HOOFDSTUK VIII OVERDRACHTEN
|
|
|
- Hans Brabander
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Decr. Vl. Parl. 27 oktober Bodemdecreet (Art. 101) Afdeling I Overeenkomst betreffende de overdracht van gronden HOOFDSTUK VIII OVERDRACHTEN De basisprincipes van de overdrachtsregeling uit het Bodemsanering bleven behouden in het Bodemdecreet. Naargelang de situatie waarin een grond dan wel een risicogrond wordt overgedragen, zijn de respectieve decretale bepalingen op deze overdracht van toepassing die hieronder meer in detail worden besproken. De overdracht van een risicogrond vormt nog steeds een onderzoeksmoment naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging en eventuele verdere verplichtingen, in het algemeen belang (bescherming mens of milieu) en met het oog op de bescherming van de kandidaat-verwerver. Het Bodemdecreet is grotendeels gebaseerd op de vorige regeling, en omvat nadere regelen betreffende de procedure die moet worden gevolgd om tot overdracht te kunnen overgaan bij vaststelling dat de risicogrond verontreinigd is. Net zoals bij de algemene saneringsplichtregeling van hoofdstuk III Bodemdecreet wordt in de overdrachtsregeling bij de overdracht van risicogronden een onderscheid gemaakt naargelang het gaat om nieuwe, historische dan wel gemengde bodemverontreiniging. Op een aantal punten wijkt de huidige regeling af van de 'oude' regeling onder het Bodemsaneringsdecreet (zie infra). Het vaststellen van de bijzondere overdrachtsregeling wordt verantwoord door de bevoegdheid van de Vlaamse decreetgever om regelend op te treden krachtens artikel 6, 1, II, 1, juncto artikel 19, 1, 1 ste lid van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen (BWHI). Artikel 6, 1, II, 1 ste lid, 1 BWHI bepaalt dat de aangelegenheden bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet (thans art. 39 van de gecoördineerde Grondwet) "de bescherming van het leefmilieu, onder meer die van de bodem, de ondergrond, het water en de lucht tegen verontreiniging en aantasting, alsmede de strijd tegen geluidshinder" zijn. In die bepaling van de bijzondere wet vindt de Vlaamse decreetgever derhalve de algemene bevoegdheid om met betrekking tot de bodemsanering regelend op te treden. In het kader van een prejudiciële vraag van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk omtrent de kwestie of de decreetgever bij het vaststellen van de bepalingen van artikelen 37, 1, 38, 2, en 39, 2 van het Bodemsaneringsdecreet buiten zijn bevoegdheid is getreden, oordeelde het Arbtiragehof bij arrest van 31 maart 2004 dat dit valt onder de normale uitoefening van de aan de gewesten toegewezen leefmilieubevoegdheid, vervat in artikel 6 1, II, 1 ste lid, 1 BWHI en dus volledig kadert binnen de bevoegdheid van de decreetgever inzake leefmilieu. Art Voor het sluiten van een overeenkomst betreffende de overdracht van gronden moet de overdrager of desgevallend de gemandateerde bij de OVAM een bodemattest aanvragen en de inhoud ervan meedelen aan de verwerver. Het bodemattest wordt afgeleverd binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. Als de aanvraag betrekking heeft op een risicogrond wordt het bodemattest afgeleverd binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. 2. De onderhandse akte waarin de overdracht van gronden wordt vastgelegd, bevat de inhoud van het bodemattest. 3. In alle akten betreffende de overdracht van gronden, neemt de instrumenterende ambtenaar de verklaring van de overdrager of desgevallend de gemandateerde op dat de verwerver voor het sluiten van de overeenkomst op de hoogte is gebracht van de inhoud van het bodemattest. De instrumenterende ambtenaar neemt tevens de inhoud van het bodemattest in de akte op. Deze bepaling legt bij het sluiten van een overeenkomst betreffende de overdracht van gronden aan de overdrager of aan zijn gemandateerde, de verplichting op om de kandidaat-verwerver via een bodemattest op de hoogte te brengen van de gegevens die bij de OVAM gekend zijn omtrent de over te dragen grond. Het bodemattest is het informatieinstrument bij uitstek in de bodemregelgeving. Zoals vermeld onder artikel 5 Bodemdecreet omvat de inhoud van dit bodemattest ruime informatie die over een grond beschikbaar is in het GIR, met vermelding van de informatiebronnen (zie ook art Vlarebo). Een belangrijke rechtsvraag is in welke mate (de inhoud van) een bodemattest reeds moet worden opgenomen in de onderhandse akte, dan wel of een overdracht mogelijk is onder opschortende voorwaarde van een geldig bodemattest waarbij het bodemattest pas beschikbaar is bij de authentieke akte. Dit is tevens van groot belang bij de vraag of er al dan niet de nietigheid van de overeenkomst kan worden gevorderd, waarop meer in detail wordt ingegaan onder artikel 116 Bodemdecreet. De meeste rechtspraak dateert van onder de oude bodemregelgeving, maar is naar analogie van toepassing op huidige regeling. Artikel 36 Bodemsaneringsdecreet (d.i. voor de wijziging ingevoerd bij Decr. 26 mei 1998) bepaalde dat de overdrager bij OVAM een bodemattest diende aan te vragen voor het sluiten van de overeenkomst en de inhoud ervan Larcier Wet en Duiding Bodem (1 oktober 2012) Larcier 71
2 Decr. Vl. Parl. 27 oktober Bodemdecreet (Art. 102) diende mede te delen aan de verwerver. Luidens zelfde bepaling kon de verwerver van de gronden of OVAM de nietigheid van de overdracht inroepen die plaatsvond in strijd met deze bepaling. Bedoelde bepaling had tot doel de verwerver te beschermen tegen gebrek aan informatie. Uit de tekst van artikel 36, 4 (oud) Bodemsaneringsdecreet, kan niet worden besloten dat het attest steeds voor het sluiten van de overeenkomst moet zijn verkregen, zeker niet indien partijen bedongen hadden dat de overeenkomst aangegaan was onder de opschortende voorwaarde van een gunstig bodemattest. Zodanig beding houdt immers in dat de overeenkomst pas uitvoerbaar is bij de vervulling van de voorwaarde. Het feit dat voor het verlijden van de authentieke akte een gunstig attest werd verkregen, verhindert derhalve dat de verwerver de nietigheid kan inroepen, temeer omdat hij er geen belang bij heeft die nietigheid in te roepen (Rb. Leuven 14 juli 1999, T.Not. 1999, 631). Het sluiten van een verkoopsovereenkomst onder opschortende voorwaarde van het verkrijgen van een bodemattest, verhindert dus niet dat de overeenkomst daadwerkelijk tot stand komt (Rb. Hasselt 25 februari 2002, NJW 2002, afl. 6, 213, noot, TMR 2002, afl. 4, 341). In de rechtspraak werd ook expliciet geoordeeld dat een vastgoedmakelaar niet handelt in strijd met artikel 36, 1 Bodemsaneringsdecreet wanneer hij in de onderhandse verkoopsovereenkomst m.b.t. een loft een opschortende voorwaarde opneemt waarin is gesteld dat nog geen bodemattest aangevraagd dan wel het resultaat van het onderzoek niet bekomen werd. Het inlassen van een opschortende voorwaarde in het compromis houdt voor de koper in dat hij diende te weten dat er nog geen garantie omtrent de bodemgesteldheid kon worden gegeven en derhalve, zolang geen gunstig bodemattest was afgeleverd, niet gekocht was en hij op die wijze voldoende beschermd was. Indien immers geen gunstig attest afgeleverd wordt, is er geen koop; wordt daarentegen een gunstig attest afgeleverd, dan is er geen belang om de vordering tot nietigheid van de koop wegens het laattijdig voorbrengen van het bodemattest in te roepen (Antwerpen 22 mei 2000, T.App. 2000, afl. 4, 40). De vervulde voorwaarde (negatief attest OVAM) werkt terug op de datum van het aangaan van de verbintenis. De overdracht is dan uitvoerbaar met terugwerkende kracht op het moment van de overeenkomst door de aanwezigheid van het attest, zodat er geen overdracht is zonder attest (Brussel 19 februari 1999, AJT , 972). De overdracht van een grond "onder opschortende voorwaarde" valt dus onder toepassing van artikel 36 Bodemsaneringsdecreet. De exceptie van nietigheid afgeleid uit de schending van artikel 36 Bodemsaneringsdecreet (bodemattest) kan enkel ingeroepen worden door een partij met rechtmatig belang dat gelegen moet zijn in de bijzondere beschermingstechniek die in casu het Bodemsaneringsdecreet heeft voorzien (Gent 6 februari 2001, TOGOR 2001, 167, noot A. VAN BRABANT). Wanneer de onderhandse overeenkomst een opschortende voorwaarde bevat die bepaalt dat de verkoper, om tot een volmaakte koop te komen, aan de koper een bodemattest moet kunnen afleveren waarvan de inhoud positief is, dan is die voorwaarde vervuld zodra het attest aangeleverd wordt. De koper heeft vanaf dat tijdstip geen reden om niet mee te