Datum van inontvangstneming : 26/02/2015
|
|
|
- Pepijn de Lange
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Datum van inontvangstneming : 26/02/2015
2 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknumrner : /01 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 december 2014 inzake Gökhan BÛYÜKTIPI, wonend te Hengelo, eiser bij prorogatie, advocaat: mr. G.J.W. Pulles te Amsterdam, tegen: de naamloze vennootschap ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V., gevestigd te Apeldoorn, en de stichting STICHTING ACHMEA RECHTSBIJSTAND, gevestigd te Tilburg, gedaagden bij prorogatie, advocaat: mr. P.R. van der Vorst te Rotterdam. Ingesebreven in het register van ~ Hof van Justitie onder nr... '" ~ ~ :.4i~... ". ~ De Griffier. voor deze 1. De verloop van het geding Partijen worden hierna Büyüktipi en (gezamenlijk, in enkelvoud) Achmea genoemd. Afzonderlijk zullen gedaagden worden aangeduid als Achmea Schadeverzekeringen en Achmea Rechtsbijstand. Partijen zijn, nadat het geschil is ontstaan, overeengekomen dat de rechtbank Amsterdam bevoegd zal zijn in eerste aanleg van het geschil kennis te nemen. Bij exploot van 14 maart 2014 heeft Büyüktipi, eveneens op grond van een overeenkomst met Achmea, met voorbijgaan aan de rechtbank Amsterdam, Achmea op de voet van art. 329 Rv doen dagvaarden voor dit hof. Büyüktipi heeft daarbij producties in het geding gebracht. Achmea heeft vervolgens een conclusie van antwoord, tevens houdende verzoek tot het doen stellen van prejudiciële vragen ex art. 392 Rvaan de Hoge Raad, met producties, genomen. Büyüktipi heeft een conclusie in het incident genomen. Daarna hebben partijen arrest gevraagd in het incident. luxembourg Entree 1 Z JAN. 2015
3 zaaknummer: /01 2 Bij akte van 4 november 2014 heeft Achmea haar verzoek tot het doen stellen van prejudiciële vragen ex artikel 392 Rv aan de Hoge Raad gewijzigd in een verzoek tot het doen stellen van prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie (HvJEU). Büyüktipi heeft laten weten in te stemmen met dit verzoek. 2. Feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist staat in dit geding het volgende vast. (i) Büyüktipi heeft bij Achmea Schadeverzekeringen onder polisnummer een rechtsbijstandverzekering afgesloten. De rechtsbijstandverlening is overgedragen aan Achmea Rechtsbijstand. (ii) De bij genoemde polis behorende bijzondere voorwaarden Rechtsbijstandverzekering Algemeen deel LEX-PV-OI-I01Iuiden, voor zover hier van belang, als volgt, waarbij onder SAR Achmea Rechtsbijstand wordt verstaan: "Begripsomschrijvingen (...) Netwerkadvocaat I netwerkdeskundige Door SAR in te schakelen advocaat of deskundige die deel uitmaakt van het door SAR geselecteerde netwerk van deskundigen en die de rechtsbijstand verleent; (...) VoorkeuradvocaatI voorkeurdeskundige Door de verzekerde gekozen advocaat of deskundige die de rechtsbijstand verleent; (...) Zaakbehandeling door SAR Uitgangspunt is dat de medewerkers van SAR zelf de rechtsbijstand verlenen. SAR bespreekt met verzekerde de juridische mogelijkheden en geeft daarbij aan of het gewenste resultaat met redelijke kans op succes behaald kan worden. SAR behartigt de belangen van verzekerde in onderhandeling met de wederpartij en kan zo nodig een gerechtelijke procedure voeren. Zaakbehandeling door een netwerkadvocaat I netwerkdeskundige SAR kan de rechtsbijstand laten verlenen door een advocaat of andere deskundige behorend tot het netwerk van SAR. De kosten hiervan worden vergoed tot het in de verzekerde dekking vermelde maximumbedrag. SAR stuurt alle relevante stukken dan door naar de netwerkadvocaat. De netwerkadvocaat neemt contact met verzekerde op en behartigt zijn belangen. Overleg vindt rechtstreeks met verzekerde plaats. Zaakbehandeling door een voorkeuradvocaat Ivoorkeurdeskundige Verzekerde kan in twee situaties zelf een advocaat of andere deskundige naar voorkeur
