Rivierkundige effecten voorkeursalternatief Millingerwaard
|
|
|
- Ferdinand van Loon
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rivierkundige effecten voorkeursalternatief Millingerwaard Samenvatting rivierkundig onderzoek VKA Millingerwaard november november 2009 N.G.M. van den Brink 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 1
2 1 Inhoudsopgave 2 Effecten Inleiding Waterstandsdaling in de rivieras (daling waterstand MHW) Effect op afvoerverdeling splitsingspunt Aanzanding hoofdgeul Gevolgen op erosie en sedimentatie in de uiterwaard Inundatiebeeld uiterwaard Effecten door verandere inundatie (van benedenstrooms) Effecten door veranderde toestroming van bovenstrooms Stabiliteit hoofdwaterkering (MHW waterstand in de uiterwaard) Veiligheid scheepvaart (dwarsstromen) Robuustheid rivierverruiming Overzicht nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 2
3 2 Effecten 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk komen de rivierkundige effecten aan de orde. De effecten worden in de volgende volgorde besproken. Beoordelingscriterium Methode R1 Waterstandsdaling MHW waterstand in de rivieras Kwantitatief modelberekening R2 Effect op afvoerverdeling splitsingspunt Kwantitatief modelberekening R3 Aanzanding hoofdgeul Kwantitatief modelberekening & Best professional judgement R4 Gevolgen op erosie/sedimentatie in de uiterwaard door veranderingen inundatiefrequentie en duur Kwantitatief a.d.h. modelberekeningen R5 Stabiliteit van de hoofdwaterkering Kwantitatief modelberekening R6 Veiligheid scheepvaart Kwantitatief modelberekening R7 Robuustheid Best professional judgement Tabel 1. Bepaalde effecten 2.2 Waterstandsdaling in de rivieras (daling waterstand MHW) Het effect op de rivieras is bepaald met een vaste ontrekking op het Pannerdens kanaal ter grootte van de wetmatige afvoer behorende bij een Bovenrijnafvoer van m 3 /s. Het effect op de waterstanden in de rivieras is afgebeeld in de volgende figuur. Figuur 1 laat zien dat met de ingrepen een waterstands-daling van meer dan 6.5 centimeter wordt bereikt tussen de rivierkilometers 867 en 868. Een benedenstroomse piek zichtbaar ter hoogte van rivierkilometer 873 waarop later terug wordt gekomen bij de beoordeling van de effecten op de stabiliteitvan de hoofdwaterkering. 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 3
4 Figuur 1. Effect van het voorkeurs alsternatief op maatgevende waterstanden. Het gecombineerde effect van de PKB maatregelen 1504 en w06_1_l heeft een maximum van -6,48 cm ter hoogte van rkm 867. Dit alternatief scoort met een maximum van -6,7 cm beter. Het resultaat word beoordeeld als neutraal (0). 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 4
5 2.3 Effect op afvoerverdeling splitsingspunt In de volgende tabel zijn de effecten op de afvoerverdeling bij Maatgevend Hoogwater weergegeven. Ref Mil5 verschil Q Waal Q Pannerdens kanaal Q Nederrijn Q IJssel Tabel 2. Overzicht effecten op de afvoerverdeling In de volgende tabel zijn de effecten op de afvoerverdeling bij Normaal Hoogwater weergegeven. Ref Mil5 verschil Q Waal Q Pannerdens kanaal Q Nederrijn Q IJssel Tabel 3. Overzicht effecten op de afvoerverdeling De effecten van het voorkeursalternatief op de afvoerverdeling zijn groter dan die in de voorgaande alternatieven inclusief het PKB referentiealternatief. Het verschil is vergelijkbaar met alternatief 3 (70 m3/s). Ten opzichte van het PKB referentiealternatief is het verschil ongeveer 20m 3 /s (77 vs 57 m 3 /s). Omdat het effect groter is dan 10 m 3 /s wordt het negatief beoordeeld. 2.4 Aanzanding hoofdgeul Voor de effecten van de ingrepen op de vaarweg wordt teruggegrepen op het 1D morfologische onderzoek dat heeft plaatsgevonden bij de ontwikkeling van de alternatieven. Een van de alternatieven die is onderzocht (nummer m1 uit het morfologische onderzoek) vertoont sterke verwantschap met het nu voorliggende VKA. Dit alternatief is alternatief 2 waarin geen verlaging van de Millingerdam is opgenomen. Wel is MHW effect van deze maatregel (meer dan ) kleiner dan de nu voorliggende voorkeur (meer dan ) die verschillen worden echter kleiner bij de lagere afvoeren die voor de morfologische effecten het meest bepalend zijn. De effecten van deze variant zijn de kleinste van alle bepaalde effecten. m1 In variant m1 stroomt er reeds bij een afvoer van 4000 m3/s Lobith water de uiterwaard in. Echter, de stroming in de geulen van alternatief 2 komt pas goed op gang bij afvoeren groter dan m3/s bij Lobith wanneer het water ook over de Millingerdam gaat stromen. Doordat de Millingerdam op het huidig 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 5
