare, National Institute for
83 Occupational Safety and Health ( : NIOSH Manual of Analytical Methods. Cincinnati. Ohio. 3rd Edition. Volume 1-6
84 blz NATIONAAL DUIKCENTRUM (NDC) In Nederland is de Stichting Nationaal Duik Centrum (NDC) de instantie bij uitstek waarbij men zijn licht inzake duikarbeid kan opsteken. In het bestuur van deze stichting zijn alle bij duikarbeid betrokkenen vertegenwoordigd, t.w.: de ministeries van Defensie, Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en Verkeer en Waterstaat, de Nederlandse Onderwatersportbond (NOB), de Nederlandse Associatie van Duikondernemingen (NADO), de Industriële Raad voor Oceanologie, branchevereniging voor de Nederlands toeleveranciers in de olie- en gasindustne (IRO), de Federatie werknemers in de zeevaart (FWZ), en de Nederlandse Vereniging van Beroepsduikers (NVB). Doel van het NDC is in zijn algemeenheid de behartiging der belangen van de Nederlandse duikwereld. De stichting legde zich vanaf het begin vooral toe op de medische aspecten van het duiken en op de opleidingen. Daartoe stelde het NDC een tweetal platforms in, te weten: het Platform Medische Zaken en het Platform Opleidingen. Het medische platform houdt zich onder meer bezig met decompressieprocedures. medische keuringen, duikmedische opleidingen en met sportduiken. Het Platform Opleidingen heeft als taak het opzetten van verschillende opleidingen, waaronder. de luchtduikeropleiding (Part I,III en IV);. de applicatiecursus voor ex duikers van Koninklijke Landmacht en Koninklijke Marine;. de opleiding ploegleider;. de MAD-A- en MAD-B-cursus (medische aspecten van het duiken);. de bergingsopleiding. Uit deze toelichting op het NDC blijkt wel dat dit centrum een cruciale rol speelt in de Nederlandse duikwereld. Op alle mogelijke manieren tracht het NDC praktijkproblemen op te lossen, en beroeps- en sportduikers met raad en daad bij te staan. Te allen tijde kan een beroep worden gedaan op bestuur of bureau van het NDC, of op een van de beide platforms. Veel onduidelijkheden zullen bovendien verdwijnen tijdens het volgen van één van de hiervoor genoemde cursussen. Bureau-adres NDC: TNO, Postbus 6067, 2600 JA Delft Schoenmakersstraat 97, 2628 VK Delft telefoon: / telefax:
85 blz.73 Bijlage I Definities aangewezen instelling Een aangewezen instelling is een door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen instituut dat duikonderwijs mag verzorgen. Zo'n instelling moet daartoe voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de Ministeriële regeling arbeid onder overdruk (Staatscourant 195, oktober ). beroepsziekte Een beroepsziekte is 'een ziekte of aandoening, die in hoofdzaak het gevolg is van arbeid of arbeidsomstandigheden.' (zie ministeriële regeling van 22 september Staatscourant 197). brandweerduiker (zie categorieën duikarbeid). categorieën duikarbeid Categorieën duikarbeid zijn volgens de Ministeriële regeling arbeid onder overdruk (Staatscourant 195, 11 oktober ). A: duikarbeid met SCUBA Niet-industriële duikers werken vrijwel zonder uitzondering met SCUBA. Uit dien hoofde kunnen zij volstaan met een certificaat categorie A. Gedacht kan worden aan politieduikers, wetenschappelijke duikers e.d. B: duikarbeid met SSE De opleiding voor het certificaat B staat alléén open voor hen die beschikken over een geldig certificaat categorie A. Iedere duiker die onder water arbeid verricht, dient minimaal te beschikken over een certificaat categorie B. Deze duiker mag aldus SCUBA alsook SSE gebruiken. De SSE-opleiding omvat tevens taak- en gereedschapstraining. C: duikarbeid met een droge duikklok De opleiding voor het certificaat C staat alléén open voor hen die beschikken over een geldig certificaat categorie B (en dus ook beschikken over een certificaat categone A) en die bovendien een periode in de praktijk werkzaam zijn geweest. Naast deze drie categorieën onderscheidt de Ministeriële regeling arbeid onder overdruk twee speciale categorieën duikarbeid, verricht door brandweerduiker respectievelijk duiker bij het ministerie van Defensie. Voor beide categorieën bestaan afzonderlijke opleidingen.