4 zaaknummer: /01 3 aanwijzen: - Verzekerde en diens wederpartij maken beiden aanspraak op rechtsbijstandverlening door SAR, er is dan sprake van een belangenconflict; - Een advocaat of andere rechtens bevoegde wordt verzocht de belangen van verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, vertegenwoordigen of te behartigen. De kosten hiervan worden vergoed tot het in de verzekerde dekking vermelde maximumbedrag. Als de juridische procedure in Nederland dient, dan komen alleen in Nederland ingeschreven of kantoorhoudende advocaten in aanmerking. Als de zaak in het buitenland dient, dan komen alleen personen in aanmerking die staan ingeschreven bij het buitenlandse gerecht. De inschakeling van een voorkeuradvocaat is eenmalig. Na deze inschakeling zal SAR de zaak niet meer overdragen aan een andere deskundige, interne medewerker, netwerkadvocaat of andere voorkeuradvocaat. Opdracht aan advocaten, experts en mediators Alleen SAR verstrekt opdrachten aan netwerkadvocaten, voorkeuradvocaten, experts en mediators. Verzekerde dient de advocaten, experts en mediators te machtigen om SAR op de hoogte te houden van de voortgang. C )" (iii) Büyüktipi lijdt aan verschillende psychische en fysieke aandoeningen. Als gevolg daarvan heeft hij beperkingen op onder meer het gebied van sociale redzaamheid en fysiek en psychisch functioneren. (iv) In november 2013 heeft Büyüktipi een indicatie voor AWBZ-zorg aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (A WBZ) kan een onder die wet verzekerde aanspraak maken op verschillende vormen van zorg. Die zorg kan onder meer bestaan uit persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding. Het CIZ stelt vast op welke A WBZ-zorg een verzekerde aanspraak heeft. Een indicatie van het CIZ geeft de verzekerde toegang tot de geïndiceerde zorg. (v) Bij besluit van 12 december 2013 heeft het CIZ afwijzend op de aanvraag van Büyüktipi beslist en bepaald dat Büyüktipi geen indicatie krijgt voor AWBZ-zorg. Büyüktipi kan zich met dit besluit niet verenigen en wenste daartegen bezwaar te maken bij het CIZ. (vi) Büyüktipi heeft zich tot Achmea gewend en onder de polis vergoeding van de kosten van een in A WBZ-indicatiezaken gespecialiseerde advocaat verzocht. Büyüktipi wenste zelf een advocaat te kiezen om namens hem het bezwaarschrift in te dienen en hem in de bezwaarfase bij te staan. Dit verzoek is door Achmea afgewezen. (vii) Bij exploot van 14 februari 2014 heeft Büyüktipi Achmea in kort geding doen gedagvaarden voor de rechtbank: Overijssel te Almelo. Het petitum van de dagvaarding strekte tot nakoming van de verzekeringsovereenkomst, in die zin dat Achmea wordt veroordeeld tot vergoeding van (een voorschot op) de kosten van de
5 zaaknummer: /01 4 door Büyüktipi gekozen advocaat (alsmede de proceskosten en de overige bijkomende kosten in de procedure tegen het CIZ) en tot het geven van een opdracht aan die advocaat. Nadien zijn partijen overeengekomen dat Achmea de kosten van de door Büyüktipi gekozen advocaat voorschiet tot een bedrag van 2.420,- en dat Büyüktipi de onderhavige procedure aanhangig zal maken, waarbij hij onder 4.1 nader weer te geven vorderingen instelt. 3. De bevoegdheid van het hof Partijen zijn met toepassing van art. 108 Rv, na het ontstaan van hun geschil, overeengekomen dat de rechtbank Amsterdam in eerste aanleg bevoegd is van de zaak kennis te nemen. Vervolgens zijn zij op de voet van art. 329 Rv prorogatie overeengekomen. Aan de voorwaarden voor prorogatie is voldaan: er bestaat overeenstemming tussen partijen, het geschil is voor hoger beroep vatbaar en het geschil gaat over zaken die ter vrije bepaling van partijen staan. Het hof is derhalve bevoegd van de zaak kennis te nemen. 4. Beoordeling 4.1. Büyüktipi vordert in de onderhavige procedure dat het hof, uitvoerbaar bij voorraad: I. zal verklaren voor recht dat: - de bezwaarprocedure naar aanleiding van het bezwaar van Büyüktipi tegen het besluit van 12 december 2013 van het CIZ gekwalificeerd dient te worden als een 'gerechtelijke of administratieve procedure' in de zin van artikel 4:67 lid 1 aanhef en onder a. van de Wet op het financieel toezicht (Wft), - dat het Büyüktipi dientengevolge vrij stond en vrij staat een advocaat te kiezen om hem in de bezwaarprocedure bij te staan; en - dat Achmea op grond van de met Büyüktipi gesloten overeenkomst gehouden is de kosten van deze advocaat te vergoeden; Il, Achrnea zal veroordelen tot nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de rechtsbijstandverzekeringsovereenkomst jegens Büyüktipi, door de kosten van de werkzaamheden die de door Büyüktipi gekozen advocaat heeft verricht en zal verrichten, alsmede eventuele proceskosten en overige bijkomende kosten in de procedure tegen het CIZ, te vergoeden; lil. Achmea zal veroordelen in de kosten van het geding, inclusief nakosten. Büyüktipi heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat art. 4:67 Wft - in welk artikel het bepaalde in art. 4 van Richtlijn 87/344 EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering (Pb 1987, L 185/77, hierna: de Richtlijn) is geïmplementeerd - hem het recht geeft reeds in de fase van het bezwaar tegen het besluit van het CIZ een eigen advocaat te kiezen. Bij conclusie van antwoord tevens verzoek in het incident heeft Achmea verzocht over de uitleg van artikel 4:67 Wft prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Nadien heeft zij dit verzoek aldus