6 niveau blijft, zijn de morfologische veranderingen in het gebied beperkt. Aanzandingen en erosie bedragen maximaal 6 centimeter. In tabel 4 zijn de tijdsafhankelijke effecten van twee representatieve raaien afgebeeld samen met het verwachtte baggerbezwaar van de variant m1 welke representatief wordt geacht voor het VKA. De verruiming in de uiterwaard en de verminderde vernauwing van het hoogwaterbed die daaruit volgt veroorzaakt enige aanzanding. Ook kan deze aanzanding langere periodes merkbaar zijn als deze niet wordt weggebaggerd. Enig extra baggerwerk is als gevolg van de maatregel mogelijk. De in het VKA resterende aanzanding is het zomerbed moet geheel worden toe geschreven aan de MHW doelstelling van het project 1. Zonder extra ingrepen in het zomerbed is het niet of nauwelijks nog mogelijk om de effecten op het zomerbed verder te reduceren. 1 Alleen met een groot regelwerk zouden de effecten nog verder kunnen worden terug gedrongen zonder dat de MHW taakstelling wordt losgelaten. 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 6
7 m1 (VKA) Totaal baggerbezwaar in m Gemiddeld baggerbezwaar per jaar in m Maximaal baggerbezwaar in de periode van jaar Bronnen: -oplegnotitiemorfologisch onderzoek Millingerwaard 24 juni 2009, J.Nieuwkoop -morfologisch onderzoek Millingerwaard, 10 juni 2009, A.J.Smale Tabel 4. Kort overzicht kenmerkende berekende effecten op de vaarweg De effecten van de RVR ingrepen op de vaarweg zijn geminimaliseerd met behoud van taakstelling. Negatieve effecten zijn er echter wel. Omdat de Millingerdam niet is verlaagd wordt het effect beoordeeld als neutraal (0). 2.5 Gevolgen op erosie en sedimentatie in de uiterwaard In het huidige tijdsgewricht wordt morfologische veranderlijkheid (dynamiek) van de uiterwaard gezien als een van de grootste kwaliteiten van de Millingerwaard. Daarom wordt hier in deze MER aandacht aan besteed. Door de ingrepen treden twee belangrijke veranderingen op: I. De inundatiefrequentie van de uiterwaard neemt sterk toe, II. De toestroom van water naar de uiterwaard neemt toe. Voordat op de morfologische effecten in de uiterwaard wordt ingegaan wordt het inundatiebeeld toegelicht Inundatiebeeld uiterwaard In de volgende tabel zijn de waterdiepten van de referentie en de maatregel naast elkaar gezet voor vier verschillende afvoeren. 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 7
8 Q Lobith m3/s, pkb32ref 04 Q Lobith m3/s, VKA Q Lobith m3/s, pkb32ref 06 Q Lobith m3/s, VKA 9-nov-09, Figuur Rivierkunde 2a. Waterdiepte Millingerwaard bij verschillende afvoeren, Q Lobith en m 3 /s blz. 8
9 Q Lobith m3/s, pkb32ref 08 Q Lobith m3/s, VKA Q Lobith m3/s, pkb32ref Figuur 2b. Waterdiepte bij verschillende afvoeren, Q Lobith en m 3 /s 10 Q Lobith m3/s, VKA 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 9
10 Toelichting De voorgaande figuur (2a) is in kleur de waterdiepten te zien zoals berekend door WAQUA. Daarnaast is in grijs aangegeven waard de bodemhoogte lager is dan de het waterpeil zoals berekend door WAQUA. Bij en m3/s is het overstroomde gebied in WAQUA kleiner dan het gebied dat op grond van de terreinhoogte kan overstromen (grijs). De modellering van de kade middendoor voorkomt dat het gebied bovenstrooms van de dam inundeert. Als de dam doorlatend wordt gemaakt en de duikers liggen lager dan 11 meter + NAP dan zal het overgrote deel van het grijze gebied (in de Millingerwaard!) overstromen. Bij lage hoogwaterafvoeren (figuur 2a) neemt de omvang van het overstroomde gebied ná uitvoering van de ingrepen toe. Ook neemt, door het reeds verrichtte graafwerk en het nog uit te voeren graafwerk, de waterdiepte op veel plaatsen toe. Bij hogere afvoeren (figuur 2b) verandert de omvang van het overstroomde gebied alleen daar waar actief is ingegrepen in de terreinhoogte Effecten door verandere inundatie (van benedenstrooms) Door de grotere inundatiefrequentie waarbij van benedenaf inundatie optreed wordt vaker sediment uitgewisseld met het zomerbed. Ook treden bij wisselende waterstanden spanningen op in oevers en wordt lokaal sediment verplaatst. Bij stijgende waterstanden stroomt water naar de uiterwaard toe en neemt daarbij sediment mee. Bij dalende waterstanden stroomt water uit de uiterwaard weg en neemt daarbij sediment mee. Kortdurende fluctuaties tijdens de passage van schepen door het zomerbed dringen nauwelijks in het gebied door doordat zij worden afgedempt door het grote volume dat aanwezig is in de Erlecomse waarden die daarmee als een soort expansievat gaan dienen.langere, meer natuurlijke, fluctuaties dringen wel door. Bij stijgend water wordt zwevend sediment naar het gebied toe getransporteerd bij zeer lage stroomsnelheden in de Erlecomse plassen en de geul langs de Beyer. Het is waarschijnlijk dat een groot deel van het bij lage afvoeren inkomende sediment, zal bezinken in die twee wateren. Bij inundatie zal slechts weinig sediment de meest bovenstroomsgelegen wateren bereiken. Verzanding van de invaaropening kan een tijdelijk probleem zijn maar het is niet de verwachting dat dat probleem veel groter zal zijn dan dat het in de huidige situatie is Effecten door veranderde toestroming van bovenstrooms Bij afvoeren tussen en m 3 /s bij Lobith (dichter bij dan bij 8.000) treedt toestroming op van bovenaf. Hierbij wordt sediment aangevoerd. In de volgende figuur is met gele blokken aangegeven op welke locaties door water sediment kan worden aangevoerd. Verderop zijn in figuur 6 veranderingen in stroomsnelheid bij m 3 /s afgebeeld. Rond 872 suggereert figuur 6 een afname van de stroming. Deze afname hangt samen met een vrij hoge ruwheid die is gehanteerd voor de Millingerduin zodat interventie niet nodig is. Voorlopig zal de ruwheid hier nog laag zijn en zijn voor deze afvoer geen grote veranderingen te verwachten als gevolg van de ingrepen. Rond rkm 870,500 kan de hoeveelheid toenemen als gevolg van een verbeterde afvoer van water uit het uiterwaard. Het beeld voor meer algeme hoogwaterafvoeren is dat de aanvoer van sediment min of meer gelijk blijft en wellicht iets toeneemt rond rkm 870,500. Slib dat bij lage afvoeren is bezonken in de geul tussen de Beyer en de bandijk zal bij hoge afvoeren waarschijnlijk worden uitgespoeld naar de Erlecomse waard. 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 10