86 blz.74 certificaat duikmedische begeleiding Een certificaat duikmedische begeleiding is een document dat wordt verleend na het volgen van een specifieke duikmedische opleiding. Nabij de plaats waar duikarbeid wordt verricht dient iemand aanwezig te zijn die over zo'n certificaat beschikt (artikel 3 lid 1 onderdeel c en artikel 5 lid 7 van het Besluit arbeid onder overdruk). Alleen een door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen instelling mag zo'n certificaat uitreiken, nadat betrokkene daar met goed gevolg een opleiding heeft voltooid (artikel 6 lid 1 van het Besluit arbeid onder overdruk). compressiekamer Een compressiekamer is een ruimte waarin een duiker na onder een hogere dan atmosferische druk te hebben gestaan, onder goed controleerbare omstandigheden kan decomprimeren. Zulke kamers vinden toepassing bij reguliere oppervlaktedecompressie en bij de behandeling van (onverhoopte) decompressieziekten na afloop van duik- of caissonwerkzaamheden. decompressie Decompressie is een drukverminderingsmethode die tot doel heeft de fysiologische toestand waarin een duiker zich tijdens zijn duikwerkzaamheden bevindt, terug te brengen naar de fysiologische toestand zoals die onder normale atmosferische omstandigheden bestaat. De wijze en duur van de decompressie hangen onder meer af van de duikdiepte en de verblijftijd onder water, en zijn af te lezen uit zgn. decompressietabellen. decompressiegrens De decompressiegrens is de bij een duik behorende combinatie van tijd en diepte die bij terugkeer naar de atmosferische druk nog net niet noodzaakt tot decompressie. decompressieziekte Decompressieziekte is een ziekte die het gevolg is van een te snelle drukvermindering. Door overdruk bevatten de lichaamsweefsels onder andere een overmaat aan stikstof (of ander inert gas). Tijdens de teruggang naar de atmosferische druk, wordt de stikstof via het bloed en de longen uitgescheiden. Indien de decompressie te snel verloopt, vormen zich in het lichaam stikstofbelletjes. Die belletjes kunnen verantwoordelijk zijn voor decompressieziekten. droge duikklok Een droge duikklok is een onderwater-compressiekamer, ontworpen voor het transport van duikers van de oppervlakte naar de plaats waar ze arbeid verrichten en terug (een zogenaamd transport-onder-druk-systeem). De
87 druk in een droge duikklok is gedurende het dalen en ophalen gelijk aan de druk die op de werkdiepte heerst.
88 blz.75 duikarbeid Duikarbeid is 'het verriichten van arbeid in een vloeistof of in een droge duikklok met inbegrip van het verblijf in die vloeistof of in die droge duikklok waarbij voor de ademhaling gebruik wordt gemaakt van een gas, onder een hogere druk dan de atmosferische druk' (artikel 1 a van het Besluit arbeid onder overdruk). duikcertificaat Een (geldig) duikcertificaat is een document zonder hetwelk geen duikarbeid mag worden verricht. Alleen een door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen instelling mag zo'n certificaat uitreiken, nadat betrokkene daar met goed gevolg een opleiding voor een bepaalde duikcategorie heeft voltooid (artikel 6 lid I van het Besluit arbeid onder overdruk). duiklogboek Een duiklogboek is een document waarin de duiker zijn verrichtingen aantekent (artikel 5 lid 4 van het Besluit arbeid onder overdruk). De duiker vermeldt tenminste de aard van de duikarbeid, het gevolgde duikschema (inclusief het gevolgde decompressieverloop) en de verblijftijd in de vloeistof. ernstig lichamelijk letsel Ernstig lichamelijk letsel is 'schade aan de gezondheid. die binnen 24 uur na het tijdstip van de gebeurtenis leidt tot opname in een ziekenhuis ter observatie of behandeling, dan wel naar redelijk oordeel blijvend zal zijn.' (zie ministeriële regeling van 22 september 1987 Staatscourant 197). grote materiële schade Grote materiële schade is 'schade aan gebouwen, materieel, grondstoffen of produkten, die een rechtstreeks gevolg van een ongewenste gebeurtenis is, ten bedrage van ten minste F ' (zie ministeriële regeling van 22 september Staatscourant 197). habitat Een habitat is een soort van caisson - geplaatst over een onder-water-constructie waaraan men werkzaamheden in den droge wil verrichten - waarvan de onderzijde in open verbinding staat met het water. Met lucht onder overdruk verdrijft men het water uit de habitat, waarna duikers de ruimte kunnen betreden. De duikers verrichten er hun werkzaamheden zonder duikuitnusting (SCUBA). Mocht onverhoopt water in de habitat binnendringen, dan kunnen de duikers met behulp van hun duikuitrusting onmiddellijk de habitat verlaten. militair duiker
89 (zie categorieën duikarbeid).