6 zaaknummer: /01 5 gewijzigd dat zij thans - onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014: verzoekt vragen van uitleg van de Richtlijn te stellen aan het HvJEU. Büyüktipi heeft zich bij dit verzoek aangesloten Art. 4:67 Wet op het financieel toezicht (Wft) luidt, voor zover hier van belang: "Een rechtsbijstandverzekeraar draagt er zorg voor dat in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking uitdrukkelijk wordt bepaald dat het de verzekerde vrij staat een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige te kiezen indien: a. een advocaat of andere rechtens bevoegde deskundige wordt verzocht de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen; (...)" 4.3. In de overwegingen voorafgaand aan de bepalingen van de Richtlijn staat het volgende: "Overwegende dat het belang van de voor rechtsbijstand verzekerde inhoudt dat deze zelfzijn advocaat moet kunnen kiezen of elke andere persoon met de kwalificaties die door het nationale recht worden toegestaan in het kader van gerechtelijke of administratieve procedures (... )" Artikel 4 van de Richtlijn luidt, voor zover hier van belang: " 1. In elke overeenkomst inzake rechtsbijstandverzekering moet uitdrukkelijk worden bepaald dat a) indien een advocaat of andere persoon die volgens het nationaal recht gekwalificeerd is, wordt gevraagd de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen, de verzekerde vrij is om deze advocaat of andere persoon te kiezen; (... )" 4.4. In het arrest Sneller/DAS (HvJEU 7 november 2013, zaak C-442/12, ECLI:EU:C:2013:717) heeft het HvJEU de volgende prejudiciële vragen van de Hoge Raad beantwoord: "1) Laat artikel 4, lid 1, van richtlijn 87/344/EEG toe dat een rechtsbijstandverzekeraar die in zijn polissen regelt dat rechtsbijstand in gerechtelijke of administratieve procedures in beginsel zal worden verleend door werknemers van de verzekeraar, tevens nog bedingt dat de kosten van rechtsbijstand van een door de verzekerde vrij gekozen advocaat of rechtsbijstandverlener slechts onder de dekking vallen indien de verzekeraar van mening is dat de behandeling van de zaak aan een externe hulpverlener moet worden uitbesteed? 2) Maakt het voor de beantwoording van de eerste vraag verschil of voor de desbetreffende gerechtelijke of administratieve procedure rechtsbijstand wel of niet verplicht is?" In antwoord op deze vragen heeft het HvJEU onder meer het volgende overwogen: "24 (... ) de doelstelling die door richtlijn 87/344 en inzonderheid artikel 4 ervan wordt nagestreefd, namelijk de belangen van de verzekerden ruim te beschermen (... ) [is] niet verenigbaar (... ) met een restrictieve uitlegging van artikel 4, lid 1, sub a, van deze richtlijn (... )
7 zaaknummer: / In dat verband moet eraan worden herinnerd dat artikel 4, lid I, van de richtlijn 87/344 met betrekking tot de vrije keuze van de rechtshulpverlener een algemene strekking en een bindend karakter heeft (... ) 29 Gelet op de voorgaande overwegingen moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 aldus moet worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een rechtsbijstandverzekeraar die in zijn verzekeringsovereenkomsten regelt dat rechtsbijstand in beginsel wordt verleend door zijn werknemers, tevens bedingt dat de kosten van rechtsbijstand van een door de verzekerde vrij gekozen advocaat ofrechtsbijstandverlener slechts vergoed kunnen worden indien de verzekeraar van mening is dat de behandeling van de zaak aan een externe rechtshulpverlener moet worden uitbesteed. (... ) 31 Aangezien, enerzijds, het recht van de verzekerde om zijn rechtshulpverlener vrij te kiezen, een algemene strekking en een bindend karakter heeft (... ) en anderzijds, richtlijn 87/344 het bestaan en de reikwijdte van dat recht niet afhankelijk stelt van nationale regels voor de vertegenwoordiging in rechte (... ) kunnen deze nationale regels niet van invloed zijn op het antwoord op de eerste vraag. 