ECLI:NL:GHARN:2010:BM8222

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ECLI:NL:GHARN:2010:BM8222"

Transcriptie

1 ECLI:NL:GHARN:2010:BM8222 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger beroep Veroordeling ter zake van artikel 6 WVW. Schuld in de zin van artikel 6 WVW dient beoordeelt te worden aan de hand van de zorgplichten die op een verdachte rusten en of de schending van deze plichten wordt bestreken door geschreven of ongeschreven (grond)normen in het verkeersrecht. Verdachte reed met een bestelauto op de Rijskweg A28 en heeft plotseling een manoeuvre naar rechts gemaakt waardoor een achterliggende motorrijder ten val is gekomen en zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen. De toedracht van dit ongeval is te wijten aan een ernstige voorrangsovertreding op een snelweg waar weggebruikers in het algemeen gelegitimeerd mogen vertrouwen op het ongehinderd hun weg kunnen vervolgen. De weg ter plaatse alsmede de verkeerssituatie van dat moment maken de overtreding van verdachte dermate ernstig dat sprake is van grove schuld. Ook in het geval dat de motorrijder te hard zou hebben gereden, ontslaat dat de verdachte niet van de verplichting het achteropkomende verkeer te laten voorgaan. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak Sector strafrecht Parketnummer: Uitspraak d.d.: 6 april 2010 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van 21 november 2008 in de strafzaak tegen verdachte. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

2 Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 maart 2010 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr X.B. Sijmons, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is, verbeterd gelezen, tenlastegelegd dat: Primair, hij op of omstreeks 12 oktober 2007 te Soest, althans in het arrondissement Utrecht, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A28, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, komende vanaf de linker rijstrook (plotseling) naar rechts te sturen teneinde (na over de rechterrijstrook te zijn gereden) de aldaar aanwezige uitrijstrook op te rijden (terwijl uit de belijning ter plaatse bleek dat op dat punt die uitrijstrook niet meer opgereden mocht worden, immers was de blokmarkering overgegaan in een doorgetrokken streep/puntstuk) waardoor een motorrijder, die zich op de rechter rijstrook naast dan wel vlak achter het door verdachte bestuurde motorrijtuig bevond, (zeer) fors moest remmen en/of uitwijken teneinde een aanrijding/botsing te voorkomen, waarbij die motorrijder de controle over zijn motorfiets verloor en/of ten val kwam, waardoor die motorrijder, genaamd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een botbreuk van het voetwortelbeen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; Subsidiair, hij, op of omstreeks 12 oktober 2007, te Soest, althans in het arrondissement Utrecht, als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A28, komende vanaf de linker rijstrook (plotseling) naar rechts is gestuurd teneinde (na over de rechterrijstrook te zijn gereden) de aldaar aanwezige uitrijstrook op te rijden (terwijl uit de belijning ter plaatse bleek dat op dat punt die uitrijstrook niet meer opgereden mocht worden, immers was de blokmarkering overgegaan in een doorgetrokken streep/puntstuk), althans teneinde op de rechterrijstrook te gaan rijden, waardoor een motorrijder, die zich op de rechter rijstrook naast dan wel vlak achter het door verdachte bestuurde motorrijtuig bevond, (zeer) fors moest remmen en/of uitwijken teneinde een aanrijding/botsing te voorkomen,