90 blz.76 ongeval Een ongeval is 'een aan een werknemer in verband met het verrichten van arbeid overkomen ongewilde, plotselinge gebeurtenis, die schade aan de gezondheid of de dood tot vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad en ertoe heeft geleid dat de werknemer tijdens de werktijd de arbeid heeft gestaakt en niet meer heeft hervat, dan wel met de arbeid geen aanvang heeft gemaakt.' (zie de ministeriële regeling van 22 september 1987 Staatscourant 197). oppervlaktedecompressie Oppervlaktedecompressie is de trapsgewijze drukvermindering van een duiker in een compressietank aan de oppervlakte, volgens geldende decompressietabellen. ploegleider De ploegleider is degene die is belast met het uitoefenen van toezicht bij de duikarbeid. reserveduiker De reserveduiker is degene die hulp verleent aan onverhoopt in moeilijkheden geraakte duikers. Een duikploeg bevat steeds ten minste één reserveduiker. Hij mag geen reguliere duikarbeid verrichten (artikel 5 lid 1 en 3 van het Besluit arbeid onder overdruk). Zo'n duiker verricht - als lid van de duikploeg - doorgaans werkzaamheden aan de oppervlakte. Hij dient echter een duikuitrusting bij zich te hebben die hij onmiddellijk kan aantrekken en omhangen zodra dat noodzakelijk is voor het verlenen van hulp aan en het redden van een in moeilijkheden geraakte duiker. In uitgesproken riskante situaties treedt de reserveduiker op als 'stand-by-duiker', hetgeen wil zeggen dat hij nagenoeg geheel gekleed in duikuitrusting - aan de oppervlakte gereed staat om in geval van nood onmiddellijk te water te gaan voor het verlenen van hulp aan of het redden van een in moeilijkheden geraakte duiker. saturatieduiken Saturatieduiken is een duikprocedure die de duiker zodanig lang (gedacht kan zelfs worden aan enige weken) blootstelt aan een hogere druk dan de atmosferische druk, dat de lichaamsweefsels en het bloed van die duiker zijn verzadigd met het inerte deel van het voor de ademhaling bestemde gas. Deze duikprocedure vindt vooral toepassing bij duikdiepten van meer dan 50 meter vanwege de lange decompressietijden die dan nodig zijn. SCUBA SCUBA staat voor Self-Contained Underwater Breathing Apparatus. Dit apparaat staat de duiker toe zijn benodigde ademgas in sterk gecomprimeerde vorm in flessen op de rug bij zich hebben.
91 Surface Supply Equipment (SSE) Surface Supply Equipment is een uitrusting die de duiker voorziet van ademhalingslucht via een slang vanaf de oppervlakte. Deze vorm van duiken duidt men aan met Surface Supply Diving.