werken aan het verlijden van de authentieke akte en dient derhalve daartoe in rechte te worden veroordeeld. De eisbaarheid van het commissieloon van de vastgoedmakelaar wordt afgeleid uit de onderhandse verkoopsovereenkomst. Indien werd bepaald dat het ereloon moet worden voldaan bij het innen van het voorschot, dan mag de makelaar dit aanrekenen op het voorschot, maar hij is niet gerechtigd het saldo in te houden. Derhalve dient hij veroordeeld te worden tot terugbetaling aan de koper van dit saldo, te vermeerderen met de vergoedende en de gerechtelijke intresten (Rb. Tongeren 23 oktober 2001, T.App. 2002, afl. 3, 30). Merk wel op dat de volledige regelgeving inzake overdracht van grond en risicogrond moet worden toegepast bij elke overdracht van grond (en de toepasbaarheid dus niet beperkt is tot overeenkomsten tot overdracht van grond (Arbitragehof (prejudiciële vraag) 31 maart 2004, nr. 61/2004, BS 16 juli 2004), maar dit niet betekent dat de grond effectief moet worden overgedragen na het doorlopen van die procedure. Deze decretale bepalingen (inzake overdracht van een (risico)grond) staan niet eraan in de weg dat de verhuurder en de huurder in de huurovereenkomst bedingen wie van hen uiteindelijk zal instaan voor de gevolgen van de bodemverontreiniging en voor de kosten verbonden aan de saneringswerken (Cass. 15 april 2011, C N/1). Afdeling II Overdracht van risicogronden Onderafdeling I Algemene bepalingen A. Verplichting om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren Art Risicogronden kunnen slechts overgedragen worden als er vooraf een oriënterend bodemonderzoek werd uitgevoerd. 2. Het oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de persoon, vermeld in artikel 29 of 30. Artikel 102 Bodemdecreet legt een aantal bijkomende verplichtingen op bij de overdracht van risicogronden. In eerste instantie moet een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd alvorens de overdracht van een risicogrond kan plaatsvinden. Artikel 103 Bodemdecreet legt tevens de verplichting op om dergelijke overdracht te melden aan OVAM. In deze bepaling wordt de overdracht (art. 2, 18 ) van een risicogrond in het algemeen belang en met het oog op de bescherming van de kandidaat-verwerver aangegrepen als moment om een onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging met daaraan gekoppeld de eventuele verplichting in hoofde 72 Larcier Wet en Duiding Bodem (1 oktober 2012) Larcier
3 Decr. Vl. Parl. 27 oktober Bodemdecreet (Art. 102) van de overdrager of de gemandateerde om een beschrijvendbodemonderzoek uit te voeren, een bodemsaneringsproject op te stellen en jegens de OVAM de verbintenis aan te gaan om de bodemsaneringswerken, het eindevaluatieonderzoek en de eventuele nazorg uit te voeren en tot waarborg van de uitvoering van deze verbintenis een afdoende financiële zekerheid te stellen. Deze verplichtingen gelden enkel in het kader van de geplande overdracht. Zoal eerder aangehaald is het niet vereist dat een overdracht ook daadwerkelijk plaatsvindt. De onderzoeksplicht bij overdracht is redelijkerwijze beperkt tot risicogronden daar op deze gronden inrichtingen gevestigd zijn of waren die in verhoogde mate aanleiding kunnen geven tot bodemverontreiniging. Uiteraard is het niet uitgesloten dat ook niet-risicogronden die het voorwerp uitmaken van een overdracht verontreinigd kunnen zijn. In dergelijke transacties is het aan de contracterende partijen zelf om te oordelen of het noodzakelijk of opportuun is om in het kader van de overdracht een bodemonderzoek en eventuele bodemsanering uit te voeren. In voorkomend geval is het aangewezen deze afspraken contractueel vast te leggen (zie ook Cass. 15 april 2011, C N/1). Hetzelfde geldt voor transacties met betrekking tot risicogronden die geen overdracht van gronden uitmaken in de zin van artikel 2, 18 (bv. huur of concessie). Partijen kunnen in het kader van dergelijke transacties overeenkomen dat bij het begin en einde van het gebruiksrecht een bodemonderzoek wordt uitgevoerd op het terrein. Het feit dat de overdrager eventueel niet gehouden zou zijn om op haar kosten tot sanering over te gaan doet geen afbreuk aan haar verplichting om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren wanneer op de gronden in het verleden een inrichting gevestigd was die bodemverontreiniging heeft kunnen veroorzaken. Een oriënterend bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd bij de overdracht van gronden waarop een inrichting gevestigd is of was, opgenomen in de lijst van inrichtingen en activiteiten die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken, tenware zulk onderzoek reeds gebeurd was binnen twee jaar voor de overdracht en/of tenware op de grond reeds een sanering werd uitgevoerd. Een oriënterend bodemonderzoek wordt evenwel niet al dan niet noodzakelijk gemaakt op basis van feitelijke gegevens. Enkel bepalend daarvoor is het antwoord op de vraag of op de litigieuze gronden een inrichting gevestigd was welke bodemverontreiniging kon veroorzaken. Vooraleer een onderzoeksmaatregel, die uiteraard beperkt zou moeten blijven tot een oriënterend bodemonderzoek, te bevelen, dienen verweerders/kopers toegelaten te worden tot het getuigenbewijs van het feit dat door de vorige eigenaar (of door een huurder) van wie overdrager/verkoopster het goed aankocht een garage en/of herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen werd uitgebaat (Gent 9 november 2000, TMR 2001, 28). De verplichting tot uitvoering van het oriënterend bodemonderzoek staat dus los van de eigenlijke saneringsplicht en de vraag wie er aansprakelijk is voor de sanering. Kosten van een oriënterend bodemonderzoek vallen dus ten laste van de verkoper, tenzij tussen partijen anders zou zijn overeengekomen (art. 40 Bodemsaneringsdecreet). Een notaris die aan een firma opdracht geeft een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren zonder dat uit die bestelling blijkt voor welke persoon hij optreedt, is ertoe gehouden persoonlijk de kosten van het bodemonderzoek te betalen (Brussel 4 juni 2002, Not.Fisc.M. 2005, afl. 10, 323, noot I. SAMOY, RW , afl. 26, 1027, T.Not (samenvatting), afl. 11, 657, noot). Volgens oud artikel 2, 17 bis Bodemsaneringsdecreet werden de privatieve en/of gemeenschappelijke delen die onder het stelsel van mede-eigendom van artikel 577, 3 BW vallen, niet als grond beschouwd op voorwaarde dat noch in de privatieve delen, noch in de daaraan verbonden gemeenschappelijke delen een risicoactiviteit plaatsvindt. Een letterlijke lezing van dit artikel had tot gevolg dat voor de overdracht van een privatief gedeelte dat geen uitstaans heeft met een risicoactiviteit op een ander gedeelte van het grondperceel toch de zware overdrachtsverplichtingen van het Bodemsaneringsdecreet moeten worden nageleefd. OVAM hanteerde echter een minder strikte interpretatie waardoor deze verplichtingen enkel werden opgelegd indien zich in de gemeenschappelijke delen een risicoactiviteit bevindt ten behoeve van het privatieve gedeelte dat men wenst over te dragen of een dergelijke risicoactiviteit werd uitgeoefend in het over te dragen privatief gedeelte zelf (zie meer uitgebreid onder art. 30 Bodemdecreet en art Vlarebo). Indien de vastgestelde risicoactiviteiten, inclusief de twee stookolietanks van elk liter, in de gemeenschappelijke delen van het appartementsgebouw niet ten behoeve van de kavel waren die het voorwerp uitmaakt van de betrokken verkoop, is deze verkoop niet te beschouwen als een overdracht van grond en bijgevolg niet onderworpen aan de overdrachtregeling. Er is in dat geval bodemattest noch oriënterend bodemonderzoek nodig. In het tegengestelde geval zijn een oriënterend onderzoek van de betrokken grond en een bodemattest nodig. Gezien de betrokken risicoactiviteiten niet verbonden en dienstig waren aan het betrokken appartement op de vierde verdieping, is er geen sprake van overdracht van grond en is de overdracht van grond niet gebeurd in strijd met art. 36 Bodemsaneringsdecreet. Er is dan ook geen rechtsgrond om de betrokken overeenkomst nietig te verklaren (Antwerpen 29 april 2002, NJW 2002, 247, noot, TMR 2002, 530). In artikel 30 Bodemdecreet werd aan de Vlaamse regering de bevoegdheid verleend om deze praktijk juridisch te verankeren (zie ook T. VAN CAUTER, "Implicaties van het nieuwe bodemdecreet op de verkoop van een appartement of van een gemeenschappelijk deel in een appartementsgebouw", TVV 2008, afl. 2, ). Voor de verkopingen wordt het registratierecht vereffend op het bedrag van bedongen prijs en lasten. Verplichtingen die door de wet aan de koper worden opgelegd zijn geen lasten die voor de vereffening van het registratierecht van verkoop bij de prijs moeten gevoegd worden. Zij zijn immers geen lasten die tussen partijen werden overeengekomen. De wettelijke verplichting om de bodemsaneringswerken uit te voeren rustte op de verkoper, niet op de koper. Indien de verkoper en de koper echter zijn overeengekomen dat de koper deze verplichting op zich zou nemen en de bodemsaneringswerken zou uitvoeren, betreft het hier een last die door de overeenkomst aan de koper boven de prijs werd opgelegd en waaruit de verkoper voordeel haalde (hij diende zelf deze werken niet te laten uitvoeren en kon Larcier Wet en Duiding Bodem (1 oktober 2012) Larcier 73