11 Figuur 3. Toestroming sediment Bij afvoeren die nog hoger zijn dan de hiervoor toegelichte m 3 /s veranderd het stroombeeld. Waar bij m3/s rond rkm en 872 water naar het winterbed wordt aangevoerd wordt bij MHW water over de Millingerdam aangevoerd waardoor de aanvoer bij rkm en 872 verminderd. 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 11
12 In de volgende figuur zijn de veranderingen in stroomsnelheidsgrootte en de stroomrichtingen aangegeven. Figuur 4. Verandering stroomsnelheden MHW 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 12
13 Door de ingrepen nemen de stroomsnelheden op de Millingerduin af. Hierbij moet worden vermeld dat er bij MHW in de referentie geen sediment wordt aangevoerd omdat de stroming naar het zomerbed toe is gericht. Vanuit een ecologisch perspectief zijn de effecten van de ingrepen op de morfodynamiek in de uiterwaard neutraal tot licht positief. De maatregelen worden op dit aspect conservatief beoordeeld als neutraal (0). 2.6 Stabiliteit hoofdwaterkering (MHW waterstand in de uiterwaard) In de volgende figuur zijn de ruimtelijke verschillen in waterstand te zien. Figuur 5. Waterstandsverschillen ruimtelijk 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 13
14 De ruimtelijke waterstandsverschillen laten zien dat de waterstanden tot 1 decimeter dalen in de Millingerwaard maar stijgen in de Erlecomse waarden met waarden tot 3 centimeter (0.028m) wat vrij fors is. Het is noodzakelijk dat er benedenstroomse maatregelen worden getroffen die dit opvangen. Een overkoepelende toets van het Ruimte Voor de Rivier pakket is noodzakelijk om te kunnen beoordelen of deze stijging acceptabel is. In de afbeelding is ook daling van de waterstand te zien op het Pannerdens kanaal. Deze daling is het gevolg van de gehanteerde berekingsmethode waarbij een vaste onttrekking op het Pannerdens kanaal is gehanteerd. Door verruiming in demillingerwaard worden géén waterstandsdalingen op het Pannerdens kanaal gerealiseerd als de afvoerverdeling niet veranderd. Waterstandsdalingen op het Pannerdens kanaal moeten door ingrepen op die tak worden bewerkstelligd. Als individuele maatregel ondervindt de bandijk bij Erlecom negatieve gevolgen van de ingrepen. Deze benedenstroomse waterstandseffecten zijn kleiner dan het PKB referentiealternatief (combinatie 1504 en w06_1_l maximaal aan de Erlecomse bandijk). De individuele effecten blijven echter negatief en zullen door benedenstrooms gelegen maatregelen moeten worden opgevangen. Voor de beoordeling van de stabiliteit is in de alternatieven gekeken naar de grootte van de stroomsnelheid aan de bandijk bij m 3 /s en daarom wordt ook hier op daarop beoordeeld. De grootste stroomsnelheden bij de bandijk doen zich voor in de Erlecomse waarden rond rivierkilometer 874,500. De grootte van de stroomsnelheid bedraagt daar in het voorkeursalternatief ruim 1 m/s. De stroomsnelheid neemt door de ingrepen daar minder dan 0,01 m/s toe (veranderingen stroomsnelheden MHW figuur 4). Het effect wordt neutraal beoordeeld (0). 2.7 Veiligheid scheepvaart (dwarsstromen) In de volgende figuur zijn de stroomsnelheidsverschillen bij m3/s afgebeeld met stroombanen(na ingreep) daaroverheen waaruit de richting van de stroming kan worden bepaald. 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 14
15 Figuur 6. Verandering stroomsnelheden m3/s Uit figuur 6 blijkt dat bij m3/s de veranderingen in de stroomsnelheidsgrootte op de normaal en oeverlijn klein zijn. In elk geval vindt er geen abrupte inof uitstroom plaats bij deze afvoer. Rond rkm 970,500 neemt de dwarsstroom over de kade toe. In de volgende figuur is van die locatie een detail getoond van een potentiele probleemlocatie. 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 15
16 Figuur 7. Detail dwarsstromen m3/s (ondergrond verandering grootte stroomsnelheid) De dwarsstroom is hier -op de oeverlijn- met waarden van ca 0.25 m / s vrij fors. Door de ingrepen verminderd de stroming hier iets (ca 0.15 m / s ). Door een verminderde langscomponent kan de dwarscomponent iets (maximaal 0,05 m / s ) zijn toegenomen. Bij lagere afvoeren gaan de inlaatdrempels droogvallen waardoor de dwarsstromen reduceren tot 0. De effecten van de ingrepen op dwarsstromen zijn zeer klein. De effecten op dwarsstroom worden neutraal beoordeeld (0). 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 16