92 blz.77 stand-by-duiker Een stand-by-duiker is een reserve duiker die - in uitgesproken riskante situaties - vrijwel volledig gekleed in duikuitrusting aan de oppervlakte gereed staat om - als dit noodzakelijk is - onmiddellijk onder water assistentie te verlenen (zie ook bij reserveduiker). werkgever Een werkgever is volgens de wet 'degene jegens wie een ander krachtens arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid, behalve indien die ander aan een derde ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid, welke die derde gewoonlijk doet verrichten'. Werkgever is tevens hiervoor genoemde derde. werkinstructie Een werkinstructie is een door een duikbedrijf opgesteld document waarin de specifieke duikvoorschriften en duikprocedures vastliggen (artikel 3 lid I a van het Besluit arbeid onder overdruk). werknemer De werknemer is de 'ander' (in de definitie van werkgever) die arbeid verricht. zelfstandige Een zelfstandige is noch werkgever noch werknemer. Zeker in de duikwereld vormen zij geen zeldzame categorie. Het Besluit arbeid onder overdruk is ook op hem van toepassing is (zie artikel 11 van het Besluit arbeid onder overdruk). Zo moet bijvoorbeeld ook een zelfstandige duiker duikarbeid in ploegverband verrichten.
93 blz.78 Bijlage 2 Systeem van lijnsignalen 16) Alle signalen - met uitzondering van het noodsein worden beantwoord alvorens er gevolg aan te geven. Het noodsein dat bestaat uit een reeks korte rukken, mag alleen worden gebruikt in geval van nood. Na ontvangst van het noodsein haalt men de duiker onmiddellijk naar de oppervlakte. van lijnhouder naar duiker 1 ruk Alles OK? ruk Ga achteruit rukken Ga naar links rukken Ga naar rechts rukken Ga naar boven rukken Ga naar voren 2 rukken Even wachten 6 of meer rukken (zie boven) Noodsein van duiker naar lijnhouder 1 ruk Alles OK! rukken Heb werk gevonden, ben begonnen of heb het voltooid nukken Zend me een lijn rukken Ik kom naar de oppervlakte 2 rukken Even wachten 6 of meer rukken Noodsein ( zie boven) werksein bj hijswerkzaamheden 1 ruk Even wachten of stop 2 rukken Hijsen 3 rukken Vieren 16) NB. Brandweerduikers is het toegestaan eigen lijnsignalen te gebruiken
94 blz.79 Bijlage 3 Werkwijze I-SZW (voorheen Arbeidsinspectie) Standaard werkwijze inspectie overtreding recidive 1. overleg en afspraken onwil controle 2. eis of waarschuwing onwil controle 3. proces-verbaal recidive
95 blz.80 Werkwijze bij ernstige overtredingen inspectie ernstige overtreding onwil of recidive overleg over maatregelen onwil of recidive 1+2 waarschuwing controle 3. stillegging en proces-verbaal onwil of recidive
OPGELET, zie Art : voor sportduikers zijn uitsluitend de artikelen 6.14, en 6.15, eerste lid, onder a-b-d, van toepassing!!!
(Tekst geldend op: 22-03-2010) OPGELET, zie Art.6.13.3: voor sportduikers zijn uitsluitend de artikelen 6.14, en 6.15, eerste lid, onder a-b-d, van toepassing!!! Arbeidsomstandighedenbesluit Hoofdstuk
Arbeidsomstandighedenwet
Bijlage 1 Wettelijk kader Het doel van de bestudering van het wettelijk kader is om de regelgeving te bestuderen die in relatie staat tot het rebreatherduiken. Dit om een verband tussen wettelijke voorschriften
Beroepsduiken categorie A1 met SCUBA
Beroepsduiken categorie A1 met SCUBA SCUBA in zwembaden en aquaria of vergelijkbare bassins tot en met een diepte van 9 meter. De cursist heeft ervaring met het gebruik van duikapparatuur van het type
In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen.
