Milieuhandhavingscollege
|
|
|
- Melanie Thys
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-15/29-K6 van 13 augustus 2015 In de zaak van de BVBA [ ] met maatschappelijke zetel te [ ] voor en namens wie optreedt mr. Sabine WULLUS, advocaat met kantoor te 8630 VEURNE, Boterweegschaalstraat 7 bij wie keuze van woonplaats is gedaan, hierna de verzoekende partij te noemen, tegen het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, voor wie en namens wie optreedt mr. Filip VINCKE, advocaat, met kantoor te 8580 AVELGEM, Kasteelstraat 13 bij wie keuze van woonplaats is gedaan, hierna de verwerende partij te noemen, ingeschreven in het register van de beroepen op 18 september 2014 onder nummer 14/MHHC/83-I, MHHC-15/29-K6 13 augustus
2 heeft het Milieuhandhavingscollege het volgende overwogen: 1. Voorwerp van het beroep Het beroep is gericht tegen de beslissing nummer 13/AMMC/75-I/HVH van 13 augustus Met deze beslissing legt de gewestelijke entiteit aan de verzoekende partij een exclusieve bestuurlijke geldboete op van 167 euro, vermeerderd met de opdeciemen die ten tijde van het plegen van de feiten van toepassing waren voor de strafrechtelijke geldboeten, aldus gebracht op euro, dit wegens het spelen van elektronisch versterkte muziek zonder dat er meetapparatuur of een geluidsbegrenzer aanwezig was. 2. Verloop van de rechtspleging 2.1. Op 18 juli 2013 maakt een inspecteur van de politiezone Middelkerke het proces-verbaal tot vaststelling van de milieu-inbreuk over aan de gewestelijke entiteit. Met een brief van 14 februari 2014 brengt de gewestelijke entiteit de verzoekende partij op de hoogte van haar voornemen om een exclusieve bestuurlijke geldboete, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming, op te leggen en nodigt zij de verzoekende partij uit om schriftelijk haar verweer mee te delen. Op 13 augustus 2014 legt de gewestelijke entiteit de voormelde bestuurlijke geldboete op. De kennisgeving van deze beslissing aan de verzoekende partij gebeurt op 19 augustus Met een aangetekende brief van 4 september 2014 stelt de verzoekende partij beroep in tegen de beboetingsbeslissing. De verwerende partij dient op 17 september 2014 bij de griffie een dossier in met een kopie van de bestreden beslissing en de stukken op grond waarvan de gewestelijke entiteit haar beslissing heeft genomen. De verwerende partij dient op 4 november 2014 een memorie van antwoord in Bij beschikking 14/MHHC/83-I/B1 van 5 maart 2015 heeft de kamervoorzitter de behandeling van het beroep vastgesteld op de zitting van 9 april De verzoekende partij is vertegenwoordigd door meester Sabine WULLUS. De verwerende partij is vertegenwoordigd door meester Filip VINCK. Voorzitter Luk JOLY brengt verslag uit. De verzoekende en de verwerende partij worden gehoord. De debatten worden gesloten en de zaak wordt voor uitspraak in beraad genomen. MHHC-15/29-K6 13 augustus
3 3. Ontvankelijkheid Het beroep, dat op 4 september 2014 is ingediend met een aangetekende brief, is tijdig en regelmatig naar vorm. Er stellen zich geen verdere problemen met betrekking tot de ontvankelijkheid ervan en de verwerende partij werpt desbetreffend geen excepties op. Het beroep is ontvankelijk. 4. Feiten De feiten die vaststaan en relevant zijn voor de beoordeling van het beroep zijn de volgende: 4.1. Bij besluit van 3 juni 2013 heeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Middelkerke aan de verzoekende partij de toelating gegeven om op 14, 15 en 16 juni 2013 een niet-ingedeelde muziekactiviteit te organiseren op de zeedijk te Middelkerke ter hoogte van haar horecazaak. In artikel 2 van het besluit worden onder andere volgende voorwaarden opgelegd : -Elke bedienaar van een elektronisch versterkte muziekbedieningstafel, met een totaal geluidsniveau (incl. achtergrondgeluid) > 85dB(A) L Aeq15 min en < 95 db(a) L Aeq15min moet op een continue wijze het geluidsniveau