32 Gelet op deze overwegingen moet op de tweede vraag worden geantwoord dat het voor de beantwoording van de eerste vraag geen verschil maakt of rechtsbijstand voor de desbetreffende gerechtelijke of administratieve procedure naar nationaal recht verplicht is. (... )" 4.5. Büyüktipi stelt zich op het standpunt dat het recht op vrije advocaatkeuze, zoals door het HvJEU in bovengenoemd arrest geformuleerd, ook geldt voor Nederlandse bezwaarprocedures. Büyüktipi voert aan dat de term 'administratieve procedure' een generieke term is, en geen vast omlijnde juridische definitie of categorie. Volgens Büyüktipi kan onder 'administratieve procedure' naar Nederlands recht zowel administratief bezwaar en beroep als beroep bij een administratieve rechter worden verstaan. Büyüktipi wijst voorts op zijn belang bij vrije advocaatkeuze in de fase van administratief bezwaar en voert in dat verband het volgende aan. Zeker in indicatiezaken bij het CIZ geldt dat de bezwaarfase de meest cruciale fase is voor degene die het inhoudelijk niet eens is met een beslissing. In de bezwaarfase vindt de meest grondige en inhoudelijke herbeoordeling van de medische en juridische afwegingen van het CIZ plaats. In beroep toetsen de rechtbanken de (her)beoordeling van het CIZ eerder marginaal dan inhoudelijk en een reguliere beroepsprocedure duurt bovendien vele maanden, aldus Büyüktipi, Büyüktipi acht het splitsen van de procedure in een bezwaar- en beroepfase waarbij hij zich door verschillende verschillende gemachtigden moet laten bijstaan, niet in zijn belang Achmea betwist dat BUyüktipi onder de toepasselijke polisvoorwaarden aanspraak kan maken op een advocaat naar keuze ten behoeve van de bestuurlijke bezwaarfase. Volgens Achmea bestaat het recht op vrije advocaatkeuze alleen als sprake is van een procedure bij de overheidsrechter en een noodzaak bestaat tot het inschakelen van een advocaat of andere rechtens bevoegde deskundige. Zij stelt dat in het geval van Büyüktipi aan geen van beide voorwaarden is voldaan. Zij licht dit - kort weergegeven - nader toe als volgt. Waar het gaat om het bestuursrecht, valt een onderscheid te maken tussen enerzijds het bestuurlijk voortraject, zijnde (onder meer) de 'bestuurlijke bezwaarfase', en anderzijds de 'gerechtelijke fase' waarin besluiten van
8 zaaknummer: /01 7 overheidsinstanties worden getoetst door een onafhankelijke overheidsrechter. Pas in de laatste fase is sprake van een 'administratieve procedure' in de zin van art. 4:67 lid 1, aanhef en onder a. Wft. Al hetgeen daaraan vooraf gaat, valt daar derhalve niet onder. De opstellers van de Richtlijn hebben een systeem gecreëerd waarin verzekerden een keuzerecht hebben indien voor het inschakelen van een advocaat een noodzaak bestaat en indien dat gebeurt ten behoeve van een procedure bij de overheidsrechter. Daarbij heeft men de lidstaten/partijen zelf ruimte gelaten om te bepalen vanaf welk moment voor de verzekerde recht bestaat op een advocaat naar eigen keuze. Verzekeraar en verzekerde beslissen gezamenlijk wanneer een advocaat ingeschakeld dient te worden; bij onenigheid beslist een scheidsgerecht. Achmea put argumenten voor haar visie uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Richtlijn en van de Nederlandse implementatiewetgeving. Het gaat naar haar mening om louter een minimumgarantie om verzekerden in een beperkt aantal gevallen een recht op vrije advocaatkeuze te bieden. In dat verband wijst zij ook op het kostenaspect en voert zij aan dat de opstellers van de Richtlijn er groot belang aan hechtten dat de kosten van rechtsbijstand binnen redelijke grenzen worden gehouden. Met betrekking tot de aard van de bestuurlijke bezwaarfase voert zij voorts aan dat het hier louter verlengde besluitvorming betreft door het bestuursorgaan dat het initiële besluit heeft genomen; feitelijk is deze fase volgens haar een formele (bij wet geregelde) interne klachtenbehandeling. In die fase bestaat ook nog geen definitief geschil omdat het bestuursorgaan eerst zelf gaat onderzoeken of mogelijk het initiële besluit onjuist was. Voor het inschakelen van een advocaat in die fase bestaat bovendien geen noodzaak, aldus - nog steeds - Achmea Het hof zal gehoor geven aan het verzoek van partijen vragen van uitleg van de Richtlijn te stellen aan het HvJEU. Beoordeling van het geschil tussen partijen vereist uitleg van art. 4 