17 2.8 Robuustheid rivierverruiming De robuustheid van de maatregel voor rivierverruiming voor de toekomst wordt afgemeten naar de mate waarin verwacht wordt dat de verrichtte investeringen hydraulisch duurzaam effectief zijn. Hiervoor wordt gekeken naar drie kenmerken van robuustheid deze kenmerken zijn: 1. Afwezigheid van kapitaalintensief landgebruik en/of de realisatie van robuust afvoerdoorlatende bereikbaarheidsvoorzieningen voor dat gebruik, 2. Realisatie of handhaving van een goede hydraulische samenhang die geschikt is voor opschaling naar een grotere maat, 3. Mate van Hydraulische tolerantie voor achterstallig beheer van geulen en vegetatie. Landgebruik en bereikbaarheid De in het Voorkeursalternatief voorgestelde verplaatsing van de Beyer verminderd het risico van sluipend verminderend afvoervermogen van het gebied als gevolg van uitbreiding van bedrijvigheid en of aanpassingen van toegangkelijkheid. Dit wordt positief beoordeeld. Hiertegen over staat dat ten behoeve van de gehandhaafde bebouwing bereikbaarheidsvoorzieningen elders worden gehandhaafd en zelfs incidenteel worden verbeterd. Dit gegeven blijft een risico voor de veiligheid op termijn. Verhoging van de Millingerdam is daarbij het grootste risico voor de veiligheid.anderzijds kunnen terreinbeheerders in het gebied ook een zinvolle en belangrijke bijdrage levere n aan de veiligheid door op de cruciale lokaties voldoende openheid hand te haven. Ten opzichte van de autonome ontwikkeling is al met al sprake van een duidelijke verbetering voor de veiligheid nu en op termijn. Samenhang Het VKA realiseert een samenhangend netwerk van robuuste geulen. Hoewel de doorsnijdingen vanuit veiligheid een minpunt zijn is er nog voldoende samenhang om over een geheel te spreken. Mocht de nood aan de man komen dan is opschaling mogelijk door verwijdering van de ontsluiting middendoor en/of door het maken van een hoogwaterregelwerk in de Millingerdam. Beheertolerantie Het VKA is voor zijn hydraulische werking afhankelijk van een open inlaatgebied zonder struiken. Ook de dam die als ontsluiting middendoor dient moet vrij zijn van struiken en bomen. Daarbuiten voorzien de permanente wateren in de vereiste ruimte voor de afvoer van water. Buiten het inlaatgebied en de dam middendoor kan met een minimaal beheer worden volstaan en blijft de afvoercapaciteit van het gebied in stand. In vergelijking met de autonome ontwikkeling is er sprake van een duidelijke vooruitgang. Afwezigheid van kapitaalintensief landgebruik en/of realisatie van Hydraulische Samenhang Beheertolerantie Totaaloordeel robuust afvoerdoorlatende bereikbaarheidsvoorzieningen VKA beoordeling Tabel 5. Beoordeling robuustheid 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 17
18 3 Overzicht Beoordelingscriterium Oordeel R1 Waterstandsdaling MHW waterstand in de rivieras 0 R2 Effect op afvoerverdeling splitsingspunt - R3 Aanzanding hoofdgeul 0 R4 Gevolgen op erosie/sedimentatie in de uiterwaard door veranderingen inundatiefrequentie en duur 0 R5 Stabiliteit van de hoofdwaterkering 0 R6 Veiligheid scheepvaart 0 R7 Robuustheid + Tabel 6. Bepaalde effecten 9-nov-09, Rivierkunde Millingerwaard blz. 18
Hydraulische toetsing Dijkverlegging Westenholte. Verslag van hydraulische toetsing variant Hanken Dijkverlegging Westenholte.
Hydraulische toetsing Dijkverlegging Westenholte Verslag van hydraulische toetsing variant Hanken Dijkverlegging Westenholte. Ir. N.G.M van den Brink, 25 januari 2008 Inhoudsopgave........................................................................................
notitie Grondbank GMG 1. INLEIDING
notitie Witteveen+Bos van Twickelostraat 2 postbus 233 7400 AE Deventer telefoon 0570 69 79 11 telefax 0570 69 73 44 www.witteveenbos.nl onderwerp project opdrachtgever projectcode referentie opgemaakt
RIVIERKUNDIGE TOETSING RIVIERVERRUIMING HUISSENSCHE WAARDEN
RIVIERKUNDIGE TOETSING RIVIERVERRUIMING HUISSENSCHE WAARDEN HSRO, BASAL DYCKERHOFF 21 juli 2012 : - Definitief C03021.000098.0100.0100 Inhoud Samenvatting 3 1 Inleiding 5 1.1 aanleiding 5 1.2 achtergrond
Rivierkundige beoordeling Gendtse Polder
Rivierkundige beoordeling Gendtse Polder Provincie Gelderland juli 2014 Concept Rivierkundige beoordeling Gendtse Polder dossier : BD2962-101-100 registratienummer : RDC_BD2962-101_M20140716_NL04500_c0.1
1 Rivierkundige Toetsing Definitief 1 Verbreding invaart Haaften
1 Rivierkundige Toetsing Definitief 1 27/05/2016 Rijkswaterstaat Oost Nederland Afdeling SLU p.a. K. Kroese, A.H. Thielking Postbus 25 6200 MA Maastricht Geachte lezer, Inleiding Op 18 april j.l. heeft
Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard Rivierkundige analyse
Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard 9T5318.A0 Definitief 24 maart 2010 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen (024) 328 42 84 Telefoon
Hydraulische beoordeling nieuwe waterkering Alexander, Roermond. WAQUA-simulaties ten behoeve van Waterwetaanvraag
nieuwe waterkering Alexander, Roermond WAQUA-simulaties ten behoeve van Waterwetaanvraag i Datum 17 maart 2014 Status Concept, versie 0.2 Project P0056.9 Naam Paraaf Datum Auteur Drs. R.C. Agtersloot 17-03-2014
Gemeente Zwolle. Morfologisch gevoeligheidsonderzoek Westenholte. Witteveen+Bos. Willemskade postbus 2397.