meten en dit bovendien visueel kunnen aflezen (monitoring). Ter info : boven de 95 db(a)l Aeq15min (hier dus verboden) moet dit continu geregistreerd worden en dienen er gratis oordopjes verleend te worden. -Een rapport van het op elk halfuur (eerste maal bij de start van de muziekactiviteit, laatste maal op het eindtijdstip van de muziekactiviteit) aan de boxen ingestelde /gemeten geluidsniveau dient na de organisatie bezorgd te worden aan de milieudienst via [email protected]. Dit is ofwel de L Amax,slow,5min ofwel de LAeq,15min (bij voorkeur één van deze eerste 2 parameters, gecentraliseerd rond elk halfuur) ofwel in het allerslechtste geval (niet aanbevolen) de momentane waarde L p,slow klokslag op elk halfuur Op 15 juni 2013 stelt de toezichthouder van de lokale politiezone Middelkerke vast dat het geluidsniveau niet gemeten werd en er hiertoe geen geluidsmeter aanwezig was en dat er tevens geen geluidsbegrenzer aanwezig was. Van deze vaststelling wordt op 23 juni 2013 proces-verbaal opgesteld. 5. Beoordeling 5.1. De gewestelijke entiteit kwalificeert de vastgestelde feiten als milieu-inbreuken overeenkomstig artikel , 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen betreffende het Milieubeleid (hierna : DABM), meer bepaald als schendingen van artikel bis van besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (hierna : VLAREM II) Zij legt met toepassing van de artikelen tot en met DABM de voormelde exclusieve bestuurlijke geldboete op Met haar beroep beoogt de verzoekende partij de vernietiging van de bestreden beslissing en ondergeschikt de opgelegde boete te laten kwijtschelden of minstens te laten herleiden alsook met volledig uitstel op te leggen. MHHC-15/29-K6 13 augustus
4 In een eerste bezwaar stelt zij dat de eis van een redelijke termijn als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur geschonden is. Vooreerst stelt zij dat de termijnen bepaald in de artikelen en DABM niet nageleefd werden door de verwerende partij en dat zij na haar inbreuk op meer dan 1 jaar of tot moest wachten vooraleer zij in kennis werd gebracht van het opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete. En verder stelt zij dat minstens, voor zover de termijn van 90 dagen om te beslissen niet op straffe van verval is voorgeschreven, de beslissing nietig is ingevolge het overschrijden van de redelijke termijn en dat zij er ook alle belang bij had binnen korte termijn duidelijkheid te krijgen nopens het al dan niet opleggen van de geldboete teneinde de financiële gevolgen ervan op haar bedrijf te kunnen inschatten In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij onder verwijzing naar eerdere rechtspraak van het Milieuhandhavingscollege (arrest MHHC 12/58-VK, MHHC 12/31 VK en 12/33- VK) dat het College bij ettelijke herhaling heeft overwogen dat men een daadwerkelijke belangenschade dient aan te tonen ingeval men een schending van de redelijke termijn opwerpt. Zij stelt dat de verzoekende partij, door te stellen dat ze er alle belang bij had om binnen een korte termijn duidelijkheid te krijgen nopens het al dan niet opleggen van de geldboete teneinde de financiële gevolgen op haar bedrijf in te kunnen schatten, hoegenaamd niet concreet is en besluit tot de onontvankelijkheid van het bezwaar ook omdat ze niet aantoont dat zij een beslissing uitstelde en die uitgestelde beslissing eenmaal ze kennis had van de boete genomen heeft Het Milieuhandhavingscollege oordeelt dat de door de verzoekende partij ingeroepen termijnen van de artikelen en DABM geen termijnen van verval zijn. Het gaat om termijnen van orde, zodat de verzoekende partij niet met nuttig gevolg de schending van de artikelen en DABM kan inroepen. Het eerste bezwaar is wat dit onderdeel betreft ongegrond. Verder oordeelt het Milieuhandhavingscollege dat, opdat het aangevoerde bezwaar van schending van de redelijke termijn op ontvankelijke