In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen. Relevante wet-en regelgeving BHV1 1. Arbeidsomstandighedenwet (van kracht sinds 1 januari 2007) N.B. Achter de artikelen
Beroepsduiken categorie A1 met SCUBA
Beroepsduiken categorie A1 met SCUBA SCUBA in zwembaden en aquaria of vergelijkbare bassins tot en met een diepte van 9 meter. De cursist heeft ervaring met het gebruik van duikapparatuur van het type
Certificatieschema voor het persoonscertificaat Duikploegleider: http://wetten.overheid.nl/bwbr0008587/bijlagexvib/geldigheidsdatum_07-09-2012
Subject : Persoonscertificering nieuwe stijl To : Manager Operations / Crewing / Inshore Date : 10-12-12 Allen Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gaat conform Europees beleid in
Wijziging Arbeidsomstandighedenregeling betreffende duikarbeid
SZW Wijziging Arbeidsomstandighedenregeling betreffende duikarbeid Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 februari 2007, nr. ARBO/ M&A/2007/6741, tot wijziging van
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 7796 20 maart 2015 Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 17 maart 2015, nr. IenM/BSK-2015/51943, houdende
HOOFDSTUK 6. FYSISCHE FACTOREN
HOOFDSTUK 6. FYSISCHE FACTOREN Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing Artikel 6.1. Temperatuur 1. Rekening houdend met de aard van de werkzaamheden die door de werknemers worden verricht en de fysieke
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 275 Besluit van 18 mei 1995, houdende vaststelling van maatstaven die bij het in artikel 7a, eerste lid, van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen
Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming
Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming (Wet op de loonvorming [Versie geldig vanaf: 17-02-1999]) Geschiedenis: Staatsblad 1997, 63;Staatsblad
De doelstellingen van de Arbowet zijn: het verbeteren van de veiligheid en gezondheid van medewerkers
1. Wetgeving 1.1 Arbowet In januari 2007 is de Arbowet 2007 van kracht geworden. Het begrip Arbo staat voor Arbeidsomstandigheden en heeft betrekking op Veiligheid, Gezondheid en Welzijn (VGW). De Arbowet
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid BESLUIT:
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 6 maart 2006, Directie Arbeidsomstandigheden, nr. ARBO/A&V/2006/14012 houdende/tot
Een duik in de wet. Waar in de Nederlandse wetgeving is iets geregeld over sportduiken? 12 december 2009 1
Een duik in de wet Waar in de Nederlandse wetgeving is iets geregeld over sportduiken? 12 december 2009 1 Binnenvaartpolitiereglement Provinciale Milieu Verordening Zeeland Arbeidsomstandighedenwetgeving
1 Arbeidsmiddelen volgens het Arbobesluit
1 Arbeidsmiddelen volgens het Arbobesluit Arbobesluit 7.1 Arbeidsmiddelen buiten gebruik Dit hoofdstuk is niet van toepassing op arbeidsmiddelen die op een zodanige manier zijn gedemonteerd of gesloopt,
Samenvatting wetgeving omtrent Machines en Arbeidsmiddelen
Samenvatting wetgeving omtrent Machines en Arbeidsmiddelen De wetgeving met betrekking tot machines en arbeidsmiddelen is niet eenvoudig. Er zijn diverse richtlijnen en wetten binnen de Europese Unie en
taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden vast te leggen voor de bij hem in dienst zijnde werknemers;
A. Arbo-beleid. De Arbo-wet stelt als eis dat de werkgever zijn ondernemingsbeleid zodanig inricht, dat rekening wordt gehouden met de veiligheid, gezondheid en welzijn van de werknemers. Dat dit ook geldt
INFOBLAD 01. Toelichting op nieuw TCVT schema W3-11
INFOBLAD 01 Toelichting op nieuw TCVT schema W3-11 INLEIDING 1.0 Algemeen De Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport (TCVT) beheert alle certificatieschema s in het kader van Verticaal Transport.
Arbeidsomstandighedenregeling. Hoofdstuk 4. Veiligheid tankschepen en gevaarlijke stoffen. Paragraaf 4.1 Veiligheid aan op of in tankschepen
Arbeidsomstandighedenregeling Hoofdstuk 4. Veiligheid tankschepen en gevaarlijke stoffen Paragraaf 4.1 Veiligheid aan op of in tankschepen Artikel 4.1. Definities Voor de toepassing van deze paragraaf
Het betreft hier met name de toepassing van: c. het Voorschrift Vreemdelingen - VV (Stcrt. 1966, 188).