Gemeente Zwolle Morfologisch gevoeligheidsonderzoek Westenholte Willemskade 19-20 postbus 2397 3000 CJ Rotterdam telefoon 010 244 28 00 telefax 010 244 28 88 Gemeente Zwolle Morfologisch gevoeligheidsonderzoek
Rivierkundige compensatie dijkverbetering - Werkendam Rivierkundige Analyse
Rivierkundige compensatie dijkverbetering - Werkendam 28 oktober 2009 Definitief 9S6258.E0 Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen (024) 328 42 84 Telefoon (024) 360 54 83 Fax [email protected]
Ruimte voor de Rivier - praktijktoepassing met Simona. Simona Gebruikersmiddag, 12 juni 2013
Ruimte voor de Rivier - praktijktoepassing met Simona Simona Gebruikersmiddag, Inhoud 1. Ruimte voor de Rivier projecten 2. Dwarsstroming 3. Morfologische analyses 4. Limieten grofmazigheid, pijlers 5.
Rivierkundige effecten terreinuitbreiding Putman te Westervoort
Rivierkundige effecten terreinuitbreiding Putman te Westervoort Putman Exploitatiemaatschappij b.v. 7 mei 2010 Definitief rapport 9V1079.A0 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat
Kadeverlaging Scherpekamp
Opdrachtgever: Rijkswaterstaat Ruimte voor de Rivier Kadeverlaging Scherpekamp Rivierkundige beoordeling VKV2 EINDRAPPORT PR3175.40 september 2016 Opdrachtgever: Rijkswaterstaat Ruimte voor de Rivier
Kadeverlaging Scherpekamp
Opdrachtgever: Rijkswaterstaat Ruimte voor de Rivier Kadeverlaging Scherpekamp VKV2a: Rivierkundige effectbepaling met het BenO2015 model PR3175.50 Opdrachtgever: Rijkswaterstaat Ruimte voor de Rivier
Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie Ruimtelijk Plan Hydraulica
Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie Ruimtelijk Plan Hydraulica Gemeente Nijmegen 1 oktober 2010 Definitief rapport 9V0718.05 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat
Notitie. : Aanvulling op rivierkundige beoordeling
Notitie HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. RIVERS, DELTAS & COASTS Aan : Waterschap Peel en Maasvallei Van : Tjeerd Driessen, Marcel van den Berg Datum : 7 april 2015 Kopie : George Peters Onze referentie : 9X4447/N/904200/Nijm
Om in aanmerking te komen voor een beoordeling op basis van Artikel 6d moet de verlaging van waterstanden ten minste 1 cm bedragen.
Afgedrukt: 21 februari 2014 Project : Ontwerp landgoederen Ossenwaard Datum : 17 februari 2014 Onderwerp : Resultaten van de berekeningen Van : Anne Wijbenga; Joana Vieira da Silva Aan : M. van Berkel
hydraulische, morfologische en scheepvaarteffecten dijkversterking BR636-1 BR636-1/smei/147 ir. A. Zoon
memo Witteveen+Bos Postbus 2397 3000 CJ Rotterdam telefoon 010 244 28 00 telefax 010 244 28 88 hydraulische, morfologische en scheepvaarteffecten dijkversterking BR636-1 BR636-1/smei/147 ir. A. Zoon datum
Rapportage Morfologische effecten deelproject De Tollewaard
Rapportage Morfologische effecten deelproject De Tollewaard NR-RAP-104 2 9 maart 2012 versie 2a Rapportage Morfologische effecten deelproject De Tollewaard NR-RAP-104 Document historie Revisienummer. Revisie
Witteveen+Bos, RW /torm/027 definitief d.d. 26 maart 2012, toelichting aanvraag watervergunning
2 Witteveen+Bos, RW1809-303-20/torm/027 definitief d.d. 26 maart 2012, toelichting aanvraag watervergunning BIJLAGE O1-4 PROJECTBESCHRIJVING 1. PROJECTBESCHRIJVING 1.1. Aanleiding De hoogwatersituaties
SIMONA gebruikersdag. Quintijn van Agten 19 June 2014
SIMONA gebruikersdag Quintijn van Agten 19 June 2014 Quintijn van Agten Project Engineer & GIS specialist - Rivers, Deltas & Coasts at Royal HaskoningDHV ITC, Enschede Utwente, Civiele Techniek, Master,
Ruimte voor de Waal Nijmegen Achtergrondrapport Morfologie
Ruimte voor de Waal Nijmegen Gemeente Nijmegen 1 oktober 2010 Definitief rapport 9V0718.06 HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen (024) 328 42 84 Telefoon
Rapportage hydraulisch en morfologisch onderzoek DO Elst
2 9 maart 2012 versie2a Document historie Revisienummer. Revisie datum Aanpassingen 0a 24 oktober 2011 Eerste concept 0b 12 december 2011 Tweede concept 0c 15 december 2011 Opmerkingen DJZ verwerkt. 1a
Morfologie kwelders en. platen Balgzand
Morfologie kwelders en platen Balgzand Autonome ontwikkeling Hoogwatervluchtplaatsen Werkdocument RIKZ/AB - 99.607x ir. B.B. van Marion December 1999 Samenvatting In het kader van het project GRADIËNTEN