3 waarbij die motorrijder de controle over zijn motorfiets verloor en/of ten val kwam, door welke gedraging(en) gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Juridisch kader artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 De verdachte is primair ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). In het algemeen geldt dat voor een bewezenverklaring van artikel 6 WVW dient te worden vastgesteld dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld is te wijten dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden met als gevolg dat iemand is overleden, danwel zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het juridische begrip schuld in het kader van artikel 6 WVW houdt in, dat voor strafbaarheid tenminste sprake moet zijn van een aanmerkelijke onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Onvoorzichtig of onoplettend handelen op zichzelf is niet voldoende om tot een bewezenverklaring van schuld te kunnen komen. Bij de beoordeling van schuld in de zin van artikel 6 WVW komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat niet in zijn algemeenheid gesteld kan worden dat één verkeersovertreding voldoende is voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van bedoelde bepaling. Daarvoor zijn immers verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Voor culpa is derhalve meer nodig dan het veronachtzamen van de voorzichtigheid en onoplettendheid die van een normaal oplettende bestuurder mag worden verwacht. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is gehandeld met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin (vergelijk HR 1 juni 2004, NJ 2005, 252). In de voorliggende zaak dient dus te worden beoordeeld of kan worden bewezen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend heeft gehandeld. Het komt daarbij aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Standpunten van de verdediging De raadsman heeft meerdere grieven tegen het vonnis ingebracht. De eerste grief betreft het bezigen van de verklaring van verdachte, zoals deze is afgelegd op 12 oktober 2007 tegenover de verbalisant [verbalisant 1]. De tweede grief is gericht tegen de aanname van de snelheid waarmee het slachtoffer [slachtoffer] heeft gereden. De derde grief heeft betrekking op de vaststelling van de rechtbank dat de verdachte de afslag naar Soesterberg zou hebben willen nemen en daartoe plotseling en op het laatste moment van rijbaan is gewisseld. In de vierde plaats betwist de verdediging dat de rechtbank de verklaring van de verdachte niet relevant of zelfs geloofwaardig acht dat hij naar rechts is gaan sturen omdat hij rechts achter zich een motorrijder zag slingeren en hij deze wilde helpen. Ten vijfde meent de verdediging dat relevantie moet worden toegekend aan de vraag of verdachte, voorafgaand aan het naar rechts sturen, heeft gespiegeld en richting heeft aangegeven. Ten slotte bepleit de verdediging dat mocht er toch sprake zijn van een regelovertreding, deze niet

4 voldoende kan zijn voor de aanname van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Overweging hof Het hof verwerpt de gevoerde verweren en komt op navolgende en gedeeltelijk andere gronden dan de rechtbank tot bewezenverklaring van de schuld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, op de wijze zoals hierna is vermeld, namelijk dat: Hij op 12 oktober 2007 te Soest, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A28, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend, als bestuurder vanaf de linker rijstrook plotseling naar rechts te sturen, waardoor een motorrijder, die zich op de rechter rijstrook vlak achter het door verdachte bestuurde motorrijtuig bevond, zeer fors moest remmen en uitwijken teneinde een aanrijding/botsing te voorkomen, waarbij die motorrijder de controle over zijn motorfiets verloor en ten val kwam, waardoor die motorrijder, genaamd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een botbreuk van het voetwortelbeen werd toegebracht, waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Anders dan de rechtbank baseert het hof zich niet op de kort na het ongeval door de verdachte afgelegde verklaring. Voor adequaat zicht op de toedracht van het ongeval volstaan de verklaringen van het slachtoffer [slachtoffer] en de eveneens aldaar rijdende getuige [getuige 1]. Het slachtoffer heeft ter terechtzitting van de rechtbank als getuige verklaard dat hij op 12 oktober 2007 als motorrijder op de Rijksweg A28 te Soest ter hoogte van hectometerpaal 11 in de richting van Zwolle heeft gereden. Na het inhalen van een vrachtwagen reed hij op de voor hem rechter rijstrook, waarbij een witte bestelbus met daarachter één of twee andere auto s met ongeveer dezelfde snelheid als het [slachtoffer] op de linker rijstrook bleven rijden. Opeens remde de witte bestelauto fors om een vrij scherpe manoeuvre naar rechts te maken. De bestelauto kwam hierdoor (bijna) haaks op de motor van [slachtoffer] te staan, waarop hij heeft geremd en de witte bestelauto heeft getracht te ontwijken. Dat is gelukt want hij heeft de bestelauto hierbij niet geraakt. Hij is echter door zijn ontwijkmanoeuvre wel de macht over het stuur van zijn motor kwijtgeraakt, waardoor hij ten val is gekomen en op de rechter rijstrook van de A28 is komen te liggen. Ten gevolge van het ongeval heeft de [slachtoffer] een voetwortelbreuk links en een afgescheurde voorste kruisband opgelopen, waardoor hij lange tijd heeft moeten revalideren. De getuige [getuige 1] heeft telefonisch aan de verbalisant verklaard dat hij als bestuurder van een motorfiets over de tweede rijstrook (het hof begrijpt: de voor hem rechter rijstrook) van de autosnelweg A28 te Soest ter hoogte van hectometerpaal 11 in de richting van Amersfoort achter een motorfiets reed. Hij zag een bestelauto links op de eerste rijstrook (het hof begrijpt: de linker rijstrook) rijden, die ineens naar de tweede rijstrook (het hof begrijpt: de rechter rijstrook) kwam, naast de motorfiets die voor hem reed. Deze motorfiets moest vol in de rem en hij zag dat die motorfiets onderuit schoof. De rechtbank heeft veel gewicht toegekend aan de kort na het ongeval door verdachte afgelegde verklaring dat hij de afslag naar Soesterberg wilde nemen. Mede in dat licht heeft de rechtbank de ter plaatse aanwezige matrixborden in samenhang met een mogelijk ophopende file van belang geacht. De verdachte zou de mogelijke file hebben willen ontlopen en daartoe op het laatste moment hebben willen afslaan naar Soesterberg. Voor een adequaat zicht op de toedracht van het ongeval zijn deze en andere aannames echter minder van belang. Het hof meent dat voornoemde getuigenverklaringen in onderling verband