4 Decr. Vl. Parl. 27 oktober Bodemdecreet (Art. 103) toch het goed verkopen). Samen met de prijs vertegenwoordigt deze last de contractuele tegenprestatie van het verkochte onroerend goed. Deze last dient bij de heffingsgrondslag waarop de registratierechten geheven worden gevoegd te worden (art. 45 W.Reg.) (Rb. Leuven 24 juni 2005, Rec.gén.enr.not. 2006, afl. 1, 22, RW , afl. 10, 410). B. Melding van overdracht Art De overdrager of desgevallend de gemandateerde meldt aan de OVAM zijn bedoeling om tot de overdracht over te gaan. Op straffe van onontvankelijkheid voegt hij bij de melding een verslag van het oriënterend bodemonderzoek of een verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek. }1 [De melding moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, gedaan worden met een volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend meldingsformulier voor overdracht.] 1 De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de modaliteiten van de melding van overdracht. }1. Lid 1 aangevuld bij art. 118 Decr. Vl. Parl. 12 december 2008, Om controle op de naleving van de bovenvermelde onderzoeksplicht mogelijk te maken, is de overdrager of desgevallend de gemandateerde ertoe gehouden zijn bedoeling tot overdracht aan de OVAM te melden. Op straffe van onontvankelijkheid moet bij de melding het verslag van oriënterend bodemonderzoek of desgevallend het verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek gevoegd worden. Ook luidens artikel 36 (oude) Bodemsaneringsdecreet diende de overdrager voor het sluiten van de overeenkomst bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) een bodemattest op te vragen en het attest mee te delen aan de verwerver. Dit is een dwingende aanvulling op de gemeenrechtelijke informatieplicht m.b.t. gronden waarvan de verontreiniging bekend is. Vooraleer over te gaan tot de overdracht van risicogronden moet de overdrager bovendien een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren, en na uitvoering hiervan aan OVAM zijn bedoeling melden om tot overdracht over te gaan. Ook ingeval een uitzonderingsbepaling als voorzien in artikel 37, 1 van het decreet van toepassing is, dient de overdrager melding te maken aan OVAM van de voorgenomen overdracht. Zoniet zou hij soeverein beslissen of hij onder het toepassingsgebied van de uitzonderingsbepalingen valt en de diensten van OVAM buiten schot zetten en de controle onmogelijk maken (Kh. Brussel 7 januari 2008, RABG 2008, afl. 16, 1039, noot). Dergelijke melding van overdracht gebeurt aangetekend conform een model van meldingsformulier dat een aantal minimale gegevens bevat (zie art Vlarebo en model van meldingsformulier voor overdracht van risicogrond: zie bijlage II MB 9 mei 2008 tot vaststelling van modelformulieren in het kader van Bodemdecreet 27 oktober 2006 en Vlarebo 14 december 2007, BS 29 mei 2008). Het is de OVAM die de ontvankelijkheid en volledigheid van de melding onderzoekt, en haar beslissing binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de melding meedeelt. De meldingen van de overdracht van een risicogrond, van de onteigening van een grond en van de sluiting van een risico-inrichting die voor de inwerkingtreding van het Bodemdecreet en het Vlarebo bij de OVAM werden ingediend, worden door de OVAM beoordeeld en afgehandeld overeenkomstig de bepalingen die van toepassing waren op het ogenblik dat de melding werd ingediend (art. 230 Vlarebo). In het kader van de overdracht van risicogronden kan de overdrager of desgevallend zijn gemandateerde het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek in één beweging uitvoeren en in één verslag bij de OVAM indienen. Ingeval de OVAM van oordeel is dat het oriënterend bodemonderzoek conform de wettelijke vereisten werd uitgevoerd, maar het beschrijvend bodemonderzoek daarentegen niet conform is, wordt het verslag van het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek gekwalificeerd als een verslag van oriënterend bodemonderzoek. In dat geval zal de overdrager of de gemandateerde dan ook zo nodig worden aangemaand om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren. Onderafdeling II Nieuwe bodemverontreiniging A. Saneringsplicht Art Als de OVAM op basis van het oriënterend bodemonderzoek, vermeld in artikel 102, van oordeel is dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat een risicogrond is aangetast door een nieuwe bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden, maant de OVAM binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de }1 [ontvankelijke] 1 melding van overdracht de overdrager of in voorkomend geval de gemandateerde aan om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren. Als de OVAM niet binnen de termijn van zestig dagen heeft aangemaand, kan de overdracht plaatsvinden, met behoud van de mogelijkheid voor de OVAM om de andere bepalingen van deze titel later toe te passen. 2. Als de OVAM op basis van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, het verslag van orienterend en beschrijvend bodemonderzoek of het grondeninformatieregister van oordeel is dat de bodemsaneringsnormen overschreden zijn, kan de overdracht niet plaatsvinden vooraleer de overdrager of desgevallend de gemandateerde: 1 een bodemsaneringsproject of een beperkt bodemsaneringsproject heeft opgesteld en hiervoor een conformiteitsattest werd afgeleverd; 2 jegens de OVAM de verbintenis heeft aangegaan de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren; 3 financiële zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van de verbintenis, vermeld in 2. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiële zekerheden worden gesteld. }2 [De verplichting om de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren moet voldaan worden 74 Larcier Wet en Duiding Bodem (1 oktober 2012) Larcier
5 Decr. Vl. Parl. 27 oktober Bodemdecreet (Art. 104) overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2.] 2 3. Als de bodemverontreiniging omwille van haar bijzondere aard niet aan bodemsaneringsnormen kan worden getoetst, zijn de bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing als er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. }1. 1, lid 1, gewijzigd bij art. 119 Decr. Vl. Parl. 12 december 2008, }2. 2, lid 2, ingevoegd bij art. 128 Decr. Vl. Parl. 23 december 2010, B.S., 18 februari 2011, err., B.S., 8 april 2011 Zoals eerder verduidelijkt, wordt in het Bodemdecreet een onderscheid gemaakt naargelang de verplichting bij nieuwe, historische of gemengde verontreiniging. Hierna komt de regeling bij nieuwe verontreiniging aan bod. Dit artikel bepaalt dat de OVAM de overdrager of de gemandateerde aanmaant om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren, als zij van oordeel is dat er ernstige aanwijzingen zijn dat de over te dragen grond aangetast is door nieuwe bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden. De aanmaning dient te gebeuren binnen zestig dagen na de ontvangst van de ontvankelijke melding van overdracht. Deze termijn gaat in de dag volgend op de datum van ontvangst van de ontvankelijke melding van overdracht. De aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek verplicht volgens de Raad van State de verzoekende partij niet een bodemsanering uit te voeren, maar legt haar enkel op om een beschrijvend bodemonderzoek te laten uitvoeren. Indien uit dat bodemonderzoek zou blijken dat de verontreinigde gronden moeten worden gesaneerd - ook al is de kans daartoe reëel - zal er in elk geval een formele beslissing tot sanering moeten worden genomen waarvan de verzoekende partij de schorsing en de nietigverklaring zal kunnen vorderen. De nadelen gepaard gaande met de plicht tot sanering zullen alsdan door een schorsing van het saneringsbesluit kunnen worden voorkomen (RvS 1 april 1999, nr , TMR 1999, 375, verslag (uittreksel) P. SOURBRON, noot; RvS 19 november 1998, nr , TMR 1999 (verkort), 52). Een beslissing die niet verplicht tot het uitvoeren van een bodemsanering, maar enkel tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek is geen formele beslissing tot sanering. Wanneer uit het beschrijvend onderzoek volgt dat de gronden verontreinigd zijn en dat zij moeten gesaneerd worden dan moet nog een formele beslissing in die zin genomen worden. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat volgt uit de verplichting tot sanering kan niet aangevoerd worden tegen de beslissing tot het uitvoeren van een beschrijvend onderzoek, tenzij zou blijken dat de kosten die gepaard gaan met dat onderzoek dermate hoog zouden zijn dat die op zich het voortbestaan van de onderneming reeds in het gedrang zouden brengen (RvS 3 september 1998, nr , Dejonckheere, RvS 19 november 1998, nr , NV Adriaensens, RvS 10 december 1998, nr , NV Kling Interconnection Technology, RvS 17 juni 1999, nr , NV Brouwerij Palm, RvS 17 juni 1999, nr , Johan Schroyen, RvS 24 juni 1999, nr , NV Asphaltco, RvS 28 juni 1999, nr , NV Leuven Gas, RvS 1 april 1999, nr , NV SCR-Sibelco, In het licht van deze redenering dat de aanmaning tot opmaak van een beschrijvend bodemonderzoek nog niet impliceert dat dit een formele beslissing tot saneren is, moet ook worden gewezen op de implicaties voor het kostenverhaal dat gepaard gaat met de opmaak van dergelijk beschrijvend bodemonderzoek. Nu uit het oriënterend bodemonderzoek is gebleken dat een beschrijvend bodemonderzoek dringend aangewezen was om de oorzaak en de omvang van de verontreiniging in kaart te kunnen brengen, waren verweerders, als bewaarders van de verontreinigde grond en exploitanten van het erop uitgebate tankstation, op basis van hun schadebeperkingsplicht ertoe gehouden om over te gaan tot het uitvoeren van dergelijk onderzoek. Het feit dat op basis van dat beschrijvend bodemonderzoek wordt vastgesteld dat er in hoofde van verweerders voor bepaalde delen van de verontreiniging geen actuele saneringsplicht bestaat, doet hieraan geen afbreuk. Er dient dan ook niet te worden overgegaan tot een uitsplitsing van deze kosten in functie van het gedeelte van de verontreiniging waarvoor al dan niet een actuele saneringsplicht bestaat (Rb. Gent 16 januari 2002, TMR 2002, afl. 4, 348, noot). Als de OVAM niet binnen hoger vermelde termijn van zestig dagen tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek heeft aangemaand, kan de overdracht van de risicogrond plaatsvinden, onverminderd de mogelijkheid om de andere bepalingen van dit decreet later toe te passen. Merk hierbij op dat de mogelijkheid om de overdracht te laten doorgaan, niet betekent dat er sowieso niet (meer) gesaneerd zou moeten worden, nu in geval van nieuwe verontreiniging sowieso een zelfstandige saneringsplicht geldt (zie ook art. 9 Bodemdecreet en Corr. Dendermonde 25 oktober 2000, TMR 2001 (verkort), 272). Dit betekent onder meer dat, bij afwezigheid van exploitant en gebruiker, de eigenaar-overdrager die niet binnen de termijn van zestig dagen wordt aangemaand om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren, gelet op het principe van de zelfstandige plicht bij nieuwe bodemverontreiniging, toch nog kan aangesproken worden om dit beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren niettegenstaande de overdracht intussen reeds heeft plaatsgevonden. De zelfstandige plicht tot het uitvoeren van het beschrijvend bodemonderzoek is immers reeds voor de overdracht in hoofde van de eigenaar ontstaan. De geplande overdracht kan niet zomaar plaatsvinden als de OVAM op basis van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, het verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek of het grondeninformatieregister van oordeel is dat de bodemsaneringsnormen overschreden zijn of ingeval er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging als de bodemverontreiniging dermate specifiek is dat ze niet getoetst kan worden aan de bodemsaneringsnormen. De overdracht is in dat geval slechts mogelijk nadat er drie voorwaarden cumulatief vervuld zijn. In Larcier Wet en Duiding Bodem (1 oktober 2012) Larcier 75
6 Decr. Vl. Parl. 27 oktober Bodemdecreet (Art. 105) eerste instantie moet de overdrager of desgevallend de gemandateerde een bodemsaneringsproject hebben opgesteld dat conformverklaard werd door de OVAM. In tweede instantie dient de overdrager jegens de OVAM de verbintenis aan te gaan om de bodemsaneringswerken, het eindevaluatieonderzoek en de eventuele nazorg uit te voeren. In derde en laatste instantie moet de betrokkene een financiële zekerheid hebben gesteld als garantie voor de verbintenis tot saneren. Een bodemsaneringsproject dat ontvankelijk en volledig is, maar niet conform verklaard, volstaat dus niet, zoals zomin als een kostenraming (zie ook art. 115 Bodedecreet). De overdrager en de kandidaat-verwerver beschikken immers pas na de conformverklaring van het bodemsaneringsproject over de nodige info omtrent de bodemsanering (doelstelling van de bodemsanering, de wijze waarop en de termijn waarbinnen de bodemverontreiniging zal worden behandeld, de impact van de bodemsaneringswerken en eventuele restverontreiniging op het gebruik van het terrein, de eventuele nazorg, de geraamde kostprijs) én de zekerheid dat OVAM zich hiermee akkoord heeft verklaard middels de conformverklaring, teneinde met kennis van zaken de overdrachtstransactie aan te gaan. Vroeger gebeurde het namelijk vaak dat bij de inhoudelijke beoordeling van het bodemsaneringsproject blijkt dat het toch niet op de ingediende manier conform verklaard kan worden, en dat een kostenraming onderschat is. Dit leidde in dergelijke gevallen tot moeizame discussies tussen overdrager en verwerver teneinde dit te compenseren. De beslissing van de minister houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de beslissing van de OVAM om verplicht in te gaan op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek, heeft dus niet tot gevolg dat degene, tegen wie het bestreden besluit gericht is, onherroepelijk als saneringsplichtige wordt beschouwd. De verzoekende partij heeft de beslissing tot niet erkenning als onschuldige bezitter immers met een annulatieberoep aangevochten, zodat die beslissing niet definitief is en door het annulatieberoep ongedaan kan gemaakt worden. De verzoekende partij zal alsdan zonodig gerechtigd zijn de wettigheid van de bestreden beslissing te betwisten, in geval op basis van de resultaten van het beschrijvende bodemonderzoek zij verplicht zou worden tot het uitvoeren van de bodemsaneringswerken. Het bestreden besluit betekent niet dat de verzoekende partij een bodemsaneringsproject en bodemsaneringswerken moet uitvoeren. Juist uit de resultaten zal blijken of een bodemsaneringsproject en bodemsaneringswerken zullen moeten worden uitgevoerd, hetgeen verder ook blijkt uit de artikelen 12, 1, en 30, 3 (oud) Bodemsaneringsdecreet alsook uit een brief van de OVAM aan de verzoekende partij waarin wordt meegedeeld dat op basis van het voorgelegde verslag van het uitgevoerde bodemonderzoek geen definitieve uitspraak kan worden gedaan over de ernst van de bodemverontreiniging. De verzoekende partij kan op grond van het bestreden besluit dan ook niet aannemelijk maken dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel erin zou bestaan dat zij op grond van het bestreden besluit verplicht zal zijn onmiddellijk een provisie voor sanering aan te leggen derwijze dat zij virtueel failliet is (RvS 26 oktober 2000, nr , NV Garco, Verder moet de overdrager in de huidige regeling jegens de OVAM de verbintenis aangaan, niet alleen tot het uitvoeren van de bodemsaneringswerken, maar tevens tot het uitvoeren van het eindevaluatieonderzoek en de eventuele nazorg. De financiële zekerheid geldt dan als waarborg voor deze ruime verbintenis. Indien partijen het vervullen van deze drie voorwaarden niet kunnen afwachten, zijn er ook een aantal alternatieven op basis waarvan versneld tot overdracht kan worden overgegaan, zoals de versnelde overdrachtsprocedure van artikel 115 Bodemdecreet of een ministeriële beslissing op grond van artikel 164 Bodemdecreet. B. Vrijstelling van de saneringsplicht Art De overdrager of desgevallend de gemandateerde is niet verplicht om op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek in te gaan of de vereisten, vermeld in artikel 104, 2, na te leven, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of op basis van het gemotiveerd standpunt van de overdrager of desgevallend de gemandateerde van oordeel is dat aan een van de volgende elementen voldaan is: 1 de bodemverontreiniging is niet op de over te dragen grond tot stand gekomen; 2 de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, 1, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van gebruiker; 3 de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, 2, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van eigenaar; 4 de exploitant of gebruiker die op de over te dragen grond aanwezig is, voldoet niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, 1, en de bodemverontreiniging is volledig tot stand gekomen tijdens de periode dat de exploitant de grond in exploitatie of de gebruiker de grond in gebruik had, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van eigenaar. 