Uitbreiding scheepswerf Jooren Aanvullende rivierkundige analyse
Uitbreiding scheepswerf Jooren Scheepswerf Jooren / Milon BV 9 februari 2010 Definitief rapport 9V5755.A0 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen
Hydraulisch onderzoek wijzigingen hoogwatergeul Lomm
Hydraulisch onderzoek wijzigingen hoogwatergeul Lomm Bepaling hydraulische effecten EINDRAPPORT Juni 2013 Eindrapport i Datum 17 juni 2013 Status Definitief, versie 2.2 Project Deelproject Wijzigingen
Maascollege. Waterstanden in de Maas, verleden, heden, toekomst
Maascollege Waterstanden in de Maas, verleden, heden, toekomst Inhoud presentatie kararkteristiek stroomgebied waar komt het water vandaan hoogwater en lage afvoer hoogwaterbescherming De Maas MAAS RIJN
Rivierkundige beoordeling Duurzaam Beheer Project Stroomlijn
Rivierkundige beoordeling Duurzaam Beheer Project Stroomlijn Perceel 1: Zaaknr: 31082368 Waal/Merwede, Maas Perceel 2: Boven-Rijn, Waal, Zaaknr: 31082369 Pannerdensch Kanaal Gegevens opdrachtgever: Ministerie
Erosie, sedimentatie en morfologie Afferdensche en Deestsche Waarden
Ministerie van Verkeer en Waterstaat opq Erosie, sedimentatie en morfologie Afferdensche en Deestsche Waarden RIZA werkdocument 2004.172X Projectnummer 6101.200.03 Auteurs: A.Z. Visser (RIZA-WST) J. Sieben
SEDIMENTATIE INVAAROPENING EN PLAS WAALWAARD IN BESTAANDE EN VERDIEPTE EN VERBREDE SITUATIE (VARIANT 0+)
SEDIMENTATIE INVAAROPENING EN PLAS WAALWAARD IN BESTAANDE EN VERDIEPTE EN VERBREDE SITUATIE (VARIANT 0+) RIJKSWATERSTAAT 13 juni 2014 077748870:0.2 - Concept, vertrouwelijk C03021.000232.0300 Inhoud 1
Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie rapport morfologie MER Lent
Ruimte voor de Waal - Nijmegen morfologie MER Lent Gemeente Nijmegen 1 oktober 2010 Definitief rapport 9V0718.06 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500
Rapportage hydraulisch en morfologisch onderzoek DO Middelwaard
2 9 maart 2012- versie 2a Document historie Revisienummer. Revisie datum Aanpassingen 0a 24 oktober 2011 Eerste concept 0b 10 december 2011 Tweede concept 0c 15 december 2011 Derde concept 1a 23 december
Rivierkundige studie Splitsingspuntengebied
RWS BEDRIJFSINFORMATIE Rivierkundige studie Splitsingspuntengebied Effecten en consequenties van rivierverruimende maatregelen uit de Voorkeursstrategie voor het Deltaprogramma Datum 15 september 2017
Hydrologische berekeningen EVZ Ter Wisch
Hydrologische berekeningen EVZ Ter Wisch Inleiding In deze notitie worden verscheidene scenario s berekend en toegelicht ter ondersteuning van de bepaling van inrichtingsmaatregelen voor de EVZ Ter Wisch.
Ecologische doelstelling
Nevengeulen langs de grote rivieren Leren van de praktijk Margriet Schoor Oost Nederland Platform beek- en rivierherstel Vreugderijkerwaard, oktober 2009 14 december 2011 Waarom nevengeulen? Hoofdgeul
Samenvatting. Inleiding
Samenvatting Inleiding Deze samenvatting hoort bij de rapportage Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (NKO) voor het project Dijkversterking Tiel Waardenburg en Rivierverruiming Varik - Heesselt. Werken
Voorspellen afvoer nevengeulen
Voorspellen afvoer nevengeulen Definitief Waterdienst Februari 21 Voorspellen afvoer nevengeulen Dossier: C9849.1.1 registratienummer : WA-RK2118 versie : definitief Waterdienst Februari 21 DHV B.V. Niets
Gebiedsontwikkeling Maaspark Well
Bepaling hydraulische milieueffecten als onderdeel van Plan MER DEFINITIEF Juli 2011 Rapport i Datum 18 juli 2011 Status Definitief Project Gebiedsontwikkeling Maaspark Well Deelproject Bepaling hydraulische
Maatregelverkenning. Economie en Ecologie in balans. Petra Dankers 08 november 2013
Maatregelverkenning Economie en Ecologie in balans Petra Dankers 08 november 2013 Kader Eerste bijeenkomst Programma Rijke Waddenzee in juni veel maatregelen geidentificeerd Royal HaskoningDHV heeft in
Debietscenario's en morfologische berekeningen Groene Rivier Pannerden
Debietscenario's en morfologische berekeningen Groene Rivier Pannerden Dienst Landelijk Gebied 9 februari 2007 Definitief rapport 9P7017.03 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat
het noordelijk deel (nabij de woningen) en het zuidelijk deel. Vanwege de invloed naar de omgeving is alleen het noordelijk deel beschouwd.