5 beschouwd een adequate beschrijving van de gebeurtenissen geven, die in de kern hierop neerkomen dat de verdachte een onverhoedse rijbeweging naar rechts heeft gemaakt. De noodzaak van deze op een snelweg in beginsel zeer gevaarzettende manoeuvre is uit het beschikbare bewijsmateriaal niet gebleken. De verdediging is ingericht op een alternatieve lezing van de gebeurtenissen, waarbij ofwel het zwaartepunt ligt op mogelijk deviant rijgedrag van het slachtoffer, ofwel dat de verdachte plotseling moest afslaan om hulp te verlenen aan de ten val gekomen motorrijder. De verklaring van de verdachte vindt geen steun in enige omstandigheid of afgelegde getuigenverklaring en vergt naar het oordeel van het hof geen nader onderzoek. Het hof ziet zich tenslotte nog gesteld voor de door de verdediging opgeworpen vraag of de enkele overtreding of het enkele niet zien van een voorrangsgerechtigde weggebruiker dragend is voor de vereiste mate van schuld in artikel 6 Wegenverkeerswet De rechtens juiste maatstaf is welke zorgplichten op een verdachte rusten en of de schending van deze plichten wordt bestreken door geschreven of ongeschreven (grond)normen in het verkeersrecht. De toedracht van het ongeval is te wijten aan een ernstige voorrangsovertreding op een snelweg waar weggebruikers in het algemeen gelegitimeerd mogen vertrouwen op het ongehinderd hun weg kunnen vervolgen. De weg ter plaatse alsmede de verkeerssituatie van dat moment maken de overtreding van verdachte dermate ernstig dat sprake is van grove schuld. Ook in het geval dat de motorrijder [slachtoffer] te hard zou hebben gereden, ontslaat dat de verdachte niet van de verplichting het achteropkomende verkeer te laten voorgaan. Het hof acht een nader onderzoek naar de snelheid van [slachtoffer], zoals voorgesteld door de raadsman, dan ook niet noodzakelijk en zal dit verzoek afwijzen. Gelet op het voorgaande komt het hof tot het oordeel dat verdachte zeer onoplettend en onvoorzichtig heeft gehandeld hetgeen grove schuld oplevert in de zin van artikel 6 WVW. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die het gedrag van verdachte rechtvaardigen of zijn schuld wegnemen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 12 oktober 2007 te Soest, althans in het arrondissement Utrecht, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A28, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als bestuurder komende vanaf de linker rijstrook (plotseling) naar rechts te sturen teneinde (na over de rechterrijstrook te zijn gereden) de aldaar aanwezige uitrijstrook op te rijden (terwijl uit de belijning ter plaatse bleek dat op dat punt die uitrijstrook niet meer opgereden mocht worden, immers was de blokmarkering overgegaan in een doorgetrokken streep/puntstuk) waardoor een motorrijder, die zich op de rechter rijstrook naast dan wel vlak achter het door verdachte bestuurde motorrijtuig bevond, (zeer) fors moest remmen en/of uitwijken teneinde een aanrijding/botsing te voorkomen, waarbij die motorrijder de controle over zijn motorfiets verloor en/of ten val kwam, waardoor die motorrijder, genaamd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een botbreuk van