A 1 Inleiding 3 1 Algemeen De Vreemdelingencirculaire 1982, vastgesteld bij beschikking van de staatssecretaris van Justitie van 26 oktober 1982, vormt het geheel van algemene aanwijzingen aan de ambtenaren
Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten
Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten Eind 2013 is er een tweetal incidenten geweest in midden Limburg, waarbij door graafwerkzaamheden een ondergrondse leiding is geraakt. Hierdoor verontreinigde
Sportduikinstructie en de regelgeving.
Sportduikinstructie en de regelgeving. Deze reader geeft een overzicht van wet- en regelgeving die van toepassing is voor een ieder die in Nederland sportduikinstructie verzorgd. Duikscholen, verenigingen,
Tekstboek Duikploegleider
Tekstboek Duikploegleider Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige
ARBOCATALOGUS Werken onder Overdruk Duikarbeid SSE. Documentcode CAT001.3 III
ARBOCATALOGUS Werken onder Overdruk Duikarbeid SSE Documentcode CAT001.3 III Voorwoord De Beheerstichting Werken onder Overdruk kortweg SWOD vertegenwoordigt de drie werkvelden, duikarbeid, caissonarbeid
Toelichting. I. Algemeen. 1. Inleiding
Toelichting I. Algemeen 1. Inleiding Aanleiding voor deze regeling is de wet van 21 juni 2001 houdende wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen) (Stb. 346) die op 8 mei 2002 in
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET
WET OP DE MEDISCHE HULPMIDDELEN
WET OP DE MEDISCHE HULPMIDDELEN Tekst zoals deze geldt op 22 januari 2010 WET van 15 januari 1970, houdende regelen met betrekking tot medische hulpmiddelen WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der
Verordening brandveiligheid en hulpverlening
Verordening brandveiligheid en hulpverlening Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig tot (als de
ARAD 06. Bepalingen inzake gemeenschappelijke industriële risico's. Voorkomen van de risico's met wegvoertuigen 1. ALGEMEEN
ARAD 06 Deel V Titel II Bepalingen inzake gemeenschappelijke industriële risico's Voorkomen van de risico's met wegvoertuigen Hoofdstuk II Wegvoertuigen in beweging 1. ALGEMEEN 935 1) De bestuurders moeten
Van Kerckhoven Groep. Aan alle bouw relaties van de Van Kerckhoven Groep. Geachte directie,
Aan alle bouw relaties van de Geachte directie, De Inspectie SZW (welke valt onder het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) handhaaft onder andere de wetten over veilig en gezond werk (arbeidsomstandigheden).
Duikgeneeskunde. Een duik in het onbekende? Gorinchem Goes Venetië November 2016
Duikgeneeskunde Een duik in het onbekende? Gorinchem Goes Venetië November 2016 Inhoud Even voorstellen. Geschiedenis. Het moderne duiken. Duikfysiologie (beknopt). Duikersziekten. Behandeling van een
Gelet op artikel 9, derde lid, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht;
Concept ten behoeve van internetconsultatie september 2015 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van, nr. IENM/BSK-, tot wijziging van de Regeling erkenningen vervoer gevaarlijke
No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012
... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987 Wet van 3 december 1987, Stb. 635, houdende regels betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten Zoals deze is gewijzigd bij de wetten van 02-12-1993(Stb.759)
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 208 Wet van 26 april 2012, houdende tijdelijke bepalingen over de ambulancezorg (Tijdelijke wet ambulancezorg) 0 Wij Beatrix, bij de gratie Gods,
Gelet op de artikelen 16, 16b, onderdeel c, en 16 c, onderdeel c, van het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidscertificaat hoofdspoorwegen;
Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van..., nr., houdende vaststelling van regels inzake de aanvraag van een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van
Arbeidsrisico s bij duikarbeid Veilig werken boven en onder water
De Arbeidsinspectie maakt deel uit van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Veilig werken boven en onder water Postbus 90801 2509 LV Den Haag www.arbeidsinspectie.nl Bestelnummer 647 versie