2. In afwijking van de bepalingen van 1 is de overdrager alsnog verplicht het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of de verplichtingen, vermeld in artikel 104, 2, na te leven als de OVAM een van de volgende elementen aantoont: 1 een rechtsvoorganger van de overdrager heeft de bodemverontreiniging veroorzaakt; 2 de bodemverontreiniging is tot stand gekomen tijdens de periode dat een rechtsvoorganger van de overdrager de grond in exploitatie, in gebruik of in eigendom had. Ook in de overdrachtsprocedure bestaat de mogelijkheid voor de overdrager om een verzoek tot vrijstelling van de saneringsplicht te vragen. Voor nieuwe verontreiniging is deze regeling analoog aan de vrijstellingsregeling bij nieuwe verontreiniging (zie ook duiding onder art. 12 Bodemdecreet). 76 Larcier Wet en Duiding Bodem (1 oktober 2012) Larcier
7 Decr. Vl. Parl. 27 oktober Bodemdecreet (Art. 107) Er twee momenten waarop de overdrager (desgevallend de gemandateerde) beroep kan doen op de vrijstellingsgronden, meer bepaald na de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek en na ontvangst van de conformverklaring van het beschrijvend bodemonderzoek waarin de OVAM oordeelt dat de nieuwe bodemverontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt. Het spreekt voor zich dat de vrijstellingsaanvraag na betekening van de conformverklaring van het beschrijvend bodemonderzoek geen herhaling kan zijn van de eerste aanvraag, maar gebaseerd moet zijn op nieuwe feiten en nieuwe gegevens uit het beschrijvend bodemonderzoek. Het is echter niet ondenkbaar dat tijdens de uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek bepaalde nieuwe feiten of gegevens aan het licht komen, waarvan men nog geen kennis had na afloop van het oriënterend bodemonderzoek, maar die wel van die aard zijn om alsnog de vrijstelling te verlenen. Bij wijze van voorbeeld kan worden gewezen op het uitvoeren van een ouderdomsanalyse of het bepalen van de grondwaterstromingsrichting, wat een relevante invloed kan hebben op de vraag of de overdrager de verontreiniging zelf heeft veroorzaakt of de verontreiniging dateert van voor het ogenblik waarop de overdrager eigenaar is geworden van de kwestieuze grond. Ongeacht zijn hoedanigheid (eigenaar of gebruiker) wordt de overdrager in het kader van de geplande overdracht ook vrijgesteld van de decretale verplichtingen, wanneer is aangetoond dat de bodemverontreiniging niet op de over te dragen grond tot stand gekomen is. Verder kan de overdrager-gebruiker genieten van deze gunstregeling, als de OVAM op basis van het dossier of van zijn gemotiveerd standpunt van oordeel is dat de overdrager-gebruiker de bodemverontreiniging niet zelf heeft veroorzaakt en de verontreiniging ook niet tijdens zijn beheer tot stand gekomen is (cf. regeling onder art. 12 Bodemdecreet). Specifiek in de overdrachtsregeling kan de overdrager-eigenaar zich bovendien beroepen op een bijkomende vrijstellingsgrond. Indien de OVAM op basis van het dossier of van zijn gemotiveerd standpunt van oordeel is dat hij enerzijds cumulatief voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, 2 Bodemdecreet én anderzijds de exploitant of gebruiker die op de over te dragen grond aanwezig is, niet voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden voor een exploitant of gebruiker en de bodemverontreiniging volledig tot stand gekomen is tijdens de periode dat de exploitant de grond in exploitatie of de gebruiker de grond in gebruik had. Dit biedt de mogelijkheid om een vrijstelling te verkrijgen indien duidelijk kan worden aangetoond dat de aangetroffen verontreiniging is veroorzaakt door een exploitant, terwijl deze exploitatie nog steeds aanwezig is op het ogenblik van de voorgenomen overdracht. Merk bovendien op dat ook in de situatie waarbij een exploitant aanwezig was, maar deze exploitant de exploitatie niet officieel heeft stopgezet, de juridische fictie kan worden aangenomen dat de exploitant nog steeds aanwezig is (zie ook Gent 27 juni 2003, NJW 2005, afl. 122, 990, noot P. DE SMEDT en E. DE WITTE). Hiermee werd de vorige regeling bijgestuurd, op basis waarvan een vrijstelling kon worden bekomen louter door aan te tonen dat de overdrager een exploitant of gebruiker op het over te dragen terrein heeft toegelaten (zelfs al gebeurde dit in strijd met de decretale overdrachtsregeling), ook al had de overdrager de verontreiniging zelf veroorzaakt of was hij bij de aankoop van het terrein op de hoogte van deze verontreiniging. Aangezien het onbillijk is om de kosten van de bodemsanering van deze gronden af te wentelen (op OVAM/de gemeenschap), werd dit hiaat in de regelgeving bijgestuurd. Dit artikel heeft de OVAM eveneens uitdrukkelijk de bevoegdheid gekregen om zelf op basis van het dossier van de verontreinigde grond naar alle zorgvuldigheid te oordelen dat de overdrager voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden zodat in duidelijke gevallen betrokkene niet langer belast wordt met het samenstellen en indienen van een vrijstellingsaanvraag met de nodige bewijsstukken en argumentatie. Art }1 [De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de behandeling van de aanvraag tot vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de stukken die, op straffe van onontvankelijkheid van de aanvraag, bij het gemotiveerd standpunt, vermeld in artikel 105, 1, moeten worden gevoegd.] 1 }1. Vervangen bij art. 120, lid 1, Decr. Vl. Parl. 12 december 2008, Artikel 106 bepaalt dat de Vlaamse regering nadere regelen vaststelt betreffende de procedure tot vrijstelling van de verplichting tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek en de verplichtingen, vermeld in artikel 104, 2 Bodemdecreet (art Vlarebo). De Vlaamse regering bepaalt onder meer dat de verzoeker van de vrijstelling zijn standpunt op gemotiveerde wijze aangetekend aan OVAM moet bezorgen. De OVAM onderzoekt het verzoek en oordeelt of voldaan is aan de vrijstellingsvoorwaarden. Binnen een termijn van zestig dagen laat OVAM de overdrager weten wat zij heeft beslist. Eens de vrijstelling van saneringsplicht werd verleend, en de uitzondering voor rechtsvoorgangers niet van toepassing is, kan de overdracht doorgaan. Art De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de overdraagbaarheid }1 [en het verval] 1 van de vrijstelling van de verplichtingen, vermeld in artikel 104. }1. Gewijzigd bij art. 120, lid 2, Decr. Vl. Parl. 12 december 2008, Larcier Wet en Duiding Bodem (1 oktober 2012) Larcier 77