6 het voetwortelbeen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op het misdrijf: Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft met een bestelauto gereden over de Rijskweg A28, terwijl sprake was van drukte en een naderende opeenhoping van verkeer. Vervolgens heeft verdachte plotseling een manoeuvre naar rechts gemaakt. Hierdoor moest de rechts achter hem rijdende motorrijder vol in de remmen. De motorrijder heeft getracht de bestelauto van verdachte te ontwijken, hij verloor de macht over het stuur en is gevallen op het wegdek waardoor hij zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen. Het slachtoffer heeft in een schriftelijke verklaring aangegeven nog dagelijks last te hebben van het ongeval. Hij kan niet meer hardlopen, wat zijn grote hobby was. Hij heeft zijn baan verloren vanwege fysieke klachten door het ongeluk en ontvangt nu een uitkering. Het hof heeft bij de oplegging van de straf gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg van Voorzitters van de Strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS). Voor het bewezenverklaarde feit wordt, bij toepassing van de voornoemde oriëntatiepunten, bij een grove verkeersfout, indien het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen en er geen alcoholgebruik in het spel was, het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden onvoorwaardelijk alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar aanbevolen. De advocaatgeneraal heeft in plaats van een gevangenisstraf een werkstraf voor de duur van 120 uren gevorderd en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, zoals ook door de rechtbank is opgelegd. Het hof ziet geen reden om van de vordering van de advocaat-generaal af te wijken en zal conform beslissen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

7 Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Wijst af het verzoek tot het benoemen van een deskundige die nader onderzoek kan doen naar de gereden snelheid van slachtoffer Wijdenes. Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis. Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden. Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Aldus gewezen door mr M. Otte, voorzitter, mr A.W.M. Elders en mr G.C. Gillissen, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr S.M.A. Lestrade, griffier, en op 6 april 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420 ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 05-04-2011 Datum publicatie 07-04-2011 Zaaknummer 21-002244-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. arrest GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem Afdeling strafrecht Parketnummer: X Uitspraak d.d.: 15 juni 2016 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518 ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518 Instantie Datum uitspraak 17-10-2011 Datum publicatie 25-10-2011 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-003332-09 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1193

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1193 ECLI:NL:GHARL:2013:CA1193 Instantie Datum uitspraak 12-02-2013 Datum publicatie 28-05-2013 Zaaknummer 21-004366-12 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2017:2188

ECLI:NL:GHARL:2017:2188 ECLI:NL:GHARL:2017:2188 Instantie Datum uitspraak 15-03-2017 Datum publicatie 15-03-2017 Zaaknummer 21-006632-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 10-11-2016 Datum publicatie 29-12-2016 Zaaknummer 23-000872-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 november 2016 TEGENSPRAAK

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 november 2016 TEGENSPRAAK ECLI:NL:GHAMS:2016:5390 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 03-11-2016 Datum publicatie 21-12-2016 Zaaknummer 23-003117-15 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692 ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692 Instantie Datum uitspraak 19-03-2013 Datum publicatie 19-03-2013 Zaaknummer 21-000368-12 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGRO:2009:BH3578,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2016:935

ECLI:NL:GHDHA:2016:935 ECLI:NL:GHDHA:2016:935 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 31-03-2016 Datum publicatie 06-04-2016 Zaaknummer 22-004068-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2016:6592

ECLI:NL:RBOBR:2016:6592 ECLI:NL:RBOBR:2016:6592 Instantie Datum uitspraak 28-11-2016 Datum publicatie 28-11-2016 Rechtbank Oost-Brabant Zaaknummer 01/860388-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2061

ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2061 ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2061 Instantie Datum uitspraak 03-02-2009 Datum publicatie 05-02-2009 Gerechtshof 's-gravenhage Zaaknummer 22-002670-08 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

Uitspraak. Parketnummer: Datum uitspraak: 17 november 2016 VERSTEK

Uitspraak. Parketnummer: Datum uitspraak: 17 november 2016 VERSTEK ECLI:NL:GHAMS:2016:5593 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 17-11-2016 Datum publicatie 29-12-2016 Zaaknummer 23-001668-16 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7293

ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7293 ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7293 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 01-12-2005 Datum publicatie 01-12-2005 Zaaknummer 16/501029-05 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Datum uitspraak: 1 november TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Datum uitspraak: 1 november TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) ECLI:NL:GHAMS:2016:5673 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 01-11-2016 Datum publicatie 30-12-2016 Zaaknummer 23-003159-15 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2017:2291

ECLI:NL:GHDHA:2017:2291 ECLI:NL:GHDHA:2017:2291 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 24-05-2017 Datum publicatie 09-08-2017 Zaaknummer 22-005150-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999

ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999 ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999 Instantie Datum uitspraak 16-05-2012 Datum publicatie 16-05-2012 Zaaknummer 20-002733-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377 ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 15-04-2011 Datum publicatie 15-04-2011 Zaaknummer 19.605555-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11 ECLI:NL:GHSHE:2015:3566 Instantie: Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak: 16-09-2015 Datum publicatie: 17-09-2015 Zaaknummer: 20-002514-14 Rechtsgebieden: Materieel strafrecht Strafprocesrecht Bijzondere