wijze zou zijn voorgedragen en derhalve tot vernietiging van de bestreden beslissing kan leiden, de verzoekende partij dient aan te tonen, minstens redelijk aanneembaar te maken, dat zij getuigt van het rechtens vereiste belang. Het staat meer bepaald aan deze partij om minstens redelijk aanneembaar te maken dat zij in concreto is benadeeld door de vertraging bij het nemen van de bestreden beboetingsbeslissing. Het Milieuhandhavingscollege stelt, samen met de verwerende partij, vast dat het door de verzoekende partij ingeroepen belang, met name het kunnen inschatten van de financiële gevolgen van de oplegging van de geldboete op haar bedrijf, niet overtuigt. In casu maakt de verzoekende partij het niet in voldoende concrete mate aannemelijk dat zij ervan mocht uitgaan dat de haar op te leggen geldboete dermate hoog kon zijn dat ze een substantiële weerslag zou hebben op haar bedrijf. Haar belang om binnen een redelijke termijn de omvang van het boetebedrag met zekerheid te kennen is dan ook louter hypothetisch, en derhalve niet in aanmerking te nemen. Het eerste bezwaar is wat dit onderdeel betreft niet ontvankelijk Het eerste bezwaar is deels ongegrond, deels niet ontvankelijk In een tweede bezwaar roept de verzoekende partij de schending in de artikelen DABM en DABM alsook van de motivatieverplichting en het proportionaliteitsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Zij stelt dat de opgelegde boete kennelijk in wanverhouding tot de feiten staat en geeft de volgende elementen, die kunnen leiden tot het milderen van de boete: - de disc-jockey (hierna : DJ) beging eigenlijk de inbreuk en had haar mondeling toegezegd dat alles in orde was zodat ze daar te goeder trouw op voortging; zij mocht erop vertrouwen dat de DJ op de hoogte diende te zijn van de wettelijke bepalingen en dat hij de nodige maatregelen zou nemen; MHHC-15/29-K6 13 augustus
5 - er werden geen geluidsmetingen uitgevoerd, zodat men in casu niet weet of het maximale niveau overschreden werd. Tevens werden er geen klachten van overlast genoteerd; aangezien er geen klachten van nachtlawaai werden geacteerd; - daarenboven heeft de verzoekende partij, bij de vaststelling van de inbreuken, vrijwillig de muziek stilgelegd en de tent gesloten. De verzoekende partij stelt tevens dat de verwerende partij vaststelde dat het een éénmalig feit betrof waardoor er geen reden was voor verhoging van de geldboete. Voornoemde elementen dienen, volgens de verzoekende partij, als verzachtende omstandigheden te worden beschouwd en werden door de verwerende partij niet in rekening gebracht bij de bepaling van de hoogte van de boete. Tenslotte stelt de verzoekende partij dat de verwerende partij nalaat de hoogte van de boete te motiveren. Zij besluit dat het voor haar een raadsel is waarom de verwerende partij een hogere geldboete dan de minimumgeldboete oplegt temeer de frequentie geen aanleiding gaf tot verhoging van de geldboete en verwerende partij naliet rekening te houden met de omstandigheden De verwerende partij repliceert als volgt: 1) Wat betreft de bewering van de verzoekende partij dat de DJ de inbreuk beging stelt zij dat de verzoekende partij ingaat tegen art bis, 1, 3 Vlarem II dat stelt dat de metingen op initiatief en op kosten van de exploitant dienen te gebeuren en dat het geluidsniveau door de exploitant continu bewaakt moet worden; dat de DJ in de opdracht van de verzoekende partij handelde, dat zij op de hoogte was van de voorwaarden en deze duidelijk niet aan de DJ heeft doorgegeven en dat nergens aangetoond is dat de DJ zelfs maar weet had van de voorwaarden; dat de bewering dat de DJ mondeling zou hebben toegezegd dat alles in orde was een inhoudsloze bewering is van verzoekende partij; 2) Wat betreft de bewering van de verzoekende partij dat er geen geluidsmeting is uitgevoerd, dat de verzoekende partij niet is beboet voor enige overtreding