8 Decr. Vl. Parl. 27 oktober Bodemdecreet (Art. 108) In navolging van een administratieve praktijk onder het oude Bodemsaneringsdecreet, bepaalt het huidige Bodemdecreet nu expliciet dat de vrijstelling van de saneringsplicht kan worden overgedragen, overeenkomstig de regels zoals bepaalde door de Vlaamse regering. Artikel 146 Vlarebo bepaalt dat de vrijstelling van de saneringsplicht die krachtens artikel 145 Vlarebo op de verwerver is overgegaan, van rechtswege vervalt wanneer de aanwezige bodemverontreiniging die in de conformverklaring van het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek of van het beschrijvend bodemonderzoek, of in de eindverklaring werd gekwalificeerd als geen ernstige bodemverontreiniging, opnieuw een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beïnvloeding van mens of milieu door een wijziging van de kenmerken, functies of eigenschappen van de bodem. Dit verval van vrijstelling heeft evenwel geen decretale grondslag in het Bodemdecreet, zodat kan worden getwijfeld of deze reglementaire vervalregeling wettig tot stand is gekomen. Er kan alvast worden verondersteld dat de verwervers die geconfronteerd worden met een dergelijk verval, zich zullen beroepen op de exceptie van artikel 159 Gw. (vgl. RvS 12 juli 2007, nr , waar die onwettigheidsexceptie wordt toegepast op de sanctieregeling op de beslissingstermijn van oud art. 37, laatste lid Vlarebo, buiten toepassing wordt gelaten omdat die geen grondslag had in oud art. 23, 3 Bodemsaneringsdecreet). C. Administratief beroep Art Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikel }1 [104 en] 1 105, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155. }1. Gewijzigd bij art. 121 Decr. Vl. Parl. 12 december 2008, B.S., 4 februari 2009 Deze bepaling voorziet in een georganiseerd administratief beroep voor alle tegen de beslissing van de OVAM omtrent de vrijstelling van de verplichting tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of de verdere decretale verplichtingen in het kader van de overdracht van een risicogrond. De uitwerking hiervan wordt beschreven onder de artikelen 153 tot en met 155 Bodemdecreet. Onderafdeling III Historische bodemverontreiniging A. Saneringsplicht Art Als de OVAM op basis van het oriënterend bodemonderzoek, vermeld in artikel 102, van oordeel is dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat een risicogrond is aangetast door een ernstige historische bodemverontreiniging, maant de OVAM binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de }1 [ontvankelijke] 1 melding van overdracht de overdrager of in voorkomend geval de gemandateerde aan om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren. Als de OVAM niet binnen de termijn van zestig dagen heeft aangemaand, kan de overdracht plaatsvinden, met behoud van de mogelijkheid voor de OVAM om de andere bepalingen van deze titel later toe te passen. 2. Als de OVAM op basis van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, het verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek of het grondeninformatieregister van oordeel is dat de grond is aangetast door een ernstige historische bodemverontreiniging, kan de overdracht niet plaatsvinden vooraleer de overdrager of in voorkomend geval de gemandateerde: 1 een bodemsaneringsproject of een beperkt bodemsaneringsproject heeft opgesteld en hiervoor een conformiteitsattest werd afgeleverd; 2 jegens OVAM de verbintenis heeft aangegaan de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren; 3 financiële zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van de verbintenis, vermeld in 2. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiële zekerheden worden gesteld. }2 [De verplichting om de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2.] 2 }1. 1, lid 1, gewijzigd bij art. 119 Decr. Vl. Parl. 12 december 2008, }2. 2, lid 2, toegevoegd bij art. 128 Decr. Vl. Parl. 23 december 2010, B.S., 18 februari 2011, err., B.S., 8 april 2011 Zoals eerder verduidelijkt, wordt in het Bodemdecreet een onderscheid gemaakt naargelang de verplichting bij nieuwe, historische of gemengde verontreiniging. Hierna komt de regeling bij historische verontreiniging aan bod. Dit artikel bepaalt dat de OVAM de overdrager of de gemandateerde aanmaant om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren, als zij van oordeel is dat er ernstige aanwijzingen zijn dat de over te dragen grond aangetast is door een ernstige historische bodemverontreiniging. De Raad van State oordeelde reeds over de vorige bodemregelgeving dat dergelijke aanmaning tot een beschrijvend bodemonderzoek niet noodzakelijk de overdracht moet blokkeren. Wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat een grond die men wil overdragen aangetast is door historische verontreiniging die een ernstige bedreiging vormt, legt artikel 39 Bodemsaneringsdecreet wel een aantal verplichtingen op die moeten worden vervuld vooraleer de overdracht kan plaatsvinden, maar artikel 40 Bodemsaneringsdecreet maakt het mogelijk die verplichtingen te laten vervullen door de verwerver. Het besluit dat de verplichting oplegt een beschrijvend bodem- 78 Larcier Wet en Duiding Bodem (1 oktober 2012) Larcier
9 Decr. Vl. Parl. 27 oktober Bodemdecreet (Art. 113) onderzoek te laten uitvoeren blokkeert de overdracht dan ook niet. De overdrager moet trouwens overeenkomstig artikel 36 Bodemsaneringsdecreet steeds de inhoud van een bodemattest aan de kandidaat-koper meedelen (RvS 14 mei 1998, nr , NV Belgaarde, T.Not. 2000, 181, TBP 1998, 923, TMR 1998, 367; RvS 14 mei 1998, arrest nr , TMR 1998, 371). Het besluit dat het bezwaar tegen de aanmaning om een beschrijvend bodemonderzoek te laten uitvoeren, afwijst, maakt op zich de overdracht van de eigendom niet onmogelijk, nu artikel 39, 3 Bodemsaneringsdecreet de mogelijkheid tot eigendomsoverdracht openlaat, mits het stellen van een financiële zekerheid (RvS 3 september 1998, nr , Dejonckheere, Verder wordt voorzien in een procedure analoog aan deze bij nieuwe bodemverontreiniging. Wat betreft de voorwaarden voor de specifieke vrijstellingsmogelijkheid in de overdrachtsregelgeving, wordt bij historische verontreiniging uiteraard verwezen naar de toepasselijke vrijstellingsvoorwaarden voor historische verontreiniging (zie duiding onder art. 23 Bodemdecreet). B. Vrijstelling van de saneringsplicht Art De overdrager of in voorkomend geval de gemandateerde is niet verplicht om op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek in te gaan of de vereisten vermeld in artikel 109, 2, na te leven, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of op basis van het gemotiveerd standpunt van de overdrager of in voorkomend geval de gemandateerde van oordeel is dat aan een van de volgende elementen voldaan is: 1 de bodemverontreiniging is niet tot stand gekomen op de over te dragen grond; 2 de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 23, 1, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van gebruiker; 3 de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 23, 2, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van eigenaar; 4 de exploitant of gebruiker die op de over te dragen grond aanwezig is, voldoet niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 23, 1, en de bodemverontreiniging is volledig tot stand gekomen tijdens de periode dat de exploitant de grond in exploitatie of de gebruiker de grond in gebruik had, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van eigenaar. 2. In afwijking van de bepalingen van 1 is de overdrager alsnog verplicht het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of de vereisten, vermeld in artikel 109, 2, na te leven, als de OVAM een van de volgende elementen aantoont: 1 een rechtsvoorganger van de overdrager heeft de bodemverontreiniging veroorzaakt; 2 de bodemverontreiniging is tot stand gekomen tijdens de periode dat een rechtsvoorganger van de overdrager de grond in exploitatie, in gebruik of in eigendom had. Voor de duiding onder dit artikel kan worden verwezen naar de analoge regeling zoals opgenomen in artikel 105 Bodemdecreet. Art De bepalingen van artikelen 106 en 107 zijn van overeenkomstige toepassing. Voor de duiding onder dit artikel kan worden verwezen naar de analoge regeling zoals opgenomen in artikelen 106 en 107 Bodemdecreet. C. Administratief beroep Art Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikel }1 [109 en] 1 110, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155. }1. Gewijzigd bij art. 122 Decr. Vl. Parl. 12 december 2008, B.S., 4 februari 2009 Deze bepaling voorziet in een georganiseerd administratief beroep voor alle tegen de beslissing van de OVAM omtrent de vrijstelling van de verplichting tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of de verdere decretale verplichtingen in het kader van de overdracht van een risicogrond. De uitwerking hiervan wordt beschreven onder de artikelen 153 tot en met 155 Bodemdecreet. Onderafdeling IV Gemengde bodemverontreiniging Art In geval van gemengde bodemverontreiniging wordt conform artikelen 26 en 27 bepaald welke bepalingen van deze afdeling van overeenkomstige toepassing zijn. Naar analogie met de algemene plichtregeling, geldt in het kader van de overdrachtenregeling eveneens dat bij gemengde bodemverontreiniging bepaald wordt welke regelingen van deze afdeling van overeenkomstige toepassing zijn (art. 104 t.e.m. 108 Bodemdecreet). Larcier Wet en Duiding Bodem (1 oktober 2012) Larcier 79
1.1. Notaris 7. 1.2. Vastgoedkantoren en makelaars 8. 1.3. Overdrager 9. 1.4. Verwerver 10 1.5. OVAM 11. 1.6. Bodemsaneringsdeskundige 12
INHOUDSTAFEL Deel I. Regelgeving bodem en transacties met vastgoed 1 Inleiding 3 Hoofdstuk 1. Wie doet wat bij een overdracht? 5 1.1. Notaris 7 1.2. Vastgoedkantoren en makelaars 8 1.3. Overdrager 9 1.4.