lid 1, aanhef en onder a. van de Richtlijn. Zoals de Hoge Raad in zijn onder 4.1 vermelde arrest van 3 oktober 2014 heeft overwogen, dient het begrip 'administratieve procedure' in art. 67, aanhef en onder a. Wft op dezelfde wijze worden uitgelegd als dat begrip in art. 4 lid 1, aanhef en onder a. van de Richtlijn In genoemd arrest heeft de Hoge Raad ook vragen van uitleg met betrekking tot laatstgenoemd artikel gesteld. Deze vragen strekken ertoe antwoord te krijgen op de vraag of de procedure bij het UWV valt onder het begrip 'administratieve procedure' als bedoeld in genoemd artikel. Het hof zal in de formulering van zijn vraagstelling aansluiten bij de eerste vraag zoals die door de Hoge Raad is gesteld. De vragen die Achmea voorstelt zijn deels breder en algemener geformuleerd en gaan in zoverre het bestek van de onderhavige procedure te buiten. In mindere mate geldt dit ook voor de door Büyüktipi voorgestelde vraagstelling Met betrekking tot het bezwaar bij het CIZ, waarop de vraag betrekking zal hebben, geeft het hof de volgende toelichting. (Artikelen uit de regelgeving worden geciteerd in de in december 2013 geldende versie) Artikel 6 lid 1 AWBZ luidt: "De verzekerden hebben aanspraak op zorg ter voorkoming van ziekten en ter voorziening in hun geneeskundige behandeling, verpleging en verzorging. Tot deze zorg behoren voorzieningen tot behoud, herstel of
9 zaaknummer: /01 8 ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid of strekkende tot verbetering van levensomstandigheden, alsmede maatschappelijke dienstverlening." Lid 2 luidt: "Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden aard, inhoud en omvang van de zorg waarop aanspraak bestaat, geregeld, en kunnen voor het tot gelding brengen van de aanspraken voorwaarden worden gesteld." Artikel 9a lid 1 AWBZ houdt in: "Burgemeester en wethouders voorzien erin dat in hun gemeente ten behoeve van de inwoners een onafhankelijk indicatieorgaan werkzaam is, dat kosteloos besluit of een inwoner is aangewezen op een van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vormen van zorg." Bedoelde vormen van zorg zijn geregeld in het Besluit van 25 oktober 2002, houdende hernieuwde vaststelling van de aard, inhoud en omvang van de zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en wijziging van andere besluiten in verband daarmee (Besluit zorgaanspraken AWBZ). In artikel 2 van het Besluit van 2 oktober 1997, houdende regels met betrekking tot het werkterrein, de samenstelling en werkwijze van indicatieorganen (Zorgindicatiebesluit) wordt nader bepaald welke in het Besluit zorgaanspraken AWBZ geregelde vormen van zorg hebben te gelden als aangewezen vormen van zorg als bedoeld in artikel 9a lid 1 AWBZ. Het CIZ is het orgaan dat door de gemeenten is aangewezen om besluiten te nemen als bedoeld in genoemd artikel 9a AWBZ. Lid 2 van art. 9a AWBZ luidt: "Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de samenstelling en de werkwijze van het indicatieorgaan, alsmede over de geldigheidsduur van besluiten als bedoeld in het eerste lid." Nadere regels over laatstgenoemde genoemde onderwerpen zijn gesteld in het hiervoor genoemde Zorgindicatiebesluit. Artikel9b lid 1 AWBZ bepaalt: "Aanspraak op zorg, aangewezen ingevolge artikel 9a, eerste lid, bestaat slechts indien en gedurende de periode waarvoor het bevoegde indicatieorgaan op een door de verzekerde ingediende aanvraag heeft besloten dat deze naar aard, inhoud en omvang op die zorg is aangewezen.(... )" Een besluit van het CIZ naar aanleiding van een verzoek om een indicatiestelling is een besluit als bedoeld in artikel!:3 van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) 'Besluit' wordt in lid 1 van genoemd artikel gedefinieerd als: "een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling". Op de bezwaarprocedure is de AWB van toepassing, zij het dat artikel 58 AWBZ van de AWB afwijkende termijnen kent voor de beslissing. Artikel 1:5 AWB gaat over bezwaar en beroep. Dit artikel luidt als volgt: "1. Onder het maken van bezwaar wordt verstaan: het gebruik maken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te vragen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. 2. Onder het instellen van administratief beroep wordt verstaan: het gebruik maken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te vragen bij een ander bestuursorgaan dan hetwelk het besluit heeft genomen. 3. Onder het instellen van beroep wordt verstaan: het instellen van administratief beroep, dan wel van beroep bij een bestuursrechter. "