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011;
De raad van de gemeente Schiermonnikoog; overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van uitkeringen van bijstandsgerechtigden jonger dan 65 jaar bij verordening
Algemene toelichting verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen
Algemene toelichting verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen Gemeenten zijn niet verplicht kwaliteitsregels te stellen voor het peuterspeelzaalwerk. Het peuterspeelzaalwerk valt niet onder de Wet
bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000
bron : http://www.emis.vito.be Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen dd. 27-06-2000 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000 Gewijzigd voorstel voor een beschikking
Klokkenluidersregeling
REGELING INZAKE HET OMGAAN MET EEN VERMOEDEN VAN EEN MISSTAND HOOFDSTUK 1. DEFINITIES Artikel 1. Definities In deze regeling worden de volgende definities gebruikt: betrokkene: degene die al dan niet in
23.3.2011 Publicatieblad van de Europese Unie L 77/25
23.3.2011 Publicatieblad van de Europese Unie L 77/25 VERORDENING (EU) Nr. 284/2011 VAN DE COMMISSIE van 22 maart 2011 tot vaststelling van specifieke voorwaarden en gedetailleerde procedures voor de invoer
OEKRAÏNE BENODIGDE TRANSPORTVERGUNNINGEN. 1. Benodigde transportvergunningen voor Nederlandse vervoerders
OEKRAÏNE BENODIGDE TRANSPORTVERGUNNINGEN 1. Benodigde transportvergunningen voor Nederlandse vervoerders - Gewaarmerkte kopie Eurovergunning voor grensoverschrijdend vervoer. - Voor het vervoer naar, van
KROATIË BENODIGDE TRANSPORTVERGUNNINGEN. 1. Benodigde transportvergunningen voor Nederlandse vervoerders
KROATIË BENODIGDE TRANSPORTVERGUNNINGEN 1. Benodigde transportvergunningen voor Nederlandse vervoerders - Gewaarmerkte kopie Eurovergunning voor grensoverschrijdend vervoer. - Voor het vervoer naar, van
1. Inleiding op het onderdeel beleid voor bedrijfshulpverlening
1. Inleiding op het onderdeel beleid voor bedrijfshulpverlening 1.1 Wat is bedrijfshulpverlening? Bedrijfshulpverlening gaat over de manier waarop een bedrijf kleine en grotere calamiteiten het hoofd biedt.
Installatieverantwoordelijkheid NEN-3140
Installatieverantwoordelijkheid NEN-3140 Installatieverantwoordelijkheid / NEN-3140 Inhoud presentatie: 1. Wie is installatieverantwoordelijke 2. Aanwijzing installatieverantwoordelijke 3. Toelichting
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 397 27 844 Regels inzake de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal dat kan worden gebruikt bij een geneeskundige behandeling (Wet veiligheid
OMGEVINGSVERGUNNING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND
OMGEVINGSVERGUNNING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND Aan: Yara Sluiskil B.V. Postbus 2 4540 AA Sluiskil Kenmerk: Afdeling: Vergunningverlening Datum: 26 juli 2017 Onderwerp: Omgevingsvergunning op grond
Naar het zich laat aanzien zal een zorgvuldig onderzoek naar de toedracht van het arbeidsongeval enige tijd in beslag nemen.
> Retouradres Postbus 820 3500 AV Utrecht Veiligheidsregio Noord-Holland Noord t.a.v. de directie Postbus 416 1800 AK ALKMAAR 1800AK416 Kantoor Utrecht Oudenoord 6 3513 ER Utrecht Postbus 820 3500 AV Utrecht
Wetgeving valbeveiligingsmiddelen
Wetgeving valbeveiligingsmiddelen Met betrekking tot de vraag over valkeuringsmiddelen in de Vraagbaak is onderstaande wetgeving relevant: Artikel 7.4a. Keuringen 1.Een arbeidsmiddel waarvan de veiligheid
A 2012 N 2 PUBLICATIEBLAD
A 2012 N 2 PUBLICATIEBLAD MINISTERIËLE REGELING, MET ALGEMENE WERKING, van de 17 de januari 2012 tot wijziging van de Gezamenlijke beschikking AOV/AWW en loonbelasting 1976 1 DE MINISTER VAN FINANCIËN
1.2 Op 26 juli 2004 heeft verzoeker om hem moverende redenen zijn verzoek ingetrokken.
2005-02 9 februari 2005 1. Het signaal 1.1 Op 27 mei 2004 heeft de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) een verzoek om advies ontvangen over de vraag of het in opdracht
Richtlijn van de Raad d.d. 21 mei 1973, nr. 73/148/EEG, Pb EG 1973, nr. L1 72.