11.2.1 Wat zijn de algemene verplichtingen
ïïò ß»³»²»² ¹»¼ ±²¹»² ³»¼»ó» ¹»²¼±³ De overdrachtsregeling voor mede-eigendommen (o.a. appartementsgebouwen) roept vaak vragen op. Daarom geven we in dit hoofdstuk duidelijkheid over de situaties waarin
TITEL I. Juridische gevolgen van het bodemdecreet op de overdracht van gronden. 1
TITEL I. Juridische gevolgen van het bodemdecreet op de overdracht van gronden. 1 Hoofdstuk 1. Inleiding.... 3 Hoofdstuk 2. Overdracht van gronden...... 7 2.1. Toepassingsgebied definities...... 9 2.1.1.
Hof van Cassatie van België
22 MAART 2018 C.17.0067.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.17.0067.N E.A. eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei
De nietigheidssanctie bij overdracht van gronden zonder voorafgaand bodemattest
De nietigheidssanctie bij overdracht van gronden zonder voorafgaand bodemattest FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 34 A 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E [email protected] W www.forumadvocaten.be
1. Toelichting van de krachtlijnen van de Vlaamse bodemregelgeving: Bodemdecreet en VLAREBO 2. Toekomstige ontwikkelingen voor het Vlaamse
1. Toelichting van de krachtlijnen van de Vlaamse bodemregelgeving: Bodemdecreet en VLAREBO 2. Toekomstige ontwikkelingen voor het Vlaamse bodembeleid 3. Even vergelijken Nederland - Vlaanderen 4. We denken
Richtlijnen: overdracht delen van kadastrale percelen
Richtlijnen: overdracht delen van kadastrale percelen Richtlijnen: overdracht delen van kadastrale percelen Documentbeschrijving 1. Titel publicatie Richtlijnen: overdracht delen van kadastrale percelen
De impact van het Bodemdecreet. op scholen
De impact van het Bodemdecreet 06 op scholen 6.1 Bescherming Het doel van het Bodemdecreet is een overnemer van grond (bijvoorbeeld een koper of concessiehouder) te beschermen tegen de gevolgen van een
BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE VLAAMSE OVERHEID
2365 VLAAMSE OVERHEID Omgeving [C 2017/32217] 12 DECEMBER 2017. Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen aan het Koning Albertpark in Kortrijk
DE OPENBARE VLAAMSE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ,
Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen in de woonzone 'Voormalige kabelslagerij' in Dendermonde en tot regeling van de exoneratie voor de
VLAAMSE OVERHEID. Leefmilieu, Natuur en Energie
VLAAMSE OVERHEID Leefmilieu, Natuur en Energie [C 2014/36923] 9 DECEMBER 2014. Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot ambtshalve uitvoering van een bodemsanering op de gronden
OVERDRACHT DELEN VAN KADASTRALE PERCELEN VOORBEELDFIGUREN
OVERDRACHT DELEN VAN KADASTRALE PERCELEN VOORBEELDFIGUREN OVERDRACHT DELEN VAN KADASTRALE PERCELEN Voorbeeldfiguren / 13.10.2017 ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
3.3 Overgangsbepaling Verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek Bodemsanering Algemeen Inhoud
Inhoud...5 Het Vlaamse bodemrecht... 11 Inleiding... 11 Hoofdstuk 1 Een nieuwe wet- en regelgeving?... 13 Hoofdstuk 2 Het Bodemdecreet en het Vlarebo-besluit... 15 1. Saneringsplicht... 15 1.1 Nieuwe bodemverontreiniging...
Waarom onze bodem de beste bescherming verdient. OVAM, uw beleidspartner in afval en bodem
Waarom onze bodem de beste bescherming verdient. OVAM, uw beleidspartner in afval en bodem Onze bodem beschermen is onze toekomst beschermen. De bodem vervult een onschatbare rol in de voedselproductie,
Nieuwe instrumenten in het bodembeleid
Nieuwe instrumenten in het bodembeleid ECOnext, Afdelingshoofd Bodembeheer OVAM Programma Nieuwe instrumenten voor de vastgoedsector Regeling cofinanciering Wijzigingen door omzetting Richtlijn Industriële
Overwegende dat de geselecteerde gronden vastgesteld worden als site 'Woonzone voormalige stortplaats Baron Moyersoen Park' in Aalst.
Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen in Aalst als site 'Woonzone voormalige stortplaats Baron Moyersoen Park' in Aalst. DE OVAM, Gelet
Belgisch Staatsblad dd
VLAAMSE OVERHEID Leefmilieu, Natuur en Energie [C 2013/36113] 21 NOVEMBER 2013. Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen aan de Yvonne Serruysstraat
DE OVAM, Site 'particuliere gronden met historische activiteiten in Heuvelland' 1/6
Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen in Heuvelland als site 'particuliere gronden met historische activiteiten in Heuvelland'. DE OVAM,
MEMORIE VAN TOELICHTING
1 VOORONTWERP VAN DECREET BETREFFENDE DE VRIJWILLIGE SAMENVOEGING VAN DE GEMEENTEN PUURS EN SINT-AMANDS EN TOT WIJZIGING VAN DE BIJLAGE BIJ HET DECREET VAN 5 JULI 2002 TOT VASTSTELLING VAN DE REGELS INZAKE
Eenmalige onderzoeksplicht bij gedwongen mede-eigendommen op risicogrond
Eenmalige onderzoeksplicht bij gedwongen mede-eigendommen op risicogrond Bent u mede-eigenaar of syndicus van een appartementsmede-eigendom op een risicogrond? Dan kan het zijn dat vóór 31 december 2014
Cofinanciering voor bodemsanering?
Cofinanciering voor bodemsanering? cofinancieringsregeling cofinancieringsregeling g Wat houdt de cofinancieringsregeling voor bodemsanering in? Vanaf 1 september 2013 ondersteunt de OVAM particulieren,
DE OVAM, Site 'particuliere gronden met historische activiteiten in Gavere' 1/6
Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen in Gavere als site 'particuliere gronden met historische activiteiten in Gavere'. DE OVAM, Gelet
Overwegende dat de andere percelen van de voormalige textielfabriek nog niet werden opgenomen in een bodemonderzoek en bewoond zijn;
Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen in Gent als site 'Woonzone voormalige textielfabriek in Mariakerke'. DE OVAM, Gelet op het Decreet
BESLUIT: Artikel1. De site 'Voormalige stortplaats, Beekstraat te Lokeren' wordt vastgesteld. De gronden zijn opgenomen in de lijst van bijlage 1.
BESLUIT VAN DE OPENBARE VLAAMSE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ (OVAM). TOT HET VASTSTELLEN VAN DE GRONDEN GELEGEN IN DE WOONZONE 'VOORMALIGE STORTPLAATS, BEEKSTRAAT TE LOKEREN' ALS SITE EN TOT REGELING VAN DE
Onderwerp: Financiële zekerheden in kader van bodemsanering en brownfieldcovenanten Opsteller: Pascal Maebe Datum: 9 maart 2009
Onderwerp: Financiële zekerheden in kader van bodemsanering en brownfieldcovenanten Opsteller: Pascal Maebe Datum: 9 maart 2009 1 Inleiding. In kader van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten
Sitebesluit Woonzone verkaveling Dennenlaan-Kalmthout 2/6
Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen in Kalmthout als site 'Woonzone verkaveling Dennenlaan-Kalmthout'. DE OVAM, Gelet op het Decreet
Site 'particuliere gronden met historische activiteiten in Roosdaal' 1/6
Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen in Roosdaal als site 'particuliere gronden met historische activiteiten in Roosdaal'. DE OVAM, Gelet
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/4.8.14/2014/0038 van 24 juni 2014 in de zaak 1314/0216/A/4/0183 In zake: de heer Daniël VANDERVELPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Geert DEMIN
Bodemdecreet Decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming
Decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming Titel I Inleidende bepaling Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. Titel II Definities, doelstellingen en
Verbintenis tot beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering en nazorg
Verbintenis tot beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering en nazorg BOFAS stopzetting/sluiting tankstation Duid aan of de verbintenis wordt aangegaan door een vennootschap of vereniging of door een natuurlijk
houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen
stuk ingediend op 854 (2010-2011) Nr. 3 10 februari 2011 (2010-2011) Ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen Amendementen Stukken in het dossier: 854 (2010-2011)
OVAM een siteonderzoek uitvoert; dat het siteonderzoek wordt uitgevoerd binnen de termijn die in het besluit is bepaald;
Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij {OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen in Zandhoven als site 'particuliere gronden met historische activiteiten in Zandhoven'. DE OVAM,
Briefadvies. een. wat betreft de. Datum
Briefadvies Cofinanciering en de retributie voor een bode emattestt Briefadvies over de wijziging van VLAREBO, wat betreft de cofinanciering en de retributie voor een bodemattest Datum van goedkeuring
VLAAMSE OVERHEID. Omgeving
98896 MONITEUR BELGE 7 BELGISCH STAATSBLAD VLAAMSE OVERHEID Omgeving [C 735] OKTOBER 7 Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij OVAM tot het vaststellen van gronden gelegen in MIDDELKERKE
BD art. 12, 23, 105 en 110: Vrijstelling saneringsplicht erfgenamen beoordeling kennisvoorwaarde
Standpunt Toegewezen: Christof Burm Versie: 2 Titel: Contactpersoon/auteur standpunt: BD art. 12, 23, 105 en 110: Vrijstelling saneringsplicht erfgenamen beoordeling kennisvoorwaarde Mike Mortelmans Discussieforum:
Gemotiveerd standpunt voor de vrijstelling van de saneringsplicht voor een verontreinigd terrein: aanvraag door de eigenaar
Gemotiveerd standpunt voor de vrijstelling van de saneringsplicht voor een verontreinigd terrein: aanvraag door de eigenaar /////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
AANVRAAG VOOR VRIJWILLIGE TOETREDING TOT VLABOTEX (Toelichting bij het indienen van een aanvraag)
AANVRAAG VOOR VRIJWILLIGE TOETREDING TOT VLABOTEX (Toelichting bij het indienen van een aanvraag) 1. Inleiding VLABOTEX vzw is de door de Vlaamse regering erkende bodemsaneringsorganisatie voor de droogkuissector.
Hof van Cassatie van België
24 JUNI 2010 C.09.0065.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.09.0065.N Y.O., eiser, aan wie rechtsbijstand werd verleend op 27 januari 2009, onder nummer G.08.0243.N, vertegenwoordigd door mr. Paul
Belgisch Staatsblad dd
VLAAMSE OVERHEID Leefmilieu, Natuur en Energie [C 2016/36469] 29 SEPTEMBER 2016. Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen in Haacht als site
SAMEN MAKEN WE MORGEN MOOIER
SAMEN MAKEN WE MORGEN MOOIER ~~~ Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij Stationsstraat 110 B- 2800 Mechelen T: 015 284 284 F: 015 203 275 www.ovam.be Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij
ONTWERP VAN DECREET. houdende invoering van een bijzonder vast recht voor minnelijke ontbinding of vernietiging van koopovereenkomsten
Stuk 1344 (2007-2008) Nr. 1 Zitting 2007-2008 10 oktober 2007 ONTWERP VAN DECREET houdende invoering van een bijzonder vast recht voor minnelijke ontbinding of vernietiging van koopovereenkomsten 3370
Melding van de sluiting van een risico-inrichting
Melding van de sluiting van een risico-inrichting /////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 26 september 2017 met nummer RvVb/A/1718/0094 in de zaak met rolnummer 1617/RvVb/0579/SA Verzoekende partijen Verwerende partij 1. de heer William ROTTIERS
BODEMDECREET EN APPARTEMENTSMEDE- EIGENDOM
Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Academiejaar 2009-10 BODEMDECREET EN APPARTEMENTSMEDE- EIGENDOM Masterproef van de opleiding Master in het Notariaat Ingediend door Evelien Asselman Studentennr.
Schadegeval met bodemverontreiniging bij bedrijven klasse 1
Schadegeval met bodemverontreiniging bij bedrijven klasse 1 Documentbeschrijving 1. Titel publicatie Schadegeval met bodemverontreiniging bij bedrijven klasse 1 2. Verantwoordelijke Uitgever Danny Wille,
Schadegeval met bodemverontreiniging bij particulieren
Schadegeval met bodemverontreiniging bij particulieren Documentbeschrijving 1. Titel publicatie Schadegeval met bodemverontreiniging bij particulieren 2. Verantwoordelijke Uitgever Danny Wille, OVAM, Stationsstraat
Uitspraak nr. WB 609-01-66-03 DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR. INBURGERING. WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING
\ ~\~ \\ Vlaa~se '~'t: \ Regering \ Ministerieel besluit betreffende de beroepsprocedure met toepassing van artikel 29bis. 5. van de Vlaamse Wooncode betreffende de beslissing van de sociale huisvestingsmaatschappij
BODEM INHOUDSOPGAVE. 1. Vlaams Gewest... 3 2. Brusselse Wetgeving... 115 3. Waals Gewest... 294. 1. Vlaams Gewest
BODEM INHOUDSOPGAVE 1. Vlaams Gewest..................................... 3 2. Brusselse Wetgeving................................ 115 3. Waals Gewest...................................... 294 1. Vlaams
Overeenkomst tot financiering bodemsanering tankstation bij wijze van overgangsmaatregel in combinatie met een sluiting
Overeenkomst tot financiering bodemsanering tankstation bij wijze van overgangsmaatregel in combinatie met een sluiting De ondergetekenden De vzw Bodemsaneringsfonds voor benzinestations hierna genoemd
Instantie. Onderwerp. Datum
Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst - Bestanddelen - Toestemming - Gebrek - Geweld - Morele dwang - Gebrekkige wil - Voorwaarde - Artt. 1109 en 1112, BW Datum 23 maart 1998 Copyright and
DE OVAM, Sitebesluit Woonzone Sint-Baafskeuter 1/5
Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen in Gent/Sint-Amandsberg als site 'Woonzone Sint- Baafskouter'. - DE OVAM, Gelet op het Decreet van
Bodemsanering, grondverzet en bestekken: enkele juridische topics
Bodemsanering, grondverzet en bestekken: enkele juridische topics Bart De Becker, advocaat Studienamiddag Grondwijzer SGS House, Antwerpen, 30 april 2015 Inhoud 1. Omzendbrief grondverzet 2. Aansprakelijkheid