10 zaaknummer: /0 I Hoofdstuk 6 van de AWB bevat algemene bepalingen over bezwaar en beroep en hoofdstuk 7 bijzondere bepalingen. De AWBZ bevat in artikel 58 een aantal bepalingen die gaan over de bezwaarfase bij het CIZ en onder meer betrekking hebben op het (in beginsel verplicht) inwinnen van een advies bij het Zorginstituut Nederland alvorens te beslissen. Tevens geldt een van artikel 7:10 lid 1 ABW afwijkende termijn voor de beslissing op het bezwaarschrift Tegen een besluit op bezwaar staat beroep open bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep De vraag van uitleg van Unierecht waarvan het hof beantwoording door het HvJEU verzoekt, is de volgende: Dient het begrip "administratieve procedure" in art. 4 lid 1, aanhef en onder a, van Richtlijn 87/344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering, aldus te worden uitgelegd dat daaronder is begrepen de fase van bezwaar bij het CIZ, waarin degene die op een verzoek om een indicatiestelling een afwijzend besluit van het CIZ heeft gekregen een bezwaarschrift indient bij het CIZ met het verzoek het besluit te herzien? 5. Beslissing Het hof: verzoekt het HvJEU met betrekking tot de hiervoor onder 4.15 geformuleerde vraag uitspraak te doen; houdt iedere verdere beslissing aan en schorst het geding tot het HvJEU naar aanleiding van dit verzoek uitspraak zal hebben gedaan. Dit arrest is gewezen door mrs. A.S. Amold, M.M.M. Tillema en J.W. Hoekzema en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 23 december 2014.
ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer) 7 november 2013 (*)
ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer) 7 november 2013 (*) Rechtsbijstandverzekering Richtlijn 87/344/EEG Artikel 4, lid 1 Vrije advocaatkeuze door verzekeringnemer Beding in algemene voorwaarden van toepassing
ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer)
NL ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer) ARREST VAN 7. 11. 2013 ZAAK C-442/12 7 november 2013 * Rechtsbijstandverzekering Richtlijn 87/344/EEG Artikel 4, lid 1 Vrije advocaatkeuze door verzekeringnemer Beding
DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene,
Tussen- en Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-114 d.d. 4 maart 2014 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. B.F. Keulen en prof.mr. M.L. Hendrikse, leden en mr. E.E. Ribbers,
Recht op vrije advocaatkeuze rechtsbijstandsverzekering
Regelingen en voorzieningen CODE 5.3.5.35 Recht op vrije advocaatkeuze rechtsbijstandsverzekering jurisprudentie bronnen Advocatenblad.nl, 7.11.2013 Nieuwsbericht Verbond van Verzekeraars, 7.11.2013, www.verzekeraars.nl
De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor bindend advies.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2019-209 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. dr. S.O.H. Bakkerus, mr. B.F. Keulen, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Klacht ontvangen
DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij NV,
ARREST VAN HET HOF (Tiende kamer) 7 april 2016 (*) Prejudiciële verwijzing Rechtsbijstandverzekering Richtlijn 87/344/EEG Artikel 4, lid 1 Vrije keuze van advocaat door de verzekeringnemer Gerechtelijke
Datum van inontvangstneming : 06/11/2014
Datum van inontvangstneming : 06/11/2014 Luxembourg Entrée 0 6 OCT. 2014 3 ktober 2014 Eerste Kamer 14/01472 LZ/AS Hoge Raad der Nederlanden Prejudiciële beslissing in de zaak van: Johannes Evert Antonius
DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-310 d.d. 27 oktober 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Rechtsbijstandverzekering,
De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 7 mei 2012.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-204 d.d. 11 juli 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. M.L. Hendrikse, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris)
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-113 d.d. 15 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.2849 (066.06) ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht
Achmea Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-381 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.E. du Perron en mr. E.M. Dil-Stork, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...
Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:GHSHE:2016:2505
ECLI:NL:GHSHE:2016:2505 Instantie Datum uitspraak 21-06-2016 Datum publicatie 24-04-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie - Vindplaatsen Uitspraak Gerechtshof
zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014
arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:
ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01
ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 29-11-2016 Datum publicatie 06-02-2017 Zaaknummer 200.174.828/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:GHARL:2017:4365
ECLI:NL:GHARL:2017:4365 Instantie Datum uitspraak 16052017 Datum publicatie 29062017 Zaaknummer 200.177.164 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof ArnhemLeeuwarden Civiel recht
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr (mr. B.F. Keulen, voorzitter en mr. I.M.L. Venker, secretaris)
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2019-149 (mr. B.F. Keulen, voorzitter en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Klacht ontvangen op : 24 augustus 2018 Ingediend door : Consument Tegen
ECLI:NL:GHSHE:2017:3619
ECLI:NL:GHSHE:2017:3619 Instantie Datum uitspraak 15-08-2017 Datum publicatie 16-08-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch 200.216.119_01
ECLI:NL:RBAMS:2015:5812
ECLI:NL:RBAMS:2015:5812 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 23-06-2015 Datum publicatie 04-09-2015 Zaaknummer CV EXPL 14-22777 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
Jan Sneller. DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij NV, ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer) 7 november 2013
Cb1 HA EIWOI1FI4CICI4S1 Cb103 TRIBUNAL DE JUSTICIA DE l.a UNION EUROPEA SOUI)NI DVUR EVROPSKE UNIE DEN EUROPAiISKE UNIONS DOMSTOL CJERICI ITSIIOF DER EUROPMSCIIEN UNION EUROOPA LITDU KOIIUS AIKAZI HPIO
Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009
Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009 OPGAVE 1 (34 punten) Vraag 1.1 (5 punten) Er staan geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen open. Het voorbereidingsbesluit van artikel
Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting
Uitspraak /1/A1
Uitspraak 201803876/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 17 oktober 2018 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied: Kapvergunningen ECLI:
ECLI:NL:RBROT:2016:665
ECLI:NL:RBROT:2016:665 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 20012016 Datum publicatie 28012016 Zaaknummer C/10/473480 / HA ZA 15333 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-287 d.d. 28 juli 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, drs. W. Dullemond en mr. B.F. Keulen, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting
[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten)
LJN: BI3542, Centrale Raad van Beroep, 08/3709 WJZ + 08/3713 WJZ Datum uitspraak: 15-04-2009 Datum publicatie: 12-05-2009 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:
ECLI:NL:RBROT:2015:4468
ECLI:NL:RBROT:2015:4468 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 24-06-2015 Datum publicatie 14-07-2015 Zaaknummer C-10-459512 - HA ZA 14-950 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220 Instantie Datum uitspraak 23-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer AWB - 14 _ 2227 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht
DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting
ECLI:NL:GHSHE:2014:1211 Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer HD
ECLI:NL:GHSHE:2014:1211 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 29-04-2014 Datum publicatie 01-05-2014 Zaaknummer HD 200.136.561_01 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger
ECLI:NL:RVS:2017:1997
ECLI:NL:RVS:2017:1997 Instantie Raad van State Datum uitspraak 26-07-2017 Datum publicatie 26-07-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604542/1/A1 Eerste
: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, verder te noemen Rechtsbijstandverzekeraar
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-045 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. C.E. Polak, en mr. dr. S.O.H. Bakkerus, leden en mr. M.H.P. Leijendekker, secretaris) Klacht
Hof: medisch advies behoeft niet te worden overgelegd
pagina 1 van 5 (http://stichtingpiv.nl/) Inloggen PIV-Kennisnet(http://stichtingpiv.nl/inloggen) JURISPRUDENTIE Bron: Hof Amsterdam 3 februari 2016 Publicatie nummer: (nog) niet gepubliceerd Zaaknummer:
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr (mr. B.F. Keulen, voorzitter en mr. dr. D.B. Holthinrichs, secretaris)
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2019-108 (mr. B.F. Keulen, voorzitter en mr. dr. D.B. Holthinrichs, secretaris) Klacht ontvangen op : 3 januari 2018 Ingediend door : Consument
ECLI:NL:GHAMS:2013:3271 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer
ECLI:NL:GHAMS:2013:3271 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 08-10-2013 Datum publicatie 06-01-2014 Zaaknummer 200.121.491-01 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons.