van het geluidsniveau; 3) Wat betreft de bewering van de verzoekende partij dat er geen klachten werden genoteerd, dat dit zonder belang is aangezien de verzoekende partij niet werd beboet voor geluidsoverlast; 4) Wat betreft de bewering van de verzoekende partij dat ze vrijwillig de muziek zou stopgezet hebben en de tent gesloten, dat de verbalisanten schrijven dat op het ogenblik van de controle de betrokkene zijn laatste nummer draait en dat dit een loutere toevalligheid is en dat het alleszins niet onredelijk is dat dit toevallig element niet mee in rekening is genomen; 5) Wat de bewering betreft dat het een eenmalig feit betrof, dat dit ook zo werd overwogen in de bestreden beslissing en de factor frequentie bijgevolg geen aanleiding gaf tot een verhoging van de geldboete; 6) Wat betreft de stelling van de verzoekende partij dat er geen rekening werd gehouden met de factor omstandigheden dat het volstrekt onduidelijk is over welke omstandigheden (behalve de reeds in de memorie van antwoord behandelde omstandigheden) de verzoekende partij het zou kunnen hebben; dat de boete in casu correct gemotiveerd werd overeenkomstig het DABM en de formele motiveringswet; dat hoger in de memorie van antwoord de verwerende partij punt voor punt de omstandigheden heeft overlopen en daaruit niet is gebleken dat de verwerende partij op enig punt kennelijk onredelijk zou hebben geoordeeld en dat voor het overige dit laatste deel van het verzoekschrift dermate onduidelijk is dat verwerende partij er geen nieuwe argumenten kan in ontwaren. 7) Tenslotte wijst de verwerende partij erop dat uitstel van de boete geen element is dat tot het arsenaal behoort van de mogelijkheden die de verwerende partij heeft overeenkomstig art , 3 DABM De verzoekende partij lijkt te willen stellen dat ze de overtreding niet beging maar dat het de DJ was, die mondeling had toegezegd dat alles in orde was. Noch het DABM, noch enige uitvoeringsbepaling van dit decreet omschrijven het begrip overtreder. In overeenstemming met de spraakgebruikelijke betekenis van het woord, moet ervan worden uitgegaan dat de overtreder de persoon is die een gebod of verbod schendt dat zich tot hem richt. Uit MHHC-15/29-K6 13 augustus
6 de draagwijdte van het begrip volgt dat de geschonden normen, die de toerekenbaarheid kunnen beperken door een gebod of verbod te formuleren dat zich slechts tot één of een paar categorieën personen richt, mede bepalen wie rechtens als overtreder kan worden aanzien. Het Milieuhandhavingscollege stelt vast dat, te dezen, artikel bis, 1, 3 van VLAREM II geldt. Deze bepaling legt verplichtingen op aan de exploitant van de inrichting en luidt als volgt : 3 op initiatief en op kosten van de exploitant wordt LAeq15 min ofwel LAmax.slow continu gemeten door middel van meetapparatuur die voldoet aan de vereisten, vermeld in artikel 2 van bijlage bis. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteiten continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant of door een door hem aangestelde persoon. De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm, vermeld in het eerste lid, gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten vermeld in art. 2 van bijlage bis. In de voorliggende zaak staat vast, en dit wordt overigens niet betwist, dat de verzoekende partij exploitant is van de ter sprake staande voor het publiek toegankelijke horeca-inrichting, waar een nietingedeelde muziekactiviteit plaats greep. Bovendien heeft zij in haar hoedanigheid van exploitant van de inrichting ook de toelating gevraagd aan het College van Burgemeester en Schepenen van Middelkerke om een niet-ingedeelde muziekactiviteit met afwijking van de geluidsnormen te organiseren, toelating die haar op 3 juni 2013 werd verleend. Op haar rustte dan ook de verplichting om artikel bis VLAREM II na te leven. Deze bepaling is in casu in haar inrichting geschonden. De