partner in bouwputadvies en grondwatertechniek 1/5 Project : HT140056 Park Waterrijk Hekelingen Datum : 1 September 2014 Betreft : Nota waterhuishouding Opsteller : M. (Marco) Zieverink, MSc Documentstatus
Culemborg aan de Lek
Ruimte voor de Rivier Culemborg aan de Lek informatieavond 27 oktober 2008 David Heikens Royal Haskoning Ruimte voor de Rivier Culemborg Inhoud 1. Hoogwaterveiligheid PKB Ruimte voor de Rivier 2. Het alternatief:
Insnijdende Rijntakken
Insnijdende Rijntakken trends, impact, oplossingsrichtingen en zoetwaterhuishouding RWS Water Verkeer en Leefomgeving Afd.Hoogwaterveiligheid Arjan Sieben 28 mei 2018 0.000-0.002 +0.009-0.003-0.011-0.017-0.010-0.029-0.026-0.027
Modelberekeningen Noordoevers. Definitief
Definitief 3 mei 2007 Schiehaven 13G 3024 EC Rotterdam P.O. box 91 3000 AB Rotterdam T +31-10 - 467 13 61 F +31-10 - 467 45 59 E [email protected] I www. svasek.com Documenttitel Verkorte documenttitel Status
Memo WSR c.c.: Noël Geilen Tom Buijse Luc Jans Emiel van Velzen
Memo WSR 2004-029 Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat Aan Frank Kok c.c.: Noël Geilen Tom Buijse Luc Jans Emiel van Velzen Van ir. M.H.I. Schropp Datum 17 december 2004 Onderwerp Ontwerpwaarden
HUISSENSCHE WAARDEN AANVULLENDE GRONDWATERBEREKENING
HUISSENSCHE WAARDEN AANVULLENDE GRONDWATERBEREKENING BASAL TOESLAGSTOFFEN BV 12 december 2013 077461453:0.1 - Definitief C01012.100037.0120 Inhoud 1 Inleiding... 4 2 Rivierwaterstanden... 5 2.1 Rivierwaterstanden
Rivierkundig Beoordelingskader voor ingrepen in de Grote Rivieren
Rivierkundig Beoordelingskader voor ingrepen in de Grote Rivieren Versie 4.0 23 januari 2017 Rivierkundig Beoordelingskader versie 4.0 - Colofon Versie Beheer: Versie Datum Omschrijving 2.0 1/1/2009 Volledig
Modelleren bij Beekherstel
Modelleren bij Beekherstel Overbodige luxe of noodzakelijk kwaad Eisse Wijma Juni 2008 Niet het doel maar het middel Beekherstel Kleine Beerze Zuid Bron: WS de Dommel 1 Onze Visie Modelleren draagt bij
Deltaprogramma Bijlage A. Samenhang in het watersysteem
Deltaprogramma 2013 Bijlage A Samenhang in het watersysteem 2 Deltaprogramma 2013 Bijlage A Bijlage A Samenhang in het watersysteem Het hoofdwatersysteem van Eijsden en Lobith tot aan zee Het rivierwater
1 INLEIDING. Figuur 1.1 Trajecten dijkverbetering CG, ontwerp Grensmaasplan (CG, 2015) DO-GM-ENG pagina 1 van 16
INHOUD blz. 1 INLEIDING... 1 1.1 Achtergrond 1 1.2 Versterkingsopgave 2 1.3 Kader 2 1.4 Doel 2 1.5 Leeswijzer 2 2 BASISGEGEVENS... 3 2.1 Het WAQUA-model es_cgc 3 2.2 Rivierkundige beoordeling dijkverbetering
Zomerbedverlaging Beneden-IJssel. Kampen
Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Notitie Samenhang RvRmaatregelen rond Zwolle en Kampen 20 mei 2010 Samenvatting In deze notitie wordt de relatie en samenhang tussen de maatregelen van Ruimte voor de Rivier
Memo. Zaaknr. : Kenmerk : Barcode : : Ronald Loeve en Julian Maijers. Via :
Zaaknr. : Kenmerk : Barcode : Memo Van Via : Aan : Ronald Loeve en Julian Maijers : Peter van Tilburg, gemeente Oosterhout, Dorus Daris, Natasja Rijsdijk Onderwerp : Stedelijke wateropgave Oosterhout Verbinding
1 HAALBAARHEID VAN AANPASSING LANGSTALUDS ZOMERBEDVERLAGING
HaskoningDHV Nederland B.V. Logo MEMO Aan : Gerjan Verhoeff en Peter Jesse Van : Johan Henrotte, Ron Stroet Kwaliteitsborging : Lars Hoogduin Kopie : Joost ter Hoeven, Lars Hoogduin, Heleen van de Velde
1 Achtergrond. Prioritaire dijkversterkingen WL Perceel 2 Expert judgement aanpassing tracé Neer
Aan Sven Dom (Waterschap Limburg) Van Ron Agtersloot Kopie Ger Peters (Waterschap Limburg) Datum 8 mei 2017 Project P0121.2, Prioritaire dijkversterkingen Waterschap Limburg, Perceel 2 Betreft 1 Achtergrond
Plan IJsselsprong 'Alles in 1 keer'- blauwe envelop - Variantkeuze
Plan IJsselsprong 'Alles in 1 keer'- blauwe envelop - Variantkeuze Hoofdrapport CONCEPT Waterschap Veluwe maart 2009 concept Plan IJsselsprong 'Alles in 1 keer'- blauwe envelop - Variantkeuze Hoofdrapport
Een haalbaarheidsstudie naar het aanleggen van een afleidingskanaal
z Een haalbaarheidsstudie naar het aanleggen van een afleidingskanaal Onderzoeken of een afleidingskanaal tussen de Mekong Rivier en de Golf van Thailand geschikt is als maatregel om overstromingsrisico
Hoogwatermaatregelen Mook en Middelaar, Gennep en Bergen
Hoogwatermaatregelen Mook en Middelaar, Gennep en Bergen Hieronder worden de bestuurlijke opvattingen geformuleerd ten aanzien van de hoogwatermaatregelen die vanuit de Limburgse gemeenten Mook en Middelaar,
ontwerpbesluit 1. Projectbeschrijving
ontwerpbesluit www.rijkswaterstaat.nl Contactpersoon Monique Bouwman Kenmerk De Minister van Infrastructuur en Milieu besluit, gelet op artikel 5.4, eerste lid van de Waterwet, het onderhavige projectplan
Help! Het water komt!