C14-6 Richtlijn inzake de opheffing van de beperkingen van de verplaatsing en het verblijf van onderdanen van de Lid-Staten binnen de Gemeenschap ter zake van vestiging en verrichten van diensten (73/148/EEG)
Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden
Gemeente Achtkarspelen Verordening Langdurigheidstoeslag WWB Dienst Werk en Inkomen De Wâlden November 2011 1 Gemeente Achtkarspelen de Raad van de gemeente Achtkarspelen; gelet op het bepaalde in artikel
Toepasselijkheid leverings-, dienstverlenings en betalingsvoorwaarden WML
VOORWAARDEN TER ZAKE DE DETACHERING VAN WERKNEMERS VAN DE DIVISIE INDUSTRIE VAN DE DIENST WERKBEDRIJF VOOR GESUBSIDIEERDE ARBEID, ACTI- VERING EN TRAJECTEN MIDDEN-LANGSTRAAT (WML) (te citeren als: DETACHE-
Nieuwsbrief artikel 55ab Wet bodembescherming (Wbb): Aan de slag met de aanpak van de spoedlocaties
Nieuwsbrief artikel 55ab Wet bodembescherming (Wbb): Aan de slag met de aanpak van de spoedlocaties Beste collega s, De Wet bodembescherming is per 1 februari ondermeer gewijzigd om belemmeringen voor
21 Specifieke activiteiten
1/90 21.1 Inhoud van dit hoofdstuk In dit hoofdstuk worden een aantal specifieke activiteiten en omstandigheden nader uitgewerkt. Deze zijn: hoofdstuk omschrijving 21.2 Duikwerkzaamheden 21.3 Springwerkzaamheden
A 2014 N 55 (G.T.) PUBLICATIEBLAD. De Gouverneur van Curaçao, de Algemene overgangsregeling wetgeving en bestuur Land Curaçao;
A 2014 N 55 (G.T.) PUBLICATIEBLAD LANDSBESLUIT van de 3 de juni 2014, no. 14/1188, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Sanctielandsverordening. De Gouverneur van Curaçao, Op de voordracht
Meldingsplichtige arbeidsongevallen. Meld ze direct bij de Inspectie SZW
Meldingsplichtige arbeidsongevallen Meld ze direct bij de Inspectie SZW De Inspectie SZW werkt aan eerlijk, gezond en veilig werk en bestaanszekerheid voor iedereen 2 Meldingsplichtige arbeidsongevallen
B In 3.2.1.2. wordt in de aanhef "de categorie B" vervangen door: de categorieën B en T.
Concept Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van..., nr. PM, tot wijziging van enkele ministeriële regelingen in verband met de invoering van de rijbewijsplicht voor landbouw- en bosbouwtrekkers
Inleiding... pagina 1. Presentatie NEN 3140... pagina 2. Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2
Inhoudsopgave Inleiding... pagina 1 Presentatie NEN 3140... pagina 2 Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2 Installatieverantwoordelijke... pagina 3 Werkverantwoordelijke... pagina
B 11 Buitenlandse werknemers 8
B 11 Buitenlandse werknemers 8 Wettelijke maatregelen te~en ille~ale tewerkstellin~ Teneinde illegale tewerkstelling tegen te gaan en de tewerkstelling van buitenlandse werknemers te kunnen reguleren voorziet
De toepassing van de Verordening betreffende wederzijdse erkenning op procedures van voorafgaande machtiging
EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL ONDERNEMINGEN EN INDUSTRIE Leidraad 1 Brussel, 1.2.2010 - De toepassing van de Verordening betreffende wederzijdse erkenning op procedures van voorafgaande machtiging