verzoekende partij is in de bestreden beslissing terecht als overtreder aangemerkt en zij toont niet aan dat haar verplichtingen zou hebben gedelegeerd aan een door haar aangestelde persoon. Dit onderdeel van het tweede bezwaar is ongegrond. Het Milieuhandhavingscollege stelt verder vast dat de verzoekende partij onder andere verwijst naar de volgende omstandigheden waarin de feiten werden gepleegd. Zij stelt dat er geen geluidsmeting is gebeurd door de gemeentelijke toezichthouder Middelkerke zodat men niet weet of het maximaal geluidsniveau werd overschreden en stelt tevens dat er geen klachten waren van overlast en geen nachtlawaai werd geverbaliseerd. De verwerende partij poneert hiertegenover dat de verzoekende partij niet werd beboet voor overtreding van het geluidsniveau noch voor geluidsoverlast. Het Milieuhandhavingscollege meent evenwel, gezien het doel van de door Vlarem II opgelegde voorwaarden, met name het beperken van hinder en overlast van deze muziekactiviteit, dat deze elementen deel uitmaken van de omstandigheden waarin de overtreding werd gepleegd en kennelijk van aard zijn om in aanmerking te worden genomen bij het bepalen van de hoogte van het boetebedrag. Door met deze omstandigheden geen rekening te houden heeft de verwerende partij artikel DABM geschonden. Dit onderdeel van het tweede bezwaar is gegrond en wettigt een substantiële vermindering van het boetebedrag. Samen met de verwerende partij stelt het Milieuhandhavingscollege vast dat de stopzetting van de muziek, zoals het PV vaststelt, inderdaad gebeurde bij het draaien van het laatste nummer en niet kan beschouwd worden als omstandigheid, bij het beëindigen van de inbreuk, die diende meegenomen te worden bij de berekening van het boetebedrag. Tevens oordeelt het Milieuhandhavingscollege dat de verwerende partij rekening heeft gehouden met de factor frequentie, zoals uit de bestreden beslissing blijkt. Wat de bewering van de verzoekende partij betreft dat de verwerende partij nalaat de hoogte van de boete te motiveren wenst het Milieuhandhavingscollege vooreerst te verwijzen naar wat het College supra oordeelde betreffende de omstandigheden, waarin de milieu-inbreuk gepleegd werd. Voor het overige motiveert de bestreden beslissing het boetebedrag wat betreft de ernst van de feiten en de frequentie afdoende. MHHC-15/29-K6 13 augustus
7 Tenslotte oordeelt het Milieuhandhavingscollege dat het niet binnen zijn bevoegdheid ligt bestuurlijke geldboeten met uitstel van tenuitvoerlegging op te leggen Het tweede bezwaar is deels gegrond De behandeling van het beroep door het Milieuhandhavingscollege heeft geen kosten met zich gebracht, zodat een beslissing over de kosten van het geding zonder voorwerp is. Om deze redenen beslist het Milieuhandhavingscollege: 1. Het door de verzoekende partij ingediende beroep is ontvankelijk en deels gegrond. 2. De beslissing nummer 13/AMMC/75-I/HVH van 13 augustus 2014 van de gewestelijke entiteit wordt vernietigd in zoverre zij een exclusieve bestuurlijke geldboete van 167 euro oplegt, vermeerderd met de opdeciemen die ten tijde van het plegen van de feiten van toepassing waren voor de strafrechtelijke geldboeten, aldus gebracht op euro. 3. De exclusieve bestuurlijke geldboete wordt verminderd tot 83 euro, vermeerderd met de opdeciemen die ten tijde van het plegen van de feiten van toepassing waren voor de strafrechtelijke geldboeten, aldus gebracht op 498 euro. Dit arrest is uitgesproken in Brussel op de openbare zitting van 13 augustus 2015 door het Milieuhandhavingscollege, dat samengesteld is uit: Josef NIJS Luk JOLY Peter SCHRYVERS bestuursrechter, kamervoorzitter, voorzitter, bestuursrechter, bijgestaan door Xavier VERCAEMER hoofdgriffier. De hoofdgriffier, De kamervoorzitter, Xavier VERCAEMER Josef NIJS MHHC-15/29-K6 13 augustus
Milieuhandhavingscollege
Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-13/35-VK van 18 april 2013 In de zaak van de BVBA [ ] met maatschappelijke zetel te [ ] voor en namens wie optreedt mr. Albert COPPENS, advocaat, met kantoor te 9300
Milieuhandhavingscollege
Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-13/104-VK van 19 december 2013 In de zaak van de heer [ ] wonende te [ ] hierna de verzoekende partij te noemen, tegen het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de
Milieuhandhavingscollege
Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-15/10-K7 van 19 februari 2015 In de zaak van de NV [ ] met maatschappelijke zetel te [ ] voor en namens wie optreedt mr. Mario DEKETELAERE, advocaat, met kantoor te
Milieuhandhavingscollege
Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC/M/1516/0030 van 26 november 2015 In de zaak van de bvba 10POND, met maatschappelijke zetel te 9770 Kruishoutem, Duifhuisstraat 21, voor en namens wie optreedt mr. Koen
Milieuhandhavingscollege
Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-13/41-VK van 30 april 2013 In de zaak van de heer [ ] wonende te [ ] voor en namens wie optreedt mr. Kris DHAENE, advocaat, met kantoor te 9000 GENT, Sint-Lievenspoortstraat
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 16 mei 2017 met nummer MHHC/M/1617/0076 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0109/M Verzoekende partij de bvba JACQUES GHEYSENS vertegenwoordigd door advocaat Thomas BAILLEUL
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/4.8.14/2014/0038 van 24 juni 2014 in de zaak 1314/0216/A/4/0183 In zake: de heer Daniël VANDERVELPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Geert DEMIN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/4.8.14/2015/0033 van 4 augustus 2015 in de zaak 1415/0262/A/2/0254 In zake: 1. de heer Marc DE SMET 2. de heer Marnix DECOCK beiden wonende te 8500 Kortrijk,
Infosessies geluidsnormen muziek
Infosessies geluidsnormen muziek Sigrid Raedschelders/ Anne Van Riet Afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer (AMMC) Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Overzicht 1. Regelgeving m.b.t.
Milieuhandhavingscollege
Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-14/39-K2 van 13 juni 2014 In de zaak van de heer [ ] wonende te [ ] voor en namens wie optreedt mr. Geert AMPE, advocaat, met kantoor te 8400 OOSTENDE, Kerkstraat 38,
Milieuhandhavingscollege
Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-13/97-VK van 21 november 2013 In de zaak van de heer [ ] wonende te [ ] voor wie optreedt de heer Frédérick VAN KERREBROECK, raadsman, hierna de verzoekende partij
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0113 van 26 april 2016 in de zaak MHHC/1415/0065/M/0053 In zake: de nv AGROTECH BELGASIA, met zetel te 8870 Izegem, Gentse Heerweg 78 waar woonplaats wordt
Milieuhandhavingscollege
Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-14/52-VK van 25 augustus 2014 In de zaak van De heer [ ] wonende te [ ] voor en namens wie optreedt mr. Raoul KERSTENS, advocaat, met kantoor te 8310 ASSEBROEK, Dhoorestraat
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE DERDE KAMER ARREST nr. S/2011/00007 van 9 februari 2011 in de zaak 2010/0401/SA/3/0363 In zake: 1.... 2.... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat
Milieuhandhavingscollege
Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-15/21-K6 van 23 april 2015 In de zaak van de heer [ ] wonende te [ ] voor en namens wie optreedt mr. Laurent SAMYN, advocaat, met kantoor te 8730 BEERNEM, Mexicostraat
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 19 juni 2018 met nummer RvVb/A/1718/1022 in de zaak met rolnummer 1516/RvVb/0396/A Verzoekende partij Verwerende partij mevrouw Marina VERPLANCKE, wonende te
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2014/0287 van 22 april 2014 in de zaak 1213/0576/A/1/0539 In zake: mevrouw Martine VAN BOCXLAER, wonende te 9940 Evergem, Langerbrugsestraat 36 verzoekende