GCHB 2012-434 Uitspraak van 2 februari 2012 prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. Consument aanvaardt advies van de Geschillencommissie
De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,
De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-346 d.d. 2 december 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)
ECLI:NL:RBROT:2009:BH4446
ECLI:NL:RBROT:2009:BH4446 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 04-02-2009 Datum publicatie 03-03-2009 Zaaknummer 265169 / HA ZA 06-1949 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Eerste
Hoge Raad der Nederlanden
'" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,
Delta Lloyd Schadeverzekering N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-122 d.d. 23 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting
ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580
ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 Instantie Datum uitspraak 05-09-2006 Datum publicatie 06-10-2006 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer AWB 05/37675 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht
De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-132 d.d. 6 mei 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. S.N.W. Karreman, secretaris)
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-132 d.d. 6 mei 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. S.N.W. Karreman, secretaris) Samenvatting Rechtsbijstandverzekering. In een geval
ARREST VAN HET HOF (Zesde Kamer) 8 februari 1990*
ARREST VAN 8. 2. 1990 ZAAK C-320/88 ARREST VAN HET HOF (Zesde Kamer) 8 februari 1990* In zaak C-320/88, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Hoge Raad der Nederlanden,
tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen
Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak
ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8522
ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8522 Instantie Rechtbank Leeuwarden Datum uitspraak 17-09-2009 Datum publicatie 24-09-2009 Zaaknummer 99339 / KG ZA 09-274 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
ECLI:NL:CRVB:2016:3143
ECLI:NL:CRVB:2016:3143 Instantie Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2337 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ6219
ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ6219 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 15-07-2009 Datum publicatie 27-08-2009 Zaaknummer 259421 / HA ZA 08-2534 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
ECLI:NL:RBROT:2016:3340
ECLI:NL:RBROT:2016:3340 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 20042016 Datum publicatie 03052016 Zaaknummer 4878125 VV EXPL 1612 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2016:4193 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01
ECLI:NL:GHAMS:2016:4193 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 18-10-2016 Datum publicatie 21-10-2016 Zaaknummer 200.181.474/01 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie
Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)
ECLI:NL:GHSHE:2015:1379
ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 Instantie Datum uitspraak 17-04-2015 Datum publicatie 17-04-2015 Zaaknummer 14/01065 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch
Zaaknummer : CBHO 2015/083 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 26 januari 2016 Partijen : appellant en Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden :
Zaaknummer : CBHO 2015/083 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 26 januari 2016 Partijen : appellant en Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : collegegeld gegrond inschrijven ingetrokken inschrijving
EJEA ECLI:NL:RBDHA:2016:15833 Rechtbank Den Haag Datum uitspraak Datum publicatie ZaaknummerC/09/ KG ZA 16/1383
EJEA 16-186 ECLI:NL:RBDHA:2016:15833 Rechtbank Den Haag Datum uitspraak23-11-2016 Datum publicatie21-12-2016 ZaaknummerC/09/521602 KG ZA 16/1383 RechtsgebiedenAanbestedingsrecht Bijzondere kenmerkenkort
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op
Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005;
Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 1, tweede lid, en 29a, tweede lid, van
ECLI:NL:RBMNE:2015:8351
ECLI:NL:RBMNE:2015:8351 Instantie Datum uitspraak 27-11-2015 Datum publicatie 23-12-2015 Zaaknummer UTR 15/612 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Midden-Nederland Belastingrecht