Help! Het water komt! Hoog water in Europa Toename aantal overstromingen in Europa De Moldau bedreigt het historische centrum van Praag Wat is er aan de hand? december 1993 Steeds vaker treden Europese
Hydraulische toetsing Klaas Engelbrechts polder t.b.v. nieuw gemaal.
MEMO Aan: Van: Kwaliteitsborging: Onderwerp: Koos van der Zanden (PMB) Jeroen Leyzer (WH) Anne Joepen Datum: 27-11-2014 Status: Adviesnummer WH: Hydraulische toetsing Klaas Engelbrechts polder t.b.v. nieuw
BIJLAGENBUNDEL BESTEMMINGSPLAN EILAND OSSENWAARD
BIJLAGENBUNDEL BESTEMMINGSPLAN EILAND OSSENWAARD INHOUDSOPGAVE Bijlage 1 Water HKV, Rivierkundige effecten van herinrichting Ossenwaard, maart 214, rapportnummer: PR2792.1. Bijlage 2 Externe veiligheid
Watermanagement en het stuwensemble Nederrijn en Lek. Voldoende zoetwater, bevaarbare rivieren
Watermanagement en het stuwensemble Nederrijn en Lek Voldoende zoetwater, bevaarbare rivieren Rijkswaterstaat beheert de grote rivieren in Nederland. Het stuwensemble Nederrijn en Lek speelt hierin een
Analyse Laagste Laagwaterstanden in jachthaven WSV De Engel, De Steeg
Analyse Laagste Laagwaterstanden in jachthaven WSV De Engel, De Steeg Inleiding In 2015 is er een ongekend lange periode van extreem laagwater geweest in de Rijn, IJssel en de Neder-Rijn en Lek. In de
18 april 2017 RWS-2017/17157 Kadeverlaging Scherpekamp, Projectplan Waterwet, Pannerdensch Kanaal, linkeroever kmr
Besluit Onderwerp RWS-2017/17157 Kadeverlaging Scherpekamp, Projectplan Waterwet, Pannerdensch Kanaal, linkeroever kmr. 872.600-873.500 RWS Oost Nederland Eusebiusbuitensingel 66 6828 HZ Arnhem Postbus
Samenvatting PlanMER, obstakelverwijdering Elst
2 21 mei 2012 versie 1a Document historie Revisienummer. Revisie datum Aanpassingen 0a 13 april 2012 Eerste concept 1a 21 mei 2011 Alle opmerkingen verwerkt 3 21 mei 2012 versie 1a 1 Samenvatting Voor
Advies interim boezempeil
Advies interim boezempeil Aanleiding, waarom interim boezempeil Sinds 1998 geldt in de boezem een zomerpeil van NAP-0,42 m. en een winterpeil van NAP-0,47m. Het lagere winterpeil is ingesteld om de kans
Datum: 30 augustus 2016 Betreft: Hoogwatergeul Varik Heesselt, alternatief plan Ir. Spaargaren
Van: Waalzinnig Verzonden: dinsdag 30 augustus 201611:39 Aan: POST; [email protected] CC: Griffie; [email protected]; [email protected]; [email protected]; [email protected]
Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu M.E.RBEOORDELINGSNOTITIE STROOMLI]N MAAS, DEELGEBIED 3, TRANCHE 3 Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu RWS-2017/8211 Onderwerp
1) Bijsluiter betrekkingslijnen 2013_2014 geldigheidsbereik 1 november oktober 2014
1) Bijsluiter betrekkingslijnen 2013_2014 geldigheidsbereik 1 november 2013-31 oktober 2014 Document 1 van 4 1) "Bijsluiter betrekkingslijnen 2013_2014" 2) "Betrekkingslijnen Maas versie 2013_2014" 3)
Doel van de informatiebijeenkomst
Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Jacqueline Bulsink Informatiebijeenkomst 12 oktober 2011 Doel van de informatiebijeenkomst Informeren over resultaten planstudie Zomerbedverlaging Beneden- IJssel Gelegenheid
Het effect van kribverlaging op de afvoercapaciteit van de Waal ten tijde van hoogwater. Afstudeerrapport R.W.A. van Broekhoven
Het effect van kribverlaging op de afvoercapaciteit van de Waal ten tijde van hoogwater Afstudeerrapport R.W.A. van Broekhoven Maart 2007 Het effect van kribverlaging op de afvoercapaciteit van de Waal
Bijdorp. 15 maart Watersysteem Bijdorp. Geachte mevrouw, heer,
DATUM 15 maart 2016 REGISTRATIENUMMER ONDERWERP Watersysteem Bijdorp Geachte mevrouw, heer, 1. Aanleiding De wijk Bijdorp ondervindt bij zware neerslag wateroverlast. De gemeente Schiedam en Delfland zijn
PROJECTNUMMER C ONZE REFERENTIE Imandra: :D
ONDERWERP Gemaal Korftlaan - advies wel of niet verbreden watergang aanvoertracé DATUM 7-7-2016, PROJECTNUMMER C03071.000121.0100 ONZE REFERENTIE Imandra: 078915484:D VAN Arjon Buijert - Arcadis AAN J.
Omgevingswerkgroep Dijkversterking Baarlo - Hout-Blerick
Omgevingswerkgroep Dijkversterking Baarlo - Hout-Blerick 6 maart 2018 Met de omgeving, voor de omgeving Programma Welkom Stand van zaken Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De procedure Bouwstenen
Regie op ruimte in het rivierbed
Regie op ruimte in het rivierbed Belangen in het rivierbed De hoofdfunctie van de rivieren is het afvoeren van water, sediment en ijs. Daarnaast is het rivierengebied een belangrijk onderdeel van het Nederlands