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2008:BG4042

ECLI:NL:GHARN:2008:BG4042 ECLI:NL:GHARN:2008:BG4042 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 11-11-2008 Datum publicatie 12-11-2008 Zaaknummer 21-001909-07 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158 ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 14-07-2010 Datum publicatie 22-07-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 16-711123-09 [P] Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011 ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 16-11-2011 Datum publicatie 18-11-2011 Zaaknummer 13/656781-11 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 Instantie Datum uitspraak 11-06-2003 Datum publicatie 12-08-2003 Zaaknummer 2200326602 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-gravenhage

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:1006

ECLI:NL:RBDHA:2014:1006 ECLI:NL:RBDHA:2014:1006 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 29-01-2014 Datum publicatie 29-01-2014 Zaaknummer 09/818467-13 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:3775

ECLI:NL:GHAMS:2014:3775 ECLI:NL:GHAMS:2014:3775 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 01-07-2014 Datum publicatie 05-12-2014 Zaaknummer 23-004323-13 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273 ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 31-03-2004 Datum publicatie 08-04-2004 Zaaknummer 06/060115-03 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 24 augustus 2016.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 24 augustus 2016. ECLI:NL:GHAMS:2016:5663 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 07-09-2016 Datum publicatie 30-12-2016 Zaaknummer 23-000259-16 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO7907

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO7907 ECLI:NL:GHLEE:2010:BO7907 Instantie Datum uitspraak 30-11-2010 Gerechtshof Leeuwarden Datum publicatie 20-12-2010 Zaaknummer 24-001016-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2010:BO9234

ECLI:NL:RBALK:2010:BO9234 ECLI:NL:RBALK:2010:BO9234 Instantie Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak 07-12-2010 Datum publicatie 29-12-2010 Zaaknummer 14.701344-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:OGEAA:2016:411

ECLI:NL:OGEAA:2016:411 ECLI:NL:OGEAA:2016:411 Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Datum uitspraak 05-02-2016 Datum publicatie 22-06-2016 Zaaknummer 426 van 2015, P-2015/06927 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993 ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993 Instantie Datum uitspraak 11-11-2009 Datum publicatie 11-11-2009 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-002029-08 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4974 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4974 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4974 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 05-03-2009 Datum publicatie 05-03-2009 Zaaknummer 24-002073-08 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3511

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3511 ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3511 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 10-02-2010 Datum publicatie 10-02-2010 Zaaknummer 06/800866-09 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2017:1213

ECLI:NL:GHAMS:2017:1213 ECLI:NL:GHAMS:2017:1213 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 28-03-2017 Datum publicatie 10-04-2017 Zaaknummer 23-000918-16 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB4499

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB4499 ECLI:NL:RBZUT:2007:BB4499 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 25-09-2007 Datum publicatie 28-09-2007 Zaaknummer 06/580261-07 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 10 februari 2015.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 10 februari 2015. ECLI:NL:GHAMS:2015:563 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 24-02-2015 Datum publicatie 08-06-2015 Zaaknummer 23-005069-13 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355

ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355 ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 20-11-2007 Datum publicatie 21-11-2007 Zaaknummer 19.830186-07 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2015:5213 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2015:5213 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2015:5213 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 16-12-2015 Datum publicatie 16-12-2015 Zaaknummer 23-000433-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1675

ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1675 ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1675 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 07-09-2011 Datum publicatie 15-09-2011 Zaaknummer 16-600572-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2015:2029

ECLI:NL:GHSHE:2015:2029 ECLI:NL:GHSHE:2015:2029 Instantie Datum uitspraak 03-06-2015 Datum publicatie 03-06-2015 Gerechtshof 's-hertogenbosch Zaaknummer 20-000203-14 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:2577

ECLI:NL:GHARL:2015:2577 ECLI:NL:GHARL:2015:2577 Uitspraak Arrest GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Strafrecht Parketnummer: 21-008157-13 Datum uitspraak: 9 april 2015 Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8341

ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8341 ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8341 Instantie Datum uitspraak 24-04-2013 Datum publicatie 24-04-2013 Zaaknummer 20-000702-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2016:1041

ECLI:NL:RBGEL:2016:1041 ECLI:NL:RBGEL:2016:1041 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 22-02-2016 Datum publicatie 25-02-2016 Zaaknummer 05/840508-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie