(Tweede Kamer, zitting )

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "(Tweede Kamer, zitting )"

Transcriptie

1 (Tweede Kamer, zitting ) EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL Zitting I Nr. 44 GEWIJZIGD ONTWERP VAN WET houdende een nieuwe regeling van de samenstelling der burgerlijke gerechten en van de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren. WIJ JULIANA, BIJ DE GRATIE GODS, KONINGIN DER NEDER LANDEN, PRINSES VAN ORANJE-NASSAU, ENZ., ENZ., ENZ. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regelingen te treffen aangaande de samenstelling van de Hoge Raad, de gerechtshoven, de arrondissements-rechtbanken en de kantongerechten en van de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Statcn-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel I Artikel 1. De Hoge Raad, de gerechtshoven, de arrondissements-rechtbankcn en de kantongerechten worden samengesteld overeenkomstig de navolgende bepalingen. Artikel. De Hoge Raad wordt samengesteld uit: 1 president, ten hoogste vice-presidenten, ten hoogste 17 raadsheren, 1 procureur-generaal, ten hoogste 4 advocatengeneraal, 1 griffier en substituut-griffiers tot het door Ons nodig geachte aantal. Artikel 3. De samenstelling van de gerechtshoven wordt vastgesteld als volgt: a. voor de gerechtshoven te 's-gravenhage en Amsterdam: 1 president, ten hoogste 8 vice-presidenten, ten hoogste 0 raadsheren, 1 procureur-generaal, ten hoogste 3 advocatengeneraal en 1 griffier; b. voor het gerechtshof te Arnhem: 1 president, ten hoogste 5 vice-presidenten, ten hoogste 13 raadsheren, 1 procureur-generaal, ten hoogste advocatengeneraal en 1 griffier; c. voor de gerechtshoven te 's-hertogenbosch en Leeuwarden: 1 president, ten hoogste 3 vice-presidenten, ten hoogste 10 raadsheren, 1 procureur-generaal, ten hoogste advocatengeneraal en 1 griffier; d. voor alle gerechtshoven: raadsheren-plaatsvervangers en substituut-griffiers tot het door Ons nodig geachte aantal. Artikel 4. De samenstelling van de arrondissements-rechtbanken wordt vastgesteld als volgt: II

2 a. voor de arrondisscmepts-rechtbank te Amsterdam: 1 president, ten hoogste 10 vice-presidcnten, ten hoogste 30 ten hoogste 3 andere officieren van justitie en 1 griffier; b. voor de arrondisscments-rechtbankcn te 's-gravenhage en Rotterdam: 1 president, ten hoogste 8 vicc-presidenten, ten hoogste 5 ten hoogste 3 andere officieren van justitie en 1 griffier; c. voor de arrondissemcnts-rechtbanken te 's-hertogenbosch, Breda, Maastricht, Arnhem, Haarlem, Utrecht, Leeuwarden en Groningen: 1 president, ten hoogste 3 vice-presidcnten, ten hoogste 11 ten hoogste andere officieren van justitie en 1 griffier; d. voor de arrondissements-rechtbanken te Roermond, Zutphen, Zwolle, Almelo, Dordrecht, Middelburg, Alkmaar en Assen: 1 president, ten hoogste vice-presidenten, ten hoogste 7 ten hoogste 1 andere officier van justitie en 1 griffier; e. voor alle arrondissements-rechtbanken, c.q. arrondissementsparketten: rechters-plaatsvervangers, substituut-officieren van justitie en substituut-griffiers tot een door Ons nodig geacht aantal. Artikel De kantongerechten worden gerangschikt in drie klassen.. Tot de eerste klasse behoren de kantongerechten te 's-hertogenbosch, Eindhoven. Breda, Tilburg, Maastricht, Heerlen, Roermond, Vcnlo, Arnhem, Nijmegen, Zwolle, Almelo, Enschede, 's-gravenhage, Delft, Leiden, Rotterdam, Schiedam, Dordrecht, Amsterdam, Hilversum, Alkmaar, Haarlem, Utrecht, Amersfoort, Leeuwarden en Groningen. 3. Tot de tweede klasse behoren de kantongerechten te Helmond, Zevenbergen, Bergen op Zoom, Sittard, Wageningen, Tiel, Terborg. Zutphen, Apeldoorn, Groenlo, Deventer, Harderwijk, Gouda, Gorinchem, Middelburg, Hoorn, den Helder, Zaandam, Sncek, Winschoten, Assen, Emmen en Meppel. 4. Tot de derde klasse behoren de kantongerechten te Boxmeer, Steenwijk, Alphen aan den Rijn. Briclle, Sommelsdijk, Oud-Beijerland, Zierikzec, Terneuzen, Oostburg, Heerenveen, Beetsterzwaag en Zuidbroek. 5. De samenstelling van de kantongerechten wordt als volgt geregeld: a. voor het kantongerecht te Amsterdam: ten hoogste 9 kantonrechters en 1 griffier; b. voor de kantongerechten te 's-gravenhage en Rotterdam: ten hoogste 7 kantonrechters en 1 griffier; c. voor de kantongerechten te Hilversum, Haarlem, Utrecht en Groningen: ten hoogste 4 kantonrechters en 1 griffier; d. voor de overige kantongerechten der eerste klasse: ten hoogste 3 kantonrechters en 1 griffier; e. voor de kantongerechten der tweede en derde klasse: 1 kantonrechter en 1 griffier; ƒ. voor de kantongerechten der eerste klasse: substituut-griffiers tot het door Ons nodig geachte aantal; g. voor alle kantongerechten: kantonrechters-plaatsvervangers tot het door Ons nodig geachte aantal. Artikel Bij het openvallen van een plaats van rechter in een arrondissements-rechtbank of van kantonrechter zijn Wij bevoegd aan een rechter in een nabijgelegen arrondissement onderscheidenlijk kanton op te dragen de werkzaamheden in de opengevallen plaats op zich te nemen.. Alvorens zodanige opdracht te verlenen winnen Wij het gevoelen in van de betrokken arrondissements-rechtbanken of, indien het betreft werkzaamheden van een kantonrechter, van de andere rechters in de betrokken kantons. Bij gebreke van de laatsten wordt het gevoelen van de presidenten van de rechtbanken in de arrondissementen, waarin de kantons zijn gelegen, ingewonnen. 3. De opdracht geschiedt niet dan met instemming van de rechter, die zij betreft. 4. Zij kan slechts worden ingetrokken, hetzij op zijn verzoek, hetzij, wanneer de opengevallen plaats door Ons wordt vervuld. Artikel Een opdracht als bedoeld in het voorgaande artikel kan door Ons eveneens worden verleend, indien de werkzaamheden bij een arrondissements-rechtbank of een kantongerecht tijdelijk uitbreiding ondergaan. De opdracht wordt verleend voor de tijd van een jaar en kan telkens met zes maanden worden verlengd. Zij kan op verzoek van de betrokken rechter worden ingetrokken.. Soortgelijke opdracht kan door Ons worden verleend in geval van afwezigheid, belet of ontstentenis voor langere duur van een rechter in een arrondissements-rechtbank of van een kantonrechter. De opdracht kan slechts worden ingetrokken, hetzij op verzoek van de rechter, die de werkzaamheden op zich heeft genomen, hetzij wanneer de grond voor de opdracht komt te vervallen. 3. Ten aanzien van de opdrachten, bedoeld in dit artikel, zijn het tweede en derde lid van artikel 6 van toepassing. Artikel 8. Artikel 6, eerste lid, en artikel 7, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de griffiers van de kantongerechten, met dien verstande, dat de opdracht te allen tijde kan worden ingetrokken. Alvorens opdracht te verlenen winnen Wij het gevoelen in van de betrokken kantonrechters. De opdracht kan ook zonder instemming van de griffier worden verleend. Artikel Bij de gerechten in deze wet bedoeld, worden deurwaarders aangesteld.. Omtrent hun taak worden voorschriften gegeven bij algemene maatregel van bestuur. Artikel 10. Voor zover de onder artikel I vastgestelde bepalingen betreft, kan deze wet worden aangehaald als Wet op de samenstelling van de burgerlijke gerechten". Artikel II Artikel 1. De rechterlijke ambtenaren genieten maandelijks een salaris tot een bedrag, aangegeven in de bij deze wet behorende bijlage, welke is afgestemd op de navolgende indeling: A. president van en procureur-generaal bij de Hoge Raad; B. vice-president van de Hoge Raad; C. raadsheer in en advocaat-generaal bij de Hoge Raad; president van en procureur-generaal bij een gerechtshof; D. president van de arrondissements-rechtbanken te 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam; officier van justitie, hoofd van het arrondissementsparket, in de arrondissementen te 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam; E. vice-president van een gerechtshof; F. president van de arrondissements-rechtbanken te 's-hertogenbosch, Breda, Maastricht, Arnhem, Haarlem, Utrecht, Leeuwarden en Groningen;

3 3 officier van justitie, hoofd van het arrondissementsparket, in de arrondissementen 's-hertogenbosch, Breda, Maastricht, Arnhem, Haarlem, Utrecht, Leeuwarden en Groningen; G. president van de arrondissements-rechtbankcn te Roermond, Zutphen, Zwolle, Almelo, Dordrecht, Middelburg, Alkmaar en Assen; officier van justitie, hoofd van het arrondissementsparket, in de arrondissementen Roermond, Zutphen, Zwolle, Almelo, Dordrecht, Middelburg, Alkmaar en Assen; H. raadsheer in en advocaat-generaal bij een gerechtshof; vice-president van de arrondissements-rechtbanken te 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam; officier van justitie in de arrondissementen 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam ; kantonrechter te 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam; I. vice-president van de onder F en G genoemde arrondissements-rechtbanken; officier van justitie in de onder F en G genoemde arrondissementen; kantonrechter te 's-hertogenbosch, Eindhoven, Tilburg, Heerlen, Arnhem, Nijmegen, Zwolle, Almelo, Enschede, Leiden, Hilversum, Haarlem, Utrecht, Leeuwarden en Groningen; K. kantonrechter te Breda, Maastricht, Roermond, Vcnlo, Delft, Schiedam, Dordrecht, Alkmaar en Amersfoort; L. rechter in de arrondissements-rechtbanken te 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam; M. substituut-officier van justitie in de arrondissementen 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam; N. rechter in de onder F en G genoemde arrondissementsrechtbanken; kantonrechter van een tot de tweede klasse behorend kantongerecht; O. substituut-officier van justitie in de onder F en G genoemde arrondissementen; P. kantonrechter- van een tot de derde klasse behorend kantongerecht; griffier van de Hoge Raad, van de gerechtshoven te 's-gravenhage en Amsterdam en van de arrondissementsrechtbanken te 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam; Q. griffier van de gerechtshoven te 's-hertogenbosch, Arnhem en Leeuwarden; griffier van de onder F en G genoemde arrondissementsrechtbanken; R. griffier van het kantongerecht te 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam; S. griffier van een tot de eerste klasse behorend, niet onder R genoemd, kantongerecht; substituut-griffier bij de Hoge Raad, bij een gerechtshof of een arrondissements-rechtbank; T. griffier van een tot de tweede klasse behorend kantongerecht; U. griffier van een tot de derde klasse behorend kantongerecht; substituut-griffier kantongerecht. bij een tot de eerste klasse behorend Artikel. 1. De raadsheren-plaatsvervangers, rechtersplaatsvervangers en kantonrechters-plaatsvervangers genieten als zodanig geen bezoldiging.. Bij elk gerechtshof kan, indien de werkzaamheden daarbij tijdelijk uitbreiding ondergaan, door Onze Minister van Justitie, aan ten hoogste één raadsheer-plaatsvervanger, die regelmatig aan de werkzaamheden van zijn rechtscollege deelneemt, tot wcderopzeggeris toe een salaris worden toegekend tot een bedrag gelijk aan de helft van het salaris van een raadsheer in zijn college. Dit salaris is van tijdelijke aard en wordt voor geen langere tijdsduur toegekend dan één jaar, doch is, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, voor verlenging, telkens ten hoogste voor één jaar, vatbaar. Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van elke arrondissements-rechtbank en van elk kantongerecht der eerste klasse met betrekking onderscheidenlijk tot een rechter-plaatsvervanger en een kantonrechter-plaatsvervanger. 3. Bij een gerechtshof kan aan een raadsheer-plaatsvervanger, die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van een bezoldigd lid van het gerechtshof de werkzaamheden van een met rechtspraak belast lid van het gerechtshof waarneemt, door Onze Minister van Justitie tot wedcropzeggens toe een salaris worden toegekend ten bedrage van twee derde deel van het salaris van een raadsheer in zijn college. Na zes maanden wordt het salaris verhoogd tot een bedrag gelijk aan dat van het salaris van een raadsheer in zijn college. Dit salaris is van tijdelijke aard en vervalt bij het vervallen van de grond voor de waarneming. Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van elke arrondissements-rechtbank en van elk kantongerecht met betrekking onderscheidenlijk tot een rechter-plaatsvervanger en een kantonrechter-plaatsvervanger. 4. Indien bij uitbreiding van werkzaamheden dan wel bij afwezigheid, belet of ontstentenis van een raadsheer in een gerechtshof, een rechter of een kantonrechter, door één of meer plaatsvervangers aan de werkzaamheden wordt deelgenomen en het bepaalde in de voorgaande leden te dien aanzien geen toepassing vindt, kan door Onze Minister van Justitie, op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen voet, aan de plaatsvervanger een vergoeding per zitting worden toegekend. Artikel Het salaris van de rechter, die in verband met het openvallen van een plaats de werkzaamheden van rechter in een nabijgelegen arrondissement op zich heeft genomen, wordt, lot en met de laatste dag van de maand, waarin hij deze werkzaamheden beëindigt, vermeerderd met een bedrag, dat gelijk is aan het verschil van het salaris van een rechter in een arrondissements-rechtbank te 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam en dat van een rechter in een van de overige arrondissements-rechtbanken.. Het salaris van de kantonrechter, die, in verband met het openvallen van een plaats de werkzaamheden van rechter in een nabijgelegen kanton op zich heeft genomen, wordt, tot en met de laatste dag van de maand, waarin hij deze werkzaamheden beëindigt, vermeerderd met een bedrag, dat gelijk is aan het verschil van het salaris van de kantonrechters te 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam en dat van de in artikel 1, onder K, genoemde kantonrechters. 3. Het salaris van de griffier van een kantongerecht, die in verband met het openvallen van een plaats de werkzaamheden van griffier in een nabijgelegen kanton op zich heeft genomen, wordt, tot en met de laatste dag van de maand, waarin hij deze werkzaamheden beëindigt, voor elk kantongerecht vermeerderd met een bedrag, dat gelijk is aan de helft van het verschil van het salaris van een griffier van het kantongerecht te 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam en het maximum-salaris van een griffier van een tot de eerste klasse behorend, elders gevestigd, kantongerecht. 4. Indien de opdracht de in de vorige leden bedoelde werkzaamheden op zich te nemen door Ons aan een rechter, kantonrechter of griffier is verleend in verband met tijdelijke uitbreiding van werkzaamheden of in verband met afwezigheid, belet of ontstentenis van een andere rechter, kantonrechter of griffier, wordt op de voet van het bepaalde in de voorgaande leden een salarisvermeerdcring van tijdelijke aard genoten. Artikel 4. Indien een griffier bij meer dan een kantongerecht is benoemd, is zijn salaris gelijk aan het salaris van een griffier van het kantongerecht van de hooeste klasse, waarbü

4 4 hij is benoemd, voor elk kantongerecht, waarbij hij mede is benoemd, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan een derde van het verschil van het salaris van een griffier van het kantongerecht te 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam en het maximumsalaris van een griffier van een tot de eerste klasse behorend, elders gevestigd, kantongerecht. Artikel 5. Het salaris van het lid van het openbaar ministerie bij een gerecht, dat met toepassing van artikel 6a der Wet op de rechterlijke organisatie en het beleid der justitie is aangewezen als waarnemend lid van het openbaar ministerie bij een ander gerecht, wordt tot wcderopzeggens toe door Onze Minister van Justitie vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan twee derde van het verschil in salaris tussen het ambt van degene, wiens werkzaamheden worden waargenomen i zulks op basis van het aantal dienstjaren van de waarnemende ambtenaar en het eigen ambt. De vermeerdering is van tijdelijke aard en vervalt, indien het geregeld deelnemen aan de werkzaamheden waarvoor zij is toegekend, een einde neemt. Artikel Indien in de bijlage van deze wet, bedoeld in artikel 1, voor het salaris van rechterlijke ambtenaren een schaal is opgenomen, geniet de ambtenaar in het eerste jaar na zijn benoeming het in de eerste plaats genoemde bedrag; met ingang van de eerste van de maand, volgende op die na verloop waarvan een jaar is verstreken, geniet de rechterlijke ambtenaar het vervolgens genoemde bedrag.. Door Ons kan in elk daarvoor in aanmerking komend geval bij de benoeming van de rechterlijke ambtenaar worden beslist, dat vroegere diensttijd of een deel van deze diensttijd in overheidsdienst, als advocaat of in bepaalde particuliere dienst, hier te lande of elders, voor het bepalen van het salaris, overeenkomstig het voorgaande lid, als diensttijd medetelt. Artikel Boven en behalve het salaris, naar de regelen dezer wet toe te kennen, genieten de rechterlijke ambtenaren een tijdelijke toelage voor kinderen, een vakantie-uitkering, alsmede een ziektekostcnvergoeding, overeenkomstig de bepalingen, welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren, werkzaam bij de departementen van algemeen bestuur, zijn of zullen worden vastgesteld.. Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde toelage of uitkering komt mede in aanmerking de toelage, welke een griffier van een arrondissements-rechthank geniet als secretaris van een kamer van toezicht over de notarissen en candidaat-notarissen en als bewaarder van het archief der kamer. Artikel Het genot van de bezoldiging vangt aan met de dag, waarop de rechterlijke ambtenaar in dienst treedt.. Bij overgang in 's Rijks dienst naar een ander ambt wordt, indien dit ambt wordt aanvaard met ingang van een dag, waarop het ontslag uit het oude rechterlijke ambt nog niet is ingegaan, de bezoldiging in dit oude ambt niet langer uitbetaald dan tot de dag. waarop het genot van de bezoldiging in het nieuwe ambt aanvangt. 3. De bezoldiging wordt per maand genoten. 4. In gevallen, waarin de bezoldiging moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt de bezoldiging per dag gesteld op één dertigste deel van de bezoldiging per maand. Artikel 9. De bepalingen, welke voor burgerlijke Rijksambtenaren zijn of worden vastgesteld, ten aanzien van het gelijktijdig genot van burgerlijke en militaire beloning, vinden overeenkomstige toepassing ten aanzien van de bezoldigde rechterlijke ambtenaren, met dien verstande evenwel, dat de voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren van de aan hun ambt verbonden bezoldiging nimmer minder ontvangen dan het bedrag, waarmede deze bezoldiging hun militaire beloning overtreft. Artikel 10, Voor zover de onder artikel II vastgestelde bepalingen betreft, kan deze wet worden aangehaald als Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren". OVERGANGSBEPALINGEN Artikel III 1. De kinderrechter of het lid van een economische kamer bij meer dan een arrondissements-rcchtbank als kinderrechter onderscheidenlijk als lid van een of meer economische kamers werkzaam, wordt geacht tot het verrichten van zijn werkzaamheden in de arrondissements-rcchtbank of de arrondissementsrechtbanken, waarin hij tot rechter-plaatsvervanger is benoemd, een opdracht als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet op de samenstelling der burgerlijke gerechten te hebben ontvangen.. De kantonrechter, die de tijdelijke vergoeding geniet, bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de wet van 18 december 1947 (Stb. H 430) en de kantonrechter, die op grond van artikel 6 van die wet opdracht heeft ontvangen de werkzaamheden van kantonrechter van een of meer nabijgelegen kantons waar te nemen, wordt geacht tot het verrichten van zijn werkzaamheden in het andere kanton of de andere kantons een opdracht als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet op de samenstelling der burgerlijke gerechten te hebben ontvangen. 3. De griffier van een kantongerecht, die op grond van artikel 7 van de wet van 18 december 1947 (Stb. H 430) de opdracht heeft ontvangen de werkzaamheden van griffier van een of meer nabijgelegen kantons waar te nemen, wordt geacht tot het verrichten van die werkzaamheden een opdracht als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de samenstelling der burgerlijke gerechten te hebben ontvangen. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 3 der Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren wordt het salaris van de in het eerste lid bedoelde kinderrechters en van de in het tweede lid bedoelde kantonrechters van een tot de eerste klasse behorend kantongerecht, te rekenen vanaf 1 januari 1957, tot en met de laatste dag van de maand, waarin hij de in dit artikel bedoelde werkzaamheden beëindigt, vermeerderd met een bedrag van f 138,50 per maand In afwijking van het bepaalde in artikel 3 der Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren wordt het salaris van de in het derde lid bedoelde griffiers, te rekenen vanaf 1 januari 1957 tot en met de laatste dag van de maand, waarin hij de in dit artikel bedoelde werkzaamheden beëindigt, vermeerderd met een bedrag van f 76, In afwijking van het bepaalde in artikel 4 der Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren wordt het salaris van de griffier, die op grond van artikel 37 der Wet op de rechterlijke organisatie en het beleid der justitie reeds thans bij meer dan een kantongerecht werkzaam is, te rekenen vanaf 1 januari 1957, vermeerderd met een bedrag van f4,40. Artikel IV De substituut-griffiers bij de Hoge Raad, de gerechtshoven en de arrondissements-rechtbanken, die vóór 1 januari 1957 zijn benoemd en de waarnemende substituut-officieren van justitie, bedoeld in het tweede lid van artikel VII der wet van 8 juni 1956 (Stb. 377) genieten met ingang van 1 september 1956 en 1 januari 1957 maandelijks een salaris volgens onderstaande schaal: ƒ 608 ƒ , , , ,4

5 5 Artikel V Aan de rechterlijke ambtenaren, wier bezoldiging bij de wet is geregeld, worden over het jaar 1955 en over het tijdvak van 1 september 1956 tot 1 januari 1957 uitkeringen toegekend met overeenkomstige toepassing van Ons besluit van 5 juni 1957 (Stb. 5). Artikel VI 1. Het salaris van de substituut-officier van justitie, die vóór 1 januari 1957 was aangewezen als hoofd van het kantongerechtsparket, wordt over het tijdvak van 1 januari 1957 tot de datum van indiensttreding als substituut-officier van justitie vermeerderd met een bedrag van f 1,96 per maand.. Voor de substituut-officier van justitie, die gedurende een onafgebroken periode van twee jaar als hoofd van het kantongerechtsparket te 's-gravenhage, Rotterdam of Amsterdam was aangewezen, wordt het salaris over het tijdvak van 1 januari 1957 tot de datum van indiensttreding als substituut-officier van justitie vermeerderd met een bedrag van f 199,81 per maand. Artikel VII De voor periodieke salarisverhoging medetellende diensttijd, die voor de rechterlijke ambtenaren, voor welke een salarisschaal is opgenomen, geldt op de dag van het inwerkingtreden dezer wet, blijft gehandhaafd. Artikel VIII De reeds in functie zijnde griffiers van de tot de eerste klasse behorende, niet te 's-gravenhage, Rotterdam of Amsterdam gevestigde kantongerechten genieten het maximum van de voor hen vastgestelde salarisschaal. Artikel IX Wachtgelden, genoten krachtens artikel van de wet van 17 november 1933 (Stb. 606) worden verhoogd in dier voege, dat de daaraan ten grondslag liggende wedde wordt gesteld op het bedrag, dat zij ingevolge deze wet zou hebben belopen. Artikel X De tegemoetkomingen en vergoedingen, na de totstandkoming van de wet van 4 mei 1956, Stb. 349 krachtens Verplaatsingskostenbesluit (Stb. G 371) uitgekeerd en berekend op de grondslag van de bezoldiging genoten volgens genoemde wet, blijven ongewijzigd. Artikel XI v, 1. De remuneraties, vóór de inwerkingtreding van dit artikel toegekend aan tegenwoordige leden van de rechterlijke macht als beloning voor werkzaamheden, welke zij in hun hoedanigheid van rechterlijk ambtenaar verrichten en welke zijn vastgesteld op een bedrag, dat hoger is dan hetwelk aan die ambtenaren zou zijn toegekend ingevolge het bepaalde in artikel van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren, blijven gehandhaafd, met dien verstande, dat Onze Minister van Justitie haar intrekt of vermindert, indien en zodra de samenstelling en de werkzaamheden van het gerecht, waarbij die leden zijn aangesteld, daartoe aanleiding geven.. De artikelen 7, 8, derde en vierde lid, en 9 van de in het voorgaande lid genoemde wet vinden ten aanzien van de gehandhaafde remuneraties overeenkomstige toepassing. SLOTBEPALINGEN Artikel XII De wet van 18 december 1947 (Stb. H 430) wordt ingetrokken. 1. Vervallen: Artikel XIII a. artikel 41 en 4 der Wet op de economische delicten; b. artikel 49, zesde lid, der Wet op de rechterlijke organisatie en het beleid der justitie; c. artikel VII, eerste lid, en artikel IX der wet van 8 juni 1956 (Stb. 377).. In artikel 5, derde lid, der Wet op de economische delicten wordt in plaats van De artikelen 40 en 41 zijn" gelezen: Artikel 40 is". Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven De Minister van Justitie,

6 BIJLAGE VAN HET ONTWERP VAN WET BIJLAGE bedoeld in artikel 1 der Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren Categorie A B C D E F G H 1 K L M N O P Q R S T U 1 sept I , jan H 1 ) 586,80 95, ,0 1899,9 1807, , ,5 1531, , ,34 854, ,34 185,1 854,76 185,1 119, , ,0 84,0 916,4 605,01 84,0 544,57 676,68 Salarisschaal substituut-officier van justitie in de arrondissementen 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam 1 sept aanvang 776 na 1 jaar 805,. 834,, 3 863» 4 906,50» 5 950, , ,50,. 9, ,50 maximum jan ,76 885,50 916, , , ,4 1177,53 13, ,1 1331,3 1377,34 J ) Op het salaris, genoemd in deze kolom, wordt ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren, die de leeftijd van 65 jaar bereikt hebben of bereiken, in mindering gebracht het bestanddeel, dat moet worden beschouwd als compensatie voor de premie, verschuldigd ingevolge de Algemene Ouderdomswet, zulks met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die, waarop de 65-jarige leeftijd wordt bereikt. Salarisschaal substituut-officier van justitie in de overige arrondissementen aanvang na 1 jaar maximum , , ,98 906,50 993, ,0 993, , ,4 1080, , , , ,1 Salarisschaal griffier van een tot de eerste klasse behorend kantongerecht (behalve te 's-gravenhage, Rotterdam en Amsterdam), substituut-griffier bij de Hoge Raad, de gerechtshoven en de arrondissements-rechtbanken aanvang na 1 jaar maximum aanvang na 1 jaar maximum , , ,4 de tweede klasse behore.ni 540,50 605,01 567,50 633,75 594,50 66, , , , , , ,0 Salarisschaal griffier van een tot de derde klasse behorend kantongerecht en substituut-griffier bij een tot de eerste klasse behorend kantongerecht aanvang. na 1 jaar maximum. 1 jan ,57 57,56 600,54 67,39 653,89 676,68

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 857 Wet van 3 december 2009 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere

Nadere informatie

Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming

Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming (Wet op de loonvorming [Versie geldig vanaf: 17-02-1999]) Geschiedenis: Staatsblad 1997, 63;Staatsblad

Nadere informatie

2. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde tot en met achtste lid tot vierde tot en met zevende lid.

2. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde tot en met achtste lid tot vierde tot en met zevende lid. 32 021 Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet op de rechterlijke indeling, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten naar aanleiding van de evaluatie van

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 221 Rijkswet van 8 mei 2003 tot wijziging van de rijkswet van 20 december 1989, houdende regeling van pensioenen en uitkeringen aan Gouverneurs

Nadere informatie

Gelet op artikel 21b, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van

Gelet op artikel 21b, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van Besluit van houdende aanwijzing van zittingsplaatsen van rechtbanken en gerechtshoven (Besluit zittingsplaatsen gerechten) Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 2012, nr., Gelet

Nadere informatie

Wijziging Regeling uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden

Wijziging Regeling uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden Wijziging Regeling uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden SZW «Wet inschakeling werkzoekenden» Wijziging Regeling uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden in verband

Nadere informatie

WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. WET van 11 december 1980, houdende uitvoering van het op 18 maart 1970 te 's- Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken WIJ

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1985-1986 19 308 Wijziging van de Algemene burgerlijke pensioenwet en de Spoorwegpensioenwet met betrekking tot aanspraken van deelgerechtigden die de leeftijd

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2008 192 Wet van 29 mei 2008 tot wijziging van de Wet arbeid en zorg in verband met een uitkering aan zelfstandigen bij zwangerschap en bevalling

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 27 096 Gemeentelijke herindeling in een deel van Twente Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal Wij bieden U hiernevens

Nadere informatie

Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987

Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987 Wet van 3 december 1987, Stb. 635, houdende regels betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten Zoals deze is gewijzigd bij de wetten van 02-12-1993(Stb.759)

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2006 297 Wet van 1 juni 2006, houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, en de Wet op het voortgezet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 424 Wijziging van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, de Wet privatisering ABP, de Werkloosheidswet en de Ziektewet in verband met

Nadere informatie

Afdeling 3.4A Informatie over samenhangende besluiten

Afdeling 3.4A Informatie over samenhangende besluiten Consultatieversie Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele andere wetten in verband met het nieuwe omgevingsrecht en het nieuwe nadeelcompensatierecht VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander,

Nadere informatie

Voorstel van wet. Artikel I. De Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1, onderdeel a, komt te luiden:

Voorstel van wet. Artikel I. De Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1, onderdeel a, komt te luiden: Wijziging van de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving

Nadere informatie

thema 1 Nederland en het water topografie

thema 1 Nederland en het water topografie thema 1 Nederland en het water topografie Argus Clou Aardrijkskunde groep 6 oefenkaart met antwoorden Malmberg s-hertogenbosch thema 1 Nederland en het water topografie Gebergten Vaalserberg Plaatsen Almere

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 237 (R2054) Aanpassing van Rijkswetten in verband met de invoering van de Wet tot wijziging van het Wetboek van urgerlijke Rechtsvordering en

Nadere informatie