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 28 maart 2017 met nummer MHHC/M/1617/0045 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0097/M Verzoekende partij Verwerende partij Marc Broucke, met woonplaatskeuze te 8830 Hooglede,
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0046 van 21 januari 2016 in de zaak 14/MHHC/87-M In zake:... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Koenraad DEGROOTE met kantoor te 8720 Wakken,
RAAD VOOR VERKIEZINGSBETWISTINGEN ARREST
RAAD VOOR VERKIEZINGSBETWISTINGEN ARREST Nr. R.Verkb.2015/0001 van 31 maart 2015 in de zaak 1415/0001 In zake: de heer Steven APER, wonende te 9180 Moerbeke, Damstraat 159 verzoekende partij Belanghebbende
Rolnummer 4151. Arrest nr. 80/2007 van 16 mei 2007 A R R E S T
Rolnummer 4151 Arrest nr. 80/2007 van 16 mei 2007 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut
Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T
Rolnummer 5678 Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 418, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie.
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/1202 van 7 juni 2016 in de zaak 1213/0253/SA/8/0233 In zake: de heer David DE CORTE mevrouw Mia LEFEVRE 3. de heer Luc LEFEVRE 4. de heer Wouter
Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T
Rolnummer 4045 Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 468, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 21
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE DERDE KAMER TUSSENARREST nr. S/2013/0269 van 17 december 2013 in de zaak 1112/0485/SA/3/0437 In zake: 1. de heer..., wonende te... 2. mevrouw..., wonende
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0042 van 14 januari 2016 in de zaak 14/MHHC/79-M In zake : de heer [ ] wonende te [ ] verzoekende partij tegen: het VLAAMSE GEWEST vertegenwoordigd door
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE DERDE KAMER ARREST nr. A/2013/0075 van 19 februari 2013 in de zaak 2010/0528/SA/3/0681 In zake: de nv... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat
Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen
Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen Zitting van 18 december 2014 Beslissingen i.v.m. gelijkwaardigheid buitenlandse diploma s Rolnr. 2014/404-18 december 2014... 2 Rolnr. 2014/404-18
Hof van Cassatie van België
27 SEPTEMBER 2016 P.16.0556.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.16.0556.N P J G V, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Laurens Van Puyenbroeck, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 11 september 2018 met nummer RvVb/A/1819/0052 in de zaak met rolnummer 1718/RvVb/0029/A Verzoekende partij mevrouw Gerda BORREMANS vertegenwoordigd door advocaat
Hof van Cassatie van België
9 APRIL 2019 P.18.1208.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.1208.N W A V, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tom De Clercq, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het
Hof van Cassatie van België
27 JANUARI 2006 C.04.0201.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.04.0201.N V. A., Mr. Cécile Draps, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen D. P. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 25 juni 2019 met nummer RvVb-A-1819-1144 in de zaak met rolnummer 1718-RvVb-0447-A Verzoekende partijen de gemeente SINT-KATELIJNE-WAVER, vertegenwoordigd door
Geluidsnormen in de horeca
Geluidsnormen in de horeca Een gids voor Leuvense Horeca-uitbaters De nieuwe geluidsnormen voor muziekactiviteiten * toepassing van de Wet Schauvlieghe (01-01-2013) Bent u uitbater van een horeca-zaak
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2011/0162 van 9 november 2011 in de zaak 2010/0276/SA/3/0255 In zake: 1.... 2.... beiden wonende te... advocaat Gert BUELENS kantoor houdende te 2800 Mechelen,
